32 800 Maatregelen op het gebied van autobelastingen («Autobrief»)

Nr. 94 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 juni 2026

Hierbij bied ik uw Kamer in de bijlage bij deze brief de beantwoording aan van de op 2 juni 2026 ingezonden Kamervragen door het lid Vermeer (BBB) over de fiscale behandeling van kampeervoertuigen.1

Daarnaast voldoe ik met deze brief graag aan het verzoek van de vaste commissie voor Financiën van 22 mei 2026 om voorafgaand aan het commissiedebat Fiscaliteit van 24 juni 2026 een overzicht te verstrekken van het aantal schorsingen van kampeerauto’s in het eerste kwartaal van 2026, afgezet tegen voorgaande jaren, en uw Kamer te informeren over de stand van zaken van de uitvoering van de motie inzake de motorrijtuigenbelasting voor kampeerauto’s.2

Het aantal schorsingen van kampeerauto’s

De RDW en Belastingdienst hebben de volgende informatie verstrekt over het aantal kampeerauto’s en de schorsingen daarvan.

Kampeerwagens waarvoor minimaal één schorsing is aangevraagd – data RDW
 

2023

2024

2025

Q1 2023

Q1 2024

Q1 2025

Q1 2026

Jonger dan 15 jaar – hoog schorsingstarief

32.008

35.198

46.103

1.222

1.641

2.086

6.924

Ouder dan 15 jaar – laag schorsingstarief

45.997

49.481

58.540

3.925

4.619

5.507

10.394

Totaal

78.005

84.679

104.643

5.147

6.260

7.593

17.318

Kampeerwagens: totaal en geschorst – data Belastingdienst

Kwartaal 1

Aantal kampeerwagens

Waarvan geschorst

Percentage geschorst

Opbrengst MRB2

Q1 2022

146.747

59.023

40,2%

€ 17,8

Q1 2023

158.400

63.544

40,1%

€ 19,5

Q1 2024

168.420

70.233

41,7%

€ 21,4

Q1 2025

187.800

80.527

42,9%

€ 37,1

Q1 2026

185.174

96.387

52,1%

€ 61,6

X Noot
1

Peildatum 1 januari.

X Noot
2

Opbrengst van de motorrijtuigenbelasting op basis van de verzonden rekeningen (in miljoenen euro’s).

Stand van zaken van de uitvoering van de motie inzake de motorrijtuigenbelasting voor kampeerauto’s

Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2024 is de motie-Van Dijk/Omtzigt3 aangenomen, waarin de regering is verzocht met een voorstel te komen zodat de schorsing van kampeerauto’s standaard onder het lage schorsingstarief kan vallen. Naar aanleiding van deze motie heeft de RDW onderzoek gedaan naar mogelijke aanpassingen van het schorsingstarief voor kampeerauto’s. De Tweede Kamer is hierover bij brief van 20 juni 2024 geïnformeerd.4 Omdat voor een verlaging van het schorsingstarief voor kampeerwagens compensatie nodig is uit andere tarieven van de RDW, kwam de vraag naar voren of dit effect wenselijk is. Deze vraag is door de politieke omstandigheden op dat moment niet beantwoord.

De RDW heeft de vraag naar de schorsingstarieven voor kampeerwagens inmiddels in brede zin betrokken bij een onderzoek naar de vereenvoudiging van het tarievenstelsel voor schorsingen. Daarbij is niet uitsluitend gekeken naar kampeerauto’s, maar naar het gehele stelsel van schorsingstarieven. Aanleiding hiervoor was dat het huidige stelsel verschillende tarieven kent, afhankelijk van onder meer de voertuigcategorie, de leeftijd van het motorrijtuig en de duur van de schorsing, waardoor het stelsel voor gebruikers minder goed uitlegbaar is.

De RDW onderzoekt of het stelsel kan worden vereenvoudigd, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij het aantal voertuigverplichtingen dat voor een voertuigcategorie geldt, zoals de verplichtingen voor de APK, verzekering en motorrijtuigenbelasting. Bij de verdere uitwerking van deze vereenvoudiging neemt de RDW de motie-Van Dijk/Omtzigt mee. De RDW verwacht de uitwerking, in- en externe afstemming en besluitvorming eind dit jaar af te kunnen ronden. De daaruit voortkomende tariefaanpassingen kunnen in dat geval worden meegenomen in het begrotingsproces in 2027 en per 1 januari 2028 worden doorgevoerd.

Ik verwacht dat met deze herziening het tarievenstelsel voor schorsingen eenvoudiger en beter uitlegbaar wordt en dat tegelijkertijd invulling kan worden gegeven aan de motie-Van Dijk/Omtzigt. Ik zal uw Kamer, in afstemming met mijn collega van Infrastructuur en Waterstaat, na de besluitvorming eind dit jaar of begin volgend jaar bij gelegenheid over de uitkomst informeren.

De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg


X Noot
1

2026Z11664.

X Noot
2

2026D24174.

X Noot
3

Kamerstukken II 2023–2024, 36 418, nr. 80.

X Noot
4

Kamerstukken II 2023/2024, 36 418, nr. 147.

Naar boven