Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 31753 nr. O |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 31753 nr. O |
Vastgesteld 14 juli 2026
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid2 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het visietraject toekomst sociale advocatuur. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 16 juni 2026.
• De antwoordbrief van 8 juli 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, De Graag
BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Den Haag, 16 juni 2026
De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 24 april 2026 over het visietraject toekomst sociale advocatuur.3 De leden van de fractie van D66 en de fracties van OPNL, GroenLinks-PvdA en ChristenUnie gezamenlijk hebben naar aanleiding van deze brief enkele vragen en opmerkingen. De fractieleden van de PvdD sluiten zich aan bij alle gestelde vragen.
Vragen en opmerkingen van de fractie van D66
De fractieleden van D66 lezen in uw brief een aantal waardevolle ideeën om de situatie omtrent de sociale advocatuur te verbeteren. Gezien het grote belang van een goede sociale advocatuur voor het functioneren van de rechtsstaat, en concreet voor de grote hoeveelheid aan mensen die sociaal advocaten een stem geven in de wereld van het juridische proces, zijn de leden van de D66-fractie groot voorstander van goede maatregelen om de situatie te verbeteren. Wel hebben de leden van de D66-fractie nog enkele vragen, met name over de invulling van de in de brief genoemde plannen.
De leden van de D66-fractie merken allereerst op dat u aangeeft dat de doelen ambitieus zijn.4 Er wordt in de brief echter niet uitvoerig stilgestaan bij de haalbaarheid van de doelen. Met name bij de pijler bedrijfsstructuren staat een doel vermeld met een behoorlijke opgave.5 Hoe haalbaar is dat gestelde doel? Op het moment dat het er niet naar uit zal zien dat het doel zal worden gehaald, wanneer en op basis van welke concrete indicatoren wordt er dan in de tussentijd geconcludeerd of het doel binnen handbereik blijft? Wanneer dit niet het geval blijkt te zijn, wordt er dan overgegaan tot meer maatregelen?
Deze leden merken verder op dat u heeft aangegeven rechtenstudenten meer bekend te willen maken met de mogelijkheid om de sociale advocatuur in te gaan. Hiervoor wordt met name aandacht besteed aan de inrichting van vakken. Echter wordt ook melding gemaakt van andere ideeën. Zo wordt het belang van gastlessen benadrukt.6 De leden van de D66-fractie vragen wat u nog meer gaat doen om rechtenstudenten in aanraking te laten komen met de sociale advocatuur en om de zichtbaarheid van de sociale advocatuur voor rechtenstudenten te verhogen. Hoe denkt u bijvoorbeeld over het (meer) aanwezig zijn op carrièrebeurzen en gelijksoortige evenementen en het aangaan van samenwerkingen met en sponsoren van juridische studieverenigingen? U geeft aan dat een van de maatregelen die wordt genomen is dat er in 2027 een «toga-experience» komt, waarin onder andere aandacht zal worden besteed aan de sociale advocatuur.7 Zal dit een eenmalige actie zijn? Zo ja, hoe verhoudt het eenmalig organiseren van dit evenement zich met de centrale boodschap van de brief dat er juist voor de langere termijn een visie zou moeten komen? En hoe denkt u over het vaker of op regelmatige basis organiseren van een dergelijk evenement, wanneer dit een succes blijkt te zijn?
In de brief wordt verder aangegeven dat het imago van de sociale advocatuur een van de oorzaken is van het dalende aantal sociaal advocaten.8 In hoeverre kan dit imago worden opgepoetst door meer geld beschikbaar te stellen voor en meer aandacht te geven aan de sociale advocatuur? Vereist het, daarnaast, niet ook een zekere cultuuromslag? Wat gaat u eraan doen om dat voor elkaar te krijgen?
U geeft aan dat de onderwijscampagne «ik ben sociaal advocaat» wordt uitgebreid. Daarnaast geeft u aan dat het bereik en de impact worden gemonitord.9 Kunt u aangeven wat tot nu toe bekend is over het bereik en de impact van de campagne, en hoe deze inzichten zich verhouden tot het nut van het uitbreiden van deze campagne? Verder geeft u aan dat campagneacties een aantal keer per jaar plaatsvinden.10 Kunt u aangeven waarom u niet heeft gekozen voor meer permanente campagneacties? De leden van de D66-fractie denken bijvoorbeeld aan het oprichten en regelmatig bijhouden van accounts op sociale media over de sociale advocatuur. Verder geeft u aan dat de campagnes zich richten op sociale media, podcasts, en «andere mediaplatforms».11 Kunt u aangeven om wat voor andere mediaplatforms het gaat? En kunt u aangeven wat voor criteria er worden gehanteerd om tot de keuze voor de geselecteerde platforms te komen?
Ten aanzien van de pijler bedrijfsstructuren lezen de leden van de D66-fractie dat momenteel de uitvoerbaarheid en budgettaire consequenties van een kantoortoeslag in kaart worden gebracht.12 Ook lezen deze leden dat nagedacht wordt over randvoorwaarden.13 Kunt u aangeven wanneer u verwacht dat dit plan is uitgewerkt en wordt geïmplementeerd?
Ook merken deze leden op dat commerciële advocatenkantoren soms ook sociale rechtshulp aanbieden. Is er een mogelijkheid zulks wettelijk of beleidsmatig te structureren en eventueel deels verplicht te maken, zodat de leemte in de sociale rechtshulp zo klein mogelijk wordt?
In de brief wordt aangegeven dat in een bijeenkomst is onderstreept dat met name de pijler bedrijfsstructuren prioriteit heeft.14 Het is deze leden onduidelijk of u zelf aangeeft dat de pijler bedrijfsstructuren prioriteit heeft. Is dat het geval? Zo ja, kunt u uitvoeriger ingaan op hoe zwaar de verschillende doelen wegen en hoe ze zich tot elkaar verhouden?
U geeft tot slot aan dat de maatregelen worden ingepast binnen de budgettaire kaders en afhankelijk zijn van de financiële besluitvorming over de verdeling van beschikbare middelen uit het regeerakkoord.15 U geeft aan dat u daar op dit moment nog geen duidelijkheid over kan geven. Heeft u een beeld van wanneer deze keuzes wel worden gemaakt?
Vragen en opmerkingen van de fractie van OPNL mede namens de fracties van GroenLinks-PvdA en ChristenUnie
«Toegang tot het recht» gaat volgens het College voor de Rechten van de Mens (CRM) niet alleen over de vraag of iedereen formeel gebruik kan maken van het recht, maar juist over hoe bereikbaar het recht en rechtsbescherming zijn.16
Verschillende gebieden in het land, zoals genoemd in het rapport «Aanbod in beeld» van het Kenniscentrum Stelsel gesubsidieerde Rechtsbijstand, kampen met een tekort aan (sociaal) advocaten.17
Hoe beoordeelt u de toegang tot het recht in deze gebieden?
Volgens dit rapport «Aanbod in beeld» is het aanbod van advocaten op het terrein van het sociaal zekerheidsrecht, het arbeidsrecht en het huurrecht (zeer) laag, met name in arrondissementen in het noorden en in het oosten van het land.18
Hoe verwacht u dat de door u voorgestelde kortetermijnmaatregelen, zoals het aanpassen van de inschrijvingsvoorwaarden van de Raad voor Rechtsbijstand en het stimuleren van kantoren die weinig of geen toevoegingen doen, specifiek zullen bijdragen aan een groter aanbod in deze gebieden?
U geeft aan dat de Raad voor Rechtsbijstand momenteel beziet hoe advocaten kunnen worden gestimuleerd om meer zaken op toevoegingsbasis te doen. In het bijzonder op de rechtsgebieden waar een laag aanbod is en in gebieden waar nog weinig advocaten op toevoegingsbasis actief zijn.19
Herkent u het beeld dat advocatenkantoren in het noorden en oosten van het land wel bereid zijn meer toevoegingszaken te doen, maar daarin worden beperkt door een tekort aan capaciteit, personeel en financiële ruimte?
Bent u bereid te onderzoeken of een deel van de vrijgemaakte incidentele middelen kan worden ingezet om advocatenkantoren in deze gebieden te ondersteunen bij het uitbreiden van hun aanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand?
U schrijft dat eind 2029 een voorstel wordt uitgewerkt voor een traineeshiptraject voor advocaat-stagiairs in de sociale advocatuur, waarbij zij gedurende hun stage via een traineeship worden gedetacheerd bij een sociaal advocatenkantoor.20
Hoe borgt u dat het traineeshiptraject ook beschikbaar zal zijn voor sociaal advocatenkantoren buiten de Randstad?
Hoe bent u van plan ervoor te zorgen dat kleine advocatenkantoren in het noorden of oosten van het land ook in staat worden gesteld deze trainees te begeleiden?
Tegelijkertijd zijn er signalen dat in delen van Noord-Nederland de beschikbaarheid van juridische dienstverlening in bredere zin onder druk staat door vergrijzing binnen de advocatuur en het uitblijven van opvolging van advocatenkantoren.21
Deelt u de analyse dat de afnemende toegang tot het recht in gebieden als de Friese waddenkust, de Stellingwerven, Delfzijl en Zuidoost-Drenthe niet uitsluitend wordt veroorzaakt door een tekort aan sociaal advocaten, maar mede door een bredere afname van het aantal advocaten(kantoren) in deze gebieden?
Heeft u inzicht in de mate waarin de vergrijzing en het gebrek aan opvolging binnen de advocatuur bijdragen aan de afnemende beschikbaarheid van juridische dienstverlening in deze gebieden? Zo ja, kunt u deze analyse met de Kamer delen?
In hoeverre zijn de door u aangekondigde maatregelen gericht op het vergroten van het aantal sociaal advocaten toereikend om de toegang tot het recht te verbeteren, wanneer in bepaalde gebieden sprake is van een breder tekort aan advocaten en juridische dienstverlening?
De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid zien met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangen deze graag uiterlijk 14 juli 2026.
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, B.O. Dittrich
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juli 2026
Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen gesteld door de Vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer in de brief van 16 juni 2026, met kenmerk 181453, over het visietraject toekomst sociale advocatuur.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen
Beantwoording vragen en opmerkingen van de fractie van D66
De leden van de D66-fractie merken allereerst op dat u aangeeft dat de doelen ambitieus zijn. Er wordt in de brief echter niet uitvoerig stilgestaan bij de haalbaarheid van de doelen. Met name bij de pijler bedrijfsstructuren staat een doel vermeld met een behoorlijke opgave. Hoe haalbaar is dat gestelde doel? Op het moment dat het er niet naar uit zal zien dat het doel zal worden gehaald, wanneer en op basis van welke concrete indicatoren wordt er dan in de tussentijd geconcludeerd of het doel binnen handbereik blijft? Wanneer dit niet het geval blijkt te zijn, wordt er dan overgegaan tot meer maatregelen?
Op dit moment wordt er met de Nederlandse orde van advocaten (NOvA), Raad voor Rechtsbijstand (RvR) en Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) gekeken welke maatregelen er geoperationaliseerd moeten worden om het doel in relatie tot de pijler bedrijfsstructuren te bereiken. Daarbij hoort ook de inrichting van een goede monitoring en (tussentijdse) evaluatie. De haalbaarheid van dit doel is ambitieus. Het is op dit moment gekoppeld aan de verwachte uitstroom van advocaten vanwege onder andere pensionering en de toename van de jaarlijkse opleidingsplekken voor advocaat-stagiairs. Indicatoren die daarbij gebruikt kunnen worden zijn het aantal inschrijvingen en uitschrijvingen bij de RvR. Hierbij zal aan het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand gevraagd worden om die te koppelen aan specifieke data zoals leeftijd, reden van uitschrijving, deelname aan specifieke subsidieregelingen zoals de subsidieregeling beroepsopleiding sociale advocatuur, etc. Belangrijk daarbij is ook om rekening te houden met de vraag naar rechtsbijstand en welke technische ontwikkelingen bij kunnen dragen aan de inrichting van het aanbod. De maatregel(en) bij de pijler bedrijfsstructuren en het gestelde doel, zijn met de geconsulteerde betrokkenen bepaald aan de hand van realiseerbaarheid en verwachte effectiviteit. Als blijkt dat aanvullende of andere maatregelen nodig zijn, wordt samen met de hierboven genoemde partijen verkend hoe deze nieuwe of aangepaste maatregelen vorm kunnen krijgen.
Deze leden merken verder op dat u heeft aangegeven rechtenstudenten meer bekend te willen maken met de mogelijkheid om de sociale advocatuur in te gaan. Hiervoor wordt met name aandacht besteed aan de inrichting van vakken. Echter wordt ook melding gemaakt van andere ideeën. Zo wordt het belang van gastlessen benadrukt. De leden van de D66-fractie vragen wat u nog meer gaat doen om rechtenstudenten in aanraking te laten komen met de sociale advocatuur en om de zichtbaarheid van de sociale advocatuur voor rechtenstudenten te verhogen. Hoe denkt u bijvoorbeeld over het (meer) aanwezig zijn op carrièrebeurzen en gelijksoortige evenementen en het aangaan van samenwerkingen met en sponsoren van juridische studieverenigingen?
Daar sta ik zeker positief tegenover. De laatste jaren zijn er veel mooie stappen gezet om rechtenstudenten in aanraking te laten komen met de sociale advocatuur.22 Het is goed om te zien dat in de afgelopen jaren op meerdere universiteiten en hogescholen activiteiten en/of colleges zijn georganiseerd rondom de sociaal advocatuur. Ik wil deze inzet intensiveren en waar mogelijk uitbreiden. Bij het project onderwijs worden ook studieverenigingen betrokken en wordt gewerkt aan meer aanwezigheid van de sociale advocatuur op carrièremarkten van universiteiten. De RvR onderhoudt contacten met universiteiten en hogescholen. Mijn ministerie vraagt in de Raad der Decanen Rechtsgeleerdheid aandacht voor het belang om studenten in aanraking te brengen met de sociaal advocatuur. Daarnaast komt er vanaf het najaar 2026 een subsidieregeling van de RvR waardoor sociaal advocaten een vergoeding krijgen voor het aanbieden van student-stages, met als doel om meer studenten kennis te laten maken met de praktijk van de sociale advocatuur. In mijn brief van 29 juni 2026 ben ik daar nader op ingegaan.23 Ik zet op verschillende manieren dus in op meer aandacht voor de sociaal advocatuur onder studenten.
U geeft aan dat een van de maatregelen die wordt genomen is dat er in 2027 een «toga-experience» komt, waarin onder andere aandacht zal worden besteed aan de sociale advocatuur. Zal dit een eenmalige actie zijn? Zo ja, hoe verhoudt het eenmalig organiseren van dit evenement zich met de centrale boodschap van de brief dat er juist voor de langere termijn een visie zou moeten komen? En hoe denkt u over het vaker of op regelmatige basis organiseren van een dergelijk evenement, wanneer dit een succes blijkt te zijn?
Het doel is om de toga-experience een terugkerend evenement te maken op verschillende universiteiten en hogescholen. Dat hangt uiteraard af van het succes van het evenement en het commitment vanuit de universiteiten en Hoge Scholen hiervoor. Bij gebleken succes zal ik mij inzetten voor herhaling van het evenement.
In de brief wordt verder aangegeven dat het imago van de sociale advocatuur een van de oorzaken is van het dalende aantal sociaal advocaten. In hoeverre kan dit imago worden opgepoetst door meer geld beschikbaar te stellen voor en meer aandacht te geven aan de sociale advocatuur? Vereist het, daarnaast, niet ook een zekere cultuuromslag? Wat gaat u eraan doen om dat voor elkaar te krijgen?
Imagoverandering hangt in het geval van de sociaal advocatuur samen met verschillende factoren. Investering in de vergoedingen en positieve aandacht in de media en in het onderwijs zijn naar mijn mening beide van groot belang. Het heeft uiteraard tijd nodig om verandering teweeg te brengen. Het in samenhang bereiken van de doelen in de pijlers onderwijs, bedrijfsstructuren en doelmatige bedrijfsvoering gaat naar mijn mening ook bijdragen aan deze cultuuromslag. Ik heb hierin vertrouwen omdat uit eigen gedragsonderzoek onder studenten is gebleken dat ongeveer 30% van de rechtenstudenten interesse heeft in het vak van advocaat binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand en het bijstaan van kwetsbare burgers. Ik vind dat een groot potentieel.
U geeft aan dat de onderwijscampagne «ik ben sociaal advocaat» wordt uitgebreid. Daarnaast geeft u aan dat het bereik en de impact worden gemonitord. Kunt u aangeven wat tot nu toe bekend is over het bereik en de impact van de campagne, en hoe deze inzichten zich verhouden tot het nut van het uitbreiden van deze campagne?
In december 2025 is de campagne «Sociaal advocaat word je niet, dat ben je» gelanceerd. Ik beschik niet over de gegevens van het bereik van de campagne op sociale media. Wel over de bezoeken aan de website «ikbensociaaladvocaat.nl». De website is van 9 februari tot 22 juni 2026 door 405 unieke bezoekers bezocht. Er zijn 885 paginaweergaven geweest. Dat betekent dat mensen de pagina opnieuw hebben opgeroepen of hebben vernieuwd. De gemiddelde bezoektijd was 2,27 minuten. Dit is een mooie start en ik zie potentie om meer bekendheid aan deze campagne te geven. De komende periode werk ik dit samen met de NOvA, RvR en VSAN uit.
Verder geeft u aan dat campagneacties een aantal keer per jaar plaatsvinden. Kunt u aangeven waarom u niet heeft gekozen voor meer permanente campagneacties? De leden van de D66-fractie denken bijvoorbeeld aan het oprichten en regelmatig bijhouden van accounts op sociale media over de sociale advocatuur. Verder geeft u aan dat de campagnes zich richten op sociale media, podcasts, en «andere mediaplatforms». Kunt u aangeven om wat voor andere mediaplatforms het gaat? En kunt u aangeven wat voor criteria er worden gehanteerd om tot de keuze voor de geselecteerde platforms te komen?
De komende periode worden de campagneacties nader uitgewerkt samen met de NOvA, RvR en VSAN. Ik zie het belang van een meer voortdurende, meerjarige campagnevoering en neem dit mee bij de uitwerking. Daarbij geldt uiteraard dat hiervoor ook financiële middelen beschikbaar moeten zijn.
Met ander mediaplatforms worden bijvoorbeeld televisieprogramma’s en talkshows bedoeld. De criteria die worden gehanteerd voor de inzet van een bepaald platform worden in samenspraak met een campagnebureau opgesteld. Deze zullen voornamelijk samenhangen met doelgroep, actualiteit en bereik.
Ten aanzien van de pijler bedrijfsstructuren lezen de leden van de D66-fractie dat momenteel de uitvoerbaarheid en budgettaire consequenties van een kantoortoeslag in kaart worden gebracht. Ook lezen deze leden dat nagedacht wordt over randvoorwaarden. Kunt u aangeven wanneer u verwacht dat dit plan is uitgewerkt en wordt geïmplementeerd?
Ik streef ernaar eind 2026 met een uitwerking te komen. Voor de implementatie wordt, afhankelijk van de beschikbare financiële middelen en de gevolgen voor de uitvoering, ingezet op invoering per 1 juli 2027.
Ook merken deze leden op dat commerciële advocatenkantoren soms ook sociale rechtshulp aanbieden. Is er een mogelijkheid zulks wettelijk of beleidsmatig te structureren en eventueel deels verplicht te maken, zodat de leemte in de sociale rechtshulp zo klein mogelijk wordt?
Er zijn al verschillende commerciële advocatenkantoren die een bijdrage leveren. Een goed voorbeeld is bijvoorbeeld de pilot Huurrecht bij De Brauw waar advocaat-stagiairs van De Brauw onder begeleiding van sociaal advocaten huurrecht zaken op toevoegingsbasis doen. Op rechtsgebieden waar tekorten zijn of dreigen, zou het mogelijk kunnen helpen als commerciële advocatenkantoren die particulieren bijstaan ook zaken op toevoeging doen. Ik zie op dit moment geen aanleiding om een wettelijke verplichting hiervoor op te nemen, omdat dit niet dé oplossing is voor het dalend aanbod aan sociaal advocaten. Wel stimuleer ik de samenwerking tussen commerciële advocatenkantoren en sociale advocatenkantoren. Daarom hebben we op 12 maart 2026 een bijeenkomst georganiseerd om sociaal en commerciële advocaten bij elkaar te brengen. Verder ga ik, zoals toegezegd tijdens het commissiedebat Toegang tot het recht op 1 juli 2026, met onder meer de NOvA en de RvR in gesprek over het idee van het CDA over advocaat-reservisten.
In de brief wordt aangegeven dat in een bijeenkomst is onderstreept dat met name de pijler bedrijfsstructuren prioriteit heeft. Het is deze leden onduidelijk of u zelf aangeeft dat de pijler bedrijfsstructuren prioriteit heeft. Is dat het geval? Zo ja, kunt u uitvoeriger ingaan op hoe zwaar de verschillende doelen wegen en hoe ze zich tot elkaar verhouden?
De opmerking dat de pijler bedrijfsstructuren prioriteit heeft, is gedaan door de aanwezige advocaten bij de hierboven genoemde bijeenkomst van 12 maart 2026 en niet door mijzelf. Voor mij heeft de uitwerking van alle maatregelen uit het visietraject prioriteit.
Het werken aan het doel van meer sociaal advocaten onder de pijler bedrijfsstructuren staat niet los van de doelen onder de pijlers van het onderwijs, imago of doelmatige bedrijfsvoering. De pijlers voor de versterking van de sociale advocatuur en de doelen daaronder hangen allemaal samen. Er is niet één oplossing.
U geeft tot slot aan dat de maatregelen worden ingepast binnen de budgettaire kaders en afhankelijk zijn van de financiële besluitvorming over de verdeling van beschikbare middelen uit het regeerakkoord. U geeft aan dat u daar op dit moment nog geen duidelijkheid over kan geven. Heeft u een beeld van wanneer deze keuzes wel worden gemaakt?
Voor de versterking van de rechtsstaat is 75 miljoen euro bestemd in het coalitieakkoord. Hierbinnen valt ook de opgave ten aanzien van de sociale advocatuur. Met de bekendmaking van de ontwerpbegroting 2027 met Prinsjesdag zal duidelijkheid worden verschaft over de verdeling van de financiële middelen uit het Coalitieakkoord.
Beantwoording vragen en opmerkingen van de fractie van OPNL mede namens de fracties van GroenLinks-PvdA en ChristenUnie
«Toegang tot het recht» gaat volgens het College voor de Rechten van de Mens (CRM) niet alleen over de vraag of iedereen formeel gebruik kan maken van het recht, maar juist over hoe bereikbaar het recht en rechtsbescherming zijn. Verschillende gebieden in het land, zoals genoemd in het rapport «Aanbod in beeld» van het Kenniscentrum Stelsel gesubsidieerde Rechtsbijstand, kampen met een tekort aan (sociaal) advocaten. Hoe beoordeelt u de toegang tot het recht in deze gebieden?
Uit het rapport «Aanbod in beeld» blijkt dat in bepaalde regio’s, zoals in het noorden, het aantal sociaal advocaten in de afgelopen tien jaar erg is afgenomen. In die regio’s kan de toegang tot het recht onder druk staan en dat vind ik zorgelijk. In welke mate dat nu het geval is, kan echter nog niet goed gezegd worden omdat de informatie over onder andere de vraagkant ontbreekt. Daarnaast blijkt uit het door u genoemde rapport dat in sommige gebieden ondanks het ontbreken van sociaal advocaten toch toevoegingen worden afgegeven, bijvoorbeeld in Delfzijl. Dit roept vervolgvragen op voor het vormen van een goed beeld en daarom heb ik, zoals ik in mijn brief van 24 april 2026 heb aangegeven, het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand gevraagd om de mogelijke antwoorden op die vervolgvragen nader in kaart te brengen.24
Een deel van de gevraagde informatie heeft het Kenniscentrum reeds nader toegelicht in factsheets.25 Denk daarbij aan de dreigende tekorten door vergrijzing, meer inzicht in ingeschreven advocaten zonder toevoeging en de verdeling van advocaat-stagiairs. In de komende maanden gaat het Kenniscentrum aan de slag met aanvullende informatieve factsheets over onder andere regionale behoefte, vraag en aanbod en de achtergrondgegevens die inzicht geven in waar potentieel bestaat onder advocaten die momenteel weinig toevoegingszaken doen. Deze informatie wordt betrokken bij de voortgangsbrief toegang tot het recht in december 2026.
Volgens dit rapport «Aanbod in beeld» is het aanbod van advocaten op het terrein van het sociaal zekerheidsrecht, het arbeidsrecht en het huurrecht (zeer) laag, met name in arrondissementen in het noorden en in het oosten van het land. Hoe verwacht u dat de door u voorgestelde kortetermijnmaatregelen, zoals het aanpassen van de inschrijvingsvoorwaarden van de Raad voor Rechtsbijstand en het stimuleren van kantoren die weinig of geen toevoegingen doen, specifiek zullen bijdragen aan een groter aanbod in deze gebieden? U geeft aan dat de Raad voor Rechtsbijstand momenteel beziet hoe advocaten kunnen worden gestimuleerd om meer zaken op toevoegingsbasis te doen. In het bijzonder op de rechtsgebieden waar een laag aanbod is en in gebieden waar nog weinig advocaten op toevoegingsbasis actief zijn. Herkent u het beeld dat advocatenkantoren in het noorden en oosten van het land wel bereid zijn meer toevoegingszaken te doen, maar daarin worden beperkt door een tekort aan capaciteit, personeel en financiële ruimte?
Met wijziging van de inschrijvingsvoorwaarden kunnen advocaten zich sinds 1 juli 2026 voor maximaal twee jaar voorwaardelijk inschrijven voor de rechtsgebieden arbeidsrecht, huurrecht en sociaal zekerheidsrecht op basis van een aanmelding van een door de RvR goedgekeurde basisopleiding of de betreffende leerpraktijk van de Beroepsopleiding Advocatuur. Deze mogelijkheid bestaat ook al enige jaren voor het personen- en familierecht wegens de tekorten. De ervaringen hiermee zijn positief. De voorwaardelijke inschrijving zorgt ervoor dat advocaten sneller zelfstandig toevoegingen kunnen aanvragen op het terrein van deze specialisaties.
En ik herken het beeld dat advocatenkantoren in bepaalde regio’s meer zaken op toevoeging willen doen maar daar vanaf zien vanwege gebrek aan capaciteit en financiële ruimte. Uit het rapport «Aanbod in beeld» blijkt bijvoorbeeld dat een groep van 27% van de bij de RvR ingeschreven advocaten geen toevoegingen doet. Een groot deel van deze groep is gevestigd in delen van Overijssel, Zuidwest-Drenthe en Twente. Ik heb de RvR gevraagd te bezien of en hoe deze groep gestimuleerd kan worden om wel toevoegingen te doen. Het benutten van deze groep advocaten kan een «quick win» zijn, omdat zij al zijn opgeleid en aan de inschrijvingsvoorwaarden van de RvR voldoen.
Bent u bereid te onderzoeken of een deel van de vrijgemaakte incidentele middelen kan worden ingezet om advocatenkantoren in deze gebieden te ondersteunen bij het uitbreiden van hun aanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand?
Ja, daartoe ben ik bereid. Zoals in mijn brief van 29 juni 2026 aan de Tweede Kamer gemeld, stel ik 1,8 miljoen euro aan incidentele middelen beschikbaar voor een innovatiebudget. Onder nog nader uit te werken voorwaarden kan een eenmalige bijdrage worden verleend aan initiatieven die bijdragen aan de toekomst van de sociale advocatuur. In het bijzonder initiatieven ter versterking van het aanbod in bepaalde regio’s en op bepaalde rechtsgebieden waar tekorten dreigen te ontstaan. Ik weet dat er vanuit het veld interessante ideeën zijn, bijvoorbeeld een opleidingskantoor in specifieke regio’s, die een bijdrage kunnen leveren aan de versterking van de sociale advocatuur. Met dit innovatiebudget wil ik een financiële impuls geven om dergelijke initiatieven te ontwikkelen.
U schrijft dat eind 2029 een voorstel wordt uitgewerkt voor een traineeshiptraject voor advocaat-stagiairs in de sociale advocatuur, waarbij zij gedurende hun stage via een traineeship worden gedetacheerd bij een sociaal advocatenkantoor. Hoe borgt u dat het traineeshiptraject ook beschikbaar zal zijn voor sociaal advocatenkantoren buiten de Randstad?
Ik vind het van groot belang dat een eventueel traineeshiptraject ook beschikbaar is buiten de Randstad. Eerst zal een verkenning plaatsvinden naar de mogelijkheden voor een traineeshiptraject. Een belangrijk punt van aandacht dat hierin wordt meegenomen zijn de dreigende tekorten op bepaalde rechtsgebieden en in bepaalde regio’s. Ik wacht de uitkomsten van deze verkenning eerst af. Het streven is om beide Kamers hier eind 2027 nader over te berichten.
Hoe bent u van plan ervoor te zorgen dat kleine advocatenkantoren in het noorden of oosten van het land ook in staat worden gesteld deze trainees te begeleiden?
Zie het antwoord op de voorgaande twee vragen. Ik wacht eerst de uitkomst van de genoemde verkenning af.
Tegelijkertijd zijn er signalen dat in delen van Noord-Nederland de beschikbaarheid van juridische dienstverlening in bredere zin onder druk staat door vergrijzing binnen de advocatuur en het uitblijven van opvolging van advocatenkantoren. Deelt u de analyse dat de afnemende toegang tot het recht in gebieden als de Friese waddenkust, de Stellingwerven, Delfzijl en Zuidoost-Drenthe niet uitsluitend wordt veroorzaakt door een tekort aan sociaal advocaten, maar mede door een bredere afname van het aantal advocaten(kantoren) in deze gebieden?
Ja, die analyse deel ik. Vergrijzing is een breed maatschappelijk probleem en treft logischerwijs ook de juridische dienstverlening in de brede zin in deze gebieden.
Heeft u inzicht in de mate waarin de vergrijzing en het gebrek aan opvolging binnen de advocatuur bijdragen aan de afnemende beschikbaarheid van juridische dienstverlening in deze gebieden? Zo ja, kunt u deze analyse met de Kamer delen?
Het rapport «Aanbod in beeld» biedt inzicht in het aantal sociaal advocaten per leeftijdscategorie, rechtsgebied en regio. Ook is het aantal sociaal advocaten per 100.000 Wrb-gerechtigden in beeld gebracht. Uit een nadere uitvraag bij het Kenniscentrum over de vergrijzing onder sociaal advocaten blijkt dat de meeste vergrijzing zich voordoet in de regio’s Oost-Groningen (50%), de kop van Noord-Holland (47%), Zuidoost-Drenthe (46%) en Zuidwest-Friesland (45%). Qua rechtsgebieden doet de sterkste vergrijzing zich voor binnen het psychiatrisch patiëntenrecht (52%), het asiel- en vreemdelingenrecht (+/- 40%) en erfrecht (42%).
Voor wat betreft de gehele advocatuur biedt het rapport «Balie in beeld» van de NOvA inzicht in het totaal aantal advocaten per leeftijdscategorie in de verschillende arrondissementen.26
In hoeverre zijn de door u aangekondigde maatregelen gericht op het vergroten van het aantal sociaal advocaten toereikend om de toegang tot het recht te verbeteren, wanneer in bepaalde gebieden sprake is van een breder tekort aan advocaten en juridische dienstverlening?
De versterking van de toegang tot het recht is een prioriteit voor dit kabinet. Naast de inzet op de versterking van de sociale advocatuur is en wordt ook op andere fronten ingezet op de versterking van de toegang tot het recht. Zo is onder de stelselvernieuwing rechtsbijstand (periode 2018–2025) onder andere ingezet op de versterking van het Juridisch Loket en is de subsidieregeling voor rechtswinkels van de RvR uitgebreid. Ook is in samenwerking met het Juridisch Loket en Divosa in 2024 het ontwikkelprogramma Noord- en Midden Limburg gestart met als doel de versterking van de samenwerking tussen het sociale en juridische domein om indien nodig meerdere problemen van een rechtzoekende meer integraal op te kunnen lossen. Aanvullend is op 1 september 2025 de kwartiermaker gestart met de opdracht om concrete voorstellen uit te werken voor een landelijk dekkend netwerk sociaaljuridische en financiële hulp. In de opdracht is als eerste aandacht gevraagd voor de regio’s waar deze vorm van dienstverlening niet of nauwelijks aanwezig is. De kwartiermaker levert het eindrapport met concrete voorstellen voor de realisatie van een landelijk dekkend netwerk begin 2027 op.
Samenstelling:
Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Janssen (SP), Kluit (GroenLinks-PvdA), Lievense (BBB), Van der Linden (VVD), Marquart Scholtz (BBB) (ondervoorzitter), Martens (GroenLinks-PvdA), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand, februari 2026, «Aanbod in beeld: Inzicht in ontwikkelingen rondom het aanbod in de sociale advocatuur», in opdracht van Ministerie van Justitie en Veiligheid, Nederlandse Orde van Advocaten en Raad voor Rechtsbijstand; DVHN, 29 mei 2026, «In Noord-Nederland is amper een advocaat te vinden: «We staan er treurig voor», te raadplegen op: https://dvhn.nl/economie/tekort-aan-advocaten-noord-nederland-49212381.html
Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand, februari 2026, «Aanbod in beeld: Inzicht in ontwikkelingen rondom het aanbod in de sociale advocatuur», in opdracht van Ministerie van Justitie en Veiligheid, Nederlandse Orde van Advocaten en Raad voor Rechtsbijstand, p. 53.
Zie onder meer: Kamerstukken II, 2024–2025, 29 279, nr. 920; Kamerstukken II, 2025–2026, 29 279, nr. 1004.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31753-O.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.