Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 24587 nr. 1136 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 24587 nr. 1136 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 juni 2026
Zoals ieder jaar wordt u voor de zomer geïnformeerd over de ontwikkelingen in het gevangeniswezen. In deze brief ga ik in op verschillende onderwerpen, zoals de inzet op re-integratie en de ontwikkelingen als het gaat om de positie van (jong)volwassen vrouwen in detentie.
Uw Kamer wordt apart geïnformeerd over de aanpak van de capaciteitstekorten bij DJI, daarom gaat deze brief hier niet nader op in. Dit geldt eveneens voor de aanpak van voortgezet crimineel handelen in detentie.
In deze brief ga ik in op de volgende onderwerpen:
1. Re-integratie van (ex-)gedetineerden
1.1. Verbetering ketensamenwerking
1.2 Werklastmeting casemanagers
1.3 Pilot UWV en DJI herleving Wajong-uitkering
2. (Jong)volwassen vrouwen in detentie
3. Overige onderwerpen
3.1 Stemmen door justitiabelen
3.2 Evaluatie Orthodoxe Zendende Instantie (OZI)
3.3 Voorkeurspeiling geestelijke verzorging
3.4 Nationaal Preventie Mechanisme BES-eilanden
3.5 Motie respect voor gezag
3.6 Motie meer maatwerk voor bezoek van schoolgaande kinderen aan gedetineerde ouders
In de vorige brief is aangegeven dat de visie «Recht doen, kansen bieden» uit 2018 toe is aan een opvolger. De huidige situatie in het gevangeniswezen is een heel andere dan acht jaar geleden. Er is sprake van capaciteitsdruk, een veranderde detentiepopulatie met meer hoogrisicogedetineerden en een groeiende groep met een licht verstandelijke beperking of psychische problematiek. Dit brengt andere uitdagingen met zich mee dan voorheen. De huidige detentiepopulatie vraagt om een gedifferentieerde benadering die tegelijkertijd moet passen binnen de krapte van personeel en plekken. Dit alles vraagt om een herijking van de koers. Deze koers is al ingezet met het Actieplan «Ruimte voor recht: meerjarig actieplan gevangeniswezen», dat op 26 juni jl. aan uw Kamer is verzonden.
Detentie moet naast vergelding ook perspectief bieden. De samenleving heeft baat bij een goede terugkeer van ex-gedetineerden. Ik vind het dan ook belangrijk dat tijdens detentie wordt gewerkt aan een veilige terugkeer en het helpen terugdringen van recidive, door in te zetten op re-integratie-activiteiten. De inspanningen die hiervoor nodig zijn, liggen bij verschillende partners en vragen om een gezamenlijke aanpak. Hieronder wordt ingegaan op de inzet en de resultaten die bereikt zijn op het gebied van re-integratie. Ook geef ik een stand van zaken op de werklastmeting casemanagers en kondig ik een pilot aan van het UWV en DJI waarmee gewerkt wordt aan het verbeteren van de inkomenssituatie van ex-gedetineerde Wajongers.
Op 1 juli 2019 hebben Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), JenV, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de reclassering het Bestuurlijk Akkoord «Kansen bieden voor re-integratie» ondertekend. In dat akkoord is afgesproken intensiever samen te werken om een succesvolle terugkeer van gedetineerden naar de samenleving en vermindering van recidive te bewerkstelligen. Dit is terug te zien; het Bestuurlijk Akkoord heeft eraan bijgedragen dat er meer urgentie is ontstaan om samen te werken.1 De verschillende initiatieven die zijn ontwikkeld om meer betrokkenheid van ketenorganisaties te creëren in de opstartfase van het re-integratietraject, zoals de structurele aanwezigheid van ketenorganisaties in de PI, hebben de samenwerking verbeterd. Daarbij blijkt uit verschillende onderzoeken dat er ook kansen zijn voor verbetering.2 Daarom werk ik samen met DJI, de reclassering, de VNG, gemeenten, de Nederlandse Vereniging van Zorg- en Veiligheidshuizen en het Platform Sociaal Domein aan de verdere versterking van de samenwerking. Er wordt ingezet op het versterken van samenwerkingsverbanden, een geactualiseerde (landelijke) werkwijze waarbij gegevensdeling en privacyaspecten worden meegenomen, en een divers aantal praktische zaken zoals het beter beschikbaar maken van contactgegevens van betrokken functionarissen en de verdere verbetering van informatie-uitwisseling tussen de samenwerkende organisaties. Verder organiseert mijn ministerie eind 2026 een landelijke bijeenkomst voor ketenpartners waarbij het belang van een goede samenwerking tussen de betrokken organisaties centraal zal staan.
In 2025–2026 heeft een kwalitatieve en kwantitatieve werklastmeting van de casemanager plaatsgevonden door een onafhankelijk adviesbureau.3 De werklastmeting moet antwoord geven op de vraag in hoeverre de verhouding tussen het aantal justitiabelen (dossiers) en het aantal fte casemanagers realistisch en werkbaar is. Het definitieve rapport wordt dit najaar verwacht. Nadat deze is opgeleverd zal DJI bezien hoe om te gaan met de uitkomsten en dit bezien in samenhang met de maatregelen uit het actieplan «Ruimte voor recht: meerjarig actieplan gevangeniswezen».
Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en DJI starten deze zomer een pilot van zes maanden om de Wajong-uitkering voor ex-gedetineerden sneller te laten herleven. Deze pilot zal bij circa 5 inrichtingen plaatsvinden.
UWV signaleert dat Wajong-gerechtigden in de jaren 2014–2024 relatief vaak voorkomen onder uitkeringen die zijn beëindigd wegens detentie: 51% betrof Wajong. Bij detentie langer dan een maand wordt de Wajong-uitkering stopgezet. Na invrijheidsstelling kan herleving op eigen initiatief worden aangevraagd. In de praktijk zit er vaak aanzienlijke tijd tussen invrijheidsstelling en aanvraag. Dit inkomensgat vergroot het risico op recidive. Schulden en een gebrek aan financiële stabiliteit zorgen immers voor een toename van de kans dat ex-gedetineerden opnieuw de fout in gaan. In de pilot wordt de herleving al tijdens detentie aangevraagd, waarbij UWV de opgegeven einddatum controleert bij DJI om eventueel misbruik te voorkomen. Zo wordt de periode tussen invrijheidsstelling en eerste betaling verkort, in de pilot wordt gestreefd naar een periode van 72 uur. De Kamer wordt na afloop van de uitvoering van de pilot geïnformeerd over de resultaten en eventuele verdere opvolging.
Naar aanleiding van een toezegging gedaan door mijn voorganger tijdens het debat over het Gevangeniswezen op 24 september 2025 en de aangenomen motie van 2 april jl. van lid Abdi (PRO) informeer ik u hierbij over hoe de aanbevelingen inzake de sociale veiligheid in vrouweninrichtingen worden uitgevoerd. Hiermee doe ik de toezegging en motie af. Daarna ga ik in op de herbezinning op vrouwendetentie en medische zorg in detentie.
Onderzoeken sociale veiligheid in vrouweninrichtingen afgelopen jaren
De afgelopen jaren zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd naar grensoverschrijdend gedrag en sociale veiligheid binnen het gevangeniswezen. Specifiek gericht op de vrouweninrichting deed de Inspectie Justitie en Veiligheid in 2023 onderzoek naar niet-integer gedrag, waaronder seksueel grensoverschrijdend gedrag, in PI Nieuwersluis. Daarnaast hebben de regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag (RCGOG), de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) en de Universiteit Leiden onderzoek verricht naar deze thema’s. In diverse Kamerbrieven is uw Kamer over deze onderzoeken en de opvolging hiervan geïnformeerd. Hieronder ga ik in op een aantal openstaande punten en/of vervolgacties.
Voortgang maatregelen
– Advies van de inspectie van JenV en RCGOG over het inrichten van een meldpunt waar vrouwelijke gedetineerden een melding kunnen doen zonder medeweten van afdelingspersoneel: in augustus 2025 is door DJI een audit uitgevoerd naar het aanstellen van een functionaris – de portefeuillehouder sociale veiligheid- in de inrichtingen. Uit de audit bleek dat deze rol in alle vrouweninrichtingen is ingevuld en dat de benaderbaarheid en meldingsbereidheid als positief werden beoordeeld: justitiabelen gaven middels interviews aan dat zij deze functionaris weten te vinden, dat deze zichtbaar en benaderbaar is en dat zij zich veilig voelen om meldingen te doen. Eind 2026 volgt een vervolgaudit die nader ingaat op de werking van de portefeuillehouder sociale veiligheid – ook in relatie tot ingerichte alternatieven zoals een vertrouwenspersoon. De resultaten van de vervolgaudit worden verwacht in de eerste helft van 2027. Uw Kamer wordt daar over geïnformeerd.
– Aanbevelingen inzake Bureau Integriteit (BI) van DJI: er waren nog twee openstaande punten naar aanleiding van het advies van de RCGOG. Dit betrof de aanbeveling om te overwegen dat gedetineerden ook direct melding kunnen doen bij BI en om BI de bevoegdheid te geven om zonder opdracht van een diensthoofd onderzoek te kunnen doen. Na een interne verkenning heeft DJI besloten deze aanbevelingen niet over te nemen. Op dit moment kunnen leidinggevenden en medewerkers melden bij BI. Naar aanleiding van het advies van de RCGOG is het reeds aanvullend mogelijk gemaakt dat de Commissie van Toezicht (CvT’s) kunnen melden bij BI. Gedetineerden en advocaten kunnen eventuele meldingen bij de CvT doen. Daarmee staat er altijd een gepaste meldroute open. Indien BI een melding onderzoek waardig vindt, maar het diensthoofd geen opdracht wil geven, dan kan geëscaleerd worden naar de dienstleiding of de directeur-generaal DJI. Het zou daarom beperkte toegevoegde waarde hebben om te regelen dat BI onderzoek kan doen zonder een opdracht. Bovendien zou dat grote gevolgen hebben voor de inrichting van het BI.
Herbezinning vrouwendetentie
Mede naar aanleiding van hierboven genoemde onderzoeken is eerder aan uw Kamer gemeld dat er een fundamentele herbezinning nodig is op vrouwendetentie omdat detentie voor vrouwen te zeer een afgeleide is van detentie voor mannen en daarmee onvoldoende recht doet aan de specifieke kenmerken en behoeften van vrouwelijke gedetineerden4.
DJI heeft in het afgelopen jaar twee symposia georganiseerd met een grote groep interne en externe deskundigen, ketenpartners en ervaringsdeskundige vrouwen. De opbrengst hiervan wordt meegenomen in de ontwikkeling van een handreiking voor vrouwen in detentie. De handreiking biedt handvatten, tools en aanbevelingen aan medewerkers en inrichtingen om gendersensitief te werken. Met de handreiking wordt ook invulling gegeven aan de aanbevelingen van de RCGOG die zien op de omgangscultuur en de balans tussen professionele afstand en nabijheid binnen de vrouwendetentie. Het streven is om de handreiking in de tweede helft van 2026 gereed te hebben. Op de lange termijn kan de herbezinning leiden tot een wijziging van het detentieconcept voor gedetineerde vrouwen.
Het onderzoek van Universiteit Leiden heeft aangetoond dat in een gesloten gesprekscultuur ook (seksueel) grensoverschrijdend gedrag niet goed herkend wordt of bespreekbaar is. Deze bevinding werd ook herkend door behandelaren in de Penitentiair Psychiatrische Centra (PPC). Naar aanleiding van de aanbeveling van Universiteit Leiden om (praten over) seksualiteit in detentie te normaliseren, voert DJI op een aantal vrouwen- en PPC-afdelingen een pilot uit in het kader van seksuele gezondheid. De pilot is bedoeld om seksuele gezondheid en een open gesprekscultuur te bevorderen. Onderdeel van de pilot is het toestaan van een beperkte selectie aan hulpmiddelen binnen de veiligheids- en hygiënekaders.
Medische zorg
In de vorige voortgangsbrief is uitgebreid ingegaan op het misstandenboek van Bureau Clara Wichmann5. In navolging daarvan is inmiddels het Vademecum6 aangepast op twee punten: 1) kosten van onderzoek en vervoer voor een second opinion kunnen voor rekening van DJI komen en 2) de kosten- en doelmatigheidsaspecten van zorg zijn verduidelijkt. Daarmee zijn twee belangrijke verbeteringen door DJI doorgevoerd er staan geen toegezegde actiepunten meer open.
Naar aanleiding van het RSJ-advies «Uitvoerbaar en effectief stemrecht voor ingesloten justitiabelen» van 19 september 2025 heeft DJI, in samenspraak met het Ministerie van Binnenlandse Zaken, enkele verbeteringen aangekondigd.7 Sindsdien is het voorlichtingsmateriaal voor gedetineerden over de volmacht procedure in eenvoudiger, toegankelijker taal geschreven en is ervoor gezorgd dat het materiaal in het Nederlands, Engels en Papiaments beschikbaar is. Tevens is ervoor gezorgd dat de landelijke online stemwijzers beschikbaar zijn voor justitiabelen die toegang hebben tot het internet en heeft het personeel een actievere rol gekregen bij het informeren van justitiabelen over het stemproces en de volmacht procedure.
Zoals aangegeven in de beleidsreactie zou DJI in één PI bezien of tijdens de Tweede Kamerverkiezing van oktober 2025, op een voldoende veilige manier een stembureau ingericht kon worden dat voldeed aan de vereisten van de Kieswet. In samenspraak met de betreffende gemeente is een stembureau ingericht op een openbaar toegankelijke locatie op het terrein van PI Ter Peel, in het Bajescafé. De opkomst bestond uit 24 gedetineerden. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 is wederom bij PI Ter Peel en ook in het vergadercentrum bij de PI Nieuwersluis een openbaar toegankelijk stembureau ingericht. De verkiezingen zijn zonder incidenten verlopen. In Ter Peel hebben 10 gedetineerden een stem uitgebracht, in Nieuwersluis heeft geen enkele gedetineerde ter plaatse gestemd. In PI Ter Peel en Nieuwersluis leent de gebouwelijke situatie en de aard van de doelgroep (relatief licht beveiligd) zich, nu en in de toekomst, voor het op een veilige manier inrichten van een openbaar toegankelijk stemlokaal. De kans dat ook andere locaties geschikt zijn voor een openbaar toegankelijk stembureau is niet groot. Om die reden, en met het oog op het geringe aantal justitiabelen dat een stem heeft uitgebracht in het stemlokaal in verhouding tot de door DJI te verrichten inspanningen, is het verder onderzoeken van een uitbreiding van het aantal DJI-locaties waar gestemd kan worden niet opportuun.
Voor de justitiabelen blijft de volmacht procedure dan ook de geijkte route om te kunnen stemmen. DJI heeft een aantal maatregelen getroffen om dit beter te faciliteren. Het personeel is door middel van het beschikbare voorlichtingsmateriaal goed geïnformeerd en toegerust om eventuele vragen van gedetineerden over het stemproces en de volmacht procedure te beantwoorden. Hier is evenwel weinig gebruik van gemaakt tijdens de laatste twee verkiezingen. Uit een uitvraag bij een aantal Penitentiaire Inrichtingen en Forensisch Psychiatrische Centra is gebleken dat de verkiezingen niet erg leefden bij justitiabelen. De Re-integratiecentra (RIC’s), waar de landelijke stemwijzers konden worden geraadpleegd, zijn niet of nauwelijks met dit doel bezocht. Exacte cijfers zijn niet beschikbaar, maar op basis van ervaringen vanuit de inrichtingen bestaat de indruk dat slechts weinigen via volmacht hun stem hebben uitgebracht. De eerdergenoemde verbeteringen ten aanzien van informatie over het stemproces en de volmacht procedure, waaronder de mogelijkheid tot het gebruik van online stemwijzers, blijven uiteraard wel gehandhaafd voor volgende verkiezingen.
De Orthodox Zendende Instantie (OZI) heeft in 2019 het verzoek gedaan om erkend te worden als Zendende Instantie (ZI) bij DJI. Naar aanleiding van een eerder onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) is in 2023 eerst een voorlopige erkenningsovereenkomst overeengekomen voor een periode van drie jaar8. Onderdeel van deze overeenkomst was dat na deze periode zou worden getoetst of de OZI aan alle criteria van een zendende instantie voldoet en of er kon worden overgegaan tot een definitieve erkenning. Deze toetsing is uitgevoerd door de Universiteit voor Humanistiek (UvH), die de evaluatie in mei dit jaar heeft afgerond. Voor de beoordeling van de OZI als ZI heeft de UvH vier criteria gehanteerd, die ook zijn gebruikt bij eerdere aanvragen van een ZI9:
1. Representativiteit van de OZI;
2. Kwantiteit en kwaliteit van het aanbod geestelijke verzorging;
3. Functioneren van de OZI als zendende instantie binnen DGV;
4. Beschikbaarheid en inbedding van een universitaire opleiding.
De UvH concludeert dat de OZI op alle vier de beoordelingscriteria in voldoende mate voldoet aan de gestelde criteria. De aandachtspunten die in het rapport uit 2021 werden benoemd, met name rond het opleidingsniveau van geestelijk verzorgers en de prille bestuurlijke samenwerking, zijn volgens de onderzoekers in de tussenliggende periode «in overwegende mate geadresseerd»10. De UvH adviseert om de voorlopige erkenning van de OZI als zendende instantie bij DJI om te zetten in een erkenning voor onbepaalde tijd. Op basis van het onderzoek van de UvH heb ik besloten om de OZI definitief te erkennen als zendende instantie. In bijlage 1 is het volledige rapport te vinden.
De Voorkeurspeiling is een peiling onder gedetineerden waarbij gevraagd wordt welke vorm van geestelijke verzorging hun voorkeur heeft. De uitslag wordt gebruikt om de voorkeur voor geestelijke verzorging in beeld te brengen en betreft geen categorisering tot welke religie of levensbeschouwing men zich rekent.
De peiling is uitgevoerd door Ipsos I&O. De onderzoekers hebben 80% van alle ingeslotenen kunnen benaderen en 95% hiervan heeft deelgenomen aan de voorkeurspeiling. Hieronder volgen de resultaten:
Resultaten 2026 ten opzichte van de voorkeurspeiling 2017
|
Voorkeur denominatie |
Voorkeurspeiling 2017 |
Voorkeurspeiling 2026 |
|---|---|---|
|
Pastor (rooms-katholiek) |
20,77% |
15,87% |
|
Dominee of pastor (protestants-christelijk) |
12,21% |
13,76% |
|
Rabbijn (joods) |
1,86% |
0,98% |
|
Humanist (humanistisch) |
10,04% |
6,98% |
|
Imam (islamitisch) |
29,00% |
31,87% |
|
Pandit (hindoe) |
1,50% |
1,86% |
|
Boeddhist (boeddhistisch) |
1,81% |
2,33% |
|
Priester (orthodox christen) |
2,79% |
3,17% |
|
Anders |
2,34% |
1,52% |
|
Ik wil geen geestelijke verzorging |
17,68% |
21,67% |
De voorkeurspeiling is richtinggevend bij het verdelen van de totale formatie van geestelijk verzorgers. Op die manier wordt het recht van gedetineerden op de geestelijke verzorging die hun voorkeur geniet, geborgd. DJI zal de komende maanden de nieuwe verdeling effectueren.
Op 27 september 2023 heeft de toenmalige Minister voor Rechtsbescherming uw Kamer geïnformeerd over het besluit om het Nationaal Preventie Mechanisme (hierna NPM) opnieuw in te richten.11 De taak van een NPM is het bezoeken van plaatsen van vrijheidsbeneming12 om foltering en mensonwaardige behandeling te voorkomen, door onder meer monitoring, het doen van aanbevelingen aan autoriteiten en het adviseren over wet- en beleidsvoorstellen. De NPM-taak wordt sinds april 2024 uitgevoerd door het College voor de Rechten van de Mens (hierna CRM). Bij het besluit tot de herinrichting van het NPM is besloten te wachten met de uitrol van het NPM naar Caribisch Nederland tot de herinrichting afgerond was. De herinrichting is afgerond en het CRM voert de NPM-taak nu ruim twee jaar uit. Er is daarom een impactanalyse uitgevoerd hoe het NPM uitgebreid kan worden naar Caribisch Nederland. Bij de analyse is gekeken naar de uitvoeringsimpact voor het CRM en de ontvangende partijen in Caribisch Nederland. Op basis van de impactanalyse zijn gesprekken gevoerd met de belangrijkste stakeholders in Caribisch Nederland, waaronder de Dienst Justitiële Inrichtingen, de Rijksdienst en de Raad voor de Rechtshandhaving. Ik heb naar aanleiding hiervan besloten het CRM te verzoeken de NPM-taak uit te bereiden naar Caribisch Nederland. Het streven is dat het CRM in de loop van 2027 start met de uitvoering van de NPM-taak op de BES. Ik bereid samen met de Minister van BZK een wetsvoorstel voor om de NPM-taak te verankeren in de Wet College voor de Rechten van de Mens. Dit besluit zal in het wetsvoorstel worden meegenomen.
De motie van het lid Van Hijum c.s. verzoekt de regering ervoor te zorgen dat bij relschoppers die zich tegen hulpverleners, journalisten en andere gezag dragende personen of organisaties keren tijdens hun detentie wordt gewerkt aan het bijbrengen van respect voor gezag13. Naar aanleiding van deze motie is onderzocht of en welke (gedragsprogramma)»s er al zijn. Hieruit is gebleken dat er al verschillende (gedrags)programma’s zijn.
In algemene zin kunnen tijdens detentie door DJI verschillende trainingen aangeboden worden die zich richten op het gedrag van gedetineerden en normen, waarden en respect voor anderen. Welke interventies nodig zijn en tijdens detentie worden ingezet, is onderdeel van een op maat toegesneden persoonsgerichte aanpak. Voorbeelden van trainingen die in detentie worden gegeven zijn: de agressieregulatie-training waarbij het gedrag van gedetineerden centraal staat en de landelijke re-integratie training «Aan de bak» met daarin aandacht voor de keuzes die iemand heeft gemaakt. Ook kan het respect voor gezag terugkomen in (individuele) gesprekken met bijvoorbeeld de trainer of de geestelijk verzorger.
Als er wordt gekeken naar de mogelijkheden van (gedrags)programma’s buiten detentie, biedt de huidige wetgeving verschillende mogelijkheden voor het opleggen van educatieve maatregelen en gedragsinterventies. In het kader van een voorwaardelijk strafdeel kan de rechter bij oplegging van bijzondere voorwaarden de individuele persoonlijke omstandigheden van de verdachte meenemen en in dat kader een gedragsinterventie opleggen. De officier van justitie kan dit doen als gedragsaanwijzing binnen een OM-strafbeschikking. De reclassering kan de rechter of de officier van justitie adviseren over wat nodig en mogelijk is. Een gedragsinterventie is een cursus of training gericht op het verbeteren van bijvoorbeeld sociale en cognitieve vaardigheden, agressieregulatie, alcohol- en drugsgebruik of arbeidsvaardigheden van de veroordeelde. Voorbeelden hiervan die worden gegeven door de reclassering zijn de CoVa(-Plus); een sociale probleemoplossingstraining met aandacht voor zelfbeheersing, geïntegreerd met een oplossingsgerichte aanpak. De training Alcohol en Geweld, met als belangrijkste doel om herhaling te voorkomen van strafbare feiten met geweld waarbij alcohol een rol speelde. En de i-Respect(-Plus), waarbij wordt geleerd om woede en agressie te beheersen. Deze cursussen vinden zowel tijdens als buiten detentie plaats.
Er zijn dus verschillende bestaande mogelijkheden om te werken aan het bijbrengen van gezag. Ik doe de motie hiermee gestand.
De motie van het lid Dobbe (SP) verzoekt de regering om te zorgen voor meer maatwerk in bezoekuren voor bezoek van schoolgaande kinderen aan gedetineerde ouders14, zodat schoolgaande kinderen hun ouders kunnen bezoeken. Hierover ben ik in gesprek gegaan met DJI.
Kinderen kunnen tijdens reguliere bezoekuren bij hun ouder op bezoek komen. Incidenteel kan dit plaatsvinden in de familiekamer. Voor schoolgaande kinderen kan het echter een uitdaging zijn om tijdens de ingeroosterde bezoekuren op bezoek te komen, omdat de bezoekuren op vaste momenten doordeweeks en overdag plaatsvinden. Het is echter niet mogelijk om voor elke situatie een apart bezoekmoment te faciliteren. DJI heeft verkend of andere bezoekmomenten, zoals in de avond of het weekend, mogelijk zijn. Vanwege diverse factoren, waaronder personele capaciteit en de samenstelling van het dagprogramma, is dit niet uitvoerbaar. Daarbij geldt dat als het kinderen niet lukt om fysiek op bezoek te komen, beeldbellen soms een goed alternatief is. Alhoewel dit ook tijdens de reguliere bezoekuren plaatsvindt, scheelt dit reistijd.
Om invulling te geven aan de motie gaat DJI zich er voor inzetten om samen met gedetineerden naar andere werkbare oplossingen te zoeken. Zo kan worden bekeken of het mogelijk is dat de gedetineerde intern wordt overgeplaatst naar een afdeling met een meer passende bezoektijd of dat kan worden aangeschoven bij het bezoekmoment van een andere afdeling, waar het bezoekmoment geschikter is voor het betreffende kind. Dit betreft maatwerk en door capacitaire (on)mogelijkheden kan niet in iedere inrichting op elk moment van de standaardbezoektijden worden afgeweken.
Naast de bezoekuren zijn er ook andere mogelijkheden voor contact tussen ouder en kind, zoals de zogeheten Herfst- en/of Lentekampen die in samenwerking met stichting Exodus worden georganiseerd. Tijdens deze dagen kunnen ouders en kinderen tijd met elkaar doorbrengen en activiteiten ondernemen. Ook organiseren inrichtingen meerdere keren per jaar een ouder-kind dag.
Conform de motie van uw Kamer blijf ik mij samen met DJI inzetten voor de belangen van (schoolgaande) kinderen en het contact met een gedetineerde ouder en voor maatwerk waar dit mogelijk is. Ik beschouw de motie hiermee als afgedaan.
Ik vind het goed om te zien dat er het afgelopen jaar op deze thema’s stappen zijn gezet. En ik blijf mij hier, naast alle inspanningen voor het Actieplan «Ruimte voor recht: meerjarig actieplan gevangeniswezen», ook de komende periode met volle kracht op inzetten.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen
Inspectie JenV, TK-bijlage 1: Rapport Samen werken aan een nieuwe start, rapport, 26 juni 2023. Beschikbaar via: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/06/26/tk-bijlage-1-rapport-samen-werken-aan-een-nieuwe-start
WODC en Universiteit Leiden, Van bajes naar buiten, rapport, 20 juni 2024. Beschikbaar via: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/06/20/tk-bijlage-1-eindrapportage-vanbajesnaarbuitenulwodc2024
Vademecum: In dit document staat beschreven welke (para)medische en mondzorg verstrekkingen geboden worden tijdens detentie.
Vrije Universiteit Amsterdam, Advies Geestelijke Verzorging Justitiële Inrichtingen 2021, (oktober 2021).
Zoals bijvoorbeeld bij de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) en Hindoe Raad Nederland (HRN).
Vrije Universiteit Amsterdam, Advies Geestelijke Verzorging Justitiële Inrichtingen 2021, (oktober 2021).
Vrijheidsontneming betreft «elke vorm van detentie of gevangenschap of het plaatsen van een persoon in een publieke of private inrichting die deze persoon niet naar believen kan verlaten op last van een gerechtelijke, bestuursrechtelijke of andere autoriteit.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24587-1136.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.