Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 juni 2026
Hierbij informeren wij uw Kamer over een precisering van het kabinetsstandpunt rond
de deelname van Russische en Belarussische atleten en sportteams aan sportevenementen
in Nederland.
Door de Russische agressie in Oekraïne, mede gefaciliteerd door Belarus – en doordat
Rusland sport inzet voor politieke doeleinden – heeft het kabinet in 2022 en 2023
(samen met meer dan dertig andere landen) vier statements1,
2,
3,
4 ondertekend, waarin wordt gepleit tegen de deelname van Russische en Belarussische
sporters aan internationale wedstrijden. Daarnaast is in februari 2023 uw Kamer geïnformeerd
over het standpunt dat Russische en Belarussische sporters niet welkom zijn op internationale
sportevenementen.5
Het kabinet heeft recent besloten een precisering aan te brengen in het eerdere kabinetsstandpunt.
Deze precisering komt voort uit recente ontwikkelingen waarin meerdere internationale
sportfederaties de schorsing opheffen van Rusland en/of Belarus. Door het opheffen
van deze schorsing bieden zij atleten en sportteams uit beide landen weer de mogelijkheid
volledig – onder eigen vlag en nationale symbolen – deel te nemen aan internationale
sportevenementen, ook in Nederland.
Het kabinet acht deelname aan sportevenementen in Nederland van Russische en Belarussische
atleten en sportteams onder eigen vlag en nationale symbolen onwenselijk en zal binnen
de beschikbare mogelijkheden al het mogelijke doen om deelname te voorkomen; dat geldt
voor nationale sporters, landenteams en clubteams uit beide landen.
Individuele Russische en Belarussische atleten en sportteams, die deelnemen aan sportevenementen
in Nederland onder neutrale vlag en zonder vertoon van nationale symbolen, kunnen
deelnemen.
Tegelijkertijd erkent het kabinet dat internationale sportbonden autonoom zijn in
de keuze om Russische en Belarussische sporters uit te nodigen voor internationale
sportevenementen, ook voor evenementen in Nederland. De Minister van Langdurige Zorg,
Jeugd en Sport zal daarom nadrukkelijk in overleg gaan met de nationale sportbonden
om het kabinetsstandpunt en de praktische implicaties daarvan onder de aandacht te
brengen. Ook zal zij dit standpunt Europees agenderen bij haar collega-sportministers,
met als doel om tot een gezamenlijke Europese lijn te komen.
Uw Kamer is daarnaast in de brief van 27 februari jl. geïnformeerd over vertegenwoordigers
van de Nederlandse regering die geen bijeenkomsten bijwonen tijdens de Paralympische
Spelen waar de Russische of Belarussische vlag zichtbaar is of waar het volkslied
van één van beide landen klinkt.6 Het kabinet heeft eveneens besloten niet aanwezig te zijn bij sportevenementen in
Nederland waar Russische of Belarussische vlaggen of andere nationale symbolen worden
getoond.
Met deze besluiten geeft het kabinet nogmaals een duidelijk signaal af van morele
en politieke steun aan Oekraïne.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen