36 600 XX Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2025

U BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juli 2026

Hierbij stuur ik uw Kamer een afschrift van mijn brief van 2 juli aan de Tweede Kamer over Stabiele financiering IND en verdere duiding onderzoeken.

De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juli 2026

Met deze brief informeer ik uw Kamer, zoals ik heb toegezegd, over de stabiele financiering van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) en de verdere duiding van de onderzoeken van PwC. Hiermee kom ik tegemoet aan een tweetal moties1 uit de Eerste Kamer en een eerdere toezegging2 aan de Tweede Kamer.

Aanleiding

Al vanaf 2019 is er gevraagd om te komen tot een meerjarige stabiele financiering voor de uitvoerende diensten in de asielketen. Dit kabinet heeft deze financiering geregeld. Met de verwerking van de voorjaarsnota in de departementale begrotingen is tot en met 2035 stabiele financiering voor de IND geborgd. Een stabiele financiële reeks is in de volatiele wereld van het asieldomein niet altijd afdoende. Zowel de IND als het departement hebben in de afgelopen jaren knelpunten in de bekostiging van de IND ervaren. Ook de Algemene Rekenkamer heeft in 2022 aangegeven dat de financiering van de agentschappen, waaronder de IND, teveel fluctueert. Er zijn al meerdere onderzoeken uitgevoerd naar de relatie tussen productie en financiering bij de IND, evenals de knelpunten in de bestuurlijke driehoek. De IND heeft in juni 2024 aan PwC gevraagd om een onderzoek uit te voeren naar de huidige bekostigingssystematiek en advies te geven over een alternatieve bekostigingssystematiek die beter aansluit bij de dynamiek in de asielketen. PwC heeft hiertoe een tweetal rapportages opgeleverd die als bijlage bij deze brief zijn opgenomen.

Toekomstbestendige bekostigingssystematiek

Fluctuaties in de instroom, mede veroorzaakt door externe (geopolitieke) ontwikkelingen, hebben de IND de afgelopen jaren voor knelpunten gesteld in de financiering en de sturing en als gevolg daarvan ook in de uitvoering en organisatie van het werk. Hierbij is het doel geweest om een stabiele kern voor de IND te identificeren en de daarbij mogelijke op- en afschaling in één jaar aan te geven. PwC heeft daar ook advies bij uitgebracht om de financieringssystematiek anders te regelen. De voorgestelde systematiek behelst dat er financiering komt voor een «standaard gereedstelling» langs drie kostprijsproducten, te weten; Asiel, Regulier en Naturalisatie. Bij hoge instroom of andere bijzonderheden is ruimte voor maatwerkafspraken. Hierbij kan worden gedacht aan het projectmatig op te pakken werk.

Om meer rust te creëren, is de systematiek dat twee jaar voorafgaand aan het uitvoeringsjaar een gesprek plaatsvindt tussen het departement en de IND over het aantal aanvragen binnen de categorieën asiel, naturalisatie en regulier waar de IND zich voor in moet richten. Daarbij is ook gekeken naar wat een realistische groei en krimp in productiecapaciteit kan zijn, namelijk maximaal +9% of -9% van de basisinstroom per jaar. Het politieke primaat en het budgetrecht van uw Kamer blijven bij deze systematiek gewoon bestaan. Deze meerjarige systematiek past thans binnen de budgettaire kaders zoals voorgesteld in de voorjaarsnota van 2026. De systematiek wordt in de ontwerpbegroting 2027 nader toegelicht welke op Prinsjesdag aan uw Kamer wordt verzonden. Vanaf het jaar 2027 zal dit dan ook de geldende financieringssystematiek van de IND zijn.

Openstaande asielaanvragen

In de onderzoeken van PwC zijn verschillende scenario’s uitgewerkt om inzichtelijk te maken hoe de financiering van de IND vormgegeven kan worden waarbij het wegwerken van de openstaande aanvragen een onderdeel was. In deze scenario’s was het uitgangspunt dat de openstaande aanvragen binnen de bestaande werkprocessen behandeld worden, zonder rekening te houden met toekomstige wetgeving en andere maatregelen. Binnen dat gelimiteerde kader formuleerde PwC een midden-scenario3 voor het behandelen van de op dat moment openstaande asielaanvragen met een looptijd van 11,9 jaar. In dit scenario is dus geen rekening gehouden met ontwikkelingen als het Europese Migratiepact, de nieuwe asielprocedure en andere maatregelen bij de IND om efficiënter te gaan werken. Een te lange doorlooptijd van asielaanvragen is echter hoe dan ook onwenselijk. Ik heb de IND dan ook gevraagd om te komen tot een plan van aanpak voor het wegwerken van de openstaande aanvragen en het verkorten van de doorlooptijd. Hierover heb ik uw Kamer vrijdag 5 juni jl. geïnformeerd.

De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink


X Noot
1

Kamerstukken I, 2024/25, 36 600 XX, L (Huizinga-Heringa, J.C. (CU))

Kamerstukken I, 2024/25, 36 600 XX, J (Dittrich D66)

X Noot
2

Kamerstukken II, 2024/25 36 600 XX, nr.5

X Noot
3

Tweede PwC rapport, bladzijde 18.

Naar boven