Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36945 nr. 29 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36945 nr. 29 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juli 2026
Naar aanleiding van de behandeling van de verantwoordingsstukken van de Ministers over het jaar 2025 brengt de commissie voor de Rijksuitgaven hierbij advies uit aan de Kamer over de dechargeverlening voor het door de Ministers gevoerde financiële beheer in 2025. Met het verlenen van decharge worden Ministers ontheven van hun verantwoordelijkheid voor het gevoerde financieel beheer in 2025 waarover zij zich in de jaarverslagen hebben verantwoord. Met het oog op de begrotingsbehandeling van 2027 informeert de commissie de Kamer hierbij ook meer algemeen over de behandeling van de verantwoordingsstukken.
Behandeling van de jaarverslagen in de commissies
De behandeling van de jaarverslagen in de commissies heeft op verschillende manieren plaatsgevonden. Commissies en rapporteurs hebben daarbij gebruik kunnen maken van de inzichten van de Algemene Rekenkamer uit het Verantwoordingsonderzoek 2025, de technische briefings van de Algemene Rekenkamer over dat onderzoek en de technische briefing van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals.
Dit jaar besloten tien vaste Kamercommissies om rapporteurs te benoemen.1 Op 28 mei 2026 heeft de commissie voor de Rijksuitgaven een bijeenkomst van het Auditcomité georganiseerd ter ondersteuning van de rapporteurs over de verantwoordingsstukken. Namens de commissies hebben de rapporteurs in de drie wetgevingsoverleggen2, vier schriftelijke overleggen3 en drie brieven4 hun bevindingen gedeeld met de betrokken bewindslieden. De commissie voor Justitie en Veiligheid had dit jaar geen rapporteurs maar heeft de jaarverantwoording wel in een wetgevingsoverleg behandeld.5 Na de aanbieding van de resultaten van het verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer heeft de commissie voor Defensie ook besloten de jaarverantwoording in een wetgevingsoverleg te behandelen.
De Kamer heeft de antwoorden op de vragen van de meeste schriftelijke overleggen ontvangen6 en de commissiebrieven zijn beantwoord. Er is nog geen verslag van het schriftelijk overleg over het jaarverslag van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Minister van OCW heeft aangegeven de beantwoording van de vragen van het schriftelijk overleg voor de start van het nieuwe parlementaire jaar aan de Kamer te doen toekomen (36 800 VIII-177).
Dechargeverlening voor het gevoerde financieel beheer in 2025
Het sluitstuk van de begrotingscyclus is de goedkeuring van de slotwetten en de dechargeverlening aan de Ministers voor het gevoerde financieel beheer. Kamerleden kunnen voor hun oordeel over de dechargeverlening steunen op het oordeel van de Algemene Rekenkamer over het financieel beheer in de verantwoordingsonderzoeken, en daarbij hun eigen weging maken over de aard en ernst van de door de Algemene Rekenkamer gesignaleerde tekortkomingen en de reacties van de Ministers daarop. De Algemene Rekenkamer heeft goedkeuring aan de rijksrekening gegeven, maar wel met een kanttekening. Dat komt vooral door omvangrijke fouten en onzekerheden bij Defensie en Wajong-uitkeringen en door onzekerheid over de volledigheid van belastinginkomsten.
Zoals in voorgaande jaren hebben meerdere commissies ook dit jaar op advies van de commissie voor de Rijksuitgaven bij de behandeling van de jaarverslagen aandacht besteed aan het gevoerde financieel beheer.7 De Kamer heeft ook enkele moties aangenomen over dat beheer. De Kamer heeft de Minister van Financiën en de Minister van Defensie gevraagd voor de zomer met een verbeterplan voor het Ministerie van Defensie te komen waarin opvolging wordt gegeven aan alle aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer en – specifiek – de eindverantwoordelijkheid voor de beheersing van fraude- en corruptierisico’s te beleggen bij een onafhankelijke functionaris.8 De Kamer heeft het kabinet ook om een plan van aanpak gevraagd om het nalevingstekort bij belastingaangiften te verkleinen.9 De Kamer heeft daarnaast net als vorig jaar en mede naar aanleiding van het verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer de Minister van Justitie en Veiligheid met verschillende moties opgeroepen het functioneren van de strafrechtketen te verbeteren en de Kamer daarover te informeren.10 De Kamer heeft de Minister ook gevraagd om een rijksbrede monitoringssystematiek voor de Nationale Veiligheid Strategie.11
De commissie voor de Rijksuitgaven heeft geconstateerd dat bij de behandeling van geen enkel jaarverslag de dechargeverlening zodanig ter discussie is gesteld dat de dechargeverlening zou moeten worden opgeschort, dan wel dat het verlenen van decharge zou moeten worden onthouden. De behandeling van het jaarverslag van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is echter nog niet afgerond. Om die reden adviseert de commissie voor de Rijksuitgaven het besluit over dechargeverlening van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit te stellen tot na afronding van de behandeling van het jaarverslag van het ministerie.
Aandachtspunten voor de begroting 2027
Hoofddoelen en hoofdresultaten
De Kamer heeft bij de behandeling van de verantwoording over 2024 in juni vorig jaar een motie aangenomen over concrete en meetbare hoofddoelen en hoofdresultaten van beleid.12 Naar aanleiding van de publicatie van het dashboard Doelen en Resultaten van de Algemene Rekenkamer heeft de commissie voor de Rijksuitgaven de Minister van Financiën in maart 2026 ook verzocht om aan te geven hoe bepaalde doelen nader kunnen worden geconcretiseerd en aangescherpt en in de Miljoenennota 2027 een zo integraal mogelijk beeld te geven van de voortgang op hoofddoelen en bredere welvaartsontwikkelingen, en hoe de begroting daaraan bijdraagt.13
De uitwerking van dit alles vereist ook de komende begrotingsbehandeling aandacht van de Kamer. In haar Verantwoordingsonderzoek constateert de Algemene Rekenkamer dit jaar dat veel doelen die de rijksoverheid voor de korte termijn had gesteld, in 2025 niet zijn gehaald en dat veel langetermijndoelen uit zicht zijn. Tegen die achtergrond heeft de Kamer na het Verantwoordingsdebat in juni het kabinet ook verzocht om expliciet aan te geven welke beleidsdoelen worden geprioriteerd en welke doelen worden gematigd, hervormd of geschrapt.14 Daarnaast hebben meerdere commissies en rapporteurs bij de behandeling van de jaarverslagen ook gevraagd om betere informatie in de begroting en verantwoording, met toetsbare (tussen)doelen en een betere koppeling tussen doelen, ingezette middelen en resultaten. Het kabinet heeft aangekondigd om vanaf de ontwerpbegroting 2027 de hoofddoelen een vaste plaats in de begrotingsstukken te geven en in de beleidsagenda doelen op te nemen die volgen uit het coalitieakkoord. Datzelfde wordt op hoofdlijnen in de Miljoenennota 2027 gedaan.15 De commissie voor de Rijksuitgaven zal commissies en hun rapporteurs aanbevelen bij de behandeling van de begroting 2027 expliciet aandacht aan de uitwerking hiervan te besteden.
Evaluaties en opvolging van aanbevelingen
De commissie voor de Rijksuitgaven heeft vaste Kamercommissies dit jaar ook gevraagd bij de behandeling van de jaarverslagen aandacht te besteden aan de opvolging van aanbevelingen van periodieke rapportages en uitkomsten van beleidsevaluaties. De Kamer heeft met het oog op het versterken van het rijksbrede evaluatiestelsel en een betere aansluiting op de begrotings- en verantwoordingscyclus nu voor de tweede keer van meerdere bewindslieden brieven ontvangen over de opvolging van bevindingen en aanbevelingen van periodieke rapportages, «Opvolging in beeld». Bij de behandeling van de jaarverslagen hebben verschillende commissies hier ook aandacht aan besteed. Enkele commissies hebben op advies van de commissie voor de Rijksuitgaven ook evaluaties aangewezen die zij van bijzonder belang achten en de komende periode nauwgezet willen volgen.
De commissie voor de Rijksuitgaven vindt dat een positieve en noodzakelijke ontwikkeling. Uit het onderzoek Evaluaties evalueren dat de Algemene Rekenkamer op Verantwoordingsdag heeft gepubliceerd, blijkt onder meer dat de Tweede Kamer tot nog toe nog maar weinig gebruik maakt van de uitkomsten van evaluaties.16 De Rekenkamer wijst erop dat de Kamer met het periodieke evaluaties een waardevol instrument in handen heeft en daar meer gebruik van kan maken om het met publiek geld gevoerde beleid te controleren, waar nodig bij te sturen en tot betere resultaten te komen.
Risico’s voor maatschappelijke doelen en de overheidsfinanciën
De Kamer heeft in juli vorig jaar «Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld» aangewezen als focusonderwerp voor de verantwoording over 2025.17 De commissie voor de Rijksuitgaven heeft met waardering kennisgenomen van de wijze waarop het kabinet en de Algemene Rekenkamer de invulling van het focusonderwerp hebben opgepakt. Het kabinet heeft in alle jaarverslagen departementale risico’s in kaart gebracht en is in het Financieel Jaarverslag Rijk ingegaan op drie risico’s die het kabinet voor veel departementen relevant acht: digitale weerbaarheid, arbeidsmarktkrapte en de complexiteit van wet- en regelgeving. De Algemene Rekenkamer heeft een Hoogrisicolijst opgesteld om beter in beeld te krijgen wat de grootste risico’s voor het behalen van maatschappelijke doelen en voor de overheidsfinanciën zijn.
De commissie voor de Rijksuitgaven constateert dat meerdere commissies bij de behandeling van de jaarverslagen aandacht aan deze risico’s hebben besteed. In het Verantwoordingsdebat is de Hoogrisicolijst ook besproken in relatie met de door het kabinet ingestelde ministeriële taskforces en de wijze waarop het kabinet de Kamer over doelen, mijlpalen en voortgang kan informeren waarbij de kennis en kunde van de Algemene Rekenkamer wordt benut. De Minister-President heeft in het debat aangegeven op Prinsjesdag met een stand van zaken over de taskforces te komen18. Het kabinet heeft daarnaast aangegeven ter invulling van het verzoek van de Kamer over een risicobeheersingsplan19 en het focusonderwerp in de beleidsagenda’s van begrotingen ook aandacht te zullen besteden aan risico’s en de beheersing daarvan.20 De commissie voor de Rijksuitgaven vindt het belangrijk dat hoge risico’s een vaste plaats krijgen in de begrotingsstukken, en zal commissies en hun rapporteurs aanbevelen om bij de behandeling van de begroting voor 2027 aandacht te besteden aan de mate waarin in de ontwerpbegrotingen wordt ingegaan op die risico’s en de beheersing daarvan.
De commissie voor de Rijksuitgaven is de rapporteurs voor de verantwoording over 2025 zeer erkentelijk voor hun werkzaamheden en adviseert commissies en hun rapporteurs voor de begroting voort te bouwen op dat werk bij de behandeling van de begroting voor 2027 en eventuele concrete aanbevelingen en verzoeken die daaruit volgen. De commissie voor de Rijksuitgaven zal ook een afschrift van deze brief aan de Minister van Financiën en aan de Algemene Rekenkamer doen toekomen.
Advies voor plenaire afronding dechargeverlening
Het advies van de commissie voor de Rijksuitgaven luidt in het licht van het bovenstaande:
– het besluit over dechargeverlening over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer aan de Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit te stellen tot na de afronding van de behandeling van het jaarverslag van het Ministerie van OCW;
– dat door de Kamer aan alle overige Ministers decharge kan worden verleend, met inachtneming van de diverse toezeggingen van bewindspersonen ter verbetering van het financieel beheer.21
Afsluitend
Als de Kamer het advies van de commissie voor de Rijksuitgaven overneemt en aldus besluit, zal de Kamervoorzitter conform artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016, het besluit over dechargeverlening bekrachtigen met een aantekening in de betrokken jaarverslagen, waarna deze jaarverslagen zullen worden doorgeleid ter behandeling in de Eerste Kamer.
De voorzitter van de commissie, Sneller
De waarnemend griffier van de commissie, Weeber
BiZa: het lid Boelsma-Hoekstra (CDA); BHO: de leden Bamenga (D66) en Teunissen (PvdD); DiZa: de leden El Boujdaini (D66) en Zwinkels (CDA); EZ: de leden Kisteman (VVD) en Bühler (CDA); Financiën: de leden Oosterhuis (D66) en Bushoff (PRO); I&W: de leden De Hoop (PRO) en Schutz (VVD); OCW: de leden Moorman (PRO) en Boomsma (JA21); KGG: het lid Müller (VVD); VWS: de leden Synhaeve (D66) en Vliegenthart (PRO); Wonen: de leden Van Asten (D66) en Zalinyan (PRO).
De commissies Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (18 juni), Digitale Zaken (18 juni), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (25 juni).
De commissie Binnenlandse Zaken, de commissie voor Economische Zaken, de commissie voor Infrastructuur en Waterstaat en de commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De commissie Financiën, de commissie Klimaat en Groene Groei en de commissie Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Het wetgevingsoverleg van de commissie voor Defensie vond plaats op 10 juni. Het wetgevingsoverleg van de commissie voor Justitie en Veiligheid op 23 juni.
Dat geldt op het moment van schrijven nog niet voor het schriftelijk overleg over het jaarverslag van het Ministerie van Economische Zaken.
Brief van de commissie voor de Rijksuitgaven over behandeling jaarverantwoording over 2025, d.d. 26 maart 2026 (2026Z06350).
Motie-Faber, 36 945 VI, nr. 14, moties-Mathlouti/Straatman, 36 945 VI, nrs. 15 en 16, moties-Coenradie, 36 945 VI, nrs. 18 en 22.
Brief van de commissie voor de Rijksuitgaven over verzoeken naar aanleiding van de publicatie van het dashboard Blik op Nederland van de Algemene Rekenkamer, d.d. 13 mei 2026 (2026Z09843).
Motie-Stultiens, 36 945, nr. 8 en Motie-Hoogeveen, 36 945, nr. 17. De Kamer heeft ook de motie-Inge van Dijk/Grinwis aangenomen (36 945, nr. 20). Die zit niet op de begrotingsbehandeling, maar wel op de verantwoording en vraagt om een nadere toelichting op beleidsthema's en een bredere afvaardiging van het kabinet bij het Verantwoordingsdebat (36 945, nr. 20).
Brief van de Minister van Financiën, Reactie op verzoek commissie naar aanleiding van de publicatie van het dashboard Blik op Nederland van de Algemene Rekenkamer, d.d. 1 juni 2026 (31 865, nr. 305).
Algemene Rekenkamer (mei 2026), Rapport Evaluaties evalueren – naar betere inzichten en effectiever gebruik van periodieke rapportages (31 865, nr. 303).
Brief van de commissie voor de Rijksuitgaven over het focusonderwerp voor de verantwoording over het jaar 2025, d.d. 3 juli 2025 (31 865, nr. 284).
Zie ook kabinetsreactie op de Hoogrisicolijst van de Algemene Rekenkamer, d.d. 2 juni 2026 (36 945, nr. 7).
Lijst van vragen en antwoorden, gesteld aan de regering, over het rapport Staat van de rijksverantwoording 2025 (36 945, nr. 6).
Dit advies loopt vooruit op de afronding van de behandeling van het jaarverslag van het Ministerie van Economische Zaken en eventuele (onvoorziene) bezwaren tegen dechargeverlening die tijdens die afronding naar voren zouden kunnen komen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36945-29.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.