27 879 Versterking van de positie van de consument

29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie

L1 VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 1 juli 2026

De vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei2 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Klimaat en Groene Groei over stand van zaken energiemarkt voor consumenten. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • • De uitgaande brief van 19 mei 2026.

  • • De antwoordbrief van 1 juli 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Karthaus

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN / KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Minister van Klimaat en Groene Groei

Den Haag, 19 mei 2026

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 31 maart 2026 waarin u antwoord geeft op de eerder gestelde vragen omtrent de stand van zaken energiemarkt voor consumenten; Versterking van de positie van de consument.3 De leden van de fracties van de BBB en SP hebben naar aanleiding daarvan een aantal nadere vragen en opmerkingen. Het fractie lid van de Fractie-Walenkamp sluit zich aan bij alle gestelde vragen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

U stelt dat de stijgende netkosten nog niet zorgen voor een concurrentienadeel voor het mkb en verwijst naar een Duitse studie over nettarieven.4 Dat neemt de zorg van de leden van de BBB-fractie niet weg. Bent u bereid een dergelijke studie ook in Nederland uit te voeren? Zo ja, wilt u ons over de uitkomsten informeren? Zo nee, waarom niet?

In uw beantwoording schrijft u: «Voor micro-ondernemers is het belangrijk om de energierekening te dempen via verduurzamingsmaatregelen. Onderdeel van het Nederlandse Sociaal Klimaatplan is daarom het beschikbaar stellen van middelen aan gemeenten voor de inzet van Fixteams. Soortgelijke maatregelen, genomen door enkele decentrale overheden, hebben geleid tot een besparing van 5 à 10 procent op de energierekening van micro ondernemers.»5 In hoeverre weegt een besparing van 5 à 10 procent via een Fixteam op tegen de structurele lastenverzwaringen zoals de CO2-beprijzing (ETS2) en stijgende gas- en olieprijzen?

U adviseert huishoudens met een dynamisch contract om altijd een financiële buffer van 10% van de verwachte energierekening aan te houden.6 Hoe stelt u zich dit in de praktijk voor, met name bij de mensen die in energiearmoede leven?

Bent u bereid te onderzoeken of compensatie mogelijk is voor mensen die geen elektrische auto of thuisbatterij kunnen betalen en die nu financieel in de knel komen doordat zij hun zonnepanelen niet eenvoudig van het dak kunnen laten verwijderen en in sommige gevallen nog jarenlang maandelijks een vergoeding aan de corporatie moeten betalen?

Wat gaat u op korte termijn doen om de honderdduizenden huishoudens in energiearmoede te helpen? Is het per adres bekend of er energiearmoede is? Ziet u hierbij een rol voor de gemeenten? Zo ja, is daar overleg over met bijvoorbeeld de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

U weigert thuisbatterijen te stimuleren, uit angst dat mensen ermee gaan handelen op de energiemarkt en zo netcongestie verergeren.7 Bent u bereid om op zoek te gaan naar een manier om dit te voorkomen? Bijvoorbeeld door buurtbatterijen met een congestieverzachter in de batterij om op lokaal niveau te kunnen balanceren met vraag en aanbod. Worden hier al pilots mee gedaan? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Grote batterijsystemen, die met de Energie-investeringsaftrek (EIA-regeling) worden gesubsidieerd, worden ook ingezet om geld te verdienen op de landelijke onbalansmarkt, in plaats van dat ze het lokale stroomnet ontlasten. Waarom subsidieert u bedrijven wel en consumenten niet? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Hoe staat u tegenover een mogelijk initiatief waarbij de huidige infrastructuur, met name bij nieuwbouw, beter benut kan worden door inzet van een gemeenschappelijk privaat distributiesysteem (GDS) om onder andere netcongestie tegen te gaan? Welke regels gelden er voor dergelijke initiatieven? In hoeverre bent u bereid deze regels te versoepelen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Vindt u het van belang dat energiegemeenschappen in de huidige samenleving gestimuleerd worden? Zo ja, op welke manier gebeurt dit? Kunnen deze energiegemeenschappen de postcoderoos-methode ondersteunen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Waar zijn de resultaten van de pilots die congestie-verzachtend werken in ondergebracht? Is er een registratiesysteem? Wilt u deze Kamer informeren over de resultaten van deze pilots?

In hoeverre wordt er gewerkt aan mogelijkheden om de opgewekte zonne-energie beschikbaar te houden voor de regio (local for local) zonder het net te belasten?

De regering garandeert dat de Belastingdienst de complexe controle op de Tijdelijke Tegemoetkoming Blokaansluiting (TTB) aankan, omdat er «extra mensen zijn ingehuurd».8 Wat zijn de kosten van deze extra inhuur en om hoeveel mensen gaat het? Bent u het met de leden van de BBB-fractie eens dat dit bewijst dat de TTB-regeling te ingewikkeld en moeilijk uitvoerbaar is gemaakt? Zijn er plannen om deze te vereenvoudigen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De ACM is recent begonnen met een onderzoek naar de prijsopbouw van brandstoffen, naar aanleiding van de gestegen prijzen. Dit doet zij omdat de daling van prijzen voor producenten niet overeenkomt met de daling van prijzen voor consumenten, terwijl prijsstijgingen wel worden doorgerekend naar consumenten. De fractieleden van de SP vragen in hoeverre u dit fenomeen verder ziet plaatsvinden in de energiemarkt. Bent u bereid hiernaar onderzoek te doen?

Bent u bereid een prijsplafond in te stellen voor deze energiecrisis, om energieprijzen voor consumenten te maximeren?

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk binnen vier weken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, S.M. Kluit

BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2026

Hierbij bied ik de Eerste Kamer de antwoorden aan op de nadere vragen die door de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zijn gesteld naar aanleiding van de Kamerbrief over de stand van zaken van de energiemarkt voor consumenten, getiteld; Versterking van de positie van de consument.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

181013

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

1.

U stelt dat de stijgende netkosten nog niet zorgen voor een concurrentienadeel voor het mkb en verwijst naar een Duitse studie over nettarieven. Dat neemt de zorg van de leden van de BBB-fractie niet weg. Bent u bereid een dergelijke studie ook in Nederland uit te voeren? Zo ja, wilt u ons over de uitkomsten informeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het uitvoeren van een Nederlands onderzoek naar de hoogte van de nettarieven voor het mkb in verschillende Europese landen in aanvulling op het Duitse onderzoek naar de hoogte van de nettarieven in verschillende Europese landen zou geen toegevoegde waarde of nieuwe informatie opleveren. In het Duitse onderzoek is ook gekeken naar Nederlandse tarieven.

2.

In uw beantwoording schrijft u: «Voor micro-ondernemers is het belangrijk om de energierekening te dempen via verduurzamingsmaatregelen. Onderdeel van het Nederlandse Sociaal Klimaatplan is daarom het beschikbaar stellen van middelen aan gemeenten voor de inzet van Fixteams. Soortgelijke maatregelen, genomen door enkele decentrale overheden, hebben geleid tot een besparing van 5 à 10 procent op de energierekening van micro ondernemers.» In hoeverre weegt een besparing van 5 à 10 procent via een Fixteam op tegen de structurele lastenverzwaringen zoals de CO2-beprijzing (ETS2) en stijgende gas- en olieprijzen?

Antwoord

Met Fixteams zetten we in op energiebesparing met directe maatregelen die het team gelijk installeert in het bedrijf. Ervaring in Amsterdam leert dat hiermee een energiebesparing van 8% op elektriciteitsgebruik en 9% op het gasgebruik haalbaar is. Daarnaast ontvangen ondernemers ook een energieadvies over wat er verder nog aan energiebesparing kan worden gedaan in het bedrijf aan ingrepen die niet direct kunnen worden uitgevoerd. Onze inschatting is dat we hiermee een belangrijk deel van de prijsstijging voor kwetsbare micro-ondernemers kunnen mitigeren. Wel is het zo dat dit algemene inschattingen zijn en dat voor individuele casussen dit anders kan uitpakken omdat niet voor elke ondernemingen alle werkzaamheden van een Fixteam van toepassing zijn of dezelfde besparing opleveren.

Ook hangt het uiteraard af van de energiemix van de onderneming. Als die in belangrijker mate uit benzine, diesel en gas bestaat waarbij de EB opties al grotendeels zijn benut, zal het effect anders zijn dan bij een ondernemer die vooral van elektriciteit gebruik maakt, maar de EB maatregelen nog niet had uitgevoerd. In algemene zin is het wel zo dat de activiteiten van de fix teams juist zo belangrijk zijn, omdat er financiële prikkels zijn, om meer energie te besparen en meer over te stappen van geïmporteerde fossiele brandstoffen naar schone elektriciteit uit eigen land.

3.

U adviseert huishoudens met een dynamisch contract om altijd een financiële buffer van 10% van de verwachte energierekening aan te houden. Hoe stelt u zich dit in de praktijk voor, met name bij de mensen die in energiearmoede leven?

Antwoord

In de beantwoording van 31 maart jl.9 ben ik ingegaan op zowel de voordelen als de risico’s die gepaard gaan met een dynamisch contract. Op basis van de conclusies en de aanbevelingen in het onderzoeksrapport van CEDelft en Motivaction (februari 2025) vind ik het passend om het advies mee te geven om een minimale buffer van 10% van de verwachte jaarlijkse energierekening aan te houden bij een dynamisch contract. Voor consumenten die niet in deze gelegenheid zijn, is het aan te raden om extra goed af te wegen of de voordelen van deze contractvorm opwegen tegen de eventuele risico’s. Voor hen geldt dat zij de keuze hebben om een contract te kiezen dat meer zekerheid biedt.

4.

Bent u bereid te onderzoeken of compensatie mogelijk is voor mensen die geen elektrische auto of thuisbatterij kunnen betalen en die nu financieel in de knel komen doordat zij hun zonnepanelen niet eenvoudig van het dak kunnen laten verwijderen en in sommige gevallen nog jarenlang maandelijks een vergoeding aan de corporatie moeten betalen?

Antwoord

Aedes en de Woonbond hebben samen met het Ministerie van BZK in 2025 een soortgelijk onderzoek uitgevoerd. De motie Beckerman10 verzocht te onderzoeken hoe huurders die worden geraakt door de afschaffing van de salderingsregeling gecompenseerd kunnen worden. In reactie hierop is verwezen11 naar de Kamerbrief van 30 mei 202512, waarin het kabinet aangeeft geen ruimte te zien voor financiële compensatie.

Daarbij verliezen we huishoudens met zonnepanelen niet uit het oog. Huishoudens met zonnepanelen hebben een lagere energierekening, omdat ze hun stroom gedeeltelijk zelf verbruiken. Door eigen verbruik van opgewekte elektriciteit verdienen zonnepanelen zich nog steeds terug binnen de technische levensduur. Hoe meer huishoudens de opgewekte stroom zelf verbruiken, hoe meer zonnepanelen lonen. Daarom zetten we, samen met stakeholders, in op kennisoverdracht over het verhogen van het eigen verbruik. Ook houden we initiatieven in relatie tot bijvoorbeeld slimme monitoring en opslag in de gaten, aangezien deze de gevolgen van het beëindigen van de salderingsregeling kunnen dempen.

5.

Wat gaat u op korte termijn doen om de honderdduizenden huishoudens in energiearmoede te helpen? Is het per adres bekend of er energiearmoede is? Ziet u hierbij een rol voor de gemeenten? Zo ja, is daar overleg over met bijvoorbeeld de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Het kabinet voert beleid dat specifiek gericht is op de ondersteuning van huishoudens die kwetsbaar zijn voor een hoge energierekening. Dit betreft zowel financiële ondersteuning, bijvoorbeeld via het Tijdelijk Noodfonds Energie 2026, als ondersteuning bij het meekomen in de energie transitie: met verduurzaming kunnen huishoudens energie besparen en hoge kosten vermijden. Het kabinet draagt hier op verschillende manieren aan bij, waaronder door de uitfasering van slechte labels in de huur, ook middels nationale prestatieafspraken met woningcorporaties, de lokale aanpak van het Nationaal isolatieprogramma en het Nationaal Warmtefonds. Het kabinet heeft met het maatregelenpakket Acties Weerbaarheid Energieschok eind april bovendien extra maatregelen genomen13. Bij de aanvraag voor het Sociaal Klimaatfonds zet het kabinet ook in op het ondersteunen van financieel kwetsbare huishoudens. Binnenkort geeft de Minister van SZW nog een update over het Noodfonds.

Gemeenten spelen een belangrijke rol bij de aanpak van energiearmoede, bijvoorbeeld vanwege de regierol in de lokale warmtetransitie en de uitvoering van een aantal van bovengenoemde maatregelen. Zo bepalen gemeenten op welke wijze zij de middelen vanuit de Specifieke Uitkering (SPUK) aanpak energiearmoede inzetten. Veel gemeenten maken hierbij bijvoorbeeld gebruik van de inzet van energiehulporganisaties zoals fixbrigades.

Voor het Rijk is het niet per adres bekend of er sprake is van energiearmoede. Op basis van de landelijke monitoring van energiearmoede is er wel goed zicht op de ontwikkeling van het aantal energiearme huishoudens en het aandeel energiearme huishoudens per gemeente, wijk of buurt. Zo zijn de middelen van de SPUK aanpak energiearmoede naar rato van het aantal huishoudens met energiearmoede over de gemeenten verdeeld.

Ten slotte is met ingang het per 1 januari 2026 het Nationaal Energiearmoede Observatorium (NEO) gestart. Dit programma borgt de kennisfunctie en versterkt datagedreven besluitvorming. Het NEO ontwikkelt en ontsluit kennis via (1) monitoring, (2) onderzoek en (3) kennisnetwerkbeheer. Naast reguliere gesprekken met de VNG over de energietransitie en de verduurzaming van de gebouwde omgeving, wordt de VNG ook geconsulteerd als stakeholder binnen het NEO.

6.

U weigert thuisbatterijen te stimuleren, uit angst dat mensen ermee gaan handelen op de energiemarkt en zo netcongestie verergeren. Bent u bereid om op zoek te gaan naar een manier om dit te voorkomen? Bijvoorbeeld door buurtbatterijen met een congestieverzachter in de batterij om op lokaal niveau te kunnen balanceren met vraag en aanbod. Worden hier al pilots mee gedaan? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

In de FGU-regio (Flevoland, Gelderland, Utrecht) worden komende winter met pilots gewerkt aan congestiediensten op het laagspanningsnet. Hiermee kunnen net-intensieve apparaten bij huishoudens flexibel vermogen aanbieden. Zo kunnen netbeheerders (via een derde partij) aan huishoudens vragen om op specifieke momenten meer of minder elektriciteit af te nemen tegen een vergoeding. De verwachting is dat flexibel vermogen bij huishoudens voor komende winter voornamelijk door thuisbatterijen wordt aangeboden. Zo kunnen deze batterijen congestieverzachtend worden ingezet bij de deelnemende huishoudens. Voor buurtbatterijen zijn vooralsnog geen pilots. Dit heeft te maken met de vele barrières voor plaatsing van dergelijke batterijen, zoals ruimtelijke inpassing, financiering, verdeling van de lasten en de baten, en het beheer. Deze barrières (en mogelijke acties) voor buurtbatterijen worden samen met de netbeheerders en de energieopslagsector in de Integrale Beleidsagenda Energieopslag uitgewerkt. De Beleidsagenda wordt na de zomer met de Tweede Kamer gedeeld.

7.

Grote batterijsystemen, die met de Energie-investeringsaftrek (EIA-regeling worden gesubsidieerd, worden ook ingezet om geld te verdienen op de landelijke onbalansmarkt, in plaats van dat ze het lokale stroomnet ontlasten. Waarom subsidieert u bedrijven wel en consumenten niet? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Grote batterijsystemen worden in gebieden waar netcongestie dreigt doorgaans aangesloten met een flexibel contract, zoals een capaciteitsbeperkend contract (CSC) of een tijdsduurgebonden transportrecht (TDTR). Hierin worden tussen de netbeheerder en een aangeslotene afspraken gemaakt over het beschikbare vermogen voor dat batterijsysteem. Afspraken omvatten bijvoorbeeld het niet laden of ontladen op piekmomenten, of dat een netbeheerder de batterijexploitant kan oproepen meer of minder elektriciteit te verbruiken ten behoeve van het voorkomen of verminderen van netcongestie. Zo wordt bij de aansluitvoorwaarden geborgd dat deze grote batterijsystemen netcongestie niet verergeren. Bij thuisbatterijen hebben consumenten de vrijheid om naar eigen inzicht thuisbatterijen in te zetten, bijvoorbeeld op de elektriciteitsmarkten. Hiermee bestaat risico op het verergeren van netcongestie. Wel worden in de FGU regio (Flevoland-Gelderland-Utrecht) afspraken over netcongestieverzachtende inzet van thuisbatterijen komende winter ook mogelijk. Dit zal gaan via een grootschalige flexibiliteitsuitvraag op het laagspanningsnet. Hiermee kunnen consumenten vergoeding krijgen voor flexibele inzet van onder andere thuisbatterijen. Bij succes wordt deze uitvraag landelijk opgeschaald. Eventuele deelname daaraan blijft een keuze van de consument.

Ook verdubbelt de markt van thuisbatterijen sinds 2021 jaarlijks. De verwachting is dat de groei na het afschaffen van de salderingsregeling verder toeneemt. Wegens deze factoren is extra stimulering via subsidiëring niet nodig.

8.

Hoe staat u tegenover een mogelijk initiatief waarbij de huidige infrastructuur, met name bij nieuwbouw, beter benut kan worden door inzet van een gemeenschappelijk privaat distributiesysteem (GDS) om onder andere netcongestie tegen te gaan? Welke regels gelden er voor dergelijke initiatieven? In hoeverre bent u bereid deze regels te versoepelen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Een gemeenschappelijk privaat distributiesysteem, in de regelgeving aangeduid als een gesloten distributiesysteem of gesloten systeem (GDS), kan in specifieke situaties nuttig zijn om bestaande infrastructuur beter te benutten. Het is echter niet bedoeld als oplossing voor reguliere nieuwbouwwijken met kleinverbruikers.

Voor een GDS gelden op basis van het Europese recht strikte voorwaarden die ik niet kan versoepelen. Zo moet het gaan om een geografisch afgebakende industriële, commerciële locatie of locatie met gedeelde diensten. Ook mogen op een GDS in beginsel geen kleinverbruikers of huishoudelijke afnemers zijn aangesloten, onder voorbehoud van zeer beperkte uitzonderingen. Daarmee is een GDS niet geschikt als instrument om nieuwbouwwijken met woningen aan te sluiten of netcongestie daar op te lossen.

9.

Vindt u het van belang dat energiegemeenschappen in de huidige samenleving gestimuleerd worden? Zo ja, op welke manier gebeurt dit? Kunnen deze energiegemeenschappen de postcoderoos-methode ondersteunen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Energiegemeenschappen dragen bij aan een gedragen transitie naar een rechtvaardig en duurzaam energiesysteem waarin slimme decentrale ontwikkelingen een belangrijke plek hebben. In veel energiegemeenschappen werken burgers en steeds vaker bedrijven binnen een afgebakend gebied samen aan het besparen, opwekken, opslaan en/of delen van elektriciteit en warmte. Energiegemeenschappen maken zo een waardevolle koppeling tussen de technische en maatschappelijke kant van de energietransitie en dragen bij aan een weerbaardere samenleving. Deze maatschappelijke initiatieven zijn een belangrijke speler in de energietransitie naast overheden en marktpartijen.

Eind 2025 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de diverse stappen die het kabinet zet om energiegemeenschappen te versterken14, aanvullend op een aantal bestaande fondsen en regelingen. Zo ontwikkelt het kabinet momenteel een financiële regeling voor provinciale en regionale coöperatieve koepels, zodat deze koepels hun leden (energiegemeenschappen) verder kunnen ondersteunen met o.a. kennis, advies en dienstverlening. Dit draagt bij aan het professionaliseren van energiegemeenschappen en dus aan het vergroten van hun impact.

Ook werkt het kabinet aan doorontwikkeling van het Local 4 Local programma, waarbij diverse activiteiten onderzocht worden die energiegemeenschappen kunnen uitvoeren die bijdragen aan betere benutting van het energiesysteem. De focus ligt daarbij ook op de koppeling tussen gebouwde omgeving en bedrijven. Het doel is om geleerde lessen breder toe te passen.

10.

Waar zijn de resultaten van de pilots die congestie-verzachtend werken in ondergebracht? Is er een registratiesysteem? Wilt u deze Kamer informeren over de resultaten van deze pilots?

Antwoord

Een congestieverzachter, zoals bedoeld in het prioriteringskader van de ACM, is een partij waarvan de netbeheerder vaststelt dat het toekennen van transportcapaciteit aan deze partij ertoe leidt dat de beschikbare transportcapaciteit tijdens congestiemomenten voor overige partijen toeneemt en niet leidt tot toename van congestie in het net van een andere netbeheerder. In de voortgangsrapportage van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) in oktober wordt gerapporteerd over de voortgang met betrekking tot het inpassen van deze congestieverzachters. Er is geen registratiesysteem die de voortgang monitort.

In hoeverre wordt er gewerkt aan mogelijkheden om de opgewekte zonne-energie beschikbaar te houden voor de regio (local for local) zonder het net te belasten?

Antwoord

Zie het antwoord bij vraag 10.

11.

De regering garandeert dat de Belastingdienst de complexe controle op de Tijdelijke Tegemoetkoming Blokaansluiting (TTB) aankan, omdat er «extra mensen zijn ingehuurd». Wat zijn de kosten van deze extra inhuur en om hoeveel mensen gaat het? Bent u het met de leden van de BBB-fractie eens dat dit bewijst dat de TTB-regeling te ingewikkeld en moeilijk uitvoerbaar is gemaakt? Zijn er plannen om deze te vereenvoudigen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

De Tijdelijke Tegemoetkoming Blokaansluiting is een complexe regeling, zoals ook bij het invoeren van de regeling meermaals is benadrukt. Om de nacontrole tijdig af te ronden is 1,7 miljoen euro vrijgemaakt. Hiermee is 8 FTE aanvullend ingehuurd voor de periode januari tot en met juni 2026. Op dit moment is meer dan 75% van de nacontrole afgerond. De Belastingdienst verwacht in de zomer de nacontrole volledig afgerond te hebben, conform de huidige TTB-regeling. Dat maakt dat er geen plannen zijn om de regeling te vereenvoudigen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

12.

De ACM is recent begonnen met een onderzoek naar de prijsopbouw van brandstoffen, naar aanleiding van de gestegen prijzen. Dit doet zij omdat de daling van prijzen voor producenten niet overeenkomt met de daling van prijzen voor consumenten, terwijl prijsstijgingen wel worden doorgerekend naar consumenten. De fractieleden van de SP vragen in hoeverre u dit fenomeen verder ziet plaatsvinden in de energiemarkt. Bent u bereid hiernaar onderzoek te doen?

Antwoord

De doorwerking van groothandelsprijzen in de consumentenprijzen op de energiemarkt kent een andere dynamiek dan op de brandstoffenmarkt. Een belangrijk drijver hiervoor is dat het merendeel van consumenten op de energiemarkt een contract heeft afgesloten waarin de consumentenprijs vast staat voor 1 jaar of langer. Daarnaast heeft ook een deel van de consumenten een variabel contract, waarbij de prijzen enkele keren per jaar gewijzigd worden. Slechts ongeveer 10% van de consumenten heeft gekozen voor een dynamisch contract, waarbij (meer vergelijkbaar met de brandstofmarkt) de groothandelsprijs direct wordt door vertaald in een consumentenprijs.

Deze structuur van consumentencontracten zorgt ervoor dat fluctuatie in de groothandelsprijs met enige maanden vertraging zichtbaar is in de gemiddelde prijs die consumenten betalen voor energie. Vanwege de aanhoudende onzekerheid rondom de wereldwijde gasproductie liggen de prijzen van nieuw aangeboden contracten nog steeds hoger dan vóór 1 maart van dit jaar, maar de prijzen zijn wel weer gedaald na de piek rond 1 april.

De ACM15 heeft in 2023 bij de grootste energieleveranciers onderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek dat zij tijdens de vorige energiecrisis geen onredelijke prijzen hebben berekend en winstmarges niet disproportioneel waren. Kosten werden eerlijk doorberekend. Ik heb tot op heden geen signalen ontvangen die erop wijzen dat dit momenteel wel aan de hand is. Zodoende zie ik op dit moment geen meerwaarde in het doen van een nieuw (soortgelijk) onderzoek.

13.

Bent u bereid een prijsplafond in te stellen voor deze energiecrisis, om energieprijzen voor consumenten te maximeren?

Antwoord

Het is begrijpelijk dat de situatie in het Midden-Oosten leidt tot onzekerheid bij consumenten over de hoogte van hun energierekening. Na een piek in april jl., zien we dat de gasprijzen weer enigszins zijn gedaald en gestabiliseerd. Consumenten die meer zekerheid willen over hun energierekening, kunnen kiezen voor een vast contract van 1 jaar of langer, waarmee ze verzekerd zijn tegen eventuele prijsveranderingen in de markt. Er is een ruim aanbod van vaste contracten met een concurrerende prijs, zoals ook de Monitor Consumentenmarkt Energie laat zien. Op dit moment heeft 56% van de huishoudens gekozen voor deze contractvorm.

Voor huishoudens die acuut in de problemen kunnen komen, heeft het kabinet gerichte maatregelen genomen. Het kabinet heeft op 20 april jl. een pakket aan maatregelen gepresenteerd16. Dit pakket bevat gerichte, tijdelijke maatregelen om burgers en bedrijven te ondersteunen die door de hogere energieprijzen acuut in de problemen kunnen komen. De Minister van SZW komt binnenkort met een update over het Noodfonds.

Het kabinet heeft gekozen voor gerichte maatregelen om huishoudens die meest kwetsbaar zijn voor hoge energieprijzen zo goed en ruim mogelijk te kunnen ondersteunen, onder andere via het Tijdelijk Noodfonds Energie en gerichte ondersteuning bij het verduurzamen van de woning.


X Noot
1

De letter L heeft alleen betrekking op 27 879.

X Noot
2

Samenstelling:

Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan (D66), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Steenkamp (CDA), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 27 879 / 29 023, K.

X Noot
4

Kamerstukken I 2025/26, 27 879 / 29 023, K, p. 7.

X Noot
5

Kamerstukken I 2025/26, 27 879 / 29 023, K, p. 7.

X Noot
6

Kamerstukken I 2025/26, 27 879 / 29 023, K, p. 8.

X Noot
7

Kamerstukken I 2025/26, 27 879 / 29 023, K, p. 14.

X Noot
8

Kamerstukken I 2025/26, 27 879 / 29 023, K, p. 10.

X Noot
9

Kamerstukken I 2026, 179849, p.3

X Noot
10

Kamerstukken II 2024/25, 36 725 XXII, nr. 14

X Noot
11

Kamerstukken II 2025/26, 32 847 / 32 813, nr. 1401

X Noot
12

Kamerstukken II 2024/25, 36 378, nr. 93

X Noot
13

Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 1

X Noot
14

Kamerstukken II 2025/26 30 196, nr. 854

X Noot
16

Brief aan Parlement – maatregelenpakket Acties Weerbaarheid Energieschok

Naar boven