Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 34352 nr. 371 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 34352 nr. 371 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juni 2026
Werkvoorzieningen kunnen bijdragen aan de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking. Met de experimentele subsidie Generieke Werkgeversvoorziening (GWV) is onderzocht of werkgevers subsidie konden krijgen voor voorzieningen die werkplekken en werkprocessen toegankelijker maken voor meerdere werknemers met een structureel functionele beperking. Anders dan binnen het reguliere voorzieningenbeleid waren deze voorzieningen niet gekoppeld aan één individuele werknemer, maar bedoeld voor gelijktijdig of opeenvolgend gebruik door meerdere werknemers.
UWV is in maart 2020 gestart met de pilot. Vanaf juli 2021 is deze voortgezet als experimentele regeling met verruimde voorwaarden. Zo konden ook meeneembare voorzieningen worden vergoed, werd de doelgroep uitgebreid met mensen uit de Participatiewet en hoefde de werknemer voor wie de voorziening bedoeld was nog niet in beeld te zijn. Daarmee bood de experimentele regeling ruimte om te onderzoeken of voorzieningen breder binnen een organisatie konden worden ingezet dan binnen het reguliere voorzieningenbeleid gebruikelijk is.
Per 1 juli 2022 is de mogelijkheid om nieuwe aanvragen in te dienen voortijdig beëindigd, omdat UWV de regeling met verruimde voorwaarden als onuitvoerbaar beoordeelde.1 De regeling liep voor de toegekende voorzieningen door; deze zijn door UWV gemonitord en maken onderdeel uit van de eindevaluatie. In 2023 heeft Regioplan een tussenevaluatie uitgevoerd naar de aanvraagfase, de implementatie van de eerste toegekende voorzieningen en de eerste ervaringen van werkgevers en werknemers. Met de Stand van de uitvoering van december 2023 is uw Kamer vervolgens geïnformeerd dat de Generieke Werkgeversvoorziening niet in deze vorm wordt voortgezet.2
De nu voorliggende eindevaluatie bouwt voort op de tussenevaluatie en richt zich op de langetermijnresultaten van de toegekende voorzieningen en op de lessen voor toekomstig voorzieningenbeleid. Gelet op de beperkte omvang van de experimentele subsidie en de eerdere tussenevaluatie door Regioplan is UWV gevraagd de eindevaluatie uit te voeren op basis van de beschikbare monitoringgegevens en het tussenrapport.
Met het aanbieden van deze eindevaluatie wordt voldaan aan de verplichting uit artikel 11 van het Besluit experimentele subsidie Generieke Werkgeversvoorziening om uw Kamer uiterlijk 1 juli 2026 te informeren over de uitkomsten van deze evaluatie.3
Belangrijkste uitkomsten evaluatie
Binnen het experiment zijn 36 aanvragen ingediend, waarvan negen voorzieningen zijn toegekend. De evaluatie laat zien dat de toegekende voorzieningen langdurig zijn benut. Het ging daarbij om aanpassingen van werkplekken, hulpmiddelen en technologische voorzieningen die werknemers ondersteunen bij het uitvoeren van hun werk.
Werkgevers hebben gebruikgemaakt van de ruimte die de regeling bood voor bredere inzet van voorzieningen, zoals het groepsgewijs en opeenvolgend gebruik van voorzieningen, het inzetten van meeneembare voorzieningen en de verbreding van de doelgroep. Volgens werkgevers en werknemers hebben de voorzieningen bijgedragen aan arbeidsparticipatie, onder meer door werkbehoud, taakuitbreiding en zelfstandiger functioneren. Daarnaast noemen betrokkenen een positief effect op het werkplezier.
Tegelijkertijd bevestigt de evaluatie het eerdere beeld dat de regeling in de praktijk complex uitvoerbaar was. Met name de beoordeling en monitoring van voorzieningen bleek ingewikkeld wanneer werknemers nog niet concreet in beeld waren of wanneer onvoldoende duidelijk was welke structureel functionele beperking zij hadden. Ook bleek het in de praktijk lastig om af te bakenen wanneer sprake was van een arbeidsvoorziening en wanneer van een reguliere bedrijfsinvestering. Dit speelde met name bij technologische voorzieningen die zowel kunnen bijdragen aan toegankelijkere werkprocessen voor werknemers met een arbeidsbeperking als aan bredere verbetering van bedrijfsprocessen.
Het experiment had daarnaast een beperkte omvang, waardoor de uitkomsten niet zonder meer kunnen worden gegeneraliseerd naar andere werkgevers of bredere toepassing op grotere schaal.
Doeltreffendheid en doelmatigheid
De evaluatie laat positieve ervaringen zien met de toegekende voorzieningen. Volgens werkgevers hebben de voorzieningen bijgedragen aan arbeidsparticipatie, onder meer door werkbehoud, taakuitbreiding en zelfstandiger functioneren van werknemers.
Desondanks kan niet worden geconcludeerd dat de regeling als geheel doeltreffend is geweest. Daarvoor was het bereik van het experiment te beperkt, waren de ervaringen naar verwachting onvoldoende representatief en bleek de regeling uiteindelijk niet uitvoerbaar.
Ook over de doelmatigheid kunnen geen harde conclusies worden getrokken. Het experiment kende een beperkte omvang, er was geen controlegroep waardoor geen causale uitspraken mogelijk waren.
Lessen voor toekomstig beleid
De eindevaluatie laat zien dat (technologische) werkplekaanpassingen kunnen bijdragen aan toegankelijkere werkplekken en werkprocessen voor mensen met een arbeidsbeperking. De toegekende voorzieningen zijn in specifieke situaties door meerdere werknemers gebruikt en hebben volgens betrokkenen onder andere bijgedragen aan zelfstandiger functioneren, het verkrijgen en behouden van werk en de uitbreiding van werkzaamheden.
Tegelijkertijd laat het experiment zien dat een bredere inzet van voorzieningen alleen kansrijk is als de voorwaarden duidelijk, uitvoerbaar en goed afgebakend zijn. Vooral het toekennen van voorzieningen voor werknemers die nog niet concreet in beeld zijn, bleek in de praktijk moeilijk uitvoerbaar. Ook moet duidelijk zijn wanneer sprake is van een arbeidsvoorziening en wanneer van een reguliere bedrijfsinvestering.
Voor toekomstig beleid betekent dit dat ruimte voor bredere inzet van voorzieningen alleen mogelijk is als vooraf kan worden beoordeeld waarvoor de voorziening wordt ingezet en achteraf kan worden vastgesteld of aan de voorwaarden is voldaan.
Daarnaast laat de evaluatie zien dat werkgevers ondersteuning nodig kunnen hebben bij het vinden, aanvragen en implementeren van voorzieningen. Dit geldt in het bijzonder voor werkgevers die minder ervaring hebben met inclusief werkgeverschap. Ook kunnen financiering, verplichtingen en eventuele terugvorderingsrisico’s van invloed zijn op de bereidheid van werkgevers om voorzieningen aan te vragen.
Vervolg
De eindevaluatie levert waardevolle inzichten op over de mogelijkheden en beperkingen van generieke voorzieningen. Generieke voorzieningen kunnen in specifieke situaties meerwaarde hebben. Tegelijkertijd blijkt dat de regeling in deze vorm uiteindelijk niet uitvoerbaar is voor structurele toepassing. Zoals eerder met uw Kamer gedeeld, wordt de Generieke Werkgeversvoorziening daarom niet voortgezet.
Werkgevers kunnen gebruik blijven maken van de reguliere mogelijkheden voor werkvoorzieningen. UWV en gemeenten kunnen werkgevers, binnen de daarvoor geldende voorwaarden, ondersteunen bij aanpassingen van werkplekken voor werknemers met een arbeidsbeperking die in beeld zijn.
De lessen uit het experiment worden betrokken bij de verdere ontwikkeling van het voorzieningenbeleid en de ondersteuning van inclusief werkgeverschap.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34352-371.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.