Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36867 nr. C |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36867 nr. C |
Vastgesteld 30 juni 2026
De leden de van GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden. Zij hebben hierover nog een enkele vraag. De leden van de SP-fractie sluiten zich aan bij deze vragen.
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel en de daarbij behorende stukken. Ter voorbereiding van deze inbreng hebben deze leden deelgenomen aan het informeel overleg van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties met de eilandsraadsleden van Bonaire op 16 juni 2026 in de Eerste Kamer. Met name naar aanleiding van die bespreking hebben deze leden nog enkele vragen in het kader van dit wetsvoorstel.
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben daarover een aantal vragen.
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben een aantal vragen. Deze leden verzoeken de regering om de vragen afzonderlijk te beantwoorden.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben begrepen dat de werkdruk van de eilandsraadsleden hoog ligt. Gezien de vele fracties en de grote hoeveelheid onderwerpen op de agenda van de eilandsraden, menen deze leden dat het goed vervullen van het eilandsraadslidmaatschap meer is dan een deeltijdfunctie en daardoor moeilijk te combineren is met een andere hoofdfunctie. De omvang van het werk, waaronder niet in de laatste plaats de hoeveelheid wetten en regels vanuit de Nederlandse regering, lijkt ook niet vergelijkbaar met de functie van een gemeenteraadslid in Nederland. Is de regering het hiermee eens? Zo nee, waarom niet? Is de werkdruk van de eilandsraadsleden van de drie BES-eilanden vergelijkbaar?
Het uitbreiden van het aantal eilandsraadsleden kan volgens deze leden verlichting geven in de werkdruk als dit zou betekenen dat fracties meer leden krijgen. Het is echter ook mogelijk dat er nog meer fracties in de eilandsraad vertegenwoordigd zullen zijn. Op welke wijze is gewaarborgd dat de werkdruk binnen toelaatbare grenzen blijft of wordt gebracht? Wat is het budget van een individueel eilandsraadslid voor het inhuren van ondersteuning of expertise? Op welke ambtelijke ondersteuning kan een eilandsraadslid een beroep doen? Zijn er andere mogelijkheden die het werk van een eilandsraadslid kunnen verlichten? Verwacht de regering dat voldoende gekwalificeerde burgers op de drie BES-eilanden zich zullen kandideren voor eilandsraad? Zo ja, waarop is deze verwachting gebaseerd? Zo nee, wat gaat de regering doen om dit te bevorderen?
De leden van de D66-fractie constateren dat volgens artikel 9 van het voorliggende wetsvoorstel het aantal leden van de eilandsraad in Bonaire wordt verhoogd naar elf. Kan de regering aangeven op welke wijze de ondersteuning van de eilandsraadsleden wordt uitgebreid zodat zij hun vele taken op kwalitatief goede wijze kunnen (blijven) vervullen?
Deze leden constateren tevens dat met dit wetsvoorstel het eilandsraadslidmaatschap een deeltijdfunctie blijft. Op een klein eiland als Bonaire is het volgens deze leden lastig om een goede baan te vinden die te combineren valt met het eilandsraadslidmaatschap. Voorziet de regering dat het moeilijk wordt om goede kandidaat-eilandsraadsleden op de kieslijsten van de verschillende politieke partijen te krijgen, nu de betaling voor het eilandsraadslidmaatschap amper mogelijkheden biedt om in het eigen levensonderhoud te voorzien? Indien de regering dit probleem onderkent, welke verbetervoorstellen gaat zij doen, en kunnen die al voor de verkiezingen in 2027 gerealiseerd worden?
De aan het woord zijnde leden hebben vernomen dat er al eerder contact is geweest met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om de eilandsraadsleden van Bonaire inhoudelijke ondersteuning te bieden. Toch lijkt de samenwerking volgens deze leden nog weinig succesvol. Dit komt volgens deze leden mogelijk mede door de taalbarrière, aangezien het Nederlands voor sommige eilandsraadsleden niet de eerste taal is. Welke rol kan de regering spelen om de relatie met de VNG voor eilandsraadsleden effectief te maken?
De leden van de PVV-fractie constateren dat de regering stelt dat een verhoging van het aantal eilandgedeputeerden bijdraagt aan de bestuurskracht van de BES-eilanden.2 Deze leden lezen hierover in de memorie van toelichting het volgende:
«Het is ook niet uitlegbaar dat de bestuurskracht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba nog langer wordt beperkt door een te laag aantal eilandgedeputeerden. Deze uitbreiding is ook urgent, omdat er grote opgaven op de eilanden spelen en afkomen. Zij hebben voldoende bestuurskracht nodig om deze aan te kunnen.»3
Kan de regering aangeven wat concreet wordt verstaan onder bestuurskracht, hoe deze bestuurskracht getoetst wordt en welke indicatoren voor specifiek bestuurskracht hiervoor gehanteerd worden (anders dan de gestelde indicatoren voor de evaluatie, zijnde lijstuitputting; maatschappelijke en politieke activiteit van het eilandelijk electoraat; en de bereidheid van de eilandbewoners om zich verkiesbaar te stellen)? Kan de regering tevens aangeven welke concrete beoogde effecten dit wetsvoorstel, naast de bestuurskracht, zal hebben op de uitvoeringskracht en hoe deze getoetst worden?
Voorts lezen deze leden;
«Daar speelt ook bij dat Bonaire, Sint Eustatius en Saba minder mogelijkheden hebben tot, bijvoorbeeld, het aangaan van gemeenschappelijke regelingen. Zij zijn daardoor meer op zichzelf aangewezen.»4
De aan het woord zijnde leden constateren dat de BES-eilanden thans geen omgevingsdiensten kennen zoals in Nederland. Kan de regering aangeven of het opzetten van dergelijke uitvoeringsdiensten voor onder andere milieutaken (denk alleen al aan de problemen op de vuilstortplaats Selibon op Bonaire) niet veel effectiever is dan het louter uitbreiden van het aantal politieke posten? Kan de regering tevens aangeven hoe deze aspecten zich verhouden tot de aanwezigheid en betrokkenheid van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) op de BES-eilanden? Kan de regering daarnaast aangeven hoe dit wetsvoorstel moet worden bezien in het licht van bevolkingsgroei op de eilanden (met name op Bonaire) door migratie? Kan de regering aangeven wanneer migranten stemrecht krijgen voor de eilandsraad en onder welke criteria?
De leden van de PvdD-fractie constateren dat de regering erkent dat de eilandsraden kleiner zijn dan de gemeenteraden van gemeenten met een even groot inwonersaantal. Voorts stelt de regering dat versterking van het bestuur nodig is gelet op de grote opgaven die op bestuurlijk, sociaal en fysiek domein op de eilanden spelen.5 Het verhogen van het aantal eilandsraadsleden wordt bovendien noodzakelijk geacht omdat het lage aantal eilandsraadsleden tot een hoge werklast leidt bij de zittende leden, die per persoon een breed portfolio moeten beheren. Daarnaast erkent de regering dat de eilandsraad in de basis al een groter takenpakket heeft dan gemeenten in Europees Nederland, vanwege het insulaire karakter en de geïsoleerde ligging van de eilanden.6
De aan het woord zijnde leden constateren dat de eilandsraden in de praktijk vaak eenmansfracties kennen. Hoe kan het uitbreiden van het aantal eilandsraadsleden volgens de regering soelaas bieden voor zulke eenmansfracties, die te kampen hebben met de door de regering erkende hoge werklast? Welke financiële middelen hebben fracties ter beschikking voor ondersteuning van hun werkzaamheden? Blijkt uit onderzoek dat die middelen voldoende zijn?
Deze leden vragen de regering daarnaast in hoeverre eilandsraadsleden voor hun informatie kunnen terugvallen op organisaties of adviesorganen die oog hebben op de specifieke situatie waarin de eilanden zich bevinden? Deelt de regering het oordeel van deze leden dat de eilandsraadsleden niet alleen geconfronteerd worden met een groter takenpakket dan gemeenteraadsleden in Europees Nederland, maar ook met de onmogelijkheid om te steunen op kennis van (maatschappelijke) organisaties en adviesorganen? Op welke wijze kan aan de problemen die daaruit voortvloeien, worden tegemoetgekomen? Zijn daar financiële middelen voor beschikbaar?
De leden van de PVV-fractie lezen in de memorie van toelichting het volgende:
«Recent is besloten één grote wijziging in het Herzieningswetsvoorstel aan te brengen, namelijk het behouden van de functie Rijksvertegenwoordiger. Door deze wijziging en de tijdens de werkconferentie WolBES/FinBES van maart 2024 met Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: de werkconferentie) afgesproken wijzigingen aan het Herzieningswetsvoorstel is vertraging ontstaan in dat wetstraject. De opgelopen vertraging maakt het niet realistisch dat de in het Herzieningswetvoorstel voorgestelde uitbreiding van de eilandsraden en bestuurscolleges in kan gaan met de eerstvolgende verkiezing van de eilandsraden in maart 2027. Dat zou namelijk betekenen dat het Herzieningswetvoorstel uiterlijk 1 oktober 2026 aangenomen en gepubliceerd moet zijn. De consequentie van het niet halen van deze datum zou zijn dat de uitbreiding van de eilandsraden en bestuurscolleges pas bij de verkiezingen in maart 2031 kan ingaan. De regering vindt deze vertraging onverantwoord (zie verder paragraaf 2) en kiest er daarom voor de verhoging van het aantal leden van de eilandsraden en bestuurscolleges en enkele hier sterk aan verbonden wijzigingen uit het Herzieningswetsvoorstel, namelijk een verduidelijking met betrekking tot een incompatibiliteit voor eilandsraadsleden, de mogelijkheid van deeltijdeilandgedeputeerden en de verlofregeling voor eilandgedeputeerden, via dit aparte wetsvoorstel vorm te geven. Met dit wetsvoorstel is het wel haalbaar de voorgestelde uitbreiding van de eilandsraden en bestuurscolleges in te voeren bij de eerstvolgende verkiezing van de eilandsraad.»7
Voorts lezen deze leden: «Het verhogen van het aantal eilandsraadsleden en de koppeling met de gemeentelijke staffel is uitgebreid besproken tijdens de werkconferentie die in maart 2024 heeft plaatsgevonden.»8
Het voorliggende wetsvoorstel verwijst naar de afspraken die gemaakt zijn op de werkconferentie WolBES-FinBES van maart 2024 onder toenmalig demissionair Staatssecretaris Van Huffelen.9 Eerder zijn afspraken van deze werkconferentie ter zijde gesteld door de Nederlandse regering. Kan de regering aangeven wat de status is van de afspraken van deze werkconferentie, mede gelet op het feit dat deze door een destijds demissionaire Staatssecretaris zijn gemaakt? Kan de regering aangeven of door het omarmen van een deel van de afspraken van de werkconferentie middels dit wetsvoorstel mogelijk onterechte verwachtingen worden gewekt richting de BES-eilanden ten aanzien van andere afspraken van deze werkconferentie? Kan de regering tevens aangeven hoe de afspraken van deze werkconferentie zich verhouden tot de Nederlandse parlementaire betrokkenheid? Dit wetsvoorstel wordt nu losgeknipt van de wetgeving rond de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WolBES) en de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES). In hoeverre blijft de integraliteit van de behandeling van de WolBES en FinBES nu nog overeind?
Goede inhoudelijke ondersteuning van de eilandsraad is volgens de leden van de D66-fractie van groot belang. De eilandsraadsleden, die hun functie in deeltijd vervullen, moeten namelijk veel wetsvoorstellen en beleidsdocumenten beoordelen om te bepalen of deze onverkort op Bonaire van toepassing kunnen zijn. Hoe vindt de regering dat het principe van «comply or explain» in het geval van Bonaire uitpakt? Worden de eilandsraadsleden helemaal aan het begin het wetgevingsproces goed meegenomen in de keuzes die gemaakt worden, of worden zij geconfronteerd met de tekst van het wetsvoorstel wanneer deze de consultatiefase ingaat en zij tegelijkertijd met de bevolking op de hoogte van de plannen worden gebracht? Indien dit laatste het geval is, wat voor veranderingen stelt de regering voor om de eilandsraadsleden beter en eerder te betrekken in het wetgevingsproces?
De leden van de PvdD-fractie constateren dat eilandsraadsleden moeite hebben met de interpretatie van de regering van het principe «comply or explain». Deze leden begrijpen dat dit principe zo wordt uitgelegd dat een wetsontwerp in consultatie wordt gebracht zonder dat de wetgever heeft beargumenteerd waarom het verantwoord is om de regeling op de BES-eilanden in te voeren, waarna eilandsraadsleden zelf moeten uitzoeken of die toepasselijkheid verantwoord is. Kan de regering zich in dat beeld herkennen? Kan de regering bevestigen dat als wetgeving tot stand wordt gebracht, het een taak is van de regering om na te gaan of het verantwoord is om de regeling ook op de BES-eilanden in te voeren?
Deelt de regering het oordeel van deze leden dat uit het bepaalde in aanwijzingen 2.16 en 4.43 onder i, van de Aanwijzingen voor de regelgeving voortvloeit dat in de memorie van toelichting moet worden aangegeven op grond van welke argumenten is besloten de voorschriften geheel of gedeeltelijk op de BES-eilanden te laten gelden, hoe die afweging tot stand is gekomen en welk onderzoek daaraan is voorafgegaan?
De aan het woord zijnde leden constateren daarnaast dat aanwijzing 7.6 van de Aanwijzingen voor de regelgeving betrekking heeft op de toetsing van de gevolgen van invoering van een regeling voor de provincies en gemeenten, en ook uitdrukkelijk voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De aanwijzing schrijft voor dat in de toelichting bij een regeling aandacht dient te worden besteed aan de uitvoerbaarheid van de regeling op de BES-eilanden en dat de Minister van BZK verantwoordelijkheid draagt voor de uitvoering van de zogeheten Uitvoerbaarheidstoets decentrale overheden. Kan de regering toezeggen dat de genoemde aanwijzingen ten volle zullen worden nageleefd? Is de regering bereid om – zo nodig met aanvulling van de Aanwijzingen voor de regelgeving – het volgende te bewerkstelligen:
a. Als een wetsontwerp dat een regeling omvat die ook op de BES-eilanden zal gelden in consulatie wordt gebracht worden de eilandsraden uitdrukkelijk in kennis gesteld van die consultatie.
b. In de toelichting van het ontwerp wordt in een apart onderdeel uiteengezet op grond van welke argumenten de regering heeft besloten de regeling ook op de BES-eilanden te laten gelden en waarom de in artikel 132a, vierde lid, van de Grondwet genoemde bijzondere omstandigheden waardoor Bonaire, Sint Eustatius en Saba zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland, zich niet tegen toepasselijkheid van de regeling op de BES-eilanden verzetten.
c. In de toelichting van het ontwerp wordt uiteengezet tot welke conclusie de toepassing van de Uitvoerbaarheidstoets decentrale overheden en van het Normenkader interbestuurlijke verhoudingen heeft geleid en welke overwegingen aan die conclusie ten grondslag liggen.
De leden van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties zien de nota naar aanleiding van het verslag met belangstelling tegemoet en ontvangt deze graag voor vrijdag 3 juli 2026, 16.00 uur.
De voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, Rosenmöller
De griffier van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, Bergman
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Bovens (CDA), Croll (D66), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Goossen (BBB), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Van Hattem (PVV), Holterhues (ChristenUnie), Karimi (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Lievense (BBB), Nicolaï (PvdD) (ondervoorzitter), Panman (BBB), Petersen (VVD), Recourt (GroenLinks-PvdA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Schalk (SGP), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Definitieve versie afsprakenlijst werkconferentie WolBES FinBES, bijlage bij Kamerstukken II 2023/24, 36 410-IV, nr. 70.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36867-C.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.