36 800 XVII Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026

D TWEEDE VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING1

Vastgesteld 2 juni 2026

Het voorliggende wetsvoorstel heeft de leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking aanleiding gegeven tot het maken van de volgende nadere vragen en opmerkingen.

Inleiding

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA danken de regering voor de beantwoording in de nota naar aanleiding van het verslag, maar constateren dat deze op een aantal wezenlijke punten nadere verduidelijking behoeft.

De leden van de fractie van D66 hebben kennisgenomen van het nota naar aanleiding van het verslag en hebben nog enkele vervolgvragen.

De leden van de SP-fractie danken de regering voor de beantwoording van hun vragen en hebben nog een aantal vervolgvragen.

De leden van de FVD-fractie hebben kennisgenomen van de nota naar aanleiding van het verslag en hebben naar aanleiding hiervan en het wetsvoorstel nog een aantal vragen.

Het lid van de fractie-Visseren-Hamakers heeft met interesse kennisgenomen van de beantwoording in de nota naar aanleiding van het verslag bij de Begrotingsstaat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026. Naar aanleiding hiervan heeft dit lid nog een paar vragen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

  • De regering stelt in de eerste schriftelijke ronde in antwoord op vraag 1 dat zij de moties waarin expliciet wordt verzocht de koppeling van het ODA-budget aan 0,7% van het bni te herstellen, niet uitvoert. Tegelijkertijd geeft de regering in antwoord op vraag 51 aan wél gevolg te geven aan de moties-Huizinga Heringa.2 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren hierin een tegenstrijdigheid en vragen de regering nader uiteen te zetten hoe deze antwoorden zich tot elkaar verhouden.

  • De regering geeft aan te willen inzetten op beroepsgericht onderwijs, inclusief beurzen, als onderdeel van haar ontwikkelingsbeleid.3 Deze leden vragen de regering nader uiteen te zetten welke rol zij hierbij ziet voor Nederlandse kennisinstellingen, gelet op hun langjarige ervaring met mondiale capaciteitsopbouw, kennispartnerschappen en internationale onderwijsprogramma’s. Is de regering voornemens deze expertise actief te benutten bij de vormgeving en uitvoering van dit beleid, en zo ja, op welke wijze? Hoe wordt daarbij geborgd dat bestaande kennis, netwerken en institutionele ervaring niet verloren gaan maar juist worden ingezet ter versterking van duurzame lokale capaciteitsopbouw?

  • De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA constateren dat de regering aan de ene kant de maximale ruimte binnen de OESO-definitie benut om uiteenlopende uitgaven, zoals binnenlandse asielkosten en delen van steun aan Oekraïne, onder het ODA-budget te scharen, maar zich aan de andere kant niet committeert aan de eveneens in OESO-verband afgesproken norm van 0,7% van het bni voor ontwikkelingssamenwerking. Deze leden vragen de regering hoe zij deze selectieve toepassing van OESO-afspraken rechtvaardigt.

  • De regering stelt dat de huidige systematiek leidt tot een «stabiele» ODA-prestatie als percentage van het bni, maar erkent tevens dat deze stabiliteit plaatsvindt op een niveau dat structureel ruim onder de 0,7%-norm ligt.4 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat hier feitelijk sprake is van het bestendigen van een ruime structurele onderprestatie. Waarom kiest de regering voor een systematiek die de afstand tot de 0,7%-norm stabiliseert in plaats van verkleint? Hoe kan de regering dit rijmen met de ambities in het regeerakkoord?

  • De regering stelt dat in 2027 eenmalig 419 miljoen euro in mindering wordt gebracht op de BHO-begroting via het verdeelartikel, en dat hierdoor niet wordt bezuinigd op lopende OS-projecten.5 De leden vragen de regering nader te preciseren welke toekomstige beleidsruimte hierdoor wél wordt beperkt. Indien geen lopende projecten worden geraakt, welke voorgenomen programma’s, beleidsintensiveringen of nieuwe verplichtingen kunnen hierdoor dan niet of slechts beperkt doorgang vinden? Kan de regering tevens aangeven waarom niet is gekozen voor dekking buiten het ODA-budget, nu de Tweede Kamer zich eerder in die richting heeft uitgesproken?

  • De regering stelt dat het toerekenen van asielkosten en delen van de niet-militaire steun aan Oekraïne aan ODA zowel een beleidsmatige keuze is als voortvloeit uit budgettaire overwegingen.6 De leden vragen de regering dit nader te concretiseren. Welk deel van deze keuze is beleidsmatig ingegeven en welk deel is uitsluitend het gevolg van begrotingsdruk? Heeft de regering scenario’s uitgewerkt waarin deze uitgaven buiten het ODA-budget worden gehouden, en zo ja, kan zij deze scenario’s en de daarbij behorende budgettaire consequenties met de Kamer delen?

  • De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA constateren dat de regering in haar beantwoording niet ingaat op de kern van de vraag of zij bereid is de begroting inhoudelijk aan te passen om de aanvullende investering richting de 0,7%-norm alsnog te realiseren. Deze leden vragen de regering daarom expliciet: is de regering bereid om deze begroting of een daaropvolgende suppletoire begroting zodanig aan te passen dat de ODA-prestatie substantieel dichter bij de 0,7%-norm komt te liggen? Zo nee, waarom niet, en welke concrete alternatieven ziet de regering dan om invulling te geven aan de internationale verplichting en de parlementaire wens tot herstel van de norm?

  • De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA constateren dat de regering in de nota naar aanleiding van het verslag slechts op hoofdlijnen ingaat op de gevolgen van het eventueel niet aannemen van de begroting. Deze leden vragen de regering daarom nader te specificeren welke concrete voorgenomen projecten, financieringen, subsidierelaties, beleidsinstrumenten en nieuwe verplichtingen hierdoor precies worden geraakt. Kan de regering hiervan een uitgesplitst overzicht per beleidsartikel aan de Kamer doen toekomen, in plaats van het globale overzicht dat nu is verstrekt?

  • De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen de regering te bevestigen of het juist is dat, indien de begroting niet wordt aangenomen, voor afzonderlijke uitgaven of onderdelen daarvan via separate parlementaire instemming alsnog autorisatie kan worden verkregen, zodat deze uitgaven blijven voldoen aan de eisen van de Comptabiliteitswet. Kan de regering uiteenzetten in welke gevallen deze route mogelijk is, welke procedure daarvoor geldt en of zij bereid is van deze mogelijkheid gebruik te maken indien dit noodzakelijk blijkt om beleidsmatige discontinuïteit te voorkomen?

  • De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen de regering of zij, in het geval de begroting niet wordt aangenomen, voornemens is een aangepaste of nieuwe begroting aan de Kamer voor te leggen die beter aansluit bij de beleidsvoornemens van het kabinet en bij eerder uitgesproken parlementaire wensen. Welke scenario’s heeft de regering hiervoor voorbereid en binnen welke termijn zou de Kamer in dat geval een nieuw voorstel kunnen verwachten?

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De regering schrijft in de nota naar aanleiding van het verslag dat zonder goedkeuring van de BHO-begroting 2026 de bijdragen aan de humanitaire landenfondsen van de VN (in totaal 78 miljoen euro in 2026) en aan maatschappelijke organisaties via de nog toe te kennen Focus-instrumenten en de nog te ontwikkelen programma’s op goed bestuur en op pleitbezorging in Nederland niet van start kunnen gaan. Voor maatschappelijk middenveld gaat het om een totaalbedrag van 600 miljoen euro, waarvan 120 miljoen euro geraamd staat voor 2026.7 Kan de regering in aanvulling op dit globale overzicht een gespecificeerd overzicht geven van de voorgenomen verplichtingen, projecten, financieringen en beleidsinstrumenten die worden geraakt, indien deze begroting wordt verworpen?

De vragen in het verslag zagen vooral op de gevolgen van het verwerpen van de begroting voor hulp en ontwikkelingssamenwerking. Wat zijn de gevolgen voor het handelsinstrumentarium, en daarmee voor het voornemen om onze economische veiligheid en internationale verdienvermogen te versterken, zoals beschreven in de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026?8

De regering benadrukt dat de financiële behoefte wereldwijd groot is en mogelijk toeneemt, terwijl de financiering afneemt. De leden van de D66-fractie vragen de regering welke mogelijkheden zij ziet in een versterking van de Dutch Diamond-benadering, waarbij de overheid door samenwerking met de private sector, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen effectiever haar doelen kan bereiken, ook met beperkte middelen. Hoe wil de regering dit concreet gaan vormgeven? Op welke wijze betrekt de regering bij het ontwikkelen van deze plannen de kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en bedrijven en benut de regering hun langjarige ervaring?

Al decennia wordt het belang benadrukt van coherent buitenlandbeleid. De regering wil haar invloed en instrumenten meer dan ooit tevoren strategisch en als één geheel inzetten: diplomatie, ontwikkelingssamenwerking, defensie (de 3D-benadering) en handel. Welke mogelijkheden ziet de regering om investeringen te doen in het kader van de hogere NAVO-norm die ook bijdragen aan beleidsdoelstellingen op diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en handel. Welke activiteiten die zouden kunnen vallen onder ODA-toerekening maar nu niet gefinancierd kunnen worden, zouden ook kunnen worden toegerekend aan de hogere norm voor defensie-inzet, zo vragen de leden van de D66-fractie.

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

Extra structurele investeringen

  • 1. Uit de beantwoording lezen de leden van de SP-fractie dat de extra middelen van 257 miljoen euro per jaar bedoeld zijn voor humanitaire hulp, klimaat, onderwijs, vrouwenrechten en het verstevigen van het maatschappelijk middenveld. Ook vermeldt de regering dat, ondanks bezuinigingen, ruimte is gezocht om bijvoorbeeld rechtsstaathervormingsprocessen in Oekraïne te ondersteunen.9

  • 2. Maakt deze ondersteuning aan Oekraïne ook deel uit van de aangekondigde structurele intensivering van 257 miljoen euro per jaar? Zo ja, welk bedrag gaat naar ondersteuning aan Oekraïne en welk bedrag resteert daarmee voor overige structurele ontwikkelingsdoeleinden in lage- en middeninkomenslanden?

OESO-norm

  • 2. De leden van de SP-fractie constateren uit de beantwoording dat onder deze regering de ODA-prestatie zal toenemen van 0,44% naar 0,47% in 2030.10 Acht de regering het wenselijk dat Nederland structureel onder een norm blijft die Nederland internationaal decennialang actief heeft onderschreven en uitgedragen?

  • 3. Hoe verhoudt de kwalificatie van een stijging van 0,44% naar 0,47% als «betekenisvolle stap richting de 0,7%-norm» zich tot de expliciete keuze van de regering om moties gericht op herstel van die norm niet uit te voeren en beleid te voeren dat volgens de regering zelf niet tendeert naar 0,7%?

  • 4. Moet uit de constatering dat voor het behalen van de 0,7%-norm het ODA-budget structureel met circa 3,7 miljard euro zou moeten stijgen, worden afgeleid dat de regering het bereiken van deze norm beleidsmatig niet nastreeft?

  • 5. Kan de regering bevestigen dat er op dit moment geen concreet tijdpad, beleidsplan of concrete doelstelling bestaat om de 0,7%-norm daadwerkelijk te bereiken?

Daling mondiale donaties ontwikkelingssamenwerking

  • 6. De leden van de SP-fractie lezen in de beantwoording van de regering dat Nederland en de EU de effecten van de mondiale daling van ODA-budgetten niet kunnen compenseren.11 Erkent de regering dat ook de Nederlandse beleidskeuzes ten aanzien van het ODA-budget bijdragen aan de mondiale daling van ontwikkelingssamenwerking waarvoor onder meer in The Lancet is gewaarschuwd?12

  • 7. Welke concrete diplomatieke of multilaterale stappen zet de regering om andere donorlanden aan te moedigen hun bijdragen aan ontwikkelingssamenwerking op peil te houden of te verhogen, en in hoeverre voert zij hierover actief overleg met andere donorlanden?

  • 8. Acht de regering internationale voorbeeldwerking van belang bij het bevorderen van mondiale ontwikkelingssamenwerking en het verdedigen van de 0,7%-norm? Zo nee, waarom niet?

Niet-uitgevoerde moties 0,7%-koppeling

  • 9. Begrijpen de leden van de SP-fractie het goed dat de regering de aangenomen moties die oproepen tot herstel van de koppeling aan de 0,7%-norm niet uitvoert, omdat zij de huidige systematiek van jaarlijkse bni-bijstellingen beschouwt als een toereikend alternatief voor een structurele koppeling aan de 0,7%-norm?

  • 10. Welke concrete beleidsmatige of normatieve betekenis kent de regering thans nog toe aan de internationale 0,7%-norm, nu zij expliciet aangeeft dat het huidige beleid niet tendeert naar herstel van deze norm? Bovenkant formulier

  • 11. Onderkant formulier

Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie

  • 1. De leden van de FVD-fractie vragen de regering hoe zij verklaart dat het in de begroting 2026 geen effectieve beschermingsmaatregelen opneemt tegen de extra importen van rundvlees, suiker en pluimvee uit Mercosur-landen, terwijl deze landen aanzienlijk lagere normen hanteren op dierenwelzijn, gewasbeschermingsmiddelen, ontbossing en arbeidsomstandigheden. Schaadt dit niet direct de concurrentiepositie van Nederlandse boeren en het Nederlandse belang van een robuuste, hoogwaardige en zelfvoorzienende agrarische sector?

  • 2. Uit Wageningen-onderzoek blijkt dat met name de Nederlandse rundvlees- en verwerkende sector onder druk komt te staan door het Mercosur-akkoord.13 Hoeveel middelen reserveert de begroting 2026 concreet voor compensatie, inkomenssteun of versterking van de concurrentiepositie van getroffen boeren? Of accepteert de regering bewust lagere inkomens en mogelijk bedrijfssluitingen als prijs voor de handelsakkoorden?

  • 3. De leden van de FVD-fractie constateren dat de regering in deze begroting sterk de koppeling tussen ontwikkelingssamenwerking, handel en investeringen met Mercosur-landen benadrukt. Waarom gebruikt Nederland belastinggeld om de economische ontwikkeling en exportcapaciteit van deze landen te bevorderen, terwijl dit leidt tot import van goedkopere producten die Nederlandse boeren uit de markt drukken en productie verplaatsen naar Zuid-Amerika? Hoe verhoudt dit zich tot het Nederlandse nationaal belang van behoud van agrarische werkgelegenheid, een vitaal platteland en strategische voedselsoevereiniteit?

  • 4. De leden van de FVD-fractie constateren dat de combinatie van strenge Europese regelgeving en nieuwe handelsakkoorden zoals Mercosur Nederlandse boeren in een structureel ongelijke positie plaatst. Welke concrete maatregelen bevat de begroting van 2026 om spiegelclausules (volledige reciprociteit van alle productienormen) af te dwingen bij Mercosur en toekomstige akkoorden?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie-Visseren-Hamakers

  • 1. Het lid van de fractie-Visseren-Hamakers vraagt de regering hoeveel het kabinet-Schoof bezuinigd heeft op ontwikkelingssamenwerking. Hoeveel van deze bezuiniging wordt gerepareerd door het kabinet-Jetten?

  • 2. Hoeveel van deze teruggedraaide bezuinigingen door het kabinet-Jetten gaan daadwerkelijk naar ontwikkelingssamenwerking en niet naar niet-militaire steun aan Oekraïne of asielopvang?

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking ziet met belangstelling uit naar de nota naar aanleiding het verslag en ontvangt deze graag zo spoedig mogelijk. Bij tijdige ontvangst van de nota naar aanleiding van het tweede verslag vóór vrijdag 12 juni 2026, 14:00 uur acht de commissie het wetsvoorstel gereed voor plenaire behandeling op 16 juni 2026.

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Petersen

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Van Luijk


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD) (ondervoorzitter), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Goossen (BBB), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Huizinga-Heringa (CU) (ondervoorzitter), Karimi (GroenLinks-PvdA), Marquart Scholtz (BBB), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Petersen (VVD) (voorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (fractie-Van de Sanden), Van Strien (PVV), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken I, 2025–2026, 36 800 XVII, C, blz. 2.

X Noot
3

Kamerstukken I, 2025–2026, 36 800 XVII, C, blz. 11.

X Noot
4

Idem, blz.18–19.

X Noot
5

Idem, blz. 4.

X Noot
6

Idem, blz. 5.

X Noot
7

Kamerstukken I, 2025–2026, 36 800 XVII, C.

X Noot
8

Kamerstukken I, 2025–2026, 38 600 V, D.

X Noot
9

Kamerstukken I, 2025–2026, 36 800 XVII, C, blz 18 en 8.

X Noot
10

Ibidem, blz. 18.

X Noot
11

Ibidem, blz. 19.

X Noot
12

Ferreira da Silva et al., «Impact of two decades of humanitarian and development assistance and the projected mortality consequences of current defunding to 2030: retrospective evaluation and forecasting analysis» The Lancet, Volume 14 issue 5, mei 2026. https://www.thelancet.com/journals/langlo/article/PIIS2214-109X%2826%2900008-2/fulltext

X Noot
13

«Wageningen onderzoek Effecten EU-Mercosur handelsakkoord 2025», Bijlage bij: Kamerstukken I¸ 2024–2025, 31 985, nr. 101.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD) (ondervoorzitter), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Goossen (BBB), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Huizinga-Heringa (CU) (ondervoorzitter), Karimi (GroenLinks-PvdA), Marquart Scholtz (BBB), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Petersen (VVD) (voorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (fractie-Van de Sanden), Van Strien (PVV), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken I, 2025–2026, 36 800 XVII, C, blz. 2.

X Noot
3

Kamerstukken I, 2025–2026, 36 800 XVII, C, blz. 11.

X Noot
4

Idem, blz.18–19.

X Noot
5

Idem, blz. 4.

X Noot
6

Idem, blz. 5.

X Noot
7

Kamerstukken I, 2025–2026, 36 800 XVII, C.

X Noot
8

Kamerstukken I, 2025–2026, 38 600 V, D.

X Noot
9

Kamerstukken I, 2025–2026, 36 800 XVII, C, blz 18 en 8.

X Noot
10

Ibidem, blz. 18.

X Noot
11

Ibidem, blz. 19.

X Noot
12

Ferreira da Silva et al., «Impact of two decades of humanitarian and development assistance and the projected mortality consequences of current defunding to 2030: retrospective evaluation and forecasting analysis» The Lancet, Volume 14 issue 5, mei 2026. https://www.thelancet.com/journals/langlo/article/PIIS2214-109X%2826%2900008-2/fulltext

X Noot
13

«Wageningen onderzoek Effecten EU-Mercosur handelsakkoord 2025», Bijlage bij: Kamerstukken I¸ 2024–2025, 31 985, nr. 101.

Naar boven