Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Verenigde Vergadering der Staten-Generaal | 2015-2016 | nr. 2, item 1 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Verenigde Vergadering der Staten-Generaal | 2015-2016 | nr. 2, item 1 |
Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal in de Ridderzaal
Dinsdag 16 oktober 2015
Aanvang 13.00 uur
Dinsdag 16 oktober 2015
Aanvang 13.00 uur
Voorzitter: Broekers-Knol
De Kamerbewaarder van de Eerste Kamer: De Koning!
(Het ensemble van het Residentie Orkest brengt "Il discorso della corona" van Jurriaan Andriessen ten gehore)
Viering 200 jaar Staten-Generaal
Aan de orde is de bijzondere verenigde vergadering van de Staten-Generaal in het kader van de viering van 200 jaar Staten-Generaal.
De voorzitter: Ik open de bijzondere verenigde vergadering van de Staten-Generaal. Graag heet ik u, Majesteit, excellenties, dames en heren, allen van harte welkom in de Ridderzaal in deze bijzondere verenigde vergadering ter viering van het 200-jarig bestaan van de Eerste en Tweede Kamer van de Staten-Generaal.
Op 16 oktober 1815, vandaag precies 200 jaar geleden, kwamen de Eerste Kamer en de Tweede Kamer elk afzonderlijk en gezamenlijk voor het eerst in Den Haag, aan het Binnenhof, in vergadering bijeen. De Eerste Kamer vergaderde voor het eerst in de Trêveszaal en de Tweede Kamer in wat nu de Oude Zaal heet. Na afloop van die afzonderlijke vergaderingen voegden de leden van de Eerste Kamer zich bij de leden van de Tweede Kamer en hield Koning Willem I een troonrede ter opening van de eerste gewone zitting van de Staten-Generaal als bicameraal parlement van Nederland onder de Grondwet van 1814, zoals die in 1815 was gewijzigd.
De ceremoniële verenigde vergadering van de Staten-Generaal van vandaag staat in het teken van terugblikken en vooruitkijken aan de hand van drie korte films en drie eveneens korte toespraken die omlijst worden met muzikale en artistieke optredens van jonge talenten.
(Vertoning van een korte film)
De voorzitter: Het is voorjaar 1815. De eerste zonnestralen schijnen door de gebrandschilderde ramen van Paleis Huis ten Bosch. De hofmaarschalk van de Koning, Charles Guillaume graaf de Merode-Westerloo, klopt op de deur van de studeerkamer van Koning Willem I. De koning kijkt op van zijn papieren. En dan ontrolt zich, zo stel ik mij voor, de volgende conversatie:
"Staat u mij toe, Sire, j'ai un trait de génie. Zoals u weet, wil de adel uit de Zuidelijke Nederlanden graag betrokken blijven bij het bestuur van het land. Om dat te bereiken, moeten wij zorgen dat de Staten-Generaal niet uit één maar uit twee Kamers bestaan. Van Hogendorp heeft aarzelingen, maar het creëren van twee Kamers heeft zeker ook voordelen."
Een subtiele suggestie met grote gevolgen. Die zomer legde een grondwetscommissie, onder leiding van diezelfde Van Hogendorp, de constitutionele fundamenten voor de invoering van het tweekamerstelsel. Ter viering van dit stelsel zijn wij vandaag in verenigde vergadering bijeen.
Zoals wij zojuist in beelden hebben gezien, waren de Staten-Generaal anno 1815 bepaald niet dezelfde als de Staten-Generaal anno nu. Zij hebben zich in de afgelopen 200 jaar steeds ontwikkeld en aangepast aan de eisen van de tijd: rechtstreekse verkiezingen van de Tweede Kamer, verkiezingen van de Eerste Kamer door de Provinciale Staten, ministeriële verantwoordelijkheid, vrouwenkiesrecht, enzovoorts.
Reeds twee eeuwen vormen de Eerste en Tweede Kamer van de Staten-Generaal een onmisbaar onderdeel van het systeem van checks and balances binnen onze rechtsstaat. Een systeem dat houdbaar is gebleken en waar wij trots op kunnen zijn.
In een rechtsstaat is de overheid gebonden aan maat en regel en vertrouwen burgers erop dat zij fatsoenlijk worden behandeld. In een rechtsstaat is eenieder, zonder uitzondering, onderworpen aan het recht. In een rechtsstaat gelden fundamentele mensenrechten en dat betekent dat er deugdelijke wetgeving moet zijn.
Teneinde dat te bereiken, is het van groot belang dat er in het parlement, de Staten-Generaal, Tweede en Eerste Kamer, over wetgeving een open debat wordt gevoerd waarin de argumenten van meerderheden en van minderheden worden gehoord en bediscussieerd. Het is de verantwoordelijkheid van de leden van het parlement om die argumenten te wegen en om wetgeving te toetsen aan de beginselen van onze democratische rechtsstaat.
Die taak hebben de Kamers de afgelopen 200 jaar vervuld, met vallen en opstaan, maar in relatieve harmonie en steeds in het belang van het volk dat zij vertegenwoordigen. De Kamers zijn sterk verweven met elkaar en in die verwevenheid complementair aan elkaar. Daarmee is het Nederlandse parlement een stabiel, staatkundig instituut; als onderdeel van de scheiding der machten, naast de uitvoerende en de rechtsprekende macht.
De rechtsstaat is echter, met de woorden van oud-collega Willem Witteveen, geen rustig bezit, geen huis waarin we onbezorgd kunnen gaan slapen. Ook voor het parlement geldt dat wij niet zelfgenoegzaam achterover mogen en kunnen leunen.
Dit betekent dat wij, zeker op een memorabele dag als vandaag, ook vooruit moeten kijken. Hoe zullen de Staten-Generaal zich in de komende 200 jaar ontwikkelen? Zullen zij dan nog dezelfde rol vervullen als medewetgever en controleur van de regering? Of overrulet "Brussel" de nationale parlementen? Volstaat ons huidige systeem van representatieve democratie? En is er bij democratie op landelijk niveau voldoende oog voor democratie op lokaal niveau?
Deze en andere vraagstukken zullen in de toekomst om een antwoord vragen. Dit betekent dat het parlement zijn oren en ogen open moet houden voor ontwikkelingen in de maatschappij en de bereidheid moet hebben om mee te bewegen. What doesn't bend, will break.
Maar laat één ding helder zijn: er is geen ultiem parlementair model. Parlementaire systemen zijn overal ter wereld een reflectie van de constitutionele geschiedenis en de ontwikkeling van een land en zijn bevolking. Dat geldt ook voor Nederland. Het is de opdracht van de politiek om enerzijds mee te bewegen met de tijd en anderzijds stabiliteit te garanderen en te bewaren. Alleen zo blijft onze rechtsstaat gehandhaafd.
Ik denk niet dat hofmaarschalk graaf de Merode toen hij zijn suggestie deed in 1815, had kunnen voorzien dat het tweekamerstelsel 200 jaar later zijn verjaardag zou vieren.
Feit is wel dat de oorspronkelijke gedachte van het tweekamerstelsel in 1815 – met de bewoordingen van nu valt dat aan te duiden als checks and balances – tot op de dag van vandaag onverminderd geldt. Dat is naar mijn stellige overtuiging de kracht van het Nederlandse bicamerale stelsel: een systeem van checks and balances, in dienst van de rechtsstaat.
(Applaus)
(Vertoning van een korte film)
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal: De Tweede Kamer heeft altijd een publieke tribune gehad. De architecten van de Grondwet vonden – heel modern voor hun tijd – dat het politieke debat openbaar moest zijn. Maar in hun optiek was die tribune symbolisch; ze gingen ervan uit dat er vooral journalisten zouden zitten. Díé waren de oren en ogen van de samenleving en konden het land vertellen hoe parlementaire beslissingen tot stand waren gekomen.
Jacob en Isaac Belinfante waren, samen met Mozes Vaz Dias, de eersten die vanuit de Kamer de belangrijke kranten voorzagen van parlementair nieuws en politieke analyses. Het debat – en dus ook hun berichtgeving – ging toen vooral over economische en bestuurlijke zaken.
Anno 2015 praten we in het parlement over alles wat mensen bezig houdt; over de kansen en bedreigingen die zij zien, over de lange lijnen en actuele vraagstukken. Ons parlementaire systeem is veerkrachtig. Het weet zich steeds opnieuw te voegen naar de heersende tijdgeest. Het Kamerwerk sluit aan bij wat er leeft op straat. En wat de maatschappelijke of politieke kwesties ook zijn; volksvertegenwoordigers hebben er een opvatting over. En zo hoort dat ook.
Inmiddels reikt onze publieke tribune tot in iedere huiskamer. Alles wat we in de Tweede Kamer doen, is direct te volgen via internet. Daarnaast hebben Kamerleden tal van podia om hun mening onder de aandacht te brengen.
Je kunt stellen dat niemand kan ontkomen aan de meningen van politici, die ze communiceren voorafgaand aan en tijdens Kamerdebatten. Hoe die meningen zich verhouden tot de besluiten die worden genomen, is voor veel mensen vaak minder inzichtelijk. Standpunten vertalen zich niet per se een-op-een in besluitvorming.
Het Nederlandse parlement besluit immers met meerderheden. Iedere politieke partij voert het debat vanuit de eigen opvattingen over de samenleving. Ieder Kamerlid vertolkt de stem van zijn of haar eigen partij. Maar om besluiten te kunnen nemen, zijn Kamerleden op elkaar aangewezen. Samen verdedigen zij de belangen van bijna 17 miljoen Nederlanders, ook van hen die niet mochten, niet konden of niet gingen stemmen.
Het debat in de Kamer is de belangrijkste schakel in het samenbrengen van alle meningen en standpunten. Dáár gaan volksvertegenwoordigers er met elkaar over in discussie, dáár wegen ze belangen tegen elkaar af, dáár moeten ze tot consensus komen. Niet door een numerieke optelsom te maken van ja's en nees, maar op een manier waarbij het geheel meer is dan de som der delen. Je kneedt en schaaft met elkaar tot je een besluit hebt waar misschien niet iedereen zich voor de volle 100% in herkent, maar waarin de meerderheid zich vertegenwoordigd voelt, omdat het in essentie dát doel dient, waar we allemaal voor staan: het algemeen belang.
De afstand tussen het parlement en de samenleving lijkt kleiner dan ooit. Mensen weten precies wat politici vinden. Maar wat we niet mogen vergeten, is dat die meningen geen eindstation zijn. Ze zijn het vertrekpunt, de basis van ons debat. Het debat zelf, waar al die meningen samenkomen, en de uitkomst ervan, dát is voor mij de kern van onze parlementaire democratie; samen met andere fundamentele waarden als persoonlijke vrijheid, vrijheid van meningsuiting en rechtsbescherming.
Die democratie is een levend systeem, waarin volop ruimte was en is voor verandering, emancipatie en modernisering. Maar wat in 1815 in onze Grondwet is vastgelegd, geldt vandaag de dag nog steeds: "de Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk". Onze toekomst ligt dus besloten in wat er al 200 jaar is.
(Applaus)
(Muzikaal intermezzo door Douwe Bob en het Ragazze Quartet)
(Vertoning van een korte film)
Minister Rutte: Majesteit, mevrouw de voorzitter, mevrouw de voorzitter, excellenties, dames en heren, en natuurlijk – ik gebruik deze formulering met enige schroom – leden van de Staten-Generaal,
Laat ik met het belangrijkste beginnen: namens het kabinet feliciteer ik de Eerste en Tweede Kamer met het 200-jarig bestaan. Een jubileum dat het verdient om gevierd te worden. Soms kraakt en knettert het op en rond het Binnenhof. Maar we hebben wél een parlementaire democratie om trots op te zijn. En zuinig. Want als de actualiteit van MH17 en de Syrische vluchtelingen één ding onderstreept, is het dat democratie, vrijheid en rechtsstatelijkheid fundamenteel zijn voor de kracht van een land.
We zagen net in het filmpje hoe in Nederland in 200 jaar een voorzieningenstelsel is opgebouwd dat zijn weerga in de wereld nauwelijks kent. Dat is een collectief succes van onze parlementaire democratie. Er zijn namen aan verbonden van liberalen als – inderdaad, we zagen hem – Sam van Houten, van sociaaldemocraten als natuurlijk Willem Drees en van christendemocraten als Marga Klompé, die volgens de overlevering door haar collega Joseph Luns "Onze Lieve Vrouwe van Eeuwigdurende Bijstand" werd genoemd. Zij deed er overigens zelf nooit een beroep op. Vadertje Drees, die 101 werd, heeft wel de nodige jaren van "zijn" AOW genoten. Overigens: volkomen verdiend. En als verstandige, want zuinige sociaaldemocraat voorzag hij bij de invoering al dat de pensioenleeftijd mee moest groeien met de levensverwachting. Dat was natuurlijk een wijs advies.
En zo is alles wat in die 200 jaar is bereikt niet toe te schrijven aan één partij of één stroming, maar aan het grote geheel. In Nederland worden wetten altijd ondersteund door verschillende partijen. En terugblikkend is dat misschien wel de grootste kracht van ons parlementaire stelsel: de gerichtheid op samenwerking en de gemeenschappelijke grond, die er uiteindelijk bijna altijd is. Het verstandige compromis is nooit ver weg en dat heeft ons geen windeieren gelegd.
We leven in een van de meest welvarende landen ter wereld. Dat hebben we met elkaar opgebouwd. Maar het is niet vanzelfsprekend dat dit ook zo blijft. Wetten, regels en voorzieningen vragen altijd om onderhoud. Ze moeten steeds weer worden aangepast aan veranderende wensen van mensen en veranderende eisen van de tijd. Alleen op die manier houden we het prachtige land dat we hebben.
Zo gaan continuïteit en verandering altijd samen. Net als 200 jaar geleden, toen met het nieuwe tweekamerstelsel uit de Grondwet van 1815 de vertrouwde term Staten-Generaal uit de tijd van de Republiek gehandhaafd bleef, met opnieuw het Binnenhof als vergaderplaats.
Als de parlementariërs van 1815 hadden kunnen zien hoe Nederland er vandaag de dag uitziet, hadden ze hun ogen niet kunnen geloven. Ruimtelijk, sociaal, politiek, technologisch, economisch; alles is compleet anders dan toen. En wat de komende 200 jaar ook brengen, dat veranderingsproces zal doorgaan, continu. Laten we daar niet bang voor zijn, maar samen alles blijven doen wat nodig is om onze rechtsstaat, onze economie en onze samenleving sterk en bij de tijd te houden.
En ik meen dat we voldoende reden hebben om op die toekomst te vertrouwen. Met een economie die nummer vijf staat in de mondiale top tien. Met een land van sterke instellingen en een samenleving vol mensen die iets voor elkaar over hebben. En met een parlementaire democratie die ons ver heeft gebracht en nog verder zal brengen.
Juist in deze tijd, waarin mensen zich onzeker voelen en tegenstellingen lijken te groeien, moet de parlementaire democratie haar bindende kracht tonen. Dat was ook de oproep die Koning Willem I deed in de troonrede van precies tweehonderd jaar geleden, op 16 oktober 1815. Hij vroeg de leden van de Staten-Generaal, toen nog "Edel mogende Heeren", "eendragtige behartiging van het volksbelang", en "om allerwege de kalmte in de gemoederen" te bewaren.
Ons stelsel heeft zijn grote waarde sindsdien meer dan bewezen. 200 jaar Staten-Generaal is 200 jaar werken in dienst van – de Voorzitter van de Tweede Kamer zei het al – het algemeen belang. Bij zo'n bijzondere verjaardag past in dit huis maar één wens, die ik u en de Nederlandse samenleving van harte gun: lang leve de Staten-Generaal!
(Applaus)
(Muzikaal intermezzo door Remy van Kesteren en Karsu)
De voorzitter: Wij komen tot afsluiting van deze bijzondere verenigde vergadering.
Ik dank Zijne Majesteit en al onze andere gasten voor hun aanwezigheid. Ik dank alle artiesten voor hun bijzondere bijdragen. Ook dank ik de medewerkers van de Eerste en Tweede Kamer die deze bijzondere verenigde vergadering hebben voorbereid en eenieder die hieraan heeft meegewerkt.
Bij het vertrek van Zijne Majesteit zal zo dadelijk het ensemble van het Residentie Orkest de speciaal door Johan de Meij voor deze gelegenheid gecomponeerde "Hymne voor de Staten-Generaal" ten gehore brengen voor de muzikale uittocht.
Sluiting 15.56 uur.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-vv-20152016-2-1.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.