21 501-04 Ontwikkelingsraad

Nr. 294 MOTIE VAN DE LEDEN HOOGEVEEN EN BAMENGA

Voorgesteld 13 mei 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ontwikkelingslanden via het Algemeen Preferentieel Systeem formeel toegang hebben tot de Europese markt met lagere heffingen en quota, maar in de praktijk vaak nog te maken hebben met non-tarifaire handelsbelemmeringen;

overwegende dat handel, investeringen en markttoegang op de lange termijn effectiever bijdragen aan economische ontwikkeling dan voortdurende afhankelijkheid van ontwikkelingshulp;

overwegende dat met de inwerkingtreding van het nieuwe Algemeen Preferentieel Systeem een logisch moment ontstaat om te bezien waar praktische knelpunten voor ontwikkelingslanden kunnen worden verminderd;

verzoekt de regering de Europese Commissie op te roepen om en marge van de implementatie van het nieuwe Algemeen Preferentieel Systeem te inventariseren welke laagdrempelige en op redelijke termijn uitvoerbare maatregelen mogelijk zijn om ontwikkelingslanden in staat te stellen te voldoen aan EU-standaarden en zo non-tarifaire belemmeringen te verminderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Hoogeveen

Bamenga

Naar boven