Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 47, item 8 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 47, item 8 |
Begrotingen Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
De voorzitter:
Dan is de voortzetting van de begroting van Defensie aan de orde. Voordat ik de heer Van Lanschot het woord geef, geef ik het woord aan mevrouw Piri voor een punt van orde.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, voorzitter, ik heb een punt van orde. We hebben een brief van het kabinet gekregen deze ochtend, waarin wordt gemeld dat er een verzoek van de Fransen om bijstand ligt. Daarboven staat: artikel 100. Even voor de duidelijkheid: een artikel 100-brief kan natuurlijk pas naar de Kamer worden gestuurd als het kabinet een besluit heeft genomen. Dan komt dat met een motivering naar de Kamer en dan volgt een Kamerdebat. Mijn informatieverzoek is het volgende. A: ik neem aan dat het om een urgent besluit gaat, dus wanneer gaat het kabinet hier een besluit over nemen? B: kunnen wij dan meteen, op basis van een artikel 100-brief van het kabinet, het debat voeren? Ik ben namelijk bang dat als we dit tot dinsdag of woensdag laten liggen, dat te laat is. Vandaar mijn vraag, ook agendatechnisch: moeten wij iets inplannen voor morgen of overmorgen? Graag een reactie van het kabinet.
De voorzitter:
De vraag is even of de minister nu een toelichting kan geven op dat verzoek. Dat is het geval, zie ik. Dan geef ik kort het woord aan de minister.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u wel. Ik kan het in ieder geval proberen, want ik denk dat ik de vraag goed begrijp. Wij hebben dat verzoek gekregen, maar wij hebben daar zelf ook nog heel veel vragen bij. Het leek ons alleen een heel gekke figuur om, als we dat verzoek hebben liggen en hier met elkaar spreken over Defensie — weliswaar over de begroting voor dit jaar, maar toch — niet transparant met u te hebben gedeeld dat dat verzoek er ligt. Om die reden is die brief nu dus al uitgegaan.
Al deze vragen worden as we speak uitgezocht. Wat is de inzet van de Fransen? Wat wordt er concreet van ons verwacht? Wat gaan wij wel of niet doen? Dat besluit is inderdaad nog niet genomen. Ik denk dat we luid en duidelijk hebben gehoord wat mevrouw Piri zegt: informeer ons meteen zodra het kabinet een besluit heeft genomen en we iets gaan doen. Maar het eerlijke antwoord is dat ik nu nog niet weet wanneer dat is, omdat wij ook al deze vragen hebben. Ik heb veel contact met de mensen bij ons die dat uitzoeken en met de Fransen, maar ik denk niet dat we het aan het einde van de dag duidelijk hebben en dat we het dan morgen kunnen doen. Ik zal zorgen dat we het, zodra wij het weten, volgens de processen die we met elkaar hebben afgesproken, zo snel mogelijk doen. Dat probeerden we ook vanochtend te laten zien met dat briefje: meteen transparant maken waar we naar kijken.
De voorzitter:
Is dat afdoende voor nu, mevrouw Piri?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, voorzitter. Ik neem aan dat in afwachting van het besluit van het kabinet het schip wel alvast die kant op gaat. Ik denk dat dat hier nu de moeilijkheid is. Maar ik hoor de toezegging van de minister dat er niks gaat gebeuren zolang de Kamer, mocht dat besluit vallen, niet gewoon een volwaardige artikel 100-procedure heeft kunnen voeren met het kabinet.
De voorzitter:
Ik zie non-verbale instemming vanuit de zijde van het kabinet.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Van Lanschot voor zijn inbreng namens het CDA in de eerste termijn.
De heer Van Lanschot (CDA):
Voorzitter. "Ik vrees dat we niets anders hebben gedaan dan een slapende reus wakker maken en hem vervullen met een verschrikkelijke vastberadenheid." Dat zou de Japanse admiraal Yamamoto gezegd hebben na de aanval op Pearl Harbor. Door oorlog in Europa, spionage en sabotage staan onze vrijheid en veiligheid weer op het spel. Nederland en Europa zijn inmiddels wakker, maar nog niet uit bed. We moeten in onafzienbare tijd in actie komen en gereed zijn voor een grootschalige confrontatie, die we dan moeten voorkomen. Het CDA heeft er vertrouwen in dat we grote stappen kunnen zetten op vier fronten: manieren, middelen, mensen en mindset.
Met manieren bedoelen we de samenwerking met de EU en NAVO-partners. Allereerst is het essentieel dat we Oekraïne blijven steunen. Daarom is het goed dat daarvoor 9 miljard is opgenomen in het regeerakkoord. Terecht wees de collega van GroenLinks-PvdA er al op dat er ook nog een deel ontbreekt, namelijk 1,3 miljard. We zijn benieuwd welke mogelijkheden de minister ziet om dat te adresseren.
Ten tweede is er nog geen doorbraak in de Oekraïense vredesbesprekingen. Toch is het belangrijk dat onze Kamer zich gaat voorbereiden op een mogelijk verzoek tot Nederlandse deelname aan een internationale afschrikkingsmacht. Wat zijn de randvoorwaarden voor succes? Welke exitstrategieën zijn er en welke lessen leren we uit het verleden? Dit soort vragen moeten we gaan beantwoorden. Daarom zal het CDA tijdens de volgende procedurevergadering een verzoek doen om de experts van de AIV, de Adviesraad Internationale Vraagstukken, hierover voor de zomer aan de Kamer te adviseren.
Ten derde juicht onze fractie het toe dat dit kabinet in Europa een leidende rol wil spelen. Vanochtend informeerden de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken, zoals net werd verteld, ons over het Franse verzoek voor de defensieve inzet van ons luchtverdedigings- en commandofregat Zijner Majesteits Evertsen bij de verdediging van met name Cyprus. De CDA-fractie heeft een positieve grondhouding ten opzichte van deze inzet en zal een definitief besluit nemen na nadere bestudering van het exacte verzoek. Wij steunen ook de uitnodiging van Frankrijk voor nucleaire samenwerking.
Voorzitter. Belangrijk is ook het opzetten van de Europese pijler in de NAVO. Wanneer kunnen we van de minister een brief verwachten van de Nederlandse positie daarin?
Voorzitter. Ten vierde zien we in de EU fragmentatie van materieel. Wij hebben negentien verschillende tanks en de VS hebben er één. Dat gaat zo door op allerlei fronten van het materieel. We kopen dus langs elkaar heen. Dat betekent verschillende onderdelen en onderhoudslijnen. Dat kost geld, tijd en inzetbaarheid. Het CDA wil daarom maximale Europese standaardisatie van materieel.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij dat ook de heer Van Lanschot vraagt wat we nog met die 1,3 miljard euro gaan doen. Dat staat dus genoteerd, net als bij de D66-fractie. Ik ben ook benieuwd. Ik hoop gewoon dat we dat gaan regelen.
De vraag die ik heb is eigenlijk als volgt. Het uitzenden van militairen, op welke manier dan ook, is het zwaarste besluit dat je hier in de Kamer kan nemen. Nu hebben we geloof ik anderhalf uur geleden een brief binnengekregen, waarvan de minister zegt: ik heb er zelf ook nog veel vragen over en we hebben er nog geen besluit over genomen. Ik begrijp dat in het laatste uur de CDA-fractie al vergaderd heeft of ze hier welwillend tegenover staan? Hoe moet ik de uitspraken van de heer Van Lanschot duiden?
De heer Van Lanschot (CDA):
Mevrouw Piri duidt dit uitstekend. De CDA-fractie heeft een positieve grondhouding ten opzichte van dit verzoek. We hebben het de hele ochtend gehad over meer Europese samenwerking en over het opbouwen van een afschrikwekkende krijgsmacht. Dit Franse verzoek is daar een goed voorbeeld van. Het gaat om defensieve inzet in de Middellandse Zee. Daarom hebben wij een positieve grondhouding. Dat wil nog niet zeggen dat wij instemmen met dat verzoek als het er komt, maar we willen wel alvast duiden dat wij hier in de basis positief tegenover staan.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het gewoon best raar. We hebben net een verzoek ontvangen dat letterlijk alleen maar een verzoek is, zonder details, zoals: om hoeveel man gaat het precies, om welke inzet gaat het, wat is de duur en wat is het doel? Laat ik het als volgt zeggen. Ik zou collega Van Lanschot in ieder geval willen meegeven nooit lichtvaardig te doen over dit soort besluiten. Dit zijn de zwaarste besluiten die je als Kamer kunt nemen. Het is prima dat u in principe altijd zegt: verzoeken van bondgenoten nemen wij altijd serieus. Dat is ook de grondhouding van GroenLinks-PvdA. Maar geef hier alstublieft geen blanco cheques terwijl we nog niet eens weten wat er aan de hand is.
De heer Van Lanschot (CDA):
Een korte reflectie. Een positieve grondhouding wil nog niet zeggen dat het een definitief besluit is. Daarvoor is natuurlijk het exacte verzoek leidend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik hoorde het CDA niet alleen "een positieve grondhouding", maar ook het woord "steunen" zeggen. "Wij steunen het verzoek tot nucleaire samenwerking van de Fransen." Dat klopt, hè? Wat steunt u dan precies? Wat houdt dat verzoek voor nucleaire samenwerking met de Fransen in?
De heer Van Lanschot (CDA):
Wat dat verzoek inhoudt, hebben we allemaal in de krant kunnen lezen en in de speech van Macron kunnen horen. Het CDA steunt dit omdat je samen sterk staat. Collega Nanninga noemde dit al terecht "een tweede verzekeringspremie op nucleair gebied". Die kunnen we uitstekend gebruiken.
Mevrouw Dobbe (SP):
Als het CDA de informatie uit de kranten haalt, dan hebben wij gewoon dezelfde informatie als het CDA. Wij weten niet precies wat dat verzoek inhoudt. Er is bijvoorbeeld een optie dat Nederland meedoet aan nucleaire proeven. Steunt het CDA dat bij voorbaat? Wat voor proeven zijn dat dan? Hoe vaak gaan we die dan doen? Welke steun wordt hier nu gegeven door het CDA, toch ook een coalitiepartij? Er zouden kernwapens in verschillende landen worden geplaatst. Steunt het CDA het plaatsen van kernwapens op Nederlandse bodem? Waar moeten die kernwapens dan komen? Heeft het CDA hier meer informatie over dan wij of is het gewoon "we steunen alles wat de Fransen ons vragen op kernwapengebied en we zien wel wat we zo meteen moeten doen"?
De heer Van Lanschot (CDA):
We hebben evenveel informatie als de andere Kamerleden. Nucleaire proeven die we samen gaan doen, heb ik niet teruggezien, wel samen trainingen over nucleaire inzet doen, het onderhouden van de faciliteiten en inderdaad plaatsing. Dat gebeurt nu ook al met de Amerikaanse nucleaire afschrikkingsmacht die we hebben.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het is echt heel erg zorgelijk dat het CDA, een grote partij, een coalitiepartij, zo lichtzinnig omgaat met kernwapens en het uitbreiden van kernwapenarsenalen. Kernwapens zijn massavernietigingswapens. Je moet die niet willen gebruiken. Nog los van de vraag of je dat wil of niet, maak je jezelf ook een doelwit als je ze plaatst. Waarom geeft het CDA hier een soort vrijbrief aan de Fransen door te zeggen het te steunen, terwijl het CDA duidelijk ook geen idee heeft van wat het inhoudt? Komen er zo meteen kernwapens op Nederlandse bodem? Moeten wij meedoen met nucleaire proeven? Dat is helemaal nog niet bekend. Ondanks dat dat niet bekend is, zegt het CDA: we steunen dat, want dat vinden we belangrijk. Het CDA heeft echter geen idee. Klopt dat nou?
De heer Van Lanschot (CDA):
Het CDA steunt de uitgestoken hand van Frankrijk op het gebied van het versterken van de nucleaire samenwerking. Er zijn misschien partijen in deze Kamer die dat bij voorbaat afwijzen. Dat zou ik heel onverstandig vinden. U heeft het CDA niet horen pleiten voor meer kernwapens, want het zou ook met herverdeling van de bestaande voorraad kunnen. Dit zijn allemaal uitwerkingsvragen waar het kabinet mee aan de slag gaat. Het is nu nog te vroeg om die hier in detail te bespreken.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank, voorzitter. Ik was aan het vertellen hoe belangrijk het is om in Europa te standaardiseren op het gebied van materieel, zodat wij effectiever kunnen inkopen. Kan de staatssecretaris een plan sturen, het liefst zo snel mogelijk, met daarin de meest voor de hand liggende standaardisatiekeuzes en potentiële EU-partners waarmee we dat kunnen doen?
Dan ga ik verder met de middelen. Het is goed dat we versneld opschalen naar 3,5%, zeg ik terwijl de heer Dassen aan komt lopen.
De voorzitter:
Die ik het woord geef voor zijn interruptie.
De heer Dassen (Volt):
Ik heb aan D66 en de VVD gevraagd hoe het nou zit met die 50%. Zijn de licentieovereenkomsten daar ook onderdeel van? Die vraag zou ik ook graag aan het CDA willen stellen.
De heer Van Lanschot (CDA):
In het coalitieakkoord staat inderdaad: gezamenlijke inkoop bij Nederlandse en Europese ondernemers van materiaal (inclusief licentie en onderhoud). Dus ja, licenties horen daarbij.
De heer Dassen (Volt):
Dat is in ieder geval een helder antwoord; het is een ander antwoord dan dat ik net kreeg. Ik kan meteen door naar de volgende vraag, kijkend naar de voorzitter. Mijn vraag gaat over de gezamenlijke inkoopautoriteit. Draghi geeft aan dat we die moeten hebben. Is het CDA van mening dat er inderdaad een Europese inkoopautoriteit moet zijn die namens de lidstaten van de Europese Unie materieel gaat aankopen?
De heer Van Lanschot (CDA):
Misschien eerst een stap terug. Draghi heeft een gezaghebbend rapport uitgebracht. Dat is door velen omarmd, maar door weinigen zijn er echt acties op schaal uitgevoerd, een procent of 10. Volgens mij is het een bijzonder interessant idee dat Draghi genoemd heeft. Het zou ook een goed instrument kúnnen zijn in het effectiever samen Europees inkopen. Of we dat zouden moeten inzetten, vind ik echt een vraag die het kabinet primair moet beantwoorden.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Afrondend, voorzitter. Het komt uit het Draghirapport. Volgens mij staat in het coalitieakkoord dat het Draghirapport onverkort uitgevoerd gaat worden. Ik hoop dus dat het kabinet duidelijk aangeeft dat we dit gaan doen. Doet het dat niet, dan zijn de teksten in het coalitieakkoord een beetje dubbelzinnig. Als er iets in staat, dan moet het uitgevoerd worden, zou ik zeggen.
De heer Van Lanschot (CDA):
Ik zie een aanmoediging van de heer Dassen, namelijk dat het kabinet het Draghirapport goed ter hand neemt en de goede ideeën oppakt en uitwerkt.
De heer Boon (PVV):
Hoorde ik nou goed dat het CDA gewoon Volt links voorbijgaat en onze inkoopverantwoordelijkheid wil weggeven aan de Europese Unie, waardoor wij zelf niet meer gaan over onze inkoop? Heb ik dat nou daadwerkelijk goed gehoord?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dan heeft u iets anders gehoord dan ik gezegd heb. Ik heb gezegd dat er een kans is om effectief in te kopen. Bij inkopen op schaal heb je inkoopkorting, zoals de meeste mensen weten die uit het bedrijfsleven komen, en ook de mensen die niet uit het bedrijfsleven komen overigens. Dit lijkt me een kans die je niet a priori moet wegcijferen.
De heer Boon (PVV):
Dat was de vraag niet. De vraag is: vindt u dat Nederland altijd zelf verantwoordelijk moet blijven voor wat wij inkopen en die verantwoordelijkheid niet aan de Europese Unie moet overdragen? Wij beslissen wat voor materieel, munitie en wapens onze mannen krijgen en niet de Europese Unie.
De heer Van Lanschot (CDA):
Ik zou niet noodzakelijkerwijs willen uitsluiten dat we samen inkopen. Dat lijkt me zeer onverstandig en geen goede inzet van belastingcenten.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Boon (PVV):
De laatste opmerking. Dan heb ik toch goed geconcludeerd dat het CDA Volt links voorbijgaat.
De heer Van Lanschot (CDA):
Voorzitter, ik vervolg mijn betoog.
De voorzitter:
Ja.
De heer Van Lanschot (CDA):
We waren bij de middelen. 3,5% in 2035 is prettig, maar geld alleen maakt ons niet veilig. Een van de belangrijke zaken die we moeten doen, is meer innovatief publiek-privaat samenwerken met het bedrijfsleven, overheden en onderwijsinstellingen. Daarom roept onze fractie op tot een herziene Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie. Dit in het afgelopen jaar opgeleverde document beschouwen wij, misschien niet heel parlementair gezegd, als een losse flodder. Daarin worden geen echte keuzes gemaakt noch smart-doelstellingen in opgenomen. Wij verwachten dus eigenlijk een herziene strategie, waarin onder andere het volgende staat: een doorvertaling van de doelstellingen uit het regeerakkoord, zoals gezamenlijke Europese inkoop, voorfinanciering van de industrie en oprichting van de defensieautoriteit — die is door meerdere collega's al genoemd vandaag — en het identificeren van knelpunten in toeleveringsketens, vanuit het perspectief van zowel de OEM's als de toeleverende mkb-leveranciers. Bij zo'n industrie-innovatiestrategie moet je natuurlijk ook nauw het bedrijfsleven betrekken. We gaan ervan uit dat dat gebeurt. We zullen hiervoor een motie indienen in de tweede termijn.
DEFPORT is zo'n mooie publiek-private samenwerking. Daarvan ziet onze fractie de potentie in. We horen graag van de staatssecretaris waar we nu staan. Welke meetbare doelen stelt DEFPORT zich? Welke lessen kunnen we trekken op het gebied van publiek-private samenwerking in Oekraïne, zoals met Dignitas en Brave1? Wanneer kunnen we — ik citeer uit de begroting — "voorstellen in het kader van productie en opschaling" verwachten? En hoe zorgen we ervoor dat DEFPORT op voldoende afstand van Defensie opereert, zodat, net als in het succesvolle Brainportmodel, de publiek-private belangen gebalanceerd vertegenwoordigd kunnen worden?
Voorzitter. Ten derde is het belangrijk dat we innovatie in de praktijk brengen. Kan de staatssecretaris daarom toezeggen een inventarisatie te maken van campussen en clusters waar Defensie een leidende rol bij speelt? Ik maak dit even concreet. Tijdens een prachtig werkbezoek bij Vliegbasis Woensdrecht begrepen we dat er een mogelijke deelname verkend wordt van Defensie in de Hive Aerospace Collective, met als doelstelling een gelijkwaardiger partnerschap van de defensie-industrie en overheden. Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat we kansen als deze effectief benutten? Kan hij ons ook iets vertellen over hoe we gezamenlijk innovatie met Oekraïne, zoals het kosteneffectief neerhalen van Shahed-drones, verder kunnen stimuleren?
Dan een wat meer zorgelijke ontwikkeling die we lezen in het rapport van de Rekenkamer, namelijk dat van de 103 projecten groter dan 50 miljoen een kwart meer dan zes jaar vertraagd is. Dat moet beter, vinden we. Kan de staatssecretaris ons vertellen wat er nodig is om die projecten vlot te trekken? Dat hoeft niet nu, maar dat kan ook in een brief of in een reguliere P&C-cyclus. Kan de staatssecretaris ons daarover blijven informeren? In april spreken we verder over de ruimte voor Defensie. Het CDA — ik geef alvast een voorproefje — gaat dan kijken of we zij aan zij staan met gemeentes en provincies in de uitvoering daarvan en of we ook de koppelkansen pakken met knooppunten rondom de militaire infrastructuur en civiele infrastructuur.
Voorzitter. Het laatste punt gaat over regels binnen het blokje middelen. Wij vragen ons af wat de minister en staatssecretaris gaan bijdragen aan het tegengaan van de regeldruk, een belangrijk thema in dit regeerakkoord. Alles staat of valt met onze mensen, niet alleen met tanks. In het coalitieakkoord is terecht opgenomen dat de samenleving weerbaar en samenredzaam moet zijn. Daarvoor moeten we een aantal zaken doen. Allereerst moeten we bouwen aan een schaalbare krijgsmacht met minstens 122.000 medewerkers. Er werden hier al een aantal vragen over gesteld. Ook het CDA wil van de staatssecretaris graag een, in goed Nederlands, strategic resource planning. Daarin zijn we eigenlijk benieuwd naar een paar zaken. Wat is nou de beoogde compositie? Denk aan reservisten, beroeps et cetera. In welk jaartal zou dit bereikt moeten worden? Hoe ziet het beoogde groeipad eruit? Wat zijn de talentpools? Dat is ook weer goed Nederlands. Hoe verhoudt dit zich tot het huidige groeipad? Als we dat allemaal weten — ik zie de collega's in vak K lachen — dan hebben we er zicht op of we een beetje op schema lopen of dat er extra maatregelen nodig zijn, zoals bijvoorbeeld het flexibeler omgaan met medewerkers die nu vanwege hun leeftijd uitstromen en die we hartstikke goed kunnen gebruiken; de heer Struijs noemde het al. Onlangs heb ik ook vragen gesteld over de rechtspositie van reservisten. Ik ben benieuwd wanneer die antwoorden naar de Kamer komen, voorzitter.
Dan spreken we in het notaoverleg in juni …
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag gaat hierover. Het gaat over het opschalen van de krijgsmacht. Ik hoorde de heer Van Lanschot hier nu al allerlei opties noemen die heel redelijk zijn, en die ze ook gewoon in het coalitieakkoord hadden kunnen zetten in plaats van die selectieve opkomstplicht. Waarom is er dus meteen gekozen voor die escalatie naar de selectieve opkomstplicht?
De heer Van Lanschot (CDA):
Volgens mij staat dat er niet in. Er staat in: we schalen de krijgsmacht op en we bereiden dat voor als het niet snel genoeg gaat.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Zeker. We hebben nu 76.000 mensen. In het coalitieakkoord staat: als we binnen vier jaar niet op 122.000 zitten, dan is dit een serieuze overweging.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dat klopt. Reflecterend op het debat vanochtend vind ik dat we er ook gewoon open en eerlijk over moeten zijn dat we wat vragen aan onze samenleving voor onze vrijheid, welvarendheid en onafhankelijkheid. Dat betekent ook dat dit een mogelijkheid is. Laten we even in cijfers denken. Een cohort is ongeveer 200.000 per jaar. Als 10% daarvan, dus 20.000 mensen, geïnteresseerd is in Defensie, kom je al makkelijk aan je aantal.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Hartstikke leuk, dit soort rekensommetjes, maar helaas is de ervaring iets hardnekkiger dan dit. Defensie doet al heel lang haar best om het personeel te laten groeien en dat is echt niet op het niveau dat we nu kunnen zeggen: als we op deze weg doorgaan, zit dat op 122.000 in 2030. Ik vind het dus zeer problematisch ... Kijk naar een land als Zweden, dat zo'n selectieve opkomstplicht heeft. Waar komt dat op neer? Elk jaar moeten twee of vijf jongeren de gevangenis in en moeten 3.000 jongeren geldboetes betalen omdat ze weigeren te komen terwijl ze geselecteerd zijn. Is dat daadwerkelijk wat we moeten doen om het draagvlak voor onze Defensie hoog te houden?
De heer Van Lanschot (CDA):
Meteen over dit soort escalaties praten vind ik dit debat in het absurde trekken. Laten we een paar dingen constateren. Allereerst hebben 17-jarigen — ik denk dat velen van ons dat herkennen — soms een steuntje en een duwtje in de rug nodig, zo van: Defensie, is dat niet iets voor jou? Ten tweede zit Defensie ook niet te wachten op mensen die niet gemotiveerd zijn; laten we daar ook gewoon eerlijk over zijn. We kunnen later nog praten over welke maatregelen je kunt nemen als het halen van de doelstelling echt heel krap wordt. Laten we dit vooral zien als een kans om aan iedereen in Nederland te vragen om een steentje bij te dragen voor onze veiligheid.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik vind dat een mooi bruggetje, want daar ging eigenlijk precies mijn vraag over. Mijn vraag ging niet alleen over ruimte voor Defensie, waar we nog over gaan spreken, maar ook over een beetje trots op Defensie. Ik gaf in mijn bijdrage al aan dat ik zelf op de Veluwe ben opgegroeid. Je was er gewoon trots op dat daar militairen waren. Je zou eigenlijk trots moeten zijn dat er straks een F-35 vanuit Flevoland opstijgt om ons land te verdedigen. Daar gaat mijn vraag ook over. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de kinderen van families die zich nu zorgen maken over geluidsoverlast en straks misschien in de file staan voor een colonne, er misschien toch wel in geïnteresseerd zijn om zich straks bij Defensie te voegen? Wat hebben wij dan nog meer te doen vanuit de Kamer?
De heer Van Lanschot (CDA):
Overlast zal er gewoon zijn. In sommige landen wordt dat "het geluid van vrijheid" genoemd. We moeten accepteren dat die overlast er is. Tegelijkertijd moeten we een inspirerende propositie neerzetten voor de krijgsmacht. Een heel goed voorbeeld daarvan is dat militairen weer vaker in uniform in het openbaar te zien zijn, met dank aan de huidige staatssecretaris, die zich daar hard voor heeft gemaakt. Daar moeten en mogen we gewoon fier op zijn.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ben blij met dit antwoord, maar ik zou willen stoppen met zeggen dat we overlast van Defensie ondervinden. We hebben profijt van ze, als dat straks nodig is. Ik denk dat we dat ook moeten gaan uitstralen met elkaar. Ik zou dus in dat commissiedebat met elkaar verder willen kijken hoe we aan voldoende personeel komen. Als we praten over ruimte voor Defensie, moeten we ook echt meenemen hoe we families in Nederland weer trots maken op Defensie. Zo zorgen we ervoor dat het in de genen komt dat je daar een bijdrage aan levert. Ik hoorde mevrouw Bikker daar eerder in het debat iets over vragen, maar ik zou op dit punt echt nog meer in deze Kamer samen willen optrekken.
De heer Van Lanschot (CDA):
Met de nuance dat sommige mensen toch echt overlast zullen ervaren als ze hun boerderij moeten verplaatsen omdat daar een landingsbaan voor een F-35 komt, neem ik de uitgestoken hand om daar verder over door te praten graag aan.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik hoorde het CDA net zeggen dat het in de huidige situatie, met betrekking tot Iran, steun zou uitspreken. Nou lees ik net in de persberichten dat Iran inmiddels Turkije heeft aangevallen. Dat is een bericht van een halfuur geleden. We worden nu dus best snel door de feiten ingehaald. Als er vanuit de Kamer op korte termijn een verzoek komt voor steun aan Amerika en Israël in de strijd tegen Iran, kunnen we dan rekenen op de steun van het CDA?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dit zijn zeer hypothetische scenario's. Daarbij helpt het niet om hier publiekelijk over te speculeren. Dat ga ik dus ook niet doen.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Daar wil ik toch op reageren, want we hebben wel snelle beslissingen nodig. Ons Europees grondgebied wordt aangevallen. Snel schakelen is daarbij gewenst.
De heer Van Lanschot (CDA):
Als dit een oproep is om snel te schakelen: dat kan het CDA zeker.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Heel goed.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik wil toch even terug naar het vorige punt, naar de mooie gedachtewisseling met collega De Groot over hoe we ervoor gaan zorgen dat een grotere krijgsmacht niet alleen een last is die op het land drukt, maar waarvan we gezamenlijk zeggen: we zijn dankbaar dat mensen zich in willen zetten en onze vrijheid is daarmee gediend. Mijn vraag aan de collega zou daarom juist ook zijn: hoe ziet hij dat ten aanzien van onze veteranen? Zouden we daar ook niet nog een aantal verdere stappen moeten zetten?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan collega Bikker voor dit prachtige bruggetje, want daar wilde ik eigenlijk net mee verdergaan. Als ik dat doe, kan zij daar misschien later nog aanvullingen op doen of daarop reageren.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, ik ken u als iemand die ongetwijfeld nog een keer terugkomt, en dat mag dan ook. U vervolgt, meneer Van Lanschot.
De heer Van Lanschot (CDA):
Voorzitter. In het notaoverleg in juni spreken wij uitgebreid over onze meer dan honderdduizend gewaardeerde veteranen. Het CDA wil het daarbij specifiek hebben over de arbeidsmarktpropositie van veteranen. Ik heb zelf mogen ervaren dat zij met hun doelgerichtheid, discipline en teamgeest een versterking zijn voor menig bedrijf. Kan de minister daarom ook voorafgaand aan dit debat de Kamer informeren over feiten, trends en lopende initiatieven?
Voorzitter. Het werd net al genoemd: niet alleen onze veteranen verdienen onze waardering, maar ook hun thuisfront. Dat zijn vaak onzichtbare mannen en vrouwen, vrienden en vriendinnen, die achter die militairen staan. Zij steunen hen en brengen offers. Dat zien we te weinig. Nu vindt op 27 juni de Nederlandse Veteranendag plaats. Dat is een mooie eerste kans om daar iets aan te doen. Kan de minister daarom toezeggen dat zij met het Nationaal Comité Veteranendag in gesprek gaat over het plaatsen van een extra tribune voor het thuisfront, zodat de partners het respect en de eer krijgen die zij verdienen, als een mooie eerste stap?
Tot slot, voorzitter. Het belangrijkste is het bijstellen van onze mindset. Defensie moet ondernemender worden, het bedrijfsleven flexibeler, de samenleving weerbaarder en de politiek realistischer. Bij een versnelde opschaling van de krijgsmacht zullen er zaken misgaan. Onze fractie begrijpt dat. Ook in het bedrijfsleven kiest men vaak voor óf sterk groeien óf scherp op de kosten letten. Beide tegelijkertijd is ontzettend moeilijk. Zolang de Kamer transparant geïnformeerd blijft en Defensie lessen trekt, beziet het CDA fouten met mildheid. Progressie boven perfectie.
Dank u wel.
De heer Boon (PVV):
Dit is mijn laatste vraag. Rutte heeft onze Leopardtanks wegbezuinigd. Daarna hebben we een gedeelte kunnen leasen van de Duitsers. Nu krijgen we weer ons eigen tankbataljon. Deelt het CDA de mening dat een gedeelte van dat tankbataljon vast in Nederland gestationeerd moet zijn? Deelt het CDA de mening dat het laten zien van de tanks en het uitstralen van trots kan bijdragen aan het halen van het doel om het aantal militairen verhogen? Iedereen die een tank ziet, is toch vol van trots?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dit is enerzijds een operationele vraag. Die laat ik graag over aan de staatssecretaris. Over het punt van trots ben ik het helemaal eens.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Uw voorspellende gaven zijn weer eens bewezen, voorzitter. Mijn vraag aan collega Van Lanschot is de volgende. Ik zei al dat ik een vraag heb over veteranen en over hoe we ervoor kunnen zorgen dat we in ons land een betere veteranencultuur krijgen. Ik heb het dan niet alleen over de plekken waar veteranen samenkomen, maar veel meer over de erkenning voor offers die niet alleen zij, maar ook hun gezinnen soms hebben gebracht. Is collega Van Lanschot het me eens dat we daarin ook zouden moeten kijken naar de Diensten voor Geestelijke Verzorging bij Defensie? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ook daar een beschikbaarheid is voor de veteranen?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dat vind ik een hele prikkelende en interessante gedachte. Onze oud-commissaris van de Koning hier in Zuid-Holland en vele anderen zullen ons ongetwijfeld kunnen helpen bij het vormgeven, dus ik ga graag in op die uitnodiging.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dan houden we het gewoon daarbij, voorzitter. Had u dat niet gedacht?
De voorzitter:
Nee! Dank u wel voor uw medewerking. Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn inbreng namens de fractie van DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. Het is duidelijk dat DENK geen voorstander is van de NAVO-norm en de massale investeringen die we zien in wapens. Dat hebben we tijdens vele debatten ook al gezegd. De Trumptaks duwt mensen in ons land die al moeite hebben om hun rekeningen te betalen de armoede in. Boodschappen worden duurder, de benzineprijs stijgt naar het hoogste niveau in jaren, het kabinet kort op de WW en door de verhoging van de AOW moeten mensen bijna tot hun dood blijven doorwerken. Nederlanders kunnen hun rekeningen aan het einde van de maand vaak al niet meer betalen, nemen steeds legere boodschappentassen mee naar huis en moeten pijnlijke keuzes maken in hun leven. Nu moeten ze dus ook gaan betalen voor de NAVO-norm. Als je wapens verkiest boven het helpen van kinderen in armoede en miljarden aan wapens uitgeeft terwijl heel veel mensen in Nederland het gewoon niet meer kunnen trekken, dan is dat volgens DENK geen rechtvaardige keuze.
Via de zogenaamde vrijheidsbijdrage, de Trumptaks, worden miljarden euro's opgehaald bij mensen in ons land. We zien dat de armoede in ons land daardoor gaat stijgen: bijna 40.000 mensen extra in armoede. Het gaat om honderden euro's per huishouden aan extra kosten. Waarom moeten normale Nederlanders, die het al niet meer kunnen hebben om extra bijdragen te leveren, zo op de lasten gejaagd worden?
Voorzitter. Daar komt nog eens bij dat we al dat geld misschien niet eens uitgegeven krijgen. Het Centraal Planbureau verwacht dat Defensie in 2030 ongeveer 1,4 miljard euro van het extra geld voor Defensie niet eens kán uitgeven. Volgens het Centraal Planbureau blijft door een gebrek aan uitvoeringscapaciteit meer dan 10% van de uitgaven op de plank liggen. Is de minister zich hiervan bewust? Waarom blijven we dan van gewone mensen eisen dat ze meer moeten bijdragen, terwijl het geld misschien niet eens besteed kan worden? Wat gaat er eigenlijk met dit soort onderbestedingen gebeuren?
Voorzitter. De fractie van DENK dankt het Defensiepersoneel en waardeert het Defensiepersoneel voor hun inzet en hun bereidheid om ons te beschermen en ons land bijvoorbeeld te dienen bij rampen. Maatregelen die wij van harte steunen, zijn maatregelen die het personeelsbeleid van ons Defensiepersoneel structureel verbeteren. Al jaren is bekend dat militairen soms de organisatie verlaten vanwege werkdruk of beperkte loopbaanmogelijkheden. Wie mensen vraagt hun leven te riskeren voor onze veiligheid, moet die mensen ook fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden bieden.
In het verleden hebben we bijvoorbeeld weleens vragen gesteld over vergoedingen in Nederland aan Defensiepersoneel voor trainingen die echt uit de pas liepen bij vergoedingen die andere landen hiervoor geven. Kan de regering voorbeelden geven van zaken die zij met de extra middelen wil gaan oppakken om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren? Daar hoort ook bij dat militairen kunnen wonen en werken in fatsoenlijke omstandigheden. De staat van veel woon- en verblijfsgebouwen bij kazernes en legeringen laat al lange tijd te wensen over vanwege te lang geen goed onderhoud. Renovaties duren vaak lang en militairen verblijven daardoor soms in verouderde accommodaties. Is de regering bereid om de renovatie en modernisering van deze gebouwen echt te gaan versnellen de komende tijd, ook gebruikmakend van de extra middelen? Kan de regering daar iets over zeggen?
Voorzitter. Daarnaast moet Defensie een veilige en een inclusieve organisatie zijn. Diversiteit in werving versterkt onze krijgsmacht ook. Discriminatie en racisme hebben nooit een plek, ook niet bij Defensie. Een moderne krijgsmacht moet een afspiegeling zijn van de samenleving die zij beschermt. Hoe gaat de regering de versterking van de diversiteit de komende tijd borgen?
Dan een ander punt. Nederland koopt nog steeds defensiematerieel van Israëlische bedrijven, terwijl Israël zich schuldig maakt ... Ik zie een interruptie, voorzitter.
De voorzitter:
Nog op het vorige punt.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan de heer Van Baarle voor zijn terechte interruptie net bij de PVV om het een en ander recht te zetten. Hij stelt de regering de vraag hoe we een inclusievere krijgsmacht kunnen opbouwen. Ik ben benieuwd naar de ideeën die hij daar zelf over heeft.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat is een hele goede vraag. Ik dank collega Lanschot ook voor die vraag. De gebaren binnen Defensie om uit te stralen dat zij een inclusieve organisatie is — denk aan iftars of het deelnemen aan andere religieuze feesten; daarin moeten we niet selectief zijn, want Nederland is een divers land — moeten we omarmen. Daarvoor moeten we onze waardering uitspreken. We moeten bekijken hoe we die outreach nog breder kunnen maken, naar nog meer gemeenschappen. Ik zie dat er een flinke slag gemaakt wordt door Defensie om ook in de breedte van de samenleving aanwezig te zijn, op verschillende beurzen, bij verschillende scholen. Hoe zou je dat bijvoorbeeld kunnen versterken, zou een vraag kunnen zijn. Hoe kan je interne protocollen versterken tegen zaken zoals discriminatie en racisme en bewerkstelligen dat meldingen opgevolgd worden? Ik denk dat dit allemaal zaken zijn waarop je stappen kan zetten om ervoor te zorgen dat de organisatie een weerspiegeling is van de samenleving. We kunnen het in deze Kamer oneens zijn over hoeveel geld je aan Defensie uitgeeft en andere dingen, maar ik denk dat we het wel allemaal met elkaar eens zijn dat het personeel goed beloond moet worden, dat het personeel gerespecteerd moet worden en dat iedereen zich prettig moet voelen bij de Defensieorganisatie. Dank voor de vraag.
Voorzitter. Een ander punt. Nederland koopt nog steeds defensiematerieel van Israëlische bedrijven, terwijl Israël zich schuldig maakt aan ernstige en grootschalige misdaden en schendingen van het internationale recht. Er is een risico op genocide vastgesteld door het Internationaal Gerechtshof en ook in Gaza en op de Westbank pleegt Israël verschrikkelijke misdaden. Toch gaat Nederland door met de aanschaf van materieel van Israëlische bedrijven, zoals Elbit Systems, RAFAEL en Israel Aerospace Industries. Het gaat daarbij om verschillende wapensystemen. In de afgelopen tijd is daar enorm veel geld aan uitgegeven: systemen die aantoonbaar zijn ingezet bij het plegen van misdaden tegen Palestijnen. We weten dat deze bedrijven ook soms in hun marketing expliciet adverteren met het predicaat "battle-tested". Dat is gewoon in de praktijk getest op Palestijnen.
Voorzitter. Wij vinden niet dat de Nederlandse regering met ook maar één cent de Israëlische oorlogskas van Netanyahu mag spekken. Wij vragen de regering dan ook per direct alle contracten met Israëlische bedrijven op te schorten en te stoppen met het kopen van wapens in Israël. We hebben ook gezien dat een Israëlisch defensiebedrijf, Elbit, volgens de diensten van de NAVO betrokken is bij een corruptieschandaal en dat de Nederlandse regering zegt: daar doen we maar niks mee, want het is niet ons probleem; we blijven gewoon bij Elbit kopen. Is dat niet een extra reden om de aankoop van Israëlisch wapentuig te stoppen? Hoe kan Nederland hier maar gewoon mee doorgaan?
Voorzitter. Dan mijn laatste punt. Tijdens de genocide in Srebrenica zijn meer dan 8.000 Bosnische moslimmannen en -jongens systematisch vermoord: vaders, broers, zonen, kinderen. Het is een van de grootste genocides op Europese bodem sinds de Tweede Wereldoorlog. Die misdaad heeft diepe sporen nagelaten in Europa en ook in Nederland. Juist daarom rust op ons land een bijzondere verantwoordelijkheid om blijvend en zichtbaar te herdenken. De Tweede Kamer heeft meermaals gevraagd met moties om actieve inzet voor een nationale herdenkingsplek in Den Haag voor de genocide in Srebrenica. Het initiatief daarvoor kwam indertijd van verschillende Kamerleden. De minister schrijft dat er inmiddels een plaatsmarkering is onthuld en gaat ervan uit dat daarmee moties zijn opgevolgd. Maar DENK wil echt dat er snel een permanente herdenkingsplek komt voor die genocide in Srebrenica, een plek waar bijvoorbeeld de Bosnisch-Nederlandse gemeenschap ons gezamenlijke verleden daar kan herdenken, vanwege ook de aanwezigheid van Nederland. Voor de vervolgstappen verwijst de minister naar crowdfunding en een ontwerpwedstrijd, maar waarom spreekt de minister niet expliciet uit dat ook de Staat hier financiële verantwoordelijkheid voor neemt? Is de minister bereid bij te dragen aan de totstandkoming van dat nationale monument voor de herdenking van de genocide in Srebrenica? Wij hebben daarvoor een amendement ingediend, zodat er in ieder geval een bijdrage is van de Rijksoverheid om de eerste stappen te zetten om dat monument te realiseren, bijvoorbeeld op het gebied van ontwerp en het betrekken van deskundigen. Zo kan de eerste stap gezet worden. Er zal waarschijnlijk meer geld nodig zijn, maar de eerste stappen kunnen ermee gezet worden. Wij hopen op een positief oordeel over dat amendement.
Dat was mijn bijdrage. Ik zie dat er een vraag is, voorzitter.
De voorzitter:
Ja, en daar geef ik ruimte voor. Mevrouw Ten Hove.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik wou nog even terug naar het puntje over de wapens uit Israël.
De heer Van Baarle (DENK):
Aha.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Persoonlijk ben ik bang dat als we de samenwerking met Israël omtrent wapens stoppen, we achter gaan lopen, bijvoorbeeld met de technologie. Wat voor oplossing hebben we daarvoor?
De heer Van Baarle (DENK):
Ik denk dat we eerst een stap terug moeten zetten. Als je als Nederlandse Staat koopt van Israëlische defensiebedrijven, draag je bij aan misdaden van de Israëlische regering. Die Israëlische defensiebedrijven zijn namelijk staatsbedrijven. Als je daar koopt, gaat er dus geld naar de oorlogskas van Netanyahu, waarmee hij zijn misdaden kan plegen en zijn onderdrukking van de Palestijnen kan financieren. Alleen al op basis van dat principe vinden wij dat je dat gewoon niet moet kopen en daar niet aan mee moet werken, ook omdat die bedrijven gewoon adverteren met het feit dat die producten battle-tested, dus getest op Palestijnen, zijn. Dan kom je op het andere vlak, namelijk of er alternatieven zijn. Ik denk dat die alternatieven er op heel veel vlakken zijn. Er zijn ook andere landen, zoals Spanje, die het besluit hebben genomen om geen zaken meer te doen met Israëlische defensiebedrijven. Als andere landen, ook binnen NAVO-verband, daarvoor kunnen kiezen, waarom zou Nederland dat dan niet kunnen?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Oké, dan ga ik daar eens goed naar kijken. In mijn ogen waren wij nog enorm afhankelijk van Israël en maken we ons zwak doordat we onze eigen burgers en onze eigen veiligheid niet optimaal kunnen beschermen. Ik ga daar dus nog goed naar kijken.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik zou tegen mevrouw Ten Hove willen zeggen: gaat u daar eens goed naar kijken. We spenderen als Nederland op dit moment enorm veel geld door Israëlische defensiebedrijven te spekken die medeverantwoordelijk zijn voor een systeem van onderdrukking van de Palestijnen, het plegen van een genocide in Gaza, het uithongeren van de Palestijnen. DENK vindt dat daar gewoon geen cent naartoe moet. Er moet geen cent Nederlands belastinggeld naar de misdadige Netanyahu.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Daar wil ik toch nog kort op reageren. Wat Israël, in samenwerking met Amerika, nu aan het doen is in Iran, vind ik persoonlijk een heldendaad tegen het barbaarse regime dat zich daar bevindt. Het is monsterlijk wat het Iraanse regime allemaal teweegbrengt. Ik ben zelf ooit in Afghanistan geweest. Ik heb gezien wat het met vrouwen en met onze lhbtqi+-gemeenschap doet. Dat is echt verwerpelijk. Ik wil dat absoluut niet hier op ons grondgebied hebben. Dat wil ik nog wel even gezegd hebben.
De heer Van Baarle (DENK):
We gaan van een discussie over het als Nederland al dan niet aanschaffen van wapentuig uit Israël opeens naar een lofzang van mevrouw Ten Hove op de illegale aanval van Israël en de Verenigde Staten. Het moge duidelijk zijn dat de fractie van DENK het leger van Israël dan wel de regering van Israël op geen enkele manier ondersteunt. Integendeel, wij zijn daar een tegenstander van. De Israëlische regering is een apartheidsstaat die al decennialang misdaden pleegt tegen de Palestijnen. Het zal mevrouw Ten Hove dus niet verrassen dat ik haar lofzang verre, verre en verre van mij werp.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Als je er goed over nadenkt, word je er koud van: afgelopen jaar is er wereldwijd 2,7 biljoen dollar uitgegeven, niet aan de bestrijding van honger of ziekte, maar aan wapentuig. Andermaal blijkt dat de mensheid geen vooruitgang kent, maar naar verlossing snakt die alleen bij Christus te vinden is. Dit is de gebroken wereld waarin wij leven. Hoe paradoxaal ook, oorlog voorkom je alleen door de prijs voor de tegenstander te hoog te maken. Geloofwaardige afschrikking is daarvoor essentieel. Daarom staat de SGP pal voor een sterke defensie.
Voorzitter. De SGP herkent veel van het realisme uit de defensieparagraaf van het coalitieakkoord. De NAVO is en blijft de hoeksteen van onze collectieve veiligheid, terwijl Europa steeds meer zelf verantwoordelijkheid draagt voor de verdediging van zijn eigen grondgebied. Dan gaat het ook over nucleaire afschrikking. Daarvoor zijn twee dingen nodig: de bereidheid van bondgenoten om deze wapens in te zetten en de overtuiging bij vijandelijke mogendheden dat bondgenoten hiertoe in het ultieme geval overgaan. De SGP heeft er daarom begrip voor dat het kabinet met Frankrijk in gesprek is over verbreding van zijn nucleaire afschrikkingsrol. Wel rijst de vraag hoe deze inzet zich verhoudt tot de bestaande NAVO-structuur. Blijft Frankrijk in de nieuwe situatie vasthouden aan zijn traditionele nucleaire autonomie of kiest het ervoor zijn nucleaire garanties te verankeren binnen de NAVO-structuur, zoals het VK en de VS?
Voorzitter. Eerder legde ik de vinger bij de tekorten bij de Kustwacht. Daardoor zijn we kwetsbaar voor sabotage en spionage op de Noordzee. Het tegengaan hiervan is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Defensie en IenW. Inmiddels ligt er een aangenomen motie-Stoffer/Grinwis voor structurele financiering van bescherming van infrastructuur op de Noordzee. Graag hoor ik van de minister of ik erop kan vertrouwen dat daarmee ook een einde komt aan het gesteggel over geld tussen departementen. De SGP ziet een actieplan tegemoet.
Voorzitter. Nederland haalt zo'n 90% van zijn defensiemateriaal uit de VS. Daarmee zitten we ver boven het Europese gemiddelde. Willen we onze kwetsbaarheden afbouwen, dan zullen we meer Europees moeten doen. Complementariteit en specialiseren moeten daarbij het uitgangspunt zijn. Nederland blinkt technologisch uit in intelligente systemen. Daarom is het wat de SGP betreft logisch dat we in Europees verband leiderschap nemen op bijvoorbeeld het gebied van drones en counterdronesystemen.
Laten we bij al dit Europese denken onze capaciteit op andere gebieden niet verwaarlozen. Zo vraagt de SGP zich af — het kwam ook tijdens een interruptie terug — of de eigen defensie-industrie niet alsnog een grotere rol kan spelen bij de uitbreiding van zware bergingscapaciteit. In plaats van meer van hetzelfde te kiezen, koos het vorige kabinet voor een Duitse concurrent. Moeten die nieuwe bergingstanks niet gewoon in Nederland geproduceerd worden? Dat voorkomt hogere kosten en zorgt voor de gewenste familievorming.
Voorzitter. In december 2025 heeft het kabinet een definitief besluit genomen over het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Staphorst is definitief aangewezen als locatie voor grootschalige munitieopslag. Niets dan lof voor Staphorst en voor al die gemeenten die hun nek uitsteken. Het is nu aan het Rijk om te leveren en de motie-Diederik van Dijk c.s. (36592, nr. 34) onverkort uit te voeren. Daarom vraag ik de staatssecretaris: hoe en wanneer gaan we de gevolgen zien van de benodigde infrastructurele aanpassingen op de begrotingen van de verantwoordelijke departementen? Kan de nieuwe bewindspersoon aangeven hoe hij invulling geeft aan zijn coördinerende rol, zodat infrastructurele aanpassingen uit het NPRD prioriteit krijgen bij IenW?
Mevrouw Nanninga (JA21):
De lof voor Staphorst of enige andere gemeente die ruimte biedt aan Defensie, delen wij bij JA21 natuurlijk. Nog even op het voorgaande punt: hoe staat de SGP ertegenover om voor het verkleinen van de Amerikaanse afhankelijkheid ook te kijken naar bijvoorbeeld Israëlische technologie? Het Heilige Land wordt natuurlijk uitstekend beschermd door de Iron Dome. Ze liggen in veel opzichten op ons voor. Ik was benieuwd hoe de SGP daarnaar kijkt.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dat zal, denk ik, geen verrassing zijn. Wij zien Israël als een buitengewoon belangrijke bondgenoot, die wij vanaf onze kant moeten steunen waar we dat kunnen. Andersom is het helemaal waar wat mevrouw Nanninga zegt: Israël is op een aantal terreinen, ook in innovatief opzicht, een koploper. Waar het de SGP om gaat, is dat onze mannen en vrouwen van Defensie moeten kunnen rekenen op het allerbeste materiaal. Waar Israël dat kan leveren: graag bestellen.
Voorzitter, ik kom bij mijn laatste punt. Bij de VWS-begroting gisteren, of "vanochtend", moet ik zeggen, vroeg ik aandacht voor het voortbestaan van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Dat doe ik hier in het kader van het veteranenbeleid. Schattenberg, zoals het herinneringskamp destijds heette, heeft na de oorlog oud-KNIL-militairen opgevangen. Daarom vraag ik de minister: kan de vernieuwing van Kamp Westerbork ook opgenomen worden in het veteranenbeleid, zodat we mogelijk bij de Voorjaarsnota duidelijkheid krijgen over de financiering na 2027?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dijk. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar inbreng namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week was het vier jaar geleden dat Rusland Oekraïne op gruwelijke wijze binnenviel. Sindsdien zijn ontelbaar veel levens, dorpen en steden verwoest. De militaire begraafplaats waar ik vorig jaar in Lviv was, is inmiddels vol. Het is onvoorstelbaar. Rusland stopt niet. Europa sliep te lang. Daarom zijn investeringen in defensie noodzakelijk.
Over de groei van de begroting heb ik al twee vragen. Ten eerste. Defensie heeft extra miljarden, maar heeft moeite om die goed uit te geven; ook het CPB waarschuwt daarvoor. Ik zou het onverteerbaar vinden als in de zorg — over die begroting debatteerde ik gisteren — elke euro moet worden omgedraaid, terwijl bij Defensie het geld ondoelmatig wordt besteed. Dat zou het draagvlak ondermijnen. Wat doen de bewindslieden om dat te voorkomen? Hoe voorkomen zij dat vooral het kerndepartement buitenproportioneel groeit?
Groei betekent ook meer uitzendingen en oefeningen in het buitenland. Achter elke militair staat een thuisfront. Hoe wordt daarvoor gezorgd? Groeit met de begroting de geestelijke ondersteuning voor militairen, de ondersteuning voor veteranen en de hulp voor het thuisfront navenant mee?
Voorzitter. Nederland kent helaas nauwelijks een veteranencultuur, terwijl je land dienen iets is wat respect verdient. Ik denk dat het Dienjaar, dat zorgt voor meer reservisten, hieraan kan bijdragen. Het is mooi dat zo veel mensen zich melden. De ChristenUnie is groot voorstander van het Dienjaar en van de invoering van een militaire en maatschappelijke dienstplicht, want vrijheid en veiligheid zijn er niet vanzelf. Het is heel goed dat elke jongere een poosje de samenleving dient. Ik vind het ongelofelijk dat ik partijen hier hoor dreigen met celstraf. Het gaat niet om de celstraf. Het gaat om je land dienen. Dat is iets kostbaars. Dat is opstaan voor de vrijheid waar je zelf van geniet. Ik vraag het kabinet wel om er geen gemiste kans van te maken door het te versmallen tot alleen een militaire plicht. Kijk ook naar de maatschappelijke diensttijd.
Het kabinet wil het Dienjaar wel opschalen; mooi. Maar naar welke omvang? Wat houdt de herinvoering van de selectieve opkomstplicht nu in volgens de staatssecretaris, in plaats van de doembeelden die ik hoor en niet herken? Wat betreft reservisten: wat zijn de plannen van het kabinet om het met werkgevers gemakkelijker te maken om reservist te zijn, bijvoorbeeld rondom het bijzonder verlof?
Voorzitter. Veel mensen gaan in hun directe woonomgeving merken dat Defensie groeit. Een aantal vragen daarover. Wanneer krijgen de mensen in Staphorst de zekerheid dat de infrastructurele aanpassingen, de aansluiting op de A28 en een ongelijkvloerse spoorwegovergang, er echt gaan komen? Wanneer komt dit geld op de IenW-begroting te staan? Iets zuidelijker op de A28 stapelen de opgaven zich op: grote woningnood, grote stikstofproblematiek, netcongestie. Daar komen nu een grote kazerne in Zeewolde en uitbreiding in Ermelo bij. Er wordt heel wat van het gebied gevraagd en ik zie betrokken gemeenten, maar gebruik die dan ook, zou ik willen zeggen. Hoe wordt de bereikbaarheid rond dorpen als Nijkerk en Ermelo gewaarborgd? De A28 is nu al niet bepaald de meest rustige snelweg. Gaat de staatssecretaris daarin investeren?
Hoe wordt woningbouw gegarandeerd op plekken waar Defensie opschaalt? Zit de betrokken gemeente overal aan tafel, en ook de gemeenten die in hun eigen gebied geen Defensie-uitbreiding ondervinden, maar wel direct aanpalend zijn? Worden deze gemeenten ook financieel in staat gesteld om die processen op gang te brengen?
Voorzitter. De NAVO Capability Targets moeten leidend zijn bij ons defensiebeleid. Eerder schoot vooral de landmacht tekort. Wat betekent dat voor de Defensienota 2026? Worden de prio-targets van de NAVO nu echt het uitgangspunt bij de nieuwe Defensienota? Ik heb hierover eerder een motie ingediend met het oud-Kamerlid Yeşilgöz en mijn voorganger, collega Segers, deed dat met het oud-Kamerlid Boswijk. Kortom, ik zie mogelijkheden.
Voorzitter. Ik kan niet eindigen zonder iets gezegd te hebben over de meest recente oorlog, namelijk die in Iran. De onmacht van het internationale recht mag geen vrijbrief zijn voor regimes om gruwelijk hun gang te gaan. Tegelijkertijd mag de diepe waarde van gerechtigheid zich nooit versmallen tot het geweten van één man, de Amerikaanse president. Ik vraag het kabinet vierkant te staan voor recht en gerechtigheid voor het Iraanse volk. Vandaag dank ik in het bijzonder de militairen die in deze regio, ook namens ons land, actief zijn, samen met hun families, die daar veel voor leveren.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar inbreng namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Het nieuwe kabinet-Jetten gaat onze samenleving versneld militariseren. Wat van waarde is in onze samenleving moet wijken voor het waanidee dat onze wereld veiliger wordt als we maar 5% van wat we allemaal samen verdienen, overmaken naar vooral de Amerikaanse wapenindustrie; zonder daadwerkelijke onderbouwing, maar omdat daddy Trump dit heeft geroepen. En nu moeten we met z'n allen 19 miljard euro ophoesten. Ik vraag deze minister: waarom heeft u wel 19 miljard euro voor de NAVO gevonden en niet voor de gehandicaptenzorg? Waarom wel 19 miljard voor de NAVO en niet voor een AOW op 65 jaar? En waarom wel 19 miljard euro voor de NAVO en geen geld om armoede onder alle kinderen in Nederland op te lossen?
Nu gaat ons belastinggeld dus naar de VS en naar Israël. Vindt het kabinet dit daadwerkelijk verantwoord? Nederland kocht in vijf jaar tijd voor bijna 2 miljard euro aan Israëlische wapens, de helft daarvan na het begin van de genocide in Gaza. Wapens die zijn getest op Palestijnen, van Elbit Systems, betrokken bij een corruptieschandaal van de NAVO en nog steeds niet uitgesloten als wapenverkoper aan Nederland. Wat is er dan nog meer nodig om zo'n bedrijf wel uit te sluiten en om daar geen wapens meer van aan te schaffen?
Om onze samenleving te beschermen, wordt onze samenleving afgebroken, in het kader van weerbaarheid. Maar wat maakt een weerbare samenleving? Dat is een samenleving waarin er niet een steeds groeiende kloof is tussen arm en rijk. Een samenleving waar we mensen niet laten vallen als ze zorg of hulp nodig hebben, zodat ze niet in armoede vervallen, en met goede sociale voorzieningen zoals WIA en WW. Een weerbare samenleving betekent niet een eindeloze wapenwedloop en militarisering vooropzetten om je te kunnen verdedigen tegen Rusland, waar een vreselijke leider zit die een illegale oorlog voert in Oekraïne, maar al tijden nauwelijks in staat is om daar meer grondgebied te veroveren. Rusland geeft 186 miljard euro uit aan een oorlogsapparaat, terwijl de EU-landen zonder de VS 381 miljard euro uitgeven en 200.000 meer actieve manschappen hebben, twee keer zoveel landmaterieel en ongeveer drie keer zoveel boten. Wat wil je dan nog meer voor militaire afschrikking? Toch is er een grote wervingscampagne opgezet, voor nog meer militairen. Maar is er dan niet ook een gigantisch personeelstekort in onze ziekenhuizen en onze verpleeghuizen, en op onze scholen en in onze treinen? Is dat dan niet net zo belangrijk? En zelfs de dienstplicht, de opkomstplicht, komt hier weer op tafel, "naar Zweeds model" zegt men dan sussend — alsof dat dan beter is. De regering wil een dwanginstrument inzetten waardoor jongeren hun eigen tijd niet meer kunnen besteden aan dingen die niet met oorlog te maken hebben. Ze moeten, of ze willen of niet, oorlogsoefeningen gaan doen op de hei, anders krijgen ze een straf, terwijl zorgverleners en leraren met personeelstekorten doorwerken en ervoor zorgen dat de bodem niet uit onze samenleving zakt. Dit is geen goed idee. Zo wordt onze hele samenleving ingericht voor en door het leger. En de wapenindustrie groeit enorm met publieke investeringen, zonder dat hier publieke zeggenschap tegenover staat. Publieke zeggenschap lijkt me, als je ergens publiek geld in stopt, toch niet te veel gevraagd. Het is gewoon heel logisch. Gaat het kabinet dit ook regelen?
We verliezen ook steeds meer controle over wat onze bondgenoten doen. Polen, Finland, de Baltische staten en Oekraïne stapten uit het Ottawaverdrag tegen landmijnen. Litouwen stapte uit het Verdrag inzake clustermunitie. Deze wapens zijn onder het humanitair oorlogsrecht verboden omdat veel burgers slachtoffer daarvan worden, vooral kinderen. Deelt de minister de mening dat we nooit mogen bijdragen aan de productie en export van verboden wapens? En dat, als Nederland investeert in bijvoorbeeld de Oekraïense wapenindustrie, het een voorwaarde moet zijn dat er geen verboden wapens worden geproduceerd en dat zij ook dezelfde wapenexportcriteria hanteren als Nederland?
Dan tot slot, voorzitter. In de nieuwe coalitie zitten drie partijen die zeggen internationale verdragen belangrijk te vinden. Wat betekent dan het "constructief" staan "tegenover het versterken van een Europese nucleaire afschrikking"? Wat is er toegezegd aan de Fransen? Wat is er besproken? Wat wil Nederland? Hoe ziet samenwerking eruit als het gaat om kernwapens? Graag hierop een antwoord en transparantie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dobbe. Het woord is aan de heer Struijs voor zijn inbreng namens 50PLUS. Gaat uw gang.
De heer Struijs (50PLUS):
Voorzitter. In 1979 meldde de heer Struijs, Jan Albert, zich bij zijn opa voor zijn militaire dienstplicht. Zijn opa zei namelijk: "Jij moet gaan. We gaan de Russen tegenhouden, Jan." Dat zijn wel profetische woorden, nu ik hier in de Kamer sta. Ik sta nog steeds achter mijn opa en wat ik toen deed, want ik ging met trots het land verdedigen. Ik vind dat wij er met z'n allen aandacht voor moeten hebben dat we, voor al die mensen die we dadelijk naar gebieden sturen, en voor de mensen die er nu al zijn, regelmatig onze trots laten blijken. Het is namelijk zó belangrijk als je daar zit — ik weet dat als geen ander, uit een andere functie — dat je toch wel even gesteund wordt. Dat gezegd hebbende: ik steun de begroting. Ik heb wel een paar kritische vragen en opmerkingen.
Ten eerste een over het werven van personeel. Ik heb het al eerder aangegeven: kijk breder dan jongeren. Kijk met name ook naar de vele militairen die zich bij mij hebben gemeld, die bijvoorbeeld net met functioneel leeftijdsontslag zijn gegaan, oftewel: de gepensioneerden. Maar ook breder in de maatschappij zijn er mensen die een bijdrage willen leveren en twee jaar iets anders willen gaan doen dan de huidige functie die ze binnen ICT hebben. Ik verzoek dus om erop te reflecteren of die mogelijkheden er zijn, en of we daar gezamenlijk in op kunnen trekken.
Een andere is de besteding op de derde pijler. De derde pijler stelt dat Defensie ook regelmatig bijspringt bij rampen en incidenten. Ik heb specifiek de haven van Rotterdam bezocht. Ik mag er niet te veel over zeggen, maar daar zijn momenteel veel militaire activiteiten. Die haven wordt dagelijks aangevallen op zijn cyberdomein. Kunnen we met de Defensiegelden ook dat soort belangrijke plaatsen, waar momenteel veel militaire activiteiten zijn, toch extra helpen met het beschermen tegen de hybride aanvallen? Ik kan meer plaatsen noemen, maar ik noem dit als voorbeeld, omdat er ook daar behoefte is om de Defensiegelden te gebruiken, met de specialisten die we daarvoor hebben. Het is ook daar namelijk uur U.
Een ander punt dat ik heel graag wil inbrengen, is iets wat wij snel vergeten in dit soort dingen, namelijk de flexibiliteit die wij met z'n allen moeten betrachten. Ja, wij moeten goed geïnformeerd worden. Maar het gaat nu ontzettend snel, zeker wat er in Iran en de omgeving gebeurt. De collega refereerde er al aan. De eerste ballistische raket is richting NAVO-gebied, richting Turkije, gestuurd. We verwachten de komende tijd heel veel extra activiteiten. Ik verzoek de regering, de staatssecretaris en de minister, daarom: gebruik die ruimte, maar informeer ons, daar waar het kan, snel. Ik verwacht die flexibiliteit ook van mezelf en van andere Kamerleden. Het is namelijk wel heel serieus aan het worden wat we met z'n allen meemaken.
Als laatste wil ik toch attenderen op de communicatiestrategie. Neem het volk zo goed mogelijk mee. Ik zie nog te veel mensen die niet het urgentiebesef hebben dat ik heb, dat we hier in de Kamer hebben en dat Defensiepersoneel heeft. Er moet nog veel worden gecommuniceerd om te beseffen — dat gaat verder dan een extra voorraad waterflessen in je garage zetten — hoe belangrijk het is dat we ons beschermen, zeker gezien hetgeen er nu met Oekraïne en Rusland gebeurt.
Nogmaals mijn waardering voor onze Defensiemedewerkers, maar ook voor de Oekraïense militairen. Ik heb er velen mogen spreken de laatste jaren. Ik heb diep respect voor hen, omdat ze ook vechten voor onze vrijheid. Zij verdienen maximale steun.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Struijs. Het woord is aan de heer Dassen voor zijn inbreng namens Volt. Gaat uw gang.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Mooi, nieuwe bewindspersonen in vak K. Veel succes met de flinke uitdagingen waar u voor staat. De Europese defensie heeft namelijk een flinke taak voor de boeg. Ik noem een gebroken wereldorde, onbetrouwbare bondgenoten en nog veel minder te vertrouwen vijanden. Van de droom van de defensieparaplu van de Verenigde Staten hebben we afscheid moeten nemen. Wat we moeten doen, is volgens mij voor menigeen duidelijk, ook als ik dit debat beluister. Maar hoe we daar komen, daarin spreken we nog lang niet dezelfde taal. De afgelopen maand demonstreerde Defensiecommissaris Kubilius dit nog heel erg goed. Hij zei dat Europa een eigen strijdmacht nodig heeft. Hij stelde de terechte vraag of de Amerikaanse supermacht even sterk zou zijn als 50 legers uit elke staat samen zouden moeten werken, als alternatief voor een eensgezind Amerikaans leger. Het antwoord op deze vraag is natuurlijk nee. Waarom kiezen wij in Europa nog steeds voor die verdeeldheid, voor verschillende wapensystemen, verdeelde kopgroepen, 27 varianten van aanbestedingsregels, fragmentatie in plaats van eenwording? Terwijl andere grootmachten doelgericht opkomen voor hun eigen belangen, krijgen wij niet eens een eigen gevechtsvliegtuig van de grond.
En dan zijn er partijen in deze Kamer die zich erover verbazen dat we keer op keer aan de zijlijn staan. Oekraïne, Palestina, Iran: we zitten niet aan tafel. Niemand zal ons die plek aan tafel komen geven; die moeten we zelf pakken met de ruggensteun van een Europees leger. De urgentie is groot. Het gokken met onze veiligheid moet afgelopen zijn. Deze coalitie wil gelukkig inzetten op meer Europese defensie-integratie, maar het is wat mij betreft nog veel te weinig en het gaat ook te langzaam. Coalitions of the willing en een verbeterd gezamenlijk inkoopbeleid klinken aantrekkelijk, maar houden de fragmentatie grotendeels in stand. Het is tijd dat we over de nationale ego's heen stappen en stoppen met de eilandjesaanpak.
Voorzitter. Niks kan effectiever en completer Nederlandse belangen beschermen, Europese start-ups stimuleren en een rol op het wereldtoneel opeisen dan een eensgezind leger, dat de kracht van 450 miljoen Europeanen weerspiegelt. Hoe reflecteert de minister op de uitspraak van Eurocommissaris Kubilius? Hoe denkt zij dat Europa weerstand kan bieden aan de militaire en politieke druk van landen die wel gebruikmaken van een federaal leger? We zien wat er nu met Spanje gebeurt. Trump zegt: als jullie ons niet helpen, stoppen wij de handel. Het is dus geen fictieve vraag. Dit is op dit moment de geopolitieke druk die door bepaalde bondgenoten op andere bondgenoten van ons wordt gelegd. Graag dus een reactie hierop.
Voorzitter. De kosten van de Europese verdeeldheid zijn vooral zichtbaar bij de organisatie en productie van defensie. We kunnen EU-breed tot wel 75 miljard euro besparen als we echt toe durven te werken naar een Europees leger. We lopen dus jaarlijks 75 miljard mis. Daar gaat dan ook de vrijheidsbijdrage. Hoeveel procent van deze VVD-belasting is wel niet weggegooid geld, omdat deze coalitie fragmentatie te veel in stand wil houden? Kan de minister aangeven waarom dit kabinet kiest voor een nationale belastingverhoging in plaats van verdere Europese integratie? Ziet zij ook de meerwaarde van defensie als Europese competentie, zoals handel nu ook is? Waarom wel of waarom niet?
Voorzitter. Het gaat niet alleen om de efficiëntie van onze uitgaven, maar ook om waar het geld terechtkomt. Momenteel haalt Europa namelijk twee derde van het materieel uit de Verenigde Staten. Voor Nederland geldt al een percentage van 90%. Dat betekent dat Europa jaarlijks ongeveer 80 miljard euro richting de Verenigde Staten brengt en daarmee dus zijn afhankelijkheid vergroot. Ongelofelijk, zou ik zeggen. We blijven bouwen aan afhankelijkheid. Amerikaanse systemen, Amerikaanse tech: als we daar gebruik van willen blijven maken, hebben we geen andere keus dan de lijnen van de Amerikanen te volgen op het gebied van diplomatie, handel en defensie. Die lijnen lijken echter steeds vaker te botsen, zoals we ook dit weekend zagen.
Welke investeringen die Defensie nu doet, zoals in Collaborative Combat Aircraft, zorgen voor verdere afhankelijkheid? Dat vraag ik aan de staatssecretaris. Kan hij uitleggen wat er in die intentieverklaring staat en waarom de Kamer hierin nog niet afdoende is meegenomen?
We willen dat het merendeel van onze investeringen in defensie, nationaal en Europees, bij Europese bedrijven terechtkomt. De Europese Commissie pleit er daarom voor dat bij de aanschaf van materieel minstens 50% uit Europa komt. Dat woordje "minstens" ontbreekt echter in het coalitieakkoord. Het lijkt iets kleins, maar in mijn ogen is het dat niet. Neemt het kabinet dit woordje alsnog mee en is het dus "minstens 50%", of stuurt het kabinet op het halen van maximaal 50%?
Waarom heeft de minister aangegeven ook licentieproductie onder het inkoopbeleid goed te keuren? Dit houdt de afhankelijkheid namelijk in stand. Kan de staatssecretaris wellicht aangeven voor hoeveel procent er op dit moment aan licentieproductie gedaan wordt? Dan kunnen we dat meenemen als onderdeel van het geheel van de Europese productie.
Voorzitter. In het coalitieakkoord wordt een eerder al door Volt aangedragen initiatief genoemd: het DARPA, dan wel het NADI. Dat is een heel goed initiatief, aangezien deze maand Europese defensieambtenaren nog waarschuwden voor het gevaar van technologische afhankelijkheid op militair vlak. Ik ben blij dat hiermee aan de slag wordt gegaan en ik hoop dat het een succes wordt, maar over de invulling daarvan is nog veel onduidelijkheid. Hoe gaat dit vehicle er precies uitzien? Hoe worden de financiering en scope ingevuld en waar komt de governance te liggen? Graag hoor ik de visie van de staatssecretaris. Hoe gaat de samenwerking met vergelijkbare Europese instituten eruitzien? Of wordt dit dadelijk onderdeel van een Europees DARPA? In mijn ogen zou het juist goed zijn als we gezamenlijk investeringen in innovatie en productie gaan doen, juist om ervoor te zorgen dat we als Europa daadwerkelijk een deuk in een pakje boter gaan slaan.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben heel blij met deze toevoeging, want ik neem toch aan dat ook de heer Dassen zegt dat we niet streven naar nationale strategische autonomie, maar naar Europese strategische autonomie. Het moet dus heel duidelijk zijn dat zo'n initiatief ook onderdeel moet zijn van een Europees initiatief, omdat het anders weinig uithaalt.
De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat het mevrouw Piri niet zal verbazen dat toen wij hier moties over indienden, wij pleitten voor een Europees DARPA. Helaas werd dat door deze Kamer weggestemd. Ik denk wel dat het goed is om dan te bekijken hoe je ervoor kunt zorgen dat het initiatief dat nu op tafel ligt ook Europees getrokken wordt. In mijn ogen kan dat ook zijn als je met Europese instituten een soort ecosysteem bouwt, waarmee je dus gaat investeren in innovatie en ontwikkeling, maar dan moet dat wel gaan gebeuren. Ik geloof er namelijk niet in dat we op de juiste manier bezig zijn als we in Duitsland, Nederland, België en Luxemburg verschillende DARPA's neer gaan zetten die allemaal dezelfde innovaties gaan onderzoeken.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nee, en waarschijnlijk komt er ook niet een uitvinding à la het internet uit als we dat allemaal nationaal gaan doen. Hier zijn we het dus over eens.
Ik hoorde de heer Dassen ook iets zeggen over licenties. Daar ben ik het ook van harte mee eens, maar we zien nu ook joint ventures. Neem bijvoorbeeld Israëlische bedrijven. Zeker na de oorlog in Gaza snappen ze dat het voor heel veel overheden gevoelig ligt om nu inkopen te doen in Israël. Wat je nu ziet, zijn dus joint ventures, bijvoorbeeld heel vaak met Duitse bedrijven. Het lijkt alsof je met een Duits bedrijf zakendoet, maar uiteindelijk worden er gewoon spullen uit Israël geleverd. Hoe kijkt de heer Dassen daartegen aan?
De heer Dassen (Volt):
Daar ben ik natuurlijk net zo kritisch op als op die licentieovereenkomsten. Dat is namelijk het behouden van een bepaalde mate van afhankelijkheid, terwijl je net doet alsof je investeert in Europese defensie. Dat is precies als de vraag die ik net heb gesteld. Dat moeten we voorkomen. We zijn dan op papier misschien met andere percentages bezig. Op papier zijn we dan Europees onafhankelijk aan het worden, terwijl dat in de praktijk helemaal niet het geval is en we nog steeds aan de leiband lopen van andere wereldmachten.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik zal zelf met een motie komen om te monitoren welke doelen het kabinet heeft gesteld en hoe het daaraan wil voldoen. Ik wil daarmee ook bekijken hoe er elke keer aan de Kamer gerapporteerd kan worden wanneer er toch wordt besloten om aankopen te doen buiten de Europese Unie. Ik hoop de heer Dassen dan aan mijn zijde te hebben.
De heer Dassen (Volt):
Ja, absoluut. Wat ons betreft kunnen we niet snel genoeg gaan investeren in Europese defensie. Het moet dan ook helder zijn wat daar precies onder valt. Qua joint ventures en licentieovereenkomsten moet het helder zijn. Wat mij betreft gaat het er dan ook om die 50% te halen en om wat de stappen zijn die daarna komen. Ik zal deze motie dus van harte steunen. Ik zal zelf ook een motie indienen over die licentieovereenkomst. Er zit namelijk toch nog wat onduidelijkheid in de antwoorden die ik net vanuit de coalitiepartijen kreeg. Ik hoop dus ook van harte op steun van mevrouw Piri om ervoor te zorgen dat we de coalitie en het kabinet op dat punt ook de juiste kant op wijzen.
De heer Van Lanschot (CDA):
Ik vraag mij af of de heer Dassen alvast een doorkijkje zou kunnen geven van wat hij dan beoogt in die motie over licenties.
De heer Dassen (Volt):
Ik stelde net de vraag hoeveel procent nu al onder die licenties valt en of dat ook wordt meegenomen. Als je streeft naar echte Europese onafhankelijkheid, naar een Europese defensie-industrie, en zegt dat minimaal 50% in Europa geïnvesteerd moet worden, dan kunnen die licentieovereenkomsten daar dus geen onderdeel van zijn. Dat is waar ik in die motie op ga inzetten, afhankelijk van de beantwoording van het kabinet.
De heer Van Lanschot (CDA):
Het CDA staat daar toch wat genuanceerder in. Het hangt wat ons betreft ook af van de manier waarop die licenties worden vormgegeven. Als de heer Dassen dat nog zou kunnen meenemen in zijn overwegingen, dan zouden wij dat waarderen.
De heer Dassen (Volt):
Ik wil alles meenemen in overwegingen. Het wordt dan slechts een langere motie. Tegelijkertijd wil ik ervoor waken om te doen alsof er allerlei nuanceringen zijn op dit vlak. Als je ervoor wilt zorgen dat je onafhankelijk wordt, dan moet je dus geen omwegen gaan verzinnen met licentieovereenkomsten die er eigenlijk voor zorgen dat je afhankelijk blijft van de Amerikaanse technologie, terwijl je net doet alsof het Europese investeringen zijn.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Dassen (Volt):
In het kader van DARPA en NADI nog een laatste vraag. Hoe ziet de staatssecretaris de samenwerking met kennisinstellingen voor zich in het kader van de onervarenheid van universiteiten met dit soort projecten? Ik denk wel dat daar een kans ligt. Daarin moet natuurlijk ook het Europese aspect worden meegenomen, omdat juist kennisinstellingen over de grenzen met elkaar samenwerken.
Investeringen in militaire tech hebben bewezen ook veel maatschappelijke en economische waarde te hebben, aangezien er vaak maatschappelijke toepassingen uit voortvloeien. Bekende voorbeelden zijn inderdaad die welke zojuist al werden genoemd: het internet, gps en straalmotoren voor commerciële vliegtuigen. Die innovaties moeten ook wat Volt betreft niet stoppen op militair vlak, maar worden doorontwikkeld tot producten en diensten die ook maatschappelijk en economisch rendement opleveren. Op welke manieren gaat de staatssecretaris borgen dat de defensie-investeringen in innovatie en infrastructuur zo goed mogelijk worden doorontwikkeld tot maatschappelijke toepassingen? Is de staatssecretaris het met ons eens dat het programma zich niet moet beperken tot de innovaties die al bijna rijp zijn — ik geloof dat ik de VVD dat net hoorde zeggen — maar juist ook veel aandacht moet geven aan de innovaties in vroege stadia, omdat daar juist de ontwikkeling zit voor hetgeen we misschien nu nog niet kunnen bedenken? Dan heb je het over gps, internet of over die motoren die zijn ontwikkeld. Dat waren geen ontwikkelingen die al heel ver waren, maar in het begin zaten. Zo zie ik dat NADI ook, namelijk dat daarin wordt geïnvesteerd. Graag een reactie daarop.
We gaan bouwen aan ons eigen technologie. Laten we dat snel en veelvuldig doen, maar tot die tijd zijn we, ook bij Defensie, compleet afhankelijk van de Amerikaanse tech. Het gaat zelfs zo ver dat Europese topmilitairen waarschuwen dat discussies over digitale autonomie mogelijk onze defensieparaatheid ondermijnen, omdat alles, maar dan ook alles — en daar gaan we weer — op Amerikaanse systemen draait. Het gevaar daarvan zagen we afgelopen week ook bij het conflict tussen Anthropic en het Pentagon. Anthropic weigerde mee te werken aan massasurveillance en autonome wapens en toen werd duidelijk wat de consequenties zijn voor de bedrijven die niet gehoorzamen. Trump betitelde Anthropic als een extreemlinks woke bedrijf en Defensieminister Pete Hegseth noemde Anthropic een gevaar voor de veiligheid van het land. Dus de systemen die wij gebruiken, zijn totaal overgeleverd aan de orange fever van het Witte Huis. Hoe kijkt de minister naar deze Amerikaanse afhankelijkheid, maar ook naar de ontwikkelingen binnen de Verenigde Staten? Het is misschien een long shot, maar zouden we niet Anthropic naar Europa moeten halen, aangezien het nu in de VS door de Amerikaanse overheid kapot wordt gemaakt?
Voorzitter. Macron heeft aangekondigd zijn kernparaplu Europees beschikbaar te willen maken. Een jaar geleden hebben wij hier ook voor gepleit. Het is goed dat de coalitie hier positief op reageert, maar hoe gaan we dit Europeaniseren? Zeker met het oog op de aanstaande verkiezingen in Frankrijk, waar de grootste partij zich heeft uitgesproken tegen het delen van de Franse nucleaire paraplu. Hoe gaan wij ervoor zorgen dat dit over een jaar niet een ander verhaal wordt, juist omdat het op dit moment zo belangrijk wordt? Ik ben benieuwd naar de visie van de minister hierop, zeker ook omdat dit nog helemaal verder uitgewerkt moet worden.
Dan een korte vraag. Niemand heeft zin in drukke zomerfiles, dus kunnen we alsjeblieft in juli stoppen met die grenscontroles, vraag ik de minister. Ik zie haar glimlachen, dus ik kan mij voorstellen dat zij daar ook geen zin meer in heeft.
Tot slot zou ik heel graag mijn dank willen uitspreken aan alle vrouwen en mannen die zich inderdaad elke dag inzetten voor Nederland, voor onze vrijheid en onze veiligheid, zowel in Nederland als ver daarbuiten, en zeker ook — de heer Van Lanschot zei het net al — aan alle families die daarachter staan en elke keer weer meemaken wat dat betekent. Ik denk dat we daar als Nederland, als parlement, onze waardering voor mogen uitspreken. Dat doe ik dan ook graag bij dezen. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Dan is het woord aan mevrouw Ten Hove, als laatste spreker van de zijde van de Kamer in deze termijn. Zij spreekt namens de Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Dit is mijn allereerste debat in de commissie Defensie, en gelijk een heel belangrijk debat. Ik heb het net al genoemd. Iran heeft vandaag een tweede aanval op NAVO-territorium uitgevoerd. Eerder al op een basis van het Verenigd Koninkrijk en Cyprus en nu een raket op Turkije. Iran is al jarenlang een immense bedreiging voor onze nationale veiligheid. Ik noem liquidaties en intimidatie in Nederland. Iran financiert al jaren terroristische organisaties in Europa. Ook heeft Iran recent gedreigd met het activeren van terroristische netwerken in Europa. Dat gaat ons aan. Dat is een regelrechte oorlogsverklaring aan de NAVO, Europa en Nederland. We willen dat dit kabinet de Amerikaanse missie niet alleen politiek steunt, maar ook militair. Stel het Defensieapparaat ter beschikking aan onze bondgenoten ter ondersteuning van het optreden tegen Iran. Als het kabinet zelf geen actie onderneemt, zal Groep Markuszower de Kamer middels een motie vragen hierover samen stelling te nemen.
Voorzitter, ik ga verder.
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben benieuwd naar het volgende. Ik heb namelijk ook het nieuws gezien over een droneaanval boven Turkije, die gelukkig lijkt te zijn afgeweerd. De collega heeft het over twee aanvallen op de NAVO. Die andere heb ik niet meegekregen. Waar heeft zij het over?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dan doel ik op de basis op Cyprus. Die is van het Verenigd Koninkrijk. Het is niet de EU, maar het is wel NAVO-grondgebied, omdat het een basis is van het Verenigd Koninkrijk. Zo kom ik op twee.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Oké, want Cyprus zit zelf natuurlijk niet in de NAVO.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Precies.
Voorzitter. Wij steunen de investeringen in defensie. De vraag is echter of de werkende Nederlander moet opdraaien voor de Defensiebegroting. De vrijheidsbijdrage is wat ons betreft een ordinaire belastingverhoging die niet uit te leggen is in de wetenschap dat we geld van Brussel hadden mogen lenen om de noodzakelijke defensie-investeringen te kunnen doen. De vraag is ook of al dit geld uitgegeven gaat worden, want alleen al in 2024 lag er nog ruim 3,3 miljard euro op de plank. Hoe gaat het kabinet al dat geld daadwerkelijk uitgeven?
Voorzitter. De basis moet op orde. Het is natuurlijk leuk dat we groots uitpakken met persberichten waarin wordt gesteld dat we weer een nieuw vliegtuig hebben gekocht, maar we moeten niet vergeten dat ook aan de randvoorwaarden moet worden voldaan om zo'n vliegtuig überhaupt in de lucht te houden. Laat me een voorbeeld geven. Laatst mocht ik met de commissie mee op werkbezoek naar Vliegbasis Woensdrecht. Daar stonden twee F-35's in een hangar. Een van de twee vliegtuigen stond al negentien maanden stil. Het stond gewoon negentien maanden niks te doen. Dat is anderhalf jaar. Een machine van 100 miljoen staat gewoon stof te happen. Dat is onbegrijpelijk. Toen ik aan een vliegtuigtechnicus vroeg hoe het kan dat zo'n prachtig apparaat zo lang stilstaat, kreeg ik als alleszeggend antwoord: complexe logistieke processen. Ook was er maar één koelwagen beschikbaar die noodzakelijk is bij het onderhoud en testen van het toestel. Toevallig was die in gebruik. Concreet: bij het doen van investeringen moeten we de logistieke processen die daarmee gepaard gaan dus niet vergeten. Hoe gaat de minister hier invulling aan geven?
We zien dat er bijvoorbeeld bij de trainingen en de opleiding voor de F-35 al efficiëntieslagen worden gemaakt. Door dit samen met EU-bondgenoten te doen, worden onze slagkracht en onze reactiesnelheid vergroot. Nog zo'n voorbeeld is de samenwerking tussen Nederland en Duitsland ten aanzien van de Leopard 2A8-gevechtstank. Is er een plan om nog meer van dit soort gezamenlijke aankopen en trainingen uit te rollen zonder ons direct in een groot Europees leger te rommelen? Dat laatste willen wij namelijk absoluut niet.
Defensie groeit hard en gebruikt het Dienjaar als een manier om nieuw personeel te werven. Het Dienjaar is een vrijwillig programma waarbij jongeren gedurende één jaar fulltime als militair meedraaien. Het programma wordt versneld opgeschaald naar 1.500 deelnemers per jaar. Uit het werkveld bereiken ons twijfels over de effectiviteit ervan. Veel deelnemers stromen vroegtijdig uit en lijken gaandeweg hun motivatie te verliezen. Herkent de minister deze signalen? Welke maatregelen worden er al genomen om vroegtijdige uitval te voorkomen? Uit beschikbare cijfers blijkt dat na afronding van het Dienjaar 40% als beroepsmilitair en 16% als reservist aanblijft. Het is echter onbekend hoeveel deelnemers tussentijds stoppen. De kosten voor een regulier Dienjaar bedragen ongeveer €100.000 per deelnemer per jaar. Bovendien legt het Dienjaar een aanzienlijke claim op de beschikbare instructeurs en de opleidingscapaciteit. Kunnen we van de minister voorafgaand aan het commissiedebat Personeel een brief ontvangen met alle relevante feiten over het Dienjaar op een rij, en dan specifiek over hoeveel deelnemers er per lichting begonnen en wat het percentage is van vroegtijdige uitstroom? Wij zouden er namelijk voor willen zorgen dat het Dienjaar nog effectiever wordt in het behouden en ook in het enthousiasmeren van deelnemers. Om te onderzoeken hoe dit het beste kan worden bereikt, is wat ons betreft een evaluatie van het programma wenselijk.
Tot slot wil ook ik mij richten tot alle militairen, alle reservisten en al het burgerpersoneel van Defensie. Groep Markuszower is enorm trots op onze helden. Tegen mijn oud-collega's zeg ik: dank jullie wel voor jullie inzet voor een veilig Nederland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ten Hove.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer bij het debat over de begroting Defensie. Ik dank de leden voor het gevoerde debat en de bewindspersonen voor hun aanwezigheid.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
De voortzetting van dit debat zal aanstaande donderdag plaatsvinden, vanaf 16.30 uur. Ik schors de vergadering nu tot 16.00 uur, waarna we verdergaan met het tweeminutendebat Eurogroep/Ecofin-Raad van 9 en 10 maart 2026. De vergadering is geschorst tot 16.00 uur.
De vergadering wordt van 15.11 uur tot 16.01 uur geschorst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-47-8.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.