Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 41, item 2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 41, item 2 |
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Coenradie
Vragen van het lid Coenradie aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij afwezigheid van de minister van Justitie en Veiligheid, over het bericht "Agent met gezin ondergedoken na ophef over arrestatie onder Bollendak in Utrecht".
De voorzitter:
Aan de orde zijn de mondelinge vragen. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Coenradie voor haar mondelinge vraag namens JA21 aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die ik van harte welkom heet in ons midden. Het woord is aan u, mevrouw Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. Een politieagent in Nederland die simpelweg zijn werk doet en een aanhouding verricht in het centrum van Utrecht, zit vandaag ondergedoken met zijn gezin. Dat is niet vanwege criminele dreiging en niet vanwege een fout van zijn kant, maar mede omdat zijn eigen werkgever hem keihard voor de bus gooide. Dit is geen incident, maar keihard systeemfalen. Een agent die handhaaft in een wetteloos geworden gebied wordt publiekelijk neergezet als dader. Zijn naam lekt uit en zijn gezin wordt bedreigd, en wat krijgt hij van de politietop? Geen rugdekking, geen duidelijkheid en geen bescherming. Wel horen we: begrip voor de ophef. We horen afstandelijke, procedurele verklaringen die vooral bedoeld lijken om politieke schade te beperken en niet om een agent te beschermen.
Voorzitter. Dit incident legt iets heel dieps bloot, namelijk een diepgewortelde angstcultuur onder agenten. Dat hoor ik iedere dag weer vanuit hen. Dit is het gevolg van jarenlang politiek wegkijken, het pamperen van relschoppers, een elite die sneller buigt voor online verontwaardiging dan dat die pal staat voor hun eigen mensen en een politietop die meer bezig is met de politieke arena dan met blijk geven van goed werkgeverschap. Ik mis leiderschap. Dat mis ik niet alleen bij de politietop, maar ook bij de VVD-minister van Justitie en Veiligheid. Een leidinggevende die zijn mensen namelijk niet beschermt in de eerste uren, beschermt ze nooit. Vertrouwen is de zuurstof van handhaving. Zonder vertrouwen is er geen gezag, zonder gezag is er geen orde en zonder orde kun je dag zeggen tegen de rechtsstaat. Mijn vraag aan de minister is: kan hij heel duidelijk aangeven waarom deze agent ondergedoken zit en uit welke hoek of hoeken deze dreiging volgens hem komt? Waarom is er niet onmiddellijk publiek en ondubbelzinnig rugdekking gegeven door de politieleiding en de minister? Waar waren ze toen ze nodig waren? Welke concrete maatregelen neemt de minister vandaag, niet morgen, om deze agent en zijn gezin nu en eventueel in de toekomst te beschermen? Hoe gaat de minister herstellen dat agenten zich veilig voelen om hun werk te doen zonder angst om bij de eerste mediastorm te worden opgeofferd voor beeldvorming? Tot slot: heeft het lokale gezag in Utrecht volgens de minister de situatie wel op orde, of wordt handhaving beïnvloed door maatschappelijke en politieke druk?
Tot zover.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Rijkaart:
Voorzitter, dank u wel. We hadden al afscheid genomen van elkaar, maar ik ben hier namens de minister en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, omdat zij afwezig zijn vanwege het uitvoeren van hun werkzaamheden in de Eerste Kamer, ten bate van het Wetboek van Strafvordering. Ik heb nog geprobeerd om een van de twee hier te krijgen, maar mijn meedenken werd helaas niet beloond.
De voorzitter:
We zijn blij met uw aanwezigheid, minister.
Minister Rijkaart:
Ik ga proberen de vragen van mevrouw Coenradie toch zo goed mogelijk te beantwoorden. Zij vraagt of ik duidelijk kan aangeven waarom deze agent ondergedoken zit en uit welke hoek de bedreigingen komen. Indien bedreigingen richting politiemedewerkers van deze aard zijn, die zeer ernstig zijn, kan er overgegaan worden tot veiligheidsmaatregelen. Die veiligheidsmaatregelen zijn inmiddels dus genomen. Ik kan niet ingaan op de individuele casuïstiek en de aard en omvang van deze maatregelen, natuurlijk ook vanuit het oogpunt van de veiligheid van deze politiemedewerker en zijn gezin. Wel kan ik zeggen dat er een strafrechtelijk onderzoek is gestart naar het doxen van deze agent.
Mevrouw Coenradie vroeg ook waarom er dan niet onmiddellijk publiek en ondubbelzinnig rugdekking is gegeven door de politieleiding en de minister van Justitie en Veiligheid. Zowel de politiechef als de korpschef hebben verklaard dat de bedreigingen richting politiemedewerkers ontoelaatbaar en onverteerbaar zijn. Als minister van Binnenlandse Zaken en ex-medewerker van de politie kan ik niet anders dan mij daar heel erg bij aansluiten. Ik weet uit eigen ervaring wat de impact is als je in je huiselijke situatie bedreigd wordt. Ik wil dan ook mijn steun uitspreken voor de politiemedewerker en zijn naasten. De minister van Justitie en Veiligheid heeft diverse keren, ook laatst nog, in een debat over geweld tegen hulpverleners, in zijn algemeenheid uitgesproken dat geweld tegen politieagenten, tegen alle hulpverleners, ontoelaatbaar is. Daar dient wel bij opgemerkt te worden dat een minister zich in principe nooit uitspreekt over individuele casuïstiek.
Welke concrete maatregelen neemt de minister vandaag om de agent te beschermen? Dat is primair een werkgeversverantwoordelijkheid. Ik weet dat de werkgever, in dit geval de politie, de bedreigde medewerker sociale, emotionele en juridische hulp biedt in deze casus, naast de eerder genoemde beveiligingsmaatregelen, natuurlijk. Verder kan ik geen uitspraken doen over de veiligheidsmaatregelen rondom die politiemedewerker.
Hoe ga ik voorkomen dat politiemedewerkers zich onveilig voelen rondom doxing, in dit geval, nu en in de toekomst? Doxing is strafbaar geworden per 1 januari '24, kan ik daarvan zeggen. Dat wil niet zeggen dat je dan direct maatregelen hebt. Het is aan de medewerker, in samenwerking met het korps en de juridische hulp die daarbij zit, om aangifte te doen om op die manier over te kunnen gaan tot strafvervolging.
Dan vroeg u of de leiding van de politie Utrecht — dat is zelfs Midden-Nederland, uit mijn hoofd gezegd — een en ander op orde heeft, meen ik. Ik moet u heel eerlijk zeggen dat ik daarvan als minister van Binnenlandse Zaken op dit moment eigenlijk geen beeld heb. Dat laat uw vraag wellicht onbevredigend onbeantwoord.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Hier was ik al een beetje bang voor. Dit staat namelijk echt wel af van wat daar daadwerkelijk aan de hand is. De eerste reactie van politie Midden-Nederland, wat de minister goed zei, was echt wel anders. Zij snapten de ophef, was de primaire reactie: "Wij snappen de ophef en gaan dit verder onderzoeken." Dat is toch geen vorm van rugdekking? Daar spreekt toch geen vertrouwen uit? Dat is toch niet achter je mensen gaan staan? Dat is toch ontzettend koorddansen in plaats van gewoon direct staan voor je mensen? Dat is allereerst.
Daarnaast wil ik graag weten of het kabinet bereid is om het gesprek aan te gaan met politie Midden-Nederland. Ik krijg namelijk aan alle kanten duizenden reacties van politie door heel Nederland heen dat het mis is met de cultuur, dat er een angstcultuur heerst. Zeker als het gaat om politie Midden-Nederland, krijg ik door dat echt heel veel zaken niet op orde zijn. Ik wil echt meer duidelijkheid. Ik wil concretere antwoorden. Ik wil meer toezeggingen. Ik wil meer het gevoel krijgen dat de politie deze agent maar ook alle agenten verder op straat niet alleen laat staan en dat ze worden omarmd door het kabinet.
Minister Rijkaart:
Over de ophef die is ontstaan: het is mij natuurlijk wel duidelijk geworden dat er ophef in de samenleving is ontstaan. Daarbij wil ik wel aantekenen dat die ophef vanuit twee kanten komt, zowel in negatieve zin naar de agent waar we het hier over hebben toe als in positieve zin naar de agent toe om hem te steunen en rugdekking te geven. Kunnen wij met de politie Midden-Nederland in gesprek gaan? Die vraag stelt u aan mij als bijna afscheidnemend minister van Binnenlandse Zaken. Die moet ik echt doorgeleiden naar mijn collega, zodat u er bij hem echt op aandringt dat dat vanuit uw punt zeer gewenst is, natuurlijk met de inhoud en de duiding die u daar zojuist bij heeft gegeven, want u heeft wel een boodschappenlijstje meegegeven. Dat zijn de vragen die ik even genoteerd heb.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Afrondend. Ik wil toch echt graag de toezegging dat het kabinet dat er nu nog zit — daar zitten we nu ook in — gewoon simpelweg de moeite doet om richting het volgende kabinet te zeggen: luister eens, jullie gaan heel snel met politie Midden-Nederland om tafel om hier deze wanorde aan de kaak te stellen.
Minister Rijkaart:
Die toezegging krijgt u van me.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil beginnen met de politieagent in kwestie en zijn gezin heel veel sterkte te wensen. De politieagenten in Nederland doen vaak onder heel moeilijke omstandigheden hun werk, moeten snel beslissingen nemen en zijn er gewoon voor om mensen die stelen, zoals in dit geval, op te pakken. Wat hier gebeurd is, is echt een groot drama voor het gezin en voor de politieagent in kwestie, maar ook voor andere politieagenten, die zien dat een collega inderdaad gewoon voor de bus wordt gegooid.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn vraag is: wie wil er nog in Nederland politieagent worden — die hebben we kei- en keihard nodig — als je op deze manier eigenlijk voor de bus gegooid wordt door je eigen baas? Kan de minister daarop antwoorden? Dit is toch een heel slecht signaal voor nieuwe mensen die wij willen werven als politieagent?
Minister Rijkaart:
Dat is eigenlijk een oproep aan de samenleving van Nederland en niet zozeer aan de minister, maar het is natuurlijk wel een zeer relevante vraag: wie wil er nog politieagent worden? Het gaat dan niet alleen over deze casus, maar het gaat in de volle algemeenheid over hoe men in de samenleving naar de politie kijkt en wat de agenten allemaal te verduren staat in de uitvoering van hun dagelijkse taak. Dat is een zorgwekkend iets. Ik beschouw dit dan ook als een algemene vraag die ik om daar goede nota van te nemen doorgeleid naar de opvolger van de minister van JenV, want het is een zorg in zijn algemeenheid.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ook ik zeg eerst even inleidend: dat een agent en zijn gezin moeten onderduiken, is echt onacceptabel. Dat er, wat de aanleiding ook is, vervolgens persoonsgegevens worden gedeeld en zelfs misbruikt om iemand te bedreigen, kan niet. Ik wil ook mijn medeleven uitspreken naar de agent, zijn gezin en kinderen thuis. Dat delen van gegevens, oftewel doxing, is in 2024 strafbaar gesteld; dat hebben wij hier in de Kamer gedaan. Maar ik vraag me af wanneer dit nou daadwerkelijk leidt tot een veroordeling. Lukt het nu om mensen daadwerkelijk goed voor de rechter te krijgen en op te sporen?
Minister Rijkaart:
Dat is een vraag van technische aard, waarvan ik eerlijk gezegd moet zeggen dat ik het antwoord zo niet paraat heb. De wetgeving bestaat pas sinds kort, dus daar moeten cijfers van te vinden zijn, maar uit mijn hoofd, zo even ad hoc, durf ik die niet te geven.
Mevrouw Faber (PVV):
Weet u, het is een opstapeling van getreiter en gesar tegen agenten. Dan treedt een keer een agent op en dan laat de politiechef Midden-Nederland de agent gewoon keihard vallen. Dit terwijl heel Nederland — heel Nederland — het gewoon spuug- en spuugzat is, die haat in de straat en al dat gedoe en dat tuig. Denkt u nou echt dat deze vrouwen dit hadden geflikt bij een agent in Verweggistan? Ik denk het niet. Wat moet er nou eens een keer gaan gebeuren voordat de minister zich niet hult in allerlei mooie taal van medeleven en zegt "we gaan een onderzoek doen" en "we doen toezeggingen", maar eens een keertje echt ingrijpt? Dan moet de minister niet komen met "ja, ik weet het niet". De regering spreekt met één mond, dus ik verwacht een concreet antwoord van deze minister.
Minister Rijkaart:
Eigenlijk is het antwoord daarop zeer eenvoudig: een afspraak staat totdat we een nieuwe afspraak hebben. De politie houdt zich aan de wet- en regelgeving die haar gegeven is, de ambtsinstructie die daarbij hoort en de protocollen die daarvoor staan. Als wij als samenleving — daar zijn wij hier met z'n allen bij; het kabinet, maar ook u als Kamer — zeggen dat er een steviger kader moet komen voor de politie om op te treden, dan is het aan u allen, vooral na de 23ste, om daarover samen in gesprek te gaan om te komen tot concrete voorstellen om die verankering steviger weg te zetten.
Mevrouw Faber (PVV):
Kijk, dat bedoel ik nou. Er komt weer een heel verhaal met allerlei woorden over protocollen en weet ik veel wat, maar er moet wat gebeuren. U kunt niet zeggen, zeg ik u via de voorzitter, dat deze Kamer hier niet over begint elke keer. Elke keer als er gedoe is met de politie — we hebben het bijvoorbeeld gehad over de jaarwisseling — uiten we ons ongemak, wat we ervan vinden en "dit kan zo niet". Dat hebben wij tig keer naar voren gebracht. Maar dit kabinet doet niets! Wij geven dit signaal, maar waarom doet u nu gewoon niks, zeg ik u via de voorzitter. Dit kabinet kan toch ook een keer de handschoen oppakken. U kunt niet zeggen dat de Kamer dat niet doet. Het is het kabinet dat alles van zich afschuift en zegt "ja, openbare orde valt onder de burgemeester en we hebben protocollen", maar een minister kan ook iets. U zit er toch niet voor Pietje Snot? Dat bedoel ik niet beledigend.
Minister Rijkaart:
"De minister kan toch ook wat doen." Nou ja, in de beperkte dagen die er nog zijn, wordt dat wel heel lastig. De minister van JenV heeft terdege diverse maatregelen aangekondigd, ook naar aanleiding van casussen in de afgelopen periode, onder andere rondom de rellen in Den Haag, waar geroepen werd om meer uitrusting en dergelijke. U kunt zeggen dat het een beetje een procesantwoord is, maar als iemand die nog niet zo gek lang geleden politieagent was, weet ik als geen ander dat ook zij zich op straat aan gewoon die protocollen en processen hebben te houden. Dan kunnen we wel zeggen "dat moet meer" en "dat moet steviger" en dergelijke, maar dan zeg ik: ja, ik denk dat ze dat op straat misschien ook wel willen, maar binnen de wet- en regelgeving waaraan zij zich moeten houden is het hun niet gegeven om dat te doen. Daar moet u toch in de komende periode als Kamer en nieuw kabinet samen over in debat.
De heer Stoffer (SGP):
Een van de grootste theologen aller tijden, Maarten Luther, zei ooit: als ik zou weten dat morgen de wereld vergaat, zou ik vandaag nog een boom planten. Als je minister bent en je hebt nog twee weken te gaan, verwacht ik wel dat je denkt "ik doe die twee weken er nog alles aan om dit land beter te maken" en niet "over twee weken zien we wel weer wat mijn opvolger doet". Deze agent heeft te maken met heel veel narigheid. Zijn privégegevens worden gedeeld, foto's gaan over het internet — nu nog steeds; die gaan gewoon rond. Mijn vraag is: wat doet dit kabinet, wat doet deze minister om dat te voorkomen? Dan wil ik niet het antwoord "over twee weken ziet mijn opvolger dat wel", maar ik wil weten wat er nú gedaan wordt. We hebben nog twee weken te gaan en dit gezin zit nog twee weken in de narigheid. Dat kunnen we niet toelaten.
Minister Rijkaart:
Ten aanzien van het nog twee weken in de narigheid zitten heb ik net uitgelegd dat die procedures lopen en onder de werkgeversverantwoordelijkheid vallen. Wat heeft deze minister nou concreet gebracht? Nou, dat kan ik u vertellen. In de afgelopen zes maanden is de politiepraktijk nog nooit zo dicht in het kabinet verwoord geweest als met de aanwezigheid van deze minister. Deze minister heeft meermaals en op ondubbelzinnige wijze de ruwe en rauwe werkelijkheid onder ogen gebracht van de minister van JenV, die daar goed nota van heeft genomen. Wat hij daarmee doet, is echter aan hem en zijn opvolger. Maar ik weet zeker dat hij goed tussen zijn oren heeft geknoopt wat de rauwe werkelijkheid van de dagelijkse politiepraktijk met zich meebrengt. Dat daar maatregelen uit moeten volgen, heeft hij in beperkte mate ook aangekondigd. Dat zal zijn opvolger ook in verdere mate moeten doen.
De heer Stoffer (SGP):
Ik geloof dat ongetwijfeld, dat iemand die uit de praktijk komt, zijn dingen naar voren brengt. Dat doe ik ook hier in de Kamer met de praktijk waar ik zelf uit kom. Maar we moeten wel constateren dat deze agent met zijn gezin gewoon al ik weet niet hoelang in de narigheid zit. Als iemand dat aan kan voelen, denk ik inderdaad dat dat deze minister is. Wat heeft het kabinet nu concreet gedaan om te zorgen dat deze man, met zijn gezin, gewoon weer zijn normale leven kan leiden? En wanneer kan dat dadelijk? Hij zit immers nog steeds ondergedoken en het gaat niet goed. Er is toch echt wel wat aan de hand. Ik verwacht wel te horen wat er de afgelopen tijd is gedaan en wat er de komende twee weken nog bovenkomt. Wat de opvolger doet, zien we dan wel weer. De minister is een instituut, niet een persoon. De minister is een instituut en dat gaat gewoon door. Het is een doorgaande lijn. We hebben altijd een minister.
Minister Rijkaart:
Die ervaring heb ik helaas zelf ook. Wat heeft het kabinet nu concreet gedaan? Nou, dat durf ik niet te zeggen. Ik weet wel dat er protocollen in werking zijn gesteld om deze agent, en ook zijn naasten, in veiligheid te brengen. Hoelang duurt dat? Zolang als nodig is. Dat is heel vervelend om te zeggen, maar ik weet uit eigen ervaring dat er intensief aan wordt gewerkt om dat zo kort mogelijk te laten duren. Over de specifieke details van hoe, wat, wanneer en op welke wijze deze agent weer zijn normale leven kan hervatten, kan ik helaas geen uitspraken doen. Dat is enerzijds omdat ik dat niet weet en anderzijds omdat het uit het oogpunt van het onderzoek en de veiligheid gewoon niet verantwoord is om dat te delen in de Kamer.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ik wil de minister graag vragen wie de baas is op straat in Utrecht. Zijn dat de criminelen en de straatterroristen of is dat de politie? Uit de uitzending van Bureau Utrecht bleek al dat de politie in bepaalde wijken in Utrecht überhaupt niet meer kan komen door de totale chaos en het geweld. Nu moet de politie zelfs onderduiken. Mijn vraag aan de minister is dan ook hoe hij de slappe rol van de burgemeester in dit geheel beoordeelt en wat hij daar dan aan gaat doen.
Minister Rijkaart:
Er wordt hier een heel specifieke casus in combinatie met een televisie-uitzending met de vragen van mevrouw Coenradie verbonden. Daar kan ik gewoon geen antwoord op geven in deze constructie.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Politie is een prachtig vak. Dat hoef ik deze minister niet te zeggen. Het is ook een heel zwaar vak en het wordt zwaarder en zwaarder. Wat deze agent is overkomen gun je werkelijk je ergste vijand niet. Dat wil ik hier echt gezegd hebben. Dat gaat alle perken te buiten. Ik vraag de minister of hij ons kan informeren over hoe de politie omgaat met bedreigingen van agenten, want dat komt meer en meer voor. Ik begrijp goed dat dit een werkgeversaangelegenheid is, maar ik wil dat als volksvertegenwoordiger graag weten en er ook met de minister over in debat gaan. Kan hij dat geven?
Minister Rijkaart:
Ik denk dat het goed is om daar even schriftelijk op terug te komen, zodat u wat tastbaars in handen heeft om dat debat verder te voeren.
De voorzitter:
Dat noteren we als een toezegging.
De heer El Abassi (DENK):
Laat ook ik beginnen met zeggen dat het verschrikkelijk is dat een agent moet onderduiken. Tegelijkertijd is het verschrikkelijk dat de twee dames in kwestie bedreigingen naar hun hoofd geslingerd krijgen en dat ook de advocaat bedreigingen krijgt. Het is allemaal verschrikkelijk. Dat brengt mij misschien ook bij mijn vraag. Ik hoor dat hier vragen worden gesteld over dat de politiechef niet achter de mensen staat, dat de collega voor de bus gegooid wordt, dat collega's hem keihard laten vallen. Vindt de minister niet dat juist de politiechef hier voor de bus gegooid wordt?
Minister Rijkaart:
Die indruk heb ik niet. De politiechef heeft gereageerd op hetgeen is gepresenteerd op dit moment. Daar volgt nog nader onderzoek naar. Zoveel mensen, zoveel meningen overigens. De casus die u schetst, dat ook de dames in kwestie en de advocaat inmiddels bedreigd zijn, was mij nog niet bekend. Dat vind ik overigens evenzeer ontoelaatbaar.
De heer El Abassi (DENK):
De advocaat heeft dat gewoon publiekelijk gedeeld, dus dat is gewoon te achterhalen. Ik heb het over: vanuit de politiek. Er wordt hier door verschillende politici beweerd dat de politieagent door de politiechef voor de bus gegooid wordt, terwijl we een onderzoek hebben. Dat is niet onafhankelijk; ik had gepleit voor een onafhankelijk onderzoek, maar goed. Uit dat onderzoek is naar voren gekomen: disproportioneel geweld als het gaat om die trap en om die wapenstok, precies datgene waarvan mensen rillingen kregen. Dan is het toch niet gek dat een politiechef aangeeft dat de politiechef heel goed begrijpt dat deze situatie gevoelig ligt bij de mensen? We gooien de politiechef toch juist voor de bus door te zeggen dat hij niet genuanceerd moet doen?
Minister Rijkaart:
Volgens mij heeft de politiechef zich zeer genuanceerd uitgelaten in de media. De uitspraak van de politiechef was — ik zal die niet tot op de letter nauwkeurig citeren — dat het geweld proportioneel was, deels niet proportioneel. Met de verdere inhoud van welk deel dat dan was, ben ik helaas niet bekend. Dat zal later nog bekend worden, gok ik zo.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik kom maar gelijk ter zake. Het protocol bewaken en beveiligen omschrijft veel dingen voor personen die op basis van een systeem en van punten in aanmerking komen voor statische en dynamische bewaking, maar de incidenten bij politiemensen zijn niet beschreven in het stelsel bewaken en beveiligen. Ik wil heel graag een reflectie van de minister op de vraag of het stelsel bewaken en beveiligen kan worden aangescherpt, zodat er niet elke keer na een incident heel snel een oplossing moet worden gevonden in een of ander vakantiepark of een safehouse en zodat de kinderen naar school kunnen et cetera, et cetera. Mijn vraag aan de minister is dus of hij bereid is om met zijn opvolging en de minister van Justitie te kijken naar een aanscherping, zodat we dit veel professioneler kunnen oppakken. Ik weet als geen ander dat dat niet gebeurd is.
Een tweede vraag die ik hier echt even kwijt moet, is of we er niet ook eens over moeten nadenken of de politiechef in Utrecht of de korpschef van Nederland een onafhankelijke rol moet krijgen. Zij moeten namelijk nu ook de eindbeoordeling doen.
Minister Rijkaart:
Dan vraagt de heer Struijs eigenlijk enerzijds of we politiemensen kunnen onderbrengen onder het stelsel bewaken en beveiligen. Die vraag moet ik echt doorgeleiden naar de minister van Justitie, die natuurlijk verantwoordelijk is voor dat stelsel. De heer Struijs doet ook de suggestie dat de politiechef een meer onafhankelijke rol moet krijgen. Er zitten in het protocol al diverse onafhankelijke beoordelaars, dus mijn eerste indruk is dat de onafhankelijkheid daarmee voldoende geborgd is.
De voorzitter:
Meneer Struijs, uw tweede vraag.
De heer Struijs (50PLUS):
Dat laatste deel ik niet, want de reactie is, zoals ik zelf als politiechef heb meegemaakt: reageer maar niet. Ik wil dat elke politiechef een zelfstandige professionele beoordeling kan maken en zo achter zijn mensen kan staan en dat hij niet nog een keer naar een commissie moet voor een eindbeoordeling. Geef politiechefs dus de ruimte om sneller achter hun mensen te gaan staan. Dat is mijn oproep aan de minister en ik hoop dat hij die wil doorgeleiden.
Minister Rijkaart:
Dat wil ik zeker.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Hier ontstaat natuurlijk weer ruis over de vraag of iets proportioneel is of niet. Dat heb je op het moment dat je gewoon geen goede politiewoordvoering doet. Ik heb begrepen dat een afhoudtrap in deze zaak hartstikke proportioneel is. Dat mag gewoon; het is een van de technieken die worden geleerd. Is de minister het nou met me eens dat dit gewoon hoort bij het politievak of gaan we hier nou toch weer ruis creëren?
Minister Rijkaart:
Een politieagent die handelt in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, zoals dat zo mooi heeft, heeft conform het geweldsmonopolie het recht om geweld te gebruiken. Dat is hier overduidelijk het geval geweest. Of dat proportioneel is, wordt dan inderdaad later beoordeeld. Je moet dat sowieso melden en dan treden daarvoor de nodige protocollen in werking. Laat daar dus geen ruis over bestaan. Hoort een afhoudtrap in een voorkomend geval bij het werk? Ja, dat kan dus het geval zijn. Is dat dan per definitie proportioneel? Dat wordt aan de achterzijde beoordeeld.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Dat is beoordeeld door een geweldscommissie, die overigens niet de publieke opinie dient maar gewoon bedoeld is voor een intern lerende organisatie. Daar is volgens mij duidelijkheid over, maar het wordt elke keer met heel veel ruis omgeven. Dat brengt me in ieder geval wel bij de volgende vraag. Politieagenten hebben ook wel behoefte aan bodycams; die worden wel ingezet maar worden bij lange na niet door iedereen gedragen. Ik begrijp uit interne informatie dat dat met een gebrek aan geld te maken heeft. Leve de nieuwe coalitie die daar heel veel geld in steekt. We moeten afwachten waar dat dan weer ergens blijft, maar zou deze minister voor de tijd dat hij hier zit, ook richting het nieuwe kabinet, in ieder geval kunnen kijken of dat geld daadwerkelijk naar de agenten op straat gaat die hier gewoon behoefte aan hebben?
Tot slot ben ik erg benieuwd of deze minister misschien nog een boodschap heeft voor de betreffende agent in Utrecht.
Minister Rijkaart:
Dat is eigenlijk een oproep om dit, uiteraard met mijn collega van JenV, als warme aanbeveling door te geleiden naar het nieuwe kabinet en zijn opvolger.
Voordat ik terugkom op uw laatste vraag heb ik nog een cijfer over het aantal doxinggevallen die we hebben binnengekregen. Er waren in 2024 23 doxingzaken, maar ik heb helaas geen cijfer van het aantal veroordelingen, waar concreet om gevraagd werd.
Heb ik een boodschap voor die agent? Die heb ik al in mijn eerste inleiding gegeven. Ik heb mijn medeleven betuigd. Ik weet wat het is en wat de impact is. Ik kan niet anders dan hem in deze moeilijke tijd heel veel sterkte wensen voor hem én zijn naasten, want dit raakt ook zijn naasten.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-41-2.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.