Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 34, item 7 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 34, item 7 |
Begrotingen Infrastructuur en Waterstaat en Mobiliteitsfonds 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
De voorzitter:
Dan zou nu de tweede termijn van het kabinet aan de orde zijn, maar net als ik ziet u dat er geen bewindspersonen in vak K zitten. Ik ben dus helaas genoodzaakt om een enkel ogenblik te schorsen. "Alle moties krijgen oordeel Kamer," zegt de heer Grinwis. Zullen we dat maar doen dan?
Ik schors helaas een enkel ogenblik. We gaan kijken waar ze blijven. De vergadering is heel kort geschorst. Blijft u alstublieft in de buurt, want we gaan echt heel snel hervatten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat voor de beantwoording van de gestelde vragen en de appreciatie van de moties. Het woord is aan de minister.
Minister Tieman:
Dank u wel, voorzitter. Ik ga in op de vragen, de moties en de amendementen. Ik begin met mijn reactie op het verzoek van het lid Kostić aan het kabinet om geen onomkeerbare stappen te zetten op het punt van het LVB; zo noem ik het maar even. Het kabinet heeft deze week het LVB naar de Kamer gestuurd in het kader van de voorhangprocedure. Dat is geen onomkeerbare stap. De voorhang is bedoeld om vragen van de Kamer te kunnen beantwoorden en het debat met de Kamer te kunnen voeren. Het kabinet kan en zal geen volgende stappen zetten voordat dit debat heeft plaatsgevonden. In die zin kan ik het lid Kostić dus geruststellen. Gezien de inbrengdatum die de Kamer gisteren heeft vastgesteld voor het indienen van schriftelijke vragen, 12 februari, zou het zomaar kunnen dat het debat dan zal plaatsvinden met mijn opvolger. Pas nadat het debat met de Kamer heeft plaatsgevonden, is de volgende stap aan de orde. Omdat het LVB een algemene maatregel van bestuur is, zal dat het advies van de Raad van State zijn. Een onomkeerbaar besluit is pas de vaststelling van het LVB door een kabinet. Die zal naar verwachting pas na de zomer aan de orde zijn.
De voorzitter:
De minister rondt eerst even de beantwoording van alle vragen af. Daarna geef ik ruimte voor één enkele vervolgvraag.
Minister Tieman:
Meneer Grinwis, u heeft gevraagd of het indicatieve beeld van de oplopende reeks budgetten ook over water gaat. Het voorbeeld is opgenomen in de Kamerbrief Lange termijn en woningbouw. Dit voorbeeld gaat met name over de opgaven op het terrein van mobiliteit en niet over het gehele waterdomein, het Deltafonds. Bij de actualisatie van de lijst-Grinwis — zo hebben we die lijst genoemd — worden de Deltafondsopgaven integraal meegenomen. U ontvangt de actualisatie vóór het NO MIRT van 26 januari.
De heer Grinwis vroeg hoe groot de financiële problematiek is bij het tekort ten aanzien van het Deltafonds. Tijdens het WGO van vorige week heeft de heer De Hoop gevraagd om een update van de lijst-Grinwis. Ik heb toegezegd uw Kamer deze lijst vóór het notaoverleg MIRT toe te sturen. Die bevat dan ook de problematiek inzake het Deltafonds.
De heer Stoffer vroeg om het verder actualiseren van het Meerjarenplan Instandhouding. Ik heb zojuist de toezegging gedaan om u vóór het NO MIRT schriftelijk te informeren naar aanleiding van uw vraag over het Meerjarenplan Instandhouding. Ik zou dit graag ook nog mondeling willen toelichten. Het Meerjarenplan Instandhouding is als volgt opgebouwd. De meerjarenafspraken voor Rijkswaterstaat beslaan acht jaar en zijn voorts rollend. Elk jaar wordt de programmering geactualiseerd. Nu is dat in zicht in de programmering 2025-2033. Rijkswaterstaat maakt daarnaast een doorkijk over de gehele looptijd van de beschikbare middelen voor het fonds. Dat is tot 2040. Daarmee wordt inzicht gegeven in de opgaven die vanaf de start van de meerjarenafspraken zestien jaar vooruitkijken oftewel tot 2040.
Ten aanzien van het OVV-rapport kom ik even terug op mijn eerste antwoord. U krijgt vóór het WGO nog een brief van mij met een schets van het rapport en het proces om tot de kabinetsreactie te komen. De formele kabinetsreactie krijgt u voor de zomer. Zoals gebruikelijk moet de OVV deze binnen zes maanden ontvangen. Dat vergt veel afstemming.
Mevrouw Van der Plas had een vraag over Hoevelaken. In het afgelopen BO Leefomgeving is samen met de regio de meerwaarde onderschreven van een gedeeltelijke aanpak van het A1/A28-knooppunt Hoevelaken. Hierop is in afstemming met de regio een plan van aanpak opgesteld voor de start van deze gezamenlijke gedeeltelijke aanpak. Helaas constateer ik nu ook dat er bij een gedeeltelijke aanpak onvoldoende perspectief op realisatie is. Dat betreft het aantal molen maar ook de financiën. Met name voor stikstof is meer inspanning nodig, waarbij eerst natuurherstel van de gebieden geborgd zou moeten zijn. Samen met de regio zal ik de mogelijkheden voor de aanpak van de stikstofopgave verkennen.
De heer De Groot vroeg naar de verzorgingsplaatsen. Ik heb goede notie genomen van de vragen van de heer De Groot ten aanzien van de motie-Heutink. Het wetsvoorstel ligt bij de Raad van State. Hoewel ik niet over het werkproces van de Raad van State ga, kan ik me niet voorstellen dat de Raad van State in zijn advies niet zal ingaan op deze belangrijke kwestie. Na verwerking van het advies van de Raad van State zal de parlementaire behandeling plaatsvinden.
De heer Schutz, over hinder. Er is een hinderkader voor wegen en vaarwegen. Uitgangspunt is: zo min mogelijk hinder. Voor het maken van de afweging laat ik een netwerkoverstijgend kader ontwikkelen.
Brede welvaart. Bredewelvaartsaspecten zitten in de afweging MIRT. Maar er komen nog meer zaken in de nieuwe MIRT-systematiek 2.0, zoals de staatssecretaris en ik die gepropositioneerd hebben. Denk bijvoorbeeld aan defensie. Maar denk ook aan bepaalde zaken in de regio's, gerelateerd aan de inzet van de WoMo-middelen. Er zijn dus nog wel wat zaken, ook ten aanzien van de financiering. We hebben nu een dik boek. Dat moet niet nog dikker worden.
Winterweer. Mevrouw Zwinkels vroeg welke hulp ik heb aangeboden. Ik heb iedereen gebeld, maar ik heb geen verzoek gehad. Denk aan de-icingzaken, of ik op zoek ben gegaan naar mogelijkheden en of ik nog tijdelijke ontheffingen heb toegepast. Daar moet u dan aan denken. Nogmaals, zo'n verzoek is niet gedaan.
De moties, voorzitter.
De voorzitter:
Ik zag dat het lid Kostić een vervolgvraag had. Ik sta één vraag toe.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik doe nog een poging om verduidelijking te krijgen. De Kamer vraagt de minister eigenlijk twee dingen. Zie ook de motie die ik heb ingediend. Eén: geen verdere stappen nemen totdat de Kamer over het onderwerp heeft kunnen debatteren, ook als die zes weken zijn verstreken, ook als het langer duurt dan zes weken om hierover te debatteren. Twee: de minister neemt überhaupt geen stappen meer, maar laat het over aan de nieuwe minister. Dat zijn de twee verzoeken. Lees ook de motie. Kan de minister dat bevestigen? Zo niet, dan laten we de motie doorgaan.
Minister Tieman:
Ik houd het echt bij het antwoord dat ik net heb gegeven, dat is afgestemd.
De voorzitter:
We gaan naar de appreciaties van de moties.
Minister Tieman:
De moties. De motie op stuk nr. 19 van de leden De Hoop, Kostić en Beckerman: ontraden.
De motie van de heer Goudzwaard op stuk nr. 22, over het NMSC: oordeel Kamer.
De motie van de heer Goudzwaard op stuk nr. 23, over vliegbelasting, heffingen en monitoring: oordeel Kamer.
De motie van de heer Goudzwaard op stuk nr. 24: ontijdig.
De voorzitter:
Dan is het verzoek aan de heer Goudzwaard of hij bereid is om de motie aan te houden. Wellicht kunt u, minister, nog een enkele zin wijden aan een toelichting waarom deze motie ontijdig zou zijn. Verzoekt u met deze appreciatie de heer Goudzwaard om de motie aan te houden?
Minister Tieman:
Ja.
De voorzitter:
Wellicht kunt u aangeven waarom …
Minister Tieman:
Ja, zeker. De autobelastingen zijn geen onderdeel van de begroting van het ministerie. Dit onderwerp is onderdeel van de fiscaliteit en dat is primair de beleidsverantwoordelijkheid van het ministerie van Financiën. Een deel hiervan, namelijk de hoogte van de accijnstarieven, is afgelopen jaar behandeld bij het Belastingplan 2026.
De voorzitter:
Is de heer Goudzwaard bereid om de motie aan te houden?
De heer Goudzwaard (JA21):
Nee. Ik breng die gewoon in stemming. En dan wordt ze ontraden, denk ik.
De voorzitter:
Nou, ze krijgt de appreciatie ontijdig, gaf de minister aan. Dus de motie op stuk nr. 24: ontijdig. U vervolgt.
Minister Tieman:
De motie op stuk nr. 25, van de heer Stoffer en de heer Grinwis, over het PBNI: ontraden. Ik kom zo meteen nog op het amendement.
De motie op stuk nr. 26, van het lid Kostić en mevrouw Kröger: ontraden.
De motie op stuk nr. 27: ontraden.
De amendementen, voorzitter. De heer De Groot, 5 miljoen euro. Ik kan dit amendement oordeel Kamer geven. Ik verbind daar echter wel een aantal voorwaarden aan, die eerst onderzocht moeten worden. Het moet gaan om een incidentele bijdrage die gericht is op het wegnemen van ongewenste effecten in de grensregio. De luchthavens waaraan steun wordt gegeven, moeten aantonen dat de steun eenmalig is en dat de levensvatbaarheid van de luchthavens voor de langere termijn is geborgd. Ook treedt er geen verstoring op van het level playing field ten opzichte van andere regionale luchthavens in het Koninkrijk. De bijdrage moet aantoonbaar passen binnen de Europese regels rondom staatssteun. Dat betekent dat daar eerst een quickscanonderzoekje naar wordt gedaan indien de Kamer instemt met dit amendement. Dan de dekking. De voorgestelde dekking neemt een in mijn ogen forse hap uit het budget voor waterbeleid, waardoor doelstellingen in het geding komen. Ik behoud mijzelf daarom de vrijheid voor om naast de inhoudelijke voorbereiding de dekking bij de Voorjaarsnota nog eens te bezien, om te kijken of ik die misschien ook een beetje kan verspreiden.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag van de heer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nou, kunt u misschien ook het stuknummer noemen? Dat is handig voor onze administratie. Dan mijn vraag. De minister stelt veel voorwaarden aan dit amendement. De dekking zou nog worden aangepast, volgens mij, maar dat terzijde. Maar hij stelt zo veel voorwaarden. We gaan hierover pas op 10 maart stemmen. Kan de minister niet voor 10 maart een brief sturen om ons te laten weten of aan deze voorwaarden kan worden voldaan? Dan kunnen wij ook verantwoord voor of tegen dit amendement stemmen.
De voorzitter:
En om welk nummer gaat het, zou ik de minister aanvullend willen vragen.
Minister Tieman:
Ik zie er even geen nummer op staan …
De voorzitter:
Het gaat om het amendement op stuk nr. 14.
Minister Tieman:
Ja, inderdaad, 14. Ik zie dat er nu ook boven staan. Die tijdslijn is te kort, zeg ik tegen de heer Grinwis.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik geloof mijn oren niet. We krijgen steeds te horen dat alles ontijdig is omdat de coalitie nog afspraken moet maken, maar nu dient de VVD een voorstel in om de luchtvaartlobby extra geld te geven van de belastingbetaler, mogelijk ten koste van gezond water, en zegt de minister: nou, ja, daar sta ik eigenlijk best voor open; ik moet even precies kijken waar ik het geld vandaan kan halen. Hoe legt de minister dit uit aan de mensen thuis?
Minister Tieman:
Ik ga het uitleggen door met u een navolgbaar traject in te gaan, om het level playing field in de gaten te houden maar ook om te zorgen dat de mogelijkheden voor Groningen geborgd zijn ten aanzien van de grensverleggende zaken voor luchtvaart. We zien nu een uitvloeiing van passagiers naar de omliggende landen. Dat wil ik echt in de gaten houden. Zo leg ik het uit.
De heer Van Asten (D66):
We hebben eerder een debat gehad over de aanknopingspunten die de minister ziet voor het halen van de Kaderrichtlijn Water. De liefde van de minister voor water werd ook uitgesproken, maar nu wordt er in één keer 5 miljoen aan budget met het badwater weggegooid, om die grap dan maar te maken. Had de minister daar dan geen andere besteding voor?
Minister Tieman:
Ik zal het niet aan het waterdomein onttrekken. Ik ga echt kijken hoe we dat op een … Dat was een van de voorbehouden, om het echt op een andere manier te gaan doen. Daar ga ik creatief naar kijken.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb genoeg inhoudelijke bezwaren, maar daar ga ik het nu even niet over hebben. Ik ga het hebben over de dekking. De minister maakt duidelijk dat de dekking eigenlijk niet deugdelijk is en dat hij eigenlijk niet eens met zekerheid kan zeggen dat de financiering rond kan komen. En toch geeft de minister de appreciatie oordeel Kamer. Ik vind het eigenlijk onbestaanbaar. Als een dekking niet deugdelijk is, wordt tegen de oppositie altijd keihard gezegd: we ontraden 'm. Dat is allemaal prima en zo hoort het ook, maar dan moet je dat ook doen in dit geval. Ik vind het eigenlijk echt onbegrijpelijk dat de minister nu met deze appreciatie naar de Kamer komt.
Minister Tieman:
Ik neem kennis van de opmerkingen van de heer De Hoop.
De voorzitter:
U vervolgt uw appreciaties.
Minister Tieman:
De amendementen-Stoffer/Grinwis op de stukken nrs. 17 en 18, over het PBNI: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dat is het amendement op stuk nr. 17.
Minister Tieman:
Ja, klopt.
De voorzitter:
En dan komt het amendement op stuk nr. 18. Of geldt uw appreciatie voor beide amendementen?
Minister Tieman:
Die geldt voor beide, voorzitter.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 17 is van de leden Stoffer en Grinwis. Het amendement op stuk nr. 18 overigens ook.
Minister Tieman:
Allebei oordeel Kamer, voorzitter.
De voorzitter:
Allebei oordeel Kamer. Het amendement op stuk nr. 17 en het amendement op stuk nr. 18 krijgen oordeel Kamer.
Minister Tieman:
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Aartsen:
Dank, voorzitter. Vanuit mijn kant de beantwoording van een aantal vragen.
De heer Grinwis vroeg mij wanneer er per productgroep het een en ander kan worden gedeeld. Dat kan voor de zomer gebeuren.
Het lid Kostić vroeg mij om een overzicht van de budgetten, welke instrumenten daarvan afhankelijk zijn en hoeveel budget daaraan vasthangt. Dat kunnen we te zijner tijd delen. Dat zullen we ook voor de zomer doen. Het hangt een beetje ervan af om welk instrument het gaat, dus laat ons er even op broeden hoe we dat netjes vormgeven.
De heer Huidekooper vroeg mij naar de grondstoffenautonomie binnen de Europese Unie. Dat is absoluut een topprioriteit. Ik verwijs ook naar het joint statement dat we in Europa hebben gemaakt en de beide non-papers.
De heer Huidekooper vroeg mij ook hoe het zit met de data bij de OD's. Ik kan hem geruststellen dat die data aanwezig zijn. Het schort nu echter aan een manier om die data vervolgens digitaal uit te wisselen. Dat constateert de Rekenkamer ook. Ik werk op dit moment met partijen om het mogelijk te maken dat we de data die er al zijn goed kunnen uitwisselen.
De heer Huidekooper vroeg mij ook hoe het zit met de verantwoordelijkheidsverdeling. Hij vroeg of de volledige keten daarin wordt meegenomen. Het antwoord daarop is ja. Dat willen we ook goed en netjes vastleggen.
Mevrouw Zwinkels vroeg mij nog of we haar vier punten mee konden in Schoon en Emissieloos Bouwen. Het antwoord daarop is ook ja.
Voorzitter. Dan de amendementen. Ik begin bij het amendement op stuk nr. 5 van de heer De Hoop. Hij voelt hem al aankomen; ik moet dit amendement ontraden vanwege de ondeugdelijke dekking. Er wordt tegen de bestaande begrotingsregels ingegaan. Jazeker, dat is een groot verschil. Er is een splitsing tussen uitgaven en inkomsten. Dat is een belangrijk fundament van onze begrotingsregels. Overigens wordt de dekking gevonden in het Belastingplan dat reeds is aangenomen; daarom is er op dit moment een gat. Dit amendement moet ik dus ontraden.
De voorzitter:
Eén interruptie van de heer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dit bedoel ik dus. Ik had al rekening gehouden met deze appreciatie. Ik kan deze ook begrijpen. Maar gezien de vorige appreciatie van de minister vind ik deze echt bezwaarlijk. Ik vind het verschil tussen de lijn die de staatssecretaris aanhoudt en die van de minister zo groot.
Staatssecretaris Aartsen:
Nee.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb daar echt moeite mee en dat wil ik gezegd hebben. Verder neem ik kennis van de appreciatie. Ik vind die nog begrijpelijk ook. Maar dit gehoord hebbende, vind ik de appreciatie richting de heer De Groot nog bezwaarlijker; dat wil ik wel gezegd hebben.
Staatssecretaris Aartsen:
Dit is begrotingsregels one-o-one. Het gaat over inkomsten en uitgaven, en in dit geval zijn het uitgaven en uitgaven.
Voorzitter. Dan het amendement op stuk nr. 9 van de heer Grinwis, met het verzoek aan de staatssecretaris om meer geld voor openbaar vervoer. Gelet op de consistentie in het kabinet, moet ik dit amendement technisch gezien ontraden. Op het moment dat dit amendement wordt aangenomen, gaan we daar uiteraard netjes uitvoering aan geven, en brengen we dat onder en organiseren we het via de verdeelsleutel in de begroting, zeg ik, gelet op de stemverhoudingen bij het andere amendement dat hieraan vastzit.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag, meneer Grinwis. Eén vervolgvraag.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik constateer dat de nadruk in de woorden van de staatssecretaris lag op het woord "technisch". Daarmee is het toch een soort warme aanbeveling aan de collega's. Er is een belangrijk verschil met het amendement van collega De Hoop. Het amendement voor de middelen die hiervoor zijn gecreëerd in het Belastingplan, is wél aangenomen. Daarmee kan het niet anders dan dat dit wordt omarmd. Dat was bij het amendement van de heer De Hoop niet het geval; de middelen waren niet beschikbaar gesteld in het Belastingplan.
Staatssecretaris Aartsen:
Dit klopt technisch ook. Zoals ik zei, zal ik het amendement technisch ontraden.
De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt.
Staatssecretaris Aartsen:
Voorzitter. Dan het amendement op stuk nr. 16, van de leden Huidekooper en Zwinkels. Ik kan dit amendement oordeel Kamer geven. Ik zeg er wel bij dat het hele idee achter de circulaire economie en de budgettaire keuzes daarbij was dat de subsidies niet bedoeld zijn voor exploitatie, maar om iets op gang te helpen. Vervolgens moeten partijen op eigen benen gaan staan. Gelet op het krappe budget, hebben we deze afweging gemaakt. Ik laat het oordeel om een andere afweging te maken aan de Kamer; dat vind ik wel zo fair. Ik wijs er wel op dat er dan vervolgens een moeilijke keuze aan de andere kant moet worden gemaakt. Maar in beginsel kan dit amendement oordeel Kamer krijgen.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag. U heeft "oordeel Kamer" gekregen, meneer Huidekooper.
Staatssecretaris Aartsen:
Pas op hé, want anders verspil je hem.
De heer Huidekooper (D66):
Ik dank de staatssecretaris voor zijn appreciatie. Ik wil er wel even bij zeggen dat het om €70.000 gaat. Bij de bedragen waar we hier over spreken, is dat volgens mij een futiliteit. Het is ook belangrijk om de waarde die de repaircafés bieden voort te zetten.
Staatssecretaris Aartsen:
Zeker, maar ze moeten op een gegeven ogenblik wel op eigen benen gaan staan. Het hele idee is in ieder geval wel dat het ingezette beleid van de circulaire economie ook economische duurzaam hoort te zijn.
De voorzitter:
U vervolgt.
Staatssecretaris Aartsen:
De motie op stuk nr. 18 moet ik, gelet op het feit dat het echt aan een nieuw kabinet is om dit te beslissen, het oordeel ontijdig geven.
De voorzitter:
Houdt de heer De Hoop de motie aan?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
De staatssecretaris gehoord hebbende, zou ik kunnen zeggen dat er wel een Kamer zit die niet demissionair is …
Staatssecretaris Aartsen:
Zeker.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
… dus je zou het oordeel ook aan de Kamer kunnen laten. Dat geef ik de staatssecretaris mee. Als hij dat niet doet, ga ik gewoon een motie indienen.
Staatssecretaris Aartsen:
Het oordeel wordt aan mij gevraagd als zittend bewindspersoon. Dan moet ik het oordeel echt …
De voorzitter:
Dat ben ik niet helemaal met u eens. Er zal altijd een regering zitten. In een motie staat "verzoekt de regering" en welke regering dat is …
Staatssecretaris Aartsen:
Exact! Dus deze regering geeft, gelet op de demissionaire status die zij op dit moment heeft, het oordeel ontijdig.
De voorzitter:
Ontijdig.
Staatssecretaris Aartsen:
Het is altijd aan het hoogste orgaan van deze democratie om daar een oordeel over te vellen.
De voorzitter:
De heer De Hoop wenst de motie in stemming te brengen. U vervolgt.
Staatssecretaris Aartsen:
Ook motie op stuk nr. 20, ten aanzien van het KNMI, geef ik het oordeel ontijdig, gelet op de demissionaire status van het kabinet.
De voorzitter:
Houdt mevrouw Zalinyan de motie aan?
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Gezien de urgentie van de weersextremen en omdat we daar niet op voorbereid zijn, ga ik 'm indienen.
De voorzitter:
Dan krijgt motie op stuk nr. 20 de appreciatie ontijdig.
Staatssecretaris Aartsen:
Motie op stuk nr. 21, over de robuustheidscriteria, moet ik ontraden, omdat we op dit moment richting 1 april in een heel precaire fase zitten. Het is spannend of omgevingsdiensten die planning gaan halen. Ik zou het een verkeerd signaal vinden om nu te zeggen dat we de regelingen zullen gaan versoepelen. Het is natuurlijk niet zo dat we naar één punt van de criteria kijken en blind zijn voor de rest. Ik zou dus nu niet voor versoepeling voor de omgevingsdiensten willen pleiten. Vandaar dat ik deze motie ontraad.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 28.
Staatssecretaris Aartsen:
De motie op stuk nr. 28 geef ik het oordeel ontijdig. Net als bij andere appreciaties is dat vanwege de demissionaire status van het kabinet.
De voorzitter:
Is het lid Kostić bereid om motie op stuk nr. 28 aan te houden of brengt zij die in stemming? Zij brengt die in stemming, zie ik. Daarmee krijgt zij de appreciatie ontijdig.
Staatssecretaris Aartsen:
Dan heb ik nog de motie op stuk … Even kijken …
De voorzitter:
Op stuk nr. 29.
Staatssecretaris Aartsen:
Ja, ook de motie op stuk nr. 29 moet ik op inhoudelijke gronden ontraden. Gratis openbaar vervoer bestaat niet en heeft financiële consequenties en er zit geen dekking bij. Vandaar dat ik de motie ontraad.
De voorzitter:
Tot slot.
Staatssecretaris Aartsen:
Tot slot de motie op stuk nr. 30. Ook die moet ik ontraden. We maken op dit moment al afspraken over saneringen tussen 2023 en 2030, inclusief de bestaande middelen. Het past niet binnen de financiële systematiek om daarop vooruit te lopen. Ik wil er wel bij zeggen dat we natuurlijk de vier strakke lijnen die wij rondom pfas al hebben, wel gewoon in volle vaart doorzetten. Als er na 2030 een vervolgaanpak nodig is, vind ik het prematuur om daar nu op vooruit te lopen. Vandaar dat ik de motie ontraad.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we het aan het einde gekomen van deze begrotingsbehandeling. De geopolitieke situatie vereist dat het allemaal in een wat krap schema moest, maar met de hulp en de medewerking van de leden en de bewindspersonen is het ons toch gelukt. Ik dank de bewindspersonen voor hun aanwezigheid.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd. De stemmingen over de amendementen volgen later, na afhandeling van alle begrotingen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-34-7.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.