Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 31, item 7 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 31, item 7 |
Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
-het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026 (36800-XXII).
De voorzitter:
Dan zijn we aanbeland bij de tweede termijn van de zijde van het kabinet betreffende de begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Ik geef daarvoor het woord aan de minister.
Minister Keijzer:
Dank u wel, voorzitter. Voorafgaand aan de beoordeling van de ingediende moties is het, denk ik, nog wel even goed om iets te zeggen over de structurele financiering van taken die het ministerie heeft en over beleidsgeld dat er is om onrendabele toppen en investeringen in gebieden weg te nemen. Dat is omdat in een aantal moties voorstellen gedaan worden die op zichzelf wel belangrijk en prijzenswaardig zijn maar waar gewoon geen geld voor is. Toen ik aantrad als minister was ik namelijk eigenlijk wel verbaasd dat een groot deel van de middelen en de ambtelijke capaciteit waarmee het ministerie gefinancierd werd, tijdelijk was. De opgave vereist een langjarig en toekomstbestendig beleid; dat weten we allemaal en daar hebben het de hele dag ook al over gehad.
In de voorjaarsbesluitvorming van het afgelopen voorjaar heb ik een basis kunnen leggen voor een toekomstbestendig ministerie; dat ligt uiteindelijk natuurlijk ook in deze begroting voor. Een groot gedeelte van het personeel was tijdelijk gefinancierd; dat is nu structureel. Dat is natuurlijk belangrijk, want als je bijvoorbeeld aan de minister van VRO vraagt om in te grijpen in een bepaalde gemeente of om dingen te doen, dan heb je daar natuurlijk wel de ambtelijke capaciteit voor nodig. Ook is voldaan aan een aantal noodzakelijke voorwaarden om überhaupt beleid te kunnen voeren. Voor de Huurcommissie is bijvoorbeeld structureel 10 miljoen euro beschikbaar gekomen. De Nationale Geo-Informatie Infrastructuur is betaald. Het voortzetten van het programma voor ruimtelijke ordening, zoals bijvoorbeeld NOVEX, is ook structureel gefinancierd. Dat geldt ook voor aan aantal basisvoorzieningen voor de Omgevingswet.
Alleen ben je er dan natuurlijk nog niet, want je hebt ook te maken met aandachtsgroepen. Daar gaat het hier ook heel vaak over, zoals vandaag bijvoorbeeld over de huisvesting van studenten. Zo is vanaf 2026 geen geld meer beschikbaar voor de Regeling huisvesting aandachtsgroepen, inclusief die studenten. Na 2027 kunnen er geen projecten meer worden gestimuleerd die nu vallen onder de Stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen. Ik zie mevrouw Steen knikken en zij zit aan de formatietafel. Dat is dus goed om je te realiseren.
De grondfaciliteit heeft financiering tot en met 2029. De Woningbouwimpuls heeft die ook tot en met 2029. Dat is natuurlijk geld dat meegegeven is aan het nu nog zittende kabinet. Datzelfde geldt voor de Realisatiestimulans. Er is dus geen geld voor de aangewezen grootschalige woningbouwgebieden. Dit is voor het afgelopen jaar volledig toegekend. Voor de vier toegevoegde grootschalige woningbouwgebieden zal dus ook nog geld moeten worden gevonden. Actieve grondpolitiek is vandaag ook weer aan de orde geweest. Daarvoor zijn geen middelen, dus ook niet voor de Nationale Grondbank. Ook voor de versterking van de regie op projecten van nationaal belang moet nog geld gevonden worden.
Last but certainly not least: infrastructuur. De 2,5 miljard die meegegeven is aan het kabinet is inmiddels verdeeld, maar er was voor een miljard meer aangevraagd. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de structuurversterkende infrastructuur zoals bijvoorbeeld de Lelylijn, de IJmeerverbinding en de Oude Lijn Leiden-Dordrecht. Als je al dat soort zaken wil — de Kamer is daar natuurlijk uitgebreid over geïnformeerd — zal je dus nog geld moeten vinden.
Voorzitter. Door de Omgevingswet hebben wij een juridisch systeem gemaakt waarin je bij de vaststelling van omgevingsplannen waarin woningbouw gerealiseerd wordt, ook de ontsluiting geregeld moet hebben, omdat je anders nat kunt gaan bij de rechter. Het is dus wel van het grootste belang om dit uiteindelijk te realiseren. Dit kan voor niemand nieuw zijn, want dit is in allerlei brieven opgenomen. Maar omdat er een nieuw kabinet aantreedt dat verdergaat dan 2027 — althans, dat is het plan — is het wel goed om dat hier te benadrukken. Ik zal bij een aantal moties naar dit verhaal verwijzen. Dan weet u waar het vandaan komt.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een korte vraag nu de minister over die 2,5 miljard begint. Ik denk dat we Kamerbreed al heel lang zaten te wachten op die verdeling. Ik ben blij dat die er nu komt. Ik heb wel één kritiekpunt, met name omdat deze minister van een partij is die voor de regio opkomt. Bij de verdeling van de WoMo-gelden hebben Friesland, Groningen en Drenthe met z'n drieën volgens mij minder dan 1% van die gelden toegewezen gekregen. Zelfs als je Zeeland erbij neemt, kom je nog maar amper aan 1% van die gelden. Ik vraag me toch af hoe een minister van een partij die ook oog heeft voor de regio, daarnaar kijkt. Is ze bereid om daar nog iets van herstelwerk te doen? Ook in die regio's worden er namelijk woningen gebouwd. Ook al zijn de aantallen wat kleiner, die woningen zijn niet minder belangrijk.
Minister Keijzer:
Dan maken we het toch politiek. Dat vind ik leuk; dat weet de heer De Hoop. Daar is natuurlijk wel gereageerd op aanvraag. Daar waar niet aangevraagd wordt, kun je niet beschikken. Daar waar het nog niet zover is dat het geld direct of sneller tot realisatie zal leiden, kun je een aanvraag ook niet honoreren. Dat is uiteindelijk de afweging die gemaakt is. Er was een miljard meer aangevraagd. In die hele afweging is natuurlijk ook gekeken welke aanvragen het snelst tot te realiseren woningen leiden. Soms lukte dat niet. Maar dat wil niet zeggen dat de aanvragen die gedaan zijn, slechte aanvragen zijn geweest of dat het geld daar niet naartoe moet. Dat is niet het geval, maar mijn financiële polsstok ging niet verder dan 2,5 miljard. Ik heb uiteraard ook contact gehad met bestuurders in de desbetreffende gebieden. Er was af en toe ook gewoon even wat discussie, want als je geen geld krijgt in het kader van de WoKT, wil dat niet zeggen dat je ook geen geld krijgt in het kader van een ander instrumentarium, zoals de realisatie-impuls; die is namelijk over heel Nederland gegaan. Ook in de WBI-gelden zit natuurlijk geld dat geland is in de desbetreffende provincies.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp dit antwoord van de minister. Tegelijkertijd weet ik dat er ook in die provincies zeker aanvragen zijn gedaan die wel toegekend hadden kunnen worden. Ik denk dat daar niet voor gekozen is omdat die grote aantallen in die provincies gewoon niet makkelijk gebouwd kunnen worden; die interpretatie geef ik nu zelf. Ik begrijp dat we zo snel mogelijk zo veel mogelijk woningen willen bouwen, maar mij bekruipt het gevoel dat als we niet oppassen, er weer een systematiek ontstaat waarmee verschillende regio's net benadeeld worden, ook al is dat niet de bedoeling. Ik zou de minister en het ministerie willen vragen om erop toe te zien dat we daar bij de verdeling van de rest van die 2,5 miljard extra oog voor blijven houden.
Minister Keijzer:
Nou, het geld is beschikt, dus als je meer wil, zal het nieuwe kabinet geld moeten vinden. Maar het is dus niet zo dat die andere plannen niet belangrijk of niet nodig zijn. Integendeel, overal in Nederland is woningnood, ook in die provincies. Dat het daar logischerwijs over minder grote aantallen gaat, wil niet zeggen dat het geld daar niet nodig is. Er ligt gewoon een gigantische opgave voor het volgende kabinet om ook daar de woningbouw noodzakelijk te maken.
De heer Mooiman (PVV):
Dank aan de minister voor het nogmaals naar voren brengen van de financieringsproblematiek. We hebben in het verleden al de brief gehad over hoe de verschillende instrumenten gefinancierd worden en natuurlijk ook de WoMo-middelen, waar de heer De Hoop net aan refereerde. Omdat dit toch een soort startpunt is, ook richting een nieuw kabinet, denk ik dat het goed is dat de minister deze oproep doet. Een hoop van deze zaken zijn natuurlijk over verschillende brieven verspreid. Misschien zou de minister kunnen toezeggen om hetgeen zij in haar termijn naar voren heeft gebracht nogmaals te bundelen in een brief, zodat dat ook kan mee worden genomen in de formatie, waar straks de nieuwe partijen over gaan.
Minister Keijzer:
Deze informatie is beschikbaar. Ik heb het nu gezegd. Ik vind het dus een beetje zonde om nou een kopietje te maken van de Handelingen en dat in een brief te stoppen, tenzij de heer Mooiman erop staat; dan wil ik uiteraard daarin bewilligen. Feit is wel — dat kunt u gewoon terugvinden in de stukken — dat er een aantal financiële regelingen zijn die tot 2027 lopen en daarna niet meer. Dat is gewoon zo. De realisatie-impuls en de Woningbouwimpuls lopen tot en met 2029. Dat is logisch, want die kwamen van het kabinet-Schoof. Het is dus echt noodzakelijk om na te denken over de termijn daarna, maar die informatie ligt uiteraard ook bij de formerende partijen.
De heer Mooiman (PVV):
Absoluut. Dat ben ik ook met de minister eens. Ik denk — maar dat is een opvatting die ik zelf heb — dat de minister deze oproep natuurlijk niet voor niets in haar tweede termijn heeft gedaan. Juist vanwege het belang dat die structurele financiering er wel komt, leek het mij goed als de Kamer, maar straks ook de formerende partijen, allemaal beschikken over die informatie. Dan hoeft het niet opnieuw opgevraagd te worden dan wel ergens gevonden te worden. Graag zie ik een overzicht toekomen, als dat kan.
Minister Keijzer:
Is goed.
De voorzitter:
Dat is toegezegd. Mevrouw Steen.
Mevrouw Steen (CDA):
De uitleg van de minister nodigt mij toch uit om nog even een vraag te stellen over die vier verstedelijkingsgebieden. Ik hoorde de minister namelijk zeggen: het was overtekend, want we hadden meer aanvragen gekregen dan we konden beschikken. Tegelijkertijd zijn die vier gebieden gestimuleerd om zich als grootschalig te laten kwalificeren. Vervolgens doen ze dan geen WoKT-aanvraag. Tegelijkertijd heeft het ministerie ook aan tafel gezeten toen zij hun aanvraag deden voor de gebiedsbudgetten en de daarmee gepaard gaande mobiliteitsinvesteringen. Die aanvraag is dus eigenlijk bijna onder begeleiding van het ministerie gedaan. Ik vind het dan best wel gek om te constateren dat de minister wel zegt: met een gebiedsbudget kun je alvast beginnen en die mobiliteitsmaatregelen doen we dan eventjes niet. Mijn vraag is: wat is dan precies de afweging geweest om in dit geval mobiliteit, bereikbaarheid en woningbouw niet hand in hand te laten gaan?
Minister Keijzer:
Met het aanwijzen van een gebied ben je er natuurlijk nog niet. Daarna moet je nadenken over wat je daar dan gaat bouwen. Dat is 30% sociaal en twee derde betaalbaar. Hoe je daar gaat bouwen, is conform het Bbl. Maar vervolgens begin je natuurlijk wel aan de ruimtelijke plannenmakerij. We weten allemaal hoelang dat duurt. Als je dan bij de aanwijzing die in de Nota Ruimte is opgenomen meteen geld ter beschikking stelt, wat ik niet heb, staat er geld op de plank dat je niet meteen nodig hebt. Regeren is vooruitzien. Dat is waarom we in de Nota Ruimte, die tot 2050 loopt, gezegd hebben: deze vier doen we erbij. Maar het is zeer de vraag of het kabinet-Jetten de realisatie ervan mee zal maken.
Mevrouw Steen (CDA):
Dan is toch mijn vraag: hoe kan het dan zijn dat het ministerie van VRO en het ministerie van IenW bij de aanvraag van de gebiedsbudgetten, juist omdat ze grootschalig gaan verstedelijken, aan tafel zitten en vervolgens zeggen: wij hebben deze plannen? Die plannen liggen er gewoon en zijn uitgetekend en zelfs doorgerekend. Daar liggen hele financieringsplannen onder. Daar zijn mensen hele zomers mee bezig geweest.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Steen (CDA):
Dat is dus helemaal niet vaag of onontwikkeld. Ik vraag mij af hoe het dan zo kan zijn dat de minister in dit geval zegt: het geld is op. Het ministerie wist namelijk dat deze aanvraag eraan kwam. Sterker nog, het was erbij betrokken.
Minister Keijzer:
Mevrouw Steen gaat meemaken dat je op een gegeven moment niet meer geld hebt dan er op je begroting staat. De keerzijde van deze vraag is trouwens: als je op dit moment geen geld hebt, moet je dan niet nadenken over de toekomst? Natuurlijk moet je dat. We groeien toe naar 20 miljoen mensen in 2040. Ik maak mij er zorgen over of het zolang gaat duren. Je zult er dus over na moeten denken waar die mensen dan allemaal gaan wonen. Je moet dus nadenken over of je dan voldoende locaties hebt. We hebben nu 130% harde plancapaciteit opgenomen in onze woondeals. Je kunt je afvragen of dat genoeg is. Het is trouwens al moeilijk om dat voor elkaar te krijgen, maar als u vervolgens van mij verlangt dat er alleen gepraat mag worden over toekomstige plannen als het geld er ook is, dan vraagt u het onmogelijke van een minister. Voordat je het weet, beweegt niemand meer omdat je anders lastige vragen krijgt over geld. Zo werkt het gewoon niet. Je zult moeten nadenken over de komende jaren en de komende locaties. Dat betekent — dat is ook de reden waarom ik het hier zeg — dat je ook moet nadenken over de budgetten voor de komende jaren. Dat zal voorbij dit kabinet-Jetten zijn, als het allemaal gaat lukken. We weten allemaal hoelang het, helaas, duurt. Alles is erop gericht om dat te verkorten. Maar de eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat als jij nu bedenkt "daar gaan we bouwen", in enige omvang, je dan wel een héle knappe bent als je over drie jaar begint.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Wij hebben een toezegging gevraagd aan de minister om voor de zomer een terugkoppeling te geven over hoe het vrijblijvende karakter van het doorvoeren van de inkomensafhankelijke huurverhoging kan worden geschrapt. Die heb ik niet gehoord. Het is ook geen motie. Ik vroeg me af of de minister daar nog op terugkomt.
Minister Keijzer:
Dat was mijn volgende punt.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Keijzer:
Ik kan dat namelijk toezeggen aan mevrouw Den Hollander. Dat neem ik mee in de brief die ik, ook in antwoord op de Kamervragen die ik schriftelijk aan u heb doen toekomen, heb toegezegd. Die ga ik voor de zomer aan uw Kamer sturen — niet om het zelf te doen, want dat is echt aan een toekomstig kabinet. Daarbij zal ik ook ingaan op de vraag hoe we eigenlijk omgaan met discussies over een vermogenstoets, om de vermogenspositie van sociale huurders daarin mee te nemen.
De optie van een vermogenstoets bij toewijzing heeft de Kamer voor de zomer besproken. Daarbij is toen een motie ingediend. Die heb ik toen ontraden, en die is niet aangenomen. Reden daarvoor was dat uit een eerdere inventarisatie bleek dat een beperkte groep van 79.000 huishoudens op een totaal van 2,3 miljoen huishoudens een vermogen heeft van €100.000 of meer. Maar daar zitten ook gevallen bij van mensen die een erfenis hebben gekregen of pensioenvermogen hebben. Het gaat om huishoudens die dikwijls dat vermogen hebben opgebouwd terwijl ze in die woning woonden en dit vermogen nog niet hadden bij toewijzing. Die situaties heb je namelijk ook. Toch voelt het natuurlijk een beetje raar, iemand die zó veel geld op de bank heeft maar een lager inkomen heeft en vervolgens in een sociale huurwoning zit.
Maar ik zeg u toe dat ik, voor zolang het mij gegeven is, maar daarna zal het vast verder uitgewerkt worden, in kaart ga brengen of een vermogensafhankelijke huurverhoging op dezelfde wijze zou kunnen werken als een inkomensafhankelijke huurverhoging. Ik ga in kaart brengen of dat een optie zou kunnen zijn en of de nadelen daarvan opwegen tegen de voordelen. Het gaat dan sowieso om de positie van de mensen die het betreft, want we hebben nog wel meer eigen bijdrages in dit land. Die komen tot stand in verschillende beleidssilo's. Voordat je het weet, telt dat weer bij elkaar op tot een niveau waarvan je zegt: dit is ook weer niet eerlijk. Daarbij moeten we natuurlijk ook meenemen wat het eigenlijk aan capaciteit kost om dit allemaal te regelen. Niet alles wat niet helemaal rechtvaardig voelt, is iets wat door de overheid moet worden opgelost.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nog even een vraag over wat de minister in het sandwichmodel van haar antwoord zei over die 12.000 sociale huurwoningen die bewoond worden door huishoudens die ook een of meerdere koopwoningen bezitten. Wat was nou de portee van wat de minister daar zei? Zei ze nou: "Dat aantal op de 2,3 miljoen is zo klein; daarom heb ik destijds de motie over die vermogenstoets ontraden en daardoor moet je ook terughoudend zijn om je hier druk over te maken"? Of gaat de minister ook kijken of het, als het dan niet in de vorm van een vermogenstoets wordt gedaan, dan in de vorm van een eigenwoningtoets kan? Hoe ziet de minister dat voor zich? Of moeten we ons niet zo druk maken, want "12.000 op 2,3 miljoen woningen zijn er niet zo veel"?
Minister Keijzer:
Dit zijn twee verschillende discussies. De 79.000 huishoudens waar ik het over had, zijn de 79.000 huishoudens die een vermogen hebben van meer dan €100.000, wat soms het resultaat is van een pensioenpotje. Er zijn 12.000 woningen verhuurd aan iemand die daarnaast nog koopwoningen heeft, soms meerdere. Dat is een andere discussie. Het is ontzettend afhankelijk van de situatie waar het over gaat. Je hebt namelijk mensen die zelf in de sociale huurwoning zitten, maar een andere woning hebben die ze verhuren. En je hebt mensen die een sociale huurwoning hebben, in een andere woning wonen en die woning verhuren aan iemand anders. Daar kan je verschillend beleid op voeren. De brief die ik gisteren heb toegezegd in de schriftelijke antwoorden, wat ik net nog eens bevestigd heb, zal ik ook aan de Kamer doen toekomen, zodat onder de fantastische leiding van een nieuwe minister de Kamer hier uiteindelijk een verstandig besluit over kan nemen. Tegen die tijd ben ik een van degenen die daar ook over mee mag stemmen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik zie ernaar uit, maar ik vind het ook fantastisch dat u daar staat, minister. Ik heb hier nog wel een vraag over, want dit klinkt als: ik zal het op een rijtje zetten in die brief. Wat is het doel van de minister daarbij? Wat is haar missie hierbij? We kennen de kwestie Ymere. Die heeft geprobeerd hier paal en perk aan te stellen. Na veel vijven en zessen hebben ze dat gewonnen bij de rechter, dus dat is fijn. Is het doel van de minister bijvoorbeeld om corporaties zoals Ymere te helpen om hun woningen toe te wijzen aan mensen die het echt nodig hebben? Of is het meer: ja, we moeten niet met een kanon op een mug gaan schieten? Hoe zit de minister hier zelf in?
Minister Keijzer:
Zoals ik gisteren ook voor de camera's van SBS6 en RTL gezegd heb. Het is bij een dergelijke woningnood natuurlijk verwerpelijk dat mensen een sociale huurwoning "bezitten", in overdrachtelijke zin, terwijl ze 'm niet nodig hebben, óf omdat ze een andere woning hebben en verhuren óf omdat ze überhaupt niet in de woning wonen. Ik heb ooit een essay geschreven met als titel "De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen". Als je iets verwerpelijk vindt, moet je vervolgens wel nadenken over: wat komt er weg aan een oplossing van overheidswege om dat dan vervolgens tegen te gaan? Wat hier in ieder geval wel kan, is het volgende. Ymere heeft een zaak aangespannen op basis van het eigen gebruik. Dat is het eigen gebruik van de corporatie, namelijk: ik ben op aarde om sociale huurwoningen te verhuren aan mensen met een zodanige inkomenspositie dat ze het niet zelf kunnen regelen. Daar staat dit haaks op. Er is een uitspraak geweest van een kantonrechter en er is geen hoger beroep aangetekend, dus je weet niet zeker of dat standhoudt. In de antwoorden aan de Kamer heb ik aangegeven dat we goed gaan bekijken of dit nu voldoende omvang en inhoud heeft om uiteindelijk in hoger beroep overeind te blijven en als dat niet zo is, je dan iets moet aanpassen in het Burgerlijk Wetboek. Ik zal, voor zover het mij nog gegeven is, u van informatie voorzien. Maar het is natuurlijk uiteindelijk ook aan een nieuw kabinet om dat te gaan regelen.
De voorzitter:
Ik zou de minister willen vragen of we zouden kunnen overgaan tot de appreciatie van de ingediende moties.
Minister Keijzer:
Bijna, voorzitter. De fractie van de BBB deed hier nog een oproep aan gemeentes: wees nou terughoudend met handhaven als mensen op vakantieparken wonen. Als meneer De Groot hier was geweest, was hij daar zeker ook over begonnen. Ik ondersteun dat. Ik heb in die instructieregeling opgenomen in welke situaties ik voornemens ben om het uiteindelijk zo te regelen dat er een gedoogvergunning kan worden afgegeven. Ik zou dan ook tegen gemeentes en mensen die dit betreft, willen zeggen: lees dat ook. Ook hiervoor geldt dat het aan een volgend kabinet is om dit al dan niet door te zetten, maar: lees dit. Ik vind het verstandig beleid. Als je in jouw gemeente zo'n situatie hebt of als je zelf op zo'n vakantiepark woont, maak daar dan ook gebruik van. De mensen die het betreft kunnen namelijk gewoon geen andere kant op. Het is dan onnodig om hier handhavingscapaciteit op in te zetten. Je loopt trouwens ook nog de kans dat als het uiteindelijk tot een rechtszaak komt, de aanzegging niet overeind blijft omdat er zicht is op gedogen. Dat is niet aan mij. Het is uiteindelijk natuurlijk aan de rechter. Het is wel hoe dit systeem in elkaar zit. Ik hoop uiteraard dat het volgende kabinet dit voortzet.
Dan kom ik bij de moties en de amendementen. De motie op stuk nr. 15. Dit was onderdeel van het hoofdlijnenakkoord. Nee, het was geen onderdeel van het hoofdlijnenakkoord. Het verbod omtrent voorrang statushouders was onderdeel van het hoofdlijnenakkoord. Uiteindelijk is daar in de coalitieafspraken van oktober 2024 het afschaffen van de taakstelling aan toegevoegd. We weten allemaal wat de heer Wilders toen vervolgens gedaan heeft. Inmiddels is er een nieuw kabinet aangetreden. We moeten met elkaar afwachten of dat nieuwe kabinet deze wetgeving voortzet. Ik heb met passie betoogd waarom ik het verstandig vind om dat te doen, maar het is niet meer aan mij. Daarmee is de motie op stuk nr. 15 ontijdig, want het is aan een volgend kabinet.
De voorzitter:
Dan moeten we formeel de heer Mooiman eerst vragen of hij bereid is tot het aanhouden van de motie. Dat mag ook met een non-verbale uiting. Dat is niet het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 15 de appreciatie ontijdig.
Minister Keijzer:
Dan de motie op stuk nr. 16. Hierbij twijfel ik over "overbodig" en "ontraden". De motie vraagt om per provincie te analyseren welke regels in de provincie ruimte voor woningbouw beperken. Dat is nogal een vraag. Deels doen we dat natuurlijk ook al, want via de planmonitor houd ik zicht op de beschikbaarheid van voldoende woningbouwlocaties en rapporteer ik daar halfjaarlijks over. Wanneer er sprake is van belemmeringen, komen die via de versnellingstafels uiteindelijk bij de minister terecht. Dat heb ik net verteld. Via onderzoek breng ik belemmeringen in beeld, zoals het EIB-onderzoek voor een straatje erbij. Dit gebeurt dus in grote lijnen al. Hierbovenop een hele analyse doen kost weer meer onderzoekstijd. De vraag is of het uiteindelijk iets toevoegt. Daarom ontraad ik de motie op stuk nr. 16.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 16 wordt ontraden.
De heer Mooiman (PVV):
Ik heb daar nog wel een vraag over. De reden dat we deze motie indienen, is, zoals ik in mijn termijn ook heb aangegeven, dat we toch zien dat heel veel provincies, en in ieder geval ook de provincie Zuid-Holland, bezig zijn met omgevingsbeleid dat haaks staat op het landelijke beleid. Dat gaat om maximaal 1,5 hectare erbij voor een straatje erbij, terwijl het Rijk aan 100 woningen denkt, en ook om niet kunnen bouwen buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Dat laatste wordt in Zuid-Holland steeds verder beperkt. Ik ben relatief jong, maar ik ben nu tien jaar Statenlid geweest in de provincie Zuid-Holland en ik maak me daar toch hele grote zorgen over. Ik denk dat die inventarisatie juist heel veel kan toevoegen om ervoor te zorgen dat we in de uitwerking van die woningbouwdoelstellingen niet tegen problemen aanlopen. Mijn vraag aan de minister is of zij dit toch wil gaan doen, omdat ik denk dat dat wel degelijk heel veel toe kan voegen, ook straks voor het nieuwe kabinet bij de uitvoering van huidige plannen.
Minister Keijzer:
In alle plannen voor Zuid-Holland zijn voldoende locaties en voldoende aantallen woningen opgenomen. Daar is het dus niet voor nodig. Als ik de heer Mooiman zo hoor, kan hij prima zelf zo'n inventarisatie voor Zuid-Holland maken. Het voegt nu alleen niet veel toe, want dan moet ik het voor alle provincies doen.
De voorzitter:
Dat is het verzoek.
Minister Keijzer:
Dit speelt niet in alle provincies op deze manier. Dat vind ik dan weer geld besteden aan onderzoeken, terwijl ik geld wil brengen naar bouwen.
De voorzitter:
Meneer Mooiman, tot slot.
De heer Mooiman (PVV):
Ik heb inderdaad tot slot toch nog een reactie daarop. Het speelt wel degelijk in meerdere provincies. Ik krijg regelmatig van verschillende gemeenten uit het land het verzoek om meer te kunnen bouwen. Zij zeggen: wij willen meer bouwen, de ruimte gebruiken die het Rijk ons geeft, maar de provincie zit tegen. Ik denk ook niet dat het een onderzoek hoeft te zijn bij een of ander onderzoeksbureau, maar dat het juist ontzettend nodig is dat het ministerie van VRO scherp heeft waar het nu misgaat. Ik heb het gevoel dat dat nu nog niet het geval is. Dus ik zou de motie toch graag willen indienen om ervoor te zorgen dat we toekomstige problemen voorkomen.
De voorzitter:
Dan de volgende motie.
Minister Keijzer:
Dat mag, voorzitter. Hij heeft 'm al ingediend. De Kamer gaat erover stemmen, stel ik mij zo voor.
De voorzitter:
Ja, aanstaande dinsdag wordt erover gestemd.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 17 verzoekt om concrete voorstellen om aangewezen doorbraaklocaties maar ook regionale grootschalige woningbouwlocaties te ondersteunen. Deze motie is ontijdig. We zijn als Rijk al betrokken bij de gebiedsontwikkeling van 21 nationale grootschalige woningbouwlocaties. Op 24 doorbraaklocaties wordt in samenwerking met partners gewerkt aan een plan van aanpak. Stougjeswijk, Haarlemmermeer, Cortelande: daar hebben we al doorbraken bereikt. Dus het heeft ook effect en leidt ook tot woningen. De concrete uitwerking van de regionale grootschalige woningbouwlocaties is echt aan een nieuw kabinet, en daarmee is deze motie ontijdig.
De motie op stuk nr. 18 ...
De voorzitter:
Ook hier is de vraag of de heer Mooiman bereid is om de motie aan te houden. Dat is niet het geval. De motie op stuk nr. 17 is ontijdig. Dan de motie op stuk nr. 18.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 18 gaat over het plan Weidevogel in Koudekerk, met 240 woningen. Dat is dus niet niks. De motie vraagt aan mij om in gesprek te gaan met de provincie om haar te bewegen om woningbouw in Koudekerk doorgang te laten vinden en hiertoe zo nodig instrumentarium voor in te zetten. Dat laatste moet ik ontraden, want ik kan op dit moment niet overzien hoe deze motie zich precies verhoudt tot bijvoorbeeld de woondealafspraken. Maar uiteraard wil ik zeker in gesprek gaan. Dus als ik de motie zo mag begrijpen, kan ik 'm oordeel Kamer geven.
De heer Mooiman (PVV):
Dat is akkoord.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 18 krijgt oordeel Kamer, met deze appreciatie. Dan de motie op stuk nr. 19.
Minister Keijzer:
In de motie op stuk nr. 19 vraagt de heer Mooiman mij om binnen twee maanden met de Vereniging Eigen Huis, Vastgoed Nederland, NVM en andere relevante partners in gesprek te gaan om knelpunten in het biedproces te bespreken. De heer Mooiman verzoekt mij ook om als alternatief een eerste inventarisatie te maken van passende wet- en regelgeving. Ik geef deze motie oordeel Kamer, waarbij uiteraard concrete stappen aan een nieuw kabinet zijn en niet meer aan mij.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 19: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 20.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 20 is een huurbevriezingsmotie. Met verwijzing naar het debat en de hele discussie vorig jaar ontraad ik deze motie.
De motie op stuk nr. 21 van de heer De Hoop gaat over het aanbieden van middenhuur door corporaties. Ik wil de motie voor dat deel uitvoeren waarin mij om informatie wordt gevraagd. Er wordt uiteraard gewerkt aan een plan van aanpak, maar het is niet meer aan mij om uiteindelijk wetgeving naar de Kamer te sturen. Dus dat deel is ontijdig. Maar als ik 'm zo mag verstaan dat dat niet meer aan mij gevraagd wordt, kan de motie oordeel Kamer krijgen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik denk even met de minister mee. Als de reden voor het oordeel "ontijdig" is dat het niet zozeer aan deze minister is, dan kan zij de Kamer daar toch ook een oordeel over laten vellen? Als de Kamer dat dictum wel wenst, dan kan de minister die motie toch in principe gewoon oordeel Kamer geven?
Minister Keijzer:
In de wandelgangen had ik dit gesprek met een ander lid van deze Kamer. Wij weten hier allemaal dat "oordeel Kamer" betekent dat de bewindspersoon in kwestie zegt: ja, dit ga ik zo doen, ik voer 'm uit. Het lastige hieraan is alleen dat dit echt niet meer aan mij is. Ik dank de heer De Hoop trouwens nog voor de vriendelijke woorden. U kent mij. Ik was nog lang niet klaar, maar het is gewoon niet meer aan mij. Ik vind het dus ook ingewikkeld om een volgend kabinet te binden aan zo'n onderwerp, dat echt wel wat voeten in de aarde heeft. Dat is waarom ik dit op deze manier zeg. Tegelijkertijd kan ik me niet voorstellen dat dit geen plek zal krijgen in het nieuwe regeerakkoord, of welke naam ze er ook aan geven.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik zit even te kijken. Adviseert de minister mij dan om de motie aan te passen zodat ie oordeel Kamer krijgt? Of blijft het hier bij "ontijdig"?
De voorzitter:
Ik heb eigenlijk drie verschillende appreciaties gehoord: ontijdig, een verzoek tot aanhouden en oordeel Kamer.
Minister Keijzer:
Ja, eigenlijk wel. Dat is hier het lastige van.
De voorzitter:
Minister, verlos ons uit ons lijden. Wat wordt het?
Minister Keijzer:
"Verzoekt de minister voor de zomer met een plan van aanpak naar de Kamer te komen". Dus als het woord "voorstel" mag worden begrepen als "plan van aanpak", dan kan de motie oordeel Kamer krijgen. Want hier mot wat mee.
De voorzitter:
Dan doen we het als volgt. De motie op stuk nr. 21 krijgt in zijn huidige vorm het oordeel ontijdig, maar de heer De Hoop geeft non-verbaal aan dat hij de motie gaat wijzigen langs de lijn van het voorstel van de minister. Dan zal de motie oordeel Kamer krijgen.
Minister Keijzer:
Ja.
De voorzitter:
Akkoord.
Minister Keijzer:
Uiteraard — maar dat is met verwijzing naar het debat — is hier ook nog wel een varkentje te wassen wat betreft de vraag wat je dan doet met private partijen die deze middenhuurwoningen realiseren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 22.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 22. Dat is de motie-De Hoop/Beckerman om tot een richtlijn te komen die tussentijds naar biedingen kijken verbiedt. Dat is het biedlogboek waar de heer Mooiman ook over sprak. De motie is te stellig geformuleerd. Ik moet 'm dan ook ontraden. Ik snap wat de heer De Hoop wil, maar kijken naar tussentijdse biedingen is bij sommige vormen van biedprocessen geen probleem, als het maar niet alleen voor verkopen mogelijk is. Daarbij: er is een richtlijn. Die heet NTA. Daar is nou net discussie over. Deze motie moet ik dus ontraden.
In de motie op stuk nr. 23 van De Hoop, Beckerman en Van Brenk wordt gevraagd om tot een vergunningsplicht en een centraal register voor makelaars te komen. Toe maar. Dit is echt een fundamentele verandering van ons verkooplandschap. Er zitten vele haken en ogen aan, die ik hier niet allemaal ga oplepelen. Dit is echt aan een volgend kabinet. Daarmee is de motie ontijdig.
De voorzitter:
Dan moet ik ook hier de heer De Hoop vragen of hij bereid is om de motie aan te houden.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik houd 'm aan.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer De Hoop stel ik voor zijn motie (36800-XXII, nr. 23) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 24.
Minister Keijzer:
In de motie op stuk nr. 24 van Zalinyan wordt gevraagd om een nationale grondbank op te richten. Deze motie is ook ontijdig. We hebben wel grote opgaven. Meer regie en sturing op dat er tijdig grond beschikbaar is, is ook noodzakelijk. Er loopt een onderzoek naar zo'n integrale grondbank, alsook naar financieringsfaciliteiten voor woningbouw. Maar zoals ik net in mijn inleiding heb aangegeven, zijn er op dit moment geen financiële middelen voor. Daarmee is deze motie vooral financieel ontijdig. Er is namelijk geen dekking voor. Wel loopt er onderzoek.
De voorzitter:
Is mevrouw Zalinyan bereid om de motie aan te houden? Of wil ze 'm toch graag in stemming brengen?
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Aanhouden, graag.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Zalinyan stel ik voor haar motie (36800-XXII, nr. 24) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 25 van mevrouw Zalinyan en mevrouw Beckerman verzoekt de regering te verkennen hoe een rijksgrondfaciliteit kan ondersteunen bij risicodeling van grondaankopen. Deze motie kan ik oordeel Kamer geven. Ik zal 'm betrekken bij de uitwerking.
De motie op stuk nr. 26 gaat over het toepassen van de gebruikswaarde bij grondbeleid. Dat is 'm. In juni heb ik de Kamer een brief gestuurd over een planbatenheffing of een vergelijkbaar systeem. Daarin heb ik ook een voorstel gedaan over de gebruikswaarde en over de stappen die daarbij nodig zijn. De brief voldoet dus eigenlijk al aan het verzoek in de motie, maar de heer Grinwis heeft ook nog een motie ingediend. Deze motie kan ik dus oordeel Kamer geven, omdat zij conform staand beleid is, maar tegelijkertijd geldt dat het wel even afwachten is wat het nieuwe kabinet op dit punt gaat doen.
Dan …
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 26: oordeel Kamer.
Minister Keijzer:
Sorry, voorzitter. Ik moet u elke keer even laten samenvatten.
De voorzitter:
Geen probleem; daar heeft u mij voor.
Minister Keijzer:
Ja, zo is dat. De motie-Steen c.s. op stuk nr. 28 verzoekt om met een ondersteuningsprogramma voor studentenhuisvesting te komen. Geen extra middelen; dat is één. Twee: je zou deze motie ook overbodig kunnen noemen, omdat er al allerlei ondersteuningsstructuren zijn, zoals de studentenhuisvestingsregisseur. Maar er staat een dikke Kamermeerderheid onder deze motie. Daarmee verplicht u uzelf dus ook om hier middelen voor te vinden. Maar dat gaan we meemaken. Oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 28 krijgt oordeel Kamer.
Minister Keijzer:
Geen geld, maar degenen die eronder staan, zitten aan de knoppen. We gaan het dus zien.
De voorzitter:
U heeft het gezegd.
Minister Keijzer:
Ja, ja. De motie op stuk nr. 29 roept op om een aanpak van woonfraude te ontwikkelen. Dit doen we al. De motie is dus overbodig. En moties waarin gevraagd wordt om voldoende middelen te reserveren zijn ongedekt. Daarom moet ik deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 29 is ontraden.
Minister Keijzer:
Ja. En meneer Clemminck zit niet aan tafel; hij kan het dus niet regelen. Nóg niet; echt waar, in de politiek weet je het nooit.
De motie op stuk nr. 30 gaat over het ontwikkelen van een huurregister. Daarvoor geldt eigenlijk hetzelfde. We zijn bezig met het uitwerken van een huurregister, maar ook hiervoor geldt dat er nog geen dekking voor is. Daarom moet ik deze motie ontraden. Daarnaast is het zeer de vraag of je een registratiesysteem op zichzelf als instrument voor het vaststellen van woonfraude kunt gebruiken, want daar komt meer achter weg en dat is ook niet waar we mee bezig zijn. Het is meer een register waar huurders en contracten een plek in gaan krijgen.
De motie-El Abassi op stuk nr. 31 roept op om sloop alleen toe te staan als gelijkwaardige betaalbare sociale huur op dezelfde plek kan worden gerealiseerd. Corporaties die slopen hebben een verplichting om aan herhuisvesting te doen, maar dat is niet altijd dezelfde woning op dezelfde plek.
Dan de motie-El Abassi op stuk nr. 32 over het verlagen van de huurverhoging. In het debat heb ik uitgelegd hoe het zit met door de Kamer vastgestelde wetten of regelgeving die op wetten is gebaseerd. Daarom moet ik deze motie ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 33, die de regering verzoekt om schimmel- en vochtproblematiek als acute gezondheidsbedreiging aan te merken en onmiddellijk in te grijpen. Ik begrijp de achtergrond van deze motie, want het is niet fijn als je in zo'n woning zit. Maar er wordt niet stilgezeten. Daar waar dit te maken heeft met de fysieke, technische omstandigheden van de woning, zijn daar programma's voor, maar soms is het ook een kwestie van een ander gebruik van de woning. Dan moet je daarop acteren, want als je zegt dat er een acute gezondheidsdreiging is, moeten mensen hun huis uit. Daar waar dit opgelost kan worden, zou dat een beetje veel zijn.
De voorzitter:
Tot welke appreciatie leidt dat?
Minister Keijzer:
Ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 33 is ontraden.
Minister Keijzer:
Dan de motie op stuk nr. 34 van de heer Van Dijk. Deze motie is overbodig naar aanleiding van een vergelijkbare motie-Boulakjar; die motie zal van eind 2023 zijn. Hier is aandacht aan besteed. Het is onwenselijk om minimale eisen aan lager geprijsde segmenten op te leggen.
Dan heb ik de motie op stuk nr. 35 van de heer Grinwis. Deze moet ik ontraden, want die staat haaks op de brief die ik in juni gestuurd heb. Hiervoor geldt ook dat het uiteindelijk aan de volgende coalitie is. Die moet besluiten wat ze hiermee gaat doen. In mijn verantwoordelijkheid is een brief aan de Kamer gestuurd, waarin een keuze is gemaakt. Daarom moet ik deze motie ontraden, dus we gaan meemaken hoe er gestemd gaat worden, voorzitter.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 35 is ontraden.
Minister Keijzer:
Dat is natuurlijk altijd zo, maar hier helemaal. De heer Grinwis begrijpt mij.
Dan heb ik nu de motie op stuk nr. 36 van de heer Grinwis c.s., waarin aan mij gevraagd wordt om met de VNG en alle betrokkenen te gaan praten over wat de Omgevingswet mogelijk maakt, namelijk: sluit nou uit dat je tegen de omgevingsvergunning ook nog eens in bezwaar en beroep kan. Daar heeft de heer Grinwis helemaal gelijk in. Dat kunnen gemeenten zelf regelen. Jawel, jawel, maar ze doen het lang niet allemaal. Dat is echt een gemiste kans, want met een beetje bezwaar en beroep ben je zo anderhalf tot twee jaar verder, als het niet langer is. Ik zal dus zeker in gesprek gaan, maar het is niet meer aan mij om de Omgevingswet te wijzigen en dit gewoon uit de wet te halen, hoewel mijn vingers jeuken.
De voorzitter:
Hoe appreciëren we de motie dus?
Minister Keijzer:
Ontraden, voorzitter. De motie krijgt het oordeel ontraden, want ik kan niet uitleggen hoe ik dit ga doen. Maar ik zal zeker in gesprek gaan ... O, wat staat er dan? Misschien lees ik de motie verkeerd.
De voorzitter:
Meneer Grinwis gaat ons duidelijkheid geven.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nou, er staat niet dat er allerlei dingen geschrapt moeten worden. Er staat gewoon: ga in gesprek, zodat gemeenten dat inderdaad gaan doen; precies wat de minister zegt!
Minister Keijzer:
Eens.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Vervolgens staat er: en tevens te bezien of verruiming van deze mogelijkheid nodig en mogelijk is en de Kamer over toepassing in de gemeentelijke praktijk — dat was het eerste deel — en mogelijkheden voor verruiming voor de zomer te informeren. Daar staat dus helemaal niet: minister, gij zult dit of dat! Het is een vrij open verzoek.
Minister Keijzer:
Nee, maar het is wel echt ...
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Maar dat is toch geen reden? Net werd gezegd dat de minister sommige verzoeken niet meer kan uitvoeren, maar dat de motie oordeel Kamer krijgt, omdat er een meerderheid is ontstaan. Over andere verzoeken wordt gezegd: daar ga ik niet meer over; ontijdig! Met dit verzoek is de minister het eigenlijk eens, maar ze zegt dat ze het laatste deel niet meer zelf gaat uitvoeren en daarom ontraadt ze de motie. Ik kan er geen touw meer aan vastknopen.
Minister Keijzer:
Ik snap het helemaal. De heer Grinwis heeft gelijk. Tegelijkertijd kijk ik ook naar degenen die onder deze motie staan. Als ik even heel snel tel, dan zie ik dat er geen Kamermeerderheid voor deze motie is.
De voorzitter:
Ik wijs de minister er wel op dat er altijd een regering zal zijn, welke dat dan ook is.
Minister Keijzer:
Ja, ja, zeker. In de hele voorbereiding van deze begroting heb ik ongemak gevoeld, zo van: moet ik nou ...? Het is niet zo ingewikkeld. De heer Grinwis weet net als ik wat je moet schrappen in de Omgevingswet om dit gewoon anders te organiseren. Is het nou aan mij om dat te doen? Er staat: "en tevens te bezien of verruiming van deze mogelijkheden nodig en mogelijk is". Dat is pertinent nieuw beleid dat ingrijpt in het recht van mensen om in bezwaar en in beroep te gaan. Ik vind ook dat dat wenselijk is in dit geval, maar is het nou aan mij om de Kamer daarover te informeren? Als mensen nu naar de interruptiemicrofoon lopen — met de heer De Hoop is er een meerderheid — en zeggen dat ik dat wel moet doen, dan krijgt die motie per direct het oordeel Kamer. Dan ga ik dat gewoon voor u op een rijtje zetten. Geen probleem.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik vind dat de minister hier ... Ze was net zo lekker bezig, maar hier begint ze echt te zwalken. De voorzitter zegt het al: er zal een regering zijn. Als het verzoek is om de Kamer voor het zomerreces te informeren, dan is er inderdaad een gerede kans dat dat niet door deze minister zal gebeuren, maar door haar opvolger. "Te bezien" is niet hetzelfde als een wet van Meden en Perzen, maar eigenlijk een onderzoeksvraag. De minister heeft net de loftrompet over het eerste deel gestoken, maar als ze dan op basis hiervan zegt "en dus ontraden", dan kan ik er geen touw meer aan vastknopen. Gelukkig ...
Minister Keijzer:
Ja, maar, voorzitter ...
De voorzitter:
Nee, minister, meneer Grinwis is nog aan het woord.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Gelukkig is de Kamer zelf mans genoeg om wel of niet iets met al die oordelen te doen, maar ik vind het ook wel grappig als er enige sprake is van consistentie.
Minister Keijzer:
Ja, nou ja, die zit hier wel in, als je kijkt naar de hoeveelheid ondertekenaars. Ik zie dat ook de fractie van D66 hieronder staat, terwijl dat toch altijd de fractie is die inspraak belangrijk vindt. Die verminder je hiermee. Ik zie de heer De Hoop eigenlijk knikken, dus dan kan de motie oordeel Kamer krijgen. Het ingewikkelde hieraan is wel dat ik als minister niet meer ga over wat u eigenlijk van mij verlangt. U kent mij. Ik heb overal — niet over alles — een mening over. Maar is dit nu aan mij? Dat is het ongemak dat u bij mij merkt.
De voorzitter:
Het is dat we zo goed en ruim in de tijd zitten …
Minister Keijzer:
Dan is de motie ontijdig. Dat is een mooie oplossing: ontijdig, huppetee.
De voorzitter:
Maar dan moet ik meneer Grinwis eerst vragen of hij bereid is de motie aan te houden. Ik zie dat dat niet het geval is. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 36 de appreciatie "ontijdig". We zijn eruit! Dank u wel. Dan de motie op stuk nr. 37.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 37 is een spreekt-uitmotie, dus ik heb geen appreciatie.
De voorzitter:
Nee.
Minister Keijzer:
Nee. Maar je moet jezelf wel realiseren dat dakloosheid veel verder gaat dan alleen een dak boven het hoofd van mensen. Het gaat over betalingsachterstanden, ggz, verslavingen, huiselijk geweld; het is alles en alles en alles. Je moet dus wel nadenken over hoe je de minister van VRO die bevoegdheden geeft.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 38.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 38: ontraden, met verwijzing naar het debat. In het kader van Nij Begun is er een uitgebreid pakket voor Groningen. Dat moeten we nu uitvoeren; we moeten niet weer een nieuw plan maken.
Dan de motie op stuk nr. 39 over de stapeling van huurverhogingen. Deze motie is ontraden, met verwijzing naar het debat. Dat leidt namelijk weer tot een tekort bij corporaties, terwijl dat tekort toch al oploopt.
Voorzitter. Dan heb ik nog drie amendementen.
Het amendement van de heer Flach op stuk nr. 13 krijgt oordeel Kamer. Er zijn op dit moment geen middelen beschikbaar voor een nieuwe tranche van de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten ouderen, zeg ik ook tegen mevrouw Van Brenk. Dit is een goede besteding daarvan.
Voorzitter. Het amendement op stuk nr. 14 krijgt ook oordeel Kamer. Ook voor de nieuwe tranches van de Regeling huisvesting aandachtsgroepen is er op dit moment geen budget, en zo komt het er wel.
Dan heb ik het amendement op stuk nr. 27 van de heer Grinwis nog. Toen ik dit hoorde, dacht ik: het gaat niet over veel geld, maar wat doe je hier nou eigenlijk; wat gebeurt er met het geld? Dit zijn groepen burgers die met elkaar in gesprek gaan om de verduurzaming uiteindelijk soepeler te laten verlopen. Gemeenten kunnen, voor zover nodig, ook geld hiervoor inzetten uit hun budget van het Nationaal Isolatieprogramma, dat in totaal 1,6 miljard bedraagt. In de begintijd was het nodig om mensen te informeren over hoe je het doet. Nu is dat steeds minder noodzakelijker. Daarbij komt dat de dekking uit het budget komt dat op mijn begroting voor ruimtelijke ordening staat. Daar worden nu juist andere zaken mee betaald, zoals de gebiedsprocessen in de NOVEX-gebieden en de Basisregistratie Ondergrond. Als ik het in mijn verantwoordelijkheid voor die begroting moet wegen, wil ik het geld niet kwijt. Bovendien vraag ik mij echt af of de verduurzaming niet meer verloopt als je dit niet doet. Daarom ontraad ik dit amendement.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat laatste is natuurlijk de appreciatie van de minister. Over het eerste deel en de dekking: ik snap wat de minister zegt, maar dit was het enige nog vrij besteedbare budget in de hele begroting van de minister. Dat wil niet zeggen dat er geen plannen voor waren; dat klopt. Het gaat om het volgende. Neem het fantastische initiatief Buurkracht. Ik weet niet of de minister daar weleens mee op pad is geweest. Ik ben bij verschillende projecten daarvan geweest, in Leusden en in Molenwijk in Amsterdam-Noord. Als Buurkracht er niet was geweest, waren de bewoners daar niet met elkaar in staat geweest aan de slag te gaan met energiebesparende maatregelen, verduurzaming en verbetering van hun wijk.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Er wordt dus al flink op bezuinigd. Ook met mijn amendement wordt er nog steeds flink bezuinigd op die subsidies: het was 10 miljoen en het gaat naar 2,5 miljoen; met dit amendement maak ik daar 5 miljoen van. Als we dit dus weghalen, gaan we heel veel maatregelen missen.
De voorzitter:
En uw vraag is?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De minister weet ook dat deze mensen in Amsterdam-Noord echt niet bij de gemeentelijke overheid gaan aanbellen met de vraag: kunt u mij helpen? Als een bewonerscollectief of een coöperatieve vereniging dat aanpakt, is dat iets heel anders dan wanneer de overheid zegt: wij komen u helpen en redden.
Minister Keijzer:
Ja, maar er gaat ontzettend veel geld naar dit soort praatgroepen; het is een beetje oneerbiedig om te zeggen, maar ik heb even geen ander woord. Daarnaast is dit een gemeentelijke taak. Er zit 1,6 miljard euro in het Nationaal Isolatieprogramma. We beginnen vaak aan dit soort projecten en op een of andere manier kunnen we er nooit meer mee stoppen. Daarbij gaat dit ten koste van zaken die deze Kamer ook belangrijk vindt. Dat is waarom ik deze motie ontraad.
De voorzitter:
"Het amendement ontraad."
Minister Keijzer:
Amendement. Dank u wel, voorzitter.
Tot slot.
De voorzitter:
Een cri de coeur.
Minister Keijzer:
Nee hoor, geen cri de coeur, absoluut niet. Ik ben een blij, opgeruimd mens. Maar het is waarschijnlijk wel mijn laatste behandeling als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in dit kabinet.
Ik heb het echt een voorrecht gevonden om hiervoor verantwoordelijk te mogen zijn. Een dak boven je hoofd is toch probleem nummer één; het is fundamenteel. Altijd als ik in debatten zei dat iedereen wel iemand kent die wanhopig op zoek is naar een huis, dan had ik mensen in mijn eigen familie en omgeving op het netvlies staan, zoals wij allemaal. Mijn eerste bestuurlijke klus was die van wethouder Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting in de gemeente Waterland, een prachtige gemeente, net boven Amsterdam. Ik vond het dus ook heel erg mooi hoe dat uiteindelijk weer bij elkaar kwam.
Het is echt een voorrecht geweest, ook trouwens in het contact met uw Kamer. Ja, er waren debatten en er waren verschillen van mening, maar dat is nou net het leuke aan politiek: dat je met elkaar van mening verschilt, maar dat je dan toch met elkaar, wat ons hier gelukt is, elke keer weer die stappen zet. Je laat aan Nederland zien dat politiek af en toe lelijk is, maar dat politiek er ook toe in staat is om elkaar te vinden en om met elkaar stappen te zetten om de problemen van de burgers op te lossen; daar zijn wij als Tweede Kamer en als politieke bestuurders eigenlijk toe op aarde. Het is dus echt een voorrecht geweest.
Ik heb gisteravond nog de nota van de heer Grinwis zitten lezen. Helemaal op de laatste pagina schrijft hij ten slotte het volgende, waarbij hij Erasmus citeert. "Erasmus scheef eens: wat is de stad anders dan een groot klooster?" Nou ben ik van katholieken huize, dus ik weet dat in kloosters ook nog weleens de gelofte van armoede afgelegd wordt. Dat ga ik niet doen! Ik ben er namelijk van overtuigd dat de mens wil reiken naar het hogere, naar het betere, en dat het dus in mensen ingebakken zit om hard te werken om vooruit te komen. Bij een klooster komt ook de gedachte op dat mensen er in gezamenlijkheid er iets moois van proberen te maken, de wereld een mooiere plek proberen te maken. Dat spreekt mij buitengewoon aan.
Voorzitter. Nogmaals, het is mij echt een voorrecht geweest om dat samen met u, samen met alle ambtenaren op het ministerie van VRO en samen met al die bestuurders op lokaal en provinciaal niveau en in de waterschappen te hebben mogen doen. Laten we niet vergeten alle mensen die bij corporaties werken en zeker ook de marktpartijen. Want zonder hen gaan we die 100.000 woningen per jaar niet bouwen. Dank u wel. Ik blijf als het mij gegeven is — Deo volente zoals dat heet — nog een tijdje in uw midden, voorlopig nog even als minister, maar op een gegeven moment in een van die blauwe stoelen daar.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de behandeling van de begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Ik dank de minister en haar organisatie voor het verdedigen van deze begroting.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors de vergadering tot 15.00 uur.
De vergadering wordt van 14.18 uur tot 15.02 uur geschorst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-31-7.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.