2 Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Ellian

Vragen van het lid Ellian aan de minister van Justitie en Veiligheid over het bericht "Schutters Bondi Beach zijn vader (50) en zoon (24): zeker 16 doden na schietpartij op Joods feest".

De voorzitter:

Aan de orde is het vragenuur. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid van harte welkom en geef het woord aan de heer Ellian, die zijn vraag aan de minister zal stellen namens de fractie van de VVD. U heeft het woord.

De heer Ellian (VVD):

Dank, voorzitter. Afgelopen zondag tijdens het begin van Chanoeka, nota bene het feest van licht, vond er een verschrikkelijke terroristische antisemitische aanval plaats op feestvierende Joodse mensen in Australië. Die aanval was overigens geïnspireerd door islamitisch fundamentalisme. Onder de slachtoffers zijn een meisje van 10 jaar, een rabbijn en een Holocaustoverlevende.

Voorzitter. In de eerste plaats zijn onze gedachten natuurlijk bij de slachtoffers en nabestaanden. Moge hun nagedachtenis tot zegen zijn.

Voorzitter. Ik wilde aan de minister vragen wat hij gaat doen nu het veiligheidsgevoel van de Joodse gemeenschap wereldwijd tot een dieptepunt is gedaald. Toen besefte ik: "Dieptepunt? Ik weet niet of er iets is wat nog dieper is dan een dieptepunt, na 7 oktober." De gelopen dagen merkte ik dat de Joodse gemeenschap zo ontzettend bang is, omdat ze wereldwijd opgejaagd wordt. Ik was de afgelopen dagen bij twee bijeenkomsten. Ik zie dat er veel wordt gedaan, maar mijn eerste vraag aan de minister is natuurlijk: gaat de minister, gegeven de verhoogde dreiging richting de Joodse gemeenschap, die meerdere regeringen nu hebben erkend, alles doen om te zorgen dat de gemeenschap veilig is en dat bijeenkomsten doorgang kunnen vinden, niet alleen deze week, maar ook de komende tijd?

De voorzitter:

De minister.

Minister Van Oosten:

Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat het past om naast de spreker ook van de zijde van het kabinet afschuw uit te spreken over de verschrikkelijke terroristische aanslag die heeft plaatsgevonden op een joodse Chanoekaviering in Sydney. We hebben allemaal deze beelden op televisie kunnen zien. Die doen ongelofelijk veel pijn. Het is een aanslag gericht op het hart van de Joodse gemeenschap in Australië, maar ik zou willen zeggen: wereldwijd. Ook mijn gedachten gaan uit naar de slachtoffers en hun nabestaanden.

Ik kan mij heel goed voorstellen dat deze aanslag tot verdere gevoelens van onveiligheid leidt bij de Joodse gemeenschap, ook bij ons in Nederland. De heer Ellian vraagt wat de minister kan doen op het punt van de beveiliging. Ik verzeker u dat dit kabinet, ook deze minister en alle andere instanties die hier een verantwoordelijkheid in dragen, alles doen om voortdurend aandacht te geven aan Joodse instellingen in Nederland en om te organiseren dat de activiteiten die daar worden gevierd, met name ook deze week, de week van het lichtjesfeest, de Chanoekavieringen, doorgang kunnen vinden en dat er zichtbare en onzichtbare maatregelen worden getroffen waar dat nodig is.

De heer Ellian (VVD):

Dank. Het is fijn om te horen dat het kabinet zich daarvoor inspant, maar ik wil toch iets meer zekerheid hierover. Ik hoor de minister namelijk zeggen: zeker ook deze week; er is sprake van een joods feest. Maar er is een gegeven, namelijk dat er een internationale dreiging op de Joodse gemeenschap zit. Ik zou het de gemeenschap zo gunnen dat ze af is van de lokale discussies over: dan wel een maatregel en dan niet. Mag ik ervan uitgaan dat we er, gegeven deze verschrikkelijke gebeurtenis en het punt dat meerdere regeringen aangeven dat er een hoger risico is, echt alles aan doen, van Amsterdam tot Maastricht tot Groningen, dat de Joodse gemeenschap veilig is en dat die bijeenkomsten plaats kunnen vinden?

Minister Van Oosten:

Ik zei net al dat ik u verzeker — daar sta ik ook voor in — dat we alles doen wat binnen de mogelijkheden ligt om Joodse instellingen en de Joodse gemeenschap niet alleen deze week, maar ook op andere momenten hun vieringen, hun momenten van gemeenschapszin, te kunnen laten beleven. Daarvoor hebben we als kabinet samen met de Kamer een aantal maatregelen getroffen. We hebben ook geld vrijgemaakt voor een veiligheidsfonds. Ik wil niet te veel in getallen vervallen, maar het gaat om ruim een miljoen euro, die Joodse instellingen de gelegenheid biedt om extra maatregelen te kunnen financieren. Daarnaast is het lokale gezag, de burgemeester en de politie, altijd actief om te zorgen dat gedaan wordt wat nodig is, komt de NCTV gevraagd en ongevraagd langszij als er in de sfeer van een analyse reden is om aanvullende stappen te zetten, en hebben we met elkaar kei- en keihard te blijven werken aan het plan van aanpak dat we hebben, volgens mij met 57 punten. Een maand of twee geleden hebben we er met elkaar een debat over gevoerd. Dat plan van aanpak is er om antisemitisme in dit land voortdurend te bestrijden. Het blijkt maar weer dat we daar elke dag aan zullen moeten blijven werken met elkaar, met z'n allen.

De heer Ellian (VVD):

De minister geeft een fantastische brug naar mijn vervolgvraag. Ik ken dat plan van aanpak met die 57 maatregelen namelijk. Tot uw dienst, zou ik willen zeggen. Maar de sfeer van haat naar de Joodse gemeenschap die continu in stand wordt gehouden, leidt uiteindelijk tot legitimering van geweld tegen de Joodse gemeenschap. Wat bedoel ik dan met: de sfeer van haat die continu in stand wordt gehouden? De Belastingdienst die niet naar een sjoel in Enschede wil, want dat is "te gevoelig". Het Concertgebouw, waar ik zondag was, waar de grote zaal beschikbaar was, maar mensen zeggen: wij willen niet werken omdat er een Joods gezelschap komt optreden, omdat er een Israëlische cantor komt. "Death, death, death to the IDF", was daar te horen. Er wordt gezichtsbedekking gebruikt bij demonstraties en er zijn sit-ins. Dit is waar we geen paal en perk aan stellen. Die 57 maatregelen zijn dus prima, maar gaat deze minister, als coördinerend bewindspersoon in de strijd tegen antisemitisme, nu een keer zeggen: het is klaar met deze sfeer van haat, die uiteindelijk geweld tegen de Joodse gemeenschap legitimeert?

Minister Van Oosten:

We zullen allemaal, echt allemaal, aan de slag moeten blijven om de sfeer van haat tegen de Joodse gemeenschap en antisemitisme te bestrijden. We zullen dat ook met elkaar moeten doen. Ik ga zelf vanavond nog naar een Chanoekaviering. Die stond al lang in mijn agenda, maar heeft wel een bijzondere betekenis gekregen, gegeven de afschuwelijke aanslag in Sydney. Ik denk dat we op de goede weg zijn als we elkaar blijven vinden, blijven opzoeken, met elkaar in gesprek blijven gaan, aandacht voor elkaar hebben en als regering, kabinet en Kamer uitstralen dat we ook bereid zijn om te investeren in de Joodse gemeenschap, waar men het zo ongelofelijk lastig heeft met veiligheidsvraagstukken financieren. Maar die weg is echt nog lang niet ten einde.

De heer Ellian (VVD):

Het gaat mij niet om in gesprek gaan. Ik hoef namelijk niet in gesprek met mensen die Joden cancelen, alleen omdat ze Joden zijn. Bij Amerikanen, Turken of anderen doen we het namelijk niet, terwijl daar misschien nog wel grovere schendingen plaatsvinden. Ik wil dit kabinet dus nogmaals vragen om een eind te maken aan de ziekelijke sfeer die er in dit land heerst en aan de invloed vanuit Iran en andere mogendheden, die uiteindelijk haat tegen de Joodse gemeenschap hier in stand houdt. Maak daar alsjeblieft een einde aan, zeg ik via u, voorzitter.

Minister Van Oosten:

Ik ben het volstrekt eens met de heer Ellian dat een aanslag zoals in Sydney, die voldoet aan het normbeeld van een jihadistische aanslag, ook hier in Nederland zo ongelofelijk veel gevoelens van onveiligheid brengt. Daar hoeft ook helemaal geen discussie over te zijn. Het is dus ook aan ons allemaal — ik gaf u net die verzekering — om ervoor te zorgen dat de Joodse gemeenschap in ons land in volle vrijheid kan doen waar die het volle recht op heeft en dat wij hun ook de volle erkenning geven. Het is voor mij geen discussie of dat aan de orde zou zijn. Ik keur het volledig af als mensen die erkenning niet wensen te geven.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ellian. Er is een vervolgvraag van mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ook ik wil beginnen met de slachtoffers, hun nabestaanden en zeker ook de Joodse gemeenschap in Nederland heel veel sterkte te wensen. Het is een verschrikkelijke aanslag geweest, waarvan we al vanaf het eerste schot zagen dat het een aanslag was op de Joodse gemeenschap. Het was tijdens een Chanoekaviering. Veel mensen uit het buitenland, Saudi-Arabiërs, Egyptenaren en mensen met een moslimachtergrond, waarschuwen ons keihard voor mensen die gelieerd zijn aan de Moslimbroederschap, die wereldwijd actief zijn, ook in Europa. Deze mensen lopen ook rond in Nederland en zijn bij demonstraties. Juist de mensen uit de moslimgemeenschap waarschuwen ons keihard: we moeten stoppen met het pappen en nathouden hiervan en we moeten kijken welke mensen hier in Europa ook rondlopen. Dan heb ik het nadrukkelijk niet over alle moslims, maar wel over deze mensen die bij Moslimbroederschap aangesloten zijn. In oktober is er nog een motie in de Kamer geweest om Moslimbroederschap en de daaraan gelieerde organisaties hier te verbieden. Mijn vraag aan de minister is de volgende. Hebben wij in beeld hoeveel mensen bij Moslimbroederschap zijn aangesloten of daaraan zijn gelieerd en wie dat zijn? Komt er eindelijk een keer een verbod hierop? Dit zijn mensen die hier met een terroristisch oogmerk rondlopen. Dat wil ik als eerste van de minister weten.

Minister Van Oosten:

Mevrouw Van der Plas vraagt naar de internationale component. Ik denk dat het goed is om te beseffen dat veiligheidsdiensten ook internationaal heel stevig en goed samenwerken. Dat verlangen wij ook van hen, juist om aanslagen als deze voor te zijn en informatie te hebben die nationaal weer van betekenis is. Dat doen we om te weten wanneer dit soort lieden zich in Nederland ophouden, zodat wij hen kunnen aanpakken. Het is namelijk ook waar — daarmee vertel ik mevrouw Van der Plas niks nieuws — dat het dreigingsbeeld onverminderd reëel is en inderdaad, spijtig zat, op vier op een schaal van vijf staat. Dat is buitengewoon ernstig. Er is dus alle reden om aan de slag te blijven met het punt waar mevrouw Van der Plas toe oproept. Voor vermelding op terroristische sanctieregimes geldt een specifieke procedure die moet worden uitgelopen. Dat weet mevrouw Van der Plas ook. Het is van het allergrootste belang dat die internationale samenwerking top of the bill is, zou ik willen zeggen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Met alle respect voor de minister, maar dat gaat 'm gewoon niet worden. We zien dit gewoon wereldwijd gebeuren. Vorige week zijn er ook mensen aangehouden die aanslagen wilden plegen op kerstmarkten. Er moet wel een hardere aanpak komen. Wij worden gewoon gewaarschuwd vanuit landen waar heel veel moslims wonen: Saoedi-Arabië, Qatar, Egypte. Mensen zeggen dat zij juist voor dit soort mensen uit hun land vluchten.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Nou, we blijven gewoon te lief. Dat is ook letterlijk wat deze mensen zeggen: jullie zijn te lief. Ik wil gewoon concreet weten wat de minister en het kabinet gaan doen tegen dit soort gasten, die ook in Nederland verblijven. Zij hebben ook het vizier op onze mensen, op de Joodse mensen, op andere mensen in Nederland en op onze christelijke tradities en waarden. Wat gaat er nu concreet gebeuren, behalve zeggen dat de internationale samenwerking heel belangrijk is en dat daar goed op gelet gaat worden?

Minister Van Oosten:

Ik zeg in de richting van mevrouw Van der Plas dat er natuurlijk veel meer gebeurt. Ik haalde dat internationale aspect aan, omdat het door uw vraag van zojuist bij mij opkwam dat u daar met name in geïnteresseerd was. Onze veiligheidsdiensten doen ondertussen natuurlijk wat ze altijd doen, dus ook hier nationaal. Dat betekent ook dat onze NCTV heel actief, gevraagd en ongevraagd, burgemeesters informeert. Wij investeren ook als kabinet, als Kamer, in het veilig door kunnen laten gaan van vieringen van de Joodse gemeenschap. We willen er dus ook bovenop zitten. Op het moment dat wij weet hebben van iemand met terroristische neigingen of wat dan ook, dan wordt daar maatwerk op gezet, vaak ook lokaal maatwerk, zodat het zich niet kan voordoen. Dat is wat er gebeurt. Dat deden we al. We blijven dat ook doen. Spijtig genoeg geeft die afschuwelijke aanslag in Sydney alle aanleiding om daar dus ook bepaald niet minder hard in te gaan lopen. Laat ik dat ook maar benadrukken.

De heer Stoffer (SGP):

Als ik dit zo in vraag en antwoord hoor, geloof ik ongetwijfeld dat de minister en velen met hem van goede wil zijn. Je ziet echter in het afgelopen jaar wel dat joodse bijeenkomsten afgeblazen worden of dat er sprake is van grote onveiligheid. Je ziet dat het antisemitisme vaak hoogtij viert. Mijn vraag is eigenlijk wat er nu volgens de minister nog extra nodig is om zo'n demonstratie gewoon te ontbinden of te verbieden als je zo'n signaal van antisemitisme opvangt.

Minister Van Oosten:

Wat betreft het verbieden van demonstraties ligt de bevoegdheid bij de burgemeester om daar op basis van de Wet openbare manifestaties maatregelen op te treffen. Ik ga er ook van uit dat burgemeesters het maximale doen om ervoor te zorgen dat iedereen in dit land in vrijheid zijn of haar weg kan bewandelen, en dus ook joodse vieringen kan vieren. Ik vind het wel belangrijk dat we goed gaan kijken naar demonstraties die misbruikt worden om te rellen et cetera. Daar hebben we een maand of twee geleden ook een ander debat over gevoerd. Daar wil ik het nu allemaal echter niet te veel mee vereenzelvigen. Dat zijn de stappen waar we mee bezig zijn. Uw Kamer heeft daar ook toe opgeroepen in allerhande moties. Ik wil uw Kamer daar samen met de minister van Binnenlandse Zaken binnenkort ook een brief over sturen.

De heer Stoffer (SGP):

Nogmaals, dit klinkt natuurlijk op zich best aardig. Maar al meer dan twee jaar zien we dat het gewoon niet goed gaat in dit land. Joden in Nederland voelen zich niet veilig. Bijeenkomsten worden afgeblazen. Na twee jaar komt het er nu op neer dat individuele burgemeesters in hun driehoek maar een afweging moeten maken. Dat gaat niet goed. Wat gaat deze minister doen om ervoor te zorgen dat het nu wel anders gaat in dit land? Want dit kan niet meer. Dit is een heel concrete vraag. Wat gaan deze minister en dit kabinet nu doen, zonder het af te schuiven op lokale driehoeken, om ervoor te zorgen dat Joden gewoon normaal kunnen functioneren in ons Nederland?

Minister Van Oosten:

Er kan geen sprake van zijn dat de Joodse gemeenschap of Joden niet normaal zouden kunnen functioneren in Nederland. Dat zou ik nooit accepteren, zeg ik er even voor de goede orde bij. Als er aanvullende maatregelen of iets dergelijks nodig zouden moeten zijn ten opzichte van dat wat we al doen, dan kom ik daarmee naar de Kamer en gaan we het met elkaar daarover hebben. Ik zal ook niet schromen om maatregelen op dat punt voor te stellen. Ik wijs er wel op dat burgemeesters al een heleboel mogelijkheden hebben als het gaat om demonstraties, bijvoorbeeld tegen de Joodse gemeenschap. Het is dan ook aan de burgemeesters om maatregelen te treffen. Zij worden daar ook over geadviseerd en geïnformeerd. Dat is één.

Daarnaast treffen we maatregelen rondom de financiering van veiligheidsmaatregelen. Dat is ook heel erg belangrijk. We moeten het punt van mevrouw Van der Plas heel goed in de gaten houden. Zij had het over mensen die echt van kwade wil zijn tegen de Joodse gemeenschap en bijvoorbeeld een aanslag willen plegen. Die moeten we die kans niet bieden en niet laten bieden. Dat betekent dus ook dat we daar internationaal heel strak op moeten samenwerken. Dat hebben we twee maanden geleden ook besproken bij het plan van aanpak met 57 punten. Ik ben van één ding overtuigd, namelijk dat we nog ontzettend veel werk te verzetten hebben totdat antisemitisme in dit land als zodanig niet meer bestaat. Want nu bestaat het. Het is er voortdurend. We hebben ook met elkaar afgesproken dat we volgend jaar bekijken of die 57 punten aanpassing behoeven en of we verder zouden moeten gaan. Dat is zomaar een palet aan maatregelen waaraan we werken. Dat was het antwoord op de vraag.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Wat er in Australië is gebeurd, is natuurlijk verschrikkelijk. Dat kan morgen ook zomaar in Nederland gebeuren. Sterker nog, in Duitsland gebeurt het al en in andere landen ook. De dreiging is enorm. Een van de terroristen die de aanslag in Australië heeft gepleegd, was daar al vanaf 2019 in beeld. Ik wil de minister vragen hoeveel van zulke tikkende tijdbommen er in Nederland in beeld zijn bij de veiligheidsdiensten. Hoeveel lopen er vrij rond? Verder wil ik de minister vragen of hij, zoals de PVV al jaren voorstelt, bereid is om administratieve detentie in te voeren. Zo kunnen we terroristen en andere personen die een veiligheidsrisico vormen, bestuursrechtelijk vastzetten zolang ze nog niet de strafwet hebben overtreden.

Minister Van Oosten:

Voor mensen die veroordeeld zijn voor terrorisme is er dan, voor zover er geen staatloosheid ontstaat, de mogelijkheid om de nationaliteit te ontnemen. Dat gebeurt ook regelmatig. Dan is het natuurlijk wel de bedoeling dat die mensen het land verlaten. Zoals eerder al met de Kamer is besproken, gaat dat niet altijd vanzelf. Dat is ook niet altijd gemakkelijk. Ik kan op dat punt dan ook geen precieze duiding geven. Wat ik niet weet, kan ik ook niet aan u vertellen. Maar ik weet wel — dat probeerde ik net ook aan te geven — dat wij diensten hebben die heel nauwlettend volgen wat er gebeurt. Zij proberen heel nauwlettend, zo goed en zo kwaad als het kan, te analyseren wat er gebeurt. Daarom is het zo ontzettend belangrijk dat er goed geïnvesteerd wordt, ook lokaal, en dat er lokaal maatwerk geboden wordt in het kader van maatregelen tegen mensen die kunnen radicaliseren, bijvoorbeeld in de jihadistische sfeer, zoals deze twee figuren in Australië, die tot die afschuwelijke aanslag zijn gekomen. Als het gaat om specifieke individuele casussen, vrees ik dat ik daar niks specifieks over kan en mag zeggen.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Ik vroeg de minister ook of hij bereid is om administratieve detentie in te voeren, zodat we de potentiële terroristen die hier vrij rondlopen, vast kunnen zetten, zodat zij geen aanslag kunnen plegen.

Minister Van Oosten:

Ik kan mensen niet zomaar in hechtenis nemen zonder dat daar een grondslag voor is. We kunnen wel mensen de nationaliteit ontnemen indien de rechter daar een machtiging voor heeft gegeven. Die kunnen we dan het land uit laten zetten. Dan hebben ze geen recht van verblijf meer in dit land.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Ook namens de fractie van JA21 diep medeleven met de slachtoffers, nabestaanden en gewonden in Australië, maar ook met de Joodse gemeenschap wereldwijd, want tegen hen was deze aanslag natuurlijk gericht. Dit is wat de kreet "globalize the intifada" betekent, die ook aan onze universiteiten wordt rondgetetterd door onwetenden en kwaadaardigen. Die dader van gisteren in Bondi Beach kwam niet zomaar 's ochtends uit bed en dacht: ik ga dit eens even doen. Daar zit een radicaliseringproces achter. Die meneer is onder meer gezien bij anti-Israëlprotesten en werd al langer in de gaten gehouden. Uitgerekend gisteren stond er bij het Concertgebouw een woedende meute met soortgelijke kreten de boel op te rellen en te ruien. Mijn collega Diederik Boomsma was daar aanwezig. Die heeft daar spandoeken gezien waarin de pogrom van 7 oktober werd verheerlijkt. Hij zag ook dat twee journalisten, de heren Schut en Olthof, daar door de politie werden afgevoerd in plaats van de mensen die hen met de dood bedreigden.

De voorzitter:

En wat is uw vraag?

Mevrouw Nanninga (JA21):

Kan de minister hier afstand van nemen? En kan de minister verklaren wat daaraan gedaan gaat worden in de toekomst?

Minister Van Oosten:

Journalisten die zijn verwijderd, om het zo te zeggen, uit een demonstratievak of iets dergelijks gaat de politie heel kritisch evalueren, want het uitgangspunt is natuurlijk — dat ben ik met u eens — dat journalisten overal in dit land verslag moeten kunnen doen. Laten we niet te snel het oordeel vellen hoe dat precies gebeurd is. Maar ik mag u wel meegeven dat de politie daar kritisch naar gaat kijken, want dat is belangrijk. Dat is één. Verder houd ik het graag voor rekening en risico van iedereen die met leuzen scandeert naar de buitenwereld. Ik vind het te min voor woorden wanneer je de Joodse gemeenschap bagatelliseert of wat dan ook. Dat zal ik ook niet accepteren als mens. Maar ik zeg er wel het volgende bij. Als het gaat om het juridische principe hebben we recent een aantal maatregelen getroffen; ik zie mevrouw Bikker staan. Denk bijvoorbeeld aan een strafverzwaringsgrond als het gaat om discriminatoire uitingen. We hebben ook in de sfeer van de Holocaust en andere afschuwelijke historische gebeurtenissen een strafgrond ontwikkeld in de wetgeving. Dat betekent dat de politie en het Openbaar Ministerie daarmee aan de slag kunnen gaan wanneer men vindt dat het aan de orde is.

De voorzitter:

Een tweede vraag van mevrouw Nanninga.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Een korte vervolgvraag. Is het zo dat het verheerlijken van de pogrom van 7 oktober en dat "legitiem verzet" noemen naar het oordeel van de minister niet een direct gevaar voor de Joodse gemeenschap? Kan dat niet een directe aanleiding zijn tot daden die we helaas wereldwijd zien?

Minister Van Oosten:

Een oproep tot een pogrom of wat dan ook keur ik ten enenmale af; daar hoef ik ook helemaal geen discussie over te voeren. Ik vind verwijzingen naar de Holocaust van een diepe, diepe treurnis. Ik probeerde net alleen wel aan te geven dat we in onze wetgeving mogelijkheden hebben om daar vervolgstappen in te zetten. We hebben daar een wettelijke basis voor gecreëerd.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Ik wil me graag aansluiten bij de woorden van afschuw die hier eerder zijn gesproken over de aanslag in Australië en bij de woorden van medeleven aan de Joodse gemeenschap in Nederland en wereldwijd. Ik was zelf zondag bij een Chanoekaviering in Utrecht. Ik vroeg me van tevoren af of die zou doorgaan, en dat vroeg ik ook aan de rabbijn. Die zei: natuurlijk gaan wij door; dat is wat wij al 2.000 jaar doen. Dat vond ik ontroerend en inspirerend tegelijk. Mijn vraag aan de minister is de volgende. Kunt u alles wat u wil doen om de Joodse gemeenschap te beschermen ook doen? Of zegt u: er zijn dingen die ik graag zou willen, maar die ik niet kan? Zo ja, welke dingen zijn dat dan?

Minister Van Oosten:

Het heeft niet per se specifiek te maken met de Joodse gemeenschap als zodanig, maar ik kan me voorstellen dat daar wel een link mee gelegd wordt als we het vragenuur van nu volgen. Het gaat om het wetsvoorstel rondom het verheerlijken van terrorisme; dat kwam net eigenlijk ook al een klein beetje aan de orde. Ik kan u vertellen — ik spiek even — waar dat nu precies staat. Het is in internetconsultatie geweest en gaat dan door naar de Raad van State. Nadat het daar beoordeeld is, komt het weer bij u terug. Het is dan natuurlijk aan het kabinet om dat een vervolg te geven. Dat geeft dan weer een mogelijkheid om bij een thema als dit, welke zeker ook de Joodse gemeenschap raakt — dat hebben we in Sydney, spijtig genoeg, wederom moeten vaststellen — met een strafwet in de hand aan de slag te gaan. Dat zou een voorbeeld kunnen zijn.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Ook voor de ChristenUnie geldt dat we meeleven met de diepe pijn die gevoeld wordt na de brute, terroristische moorden in Australië door aanslagplegers die alleen maar duisternis wilden verspreiden en kwade krachten wilden laten zien. Wij leven diep mee met allen die daardoor geraakt zijn. Tegelijk viel mij ook daar op dat je altijd weer mensen hebt die licht verspreiden, hulp brengen, over geloofsgrenzen heen gaan en er gewoon zijn omdat ze een mens zien. Een mens dat lijdt, daar neem je het voor op. Dat inspireert mij tot een stuk weerbaarheid dat ik ook in onze samenleving zou willen zien op het moment dat we de haat en het antisemitisme eigenlijk meer en meer zien toenemen. Ik zou juist daarom het volgende aan de minister willen vragen. Ik zie onlinehaat en -antisemitisme toenemen, ook op heel veel platforms waar het lastig is om in te grijpen. Wat kan het kabinet meer doen, of wat heeft het kabinet nodig, om juist daar de haat en het antisemitisme een halt toe te roepen? Het is een soort veenbrand die leidt tot gruwelijke daden.

Minister Van Oosten:

Woorden zijn niet gratis en niet vrij, zou ik tegen mevrouw Bikker willen zeggen. Iedereen die die woorden verspreidt, heeft daar ook een verantwoordelijkheid over af te leggen. Nederland is een open en inclusieve samenleving. Die hebben we wel met elkaar te blijven organiseren en te blijven bewaken. Daarom snap ik ook heel goed dat u meteen de minister van Justitie en Veiligheid in het vragenuur naar voren haalt naar aanleiding van een aanslag in Sydney; het werkt direct door in onze samenleving. Recent hebben we ook andere debatten met elkaar gevoerd waarin we hebben moeten vaststellen dat er gewoon antisemitisme in onze samenleving is. Ik kan niet anders dan tegen mevrouw Bikker zeggen wat ik net al zei, namelijk dat we voortdurend aan de slag moeten blijven. U heeft daar zelf hele mooie initiatieven toe genomen als het gaat om de strafverzwaringsgrond, die dus ook kan doorwegen wanneer je in woord mensen te min maakt op Facebook of waar dan ook. Daar kan het Openbaar Ministerie dan mee aan de slag. Dat lijkt me ook heel erg verstandig.

Daarnaast zullen we scherp moeten zijn op dat hele plan van aanpak, dat op veel meer ziet dan alleen juridische aspecten. We hebben ook met elkaar afgesproken dat we volgend jaar weer kritisch moeten bekijken of daar aanvullingen op nodig zijn. Ik sluit dat niet uit, maar die ga ik niet alleen verzinnen. U heeft namelijk allemaal contacten, ook met de Joodse gemeenschap. Dat zou ik ook nog willen melden: daar zijn we natuurlijk ook voortdurend mee in contact. U gaat zelf naar Chanoekavieringen. Dat doe ik ook. Dat werkt ook door het hele jaar heen. Zo kunnen we horen wat er nodig is om te zorgen dat het jodendom in Nederland gewoon heerlijk kan bestaan, zoals we dat allemaal willen, en waar men ook recht op heeft.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Juist omdat het breder is dan Justitie alleen, heeft de ChristenUnie gepleit voor een Catshuisberaad. We zien dat het antisemitisme toeneemt. Naast de strafrechtelijke bestrijding waar mogelijk, en daarmee ook de strafverzwaring, is het allerbelangrijkste dat het Joodse leven voluit door kan gaan. Ik dank de minister voor zijn toezegging dat hij zich wil inzetten waar mogelijk. Maar ik wil hem ook vragen om die Catshuisberaden weer opvolging te geven, zodat we ook in het komende jaar de positieve nieuwsberichten horen, dat het Joodse leven meer mogelijk is in plaats van wat ik nu nog steeds hoor, namelijk dat dat minder is. Kan de minister toezeggen dat hij in het voorjaar eens terugkomt op de gezamenlijke aanpak, over hoe dat nu gaat en wat er eventueel extra nodig is?

Minister Van Oosten:

Ik ga niet over het Catshuis zelf, maar ik wil mevrouw Bikker wel toezeggen dat we haar verzoek meenemen in het kader van het hele plan van aanpak, om te kijken of er toch weer iets van een dialoogtafel of iets dergelijks moet komen om met elkaar specifiek in gesprek te zijn. Wat mij betreft mag dat maar één uitkomst hebben, namelijk dat de Joodse gemeenschap zich niet laat intimideren, want de Joodse gemeenschap heeft het volste recht om hier in ons land, het land van ons allemaal, te mogen zijn en de feesten te mogen vieren die bij de Joodse gemeenschap horen. Daar zullen wij allemaal voor op blijven komen. Dat zie ik ook aan u allemaal.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Allereerst wil ik me graag aansluiten bij de collega's die hun medeleven hebben geuit richting de Joodse gemeenschap, en de slachtoffers en de nabestaanden van de afschuwelijke terroristische aanval in Sydney. Natuurlijk werkt dat ook door in Nederland. Het dreigingsbeeld richting de Joodse gemeenschap is er al. De NCTV zegt dat antisemitisme een heel breed probleem is. Nou zie ik wel het plan van aanpak van het kabinet en dat er geld vrij is gemaakt, maar ziet de minister mogelijkheden om niet alleen maar in opvolging, opsporing en beveiliging van evenementen maar juist ook aan de preventiekant in het plan van aanpak zaken te versnellen?

Minister Van Oosten:

Ik vind het moeilijk om daar heel direct "ja" op te zeggen, omdat ik dan even dat overzicht weer erbij moet pakken. Ik weet wel dat we anderhalve maand of twee maanden geleden ook hierover gesproken hebben, over met welke onderwerpen je wel of niet eerder iets moet doen. Ik meen dat de conclusie toen was: laten we er vooral voor zorgen dat de aandacht op het totaal niet verslapt en met elkaar bewaken dat we al die punten netjes gaan afpellen. Dus ik zou eigenlijk terughoudendheid willen betrachten ten aanzien van uw specifieke verzoek, maar we kunnen wel even kritisch kijken — want het is al snel volgend jaar — of we een herprioritering van deze punten moeten hebben, juist in de sfeer van preventie, want er zitten diverse punten in die 57 punten die daar precies onder vallen. Dat zou ik aan u willen teruggeven als mogelijkheid.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dank aan de minister voor deze belangrijke toezegging om te kijken naar versnellingsmogelijkheden, ook aan die preventiekant. Daarnaast zien we dus dat er wel middelen worden vrijgemaakt, maar ziet de minister ook mogelijkheden om structurele ondersteuning meer in te bedden, om meer tot structurele financiering over te gaan, ook rondom het plan van aanpak?

Minister Van Oosten:

We hebben diverse vormen van financiering. Uit mijn hoofd gezegd: er is 4,5 miljoen euro in relatie tot dat plan van aanpak. We hebben 1,3 miljoen euro in relatie tot veiligheidsmaatregelen. We hebben inderdaad wat meer incidenteel geld specifiek beschikbaar gesteld voor Joodse onderwijsinstellingen, maar wel voor een paar jaar, meen ik. Dat is het afsprakenkader dat we nu hebben, los van de inzet die natuurlijk ook lokaal plaatsvindt als het gaat om veiligheidsmaatregelen en los van de vele inzet die de Joodse gemeenschap zelf ook op dat punt levert. Ik heb nu geen aanleiding om dat ineens anders te gaan doen. We zullen met elkaar het gesprek aan moeten gaan bij die evaluatie, om het zo maar even te noemen, van de stand van zaken. Wat mij betreft moeten we die niet te lang voor ons uit schuiven, zodat we kunnen kijken of er aanleiding is, precies zoals u vraagt, om iets daarin te herprioriteren of om tot een andere financiering te komen. Dan zullen we ook met elkaar moeten zoeken hoe we dat gaan betalen, want die vraag hoort daar natuurlijk ook bij, maar daar wil ik nu nog niet te veel op vooruitlopen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

We hebben hier een paar maanden geleden een wat mij betreft prachtig debat gevoerd over antisemitisme, waar we volgens mij Kamerbreed een aantal conclusies trokken, namelijk dat antisemitisme in alle lagen van de bevolking zit en van alle tijden is en dat kritiek op Israël niet per se antisemitisme is. Natuurlijk betreurt ook de fractie van GroenLinks-PvdA ontzettend wat er gebeurd is in Sydney. Ik zou wat willen vragen over … Iedereen hier in de Kamer vraagt nu aan de minister of er genoeg gedaan wordt aan het bestrijden van antisemitisme. De woorden zijn geruststellend, maar ze gaan over het plan van aanpak, over geld, over processen. Laten we het hebben over communicatie. Hoe zou de minister de Joden in Nederland dan gerust willen stellen? Of kan hij ze niet geruststellen? Wat is de boodschap voor de Joden in Nederland, nadat de minister heeft gezegd dat we eigenlijk al alles doen wat we kunnen doen?

Minister Van Oosten:

Terecht dat u dat vraagt, want het raakt direct aan het gevoel van leden van de Joodse gemeenschap in Nederland. Als minister van Justitie en Veiligheid, wat ik van elke Nederlander ben, kan ik alleen maar uitstralen dat ik u verzeker, en dus ook de Joodse gemeenschap verzeker, dat ik antisemitisme niet accepteer, dat het kabinet zich ten volle realiseert welke gevoelens van onveiligheid een aanslag zoals we hebben gezien in Sydney kan losmaken bij de Joodse gemeenschap en dat het dus zo ontzettend belangrijk is dat we voortdurend in contact zijn met elkaar, ook met onze Nationale Coördinator Antisemitismebestrijding, om op te halen en te weten te komen wat er speelt en ook om geïnteresseerd te zijn in elkaar. Dat maakt dat ik zelf ook — dat heeft helemaal niks met de aanslag te maken, maar het valt nu wel samen — zoals zovelen van u, naar zo'n Chanoekaviering ga, om het gewoon mee te beleven, om te zien wat er gebeurt en wat er speelt en contact te hebben met mensen.

De heer El Abassi (DENK):

Ook ik wil mijn afschuw uitspreken over de verwerpelijke aanslag in Sydney. Ik vond dat mevrouw Bikker terecht een punt maakt als het ging om onlineantisemitisme. Ik zou het willen doortrekken naar fysiek antisemitisme. We hebben meerdere demonstraties meegemaakt waarbij pelotons aan het Sieg-heilen waren, Heil Hitler aan het roepen waren, met Hitlerkleding rondliepen, Hitler aanbaden. Voor zover ik weet is er niks bekend over mensen die daarvoor gearresteerd zijn. Hoe gaat de minister dit soort gedrag keihard aanpakken?

Minister Van Oosten:

Naar aanleiding van onder meer de Malieveldrellen, maar het is ongetwijfeld ook op andere momenten in deze Kamer weleens ter sprake gekomen, heeft uw Kamer de minister ook ter verantwoording geroepen. In dit specifieke geval was dat déze minister, déze persoon. U heeft hem opgeroepen: spreek u uit tegen antisemitische uitingen die we hebben gezien. Dat heb ik ook gedaan. We hebben daar een debat over gevoerd. Het is aan het Openbaar Ministerie om dan tot vervolging over te gaan. Dat is voor een deel ook gebeurd. Ik zal u op een later moment, als ik die informatie heb — dat zou ik nu niet heel specifiek kunnen zeggen — vertellen waar dat eventueel toe geleid heeft. Maar het is zo ontzettend belangrijk dat we benoemen waar het fout zit, dat we benoemen waar ons land letterlijk geweld wordt aangedaan, omdat sommige inwoners van ons land niet worden meegerekend. Dat is verschrikkelijk fout.

De voorzitter:

De heer El Abassi, tweede vraag.

De heer El Abassi (DENK):

Ik hoorde mijn collega net terecht aangeven dat kritiek op Israël niet gelijkstaat aan antisemitisme, maar in de gevallen die ik nu benoem, kun je daar volgens mij niet omheen. We hebben het over mensen die aan het Sieg-heilen zijn, Heil Hitler roepen, met NSB-vlaggen rondlopen. Volgens mij hebben we niet veel meer bewijs nodig om deze mensen keihard aan te pakken en te veroordelen. Ik zou de minister toch willen vragen wat hij nog meer in petto heeft om deze mensen ook keihard aan te pakken en om te voorkomen dat dit bij een volgende azc-demonstratie — het gebeurt iedere keer weer — weer gebeurt.

Minister Van Oosten:

Antisemitische uitingen zoals het brengen van de Hitlergroet of het verheerlijken van de Holocaust et cetera kunnen, zeg ik even met nadruk, ook vervolgd worden op grond van het strafrecht. Die mogelijkheid is er. Ik zie geen reden om dat niet te doen als politie en Openbaar Ministerie zeggen: wij kunnen hardmaken wie dat heeft gedaan enzovoort. Dat is de hele discussie niet. Als het gaat om kritiek op de staat Israël: ja, die is in dit vrije land ook mogelijk. Kritiek op de staat Israël, zeg ik er ook maar even bij, staat niet gelijk aan antisemitisme.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Ook ik wil mijn medeleven uiten naar de nabestaanden van deze verschrikkelijke aanslag. Ik zou ook graag nog door willen vragen op een punt dat mevrouw Bikker hier net ook al maakte. Dat gaat over de onlinehaat en -intimidatie, waarmee veel joden, ook veel kinderen, eigenlijk al vanaf steeds jongere leeftijd te maken krijgen. Maar we zien ook dat de opvolging daarvan soms heel lang duurt. Kan de minister een aantal scenario's of werkwijzen schetsen hoe we daar nu mee omgaan en de Kamer daarover informeren, zodat we kunnen zien hoe we daarop eerder kunnen ingrijpen door te zorgen dat accounts, trollen of andere dingen sneller op zwart kunnen gaan?

Minister Van Oosten:

Ik zou het verstandig vinden, als u mij dat toestaat, voorzitter, om dat wat preciezer uit te schrijven, zodat u dat kunt volgen. Ik weet niet precies — we hebben net twee, drie maanden geleden het antisemitismedebat gehad — of ik het mee kan nemen bij dat debat of dat we u op een eerder moment een terugkoppeling moeten geven, specifiek over uw verzoek. Maar het lijkt me wel bij dat debat passen om daar met elkaar over door te praten als daar aanleiding voor is. Ik weet alleen niet wanneer precies dat debat is. Ik wil u ook niet maanden wegsturen; dat zou ik niet wenselijk vinden. Maar ik ga wel aan de slag om dat overzicht voor u te maken.

De heer Struijs (50PLUS):

Ook wij spreken onze afschuw en veel medeleven aan de Joodse gemeenschap uit. Ik heb een vraag aan de minister. Ik heb vanmorgen begrepen dat de Australische regering versneld een brede analyse maakt van hoe de verdachten zijn geradicaliseerd. Dat heeft internationale aspecten. Ze zijn hoogstwaarschijnlijk in het buitenland getraind en hebben digitaal in een internationale setting allerlei informatie gekregen. Mijn vraag is concreet of de minister deze analyse, als die ter beschikking komt en internationaal ter beschikking wordt gesteld, wat het geval is naar ik heb begrepen, zo spoedig mogelijk wil delen met de Kamer, waar het mogelijk is om informatie daaruit te delen. Er zitten namelijk echt internationale aspecten aan.

Minister Van Oosten:

Ik wil wel volmondig ja zeggen, maar — u vult het zelf al in — ik weet niet wat ik mag delen. Dus dat voorbehoud maak ik. Ik vind het wel van groot belang — de heer Struijs wijst daar terecht op — dat onze veiligheidsdiensten die informatie anders wel hadden gekregen en ook meenemen bij het maken van de eigen analyses, met name ook vanwege mogelijke internationale aspecten naar aanleiding van deze aanslag in Sydney. Daar is alle aanleiding toe. Ik ga er overigens ook van uit dat men goed contact heeft; dat kan ik er wel van zeggen. Maar als de heer Struijs mij de gelegenheid biedt om a even na te gaan of het klopt dat wat gesteld wordt inderdaad gemaakt wordt — dat neem ik zomaar aan — en b ook even te verifiëren wat er bij gelegenheid over te delen valt, dan wil ik dat toezeggen.

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Struijs knikt.

Ik dank de minister voor de beantwoording van deze vragen over dit onderwerp.

Naar boven