7 Staken onderhandelingen met NAM-aandeelhouders Shell en ExxonMobil

Staken onderhandelingen met NAM-aandeelhouders Shell en ExxonMobil

Aan de orde is het debat over het staken van de onderhandelingen met NAM-aandeelhouders Shell en ExxonMobil over de kosten van de Groningse hersteloperatie en over de aardbeving in Groningen.

De voorzitter:

Dan gaan we nu verder met het debat over het staken van de onderhandelingen met NAM-aandeelhouders Shell en ExxonMobil over de kosten van de Groningse hersteloperatie en over de aardbeving in Groningen.

Van harte welkom aan de staatssecretaris en de minister en ook aan de leden. Ik ga zes interrupties toestaan, maar vraag u wel die binnen de 45 seconden te houden. Als het te lang wordt, dan ga ik daar wat over zeggen.

Verder moet ik u mededelen dat dit debat om 16.30 uur waarschijnlijk wordt opgeschort omdat er een debat over een Raad Buitenlandse Zaken moet plaatsvinden met de minister van Buitenlandse Zaken, die maar heel beperkt beschikbaar is. Dat kan betekenen dat we daarna nog een voortzetting hebben, als we niet op tijd klaar zijn. Dan weet u dat.

Dan gaan we beginnen. De eerste spreker is mevrouw Beckerman. Zij voert het woord namens de Socialistische Partij. Gaat uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dank u wel. Terwijl zwaar gedupeerde Groningers nog steeds vechten tegen een bureaucratisch systeem, blijven in Den Haag honderden miljoenen op plank liggen. Twee jaar geleden schreef het kabinet een rake zin in Nij Begun: "De overheid kan de gedupeerden van de gaswinning geen tien jaar van hun leven teruggegeven; het kabinet kan wel deze laatste kans benutten om het beter te doen." Laatste kans! Deze laatste kans is het kabinet voor veel zwaar gedupeerden aan het verspelen. Twee weken geleden zat ik 's avonds hier in de Tweede Kamer te werken. Ik belde een gedupeerde terug die me die dag wanhopige berichten had gestuurd over een echtpaar van wie de man 95 jaar oud is. Alweer twee jaar lang lopen ze vast in de regeling voor duurzaam herstel. Na twee jaar wachten ze nog op een rapport om de kapotte fundering te herstellen. Hoe vindt u dat het gaat met uw laatste kans? Hoelang denkt u dat 95-jarigen kunnen wachten op een falende overheid? Twee dagen na dat telefoongesprek ontvingen we de Najaarsnota. Bijna 130 miljoen voor de regeling waar dit echtpaar op wacht, blijft hier op de plank liggen. Hoe kan dit? Gedupeerden wachten, het geld is er, maar u geeft het niet uit.

Dit is niet het meest treurige verhaal of een of andere uitzondering; dit is een pijnlijke illustratie van hoe het gaat bij cruciale regelingen. We zien namelijk hetzelfde beeld bij de regeling die misschien wel met de meeste bombarie werd aangekondigd na de parlementaire enquête: de regeling voor daadwerkelijk herstel. Eindelijk, eindelijk zou er niet meer eindeloos onderzoek gedaan worden naar causaliteit. Althans, dat was de belofte. In de praktijk zijn er nog geen 500 gedupeerden mee geholpen. Honderden gedupeerden wachten nu op een tweede inspectie van hun woning. Hoezo geen bureaucratie meer? Schades groter dan €60.000 worden nog op precies dezelfde manier afgehandeld als vóór de parlementaire enquête. Ruim 118 miljoen blijft op de Haagse plank liggen. Hoe vindt u zelf dat het gaat met uw laatste kans?

De dag na de aardbeving bij Zeerijp zagen vele mensen Debora Veldman in het nieuws. Zij gaf haar baby nachtvoeding toen de klap kwam en er van alles omviel in haar huis, het oudste huis van 't Zand. Terwijl overal om haar heen woningen worden gesloopt of versterkt, kreeg zij de brief dat ze "op norm" is. Deze ongelijkheid zien we op zo veel plekken. Ondertussen blijft 50 miljoen voor de versterking dit jaar op de Haagse plank liggen. Daarbij wordt ruim 22,5 miljoen voor verduurzaming bij de versterking niet uitgegeven. Hoe vindt u zelf dat het gaat met uw laatste kans?

Blijft er dan bij alle posten geld liggen? Nee. Bij één post moet er geld bij, want er zijn meer mensen met gezondheidsproblemen, psychische problemen door de manier waarop de overheid met ze omgaat, dan het kabinet had verwacht: 15 miljoen extra voor immateriële schade.

De huidige aanpak faalt nog steeds. Dagblad van het Noorden interviewde zes jaar geleden 101 gedupeerden. Van hen wacht 70% nog. Bewoners geven de NCG gemiddeld een 4,9. Er is een alternatief; er is een alternatief. Al jarenlang weten we welke oplossing nodig is: geen gekmakende bureaucratie, geen aardbevingsindustrie, geen wantrouwen en ongelijkheid, maar alle gedupeerde Groningers het recht geven op een veilig, schadevrij en duurzaam huis. Ga van deur tot deur en maak met gedupeerden een plan voor hun huis en hun toekomst. Waarom blijft de staatssecretaris maar vasthouden aan wat niet werkt, terwijl er een oplossing is?

Voorzitter. In plaats van hun verantwoordelijkheid te nemen voor het leed, vechten Shell en Exxon hun aansprakelijkheid aan, met twintig procedures en vier arbitragezaken. Shell en Exxon proberen de rechtsorde buiten spel te zetten door claims die door de rechtbank Noord-Nederland zijn afgewezen alsnog via arbitrage achter gesloten deuren toegekend te krijgen. Dat is echt een schandalige gang van zaken. Dat laat zien dat Shell en Exxon te veel macht hebben gekregen en er niet voor terugdeinzen die te misbruiken. Hoe waarborgt het kabinet dat de arbitragezaken geen enkele invloed hebben en zullen hebben op het herstel van Groningen, niet financieel en niet inhoudelijk? Wilt u dat ook wettelijk vastleggen? Wanneer komt de heffing voor de openstaande rekening? 550 miljoen is niet betaald. Overweegt u ook hardere stappen, zoals extra belasting of het aanklagen van deze bedrijven? Welke lessen trekt u over arbitrage?

Tot slot. Voorts ben ik van mening dat alle gaswinning in Groningen gestopt dient te worden. Ik hoor graag van de minister hoe ze onze deze week opnieuw aangenomen motie tegen gaswinning bij Warffum gaat uitvoeren.

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank voor uw inbreng. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Bushoff. Hij voert het woord namens de fractie GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Het Groningerland is prachtig. Het is bekend van dat weidse uitzicht, met daarin die wierden, die ze in Friesland "terpen" noemen. De meeste mensen in Nederland vragen zich af: wat zijn die heuvels in het landschap? Nou, dat zijn dus die wierden. Op die wierden staan heel veel eeuwenoude, middeleeuwse, prachtige kerkjes. In Noord-Groningen staan er meer dan waar ook in Noordwest-Europa. Zo is er ook zo'n prachtig mooi veertiende-eeuws kerkje op een wierde in Zeerijp. Ik was daar met mijn collega Beckerman op vrijdag 14 november, de middag na die op een na zwaarste aardbeving ooit. Om dat prachtige kerkje heerste een serene rust, maar aan de overkant, in het dorpshuis, was er een enorme mediastorm gaande. Terecht was er aandacht voor de aardbeving. Ik zeg dat het goed is dat de staatssecretaris ook aanwezig was in Zeerijp. Ik zeg tegen de collega van D66 dat het goed is dat daar die avond meerdere collega's van hem waren. Wij spraken daar met een jongen van 17 jaar, Chris. Hij woont in Zeerijp. Hij stelde de vraag: nu is er aandacht, maar wat verandert er?

Voorzitter. Die vraag is bij mij eigenlijk best wel lang blijven hangen: wat verandert er? Welke vooruitgang is er geboekt? Er is het afgelopen jaar 421 miljoen euro op de plank blijven liggen. Duurzaam herstel: er is 130 miljoen op de plank blijven liggen. Eindelijk was er een regeling die niet alleen de schade voor het oog zou oplossen, maar die ook de funderingen zou aanpakken zodat schade daadwerkelijk duurzaam hersteld zou worden. Er is 130 miljoen op de plank blijven liggen. Wat te denken van daadwerkelijk herstel? Eindelijk was er een regeling. Mensen met een schade tot €60.000 zouden goed geholpen worden, zonder bureaucratische ellende. Nog maar een paar honderd mensen zijn geholpen, terwijl er een paar duizend aanvragen zijn. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: vindt u dan dat het goed gaat en dat er voldoende vooruitgang is geboekt? Ik zeg het Chris eigenlijk na: wat verandert er? Wat gaat er veranderen om te voorkomen dat er volgend jaar weer honderden miljoenen euro's op de plank blijven liggen?

Voorzitter. Het voorbeeld van Debora is net ook al door mijn collega Beckerman genoemd. Debora schrok zich wezenloos toen zij met een baby'tje in haar armen zat toen die klap kwam. Wat verandert er voor haar? Huizen om haar heen worden gesloopt of versterkt. Haar huis wordt op norm verklaard. Zij is lang niet de enige. Ga bijvoorbeeld naar Appingedam. Daar heb je zo'n blokje woningen tussen de Westersingel, de Harm Kuperstraat en de Wieger van den Bosstraat. In dat blokje woningen wonen mensen die jaren geleden al hebben gehoord dat hun huis onveilig is. Soms zitten er gewoon geen plafonds meer in. Er zijn mensen die hun spullen hebben opgeslagen. Jarenlang wachten ze, en nu is er opeens een briefje op de deurmat: "Uw huis is op norm verklaard". Dan vraag ik de staatssecretaris: hoe kunnen we garanderen dat huizen echt veilig zijn? Als mensen daar terecht en logischerwijs aan twijfelen, hoe hebben we het dan geregeld dat mensen een onafhankelijk advies kunnen krijgen en dat ze daadwerkelijk ook juridische en financiële ondersteuning krijgen om een onafhankelijk nieuw advies te vragen?

Voorzitter. Ik zeg ook tegen deze Kamer het volgende. Eigenlijk is er maar één manier op deze problemen op te lossen, namelijk een totaalaanpak: een huis heeft één plan voor versterking, schadeherstel en verduurzaming. Ik zeg erbij: wil je dat goed doen, dan kan dat alleen als je het rapport-Van Geel volledig en mét budget uitvoert. Dat voorstel zullen we vandaag dan ook doen. Ik zeg er tegen de Kamer ook bij: denk nog even terug aan de woorden van de parlementaire enquêtecommissie. Die hield de Kamer een kritische spiegel voor door te zeggen dat de Kamer te lang afwachtend is geweest. Ik zeg er dus bij: laten we dan nu het heft in eigen hand nemen en Groningen vooruithelpen met de voorstellen die we vandaag kunnen doen. Het is namelijk keihard nodig. Die stilstand is niet gratis. Laat ik dat illustreren aan de hand van één schrijnend voorbeeld, dat van Janna en Piet. Zij zijn morgen 60 jaar getrouwd, dus vanaf deze plek wil ik hen feliciteren. Ze wonen in Delfzijl en ze vallen onder die welbekende batch 1588. Zij hebben dus €10.000 van hun eigen geld moeten inleggen voor de sloop van hun oude woning. Die staat er overigens nog steeds, tot op de dag van vandaag. Ze hebben een jarenlange strijd gevoerd om dat geld, waar ze recht op hebben, terug te krijgen. Eindelijk kregen ze een bedrag terug, maar voor Piet kwam dat eigenlijk te laat, want hij zit nu in een verzorgingstehuis. Het enige wat ze vroegen, was om een klein beetje van dat geld waar ze recht op hadden, terug te krijgen om iets leuks te kunnen doen met hun kleinkinderen. Ik zeg er dus bij: die stilstand is niet gratis, maar die berooft mensen letterlijk van hun leven.

Voorzitter. Ik kom tot een afronding, want ik zie dat ik bijna door mijn tijd heen ben. Ik heb ook nog een paar hele korte en snelle vragen voor de minister. Hoe kijkt u aan tegen de conclusie van de parlementaire enquêtecommissie dat bij de gaswinning geld boven de belangen van Groningers ging? Hoe kijkt u aan tegen het feit dat er nog steeds gas gewonnen wordt? Hoe ziet u dat in het licht van het feit dat het bij Ternaard wél mogelijk was om met geld gaswinning tegen te houden? Hoe gaat u uitvoering geven aan de aangenomen motie van de Kamer? De rest bewaar ik voor interrupties.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Bikker. Zij voert het woord namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. De gasputten zijn dan wel gesloten, maar de gevolgen van de decennialange gaswinning ervaren de mensen in Groningen nog steeds. Groningers hadden de hoop dat na de sluiting van de gasputten zwaardere bevingen verleden tijd zouden zijn, maar niets bleek minder waar, zeker met de beving van 14 november.

Ik was onlangs in Appingedam. De mensen daar vertelden me dat ze moe zijn, dat ze geen zin hebben om telkens schade te moeten melden en om die bureaucratische mallemolen weer in te gaan. Groningers voelen zich niet veilig ten opzichte van de bodem, maar ook niet ten opzichte van Den Haag.

Ik wil ermee beginnen dat het eigenlijk niet te geloven is dat er hier, na de stevige en duidelijke conclusies van die parlementaire enquête, nog steeds partijen zijn die pleiten voor het openen van de gasputten. Daarnaast is het beschamend dat Shell en ExxonMobil onder hun juridische en morele verantwoordelijkheid proberen uit te komen. De Staat heeft een ereschuld aan Groningen, maar de bedrijven die jarenlang hebben verdiend aan de gaswinning hebben die ook. Wat ontbreekt is een greintje moreel besef dat verantwoordelijkheid verder gaat dan een strikt juridisch minimum. Als iets klopt, dan deugt het nog niet. Daarom hoop ik echt dat in de bestuurskamers bij Shell en ExxonMobil iemand met de vuist op tafel slaat. Ik hoop dat er iemand is die zegt: ik sta op, want dit kan niet; wij kunnen niet decennialang verdienen aan Groningen en vervolgens bezwaar maken tegen de compensatie van mensen die de klappen hebben opgevangen. Recent is er een tussentijds vonnis geweest in het voordeel van de Staat. Dat is goed nieuws en een mooie eerste stap. Hoe taxeert de staatssecretaris deze uitspraak en wat verwacht hij van alle procedures die nog lopen? Aan de minister vraag ik wat deze procesopstelling van Shell betekent voor andere overeenkomsten die de Staat met Shell wil afsluiten, bijvoorbeeld voor gaswinning op de Noordzee. Deze opstelling schaadt toch ook ergens het vertrouwen.

Dan heb ik een vraag over arbitragezaken in het algemeen. Arbitragezaken vinden plaats achter gesloten deuren. Dit staat op gespannen voet met onze democratische rechtsstaat, waarbij rechtspraak in het openbaar plaatsvindt. Hoe ziet het kabinet dit? En wat betekent dat voor toekomstige overeenkomsten die de Staat afsluit met bedrijven?

Voorzitter. Ondertussen wonen heel veel Groningers nog steeds in huizen met scheuren en verzakte funderingen. Is de staatssecretaris tevreden over hoe de herstel- en versterkingsoperatie nu gaat? Mijn beeld is namelijk nog steeds dat de mensen met de zwaarste problemen het slechtst geholpen zijn. Oneerbiedig gezegd: de grote groep van mensen met kleine schades worden prima geholpen, maar de mensen die in een onveilig huis wonen, hebben geen idee waar ze aan toe zijn. Hoe denkt de staatssecretaris dit te veranderen? Klopt het dat het IMG soms nog steeds gebruikmaakt van de trillingstool? Dat is toch in strijd met de derde maatregel uit Nij Begun? Kan de staatssecretaris toezeggen dat hier per direct mee wordt gestopt?

Dit voorjaar spraken we over de kwaliteit van de opgeleverde woningen na versterking. Die liet vaak te wensen over. Denk aan tocht, schimmel en achtergebleven bouwmaterialen. In een motie heb ik verzocht om de kwaliteit van de woningen te verhogen en één loket in te richten waarbij bewoners terechtkunnen. Hoe staat het met de uitvoering van deze motie? En hoe gaat het met de kwaliteit van de versterkingsrapporten die de NCG hanteert? Is een herbeoordeling van een versterkingsrapport nu mogelijk zonder dat iemand de volledige bestuursrechtelijke route van bezwaar en beroep heeft doorlopen?

Het credo voor de herstel- en versterkingsoperatie is: koste wat kost, zolang als het duurt. Hoe rijmt de staatssecretaris dit met het feit dat er nog steeds geen geld is om volledig uitvoering te geven aan het rapport-Van Geel? Alle woningen moeten schadevrij, veilig en verduurzaamd worden. De afgelopen coalitie beloofde van alles, maar heeft niks geleverd, nul, alleen de belofte. Laat Groningen niet nog langer wachten. Regel dit.

Voorzitter, ik rond af. Dit kabinet wil nog steeds pompen. Ternaard is opgegeven vanwege de UNESCO-stempel op de Waddenzee. Ik dank de minister dat die knoop is doorgehakt. Maar de andere kleine gasvelden worden nog steeds gebruikt. Ik kan dit niet uitleggen aan Groningers met kapotte huizen die op enkele kilometers van Warffum wonen. Wil het kabinet dat wel uitleggen? Of zullen we er gewoon een streep door zetten? Kan het kabinet in ieder geval een nieuw advies aanvragen bij SodM over de veiligheid van de gaswinning bij de kleine gasvelden? Want ik wil dat dit kabinet zich houdt aan de eerder gedane belofte: geen gaswinning in Groningen.

Voorzitter. Naast zorgen over gaswinning leven er zorgen over zoutwinning rond Veendam. Vorig jaar heeft de minister aan mij toegezegd dat er een onderzoek loopt naar de veiligheid hiervan. Wat is de stand van zaken? Er worden namelijk nog steeds nieuwe vergunningen afgegeven, terwijl burgers zich ernstig zorgen maken over bodemdaling en uitstoot van lood.

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Kops. Hij voert het woord namens de PVV-fractie.

De heer Kops (PVV):

Voorzitter. 3,4 was de kracht van de beving bij Zeerijp medio november. Het was de op twee na zwaarste beving ooit in de provincie. Er waren opnieuw duizenden schadegevallen en acuut onveilige situaties. Weer dikke ellende. Dat onderstreept natuurlijk des te meer de urgentie van de hele schadeafhandeling- en versterkingsoperatie. Dan komen we meteen bij twee problemen. Eén: die schadeafhandeling en versterking gaan nog steeds veel te langzaam, veel te moeilijk en veel te stroperig. Twee: de NAM betaalt de rekeningen niet.

Voorzitter. De minister zei in reactie op de beving dat "alle processen rondom de schadeafhandeling klaarstaan". Dat zal best, maar in de praktijk loopt het nog allemaal voor geen meter. Vorig jaar is er een nieuwe regeling van start gegaan, gericht op daadwerkelijk herstel. Die regeling zou ertoe moeten leiden dat mensen hun schades tot €60.000 aan hun woning zomaar kunnen laten herstellen. De bedoeling daarvan was om die schadeafhandeling juist makkelijker, sneller en minder streng te maken, omdat er niet meer per scheur naar de oorzaak gekeken zou worden. In werkelijkheid is er van daadwerkelijk herstel nog weinig terechtgekomen. De oorzaak? Oude schades, nieuwe schades, oude rapporten en nieuwe rapporten moeten allemaal met elkaar vergeleken worden. Dat leidt tot onduidelijkheden en vertragingen, aldus het IMG. Dat klinkt dan toch heel erg als een bureaucratisch probleem. Als er iets is waar we het in dit huis over eens zijn, is dat volgens mij dat we juist in dit dossier af moeten van dat hele bureaucratische moeras van regelingen, opnames, rapporten en dossiers. Hoe kon dit nou in hemelsnaam gebeuren? Had niemand dit kunnen voorzien? Het IMG zou de werkwijze gaan aanpassen. De vraag is of dit inmiddels is gebeurd. Graag een reactie.

Voorzitter. Dan de onbetaalde rekeningen. Artikel 15 van de Tijdelijke wet Groningen is helder: de Staat legt aan de NAM een heffing op voor alle voorgeschoten kosten van schadeafhandeling en versterking. Maar in plaats van netjes te betalen, is procederen tegen zo'n beetje elke in rekening gebrachte euro de norm geworden. Zo'n 550 miljoen euro aan onbetaalde rekeningen staat nog steeds open. Dat is en blijft schandalig, zeker omdat de NAM over 2024 maar liefst 3 miljard euro aan dividend heeft uitgekeerd. Conclusie: enerzijds hebben we de aandeelhouders, die er heerlijk warmpjes bij zitten, en anderzijds hebben we de Groningse dupeerden, die nog altijd, al jarenlang, moeten strijden voor waar zij recht op hebben. Maar liefst twintig juridische procedures lopen er. Tegelijkertijd liepen er tot voor kort op de achtergrond zogeheten "constructieve gesprekken" en onderhandelingen met de NAM om er toch onderling uit te komen. Onderhandelingen over het Groningendossier, maar ook over het niet doorgaan van gaswinning bij Ternaard. Ik citeer: "Bredere onderhandelingen over het gehele Groningendossier zijn nu niet haalbaar vanwege de demissionaire status van het kabinet." Was of is die demissionaire status de enige reden geweest of waren er ook inhoudelijke redenen om met die gesprekken te stoppen? Hebben die gesprekken tot dusverre überhaupt iets opgeleverd? Graag een reactie.

Cru is het natuurlijk wel. Onderhandelingen over het Groningendossier waarbij het erom gaat dat de NAM moet betalen, zijn gestaakt. Maar onderhandelingen over het niet doorgaan van de gaswinning bij Ternaard waarbij de NAM geld krijgt, zijn blijkbaar wel gelukt. Hoort u het verschil? Betalen is moeilijk, moeilijk, moeilijk, maar geld ontvangen is blijkbaar zo geregeld. Want ja, er is een vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarin is afgesproken dat de NAM een compensatie krijgt van 163 miljoen euro, terwijl de NAM tegelijkertijd nog 550 miljoen euro moet betalen. In het debat van afgelopen maandag hebben we het er al over gehad. De PVV heeft toen aan de minister gevraagd: kunnen we die bedragen niet op een of andere manier met elkaar verrekenen? De minister zei toen: nee, want het zijn verschillende procedures; dat staat allemaal los van elkaar. Dat is misschien een verklaring, maar het is natuurlijk nog geen excuus. Daarom de vraag aan de minister: is zij ertoe bereid die compensatie aan de NAM pas over te maken nadat de NAM alle openstaande rekeningen netjes heeft voldaan? Zie het als een soort gelijk oversteken. Doe het maar gewoon, zet er maar flinke druk op, want dat doet de NAM immers ook.

Ten tweede en tot slot. Als de NAM het stelselmatig nalaat om die rekeningen te betalen, is de wettelijke grondslag, artikel 15 van de wet, dan nog wel afdoende? Moeten we daar iets mee? Kunnen we daar iets mee? Moeten we daar iets aanscherpen? Hoe ziet de minister dat? Is daar iets mogelijk? Graag een reactie.

Ik dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Ja, u ook bedankt voor uw inbreng. We gaan nu luisteren naar mevrouw Teunissen. Zij voert het woord namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. De pijn in Groningen is rauw, de onzekerheid is constant en het gevecht tegen de bureaucratie is zwaar. De recente beving bij Zeerijp van 3,4 op de schaal van Richter is een van de zwaarste aardbevingen in de provincie ooit. Dat heeft wonden weer opengereten: duizenden meldingen van schade, 45 acuut onveilige situaties en een schrikreactie die door merg en been gaat. Tot deze aardbeving waren er slechts vijf huizen hersteld in Zeerijp, omdat zij onder de zogenaamde "dorpenaanpak" vallen en daardoor als laatste aan de beurt zijn. Nu zijn er 4.000 schademeldingen en er komen er nog meer bij, kan ik u garanderen. Mijn vraag aan het kabinet is: wat gaat het kabinet nu extra doen aan structurele hulp in Zeerijp om al die schade te herstellen? Want nog meer vertraging betekent nog meer fysieke schade, meer gezondheidsschade en nog meer wantrouwen in de overheid.

Voorzitter. Ook jongeren worden geraakt. Daar wil ik vandaag extra aandacht aan besteden. Er is een recent onderzoek geweest van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg. Daarin staat zwart-op-wit: jongeren in gebieden met aardbevingsschade scoren lager op mentale gezondheid, ze missen lessen en ze piekeren over de toekomst. In de welzijnsaanpak voor jongeren zul je dus ook de gevolgen van de gaswinning moeten meenemen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: op welke manier doet hij dat?

Voorzitter. De bureaucratie — het is er al veel over gegaan — rondom de schadeafhandeling is tenenkrommend. Het geld blijft op de plank liggen. Illustratief daarvoor zijn de meest complexe situaties, die vaak onder op de stapel belanden. Tijdens de recente bewonersavond in Ten Post zei de staatssecretaris dat er minimaal 300 oude lastige dossiers liggen waar hij werk van wil maken. Hoeveel van die gevallen zijn er precies en wat bedoelt de staatssecretaris met "werk maken van"? Wat is zijn aanpak?

Voorzitter. Veilig, duurzaam en schadevrij wonen. De parlementaire enquêtecommissie is daar kraakhelder in geweest: milder, makkelijker en menselijker. Nu zien we toch aan alle kanten vertraging en opeenstapeling van schade. Mijn vraag aan het kabinet is: welke stappen gaat het kabinet nu concreet nemen om die mildere, makkelijkere en menselijkere aanpak te versnellen?

Voorzitter. Dan Shell en Exxon. Uiteraard is het goed nieuws dat de Staat nu de rechtszaak tegen Shell en Exxon heeft gewonnen en dat zij 1,35 miljard euro moeten betalen. Het is echter een grote schande dat het zover heeft moeten komen, want het steken van al die energie en dat geld in die rechtszaken had voorkomen kunnen worden als de machtspositie van die bedrijven niet zo groot was geweest. Dat is natuurlijk het gevolg van heel veel politieke keuzes. Dat is geen natuurwet. We zien dat die machtspositie ervoor heeft gezorgd dat die bedrijven miljarden hebben kunnen verdienen met de gaswinning in Groningen, die de provincies voorgoed heeft ontwricht. Die machtspositie is gewoonweg te groot. Er zijn in 2018 en 2019 afspraken gemaakt tussen de overheid en de NAM over de schadeafhandeling. Ik wil graag een reflectie van het kabinet: waar gaat het dan mis met die afspraken? Kan het kabinet daar de vinger op leggen? Wat is nou de kern van waar het misgaat? Als je afspraken maakt, dan houd je je daaraan. Waarom houden die bedrijven zich daar niet aan en waarom kunnen ze gaan procederen?

Voorzitter. Dat heeft te maken met de enorme machtspositie van die bedrijven. Ik zei dat al. Als we blijven gedogen dat fossiele bedrijven zich via arbitrage ontworstelen aan hun plichten, geven we een gevaarlijk signaal af. Het welzijn van mensen in Nederland wordt al lang te veel gegijzeld door de fossiele industrie. Hoe kan de minister nou de overheidspositie ten opzichte van deze bedrijven versterken? Ziet ze bijvoorbeeld mogelijkheden om arbitragesystemen waarmee beslissingen buiten het zicht van burgers en het parlement worden genomen, af te schaffen en terug te gaan naar het gewoon onder de rechter brengen? Dat lijkt me het meest rechtvaardig.

Voorzitter. Tot slot de gaswinning in Warffum. Het is niet uit te leggen dat de minister daar groen licht voor blijft geven, terwijl er nu nog een aangenomen motie ligt waarin de Kamer zegt: stop de gaswinning. Wat gaat de minister doen om de motie uit te voeren? Ik heb het al eerder gevraagd en ik ga het nog keer doen: is zij bereid om nieuw advies te vragen aan het SodM? Dat heeft namelijk gezegd: we hadden breder moet kijken, ook naar Warffum.

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank voor uw inbreng. Ik zie de heer Baudet niet in de zaal. Die had zich ingeschreven en zou op dit moment gaan spreken. Ik ga dus door. Ik geef het woord aan de heer Köse. Dat is bijzonder in de zin dat hij zijn maidenspeech gaat houden. Hij doet dat namens D66. Ik wens hem daarbij heel veel succes. O, zijn collega's zijn er nog niet. Vindt u het goed om even een minuut te wachten totdat uw collega's in de zaal zijn? Ja.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Ik geef nogmaals het woord aan de heer Köse voor zijn maidenspeech namens de fractie van D66, die nu in wat grotere getale aanwezig is.

De heer Köse (D66):

Voorzitter, dank u wel. Fijn dat meneer Baudet mij voorrang wilde geven. Dat waardeer ik heel erg.

Voorzitter. Vandaag sta ik hier als jonge Nederlander met Turkse roots uit het mooie dorp Dongen. Dat is een gezellig Brabants dorp, waar we de uitspraak "in Dongen doen we dingen samen" centraal hebben staan. Voor elkaar klaarstaan en omkijken naar je buren is hier vanzelfsprekend. Ik zeg eerlijk: dat kwam mij deze afgelopen bewogen maanden heel goed uit. Ik ben getrouwd en ben samen met mijn vrouw in ons nieuwe huis getrokken. Nu mag ik aan een nieuw hoofdstuk beginnen, als volksvertegenwoordiger in deze Kamer. Eén ding weet ik zeker: het is niet vanzelfsprekend dat ik hier sta in het huis van onze democratie. Maar ik heb bewezen dat het wel kan. Precies dat besef wil ik hier vandaag delen. Tegen de vele jongeren die vol dromen en ambities zitten, zou ik willen zeggen: jaag die dromen na; het kan wél.

Voorzitter. Ik heb vroeger vaak gedacht dat ik er niet helemaal bij hoorde en dat ik niet mee mocht doen. De kaarten waren voor mij weliswaar beter geschud dan voor de generaties voor mij: ik ben hier geboren, ik spreek de taal en ik kreeg passend onderwijs. Ik hoefde niet alléén naar ouderavonden en ik stond ook niet als enige zonder carnavalskleding op school, omdat mijn ouders het systeem wel kenden. Maar voor mijn ouders, grootouders en zo veel anderen zijn dat juist de momenten waarop zij nog steeds voelen: ik hoor er niet bij.

Voor mij was zo'n moment toen ik ondanks een Cito-score van 547 toch een mavo-advies kreeg, niet omdat ik het niet kon, maar omdat sommigen dachten dat ik het met mijn achtergrond en mijn omgeving niet kon. Dat doet iets met je. Je ligt ervan wakker en je twijfelt: misschien hebben ze wel gelijk en kan ik het echt niet. Het remt je af nog voordat je begonnen bent. Maar ik begon mijn betoog bewust positief voor de jongeren die misschien naar dit debat kijken. Dankzij de mensen die wél in mij geloofden, die mij kansen gaven en die obstakels wegnamen, heb ik mijn dromen en ambities kunnen najagen. Zo gaf een van mijn leraren mij de kans om mee te doen met het debatteam van het Cambreur College. We werden Brabants kampioen. Misschien klinkt dat in deze Kamer niet zo indrukwekkend omdat het lijkt alsof iedereen hier met een interruptiemicrofoon is geboren, maar ik beschouw dat als een heel vormend moment in mijn leven.

Dat zijn de mensen die je nodig hebt in je leven, die je uitnodigen om mee te denken en mee te doen, en die je laten groeien. Juist in deze Kamer, waar we soms heel fel naar elkaar kunnen zijn, wil ik benadrukken hoe waardevol dat is. Die leraar gaf mij dat ene gevoel dat eigenlijk iedereen nodig heeft: het gevoel dat je erbij hoort. Laten we als politiek ernaar streven om dat gevoel aan alle Nederlanders te geven. Dat is in ieder geval mijn streven in deze Kamer: mensen uitnodigen om mee te denken, obstakels waar mogelijk wegnemen en ervoor zorgen dat ook zij, net als ik, hun ambities en dromen kunnen najagen. Ik wil dat iedere Nederlander kan zeggen: ik hoor erbij.

Een kleine maand geleden maakte ik opnieuw zo'n vormend moment mee. Een dag na mijn beëdiging als Kamerlid werd Zeerijp opgeschrikt door een verschrikkelijke aardbeving. In één klap stonden Groningers weer oog in oog met alle stress, onzekerheid en angst die al zo lang op hun levens drukt. Als nieuwe woordvoerder op dit dossier kon ik niet anders dan diezelfde dag nog samen met mijn collega's Rob Jetten en Hans Vijlbrief in de auto stappen, niet om van een afstandje te praten over wat er speelt, maar om de Groningers in de ogen te kijken, om naar hun verhalen te luisteren en om ze persoonlijk een hart onder de riem te steken. Alleen zo kun je beginnen te begrijpen wat deze situatie met mensen doet. Ondanks alle ellende werden we ontzettend warm en gastvrij ontvangen. Dat raakte me diep, juist omdat het laat zien hoe veerkrachtig deze gemeenschap is. Die veerkracht verdient oplossingen die werken, niet alleen op papier, maar ook in het echte leven. Daarom staan wij als D66 pal naast de Groningers en zeggen wij duidelijk: de gaskraan blijft dicht.

In die gesprekken vielen mij drie zaken in het bijzonder op. Allereerst de ongelijkheid. Buren krijgen onderling totaal verschillende uitkomsten. De een krijgt een nieuwe woning, terwijl de ander al jaren achter fatsoenlijk schadeherstel aan zit. Wat de Groningers wél delen, is stress, zo veel dat je er soms letterlijk bij neervalt. Het tweede dat opviel, is de onduidelijkheid: te veel instanties, te veel loketten en te veel tegenstrijdige antwoorden. Mensen vertelden ons: je ziet door de bomen het bos niet meer. Tot slot de traagheid: de woningen moeten in 2028 versterkt zijn, terwijl iedereen weet dat dat niet gehaald gaat worden. Sommige rechtszaken lopen al jaren en slokken de levens van mensen en families volledig op. Ze zitten in onzekerheid.

Voorzitter, ik ga afronden. Wie goed heeft opgelet tijdens mijn betoog ziet een patroon. Het gold voor de eerste generaties gastarbeiders, voor mijn ouders en voor mij en we zien het hier opnieuw: iedereen wil gelijk behandeld worden, iedereen wil weten waar hij of zij aan toe is en iedereen wil vooruit. Dat zijn geen Brabantse, Turkse of Groningse waarden, maar menselijke waarden. Precies daarom merkte ik na ons bezoek aan Groningen iets bijzonders aan mijzelf. Ik voel mij niet alleen een Nederlander met Turkse roots uit Dongen. Op dit moment voel ik mij net zo goed een Groninger. Dat is niet iets wat je een trotse Brabander zomaar hoort zeggen, maar ons bezoek raakte me omdat het me herinnerde aan dat ene motto uit Dongen: in Dongen doen we dingen samen. In Groningen zag ik datzelfde sterke gevoel van omzien naar elkaar, maar ik zag ook hoe zwaar de beving voor hen opnieuw is geweest.

Daarom is het nu aan ons om te laten zien dat samen niet alleen een mooi begrip is voor thuis maar ook een opdracht voor hier. Het is aan ons om naast de Groningers te gaan staan, ze vertrouwen te geven en obstakels weg te nemen. Zoals mijn voorganger, Hans Vijlbrief, zo mooi zegt: politiek met de zachte stem, door te luisteren naar de zachte stem, want de Groningers hadden altijd gelijk.

Daarom de volgende vragen voor de minister en de staatssecretaris. Allereerst, hoe duidt het kabinet dat het vertrouwen van de bewoners opnieuw volledig is verdwenen na de beving van 3,4? Acht het kabinet het tempo van de versterkings- en hersteloperatie passend bij het blijvende risico op zware bevingen? Hoe garandeert het kabinet dat schadeherstel en versterking niet vertragen door de juridische strijd met NAM, Shell en ExxonMobil? En hoe borgt het kabinet dat deze partijen alle kosten blijven dragen voor schadeafhandeling en versterking? Hoe kan het kabinet verantwoorden dat deze partijen hun miljardenclaims achter gesloten deuren uitvoeren, terwijl Groningers, de rechtspraak en de Kamer geen of beperkt inzicht krijgen in de risico's en argumenten, en er dus geen democratische controle uitgeoefend kan worden? Hoe kan het dat bedrijven via arbitrage aanspraak kunnen maken op compensatie van verwachte toekomstige winst, terwijl bewoners met concrete schade soms jarenlang moeten wachten op herstel? Waarom ligt er pas nu, na jaren van beloften, een agenda voor herstel, terwijl inwoners al die tijd wachten op duidelijkheid en versterking? Waarom is de belofte van "één overheid, één loket" nog steeds niet waargemaakt?

Voorzitter, dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Van harte gefeliciteerd met uw prachtige maidenspeech over gelijke behandeling. U, maar ook iedereen die u vertegenwoordigt, hoort er natuurlijk helemaal bij. Ik verzoek u om even voor mij te gaan staan, met het gezicht naar de zaal. Dan wordt u door de heer Jetten en alle andere collega's gefeliciteerd. We zijn een ogenblik geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het vervolg van het debat over het staken van de onderhandelingen met de aandeelhouders van de NAM over de Groningse hersteloperatie en over de aardbeving in Groningen.

We zijn toegekomen aan de volgende spreekster, mevrouw Armut. Zij voert het woord namens de CDA-fractie. Gaat uw gang.

Mevrouw Armut (CDA):

Dank u wel, voorzitter. In 2024 is het Groninger gasveld definitief gesloten, maar de aardbevingen zijn daarmee niet gestopt. Het vertrouwen is niet in één keer teruggewonnen, en de onzekerheid is niet opeens weg. Het sluiten van het Groninger gasveld was een historische stap, waar Groningers terecht al heel lang om vroegen.

In de nacht van donderdag 13 op vrijdag 14 november 2025 vond in het Groningse Zeerijp weer een aardbeving plaats. De zwaarste aardbeving in Groningen in ruim tien jaar, met een kracht van 3,4 op de schaal van Richter. Het was een nare nacht, en ook een klap voor mensen in het aardbevingsgebied. Het is een herinnering aan ons allemaal dat de ellende niet opeens voorbij is met het sluiten van het gasveld. Van veraf is het voor sommige mensen misschien moeilijk om zich een voorstelling te maken van wat voor impact de gaswinning heeft gehad en nog steeds heeft op het leven van Groningers. Sommigen weten niet of hun huis wel veilig is, en ze wachten al bijna tien jaar om het antwoord daarop te horen. Mensen hebben hun huis, waar ze hun hele leven hebben doorgebracht, zijn opgegroeid, alles hebben opgebouwd, moeten verlaten omdat het niet langer veilig is. Ze hebben afscheid moeten nemen van de plek waar ze zich thuis voelen. De stress, de psychische en de fysieke klachten hebben een weerslag op jonge gezinnen. Dat is niet voorbij. Sommige mensen zitten er nog middenin. Dan volgt weer een zware beving.

Voorzitter. Wat zegt het dat ondanks het feit dat de gaswinning is gestopt, er nog steeds zo'n zware beving kan plaatsvinden? Is dat uitzonderlijk of is er een risico dat dit nog vaker kan gebeuren? Wat voor gevolgen voorziet de staatssecretaris voor de versterkingsoperatie? Binnen een week waren er 3.346 schademeldingen gedaan bij het IMG en waren er 81 meldingen van een mogelijk acuut onveilige situatie. Wat is de huidige stand van zaken? In 2018 gaven Shell en ExxonMobil de Staat onbeperkte garanties dat de NAM haar verplichtingen bij schadeafhandeling en versterking zou nakomen. Ze spraken daarbij af dat ze voor het aflopen van deze garanties nieuwe passende zekerheden zouden stellen, maar dat hebben ze tot nu toe niet gedaan. Over de jaarrekening van 2024 heeft de NAM wel 3 miljard euro dividend uitgekeerd aan de aandeelhouders Shell en ExxonMobil. Welke mogelijkheden heeft de staatssecretaris om passende zekerheden af te dwingen?

Voorzitter. Het wordt niet bepaald beter. In november 2024 heeft de NAM de Staat laten weten de openstaande betalingen voor perspectief voor de regio niet langer te voldoen, met als argument dat de gaswinning reeds op 31 oktober 2023 is beëindigd, en daarmee ook de betalingsverplichting tot en met 2029. Dat is toch niet uit te leggen aan Groningers? De Staat is het niet eens met de redenering van de NAM, heeft betaling van de facturen geëist en onderzoekt vervolgstappen. Wat zijn mogelijke vervolgstappen? Welke opties ziet de staatssecretaris om ervoor te zorgen dat de NAM haar verantwoordelijkheid nakomt?

Voorzitter. Het is goed en terecht dat er steeds duidelijk wordt gemaakt dat de uitkomsten van de verschillende procedures die door de NAM, Shell en ExxonMobil zijn gestart geen effect hebben op de inwoners van Groningen en dat de afhandeling van schade en het versterken van gebouwen ongeacht de uitkomst van die procedures gewoon door zullen gaan. Maar volgens mij ziet de staatssecretaris, net als ik, goed dat de Groningse gedupeerden al zó vaak teleurgesteld zijn. Kan de staatssecretaris hier nog eens bevestigen dat het schadeherstel, funderingsschadeherstel en de versterkingsoperatie koste wat het kost en zo lang als het duurt zullen worden uitgevoerd? Kan hij daarbij ook duidelijk maken dat de regering het niet zal toestaan dat de NAM, Shell en ExxonMobil daarbij voor hun verantwoordelijkheid weglopen?

Tot slot, voorzitter. Het is opvallend en zacht uitgedrukt frustrerend dat er wel met de NAM tot een akkoord kan worden gekomen als zij geld van de overheid ontvangen, zoals bij Ternaard, maar dat er als de NAM moet betalen twintig verschillende procedures aangespannen worden en onderhandelingen al snel vastlopen. Begin juli is geconcludeerd dat brede onderhandelingen nu niet haalbaar zijn, omdat het kabinet demissionair is. Kan de minister er iets over zeggen hoever de partijen uit elkaar lagen? Was de demissionaire status van het kabinet de enige reden om de onderhandelingen te staken, of waren daar ook andere redenen voor?

Voorzitter. De ellende is niet voorbij, en daarmee de verantwoordelijkheid van de NAM ook niet. Dat moet glashelder zijn. Groningers wachten nog altijd. Het is aan ons om te laten zien dat hun vertrouwen niet nogmaals wordt beschaamd.

De voorzitter:

Hartelijk dank voor uw inbreng. Er zijn een aantal interrupties, om te beginnen van mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dank aan mevrouw Armut. Vorige week werd het eerste onderhandelingsakkoord tussen D66 en CDA gepresenteerd, de handreiking of de agenda. Het viel mij op dat er helemaal niks in stond over schadeherstel en versterking. Daarom ben ik toch wel heel erg benieuwd. Vindt het CDA dat het huidige systeem voldoende functioneert? We zien namelijk dat al die mooie regelingen die zijn aangekondigd na de parlementaire enquête niet goed lopen. Alle huizen die nu onveilig zijn, waren dat in 2012 al. Mensen wachten eindeloos op versterking. Het duurt eindeloos. Hetzelfde geldt voor duurzaam herstel; daar is net aan gerefereerd. Wat vindt het CDA? Faalt dit systeem nog steeds?

Mevrouw Armut (CDA):

Ik denk dat mevrouw Beckerman er in haar eigen bijdrage terecht aandacht voor heeft gevraagd dat sommige dingen nog steeds niet goed lopen. Ze heeft het er bijvoorbeeld over gehad dat er te veel sprake is van bureaucratie. Volgens mij weet mevrouw Beckerman dat het CDA daar ook altijd aandacht voor heeft gevraagd en ook heel benieuwd is hoe de staatssecretaris dat wil oplossen. Nee, het werkt niet perfect. Ik sta in mijn bijdrage ook uitgebreid stil bij mensen die nog steeds wachten. Ik kom net als mevrouw Beckerman zelf uit Groningen. Ik heb van dichtbij gezien wat dit met mensen doet, wat het nog steeds met mensen doet, dat mensen nog steeds wachten en dat het heel veel met gezinnen heeft gedaan. Ik ken de pijnlijke verhalen. Wij zullen er ook altijd heel hard op toezien dat het goed gaat, dat het goedkomt, want dat zijn we verschuldigd aan de Groningers.

Mevrouw Beckerman (SP):

Juist omdat ik weet dat mevrouw Armut uit Groningen komt en dat het haar raakt, stelde ik die vraag, want het viel me echt op. Als ik zo'n eerste akkoord lees en zie dat Groningen ontbreekt, dan raakt dat mij. Alleen kreeg ik nog geen antwoord op mijn vraag. Het benoemen van het feit dat het pijnlijke verhalen zijn of het doorschuiven van de vraag naar de staatssecretaris is geen antwoord op de vraag wat het CDA wil. Hoe wil het CDA dit oplossen? De heer Bushoff en ik hebben net gepresenteerd hoe wij dat zien, namelijk: ga van deur tot deur bij iedereen langs en zorg ervoor dat elk huis het recht krijgt op een schadeloze, veilige en duurzame woning. Wil het CDA ook zo'n systeemverandering? Wat wil het CDA?

Mevrouw Armut (CDA):

Ik denk dat er geen verschil zit in ons doel. Wij willen ook dat schade koste wat kost hersteld wordt en dat versterking koste wat kost plaatsvindt. Mensen moeten in een veilig huis kunnen wonen. Mensen moeten zekerheid hebben. Ik sta in mijn verhaal ook stil bij het feit dat sommige mensen nog steeds wachten op een versterkingsadvies; volgens mij deed de heer Bushoff dat ook. Voor sommige mensen is een jaar veel te lang. Mensen wachten soms al bijna tien jaar. Mevrouw Beckerman heeft het over een systeemverandering. Ik weet niet of we de hele tijd van alles in systemen moeten veranderen. Naar aanleiding van de parlementaire enquête is Nij Begun uitgerold. Dat moet eigenlijk allemaal nog zijn weg gaan vinden. Ik denk dat we nu vooral op de uitvoering moeten gaan zitten, zodat al die regelingen die zijn bedacht goed worden uitgevoerd. Ik denk dat Groningers dáár het meest bij gebaat zijn. Dat moet gewoon gebeuren. Daar moeten we op toezien.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Ik ga hier toch nog heel eventjes op door, want als je echt wil dat iedereen in Groningen uiteindelijk een veilig, schadevrij en duurzaam huis heeft, dan zul je ook het rapport-Van Geel onverkort moeten uitvoeren. Het CDA zei net "koste wat het kost schadeherstel" en "koste wat het kost versterking", maar betekent dat ook koste wat het kost Van Geel uitvoeren?

Mevrouw Armut (CDA):

Ja, wij zijn ook voor de uitvoering van het rapport-Van Geel. Ik hoorde net van de heer Bushoff dat hij een motie gaat indienen. Ik ben benieuwd hoe die motie eruitziet. Ik ga er uiteraard naar kijken. Maar volgens mij weet de heer Bushoff ook dat wij net zo goed vinden dat het rapport-Van Geel uitgevoerd moet worden.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Op zich zou het goed nieuws zijn als zich in deze nieuwe samenstelling van de Kamer een meerderheid aftekent voor het onverkort uitvoeren van het rapport-Van Geel om die onuitlegbare verschillen die ontstaan in Groningen echt aan te pakken en daar dan dus ook het benodigde budget voor vrij te maken. Ik heb nog één andere vraag. Die gaat over de gaswinning uit de kleine velden. In het rapport van de parlementaire enquêtecommissie werd heel duidelijk omschreven dat geld te lang dominant was bij besluiten over het voortzetten van de gaswinning. Dat gevoel bekruipt me eigenlijk ook als het gaat om de gaswinning uit de kleine velden. Is het CDA van mening dat om de conclusies uit de parlementaire enquêtecommissie inderdaad gestand te doen het nodig is om nu ook te zeggen dat we moeten stoppen met de gaswinning uit de kleine velden en dat geld daar niet weer dominant mag zijn?

Mevrouw Armut (CDA):

Het gaat, neem ik aan, ook voor een groot deel over Warffum als de heer Bushoff deze vraag stelt. Dat is eerder deze week ook aan bod gekomen in het debat dat daarover ging. Er zijn wel verschillen tussen bijvoorbeeld Ternaard en Warffum. Bij Ternaard lag er een negatief SodM-advies. Daar komt bovenop dat er dwangsommen lagen en dat de Raad van State had geoordeeld dat er een vergunning moest worden verleend na jaren van uitstel. Dat is een belangrijk verschil met Warffum. Maandagavond is het daarover gegaan en de minister heeft daar ook uitgebreid antwoord op gegeven. Ik kom uit Groningen en ik begrijp het ongemak. Daar ga ik niet aan voorbij; ik snap het gevoel, gezien alle ellende die is voortgekomen uit de gaswinning uit het Groningenveld. Die gaswinning is gelukkig gestopt, maar het gaat hier om vele kleine velden in ons land die we uiteindelijk ook nodig zullen hebben om de verwarming aan te doen en om warm te kunnen douchen. We willen ook niet afhankelijk zijn van andere landen om te voorzien in onze energievoorziening. Daar komt bij dat het SodM positief heeft geadviseerd over winning, ook in Warffum. Wij vinden dat advies zwaarwegend. Dat volgen wij in die zin dus ook. Wel weet ik dat volgens mij mevrouw Beckerman een motie heeft ingediend die bij de minister en volgens mij ook bij de rechter ligt. Ik kan alleen maar kijken naar wat daar uiteindelijk mee gebeurt.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Dan toch, tot slot. Ik heb het hele WGO teruggekeken. Ten eerste gaat het niet alleen over Warffum, maar ook nog over vijftien andere kleine gasvelden in Groningen. Ten tweede over het advies van het SodM: het punt is nou juist dat er niet opnieuw advies aan het SodM is gevraagd, wat wel had moeten gebeuren. Ten derde, als de vergelijking met Ternaard dan toch wordt getrokken: daar kon met geld voorkomen worden dat er gas gewonnen werd, maar als het om Groningen gaat, willen we er geen euro aan uitgeven en mag er gewoon doorgegaan worden met gaswinning. Dat staat haaks op de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie, die zei dat geld te lang dominant was bij besluiten over de gaswinning in Groningen. Dat gevoel bekruipt mij nu nog steeds. Het zou goed zijn als de Kamer daar een streep doorheen zet.

Mevrouw Armut (CDA):

Ik vind het belangrijk om hierbij niet voorbij te gaan aan het advies dat door het SodM is gegeven. Er is positief geadviseerd dat er veilig kan worden gewonnen. Ik denk dat we die dingen niet door elkaar moeten halen. Ik kan mijn vorige antwoord herhalen, maar daar wordt het niet anders van.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ik wil toch nog even door op dit punt. Het CDA blijft herhalen dat het SodM een advies heeft gegeven en dat zij dat volgen. Tegelijkertijd hoor ik mevrouw Armut in haar bijdrage zeggen dat zij zelf uit Groningen komt en oog heeft voor het effect van de gaswinning op de mentale gezondheid van mensen. Nou, in Warffum doet die in mentale zin heel veel met de mensen. Mijn vraag is dus waarom het CDA niet meegaat met de oproep van heel veel partijen hier om aan het SodM een nieuw advies te vragen.

Mevrouw Armut (CDA):

Dat klopt inderdaad: ik sta ook stil bij het gevoel. Alleen, ik sta ook stil bij het feit dat wij ons laten adviseren door een onafhankelijk instituut, het SodM, en dat het SodM heeft aangegeven dat het veilig kan. Het staat eenieder in deze Kamer vrij om een motie in te dienen. De desbetreffende motie is ook aangenomen. Dan lijkt het mij aan deze partijen en de minister, die daar vast zo meteen vast antwoord op zal geven, om in een gesprek in te gaan op de uitvoering daarvan. Ik zal daar met interesse naar luisteren, maar ik kan mijn antwoord niet anders maken dan het antwoord dat ik net heb gegeven.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dan zal ik mijn vraag verhelderen. Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft slechts op veiligheid getoetst, alleen op dat aspect, op de technische aspecten. Daarna heeft het SodM gezegd: achteraf gezien hadden we ook wel breder willen toetsen. Dus ook op de mentale effecten die de gaswinning in Warffum en in andere kleine velden nog steeds heeft. Is het CDA, dat in acht nemend, alsnog bereid het SodM om een bredere toets te vragen?

Mevrouw Armut (CDA):

Volgens mij is dit net ook al aan de minister gevraagd. Ik zal luisteren naar het antwoord daarop. Het is uiteindelijk niet aan mij of dat wordt gedaan. Daarnaast merk ik op dat het SodM een advies heeft gegeven. Volgens mij refereert mevrouw Teunissen aan een opmerking die is gemaakt in een aflevering van Pointer, waarbij toen ook de kanttekeningen werd gemaakt dat men niet wist of dat tot een ander advies zou hebben geleid. Ik vind echt dat wij niet voorbij moeten gaan aan een zwaarwegend advies van het SodM waarin staat dat het veilig kan. Ik vind het dan ook de verantwoordelijkheid van ons als Kamerleden om tegenover mensen uit te dragen dat het veilig kan, dat wij daarover zijn geadviseerd en dat we daarvan op aan kunnen. Ik denk dat het belangrijk is om dat te blijven benoemen, want mensen voelen zich daar onzeker bij. Dat wordt terecht opgemerkt. En dat is ook logisch.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Tot slot. Ik weet al wat het kabinet vindt van het vragen van een nieuw advies. Het heeft namelijk al gezegd: dat gaan we niet doen. Dat zal dus van de Kamer moeten komen. Ik zie dat het CDA daarvoor wegduikt en dat het wegduikt van de verantwoordelijkheid om ook de bredere aspecten te toetsen.

Voorzitter. Ik heb nog één vraag aan het CDA, over de motie van mevrouw Beckerman om de gaswinning in Warffum te beëindigen. Dat heeft het CDA niet gesteund. Waarom heeft het CDA dat niet gesteund?

Mevrouw Armut (CDA):

Volgens mij heeft mevrouw Teunissen mijn eerste antwoord gehoord op de vraag van de heer Bushoff. Dat was letterlijk een antwoord hierop. Ik heb hier ook net bij stilgestaan en aangegeven waarom wij dat uiteindelijk niet hebben gesteund. Ik wil het best herhalen, maar ik heb het antwoord net al gegeven.

Mevrouw Beckerman (SP):

Toch nog heel even over de gaswinning bij Warffum. Eigenlijk zie ik het CDA die gaswinning hier bijna hartstochtelijk verdedigen. Ik wil daar een andere vraag over stellen. Een van de conclusies van de parlementaire enquête was dat de Kamer op bepaalde momenten onvoldoende het verschil heeft gemaakt. Ik wil mevrouw Armut een principevraag stellen. In een vorige periode is een motie aangenomen tegen de gaswinning bij Warffum en dat is dinsdag opnieuw gebeurd. Vindt het CDA, vindt mevrouw Armut, zo vraag ik via de voorzitter, ook dat wij er als Kamer voor moeten staan dat die wel worden uitgevoerd? Dit is voor mij echt een vergaand punt. Ik voer het debat over Groningen al heel lang en er liggen heel veel aangenomen voorstellen die niet zijn uitgevoerd. Ik wil dat deze motie over een stop op de gaswinning bij Warffum echt wordt uitgevoerd.

Mevrouw Armut (CDA):

Ik zou allereerst willen stilstaan bij het punt dat mevrouw Beckerman maakt. Ze noemde dat ik hartstochtelijk aan het pleiten ben voor gaswinning en koppelde dat ook aan de parlementaire enquête. Ik zou daar wel afstand van willen nemen. Ik heb net stilgestaan bij het feit dat ik uit Groningen kom. Ik weet wat daar speelt, ik heb die verhalen van net zo dichtbij meegemaakt als mevrouw Beckerman. Zij is ook altijd zeer betrokken. Ik weet dat, ik waardeer dat. Ik vind het ook zeer belangrijk dat moties die in de Kamer worden ingediend serieus worden behandeld. Alleen, dat is uiteindelijk aan de minister; niet aan mij. Ik kan wel stilstaan bij waarom het CDA uiteindelijk zo'n motie niet heeft gesteund. En dat heb ik net gedaan, namelijk: we willen niet afhankelijk zijn van allerlei landen om aan onze energievoorziening te komen, en de gaswinning uit de kleine velden, waar Warffum ook onder valt, kan veilig volgens het SodM. Ik vind dat heel zwaarwegend, en ook dat wij zo'n advies dat het SodM doet, vervolgens serieus nemen. Ik weet dat mevrouw Beckerman deze discussie vaker heeft gevoerd, ook met mijn andere collega's. Vervolgens heb ik van mevrouw Beckerman niet gehoord hoe we dan aan de energievoorziening zouden moeten komen die we uit onze kleine gasvelden halen. Ik zou dan ook wel graag willen zien van de SP hoe we dat vervolgens gaan doen.

De voorzitter:

Het is in principe niet de bedoeling om wedervragen te stellen, hoor. Maar goed.

Mevrouw Armut (CDA):

Nou ja, goed. Ik heb uitgebreid stilgestaan bij waarom het CDA uiteindelijk tegen die motie heeft gestemd. Ik kan dat verhaal niet leuker maken dan het is.

De voorzitter:

Afrondend op dit punt, want dit wordt een beetje een herhaling van zetten. Mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

Nou, dat is natuurlijk vooral omdat mevrouw Armut de vraag niet beantwoordt. Dat we er met z'n allen een principekwestie van moeten maken dat de Groningenvoorstellen deze periode wél moeten worden uitgevoerd. Dit is de eerste testcase. Deze motie ís aangenomen afgelopen dinsdag. Je kunt allerlei uitvluchten zoeken en wedervragen stellen, terwijl het antwoord toch vrij simpel is: hoe kan het CDA er nou voor zijn bij die ene gasbel, dus de Wadden, waar veel meer in zit, waar ze het wel willen stoppen, en bij Warffum niet? Nogal pijnlijk ...

Mevrouw Armut (CDA):

Ja, maar ...

Mevrouw Beckerman (SP):

Nogal pijnlijk natuurlijk, als je ziet hoeveel leed er is in het dorp. Maar mijn vraag was een principekwestie. Ik vind dat we als Kamer, als we echt eindelijk die doorbraak willen forceren, die laatste kans die twee jaar geleden zogenaamd gepakt ging worden door het kabinet, deze periode écht op onze strepen moeten gaan staan, en aangenomen moties moeten dan worden uitgevoerd. Is het CDA het eens met dat principepunt?

Mevrouw Armut (CDA):

Ik hoor twee vragen. Mevrouw Beckerman stelde weer de vraag wat nou het verschil is tussen, volgens mij, Ternaard en Warffum. Ik heb net uitgelegd wat daarin het verschil is: dat er een negatief SodM-advies lag voor Ternaard; dat er daarbovenop allerlei dwangsommen lagen; dat de Raad van State ... Nou, ik heb daar uitgebreid bij stilgestaan. Dat heeft de minister ook gedaan. En ik snap de frustratie, want als je een motie indient, dan wil je natuurlijk dat die wordt uitgevoerd. Maar eerlijk gezegd snap ik niet waarom dit richting het CDA komt, want wij hebben tegen deze motie gestemd. We hebben ook uitgelegd waarom we dat hebben gedaan. Vervolgens is het volgens mij aan de minister om die uitleg te geven aan mevrouw Beckerman, als die die motie niet gaat uitvoeren. We hebben tegen die motie gestemd. Ik kan daar verder ook niet meer over zeggen.

Mevrouw Beckerman (SP):

Het is nogal pijnlijk

Mevrouw Armut (CDA):

Ik hoor twee vragen. Mevrouw Beckerman stelde weer de vraag wat nou het verschil is tussen Ternaard en Warffum, volgens mij. Ik heb net uitgelegd wat daarin het verschil is: er lag een negatief SodM-advies voor Ternaard, daarbovenop lagen allerlei dwangsommen lagen en de Raad van State ... Nou, ik heb daar uitgebreid bij stilgestaan. Dat heeft de minister ook gedaan. En ik snap de frustratie, want als je een motie indient, dan wil je natuurlijk dat die wordt uitgevoerd. Maar eerlijk gezegd snap ik niet waarom dit richting het CDA komt, want wij hebben tegen deze motie gestemd. We hebben ook uitgelegd waarom we dat hebben gedaan. Vervolgens is het volgens mij aan de minister om die uitleg te geven aan mevrouw Beckerman, als die de motie niet gaat uitvoeren. Wij hebben tegen die motie gestemd. Ik kan daar verder ook niet meer over zeggen.

De voorzitter:

Dank, nogmaals, voor uw inbreng. We gaan nu naar mevrouw Den Hollander. Zij gaat het woord voeren namens de VVD-fractie. Ga uw gang.

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Het debat van vandaag gaat over de arbitragezaak met NAM, Shell en Exxon, en over de recente zware aardbevingen in Groningen. Om daar als nieuw Kamerlid meer informatie over te krijgen, ben ik afgelopen week op werkbezoek geweest in Zeerijp, om in gesprek te gaan met mensen die daar wonen en al jarenlang in onzekerheid zitten. Voor de VVD-fractie staat voorop dat de hersteloperatie in Groningen onverminderd doorgang moet vinden. De Groningers mogen niet de dupe worden van de lopende procedure met de NAM en haar aandeelhouders. We zijn dan ook blij dat het kabinet herhaaldelijk duidelijk maakt dat de uitkomsten van de verschillende procedures geen enkel effect zullen hebben op de inwoners van Groningen, en dat de afhandeling van schade en het versterken onafhankelijk van deze procedures doorgang zullen vinden. De VVD vindt de opstelling van NAM, Shell en ExxonMobil betreurenswaardig, maar zolang het vraagstuk voorligt bij het scheidsgerecht is het aan de arbiter om hier een uitspraak over te doen.

Ik wil mijn inbreng van vandaag dan ook vooral focussen op de gevolgen van de aardbevingen, het schadeherstel en de versterkingsoperatie. Een aantal zaken die mij afgelopen vrijdag zijn verteld en die ik ook met eigen ogen heb kunnen zien bij een rondwandeling door het dorp en de omgeving, waar heel hard wordt gewerkt aan schadeherstel en versterking, wil ik vandaag graag op tafel leggen. Wat mij bij dat bezoek het meest is opgevallen en wat mij ook een bijzonder inzicht heeft gegeven, is de liefde die mensen hebben voor hun dorp en de omgeving. De heer Bushoff refereerde er net ook al aan: de prachtige weidse uitzichten en de mooie wierden met de kerkjes erop. Ik ben ook even binnen geweest in de kerk in Zeerijp. Ondanks alle ellende zijn mensen er trots op dat ze daar wonen en dat ze daarvandaan komen. Ze willen daar ook graag blijven wonen. Ook de jongeren, hun eigen kinderen, die opgegroeid zijn in deze ellende, zoeken in diezelfde omgeving een plek om hun eigen toekomst op te bouwen.

Waar mensen echter wel tegenaan lopen, zijn die enorme bureaucratie, die ook al een aantal keren genoemd is vanmiddag, de continue wijzigingen in regelgeving de afgelopen jaren, de onverklaarbare verschillen in aanpak en het gebrek aan daadkrachtige voortgang. De VVD wil daarom nogmaals pleiten voor een snelle maar zorgvuldige uitvoering van het schadeherstel en de versterkingsoperatie.

Daaromtrent zou ik een aantal vragen willen stellen aan de staatssecretaris. De recente aardbeving heeft gezorgd voor meer dan 1.500 schademeldingen, waarvan 52 meldingen een acuut onveilige situatie betreffen. Op welke wijze worden deze mensen zo snel mogelijk geholpen? Er staan ongeveer 23.500 woningen in de gemeente Eemsdelta, waar ik dus afgelopen week geweest ben. Daarvan zijn er ongeveer 4.500 inmiddels versterkt. 6.400 woningen zijn in beeld om versterkt te worden en 5.000 woningen zijn op norm verklaard. Er zijn nog zo'n 7.500 woningen die niet in beeld blijken te zijn. Kan de staatssecretaris toelichten hoe dit zit?

De insteek om schadeafhandeling en versterking menselijker, milder en makkelijker te maken blijkt weerbarstig in de dagelijkse praktijk. Inwoners hebben mij meegegeven dat zij graag zien dat lokale stuurgroepen meer mandaat krijgen. Is het mogelijk om een betere samenwerking tussen de NCG, het IMG en gemeenten te bewerkstelligen, en meer mandaat te geven aan lokale stuurgroepen om tot daadwerkelijke oplossingen te komen en daarmee hopelijk ook de bureaucratie enorm terug te dringen?

Tot slot. Wij zien dat de schadeafhandeling erg traag verloopt. Ook daar is al veel over gezegd. Bewoners moeten lang wachten totdat zij geholpen worden. Eerder dit jaar bleek ook dat de datum van 2028 niet gehaald gaat worden. Het is belangrijk dat er gewerkt wordt met een realistische planning, zodat mensen weten waar ze aan toe zijn. Tegelijkertijd is het schrijnend dat mensen zo lang moeten wachten. Kan de staatssecretaris toelichten welke concrete maatregelen er genomen worden om, ondanks de nieuwe einddatum van 2032, het tempo van schadeafhandeling daadwerkelijk te verhogen, zodat bewoners niet nog langer hoeven te wachten? Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat de uitvoeringsorganisaties hier ook aan bijdragen? Wij zijn benieuwd naar het antwoord op die vragen. Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank voor uw inbreng.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ik heb de VVD nog niet gehoord over de machtspositie van Shell en Exxon. Daarom heb ik de volgende vraag. Zij hebben het lef om nu te gaan procederen tegen de Staat, omdat ze niet volledig verantwoordelijk willen zijn voor de schade. Dat kunnen ze ook op een goede manier doen door de ISDS-arbitrage. Dat is een clausule waardoor een rechtszaak plaatsvindt buiten het zicht van burgers, van de democratie. De VVD is altijd een groot voorstander van ISDS geweest en heeft heel veel verdragen goedgekeurd. Zou nu het moment kunnen zijn om wat aan die machtspositie te doen en te zeggen: we moeten af van ISDS? Hoe kijkt de VVD daarnaar?

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Ik heb in mijn betoog volgens mij aangegeven dat ik het betreurenswaardig vind hoe deze partijen zich opstellen, maar dat wij ons er op dit moment niet over uitspreken, omdat het bij het scheidsgerecht ligt.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Het gaat mij niet per se om deze specifieke zaak, hoewel die ernstig is. Het gaat mij meer om het concept van ISDS, dat we dus accepteren dat bedrijven procederen tegen de Staat en die machtspositie hebben via een arbitragesysteem dat buiten ons eigen rechtssysteem is opgetuigd. Je ziet dat daardoor de machtspositie van deze bedrijven versterkt is. Mijn vraag aan de VVD is: moeten we dat systeem niet een keer herzien, ook om aan dit soort praktijken een einde te maken?

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Dat is een vraag die buiten mijn kennisniveau ligt. Ik wil mij daar heel graag verder in verdiepen en daar zo nodig op een later moment met mevrouw Teunissen over in gesprek gaan. Voor zover ik weet, is de manier waarop deze zaak wordt afgewikkeld in onderling overleg overeengekomen. We wachten daarom de uitkomst daarvan af.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Er zijn in dit debat vandaag volgens mij een aantal prangende punten. Dat betreft ten eerste de gaswinning uit de kleine velden in Groningen. Daar hadden we net een pijnlijk debat over, maar ik ken het standpunt van de VVD al. Mijn vraag aan de VVD gaat over het andere prangende punt, namelijk het rapport-Van Geel. Om ervoor te zorgen dat alle Groningers een schadevrij, veilig en verduurzaamd huis krijgen, conform het advies van het rapport-Van Geel, moet er ook boter bij de vis geleverd worden en moet er aanvullend budget beschikbaar worden gesteld. Kan ik de VVD daar deze periode in vinden?

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Ik denk dat het de heer Bushoff niet zal verbazen dat hij ons in dezen niet aan zijn zijde vindt. Ik wil dat ook graag toelichten. Wij zijn er op dit moment van overtuigd dat gebrek aan geld niet het probleem is. Ik heb u letterlijk horen zeggen: er ligt nog 421 miljoen op de plank. Geldgebrek is het probleem dus niet. Het gebrek zit in de uitvoeringscapaciteit en in de snelheid waarmee dingen kunnen worden gerealiseerd. Volgens mij delen wij met elkaar dat de bureaucratie moet worden opgelost. Het voorstel van de VVD is: leg meer mandaat op het niveau van de lokale uitvoering. Daardoor kun je schade sneller en efficiënter afwikkelen. Daar is op dit moment niet meer geld voor nodig.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Dan ga ik hier nog één vraag aan wijden. "Geld is niet het probleem", wordt er gezegd. Als het gaat om het uitvoeren van het rapport-Van Geel, is geld wel degelijk een vraagstuk. Of de VVD zegt "wij omarmen het rapport-Van Geel niet" — dat kan een opvatting zijn, en dat zou ik, zeker na een enquêtecommissie, enorm betreuren; ik zou het ook wel nieuwswaardig vinden als de VVD nu al afstapt van het advies van Van Geel — of men zegt: wij zijn uiteindelijk bereid om boter bij de vis te leveren en het budget bij te passen, op welke manier en op welke termijn dan ook.

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Wij omarmen dat de bureaucratie moet worden opgelost en dat mensen daadwerkelijk moeten worden geholpen. Wij zien op dit moment niet dat daar meer geld voor nodig is.

De voorzitter:

Nogmaals dank voor uw inbreng. We gaan nu luisteren naar de heer Clemminck. Hij voert het woord namens JA21. Gaat uw gang.

De heer Clemminck (JA21):

Voorzitter, dank u wel. Dit is zo'n beetje mijn 30ste dag als Kamerlid en het is de eerste keer dat ik in deze plenaire zaal het woord mag voeren. De traditie geeft mij de mogelijkheid om hier een maidenspeech te houden, maar dat ga ik vandaag niet doen. Volgens mij gaat het vandaag niet om mij, maar om de Groningers. Ik zou mijn collega's hier in de Kamer ook de gelegenheid willen geven om mij vragen te stellen, in het besef dat mijn partij op dit dossier een standpunt inneemt dat binnen de Kamer bijzonder is, zal ik maar zeggen. Desalniettemin hoop ik bij een volgende gelegenheid mijn maidenspeech te mogen houden, met uw goedkeuring.

Voorzitter. In de nacht van 13 op 14 november vond er een zware aardbeving plaats in Zeerijp. Ik ben sindsdien afwisselend in contact geweest met mensen in de regio, onder andere met de burgemeester van de gemeente Eemsdelta. Het is mij duidelijk geworden dat er veel impact is bij de gemeenschap in Eemsdelta. Er zijn ruim 4.000 schademeldingen en 70 acute onveilige situaties gemeld, en 12 huizen moesten worden gestut. Tegelijkertijd heb ik ook begrepen dat instanties zoals het IMG, de gemeente, maar ook veel vrijwilligers snel hebben gehandeld en opgeschaald in reactie op de aardbeving. Ik wil vanuit hier ook mijn waardering uitspreken voor al de inzet daar ter plekke. Ik vraag de staatssecretaris of hij een beeld kan schetsen van hoe het die nacht is gegaan. Welke opvolging heeft dat gehad? Wat is goed gegaan en wat kan in de toekomst wellicht beter?

Voorzitter. Het is ook duidelijk geworden dat bij nul gaswinning Groningen nog decennialang te maken kan hebben met aardbevingen zoals deze in Zeerijp. Dat heeft het kabinet eerder ook aangegeven. De ondergrond is simpelweg onstabiel geworden. Ik vraag mij dan ook af wat nu eigenlijk de boodschap aan de mensen in Groningen is. "Het is niet anders en u moet maar accepteren dat er in de komende decennia nog aardbevingen kunnen plaatsvinden"? "Zit het maar uit"? Ik vind dat onbegrijpelijk en onacceptabel, zeker omdat wij ook de plicht hebben om te kijken wat er wel kan worden gedaan om aardbevingen in Groningen te voorkomen.

Dan wil ik wijzen — ik vraag graag een reactie van het kabinet hierop — op onafhankelijke wetenschappelijke instituten als TNO en andere wetenschappers die zeggen dat er wel degelijk een route is om de ondergrond stabieler te krijgen, bijvoorbeeld door de injectie van stikstof. Ik verwijs bijvoorbeeld naar een rapport uit 2003, maar ook veel recenter van TNO uit 2024. Ik denk dat wij met elkaar ook de plicht hebben om te kijken wat er wél kan om aardbevingen te voorkomen. Ik snap eigenlijk niet waarom dit dan niet als optie wordt meegenomen. En ja, dan is er toegang tot de gasputten nodig. Het afsluiten van de gasputten kan weleens betekenen dat de sleutel om aardbevingen in Groningen te voorkomen, ook wordt weggegooid.

Voorzitter. Ik vraag me af waarom deze Kamer en dit kabinet niet willen doen wat wellicht kan. Volgens mij zijn ratio en nuchterheid nodig in dit debat, dat de afgelopen tijd veel kenmerken heeft van emopopulisme: vol op de emotie, geen kennis willen nemen van wetenschappelijke feiten en onderzoeken, en andere volksvertegenwoordigers wegzetten als gevaarlijk.

De voorzitter:

Dit is uw laatste interruptie, mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ik wil eigenlijk niet te veel energie besteden aan het "kan wel"-verhaal van JA21, maar ik wil toch even wat uitspraken van een bewoner uit Groningen aanhalen om te laten zien dat de gaskraan gewoonweg niet weer open kan. Huizen versterken werd steeds duurder door het jarenlange pompen. Het winnen zelf kost steeds meer geld en moeite naarmate het veld leeg raakt. Een grote Kamermeerderheid is tegen de gaswinning en de NAM wilde niet langer verantwoordelijk zijn voor de veiligheid. Je hebt dus een financieel, technisch, politiek en aansprakelijkheidsprobleem, en JA21 negeert die hele complexiteit. Het kan dus niet.

De heer Clemminck (JA21):

Dan wil ik echt wijzen op wat wetenschappers ons meegeven. Ik vind dat wij de plicht hebben om op z'n minst de route te bekijken die laat zien wat het kan betekenen voor de veiligheid van Groningen. Ik had het hierbij over de toediening van stikstof aan de ondergrond.

Voorzitter. Ik had het over het emopopulisme dat dit debat al een tijdje gegijzeld houdt. Het lijkt me goed om de ratio en de nuchterheid terug te brengen in dit debat. Ik kan niet accepteren dat routes die mogelijk tot veiligheid leiden, gewoon niet worden bewandeld. En waarom niet? Omdat een groot deel van de Kamer zich heeft vastgeklonken aan haar eigen gelijk.

De heer Vermeer (BBB):

Het is mij opgevallen — ik heb in ieder geval die indruk, maar misschien kan de heer Clemminck dat bevestigen of ontkennen — dat JA21 de laatste weken praat over de route naar mogelijk veilig gas winnen, terwijl de discussie begon doordat ze zeiden: wij gaan daar gewoon gas winnen. In de verkiezingscampagne werd gezegd: we gaan gewoon de putten in Groningen opendoen. Ik wil graag een reflectie daarop van de heer Clemminck.

De heer Clemminck (JA21):

Ik ben bang dat de heer Vermeer dan toch niet zo goed heeft opgelet in de campagnetijd. Wij zijn altijd heel erg duidelijk geweest: ja, wij zijn voor gaswinning in de toekomst, ook in Groningen, maar alleen met de harde voorwaarde dat de herstel- en versterkingsoperatie is afgerond.

De heer Vermeer (BBB):

De uitspraak dat we gas kunnen en moeten winnen in Groningen is dus niet juist, want JA21 zegt nog steeds: we gaan dat alleen doen als het veilig kan en als alles uitgezocht is.

De heer Clemminck (JA21):

Wij hebben nooit iets anders beweerd, meneer Vermeer.

De voorzitter:

De heer Bushoff wacht nog even met zijn volgende interruptie. De heer Clemminck vervolgt zijn betoog.

De heer Clemminck (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Ratio en nuchterheid moeten terugkeren in dit debat, tegen het emopopulisme van de afgelopen jaren. En ja, misschien nog even doorgaand op de interruptie van de heer Vermeer, we hebben altijd gezegd dat gaswinning nodig is voor de toekomst, maar alleen als de herstel- en versterkingsoperatie goed is afgerond. Er zijn de afgelopen jaren honderden moties ingediend in deze Kamer en we hebben bijna alle moties daartoe gesteund. Dat zullen we ook blijven doen waar dat kan en nodig is.

Voorzitter. Ik ga naar mijn laatste stuk. Lijdzaam toezien hoe de aardbevingen nog decennialang kunnen plaatsvinden is voor JA21 onacceptabel. We zijn immers het land van ingenieurs en knappe koppen, van afsluitdijken en de Deltawerken, en misschien wel van tien nieuwe steden. Het aantal en de impact van toekomstige bevingen in Groningen en Noord-Drenthe sterk verminderen: tegen mijn collega's in de Kamer en tegen het kabinet wil ik zeggen dat het wél kan.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank voor uw inbreng.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Ik heb getwijfeld of ik niet gewoon zou blijven zitten. De reden dat ik toch naar voren loop om iets te zeggen van het betoog van JA21 is eigenlijk tweeledig. In de eerste plaats wordt er een pleidooi gehouden voor veiligheid voor Groningers en voor het voorkómen van aardbevingen. De beste route daarvoor is het definitief stoppen met alle gaswinning. Dat is één. In dat debat wilde ik niet nog een keer terugvallen. Mij raakte wel iets wat ik bijna gênant vind en waar ik een reflectie op wil. Er wordt gezegd dat er in deze Kamer emopopulisme is. Deze Kamer wordt verweten dat ze opkomt voor de belangen van Groningers. Als er één pijnlijke conclusie is die deze Kamer had moeten trekken na het rapport van de enquêtecommissie, dan was het dat deze Kamer te weinig heeft gedaan voor Groningers. Hoe kun je dan als JA21, als volksvertegenwoordiger, als Kamerlid de Kamer nota bene gaan verwijten dat zij te veel zou zijn opgekomen voor Groningers? Dan heb je het absoluut niet begrepen.

De heer Clemminck (JA21):

Te veel opkomen is niet het probleem, maar wel de manier waarop dat gebeurt. Dat noem ik emopopulisme: vol op de emotie spelen, onderzoeken van wetenschappelijke instituten niet serieus willen nemen, politieke tegenstanders in dit huis wegzetten als gevaarlijk of als niet empathisch ten opzichte van de mensen in Groningen. Dat noem ik toch echt populisme. Daarom zeg ik ook echt: terug naar de ratio en terug naar de nuchterheid in dit debat.

De heer Köse (D66):

We gaan niet meedoen aan het kinderachtige gedoe, dat we de afgelopen jaren genoeg gehad hebben, over emopopulisme. Ik ga daar niet eens op in. Ik wil wel even de volgende vraag stellen. De heer Clemminck had het net zelf over het vasthouden aan het eigen gelijk. De heer Clemminck hoort zelf bij een of twee partijen die als enige echt proberen vast te houden aan hun gelijk, het gelijk dat ze denken te hebben. Ik wil graag een reflectie horen op de duidelijkheid die hij zelf denkt te hebben. Denkt u nu echt dat u met honderd procent zekerheid kunt zeggen dat, als wij doorgaan met boren, er niks meer zal gebeuren in Groningen? Weet u zeker dat u niet speelt met de veiligheid van alle Groningers die nu gewoon in onzekerheid naar dit geluid zitten te luisteren? Daar ben ik heel benieuwd naar.

De heer Clemminck (JA21):

Nee. Ik heb gezegd dat we eerst de herstel- en versterkingsoperatie op een goede manier moeten afronden. Als JA21 hebben wij voorstellen daartoe ook altijd gesteund en die zullen we blijven steunen. Op het moment dat dat is afgerond komen we in een andere situatie. Dan gaan we kijken hoe je wellicht in de toekomst op een veilige en acceptabele manier in Groningen kunt boren. Ik zag ook de prognoses vanuit het kabinet. Die betekenen dat wij de komende jaren niet eens aan die andere vraag toekomen. Door de traagheid en bureaucratie in de herstel- en versteloperatie zullen wij nu in deze periode volgens mij vooral daar de aandacht voor nodig hebben.

De heer Köse (D66):

Ik denk dat we het erover eens zijn dat we een lange weg te gaan hebben, juist door de problematiek die wij nu proberen te voorkomen. U lijkt daar weer naar terug te willen gaan door gewoon door te gaan met die gekkigheid. Ik ben wel benieuwd hoe u dat voor zich ziet, vraag ik via de voorzitter. We gaan dus eerst alle problematiek herstellen en vervolgens gaan we kijken of nog een keer dezelfde problemen kunnen veroorzaken, of verwachten we dat de rapporten in één keer wat anders gaan zeggen? Ik kan er met mijn hoofd niet bij dat u denkt dat we in dit hele verhaal een poging moeten wagen, dat we dat risico moeten nemen.

De heer Clemminck (JA21):

Nee, we nemen geen enkel risico dat niet verantwoord is. Nogmaals, wij zeggen dat we alles zullen doen wat nu nodig is. Het zal ook in deze Kamer de komende jaren echt al onze tijd en focus vragen om tot een goede herstel- en versterkingsoperatie in Groningen te komen. Dat is keihard nodig. Waar u met voorstellen komt, waar voorstellen nodig zijn, daar zullen wij zeker serieus gaan bekijken wat we daarvoor kunnen doen. Ik geef tegelijkertijd aan dat, op het moment dat dat is afgerond, we ook moeten gaan kijken of er in de toekomst ook in Groningen wellicht op een veilige en acceptabele manier weer geboord kan worden.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Ik schrik toch van dit maakbaarheidsdenken, alsof mensen geen gevoel en geen herinnering hebben en alsof ze in de afgelopen jaren geen stress doormaakten. Ik spreek jongeren in Groningen. We zien de documentaires die gemaakt zijn over de generatie die heeft moeten wachten, die stress kent en van wie de ouders voortdurend in onzekerheid hebben gezeten. De parlementaire enquêtecommissie heeft het allemaal beschreven. Dan is het niet alleen een cijfermatige werkelijkheid. Dan is het niet zo dat je alleen huizen versterkt en dan weer verder kan gaan. Dan is er meer gebeurd. Voelt JA21 die verantwoordelijkheid ook?

De heer Clemminck (JA21):

Ja, die verantwoordelijkheid is onderdeel van deze Kamer, maar het is niet onze verantwoordelijkheid dat die puinhopen ontstaan zijn, want dat is echt niet aan ons te wijten. Het waren andere partijen op dat moment.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Nou wordt ie mooi! Volgens mij heeft heel Nederland geprofiteerd van de gaswinning, ook op het moment dat we nog niet wisten wat de gevolgen zouden zijn voor de bodem en voor de bevingen. Vervolgens heeft de parlementaire enquêtecommissie keurig en heel gedetailleerd beschreven hoe dat tot stand is gekomen. Het is JA21 die er nu voor pleit om op termijn weer gas te gaan winnen. Misschien is er een enkele andere partij die dat doet, maar meer zijn er niet. Maar we weten wat er in de afgelopen jaren gebeurd is. Dan kan u dat op ieder ander zijn bordje gaan schuiven, maar het is wel waar de Groningers mee te maken hebben. Ondanks die situatie zorgt JA21 ervoor dat het de Groningers weer boven het hoofd hangt dat er op enig moment weer gaswinning gaat plaatsvinden. Ik vraag u: hoe houdt u niet alleen rekening met de zichtbare scheuren maar juist ook met de mentale gevolgen? Denk aan stress en aan jongeren die hun jaren hebben zien vergaan omdat het thuis niet goed ging door de spanning om alles wat er gebeurd is. Als je dan aankondigt dat we op termijn weer gaan boren, doet dat veel met mensen. Hoe weegt JA21 dat? Gaat u geregeld in gesprek? Ga een keer met mee, zou ik zeggen.

De heer Clemminck (JA21):

Ik ga niet herhalen wat ik eerder heb gezegd, maar op dat laatste punt zeg ik: jazeker. Medio januari ga ik uitgebreid op bezoek om dat gesprek aan te gaan. Ik ben er dus echt niet doof voor. Ik ben ook niet onempathisch ten opzichte van wat daar plaatsvindt. Ik ben best wel geschrokken als ik de verhalen van de afgelopen weken hoor, ook uit de lokale media. Dat kunt u mij dus niet verwijten. Ik zag u vanochtend bij WNL over mijn partij zeggen dat wij onbeschaafd en onbeschaamd zijn. Hier staat niet iemand die onbeschaamd of onbeschaafd is, mevrouw Bikker. Hier staat iemand — die positie heeft mijn partij ook eerder ingenomen — die volledig staat voor de herstel- en versterkingsoperatie die nodig is in Groningen. Hier staat iemand die ook constateert dat de overheid Groningen in de steek heeft gelaten, eigenlijk al sinds de jaren negentig. Dat kunt u mij en mijn partij overigens niet verwijten; dat waren anderen.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Het gaat mij erom dat JA21 opnieuw voorstelt om op enig moment weer gas te gaan winnen, terwijl we nu de grote ellende in Groningen zien. Groningers geven zelf aan dat het de stress vergroot dat dit hun boven het hoofd hangt. Er was weer een beving. Dat zal ook nog een poos duren, zelfs nu de gaswinning in het Groningenveld gestopt is. Ik vind het dan bestuurlijk onverantwoord — die woorden zijn helemaal voor mijn rekening — om weer te zeggen: we gaan daar op enig moment weer boren. Wat doe je mensen dan aan? Daar bevraag ik de collega van JA21 op. Ik vind het onbeschaamd. Dat is voor mijn rekening; dat geef ik helemaal toe. Maar dat zijn wel onmiddellijk de gevolgen die ik voel wanneer ik in Groningen ben. Die spiegel hou ik u toch voor. Wij, 150 zetels, hebben samen een verantwoordelijkheid. We hebben te doen met ons verleden; dat geldt op alle fronten. Voor elke bladzijde in Nederland die niet wit is omdat er iets is gebeurd, heeft deze Kamer net zo goed met elkaar te zoeken naar hoe we oplossingen dichterbij brengen. Door dit voor te stellen, breng je oplossingen juist verder weg.

De heer Clemminck (JA21):

Ik zou toch aan mevrouw Bikker willen vragen om met mij te bekijken wat we de komende jaren kunnen doen om de herstel- en versterkingsoperatie voor Groningen tot een succes te maken, de bureaucratie weg te halen en weer langzaam te werken aan vertrouwen. Maar u kunt mijn politieke partij niet verwijten dat wij vooruitkijken en een visie hebben voor de verdere toekomst. Ik heb al gezegd dat de keiharde garantie is: eerst de herstel- en versterkingsoperatie goed afronden voordat we überhaupt bij dat andere moment komen. Ik zou veel liever de komende jaren met mevrouw Bikker samenwerken om dat eerste te doen. Dan hebben wij een andere politieke visie voor de toekomst daarna, maar volgens mij hoort dat bij een parlementaire democratie, mevrouw Bikker.

De heer Vermeer (BBB):

Ik wil toch nog even doorgaan op mijn vorige interrupties. Hoe snel denkt de heer Clemminck dat het schadeherstel en de versterking uitgevoerd kunnen worden en er ook nog het een en ander uitgezocht kan worden met betrekking tot de technologische voorstellen die hij doet? Die voorstellen zijn op basis van wetenschappelijke rapporten, maar zijn nog niet praktisch toegepast in de genoemde velden. Hoeveel jaar denkt de heer Clemminck daarvoor nodig te hebben? Denkt hij echt dat het in de komende vier jaar kan?

De heer Clemminck (JA21):

Dat zijn goede vragen van de heer Vermeer! Ik zou zeggen: stel die vooral aan uw eigen staatssecretaris en minister. Die vraag heb ik ook gesteld. Volgens mij kunnen we twee dingen tegelijk doen. Volgens mij moeten we allemaal de routekaart kunnen aangrijpen die mogelijk leidt tot een stabiele ondergrond. Dat vraagt om vervolgonderzoeken, die het kabinet hopelijk gaat uitvoeren op basis van wetenschappelijke rapporten die tot ons zijn gekomen. Tegelijkertijd constateer ik ook dat de herstel- en versterkingsoperatie langer duurt. Ik zag dat de prognose op dit moment 2031-2032 is, als ik mij niet vergis. Hoe sneller, hoe beter. Nogmaals, laten we samenwerken om te kijken wat we kunnen doen om die herstel- en versterkingsoperatie sneller te kunnen uitvoeren. Maar dit was de prognose die ik het laatst van het kabinet heb gehad.

De heer Vermeer (BBB):

In de CPB-doorrekening van JA21 wordt er gewoon gezegd dat er vanaf 2030 4,5 miljard kuub extra gewonnen kan worden, terwijl we maar een half miljard uit de kleine velden halen en Groningen op de waakvlam 2,8 miljard kuub per jaar had. JA21 wil al over vier jaar een veelvoud van de waakvlamhoeveelheid op gaan pompen uit het Groningenveld. Ik kan dan niet anders constateren dan dat dit volstrekte luchtfietserij is, en dat dit ook niet overeenkomt met de manier waarop hij nu probeert de Groningse bevolking gerust te stellen, alsof JA21 echt geen doldrieste plannen heeft en dat allemaal zeer zorgvuldig wil doen. Hoe reflecteert de heer Clemminck daarop?

De heer Clemminck (JA21):

Ik moet wel even constateren dat de heer Vermeer in de campagnestand is blijven hangen. Hij verwijst naar een doorberekening van de campagnetijd. We hebben altijd gezegd: eerst de herstel- en versterkingsoperatie klaar, daarna pas weer het gesprek met de inwoners om te kijken hoe je op een veilige en acceptabele manier kunt gaan boren naar gas, ook in Groningen. De oude prognose — daarvoor moet u niet naar mij kijken, maar naar het kabinet — was dat het veel eerder klaar zou zijn dan 2032, wat die we nu horen. Er werd namelijk "2028-2030" gezegd. Daar is dat op gebaseerd. Ik constateer nu met een laatste prognose dat dat later gaat worden. 2032 wordt nu genoemd. Dat betekent dat wij niet eerder het gesprek met de Groningers kunnen starten dan 2032.

De heer Vermeer (BBB):

Die CPB-doorrekening is van oktober 2025, van dit jaar. Dat heeft helemaal niets met een campagnestand te maken. Of het moet zo zijn dat alles wat er in het JA21-verkiezingsprogramma staat, alles wat ze hebben laten doorrekenen, puur in de campagnestand was, zoals de heer Clemminck zegt, en wij daar dus nooit vragen over mogen stellen. Dan is mijn vraag: waar staat JA21 dan in vredesnaam wél voor?

De heer Clemminck (JA21):

Ik ben heel duidelijk geweest over de volgorde der dingen. Eerst herstel en versterking, daarna pas kijken hoe je op een verantwoordelijke manier kunt boren naar gas. De oude prognose van het kabinet was dat de herstel- en versterkingsoperatie in 2028 klaar zou zijn. Dat blijkt nu 2032 te zijn. In die volgorde gaan we de dingen oppakken.

De voorzitter:

Dank nogmaals voor uw inbreng en respect voor uw keuze om uw maidenspeech op een ander moment dan vandaag te doen.

Dan gaan we nu luisteren naar de heer Flach. Hij voert het woord namens de SGP-fractie. Gaat uw gang.

De heer Flach (SGP):

Voorzitter. Dank u wel. "Laat uw ja ja zijn, en uw nee nee." Deze actuele Bijbelse notie houdt ons iets wezenlijks voor over betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid. Juist aan die woorden uit Mattheüs 5, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid, hebben Groningers na jaren van schade, onzekerheid en wisselende beloften zo'n groot gebrek ervaren. De recente aardbeving bij Zeerijp, met een kracht van 3,4 een van de zwaarste in Groningen in jaren, maakt opnieuw duidelijk hoe actueel en ingrijpend dit dossier is. Voor inwoners was het niet slechts een cijfer, een getal, maar een schokkende ervaring. Huizen trilden, scheuren werden zichtbaarder en gevoelens van onveiligheid staken opnieuw de kop op. Groningen is geen afgesloten hoofdstuk, maar een voortdurende verantwoordelijkheid. Elke trilling onderstreept hoe belangrijk het is dat de hersteloperatie betrouwbaar, snel en efficiënt blijft functioneren.

De SGP benadrukt dat de hersteloperatie voor Groningen onder geen beding vertraging mag oplopen, niet door juridische procedures, niet door bestuurlijke onduidelijkheid en niet door interne organisatorische problemen. Voor getroffen inwoners telt maar één ding: dat schade wordt hersteld, woningen worden versterkt en perspectief wordt geboden. De staatssecretaris heeft aangegeven dat schadeafhandeling en versterking doorgaan, los van lopende juridische trajecten. Dat is noodzakelijk, maar na de recente beving is het vertrouwen zó kwetsbaar dat bewoners behoefte hebben aan meer dan woorden alleen. Zij willen de zekerheid dat besluiten blijven staan en dat tempo wordt gehouden, juist als de druk toeneemt. Daarom heb ik de volgende vragen aan de staatssecretaris. Wat betekent de recente aardbeving concreet voor de afhandeling van lopende en afgeronde herstel- en versterkingsprojecten? Kan hij garanderen dat eerder genomen besluiten niet opnieuw ter discussie worden gesteld of vertraging oplopen? Hoe wordt voorkomen dat bewoners vastlopen door een toestroom van nieuwe schademeldingen, extra beoordelingen en capaciteitsproblemen bij uitvoerende organisaties?

Voorzitter. Al langere tijd bereiken ons signalen over hoge overheadkosten, complexe uitvoeringsstructuren en een veelheid aan betrokken organisaties bij de hersteloperatie. Elke euro die blijft hangen in bestuurlijke drukte of arbitragezaken kan maar één keer worden uitgegeven en komt dus niet terecht bij het daadwerkelijke herstel van woningen. De SGP vindt dat hier scherpere keuzes nodig zijn. Bewoners verwachten geen perfect systeem, maar wel een doelmatige aanpak waarbij geld zo veel mogelijk terechtkomt waar het hoort: bij de mensen thuis of in hun huis. Welke concrete stappen zet de staatssecretaris om overhead- en uitvoeringskosten binnen de hersteloperatie terug te dringen? Kijkt hij daarbij kritisch naar de overlap en versnippering tussen verschillende instanties? Kan hij inzicht geven in de verhouding tussen directe uitgaven aan schadeherstel en versterking enerzijds en uitvoeringskosten en organisatiekosten anderzijds, en hierbij ook de arbitragekosten meenemen?

Zekerheid voor Groningers betekent ook financiële rechtvaardigheid. Partijen die decennialang hebben geprofiteerd van de gaswinning, dragen verantwoordelijkheid voor de gevolgen daarvan. Over die verantwoordelijkheid zijn duidelijke afspraken in het Akkoord op Hoofdlijnen gemaakt. Bedrijven die decennialang verdiend hebben aan de gaswinning, mogen zich niet aan deze afspraken onttrekken. Wat de SGP betreft zet de Staat alles op alles om de kosten te verhalen en de beloften waar te maken. Tegelijkertijd mag onzekerheid over kostenverdeling nooit leiden tot vertraging voor bewoners. De Staat moet leveren richting Groningen en pal blijven staan voor gemaakte afspraken met de partners in het gasgebouw. Kan de minister bevestigen dat alle gemaakte afspraken over de financiering van schadeherstel en versterking onverminderd van kracht zijn? Welke financiële risico's loopt de Staat op dit moment door de lopende zaken, in het bijzonder de buitenlandse arbitrage en procedures met de NAM, Shell en ExxonMobil? Wat betekent dit concreet voor beschikbare middelen voor schadeherstel en versterking? Welke concrete waarborgen heeft de Staat om te voorkomen dat kosten uiteindelijk bij de belastingbetaler terechtkomen, zoals dat nu ook gebeurt bij het afkopen van de NAM bij Ternaard?

Voorzitter, tot slot. De recente aardbeving en het vastlopen van de onderhandelingen over schadeherstel herinneren ons eraan hoe kwetsbaar het vertrouwen is. Groningers verkeren opnieuw in onzekerheid en zien opnieuw een overheid die naar buiten toe belooft maar intern geen grip lijkt te hebben. Voor de SGP staat voorop dat bewoners niet de prijs mogen betalen voor complexiteit, traagheid of bestuurlijke drukte. Laat dit debat bijdragen aan zekerheid, niet door het maken van nieuwe beloften maar door het nakomen van bestaande beloften.

De voorzitter:

Hartelijk dank voor uw inbreng. Dan gaan we tot slot in de eerste termijn van de Kamer luisteren naar de heer Vermeer. Hij voert het woord namens de BBB-fractie. Gaat uw gang.

De heer Vermeer (BBB):

Dank u wel, voorzitter. De recente beving bij Zeerijp gaat BBB zeer aan het hart. Vele collega's hier refereerden daar ook al aan. Inwoners van Zeerijp en omgeving voelden de beving als een harde knal. Spullen vielen om, mensen schrokken wakker, maar de beving heeft niet alleen veel fysieke schade aangebracht. De beving is een nieuw hoofdstuk in de open wond van onze ereschuld aan de Groningers en de Noord-Drenten. We moeten het leed dat Groningers en Noord-Drenten is aangedaan erkennen en daarnaar handelen. BBB vindt dat de mensen in Groningen en Noord-Drenthe moeten kunnen vertrouwen op een overheid die doet wat zij zegt en zegt wat zij doet, een overheid die veiligheid biedt, helder communiceert en herstel niet laat verzanden in bureaucratie.

BBB blijft het bizar vinden dat er tot op de dag vandaag partijen zijn die de gaswinning in het Groningenveld willen hervatten. De eurotekens staan schaamteloos in de ogen. Was het maar zo simpel, zou ik tegen die partijen zeggen. Was het maar zo simpel dat als we alle Groningers een zak geld geven, het dan weer goed zit. Was het maar zo simpel dat we miljarden voor het oprapen hebben liggen zonder gevolgen. Was het maar zo simpel dat het verder boren naar gas veilig kon. Diezelfde eurotekens blonken in de ogen van de overheid toen we de Groningers en Noord-Drenten dit leed hebben aangedaan. BBB hoopt dat deze partijen dat echt eens in overweging gaan nemen en alleen al stoppen met het elke keer weer als een optie neerleggen zonder dat ze daar keihard van kunnen zeggen dat dat op een veilige manier kan.

In een brief aan de Kamer liet het kabinet trouwens weten dat de gesprekken tussen de Staat en de aandeelhouders van de NAM over de herstelbetalingen voor de gaswinning zijn gestaakt. Aan de brief van de regering houdt BBB een dubbel gevoel over. Aan de ene kant geeft de minister aan dat de gesprekken gestaakt zijn, omdat het kabinet demissionair is. Aan de andere blijkt uit de brief dat de NAM nog 550 miljoen euro verschuldigd is. Daarom is onze vraag: zijn de gesprekken niet gewoon gestaakt omdat de aandeelhouders van de NAM, Shell en ExxonMobil, niet bereid zijn die 550 miljoen te betalen? Ik heb ook weleens ook gehoord dat het idee leefde om met de NAM te komen tot een soort einddeal, zodat alles voor de hele toekomst afgekaart zou worden. Leeft dat idee nog steeds of is dat inmiddels definitief van de baan? Ik zou eigenlijk dat laatste hopen, want ik zie er de voordelen nog niet van in.

Voorzitter. In de brief wordt ook gezegd dat bewoners nooit geraakt mogen worden door de onzekerheid van de gesprekken met de NAM. Dat staat voor BBB dan ook als een paal boven water. Het is voor de Groningers en Noord-Drenten ontzettend wrang dat de NAM jarenlang vooraan stond om de grond leeg te pompen, maar nu voor herstel niet thuis geeft. Daarom heb ik de volgende vraag. Kan de staatssecretaris de intentie uitspreken dat geen enkele uitspraak of vertraging in deze arbitrage gevolgen zal hebben voor de versterking?

Voorzitter. Ik wil ook graag weten of Shell en ExxonMobil nog een rol spelen in de export van gas naar Duitsland. Zo ja, welke rol is dat? Wat is de einddatum van de contracten op dat gebied? Of zijn die voor onbeperkte of onbepaalde tijd? Wij hebben hier eerder al eens een discussie gehad over de details van die contracten. Helaas hebben we die nog steeds niet boven water. Dat ligt ingewikkeld, begrijp ik, maar die discussie zal toch wel weer eens gestart moeten worden.

Voorzitter. BBB is blij met het harde werk van het kabinet op dit dossier, maar we zijn er nog niet. De mensen in Groningen en Noord-Drenthe moeten kunnen rekenen op een overheid die naast hen staat. Dat is waar wij als BBB op willen inzetten.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank voor uw inbreng. U krijgt nog een interruptie van mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik vond het heel mooi wat de heer Vermeer zei, namelijk dat het herstel niet mag verzanden in bureaucratie. Dat is wel wat er nu gebeurt. We zagen bijvoorbeeld de serie Ik wacht van het Dagblad van het Noorden. Dat heeft zes jaar geleden 101 mensen geïnterviewd. Dat waren vooral de zwaarst gedupeerden. Nu, zes jaar later, wacht 70% nog steeds. Voor een heel groot deel komt dat door bureaucratie. Welk deel van de bureaucratie zouden de heer Vermeer en zijn partij willen schrappen?

De heer Vermeer (BBB):

Ik vind dat heel ingewikkeld. Ik spreek ook meer de wens uit dat het niet weer in bureaucratie mag verzanden. Bij bezoeken die we hebben gedaan, hebben we ook gezien hoe complex die projecten zijn met keuringen en alles weer nakijken, en mensen die daar dan weer bezwaar tegen moeten indienen. Het zijn gewoon meer dan 500.000 meldingen. Daar moeten we onze ogen niet voor sluiten. Dat zijn er ontzettend veel. Het is dus meer een soort oproep: mensen, kijk gewoon hoe je snel zaken kunt afhandelen en ga niet met €10.000 aan uitvoeringskosten proberen om €3.000 aan schadebetaling te voorkomen. Het gaat om dat soort acties. Ik kan niet maar zo één specifiek onderdeel aangeven waarop die bureaucratie zou moeten stoppen. Als ik dat kon, zou ik dat hier gedaan hebben.

De voorzitter:

Mevrouw Beckerman, dit is uw laatste.

Mevrouw Beckerman (SP):

Maar die voorbeelden zijn er wel en die zijn heel duidelijk. We hebben het voorbeeld genoemd van duurzaam herstel, waarbij iemand van 95 jaar oud twee jaar wachtte op het rapport — het ging dus niet eens om wachten op de uitvoering, hè? — omdat er continu heen en weer werd verwezen tussen twee instanties. We zien het bij daadwerkelijk herstel. Die werd aangekondigd als de regeling zonder bureaucratie, maar er komt nu een tweede inspectie voor al die woningen die al jaren wachten. Wat vindt de heer Vermeer van het voorstel dat ik samen met de heer Bushoff van GroenLinks-PvdA al de hele tijd doe, om echt iedereen het recht te geven op een schadevrije, veilige en verduurzaamde woning? Op die manier kun je ook heel veel bureaucratie schrappen én hebben mensen de zekerheid dat dat hun recht is. Want dat zeggen gedupeerden ook: ik had liever de opdracht gekregen om naar de Zuidpool te lopen en terug, want dan weet je ten minste waar het einde is — en dat weet je nu niet.

De heer Vermeer (BBB):

Ik vind dat voorstel heel mooi klinken, maar ook hier lost het volgens mij weer niet direct iets op. De Nationale ombudsman heeft in zijn rapport Beloftes maken schuld ook heel duidelijk aangegeven dat we moeten oppassen net te doen alsof we door zo'n motie of door zo'n voorstel in één keer al die problemen kunnen oplossen. Je kunt wel zeggen: het moet gewoon opgelost worden. Ja, dat is wat iedereen wil, maar veel belangrijker is het dat we niet steeds regels gaan veranderen, zodat zo veel mogelijk projecten in die pijplijn nu eens uitgevoerd kunnen worden. Dit is net als bij heel veel andere zaken die afgehandeld moet worden, zoals bij de toeslagen, ook een uitvoeringskwestie. Hoe meer wij daarin gaan rommelen, hoe groter die doorlooptijd weer gaat worden. Dus als mevrouw Beckerman mij zwart-op-wit kan laten zien wat die concrete maatregel is en hoe die precies alles in één keer zou oplossen, wat dat zou kosten en zou opbrengen, dan sta ik er zeker voor open om dat te steunen, maar ik vind het te abstract.

De voorzitter:

Mevrouw Beckerman, u heeft geen interruptie meer. U kunt daar misschien in tweede termijn op terugkomen. Dank aan de heer Vermeer voor zijn inbreng.

We zijn gekomen aan het einde van de eerste termijn. De bewindslieden hebben gevraagd om een halfuur te schorsen, dus we gaan door om 15.40 uur. Ik kondig even aan, zoals ik ook aan het begin had gezegd, dat we waarschijnlijk even moeten onderbreken voor een tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken. Het kan zijn dat ik de knip leg tussen de beantwoording in eerste termijn van de minister en die van de staatssecretaris, maar dat hangt ook af van het tijdsverloop. Daar krijgt u dus nog nadere mededelingen over na de schorsing. We gaan om 15.40 uur verder.

De vergadering wordt van 15.10 uur tot 15.40 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het debat over de onderhandelingen van de NAM-aandeelhouders met de Staat over de kosten van de Groningse hersteloperatie en over de recente aardbeving in Zeerijp. Ik had gezegd dat we tussendoor ook nog een tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken moeten inplannen. De staatssecretaris gaat beginnen. Hopelijk is hij voor 16.30 uur klaar. Als hij nog niet klaar is, ga ik om 16.30 uur toch even schorsen, want we kunnen dat niet later op de dag doen. Na de staatssecretaris zal de minister haar beantwoording doen. We maken het debat ook gewoon af vandaag, voor alle duidelijkheid.

Dan geef ik als eerste het woord aan de staatssecretaris voor zijn eerste termijn.

Staatssecretaris Van Marum:

Dank, voorzitter. We spreken vandaag met elkaar over het stoppen van de gesprekken met Shell en Exxon en over de aardbeving in Zeerijp. Met die beving van 14 november hebben we opnieuw gezien hoe kwetsbaar het gebied is. Ondanks het stoppen van de gaswinning wisten we dat dit toch nog kon gebeuren. Gelukkig is het aantal zware bevingen wel afgenomen. Het was geen verrassing dat er weer een keer een zware beving kwam, en toch kwam die klap hard aan. Ik ben die dag in Zeerijp geweest om met bewoners te spreken. Mensen vroegen zich opnieuw af: "Is mijn huis wel veilig? Moet ik weer schade melden?" Het raakt mensen en het raakt ook mij.

Nog steeds zijn er mensen die zeggen: er zit nog zo veel gas in de bodem; het is veel geld waard, dus gooi het Groningenveld maar weer open. Ook in dit debat is het weer voorgesteld, door de heer Clemminck. Het maakt mensen angstig en woest. De overheid heeft beloofd het Groningenveld te sluiten en dat staat ook in de wet. Ik sta er nu bewust even bij stil. Woorden doen ertoe. Elke keer de discussie heropenen knaagt aan mensen. Daarom zeg ik heel duidelijk: het Groningenveld mag nooit meer opengaan. Groningers zijn geen proefkonijnen. Er zijn geen veilige scenario's of alternatieven, ook niet met een injectie van stikstof of water, zeg ik tegen de heer Clemminck. De toezichthouder zegt dat ook: "Het injecteren van een alternatief gas of water kan realistisch gezien niet op korte of middellange termijn leiden tot veilige winning of de vermindering van seismiciteit." Dus laten we ook niet de suggestie wekken dat dat wel zou kunnen. Ik ben blij dat een meerderheid van u dat ook zo ziet.

De voorzitter:

Ik sta zes interrupties toe voor de hele eerste termijn van de zijde van de regering. Als eerste de heer Clemminck.

De heer Clemminck (JA21):

Ik heb een vraag aan de staatssecretaris. In Loppersum lopen op dit moment 500 gebouwen het risico op zware beschadiging bij aardbevingen. Is het geen winst als dat teruggebracht kan worden naar 200 gebouwen binnen een jaar? Is het geen winst als dat teruggebracht kan worden naar 50 gebouwen in vijf jaar?

Staatssecretaris Van Marum:

Dit zijn wat-alsvragen. Ik geef hier gewoon heel duidelijk aan dat alle voorgestelde mogelijkheden hypothetisch zijn en dat er vanuit het Staatstoezicht op de Mijnen en vanuit andere onderzoeksinstituties is gezegd dat het niet veilig kan, en dat welke vorm er ook gekozen wordt, dan wel injectie van water dan wel van gas, het niet tot verminderde seismiciteit leidt. Ik zeg het nogmaals: Groningers zijn geen proefkonijnen.

De heer Clemminck (JA21):

De staatssecretaris gaat eigenlijk niet in op het rapport van TNO. Dit zijn onafhankelijke, wetenschappelijke onderzoeken die aangeven: er is een kans, een route, om het aantal gebouwen dat risico loopt op forse schade, bijvoorbeeld bij Loppersum, binnen één jaar terug te brengen van 500 naar 200 en binnen vijf jaar naar 50. Is het niet ook onze verantwoordelijkheid om op z'n minst die route te bekijken?

Staatssecretaris Van Marum:

Nogmaals, ik ben voor elke mogelijkheid om zaken te onderzoeken en te kijken wat er allemaal mogelijk is. Maar ik ben hier ook volstrekt helder over. Dit is een traject dat al meerdere keren gelopen is; dit is een traject dat al meerdere keren benoemd is ten tijde van de winning, want dan is er inderdaad sprake van drukvereffening. Op dit moment is de situatie dat de winning van het gas gestopt is en dat het veld in rust moet komen. Daar zullen wij mogelijk nog enige decennia af en toe een keer een zware klap van hebben. Om die schade op te vangen, moeten we ons systeem op orde hebben. Maar er is geen enkele methode die ervoor zorgt dat de seismiciteit afneemt. Sterker nog, bij bijna elke methode is er een significant risico op het toenemen van de seismiciteit. Ik vind dus eigenlijk dat we deze discussie niet langer moeten voeren.

De heer Clemminck (JA21):

Ik vind het winst, hoor, dat de staatssecretaris zegt: ik ben voor elke methode die wellicht de risico's voor de mensen in Groningen kan verkleinen. Ik geloof het onmiddellijk als de staatssecretaris dat zegt. Tegelijkertijd ligt er een rapport van TNO uit 2024 dat zegt: we zouden dit verder kunnen onderzoeken, want er is een goede kans dat we het aantal aardbevingen in Groningen kunnen verkleinen en ook de impact kleiner kunnen maken. U zegt dat u voor elke optie bent die kan helpen om de Groningers veilig te houden. Waarom zegt u nu dan niet: laten we die routes uit dat TNO-rapport verder onderzoeken?

Staatssecretaris Van Marum:

Omdat ik daar heel klip-en-klaar over ben. Er is een kans, maar er is ook een kans dat er meer seismiciteit ontstaat. Ik zeg nogmaals: Groningers zijn geen proefkonijnen.

De heer Clemminck (JA21):

Dat laatste heb ik ook niet gezegd. Dat zal ik trouwens ook nooit beweren als het gaat om de Groningers. Volgens mij willen de staatssecretaris en ik beide kijken hoe we de Groningers veilig gaan krijgen. U zegt: er is een kans dat bij injectie van stikstof de activiteiten juist toenemen, zeker in de eerste fase. Dat klopt; laten we daar eerlijk over zijn. Dat is ook wat het TNO-onderzoek zegt. Tegelijkertijd zeggen de wetenschappers wel tegen ons: onderzoek het nu, want het zou best kunnen dat dat heel erg meevalt en dat we uiteindelijk in staat zijn om de ondergrond stabieler te krijgen, waardoor we de Groningers veilig krijgen. Dat is een aannemelijke route. Het is geen nieuw rapport; het is een herhaling van een aantal eerdere rapporten. Ik begrijp dus werkelijk waar niet waarom de staatssecretaris, als hij de veiligheid van de Groningers wil waarborgen — nogmaals, ik geloof hem als hij dat zegt — niet bereid is om hier vervolgonderzoek naar te doen.

Staatssecretaris Van Marum:

Ik zeg het nogmaals. Er is een onderzoek gepresenteerd dat laat zien dat in de eerste periode dat je daarmee aan de gang gaat, de seismiciteit sowieso omhooggaat. Daarna zou verminderde seismiciteit misschien een gevolg kunnen zijn. Ik herhaal daarbij nogmaals: Groningers hebben genoeg meegemaakt en Groningers zijn geen proefkonijnen. Het Groningenveld is dicht, het Groningenveld blijft dicht en wat ons betreft is daarmee de discussie gesloten.

De voorzitter:

De staatssecretaris vervolgt zijn betoog.

Staatssecretaris Van Marum:

De beving in Zeerijp laat ook zien waarom het werk in Groningen door moet gaan. De woningen die versterkt zijn, kunnen dit soort bevingen namelijk aan. Juist wanneer je al het gedoe al eens hebt meegemaakt, is het belangrijk dat de schade ook snel en ruimhartig opgelost wordt. Het IMG heeft meer dan 3.800 nieuwe schademeldingen ontvangen. Dat is een flink aantal, maar het IMG zegt ook dat het dat aankan. Er zijn in de afgelopen jaren al 275.000 schades afgehandeld.

Voorzitter. Het werk gaat dus door. Snelheid is daarbij net zo belangrijk als zorgvuldigheid. Mensen verdienen een helemaal hersteld en veilig huis waar het prettig wonen is, dus geen half werk. Daarom nemen we de verduurzamingsmaatregelen ook mee. Het kan, als de bewoners dat willen. Want het gaat ook om de toekomst van de mensen en van de regio. U kunt als nieuwe commissie de komende jaren het kabinet scherp houden op de voortgang.

Uiteindelijk zijn de mensen in Groningen en Noord-Drenthe volgens mij nu gebaat bij drie dingen. Ten eerste is dat rust: rust in de bodem door geen gas meer te winnen, rust in de uitvoering door het IMG en de NCG niet steeds hun werkwijze te laten veranderen en rust in het hoofd van de mensen doordat zij erop kunnen vertrouwen dat de overheid doet wat hun beloofd is. Dat vind ik essentieel, net als Kamerleden.

Het tweede is samenwerking. Mijn stelling is steeds geweest dat we dit als overheden samen moeten doen. Dat lukt ook steeds beter. Samen bouwen we aan brede welvaart, aan een overheid die naast mensen staat, die oplossingen vindt en die de kansen benut om vooruit te komen. We moeten ook de samenwerking blijven zoeken met de bewoners, want hun verhalen en ervaringen houden de bestuurders bij de les.

Drie: schrijnende gevallen het eerst. Het IMG en de NCG hebben de afgelopen jaren veel mensen geholpen, maar er zijn ook nog heel veel mensen die al heel lang in de ellende zitten, al jaren. Juist die zwaarst gedupeerden, en ook de mensen die zich soms niet eens meer melden, moeten gerichte aandacht krijgen. Voor hen wil ik ook extra stappen blijven zetten om zo veel mogelijk zaken vlot te trekken. Daar kunt u het kabinet ook scherp op houden.

Er ligt een stevige basis met Nij Begun. Mijn inzet is om alle 50 maatregelen zo uit te voeren dat bewoners daadwerkelijk verbetering merken. Ik ben daarom ook blij met de Agenda voor Herstel van Groningen, die we inmiddels met uw Kamer hebben gedeeld. Daarnaast werken we samen met de regio aan een sociale en economische agenda voor de toekomst van de regio. Ik blijf me ook als demissionair staatssecretaris samen met de regio onverminderd inzetten voor veiligheid, schadeherstel en vertrouwen. Ik doe dat graag samen met u, want ik geloof echt dat we samen meer bereiken.

Ik heb een vijftal blokjes in de beantwoording van de vragen. Mijn eerste is heffingen, procedures en onderhandelingen. Mevrouw Bikker vroeg: hoe taxeert de staatssecretaris de tussentijdse vonnissen? Ik ben blij dat het scheidsgerecht het standpunt van de Staat heeft gevolgd en het verzoek van Shell en Exxon met betrekking tot het opleggen van de heffingen over '24 heeft afgewezen. Het is een tussentijds vonnis in het kader van een brede arbitrage. Ik wacht het uiteindelijke totaalvonnis af. Ik kan hier niet inhoudelijk op ingaan. Voor het kabinet staat buiten kijf dat de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie in Groningen onverminderd doorgaan, koste wat kost, zolang het duurt en geheel onafhankelijk van de juridische procedures met NAM, Shell en ExxonMobil.

Dan kom ik bij de vragen van D66, SGP en BBB hoe het kabinet garandeert dat het schadeherstel en de versterking niet vertraagd worden door de juridische strijd met NAM, Shell en ExxonMobil: "Kan de staatssecretaris bevestigen dat alle gemaakte afspraken over financiering van schadeherstel en versterking onverminderd van kracht zijn? Hoe borgt het kabinet dat NAM, Shell en ExxonMobil alle kosten blijven dragen voor de schadeafhandeling en de versterking?" Voor de schadeafhandeling en de versterking geldt: koste wat het kost en voor zolang het duurt. Daar heeft het kabinet zich aan gecommitteerd. De uitvoering van de schadeafhandeling en de versterking kan dus onverminderd en onafhankelijk van deze procedures doorgaan. De regio mag niet de dupe worden van de opstelling van de NAM en de aandeelhouders. De Staat zal op grond van de Tijdelijke wet Groningen heffingen blijven opleggen aan de NAM voor de kosten van de schade en van het versterken. Als deze heffingen niet op tijd betaald worden, dan komt daar wettelijke rente bij. Als de NAM niet tijdig betaalt, kan de Staat stappen ondernemen om betaling af te dwingen. De Staat verweert zich in de juridische procedures en zet daarbij alle juridische middelen in die nodig geacht worden.

Dan de vraag waarom NAM, Shell en Exxon niet worden gehouden aan afspraken die eerder gemaakt zijn.

De voorzitter:

Een ogenblik. Er is op dit punt nog een vraag van de heer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):

De staatssecretaris zei volgens mij dat de Staat wettelijke rente kán hanteren. Als ik dat goed gehoord heb, is mijn vraag of de staatssecretaris die ook gaat doorrekenen.

Staatssecretaris Van Marum:

Dat is voor ons vanzelfsprekend, ja.

De voorzitter:

De staatssecretaris vervolgt zijn betoog.

Staatssecretaris Van Marum:

Dan ben ik bij de vraag waarom NAM, Shell en Exxon niet worden gehouden aan afspraken die eerder gemaakt zijn en of ik ook duidelijk kan maken dat de regering niet zal toestaan dat NAM, Shell en Exxon daarbij weglopen voor hun verantwoordelijkheid. De Staat, Shell en Exxon verschillen van mening over de interpretatie van de destijds gemaakte afspraken. Ondertussen zijn de omstandigheden veranderd. Het Groningenveld is bijvoorbeeld eerder gesloten dan voorzien. Destijds is afgesproken dat geschillen beslecht zouden worden door arbitrage. De Staat verweert zich in juridische procedures en zet daarbij alle juridische middelen in die hij nodig acht.

Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Beckerman en de heer Kops: wanneer komt de heffing voor de openstaande 550 miljoen en overweegt u ook hardere stappen zoals extra belasting of aanklagen? Tot nu toe is die 550 miljoen exclusief rente aan de versterkingsfacturen nog niet voldaan door de NAM. De Staat heeft daarvoor een tegenvordering ingesteld in de arbitrage, omdat het in dit geval gaat om een betaalovereenkomst die voortvloeit uit het Akkoord op Hoofdlijnen uit 2018. In die overeenkomst in het Akkoord op Hoofdlijnen staat dat bij geschillen arbitrage de manier is om die geschillen te beslechten. Helaas ben ik daaraan gebonden. De kosten van de versterking worden medio 2023 met heffingen verhaald op de NAM in plaats van met facturen. De NAM heeft verder alle heffingen voor schade en versterken tot 2023 volledig voldaan.

Dan de vraag van de PVV of de wettelijke grondslag in artikel 15 van de wet nog wel afdoende is als de NAM stelselmatig nalaat om rekeningen te betalen, of we daar iets moeten aanscherpen en of dat mogelijk is. Met de Tijdelijke wet Groningen en de Wet omissies heb ik de wettelijke grondslag zo breed mogelijk gemaakt. Ik zie op dit moment geen mogelijkheden om op basis van wettelijke aansprakelijkheid de grondslag verder te verbreden.

Het CDA vraagt welke mogelijkheden de staatssecretaris heeft om de passende zekerheden af te dwingen. De staatssecretaris is van mening dat Shell en Exxon de afspraken uit het AoH op dit punt niet zijn nagekomen. De Staat heeft daarom een voorlopige voorziening aangevraagd om af te dwingen dat Shell en ExxonMobil alsnog passende zekerheden stellen. In deze spoedprocedure wordt een scheidsrechter gevraagd om een voorlopige uitspraak te doen voor de duur van de AoH-arbitrage, omdat de Staat het uiteindelijke vonnis niet wil afwachten. Het scheidsgerecht heeft over de gevraagde voorlopige voorziening nog geen vonnis gewezen. Zodra dat vonnis verschijnt, zal ik de Kamer hierover informeren.

Dan kom ik op de vraag van het CDA welke opties de staatssecretaris ziet om ervoor te zorgen dat de NAM haar verantwoordelijkheden neemt inzake de bijdrage aan het perspectief voor de regio. De regiobijdrage vloeit voort uit een aparte betaalovereenkomst met de NAM. Die overeenkomst is een uitwerking van een afspraak uit het Akkoord op Hoofdlijnen en bevat een arbitrageafspraak inzake verschillen. Als de Staat de NAM tot betaling wil dwingen, dan kan dat niet via de lopende arbitrage, maar dan moet dat via een nieuwe arbitrage. Bewoners zullen niks merken van het geschil tussen de Staat en de NAM over de betaling van de regiobijdrage. Dat geldt ook voor de economische en sociale agenda's en voor andere initiatieven om het perspectief in Groningen en Noord-Drenthe te verbeteren.

De heer Kops en mevrouw Armut van het CDA hebben gevraagd of de demissionaire status van het kabinet een reden is om te stoppen met de gesprekken met de NAM of dat er ook inhoudelijke redenen zijn. Zij hebben verder gevraagd of de minister kan zeggen hoever de partijen uit elkaar liggen. Nou ja, dit doe ik dan ook even namens de minister. De gesprekken hebben enkel in een verkennende vorm plaatsgevonden, en toen is besloten om te stoppen met de gesprekken. Omdat niet daadwerkelijk inhoudelijk is onderhandeld, waren er tussen beide partijen nog geen inhoudelijke onoverkomelijke verschillen die aanleiding gaven om de gesprekken te staken.

De voorzitter:

Dat was uw eerste mapje?

Staatssecretaris Van Marum:

Ja, dat was het eerste mapje.

De voorzitter:

De heer Bushoff.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Toch één vraag hierover. Ik bespeur toch dat de staatssecretaris er eigenlijk best door getergd is dat Shell en Exxon hun verplichtingen tegenover Groningen niet nakomen. Het is terecht, zeg ik tegen de staatssecretaris, dat hij daardoor getergd is. Maar hoe beoordeelt deze staatssecretaris dan dat Shell en Exxon aan de ene kant de mogelijkheid wordt geboden om in Groningen nog meer geld te verdienen door verder te gaan met de gaswinning uit de kleine velden, terwijl zij aan de andere kant hun verplichtingen tegenover Groningen niet nakomen?

Staatssecretaris Van Marum:

Dit is een discussie die ik hier had verwacht. Het kabinet is gebonden aan bepaalde zaken die wij in de wet hebben vastgelegd, die wij in de overeenkomsten hebben vastgelegd en die wij in het coalitieakkoord hebben vastgelegd. Mijn collega van Klimaat en Groene Groei doet dat naar eer en geweten en ik doe dat op mijn dossier naar eer en geweten. Dat is hoe wij het samen doen.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Eigenlijk is dit dus de basis waarop nu nog steeds de hand wordt uitgestoken naar Shell en Exxon. Zo zie ik het toch wel. Zij krijgen immers de mogelijkheid om in Groningen nog meer geld te verdienen door verder te gaan met de gaswinning. Dat is gebaseerd op een coalitieakkoord van een coalitie die er niet meer is en een kabinet dat nog maar 26 zetels in deze nieuwe Kamer heeft. Dat is wel een hele smalle basis. Ik zou het kabinet dan ook in overweging willen geven om heel helder na te denken over de nieuwe meerderheden die in deze Kamer zijn ontstaan bij het bieden van mogelijkheden aan Shell en Exxon om verder te gaan met de gaswinning. Ik hoop dat het kabinet dat punt ter harte neemt en dit opnieuw overweegt, ook in het licht van de nieuwe meerderheden in de Kamer en de smalle basis die deze coalitie en het coalitieakkoord, wat daar nog van over is, nog hebben.

Staatssecretaris Van Marum:

Ik denk dat ik hier toch even op moet reageren. In dezen leidt selectief luisteren een beetje tot deze reactie. Ik heb gezegd dat meerdere zaken aanleiding zijn geweest om hier op deze manier mee verder te gaan. Dat heeft te maken met afspraken die in het verleden in contracten zijn gemaakt, met wettelijke grondslagen en, inderdaad, met afspraken die wij destijds in het coalitieakkoord hebben gemaakt. Volgens mij speelt hier een drieslag van factoren. Ik neem aan dat mijn collega hier op een later moment nog even op terug zal komen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Even doorgaande op dit punt: heeft de staatssecretaris verkend of er mogelijkheden zijn om bijvoorbeeld de vergunning van de NAM in te trekken als de NAM zich niet aan de afspraken houdt?

Staatssecretaris Van Marum:

Deze staatssecretaris is verantwoordelijk voor schadeherstel, versterking en de sociale agenda en economische agenda. Dat doet hij in goed overleg met de minister, die verantwoordelijk is voor de winning. Reken maar dat wij gewoon op alle mogelijke manieren aan het kijken zijn hoe wij de NAM, Shell en Exxon aan hun afspraken kunnen houden.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

De staatssecretaris wijst terecht op zijn verantwoordelijkheden. Dan is dit toch meer een morele vraag. Het is toch heel oneerlijk dat Shell en Exxon niet aan hun verplichtingen voldoen richting de Groningers, richting herstel, en dat ze hun geld wel uitkeren aan de aandeelhouders en niet steken in Groningen? Is het niet oneerlijk dat ze tegelijkertijd gewoon nieuwe vergunningen krijgen om gas te winnen in andere delen van Groningen en ook op de Noordzee, en dat het kabinet dat gewoon toestaat?

Staatssecretaris Van Marum:

Ik zal mij gewoon beperken tot het onderdeel waarvoor ik verantwoordelijk ben. Ik geef aan, en ik heb dat al eerder gezegd, dat ik het een zeer verwerpelijke manier van doen vind dat je, als je zo veel hebt veroorzaakt in een provincie, stopt met de middelen die nodig zijn om die provincie weer in haar kracht te zetten. Daar zijn we een arbitrage over gestart. Wij proberen die middelen alsnog te krijgen.

De voorzitter:

Uw derde interruptie, mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ja, voorzitter. Ik heb nog een andere vraag over die arbitrage. Dat was dus een van de afspraken aan het begin met de NAM: als er een geschil zou zijn, zou men het via arbitrage doen. We zien nu dat het kabinet heel veel energie moet steken in al die geschillenbeslechting. Als de staatssecretaris daarop terugblikt, erkent hij dan ook dat het eigenlijk niet zo'n handige afspraak was om dat via arbitrage te doen en dat het gewoon via een overheidsrechter geregeld had moeten worden?

Staatssecretaris Van Marum:

Kijk, er zijn in die tijd keuzes gemaakt, met afwegingen die daarbij hoorden. Daar hebben wij nu mee te maken. Dit is eigenlijk een wat-alsvraag die ik best lastig te beantwoorden vind, omdat ik in een vorig leven ook wel te maken heb gehad met rechtszaken tegen oliepartijen. Als je van arbitrage naar een rechtszaak gaat, wil dat niet zeggen dat je dan sneller resultaten hebt of dat het op een betere manier gaat. Dit is de vorm die ervoor gekozen is destijds. Daar hebben we nu mee te maken. Dat is de realiteit waar we nu in zitten en daar moeten we ons ook toe verhouden. Wat er in de toekomst gaat gebeuren? Ik denk dat dat een bredere afweging vergt, waarbij je alle voors en tegens op een goede manier zal moeten afwegen om te kijken welke vorm je dan gaat kiezen en welke vorm je afspreekt.

De heer Köse (D66):

Ik schrik toch wel een beetje van wat ik nu hoor, namelijk dat we in de onderhandelingen niet verder zijn gekomen dan een verkennende fase. We zijn eigenlijk niet aan de inhoud toegekomen, hoor ik. Ik ben toch wel benieuwd hoe dat dan toch al zo snel kan stoppen, in een verkennende fase waarin we niet eens tot de inhoud zijn gekomen. Dan zeggen de NAM, Shell en Exxon eigenlijk al: we gaan niet verder. Dan zou ik bijna concluderen — maar ik ben heel benieuwd naar het idee van de staatssecretaris — dat daar gewoon onwil is. Zou dat, misschien in het verlengde van wat mevrouw Teunissen net zei, ermee te maken kunnen hebben dat arbitrage meer kansen biedt voor deze bedrijven, en dat het via onderhandelingen wat minder interessant is? Ik ben toch benieuwd hoe de staatssecretaris daarop reflecteert.

Staatssecretaris Van Marum:

Dat is gewoon niet aan de orde. Er zijn verkennende gesprekken gevoerd. In de tussentijd is het kabinet gevallen, tweemaal zelfs. We hebben verkennende gesprekken gevoerd, en toen is er gewoon besloten om over dit onderwerp geen verder gesprekken te voeren.

De heer Köse (D66):

Ik hoor nu iets nieuws. Dus eigenlijk zegt u: het is in de verkenning gestopt. Toch heeft de val van het kabinet hier ook iets mee te maken, zegt u. Is er door de val van het kabinet vanuit de zijde van het kabinet besloten om hiermee te stoppen, in zo'n verkennende fase al? Waarom is daar niet alvast ambtelijk op doorgegaan?

Staatssecretaris Van Marum:

Ik denk dat we daar in het volgende blokje misschien nog even verder op kunnen terugkomen. Maar er zijn verkennende gesprekken geweest om te kijken of we tot een vergelijk zouden kunnen komen op een groot aantal onderwerpen die daar spelen. Op een gegeven moment moet je dan ook het mandaat hebben van het kabinet om er formele gesprekken van te maken. Toen het kabinet gevallen was, hebben wij ervoor gekozen om die gesprekken niet verder te voeren en het aan een volgend kabinet te laten.

De heer Köse (D66):

Dit vind ik eigenlijk echt raar. We hebben het over een mandaat. Ik denk dat we hier een Kamer hebben, zowel in de oude als in de nieuwe setting, die daar een volledig mandaat voor geeft. Het kabinetsbeleid zou denk ik niet veranderd moeten zijn. Het mandaat is inderdaad minder, maar we hebben een Kamer die dat steunt. Dan wordt er nu gezegd: we gaan een verkennend gesprek over een oplossing voor de Groningers stoppen, omdat we het zelf niet op orde hebben. Ik vind dit raar. Hoe rijmt de staatssecretaris dit? Waarom kunnen we hier niet gewoon mee doorgaan en stappen zetten, rekening houdende met het mandaat dat dit dubbeldemissionaire kabinet heeft? Hoe kunnen we dit gestopt hebben, vraag ik via de voorzitter.

Staatssecretaris Van Marum:

Nogmaals, ik heb erover gezegd wat ik erover gezegd heb. Ik heb er geen behoefte aan om er nog meer over te zeggen.

De voorzitter:

De staatssecretaris vervolgt zijn betoog.

Staatssecretaris Van Marum:

Dan ga ik naar versterken. Zoals ik al zei, ik ben na de aardbeving in Groningen geweest. Drie vragen zijn mij daar vaak gesteld, en ook nu weer hier, in deze Kamer. De eerste vraag is: mijn woning is op norm verklaard, maar klopt dat nu nog wel, na zo'n zware beving? Ik snap deze zorgen heel goed, maar ik kan deze mensen ook geruststellen. In de modellen die gebruikt worden bij het beoordelen of een woning veilig is, wordt rekening gehouden met nog zwaardere bevingen. Die van Zeerijp past ook in de modellen bij die analyse, blijkt uit de analyses. Ik sta in nauw contact met SodM en ACVG hierover. Er is dus geen aanleiding eraan te twijfelen dat versterkte woningen of woningen die zonder versterking aan de veiligheidsnorm voldoen, hieraan voldoen. Ze zijn voldoende veilig. Vanwege deze modellen leiden recente aardbevingen dus ook niet tot een wijziging van eerder genomen versterkingsbesluiten of tot vertraging van de versterking, zoals de heer Flach van de SGP mij vroeg. Ik zie dan ook geen reden om aan te nemen dat de nieuwe beving vertragingen in de hersteloperatie oplevert.

De tweede vraag is: waarom duurt de versterking zo lang? Ik hoorde het de heer Kops ook vragen in zijn inleiding. Veiligheid voor de inwoners staat voor mij voorop. Dat betekent in de praktijk dat de versterkingsopgave de hoogste prioriteit heeft. Hoe sneller mensen een veilig huis hebben, hoe sneller ze ook weer door kunnen met hun leven. De versterking is echter een complexe en enorm tijdrovende operatie, waarin de individuele wensen van veel mensen en de benodigde werkzaamheden voor de veiligheid moeten worden gecombineerd.

De heer Flach (SGP):

Even een check of ik de staatssecretaris goed heb verstaan. Ik dacht dat hij in antwoord op mijn vraag zei dat de nieuwe bevingsschade niet tot nieuwe hersteloperaties leidt. Heb ik dat goed verstaan?

Staatssecretaris Van Marum:

Ik heb gezegd: vanwege deze modellen leiden recente aardbevingen niet tot een wijziging van eerder genomen versterkingsbesluiten of tot vertraging in de versterking, zoals de heer Flach vroeg. Herstel is wat anders dan versterking, maar in de versterkingsoperatie levert dit geen vertraging op. Het IMG is goed toegerust op het aantal meldingen dat het gehad heeft, dus dat zal in volle vaart het schadeherstel op zich nemen.

De heer Flach (SGP):

Dus even heel precies: er is voldoende capaciteit om aan de slag te gaan met de nieuwe schade.

Staatssecretaris Van Marum:

Ja.

De voorzitter:

De staatssecretaris vervolgt zijn betoog.

Staatssecretaris Van Marum:

Er moet wel worden samengewerkt tussen heel veel verschillende partijen, en dat moeten we goed en zorgvuldig doen. Ik heb daarvoor een agenda voor herstel opgezet. Daar heb ik vol op ingezet. Deze agenda zet in op een betere samenwerking tussen de betrokken partijen en moet versnippering voorkomen. Hiermee beantwoord ik ook de vraag van de SGP. Ik wil niet dat de kwaliteit ten koste gaat van snelheid. Dat vragen Groningers ook van mij. Zij zeggen bijvoorbeeld: "Wij willen in één klap klaar zijn en niet over twee jaar nog een keer verduurzamingsmaatregelen moeten treffen." Dat betekent dat de versterking langer duurt dan wanneer je alleen de noodzakelijke maatregelen voor veiligheid treft.

De derde vraag is: kan de versterking dan niet sneller? Ik kreeg deze vraag ook van de VVD. D66 vroeg of ik tevreden ben met de snelheid. Ik snap die vraag heel goed, en het antwoord is nee. In een ideale wereld zou ik alles tegelijk doen, maar dat kan helaas niet. Dit is een grote, complexe en langdurige opgave, waarbij snelheid niet ten koste mag gaan van kwaliteit. Het gaat om het huis van mensen, en niet alleen hun huis; het gaat om hun thuis. Voor het maken van snelheid zijn rust en stabiliteit het belangrijkste. Beleidswijzigingen, en zeker grote beleidswijzigingen, hebben in het verleden vaak tot vertragingen en verschillen geleid. Alle tijd die de NCG hierin steekt, kan niet worden gestoken in het optimaliseren van processen en het helpen van bewoners.

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Wij zijn het volledig eens met de staatssecretaris dat snelheid niet ten koste mag gaan van zorgvuldigheid, of andersom. Daarom hebben wij in onze inbreng ook heel erg benadrukt dat de bureaucratie er wat ons betreft uit moet. Dat zou in onze optiek heel erg helpen. Dat zou kunnen door meer mandaat lokaal neer te leggen. Ik weet niet of de staatssecretaris daar zo nog op ingaat. Juist doordat aanvragen nu elke keer weer naar boven gehaald moeten worden via diverse bestuurslagen, loopt er heel veel vertraging in het proces, is onze indruk. Zou de staatssecretaris daarop kunnen reflecteren?

Staatssecretaris Van Marum:

Jazekers. Ik heb mijn diverse uitvoeringsorganisaties gevraagd om alle complexe en langlopende zaken te verzamelen en ervoor te zorgen dat deze zaken ook op de tafels komen die u net noemde. Mij is gebleken dat een groot deel van deze langlopende en ellendige zaken heel vaak meervoudige problematiek betreft. Omdat er geen probleemeigenaar was, zag je in de afgelopen jaren vaak dat het rapport maar over tafel bleef schuiven en niet werd opgelost. Mijn inschatting is dat we, door deze zaken nu op tafel te leggen met alle partijen en iemand probleemverantwoordelijk te maken, deze langlopende en ellendige zaken met meer snelheid tot een oplossing kunnen brengen.

Vaak klinkt het simpel, maar goede implementatie van zelfs kleine beleidswijzigingen kost vaak veel meer tijd dan verwacht. Een voorbeeld: wij bedenken iets; vervolgens moet de regeling nog uitgewerkt worden, blijken er nog wat bugs in te zitten, moet het nog in het digitale systeem verwerkt worden en moeten de mensen die ermee moeten werken nog op de hoogte worden gesteld. Wij hebben het dan al gepresenteerd, maar al die zaken moeten vervolgens nog geregeld worden. Bewoners gaan aan de bewonersbegeleiders vragen: hoe zit het nu met die regeling? Zij zetten alle zaken eventjes on hold. Dat levert gewoon ontzettend veel vertraging op. Ik blijf uiteraard wel kijken waar ik kan optimaliseren en waar nog snelheid te winnen is. Zo heb ik bijvoorbeeld ook afspraken gemaakt met de NCG om de kwaliteit te verbeteren, zodat er minder hersteld hoeft te worden in latere fases. Daarnaast zet ik me ook in om de onaanvaardbare verschillen op te lossen.

Dan de opbouw van de versterkingsopgave. De VVD heeft onder meer gevraagd of we alle woningen die versterkt moeten worden, in beeld hebben. Dat is het geval. De wijze waarop bepaald wordt welke woningen beoordeeld worden, is door SodM en ACVG robuust beoordeeld. Dit is gebeurd op basis van een risicomodel en is in samenspraak met de regio aangevuld. Mocht een bewoner zich toch onveilig voelen en niet in de scope zitten, dan kan hij zich bij de NCG melden voor een opname op verzoek.

Het laatste punt waar ik op kom, is de communicatie. De NCG verbetert de communicatie met de bewoners. Leesbaarheid en begrijpelijk zijn daarbij essentieel. De NCG traint haar collega's om begrijpelijk te schrijven. De collega's kunnen gebruikmaken van verschillende tools en een schrijfwijzer. Ook wordt er doorlopend gekeken naar de begrijpelijkheid van de standaardbrieven. Uit het bewonerstevredenheidsonderzoek blijkt dat dit ook echt tot verbetering heeft geleid. De NCG toetst de belangrijke standaardbrieven bovendien op leesbaarheid, bewonersgerichtheid, empathie, de juiste toon en inhoud, zodat ze ook aansluiten bij de belevingswereld van de bewoners. Dat wordt dit jaar ook afgerond.

Ten slotte is de verslaglegging van alle relevante gesprekken met bewoners een belangrijk onderdeel van het staande, reguliere proces. Ik sta daar ook echt op. Ik wil dat die verslagen gemaakt worden en dat ze in die dossiers komen. Daarnaast wordt er ingezet op de aanwezigheid en de volledigheid van de verslaglegging. Dit verslag wordt ter goedkeuring aan de bewoners voorgelegd. Zo worden de afspraken helder en worden de beloftes nagekomen.

Dan de Agenda voor Herstel. Door D66 en de SGP zijn vragen gesteld over de Agenda voor Herstel. Samen met de provincie, de vijf versterkingsgemeentes, het IMG en de NCG heb ik sinds mijn aantreden heel hard gewerkt aan de totstandkoming van een agenda voor herstel. Het verbeteren van de samenwerking tussen het IMG en de NCG, de gemeenten en andere partijen is het belangrijkste doel voor de Agenda voor Herstel. Het uitgangspunt is daarbij dat we uitgaan van de huidige verantwoordelijkheden vanuit ieders taak, rol, mandaat en bevoegdheden.

We hebben er in de agenda bewust voor gekozen om geen grote systeemwijzigingen door te voeren, maar om wat er al is te verbeteren, te intensiveren. De bestaande kaders bieden namelijk al heel veel ruimte. Zo kunnen bewoners met een combinatie van versterking en schadeherstel al terecht bij één aanspreekpunt voor één plan voor hun woning, waar ook verduurzaming in meegenomen kan worden. We willen daarbij verdergaan in het werken vanuit het eenoverheidsprincipe, zodat bewoners zich beter geholpen en ondersteund voelen. Dat gaat om het redeneren vanuit de bewoner en niet vanuit het systeem. Hiermee wordt versnippering voorkomen, zoals de SGP ook vroeg. Om dit op een goede manier uit te voeren, is binnen de Agenda voor Herstel een centrale rol weggelegd voor de afstemming binnen de lokale stuurgroepen. Daarin werken gemeenten, het IMG en de NCG intensief samen. De NCG en het IMG hebben reeds een ruim mandaat om in samenwerking tot goede oplossingen te komen. Meer mandaat is volgens mij dan ook niet nodig. Ik hoop en verwacht dat de bewoners deze betere samenwerking in de praktijk ook gaan merken, want daar doen we het voor.

Dan kreeg ik bij de opmerkingen ook nog de vraag of we dat niet moeten doen met een deur-tot-deuraanpak. De NCG gaat nu al van deur tot deur bij bewoners die in de versterkingsscope zitten — dat zijn 27.000 adressen — om een veilige en verduurzaamde woning te realiseren. Zoals in de diepteanalyse is meegenomen, duurt dat uiterlijk tot 2032. Dat betekent dat een deur-tot-deuraanpak bij ruim 20.000 woningen moet worden toegepast. Het totale gebied betreft immers 287.000 woningen. In het geval dat we een deur-tot-deuraanpak volledig zouden willen implementeren op de manier waarop de NCG nu de opname en de beoordeling uitvoert, duurt dit volgens een grove inschatting nog minimaal 25 jaar. In het geval dat we de bewoners alleen willen spreken, kan dat uiteraard sneller, maar de vraag of de bewoners daarmee duidelijkheid krijgen, blijft dan open. Directe implementatie van een deur-tot-deuraanpak heeft bovendien direct gevolg voor het zo snel mogelijk afronden van de huidige versterkingsoperatie. Dat heeft ook grote financiële consequenties.

Dan stelde de heer Bushoff mij een vraag over een blokje huizen in Appingedam. Mensen zouden gehoord hebben dat hun huis onveilig is, al jaren gewacht hebben en nu horen dat hun huis op norm is verklaard. Hoe kunnen we garanderen dat die huizen echt veilig zijn? Als deze mensen daar terecht, logischerwijs aan twijfelen, hoe is dan geregeld dat zij onafhankelijk advies kunnen krijgen en dat ze daadwerkelijk juridische en financiële ondersteuning krijgen om opnieuw en onafhankelijk advies te krijgen? Ik vind het ook gewoon vervelend dat deze bewoners in Appingedam zo lang hebben gewacht in onzekerheid. Na beoordeling hebben ze gehoord dat ze op norm zijn. Voor de beoordeling worden gevalideerde methoden gebruikt. Daar mogen bewoners op vertrouwen. Eigenaren van wie het huis op norm verklaard is, kunnen tegen dit besluit in bezwaar gaan met behulp van kosteloze rechtsbijstand. Daarbij kan ook een bouwkundige worden ingeschakeld. Zij kunnen hiervoor gebruikmaken van de subsidieregeling rechtsbijstand van de Raad voor Rechtsbijstand. Mocht hier verschillenproblematiek spelen, dan kan eventueel ook door de uitvoeringsorganisatie en de regio een oplossing worden geboden via de Routekaart Verschillen.

Dan vroeg mevrouw Teunissen wat ik nu ga doen aan complexe en langlopende casuïstiek. Ik heb daar voorrang op gelegd. Dat is belangrijk. De NCG heeft op mijn verzoek langlopende, complexe zaken in beeld gebracht en heeft een programmadirecteur aangesteld, die dit opgepakt heeft. De NCG neemt met al deze bewoners contact op. In dat gesprek wordt ook het besluit over de oplossingsrichting met de bewoner besproken. Ook verbetert de NCG de communicatie met de bewoners. Leesbaarheid en begrijpelijkheid zijn daarbij essentieel. De NCG traint collega's om begrijpelijk te schrijven en collega's kunnen gebruikmaken van verschillende schrijfwijzetools. Het bewonerstevredenheidsonderzoek heeft ook laten zien dat dit een verbetering heeft bewerkstelligd.

Ik heb hier ook met het IMG over gesproken. Zij geven aan voor de meeste aanvragers met een dossier met een lange doorlooptijd in 2026 de bewoner een schadevergoeding of schadeherstel aan te kunnen bieden. Ook is bij het IMG inmiddels een team op maat opgericht dat een oplossing op maat voor problematiek zoekt, waarbij vaak met meerdere partijen wordt samengewerkt, zoals met de gemeente en andere betrokken partijen.

Ten slotte is verslaglegging van alle relevante gesprekken met bewoners een belangrijk onderdeel van het staande reguliere proces. Dit verslag wordt ter goedkeuring aan de bewoners voorgelegd, zodat de afspraken ook helder vastgelegd staan.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ik heb alleen nog een verhelderende vraag over de huis-tot-huisaanpak of deur-tot-deuraanpak die terugkomt in het rapport-Van Geel. In hoeverre zit die nu in deze plannen? Want ik hoor nog te veel "er is een team opgericht en er wordt met bewoners gesproken". Is het dan ook echt een individuele aanpak?

Staatssecretaris Van Marum:

De NCG gaat voor de versterkingsopgave van deur tot deur, voor alle adressen die daarin staan. Er wordt met alle mogelijkheden bekeken hoe die mensen optimaal gefaciliteerd kunnen worden. Natuurlijk zien we af en toe ook in die gebieden dat bewoners op norm zijn. Soms wordt er in gezamenlijkheid met de gemeente besloten om daarvoor nog wat extra's te doen. Daar zijn verschillende zaken voor. Een zaak die heel erg door elkaar kan gaan lopen betreft de verantwoordelijkheid van de uitvoeringsorganisatie. Het IMG is voor schadeherstel en de NCG is voor de versterking van de operatie. De gemeente heeft ook een pot gekregen om geschillen op te lossen. Daar zijn verschillende knelpuntenpotten voor. Er wordt gekeken hoe dat gaat lopen door de zaken die meervoudig complex zijn op die tafels te leggen, met de verschillende potjes die er zijn. We hebben een routekaart gemaakt voor hoe we dat oplossen. Daardoor zijn dit soort geschillen ook op te lossen. Met die deur-tot-deuraanpak zouden we gewoon elke deur van elke woning pakken. Ik heb net aangegeven: we komen dan tot zo'n lange looptijd dat heel veel lopende processen tot stilstand zouden komen. Dat is onmogelijk. Die route gaan we niet volgen.

De voorzitter:

De staatssecretaris vervolgt zijn betoog. Is hij al bijna door dit blokje?

Staatssecretaris Van Marum:

Ik ben bijna door dit blokje heen. Nog twee vragen.

De voorzitter:

Dan gaan we daarna even schorsen voor dat andere debat.

Staatssecretaris Van Marum:

Dan heeft het CDA mij gevraagd wat de gevolgen van Zeerijp zijn voor de versterkingsoperatie. Ik wil dat eigenlijk breder trekken, want het is niet alleen Zeerijp. We zijn in Zeerijp geweest omdat daar die beving is geweest en de mensen daar allemaal waren, maar we hebben die beving natuurlijk door heel Groningen gevoeld. Er zijn heel veel mensen die daardoor getroffen zijn. Ik heb mij even in beeld laten zien in Zeerijp. Buiten beeld zijn we ook nog op andere plekken in de provincie geweest. Ik heb nog even bij "Ons laand, ons lu" gezeten. Ik heb nog heel veel mensen op andere manieren gesproken. De impact is weer zeer groot; dat wil ik er nog even bij zeggen.

Aan het begin van mijn spreektijd ben ik ingegaan op mijn observaties over de aardbeving in Zeerijp. Ik begrijp goed dat de behoefte aan voortgang sterker wordt na de beving in Zeerijp. Hoewel ik die behoefte begrijp, heeft de parlementaire enquête laten zien dat ingrijpende wijzigingen in een aanpak juist tot nieuwe vertragingen kunnen leiden. Daarom vraagt de versterking om koersvastheid en stabiliteit. Ik kijk wel waar ik kan optimaliseren en waar ik nog meer snelheid kan maken, maar met de jaarlijkse actualisatie van de diepteanalyse informeer ik uw Kamer over de maatregelen die ik met alle betrokken partijen tref en over wat dit betekent voor het verloop van de versterkingsoperaties.

Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Bikker. Zij heeft vragen gesteld over de kwaliteit van de versterkte woningen en de stand van het loket nazorg om fouten op te lossen. Zoals aangegeven in mijn brief van 24 juni begrijp ik dat bewoners zich gefrustreerd voelen in deze situatie. Om het aantal bouwfouten tot een minimum te beperken, zet ik in op twee verbeteringen. Ten eerste wordt het bouwtoezicht sinds september 2025 verbeterd aan de voorkant door bouwtoezicht onafhankelijk specialistischer in te richten binnen de NCG. Ten tweede zal de NCG vanaf het eerste kwartaal van 2026 toezicht organiseren in iedere fase van het versterkingstraject. In het eerste kwartaal rondt de NCG de implementatie van het loket nazorg af. In de tussentijd kunnen bewoners zich melden bij de bewonersbegeleider om te komen tot een passende oplossing.

Dan de vraag van mevrouw Bikker hoe het gaat met de kwaliteit van de versterkingsrapporten die de NCG hanteert. Is een herbeoordeling van een versterkingsrapport nu mogelijk zonder dat een bewoner de volledige bestuursrechtelijke route van bezwaar en beroep heeft doorlopen? Ik heb uw Kamer reeds geïnformeerd over de eerste bevindingen van het ACVG-onderzoek naar de kwaliteit van de beoordelingsrapporten, inclusief de maatregelen die ik neem. Bewoners kunnen op verschillende momenten twijfels over hun versterkingsrapport adresseren. Als er fouten worden geconstateerd, kan het rapport worden gecontroleerd en eventueel worden herzien. Sinds oktober 2025 kunnen bewoners ook een herbeoordeling aanvragen als zij het bezwaar- en beroepsproces hebben doorlopen. Enkele aanvullende maatregelen neem ik nadat het ACVG dit onderzoek heeft afgerond, in juni 2026.

Dan de laatste vraag van dit blokje. Die is van mevrouw Den Hollander: "Er staan 23.500 woningen in de gemeente Eemsdelta. Daarvan zijn er 4.500 inmiddels versterkt, 6.400 woningen zijn in beeld om versterkt te worden en 5.000 woningen zijn op norm verklaard. Er zijn nog 7.500 woningen niet in beeld. Kan de staatssecretaris nader toelichten hoe dit zit?" Deze woningen zijn wel degelijk in beeld. Er is alleen geen aanleiding om deze woningen individueel te beoordelen. Welke woningen moeten worden beoordeeld, volgt uit bestuurlijke afspraken tussen Rijk en regio, en is vastgesteld op basis van gevalideerde uitgebreide risicoanalyses in de zogeheten verrijking. In samenwerking met de regio zijn er meer dan 10.000 adressen toegevoegd, vooral in Eemsdelta. De wijze van afbakening van de versterkingsopgave is door SodM en ACVG als robuust beoordeeld. Ik kan me voorstellen dat deze bewoners zich soms toch onveilig voelen. In die situatie kunnen ze zich melden bij het Loket opname op verzoek om een LOOV-opname aan te vragen. Mocht blijken dat de woning wellicht toch niet veilig is, dan wordt deze alsnog toegevoegd aan de scope.

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Een hele korte vraag hierover. Dank u wel voor het uitgebreide antwoord, staatssecretaris, zeg ik via de voorzitter. Zijn deze mensen wel op de hoogte gebracht van het feit dat de woningen dan verder niet onder handen worden genomen? Zoals ik heb begrepen toen ik daar was, weten deze mensen dat niet, is het helemaal niet gecommuniceerd naar deze groep inwoners.

Staatssecretaris Van Marum:

In principe weten alle inwoners van Groningen dat er in brede zin is bekeken welke woningen versterkt dienen te worden en welke woningen net binnen de scope liggen. Wij hebben ook van deze kant aldoor gecommuniceerd: mensen, als u daar vragen over heeft, kunt u zich melden bij het Loket opname op verzoek om daar alsnog naar te laten kijken. We proberen daar zo scherp mogelijk op te zijn.

De voorzitter:

Dank. Ik moet eigenlijk schorsen, maar mevrouw Armut heeft nog één vraag bij dit blokje?

Mevrouw Armut (CDA):

Ja. De staatssecretaris stond er net bij stil dat huizen die voor de recente aardbeving op norm zijn verklaard, nog steeds op norm zijn. Er zijn ook meer dan 400 huizen die sowieso nog niet eens een eerste versterkingsadvies hebben gekregen. Wat betekent deze recente aardbeving voor deze huizen, en welke ruimte ziet de staatssecretaris nog om er wel zo snel mogelijk voor te zorgen dat die huizen van een versterkingsadvies worden voorzien?

Staatssecretaris Van Marum:

In algemene zin: de NCG heeft de opdracht om zo snel mogelijk alle versterkingsadviezen af te ronden. Er is natuurlijk al een enorm aantal versterkingsadviezen afgegeven. We proberen natuurlijk om deze 400 zo snel mogelijk een versterkingsadvies te laten krijgen.

Mevrouw Armut (CDA):

Tegelijkertijd horen we dat natuurlijk al heel lang. Sommige mensen wachten al bijna tien jaar. Wat betekent "zo snel mogelijk"?

Staatssecretaris Van Marum:

Er zit natuurlijk wel een verschil tussen wat er tien jaar geleden lag en wat er nu afgewerkt is. We zijn met het afgeven van die versterkingsadviezen echt in een afrondende fase. Dan hebben we nog een serie waarbij we de adviezen uit moeten werken. Ik durf hier op dit moment dus eventjes geen concrete tijd te noemen. Misschien dat ik in de tweede termijn daar een antwoord op kan geven.

De voorzitter:

Dank aan de staatssecretaris. We gaan straks nog verder, maar we gaan nu even schorsen. Dat doen we voor een tweeminutendebat inclusief stemmingen. Daarna gaan we verder met het debat over Groningen. We schorsen een ogenblik zodat er wat wisselingen kunnen plaatsvinden.

De beraadslaging wordt geschorst.

De vergadering wordt van 16.28 uur tot 16.34 uur geschorst.

Naar boven