Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 19, item 20 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 19, item 20 |
Besluit van de minister van SZW om de afbouw van de regeling om 25% van het minimumloon in te houden terug te draaien
Aan de orde is de voortzetting van het debat over het besluit van de minister van SZW om de afbouw van de regeling om 25% van het minimumloon in te houden terug te draaien.
De voorzitter:
Dan zijn we nu aangekomen bij de voortzetting van het debat over het besluit van de minister van SZW om de afbouw van de regeling om 25% van het minimumloon in te houden terug te draaien. De eerste termijn van de Kamer hebben we vanochtend al met elkaar behandeld. Daarmee zijn we nu aangekomen bij de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Daarvoor geef ik graag het woord aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Gaat uw gang.
Minister Paul:
Voorzitter, dank u wel. In de eerste plaats wil ik ook vanaf deze plek de heren Ceulemans en Neijenhuis gelukwensen met hun mooie maidenspeech. Ik wil hun heel graag veel succes, wijsheid en ook plezier wensen. Ook dank aan de leden voor hun bijdrage.
Voorzitter. Vandaag spreken we met elkaar over de regeling om huisvestingskosten te mogen inhouden op het minimumloon. Het is belangrijk om mijn besluit om deze regeling vooralsnog niet af te schaffen te zien in de context van de aanpak om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren. Daarom zal ik ingaan op een aantal belangrijke aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer, die zijn uitgevoerd of momenteel nog in uitvoering zijn. Er worden namelijk belangrijke en goede stappen gezet.
Maar eerst: waarom heb ik dit besluit genomen? Meerdere leden van uw Kamer, onder anderen de leden Patijn, Martens-America, Dijk en Neijenhuis, vroegen hiernaar. Ik heb beoordeeld wat op dit moment in het beste belang van de arbeidsmigrant is. Het loslaten van de mogelijkheid om loon in te houden voor huisvesting levert op dit moment meer nadelige dan positieve gevolgen voor de arbeidsmigrant op. Door de huidige krapte op de woningmarkt is het voor arbeidsmigranten ongelofelijk lastig om los van hun werkgever huisvesting te vinden, al helemaal als ze nieuw in Nederland aankomen. De inhoudingsregeling zorgt ervoor dat er bepaalde voorwaarden verbonden kunnen worden aan de huisvesting door de werkgever. Zo is de huur die mag worden ingehouden gemaximeerd. Ook moet de huur vermeld worden op de loonstrook, waardoor op de loonstrook zichtbaar is wat voor huisvesting wordt betaald. Daarnaast moet de huisvesting van een woningcorporatie zijn of gecertificeerd zijn, wat een zekere kwaliteit van huisvesting borgt. Op de voorwaarden voor inhouding wordt toegezien door de Arbeidsinspectie. Zonder de inhoudingsregeling zouden werkgevers kunnen besluiten geen huisvesting meer aan te bieden, verliezen we het zicht op de kosten die in rekening worden gebracht door de werkgever en zou de kwaliteit van huisvesting achteruit kunnen gaan.
Voorzitter. Het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten heeft niet letterlijk aanbevolen om de inhoudingsmogelijkheid voor huisvesting af te schaffen. Wel is het overkoepelende doel van het aanjaagteam om de afhankelijkheid van arbeidsmigranten van de werkgever te verminderen en hun positie te verbeteren. Volgens mij staan we allemaal zij aan zij om dat te bewerkstelligen. Vorige week heb ik uw Kamer ingelicht over de voortgang op alle aanbevelingen. Een paar wil ik er uitlichten. Als de maatregelen op het gebied van huisvesting zich hebben bewezen, kan opnieuw gewogen worden of de inhoudingsregeling voor huisvesting toch kan worden afgeschaft. Dit zeg ik ook in reactie op de vragen van mevrouw Martens-America en de heren Ceder en Neijenhuis.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
We zijn nog aan het begin van de beantwoording van de vragen, maar ik ben bang dat het anders helemaal wegzakt in een aantal hele brede antwoorden over de inhoud van het debat. Dat hebben we al een keer eerder gehad. Ik dacht dat we de afwegingen allemaal hadden gemaakt. Nu wordt opnieuw gezegd dat het beter is voor de arbeidsmigranten om die inhoudingen te doen. Nou hebben al die partijen die ons brieven hebben geschreven, gezegd: "Dat is helemaal niet waar. Het is helemaal niet beter voor de arbeidsmigrant. Dat het loon en de huur aan elkaar gekoppeld zijn, maakt dat mensen afhankelijk zijn."
De voorzitter:
En de vraag?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Kunt u aangeven, gelet op al die partijen die gezegd hebben dat het beter is om dat los te koppelen, waarom u …
De voorzitter:
"Waarom de minister".
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
… waarom de minister in die achttien dagen tot het oordeel is gekomen dat het slecht is voor de arbeidsmigrant?
Minister Paul:
Mevrouw Patijn zei heel terecht dat ik nog maar net begonnen was aan mijn betoog. Ze mag erop rekenen dat ik alle vragen die door uw Kamer zijn gesteld, ga beantwoorden. Ik ga dat straks doen aan de hand van een drietal blokjes. Daarbij ga ik specifiek in op de afwegingen rond de inhoudingsregeling. Ik ga het hebben over het proces en de timing van de brief en de communicatie. Tot slot ga ik het ook hebben over wat mijn inspanningen zijn om in Europees verband een aantal zaken voor elkaar te krijgen — daar zijn een aantal vragen over gesteld — en over sectorale keurmerken. Maar ik zou willen vragen of ik met dit betoog mag doorgaan, want ik kom echt op die vragen terug. Ik heb uw Kamer gehoord.
De voorzitter:
Dat mag.
Minister Paul:
Dank u wel, voorzitter. De afhankelijkheid willen we allemaal verminderen. Het belangrijke daarbij is dat flankerend beleid geëffectueerd is, dat dat geregeld is. Als de maatregelen op het gebied van huisvesting zich hebben bewezen, kan opnieuw gewogen worden of de inhoudingsregeling afgeschaft kan worden. Ik noem wat voorbeelden. De Wet goed verhuurderschap verplicht sinds 1 juli 2023 dat arbeids- en huurovereenkomst van elkaar gescheiden moeten zijn. Want soms verliezen arbeidsmigranten bij het einde van de arbeidsovereenkomst inderdaad ook direct hun huisvesting, omdat ze een contract naar aard van korte duur hebben voor die huisvesting. Mijn collega, de minister van VRO, werkt aan een wetsvoorstel dat dergelijke contracten zal tegengaan en de huurbescherming voor arbeidsmigranten zal verbeteren. Uw Kamer is hier twee weken geleden over geïnformeerd.
Verder moet op basis van de Wet versterking regie volkshuisvesting door middel van een verplicht volkshuisvestingsprogramma meer huisvesting gerealiseerd worden voor specifieke doelgroepen, waaronder heel nadrukkelijk arbeidsmigranten. Dat wetsvoorstel ligt nu bij de Raad van State. Iets meer dan twee weken geleden, op 11 november, heb ik zelf in de Eerste Kamer een wetsvoorstel verdedigd, waar jarenlang aan is gewerkt, om malafide uitzendbureaus van de markt te weren en arbeidsmigranten te beschermen. Dat is de zogenaamde Wtta.
De voorzitter:
Ik ben even zoekende. Zit u in uw inleiding? Of was u al … Kunt u misschien …
Minister Paul:
Als het mag, maak ik de inleiding af.
De voorzitter:
Ja, we maken de inleiding even af. Daarna geven we de heer Dijk de gelegenheid voor een interruptie. Gaat uw gang, minister. U was nog aan het inleiden, gaf u aan.
Minister Paul:
Het goede nieuws is dat de Wtta, een van de allerbelangrijkste maatregelen vanuit de commissie-Roemer, met een grote meerderheid is aangenomen door de Eerste Kamer. Hiermee zetten we echt een grote stap voorwaarts. Daarnaast is het belangrijk dat we ons ook op andere vlakken blijven inzetten voor arbeidsmigranten, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat ze beter op de hoogte zijn van hun rechten en voor hun rechten kunnen opkomen. Daarom worden er in het land informatiepunten geopend, inmiddels zo'n 35, waar arbeidsmigranten in hun eigen taal worden geïnformeerd en geholpen. Via deze zogenaamde Work in NL-punten kunnen arbeidsmigranten ook worden doorverwezen naar het Juridisch Loket voor juridische ondersteuning.
Voorzitter. Zoals blijkt uit de monitor die ik vorige week naar uw Kamer heb gestuurd, worden er belangrijke stappen gezet om de positie van arbeidsmigranten verder te verbeteren. Hiermee gaan we onverminderd voort. Zodra deze maatregelen zich hebben bewezen, kan opnieuw gewogen worden of de inhoudingsregeling voor huisvesting toch kan worden afgeschaft.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Dijk voor een interruptie.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Eigenlijk alles, tot en met de totstandkoming van dit debat, gaat in de verkeerde volgorde. Het besluit dat we dit vanaf 1 januari zouden gaan doen, is al genomen. Ik vind het leuk dat de minister hier een inleiding geeft — dat is mooi — met allemaal flankerend beleid, ook heel interessant, maar als de minister dan toch blokjes heeft, zou ik haar willen vragen om even te beginnen bij het procedurele punt waarom u de dag na de verkiezingen eigenstandig heeft besloten om dit besluit terug te trekken en anders te gaan zien. Doe dat, in plaats van helemaal te gaan beargumenteren wat u er allemaal omheen organiseert. Daar gaat dit debat nu niet over.
Minister Paul:
Dat besluit heb ik genomen en inderdaad een dag na de verkiezingen in een brief met de Kamer gedeeld. Dit is wat er is gebeurd: ik trad aan als minister, kreeg vervolgens dit wetsvoorstel en besluit voorgelegd en heb uiteindelijk een weging moeten maken. De realiteit is dat ik elke dag een heleboel voorstellen voorgelegd krijg. Op het moment dat je aantreedt, is het belangrijk … Ik ben niet aangetreden om alles overhoop te halen, alles opnieuw te doen en overal zaken terug te trekken, maar ik ben ook niet gekomen om bij het kruisje te tekenen. Dat heb ik ook in een debat gezegd, volgens mij tegen mevrouw Patijn. Ik moest een afweging maken, kijkend naar alle informatie die er was. Er heeft een uitgebreide ambtelijke verkenning plaatsgevonden. Die is ook met uw Kamer gedeeld. Die heb ik ook voorgelegd gekregen. Uit die ambtelijke verkenning, en vervolgens ook uit de internetconsultatie, blijkt een veelheid aan standpunten. Uiteindelijk heb ik de weging gemaakt dat het op dit moment afschaffen van die inhouding tot grotere nadelen leidt voor de arbeidsmigrant, want we verliezen grip en zicht op de kwaliteit en het prijskaartje van de huisvesting en we lopen het risico dat de werkgevers minder huisvesting gaan aanbieden. Ergens in het debat viel vanuit een van uw leden de term "goed werkgeverschap". Daar ben ik heel erg voor, maar we weten dat er lang niet altijd sprake is van goed werkgeverschap. Dus is het belangrijk om dat zicht te kunnen houden.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik vind dit best wel onvoorstelbaar. Uit al die rapporten van de afgelopen jaren blijkt juist dat je het werk en het wonen gescheiden moet houden. De minister zegt hier: ik zou mij terughoudend gaan opstellen. Niets is minder waar. De Kamer heeft weloverwogen een besluit genomen. Er is ook nog jarenlang over gedebatteerd. Ik heb niet voor niets net een geschiedenis geschetst van arbeidsmigratie, van gastarbeiders in Nederland. En dan zegt de minister hier: ik heb, ik heb, ik heb, ik heb. Daar gaat het nu niet om. Het gaat erom dat u een besluit hebt genomen dat tegen de wil van deze Kamer ingaat. U had het 1 januari gewoon kunnen doorvoeren, maar u heeft besloten, met allerlei aannames, dat het goed zou zijn voor arbeidsmigranten om deze regeling in stand te houden. Hoeveel arbeidsmigranten heeft u daarover gesproken? Ik ken er niet één die zegt: neem alsjeblieft een kwart van mijn loon in. Waarom dacht u dat u het mandaat had om zelf deze beslissing te nemen, tegen het advies van uw ambtenaren in? Uit het advies van uw ambtenaren blijkt namelijk ook dat u de Kamer had moeten meenemen en had moeten vragen of u dat had kunnen doen of niet. Waarom dacht u dat u dat wel even kon doen?
De voorzitter:
Meneer Dijk, ik blijf zeggen: via de voorzitter.
Minister Paul:
De heer Dijk doet hier een aantal boude uitspraken. Ik ga ze een voor een langs. Mijn ambtenaren hebben mij dit voorgelegd op basis van de uitgebreide verkenning die is gedaan, waarbij onder anderen ook met arbeidsmigranten is gesproken. Er is met een veelheid van groepen gesproken. Al die standpunten waren helder vanuit die verkenning en werden ook bevestigd in de internetconsultatie. Vervolgens is het aan mij, zoals dat op heel veel thema's gaat, om te wegen of dit besluit in het beste belang van de arbeidsmigrant is. Dat is het niet, want we verliezen grip op de prijs en de kwaliteit van de huisvesting. Het risico bestaat ook dat er minder huizen worden aangeboden. Zo simpel is het. In deze woningmarkt, waarin er al een groot tekort aan woningen is, klinkt het heel sympathiek om te zeggen "beste arbeidsmigrant, u hebt alle vrijheid om zelf een woning te regelen", maar we weten dat dat best een illusie is.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Er is inderdaad een hele diepe wooncrisis; dat klopt. Maar we zien dat de regeling die nu geldt, leidt tot afhankelijkheid van arbeidsmigranten van hun werkgever, waardoor uitbuiting en — laat ik het zo noemen — extreme vormen van woningmisbruik plaatsvinden. Mensen slapen acht uur op een matras en werken in een roulatiesysteem. Al die misstanden … Als deze minister na al die jaren nog steeds niet ziet op welke manier mensen uitgebuit worden en dat dit allesbehalve de oplossing is, dan bent u echt ziende blind en horende doof. Er zitten nu geen arbeidsmigranten op de tribune, omdat ze angstig zijn. Dát is de realiteit voor de arbeidsmigranten en u bent hier enkel en alleen uitzendbureaulobby's aan het dienen. Anders kan u niet in achttien dagen zo'n beslissing terugnemen zonder deze Kamer te raadplegen. Ik vind het echt een grof schandaal dat deze minister de Kamer voorbij is gegaan met dit besluit en daardoor ook heeft veroorzaakt dat deze regeling vertraging gaat oplopen. De SP gaat dit niet laten gebeuren. Ik vind dat u moet reageren op de vraag waarom deze regeling niet alsnog per 1 januari ingevoerd kan worden.
Minister Paul:
Ik heb mijn afweging zojuist toegelicht. Vervolgens is er na dat besluit een brief aan de Kamer gekomen. Die moest afgestemd worden met andere ministeries, met name met het ministerie van VRO. Op 29 oktober was er ambtelijk overeenstemming over die brief. De dag erna is die brief verstuurd.
Dus twee dingen. Ik werp verre van me dat ik de Kamer niet zou hebben meegenomen in dat besluit. Het is gewoon openlijk met de Kamer gedeeld. De Kamer vindt daar wat van. Daarom staan we nu in dit debat. En ook werp ik verre van mij wat de heer Dijk even in een bijzin fijntjes zei, namelijk dat ik mijn oren zou laten hangen naar een lobby. Dat werp ik echt verre van me. Ik werk op dit moment 34 jaar. In die 34 jaar heb ik me nog nooit voor welk karretje dan ook laten spannen. Ik was niet van plan om dat op mijn leeftijd van nu alsnog te gaan doen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De feiten spreken u gewoon tegen. Lees het artikel van NRC bijvoorbeeld. Zij hebben heel nauwkeurig nagevraagd, bij alle belanghebbenden, wie u van tevoren heeft geïnformeerd en gesproken en wie niet. Er wordt gewoon gesteld dat er gesproken is met vakbonden en sociale partners, maar achteraf blijkt dat helemaal niet zo te zijn. Met één groep is wel gesproken, maar daar wordt een beetje vaag omheen gedraaid. Dus, ja, het spijt me — of eigenlijk: het spijt me helemaal niet — maar alle feiten spreken u gewoon tegen. En in uw beantwoording hoor ik heel vaak "ik, ik, ik" in plaats van "ik heb voordat ik een beslissing moest nemen met de Tweede Kamer overlegd over wat we moeten doen". U heeft het besluit al genomen, eigenhandig.
Minister Paul:
Ik heb de verkenning en de standpunten vanuit de internetconsultatie tot me genomen en op basis daarvan een weging gemaakt. Dat is wat er is gebeurd. Dat is wat ik heb gedaan. En zodra er ambtelijk overeenstemming met het ministerie van VRO was bereikt, heb ik de Kamer daar ook over geïnformeerd. In alle eerlijkheid denk ik, achteraf gezien, dat het feit dat dat de dag na de verkiezingen plaatsvond, onhandig was. Maar ik heb het, zodra die overeenstemming was bereikt, willen communiceren.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik wil toch nog even terug naar die eerste achttien dagen. Ongetwijfeld gaan we daarna nog spreken over de periode daarna. In de antwoorden op de schriftelijke vragen die we hebben gesteld, heeft u gezegd, als enige argument: ik heb het besluit gewogen en daarin een andere keuze gemaakt. Er zit geen enkel argument in. Ik zie nergens waarop de minister het besluit heeft gebaseerd, behalve dan dat er in een ander antwoord staat: het standpunt was eerder door VNO-NCW bekendgemaakt ten tijde van de verkenning en die brief gaf bij mij ongeveer de doorslag. Dat is een beetje de toon van het antwoord. Kan de minister het mij duidelijk maken? Op de achttiende zei u: niet doen! U was vol overtuigd om het niet te doen. Hebt u dat besluit puur gebaseerd op die brief van VNO-NCW?
Minister Paul:
Nee, uiteraard niet. Ik heb mijn besluit gebaseerd op de uitgebreide verkenning die is gedaan, die naar ik meen in februari met de Kamer is gedeeld. Dat is voor mij de basis geweest. Daarna is er een internetconsultatie geweest, waarin die standpunten eigenlijk allemaal bevestigd werden. Er was dus geen nieuwe informatie. En er lopen een paar dingen door elkaar. In die periode, toen ik net was aangetreden, heb ik kennismakingsgesprekken gehad met allerlei mensen. Daar is deze maatregel niet expliciet aan bod gekomen. We hebben het met name gehad over de Wtta, die ik op 11 november in de Eerste Kamer heb verdedigd. Uiteraard ga ik me niet op één brief van één organisatie baseren. Zeker niet.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Die verkenning heeft anderhalf jaar geduurd. Uw kabinet — sorry, het kabinet van deze minister — heeft toen besloten om dit besluit alsnog te nemen. Het kabinet van deze minister, het kabinet-Schoof, heeft besloten: dit gaan wij doen. U zegt nu zelf ook: "Bij de internetconsultatie zijn geen nieuwe feiten ten opzichte van de verkenning naar boven gekomen. Toch heb ik in hetzelfde kabinet, met eenheid van kabinetsbeleid, een ander besluit genomen." Daar zegt u van: ik heb een andere weging gemaakt. Het was hetzelfde kabinet, met eenheid van kabinetsbeleid. U was dubbeldemissionair. Sorry, de minister was dubbeldemissionair. Ze heeft het besluit genomen in achttien dagen. Ik ben al twintig jaar met dit onderwerp bezig en heb me er echt in moeten verdiepen om te begrijpen hoe precies het hele veld in elkaar zat, in alle steden. Er zitten hier heel veel mensen op de tribune, die heel betrokken zijn bij dit onderwerp en dolgraag willen dat u die AMvB wél doorvoert. En u zegt, puur op basis van achttien dagen … Heeft u al die rapporten wel gelezen? Heeft de minister alles bekeken wat daarin stond? Hoe zit dat nou precies? Wat heeft u nou overtuigd? Wat maakt nou dat de minister denkt dat wat zij heeft besloten beter is voor de arbeidsmigrant? Wat heeft zij nou gelezen? Wat heeft zij nou gezien? Wie heeft ze nou gesproken waardoor ze denkt dat dit beter is voor de arbeidsmigrant?
Minister Paul:
Wat in ieder geval duidelijk werd uit die verkenning, is dat er verschillende standpunten waren. Ik zal mevrouw Patijn eerlijk zeggen dat als de twee grote vakbonden een eensluidend oordeel hadden gehad, ik wellicht een andere afweging had gemaakt. Maar toen ik alle informatie, die ambtelijke verkenning met de verschillende standpunten, las, toen was voor mij ook duidelijk dat als je op dit moment die inhouding afschaft, je daarmee ook een aantal belangrijke zaken verliest. Ik heb het zojuist genoemd: het zicht op de prijs, de kosten van de huisvesting, de kwaliteit van de huisvesting en daarnaast het risico dat het aanbod van huisvesting afneemt. Daarom vind ik het belangrijk. Ik wil ook heel duidelijk zijn: ik ben niet getrouwd met die maatregel, helemaal niet. Maar ik vind dat flankerend beleid op zijn plek moet zijn om dan verantwoord te kunnen zeggen: dit schaffen we af.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Het standpunt van de CNV en FNV — daar heeft u het over — verschilt. Er is een verkenning gedaan in anderhalf jaar, waarna allemaal gesprekken zijn gevoerd, waarna de minister tot drie keer toe heeft gekeken hoe het het beste ingevuld kan worden. Uiteindelijk zegt ook het ambtelijk apparaat: dit is de goede manier om het in te vullen. Zo hebben we het ook besloten. Die verkenning is geweest. Er is geen wijziging in de standpunten. Dat ben ik met u, met de minister, eens. In de internetconsultatie staan dezelfde dingen als die in de verkenning terugkomen. Op basis van dezelfde feiten die in de verkenning terugkomen heeft dit kabinet, uw kabinet, het kabinet van deze minister, excuus, dat besluit genomen. Leg mij nou eens uit: hoe is het mogelijk dat een demissionair minister zonder dat er nieuwe feiten zijn, toch een ander besluit denkt te kunnen nemen?
Minister Paul:
Ik heb zojuist uitgelegd hoe ik die weging heb gemaakt. Voor de goede orde hecht ik eraan om te zeggen dat het ambtelijk advies de lijn is die ik nu heb gevolgd. Dus het ambtelijk advies was helemaal niet die vorige lijn. Nee.
De heer Ceulemans (JA21):
Even terug naar 29 oktober. De minister zegt: achteraf vind ik het ongelukkig dat het besluit dat ik genomen heb, de dag na de verkiezingen bekendgemaakt is, maar dat overleg met VRO was nou eenmaal pas op 29 oktober aan het eind van de dag afgerond. Tegelijkertijd zegt zij in haar brief dat het ook komt doordat ze vond dat ze terughoudend moest zijn gedurende het verkiezingsreces. Dus welke van die twee is het nou? Bent u terughoudend geweest in het verkiezingsreces en is het daarom de dag na de verkiezingen gepubliceerd of was het gewoon toen pas klaar? En vanwaar dan de opmerking over terughoudendheid in het verkiezingsreces?
Minister Paul:
Het is allebei waar. We zijn terughoudend om met beleidsinhoudelijke brieven te komen, dus niet in een reces, niet in een verkiezingsreces. Tegelijkertijd is de praktische kant van de zaak dat de ambtelijke afstemming met VRO pas op 29 oktober afgerond was.
De heer Ceulemans (JA21):
Hoe kan de minister het dan tegelijkertijd ongelukkig vinden dat de brief er een dag na de verkiezingen geweest is en zeggen: vóór die verkiezingen was ik terughoudend, want het was verkiezingsreces? Het spreekt elkaar toch heel erg tegen wat u nu zegt?
Minister Paul:
Volgens mij spreekt dat elkaar niet tegen. Ik merk dat die verzendingsdatum heel veel vragen oproept bij de Kamer. De suggestie wordt gewekt dat ik gepland en bewust heb gedacht: zo, die drop ik de dag na de verkiezingen. Dat is helemaal niet aan de orde. Dat is oprecht niet aan de orde. Maar alles overziend en luisterend naar de commentaren die ik de afgelopen weken ook heb meegekregen, denk ik: ja, wellicht had ik 'm een week moeten vasthouden, zodat in ieder geval niet de indruk zou zijn gewekt dat het, plop, de dag na de verkiezingen is gedropt. Dus dat komt eigenlijk door de reacties die ik de afgelopen week heb meegekregen.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
De minister zegt dat zij de inhoudingsregeling alsnog zou willen afschaffen op het moment dat maatregelen zoals de Wtta, de Wet goed verhuurderschap en de wet waar mevrouw Keijzer aan werkt, zich hebben bewezen. Wat is uw definitie van "zich hebben bewezen"? Want dat is nogal een brede formulering.
De voorzitter:
"De definitie van de minister."
Minister Paul:
Dat is een veelheid aan maatregelen. Met de Wtta beogen we bijvoorbeeld dat malafide ondernemers geweerd worden uit de uitzendmarkt en er een betere bescherming is voor de arbeidsmigrant. Zo dam je de situatie waarin er misbruik kan worden gemaakt sowieso in en ban je die uit. Dat is heel belangrijk. De wetten waar minister Keijzer mee bezig is, moeten ervoor zorgen dat er betere huurbescherming komt, ook voor de arbeidsmigranten, en dat er veel meer woningen worden gebouwd voor specifieke doelgroepen, waaronder arbeidsmigranten. De heer Van den Brink weet ook dat dit niet van vandaag op morgen gerealiseerd is. Dat betekent dat je gewoon goed moet monitoren hoe het staat met die andere maatregelen. Is er dan inderdaad een moment dat je het kunt gaan afbouwen?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
De minister zegt: de maatregelen moeten zich hebben bewezen. Dat kan nog heel lang duren. Dan kan het dus nog heel lang duren totdat de minister bereid is om die inhoudingsregeling af te schaffen.
Minister Paul:
De reden om die afbouwing niet nu al te doen, is omdat je geen knollen voor citroenen wilt verkopen. Als je het afbouwt en zegt "nou, succes ermee", dan help je de arbeidsmigrant niet. Zo simpel is het. Dat betekent dat een en ander geëffectueerd moet zijn, of het nu gaat om aanbod van huisvesting, woonruimte, of om huurbescherming.
De heer Neijenhuis (D66):
Daar zou ik toch even op door willen gaan. Volgens de brief van minister Keijzer krijgen we de nieuwe wetten op het gebied van huurbescherming. Dan hoor ik de minister zeggen: die moeten zich bewezen hebben. We zouden er toch eigenlijk voldoende vertrouwen in moeten hebben — of in ieder geval zou het kabinet dat moeten hebben — dat die wetten die straks naar de Kamer komen, goed zijn. Daar gaan we het natuurlijk nog over hebben. We proberen ze met z'n allen zo goed mogelijk te maken. Maar dan zou je toch, als je ervanaf wilt, die inhouding direct kunnen afschaffen en niet pas als ze zich bewezen hebben, na een evaluatie die pas jaren later is? We zouden er toch vertrouwen in kunnen hebben?
Minister Paul:
Dat vertrouwen heb ik ook. Het gaat erom of het geëffectueerd is. Zijn die wetten er? Geldt dan daadwerkelijk die huurbescherming voor de arbeidsmigranten? Als die er is, is er een moment waarop je kunt zeggen: ja, we gaan het afbouwen. Ik ben er helemaal niet op uit om het te prolongeren. Ik zeg niet: het moet geëvalueerd zijn en dan komt er ooit een moment dat. Nee, ik heb gezegd dat ik niet getrouwd ben met die maatregel, maar ik vind dat je het moet doen op het moment dat andere acties en maatregelen ook echt hun vruchten afwerpen. Het gaat erom dat het echt werkt voor de arbeidsmigrant.
De heer Neijenhuis (D66):
In dat licht lijkt het me goed dat we, op het moment dat die wetten ingaan, ook echt kijken of die inhouding ervanaf gaat, tenminste, als we dat willen met z'n allen. In het debat net leek het in ieder geval al flink die kant op te gaan. Dan wil ik toch nog even terugkomen op het besluit zelf. De minister zei net al dat het misschien een onhandige datum was. Maar dan over de inhoud van het besluit. Zijn er adviezen die nog niet in de verkenning, op basis waarvan het eerdere besluit is genomen, waren opgenomen waardoor de minister dit besluit heeft genomen? Is er iets in de adviezen en de internetconsultatie wat nog niet bekend was in de verkenning waardoor het kabinet als geheel van gedachten is veranderd?
Minister Paul:
Nee. Dat was gebaseerd op die uitgebreide ambtelijke verkenning en op de resultaten van de internetconsultatie. Dat is precies wat ik zei in antwoord op vragen van andere leden. Op het moment dat je dat voorgelegd krijgt, ga je daarover nadenken, maak je een weging en ga je bedenken: wat verlies je als je dat nu afschaft en wat wil je behouden?
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Neijenhuis (D66):
Inderdaad afrondend, voorzitter. Ik maak me hier toch wel een beetje zorgen over. Veel ondernemers en mensen in Nederland zeggen, als je met ze praat, vooral dat ze het zich best kunnen veroorloven dat de overheid af en toe een besluit neemt dat hun niet zint of waar ze het niet mee eens zijn, maar dat er in ieder geval gezorgd moet worden dat het beleid duidelijk, stabiel en voorspelbaar is. Ik snap best wel dat er niet vaak tot twee keer toe een compleet smaldeel aan ministers vertrekt uit het kabinet. Maar als een minister vertrekt, zou toch niet alles meteen weer opengebroken moeten worden? Dan zouden we toch niet meteen weer rekening hoeven houden met allemaal nieuwe wegingen van nieuwe ministers, terwijl de feiten nog steeds hetzelfde zijn?
De voorzitter:
De minister.
De heer Neijenhuis (D66):
Waarom heeft de minister er niet voor gekozen om in het belang van de stabiliteit van het beleid gewoon de lijn aan te houden van het kabinet, waar zij in februari al deel van uitmaakte?
Minister Paul:
Misschien om het even in de context te plaatsen: vanaf het moment van mijn aantreden heb ik honderden besluiten doorgeleid en meerdere wetsvoorstellen verdedigd in de Eerste Kamer. Dat beleid was allemaal ingezet en die acties waren allemaal genomen, en dat heb ik verder gebracht. In de eerste twee weken had ik drie grote debatten over arbeidsmigratie, arbeidsmarktbeleid en arbeidsdiscriminatie, en de problemen bij het UWV rond de WIA. In een van die debatten — ik meen dat dit ging over arbeidsmigratie — heb ik vrij letterlijk tegen mevrouw Patijn gezegd: ik ben niet gekomen om de boel overhoop te halen, maar ook niet om bij het kruisje te tekenen. Ik moet blijven nadenken over zaken die aan mij worden voorgelegd. In die hele context is 99% van alles dat werd voorgelegd soepel en vlekkeloos doorgeleid.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ook wij kunnen het argument begrijpen dat die Wet goed verhuurderschap er moet komen. Ik ben ook blij dat de minister verduidelijkt dat zij dan niet pas na de evaluatie gaat kijken of de regeling wordt afgeschaft. Volgens mij zegt een meerderheid van de Kamer hier vandaag ook: die moet afgeschaft worden. Ik gaf al aan dat mevrouw Martens en ik dat in een motie willen bestendigen. Dat zou gelijktijdig moeten gebeuren, of in ieder geval wanneer de wet er is, zodat we niet langer wachten. Als ik het verhaal van de minister hoor, dan baart mij haar rol van dubbeldemissionair bewindspersoon wel zorgen. We hebben uit het nieuws vernomen dat oud-minister Van Hijum aangaf: dit is de richting die we opgaan. Dat is natuurlijk ook in samenspraak gebeurd met ambtenaren. Er zijn brieven gestuurd en consultaties gedaan. U heeft het overgenomen en vervolgens een andere weging gemaakt. Op zich kan dat. U zegt ook: ik moet blijven nadenken. Dat is ook belangrijk. Maar ik vraag me toch af hoe u in dezen de rol van dubbeldemissionair bewindspersoon opvat, want dit is volgens mij echt een grote, forse beleidswijziging.
Minister Paul:
De heer Ceder herhaalt heel terecht wat ik zei: je moet blijven nadenken en blijven wegen. Dat heb ik gedaan en dat doe ik voortdurend. Op dit specifieke thema heb ik het als volgt afgewogen: wat we verliezen als we op dit moment die afbouw inzetten, vond ik groter dan dat wat we moeten behouden in het belang van de arbeidsmigrant.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Oké, dan vraag ik het toch anders. Denkt u dat het binnen de kaders past van een dubbeldemissionair bewindspersoon om deze afslag te maken?
Minister Paul:
Ja. Anders had ik het niet gedaan; anders had ik het niet gedaan.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Helder. Vandaag doet de minister de uitspraak dat die afgeschaft moet worden, maar dat ze kijkt naar een opportuun moment. Had ze dit ook voor ogen op het moment dat ze deze keuze maakte? Mij bekroop de gedachte in ieder geval dat u de beleidswijziging gemaakt heeft met als argument dat het in het belang is van de arbeidsmigrant, en dat u niet van plan was om die snel af te schaffen. Ik vraag me even af of u naar aanleiding van de ophef of dit Kamerdebat ook wat bijgestuurd bent en u de uitspraak van vandaag al als voornemen had toen u het besluit nam.
Minister Paul:
Dat is mijn voornemen, omdat ik ook zie dat je alles moet doen wat je kunt doen om die afhankelijkheid te verkleinen of door te knippen. Maar je moet dat dan wel doen op een manier waarop de arbeidsmigrant er ook mee geholpen is, en niet knollen voor citroenen verkopen. Zoals ik zei: ik ben niet met die regeling of maatregel getrouwd. Op het moment dat het kan — de heer Ceder heeft daar ook ideeën over; ik zie de motie graag tegemoet — dan wordt dat afgebouwd.
De heer Ceder (ChristenUnie):
In een interruptiedebat met de heer Van den Brink, geloof ik, verwees u naar de beslisnota. Ik dacht dat u aangaf dat ambtenaren hadden geadviseerd deze afslag te nemen. Ik heb naar de beslisnota gekeken. Ik dacht: misschien heb ik iets over het hoofd gezien. Volgens mij is daar de vraag neergelegd of deze in de RSD voorgelegd zou moeten worden of niet, met als consequentie dat deze dan niet voor 1 januari in werking zou kunnen treden. Dat was volgens mij een suggestie en niet per se een sturend advies. Ik wil dus nog even dubbel vragen of het klopt — of misschien heb ik het verkeerd begrepen — dat ambtenaren, in tegenstelling tot hun eerdere advies aan minister Van Hijum, hebben geadviseerd om deze afslag te nemen.
Minister Paul:
De ambtenaren hebben Van Hijum geadviseerd om de afslag te nemen die ik nu genomen heb.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
In het antwoord dat de minister gaf op een vraag van een collega van D66, zei ze: er waren geen nieuwe feiten; er waren geen nieuwe feiten bovengekomen toen ik mijn besluit nam. De heer Van Hijum heeft destijds in eenheid van kabinetsbeleid een besluit genomen. Achttien dagen na het aantreden van de minister waren er geen nieuwe feiten en toch heeft ze iets anders besloten. Ik vind het antwoord onvoldoende. Kan de minister aangeven of ze dat wel of niet normaal vindt voor een dubbeldemissionaire minister?
Minister Paul:
Ik vind het normaal dat wanneer je aantreedt als bewindspersoon — dat heb ik gedaan bij Onderwijs en nu ook bij SZW — je eigen denken niet stopt. Dat betekent het volgende. Gemiddeld genomen worden er op een dag tientallen besluiten aan mij voorgelegd. Daar denk ik allemaal over na. Daar betrek ik alle beschikbare informatie bij. In de afgelopen periode, zoals ik net ook zei richting de Kamer, is 99% van die besluiten naadloos doorgelopen. Ik heb soms misschien ook bedenkingen, maar dan weeg ik die en zeg ik: we hebben meer te winnen als we dit doorzetten. Dat is in het belang van een bepaalde groep, of dat nou gaat om uitkeringsgerechtigden, pensioengerechtigden of noem maar op. Dat zijn allemaal thema's uit mijn portefeuille. Op dit punt heb ik — ik verval in herhaling — een andere weging gemaakt dan mijn voorganger.
De voorzitter:
Mevrouw Patijn, ik geef u nog een keer het woord. Maar ik wijs alle leden er ook op dat we nog twee uur hebben voor dit debat. De minister moet nog een hoop van haar beantwoording doen. Ik vind het belangrijk om in eerste aanleg ruimte te geven voor dit debat, maar houd het graag kort. Op enig moment moeten we ook verder met de beantwoording.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
De minister geeft aan: geen nieuw beleid, toch neem ik mijn besluit, ook al ben ik dubbeldemissionair. Daar vind ik wat van. De minister vindt dat ze dat gewoon kan doen. Ik denk dat dit een heel belangrijk onderwerp is voor ons als Kamer, waarover we heel kritisch moeten zijn. Ik vind het namelijk echt bizar dat dat kan. Dat zegt de minister dan ook nog te doen in het belang van de arbeidsmigranten, terwijl minister Van Hijum uitgebreid met alle partijen heeft overlegd. U heeft er geen woord aan besteed, ook al heeft u de sociale partners in die periode twee keer gesproken om dat af te spreken. Ik begrijp daar helemaal niets van. Ik hoop dat u terugkomt op uw besluit.
Minister Paul:
Ik hoor geen vraag.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik heb toch nog even een vraag aan de minister. Ze was net ongewoon hard. Ze noemde de maatregel "knollen voor citroenen verkopen". Mijn vraag aan de minister is eigenlijk: vindt zij dat niet een erg hard oordeel over een besluit dat door haar voorganger genomen is, in een kabinet met VVD-bewindslieden, terwijl er op dat moment geen wanklank over te horen was?
Minister Paul:
Volgens mij is het een heel gebruikelijke oud-Hollandse uitdrukking. Het enige wat ik daarmee wil zeggen, is dat ik er niet in meega als je de suggestie wekt dat als je deze regeling afschaft, dus die inhouding niet doet, daarmee alle problemen voor de arbeidsmigranten zijn opgelost. Ik vind juist dat we door deze inhouding op dit moment nog vast te houden kunnen borgen dat de prijs gemaximeerd wordt, dat er ook een zekere kwaliteit wordt geboden en dat er überhaupt een aanbod is.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik blijf het een vrij harde kwalificatie vinden. "Knollen voor citroenen verkopen" betekent gewoon: mensen een rad voor ogen draaien. Dat is nogal iets, wat u zegt over een besluit dat door uw voorganger genomen is. Het is eigenlijk ook nogal iets wat de minister zegt over haar VVD-partijgenoten in het kabinet, die daar op dat moment kennelijk niet op aangeslagen zijn, die dat op dat moment een prima maatregel vonden. Ze maakt hen nu eigenlijk medeverantwoordelijk voor een besluit waarvan zij zegt: dat is knollen voor citroenen verkopen. In die zin is het opmerkelijk.
Minister Paul:
De heer Ceulemans vindt het opmerkelijk; ik neem dat voor kennisgeving aan.
De voorzitter:
U vervolgt uw beantwoording.
Minister Paul:
Ik zou toch een poging willen wagen om de beantwoording te doen. Waarschijnlijk kunnen we ook een hoop overslaan omdat dat net al aan bod is gekomen, maar goed, ik wil recht doen aan de vragen.
De leden Patijn en Ceder vroegen of ik het belangrijk vind dat de verstrengeling tussen bed en baan wordt verbroken, en welke maatregelen ik neem om misstanden op dit vlak tegen te gaan. Ik kan beamen dat het belangrijk blijft om de positie van arbeidsmigranten te verstevigen door de afhankelijkheid van arbeidsmigranten van hun werkgever te verminderen. Ik gaf al aan dat de Wet goed verhuurderschap regelt dat de huur- en de arbeidsovereenkomst los van elkaar moeten worden afgesloten. Ook het wetsvoorstel voor meer huurbescherming van de minister van VRO moet voorkomen dat arbeidsmigranten direct hun huisvesting verliezen wanneer ze hun baan verliezen.
De heer Ceder stelde de vraag over het punt dat betere huurbescherming essentieel is om die afhankelijkheidsrelatie te doorbreken. Volgens mij zei ik dat zojuist ook. Dan kunnen we door.
De heer Neijenhuis had een vraag over hoe ik de rekentool bezie die arbeidsmigranten helpt inzicht te krijgen in een redelijke huurprijs. Volgens mij verwijst de heer Neijenhuis naar de rekentool die de uitzendsector op eigen initiatief heeft ontwikkeld om een relatie tussen prijs en kwaliteit te onderbouwen. Die wordt toegepast via de cao. Wat mij betreft, wanneer het wetsvoorstel van VRO voor huurbescherming en huurprijsbescherming in werking treedt, geldt in de meeste gevallen het, zoals dat heet, wettelijke puntensysteem woningwaarderingsstelsel onzelfstandig, het WWSO. Die rekentool van de sector is dan niet van toepassing. Met dat wetsvoorstel hebben arbeidsmigranten zoals iedereen huurprijsbescherming en huurbescherming. De gemeente kan hier dan ook op handhaven. Alleen voor de zogenaamde shortstaycontracten, die in het wetsvoorstel tot 30 dagen worden beperkt, is het prijs-kwaliteitsysteem van de uitzendsector dan nog wel een waardevolle toevoeging.
De heer Ceder vroeg mij hoe ik het besluit rijm met de belangrijkste aanbeveling van de commissie-Roemer. Strikt genomen is het afschaffen van de mogelijkheid om in te houden op het wml geen aanbeveling van het aanjaagteam. Zoals ik eerder heb aangegeven, heeft het loslaten van de mogelijkheid om in te houden op het loon voor huisvesting op dit moment meer nadelige dan positieve gevolgen voor de arbeidsmigrant. Een van de belangrijkste maatregelen en aanbevelingen vanuit de commissie-Roemer is het wetsvoorstel Wtta, dat ik twee weken geleden in de Eerste Kamer heb verdedigd. Noem het het nieuwe vergunningstelsel voor uitzendbureaus. Daarmee kunnen we malafide uitzendbureaus aanpakken en kunnen we ervoor zorgen dat arbeidsmigranten beter worden beschermd en dat misstanden worden tegengegaan. Dat doen we onder andere door bijvoorbeeld de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt in te stellen, die echt een vergunningsstelsel hanteert waardoor je aan allerlei voorwaarden moet voldoen voordat je überhaupt in die sector aan de slag kunt gaan. Daarnaast schalen we ook de capaciteit van de Arbeidsinspectie flink op, met 135 fte, zodat ook de handhaving steviger ingezet kan worden en er ook hogere, veel hogere, boetes kunnen worden uitgedeeld.
De heer Ceder vroeg verder naar de uitvoering van het rapport-Roemer. Eigenlijk verzuchtte hij: hoe dan? De vraag aan mij was of ik vind dat de genomen maatregelen al effect hebben. Er zijn heel veel en ook belangrijke stappen gezet. Het merendeel van de aanbevelingen is uitgevoerd, maar daarmee zeg ik niet dat we er al zijn. Ik heb vorige week met de brief ook een bijlage, de monitor, meegestuurd. Die geeft een goed beeld van de stand van zaken. De aanbevelingen vormen een doordacht en samenhangend pakket van maatregelen. Daarin zitten overigens ook best wel wat wetgevende dossiers; die hebben simpelweg een langere looptijd. Ik kijk zelf uit naar de inwerkingtreding van de Wtta, waar ik het net over had, en ook de extra maatregelen die de minister van VRO neemt om de huurbescherming en de huurprijsbescherming van arbeidsmigranten te verbeteren. Voor de zomer van 2026 volgt een tweede rapportage van een meerjarig onderzoek dat we doen. Daarin wordt onderzocht hoe arbeidsmigranten hun positie in Nederland zelf ervaren. Dat wordt meerjarig gepeild, juist ook om te kijken of al die acties die we nemen, hun vruchten afwerpen en of mensen daar baat bij hebben. Uw Kamer wordt hierover geïnformeerd.
De heer Neijenhuis stelde de vraag of de bedrijfseffectrapportage nog wordt uitgevoerd. Jazeker, want dat is eigenlijk een vervolg op een van de aanbevelingen van Roemer. Met de huidige effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid krijgen gemeenten inzicht in de huisvestingsopgaven van arbeidsmigranten als zich een nieuw bedrijf in hun gemeente vestigt. Zo kunnen zij hopelijk op constructieve wijze met bedrijven het gesprek voeren over de inzet en huisvesting van arbeidsmigranten en kunnen zij hier hopelijk heldere afspraken over maken. In het regeerprogramma is opgenomen dat er een afwegingskader wordt ontwikkeld bij nieuwe bedrijven, voortbouwend op de bestaande effectrapportage van de VNG. Momenteel wordt gewerkt aan de uitwerking hiervan, waarbij we ook kijken naar de juridische consequenties. Daar wordt dus werk van gemaakt.
De heer Van den Brink vroeg mij wat ik eraan doe om de gesprekken tussen het Agrarisch Keurmerk Flexwonen, AKF, en de Stichting Normering Flexwonen, SNF, vlot te trekken. Wij faciliteren en helpen daar waar mogelijk om dat gesprek te voeren, maar het voeren van die gesprekken ligt de facto bij de partijen zelf. Op dit moment liggen die gesprekken stil vanwege inhoudelijke verschillen over de norm voor seizoenshuisvesting. De betrokken partijen kijken naar de mogelijkheid om de normen verder aan te scherpen, ook wat betreft huisvesting voor het seizoen. Dit wordt ook gestimuleerd door het voorstel van VRO, waarbij de mogelijkheid om een tijdelijk huurcontract te bieden, enkel zal gelden als huisvesting gecertificeerd is volgens de Roemernorm. Hierover heeft mijn collega Keijzer de Kamer geïnformeerd op 14 november. Als die partijen er onderling uit komen en er voldoende voortgang is bereikt, wordt bekeken of de gesprekken over integratie van die keurmerken kan worden hervat, maar dat is dus work in progress.
De heer Ceder vroeg mij: is er niet meer nodig dan het rapport-Roemer? Hij vroeg ook wanneer het kabinet aan de slag gaat met het ibo. Selectieve en gerichte arbeidsmigratie vraagt om het stevig tegengaan van misstanden, maar het is natuurlijk een veel bredere discussie, die gaat over fundamentele keuzes. Denk aan de volgende vragen. Wat voor Nederland willen we zijn Wat voor economie hoort daarbij? En welke arbeidsmarkt hoort daarbij? Zo kan deels indirect de afhankelijkheid van arbeidsmigratie worden verminderd. Met het ibo en het SER-advies — SER heeft natuurlijk ook advies uitgebracht — hebben we deze keuzes in kaart gebracht. Begin volgend jaar zal ik uw Kamer een brief sturen waarin ik inga op het ibo en het SER-advies. Maar ik zeg er ook bij dat het kabinet uiteindelijk — het zal aan een volgend kabinet zijn; wellicht zit het volgende kabinet er dan — fundamentele keuzes moet maken ten aanzien van samenleving, economie en arbeidsmarkt.
De heer Ceulemans vroeg mij of het in stand houden van de inhoudingsmogelijkheid ons meer grip geeft op arbeidsmigratie. Eerlijkheidshalve zie ik deze regeling niet als hét instrument om meer grip te krijgen op arbeidsmigratie. Dit kabinet heeft wel verschillende maatregelen in gang gezet om selectiever en gerichter arbeidsmigratiebeleid te bewerkstelligen. Ik refereerde zojuist ook al aan de Wtta, het vergunningsstelsel voor uitzendbureaus dat onlangs is aangenomen. Ook zetten we bijvoorbeeld in — dat is eigenlijk beginnen bij de bron — op een goede, betere informatievoorziening in thuislanden, zodat arbeidsmigranten heldere verwachtingen hebben vóór hun vertrek. Daarnaast — dat zei ik zojuist ook in de richting van de heer Ceder — brengen we in kaart welke fundamentele keuzes er gemaakt moeten worden op basis van wat aangereikt is in het ibo- en SER-advies.
De heer Boon (PVV):
Ik begrijp dat de minister zegt dat we meerdere maatregelen moeten nemen zolang we geen tewerkstellingsvergunning hebben binnen de EU. Dat begrijp ik. Maar wilt u eens reflecteren op de uitspraak van de Arbeidsinspectie? Die zegt juist dat deze regeling waar we het vandaag over hebben een stimuleringsregeling is voor arbeidsmigratie. Die zegt dus dat deze regeling juist méér arbeidsmigratie naar Nederland haalt, en dat met uw keuze om dit niet uit te voeren de arbeidsmigratie naar Nederland blijft doorgaan. Zou u daar eens een keer uitgebreid op willen reflecteren richting de Arbeidsinspectie?
Minister Paul:
Ik heb ook in eerdere reacties gezegd: die maatregel moet op termijn worden afgebouwd. Daar ben ik voor. Maar niet op dit moment. Niet op dit moment, omdat je daarmee bepaalde voordelen die we kunnen realiseren voor de arbeidsmigrant ook weggooit. Nou, dat. Punt. De heer Boon vroeg om een uitgebreide reflectie, maar daar komt het op neer.
De voorzitter:
U continueert.
Minister Paul:
Dan ga ik door met een vraag van de heer Van den Brink. Hij vroeg of ik kan aangeven op welke schaal werkgevers verdienen aan dit model. Een precies beeld van de mate waarin aan de inhoudingsregeling wordt verdiend, is niet te geven. Ik weet wel dat de Arbeidsinspectie jaarlijks tientallen boetes oplegt voor onrechtmatige inhoudingen op minimumloon. Zeker met de opgeschaalde capaciteit van de Arbeidsinspectie zal hier nog strakker op gehandhaafd worden.
Een vraag van mevrouw Martens-America. Hoe kan misbruik van de regeling strenger worden aangepakt? Dat ligt eigenlijk in het verlengde: de Arbeidsinspectie blijft handhaven, en met de opgeschaalde capaciteit kan ze nog steviger handhaven. Daarnaast is het voornemen om de boetes van de eerlijkwerkwetten, waaronder ook de WML valt, te verhogen. Daarnaast is er, als je het hebt over grove schendingen en zware misstanden, natuurlijk ook nog het strafrechtelijk pad. Dat wordt ook gewoon ingezet wanneer dat aan de orde is. Daarnaast — ik ga dat niet herhalen — is er de bredere aanpak met de Wtta, de aanpak van malafide uitzendbureaus et cetera et cetera, zoals ik ook in antwoord op de andere leden heb gezegd.
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Neijenhuis.
De heer Neijenhuis (D66):
De handhaving is vaak eigenlijk wel de bottleneck. We spreken met elkaar heel veel regels af, en je merkt vaak dat de ergste dingen die bij arbeidsmigranten gebeuren, dingen zijn die we al verboden hebben. Maar daar komen ze dan toch mee weg, omdat de handhaving heel moeilijk te organiseren is. Voornamelijk over de maatregel die nu genomen is, over de afschaffing van de inhouding, wil ik vragen: heeft de minister de Arbeidsinspectie daarover goed geconsulteerd, en wat was daar de reactie op?
Minister Paul:
De Arbeidsinspectie heeft haar standpunt gedeeld. Dat heb ik in het totale overzicht van de verkenning gelezen. Dat heb ik ook meegenomen.
De heer Neijenhuis (D66):
De minister benoemt het niet echt, maar volgens mij was die reactie best negatief, best vernietigend. "Je moet echt van die inhouding af, want voor de handhaving is dat eigenlijk essentieel om er echt voor te kunnen zorgen dat huis en baan gescheiden zijn." Dan vraag ik toch ook aan de minister waarom zij in die weging het belang van de handhaving, die zo vaak de bottleneck is, niet zo zwaar heeft meegewogen en toch is gebleven bij het besluit om gewoon die inhouding in stand te houden.
Minister Paul:
Volgens mij is het sowieso in alle gevallen zo dat handhaving de sluitpost is in de zin dat je ervoor moet zorgen dat goed gedrag gestimuleerd of afgedwongen wordt, al dan niet door wetgeving, richtlijnen of wat je maar hebt. Uiteindelijk moet daarop gehandhaafd worden. Het feit dat we de Arbeidsinspectie serieus hebben opgeschaald om met name in die uitzendsector heel strak te kunnen toezien en handhaven, is een heel belangrijk gegeven. Het allerbelangrijkste is het volgende, en dat is niet omdat ik die wet nu toevallig twee weken door de Eerste Kamer heb geloodst: als je heel veel wilt handhaven, kun je duizenden of tienduizenden inspecteurs neerzetten, maar als je er aan de voorkant niet voor zorgt dat malafide uitzenders worden geweerd en een halt wordt toegeroepen, blijf je dweilen met de kraan open. Dat is het belangrijke van met name die wet, de Wtta. Het is een van de allerbelangrijkste aanbevelingen uit dat rapport-Roemer. Ja, dat.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Neijenhuis (D66):
Ik schrik hier toch wel een beetje van, want de minister noemt inderdaad de handhaving de sluitpost. Dat is dan ook wel een beetje hoe we ze hier dan behandelen op het moment dat we misschien inderdaad de capaciteit wel een beetje verhogen, maar aan de andere kant eigenlijk niet luisteren naar hun noodkreten waarmee ze zeggen dat het op deze manier, als we huis en baan zo aan elkaar blijven koppelen bij arbeidsmigranten, gewoon niet verder kan. Als zij die noodkreet uiten en wij daar niet naar luisteren en zeggen dat we toch een andere weging maken, is het mooi dat je extra capaciteit hebt, maar dan begint een goede uitvoering toch echt bij luisteren naar de Arbeidsinspectie om die handhaving goed op orde te krijgen. Ik vraag de minister om dat toch opnieuw te wegen en dan ook echt te luisteren naar de praktijk en de uitvoering, want die weten uiteindelijk wat er echt aan de hand is.
Minister Paul:
Dat heb ik gedaan. Even twee dingen op dit punt richting de heer Neijenhuis. "Sluitpost" is misschien een ongelukkig woord. Laat ik een voorbeeld geven uit mijn vorige portefeuille. Je kunt de Inspectie van het Onderwijs opschalen tot in het oneindige, maar daarmee krijg je niet per se beter onderwijs. Dus daar hebben we zwaar geïnvesteerd in de basisvaardigheden en de aanpak van het lerarentekort om ervoor te zorgen dat het onderwijsniveau omhooggaat en dat leerlingen beter geëquipeerd zijn. Daar waar het niet goed gaat, moet een inspectie kunnen handhaven. Dat geldt precies zo voor de Arbeidsinspectie bij andere thema's.
De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Voorzitter, excuses dat ik net wat later binnenkom. Dank aan de minister voor de beantwoording. Hierover heb ik toevallig een vraag. We waren onlangs op bezoek met de commissie in de gemeente Westland. Daar is natuurlijk veel arbeidsmigratie. Toen zei de burgemeester tegen ons dat hij wat ontevreden was over de Arbeidsinspectie. Er was moeilijk contact mee te leggen en er was onvoldoende handhaving. Hij zei: ik ken de situatie in mijn eigen gemeente het best, dus het zou zo fijn zijn als ik ook zelf wat van de bevoegdheden van de Arbeidsinspectie krijg, zodat ik zelf kan gaan handhaven. Nou is mijn vraag aan de minister of zij misschien bereid is om eens met burgemeesters te bekijken of zij misschien niet ook zelf een aantal van die bevoegdheden kunnen overnemen, zodat zij zelf in hun eigen gemeenten daarop kunnen gaan handhaven. Want het leeft misschien ook wel bij andere burgemeesters.
Minister Paul:
Mij is niet helemaal duidelijk waar de gemeente dan op zou moeten handhaven.
De heer Van Houwelingen (FVD):
In zijn gemeente is er natuurlijk veel arbeidsmigratie en de burgemeester zei dat er bijvoorbeeld problemen zijn met de huisvesting. Dan nemen ze soms contact op met de Arbeidsinspectie. Nou, we hebben net gehoord dat die onvoldoende capaciteit heeft. Hij heeft zoiets van: ik zou ook zelf misschien kunnen en willen handhaven, maar ik heb die bevoegdheden niet. Dat was zijn verhaal. Welke bevoegdheden exact … Mijn punt is meer of het niet een idee is om een keer met burgemeesters om tafel te gaan om dat te bekijken, want dat scheelt u werk en de burgemeesters vinden het misschien ook fijn.
Minister Paul:
Twee dingen daarover. In de eerste plaats is het zo dat gemeenten nu al kunnen handhaven op huisvesting. Als zaken niet deugen, kunnen ze daar nu al op handhaven. Een ander punt is dat de capaciteit bij een inspectie er altijd is, want wat ik net zei over de onderwijsinspectie geldt precies zo voor de Arbeidsinspectie. Zij werken signaalgestuurd en risicogericht. Op basis daarvan grijpen ze in waar ze misstanden tegenkomen. Door juist aan de voorkant te zorgen dat malafide ondernemers niet kunnen toetreden tot de markt door tegelijkertijd ook de capaciteit van de Arbeidsinspectie op te schalen, kunnen we dat probleem het hoofd bieden. Maar uw vraag is eigenlijk of ik wil kijken of er aanvullend misschien nog interessante mogelijkheden zijn waarbij de gemeentes in stelling worden gebracht. Ik kan dat niet overzien, maar ik wil daar uiteraard best naar kijken.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Paul:
Voorzitter. Een vraag van de leden Ceder en Martens-America: wanneer zou er wel een nieuw weegmoment kunnen komen? Volgens mij ben ik daar al op ingegaan. Wat mij betreft is het belangrijk om de maatregelen om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren, te blijven uitvoeren. Een belangrijke maatregel in dit verband is het voorstel omtrent huurbescherming. Dus het moment dat die wet is aangenomen, zou een heel mooi weegmoment kunnen zijn.
De heer Van den Brink vroeg mij hoe cao-afspraken over het behoud van huisvestiging bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de praktijk werken? Cao-afspraken zijn primair de verantwoordelijkheid van de sociale partners. Hoe deze afspraken in de praktijk uitwerken, monitoren ze zelf. Daar ben ik niet rechtstreeks bij betrokken. Onderliggend proef ik echter de vraag om daar toch meer zicht op te krijgen vanuit de Kamer, dus ik wil graag uw wens om meer zicht te krijgen op de praktijk, kenbaar maken aan de betrokken cao-partijen en aan hen vragen om hun bevindingen met mij, en via mij met de Kamer, te delen.
Voorzitter. Over de timing is al het nodige gezegd. Volgens mij zijn alle vragen daarover al aan bod gekomen in diverse interrupties. Eén vraag kwam niet expliciet aan de orde. Dat is de vraag van de heer Boon, die mij vroeg of er achter de schermen druk is uitgeoefend, en door wie. Het korte antwoord is nee. Nee.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van het kopje timing?
Minister Paul:
Ja, klopt.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan mevrouw Patijn voor een interruptie.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik had een aantal vragen gesteld over de timing. De eerste en belangrijkste voor mij is de volgende. Als de minister de brief eerder aan de Kamer had gestuurd, had dat volgens haar dan invloed gehad op de campagne?
Minister Paul:
Ik zou niet weten waarom. Laat ik daaraan het volgende toevoegen. De suggestie wordt gewekt dat ik de timing heb laten afhangen van de campagne of het feit dat er verkiezingen aankwamen. Daar heeft het werkelijk helemaal niks mee te maken.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
De ambtenaren hebben u geadviseerd om de Kamer eerder te informeren.
Minister Paul:
Nee.
De voorzitter:
Mevrouw Patijn heeft het woord.
Minister Paul:
Ja, sorry!
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
De ambtenaren hebben de minister geadviseerd om de Kamer te informeren; laat ik het dan zo formuleren. Dat hebben ze gedaan vijf weken voordat de brief uiteindelijk aan de Kamer is gestuurd. Er is dus vijf weken over gedaan om de Kamer te informeren over twee alinea's. Ik meen dat het net 300 woorden waren die daaraan besteed zijn. Waarom moet daar vijf weken over gedaan worden? We hebben net de argumentatie van de collega van JA21 gehoord dat dat bijna tegenstrijdig is. Kan de minister uitleggen of ze het lastig had gevonden als dit onderwerp in de verkiezingscampagne terug was gekomen?
Minister Paul:
Nee, oprecht niet.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Wat is dan de reden geweest dat ze die korte zinnetjes, die ene alinea, niet gewoon direct naar de Kamer gestuurd heeft?
Minister Paul:
Nadat ik het besluit had genomen, zijn we aan de slag gegaan om die communicatie voor te bereiden. Ik werk samen met fantastische ambtenaren, maar als ik concepten voorgelegd krijg, vind ik er ook nog wat van. Dat gaat dan heen en weer. Vervolgens vond er ambtelijke afstemming plaats met het ministerie van VRO. Uiteindelijk waren we er op 29 oktober ambtelijk uit. Toen is er een klap gegeven op die brief en is die uitgestuurd.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dat bijzonder. Ik had nog een andere vraag. Ik mag wel nog even mijn vragen herhalen?
De voorzitter:
Zeker.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik had ook gevraagd waarom de minister de sociale partners niet geconsulteerd heeft in die lange periode van vijf weken. Ze is ze twee keer tegengekomen volgens haar agenda, maar er is noch informeel noch formeel, noch impliciet noch expliciet, met de sociale partners, de werkgevers, dus ABU en VNO, en met de vakbonden, hierover gesproken. Waarom heeft de minister dit belangrijke andere onderwerp voor vakbonden en werkgevers niet besproken in die gesprekken?
Minister Paul:
Omdat de standpunten van al die partijen heel duidelijk werden uit de verkenning en ook nog eens bevestigd werden in de internetconsultatie. Er was dus ook geen nieuwe aanleiding om daarover in gesprek te gaan.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de minister dus zeggen: het kon me niet schelen dat zij ervan uitgingen dat het ene ging gebeuren, want ik hoefde ze niet zelf mede te delen dat het andere ging gebeuren, dat ik een ander besluit ging nemen. Ik vind dat heel bijzonder. De andere vraag die ik nog aan de minister heb gesteld, is: waarom wordt dit besluit teruggedraaid zonder debat? We hebben nu een debat, omdat we het zelf aangevraagd hebben. De minister heeft echter geen enkele intentie gehad om dit in een debat te bespreken. Ze heeft het teruggedraaid, het is stopgezet — zo staat het ook in de stukken — en daarmee is het klaar. Waarom is de minister van mening dat dit zonder debat met de Kamer kon?
Minister Paul:
Twee dingen. De eerste vraag ging over het niet op voorhand informeren van de sociale partners. Dat hebben we wel gedaan. De tweede vraag was waarom er geen debat is gehouden. Ik heb de Kamer geïnformeerd en vervolgens is het aan de Kamer om te bepalen hoe zij daarmee omgaat. Nu hebben we hier dit debat.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Maar door het besluit was de vertraging er al; het was al stopgezet. Zo staat het ook in de stukken. Daarmee is het dus afgerond. Ik heb ook geïnformeerd bij de sociale partners en het is niet zo dat zij geïnformeerd zijn door de minister zelf, maar dat ging via de ambtenaren. In de rondvraag van een vergadering is daar in twee zinnen iets over gezegd tegen mensen die niet de direct betrokkenen waren. Het is dus ook niet zo dat de minister de sociale partners zorgvuldig heeft geïnformeerd. Als laatste …
De voorzitter:
Kort, mevrouw Patijn.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ja, maar het zijn de vragen die niet beantwoord zijn. Als laatste: naar mijn gevoel heb ik nog steeds geen helder antwoord gekregen op de vraag waarom er niet veel eerder dan die vijf weken een brief had kunnen komen naar de Kamer. Het besluit van de minister was er namelijk binnen achttien dagen, dus er had ook wel binnen achttien dagen een brief aan de Kamer kunnen liggen.
Minister Paul:
Volgens mij heb ik daar wel antwoord op gegeven, maar kijkt mevrouw Patijn daar anders naar.
De voorzitter:
U komt toe aan het laatste deel van uw beantwoording, als ik goed heb geteld.
Minister Paul:
Dat klopt. Dan ben ik bij het blokje overig. Daarbij komt, zoals vaak zo is, een diversiteit aan onderwerpen aan bod.
De heer Van Houwelingen vroeg me op welke manier het kabinet zich inzet voor de terugkeer van arbeidsmigranten als zij hun baan verliezen. In de afgelopen periode heeft Nederland op dit vlak de samenwerking gezocht met verschillende landen, zoals Roemenië en Polen. Ik ben van plan om dat de komende tijd verder uit te breiden, door bijvoorbeeld ook met Bulgarije in gesprek te gaan. Ik ga dat aanstaande maandag doen en marge van de EPSCO, de SZW-Raad van Ministers in Brussel. Daarnaast ga ik ook kijken hoe ik bilaterale gesprekken kan opstarten.
Dan vroeg de heer Van Houwelingen in hoeverre er in de daklozenopvang gestuurd wordt op spoedige terugkeer van de arbeidsmigrant. In de maatschappelijke opvang wordt gekeken welk type ondersteuning iemand nodig heeft. Als dat terugkeer is, dan wordt hier ook passende hulp bij geboden. Dat ligt eigenlijk een beetje in het verlengde van wat ik zojuist zei. Uiteindelijk weet ik dat niemand van mijn counterparts uit die landen, of je het nou hebt over Polen, Roemenië of Bulgarije, wil dat zijn burgers ergens dakloos rondzwerven. Mensen zijn hier gekomen voor werk. Dan heb je de plicht om ze hier fatsoenlijk te behandelen. Maar op het moment dat dat werk vervalt en mensen op straat staan, moet je ze in eerste instantie via die opvang helpen, maar er uiteindelijk ook voor zorgen dat ze terug kunnen naar hun land van herkomst.
De heer Boon stelde mij een vraag over de werkvergunningen binnen de EU. Hij vroeg of ik bereid ben om daar in Brussel het gesprek over te voeren. Het antwoord is ja. In Europees verband zet ik me in voor het tegengaan van misbruik van detachering en een sterkere Europese arbeidsautoriteit. Zo roep ik de Europese Commissie ertoe op om met maatregelen te komen om zo tegen te gaan dat iemand van buiten de EU, bijvoorbeeld een Georgiër, zonder ook maar een dag in Polen gewerkt te hebben meteen in Nederland aan de slag kan. Dat zijn allemaal oneigenlijke constructies. Die moeten we tegengaan. Verder zijn en blijven we met andere lidstaten in gesprek om gezamenlijk misbruik van Europese regels te voorkomen. Dat ga ik onder andere maandag en marge van de Raad doen.
De heer Boon (PVV):
Ik dank de minister. Ik heb nog even een vraag voor de scherpte. Er zit namelijk een verschil tussen werknemers van binnen de EU en mensen van buiten de EU, ook al worden die gedetacheerd binnen de EU via A1-constructies. Ik ben blij dat u voor die laatsten flinke maatregelen wil nemen in de EU, minister. Maar bent u wat betreft de werknemers binnen de EU ook bereid om in de EU te bespreken of er ruimte is om de tewerkstellingsvergunningen op bepaalde momenten toch in te voeren?
Minister Paul:
Dat lijkt me heel ingewikkeld, want binnen de EU hebben we nou eenmaal vrij verkeer van personen, goederen, diensten en noem maar op. Dat is het korte antwoord.
De heer Boon (PVV):
Ja, dat hebben we. Maar we hebben ook een bepaalde noodsituatie in Nederland. Bepaalde wijken kunnen het gewoon niet meer aan. Bent u bereid vanwege die noodsituatie het gesprek op zo'n manier te voeren dat de tewerkstellingsvergunningen wél binnen de EU kunnen worden ingevoerd?
De voorzitter:
Ook de heer Boon vraag ik via de voorzitter te spreken.
Minister Paul:
Dat lijkt me, gezien de kaders waarbinnen we opereren in de EU, eerlijk gezegd niet heel kansrijk. Volgens mij is het belangrijk om de excessen aan te pakken en ervoor te zorgen dat we de migratiestroom indammen. Daar nemen we ook maatregelen voor. Maar de vraag die de heer Boon stelt, lijkt me eerlijk gezegd niet heel kansrijk.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Hierop aanvullend. Heel veel dank aan de minister voor dit antwoord, zeg ik via de voorzitter. De minister formuleert het natuurlijk heel beleefd, maar in mijn interruptiedebatje met de heer Boon zei ik het ook al: dit gaat nooit gebeuren. Het is toch een van de vier pilaren van de Europese Unie. We kunnen als Nederland zeggen wat we willen, maar het vrije verkeer van werknemers en diensten zal altijd gehandhaafd blijven. Als we daarvan af willen — wij willen er dus van af — dan zul je uit de Europese Unie moeten stappen. Kan ik wat de minister zegt zo samenvatten?
Minister Paul:
Nee, dat heb ik niet gezegd. Volgens mij brengt de EU ons namelijk ook nog steeds heel veel. Op welk punt dan ook waar het niet goed gaat of waar je vindt dat er andere maatregelen genomen moeten worden, moet je daarover in gesprek gaan.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Oké, áls dat zo is. Ik betwijfel dat, maar oké. Maar dan val ik mijn ambtsgenoot bij: dan kan u er misschien over in gesprek gaan, minister. Ik denk niet dat het enige kans van slagen heeft, zoals u net zei, maar dan kunnen we misschien aan de EU vragen of we het vrije verkeer van werknemers, de tewerkstelling en het vrije verkeer van diensten misschien aan banden kunnen leggen. Bent u dan bereid, is mijn vraag via de voorzitter, om dat te doen? Begrijp ik u goed?
Minister Paul:
Nee, dan heeft de heer Van Houwelingen mijn woorden toch verkeerd begrepen. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat er niet via allerlei schijnconstructies gewerkt wordt. Ik gaf het voorbeeld van iemand uit Georgië die via een detacheringsbureau uit Polen in Nederland aan de slag gaat. Dat soort situaties moet je tegengaan. Maar het vrije verkeer van mensen, diensten en goederen indammen lijkt me niet aan de orde.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt.
De heer Van Houwelingen (FVD):
De minister zegt dat het niet aan de orde is. Wat betekent dat anders dan dat het in graniet gegoten is, dat het nooit zal veranderen binnen de Europese Unie? Is dat niet de betekenis van "niet aan de orde"?
Minister Paul:
Ja. Volgens mij …
De voorzitter:
Dat kan een conclusie zijn.
Minister Paul:
Zeker. Zo is het.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is een gekke conclusie, dus ik ga de minister daarnaar vragen. Is de minister zich ervan bewust dat van de Europese Unie ook in Nederland alsnog met tewerkstellingsvergunningen gewerkt mag worden, als de vorm van arbeidsmigratie zoals we het er nu over hebben, zorgt voor sociale instabiliteit in het land van herkomst — dan heb ik het specifiek over Midden- en Oost-Europa — maar ook hier in onze gemeenschappen? Dan gaat het bijvoorbeeld over de druk op de gezondheidszorg of de volkshuisvesting. Er zijn wel degelijk uitzonderingsposities.
Minister Paul:
Zeker, dat klopt.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dus in antwoord op de vraag van PVV en Forum voor Democratie: het kan wel degelijk. Je kunt de vrijheid van personen binnen de Europese Unie met enkele uitzonderingen wel beperken. Laat die uitzondering nou net gemaakt zijn om dit soort problemen aan te pakken. Wat zou het toch een goed idee zijn als deze minister zou zeggen: laten we het probleem bij de kern aanpakken, met werkvergunningen. Dan hebben we echte regulering van de vrije markt in de Europese Unie wat betreft personen. Dan kunnen we ook stoppen met deze vormen van uitbuiting, waar we het nu al de hele dag over hebben.
Minister Paul:
De heer Dijk refereert aan een noodsituatie. Het gaat dan ook heel erg om de definitie van een noodsituatie.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat klopt, maar er zijn vergelijkbare landen die dit wel degelijk doen, ook binnen de Europese Unie. Ik kan u vertellen dat wij hier het afgelopen jaar een hele discussie hebben gehad over de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen. Waar ging die over? Over het toepassen van een migratiesaldo, oftewel het inperken van het aantal mensen dat ieder jaar deze kant op komt ten opzichte van het aantal mensen dat het land uitgaat. Wat is de allergrootste groep mensen die naar Nederland toe wordt getrokken door dit soort constructies waar we het vandaag over hebben? Dat is de groep arbeidsmigranten. Dus als deze minister, dit kabinet en deze Kamer zeggen dat ze een migratiesaldo van 40.000 tot 70.000 mensen willen hanteren, dan moeten ze hier iets aan doen. Ik had verwacht dat hier een minister zou staan die zou zeggen: wat een goed idee om werkvergunningen in te gaan voeren; daarmee zorgen we inderdaad voor een lager migratiesaldo. Waarom kiest deze minister niet voor zo'n beantwoording?
Minister Paul:
Dat heb ik uitgelegd. De realiteit is dat je voor het terugdringen van migratie, zeker arbeidsmigratie en de schrijnende situaties die daarmee gepaard gaan, fundamentele keuzes moet maken ten aanzien van wat voor Nederland je wil, wat voor economie je wil en wat voor arbeidsmarkt je wil. Dat weet de heer Dijk ook heel goed; dat heb ik eerder in mijn betoog ook aangegeven. Daar begint het mee. Ik denk niet dat dit demissionaire kabinet die fundamentele keuzes nog kan maken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Een korte reactie. Dat bevreemdt mij ten zeerste, omdat hier eerder een minister stond van het enkeldemissionaire, niet-dubbeldemissionaire, kabinet — het wordt steeds ingewikkelder hier — die wel degelijk zei: "We moeten keuzes gaan maken over wat voor economie we willen, welke sectoren we wél willen. We moeten reguleren op arbeidsmigratie, temeer omdat arbeidsmigranten zo'n kwetsbare positie hebben. Juist daar kunnen we de aantallen naar beneden halen." Hier staat nu een minister met een liberale kleur die een totaal ander verhaal houdt, zelfs ten opzichte van haar eigen partij. Haar partij zegt ook: goh, we kunnen best weleens gaan kijken of we met werkvergunningen moeten gaan werken. Het bevreemdt mij zeer dat de minister er zo in staat.
Minister Paul:
Ik hoorde geen vraag.
De voorzitter:
Hoe vordert u in uw beantwoording?
Minister Paul:
Die heb ik afgerond.
De voorzitter:
U heeft die afgerond.
De heer Boon (PVV):
Ik wil nog één vraag stellen. Ik hoor de minister heel vaak zeggen dat we de tewerkstellingsvergunningen niet moeten invoeren, maar de excessen moeten aanpakken. Maar er kan toch ook een aanpak van beide zijn? Ik heb het gevoel dat de minister dat scheidt. Pak de excessen aan, maar ga ook het gesprek binnen de EU al voeren over de tewerkstellingsvergunningen. Dat kan. Dat kan al opgestart worden, ook al bent u dubbeldemissionair.
Minister Paul:
Ik kom daar graag op terug in de tweede termijn.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Als de minister tot een afronding komt, dan heb ik toch nog twee vragen als vervolg op wat ik eerder heb gevraagd. De minister zei dat we op een gegeven moment, als de maatregelen zich hebben bewezen, misschien kunnen stoppen met de inhoudingsregeling. Toen mijn collega daarop doorvroeg, zei de minister: misschien op het moment dat de Wet huurbescherming arbeidsmigranten wordt aangenomen. Even later noemde u dat "een weegmoment". Ik zou graag scherp van de minister willen horen of dat het moment zou kunnen zijn waarop we die inhoudingsregeling stopzetten. Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is: mag dat van de minister ook in één keer of moet het in stapjes, zoals in de plannen van meneer Van Hijum stond?
Minister Paul:
Op de eerste vraag zou ik zeggen: ja, het moment waarop het wetsvoorstel wordt aangenomen, is een belangrijk weegmoment. Wat betreft de tweede vraag, over de afbouw: daar ga ik, of degene die hier dan zit, graag over in gesprek met de Kamer. Maar die geleidelijkheid is niet voor niets ingebouwd.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Een weegmoment is een moment waarop je gaat nadenken, waarop je gaat wegen. Dat is niet het moment waarop je al een besluit genomen hebt. Is het voor de minister ook denkbaar dat het besluit tegelijkertijd valt met het besluit over het wetsvoorstel inzake huurbescherming voor arbeidsmigranten?
Minister Paul:
Dat zou kunnen.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen … Nee. Ik was weer veel te voorbarig. Mevrouw Patijn, gaat uw gang.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik zal mezelf dwingen om kort te zijn. De minister heeft aangegeven dat de Wet goed verhuurderschap zegt dat er een scheiding moet zijn tussen de arbeidsovereenkomst en de huurovereenkomst. Kan zij mij uitleggen hoe dat kan als op het loon dat betaald wordt door de werkgever de huur ingehouden wordt die overgemaakt moet worden naar de verhuurder? Hoe kan die wet gaan vliegen als die verstrengeling van huur en loon blijft bestaan?
Minister Paul:
Omdat door die wet de vanzelfsprekendheid wordt doorgeknipt dat wanneer het werk stopt, de huurovereenkomst ook stopt. Dan is het dus niet verstrengeld.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Toch zien we in de praktijk heel veel gevallen waarin dat automatisch zo gaat. Sterker nog, de cao van de uitzendbranche zegt dat je dan binnen een maand dat huis uit moet zijn. Daar is die verstrengeling ook weer terug; daar zie je die ook. Dus hoe kan de minister zeggen dat die verstrengeling doorgeknipt kan worden zolang die huur nog ingehouden kan worden op dat loon?
Minister Paul:
Juist omdat die wet gaat zorgen voor bescherming op dat punt.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Die wet is er al en het gebeurt dus niet.
Minister Paul:
Sorry, nu haal ik dingen door elkaar.
De voorzitter:
Misschien kunt u uw vraag nog wat meer inleiden en verduidelijken, mevrouw Patijn.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
De wet die er nu al is, zegt: er moet een scheiding zijn tussen de huurovereenkomst en de arbeidsovereenkomst. Die wet bestaat al, maar die wordt niet nageleefd, onder andere omdat het heel aantrekkelijk is om de huur op het loon in te kunnen houden en omdat die verstrengeling daarin zit. Hoe kan die wet gaan vliegen zolang die verstrengeling er is van de huur die ingehouden kan worden op het loon?
Minister Paul:
Door daar strak op te handhaven. Ik ben het dus met mevrouw Patijn eens dat het helaas op plekken niet goed gaat. Daar moeten we op handhaven.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Tot slot dan. Naar mijn idee is deze wet, dus het afschaffen van die inhouding, juist keihard nodig omdat de wet precies datgene doet waarvoor de minister in dit hele debat elke keer het woordje "effectueert" gebruikt, want de wet effectueert het scheiden van werk en wonen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb in mijn betoog één vraag vijf of zes keer herhaald: zijn er mensen geweest die arbeidsmigranten hebben gevraagd hoe zij naar deze regeling kijken? Ik wil ook graag van de minister horen of zij arbeidsmigranten gesproken heeft en hun heeft gevraagd wat zij zelf van deze regeling vinden.
Minister Paul:
Ik heb niet zelf met arbeidsmigranten gesproken, mijn ambtenaren wel.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan is de logische vraag: wat was de conclusie dan uit die gesprekken?
Minister Paul:
Ik heb hier niet specifiek paraat wat er uit die gesprekken is gekomen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik wel. Het staat er namelijk niet. Er is niet één arbeidsmigrant die in de hele verkenning in die gesprekken heeft gezegd: weet je wat, ik geef een kwart van mijn loon weg aan de werkgever voor huisvesting. Niet één. Dus de conclusie is dat een minister een besluit heeft genomen zonder ook maar één arbeidsmigrant hierover te hebben gesproken. Niet één! Dan wordt hier dus gewoon gekletst over mensen die in zeer precaire, kwetsbare situaties zitten. Hoe kunt u een besluit terugdraaien als u niet één van de mensen heeft gesproken over wie het gaat? Hoe kan dat?
Minister Paul:
Mijn ambtenaren hebben met arbeidsmigranten gesproken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Er is één conclusie getrokken …
De voorzitter:
Meneer Dijk, meneer Dijk. De minister is aan het woord.
Minister Paul:
Nee, dat was wat ik had.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Zonder dat ook maar één arbeidsmigrant heeft aangegeven dat dit een goede regeling is, in hun belang, heeft deze minister over arbeidsmigranten besloten, beslist zij over arbeidsmigranten. Ook haar ambtenaren hebben niet één arbeidsmigrant gesproken die zegt: dit is een goede regeling. Hoe kunt u dan zo'n besluit nemen? Hoe kan dat?
Minister Paul:
Ik heb het totaal van standpunten gewogen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan is het dus helder. Als niet met één arbeidsmigrant is gesproken die heeft gezegd "het is in mijn belang als deze regeling wordt afgeschaft", dan is het glas- en glashelder welke belangen deze minister heeft gediend: niet de belangen van de arbeidsmigranten.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik zou de leden willen voorstellen om meteen door te gaan met de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Daarvoor nodig ik mevrouw Patijn uit op het rostrum voor haar inbreng in tweede termijn namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, het zou leuk zijn als u gaat invoeren dat we even drie minuten pauze hebben om te ademen tussen die termijnen in.
De voorzitter:
U had mogen protesteren; dan had ik naar u geluisterd. Ik ben als was in uw handen!
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik weet dat het werkt. De volgende keer ga ik dat zeker doen.
De voorzitter:
Heel goed.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. De minister heeft met heel veel wollige taal over flankerend beleid, over effectuering en heel veel beleid van haar voorganger gesproken. Maar er is geen nieuw feit bovengekomen dat naar mijn idee maakt dat de maatregel teruggedraaid kan worden. De handhavers van de Arbeidsinspectie smeken om het doorvoeren van de AMvB. Ik heb dus de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in het debat over arbeidsmigratie van 6 februari 2025 steun was voor het besluit om de inhouding voor huisvesting af te schaffen, onder andere als eerste stap naar het scheiden van werk en huisvesting;
constaterende dat een demissionaire regering besloten heeft, zonder overleg met alle partijen in het veld en zonder afstemming met de Kamer, de AMvB niet door te voeren;
overwegende dat het kabinet met het tegenhouden van de AMvB een verdienmodel in stand houdt waardoor het aantrekkelijk is om arbeidsmigranten naar Nederland te halen;
verzoekt de regering terug te komen op haar besluit en de AMvB over het afbouwen van de inhoudingsmogelijkheden voor huisvesting op het minimumloon alsnog verder te brengen en deze conform de geplande route ter advisering voor te leggen aan de Raad van State,
en gaat over tot de orde van de dag.
Dank u wel, mevrouw Patijn. Een interruptie van meneer Jimmy Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik wil mevrouw Patijn vragen of ze ziet dat dit iedere keer vormen zijn van dweilen met de kraan open. Ik bedoel het achteraf proberen om allerlei regelingen te treffen: dat is dweilen met de kraan open. Is ze het daarmee eens?
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Daar ben ik het zeker mee eens.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan heb ik mevrouw Patijn nodig, als sociaaldemocraat die voor het reguleren van de markt is en tegen het vrijemarktideaal van geen grenzen en geen regels aan de markt. Er is bijna een meerderheid in deze Kamer voor het herinvoeren van werkvergunningen, op basis van wat ik net zei: sociale instabiliteit in gemeenschappen elders én hier. Ik zou u willen vragen om ons voorstel te steunen, want dat zou er namelijk voor zorgen dat we een meerderheid krijgen voor dit voorstel. Dan hoeven we dit soort gekke discussies ook niet meer te voeren.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik vrees dat dit deels een teleurstellend antwoord en misschien deels een hoopgevend antwoord is. Ik wil graag het gesprek hierover een keer wat breder met u voeren, want ik ben er wel in geïnteresseerd om met u te kijken hoe dat zou kunnen. Ik vind dat er twee dingen aan het fundament moeten gebeuren. Het allerbelangrijkste daarbij is dat gekeken wordt hoe de economie aangepast kan worden. Daar heb ik al heel veel voorstellen voor gedaan. Ook die zijn niet heel veel verder gekomen, maar ik hoop wel dat het denken daarover niet zal stilstaan. Dus het is aan elkaar gekoppeld: welke economie wil je en hoe zorg je ervoor dat mensen hier op een fatsoenlijke manier naartoe kunnen komen?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Tot slot. Dat hangt daarmee samen. Het voordeel van met werkvergunningen werken is dat je keuzes kunt maken over waar wel en waar niet. Dat kun je natuurlijk ook doen door de lonen te verhogen. Ik ken de discussie. Maar ik had van een sociaaldemocratische partij wel verwacht dat ze de markt echt flink wil reguleren. Het vrije verkeer van personen in de EU leidt er op dit moment toe dat de kwetsbaarsten van heinde en verre uit hun gemeenschap worden gesleept en hier als concurrenten worden gezet ten aanzien van de woningbouw, de zorg, en noem maar op. Eerlijk gezegd had ik eerder verwacht dat de partij van mevrouw Patijn aan mijn zijde stond dan een partij als de VVD, die dit voorstel wel gaat steunen.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Het lijkt mij goed om er nog een keer, zoals ik zei … Ik ben het met u eens dat het een interessant onderwerp is om naar te kijken. Ik kijk er graag met u naar, maar ik ga er nu nog geen antwoord op geven. Ik vind het een debat waard.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Patijn. Het woord is aan de heer Ceder voor zijn inbreng in tweede termijn namens de fractie van de ChristenUnie. Ga uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Zoals vaker trekken de SP en de ChristenUnie op dit punt samen op, dus ik sta ook onder de motie die de heer Dijk straks gaat indienen over de werkvergunningen. Ik denk dat het belangrijk is dat de overheid grip en regie krijgt.
Voorzitter. Ten aanzien van het debat heb ik twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel arbeidsmigranten het risico lopen op uitbuiting en dakloosheid door een koppeling van bed en baan, deze koppeling onwenselijk is vanwege vermenging tussen werkgever en huisvester en de commissie-Roemer nadrukkelijk adviseerde dit te ontkoppelen;
overwegende dat arbeidsmigranten veelal shortstaycontracten hebben waarop geen huurbescherming van toepassing is, waardoor dakloosheid van de ene op de andere dag het gevolg kan zijn;
verzoekt de regering om de aangekondigde wetgeving die de huurbescherming van arbeidsmigranten versterkt en shortstaycontracten drastisch inperkt zo snel mogelijk naar de Kamer te sturen, en zo gelijktijdig mogelijk de regeling om 25% van het minimumloon in te houden af te schaffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dan ten aanzien van het SNF- en AKF-keurmerk de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er voor de huisvesting van arbeidsmigranten zowel het SNF- als AKF-keurmerk bestaat, die inhoudelijk van elkaar verschillen, en dat de gesprekken over integratie van beide keurmerken stilliggen;
verzoekt de regering meer regie te nemen in de integratie van beide keurmerken en het SNF-keurmerk als ondergrens te hanteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Dijk namens de fractie van de Socialistische Partij.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de inhoudingsmogelijkheid op het minimumloon de afhankelijkheid alleen maar versterkt;
verzoekt de regering de inhoudingsmogelijkheid op het minimumloon ten behoeve van de huisvestingskosten af te bouwen vanaf 1 januari 2026, waarbij ieder jaar het maximale inhoudingspercentage stapsgewijs 5% wordt verlaagd en uiterlijk in 2030 de inhoudingsmogelijkheid zal eindigen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. De volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse Arbeidsinspectie aangeeft dat het aanpakken van misstanden bij uitzendbureaus "dweilen met de kraan open" is;
constaterende dat hierdoor arbeidsmigranten uitgebuit worden met dakloosheid, mentale en lichamelijke problematiek tot gevolg;
constaterende dat gezondheidszorg en huisvesting mensenrechten zijn en dat deze dus ook voor arbeidsmigranten moeten gelden;
verzoekt de regering een werkvergunning in te voeren voor werknemers uit Midden- en Oost-Europa waarbij sociale voorzieningen geregeld kunnen worden, en hiertoe zo snel mogelijk een plan van aanpak en tijdpad aan de Kamer te zenden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Ik vond de beslissing van deze minister al heel erg slecht, maar ik vond haar laatste antwoord dermate slecht dat ik afsluit met deze motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet demissionair is;
constaterende dat minister Paul desondanks, zonder het parlement en zonder arbeidsmigranten te betrekken, een grote beleidswijziging heeft ingezet, die meer onzekerheid tot gevolg heeft voor arbeidsmigranten;
zegt het vertrouwen in minister Paul op,
en gaat over tot de orde van de dag.
Ik zie twee interrupties. De heer Van den Brink was eerder. Daarna is de heer Van Houwelingen. Meneer Van den Brink, gaat uw gang.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Als de heer Dijk de huidige inhoudingsregeling zo dramatisch vindt, waarom kiest hij dan toch voor een stapsgewijze afbouw, en niet voor afbouw in één keer?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik had een vierde motie — die heb ik op mijn bureau liggen — met een volledige intrekking vanaf 1 januari 2027. Het was de bedoeling om daarmee de Kamer meerdere keuzes te geven, maar zoals u ziet, heb ik beperkt tijd. Ik wil ook een motie van wantrouwen indienen, omdat ik het laatste antwoord van deze minister zo ongelofelijk slecht vond. Ze heeft niet eens gesproken met arbeidsmigranten zelf en dat kwam in de verkenning ook nergens terug. Daarom heb ik die motie helaas achterwege moeten laten, meneer Van den Brink. Maar ik wil 'm aan u geven. Dan kunt u 'm misschien voor mij indienen.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Maar afbouwen in één keer is voor meneer Dijk dus acceptabel.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Laat ik daar één zin aan toevoegen. Iedere stap die sneller gaat dan deze minister is voor mij een betere stap.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik vind de motie om vergunningen in te voeren voor werknemers uit Midden- en Oost-Europa sympathiek, maar als ik het interruptiedebat volg dat we hebben gehad met de minister, is mijn indruk dat het binnen de Europese Unie niet haalbaar is. Ik wil toch nog wel even vragen hoe u daarnaar kijkt.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Fijn dat u dat vraagt, want dan kan ik dat toelichten. Ik heb dit in eerdere debatten ook vaker toegelicht. Er zijn ook binnen Europese wet- en regelgeving wel uitzonderingsposities. Als je sociale instabiliteit hebt in landen van herkomst en gemeenschappen hier, kun je op die uitzonderingsregels aanspraak maken. Ik zie dat deze minister dat niet wil. Ik heb gezien dat het kabinet hiervoor het ook niet wilde. Ik zie wel een meerderheid in de Kamer ontstaan, meneer Van Houwelingen, maar dan kom ik toch weer terug bij GroenLinks-Partij van de Arbeid, D66 en de VVD. Als een van die partijen omgaat, zijn we er. En het CDA, pardon.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Nogmaals, ik heb er sympathie voor, maar mijn schatting is dat het vrije verkeer van personen, werknemers en diensten in graniet gegoten is. U kunt het proberen met de uitzondering voor noodsituaties, maar ik denk niet dat het gaat lukken. Ik heb nog een vraag, die ik al langer aan de SP wil stellen. U noemt al die misstanden met arbeidsmigratie. Daar ga ik ook nog in mee, hè? Maar is er een moment waarop u, ook vanuit uw eigen ideologie, zou zeggen: het is nu eens welletjes geweest? De grote bedrijven zijn er natuurlijk ook blij mee, hè, vanwege de lage lonen. Is er een moment waarop u zegt: als we dit niet voor elkaar krijgen, en niet eens onze eigen grenzen kunnen controleren en het vrije verkeer van arbeid kunnen tegengaan, dan moeten we misschien maar eens uit de Europese Unie stappen? Gaat de SP dat punt bereiken? Vroeger had u dat standpunt, hè, want u was vroeger kritisch op de Europese Unie.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Wij zijn nog steeds zeer kritisch op de Europese Unie. Wij willen die graag veranderen en verbeteren. U noemt precies een punt, namelijk het vrije verkeer van arbeid en kapitaal, van werknemers, personen en bedrijven, dat de positie van werknemers inderdaad schaadt. Dat zorgt voor een onderlinge concurrentie die wat ons betreft onhoudbaar is. Daarom zeggen wij ook: met tewerkstellingsvergunningen reguleer je de markt. Je zou de Europese Unie dus grondig moeten gaan hervormen. Dat klopt. Maar eruit stappen vinden wij ... Er zijn heel veel manieren waarop wij als Europese Unie nu wel zouden moeten samenwerken, bijvoorbeeld als het gaat over de afhankelijkheid voor de productie van staal of medicijnen. Zo kun je op een goede manier veiligheid en zekerheid bieden aan mensen. Maar dat is iets anders dan een vrijemarkteconomie creëren op het hele Europese continent. Dat komt werknemers uiteindelijk niet ten goede.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, tot slot. Ik hoop dat er een moment aanbreekt dat de SP misschien de oude SP hervindt. Tijdens de campagne heb ik een aantal SP-stemmers gesproken die eigenlijk ook uit de Europese Unie willen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ja, ik zag het. Dat plaatste u op sociale media.
De voorzitter:
Meneer Van Houwelingen heeft het woord.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, en ik zal het kort houden. Ik hoop dat op een gegeven moment het moment aanbreekt dat ook de SP gaat zeggen: om die reden en andere redenen gaat het echt niet meer langer; we moeten eruit stappen. Maar oké, we wachten het af.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik kan hierop reageren, maar volgens mij is het standpunt van de SP over de Europese Unie al jarenlang helder: samenwerking daar waar het kan, maar niet aan onze voorzieningen komen waar dat niet nodig is, zoals openbaar vervoer, zorg, pensioenen en sociale zekerheid. Maar samenwerking op grensoverschrijdende problemen, zoals de aanpak van criminaliteit, belastingontduiking en cruciale sectoren van de economie, helpt vooruitgang, en het uithollen van sociale verworvenheden niet.
De voorzitter:
U praat er bij de koffie ongetwijfeld samen nog eens over door.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij heeft meneer Dijk een primeur te pakken. Volgens mij is hij de eerste met een motie van wantrouwen in deze samenstelling. Ik weet niet of ik u moet feliciteren, maar ik constateer het in ieder geval. Ik heb er nog wel een vraag over. U zei: het punt is dat er niet met migranten is gesproken. In de beslisnota lees ik dat er een aantal keer … Laat ik het zo zeggen: de arbeidsmigranten met wie gesproken is, hebben aangegeven dat ze de instandhouding of de facilitatie wel wenselijk zouden vinden.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Woonruimte.
De voorzitter:
Meneer Ceder heeft het woord, meneer Dijk.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag gaat over een verduidelijking: waar ligt het punt? Als ik de beslisnota lees, blijkt uit de consultatie dat arbeidsmigranten — ik weet niet welke — de voorkeur geven aan het in stand houden van de regeling. Nou, daar vind ik het nodige van, maar ik vroeg me dus even af waar u op doelt. In de stukken lees ik dus dat er wel met arbeidsmigranten is gesproken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Er staat ook heel duidelijk — daarom verwoordde ik het zo precies toen ik net bij de microfoon stond — dat het voorzien in woonruimte iets anders is dan het inhouden van het loon. Als je met arbeidsmigranten gaat spreken, zeggen zij dat er woonruimte moet worden geregeld. Ja, natuurlijk. Dat is vanzelfsprekend, maar dat is iets anders dan het inhouden van het loon. Er is met niet één arbeidsmigrant gesproken die heeft gezegd: weet je wat, pak een kwart van mijn loon af. Dat is mijn punt. Wij hebben hier jarenlang in het parlement een debat met elkaar gevoerd over arbeidsmigratie. Als SP en ChristenUnie stonden wij vaak aan dezelfde kant van het touw te trekken. Dan wordt eindelijk een beslissing genomen om deze afhankelijkheid van arbeidsmigranten en de koppeling tussen werk en wonen los te gaan laten, en dan zit hier een minister die niet één arbeidsmigrant heeft gesproken en zegt: nee, laat die koppeling in stand. Ik vind het nogal wat om daar overheen te gaan walsen.
Laat ik dan even kort reageren op het indienen van mijn motie van wantrouwen. Ik heb in mijn leven twee moties van wantrouwen ingediend. De eerste was tegen mevrouw Yeşilgöz bij de leugen van nareis op nareis op nareis, en de tweede is vandaag. Het is dus geen sinecure als ik een motie van wantrouwen indien; ik wil er niet mee gaan strooien.
De voorzitter:
Tot zover. Dank u wel, meneer Dijk. Ik nodig de heer Boon uit voor zijn inbreng in tweede termijn namens de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Gaat uw gang.
De heer Boon (PVV):
Heel kort. Ik heb één motie. De PVV wil wel aangeven dat het jammer is dat het hier enkel gaat om wat het beste is voor de arbeidsmigrant. We vergeten de mensen voor wie we hier zitten: we moeten het beste willen voor de Nederlander. Dat is echt niet teruggekomen in het debat. Het gevolg is dat bestaande woningen worden opgekocht door uitzenders boven de marktprijs. Dat zijn woningen die voor de neuzen van onze kinderen worden weggekaapt. Daar moet het veel meer over gaan. We moeten weten voor wie we hier zitten. De PVV zal Nederlanders wel altijd op één zetten.
Ik heb één motie, over tewerkstellingsvergunningen voor EU-arbeidsmigranten.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland onevenredig veel arbeidsmigranten aantrekt, wat leidt tot toenemende overlast in wijken en een verdere verstopping van de woningmarkt, zorg en publieke voorzieningen;
verzoekt de regering zich in de Europese Raad en bij de Europese Commissie in te zetten voor invoering van tewerkstellingsvergunningen voor arbeidskrachten uit EU-landen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Boon (PVV):
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Boon. De heer Van Houwelingen ziet af van zijn spreektijd in tweede termijn. Dan gaat het woord naar de heer Ceulemans voor zijn inbreng namens JA21 in tweede termijn.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank. Ik kan het heel kort houden.
De minister heeft het recht om terug te komen op een voornemen dat haar voorganger heeft genomen. Wij hebben vervolgens het recht om dat inhoudelijk te wegen en wij komen tot de conclusie dat deze minister daarmee niet het juiste besluit heeft genomen. Voor ons is doorslaggevend dat het huidige systeem een prikkel in stand houdt om arbeidsmigranten naar Nederland te halen en in dienst te nemen in plaats van Nederlands personeel, met overlast tot gevolg die we elke dag in onze wijken ervaren. Daarom heb ik de motie van mevrouw Patijn medeondertekend.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ceulemans. Het woord gaat naar de heer Van den Brink voor zijn inbreng namens de fractie van het Christen Democratisch Appèl.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik dank de minister voor haar antwoorden in haar eerste termijn. Over de timing heb ik eigenlijk nog één vraag aan de minister: zou u het de volgende keer weer zo doen? Dank voor uw toezegging om door te geleiden wat er met de cao's gebeurt. Ik heb nog een aanvullende vraag over de keurmerken. Ik zou het fijn vinden als u zou uitspreken dat u daar toch de regie op wil nemen. Mijn vraag aan u is: zou u dat willen doen?
Zoals ik in eerste termijn al zei, hechten wij eraan dat er zorgvuldig wordt omgegaan met arbeidsmigranten. Dus die ontkoppeling van wonen en werken moet er echt komen. Wij kiezen ervoor om dat op een verantwoorde manier te doen. De randvoorwaarden moeten op orde zijn. Daarom kiezen wij er samen met D66 voor om de inhoudingsverplichting af te schaffen op het moment dat de wet huurbescherming van arbeidsmigranten in werking treedt, en dan ook in één keer in zijn geheel. En ik wil het kabinet vragen daar haast mee te maken. Mijn collega Neijenhuis zal daar straks een motie over indienen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Brink. Het woord is aan de heer Neijenhuis voor zijn tweede termijn namens de fractie van de Democraten 66.
De heer Neijenhuis (D66):
Voorzitter. Dank voor de antwoorden, al is eigenlijk nog veel onduidelijk. Een besluit van nog geen jaar geleden, eigenlijk ook met steun van deze minister, maar dan nog in de hoedanigheid van staatssecretaris in hetzelfde kabinet, is in no time teruggedraaid, terwijl bijna iedereen die echt uit de praktijk komt, zegt: doe dit nou niet. Dan ligt wat ons betreft de lat heel hoog om te besluiten om daarop terug te komen. Die lat is wat ons betreft niet gehaald.
Daarom nog een vraag en een motie, allereerst over de bedrijfseffectrapportages, waar ik net al een vraag over stelde, namelijk over de eerdere motie-Paternotte. Dank voor het antwoord, maar ik zou willen vragen om in die verkenning die nu gedaan wordt, niet alleen nieuwe bedrijvigheid mee te nemen maar ook te kijken naar uitbreiding en wisseling. Ik hoop daarin op een toezegging; dan is daar geen motie voor nodig. Die motie heb ik niet, dus ik hoop op een positief antwoord.
Dan de motie zoals net aangekondigd.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat inhouding van het minimumloon voor woonruimte zorgt voor een onwenselijke koppeling tussen woning en werk;
overwegende dat het belang van goede huisvesting van arbeidsmigranten vooropstaat en het direct afschaffen arbeidsmigranten afhankelijk maakt van een oververhitte woningmarkt;
verzoekt de regering een voorstel uit te werken, zodat tegelijk met de inwerkingtreding van de wet huurdersbescherming van arbeidsmigranten de regeling inhouding huisvestingskosten arbeidsmigranten op een zorgvuldige manier afgeschaft kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Neijenhuis (D66):
En de tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat arbeidsmigranten niet goed op de hoogte zijn van hun rechten en mogelijkheden, terwijl vaak onredelijk hoge huurprijzen geïncasseerd worden;
overwegende dat de uitzendorganisaties zelf met een rekentool kwamen voor een eerlijk prijs-kwaliteitsysteem aangaande huurprijzen;
overwegende dat de regering afgelopen periode via de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) contactinformatie opgehaald heeft specifiek om arbeidsmigranten te informeren;
verzoekt de regering via de informatiepunten (WIN) een meertalige en duidelijke versie van de rekentool voor huisvestingskosten beschikbaar te stellen en via de RNI arbeidsmigranten met regelmaat actief te wijzen op hun rechten en mogelijkheden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Boon (PVV):
Ik hoorde net in de aankondiging door ambtsgenoot Van den Brink dat de inhouding dan in één keer afgeschaft moest worden, maar u heeft het over een zorgvuldige afbouw. Spreken jullie dezelfde taal? Willen jullie allebei dat het in één keer wordt gedaan of wilt u het ook stapsgewijs? Dan zit er namelijk wel een discrepantie in.
De heer Neijenhuis (D66):
Het moet wat ons betreft inderdaad worden afgeschaft. Dat zou dan in één keer zijn, maar wel op een zorgvuldige manier. Dat betekent: met voldoende flankerend beleid, zoals bijvoorbeeld natuurlijk die wetten rondom huurbescherming.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot van de zijde van de Kamer in tweede termijn mevrouw Martens-America van de VVD. Zij ziet af van haar termijn. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors de vergadering tot 15.30 uur voor de beantwoording van de gestelde vragen en voor de appreciatie van de ingediende moties.
De vergadering wordt van 15.08 uur tot 15.30 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de beantwoording van de gestelde vragen en de appreciaties van de ingediende moties.
Minister Paul:
Voorzitter, dank u wel. Dan begin ik graag met de vragen. Ik begin met de vraag van de heer Neijenhuis of in de verkenning die nu al wordt gedaan niet alleen nieuwe bedrijvigheid wordt meegenomen maar ook uitbreiding en wisseling. Dat kan ik toezeggen. Samen met de minister van VRO ga ik dat oppakken.
Dan de vraag van de heer Van den Brink of ik regie wil nemen op de integratie van de keurmerken Agrarisch Keurmerk Flexwonen en Stichting Normering Flexwonen. De beide keurmerken, AKF en SNF, zijn private keurmerken. Ik kan hen dus niet dwingen om met elkaar te integreren; dat is simpelweg niet mijn bevoegdheid. We gaan eerst kijken naar de mogelijkheden die er zijn om die normen verder aan te scherpen, ook op seizoenshuisvesting. Ik kan wel toezeggen dat de minister van VRO en ik vervolgens opnieuw het gesprek aangaan met de keurmerken om te kijken wat er nodig is om de normen verder aan te scherpen en/of de keurmerken te laten integreren. Maar uiteindelijk ligt het besluit daarover bij hen.
Voorzitter. Dan de vraag van de heer Boon of ik gelijktijdig met het aanpakken van excessen binnen de EU wil bespreken of de tewerkstellingsvergunningen ingevoerd kunnen worden. Dat kan ik niet. Het is vanwege het vrije verkeer van personen niet toegestaan die werkvergunningen voor mensen binnen de EU te eisen. Dat heeft de Raad van State in zijn voorlichting aan uw Kamer ook geconcludeerd. De suggestie werd gewekt dat mijn voorganger dit wel wilde. Het enige wat hij heeft gedaan, is dat hij naar aanleiding van vragen van uw Kamer advies heeft ingewonnen bij de Raad van State. Daar is dus uitgekomen dat het niet kan gebeuren. Ik blijf me wel volop inzetten om misbruik van de Europese regels tegen te gaan.
Voorzitter. Dan de appreciatie van de moties. Ik begin met de motie op stuk nr. 177, van mevrouw Patijn. Die moet ik ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 177 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 178.
Minister Paul:
De motie op stuk nr. 178 van de heer Ceder geef ik oordeel Kamer met de volgende kanttekening, die te maken heeft met volgordelijkheid. Als de heer Ceder bedoelt dat de regeling kan worden heroverwogen op het moment dat de wetgeving voor huurbescherming in werking is getreden, geef ik de motie oordeel Kamer. Dat gaat over het moment van inwerkingtreding.
De voorzitter:
Een knikje is afdoende, meneer Ceder. Maar goed, u mag het ook bevestigen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
We zijn er bijna. Ik hoorde "heroverwegen". Ik zou graag willen dat we 'm gewoon afschaffen als die wet er ligt. Als we elkaar daarin goed begrijpen, is het akkoord. Die volgordelijkheid snap ik, maar het zou wat ons betreft wel de ambitie zijn om het af te schaffen.
Minister Paul:
Prima. Misschien was ik aan de voorzichtige kant. Ja.
De voorzitter:
Met de interpretatie van zowel de minister als de heer Ceder kan deze motie de appreciatie "oordeel Kamer" krijgen. Dan de motie op stuk nr. 179.
Minister Paul:
Dan de motie op stuk nr. 179 van de leden Ceder en Patijn over de regie van het Rijk bij de integratie van de keurmerken. Die kan ik oordeel Kamer geven, maar wel met de uitleg die ik zojuist richting de heer Tijs van den Brink gaf, namelijk dat het uiteindelijk aan de stichtingen zelf is, maar dat ik alleszins bereid ben om samen met de minister van VRO het gesprek aan te gaan om te bekijken wat er nodig is om voortgang te boeken. De motie krijgt dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Patijn en de heer Ceder naar elkaar knikken. Daarmee krijgt deze motie de appreciatie "oordeel Kamer". Dan de motie op stuk nr. 180.
Minister Paul:
De motie op stuk nr. 180 van de heer Jimmy Dijk moet ik ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 180 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 181.
Minister Paul:
De motie op stuk nr. 181 van de heren Jimmy Dijk en Ceder moet ik ook ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 181 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 182.
Minister Paul:
De motie op stuk nr. 182 is aan uw Kamer.
De motie op stuk nr. 183 van de heer Boon moet ik ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 183 wordt ontraden.
Minister Paul:
De motie op stuk nr. 184 van de leden Neijenhuis en Tijs van den Brink geef ik oordeel Kamer, met dezelfde kanttekening die ik maakte over volgordelijkheid bij de motie-Ceder/Martens-America.
De voorzitter:
Ik kijk naar de beide leden en zie non-verbale instemming. Daarmee krijgt deze motie oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 185.
Minister Paul:
Dank u wel. De motie op stuk nr. 185 geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 185 krijgt oordeel Kamer.
Minister Paul:
Volgens mij waren dat de negen moties.
Voorzitter. Tot slot zou ik de leden willen bedanken. Ik wil toch ook zeggen dat ik als minister pal sta voor de verbetering van de positie van arbeidsmigranten. Dat heb ik in de afgelopen periode gedaan, twee weken geleden nog in de Eerste Kamer, en dat blijf ik in de komende periode ook doen. Dat staat voor mij centraal.
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat. Ik dank de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor haar aanwezigheid.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd. De vergadering is geschorst tot 16.00 uur, waarna wij verder zullen gaan met het tweeminutendebat Staat van het Consulaire 2024 en 2025.
De vergadering wordt van 15.36 uur tot 16.00 uur geschorst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-19-20.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.