Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | nr. 59, item 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | nr. 59, item 3 |
Onderzoek naar de pleegzorg van een mishandeld meisje in Vlaardingen
Aan de orde is het debat over het onderzoek naar de pleegzorg van een mishandeld meisje in Vlaardingen.
De voorzitter:
Aan de orde is het debat over het onderzoek naar de pleegzorg van een mishandeld meisje in Vlaardingen. Een hartelijk woord van welkom aan de vier bewindspersonen die vandaag bij ons zijn: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport belast met Jeugd, Preventie en Sport, de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport belast met Langdurige en Maatschappelijke Zorg, en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Fijn dat u bij ons bent. Wij hebben twaalf sprekers van de zijde van de Kamer. Ik geef graag als eerste het woord aan de heer Eerdmans van de fractie van JA21.
Ik moet nog even meedelen dat we vanavond een debat moeten doen over Oekraïne. Dat heeft qua aanvangsmoment een harde deadline, wat betekent dat we hoe dan ook om een uur of vier, vijf klaar moeten zijn. Als dat niet het geval is, moet ik een knip aanbrengen en moeten we het later voortzetten, maar ik hoop niet dat dat nodig is. Dat is even de deadline die vandaag nogal hard in ons spoorboekje ligt.
Ik geef graag het woord aan de heer Eerdmans, en hij heeft zoals iedereen vier minuten spreektijd.
De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter, dank. Mijn betoog wil ik graag starten met een grote steunbetuiging richting de biologische ouders en de familieleden van het meisje van Vlaardingen. Het leed dat uw kind is aangedaan, tart elk voorstellingsvermogen. Ik hoop dat u met elkaar de kracht vindt om deze dieptragische situatie te verwerken. Ik denk dat uw meisje ontzettend dapper was om haar verhaal te vertellen.
Heel veel ouders, en ikzelf ook, proberen hun kinderen klaar te stomen voor een wereld die op ze ligt te wachten. Een ingewikkelde, ruwe wereld, waarvan je hoopt dat deze zich ontvouwt met kansen, vriendschappen en onvoorwaardelijke liefde. Maar het systeem liet het meisje van Vlaardingen in de steek. Ons systeem, dat kinderen hoort te beschermen maar dat niet deed. Dit meisje had opgemerkt én opgevangen moeten worden.
Voorzitter. De inspecties hebben hun pijnlijke bevindingen over de gang van zaken gedeeld. De conclusies zijn confronterend en schokkend tegelijk. Veel professionals zagen wel iets, maar niemand pakte de regie, terwijl het meisje meermalenom hulp riep, tot in de supermarkt en bij de politie aan toe op 3 december 2023. Het meest onbegrijpelijke vind ik het feit dat twee Syrische broertjes al in 2021 door diezelfde pleegouders werden mishandeld, maar dat Enver ook hun verhalen niet geloofde en dus toestond dat het meisje uit Vlaardingen met haar halfzusje in dit gezin werd geplaatst.
Voorzitter. Eigenlijk is mijn grote vraag, die in de hoorzitting van maandag vaak is gesteld, maar door de bestuurders niet is beantwoord: waarom werden de protocollen en de richtlijnen nou niet nageleefd? Waarom faalde de uitvoering, en werd door de begeleiders niet opgetreden? Was dat nou vanwege onderbezetting bij de instanties? Waren er te weinig mensen? Of was men niet adequaat voorbereid of niet adequaat opgeleid? Ook de inspectie beantwoordt deze vraag niet. Ze constateert alleen wat wel en niet goed is gegaan, maar niet waarom. Ik wil graag deze analyse vandaag krijgen van het kabinet. Anders kunnen wij niet leren van de tragedie.
Voorzitter. Zijn de pleegouders van Vlaardingen nu een incident of niet? Er is door alle betrokken organisaties een stresstest uitgevoerd onder duizenden casussen om te zien hoe het staat met de veiligheid van alle andere pleegkinderen in Nederland. Er worden verbeterplannen opgesteld, maar mijn vraag is heel simpel: staat het kabinet garant voor de veiligheid van de kinderen in al die andere pleeggezinnen, die onder toezicht staan van deze twee organisaties? Heeft het kabinet nog vertrouwen in de William Schrikker Stichting en Enver, waarover beide inspecties zeggen dat zij op dit moment niet geloven dat deze instanties tot de noodzakelijke interne verbeteringen zullen komen? Graag een reactie.
Voorzitter. Ik dank de inspecties voor hun rapport en de goede aanbevelingen. Ik heb daarover een paar vragen aan het kabinet. Eén. Het gebruik van de meldcode kindermishandeling is nu voor een aantal beroepsgroepen in Nederland verplicht. Wordt die code nu ook verplicht voor toezichthouders in de pleegzorg, zoals een manager of een inspecteur, dus professionals die niet direct met de kinderen zelf werken? Lees ik dat goed? Een andere goede aanbeveling is dat elk kind in een pleeggezin moet gaan beschikken over een vertrouwenspersoon. Maar zijn die er? Waar worden die gevonden? Komt die uit het directe netwerk van een kind, dus de familie of school, dus iemand die het kind echt kan vertrouwen?
Voorzitter. Opvallend is dat de inspectie geen enkele aanbeveling doet voor het Rijk zelf. Waar ziet de regering nou actie voor zichzelf? Er is nu een wachtlijst van 800 kinderen om een pleeggezin te krijgen. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen heb je dus een drievoud aan ouders nodig om die match te kunnen maken voor 800 kinderen. Waar gaan we die mensen vinden? Ik denk dat wij, de politiek en het Rijk, ook hier een antwoord op moeten vinden vandaag. Is het kabinet — de staatssecretaris, de minister of de andere staatssecretaris — dat met JA21 eens?
Voorzitter. Tot slot wil ik graag zeggen en onderstrepen dat ik enorme waardering heb voor de duizenden pleegouders die wél een geweldig thuis bieden aan meer dan 17.000 kinderen die hun zorg nodig hebben en dankzij hun pleegouders in een veilige omgeving kunnen opgroeien. Dank jullie wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Rikkers-Oosterkamp van de fractie van BBB.
Mevrouw Rikkers-Oosterkamp (BBB):
Voorzitter, dank u wel. Hoe? Hoe kon dit zo gruwelijk misgaan? Bizar. Een meisje van 10, kwetsbaar, was onder toezicht geplaatst om haar te beschermen. Maar in plaats van bescherming te krijgen, werd ze aan haar lot overgelaten, mishandeld, vernederd en niet geloofd. Een gezinsvoogdinstelling, een GI, een pleegzorgorganisatie, de politie, de school, Veilig Thuis: het zijn allemaal partijen die verantwoordelijk waren en allemaal partijen die falen. De GI grijpt niet meteen in bij meldingen over haar veiligheid, laat geen volledig medisch onderzoek doen, ondanks het advies, heeft geen toegang tot het kind, plaatst haar in een gezin waar al eerder twee kinderen waren weggehaald wegens mishandeling en zegt tegen de politie "geef haar maar mee aan moeder, want ze liegt", zonder het kind ook maar één keer aan te kijken. De pleegzorgorganisatie had niet op 1, niet op 2, maar op 23 cruciale momenten moeten ingrijpen. 23 keer! 23 steken: dat is geen gaatje in een trui, maar een trui zonder armen, zonder rug, misschien met alleen een boordje.
De politie moet haar uit een supermarkt dragen omdat ze niet meer kan lopen en brengt haar niet eerst naar een arts, maar geeft haar terug aan haar pleegmoeder, omdat liegen bij haar hoort. De school heeft twijfels, maar durft niet door te pakken. Veilig Thuis heeft een radarfunctie, maar koppelt signalen niet, want er staat slechts één melding in het systeem. Waar zijn al die meldingen van moeder, van buren, van de politie? Waarom gaan er geen alarmbellen af? Hoe? Iedereen kijkt weg en iedereen schuift het probleem door. Niemand grijpt in. Niemand ging naast dit meisje staan. Niemand zag, niemand luisterde, niemand hoorde. Dit is geen papier. Dit is geen dossier. Dit is een kind, een meisje van 10, een kwetsbaar kind.
BBB eist dat dit anders gaat. Daarom hebben wij de volgende vragen. Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat de signalen op één plek worden verzameld en niet na drie maanden al worden vernietigd? Wanneer krijgen alle kinderen die onder toezicht staan een verklarende analyse in hun dossier? Wanneer wordt vastgelegd dat een kind regelmatig een-op-een wordt gesproken? Wanneer wordt geregeld dat belangrijke gesprekken over een kind niet over een kind, maar met een kind plaatsvinden? Wanneer krijgt Veilig Thuis de bevoegdheid om bij vermoedens van mishandeling of verwaarlozing zonder toestemming van ouders met het kind te spreken? Wanneer wordt er één partij verantwoordelijk gemaakt, die daadwerkelijk handelt? Eén kind, één plan; één gezin, één plan. Wat vindt de staatssecretaris van het voorstel van de politie om bij meldingen samen met de zorgverleners een huisbezoek af te leggen?
Voorzitter. Ik sluit af, maar niet voordat ik het meisje, haar zusje en haar moeder ontzettend veel sterkte heb gewenst.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Crijns van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.
De heer Crijns (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het rapport over het pleegmeisje uit Vlaardingen is schokkend en hartverscheurend. Een 10-jarig kind onder toezicht van de overheid werd jarenlang mishandeld, geïsoleerd en genegeerd, niet door een falende instantie of een verkeerde beslissing, maar door een compleet systeem dat faalt in z'n kerntaak: het beschermen van kinderen.
De PVV-fractie is geschokt en woedend. Wij leven intens mee met het meisje en allen die haar liefhebben. Maar medeleven alleen is niet genoeg. Dit mag nooit meer gebeuren. Daarom zijn keiharde maatregelen noodzakelijk. Ik denk dat iedereen hier in de zaal en op de publieke tribune en thuis dezelfde vragen heeft: hoe kon dit gebeuren? Hoe kon het zover komen? Hoe kon een kind dat smeekte om hulp volledig worden genegeerd? Hoe konden pleegouders bij wie eerder al twee pleegkinderen wegens mishandeling waren weggehaald, opnieuw een pleegkind toevertrouwd krijgen?
Voorzitter. Laten we eerlijk zijn: dit is geen incident. Dit is niet de eerste keer dat jeugdzorg faalt. Wie neemt hier de verantwoordelijkheid? Laat er geen misverstand over bestaan: iedereen, maar dan ook echt iedereen die wegkeek, is medeplichtig. Dit is niet zomaar nalatigheid. Dit is verraad aan een kind dat beschermd had moeten worden. Hoeveel kinderen hebben geleden en lijden nog steeds, terwijl jeugdzorg en andere instanties opnieuw wegkijken? Dit is precies waarom we verder moeten kijken dan alleen naar deze zaak. Want als we niets veranderen, gebeurt dit morgen opnieuw. Welke stappen moeten nú worden gezet om te voorkomen dat opnieuw kinderen worden blootgesteld aan mishandeling en verwaarlozing?
Voorzitter. Pleegouders worden vaak bejubeld als helden. En velen van hen zijn dat ook. Maar goed vertrouwen alleen is niet goed genoeg. We kunnen het ons niet meer veroorloven om blindelings aan te nemen dat elke pleegouder altijd handelt met de beste intenties. Want als dit dossier iets bewijst, dan is het dat het systeem faalt zodra controle ontbreekt. Daarom is de tijd van vrijblijvendheid voorbij. De pleegzorg is geen loterij en de bescherming van kinderen mag nooit afhangen van goed vertrouwen. Daarom moet er een volledige doorlichting komen van alle risicodossiers in de pleegzorg. Is dit proces al in gang gezet, vraag ik aan de staatssecretaris. Zo ja, dan wil de PVV-fractie dat het kabinet de Kamer hier uitgebreid over informeert. En zo nee, waarom is dat dan in godsnaam nog niet gebeurd?
Daarnaast moet er een zwarte lijst komen van pleegouders die zich schuldig maken aan mishandelingen of andere vormen van onveiligheid. Het moet glashelder zijn: wie een kind mishandelt, krijgt nooit meer een pleegkind toegewezen en wordt definitief uitgesloten van de pleegzorg. Screening en controle moeten veel strenger worden. Liever twee keer checken dan helemaal niet of pas achteraf ontdekken dat het is misgegaan. Onaangekondigde huisbezoeken moeten de standaard worden bij signalen van mishandling, misbruik of andere vormen van onveiligheid. Wie niets te verbergen heeft, heeft dan ook niets te vrezen.
Tot slot, voorzitter. Uiteindelijk draait het om de kernvraag: wie is verantwoordelijk? Wie neemt die verantwoordelijkheid en wat zijn de consequenties? De bewindspersonen moeten ervoor zorgen dat hierover in de toekomst geen enkele twijfel meer bestaat. Er moet een eindverantwoordelijke worden aangewezen en de consequenties moeten duidelijk zijn, zodat instanties elkaar kunnen controleren en wegkijken geen optie meer is.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Een vraag van mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Terecht zegt collega Crijns van de PVV dat dit geen incident is. De inspecties waarschuwen al vanaf 2019. In 2019 werd na mishandeling in de jeugdzorg ook een dik rapport gepresenteerd door de commissie-De Winter. Zo weten we gewoon dat dit al jarenlang aan de hand is. Ik zou de heer Crijns wel willen vragen wat hij precies bedoelt met "de tijd van vrijblijvendheid is voorbij". Welke maatregelen gaat de PVV voorstellen om ervoor te zorgen — ik durf hier niet te zeggen: dat dit soort afschuwelijke gebeurtenissen nooit meer voorkomt — dat er veel meer controle is en dat er echt wat gaat veranderen? Ik vraag dus naar de concrete maatregelen die de PVV voorstelt.
De heer Crijns (PVV):
Mevrouw Westerveld heeft daar gelijk in. Het dikke rapport van de commissie-De Winter: het was afschuwelijk om dit te lezen. Ik ben blij dat daar verschillende aanbevelingen in stonden. Het vorige kabinet heeft een gedeelte van die aanbevelingen uitgevoerd, maar nog niet alle aanbevelingen zijn uitgevoerd. Daar moet het dus een tandje bijzetten. Uw vraag was welke dingen de PVV dadelijk gaat doen. Ik ga straks, aan het einde, twee moties indienen om bepaalde dingen te veranderen. Eventueel kom ik dadelijk wel even bij u langs.
De voorzitter:
Ik beperk het aantal interrupties in deze termijn tot zes.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Het is terecht dat de heer Crijns zijn afschuw uitspreekt en constateert dat het anders moet. Mevrouw Westerveld geeft aan dat al jaren bekend is dat het anders moet. Inderdaad. Het is tragisch dat we nu dit debat naar aanleiding van de mishandeling van dit meisje hebben. Ik hoop ook op een ommekeer in de Kamer, want de analyse is helder. Kinderen worden niet op tijd geholpen. De caseload is te groot. Hulpverleners die wel willen, kunnen het met hun menselijk vermogen niet aan. Ik heb als advocaat ook tientallen van dit soort zaken gehad. Soms moet je jaren wachten voordat ingegrepen wordt omdat er gewoon niemand beschikbaar is. Mijn zorg is dat we onze afschuw vandaag uitspreken, maar dat de coalitie, op het moment dat we zeggen dat er richting de Voorjaarsnota in ieder geval meer geld bij moet, dat we moeten gaan ontschotten, dat we moeten gaan sturen, wel woorden uitspreekt, maar geen daden verricht. Ik hoop dat vandaag wel een kantelpunt is; daar heb ik echt positief vertrouwen in. Ik vraag mijn collega of hij het inderdaad dusdanig zo meent dat dit ook betekent dat we naar de Voorjaarsnota moeten gaan kijken. Als er meer geld nodig is, zodat we meer dingen kunnen doen qua wachtlijsten, caseload, extra screenings, loopt de PVV dan in ieder geval voorop en zegt ze: als het nodig is, gaan we dat fixen?
De heer Crijns (PVV):
Dat zijn terechte zorgen. Alleen vind ik dit niet de plek om over de Voorjaarsnota te gaan spreken, om partijpolitiek te gaan voeren over de rug van een meisje van 11 jaar. Ik vind dat best wel triest, als ik heel eerlijk ben. Er zijn de afgelopen jaren miljarden naar de jeugdzorg gepompt, maar het systeem faalt nog altijd. Waarom? Kinderen worden niet gehoord. Het geld gaat naar managers, beleidsschrijvers, bureaucratische rompslomp. Ik wil gerust met u over geld en wachttijden praten, maar dan niet in dit debat. Dit debat gaat over het meisje van 11 jaar. Daar wil ik het over hebben. Als u daar vragen over heeft: graag zelfs.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zal daar in mijn inbreng ook bij stilstaan. Het is ook belangrijk dat we stilstaan bij het meisje uit Vlaardingen. De reden waarom we hier in de plenaire zaal zitten, is dat het verschrikkelijk is wat daar heeft plaatsgevonden. Ik hoop dat gerechtigheid ook nog plaatsvindt. We vinden elkaar daar dus honderd procent in. De reden waarom ik naar voren ben gestapt, is omdat u zelf zei dat het roer om moet, niet alleen voor dit meisje, voor wie we hopelijk vandaag ook iets qua gerechtigheid kunnen betekenen. Maar u heeft zelf gezegd dat het roer om moet om te zorgen dat dit nooit meer gebeurt. Alhoewel, "nooit meer" is een groot woord, maar u heeft gezegd dat we er alles aan moeten doen om te zorgen dat het tij gekeerd gaat worden. Dan gaat het niet over partijpolitiek. Daar zijn jeugdzorgaanbieders, maar ook de politiek medeverantwoordelijk voor. U zei het zelf: eenieder die wegkijkt, is medeplichtig. Ook wij hebben een rol; daar bevraag ik u op. Dat doe ik niet om u uitspraken te ontlokken, maar wel om de PVV, die veel vertrouwen heeft gekregen van de kiezers, waarvan er, denk ik, veel meekijken, te vragen of dat betekent dat de partij nu ook voorop gaat lopen als dat nodig blijkt te zijn, om te zorgen dat het roer ook echt omgegooid kan worden, zodat dit gewoon het liefst nooit meer kan plaatsvinden.
De heer Crijns (PVV):
In veel punten die u noemde, kunnen we elkaar vinden. Ik ga straks, zoals ik al tegen mevrouw Westerveld zei, voorstellen indienen om bij bepaalde dingen eerder, om het probleem bij de kiem … Om de koe bij de horens te vatten, om het zo maar te zeggen. Ik was even naar het spreekwoord aan het zoeken. Maar over wachtlijsten et cetera ... Volgende week hebben we een debat over de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Dan wil ik graag met u in debat gaan over wachttijden, geld, et cetera.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Bruyning van Nieuw Sociaal Contract.
Mevrouw Bruyning (NSC):
Dank, voorzitter. Keer op keer worden kwetsbare kinderen in de steek gelaten door een systeem dat hen juist had moeten beschermen. Ik noem Savanna, Ruben en Julian, Angel, Ondoan en nu het pleegmeisje uit Vlaardingen. Dit is geen incident maar een patroon, een systeemfalen. Vanaf deze plek zeg ik dan ook sorry tegen de biologische moeder en tegen het meisje dat het systeem hen in de steek gelaten heeft. Het pleegmeisje smeekte om hulp, sprak over misbruik en onveiligheid, maar werd niet gehoord. Hoe kan het dat een kind zo vaak alarm slaat en toch niet wordt geloofd? Hadden we deze tragedie kunnen voorkomen als de Raad voor de Kinderbescherming een eigen onderzoek had verricht? In de zaak-Savanna werd dit niet gedaan, met rampzalige gevolgen. Heeft de RvdK in deze zaak zijn toetsende taak wel verricht en met het meisje gesproken? Kan de staatssecretaris hierop reflecteren?
Daarnaast moeten we ons afvragen waarom pleegzorg- en jeugdzorginstellingen structureel falen in het waarborgen van kindveiligheid. Ondanks rapporten en inspecties schuiven ketenpartners elkaar de schuld toe zonder verantwoordelijkheid te nemen. Waar blijft de controle? Neemt de staatssecretaris deze verantwoordelijkheid?
Woorden zijn niet genoeg. Daarom stellen wij de volgende maatregelen voor. Een onafhankelijke toezichthouder jeugdbescherming. Momenteel controleren jeugdzorginstanties grotendeels zichzelf, wat leidt tot een gebrek aan kritische beoordeling en structurele verbeteringen. Een onafhankelijke toezichthouder moet objectief onderzoek doen naar kindveiligheid in de jeugdzorg en pleegzorg zonder invloed van betrokken instanties. We moeten sneller en effectiever ingrijpen bij falend beleid door sancties op te leggen, zorgdragen voor transparantie en waarheidsvinding door rapportages over falen en verbeterpunten, en direct handelen bij meldingen van misbruik of misstanden. De controle op de veiligheid van kwetsbare kinderen mag niet afhangen van zelfregulering. Verbeter de screening van pleegzorg. Het plaatsen van een kind in een pleeggezin is een ingrijpende beslissing die zorgvuldig moet worden genomen. Toch schiet de screening van pleegouders regelmatig tekort, met schrijnende gevolgen. Daarom pleiten wij voor verplichte afronding van de screening voor plaatsing, met een maximale doorlooptijd van vier weken, een jaarlijkse herscreening van pleeggezinnen, tenzij signalen een extra controle rechtvaardigen, een herziening van de verklaring van geen bezwaar en onderzoek naar een strenger screeningbeleid. Hiermee wordt voorkomen dat kinderen in onveilige situaties terechtkomen.
Snellere en effectieve opvolging van meldingen. Signalen van mishandeling en misbruik verdwijnen te vaak in een wirwar van procedures en slechte communicatie tussen instanties. Hierdoor blijven kinderen te lang in gevaar. Wij stellen daarom een wettelijke verplichting voor voor Veilig Thuisorganisaties en jeugdzorginstanties om binnen 48 uur een risico-inschatting te maken bij meldingen. Direct ingrijpen bij acute dreiging zonder bureaucratische vertragingen. Invoering van een gestroomlijnd digitaal registratiesysteem om samenwerking tussen instanties te waarborgen. Duidelijke consequenties voor instanties die meldingen negeren of te laat opvolgen. Deze maatregelen zorgen ervoor dat meldingen niet langer blijven liggen en hulp sneller op gang komt.
Toetsing door de kinderrechter en niet door de RvdK. De RvdK heeft de taak om toetsingen te doen op basis van artikel 265j van het Burgerlijk Wetboek. Echter, uit eerdere zaken blijkt dat de RvdK deze taak niet altijd uitvoert en kinderen niet hoort. Dit is in strijd met artikel 12 van het Kinderrechtenverdrag. Wij stellen daarom voor de toetsende taak over te dragen aan de kinderrechter, de RvdK een adviserende rol te geven en kinderen actief te betrekken bij de toetsing, conform artikel 12 IVRK. Zo worden beslissingen zorgvuldiger genomen en wordt rekening gehouden met de stem van het kind. De slachtoffers en hun families verdienen gerechtigheid. Kinderen in gevaar verdienen bescherming. Geen excuses meer, geen bureaucratische doolhoven, alleen echte verandering. Dit moet vandaag beginnen. Ik hoor graag wat de reflectie van de staatssecretarissen op deze actiepunten is en wat de bereidheid is om hier werk van te maken.
Voorzitter, tot slot. Binnen de jeugdsector wordt gewerkt met een hervormingsagenda en een toekomstscenario, maar de Algemene Rekenkamer en de Raad van State waarschuwen voor onvoldoende onderbouwing, onzekere effecten en extra druk op gemeenten. Dit zijn losstaande initiatieven die niet voldoende op elkaar aansluiten. Het rapport van de commissie-Van Ark was overduidelijk: fundamentele veranderingen zijn nodig. Minder bureaucratie en een betere samenwerking tussen ministeries zijn broodnodig.
Dank u wel.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter, we hebben zes interrupties. Zijn dat dan Ceder-interrupties, of mag ik ook … Ik wil mevrouw Bruyning een compliment maken, omdat ze niet alleen de situatie duidt, maar ook zelf met heel veel maatregelen komt waarmee Nieuw Sociaal Contract denkt dit soort dingen in de toekomst te kunnen voorkomen. Dat vind ik goed. Ik hoor: meteen opvolging binnen 48 uur, jaarlijks herscreenen, een nieuwe autoriteit. Tegelijkertijd ben ik benieuwd naar hoe we dat dan gaan doen. Het gaat heel veel geld kosten en het gaat heel veel mensen kosten, die er nu al gewoon niet zijn. Heeft Nieuw Sociaal Contract daar dan ook een plan voor?
Mevrouw Bruyning (NSC):
Dank aan de collega voor de vraag. Ik hoor wat u aangeeft en inderdaad, we zijn met concrete maatregelen gekomen waarvan wij, NSC, denken dat ze zouden kunnen werken. Tegelijkertijd wil ik de beantwoording van de staatssecretarissen afwachten, om te horen hoe zij hierop reflecteren en wat daaruit komt. Daarna wil ik verder kijken.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Van der Werf, D66.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. Een kind dat veilig had moeten zijn, zal door deze maandenlange marteling nooit meer hetzelfde zijn. Het is onvoorstelbaar: dit meisje en haar moeder hebben alles gedaan om om hulp te roepen, maar de organisaties die daar verantwoordelijk voor waren, hebben niets gedaan om hen te helpen. Ik maak mij dus enorm zorgen over al die andere kinderen die ook onder de bescherming van de Nederlandse Staat staan. Laat ik heel duidelijk zijn: ik zie dit niet als een incident, maar als een structureel probleem. Laten we onze kop niet in het zand steken. Jaarlijks krijgen 127.000 kinderen te maken met mishandeling en daarvan gaan er 50 dood. Jeugdbeschermers zeggen: goed dat deze zaak veel aandacht krijgt, maar wij zien dit wel vaker. Ik ga ervan uit dat deze bewindspersonen ook de urgentie voelen dat alles nu op tafel moet komen en dat meldingen stuk voor stuk moeten worden nagegaan. De signalen van onveiligheid binnen dit pleeggezin waren al jaren bekend. Waarom plaats je nieuwe kinderen in een pleeggezin waar net twee zwaar mishandelde jongetjes zijn weggehaald? Het gevolg was een meisje dat nauwelijks nog eten en drinken kreeg, dat werd opgesloten in een kooi die onder stroom stond in een slaapkamer met een deur waar de deurklink vanaf was gehaald. Zo ver had het nooit hoeven komen.
Een van de kenmerken van huiselijk geweld is namelijk dat het gradueel is: de situatie loopt steeds verder uit de hand. Daarom is het zo belangrijk dat meldingen en signalen goed worden opgepakt. Dit meisje van 10 was zo dapper om die mishandeling keer op keer zelf te melden: op school, op straat, bij haar moeder en zelfs bij een medewerker in een supermarkt. De agenten die daar ter plekke kwamen, moesten het meisje zelfs dragen, maar van de crisisdienst moesten ze haar ook gewoon weer naar huis brengen. Zij zelf, haar moeder, maar ook verontruste buren deden meldingen: bij Enver, bij de WSS, bij Veilig Thuis en zelfs bij de politie met foto's van letsel. Wat er van die meldingen terechtgekomen is, is volstrekt onduidelijk. Er is geen enkele keer geluisterd, geen enkele keer verantwoordelijkheid genomen en geen enkele keer over een melding teruggekoppeld. We moeten veel meer naar kinderen en omstanders gaan luisteren, waarbij er direct regie en verantwoordelijkheid wordt gepakt, in plaats van dat er wordt afgeschoven.
Voorzitter. Ik heb drie vragen. Hoe kan het dat een leerplichtig meisje, van wie een docent op de hoogte was van haar thuissituatie, zo lang van school is weggebleven zonder enige vorm van toezicht?
Twee. Hoe kan het dat alle verschillende meldingen over deze pleegouders bij Veilig Thuis en de politie niet zijn gebundeld? Kunnen de bewindspersonen reflecteren op de meldingenstructuur? In september heb ik in dat kader ook om een kabinetsreactie gevraagd.
Drie. Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat er in een volgend geval wel duidelijk regie en verantwoordelijkheid worden gepakt? We hebben namelijk een protocol, maar het gaat hier om mensenwerk. Blijkbaar is er alle ruimte om dat protocol niet na te leven. Wordt er bij Enver en de WSS nu gestuurd op verantwoordelijkheid, op proactief handelen?
Voorzitter. Ik zal eerlijk zijn. Ik heb lang getwijfeld of ik dit debat wilde doen, want deze zaak is onder mijn huid gaan zitten. Ik ben er niet alleen verdrietig, maar ook echt woedend over. Ik hoop dat we vandaag een beetje politiek lef kunnen tonen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Ceder van de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. We staan hier vanwege de tragische en verschrikkelijke gebeurtenissen rondom een kwetsbaar meisje in Vlaardingen. Zij is door een hel gegaan en is met zeer ernstig en blijvend letsel in het ziekenhuis opgenomen. De pleegouders zijn inmiddels aangehouden op verdenking van doodslag en zware mishandeling.
Voorzitter. De conclusies van de inspectie die deze zaak onderzocht, zijn vernietigend. Het meisje is onvoldoende gezien en onvoldoende gehoord, terwijl zij herhaaldelijk om hulp schreeuwde. Wat had ze nog meer moeten doen? Wat had ze nog meer kunnen doen? Er is niet voldaan aan de geldende wet- en regelgeving en de veldnorm. Hoe kan dat? Instanties werken langs elkaar heen en blijken achteraf ook te wijzen naar elkaar. Vanaf de plaatsing in het pleeggezin heeft het het meisje ontbroken aan passende hulp en begeleiding. Dat we moeten vaststellen dat de situatie van dit meisje tijdens haar verblijf in het pleeggezin op deze wijze heeft kunnen ontstaan, voortduren en verergeren, doordat de hulpverlening langdurig en veelvuldig tekort is geschoten, is onvoorstelbaar. Dat is allereerst zo voor dit meisje en haar familie, maar het is ook een aanklacht tegen de Staat. De ingreep van de Staat om een kind uit een gezin te halen, om binnen te treden in een gezin en een kind uit huis te halen, mag niet lichtvaardig gedaan worden. De Staat kan dit alleeen doen als de Staat ervan overtuigd is dat dit het welzijn en de veiligheid van het kind dat op het spel staat ten goede komt, en dat het kind uit een gezin halen hem of haar een veiligere toekomst biedt dan hem of haar binnen het gezin houden. De Staat moet daar zeker van zijn. Het is een pijnlijke realiteit die het meisje uit Vlaardingen laat zien, maar die de afgelopen jaren ook door verschillende experts is geconcludeerd. Die veiligheid biedt de Staat helemaal niet. Kinderen die onder toezicht van de Staat staan, worden in de huidige jeugdbeschermingsketen vaak helemaal niet beter, maar hun situatie verslechtert juist. In sommige gevallen leidt het zelfs tot het zelf beëindigen van levens. Die constatering zet een bijl onder de rechtvaardiging van onze jeugdbeschermingsketen. Als de Staat kinderen onder toezicht heeft, maar ze niet veilig kan houden, hebben we een serieus probleem.
De ChristenUnie heeft herhaaldelijk voorstellen gedaan om de situatie in de jeugdzorg en de jeugdbescherming te verbeteren. Er worden stappen gezet, maar die zijn nog niet allemaal realiteit.
Ik sluit aan bij de eerder gestelde vraag hoe het in deze casus heeft kunnen gebeuren dat partijen langs elkaar heen werken en naar elkaar wijzen. Ik wil daar graag antwoord op. Maar ik wil ook kijken naar andere rollen, bijvoorbeeld van de bestuurder van de jeugdhulporganisaties. Die zijn gewoon verantwoordelijk voor het naleven van de wet- en regelgeving en van de richtlijnen. Ik vind dat we hen daar ook strenger op mogen aanspreken als het niet lukt, om welke reden dan ook. Ik pleit daarom voor een strengere bestuurdersaansprakelijkheid, omdat dit aan de voorkant dwingt om de schaarse middelen extra zorgvuldig in te zetten, op een wijze die verantwoord is. Hoe zie de staatssecretaris deze rol van de bestuurders?
Daarnaast is er gebrekkig samengewerkt en te beperkt gegevens gedeeld. De politie gaf tijdens de hoorzitting aan: wij weten niet met wie wij moeten praten als wij een noodsituatie aantreffen en wij weten niet wat er met de melding gebeurt, als die bij Veilig Thuis komt. Hoe kunnen we dit verbeteren en de politie een sterkere rol geven?
Ten aanzien van de veiligheid van kinderen die nu onder hoede van Enver en de WSS zijn, sluit ik mij aan bij de vragen van collega's. Hoe staat het daarmee?
Ik spreek mijn dank uit aan de jeugdzorgmedewerkers, die onder hoge werkdruk een stap naar voren doen en het beter proberen te maken. Hoe helpen we hen om hun taken goed te doen?
Voorzitter, tot slot. De staatssecretaris wil toe naar een continue screening van pleegouders. Mijn fractie vindt veiligheid belangrijk, maar wel in balans met vertrouwen. Hoe ziet de staatssecretaris continue screening voor zich en welke rol kan de kinderrechter aan de voorkant hebben bij het meedenken over het mogelijk maken van een screening?
We zijn te laat om dit meisje te beschermen. Dat trek ik mijzelf aan, maar ik denk dat we ons dat allemaal moeten aantrekken. Ik hoop dat dit debat wel een kantelpunt is om ervoor te zorgen dat we stappen zetten waardoor dit anderen niet meer kan overkomen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Westerveld, GroenLinks.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Allereerst wil ik iedereen die betrokken is bij deze afschuwelijke situatie heel veel sterkte wensen: het meisje zelf, haar moeder, maar ook anderen. Wat moet dit een ongelofelijk zware periode zijn voor hen. Maar behalve verdriet voel ik ook boosheid, omdat Nederland geen veilig land is voor alle kinderen en omdat het VN-Kinderrechtenverdrag systematisch wordt geschonden. Bij dit Vlaardingse pleegmeisje tel ik alleen al twintig kinderrechten die zijn geschonden. Twintig. Laten we ook dat op ons laten inwerken.
Bij mij hoeft daarom niemand aan te komen met het argument dat het hier alleen gaat over persoonlijke fouten. Als zo veel kinderrechten zijn geschonden, faalt ook ons systeem. Dat moeten Kamer en kabinet zich wel degelijk aantrekken.
Op school, op straat, in een winkel: dit meisje heeft heel vaak aan de bel getrokken, maar ze werd niet geloofd. Al in 2022 waren er signalen van seksueel misbruik en mishandeling. Al die jaren is er niet ingegrepen. Dit staat niet op zichzelf. Veel te vaak hoor ik van jongeren uit de jeugdzorg dat ze nooit zijn geloofd en dat ze alleen staan. Dat blijkt ook uit rapporten, want al sinds 2019 slaan de inspecties non-stop alarm en zeggen zij dat kwetsbare kinderen onvoldoende worden beschermd en roepen zij de overheid op om in te grijpen. In datzelfde jaar kwam het rapport van de commissie-De Winter. Een vuistdik rapport over mishandelingen in de jeugdzorg. Een jaar geleden hadden we in deze Kamer een spoeddebat over de mishandelingen bij de ZIKOS-instellingen. Ook daar werden kinderen voortdurend niet geloofd, totdat Jason Bhugwandass al die verhalen opschreef, daar een heel goed onderzoeksrapport van maakte, waar uiteindelijk niemand meer omheen kon. Ten tijde van dat debat in de Kamer werd dit meisje mishandeld, onder toezicht van de Staat.
In de afgelopen jaren zijn waarschuwingen stelselmatig genegeerd en worden de rechten die er wél zijn in de Jeugdwet niet nagekomen. Zo staat er in de Jeugdwet dat pleegkinderen recht hebben op een vertrouwenspersoon. We hebben dat nagevraagd bij Jeugdstem, de organisatie voor vertrouwenspersonen. Van de circa 20.000 pleegkinderen zijn er vorig jaar 18 naar hen toe gestapt. Dat laat zien dat er onvoldoende bekendheid is. Wat gaat de regering doen om de bekendheid van vertrouwenspersonen bij pleegkinderen te verbeteren? Klopt het dat trainingen om te leren hoe je kinderen beter interviewt bij kindermishandeling, vol zitten en dat ze op maar heel weinig plekken worden gegeven? Klopt het dat kinderen vaak geen inspraak hebben bij het opstellen van het hulpverleningsplan? Ook hier zie ik verschil tussen wat er in de wet staat en wat er in de praktijk gebeurt. Hoe kan het dat ook in deze situatie niet werd voldaan aan het recht van het kind om contact te hebben met de biologische ouder?
Voorzitter. Ik hoorde verschillende collega's zeggen "dit mag nooit meer gebeuren", maar het gebeurt al jaren. Waarschuwingen zijn door diverse bewindspersonen genegeerd en aanbevelingen zijn niet opgevolgd. Ik zeg het daarom heel scherp: dit kan morgen weer gebeuren, zeker in een stelsel waarin iedereen de verantwoordelijkheid kan doorschuiven. Daarom vraag ik de bewindspersonen of zij erkennen dat dit ook een stelselprobleem is. Erkennen zij dat zij de verantwoordelijkheid dragen voor het stelsel, maar ook voor kinderrechten? Wat gaan zij echt wijzigen in dit stelsel om doorschuiven te voorkomen? Gaan ze ook randvoorwaarden leveren? Als we dit werkelijk zo erg vinden met elkaar, gaan we handelen. Dan gaan we luisteren naar de adviezen van de deskundige commissie-Van Ark. Dan trekt de regering ook de geplande bezuinigingen op jeugdbescherming in. Graag een duidelijke reactie.
Voorzitter. Net als in de afgelopen jaren blijf ik concrete voorstellen doen, volgende week bij de behandeling van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg weer een aantal. Die zitten bij de collega's in de mailbox en gaan over inspraak van jongeren. Ik hoop dat alle partijen die hier zitten en die met mij zeggen dat dit afschuwelijk is, dit niet alleen zeggen maar ook daadwerkelijk gaan handelen.
De voorzitter:
Was dat uw bijdrage?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ja.
De voorzitter:
Een vraag van de heer Eerdmans.
De heer Eerdmans (JA21):
Ik denk dat mevrouw Westerveld terecht zegt dat een vertrouwenspersoon, zoals aanbevolen wordt door de inspectie, van belang is voor een pleegkind, om daar terecht te kunnen in geval van nood. Moet volgens mevrouw Westerveld zo'n vertrouwenspersoon uit het systeem komen of zou die juist uit het bekende netwerk van het kind moeten komen? Ik vraag me af of een kind een systeempersoon — laat ik het zo maar noemen — snel vertrouwt.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dit een hele terechte vraag van de heer Eerdmans. In de Jeugdwet staat heel duidelijk dat verschillende instanties, het college van B en W, maar ook de jeugdzorgorganisaties, kinderen in ieder geval moeten wijzen op de beschikbaarheid van een onafhankelijke vertrouwenspersoon, bijvoorbeeld een vertrouwenspersoon bij Jeugdstem. Maar in de Kamer hebben we de afgelopen jaren al vaak debatten gehad waarin we hebben gezegd dat het kind eigenlijk altijd iemand zou moeten hebben die informeel naast het kind staat, omdat de drempel te groot kan zijn, omdat sommige kinderen nog te jong zijn om een externe vertrouwenspersoon te bellen of omdat instanties inderdaad soms niet worden vertrouwd door jongeren. Dat begrijp ik heel goed. Ik ben er dus heel erg voor dat kinderen informeel iemand hebben, die er altijd alleen voor hen is. Maar ze moeten ook naar iemand kunnen stappen van een onafhankelijke organisatie.
De heer Eerdmans (JA21):
Dit is een goede vraag voor het kabinet straks, denk ik. Ik ben zo bang dat we dan op een gegeven moment wel een telefoonlijn hebben en geen vertrouwenspersoon. Dan is het wel geregeld, maar niet gedaan, zeg maar. Laten we even kijken hoe het kabinet hierop reageert. Ik denk dat dit een cruciale aanbeveling is.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Als ik hier nog even op mag reageren. In de Jeugdwet staat al dat alle kinderen gewezen moeten worden op de mogelijkheid om naar een onafhankelijke vertrouwenspersoon te stappen. Dat hebben we gecheckt bij de organisatie en van de 17.000 tot 20.000 pleegkinderen hebben maar 18 daarnaar gebeld. Mij maak je niet wijs dat die externe vertrouwenspersoon bekend genoeg is. Dat bleek ook uit de hoorzitting die we maandag hadden. Het bekend moeten maken dat een vertrouwenspersoon altijd beschikbaar is, zat daar niet goed genoeg in de hoofden van de bestuurders die onze vragen beantwoordden.
De heer Crijns (PVV):
Mevrouw Westerveld heeft met haar collega, toentertijd de heer Peters, een motie ingediend om de verwijsindex te verwijderen uit de Jeugdwet. We hebben afgelopen maandag een hoorzitting gehad waarin we van allerlei instanties te horen hebben gekregen dat ze langs elkaar heen werkten. Ze gaven meldingen door, maar wisten niet wat er met die meldingen werd gedaan. Noem maar op. Moeten we met dat in het achterhoofd straks niet gaan kijken naar een verwijsindex 2.0, beter geüpgraded, zodat mensen en instanties kunnen werken in een systeem dat waarborgt dat, als er meldingen worden gedaan, die meldingen ook zo snel mogelijk worden opgepakt?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
We hebben geen nieuwe verwijsindex nodig, want dat is een systeem waarin onder meer de gemeenten meldingen moeten neerzetten. Wat we wel nodig hebben — daar geef ik de heer Crijns volledig gelijk in — is dat de meldingen die binnenkomen, worden gebundeld. Dat bleek maandag ook uit de hoorzitting. Daar hoorden we van Veilig Thuis dat ze maar één formele melding hadden gekregen, terwijl we van andere instanties hoorden: we hebben een aantal keren aan de bel getrokken bij Veilig Thuis. Dat kan ermee te maken hebben dat er dan formeel een adviesaanvraag werd gedaan. Alleen, dat is voor de melder natuurlijk helemaal niet duidelijk. Ik ben het dus helemaal eens met de heer Crijns dat als er meldingen worden gedaan, als mensen vermoedens hebben van onveiligheid van een kind — of dat nou de buurvrouw is of wie dan ook, of het op school speelt of dat er iets op straat gebeurt — dat op één plek terecht moet komen, zodat je dat overzicht krijgt. Vervolgens moet één instantie echt de verantwoordelijkheid krijgen om daarmee aan de slag te gaan, zonder dat nog verder door te kunnen schuiven. Anders lijkt het, zoals we afgelopen maandag ook van de politie hoorden, wel op een doorfluistersysteem, waarbij iedereen verantwoordelijk is voor een klein stukje en het probleem vervolgens weer op het bordje legt van een andere organisatie.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Dobbe van de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Op 23 mei vorig jaar werd een toen 10-jarig meisje in Vlaardingen zwaargewond in het ziekenhuis opgenomen, zwaar mishandeld door haar pleegouders. Een meisje voor het leven getekend. De ergste nachtmerrie die een kind kan overkomen. De ergste nachtmerrie die een moeder kan overkomen. Het leed is niet te beschrijven. Ik wil dan ook allereerst mijn medeleven betuigen en hen alle sterkte toewensen. Op zo ongeveer alle vlakken is het misgegaan, op alle vlakken, wat heeft geleid tot dit enorme leed.
We zijn het er allemaal over eens dat het systeem heeft gefaald, denk ik. De menselijkheid was weg, en die menselijkheid moet terug. Het is zo ontzettend belangrijk dat kinderen en jongeren serieus worden genomen en dat is hier gewoon totaal niet gebeurd. Er zijn meerdere meldingen gedaan, ook door het meisje zelf. Toen niemand wilde luisteren, klampte ze zelfs wildvreemden aan, in een supermarkt — dat moet je je eens voorstellen — om te vertellen dat ze werd mishandeld. De conclusies zijn snoeihard: er is onvoldoende naar het meisje geluisterd; er is onvoldoende met haar gesproken. Hoe kan dit? Hoe heeft dit kunnen gebeuren?
Wat gaat de staatssecretaris doen met de aanbeveling om ervoor te zorgen dat ieder kind in een pleeggezin beschikt over een vertrouwenspersoon waarmee het vrijuit contact kan hebben? Dat was hier namelijk keihard nodig. Ook de biologische moeder heeft meerdere keren meldingen gedaan en zorgen geuit over haar dochters. Het is zo ontzettend verdrietig dat er niet naar haar is geluisterd! In de verklaring namens haar staat dat zij te maken heeft gehad met valse beschuldigingen aan haar adres en dat nu ook blijkt dat ze veel dingen gewoon wel goed heeft gezien. Een moeder die totaal buitenspel is gezet voor haar eigen kind, terwijl haar twee kinderen in een zeer onveilige situatie zaten. Dat is zo ontzettend pijnlijk. Daarom wil ik de staatssecretaris ook vragen wat hij gaat doen met de aanbeveling om ervoor te zorgen dat ieder kind dat uit huis is geplaatst, in verbinding met z'n ouders kan blijven door contactmogelijkheden tussen kind en ouder actief te bevorderen?
Ook het WODC concludeerde in februari dat het recht op omgang tijdens een uithuisplaatsing in de wet zou moeten worden vastgelegd. Mijn tweede vraag gaat over het volgende. Het WODC concludeert over de omgang van kinderen met hun ouders ook dat er te veel verschillen zijn tussen gemeenten en regio's en dat die verschillen moeten worden aangepakt. Hoe en wanneer gaat de staatssecretaris hiermee aan de slag? En dan nog een vraag. Ik had het net over de aanbeveling om ervoor te zorgen dat ieder kind in een pleeggezin beschikt over een vertrouwenspersoon. Zou dit niet ook moeten gelden voor de ouders van dat kind? Is de staatssecretaris bereid om daarnaar te kijken en daarvoor te zorgen?
Er wordt van alles bedacht over de pleegzorg, de jeugdbescherming en de jeugdzorg. Wij hebben hier debat na debat, met allerlei schrijnende verhalen telkens weer in elk debat. Er zijn verbeterpunten, veranderplannen, maar wat doet het nu met deze plannen dat er tegelijkertijd nog steeds een enorm bezuinigingsdoel is door dit kabinet? We moeten toch juist het risico op dit soort verschrikkelijke situaties zo klein mogelijk maken? Welke risico's brengen de beoogde bezuinigingen op de gemeenten en op de jeugdzorg met zich mee? Wij hebben hier enorme zorgen over. We willen dus graag dat de staatssecretaris de gevolgen en mogelijke risico's van de bezuinigingen op de gemeenten en de bezuinigingen op de jeugdzorg in kaart brengt, zodat we er hier met elkaar over kunnen spreken.
Het moet beter. Het systeem heeft gefaald en dat mag niet. Als het systeem niet meer menselijk is, dan hebben wij met z'n allen een enorm probleem. Kwetsbare kinderen moeten beschermd worden. Niet het systeem, maar de mensen, de kinderen, de gezinnen: daar moet het om gaan.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we nu aangekomen bij een heugelijk moment, namelijk een maidenspeech: die van mevrouw Dral. Ik begrijp dat zij er geen probleem mee heeft om geïnterrumpeerd te worden. Na deze speech zal ik even schorsen voor felicitaties. Het woord is aan mevrouw Dral.
Mevrouw Dral (VVD):
Dank u wel, voorzitter. We debatteren vandaag over een bijzonder verdrietige zaak. Dit is tevens mijn maidenspeech in deze Kamer, en dat voelt dubbel. Ik hou mijn maidenspeech kort en sta open voor interrupties.
Ik ben opgegroeid in een klein dorp aan de rand van Amsterdam. Als klein kind had ik alle natuur en vrijheid om me heen om me uit te leven. Ik had dieren, zat op sport en mocht altijd vriendjes en vriendinnetjes mee naar huis nemen. Iedereen was welkom en at mee. Leuke vakanties, gezellige feestdagen. Mijn ouders vonden het belangrijk dat we als kind leerden delen met anderen. Het motto was dan ook: eerst een ander, dan jezelf. Daar heb ik veel van geleerd. We mochten veel, maar wat niet mocht, mocht ook echt niet. Er waren duidelijke grenzen. Dat gaf stabiliteit en veiligheid. Met mijn ouders kon ik overal over praten. Ik vertrouwde ze door dik en dun. Dat is nog steeds zo. Door die veilige achtergrond heb ik me kunnen ontwikkelen tot een gelukkig en tevreden mens. Dat gun ik anderen ook. Vooral daarom ben ik op 19-jarige leeftijd de politiek ingegaan, om anderen die het minder hebben te helpen en iets te gunnen. Daar voel ik mij verantwoordelijk voor. Het liefdevolle voorbeeld van mijn ouders blijft daarbij mijn inspiratie en drive.
Mijn eigen achtergrond staat haaks op de verschrikkelijke zaak die we vandaag bespreken. Toen ik de stukken doornam, vroeg ik me af hoe intens angstig, alleen en in de steek gelaten het meisje zich moet hebben gevoeld. Ik kan en wil eigenlijk niet begrijpen dat een kind dit wordt aangedaan. Het moet ook afschuwelijk zijn voor de familie van dit meisje.
Voorzitter. Een 10-jarig pleegmeisje werd in mei vorig jaar zwaargewond opgenomen in het ziekenhuis. De pleegouders worden ervan verdacht het letsel te hebben toegebracht. Dit geval vervult de VVD met afschuw. Ons medeleven gaat uit naar het meisje en haar familie. De VVD vindt dit zo'n ernstig voorval binnen de jeugdbescherming dat dit nooit meer mag gebeuren. Bij de vraag hoe het heeft kunnen gebeuren, is er een helaas een rode draad in vergelijking met andere ernstige incidenten uit het verleden: Jolène, Famke, Savanna, Ruben en Julian, baby Hannah. Ook toen zijn de betrokkenen niet gehoord, werkten de instanties langs elkaar heen en kwamen signalen niet op de juiste plek of zelfs compleet niet aan. Het draait om gebrek aan samenwerking en het niet opvolgen van geldende protocollen en richtlijnen. De kern in al die gevallen: te veel verschillende mensen in te veel organisaties die te weinig of in elk geval niet genoeg met elkaar samenwerken, met desastreuze gevolgen voor de bescherming van het kind.
Een aantal zaken vallen op. Tussen de betrokken organisaties lopen verantwoordelijkheden in elkaar over. Er bestaan tegelijkertijd leemten in het toezicht. Een voorbeeld. Enver ging over de pleegouders en maakte daarbij grote fouten. De WSS had als voogd gezag over het kind, maar had geen mandaat om de handelwijze van Enver te wijzigen. Dit kende geen correctiemechanisme. Binnen de jeugdzorg hebben verder alleen jeugdzorgbegeleiders een plicht tot een SKJ-registratie. Teammanagers en hoger management, waaronder bestuurders, hebben die plicht niet. Ze kijken de facto dus niet mee op de individuele dossiers. In theorie staat de totale organisatie aan de lat voor de kernopgave: de bescherming van het kind. Praktisch berust dit echter alleen bij jeugdzorgbegeleiders, die beschikken over een SKJ-registratie. Het rapport bevestigt dit beeld van onvoldoende intern toezicht.
De conclusie van de VVD is dat het probleem binnen de jeugdzorg niet zit in het vergroten van het aantal richtlijnen of protocollen en ook niet alleen in nog meer financiële impulsen. Het zit in hoe het systeem is ingericht: grote verantwoordelijkheden laag binnen de organisatie met onvoldoende toezicht, medewerkers zonder het juiste profiel gezien hun verantwoordelijkheid, geen afdoende feitenonderzoek c.q. waarheidsvinding, en onvoldoende afbakening van de doelgroep. Om dit effectief te corrigeren, moeten er fundamenteel dingen worden aangepast. Het gaat dan vooral om een logische herschikking van het beschikbare potentieel en van de werkwijze en samenwerking binnen de keten en de beschikbare middelen, en om een scherpe afbakening van welke kinderen echt begeleiding nodig hebben en welke begeleiding dan precies nodig is.
De VVD waardeert dat de staatssecretarissen snel na ontvangst van het rapport voortvarend actie hebben ondernomen. De VVD houdt echter zorgen. De WSS heeft inmiddels alle pleegzorgdossiers getoetst en vond geen aanwijzingen dat de veiligheid van andere kinderen in het geding is. De conclusie is echter ook dat ernstige tekortkomingen niet aan het licht zijn gekomen door het ontbreken van toezicht binnen en tussen organisaties op het volgen van protocollen en richtlijnen. De vraag is dan wat er uit de dossiers valt af te leiden. In het geval van het pleegmeisje kon je de fouten niet per definitie uit het dossier afleiden. Bij die stand van zaken is mijn vraag aan de staatssecretaris of een dossieronderzoek nog wel antwoord kan geven op de vraag of de veiligheid van de kinderen in het geding is. In het geval van het pleegmeisje is er op ten minste 23 cruciale momenten niet conform, of regelmatig zelfs helemaal niet, gehandeld volgens richtlijnen en protocollen. Dit werd niet gecorrigeerd door adequaat toezicht. Heeft de staatssecretaris er een verklaring voor waar dit niet handelen door de betrokken professionals door werd veroorzaakt? En is de staatssecretaris het met mij eens dat er met urgentie moet worden gekeken naar dit toezicht?
Om zich een beeld te vormen van de risico's in de pleegzorg heeft de IGJ over een langere periode meldingen in de pleegzorgsector bekeken. Op basis daarvan gaat de IGJ thematisch onderzoek uitvoeren binnen alle 29 pleegzorgaanbieders. Mijn vraag is: over welk beeld praten we nu, dat aanleiding is voor thematisch onderzoek bij pleegzorgaanbieders?
In 2021 zijn al twee Syrische broertjes wegens mishandeling uit het pleeggezin geplaatst. De medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming was hiervan op de hoogte, maar heeft in het kader van de herscreening van het gezin besloten dat geen aanvullend onderzoek nodig was en heeft zonder het vereiste multidisciplinair overleg de verklaring van geen bezwaar afgegeven. Dit werd intern niet gesignaleerd. Kan de staatssecretaris aangeven hoe deze gang van zaken zich verhoudt tot de interne werkwijze van de Raad voor de Kinderbescherming?
De rechtbank Rotterdam constateerde in december 2023 dat volgens de Raad voor de Kinderbescherming het pleegmeisje het fijn had bij de pleegouders, dat haar gedrag zich bij hen goed ontwikkelde en dat de pleegouders liefdevol en zorgzaam waren voor haar. Het rapport laat zich op dit punt niet uit. Ik hoor dus graag van de staatssecretaris op basis waarvan de Raad voor de Kinderbescherming dit heeft kunnen concluderen.
Voorzitter, tot slot. De VVD realiseert zich ten zeerste dat ondanks deze vreselijke gebeurtenissen talloze pleegouders in Nederland zich met heel veel liefde inzetten voor de bij hen ondergebrachte pleegkinderen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Er is een vraag van mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor mevrouw Dral zeggen: het is een voorval. Maar het is natuurlijk helemaal geen voorval. Het is structureel. Ik citeer even uit een rapport van de inspecties, dat ook naar de Kamer is gestuurd. "P. is 5 maanden oud en heeft ouders met ernstige psychiatrische problemen. Tijdens de ruzies zijn zij soms gewelddadig." "K. is een baby van 8 maanden. Zijn beide ouders zijn verslaafd aan drugs." "B. is een peuter van 13 maanden, uit huis geplaatst omdat zijn ouders veel drank en drugs gebruiken en hij getuige is van heftige ruzies." Dit zijn een paar voorbeelden die de inspectie naar ons stuurt. Dat doet zij al jarenlang, al vanaf 2019. Die zijn ook besproken met VVD-bewindspersonen. Het rapport van commissie-De Winter verscheen bijvoorbeeld onder VVD-bewindspersoon Sander Dekker. Mijn vraag aan mevrouw Dral is de volgende. Als zij zegt "dit mag nooit meer gebeuren", wat gaat de VVD dan structureel veranderen aan het systeem zodát dit nooit meer gaat gebeuren?
Mevrouw Dral (VVD):
Ik wil graag even aanhaken op uw eerste punt. Als u goed naar mijn betoog heeft geluisterd, weet u dat ik ook begon met het feit dat het helaas een rode draad is. Daarin werd wel degelijk erkend dat het in het systeem zit en dus geen incident is. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we hier vandaag staan en over deze casus spreken. Ik heb net een aantal dingen aangehaald, onder andere over het feit dat het ongelofelijk is dat het systeem zo is geregeld dat de verantwoordelijkheid laag in de organisatie zit, waardoor er vervolgens geen enkel toezicht op zit. U vraagt wat er moet veranderen. Dat zijn een aantal van de dingen die moeten veranderen, bijvoorbeeld. Ik denk dat het vooral ook heel belangrijk is dat het vandaag over deze casus gaat. Maar u weet ook dat er volgende week andere debatten aan komen over onder andere de reikwijdte van de jeugdzorg. Daar heb ik net ook iets over gezegd in mijn betoog. Wat valt er onder de jeugdzorg en wat voor begeleiding is er nodig? Dat zijn discussies die we allemaal met elkaar aan moeten gaan. Want wil je het echt veranderen en niet pleisters plakken in het huidige systeem maar het echt goed doen voor de kinderen, dan moeten we met elkaar de discussie aangaan en de vraagstukken beantwoorden die hier vandaag voorliggen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is dus: wat gaat de VVD dan echt veranderen? Ik ben blij dat mevrouw Dral ook zegt dat het een patroon is. Wij weten dit dus al jaren. Er is al jaren niet ingegrepen. Wat gaat er dan echt in het systeem veranderen?
Mevrouw Dral (VVD):
Ik heb dus net iets gezegd over het punt van het toezicht. Als we naar de casus van vandaag kijken, is het belangrijkste punt dat het gaat over de vraag die ik ook in de hoorzitting gesteld hebben, namelijk hoe het kan dat er professionals volgens het systeem functionerende richtlijnen en protocollen zijn, maar dat de mensen die het moeten uitvoeren in dit geval, in deze casus, niet hebben gehandeld. Die vraag heb ik ook al in de hoorzitting gesteld. Daar is nog geen antwoord op gegeven. Ik denk dat dat hele belangrijke en essentiële vraagstukken zijn waar een goede beantwoording op moet komen. Anders kunnen we niet de juiste keuzes maken over wat wel en niet helpt. Ik zal samen met mijn collega, mevrouw Van den Hil, met een aantal voorstellen komen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dit weer heel weinig concreet. Beter toezicht helpt niet als er individueel niet goed wordt gehandeld. In de hoorzitting is ook heel duidelijk gezegd dat dit een structureel probleem is en dat het systeem dus anders moet. Verantwoordelijkheden moeten inderdaad duidelijk worden belegd, maar ook de Kamer en het kabinet moeten ingrijpen in het systeem. We hebben bijvoorbeeld ook een heel duidelijk rapport van commissie-Van Ark. Dat gaat over geld, maar ook over inhoudelijke voorstellen die echt moeten gebeuren om de jeugdzorg en de jeugdbescherming structureel te verbeteren. Gaat de VVD dan ook luisteren naar de inhoudelijke aanbevelingen — wat mij betreft luisteren we ook naar de aanbevelingen over het geld — van dat rapport en kan mevrouw Dral dan ook toezeggen dat we luisteren naar deskundigen en dat soort aanbevelingen overnemen?
Mevrouw Dral (VVD):
Volgens mij heb ik net ook al iets gezegd over wat er in deze casus vooral van belang is. Daarnaast heb ik ook gezegd dat er nog vele debatten komen. Dat is ook noodzakelijk, juist om deze dingen allemaal te bespreken. Ik hoop dat u het met mij eens bent dat het gaat over een aantal fundamentele wijzigingen, in plaats van dat we nu een paar pleisters gaan plakken. We moeten echt de goede beslissingen nemen, zodat we niet over een halfjaar weer met z'n allen staan.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
We staan hier al iedere keer met z'n allen. Iedere keer probeer ik erachter te komen wat er nou concreet gaat veranderen. We kunnen niet blijven doorverwijzen. Mevrouw Dral kan dat ook niet. Ik vraag gewoon heel duidelijk of ze de aanbevelingen van de commissie-Van Ark overneemt. Dat is gevraagd.Een andere vraag die ik aan haar heb gaat over haar opmerking dat ze in de brief gelezen heeft dat de staatssecretarissen voortvarend aan de slag gegaan zijn met de aanbevelingen. Ik heb in die brief geen enkele concrete maatregel gelezen waarin het systeem gaat veranderen. Wat heeft zij dan kennelijk gelezen dat er zo voortvarend is aan de aanpak?
Mevrouw Dral (VVD):
Als het gaat om deze casus, is daar voortvarend aan geweest dat de staatssecretarissen met de moeder hebben gesproken; om daar eens mee te beginnen. Dat heeft u volgens mij ook in de hoorzitting gehoord. We spreken vandaag namelijk over deze casus. Het gaat over het pleegmeisje van Vlaardingen. De staatssecretarissen hebben ook aangegeven dat ze daar langs zijn geweest. Als we het over dit soort zaken hebben, denk ik dat het heel belangrijk is dat we vandaag waardig het gesprek hierover voeren, omdat die mensen dat verdienen. Ik vind het heel voortvarend dat voordat het naar de Kamer is gegaan, er al staatssecretarissen zijn langs geweest. Daar begint het mee. En ja, ik heb op de vraag over de aanbevelingen ook al antwoord gegeven. Nogmaals, als u goed naar mijn betoog heeft geluisterd, dan hoort u ook wat ik heb gezegd over waar de problemen zitten en dat we daar concreet iets mee moeten doen in het belang van het kind. Ik denk dat we het hier in de Kamer met z'n allen over eens zijn dat het moet veranderen. Volgens mij hoor ik hier niemand een discussie voeren. Ik zou u dus een handreiking willen doen om samen naar de dingen te kijken, want volgens mij is er, nogmaals, helemaal niemand hier in de Kamer die zegt dat we hier niet mee aan de slag moeten.
De heer El Abassi (DENK):
Allereerst wil ik natuurlijk mevrouw Dral complimenteren met haar maidenspeech. Dan ga ik nu natuurlijk over op mijn vraag. Ik hoor mevrouw Dral aangeven dat ze inderdaad wel ziet dat er al regels zijn. Er zijn protocollen, alleen zijn die niet nageleefd. Mag ik het dan zo interpreteren dat er, ook volgens mevrouw Dral, juist op deze medewerkers een intensievere mate van toezicht moet zijn?
Mevrouw Dral (VVD):
Mijn vraag in de hoorzitting en de vraag die ik net gesteld heb, is: hoe kan het nou zo zijn dat er, hoewel er protocollen en richtlijnen zijn, in deze casus op 23 cruciale punten niet werd gehandeld door professionals? Ik wil daar heel graag, en ik hoop u ook, een antwoord op hebben. We kunnen hier met z'n allen namelijk nog zo veel regels maken, maar uiteindelijk gaat het erom dat we die kinderen echt beschermen. Dat betekent dat er gehandeld moet worden. Dus als we dingen met elkaar afspreken, moeten die ook worden nageleefd. De WSS kon mij daar maandag geen antwoord op geven, hoewel zij zeiden dit nog wel te gaan onderzoeken. Maar volgens mij moet dat hier de eerste vraag zijn, de allereerste vraag: waarom wordt er niet gehandeld in het belang van het kind? Ik ben daar heel erg benieuwd naar.
De heer El Abassi (DENK):
Volgens mij heb ik wel een antwoord gehoord, twee antwoorden zelfs. Er werd verwezen naar capaciteit. Dat horen we vaker terug. Er zijn capaciteitsproblemen bij verschillende instellingen. Het andere antwoord was: joh, we kunnen vertrouwen op de professionaliteit van de andere instelling. Daardoor hadden we een soort domino-effect: iemand maakt ergens een fout en iedereen vertrouwt daar maar op. Ik mis hier een vorm van toezicht: wie houdt in de gaten of dit wel echt klopt? Een soort vierogenprincipe, zoals ik ook in de hoorzitting heb aangegeven. Is mevrouw Dral niet van mening dat juist deze medewerkers — die kunnen immers ook fouten maken — ook gecontroleerd moeten worden?
Mevrouw Dral (VVD):
In de hoorzitting heb ik daar iets over gezegd. Toen heb ik aan het bestuur van Enver gevraagd: bent u het met mij eens dat we misschien moeten kijken naar een vorm van toezicht, bijvoorbeeld van een vreemdeogenprincipe? Ik heb dat punt aangehaald, juist omdat je ziet dat het intern toezicht niet op orde is. Dat wordt ook in het rapport gezegd. Dus dat zou misschien enorm helpen op dit soort cruciale momenten. Ik noemde dat vreemde ogen, dus van een totaal andere organisatie. U zei net: er ís antwoord gegeven. De antwoorden waarover u sprak wérden ook gegeven, maar ik heb een vraag rechtstreeks aan de bestuurder van de WSS gesteld. Die vraag was letterlijk: waarom wordt er door de professionals niet gehandeld op die cruciale momenten? Zijn letterlijke antwoord was: wij moeten dat nog onderzoeken in ons stappenplan waar we nu mee bezig zijn. Dat was letterlijk wat hij zei. Dus hij heeft daar ook geen concreet antwoord op. Ik denk dat het heel belangrijk is om dat wel te hebben, want anders blijven we dit houden. Ik ben het helemaal met u eens — ik heb dat zelf al aangekaart, ook in mijn maidenspeech — dat het gaat over goed toezicht houden.
De heer Krul (CDA):
Ook namens mij complimenten. Het voelt een beetje gek om iemand te feliciteren bij een debat als dit, maar in ieder geval mijn complimenten voor de maidenspeech. Ik heb wel goed geluisterd. Ik heb mevrouw Dral veel horen praten over toezicht, het ontbreken van intern toezicht en toezicht tussen organisaties. Maar wat ik niet gehoord heb, is dat het ook gewoon om gedrag gaat. Dit is een open vraag, want ik ben benieuwd hoe de VVD daarnaar kijkt. Op het moment dat iemand een cruciaal mailtje niet opent, kunnen we wel zeggen "dan maar vier ogen op elke mailbox", maar het gaat gewoon om het gedrag van mensen die zich verantwoordelijk moeten voelen. Kan het niet zo zijn dat het almaar stapelen van toezicht, protocollen en kwaliteitschecks ook verlammend kan werken? Dat heb ik een beetje gemist in het betoog van de VVD, die toch altijd naast het CDA staat als het gaat om gedrag. We mogen toch ook gewoon mensen appelleren op hun verantwoordelijkheid om in dit geval kwetsbare kinderen te helpen?
Mevrouw Dral (VVD):
Ja, daar ben ik het helemaal mee eens. Het gaat zeker ook om gedrag. We kunnen met z'n allen nog zo veel protocollen en richtlijnen hebben, maar ik denk dat we ook goed moeten kijken naar hoe het is ingericht. Als we naar de casus van Vlaardingen kijken en ook naar andere punten, dan ligt de verantwoording heel laag in de organisatie. Daar is geen toezicht op. Als je de veiligheid van het kind wil waarborgen, dan moet je — dat ben ik helemaal met u eens — ook kijken naar het hebben van zo min mogelijk regels. Zijn er niet te veel mensen die zich ermee bemoeien? Moeten we het niet platter slaan, om het even simpel te zeggen? Maar we moeten juist wel de goede dingen op het juiste moment doen qua toezicht houden. Als je ziet dat dat niet gebeurt, zoals in dit geval, dan vind ik dat we moeten kijken naar de bescherming van het kind, want daar gaat het uiteindelijk om.
De voorzitter:
Complimenten voor een mooie en waardige maidenspeech. We gaan nog veel van u horen. Als u zo vriendelijk wilt zijn om hier naar voren te komen, is het mij een eer en genoegen u als eerste te feliciteren. Dan schors ik even voor de andere gelukwensen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Dan geef ik graag het woord aan de heer El Abassi van de fractie van DENK. We hebben nog drie sprekers te gaan van de zijde van de Kamer. Na de laatste spreker zal ik schorsen voor de lunch en de bedenktijd voor het kabinet. Het woord is aan de heer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter. Met afschuw en woede heb ik het onderzoek naar de pleegzorg van het mishandelde meisje uit Vlaardingen gelezen. Een meisje van 10 jaar, weggehaald bij haar moeder, belandde in handen van twee monsters: John en Daisy van den B. Wat lezen we hier allemaal over? Het is onbeschrijfelijk. Ze bonden haar urenlang vast aan een radiator met sekshandboeien en tape, als een gevangene. Ze stopten haar in een kooi onder stroom, waar ze halfnaakt in haar eigen urine en ontlasting moest staan. Ze sloegen haar hard, haar arm brak. Ze schoren haar hoofd kaal en lieten haar zware vuilniszakken tillen. Buren zagen het, maar niemand greep in. Terwijl zij sinterklaas vierden met hun eigen kind, zat dit meisje eenzaam en uitgehongerd boven.
Mijn eerste vraag aan de staatssecretaris is: waarom is dit kind überhaupt bij haar moeder weggehaald? In de stukken kan ik hier niets over vinden, noch kwam het in de hoorzitting naar boven. Als er redenen waren, waarom zijn die dan niet transparant? Waarom belandde ze in dit huis van horror? Een jaar eerder verlieten namelijk twee Syrische broertjes van 9 en 4 dit gezin bont en blauw. Ze sliepen in een hondenhok zonder deken, werden geschopt en sigaretten brandden op hun huid. En toch keurde pleegzorgorganisatie Enver dit gezin opnieuw goed. Hoe is het mogelijk? Hoe is het mogelijk? Waarom werd elk signaal genegeerd, zou ik aan de staatssecretaris willen vragen. WSS Jeugdbescherming bestempelde klachten van het meisje, haar biologische moeder en de Syrische broertjes als leugens. Toen de nieuwe pleegmoeder van de Syrische broers bij artsen en instanties aan de bel trok, werd ze weggewuifd. Een SBO-school, De Kameleon, kreeg signalen van mishandeling, maar deed niets, ondanks maanden en maanden schoolverzuim. Vanaf december 2023 was dit meisje volledig van de radar. Geen school, geen hulp, geen mens die naar haar omkeek. Dit is geen pech; dit is structureel wegkijken.
Enver bleef de monsterlijke pleegouders steunen, ondanks hun gruwelijke geschiedenis. Instanties werkten langs elkaar heen. Er was geen regie. Alleen domino's van onverschilligheid. Er hoeft maar één medewerker met oogkleppen op rond te lopen. Die kan het hele systeem meetrekken. De meldcode kindermishandeling: ja, het lijkt een vrijblijvend advies.
Graag zou ik het volgende van de staatssecretaris willen weten. Waarom is het meisje niet gehoord? Waarom is er geen top-teenonderzoek gedaan naar aanleiding van de foto's van de politie en het advies van het LECK? Welke sancties zullen aan Enver en de WSS worden opgelegd voor ernstige nalatigheid? Loopt er een strafrechtelijk onderzoek naar de instellingen? Waarom heeft de school na alle signalen geen melding gedaan bij Veilig Thuis? En hoe kan het dat een meisje van 10 structureel afwezig mag zijn en gewoon maanden weg mag blijven?
Voorzitter. Ik ben benieuwd naar de afkomst van de biologische ouders. Hebben zij een migratieachtergrond? Heeft dit een rol gespeeld bij het niet-ingrijpen in het gezin? Onderzoeken van Nivel, Erasmus en Trimbos tonen aan dat daar wel echt rekening mee gehouden moet worden.
Tot slot, voorzitter. Het is goed dat aanbevelingen zijn gedaan, maar afspraken, regels en protocollen om dit te voorkomen, zijn er al. Controle en sancties op het niet-naleven van deze regels ontbreken. Als een ouder of een kind een fout maakt, kan dat desastreuze gevolgen hebben, terwijl de instellingen hier eigenlijk gewoon mee weg lijken te komen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: wat gaat de staatssecretaris allemaal doen om de veroorzakers van dit horrorverhaal op te sporen en te straffen?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Een vraag van de heer Crijns.
De heer Crijns (PVV):
Ik kon het op heel veel punten met de heer El Abassi vinden. Alleen, waar mijn wenkbrauwen in een keer van fronsten, was dat hij wil weten wat de afkomst van de ouders is. Waarom, en hoezo?
De heer El Abassi (DENK):
Ik zou bijna willen zeggen: het antwoord komt uit dat vak. Maar nee. Er zijn verschillende onderzoeken — van het Nivel, Erasmus, Trimbos, de Rijksuniversiteit Groningen, het Amsterdam UMC — die aangeven dat het dan niet per se om discriminatie gaat, maar om vooroordelen over mensen met een migratieachtergrond. Dan wordt daar zelf invulling aangegeven. Wij hebben gezien dat het daarvoor ging om Syrische broertjes. We weten niet wat in dit geval de afkomst is. Ik vind dat wel belangrijk om te weten. Dat kan meegenomen worden in het onderzoek. Dat is hier helemaal niet benoemd. Dat is bij de Syrische broers wel expliciet benoemd.
De heer Crijns (PVV):
Ik concludeer dat de heer El Abassi dadelijk de discriminatiekaart wil trekken of iets heel anders. Ik vind dit geen doen.
De heer El Abassi (DENK):
Ik heb de discriminatiekaart niet getrokken. Ik heb verwezen naar een zestal onderzoeken van gerenommeerde instellingen. Die geven allemaal aan dat er sprake kan zijn van vooroordelen. Wat hierbij echt een rol speelt — u heeft het in uw bijdrage ook aangegeven, net als alle collega's hier — is dat we totaal niet snappen waarom keer op keer is weggekeken. We zijn gewoon op zoek. Joh, dan probeer ik het maar te zoeken bij vooroordelen. Een andere is opzet. Dan moet ik ervan uitgaan dat die mensen het opzettelijk hebben gedaan. Dat wil ik helemaal niet geloven. Ik ben dus echt, samen met jullie, op zoek: waar komt dit vandaan? En dan moeten we volgens mij echt alle feiten boven tafel hebben.
De heer Stoffer (SGP):
In het verlengde van de interruptie van de heer Crijns: is deze vraag verstandig? Als we hier spreken over criminaliteit en dergelijke, dan mogen we deze vraag nooit stellen. Dan moet dat altijd weggewuifd worden. Zouden we dat in dit geval niet ook moeten doen? Zou het niet verstandiger zijn om gewoon te zoeken naar waar het zit, het kabinet te laten antwoorden en, inderdaad, deze kaart niet te trekken?
De heer El Abassi (DENK):
Ik zou het enorm waarderen als we dan ook met z'n allen opstaan als mensen die kaart trekken als het gaat om het framen van bepaalde groepen. Ik heb het hier totaal niet over framen. Ik geloof ook niet, in tegenstelling tot bepaalde vakken hier in de hoek, dat achtergrond, religie, afkomst of wat dan ook bepalend is voor of iemand wel of niet dit soort feiten begaat. Ik geloof wel dat er in Nederland verschillen zijn tussen culturen en religies en dat mensen elkaar niet altijd even goed verstaan en begrijpen. Daar zijn heel veel onderzoeken over geschreven. Die onderzoeken moeten we meenemen. Het hoeft niet zo te zijn, maar dat kan mede een oplossing zijn voor problemen die we, in mijn ogen en overigens ook volgens de onderzoeken, nog niet genoeg aanpakken.
De heer Stoffer (SGP):
Mag ik het dan zo duiden dat de heer El Abassi vraagt om ook te kijken naar de samenstelling van onze samenleving en op die manier te kijken of daar iets zou kunnen liggen?
De heer El Abassi (DENK):
Jazeker. Misschien is het goed dat dit gevraagd is. Om het misschien nog beter onder woorden te brengen, zou ik u willen zeggen: als hier iemand zou bepleiten dat afkomst, religie, een kleur of wat dan ook bepalend is voor het verrichten van dit soort daden, sta ik meteen aan de microfoon. Dat doe ik ook als het gaat om een autochtone Nederlander; het maakt even niet uit wie. Ik vind dat verschrikkelijk, afschuwelijk en verwerpelijk. Dus dat is niet de insteek van deze vraag. Ik verwijs nogmaals naar de onderzoeken: we moeten rekening houden met culturele aspecten en religieuze aspecten. Ik kan me heel goed voorstellen dat het de nodige zorgen met zich mee kan brengen als je een christelijk kind bij een lhbtiq-gezin plaatst. Daar moeten we wat mij betreft gewoon rekening mee houden in de maatschappij.
De voorzitter:
De volgende spreker is de heer Stoffer van de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ondertoezichtstelling. Dat woord heeft door het meisje uit Vlaardingen een bijzonder wrange bijsmaak gekregen. Het is altijd al aangrijpend als de overheid moet ingrijpen in een gezin, maar de geruststellende gedachte is dan wel dat het kind in ieder geval goed in zicht is. Hoe schril steekt de conclusie van de inspecties daartegen af? Dit meisje is door de betrokken organisaties aan haar lot overgelaten. Ze is niet gezien en niet gehoord. Er was helemaal geen toezicht, zelfs niet en juist niet nadat het ouderlijk gezag van de moeder is beëindigd. De overheid heeft de zwaarste inbreuk gepleegd in het gezinsleven, maar dat heeft niets opgeleverd. Dubbel leed is geschied.
Voorzitter. Ons medeleven gaat uit naar het gehavende leven van de moeder en het kind. Mijn vraag is dan ook of het kabinet kan toezeggen dat er alles wordt gedaan om het leed waar mogelijk te verzachten. Wat wordt er gedaan om duidelijkheid te geven, hulp te bieden en de positie van de moeder te versterken? Het meest minimale dat we van een maatregel van kinderbescherming moeten verwachten, is dat er zicht is op de situatie van een kind. Het is daarom onbegrijpelijk dat een meisje onder overheidsverantwoordelijkheid een halfjaar in niemandsland heeft geleefd. Hoe is het mogelijk dat een kind dat onder toezicht staat langdurig door geen enkele instantie wordt gezien wanneer het uitvalt op school? Verdient deze specifieke groep niet een speciale waarborg in de wet, is mijn vraag. De inspecties hebben nauwkeurig beschreven wat er allemaal misgegaan is bij de verschillende organisaties. De SGP vindt het nog pijnlijker dat die feiten eigenlijk in december 2023 al in beeld waren in de uitspraak van de rechtbank over de beëindiging van het gezag van de moeder. Deze uitspraak roept vier indringende vragen op.
De eerste. Moeten we vergaande beslissingen zoals het beëindigen van het ouderlijk gezag nemen wanneer de rechter zo veel problemen signaleert over het vervangend gezag? Er waren zowel zorgen over de pleegouders als onenigheid tussen de organisaties. Is dat dan het juiste moment om de gezagsrelatie van de biologische ouders door te snijden?
Twee. Zou een actieve regie van de rechter niet weer uitdrukkelijk gefaciliteerd moeten worden bij ingrijpende beslissingen over kinderen en gezinnen? De uitspraak liet heel duidelijk zien wat er na de beëindiging van het gezag zou moeten gebeuren, bijvoorbeeld het verbeteren van de pedagogische vaardigheden van de pleegouders en voldoende afstemmingsmomenten tussen organisaties. Die organisaties zouden die concrete actiepunten zelf moeten nalopen, maar dat deden ze niet. Zou de rechter niet bij uitstek weer diegene kunnen zijn die dit in de gaten houdt?
Mijn derde vraag, in vervolg hierop: verdient de rol van de Raad voor de Kinderbescherming niet een kritische blik op het toekomstperspectief? In deze zaak leverde niet de raad, maar de jeugdbescherming kritische tegendruk. De pleegouders vonden dat ze alles bij wijze van spreken in zesvoud moesten bewijzen voordat de instelling hen geloofde. Hoe ontgoochelend blijft daartegenover het oordeel van de raad? De raad ziet dat het meisje het fijn heeft bij haar pleegouders en dat haar gedrag zich bij hen goed heeft ontwikkeld; de pleegouders zijn liefdevol en zorgzaam voor haar. Moeten we dit echt zien als een tragische, unieke casus, of zegt dit ook iets over de positie van de raad in het systeem?
Mijn vierde vraag: hoe kan het dat alle betrokken organisaties geen inzage hebben in belangrijke informatie, zoals het beëindigen van de plaatsing in een pleeggezin vanwege zorgen over de pleegouders? Zou voor zulke informatie niet een gezamenlijk dossier wenselijk zijn, zodat het systeem minder kwetsbaar wordt?
Voorzitter, tot slot. De droevige misstanden laten onverlet dat we pleegouders heel hard nodig hebben. Laten we hier ook uitspreken dat er ook veel, heel veel, goede en toegewijde pleegouders zijn. Mijn laatste vraag aan het kabinet is: hoe kijkt het kabinet naar de spanning tussen enerzijds het idee dat instellingen alerter moeten zijn op mogelijke misstanden en anderzijds de positieve manier waarop we naar pleegzorg willen blijven kijken?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Krul van de fractie van het CDA.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter. Op 3 december 2023 strompelt een 10-jarig meisje een supermarkt in. Ze kan amper lopen, heeft zichtbaar letsel en vertelt medewerkers dat ze mishandeld wordt door haar pleegouders. Niet veel later is de politie ter plaatse. Een agent moet het meisje letterlijk optillen en naar het bureau dragen. De politie maakt foto's van het letsel en belt vanuit het politiebureau met de William Schrikker Stichting. Ze stellen aan de telefoon dat het meisje gewoon met de pleegouders mee naar huis kan, zonder dat er met het meisje zelf gesproken is, zonder dat het letsel beoordeeld is door een professional en zonder overleg met de vertrouwensarts van Veilig Thuis. Het meisje zou wel liegen.
De foto's worden doorgestuurd naar het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling, dat onmiddellijk adviseert om een medisch onderzoek te laten doen, want de foto's duiden op mishandeling. Dat onderzoek is er nooit gekomen. Veilig Thuis stelt geen vragen. Enkele weken later, vlak voor kerst, krijgt diezelfde WSS een filmpje te zien van het meisje waarin ze zo hard met haar hoofd op de grond bonkt dat ze letsel oploopt. De gedragswetenschapper van de WSS oordeelt dat er onmiddellijk en acuut gevaar is voor haar fysieke veiligheid. Zijn actie? Een e-mail. Er wordt een e-mail gestuurd naar de jeugdzorgaanbieder, een mailtje naar de medewerker die vlak daarvoor op kerstvakantie was gegaan. Hij heeft het dossier al overgedragen en zal na de vakantie dit dossier niet meer onder zijn verantwoordelijkheid hebben. Het mailtje wordt nooit beantwoord. Er wordt nooit door de WSS gevraagd of er überhaupt een actie heeft plaatsgevonden. Sterker nog, na de kerstvakantie, heeft er in heel 2024 geen enkel een-op-eengesprek met dit meisje meer plaatsgevonden, ondanks haar schreeuw om hulp. Ze zat in een elektrische kooi op haar slaapkamer, totdat het helemaal misging. Ik kan me haar angsten, haar pijn en haar gevoelens van afwijzing niet voorstellen. En dit meisje stond onder toezicht van de Nederlandse Staat. Wij hebben haar gefaald en dat spijt mij.
Voorzitter. De reden dat ik specifiek begin met de gebeurtenissen in december, is dat die exemplarisch zijn voor het beeld dat geschetst wordt in het onderzoek van de inspectie. Gevangen in een systeemwereld, waarin iedereen een verantwoordelijkheid kent, maar niemand eigenaarschap draagt. Geen professional voelde zich echt geroepen om in te grijpen. Het is een patroon dat niet in 2023 begon, maar al veel eerder. Ze werd nooit geloofd.
Ik heb het debat goed gevolgd. Waren dit rotte appels of zit er rot in het systeem? Eén ding is zeker en dat is dat iedereen voelt: dit nooit weer. Hoezeer dat ook de opdracht is, zozeer is het ook de pijnlijke realiteit dat die garantie, dit nooit weer, niet te geven valt. Na Savanna, het Maasmeisje, al die verschrikkelijke gebeurtenissen riep iedereen: dit nooit meer. Met alle regels, checks en systemen die daarop volgden, hebben wij dit niet weten te voorkomen. Alle regels en checks die wij vandaag bedenken, zullen die garantie ook niet bieden. Het gaat niet alleen om regels; het gaat ook om gedrag. De regels die we nu al hebben, worden niet nageleefd.
Voorzitter. Ik heb wel honderd vragen, bijvoorbeeld over de stand van zaken van verbetertrajecten in de jeugd- en pleegzorg. Waarom kan Veilig Thuis niet door die muur van ouders heen breken die om het kind staat? Ik heb ook de vraag waarom dat onderzoek niet uitgevoerd werd. Waarom bezocht de nieuwe casemanager haar niet? Het is misschien vervelend voor mij dat dit soort vragen niet beantwoord kunnen worden, maar voor de moeder en voor haar zusje is het onverteerbaar. Mijn medeleven en steun gaan naar hen uit.
Voorzitter, ik ga afronden. Ik vond de kabinetsreactie onvoldoende. Ik zou het kabinet willen vragen om bij elk van de tien gedane aanbevelingen stil te staan. Hoe weegt het die? Welke verantwoordelijkheden ziet het bij ketenpartners en bij zichzelf? Dat je als stelselverantwoordelijke niet over alles gaat, ontslaat je niet van de plicht om er iets van te vinden.
Tot slot, voorzitter. Ik steek alle medewerkers in de jeugd- en pleegzorg, die elke dag met ziel en zaligheid het goede willen doen en voor wie dit ook een schok is, en al die liefdevolle pleegouders die er alles aan doen om kwetsbare kinderen een thuis te geven, een hart onder de riem. Wat er gebeurd is, valt niet te rechtvaardigen. Ons rest alleen de opdracht om een beetje recht te doen aan het meisje, haar zusje en haar moeder.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover de eerste termijn van de Kamer.
De beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Ik schors tot 12.30 uur. Dan gaan we luisteren naar de bewindspersonen.
De vergadering wordt van 11.43 uur tot 12.31 uur geschorst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20242025-59-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.