Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | nr. 77, item 2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | nr. 77, item 2 |
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Van Baarle
Vragen van het lid Van Baarle aan de minister van Buitenlandse Zaken over het bericht "Morgen opnieuw tussentijdse uitspraak in genocidezaak tegen Israël".
De voorzitter:
We zijn toe aan het vragenuur en de eerste vragensteller is de heer Van Baarle. Hij gaat namens DENK vragen stellen aan de minister van Buitenlandse Zaken, die ik bij dezen van harte welkom heet. Aan u het woord, meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel, voorzitter. Zondagavond zijn 45 weerloze Palestijnen, in meerderheid vrouwen en kinderen, vermoord door een Israëlische luchtaanval op een vluchtelingenkamp in Rafah. De beelden van verkoolde lichamen en vermoorde kinderen staan op mijn netvlies gebrand, en op het netvlies van echt heel veel mensen. Een luchtaanval op een vluchtelingenkamp! Kwaadaardigere oorlogsmisdaden zijn bijna niet te bedenken. En wat was de reactie van Netanyahu? "Het is een tragische fout, maar de aanval op Rafah gaat door." As we speak rijden de tanks het centrum van Rafah binnen, worden ziekenhuizen ontruimd en gaat de aanval door. De mensen daar hebben geen eten. Het is verschrikkelijk.
Voorzitter. Als je het bombarderen van vluchtelingen "een tragische fout" noemt, dan ben je wat de fractie van DENK betreft kwaadaardig, misdadig en volstrekt ontoerekeningsvatbaar. En deze misdadige aanval kwam nota bene daags na het bevel van het Internationaal Gerechtshof om de aanval op Rafah per direct te stoppen! Dit is dus niet alleen de misdadige slachting van Palestijnen, maar ook gewoon een middelvinger naar het internationaal recht en naar de internationale gemeenschap.
De vraag is wat de Nederlandse regering nu eindelijk gaat doen om ervoor te zorgen dat de Israëlische misdaden stoppen. Wil deze minister eindelijk stoppen met alle wapenleveringen aan Israël? Wil deze minister eindelijk het militaire verdrag met Israël door de shredder halen? Wil ze eindelijk sancties gaan instellen tegen leden van de Israëlische regering en tegen alle instituties in Israël die verantwoordelijk zijn voor deze misdaden? Wil ze eindelijk de Israëlische ambassadeur ons land uit knikkeren? Wil deze minister eindelijk wat dóén, in plaats van diplomatieke oproepjes en het ter discussie stellen van zaken?
Voorzitter. De Palestijnen, en met name de Palestijnen in Rafah, kunnen niet meer wachten.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de minister van Buitenlandse Zaken. Gaat uw gang.
Minister Bruins Slot:
Voorzitter. Net zoals de heer Van Baarle en iedereen in Nederland zijn de beelden van afgelopen weekend ook ons op het netvlies gebrand. Een tentenkamp in brand, onschuldige mensen die de dood vinden, kinderen, vrouwen. Ik kan mij niet indenken welke rechtvaardiging aan deze aanval ten grondslag ligt. Het is weerzinwekkend. Die uitspraak volgde twee dagen na de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof, een uitspraak die klip-en-klaar is en oproept om onder andere de militaire operaties in Rafah te staken.
Nederland houdt zich aan het internationaal recht en roept daarom ook alle partijen op om de verschillende voorlopige maatregelen van het Internationaal Gerechtshof te respecteren en ook uit te voeren. Dat maakt ook dat Nederland al langer zegt dat het zaak is om tot een onmiddellijk staakt-het-vuren te komen, tot het onmiddellijk beëindigen van deze gevechten, dat Hamas én Israël hun strijd moeten beëindigen, zodat de gijzelaars kunnen worden vrijgelaten en er uiteindelijk ook veel meer humanitaire hulp in Gaza terechtkomt. Een miljoen mensen zijn nu op de vlucht. Een miljoen mensen waar de Verenigde Naties over zeggen dat ze onvoldoende toegang tot humanitaire hulp krijgen.
Tegen de heer Van Baarle zeg ik ook nadrukkelijk dat deze Staat in tegenstelling tot een aantal andere landen geen wapens rechtstreeks aan het Israëlische leger levert. Het is zelfs zo dat we een verzoek om wapens of munitie aan Israël te leveren hebben afgewezen. Er is geen militair verdrag met Israël op dit moment. Het is ook zaak dat de 27 lidstaten van de Europese Unie de politieke druk op Israël gaan opvoeren. Dat maakte dat ik na uitgebreide debatten met deze Tweede Kamer besloten had om me in te zetten voor het bijeenroepen van de Associatieraad EU-Israël. Dat is een zwaar politiek signaal waarmee de 27 landen de druk op Israël verder gaan opvoeren. Dat is afgelopen maandag tijdens de vergadering van de 27 lidstaten gelukt.
De heer Van Baarle (DENK):
De minister noemt de luchtaanval op het vluchtelingenkamp in Rafah terecht "weerzinwekkend" en geeft aan dat er geen rechtvaardiging te bedenken is voor de Israëlische regering om deze misdadige aanval uit te voeren. Kan de minister gewoon onderkennen, gewoon onderkennen dat de Israëlische regering oorlogsmisdaden pleegt? Kan de Nederlandse regering dat eindelijk uitspreken?
Voorzitter. Het bijeenroepen van de Associatieraad om het EU-verdrag met Israël ter discussie te stellen is een goed diplomatiek signaal, maar wat gaat dat uiteindelijk opleveren? Hoelang gaat het duren voordat dat resultaten oplevert qua concrete druk in de richting van Israël om hiermee te stoppen? Is er niet nú iets nodig wat permanent druk zet op de regering van Israël? Kan Nederland als land zelf sancties in gaan stellen tegen verantwoordelijken bij de Israëlische regering? Kan de Nederlandse regering meer maatregelen nemen als land, als Nederland? Want als we moeten wachten op het verkrijgen van meerderheden ... Op dit moment rijden de tanks het centrum van Rafah binnen. De Palestijnen hebben die tijd niet, zeg ik tegen de minister.
Minister Bruins Slot:
Allereerst wil ik nogmaals duidelijk maken dat Nederland zich inzet voor een onmiddellijk staakt-het-vuren, voor een beëindiging van de gevechten. Gisteren heb ik daarover weer met de ministers van Buitenlandse Zaken van Egypte en Qatar gesproken, die zich nog steeds willen inzetten voor onderhandelingen. Ik hoop dat ze dat samen met de Verenigde Staten ook blijven doen.
Als het gaat om de beoordeling of zaken uiteindelijk oorlogsmisdaden zijn, zal voor Nederland weer gelden dat we hierin het internationaal recht volgen en dat het zaak is dat het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof hun werk doen. Dat doen ze onpartijdig. Dat doen ze onafhankelijk. Wij bemoeien ons niet met die lopende zaken. Tegelijkertijd zijn we ook klip-en-klaar over het feit dat andere landen, andere mensen het werk van deze belangrijke instituties niet in twijfel moeten trekken; het was goed dat de Kamer daar ook nog eens een keer de nadruk op legde. Het is uiteindelijk aan het Internationaal Strafhof om te bepalen of er wel of niet sprake is geweest van oorlogsmisdaden. Maar dat werk moeten ze kunnen blijven doen. Daarom heb ik het Internationaal Strafhof weer verder gefinancierd om het te willen doen.
Wat betreft de EU-Associatieraad snap ik aan de ene kant dat het soms lastig is om kijkend naar die diplomatieke gereedschapskist daadwerkelijk te zeggen: dit voert de diplomatieke druk verder op. Dat doet het, want dat overleg is er ook voor bedoeld om meer effectieve druk op te voeren om tot een onmiddellijk staakt-het-vuren te komen, om tot die humanitaire hulp te komen en om ervoor te zorgen dat de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof wordt uitgevoerd. Mijn inzet is dat die raad zo snel mogelijk gaat plaatsvinden. Ik zal er in ieder geval vanuit Nederland zolang ik dat nog kan, alle druk op zetten om te zorgen dat dat gaat gebeuren, en hopelijk zo snel mogelijk. Het is nu aan de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger om zo snel mogelijk een bijeenkomst te beleggen.
De voorzitter:
Afrondend, de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Zo snel mogelijk, effectieve druk, in gesprek gaan: dat horen we al maanden. We zitten inmiddels op tienduizenden doden in Gaza. Ik zou de minister willen vragen waarom ieder zicht op nu een concrete actie ontbreekt. Wat mij het meest tegen de borst stuit, is dat de Nederlandse regering er als Rusland een ziekenhuis in Oekraïne bombardeerde, direct bij was — en terecht— om te zeggen dat dat een oorlogsmisdaad is, en dat de minister nu er een vluchtelingenkamp met weerloze Palestijnen wordt gebombardeerd, zegt: dat doet de Nederlandse regering niet; wij wachten het even af. Ik vind dat een dubbele maat. Ik vind dat stuitend.
Minister Bruins Slot:
De aanval is weerzinwekkend. De Nederlandse regering laat er geen enkele twijfel over bestaan dat de voorlopige uitspraak van het Internationaal Gerechtshof gevolgd moet worden en dat de militaire operaties in Rafah gestaakt moeten worden.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de minister zeggen: Israël zal deze militaire operatie moeten stoppen. Dat was ook de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof. Ik hoor haar ook al een paar weken herhalen dat het tot een staakt-het-vuren moet komen. We weten dat er twee partijen zijn. We hebben Hamas. Die luistert daar óók niet naar, maar daar hebben we het hele sanctiepakket tegen ingezet. Als de minister nog meer sancties weet, zal mijn fractie die steunen. Maar er is ook een andere kant. Dat is die van Israël, dat ook geen gehoor geeft aan de oproep van het Internationaal Gerechtshof. Vindt de minister dat je nu ook voor Israël moet kijken naar sancties?
Minister Bruins Slot:
Voor Hamas geldt — dat ben ik inderdaad met mevrouw Piri eens — dat we hen moeten oproepen om te stoppen met de gevechten; daar moeten we op inzetten. We hebben van het weekend ook weer de aanval van Hamas vanuit Rafah op Tel Aviv gezien. Ook daar is men niet gestopt met vechten. Maar ook voor die sancties geldt dat die eigenlijk in Europa worden afgesloten. Je moet in Europa dus uiteindelijk 27 landen op een rij krijgen om effectief maatregelen te kunnen nemen. Ik heb twee weken terug tegen mevrouw Piri gezegd dat voor Nederland de maat vol was, ook door de humanitaire ellende die we nu zien. Ik heb gezegd dat we stappen gaan zetten en dat we daar met de EU-Associatieraad gevolgen aan gaan verbinden. Die gaat er nu komen. Daarop moet de druk komen te staan, om zo uiteindelijk zaken in beweging te krijgen. Maar ik heb weer 27 lidstaten nodig om daarin iets te kunnen bereiken.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat snap ik. Ik ken Europa goed. Maar dan gaat het uiteindelijk wel over de vorm en niet over de inzet. Als er straks weer een duidelijke uitspraak van het Internationaal Gerechtshof ligt, dan is dat voorlopig de derde keer dat er maatregelen worden genomen en de derde keer dat Israël daar — ik zal de woorden niet noemen die ik wil gebruiken — niet aan voldoet. Het is zo dat in de Grondwet van Nederland, als gastland van de internationale gerechtshoven, de bescherming van de internationale rechtsorde genoemd wordt. Er komt dus een moment waarop, als er geen consequenties zijn en we de mensen in Palestina niet kunnen beschermen, onze geloofwaardigheid tegenover de rest van de wereld weg is. Mijn vraag is dus: wat is dan de inzet van Nederland? Ik ben blij dat de Associatieraad nu eindelijk bijeenkomt. Maar is de inzet van Nederland om tot het opschorten van dat associatieverdrag te komen? Als dat namelijk niet zo is, dan hebben we er niks aan als er weer een gesprek zonder consequenties plaatsvindt.
Minister Bruins Slot:
Misschien eerst nog even het volgende. De Kamer is natuurlijk goed ingevoerd, maar het zal niet voor iedereen duidelijk zijn waar het associatieverdrag uit bestaat. Het gaat eigenlijk om alle terreinen van samenwerking tussen Israël en de Europese Unie, van handel tot landbouw, financiële investeringen, onderwijs en onderzoeken. Het omvat eigenlijk de complete reikwijdte van datgene wat je met een land kan doen. Maar om hier effectief in te zijn, geldt op dit moment dat het aan de Commissie is, en nu aan de Hoge Vertegenwoordiger, om deze raad voor te bereiden. Dat moeten ze snel doen. We moeten hier geen minuut langer op wachten. Maar het gaat niet helpen als ik nu uit de doeken ga doen wat ik vind dat zij moeten gaan doen. Dan weet ik namelijk dat ik hier geen 27 lidstaten achter krijg.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Het leed, het verdriet van de onschuldige Gazanen, de mannen, de vrouwen en de kinderen, is afschuwelijk. Daar kunnen we nooit ofte nimmer relativerend over spreken. Dat is helder. Tegelijkertijd geldt dat de doelen die Israël nastreeft in Gaza en specifieker in Rafah, het terughalen van de gijzelaars, het uitschakelen van Hamas en het stoppen van de voortdurende raketaanvallen op Israël, legitieme doelen zijn. Israël heeft dat recht. Blijft de minister, ook op internationaal niveau, aandacht vragen voor dat recht en ook voor het morele recht van Israël om haar bevolking te beschermen?
Minister Bruins Slot:
Het is klip-en-klaar dat het Internationaal Gerechtshof zegt dat onder deze omstandigheden de operatie in Rafah gestaakt moet worden. Maar op het moment dat Hamas met raketten een aanval pleegt op Tel Aviv, mag Israël nog terugschieten. Maar het moet wel proportioneel zijn. Het is niet proportioneel als er een miljoen mensen op de vlucht zijn. Dat is het probleem nu. Verder zijn we het er hier allemaal over eens dat de gijzelaars moeten worden vrijgelaten en dat we alles moeten doen om ervoor te zorgen dat de militaire dreiging van Hamas wordt weggenomen.
De heer Dassen (Volt):
Het zou een gamechanger zijn, het zou politieke consequenties hebben op het moment dat het Israëlische leger Rafah zou binnenvallen. Nu rijden ze tot in het centrum met tanks. Op satellietbeelden is de enorme verwoesting te zien. We hebben deze week de raketaanval gezien, die de minister terecht weerzinwekkend noemt, maar die volgt wel na de tienduizenden doden die er al in Gaza zijn gevallen. En nog steeds, zelfs na de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof, worden daar nu eigenlijk geen politieke consequenties aan verbonden. Het bijeenroepen van de Raad? Het is nog de vraag wanneer dat precies gaat gebeuren. Ik hoor de minister nu al een paar keer zeggen: zo snel mogelijk, we hebben geen minuut meer te verliezen. Komt de Raad dan deze week bij elkaar of pas over een maand? Hoelang gaat dat duren?
Minister Bruins Slot:
De heer Dassen kan ervan uitgaan dat ik nu weer al mijn diplomatieke druk zal gebruiken om dit snel, echt heel snel te doen. Dat betekent dat ik bij de Hoge Vertegenwoordiger en de Commissie alles op alles moet zetten zodat dit zo snel mogelijk gebeurt. Ik hoop dat het een week is, dat het misschien twee weken is. Voor mij geldt: hoe sneller, hoe beter. Dat is namelijk echt nodig. Het is een zware politieke stap die wordt gezet, waarvan de impact niet te onderschatten valt, dat de Europese Unie nu in de volle breedte in zo'n Raad het gesprek aangaat overde relatie met Israël om de juiste resultaten te bereiken.
De heer Dassen (Volt):
Kortom, het duurt nog veel te lang. Er zijn nú consequenties nodig. Nú is het nodig dat Israël stopt, omdat ze heel duidelijk hebben aangegeven: wat het Internationaal Gerechtshof zegt, leggen wij gewoon naast ons neer. Ze doen dus niks. Alle oproepen, ook dit weekend weer, van alle Europese leiders dat het nu moet stoppen, zijn allemaal tandeloos op het moment dat er niet nú consequenties zijn, dat er niet nú duidelijke sancties op tafel worden gelegd. Ik vraag dan ook aan de minister: waarom is het niet mogelijk dat zij nu al duidelijk maakt wat haar inzet is voor de Raad en dat, als zij niet in staat is om de andere EU-landen daarin mee te krijgen, zij zelf die stappen neemt? Het is op deze manier toch niet meer te verantwoorden wat Israël aan het doen is? Ik vond dat Borrell het wel goed zei. Laten we spreken over de regering-Netanyahu, want daar zit echt het probleem. Hij zal alles aan de kant schuiven. Hij trekt zich nergens iets van aan. Dan moet dat op een gegeven moment beantwoord worden met een heel duidelijk signaal, namelijk: wij nemen deze sancties tegen die regering.
Minister Bruins Slot:
Het is juist de Nederlandse inzet geweest dat er nu überhaupt een Associatieraad komt. Dat maakt dat we met elkaar die zware politieke druk op Israël kunnen zetten. Voor mij is deze bijeenkomst dan ook bedoeld om die druk verder op te voeren. Maar het gaat erom dat de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger dit nu moeten voorbereiden. Dat moeten ze snel doen. Het gaat op geen enkele manier helpen op het moment dat ik daar al een invulling aan ga geven. Want ik heb uiteindelijk weer 27 landen nodig die met elkaar besluiten om een vervolgstap te zetten.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De beelden afgelopen weekend in Rafah waren hartverscheurend: een vlammenzee in een tentenkamp met vele doden, met name vrouwen en kinderen. Er ligt een uitspraak dat de operatie moet stoppen, dat er een staakt-het-vuren moet komen, maar ook dat de gegijzelden vrijgelaten moeten worden. Ik constateer dat na acht maanden het staakt-het-vuren, waar iedereen naar snakt, er gewoon niet is. Sterker nog, we hebben de vlammenzee gezien en ook dit weekend weer raketten op Tel Aviv. Ik maak mij er ook zorgen over dat ik nergens iets hoor over wat er na deze oorlog moet gebeuren, want wat als er een staakt-het-vuren komt? Ik hoor vanuit de Israëlische regering niets over een plan, een geloofwaardig plan, maar ook vanuit de EU niet. Want deze oorlog gaat niet altijd door; het zal stoppen. Wat gaat de minister van Buitenlandse Zaken doen om nu al te bekijken, desnoods met EU-partners: wat kunnen we doen om daar vrede te bewerkstelligen? En welk geloofwaardig plan ligt er of gaat ze aan werken?
Minister Bruins Slot:
De heer Ceder maakt een terecht punt: het belang van al nadenken over de dag dat het vechten stopt. Daarom is het goed dat de Speciaal Vertegenwoordiger van de Europese Unie, de heer Sven Koopmans, die ook nog Kamerlid hier is geweest, de taak heeft om samen met de andere Europese landen de randvoorwaarden op te stellen om tot geloofwaardige vervolgstappen te komen op het moment dat het vechten stopt. Ik vind de initiatieven van de G7 daarin ook belangrijk. Zij hebben een aantal principes geformuleerd die daarin van belang zijn: geen Hamas die terug is, geen Israël dat over Gaza gaat regeren, geen verkleining van het grondgebied van Gaza, de Palestijnse Autoriteit die hervormd daar terugkomt. Er is veel en goed denkwerk, ook door de Arabische landen, die ik gisteren heb gesproken in de Europese Unie. Laten we ervoor zorgen dat zij zo goed mogelijk bij elkaar komen om die plannen te maken, maar het is ook een verantwoordelijkheid van de Israëlische regering om daarin de juiste stappen te zetten.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Terwijl wij hier praten, rijden de tanks Rafah binnen en negeert de regering-Netanyahu compleet wat de internationale gemeenschap zegt, namelijk: een staakt-het-vuren. We komen nu ook bijeen in een associatieraad, maar het maakt allemaal niet uit. Denk ook aan de uitspraken van het Internationaal Gerechtshof. De regering-Netanyahu gaat gewoon door, nadat de vlammenzee er is geweest en nadat Tel Aviv ook met raketten is aangevallen. Natuurlijk moeten de sancties tegen Hamas ook verhevigd worden, maar ik heb van de minister nog op geen enkele manier gehoord dat er ook echt consequenties zitten aan de uitspraken van het Internationaal Gerechtshof. Dat van de Associatieraad is een hele goede stap, maar is puur procedureel. De minister heeft net gezegd dat ze over haar inzet niet zo veel kan bekendmaken, maar ze heeft ook al met andere landen gesproken. Wat verwacht zij dus nu van die Associatieraad? Ligt het opzeggen van het associatieakkoord op tafel? Zijn er nog andere mogelijkheden om de druk op Israël nu écht op te voeren?
Minister Bruins Slot:
Het is mijn doel om de druk op Israël met de 27 landen op te voeren, zodat de operaties in Rafah gestaakt worden, zodat er humanitaire hulp wordt toegelaten en zodat er daadwerkelijk zicht komt op een onmiddellijk staakt-het-vuren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Maar dit is eigenlijk wat we al maanden horen, namelijk dat de regering dat wil. Tegelijkertijd hebben we nog nergens consequenties gezien. We hebben de regering zelfs nog niet horen zeggen: die rode lijn is inderdaad overschreden. Wat betekent dat? Welke consequenties zijn eraan verbonden? Ik hoor er helemaal niets over. Sterker nog, terwijl de noodhulp daar nu heel hard nodig en is en de situatie heel nijpend is, zegt de regering nog steeds: we gaan op 1 juli overwegen of we UNRWA weer gaan steunen. Mijn vraag aan de minister is: is de Nederlandse regering bereid om daadwerkelijk die hulp aan UNRWA direct door te zetten?
Minister Bruins Slot:
Wij beschouwen UNRWA gewoon weer als hulpkanaal. Wij beschouwen hen dus weer als legitieme partner om mee samen te werken. Dit kabinet heeft op dit moment echter geen geld beschikbaar gesteld om meer aan UNRWA te geven. Ik hoop dat er in een volgend kabinet nog wel ruimte voor is om dat te doen.
De heer Paternotte (D66):
Het is weerzinwekkend en gekmakend om de beelden te zien van kinderen die zijn omgekomen in het vluchtelingenkamp. De zoveelste keer komen er kinderen om, die niks hebben misdaan. Ze zijn alleen geboren in Gaza en konden er nooit weg, totdat ze door een luchtaanval gedood werden. Het lijkt wel alsof de regering-Netanyahu naar niemand meer luistert, niet naar Israëli's in de straten, niet naar de families van gijzelaars, niet naar alle bondgenoten van Israël, die continu oproepen doen, en niet naar het hoogste gerechtshof, dat we hier kennen in Den Haag. Het is duidelijk dat oproepen of milde druk geen enkel verschil zullen maken. Daarom zou ik de minister deze vraag willen stellen: als de Associatieraad er nou in meerderheid voor is om het associatieverdrag op te schorten, als drukmiddel op Israël, zou Nederland daar dan voor gaan liggen?
Minister Bruins Slot:
Ik ga er op dit moment niet op vooruitlopen, want het is al een behoorlijke klus geweest om ervoor te zorgen dat de EU-Associatieraad nu bijeenkomt. Ik wil dat die snel bijeenkomt en wil ook dat de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger ervoor zorgen — we kennen hun inzet — dat dit ook een Raad wordt waarbij uiteindelijk de druk effectief is.
De heer Paternotte (D66):
Voor effectieve druk is, denk ik, ook een glasheldere boodschap van Nederland nodig. Die oproep wil ik doen, maar ik wil ook nog een andere vraag stellen. Als iets duidelijk is geworden, ook voor wie het nog niet duidelijk was, dan is het dat het in Gaza nergens veilig is, voor niemand. Er zitten nog steeds Nederlandse ingezetenen in Gaza. Een ervan is Abed Al Attar uit Almere. Hij probeert al zeven maanden de Gazastrook uit te komen. We hebben al maanden niks meer gehoord over Nederlanders die Gaza uit proberen te komen. Israël houdt dat tegen. Mijn vraag is: kan de minister ervoor zorgen dat deze vader van twee kinderen, die hier in Nederland zijn, wel de Gazastrook uit komt, net als alle andere Nederlandse ingezetenen die daar nog steeds zijn?
Minister Bruins Slot:
Allereerst wil ik alle mensen die voor het ministerie werken in Egypte, de Palestijnse gebieden en aan Israëlische kant ervoor bedanken dat ze al Nederlanders eruit hebben gehaald. Daar ben ik ze dankbaar voor. Ik ben het helemaal eens met de heer Paternotte dat we alles op alles moeten zetten om ook de andere Nederlanders eruit te krijgen. Dat doe ik niet alleen. Dat doet de minister-president ook. Die inzet blijven we doen. Deze week ga ik weer een poging ondernemen.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik word gewoon helemaal gek van dit geneuzel, dat concreet helemaal niks oplevert qua druk in de richting van Israël. Er gaan daar kinderen dood! Er worden daar kinderen dood gebombardeerd! Kan de minister nu eindelijk eens iets gaan doen: de Israëlische ambassadeur gaan ontbieden, de handelspost, als we die hebben, in de ambassade in Tel Aviv sluiten en stoppen met de bilaterale samenwerking die de Nederlandse regering heeft met de Israëlische regering? Die deal met Elbit Systems — de Nederlandse regering koopt raketten — schort die op, stop daarmee! Wanneer gaat de Nederlandse regering nu wat doen? Er gaan daar kinderen dood! Doe iets!
Minister Bruins Slot:
De Nederlandse regering is duidelijk dat het moet komen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren, waarin de gijzelaars vrijgelaten kunnen worden en er veel meer humanitaire hulp kan worden binnengebracht. De afgelopen periode hebben we 55 miljoen euro aan humanitaire hulp toegezegd. We zijn actief bezig met de maritieme corridor. We hebben een speciale humanitaire gezant. Ik heb alles op alles gezet om kolonistensancties voor elkaar te krijgen in Europa, wat gelukt is. En nu is er een zware volgende politieke stap en dat is het bijeenroepen van de EU-Associatieraad. Dat is een niet mis te verstaan signaal aan Israël, dat 27 Europese landen dat nu, in deze fase, doen. En laat mij overduidelijk zijn: het arrest, de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof is klip-en-klaar en die moet gevolgd worden.
De heer Van Baarle (DENK):
Eventueel in de toekomst een verdrag met Israël opzeggen, dat is wat de Palestijnen nu effectief van de Nederlandse regering krijgen. Niets meer. Ik vraag de minister nogmaals: ontbied de Israëlische ambassadeur, sluit de handelspost in Tel Aviv, schort die wapendeal met Israël op. We spekken nu gewoon de staatskas van Netanyahu. Stop daar dan gewoon mee! Doe iets! U heeft nu de mogelijkheid om het uitmoorden van kinderen te stoppen. Dat vraagt om daden. Zorg voor die daden. Stop met diplomatiek geneuzel.
Minister Bruins Slot:
Tegen de heer Van Baarle zeg ik dat de beelden die wij zien op het netvlies van ons allemaal branden en ons niet onberoerd laten. Maar als het gaat om de staatskas, is het uiteindelijk veel effectiever om met 27 landen op te trekken dan als één land.
De heer Tuinman (BBB):
Voorzitter. Het is inderdaad weerzinwekkend en gekmakend, een vluchtelingenkamp van tenten dat afbrandt, 48 verkoolde lichamen, te weinig voedsel, 1 miljoen mensen op de vlucht. Het is weerzinwekkend en gekmakend. Maar wat ook weerzinwekkend en gekmakend is, is dat er beelden binnenkomen van Hamasstrijders die nog steeds daadwerkelijk door de straten rondlopen. Wat ook gekmakend en weerzinwekkend is, en ook blijft, is dat Hamas nog steeds de controle heeft over de gegijzelden. Bij mij komen ook beelden binnen van jonge vrouwen in de kracht van hun leven die in stukken zijn gesneden of die verkracht, verbrand zijn, van wie nu af en toe de lichaamsdelen naar boven komen. Ik vind dat ook weerzinwekkend. Ik heb een vraag. Als we kijken naar successen die we in het conflict of in deze regio geboekt hebben, zoals de Oslo-akkoorden en de Abraham-akkoorden, is altijd de boodschap dat we op zoek moeten naar een pad naar normalisatie van de relatie tussen de beide partijen. Voor mijn gevoel is die positie verder weg dan ooit. De vraag is, ook in het verlengde van die van de heer Ceder, hoe en wanneer we volgens de minister die stappen naar een proces tot toenadering daadwerkelijk kunnen gaan maken.
Minister Bruins Slot:
Ik zou er ontzettend voorstander van zijn om tot een proces van normalisatie te komen, maar dan moet er wel een staakt-het-vuren zijn en dan moet er een geloofwaardig pad komen tot een tweestatenoplossing: een veilig Israël en een onafhankelijke Palestijnse staat.
De heer Tuinman (BBB):
Ik ben blij dat hier een verschil wordt gemaakt tussen enerzijds de regering-Netanyahu en anderzijds de inwoners van Israël. We zien ook dat de democratische processen in Israël ook op gang komen. Er zijn heel veel mensen op de straten. Er is uiteindelijk ook oppositie. Dat leidt misschien in de toekomst, misschien wel de nabije toekomst, tot veranderingen in het hele systeem. Mijn vraag heeft betrekking op het associatieakkoord. Ik ga ervan uit dat dat, als alle 27 landen oké zijn, daadwerkelijk opgeschort gaat worden. Dat is een hele generieke maatregel waarmee je de samenleving van Israël in de breedte treft. Neemt de minister al die aspecten mee, zeker ook in de EU-Raad, zodat we daarmee niet onvoorzien de processen verstoren die in Israël zelf op gang zijn?
Minister Bruins Slot:
Het is belangrijk om effectief de druk op te voeren op de Israëlische regering. Dat moet die bijeenkomst van het EU-associatieakkoord uiteindelijk voor elkaar krijgen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
De minister verdedigt hier, zoals altijd, in vuur en vlam het Internationaal Gerechtshof. Het Gerechtshof wil een arrestatiebevel uitvaardigen tegen de heer Netanyahu. Israël gaat daar natuurlijk sowieso niet aan meewerken. Amerika heeft ook al laten weten daar niks in te zien. Hetzelfde geldt hier in Nederland. De VVD heeft daar haar afschuw over uitgesproken. Laat dat niet zien — dat is mijn vraag aan de minister — dat het Internationaal Gerechtshof ... Wij hebben altijd al gezegd dat dat eigenlijk niks met rechtvaardigheid of internationaal recht te maken heeft, maar dat dat eigenlijk altijd al een middel is geweest van het Westen, en met name Amerika, om zijn wil op te leggen. Als puntje bij paaltje komt en iemand uit het Westen vervolgd dreigt te worden, geeft ineens niemand thuis. Wat vindt de minister daar nou van?
Minister Bruins Slot:
Allereerst, het gaat hier niet om het Internationaal Gerechtshof, maar om het Internationaal Strafhof. Er is een verzoek gedaan voor de arrestatiebevelen, maar ze zijn nog niet afgekondigd. De situatie doet zich dus nog niet voor.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank voor dat antwoord. Dat verzoek is inderdaad gedaan door het Internationaal Strafhof. Daar wil ik toch nog even een vervolgvraag over stellen. Er is nu namelijk al heel veel druk uitgeoefend op het Internationaal Strafhof, bijvoorbeeld door Amerika, door die senatoren die allemaal die brief hebben ondertekend richting het Internationaal Strafhof. "We weten je te vinden, hè. Als je Netanyahu gaat aanklagen, weten we je te vinden." Het Internationaal Strafhof — dat is mijn vraag aan de minister — zit toch in een onmogelijke positie? Als ze dat straks seponeren, als ze dat gaan doen, wordt er natuurlijk gezegd: dat is onder internationale druk. Als ze doorzetten: no way dat Amerika, Israël of zelfs Nederland, denk ik, daar gehoor aan gaat geven. Dus wat er ook gebeurt — dat is mijn vraag aan de minister — de legitimiteit van het Internationaal Strafhof is toch niet meer te redden?
Minister Bruins Slot:
De legitimiteit is nog steeds groot. Ik moet de Kamer ook bedanken voor het aannemen van de motie waarin zij nog eens een keer helder heeft gemaakt dat er alles aan moet worden gedaan om te voorkomen dat het Internationaal Strafhof ondermijnd wordt. Ik weet niet precies meer hoe Forum voor Democratie daarover gestemd heeft, maar die motie werd gesteund door meer dan de helft van de Kamer. Dat laat in ieder geval zien dat het internationaal recht hier in Nederlandse parlement hoog in het vaandel staat.
De heer Brekelmans (VVD):
We hebben de afgelopen maanden heel veel leed in Gaza gezien, helaas, maar het beeld waarop een vader zijn onthoofde kind vasthoudt is van zo'n orde dat dat mij in ieder geval, maar waarschijnlijk iedereen in deze Kamer, niet meer loslaat. Ik steun de inzet van het kabinet om de druk op Israël op te voeren. Goed dat het de minister is gelukt om die Associatieraad bijeen te roepen; dat is een grote diplomatieke stap. Tegelijkertijd zie ik dat hier internationaal schande van gesproken wordt. Maar Hamas ziet dit als martelaars en als olie op het vuur om juist niet te hoeven toegeven. Nu ben ik het met de eerdere opmerking van mevrouw Piri eens: we hebben het hele sanctie-instrumentarium inmiddels al ingezet tegen Hamas, maar niet tegen de kwade genius op de achtergrond, namelijk tegen Iran. Nu lijkt ook daar een doorbraak te zijn. Er is namelijk een Duitse uitspraak waardoor de Revolutionaire Garde op de terreurlijst gezet zou kunnen worden, na maanden waarin de minister hier ook aan probeert te trekken in Brussel.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Brekelmans (VVD):
Mijn vraag is dus: kan hier snelheid mee worden gemaakt? Kan er snel een bijeenkomst worden belegd waarin de Europese ministers van Buitenlandse Zaken bespreken of de Revolutionaire Garde nu op de terreurlijst kan worden geplaatst?
Minister Bruins Slot:
Die berichtgeving hebben we inderdaad van het weekend kunnen zien. Daarom heb ik gisteren al aan de Buitenlanddienst van de Europese Unie gevraagd om deze informatie opnieuw te wegen om te bepalen of dat voldoende basis biedt om de IRGC op de terrorismelijst te zetten. Ik heb dus al invulling gegeven aan het verzoek van de heer Brekelmans, want ik weet dat de Kamer hier bovenop zit en hier veel belang aan hecht. Die ruimte heb ik dus genomen.
De heer Boswijk (CDA):
Wij zijn getuige van onbeschrijfelijk leed sinds er op 7 oktober gruwelijke aanslagen hebben plaatsgevonden. De beelden van de afgelopen dagen komen daar weer bij. Dat kan ons allemaal niet onberoerd laten. Alle vragen die ik wilde stellen, zijn eigenlijk al gesteld. De heer Brekelmans maaide net het laatste sprietje gras weg. De laatste vraag die ik nog zou willen stellen is de volgende. Ik weet dat de minister in het verleden contact heeft gehad met de Israëlische oppositie. Ik denk ook dat het beter is als we niet over Israël praten, maar over de regering-Netanyahu, omdat daar toch wel een duidelijk verschil in zit. Er zijn ook geluiden in Israël, met name in de oppositie, die hier een stuk genuanceerder over zijn dan de regering-Netanyahu. Kan de minister ons iets vertellen over hoe de contacten inmiddels zijn en over hoe de Israëlische oppositie naar de afgelopen gebeurtenissen kijkt?
Minister Bruins Slot:
Daar zitten twee kanten aan. We hebben kunnen zien dat er in Israël met brede verontwaardiging is gereageerd op de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof. Dat geldt voor alle partijen. Aan de andere kant is gisteren in het parlement overduidelijk ook gesproken over de omvang en de aard van de verschrikkelijke aanval die heeft plaatsgevonden.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Dijk.
De heer Dijk (SP):
We zitten nu al maanden te kijken naar verschrikkelijke beelden van buitenproportioneel veel geweld. Dat lost niets op en biedt ook niet het begin van een oplossing. We zien dat gebouwen totaal kapot zijn gebombardeerd, waarbij duizenden doden zijn gevallen. Het gaat om vrouwen en kinderen, om totaal onschuldige mensen. Ik zit nu al een tijdje naar deze debatten te kijken en te luisteren en ik zie dat er geen enkele vooruitgang is. De minister zegt hier: ik heb voor sancties 27 landen nodig. Ik wil tegen de minister zeggen: neem het voortouw. Er moet er een de eerste zijn. Er moet er een de eerste zijn die zegt: we gaan over tot sancties. Mijn hele simpele vraag aan deze minister is: vindt deze minister dat er sancties moeten komen tegen de regering-Netanyahu? Ja of nee?
Minister Bruins Slot:
Ja, want we hebben kolonistensancties ingesteld. Dat was een Nederlands initiatief. En het is wederom een Nederlands voorstel om nu de EU-Associatieraad bijeen te roepen. Dat is nogal een klus geweest.
De heer Dijk (SP):
Dit gaat over de regering-Netanyahu, die er via het Internationaal Gerechtshof voor gewaarschuwd is dat er mogelijk sprake is van genocide. We zien al maanden dat honger wordt ingezet als wapen en dat humanitaire hulp niet of nauwelijks wordt toegelaten. U had het net over een gereedschapskist met sancties.
De voorzitter:
De minister had het daarover.
De heer Dijk (SP):
De minister had het net over een gereedschapskist met sancties. Trek ze allemaal open; gebruik ze allemaal. Zeg hier als Nederlandse minister: we gaan dat allemaal doen. Ja of nee?
Minister Bruins Slot:
Het belangrijkste is nu dat de Europese Unie eindelijk gezamenlijk heeft besloten om een belangrijk politiek signaal af te geven met het EU-associatieakkoord. Het is nu aan de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger om er effectief voor te zorgen dat de politieke druk op Israël verder wordt opgevoerd. Het gaat niet helpen als ik op dit moment vooruitloop op wat ik vind dat de Hoge Vertegenwoordiger en de Commissie moeten doen, want daarmee krijg ik alle 27 waarschijnlijk niet op één lijn.
De voorzitter:
Dank aan de minister van Buitenlandse Zaken voor het beantwoorden van deze vragen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20232024-77-2.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.