14 Stemmingen VAO opvang en terugkeer

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over opvang en terugkeer,

te weten:

  • - de motie-Schouw over bescherming van uitgenodigde vluchtelingen (19637, nr. 1513);

  • - de motie-Schouw c.s. over een besluit- en vertrekmoratorium voor alle Iraakse LHBT-asielzoekers (19637, nr. 1514);

  • - de motie-Gesthuizen over deugdelijke opvang voor gezinnen met minderjarige kinderen (19637, nr. 1515);

  • - de motie-Gesthuizen over onderzoek naar de werking van artikel 64 en de Spekmanroute (19637, nr. 1516);

  • - de motie-Van Dam over terugkeer en het risico op onttrekken aan toezicht (19637, nr. 1517).

(Zie vergadering van 10 april 2012.)

De voorzitter:

De motie-Gesthuizen (19637, nr. 1516) is in die zin gewijzigd (nr. 1521) en nader gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het doel van artikel 64 Vreemdelingenwet is om vreemdelingen niet uit te zetten totdat zij medisch in staat zijn om terug te keren naar land van herkomst;

constaterende dat de medische toestand van vreemdelingen alleen maar verslechtert door het ontbreken van deugdelijke opvang;

constaterende dat bijna 285 van de 300 vreemdelingen die een beroep deden op de zogenaamde Spekmanroute succesvol een beroep hebben gedaan op artikel 64 Vreemdelingenwet en daarmee niet uitzetbaar zijn;

overwegende dat de praktijk heeft uitgewezen dat de voorlopige voorziening ten behoeve van opvang enkel wordt toegewezen op het moment dat er concrete uitzettingshandelingen naar land van herkomst plaatsvinden;

constaterende dat hierdoor psychisch zieke vreemdelingen die op straat leven een gevaar vormen voor zichzelf en voor anderen;

verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de werking van artikel 64 Vreemdelingenwet in het algemeen, dit te betrekken bij haar onderzoek naar de knelpunten binnen de Spekmanroute en tevens te onderzoeken welk effect opvang heeft op terugkeer van psychisch zieke vreemdelingen naar land van herkomst,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1522 (19637).

Op verzoek van mevrouw Gesthuizen stel ik voor, haar motie (19637, nr. 1522) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Schouw (19637, nr. 1513).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdD, de PvdA, GroenLinks, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Schouw c.s. (19637, nr. 1514).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdD, de PvdA, GroenLinks, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Gesthuizen (19637, nr. 1515).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdD, de PvdA, GroenLinks, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Dam (19637, nr. 1517).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdD, de PvdA, GroenLinks, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Naar boven