68ste vergadering

Dinsdag 16 april 2002

14.00 uur

Voorzitter: Van Nieuwenhoven

Tegenwoordig zijn 145 leden, te weten:

Van den Akker, Albayrak, Apostolou, Van Ardenne-van der Hoeven, Arib, Atsma, Augusteijn-Esser, Bakker, Van Baalen, Balemans, Balkenende, Barth, Van Beek, Belinfante, Van den Berg, Biesheuvel, Blaauw, Van Blerck-Woerdman, Blok, Bolhuis, Buijs, Bussemaker, Van de Camp, Cherribi, De Cloe, Cornielje, Çörüz, Crone, Depla, Van Dijke, Dijksma, Dijkstal, Dijsselbloem, Dittrich, Van den Doel, Duijkers, Duivesteijn, Eurlings, Feenstra, Geluk, Van Gent, Giskes, Gortzak, De Graaf, De Haan, Halsema, Hamer, Harrewijn, Van Heemst, Hermann, Herrebrugh, Hessing, Hillen, Hindriks, Van der Hoek, Hoekema, Van der Hoeven, Hofstra, Ten Hoopen, De Hoop Scheffer, Horn, Jonker, Kamp, Kant, Karimi, Klein Molekamp, Van der Knaap, Koenders, Kortram, Kuijper, Lambrechts, Van Lente, Luchtenveld, Marijnissen, E. Meijer, Th.A.M. Meijer, Melkert, Middel, Van Middelkoop, Molenaar, Mosterd, Nicolaï, Niederer, Van Nieuwenhoven, Noorman-den Uyl, Oplaat, Örgü, Oudkerk, Van Oven, Passtoors, De Pater-van der Meer, Pitstra, Poppe, Rabbae, Ravestein, Rehwinkel, Van 't Riet, Rietkerk, Rijpstra, Rosenmöller, Ross-van Dorp, Rouvoet, Scheltema-de Nie, Schoenmakers, Schreijer-Pierik, Slob, Smits, Snijder-Hazelhoff, Van Splunter, Spoelman, Van der Staaij, Van der Steenhoven, Stellingwerf, Stroeken, De Swart, Swildens-Rozendaal, Terpstra, Timmermans, Udo, Valk, Ter Veer, Te Veldhuis, Vendrik, Verbeet, Verbugt, Verburg, Verhagen, Visser-van Doorn, Van der Vlies, Van Vliet, M.B. Vos, O.P.G. Vos, Voûte-Droste, De Vries, Waalkens, Wagenaar, Van Walsem, Weekers, Weisglas, Van Wijmen, Wijn, Wilders, De Wit, Witteveen-Hevinga en Zijlstra,

en de heer Kok, minister-president, minister van Algemene Zaken.

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mede dat zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:

Santi, wegens verblijf buitenslands, de gehele week;

Van Bommel, wegens familieomstandigheden;

Schimmel, wegens ziekte.

Deze berichten worden voor kennisgeving aangenomen.

De voorzitter:

De ingekomen stukken staan op een lijst die op de tafel van de griffier ter inzage ligt. Op die lijst heb ik voorstellen gedaan over de wijze van behandeling. Als aan het einde van de vergadering daartegen geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan dat de Kamer zich met de voorstellen heeft verenigd.

Ik deel aan de Kamer mede dat de minister-president mij heeft laten weten dat hij in de loop van de dag een verklaring in de Tweede Kamer zal afleggen. Ik stel u voor, tot dat moment te schorsen. Ik zal u op de hoogte stellen zodra ik hoor op welk tijdstip dat zal zijn.

Daartoe wordt besloten.

De vergadering wordt van 14.05 uur tot 17.12 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Het woord is aan de minister-president.

Minister Kok:

Mevrouw de voorzitter. Zojuist heb ik aan Hare Majesteit de Koningin het ontslag aangeboden van het voltallige kabinet. De Koningin heeft de ontslagaanvraag in overweging genomen. Gelet op de korte tijdspanne tot aan de verkiezingen heeft zij de ministers en staatssecretarissen verzocht, al datgene te blijven doen wat zij in het belang van het Koninkrijk noodzakelijk achten. Dit betekent dat het kabinet demissionair verder gaat.

Aanleiding voor de ontslagaanvraag is het rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie over Srebrenica, dat op verzoek van de regering is vervaardigd. Afgelopen vrijdag heeft het kabinet daar indringend over gesproken. Dat overleg is vandaag voortgezet. Het kabinet onderschrijft de hoofdlijnen van het NIOD-rapport.

De afgelopen dagen heb ik het rapport en de daaraan te verbinden conclusies verder op mij laten inwerken. Ik ben tot de slotsom gekomen dat de ernst van de bevindingen van het NIOD, bevindingen die betrekking hebben op een periode waarin opeenvolgende kabinetten van uiteenlopende samenstelling verantwoordelijkheid hebben gedragen, niet zonder politieke consequenties mag blijven. Derhalve heb ik na zorgvuldige afwegingen besloten, mijn ontslag aan te bieden. De overige ministers en staatssecretarissen hebben daarop besloten, eveneens hun ontslag aan te bieden. Hierbij geldt voor de minister van Defensie als aanvullende overweging de conclusie van het NIOD inzake de tekortschietende informatievoorziening.

Het NIOD-rapport is volstrekt duidelijk over de vraag wie verantwoordelijk moet worden gesteld voor de val van Srebrenica en de daaropvolgende massamoord; de schuld daarvoor ligt bij de Bosnische Serviërs, in het bijzonder bij generaal Mladic. Mladic is een oorlogsmisdadiger. Hij en andere verantwoordelijken mogen niet ontkomen aan berechting voor het Joegoslaviëtribunaal, hier in Den Haag.

De internationale gemeenschap is tekortgeschoten in het bieden van voldoende bescherming aan de mensen in de "safe areas". Daarmee is ook de Nederlandse regering, als lid van die internationale gemeenschap, tekortgeschoten. De consequenties die thans worden getrokken, zijn niet verbonden aan één specifieke gebeurtenis of aan één specifiek moment, maar vloeien voort uit de opeenstapeling van tekortkomingen gedurende verschillende kabinetsperiodes. Met dit besluit wordt integraal verantwoordelijkheid genomen voor het gevoerde beleid gedurende een reeks van jaren. Daarin zijn vier fases te onderscheiden.

De eerste fase betreft de periode voorafgaand aan het besluit tot uitzending, dat in 1993 werd genomen. Terugkijkend, kan ik niet heen om de vaststelling dat veel van het latere onvermogen kan worden herleid tot onvolkomenheden in de beginfase, zoals het NIOD-rapport ook beschrijft. In 1993 is met een politiek van goede bedoelingen, die in parlement en samenleving destijds zeer breed werden gedragen, een constellatie gecreëerd die niet bleek te werken.

De tweede fase heeft betrekking op de periode 1994-1995. De vele inspanningen van het toenmalige kabinet in internationaal verband ten spijt bleek het destijds niet mogelijk om verbetering in die situatie te bewerkstelligen, met name vanwege de strategie van de Bosnische Serviërs en vanwege het onvermogen van de internationale gemeenschap om tot een krachtiger aanpak te komen.

De derde fase betreft de dramatische julidagen in 1995, met de val van de enclave en de daaropvolgende massamoord. De internationale gemeenschap waar Nederland op dit punt een bijzondere rol in speelde, bleek niet bij machte de val van de enclave en de genocide door de Bosnische Serviërs die daarop volgde, te voorkomen.

In de vierde fase hebben zich duidelijke gebreken voorgedaan in de gebeurtenissen die volgden, met name in de tekortschietende informatievoorziening bij het ministerie van Defensie.

Mevrouw de voorzitter. Nederland neemt nadrukkelijk niet de schuld op zich voor de gruwelijke moord op duizenden Bosnische moslims in 1995. Wél wordt op deze wijze de politieke medeverantwoordelijkheid van Nederland voor de situatie waarin dit kon gebeuren, zichtbaar gemaakt. De internationale gemeenschap is anoniem en kan niet op zichtbare wijze verantwoordelijkheid nemen tegenover de slachtoffers en nabestaanden van Srebrenica. Ik kan en doe dat wél.

Ik wil ook op deze plaats nogmaals onderstrepen dat de Nederlandse militairen van Dutchbat niet verantwoordelijk zijn voor wat daar is gebeurd. Zij hebben onder bijzonder moeilijke omstandigheden met grote inzet hun werk gedaan.

Mevrouw de voorzitter. Afgelopen week heb ik gezegd: ik sta voor wat ik heb gedaan; ik kan iedereen recht in de ogen kijken; ik heb steeds naar eer en geweten gehandeld. Die overtuiging had ik en heb ik nog steeds. Tegelijkertijd ben ik van mening dat het onvermijdelijk en nodig is dat politieke consequenties worden verbonden aan de opeenstapeling van internationale en nationale tekortkomingen. Het is het tegendeel van een makkelijk besluit, maar het is wel nodig.

Het kabinet heeft zijn beslissing niet afhankelijk willen stellen van de uitkomst van een debat in de Kamer. Het gaat niet om de vraag of er wel of geen vertrouwen in het kabinet bestaat. Het gaat om de verantwoordelijkheid die wordt genomen, nu het resultaat van het onderzoek op tafel ligt. De val van de enclave Srebrenica en de moordpartijen die daarop volgden, vormen een dramatische gebeurtenis in de wereldgeschiedenis, in de geschiedenis van de Balkan en in onze nationale geschiedenis, in de allereerste plaats voor de vele slachtoffers en hun nabestaanden en het onbeschrijfelijke leed dat zovelen heeft getroffen. De overlevenden gaan getekend door het leven. Hun trauma's en de pijn van het gemis van dierbaren zullen nog lang, heel lang in alle scherpte voelbaar blijven. Het zijn zwarte bladzijden in een boek dat in zekere zin nooit dichtgaat.

Mevrouw de voorzitter. Ons land heeft het niet gemakkelijk gehad in het omgaan met de val van Srebrenica. De grondige reconstructie in het NIOD-rapport kan behulp zaam zijn in het verdere proces van verwerking. Dat geldt voor alle betrokkenen, in de allereerste plaats voor nabestaanden en slachtoffers, de internationale samenleving en de militairen van Dutchbat en hun omgeving, en ook voor regering, parlement en samenleving. Er zijn lessen geleerd over het omgaan met internationale vredesoperaties. Deze lessen worden sindsdien toegepast. Nederland wil actief blijven bijdragen aan handhaving en, waar nodig, herstel van de internationale rechtsorde, óók door vredesmissies.

De voorzitter:

Ik deel de Kamer mede dat mij, na consultatie van de fractievoorzitters, is gebleken dat een grote meerderheid enige tijd wenst voor de voorbereiding van een debat over de verklaring van de minister-president. Ik deel verder mee dat ik er rekening mee houd dat dit debat morgen zou kunnen plaatsvinden. Morgenmiddag, om één uur, komen wij bijeen voor een regeling van werkzaamheden, waarbij verdere afspraken kunnen worden gemaakt.

De beraadslaging wordt gesloten.

Sluiting 17.22 uur

Naar boven