4 Beëdiging en installatie van de heer Steenkamp

Beëdiging en installatie van de heer Steenkamp

Aan de orde is de beëdiging en installatie van de heer J.P.M. Steenkamp (CDA).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de installatie van de heer Steenkamp.

Ik deel aan de Kamer mede dat door mij zijn benoemd tot leden van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven van het benoemde lid der Kamer, de heer Steenkamp: mevrouw Moonen van D66 als voorzitter, mevrouw Van Aelst-den Uijl van de SP als lid en de heer Schalk van de SGP als lid.

Ik deel aan de Kamer mede dat de ingekomen missives van de voorzitter van het centraal stembureau en de geloofsbrieven van de heer Steenkamp in handen zijn gesteld van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven. Het is mij gebleken dat de commissie haar taak reeds heeft verricht. Ik geef derhalve het woord aan mevrouw Moonen, voorzitter van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven van de heer Steenkamp, voor het uitbrengen van rapport.

Mevrouw Moonen (voorzitter van de commissie):

Voorzitter. De commissie welke de geloofsbrieven van het benoemde lid van de Kamer, de heer J.P.M. Steenkamp, heeft onderzocht, heeft de eer te rapporteren dat de geloofsbrieven en de daarbij ingevolge de Kieswet overgelegde bescheiden, in orde zijn bevonden. Het rapport van de commissie is neergelegd ter Griffie, ter inzage voor alle leden. De commissie adviseert de Kamer de heer Steenkamp als lid van de Kamer toe te laten.

De voorzitter:

Ik dank mevrouw Moonen voor het uitbrengen van rapport en de commissie voor het verrichten van haar taak. Ik stel aan de Kamer voor het advies van de commissie te volgen en het volledige rapport in de Handelingen te doen opnemen. Kan de Kamer zich hiermee verenigen? Dat is het geval.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:

Ik verzoek de Griffier de heer Steenkamp binnen te leiden.

Ik verzoek de leden en alle overige aanwezigen in de zaal en op de publieke tribune die daartoe in de gelegenheid zijn, te gaan staan.

(De heer Steenkamp wordt binnengeleid door de Griffier.)

De voorzitter:

Dan gaan we allereerst over tot het afleggen van de eed door de heer Steenkamp. Ik lees daartoe het formulier voor.

"Ik zweer dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet.

Ik zweer dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt getrouw zal vervullen."

U steekt de twee voorste vingers van uw rechterhand aaneengesloten op en zegt daarop: zo waarlijk helpe mij God almachtig.

De heer Steenkamp (CDA):

Zo waarlijk helpe mij God almachtig.

De voorzitter:

Ik wens u van harte geluk met uw benoeming en installatie en verzoek u de presentielijst te tekenen.

Ik schors de vergadering voor een kort ogenblik, zodat de collega's u kunnen feliciteren, maar ik mag u als eerste feliciteren. Ik verzoek u om zich op te stellen voor het rostrum.

De vergadering is geschorst.

De vergadering wordt van 13.36 uur tot 13.45 uur geschorst.

Naar boven