Ik verzoek de leden te gaan staan.
Op 13 januari jongstleden overleed op 89-jarige leeftijd Kees IJmkers, oud-senator
voor de Communistische Partij van Nederland. Hij was lid van de Eerste Kamer van 8 februari
1966 tot 2 maart 1967 en van 9 december 1969 tot 23 juni 1987. In totaal ruim achttien
jaar.
Cornelis Antoon IJmkers werd geboren in Den Haag op 3 september 1924. Na de lagere
school volgde hij hier de opleiding tot instrumentmaker aan de Lagere Technische School.
Hij begon zijn werkzame leven als metaalbewerker en monteur. Later werd hij journalist
bij het dagblad De Waarheid.
Van 1950 tot 1960 en vanaf 1964 was de heer IJmkers lid van het partijbestuur van
de CPN. Ook was hij enige tijd politiek secretaris van de CPN in het district Den
Haag. In de naoorlogse jaren gold hij als een vooraanstaande communist in Den Haag.
Op een partijcongres in 1964 bekritiseerde de heer IJmkers de landelijke werfleiding
en de propaganda-afdeling, waar zijns inziens "te weinig stuwkracht" van uitging.
Hij bracht de noodzaak naar voren van een verbeterde opstelling van de kaders in afdelingen,
districten en partijbestuur, om aldus "het onbevredigend partijleven" een nieuwe impuls
te geven.
Vanaf 1964 was de heer IJmkers lid van de gemeenteraad in Den Haag. Hier was hij voorzitter
van zijn fractie en onder andere lid van de commissies voor Volksgezondheid, voor
Onderwijs en voor Jeugd, Sport en Recreatie. Bij zijn afscheid in 1978 werd hij geprezen
om het gezag waarmee hij sprak, zowel binnen als buiten zijn fractie.
Op 8 februari 1966 werd de heer IJmkers geïnstalleerd als lid van de Eerste Kamer
der Staten-Generaal. In zijn maidenspeech bij de behandeling van de Defensiebegroting
sprak hij zich uit tegen de stijging van defensie-uitgaven. De heer IJmkers verbaasde
zich erover dat er op alle departementen werd bezuinigd, behalve dat van Defensie
en achtte het een onbegonnen zaak om mee te blijven doen aan de bewapeningswedloop
en te blijven investeren in de aanschaf van nieuwe straaljagers. Een onderwerp dat
ook vandaag de dag de politieke gemoederen nog ernstig bezighoudt.
In de Eerste Kamer gold de heer IJmkers als een authentieke afgevaardigde, die een
gedegen inbreng leverde in debatten op uiteenlopende terreinen. Van 1971 tot 1974
was hij plaatsvervangend voorzitter van de vaste commissie voor zaken rakende Suriname
en de Nederlandse Antillen.
Toen zijn partij in 1991 opging in GroenLinks, volgde hij zijn partij niet. Hij pleitte
voor één grote progressieve volkspartij en beschouwde zichzelf totdat die partij zou
worden opgericht, als politiek dakloos.
De heer IJmkers bekleedde diverse maatschappelijke functies in het hem zo geliefde
Den Haag. Hij was onder meer lid van het Overlegorgaan Haagse Agglomeratie, secretaris
van de Algemene Woningbouwvereniging Den Haag, voorzitter van de Algemene Stichting
Bejaardenzorg Den Haag en voorzitter van de begeleidingscommissie Voetbalvandalisme
en Jeugdwelzijn Den Haag. Van 1994 tot 2001 was de heer IJmkers voorzitter van de
sociale begeleidingscommissie van de Robert Fleury Stichting.
De heer IJmkers was Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Moge ons respect voor zijn
persoon en werk, en zijn inzet voor de parlementaire democratie tot steun zijn voor
zijn familie en vrienden.
Ik verzoek eenieder om een moment stilte in acht te nemen.