Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 11, pagina 541-543

Aan de orde is de stemming over het voorstel van wet van het lid Halsema houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot invoering van de bevoegdheid tot toetsing van wetten aan een aantal bepalingen van de Grondwet door de rechter (28331).

(Zie vergadering van 25 november 2008.)

De voorzitter:

Ik heet mevrouw Halsema van harte welkom in dit huis. Ik heet de minister van BZK van harte welkom en ook de heer Peters, de adviseur van mevrouw Halsema. Er is hoofdelijke stemming gevraagd over dit wetsvoorstel. Hebben alle leden de presentielijst getekend? Ik constateer dat dit het geval is.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

De heer Kox (SP):

Voorzitter. De SP-fractie is na het buitengewoon interessante debat van vorige week tot de conclusie gekomen dat het wetsvoorstel van mevrouw Halsema beoogt om de positie en de rechtsbescherming van de burger te verbeteren zonder dat dit ten koste gaat van de bevoegdheden van het parlement. In het debat is volgens ons duidelijk gebleken dat het geen uitholling, maar een aanvulling is. Zeker omdat het hier de eerste lezing betreft, vinden wij dat het wetsvoorstel het voordeel van de twijfel van deze Kamer zou moeten krijgen. Het zou doodzonde zijn als wij het proces nu afkappen en de gang van de twee jaar die wij nog te gaan hebben om in tweede lezing hier definitief over te oordelen, stopzetten. Mijn fractie zal unaniem voor dit wetsvoorstel stemmen.

De heer Yildirim (Fractie-Yildirim):

Voorzitter. Na bestudering van het voorliggende voorstel is mijn fractie tot de conclusie gekomen dat toetsing van de wetten door de rechter aan de Grondwet zal bijdragen aan verdere versterking van de Grondwet in de vorm van toenemende rechtszekerheid voor de burger. Effectuering van de wetten door de rechter en de toetsing aan de Grondwet dragen tevens bij aan de kwaliteit van diezelfde wet. De wetgever wordt niet aangetast in zijn rol en met het aannemen van voorliggend wetsvoorstel kan op termijn mogelijk gedacht worden aan een centrale of constitutionele toetsing. Mijn fractie gaat akkoord met het voorliggende wetsvoorstel.

De heer Rehwinkel (PvdA):

Voorzitter. Op verschillende momenten tijdens de plenaire behandeling van dit voorstel tot opheffing van het toetsingsverbod van de wet aan de Grondwet heb ik aangegeven dat in de PvdA-fractie de argumenten voor en tegen dit voorstel verschillend worden gewogen. Dit is overigens sinds jaren het geval en de discussie heeft voortgeduurd tot in de fractievergadering van vanochtend. Uiteindelijk zullen alle leden van de PvdA-fractie bij de hoofdelijke stemming straks hun steun aan het initiatief van mevrouw Halsema geven. Daarbij geldt voor enkele leden als doorslaggevend argument dat zij behandeling in tweede lezing niet onmogelijk willen maken. In tweede lezing zal wat ons betreft hernieuwde afweging over het wetsvoorstel plaatsvinden.

De heer Engels (D66):

Voorzitter. Onze democratische rechtsstaat vraagt al enige tijd om een herijking van oude maar versleten evenwichten. In een moderne democratie zet de overheid in op maximale rechtsbescherming, dragen overheidsorganen geen dubbele petten en laten politieke partijen de cultuur van voorgekookte en afgeregelde minderheidsvoorkeuren los. De fracties van D66 en OSF zien dit voorstel als een bijdrage aan een hogere kwaliteit van overheidshandelen. Wij zullen daarom met overtuiging voor dit wetsvoorstel stemmen.

De heer Dölle (CDA):

Voorzitter. Wij hebben als fractie intensief deelgenomen aan de schriftelijke en mondelinge voorbereiding van deze eerste lezing, die zo'n vier jaar heeft geduurd. Er is veel aan de orde geweest. Nadat alle stof is gaan liggen, zijn voor ons de volgende vijf elementen van belang voor onze stembepaling.

Het eerste element: er is op geen enkel moment aangetoond – de indieners vonden dat overigens ook overbodig – dat in het verleden de subjectieve rechten van burgers zijn geschonden omdat de rechter een wetsbepaling niet aan de Grondwet kon toetsen.

Het tweede element: met het besluit dat desondanks integrale toetsing zoals hier voorgesteld – dus toetsing door iedere burger of rechtspersoon, in iedere procedure, voor iedere rechter – is in te roepen, zou de grondwetgever een markante stap zetten met opmerkelijke gevolgen.

Het derde element: het belangrijkste gevolg van die stap zou zijn dat rechters een invulling moeten geven aan grondrechten die in onze Grondwet geheel anders, want open, zijn geformuleerd dan grondrechten in verdragen, zoals het EVRM of het IVBPR.

Het vierde punt: de toetsing – of men die nu "grondwetconform" noemt of niet – ontkomt niet aan een afweging tussen enerzijds het belang van de klager, de belastingbetaler, de uitkeringsgerechtigde, de kastelein, de crimineel, de leerling, de ouder en anderzijds de belangenafweging door de wetgever. De rechter moet de laatste belangenafweging ten minste marginaal overdoen.

Het laatste punt: de toetsing aan proportionaliteit en subsidiariteit, waarvoor de tekst van de Grondwet overigens geen enkel aanknopingspunt biedt, wordt uit een geheel andere context, namelijk uit de toetsing aan het EVRM en vanuit het bestuursrecht, naar dit nieuwe toetsingsveld overgebracht. Dat komt dus bovenop de toetsing aan het verdragsrecht. Dat gaat ten koste van de afwegingsruimte die de nationale wetgever bij de behartiging van het algemeen belang tot nu toe toekomt.

In onze fractie zijn ook voorstanders van constitutionele toetsing als aanvullende individuele rechtsbescherming, maar ook voor hen is de prijs van de voorgestelde herziening, zoals die in dit wetsvoorstel ligt, te hoog. Daarom stemt onze fractie in haar geheel tegen.

Mevrouw Lagerwerf-Vergunst (ChristenUnie):

Mevrouw de voorzitter. Zowel in het kernprogramma als in het verkiezingsprogramma van onze partij wordt gepleit voor de instelling van een constitutioneel hof. Het onderhavige wetsvoorstel gaat niet over de instelling van een dergelijk hof, maar behandelt een beperkte vorm van constitutionele toetsing. Wij hebben met veel belangstelling kennis genomen van het kritisch getoonzette debat van vorige week. Mede naar aanleiding hiervan en alle argumenten meewegend heeft onze fractie besloten om haar steun aan dit wetsvoorstel te verlenen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

Vóór stemmen de leden: Putters, Quik-Schuijt, Rehwinkel, Reuten, Schouw, Schuurman, Slager, Slagter-Roukema, Smaling, Strik, Sylvester, Thissen, Vliegenthart, De Vries, Westerveld, Yildirim, De Boer, Böhler, Van Driel, Eigeman, Elzinga, Engels, Haubrich-Gooskens, Ten Hoeve, Ten Horn, Koffeman, Kox, Kuiper, Lagerwerf-Vergunst, Laurier, Leijnse, Linthorst, Meindertsma, Meulenbelt, Meurs, Noten en Peters.

Tegen stemmen de leden: Rosenthal, Russell, Schaap, Swenker, Terpstra, Timmerman-Buck, Vedder-Wubben, Werner, Willems, Asscher, Van de Beeten, Bemelmans-Videc, Van den Berg, Biermans, Broekers-Knol, Van Bijsterveld, Doek, Dölle, Dupuis, Duthler, Essers, Franken, Goyert, De Graaf, Hendrikx, Hermans, Hillen, Hofstra, Holdijk, Huijbregts-Schiedon, Janse de Jonge, Van Kappen, Klein Breteler, Kneppers-Heijnert, Leunissen en Van der Linden.

De voorzitter:

Ik constateer dat dit wetsvoorstel met 37 tegen 36 stemmen is aangenomen.

De vergadering wordt enkele minuten geschorst.