Aan de orde is de stemming over het voorstel
van wet van het lid Halsema houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel
in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot invoering
van de bevoegdheid tot toetsing van wetten aan een aantal bepalingen van de
Grondwet door de rechter (28331).
(Zie vergadering van 25 november 2008.)
De voorzitter:
Ik heet mevrouw Halsema van harte welkom in dit huis. Ik heet de minister
van BZK van harte welkom en ook de heer Peters, de adviseur van mevrouw Halsema.
Er is hoofdelijke stemming gevraagd over dit wetsvoorstel. Hebben alle leden
de presentielijst getekend? Ik constateer dat dit het geval is.
Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.
De heer Kox (SP):
Voorzitter. De SP-fractie is na het buitengewoon interessante
debat van vorige week tot de conclusie gekomen dat het wetsvoorstel van mevrouw
Halsema beoogt om de positie en de rechtsbescherming van de burger te verbeteren
zonder dat dit ten koste gaat van de bevoegdheden van het parlement. In het
debat is volgens ons duidelijk gebleken dat het geen uitholling, maar een
aanvulling is. Zeker omdat het hier de eerste lezing betreft, vinden wij dat
het wetsvoorstel het voordeel van de twijfel van deze Kamer zou moeten krijgen.
Het zou doodzonde zijn als wij het proces nu afkappen en de gang van de twee
jaar die wij nog te gaan hebben om in tweede lezing hier definitief over te
oordelen, stopzetten. Mijn fractie zal unaniem voor dit wetsvoorstel stemmen.
De heer Yildirim (Fractie-Yildirim):
Voorzitter. Na bestudering van het voorliggende voorstel is mijn fractie
tot de conclusie gekomen dat toetsing van de wetten door de rechter aan de
Grondwet zal bijdragen aan verdere versterking van de Grondwet in de vorm
van toenemende rechtszekerheid voor de burger. Effectuering van de wetten
door de rechter en de toetsing aan de Grondwet dragen tevens bij aan de kwaliteit
van diezelfde wet. De wetgever wordt niet aangetast in zijn rol en met het
aannemen van voorliggend wetsvoorstel kan op termijn mogelijk gedacht worden
aan een centrale of constitutionele toetsing. Mijn fractie gaat akkoord met
het voorliggende wetsvoorstel.
De heer Rehwinkel (PvdA):
Voorzitter. Op verschillende momenten tijdens de plenaire behandeling
van dit voorstel tot opheffing van het toetsingsverbod van de wet aan de Grondwet
heb ik aangegeven dat in de PvdA-fractie de argumenten voor en tegen dit voorstel
verschillend worden gewogen. Dit is overigens sinds jaren het geval en de
discussie heeft voortgeduurd tot in de fractievergadering van vanochtend.
Uiteindelijk zullen alle leden van de PvdA-fractie bij de hoofdelijke stemming
straks hun steun aan het initiatief van mevrouw Halsema geven. Daarbij geldt
voor enkele leden als doorslaggevend argument dat zij behandeling in tweede
lezing niet onmogelijk willen maken. In tweede lezing zal wat ons betreft
hernieuwde afweging over het wetsvoorstel plaatsvinden.
De heer Engels (D66):
Voorzitter. Onze democratische rechtsstaat vraagt al enige tijd om een
herijking van oude maar versleten evenwichten. In een moderne democratie zet
de overheid in op maximale rechtsbescherming, dragen overheidsorganen geen
dubbele petten en laten politieke partijen de cultuur van voorgekookte en
afgeregelde minderheidsvoorkeuren los. De fracties van D66 en OSF zien dit
voorstel als een bijdrage aan een hogere kwaliteit van overheidshandelen.
Wij zullen daarom met overtuiging voor dit wetsvoorstel stemmen.
De heer Dölle (CDA):
Voorzitter. Wij hebben als fractie intensief deelgenomen aan de schriftelijke
en mondelinge voorbereiding van deze eerste lezing, die zo'n vier jaar heeft
geduurd. Er is veel aan de orde geweest. Nadat alle stof is gaan liggen, zijn
voor ons de volgende vijf elementen van belang voor onze stembepaling.
Het eerste element: er is op geen enkel moment aangetoond – de indieners
vonden dat overigens ook overbodig – dat in het verleden de subjectieve
rechten van burgers zijn geschonden omdat de rechter een wetsbepaling niet
aan de Grondwet kon toetsen.
Het tweede element: met het besluit dat desondanks integrale toetsing
zoals hier voorgesteld – dus toetsing door iedere burger of rechtspersoon,
in iedere procedure, voor iedere rechter – is in te roepen, zou de grondwetgever
een markante stap zetten met opmerkelijke gevolgen.
Het derde element: het belangrijkste gevolg van die stap zou zijn dat
rechters een invulling moeten geven aan grondrechten die in onze Grondwet
geheel anders, want open, zijn geformuleerd dan grondrechten in verdragen,
zoals het EVRM of het IVBPR.
Het vierde punt: de toetsing – of men die nu "grondwetconform" noemt
of niet – ontkomt niet aan een afweging tussen enerzijds het belang
van de klager, de belastingbetaler, de uitkeringsgerechtigde, de kastelein,
de crimineel, de leerling, de ouder en anderzijds de belangenafweging door
de wetgever. De rechter moet de laatste belangenafweging ten minste marginaal
overdoen.
Het laatste punt: de toetsing aan proportionaliteit en subsidiariteit,
waarvoor de tekst van de Grondwet overigens geen enkel aanknopingspunt biedt,
wordt uit een geheel andere context, namelijk uit de toetsing aan het EVRM
en vanuit het bestuursrecht, naar dit nieuwe toetsingsveld overgebracht. Dat
komt dus bovenop de toetsing aan het verdragsrecht. Dat gaat ten koste van
de afwegingsruimte die de nationale wetgever bij de behartiging van het algemeen
belang tot nu toe toekomt.
In onze fractie zijn ook voorstanders van constitutionele toetsing als
aanvullende individuele rechtsbescherming, maar ook voor hen is de prijs van
de voorgestelde herziening, zoals die in dit wetsvoorstel ligt, te hoog. Daarom
stemt onze fractie in haar geheel tegen.
Mevrouw Lagerwerf-Vergunst (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Zowel in het kernprogramma als in het verkiezingsprogramma
van onze partij wordt gepleit voor de instelling van een constitutioneel hof.
Het onderhavige wetsvoorstel gaat niet over de instelling van een dergelijk
hof, maar behandelt een beperkte vorm van constitutionele toetsing. Wij hebben
met veel belangstelling kennis genomen van het kritisch getoonzette debat
van vorige week. Mede naar aanleiding hiervan en alle argumenten meewegend
heeft onze fractie besloten om haar steun aan dit wetsvoorstel te verlenen.
In stemming komt het wetsvoorstel.
Vóór stemmen de leden: Putters, Quik-Schuijt, Rehwinkel,
Reuten, Schouw, Schuurman, Slager, Slagter-Roukema, Smaling, Strik, Sylvester,
Thissen, Vliegenthart, De Vries, Westerveld, Yildirim, De Boer, Böhler,
Van Driel, Eigeman, Elzinga, Engels, Haubrich-Gooskens, Ten Hoeve, Ten Horn,
Koffeman, Kox, Kuiper, Lagerwerf-Vergunst, Laurier, Leijnse,
Linthorst, Meindertsma, Meulenbelt, Meurs, Noten en Peters.
Tegen stemmen de leden: Rosenthal, Russell, Schaap, Swenker, Terpstra,
Timmerman-Buck, Vedder-Wubben, Werner, Willems, Asscher, Van de Beeten, Bemelmans-Videc,
Van den Berg, Biermans, Broekers-Knol, Van Bijsterveld, Doek, Dölle,
Dupuis, Duthler, Essers, Franken, Goyert, De Graaf, Hendrikx, Hermans, Hillen,
Hofstra, Holdijk, Huijbregts-Schiedon, Janse de Jonge, Van Kappen, Klein Breteler,
Kneppers-Heijnert, Leunissen en Van der Linden.
De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met 37 tegen 36 stemmen is aangenomen.
De vergadering wordt enkele minuten geschorst.