Gemeenteblad van De Fryske Marren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Fryske Marren | Gemeenteblad 2026, 73492 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Fryske Marren | Gemeenteblad 2026, 73492 | ander besluit van algemene strekking |
Digitale kanalen gemeente De Fryske Marren
Besluit van het college van burgemeester en wethouders, en de burgemeester van gemeente De Fryske Marren tot aanwijzing van digitale kanalen voor het indienen van berichten in de zin van artikel 2:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Aanwijzingsbesluit digitale kanalen De Fryske Marren).
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van gemeente De Fryske Marren, ieder voor zover het de eigen bevoegdheid betreft,
gelet op artikel 2:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
Artikel 3. Kanaal Omgevingswet
In afwijking van artikel 2 wordt het Omgevingsloket als kanaal voor berichten van producten en diensten die vallen onder de Omgevingswet (als bedoeld in artikel 20.21 van die wet) gebruikt.
In afwijking van artikel 2 wordt de Berichtenbox voor Bedrijven als kanaal voor berichten die onderdeel zijn van een procedure of formaliteit die valt onder de Dienstenwet (als bedoeld in artikel 5 van de Dienstenwet) gebruikt.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren op 5 februari 2026.
gemeentesecretaris, burgemeester,
D.J. Cazemier L.P. Stoel
Aldus vastgesteld door de burgemeester van De Fryske Marren op 5 februari 2026.
burgemeester,
L.P. Stoel
Bijlage 1: Overzicht Digitale kanalen De Fryske Marren
Binnen 6 weken na bekendmaking van dit besluit kan een belanghebbende hiertegen een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan, welke het besluit genomen heeft. Een bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, moet zijn ondertekend en moet tenminste bevatten:
Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kunt u de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling bestuursrecht, Postbus 150, 9700 AD te Groningen verzoeken een voorlopige voorziening te treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voorwaarde is wel dat u ook bezwaar heeft gemaakt.
Voor het in behandeling nemen van een verzoek om voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd (voor informatie over de hoogte van de verschillende griffierechten, zie: www.rechtspraak.nl).
Digitaal indienen voorlopige voorziening
Een verzoek om voorlopige voorziening kan ook digitaal bij de rechtbank worden ingediend en wel via loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op deze site voor de precieze voorwaarden.
Op 1 januari 2026 treedt de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (hierna: Wmebv) in werking. Een uitzondering hierop is zorgplicht (voor het bieden van passende ondersteuning bij digitaal verkeer met de gemeente ), omdat die al sinds 1 januari 2024 voor gemeenten geldt.
Met de Wmebv wordt onder andere Afdeling 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gewijzigd.
De Wmebv geeft iedereen het recht om officiële berichten elektronisch (hierna: ‘digitaal’) naar een bestuursorgaan te sturen.
Gemeentelijke bestuursorganen waarvoor dit in elk geval geldt, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Deze bestuursorganen moeten daarom de digitale kanalen aanwijzen die inwoners, bedrijven en anderen (zoals verenigingen en stichtingen) voor deze officiële berichten moeten gebruiken.
Officiële berichten: dit betreffen alleen bestuursrechtelijke processen (berichten in het kader van een ambtshalve en op aanvraag te nemen besluit, zoals: aanvragen, zienswijzen, bedenkingen, aanvullingen artikel 4:5 Awb, bezwaar- en beroepsschriften, klachten én meldingen in het kader van het te nemen besluit en/of de lopende procedure).
Dit betreffen geen privaatrechtelijke activiteiten zoals het verhuren, verkopen of beheren van vastgoed. Dus geen: bedrijventerrein verhuren of verkopen, sportaccommodatie verhuur, grondexploitatie overeenkomst, volkstuinverhuur etc.
Niet-officiële berichten: meer informeel contact met burger/bedrijven zoals: verzoek om informatie, opvragen aanvraagformulier/brochure, losse stoeptegel, vervuilde kinderspeelplaats etc. Deze vallen niet onder de waarborgen uit de Wmebv.
Bij de definitie van de begrippen ‘bericht’ en ‘kanaal’ is aangesloten bij de betekenis die deze begrippen in de Algemene wet bestuursrecht hebben.
Het recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te sturen ziet op de volgende typen officiële berichten:
• Aanvraag voor een besluit van een bestuursorgaan (artikel 4:1 Awb);
• Een aanvulling (artikel 4:5 Awb);
• Een ingebrekestelling (artikel 4:17 Awb);
• Een zienswijze en bedenkingen (artikel 3:15, 4:7, 4:8 Awb);
• Een bezwaarschrift (artikel 6:4 Awb);
• Verzoek om informatie bij of vraag aan een bestuursorgaan over een lopende procedure over een besluit.
Een klacht. Hiertoe behoren in elk geval klachten van eenieder jegens een gemeentelijk bestuursorgaan in de zin van Hoofdstuk 9 Awb, waaronder ook verzoekschriften aan de gemeentelijke ombudsman vallen. Daarnaast behoren klachtprocedures jegens gemeentelijke bestuursorganen in de bijzondere wet tot deze categorie.
De wet schrijft voor dat voor elk type bericht een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke wijze van verzenden wordt aangewezen (artikel 2:13, tweede lid Awb). Welke wijze dat in een concreet geval is, is afhankelijk van de aard en de inhoud van het type bericht en het doel waarvoor het bericht wordt gebruikt.
• ingevuld (geprint of gedownload) formulier dat geüpload kan worden;
kunnen als ‘voldoende betrouwbaar en vertrouwelijk’ worden gezien. Daarbij is het voor sommige type berichten gezien hun aard en inhoud nodig om authenticatie op bepaalde betrouwbaarheidsniveaus mogelijk te maken. In dit besluit wordt voor de te bepalen betrouwbaarheidsniveaus aangesloten bij de Wet digitale overheid (Wdo) en de regels die op basis daarvan zijn gesteld.
Voor de aanwijzing van kanalen gebruikt gemeente De Fryske Marren de formele producten en diensten naar inwoners. Een overzicht van deze producten en diensten is beschreven in Bijlage 1. Het overzicht aan formele producten en diensten heeft een dynamisch karakter. De opsomming kan omvangrijk worden. Om het overzicht eenvoudig bij te kunnen werken en het aanwijsbesluit leesbaar te houden is de opsomming van deze producten en diensten in Bijlage 1 opgenomen.
Voor het bijhouden van de lijst wordt voorgesteld de ambtelijke organisatie mandaat te verlenen (artikel 2, vijfde lid). Het betreft het aanpassen van kanalen (generiek/specifiek) en producten en diensten. De bestuursorganen worden periodiek geïnformeerd over de wijzigingen. De frequentie is afhankelijk van het aantal wijzigingen en zal daarmee in het begin frequenter zijn dan op de langere termijn.
We hanteren onderstaande digitale kanalen:
2. Algemeen webformulier (dat kan een generiek formulier, afsprakenformulier of contactformulier zijn)
3. E-mailadres, met als uitgangspunt info@defryskemarren.nl.
Zoals uit artikel 2 blijkt heeft een specifiek webformulier de voorkeur, daarna een algemeen webformulier en als er nog geen webformulier gerealiseerd is, dan een algemeen mailadres.
Bij de aanwijzing van kanalen wordt onderscheidt gemaakt tussen berichten die inwoners/bedrijven op eigen initiatief sturen (artikel 2, eerste tot en met derde lid) en berichten die op verzoek van de gemeente (de bestuursorganen) worden gestuurd (artikel 2, vierde lid).
• op eigen initiatief verzenden:
• eerste lid: berichten zoals aanvragen, ingebrekestellingen, en meldingen. Voor alle berichten over producten en diensten die op eigen initiatief worden ingediend, wordt een specifiek webformulier gebouwd. Uitgangspunt is dat een specifiek webformulier helpend is bij de aanvraag (en het niet onnodig complexer maakt).
• tweede lid: om vragen binnen te krijgen als er voor een product of dienst nog geen webformulier is gebouwd. Of dat de benodigde informatie zo universeel is dat een specifiek webformulier te groot of te uitgebreid is. Volstaan kan dan worden met een contactformulier of afsprakenformulier.
• derde lid: de verzender kan, als er geen gebruik gemaakt kan worden van het eerste lid (specifiek formulier) of het tweede lid (generiek formulier), in ieder geval het juiste (eenduidige) e-mailadres van de gemeente gebruiken.
• op verzoek van de gemeente sturen:
• vierde lid: berichten zoals aanvullingen op grond van artikel 4:5 Awb, een reactie op de uitnodiging voor een hoorzitting. Bij berichten die op verzoek van de gemeente worden ingediend, is het contact al tot stand gebracht tussen de gemeente en de betrokken inwoner of het bedrijf. Daarom is het voor de kanaalaanwijzing voldoende in de bijbehorende uitnodiging van de gemeente aan te geven hoe de digitale communicatie plaatsvindt.
Artikel 3. Kanaal Omgevingswet
Voor sommige typen berichten geldt dat de wetgever het gebruik van een bepaald kanaal door inwoners en bedrijven voorschrijft. Dat geldt voor bepaalde berichten op basis van de Omgevingswet.
In artikel 16.1, eerste lid, Omgevingswet staat dat een digitale (elektronische) aanvraag om een besluit of een melding op grond van de Omgevingswet in (bij algemene maatregel van bestuur; hierna AMvB) via de landelijke voorziening wordt ingediend of gedaan (als bedoeld in artikel 20.21 van de wet). Die landelijke voorziening is het Omgevingsloket dat onderdeel is van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
In artikel 16.1, tweede lid, Omgevingswet staat dat via een AMvB geregeld kan worden hoe digitaal aan andere informatieverplichtingen voldaan kan worden, anders dan meldingen en berichten volgens de Omgevingswet.
Daarvoor is in artikel 14.1 en 14.2 Omgevingsbesluit aangegeven dat de indiening van de volgende berichten via het Omgevingsloket verloopt:
Aangezien het Omgevingsloket op grond van de Omgevingswet al als verplicht te gebruiken kanaal is aangewezen, is in artikel 3 vastgelegd dat het Omgevingsloket voor deze berichten als kanaal wordt gebruikt.
In de artikelen 14.1, derde lid en 14.2, tweede lid, Omgevingsbesluit is aangegeven voor welke type berichten en daarbij de te verstrekken gegevens en bescheiden uit de eerdere artikelleden de landelijke voorziening niet beschikbaar is. Voor de berichten waarvoor het gebruik van het Omgevingsloket niet verplicht is, wordt alsnog op grond van artikel 2 een kanaal aangewezen.
In artikel 5 Dienstenwet is geregeld dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zorgdraagt voor de inrichting van een centraal elektronisch loket. Onderdeel van dit centrale elektronische loket – het Dienstenloket – is de Berichtenbox voor Bedrijven.
Het gebruik van de Berichtenbox om procedures en formaliteiten in de zin van de Dienstenwet af te handelen is momenteel niet wettelijk verplicht voor dienstverleners (ondernemers).
Gemeenten zijn op grond van de Dienstenwet (artikel 14) wel verplicht aan te sluiten op het Dienstenloket. Ook zijn zij verplicht de Berichtenbox te gebruiken bij de verzending van berichten over procedures en formaliteiten die onder de Dienstenwet vallen. De verplichting geldt voor zover een ondernemer waarvoor een bericht is bestemd, via de Berichtenbox kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is.
Gemeenten zijn bovendien verplicht ervoor te zorgen dat ze via de Berichtenbox voldoende bereikbaar zijn voor berichten van een ondernemer die zien op de afwikkeling van procedures en formaliteiten.
Aangezien er voor het berichtenverkeer tussen de gemeente en ondernemers al een elektronische voorziening is getroffen, is ervoor gekozen de Berichtenbox voor Bedrijven in het kader van de Wmebv als verplicht kanaal aan te wijzen.
Artikel 5. Initiatief gemeente
Volgens artikel 2:14, eerste lid Awb kan gemeente De Fryske Marren een bericht digitaal versturen als de inwoner (geadresseerde) aangeeft bereikbaar te zijn via deze weg. Deze regeling was al eerder van kracht en deze optie willen we in de toekomst blijven gebruiken.
In het huidige artikel 2:14 eerste lid Awb staat: “Een bestuursorgaan kan een bericht dat tot een of meer geadresseerden is gericht, elektronisch verzenden voor zover de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is”.
Per 1 januari 2026 is de verzending door bestuursorganen geregeld in artikel 2:8 Awb en luidt de wettekst: “Een bestuursorgaan kan een bericht dat tot een of meer geadresseerden is gericht, slechts elektronisch verzenden voor zover de geadresseerde uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is “.
Vanuit de gemeente breiden we de digitale dienstverlening uit. Daarmee willen we zelf ook meer digitaal versturen. Met name dat wat digitaal binnenkomt, wordt in principe ook digitaal beantwoord (verzonden) naar de verzender, tenzij dit wettelijk niet kan of waar dit niet logisch is om te doen.
Om te voldoen aan de bepaling in artikel 2:8 Awb wordt de inwoner gevraagd hoe hij bereikbaar is.
In het webfomulier is dit ingebouwd. De verwachting is dat bij het indienen via een webformulier de verzender aangeeft digitaal bereikbaar te zijn. Wanneer het eerste contact via e-mail plaatsvindt, wordt de verzender gevraagd of verder contact via e-mail kan plaatsvinden, tenzij de verzender nadrukkelijk andere contactgegevens in zijn e-mail heeft opgenomen.
Het inrichten van het digitaal beantwoorden kost tijd en wordt stap voor stap ingevoerd. Hiervoor geldt op dit moment nog geen wettelijke ingangsdatum.
De bestuursorganen krijgen de bevoegdheid om de termijn te verlengen waarbinnen het formele bericht moet zijn verzonden indien er sprake is van een storing (“verminderde elektronische bereikbaarheid”). Dit is bepaald in artikel 2:21, eerste lid, Awb.
Afhankelijk van de storing kan het bestuursorgaan op zijn website bekendmaken dat de indieningstermijn wordt verlengd. Aanvullend op de huidige Awb wordt geregeld dat een termijnoverschrijding de verzender niet kwalijk wordt genomen wanneer er sprake was van een storing, indien het bestuursorgaan de bekendmaking van de nieuw geldende indieningstermijn niet of niet voldoende duidelijk gecommuniceerd heeft (artikel 6:11 Awb).
Specifiek is bepaald dat een termijnoverschrijding niet wordt tegengeworpen als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van een bezwaarschrift in verzuim is geweest. Hetzelfde geldt voor een termijnoverschrijding als gevolg van een storing in de bereikbaarheid van het bestuursorgaan kort voor het einde van de termijn van indiening. In dat geval wordt van de verzender verwacht dat het formele bericht zo spoedig mogelijk (binnen enkele dagen) wordt ingediend, nadat het bestuursorgaan weer via de elektronische weg bereikbaar is geworden.
De termijn wordt daartoe in ieder geval verlengd met de tijd dat sprake was van een storing. Dat is aanvaardbaar omdat de verzender, gelet op de termijn van indiening, op de laatste dag van die termijn de voorbereiding van de indiening moet hebben afgerond. Bij langer niets doen is het verzuim wel aan de indiener toe te rekenen en is sprake van een niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren op 5 februari 2026.
gemeentesecretaris, burgemeester,
Aldus vastgesteld door de burgemeester van De Fryske Marren op 5 februari 2026.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-73492.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.