Gemeenteblad van Brunssum
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Brunssum | Gemeenteblad 2026, 57564 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Brunssum | Gemeenteblad 2026, 57564 | beleidsregel |
Ruimtelijk kader voor het verduurzamen van bestaande woningen in Brunssum
De raad van de gemeente Brunssum,
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 december 2025 afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed;
RUIMTELIJK KADER VOOR HET VERDUURZAMEN VAN BESTAANDE WONINGEN IN BRUNSSUM
Aanvulling op het welstandsbeleid
Inleiding: Een duurzaam karakteristiek Brunssum
De gemeente Brunssum heeft samen met de andere gemeenten in Parkstad de wens om in de toekomst energieneutraal te zijn. Dit betekent dat de energie die we nodig hebben ook zelf wordt opgewekt. Hoe we dit willen doen ligt vast in PALET. Dit regionaal beleid wordt vertaald naar lokale opgaven. Naast onze regionale ambities werken we ook aan de opgaven uit het klimaatakkoord. Hoe we onze buurten energiezuinig en aardgasvrij maken ligt vast in de Transitievisie Warmte.
De gemeente heeft een regierol in de verduurzamingsopgave en vindt het belangrijk om perspectief en handvaten te bieden aan de inwoners van Brunssum. Tegelijkertijd vinden we het van groot belang om het karakteristieke uitstraling van Brunssum te behouden. Dit aanvullende ruimtelijk kader voor woningen is ontwikkeld als aanvulling op de welstandsnota, om deze twee doelen met elkaar te verenigen.
Diverse verduurzamingsmaatregelen bij bestaande woningen zijn vergunningsvrij. Maar maatregelen zoals het aanbrengen van isolatie aan de buitenzijde of het plaatsen van warmtepompen, hebben invloed op het uiterlijk en woonkwaliteit van onze huizen en straten.
Daarom zijn diverse verduurzamingsmaatregelen bij bestaande gebouwen niet toegestaan zonder vergunning. Echter voor deze verduurzamingsmaatregelen ontbrak tot nu toe een specifiek ruimtelijk toetsingskader.
Door het opstellen van concrete welstandsregels voor verduurzamingsmaatregelen kunnen we:
In dit document is het ruimtelijk toetsingskader voor verduurzamingsmaatregelen beschreven.
Verschillende soorten bescherming van gebouwen in Brunssum
Brunssum is rijk aan historische architectuur en heeft een karakteristiek straatbeeld. Om deze kwaliteit te beschermen zijn er regels voor het uitvoeren van (ver)bouwwerkzaamheden. Voor beschermde gebieden en monumentale gebouwen gelden extra regels.
Verschillende soorten bescherming
Gebouwen in Brunssum kunnen verdeeld worden in drie categorieën:
Deze nota richt zich op woningen in de categorieën 1 en 2.
In deze beleidsregel wordt met een woning ook een woongebouw en een bij een woning behorend
‘bijbehorend bouwwerk’ bedoeld.
Voor (Rijks)monumenten gelden aparte voorwaarden. De beschreven beleidsregels in dit document zijn niet van toepassing op (Rijks)monumenten.
Spreekuur van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit.
Inwoners zijn welkom op het spreekuur van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit. Zij kunnen een toelichting krijgen op het welstandsbeleid voor hun wijk of deelgebied, en zo te weten komen welke mogelijkheden er voor bouwplannen zijn. Vervolgens kan men aan de slag om de plannen uit te werken.
In dit document worden de specifieke regels voor de verduurzaming van woningen gedetailleerd
beschreven. Het document bestaat uit 3 delen:
Deel 3, Excessenregeling: Bouwwerken mogen ‘niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand’. Bij een welstandsexces is er ernstige strijd met redelijke eisen van welstand. In dit deel wordt concreet beschreven wanneer er sprake is van een welstandsexces bij het realiseren van verduurzamingsmaatregelen. Waardoor de gemeente, indien nodig, op kan treden.
Afb. 3 Voorbeeld reguliere woningen
Afb. 4 Voorbeeld beschermd stads- en dorpsgezicht
Afb. 5 Voorbeeld Rijksmonument
Beoordelingsniveaus welstand. Een overzichtelijk systeem.
Niet elke (ver)bouwactiviteit is even zichtbaar in het straatbeeld. Het is daarom niet nodig om bij elke (ver)bouwactiviteit de welstandstoets op dezelfde uitgebreide manier uit te voeren. Daarom hanteert de gemeente Brunssum een overzichtelijk systeem.
Verschillende niveaus van welstandstoetsing
De gemeente hanteert vier niveaus van toetsing, afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden, de categorie van het gebouw en de ligging van het gebouw:
Vergunningsvrije activiteiten 1
Mits voldaan wordt aan geldende criteria voor vergunningsvrij bouwen zijn deze activiteiten vrijgesteld van een preventieve welstandstoets. Echter ook vergunningsvrije bouwwerken mogen niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Als dit wel het geval is spreken we over een exces. Voor de verduurzamingsmaatregelen die opgenomen zijn in dit ruimtelijk kader is tevens een excessenregeling uitgewerkt. Hiermee wordt duidelijk gemaakt wanneer er sprake is van een exces.
Bij de verduurzamingsmaatregelen beschreven in deel 1 van dit document wordt aangegeven welk beoordelingsniveau (1 t/m 4) van toepassing is en welke voorwaarden daarbij horen.
Overgangsregeling en vaststellen nul-situatie
De invoering van het nieuwe Ruimtelijk kader betekent dat de gemeente voortaan werkt met aangepaste uitgangspunten voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven. Dit heeft directe gevolgen voor de uitvoering van taken door het team vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Om te waarborgen dat deze taken uitvoerbaar en handhaafbaar blijven, is een overgangsregeling vastgesteld die duidelijkheid biedt over de bestaande situatie en de wijze van handhaving bij invoering van het nieuwe beleid.
1. Vaststelling van de nul-situatie
Voor het vastleggen van de nul-situatie zijn tussen 14 en 24 november 2025 straatfoto’s gemaakt door de gemeente. Deze beelden vormen de visuele referentie voor de feitelijke situatie op het moment van inwerkingtreding van het Ruimtelijk kader. De peildatum is gekozen omdat het beleid in concept ter inzage heeft gelegen van 4 september tot en met 16 oktober 2025, waardoor betrokkenen tijdig kennis konden nemen van de voorgenomen regels.
Bovendien zijn er geen wezenlijke wijzigingen aangebracht naar aanleiding van de ingediende zienswijzen.
Aanvullend worden in februari/maart 2026 luchtfoto’s gemaakt om de nul-situatie verder te documenteren. Deze beelden dienen uitsluitend ter ondersteuning bij de beoordeling en handhaving. De datum waarop het Ruimtelijk kader is gepubliceerd, geldt als peildatum voor de toepassing van het Ruimtelijk kader. Alle maatregelen die vóór deze datum een vergunning hebben ontvangen, worden beschouwd als onderdeel van de bestaande (vergunde) situatie.
2. Overgangsregeling en handhaving
Voor maatregelen die zonder vergunning zijn uitgevoerd vóór de peildatum, geldt dat deze niet- vergunde situaties ook na de inwerkingtreding illegaal blijven. Afhankelijk van de omstandigheden kan de gemeente besluiten om:
De uitvoering van deze overgangsregeling en de handhavingsaanpak sluiten aan bij de uitgangspunten van het gemeentelijk handhavingsbeleid.
SAMENVATTING REGELS VERDUURZAMINGSMAATREGELEN
Procedure per maatregel, per deelgebied.
Brunssum is verdeeld in verschillende welstandsgebieden. Ieder welstandsgebied heeft zijn eigen karakteristieke kwaliteiten. Om deze kwaliteiten te beschermen gelden voor sommige delen van Brunssum andere eisen en is de procedure van de welstandstoets anders. In onderstaande tabel is voor elk deelgebied, per verduurzamingsmaatregel aangegeven welke procedure van toepassing is.
Voor meer informatie over de maatregelen en bijhorende criteria, zie deel 1 van dit ruimtelijk kader (pagina 7 t/m 30).
Voor meer informatie over de welstandsgebieden en het beleid per deelgebied en de stedenbouwkundige, architectonische en bouwkundige kenmerken, zie deel 2 van dit ruimtelijk kader (pagina 31 t/m 57).
Welke maatregelen vergunningsvrij zijn wordt bepaald door landelijke regelgeving en het omgevingsplan. Bij de inwerkingtreding van dit document zijn de benoemde maatregelen meestal vergunningsplichtig. Dit kan echter veranderen. Controleer daarom altijd de actuele geldende regelgeving via het Omgevingsloket .
2. Vergunningsplichtige activiteit, standaard procedure
3. Vergunningsplichtige activiteit, ambtelijke toets welstand
Zie pagina 32 voor een kaart van de verschillende welstandsgebieden
Het opstellen van beleid is altijd een momentopname dat gebaseerd is op gevallen die in de praktijk al eens zijn voorgekomen.
Er kunnen zich echter situaties voordoen waarbij toepassing van het ruimtelijk kader toch niet wenselijk is. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn belangrijke beeldbepalende waarden bij een pand, die verloren kunnen gaan bij toepassing van het ruimtelijk kader, waar in het ruimtelijk kader niet specifiek genoeg rekening mee is gehouden. Ook kan er een toepassing van een verduurzamingsmaatregel ontwikkeld worden die niet past in het beleid, maar waarvan toepassing toch een mooie oplossing kan zijn voor bepaalde situatie.
Het moet daarom dan ook mogelijk zijn om gemotiveerd van het beleid af te kunnen wijken.
De procedure is dan als volgt:
Het betreffende plan wordt voorgelegd aan de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit / monumentendeskundige en deze beslist gemotiveerd om al dan niet af te wijken van het onderhavige beleid.
Daarnaast geeft het ruimtelijk kader criteria voor de meest voorkomende specifieke, reeds beproefde verduurzamings-maatregelen. Daarbij worden maatregelen die geen invloed hebben op het ruimtelijk beeld buiten beschouwing gelaten. Het is denkbaar dat er in de komende jaren nieuwe technieken ontwikkeld worden waarmee het verduurzamen van bestaande woningen eenvoudiger wordt. Het is onmogelijk het beleid hier 100% op voor te bereiden.
Nieuwe maatregelen dienen in de geest van de genoemde maatregelen beoordeeld te worden door de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit.
HET ISOLEREN VAN EEN BESTAANDE GEVEL - principes
Het isoleren van een bestaande gevel kan op verschillende manieren aangepakt worden. Op hoofdlijnen zijn de volgende methoden te onderscheiden:
Voor alle methoden geldt dat er een zorgvuldige uitvoering dient plaats te vinden. Om de isolatielaag effectief te laten zijn dient deze zo veel mogelijk aaneengesloten en doorlopend over de volledige gevel te zijn. Het na-isoleren heeft in alle gevallen invloed op de vochtbalans, brandveiligheid en geluidswering van de gevel. Bij een verkeerde uitvoering kunnen er koudebruggen ontstaan of kan er schade ontstaan, zoals schimmelvorming, doorslaand vocht of houtrot. Advies door een professionele partij is daarom aan te bevelen.
De eerste twee methoden voor het isoleren van een bestaande gevel genieten de voorkeur vanuit het welstandsbeleid. Omdat deze niet zichtbaar zijn in het bestaande straatbeeld en daarmee de ruimtelijke kwaliteit niet beïnvloeden, zijn er geen welstandscriteria voor methode 1 en 2.
Echter, een luchtspouw is niet in alle gevallen aanwezig waardoor methode 2 niet altijd mogelijk is. Daarnaast kan om uiteenlopende redenen het na-isoleren van de gevel aan de binnenzijde in bepaalde situaties niet wenselijk of niet mogelijk zijn. In dat geval kan het na-isoleren van de gevel aan de buitenzijde met buitengevelisolatie overwogen worden.
Afb 7 1. Na-isoleren van een metselwerk wand met een voorzetwand.
Afb. 8 2. Na-isoleren van de luchtspouw.
Maatregel 1 BUITENGEVELISOLATIE
Bij buitengevelisolatie wordt de buitenmuur van een woning omhuld met een isolatielaag. Deze laag zorgt ervoor dat er minder warmte verloren gaat in de winter en dat het binnenshuis koeler blijft in de zomer. Op de isolatie komt een afwerklaag, die het huis beschermt tegen weersinvloeden. De afwerklaag is bepalend voor de architectonische kwaliteit.
Het beleid is erop gericht om de uitstraling en het karakter van bestaande woningen te behouden. Buitengevelisolatie is mogelijk indien deze op een zorgvuldige manier wordt aangebracht zodat de architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit behouden blijft. In de volgende pagina’s zijn de welstandscriteria beschreven waarbinnen buitengevelisolatie in verschillende situaties toegestaan kan worden en de bestaande kwaliteit geborgd wordt.
Het aanbrengen van nieuwe architectonische elementen of materialen om de uitstraling van een woning te verbeteren is in combinatie met buitengevelisolatie denkbaar. Een dergelijke initiatief wordt beoordeeld alsof het een nieuw plan betreft, conform de algemene welstandsregels van het deelgebied.
Welstandscriteria per situatie:
Maatregel 1A BUITENGEVELISOLATIE BIJ REGULIERE, VRIJSTAANDE OF SAMENHANGENDE WONINGEN MIDDELS BLOKSGEWIJZE AANPAK
Welstandscriteria voor het toepassen van buitengevelisolatie bij reguliere woningen:
De uitbreiding van de gevel mag niet meer cm. bedragen dan de diepte van het overstek van het dak ten opzichte van de bestaande gevel (exclusief dakgoot). Om te komen tot een goede bouwkundige uitvoering, mag de gootpositie in horizontale richting beperkt aangepast worden. Indien tevens dakisolatie aangebracht wordt zijn de regels van maatregel 5 A van toepassing. (Zie afbeelding 11 C12)
Overige criteria ambtelijke toets voor het toepassen van buitengevelisolatie bij reguliere woningen:
Aanbeveling: In het geval dat de initiatiefnemer het oorspronkelijke beeld wil herstellen wordt geadviseerd om een vooroverleg met de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit te voeren.
Als er niet voldaan wordt aan bovenstaande welstandscriteria 1 t/m 5 wordt het plan behandeld als een reguliere omgevingsvergunning, alsof het een nieuwbouw plan betreft. En gelden de uitgangspunten zoals gedefinieerd in de welstandsnota. Waarbij de welstands- toets gericht is op het bewaken van de architectonische samenhang in de omgeving.
Afb. 11 Overzicht positie buitengevelisolatie, ramen en deuren moeten naar buiten geplaatst worden.
Afb. 12 De breedte A is de maximale ruimte voor buitengevelisolatie, de uitbreiding mag maximaal 20 cm zijn.
* Met de bestaande gevel wordt bedoeld: De gevelafwerking zoals aanwezig op het moment van inwerkingtreding van dit beleid mits er sprake is van een vergunde situatie. Niet vergunde wijzigingen van de gevel, worden niet gezien als ‘bestaande gevel’. Als het gewenst is om af te wijken van het beeld van de bestaande gevel, dient een reguliere procedure gevolgd te worden.
Maatregel 1A BUITENGEVELISOLATIE BIJ REGULIERE, VRIJSTAANDE OF SAMENHANGENDE WONINGEN MIDDELS BLOKSGEWIJZE AANPAK
Maatregel 1B BUITENGEVELISOLATIE BIJ REGULIERE WONINGEN IN SAMENHANGENDE BLOKKEN, VERSNIPPERDE AANPAK.
Welstandscriteria voor het toepassen van buitengevelisolatie bij reguliere woningen in samenhangende blokken, versnipperde aanpak:
Een woning, die onderdeel uitmaakt van een samenhangend blok, mag zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Om die reden worden welstandscriteria opgesteld die ook betrekking hebben op de samenhang.
Alle voorwaarden voor reguliere woningen, maatregel 1A, zijn van toepassing. Daarbij gelden de volgende aanvullende criteria voor een versnipperde aanpak in samenhangende blokken:
De 1e woning in het blok waar buitengevelisolatie wordt aangebracht, bepaalt de dikte van de uitbreiding voor alle woningen in het samenhangende blok.2
Overige criteria ambtelijke toets voor het toepassen van buitengevelisolatie bij reguliere woningen in samenhangende blokken, versnipperde aanpak:
Als er bij een versnipperde aanpak niet voldaan wordt aan bovenstaande welstandscriteria 1 t/m 4 s de criteria van maatregel 1A voldoet het plan niet aan redelijke eisen van welstand. Afwijkingen van criteria dienen bloksgewijs ontworpen en aangevraagd te worden. Het plan wordt dan behandeld met een reguliere omgevingsvergunningprocedure, alsof het een nieuwbouw plan betreft. In dat geval gelden de uitgangspunten zoals gedefinieerd in de welstandsnota voor het betreffende gebied. Waarbij de welstandstoets gericht is op het bewaken van de architectonische samenhang in de omgeving.
Aanbeveling: Betrek de buren in het blok bij het maken van de plannen. Voor een goede verhouding tussen buren is afstemming belangrijk.
Maatregel 1B BUITENGEVELISOLATIE BIJ REGULIERE WONINGEN IN SAMENHANGENDE BLOKKEN, VERSNIPPERDE AANPAK.
Afb 18 Voorbeeld detail: gevels woning 3 C 4 zijn niet geïsoleerd.
Afb. 19 Voorbeeld detail: gevels woning 3 en woning 4. Woning 4 isoleert de gevel, De aansluiting van de gevel op woning 3 is uitgevoerd met steenstrips.
Afb. 20 Voorbeeld detail: gevels woning 3 en woning 4. Woning 3 brengt op een later moment hetzelfde pakket buitengevelisolatie met afwerking aan als woning 4.
Maatregel 1C BUITENGEVELISOLATIE BIJ BESCHERMD STADS- EN DORPSGEZICHT
Welstandscriteria voor het toepassen van buitengevelisolatie bij beschermd stads- en dorpsgezicht (standaard procedure):
Een woning, die onderdeel uitmaakt van een samenhangend blok, mag zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Om die reden worden welstandscriteria opgesteld die ook betrekking hebben op de samenhang.
De voorkeur gaat uit naar het na-isoleren van de gevel aan de binnenzijde met een voorzetwand of het na- isoleren van de luchtspouw in de gevel. Als dit niet haalbaar* is kan bij woningen met spouwmuren medewerking verleend worden aan een tussenoplossing: het demonteren van de bestaande gevelafwerking, het aanbrengen van de (aanvullende) isolatielaag en het opnieuw aanbrengen van de originele gevelafwerking.
Bij aanpassingen aan het beschermde stads- en dorpsgezicht is het essentieel dat de oorspronkelijke aanwezige karakteristiek (indeling, systematiek, horizontale/verticale geleding) en verhouding ten opzichte van andere bouwdelen (bijvoorbeeld dakoverstekken, gootdetaillering of verspringende geveldelen) per bouwblok worden terug gebracht in de gevel. Dit kan betekenen dat de gevel en het dak tegelijkertijd aangepakt moeten worden om te kunnen voldoen aan redelijke eisen van welstand.
De afwerklaag van de gevel wordt qua kleur, materiaal, structuur, details (bijvoorbeeld rollagen, spekbanden, schilderwerk, raamdorpels en overige versieringen) overeenkomstig aan de originele gevel uitgevoerd (beeldherstel). Dit dient onderbouwd te worden met tekeningen en foto’s (van de bestaande en historische situatie of referentiebeelden).
De gevelgeleding en positie van gevelopeningen zoals oorspronkelijk aanwezig, dienen behouden te blijven. Bestaande kozijnen, ramen, deuren en poorten dienen naar buiten geplaatst te worden, zodat de neggemaat overeenkomstig is met de bestaande situatie en bouwfysische problemen voorkomen worden. Zie pagina 15 en 1c voor specifiek uitleg hierover.
Afb. 21 Beschermd stads- en dorpsgezicht
Afb. 22 Voorbeeld detail: gevel niet geïsoleerd.
Afb. 23 Voorbeeld detail: gevel na-isoleren door metselwerk te demonteren en na het plaatsen van de isolatie weer opnieuw op te metselen conform originele situatie.
Maatregel 2 HET VERDUURZAMEN VAN GEVELOPENINGEN
Het verduurzamen van bestaande gevelopeningen kan op verschillende manieren aangepakt worden. Onder gevelopeningen worden verstaan: kozijnen, ramen, deuren, poorten.
Beleidsuitgangspunt C gewenst beeld:
Het verduurzamen van gevelopeningen mag geen afbreuk doen aan de bestaande uitstraling C het karakter van de woning. De oorspronkelijke verhoudingen, plasticiteit, indeling, negge en profilering van de kozijnen dienen behouden te blijven in het gevelbeeld.
Welstandscriteria voor het verduurzamen van gevelopeningen (ambtelijke toets procedure):
In afwijking van bovenstaande mag glas in bestaande kozijnen vervangen worden voor beter isolerend, hoog rendements glas (bijvoorbeeld HR++ of HR+++ glas met een U-waarde kleiner of gelijk aan 1,1 W/m2K). Noodzakelijke aanpassingen (bijv. het vergroten van de sponning) van het kozijn worden dusdanig uitgevoerd dat het bestaande aanzicht van de kozijnen niet aangetast wordt.
Als er niet voldaan wordt aan bovenstaande welstandscriteria 1 t/m 6 wordt het plan behandeld als een reguliere omgevingsvergunning. Waarbij de aanvraag getoetst wordt aan bovenstaand beleidsuitgangspunt en het gewenste beeld en de uitgangspunten zoals gedefinieerd in de welstandsnota. Waarbij de welstandstoets gericht is op het bewaken van de architectonische samenhang in de omgeving.
Afb. 24 Voorbeeld: HR++ glas geplaatst in bestaand historisch kozijn met behoud van de profilering.
Aanbeveling: Het plaatsen van voorzetramen aan de binnenzijde van een bestaand kozijn, raam, deur of poort is vergunningsvrij.
Maatregel 2 HET VERDUURZAMEN VAN GEVELOPENINGEN
Afb. 25 Voorbeeld: bestaande positie kozijn in gevel
Afb. 26 Voorbeeld: Aanbrengen buitengevelisolatie en verplaatsen van het kozijn naar buiten t.b.v. behoud neggemaat
Maatregel 3 HET AANBRENGEN VAN GEVELBEGROEIING
Gevelbegroeiing draagt bij aan het klimaatbestendig maken van de leefomgeving en levert een bijdrage aan het voorkomen van wateroverlast in het bebouwde gebied. Daarnaast helpt het in het binden van fijnstof en stikstof, het terugdringen van geluidshinder, het tegengaan van opwarming van gebouwen en het verhogen van de biodiversiteit.
Het realiseren van een gevelbegroeiing kan op twee verschillende manieren:
Het realiseren van een groene gevel op eigen terrein is vergunningsvrij, hier zijn geen voorwaarden aan gekoppeld.
Het realiseren van een verticale tuin is meestal vergunningsplichtig. Hiervoor geldt de standaard procedure.
Welstandscriteria voor het aanleggen van een verticale tuin:
Overige criteria voor het aanleggen van een verticale tuin:
HET AANBRENGEN VAN AIRCO- OF WARMTEPOMPINSTALLATIES - toelichting
De landelijke regels voor airco- of warmtepompinstallaties zijn in ontwikkeling. Het is waarschijnlijk dat in de toekomst deze regels aangepast worden. Controleer daarom altijd de geldende regelgeving via het Omgevingsloket.
In alle gevallen (vergunningsvrij én vergunningsplichtig) geldt voor het plaatsen van een airco- of warmtepompinstallatie:
Op het moment van inwerkingtreding van dit document is in onderstaande situaties het plaatsen van een airco- of warmtepompinstallatie vanuit de technische en/of ruimtelijke regels vergunningsplichtig. In het geval dat wet en regelgeving wijzigt, is de dan geldende wet- en regelgeving te allen tijde bepalend.
Het aanbrengen van een airco- of warmtepompinstallatie is vergunningsplichtig bij:
Aanvullend voor beschermd stads- en dorpsgezicht:
Maatregel 4 HET AANBRENGEN VAN AIRCO- OF WARMTEPOMPINSTALLATIES
Welstandscriteria voor het aanbrengen van airco’s, warmtepompen of soortgelijke installaties. Als aan onderstaande criteria wordt voldaan kan een airco- of warmtepomp installatie met behulp van een ambtelijke toetsprocedure vergund worden.
De installatie mag uitsluitend in het voorerfgebied (op de afbeelding in groen aangegeven) op de grond worden geplaatst indien de installatie wordt voorzien van een omkasting waarvan de kleur en het materiaal is afgestemd op de kleur en materialen van de woning. Als alternatief kan de installatie middels groenblijvende begroeiing uit het zicht van de straat worden onttrokken.
Een installatie bevestigd aan een niet naar een openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel van een woning (zoals de rechter woning op de afbeelding), wordt vanaf de voorgevelrooilijn op minimaal 50% van de diepte van het hoofdgebouw geplaatst. (Bijvoorbeeld: een woning is 10 meter diep, de airco wordt op minimaal 5 meter vanaf de voorgevelrooilijn geplaatst). Het is niet toegestaan meerdere installaties aan 1 gevel te bevestigen.
Overige criteria voor het aanbrengen van airco’s, warmtepompen of soortgelijke installaties
Afb. 30 illustratie positie warmtepompen
HET ISOLEREN VAN EEN BESTAAND DAK - principes
Er zijn drie methoden om een bestaand dak te isoleren:
Methode 1 en 2 hebben de voorkeur omdat deze maatregelen niet zichtbaar zijn in het bestaande straatbeeld en daardoor de ruimtelijke kwaliteit niet beïnvloeden. Echter deze methoden zijn niet in alle gevallen mogelijk of wenselijk. In dat geval kan het na-isoleren van het dak aan de buitenzijde overwogen worden.
Voor alle methoden geldt dat er een zorgvuldige uitvoering dient plaats te vinden. Om de isolatielaag effectief te laten zijn dient deze zo veel mogelijk aaneengesloten en doorlopend over het volledige dak te worden aangebracht. Het na-isoleren heeft invloed op de vochtbalans, brandveiligheid en geluidswering van het dak. Bij een verkeerde uitvoering kan er schade ontstaan. Schakel daarom een professioneel bedrijf in.
Afb. 31 1. Na-isoleren aan de binnenzijde
Afb. 32 2. Na-isoleren van de zoldervloer.
Maatregel 5 NA-ISOLATIE VAN HET DAK
Het beleid is erop gericht om de uitstraling en het karakter van bestaande woningen te behouden. Na-isolatie van het dak aan de buitenzijde is mogelijk indien dit op een zorgvuldige manier wordt aangebracht zodat de architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit behouden blijft. In de volgende pagina’s zijn de welstandscriteria beschreven waarbinnen na-isolatie van het dak aan de buitenzijde in verschillende situaties toegestaan kan worden en de bestaande kwaliteit geborgd wordt.
Het aanbrengen van nieuwe architectonische elementen of materialen om de uitstraling van een woning te verbeteren is in combinatie met na-isolatie van het dak denkbaar. Een dergelijke initiatief wordt beoordeeld alsof het een nieuw plan betreft, conform de algemene welstandsregels van het deelgebied.
Welstandscriteria per situatie:
Maatregel 5A NA-ISOLATIE VAN HET DAK AAN DE BUITENZIJDE BIJ REGULIERE, VRIJSTAANDE OF SAMENHANGENDE WONINGEN MIDDELS BLOKSGEWIJZE AANPAK
Welstandscriteria voor het toepassen van na-isolatie van het dak bij reguliere woningen:
De dakbedekking, windveren, boeiboorden, goten, hemelwaterafvoeren worden qua kleur, materiaal, vorm, structuur en details (kant- en nokpannen, dakkapellen, etc.) overeenkomstig aan het bestaande dak of overeenkomstig het oorspronkelijke dak (beeldherstel) uitgevoerd. Als hiervan wordt afgeweken dient een reguliere procedure gevolgd te worden met welstandstoets gericht op het bewaken van de architectonische samenhang in de omgeving.
Om te komen tot een goede bouwkundige uitvoering, mag op een aantal punten afgeweken worden van punt 2: De gootpositie mag afwijken van de bestaande gootpositie, mits de verhouding tussen het overstek van het dak en de gevel niet verandert. Boeiboorden C windveren mogen verhoogd worden om de aansluiting van het dak op de gevel voldoende af te dekken, mits dezelfde materialen toegepast worden als aanwezig in de bestaande situatie. Indien in de bestaande situatie geen boeiboord C windveren aanwezig zijn of bij platte daken dient een oplossing conform een van de voorbeelddetails gerealiseerd te worden.
Aanbeveling: In het geval dat de initiatiefnemer het oorspronkelijke beeld wil herstellen wordt geadviseerd om een vooroverleg met de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit te voeren.
Als er niet voldaan wordt aan bovenstaande welstandscriteria 1 t/m 3 wordt het plan behandeld als een reguliere omgevingsvergunning, alsof het een nieuwbouw plan betreft. En gelden de uitgangspunten zoals gedefinieerd in de welstandsnota. Waarbij de welstandstoets gericht is op het bewaken van de architectonische samenhang in de omgeving.
* Met het bestaande dak wordt bedoeld: De dakafwerking zoals aanwezig op het moment van inwerkingtreding van dit beleid mits er sprake is van een vergunde situatie. Niet vergunde wijzigingen van het dak, worden niet gezien als ‘bestaand dak’. Als het gewenst is om af te wijken van de bestaande situatie, dient een reguliere procedure gevolgd te worden.
Afb. 35 Na-isoleren aan de buitenzijde bestaande situatie
Afb. 36 Na-isoleren aan de buitenzijde situatie na uitvoering werkzaamheden
Maatregel 5B NA-ISOLATIE VAN HET DAK AAN DE BUITENZIJDE BIJ REGULIERE WONINGEN IN SAMENHANGENDE BLOKKEN, VERSNIPPERDE AANPAK.
Welstandscriteria voor het toepassen van na-isolatie van het dak bij reguliere woningen, versnipperde aanpak:
De woning, die onderdeel uitmaakt van een samenhangend blok, mag zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Om die reden worden welstandscriteria opgesteld die ook betrekking hebben op de samenhang.
Alle voorwaarden voor reguliere woningen, maatregel 5A, zijn van toepassing. Daarbij gelden de volgende aanvullende criteria voor een versnipperde aanpak in samenhangende blokken:
De 1e woning in het blok waarvan het dak opgehoogd wordt t.b.v. na-isolatie van het dak aan de buitenzijde, bepaalt de dikte van de ophoging voor alle woningen in het samenhangende blok.3
Voor een esthetische passende aansluiting dient de zijaansluiting met naastgelegen woningen dient demontabel te worden vormgegeven, conform een van de voorbeelddetails. Zodat de naastgelegen woning, bij het toepassen van na-isolatie aan de buitenzijde, in de toekomst eenvoudig kan aansluiten op de betreffende woning.
Overige criteria ambtelijke toets voor het toepassen van na-isolatie van het dak bij reguliere woningen in samenhangende blokken, versnipperde aanpak:
Als er bij een versnipperde aanpak niet voldaan wordt aan bovenstaande welstandscriteria 1 t/m 3 s de criteria van maatregel 5A voldoet het plan niet aan redelijke eisen van welstand. Afwijkingen van criteria dienen bloksgewijs ontworpen en aangevraagd te worden. Het plan wordt dan behandeld met een reguliere omgevingsvergunningprocedure, alsof het een nieuwbouw plan betreft. In dat geval gelden de uitgangspunten zoals gedefinieerd in de welstandsnota voor het betreffende gebied. Waarbij de welstandstoets gericht is op het bewaken van de architectonische samenhang in de omgeving.
Afb. 37 Voorbeeld zoals niet is toegestaan: diverse type dakbedekkingen in een samenhangend blok.
Aanbeveling: Betrek de buren in het blok bij het maken van de plannen. Voor een goede verhouding tussen buren is afstemming belangrijk.
Maatregel 5B NA-ISOLATIE VAN HET DAK AAN DE BUITENZIJDE BIJ REGULIERE WONINGEN IN SAMENHANGENDE BLOKKEN, VERSNIPPERDE AANPAK.
Voorbeeld: aansluiting van een na-geïsoleerd dak op het bestaande dak van de buurman. Voor een goede waterdichtheid moet er een verholen goot aangebracht worden.
Maatregel 5c NA-ISOLATIE VAN HET DAK AAN DE BUITENZIJDE BIJ BESCHERMD STADS- EN DORPSGEZICHT
Welstandscriteria voor het toepassen van na-isolatie van het dak bij beschermd stads- en dorpsgezicht:
De woning, die onderdeel uitmaakt van een samenhangend blok, mag zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Om die reden worden welstandscriteria opgesteld die ook betrekking hebben op de samenhang.
De voorkeur gaat uit naar het aanbrengen van na-isolatie aan de binnenzijde van het dak of de zoldervloer. Indien dit niet haalbaar* is kan het ophogen van het dak toegestaan worden. In het geval van dakpannen, moet het oorspronkelijke type dakpan (profilering en materiaal conform beeldherstel) teruggebracht worden.
Bij aanpassingen aan het beschermde stads- en dorpsgezicht is het essentieel dat de oorspronkelijke aanwezige karakteristiek (indeling, systematiek, horizontale/verticale geleding) en maatverhouding ten opzichte van andere bouwdelen (bijvoorbeeld verspringende geveldelen, erkers, of dakkapellen) per bouwblok worden terug gebracht. Dit kan betekenen dat de gevel en het dak tegelijkertijd aangepakt moeten worden om na-isolatie van het dak mogelijk te maken en om te kunnen voldoen aan redelijke eisen van welstand.
De dakbedekking, windveren, boeiboorden, goten, hemelwaterafvoeren worden qua kleur, profilering, materiaal, structuur en details overeenkomstig aan het originele dak (beeldherstel) uitgevoerd. Dit dient onderbouwd te worden met tekeningen en foto’s (van de bestaande en historische situatie of referentiebeelden).
Rechts: de nieuwe situatie waarin de gevel en het dak geïsoleerd zijn aan de buitenzijde.
Maatregel 6 AANBRENGEN VAN EEN GROEN DAK
Net zoals gevelbegroeiing draagt een groen dak bij aan het klimaatbestendig maken van de leefomgeving en het levert een bijdrage aan het voorkomen van wateroverlast in het bebouwde gebied. Daarnaast helpt het in het binden van fijnstof en stikstof, het terugdringen van geluidshinder, het tegengaan van opwarming van gebouwen en het verhogen van de biodiversiteit.
Er bestaan 2 typen groen daken:
Een intensief groen dak heeft een hoog gewicht waardoor bij toepassing op een bestaand dak, de constructie in de meeste gevallen moeten worden aangepast. Daarvoor is een omgevingsvergunning nodig. Bij een extensieve dak is er minder snel sprak van een noodzakelijke aanpassing van de dakconstructie.
Het realiseren van een groen dak komt voor in twee verschillende situaties:
Voor het realiseren van een groen dak op een plat dak gelden geen specifieke welstandscriteria. Wel dient gecontroleerde te worden of het dak voldoende draagkracht heeft om het extra gewicht van het groene dak te dragen. Op het moment dat de draagconstructie aangepast moet worden is dit wel vergunningsplichtig.
Welstandscriteria voor het realiseren van een extensief groen dak op een hellend dakvlak (standaard procedure):
Bij het isoleren van woningen gaan in veel gevallen nestplaatsen van vogels, insecten en vleermuizen verloren. Door het plaatsen van nieuwe nestkasten geïntegreerd in de gevel of het dak wordt dit verlies gecompenseerd en de biodiversiteit in de omgeving verder gestimuleerd.
|
LET OP: Het verwijderen van nest- en broedplaatsen zonder de juiste vergunning is niet toegestaan. Voor meer informatie over welke vergunningen nodig zijn bij het verwijderen of het plaatsen van nest- en broedplaatsen raadpleeg het Omgevingsloket en doe een vergunningencheck |
Het plaatsen van nestkasten kan in principe op 2 manieren:
Afhankelijk van de positie van de nestkasten is het plaatsen van bouwkundig geïntegreerde nestkasten vergunningsvrij of vergunningsplichtig. Het plaatsen is vergunningsvrij als het een ondergeschikt element is en niet in de voorgevel, of bij beschermd stads- en dorpsgezicht ook niet in naar openbaar gebied gerichte zij- en achtergevels geplaatst wordt. Bij Rijksmonumenten is het plaatsen nooit vergunningsvrij. Voor de vergunningsplichtige plaatsing van bouwkundig geïntegreerde nestkasten in een gevel of dak zijn de volgende welstandscriteria opgesteld:
Welstandscriteria voor het realiseren van nestkasten bouwkundig geïntegreerd in een gevel of dak
|
LET OP: de welstandsregels geven geen garantie op ecologische geschiktheid van de locatie. Raadpleeg hiervoor een professionele ecoloog. |
Afb. 44 illustratie positie bouwkundig geïntegreerde nestkasten
Het plaatsen van zonnepanelen of zonnecollectoren op daken is in veel gevallen vergunningsvrij. Een en ander is afhankelijk van de positie en uitvoering van de zonnepanelen of zonnecollectoren. Controleer daarom altijd de geldende regelgeving met de vergunningscheck via het Omgevingsloket.
|
Voor het beschermde stads- en dorpsgezicht in Brunssum is in de meeste gevallen wel een vergunning nodig voor het plaatsenvan zonnepanelen of zonnecollectoren. Om de vergunningsverlening eenvoudig te maken zijn er specifiekesneltoetscriteria opgesteld. Deze criteria zijn vastgelegd in de beleidsregel: ‘Zonnepanelen in beschermde mijnwijken’. Debeleidsregel is op te vragen bij de gemeente of te raadplegen via: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR628276/1?titel=zonnepanelen%2Bbrunssum&datumrange=op&indeling Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum houdenderegels omtrent zonnepanelen in beschermende mijnwijken | Lokale wet- en regelgeving https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR628276/1?titel=zonnepanelen%2Bbrunssum&datumrange=op&indeling Bij twijfel over de plaatsing van zonnepanelen of zonne-collectoren kan er een afspraak gemaakt worden voor het spreekuur van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit. |
INTEGRALE TOETSING HAALBAARHEID 1c & 5c BIJ BESCHERMD STADS- & DORPSGEZICHT
Bij beschermd stads- en dorpsgezicht gaat de voorkeur uit naar het aanbrengen van na-isolatie aan de binnenzijde. Indien een aanpak aan de binnenzijde niet haalbaar is kan medewerking verleend worden aan een aanpak vanaf de buitenzijde. De haalbaarheidstoets is van toepassing op maatregelen 1c en 5c.
De haalbaarheid van een aanpak aan de binnenzijde wordt bepaald door een integrale objectieve beoordeling van de volgende beoordelingsaspecten:
Door deze integrale beoordeling wordt duidelijk wat het beste scenario is voor het object.
Door de initiatiefnemer dienen alle aspecten onderbouwd te worden bij een vergunningsaanvraag. Daarbij moet aangetoond worden dat:
Als dit aangetoond is kan er medewerking verleend kan worden aan een buitenaanpak bij maatregel 1c C 5c.
Beoordelingssystematiek, score systeem
Niet alle aspecten wegen bij elk object even zwaar, dit is afhankelijk van de situatie van het object. De maximale score per aspect kan daarom per aanvraag aangepast worden. Per beoordelingsaspect kan de maximale score 5 punten verhoogd of verlaagd worden. Dus de score per aspect kan variëren tussen 15 en 25. De totale score kan nooit meer dan 100 zijn.
Voor elk sub-criterium wordt een score toegekend op basis van onderstaande standaard schaal.
De score van een beoordelingsaspect wordt bepaald door:
De score per subcriterium wordt omgerekend naar een gemiddelde score. De maximale score per beoordelingsaspect wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde score.
Zie de volgende pagina voor een voorbeeld van het score systeem voor alle beoordelingsaspecten en de rekensom voor score per beoordelingsaspect.
INTEGRALE TOETSING HAALBAARHEID 1c & 5c BIJ BESCHERMD STADS- & DORPSGEZICHT
Beschrijving meest voorkomende typologieën & architectonische verschijningsvormen.
|
beperkt aanwezig, veelal als architectonische expressie bij plat dak. |
||
|
veel baksteen (rood, zandkleurig), stucwerk beperkt aanwezig. |
||
|
gebouwen < ca. jaren 60 metsel- en of betonsierwerk aanwezig |
||
Afb. 49 Straatgezicht Koutenveld.
Afb. 50 Straatgezicht Kerkstraat.
Het beleid is erop gericht om het waardevolle, deels historische karakter van het centrum te behouden. Nieuwe ingrepen moeten zorgvuldig worden ingepast. Dat betekent niet dat er per definitie gebouwd wordt in eenzelfde historische architectuur als in de directe omgeving. Eigentijdse architectuur die past in de schaal en karakteristiek van het gebied is ook goed mogelijk. Eigentijdse architectuur die qua maat en schaal aansluit bij centrumbebouwing. Aandacht voor detail in metselwerk en dakgoot.
Bestaande kwaliteit moet behouden blijven. Nieuwe ontwikkelingen worden zorgvuldig ingepast in de schaal, maat en uitstraling van de (historische) omgeving. Eigentijdse architectuur is goed mogelijk, mits deze met respect voor de maat en schaal van de omgeving wordt gerealiseerd.
Andere aandachtspunten zijn: *
Onder de categorie ‘Overig’ vallen alle overige gebouwen met woningen in het betreffende welstandsgebied.
* Bron: Welstandsnota gemeente Brunssum
In onderstaande tabel is per verduurzamingsmaatregel weergegeven welke procedure van toepassing is voor dit welstandsgebied. De criteria voor toepassing van de maatregelen zijn toegelicht in het eerste deel van deze nota.
Beschrijving meest voorkomende typologieën & architectonische verschijningsvormen.
|
vrijstaande woningen, twee-onder-één- kapwoningen en rijwoningen |
||
|
geasfalteerde wegen met fietspad en verhoogd trottoir, in sommige gevallen met groene middenberm |
||
Afb. 53 Vogelvlucht Prins Hendriklaan.
Afb. 54 Straatgezicht Maastrichterstraat.
Het beleid is erop gericht om het karakter van de lintbebouwing te behouden en waar nodig te versterken. Dat betekent niet dat er gebouwd moet worden in een zelfde architectuur als in de directe omgeving. Sterker nog, eigentijdse architectuur, passend binnen de schaal en het karakter van de lintbebouwing, is goed mogelijk. Dit versterkt het idee dat de leeftijd van de bebouwing is af te lezen aan de architectuur. Het verschil in karakter tussen de stedelijke linten in het centrum en de meer dorpse linten buiten het centrum wordt gekoesterd.
De levendigheid van de linten en de variatie in bebouwing moet in stand gehouden worden. Dat betekent dat nieuwe panden qua vormgeving en situering niet per definitie aan hoeven te sluiten op de bestaande situatie. Bij vervangende nieuwbouw is de positie en rooilijn van de oorspronkelijke bebouwing uitgangspunt voor de nieuwe situatie.
De stedelijke uitstraling van de linten in het centrum is uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen, hetzelfde geldt voor de meer dorpse uitstraling van de linten buiten het centrum.
Andere aandachtspunten zijn: *
Onder de categorie ‘Overig’ vallen alle overige gebouwen met woningen in het betreffende welstandsgebied.
* Bron: Welstandsnota gemeente Brunssum
In onderstaande tabel is per verduurzamingsmaatregel weergegeven welke procedure van toepassing is voor dit welstandsgebied. De criteria voor toepassing van de maatregelen zijn toegelicht in het eerste deel van deze nota.
DEELGEBIED 3A MIJNWIJKEN TREEBEEK
Beschrijving meest voorkomende typologieën & architectonische verschijningsvormen.
DEELGEBIED 3B MIJNWIJKEN LANGEBERG
Beschrijving meest voorkomende typologieën & architectonische verschijningsvormen.
DEELGEBIED 3C MIJNWIJKEN SCHUTTERSVELD
Beschrijving meest voorkomende typologieën & architectonische verschijningsvormen.
DEELGEBIED 3D MIJNWIJKEN DE EGGE
Beschrijving meest voorkomende typologieën & architectonische verschijningsvormen.
DEELGEBIED 3E MIJNWIJKEN ROZENGAARD
Beschrijving meest voorkomende typologieën & architectonische verschijningsvormen.
Het beleid is gericht op het in stand houden van de stedenbouwkundige en architectonische samenhang, kwaliteit en de bijzondere cultuurhistorische waarde voor Brunssum en heel Nederland. De achterzijde van de woningen is in deze wijken niet welstandsvrij. Wel zijn er standaard bouwtekeningen aanwezig bij de gemeente voor kleine bouwplannen in deze wijken, voor bijvoorbeeld een dakkapel of een berging. Wanneer de bouwplannen volgens de gemeente voldoen aan de standaardtekeningen en/of de ambtelijke toetscriteria worden ze niet meer door de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit getoetst. De tekeningen worden gratis ter beschikking gesteld.
De mijnwijken zijn uniek in Brunssum en in Nederland en zijn daarom beschermd dorpsgezicht. Het in stand houden van de huidige stedenbouwkundige en architectonische samenhang is van groot belang. Ook het vasthouden aan de evenwichtige en heldere architectuur, de bijzondere details, daklijsten en de dakkapellen is uitgangspunt.
In onderstaande tabel is per verduurzamingsmaatregel weergegeven welke procedure van toepassing is voor dit welstandsgebied. De criteria voor toepassing van de maatregelen zijn toegelicht in het eerste deel van deze nota.
DEELGEBIED 4 OOSTENRIJKSE WONINGEN
DEELGEBIED 4 OOSTENRIJKSE WONINGEN
Beschrijving meest voorkomende typologieën & architectonische verschijningsvormen.
Afb. 65 Collage Oostenrijkse woningen met details dakkapel en dakrand
DEELGEBIED 4 OOSTENRIJKSE WONINGEN
Het uitgangspunt is om deze bijzondere woonwijk te behouden. Dat geldt zowel voor de uitstraling, kleuren en materialen, als voor het groene beeld.
Het in stand houden van het informele en heldere stedenbouwkundige patroon en de samenhang in de bebouwing, is van belang voor de huidige kwaliteit. Daarmee moet rekening worden gehouden bij bouwplannen. Ook het in stand houden van de groene uitstraling is van belang, door middel van de hagen als erfafscheiding.
Andere aandachtspunten zijn: *
* Bron: Welstandsnota gemeente Brunssum
In onderstaande tabel is per verduurzamingsmaatregel weergegeven welke procedure van toepassing is voor dit welstandsgebied. De criteria voor toepassing van de maatregelen zijn toegelicht in het eerste deel van deze nota.
DEELGEBIED 5 JAREN ’50/’60/’70/’80 WIJKEN
DEELGEBIED 5 JAREN ’50/’60/’70/’80 WIJKEN
Beschrijving meest voorkomende typologieën & architectonische verschijningsvormen.
|
vrijstaande woningen, en twee-onder-één-kap woningen en geschakelde woningen |
||
|
karakteriek voor het straatbeeld, gemetseld op noklijn, buitenzijde |
||
DEELGEBIED 5 JAREN ’50/’60/’70/’80 WIJKEN
Het beleid is gericht op het in stand houden van de samenhang in de stedenbouwkundige structuur en architectuur en het behouden van de helderheid, de sobere uitstraling en het groen.
Het in stand houden van het evenwichtige en heldere stedenbouwkundige patroon en de samenhang in de bebouwing, is van belang voor de huidige kwaliteit. Bouwplannen dienen aan te sluiten op de bestaande architectuur in de buurt.
Andere aandachtspunten zijn: *
Onder de categorie ‘Overig’ vallen alle overige gebouwen met woningen in het betreffende welstandsgebied.
DEELGEBIED 6 RECENTE WOONBUURTEN
DEELGEBIED 6 RECENTE WOONBUURTEN
Beschrijving meest voorkomende typologieën & architectonische verschijningsvormen.
|
divers, woningtype wordt herhaald per straat, veel gezinswoningen |
||
|
rollagen wisselend aanwezig, vaak een plint in een andere kleur metselwerk |
||
Afb. 74 Collage recente wijken
DEELGEBIED 6 RECENTE WOONBUURTEN
Het beleid is erop gericht om de heldere stedenbouwkundige structuur in stand te houden, alsmede de samenhang binnen de verschillende buurten. Op plekken waar sprake is van een specifieke architectuur per kavel, wordt bij bouwplannen aangesloten op de architectuurstijl van het betreffende pand.
Het in stand houden van het heldere stedenbouwkundige patroon en de samenhang in de bebouwing op buurtniveau, is van belang voor de huidige kwaliteit. Bouwplannen dienen aan te sluiten op de overheersende architectuur in de buurt, mits daarvan sprake is.
Andere aandachtspunten zijn: *
Onder de categorie ‘Overig’ vallen alle overige gebouwen met woningen in het betreffende welstandsgebied.
* Bron: Welstandsnota gemeente Brunssum
In onderstaande tabel is per verduurzamingsmaatregel weergegeven welke procedure van toepassing is voor dit welstandsgebied. De criteria voor toepassing van de maatregelen zijn toegelicht in het eerste deel van deze nota.
MINIMALE ISOLATIEWAARDE & AANBEVELINGEN
Een bestaande woning verduurzamen is vaak een ingrijpende klus. Het is belangrijk dat maatregelen die nu genomen worden, ook in de toekomt voldoende zijn. Zodat de woning klaar is voor een aardgasvrije en energieneutrale toekomst. Voor meer informatie over de volgorde waarin maatregelen het beste uitgevoerd kunnen worden in een woning is door de gemeente Brunssum een informatiegids ontwikkeld. Deze is te raadplegen via: www.brunssum.nl/duurzaam
De wettelijke minimale eisen voor het verduurzamen van bestaande gebouwen zijn niet voldoende om op de lange termijn een aardgasvrije comfortabele woning te realiseren. Om inwoners te helpen bij het bepalen van de gewenste isolatiewaarde voor de verschillende bouwdelen is er een overzicht van de minimale isolatiewaarde en de streefwaarden opgesteld. In onderstaande tabel is het overzicht weergegeven.
Streefwaarde Gemiddeld: Deze waarden zijn, als alle onderdelen verduurzaamd worden, voldoende om een aardgasvrije woning met lage temperatuur verwarming te realiseren.
Streefwaarde Goed: Deze waarden zijn, als alle onderdelen verduurzaamd worden, voldoende om een energiezuinige en aardgas vrije woning te realiseren.
Streefwaarde Zeer goed: Als slechts enkele delen van de woning verduurzaamd kunnen worden is het verstandig om deze extra goed te isoleren, conform de genoemde streefwaarden. Als alle onderdelen op dit niveau gebracht worden dan is er sprake van een zeer energiezuinige woning.
|
Streefwaarde Zeer goed (voor energieneutrale woningen of als er slechts 1 maatregel wordt getroffen) |
||||
Let op! Als de aanvrager meer dan 25% van de gebouwschil (gevel, dak en kozijnen vernieuwt dan gelden de wettelijke eisen voor nieuwbouwwoningen*. Onderstaand overzicht met de wettelijke minimale isolatiewaarden is dan niet van toepassing.
* Op basis van landelijke regels (o.b.v. bbl : besluit bouwwerken leefomgeving) van toepassing zijnde bij inwerkingtreding van dit document. Het wettelijk minimum is de ondergrens. Er kan ook sprake zijn van een rechtens verkregen niveau. Aanpassingen aan een bestaande gebouw mogen niet resulteren in een slechter niveau dan het van toepassing zijnde rechtens verkregen niveau. In het geval dat wet- en regelgeving wijzigt, is de dan geldende wet- en regelgeving te allen tijde bepalend.
|
Een goede voorbereiding is het halve werk. Om maximaal profijt te hebben van het verduurzamen van een woning is het verstandig dat de bewoners uit Brunssum zich goed laten informeren. De WoonWijzerWinkel Limburg geeft informatie en advies over duurzame maatregelen die bij de woning passen. www.woonwijzerwinkel.nl/limburg Voor vragen over bouwplannen en uitleg van de welstandscriteria kan men een afspraak maken voor het spreekuur van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit. De adviescommissie geeft uitleg over wat er vanuit welstand wel en niet mag in een wijk of straat. Met de kennis die in dit gesprek opgedaan wordt, kan men samen met een architect, adviseur of aannemer aan de slag om de plannen uit te werken. |
EXCESSENREGELING VERDUURZAMING - BELEIDSKADER
Het welstandskader biedt meer ruimte voor de verduurzaming, maar tegelijkertijd moet ook de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente voldoende beschermd worden. Het is daarom van belang om concreet te definiëren wanneer er sprake is van een welstandsexces bij het realiseren van verduurzamingsmaatregelen. Waardoor de gemeente, indien nodig, op kan treden. In deze beleidsnota worden de criteria voor een exces bij het realiseren van verduurzamingsmaatregelen vastgelegd.
Bouwwerken mogen ‘niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand’.
Bij een welstandsexces is er ernstige strijd met redelijke eisen van welstand. Dus buitensporigheden in het uiterlijk, die ook voor niet-deskundigen duidelijk zijn. Eventuele welstandsexcessen kan de gemeente via het zogeheten repressief welstandstoezicht aanpakken. Repressief welstandstoezicht wil zeggen dat de gemeente kan handhaven en zo aan de ongewenste situatie een einde kan maken.
Een welstandsexces bij het uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen is een verandering aan een gebouw dat tot gevolg heeft dat:
Er is eerder sprake van een exces:
Om inzicht te geven wanneer er sprake is van een welstandsexces zijn in onderstaande tabel de welstandseisen geduid met een rapportcijfer.
EXCESSENREGELING - BUITENGEVELISOLATIE
Er is sprake van ernstige mate van strijd met welstandseisen als Buitengevelisolatie aangebracht is waarbij:
Architectonische bijzonderheden en/of beeldbepalende architectonische details (zoals bijvoorbeeld rollagen, spekbanden, schilderwerk, raamdorpels, lateien, raamlijsten, afwisseling in metselwerk verbanden etc.) niet teruggebracht zijn in het gevelbeeld of afwijken van de vergunde situatie na het aanbrengen van buitengevelisolatie.
EXCESSENREGELING - GEVELOPENINGEN
Er is sprake van ernstige mate van strijd met welstandseisen als gevelopeningen verduurzaamd zijn waarbij:
EXCESSENREGELING – GEVELBEGROEIING & GROEN DAK
Er is sprake van ernstige mate van strijd met welstandseisen als gevelbegroeiing aangelegd is waarbij:
Er is sprake van ernstige mate van strijd met welstandseisen als een groen dak aangelegd is waarbij:
EXCESSENREGELING – AIRCO- EN WARMTEPOMPINSTALLATIE
Er is sprake van ernstige mate van strijd met welstandseisen als een airco- of warmtepompinstallatie aangebracht is, waarbij:
De installatie bevestigd is op een hellend dakvlak en meer dan 50 centimeter uitsteekt ten opzicht van het dak van de woning (verticaal gemeten) dit is inclusief de bevestiging en eventuele ombouw(kast). Met uitzondering van een installatie opgenomen in een bouwkundige schoorsteen-achtige voorziening.
EXCESSENREGELING – DAKISOLATIE
Er is sprake van ernstige mate van strijd met welstandseisen als dakisolatie aangebracht is waarbij:
De samenhang met aangrenzende bouwwerken is aangetast omdat de dakafwerking qua kleur, materiaal, vorm, structuur en zichtbare details (dakbedekking, windveren, boeiboorden, goten, of hemelwaterafvoeren, kant- en nokpannen, dakkapellen, etc.) afwijkt van de vergunde situatie én een contrast vormt met de aangrenzende bouwwerken.
|
pictogram na isoleren voorzetwand, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
pictogram na isoleren spuitisolatie, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
pictogram na isoleren buitenzijde, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
illustratie buitengevelisolatie, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
illustratie ruimte voor buitengevelisolatie, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
illustratie aangeven gevel details, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
illustratie gestucte gevel, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
illustratie donker metselwerk, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
pictogram Versnipperde aanpak van de gebouwschil, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
illustratie Versnipperde aanpak van de gebouwschil, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
illustratie detail ongeïsoleerde gevel, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
illustratie detail half na-geïsoleerde gevel, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
illustratie detail volledig nageïsoleerde gevel, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
illustratie detail ongeïsoleerde gevel, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
illustratie detail nageïsoleerde gevel, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
foto Hr++ glas in historisch kozijn, SatijnPlusArchitecten, 2023 |
||
|
illustratie detail ongeisoleerd kozijn, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
illustratie detail geïsoleerd kozijn, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
foto groene gevel, www.groenegevels.be, november 2024 |
||
|
foto verticale tuin, www.sempergreenwall.com, november 2024 |
||
|
foto geveltuin, www.nmtzuid.nl, november 2024 |
||
|
pictogram airco-warmtepomp installaties, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
pictogram na-isoleren aan de binnenzijde, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
pictogram na-isoleren van de zoldervloer, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
pictogram na-isoleren aan de buitenzijde, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
Illustratie na-isoleren aan de buitenzijde, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
pictogram hellend dak ongeisoleerd, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
pictogram na-isoleren aan de buitenzijde, SatijnPlusArchitecten, november 2024 |
||
|
illustratie dak verduurzamen, SatijnPlusArchitecten, November 2024 |
||
|
illustratie detail versnipperde aanpak dak, SatijnPlusArchitecten, November 2024 |
||
|
illustratie detail volledig geïsoleerd dak, SatijnPlusArchitecten, November 2024 |
||
|
illustratie detail ongeisoleerde dakvoet, SatijnPlusArchitecten, November 2024 |
||
|
illustratie detail geisoleerde dakvoet – ongeisoleerd en nageisoleerd, SatijnPlusArchitecten, November 2024 |
||
|
afbeelding type groene daken o.b.v. www.dakart.be, November 2024 |
||
|
illustratie positie bouwkundig geïntegreerde nestkasten, SatijnPlusArchitecten, Juli 2025 |
||
|
voorbeelden bouwkundig geïntegreerde nestkasten , www.unitura.nl, Juli 2025 |
||
|
Voorbeelden zonnepanelen geplaatst conform beleid, Emile Verhijden fotografie, juli 2018 |
||
|
kaart Brunssum deelgebieden, SatijnPlusArchitecten, November 2024 |
||
|
kaart Brunssum deelgebied 1 centrum, SatijnPlusArchitecten, November 2024 |
||
|
tabel deelgebied 1 proceduren per maatregel, SatijnPlusArchitecten, 2024 |
||
|
kaart Brunssum deelgebied 2 linten, SatijnPlusArchitecten, November 2024 |
||
|
tabel deelgebied 2 proceduren per maatregel, SatijnPlusArchitecten, 2024 |
||
|
kaart Brunssum deelgebied 3 Mijnwijken, SatijnPlusArchitecten, November 2024 |
||
|
kaart Brunssum deelgebied 3 Mijnwijken verdeling, SatijnPlusArchitecten, November 2024 |
||
|
collage mijnwijk Treebeek, Google maps en Slagboom en Peeters, 2024 |
||
|
collage mijnwijk Langeberg, Google maps en Slagboom en Peeters, 2024 |
||
|
collage mijnwijk Schuttersveld, Google maps en Slagboom en Peeters, 2024 |
||
|
collage mijnwijk De Egge, Google maps en Slagboom en Peeters, 2024 |
||
|
collage mijnwijk Rozegaard, Google maps en Slagboom en Peeters, 2024 |
||
|
tabel deelgebied 3 proceduren per maatregel, SatijnPlusArchitecten, 2024 |
||
|
kaart Brunssum deelgebied 4 Oosterijksewonignen, SatijnPlusArchitecten, November 2024 |
||
|
collage Oosterijksewoningen, Google maps en Slagboom en Peeters, 2024 |
||
|
tabel deelgebied 4 proceduren per maatregel, SatijnPlusArchitecten, 2024 |
||
|
kaart Brunssum deelgebied 5 jaren ‘50/’60/’70 EN ‘80 WIJKEN, SatijnPlusArchitecten, November 2024 |
||
|
tabel deelgebied 5 proceduren per maatregel, SatijnPlusArchitecten, 2024 |
||
|
kaart Brunssum deelgebied 6 recente wijk, SatijnPlusArchitecten, November 2024 |
||
|
collage recente wijken, Google maps en Slagboom en Peeters, 2024 |
||
|
tabel deelgebied 6 proceduren per maatregel, SatijnPlusArchitecten, 2024 |
||
|
tabel streefwaarden isolatiemateriaal, SatijnPlusArchitecten, 2024 |
||
|
tabel overzicht niveau’s welstand naar rapportcijfer, SatijnPlusArchitecten, 2024 |
Via het Omgevingsloket kunt u een vergunningcheck doen en controleren of een activiteit vergunningsvrij is of dat u een melding of vergunningsaanvraag moet doen. Diverse verduurzamingsmaatregelen kunnen in de toekomst mogelijk vergunningsvrij worden. Controleer daarom altijd de actuele regels in het omgevingsloket.
Als referentiepunt voor het uitvoeren van maatregelen aan de 1e woning geldt als peildatum de datum van invoering van dit beleid. Alle maatregelen die vóór deze peildatum reeds met vergunning zijn uitgevoerd, worden gezien als oorspronkelijke situatie in het kader van welstandscriteria 1 & 2 van deze maatregel.
Als referentiepunt voor het uitvoeren van maatregelen aan de 1e woning geldt als peildatum de datum van invoering van dit beleid. Alle maatregelen die vóór de peildatum al met vergunning zijn uitgevoerd worden gezien als oorspronkelijke situatie in het kader van welstandscriteria 1 & 2 van deze maatregel.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-57564.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.