Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2026, 56754 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2026, 56754 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2026-2027
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
gelezen het voorstel van de concerndirecteur Maatschappelijke Ontwikkeling van 3 februari 2026 met kenmerk M2601-2229,
gelet op de artikelen 3, 4, 6, 7, 13 en 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;
overwegende, dat het wenselijk is een subsidieregeling vast te stellen voor het schooljaar 2026-2027, ter uitvoering van het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid;
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor het schooljaar 2026-2027 voor de in artikel 3 bedoelde interventies.
Artikel 5 Berekening van uurtarieven
Bij het hanteren van uurtarieven in de subsidieaanvraag kunnen de volgende standaardberekeningswijzen worden toegepast:
Voor de toepassing van deze subsidieregeling geldt voor de hieronder genoemde subsidies voor de periode van 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2027 een subsidieplafond van in totaal € 61.135.000. Dit bedrag is onder voorbehoud van de jaarlijkse goedkeuring van de begroting door de gemeenteraad van Rotterdam en onder voorbehoud van verkrijging van middelen van het Rijk. Het subsidieplafond bestaat uit de volgende deelplafonds:
Artikel 7 Wijze van verdeling en hoogte van de subsidie
De subsidies worden verdeeld overeenkomstig bijlage 2. Aanvullend is voor de subsidie Kwaliteit de verdeling nader uitgewerkt in bijlage 3.
De subsidieaanvraagformulieren worden online ingevuld in de subsidieapplicatie Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid via https://nrobsubsidies.rotterdam.nl/. De subsidieaanvraag wordt vervolgens ingediend via het Subsidieloket: www.rotterdam.nl/subsidies.
Artikel 10 Subsidieverantwoording
De subsidieverantwoordingsformulieren worden online ingevuld in de subsidieapplicatie Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid via https://nrobsubsidies.rotterdam.nl/. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt vervolgens uiterlijk op 1 december na afloop van het schooljaar ingediend via het Subsidieloket: www.rotterdam.nl/subsidies.
Artikel 11 Algemene verplichtingen
Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:
Artikel 14 Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten
Artikel 17 Rotterdamse lerarenbeurs
De interventies voldoen aan de volgende criteria:
de interventie draagt bij aan de bekwaamheid of specialisatie van de medewerkers die werkzaam zijn in het onderwijs zoals opgenomen in het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel, of die werkzaam zijn bij een ko-instelling en die bij de uitoefening van hun beroep direct bijdragen aan het leerproces van jonge kinderen, leerlingen en studenten;
Artikel 18 Rotterdamse schoolleidersbeurs
De subsidie Rotterdamse schoolleidersbeurs kan uitsluitend worden verstrekt ter ondersteuning van schoolleiders in hun professionele ontwikkeling door deelname aan opleidingen, trainingen, conferenties, workshops of andere relevante professionele ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van leiderschapsvaardigheden.
Artikel 19 Aansluiting onderwijs naar arbeidsmarkt
De interventies voldoen aan ten minste één van de volgende criteria:
de interventies bevorderen een nauwere en effectievere samenwerking tussen onderwijsinstellingen of het bedrijfsleven op het gebied van loopbaanoriëntatie en begeleiding om jongeren beter voor te bereiden op een weloverwogen studiekeuze, waarbij voor het praktijkonderwijs en vso ook aandacht wordt besteed aan een uitstroomperspectief richting de arbeidsmarkt;
de interventies zijn gericht op het tot stand brengen van actief contact tussen jongeren en het bedrijfsleven als integraal onderdeel van loopbaanoriëntatie en -begeleidingsactiviteiten om de arbeidsparticipatie te bevorderen en praktijkervaring te verschaffen aan jongeren die zich bezighouden met het maken van een studiekeuze;
Artikel 20 Schakelklassen primair onderwijs
De subsidie Schakelklassen primair onderwijs kan uitsluitend worden verstrekt voor de eerste opvang van nieuwkomers in het po, waarin kinderen die minder dan twee jaar in Nederland zijn, 12 maanden de gelegenheid wordt geboden de Nederlandse taal te leren om daarna in te stromen in het reguliere onderwijs.
De subsidieontvanger verstrekt desgevraagd aan het college tweemaal een plaatsingsoverzicht met betrekking tot de schakelklassen, in september 2026 en februari 2027, en viermaal een overzicht met het aantal leerlingen per schakelklas, op de telmomenten 1 oktober 2026, 1 januari 2027, 1 april 2027 en 1 juli 2027.
Indien gedurende het schooljaar een extra schakelklas wordt gerealiseerd, kan de subsidieontvanger een verzoek indienen bij het college om de verleningsbeschikking te wijzigen. Bij het wijzigingsverzoek wordt een inhoudelijke toelichting op de noodzaak van de uitbreiding met een extra schakelklas overgelegd.
Artikel 22 Dagprogrammering primair onderwijs
Interventies die gesubsidieerd worden via het programma Ieder Kind een Instrument (IKEI) maken deel uit van de dagprogrammering voor scholen die hieraan deelnemen. IKEI voorziet wekelijks in een half uur dagprogrammering voor groepen 1 tot en met 2, en 45 minuten voor groepen 3 tot en met 6. Hierdoor blijft er voor groepen 1 tot en met 2 een resterende dagprogrammering van negenenhalf uur over, waarvoor de dagprogrammeringssubsidie wordt verleend. Voor groepen 3 tot en met 6 is er een resterende dagprogrammering van negen uur en een kwartier, waarvoor eveneens de dagprogrammeringssubsidie wordt toegekend.
Artikel 23 Dagprogrammering voortgezet onderwijs
Artikel 25 Inwerkingtreding en werkingsduur
Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 augustus 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze subsidieregeling zijn verstrekt.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 3 februari 2026.
De secretaris,
G.J.D. Wigmans
De burgemeester,
C.J. Schouten
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Bijlage 1 Interventies en doelgroepen als bedoeld in artikel 3, tweede lid
In onderstaande tabel wordt uitgewerkt door welke sectoren de diverse subsidies kunnen worden aangevraagd.
* Voor ko hanteert het college de registraties in het Landelijk Register Kinderopvang op de peildatum 1 januari 2026.
Bijlage 2 Wijze van verdeling en hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 7
Peildata leerlingenaantal, achterstandsscore en onderwijskansenscore
Voor de subsidies waarbij voor de verdeling wordt uitgegaan van het leerlingenaantal, hanteert het college de meest actuele tellingen die uiterlijk op 19 december 2025 door DUO beschikbaar zijn gesteld. Voorgaande is niet van toepassing op de Subsidie schakelklassen primair onderwijs, bedoeld in artikel 20.
Voor de subsidies waarbij voor de verdeling wordt uitgegaan van de achterstandsscore, hanteert het college de meest actuele achterstandsscores die op 20 januari 2026 op de website van het CBS beschikbaar worden gesteld.
Voor de subsidies waarbij voor de verdeling wordt uitgegaan van de onderwijskansenscore, hanteert het college de meest actuele onderwijskansenscores, bedoeld in bijlage 1 van de Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs, die uiterlijk op 7 februari 2026 bekend worden gemaakt.
Bijlage 3: Berekening verdeling en hoogte van de subsidie Kwaliteit als bedoeld in artikel 7
Basisbestanden van Dienst Uitvoering Onderwijs: data.duo.nl
Voortgezet onderwijs, leerlingen
Inzet van het beschikbare bedrag
Het beschikbare bedrag van € 17.700.000 wordt voor het kwaliteitsbudget gesplitst naar po, vo en (v)so en ingezet conform de in deze bijlage verder beschreven systematiek.
Algemene uitgangspunten voor berekening
De beschikbare middelen zijn onderverdeeld naar drie hoofdgroepen: po, vo en (v)so (zie onderstaande tabel).
Berekening kwaliteitsbudget primair onderwijs
Stap 1: Bereken het totaal van de Rotterdamse achterstandsscore
= Tel alle berekende Rotterdamse achterstandsscores bij elkaar op
Stap 2: Correctie voor totaalbedrag Vaste Voet
= A – aantal scholen * € 10.000 = € xx miljoen
= € xx miljoen / (leerlingen + totaal Rotterdamse achterstandsscores)
Stap 4: Bereken het bedrag per school
= € 10.000 + Bedrag per leerlingen * (aantal leerlingen school + Rotterdamse achterstandsscore van de school)
Berekening kwaliteitsbudget voortgezet onderwijs
Stap 1: Bereken bedrag per leerling vmbo, lwoo en pro
= (1/3 * B) / (aantal leerlingen vmbo, lwoo en pro)
Stap 2: Bereken het bedrag alle leerlingen per leerling vo
= (B - bedrag voor vmbo, lwoo en praktijkonderwijs)/(totaal aantal leerlingen hoofdgroep vo + 10 * aantal leerlingen uit armoedeprobleemcumulatiegebieden)
Stap 3: Bereken het bedrag per school
= bedrag per leerling vmbo, lwoo en pro * aantal leerlingen vmbo, lwoo en pro op school + bedrag alle leerlingen per leerling vo * (aantal leerlingen op school +10 * aantal leerlingen school uit armoedeprobleemcumulatiegebieden)
Berekening kwaliteitsbudget speciaal onderwijs
Het totale beschikbare budget voor het (v)so wordt berekend door het totale aantal vestigingen * € 20.000 = 43 * € 20.000 = € 860.000.
Het totaal beschikbare bedrag voor deze subsidie wordt vooraf verdeeld per school (v)so op basis van een vaste voet en leerlingenaantal. De vaste voet bedraagt € 12.000 per school. Het restant bedrag wordt naar rato van het leerlingenaantal verdeeld.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit artikel worden de begrippen uitgelegd die in de subsidieregeling worden gehanteerd. Hieronder volgt een nadere toelichting op enkele in artikel 1 opgenomen begrippen.
NPRZ: het programma is een samenwerkingsverband van Rijk, gemeente, schoolbesturen, woningcorporaties, zorginstellingen en werkgevers van Zuid, politie en Openbaar Ministerie met als doel om Zuid in 2030 op het niveau van G4 steden gemiddeld te komen; dat geldt voor zowel school als werk als wonen. Het NPRZ-werkgebied omvat de gebieden Charlois, Feijenoord en IJsselmonde.
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor het schooljaar 2026-2027 voor de in artikel 3 bedoelde interventies. Met interventies worden bedoeld de subsidiabele activiteiten van de aanvragers in het kader van deze subsidieregeling.
Artikel 4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
In dit artikel wordt uitgelegd welke kosten voor subsidie in aanmerking komen. De bedoelde accountantskosten worden in de subsidieaanvraag opgenomen als onderdeel van de begroting van een interventie en maken deel uit van het totaal verleende bedrag. Er worden geen extra middelen beschikbaar gesteld.
Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten met betrekking tot reguliere activiteiten waarvoor uit andere bronnen financiële middelen ter beschikking gesteld kunnen worden, reguliere loonkosten en overhead. Met reguliere activiteiten wordt onder meer bedoeld de reguliere onderwijstaken die bekostigd worden uit de lumpsum financiering vanuit het Rijk.
Voor het tijdvak, de periode van 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2027, geldt een subsidieplafond van in totaal € 61.135.000, dat is onderverdeeld in een aantal deelplafonds voor de in dit artikel genoemde subsidieonderdelen. Het deelplafond vermeldt het maximale budget voor de subsidie.
Voor de subsidieonderdelen Schakelklassen primair onderwijs en Veiligheid op school geldt geen subsidieplafond, vanwege het streven naar flexibiliteit en de variabiliteit in de behoeften van deze interventies.
In dit artikel wordt uitgelegd hoe subsidie kan worden aangevraagd voor interventies beschreven in deze subsidieregeling die bijdragen aan het NROB. De subsidie voor het schooljaar 2026-2027 kan worden aangevraagd tot en met 1 mei 2026. De subsidieaanvraagformulieren worden online ingevuld in de subsidieapplicatie Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid via https://nrobsubsidies.rotterdam.nl/. Onderwijsinstellingen en houders kinderopvang die nog geen account hebben kunnen via de productpagina van NROB-subsidies van de gemeente Rotterdam (www.rotterdam.nl/subsidies) een account aanvragen. Het subsidieaanvraagformulier kan na voltooiing worden gedownload. De volledige subsidieaanvraag dient vervolgens te worden ingediend via het Subsidieloket: www.rotterdam.nl/subsidies.
Artikel 11 Algemene verplichtingen
In dit artikel zijn de algemene verplichtingen opgenomen in het kader van monitoring. Het betreft medewerking aan onderzoek en evaluatie door of namens het college, en jaarlijkse toelichting in de sectorkamer over de voortgang van de speerpunten van het NROB. Het doel van monitoring is om te leren en verbeteren. We zullen een lerende gemeenschap stimuleren en onderzoeken doen. Dit doen we in overleg met het scholenveld om de belasting voor scholen te beperken.
De doelstelling van de interventie neemt een centrale positie in bij de beoordeling van de subsidieaanvraag, waarbij de focus ligt op het direct versterken van de basisvaardigheden in taal, rekenen of lezen.
De interventies zijn gebaseerd op wetenschappelijke kennis: de interventies zijn evidence based of evidence informed. Voor deze interventies is een eenvoudige verwijzing naar een relevante wetenschappelijke bron of databank voldoende onderbouwing bij de subsidieaanvraag. Onderstaand enkele voorbeelden van websites die toegang bieden tot betrouwbare wetenschappelijke bronnen en databanken:
In het geval van een keuze voor een innovatieve interventie waarvoor geen wetenschappelijke onderbouwing of praktijkkennis voorhanden is, is de aanvrager verplicht een aanvullende toelichting te verschaffen over de mate waarin de maatregel naar verwachting bijdraagt aan het subsidiedoel. De toelichting bevat de keuze voor een innovatieve interventie en beschrijft hoe deze bijdraagt aan het verbeteren van onderwijsresultaten op het gebied van taal, lezen of rekenen. Deze extra toelichting is van belang om de verwachte effectiviteit en relevantie van de interventie te kunnen beoordelen.
Artikel 13 Educatief partnerschap
Educatief partnerschap gaat over de samenwerking tussen ouders en school op het gebied van leren en opvoeden, gericht op het stimuleren van de (brede) ontwikkeling van de leerling en het verbeteren van de leerprestaties. Deze samenwerking is wederkerig: het betreft betrokkenheid van ouders bij school en van school bij ouders. Het initiatief van de samenwerking ligt bij de school. In een partnerschap kunnen scholen ouders meenemen in wat hun kinderen leren op school en wat dit van hen vraagt en inspelen op de situatie van ouders om de leefwerelden op school en thuis te verbinden. Dat vereist enerzijds dat de school een samenwerkingsrelatie aangaat met de ouders van alle kinderen en deze relatie benutten om de ontwikkeling van leerlingen te ondersteunen. Anderzijds vereist dit, dat scholen kennis hebben van hoe effectieve thuisbetrokkenheid van ouders eruitziet en op basis daarvan als team een visie ontwikkelen. Dit alles vraagt professionele ontwikkeling van leraren zodat zij de competenties ontwikkelen om bij ouders aan te sluiten en hen te ondersteunen in het vervullen van hun informele rol.
Artikel 16 Anders organiseren, innoveren en ruimte directies
De subsidie Anders organiseren, innoveren en ruimte directies kan ingezet worden voor een andere opbouw van de organisatie of initiatieven die het beroep van leraar duurzaam aantrekkelijk maken. Dit omvat ook versterking van de betrokkenheid van directies en teams bij de ontwikkeling en uitvoering van deze initiatieven. Deze subsidie kan ingezet worden ter ondersteuning van de ontwikkeling en uitvoering van projecten in het kader van het plan ‘Slim organiseren po en so Rotterdam’. Dit is een actieplan voor de aanpak van het lerarentekort dat is gepubliceerd door de Rijksoverheid, als bijlage bij de Kamerbrief "intensivering aanpak tekorten in het onderwijs en de lerarenopleidingen" van 16 juni 2020, te vinden op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-939947.
Artikel 17 Rotterdamse lerarenbeurs
Deze subsidie, ook wel ‘lerarenbeurs’ genoemd, is alleen bedoeld ter ondersteuning van medewerkers die bij de uitoefening van hun beroep direct bijdragen aan de bevordering van het leer- en ontwikkelproces van kinderen en jongeren. In het geval sprake is van een indirect effect op de bevordering van het leer- en ontwikkelproces van kinderen en jongeren, voldoet de aangevraagde beurs niet aan het criterium van artikel 17, eerste lid; bijvoorbeeld bij opleidingen gericht op het begeleiden van collega’s door de medewerker voor wie de beurs wordt aangevraagd.
Bij deze subsidie gaat het uitdrukkelijk om de persoonlijke scholingsbehoefte van de desbetreffende medewerker, de beurs is niet bedoeld voor scholing in groepsverband.
Artikel 18 Rotterdamse schoolleidersbeurs
Deze subsidie kan uitsluitend worden verstrekt ter ondersteuning van schoolleiders in hun professionele ontwikkeling door deelname aan opleidingen, trainingen, conferenties, workshops en andere relevante professionele ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van leiderschapsvaardigheden. Het gaat hierbij uitdrukkelijk om de persoonlijke scholingsbehoefte van schoolleiders. Een subsidie aangevraagd voor een schoolleider wordt in dit kader ook wel een ‘schoolleidersbeurs’ genoemd.
Alle aanvragen worden inhoudelijk getoetst aan de criteria van artikel 18.
Indien er meer subsidie wordt aangevraagd dan er budget beschikbaar is, wordt ten eerste voorrang verleend aan aanvragen ten behoeve van schoolleiders die in het schooljaar 2025-2026 nog geen schoolleidersbeurs hebben ontvangen of gebruikt.
Als het budget niet toereikend is om al deze aanvragen te kunnen inwilligen, wordt er een loting toegepast binnen deze groep (d.w.z.: een loting voor verdeling van de subsidies ten behoeve van de schoolleiders die in het schooljaar 2025-2026 geen schoolleidersbeurs hebben ontvangen of gebruikt).
Als na toepassing van het eerste criterium het deelplafond nog niet is uitgeput, wordt voor het resterende budget een loting toegepast op de resterende aanvragen (dus: op de aanvragen ten behoeve van schoolleiders die in het schooljaar 2025-2026 wel al een beurs hebben ontvangen of gebruikt) totdat het deelplafond is bereikt. De loting geschiedt op ‘schoolleidersbeurs-niveau’, hier geldt: gelijke kansen voor iedere individuele schoolleider voor wie de subsidie is aangevraagd.
Artikel 20 Schakelklassen primair onderwijs
Voor de uitvoering is specifieke expertise op het gebied van opvang van nieuwkomers vereist. Deze expertise is aanwezig bij een beperkt aantal scholen. Deze scholen zijn opgenomen in artikel 20, vijfde lid. Uitsluitend de besturen van de daar genoemde scholen komen in aanmerking voor deze subsidie. Indien schakelklassen worden samengevoegd of indien er minder klassen worden gerealiseerd dan waarvoor de subsidie is aangevraagd, blijft de subsidie alleen ongewijzigd, indien de totale capaciteit (het maximale aantal beschikbare plekken) nog steeds overeenkomt met het aantal plekken. Het college gaat hierbij uit van een klasgrootte die ruimte kan bieden aan maximaal 16 leerlingen per gesubsidieerde schakelklas.
Een subsidieontvanger kan tijdens het schooljaar geconfronteerd worden met een situatie die noopt tot het tussentijds organiseren van een extra schakelklas. Het starten van een extra schakelklas kan bijvoorbeeld nodig zijn bij een plotselinge toestroom van nieuwkomers. In dit geval kan de subsidieontvanger een verzoek indienen bij het college, om de subsidieverleningsbeschikking te wijzigen ten gunste van de subsidieontvanger. Bij het wijzigingsverzoek wordt een inhoudelijke toelichting op de noodzaak van de uitbreiding met een extra schakelklas overgelegd.
Sinds het schooljaar 2025-2026 wordt er gewerkt met een applicatie, de zogenoemde ‘plekkentool’ door de betrokken scholen waarin informatie over de beschikbare plekken en het aantal leerlingen in de schakelklassen wordt geregistreerd. Indien deze plekkentool adequaat wordt gebruikt, zal het college het schoolbestuur niet vragen om de overzichten zoals beschreven in artikel 20, derde lid.
Artikel 21 Veiligheid op school
In Rotterdam kunnen scholen met het certificaat Veilig op school laten zien dat zij beleid hebben voor een veilige leeromgeving voor leerlingen en medewerkers. Scholen moeten voldoen aan voorwaarden opgenomen in het certificeringskader. In het schoolveiligheidsplan moeten ze aangeven wat ze doen om leerlingen en medewerkers een veilige leeromgeving te bieden. Dat kan per school verschillen. Een bevoegde auditerende instantie, zoals bijvoorbeeld het VOS-collectief, toetst het veiligheidsbeleid op papier en de uitvoering ervan in de praktijk. Het certificeringskader bestaat voor een groot deel uit wettelijk verplichte onderdelen. Er is speciale aandacht voor Rotterdamse speerpunten: respectvol gedrag, beleid rond middelengebruik, samenwerking tussen alle betrokken partners. Wanneer de school voldoet aan de voorwaarden krijgt de school een certificaat uitgereikt. Het certificaat is drie jaar geldig.
Artikel 22 Dagprogrammering primair onderwijs
Dagprogrammering in het basisonderwijs beslaat tien uur per week bovenop de reguliere onderwijstijd. In totaal is Dagprogrammering op jaarbasis 400 uur bovenop de reguliere 940 uur. Schoolbesturen dienen op basis van het programma van eisen een aanvraag in voor tien uur Dagprogrammering per week. Een deel van Dagprogrammering is subsidiabel, die uren zijn onder regie van de school. De activiteiten vanuit de subsidie Ieder Kind Een Instrument maken deel uit van de tien uur dagprogrammering voor scholen die hieraan deelnemen. Het programma van eisen wordt met de betrokkenen afgestemd en gedeeld.
Ten aanzien van scholen waarvoor voor het eerst deze subsidie wordt aangevraagd, kan, in afwijking van het tweede lid, een groeimodel worden gehanteerd waarbij wordt toegewerkt naar de norm van tien lesuren per leerling per week. In dat geval hoeft niet meteen aan deze norm te worden voldaan. Uit de aanvraag moet in dat geval duidelijk blijken welk groeipad wordt gevolgd om dit doel te bereiken.
Artikel 23 Dagprogrammering voortgezet onderwijs
Dagprogrammering in het voortgezet onderwijs beslaat zes uur per week bovenop de reguliere onderwijstijd. In totaal is Dagprogrammering op jaarbasis 240 uur bovenop het reguliere onderwijsprogramma. Schoolbesturen dienen op basis van het programma van eisen een aanvraag in voor zes uur Dagprogrammering per week. Het programma van eisen wordt met de betrokkenen afgestemd en gedeeld.
Ten aanzien van scholen waarvoor voor het eerst deze subsidie wordt aangevraagd, kan, in afwijking van het tweede lid, een groeimodel worden gehanteerd waarbij wordt toegewerkt naar de norm van zes lesuren per leerling per week. In dat geval hoeft niet meteen aan deze norm te worden voldaan. Uit de aanvraag moet in dat geval duidelijk blijken welk groeipad wordt gevolgd om dit doel te bereiken.
Artikel 24 Versterking schoolleiding
De basis voor de subsidie Versterking Schoolleiding is beschreven in het Uitvoeringsplan NPRZ 2023-2027. In dit uitvoeringsplan hebben de schoolbesturen voor primair onderwijs, de gemeente Rotterdam en NPRZ afgesproken om in het NPRZ-gebied in te zetten op het versterken van de schoolleiding in het primair onderwijs. In het NPRZ-gebied bevinden zich 59 scholen voor primair onderwijs. Deze scholen hebben dagelijks met gemiddeld meer complexe en uitdagende opgaven te maken. Door de omvang van de taken volstaat één directielid vaak niet meer. Extra ondersteuning in de schoolleiding is noodzakelijk om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen en de leerlingen de kansen te bieden die zij verdienen. Het Uitvoeringsplan NPRZ 2023-2027 is te vinden op de website van de gemeenteraad, via de link: https://gemeenteraad.rotterdam.nl/Reports/Document/83e6f5c8-b3f9-4cd2-bb2e-c8a492bcbc7d?documentId=00559e93-71ea-453b-b2ec-ac0676767c86.
De subsidie is bestemd voor de versterking van de schoolleiding met als doel het effectief organiseren van de schoolorganisatie, met het oog op de verbetering van de onderwijskwaliteit. Onder onderwijskwaliteit valt de kwaliteit van het lesgeven en het begeleiden van leerlingen. Hierop sturen is een kerntaak van de schooldirecteur. Het streven is dat deze subsidie bijdraagt aan een gestructureerde, meerjarige en duurzame aanpak. De subsidie dient aangewend te worden voor de uitbreiding van de formatie binnen de schoolleiding, zodat zij meer aandacht kunnen geven aan onderwijskundige aansturing, bedrijfsvoering, organisatie en samenwerking met hulpverlenende instanties. De subsidie kan ook ingezet worden voor coaching en begeleiding van de schoolleiding, gericht op het realiseren van een effectieve en duurzame organisatie. De subsidie wordt beschikbaar gesteld voor het schooljaar 2026-2027. De subsidie-aanspraken reiken derhalve niet verder dan het subsidietijdvak, de periode van 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2027. Door de subsidieverlening ontstaat geen structurele aanspraak op subsidiëring van formatie-uitbreiding in dit verband. Het is aan de ontvanger van de subsidie om een passende inzet van de middelen te realiseren binnen de gestelde kaders en het subsidietijdvak. Deze subsidie kan niet aangevraagd worden voor scholing van de schoolleider. Voor scholing van schoolleiders kan een subsidie Rotterdamse schoolleidersbeurs worden aangevraagd
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-56754.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.