Gemeenteblad van Leidschendam-Voorburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leidschendam-Voorburg | Gemeenteblad 2026, 56262 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leidschendam-Voorburg | Gemeenteblad 2026, 56262 | beleidsregel |
Inpassingskader Transformatorhuisjes Gemeente Leidschendam-Voorburg
De energietransitie stelt nieuwe eisen aan het elektriciteitsnetwerk. De groei van duurzame opwekking (zoals zonne-energie), de elektrificatie van mobiliteit en verwarming, en de algehele groei in energieverbruik zorgen voor toenemende druk op het bestaande elektriciteitsnet. Het uitbreiden en verzwaren van dit net is noodzakelijk om aan deze groeiende vraag te voldoen. In de praktijk betekent dit een forse uitbreiding van de bovengrondse en ondergrondse energie-infrastructuur in de gemeente, waaronder transformatorhuisjes en alle kabels die daarbij horen.
Netbeheerder Stedin heeft een inschatting gemaakt van het aantal transformatorhuisjes dat er extra moet komen in de gemeente Leidschendam-Voorburg zodat er de komende decennia een betrouwbare energievoorziening blijft. Daarom moeten er de komende jaren ongeveer 125 extra transformatorhuisjes binnen de gemeentegrenzen geplaatst worden.
Het vraagstuk maakt een gecoördineerde aanpak noodzakelijk. Daarom heeft de gemeente dit ruimtelijk inpassingskader opgesteld met randvoorwaarden voor de inpassing en verschijningsvorm van de transformatorhuisjes evenals het proces tot de plaatsing ervan.
2. Beleidscriteria & externe criteria
Transformatorhuisjes vallen doorgaans onder vergunningsvrije bouwwerken conform het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Toch is gemeentelijke afstemming vereist met het oog op beeldkwaliteit, veiligheid, gezondheid en participatie. Voor de plaatsing van Transformatorhuisjes en werkzaamheden aan het ondergrondse netwerk in de openbare ruimte is wel een gemeentelijke vergunning of instemmingsbesluit nodig. Het inpassingskader bevat beleidsregels die passen binnen de eerder door de raad vastgestelde kaders, namelijk de Omgevingswet, de gemeentelijke Omgevingsvisie en de Nota Omgevingskwaliteit.
2.2 Relatie met andere beleidsdocumenten
Het inpassingskader vormt geen nieuw beleidskader maar prioriteert afwegingen tussen de bestaande visies, beleidsregels en handboeken van zowel de gemeente als Stedin. Het zijn beleidsregels voor de omgevingsvergunning verlening op basis van de volgende beleidsstukken, handboeken en uitgangspunten van Stedin:
2.4 Gezondheid en elektromagnetisch veld (EMV)
Netcomponenten, zoals hoogspanningskabels en transformatorhuisjes, zijn omgeven door een elektromagnetisch veld (EMV). De transformatorhuisjes moeten voldoen aan de geldende Europese veiligheidsrichtlijnen voor elektromagnetische velden en het Voorzorgbeleid voor magneetvelden bij elektriciteitsvoorzieningen, zoals benoemd in de brief van de minister van Klimaat en Energie aan het bevoegd gezag ruimtelijke ordening (DGKE-DRE / 26746813, d.d. 21 april 2023).
Wanneer een transformatorhuisje vervangen moet worden of het net verzwaard moet worden, moeten gemeente en nutspartij gezamenlijk naar een gewenste locatie zoeken. Er zijn 2 typen routes die hier genomen kunnen worden.
De noodzaak voor grootschalige verzwaring van het net is een uniek en vooralsnog eenmalig project. Door de grootschalige elektrificatie van apparaten binnen de gebouwde omgeving en het vervoer is de vraag naar elektriciteit enorm toegenomen. Dat zorgt ervoor dat nu het net flink verzwaard moet worden, om de elektriciteitsvoorziening voor de gemeente geschikt te maken voor 2050. De vervanging van één enkel transformatorhuisje kan veel meer ad-hoc gebeuren. Hierbij komt de nutspartij in contact met de gemeente en wordt gezamenlijk een nieuwe locatie uitgekozen. Voor beide processen gelden dezelfde inpassingscriteria.
De transformatorhuisjes komen voor het grootste deel in de openbare ruimte te liggen, omdat ze vrijwel allemaal in bestaande wijken komen met een (zeer) stedelijk karakter. Om de plaatsing van deze nutsruimtes in goede banen te leiden is een duidelijk proces nodig en criteria om de locatiekeuzes op te baseren.
3.1 Voorkeursscenario’s plaatsing
De hiërarchie in voorkeursscenario’s voor de locatie van een nutsvoorziening is als volgt:
Een inpassing binnen een nieuwe ontwikkeling. Bij de plaatsing in een nieuwbouwontwikkeling moet de nutsvoorziening van tevoren goed ingetekend worden en bij voorkeur niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.
Verschuiven naar geschikter gebied;
In beschermd stads- en dorpsgezichten, rond monumenten en in de wederopbouwwijken De Heuvel en Prinsenhof wordt de plaatsing van transformatorhuisjes in de openbare ruimte zoveel mogelijk vermeden. Verschuiven naar een gebied met minder grote cultuurhistorische of monumentale waarde heeft de voorkeur. In een uiterst geval kan in overleg met de gemeente de nutsvoorziening op een minder zichtbare plek binnen een beschermd gebied worden geplaatst.
Deels of geheel in de openbare ruimte.
Als er geen mogelijkheid is om de transformatorhuisjes inpandig te plaatsen, mogen deze in de openbare ruimte geplaatst worden. De volgende opties voor de plaatsing van de transformatorhuisjes deels of geheel in de openbare ruimte worden mogelijk gemaakt, in volgorde van wenselijkheid:
3.2 Criteria ruimtelijke kwaliteit
Voor de plaatsing van een transformatorhuisje deels of geheel in de openbare ruimte gelden de volgende criteria voor de ruimtelijke kwaliteit. Het betreft criteria met betrekking tot situering, aanhelen omgeving, vormgeving, materialen en beplanting. Nadrukkelijk geldt de mogelijkheid voor maatwerk.
Bij uitzondering kan gemotiveerd worden afgeweken van een plaatsingsscenario dat voldoet aan criteria benoemd in deze paragraaf, mits dit aantoonbaar beter scoort op ruimtelijke kwaliteit.
De transformatorhuisjes dienen op een veilige, goed bereikbare maar niet opvallende locatie geplaatst te worden. Hierdoor wordt de woon- en leefomgeving zo min mogelijk aangetast. Het bouwwerk voldoet aan de volgende voorwaarden:
Figuur 2: Nutsvoorziening achter de voorgevelrooilijn en om minimaal 4 meter afstand van gevoelige functies
Figuur 3: Geen plaatsing in zichtlijnen
Figuur 4: Plaatsing van nutsvoorziening op enige afstand van woonruimtes.
De plaatsing van de nutsruimte mag niet leiden tot een verslechtering van de verkeerssituatie. Uitgangspunt is handhaving van het zicht op de omliggende ruimte en de openbare weg.
Figuur 5: Straathoeken vrijhouden om overzicht voor verkeer te behouden.
Figuur 6: Voldoende ruimte tot rijbaan of fietspad en voldoende doorloopruimte voor voetgangers, opdat verkeersdeelnemers langs het object kunnen zonder zichzelf of anderen in gevaar te brengen.
Het is mogelijk dat parkeerplaatsen moeten wijken voor een transformatorhuisje. Hiervoor gelden de volgende aandachtspunten.
Figuur 7: Plaatsing aan de rand van parkeerstroken met voldoende ruimte voor verkeersdeelnemers om er veilig langs te kunnen.
Figuur 8 Groenstructuren gemeente Leidschendam-Voorburg
Groen is binnen de gemeente van grote waarde en moet zo min mogelijk aangetast worden door de plaatsing van transformatorhuisjes. Er zal altijd eerst naar alternatieve locaties op verhard terrein gezocht moeten worden, voordat locaties in het groen overwogen worden.
De plaatsing van een transformatorhuisje heeft geen nadelige invloed op de aanwezige bomen. In principe worden het gebouw en de leidingen buiten de wortelzone/kroonprojectie van bomen geplaatst. Als dit niet mogelijk is worden passende maatregelen getroffen welke geen blijvende schade aan de bomen opleveren;
Figuur 9 Cultureel erfgoed gemeente Leidschendam-Voorburg
In beschermde stads- en dorpsgezichten evenals rond monumenten en kunstwerken is extra aandacht voor de plaatsing van transformatorhuisjes noodzakelijk.
Wijzigingen aan het monument (lees ook: dorpsgezicht) mogen geen afbreuk doen aan de monumentwaarden. Daarbij maakt de Omgevingswet (specifiek artikel 5.130 lid 2 onder d onder 1⁰ Besluit kwaliteit leefomgeving) het nu mogelijk om regels te stellen aan ruimtelijke kwaliteit in de 'omgeving' van het monument. Dat betekent dat in de directe omgeving van monumenten (ook buiten de dorpsgezichten), door erfgoed aanvullende kwaliteitseisen worden gesteld.
Toegankelijkheid en veiligheid
De plaatsing en gebruik van de transformatorhuisjes moet voor alle partijen op een prettige en veilige manier kunnen gebeuren. Bij plaatsing van de transformatorhuisjes moet rekening gehouden worden met te behouden zichtbaarheid van de ruimte er direct omheen, opdat geen ongewenste activiteiten kunnen plaatsvinden rond het bouwwerk.
4. Beeldkwaliteit en verschijningsvorm
De geplaatste transformatorhuisjes mogen geen afbreuk doen aan de omgeving. In eerste instantie is het doel om de objecten zo goed als mogelijk op te laten gaan in hun omgeving. Dit gebeurt in eerste instantie aan de hand van kaders die zijn opgesteld in hoofdstuk 3. Het is echter niet in alle gevallen mogelijk om een transformatorhuisje optimaal op te laten gaan in hun omgeving. Door bijvoorbeeld technische of juridische beperkingen komt een object niet op de ruimtelijk meest gewenste locatie te staan, maar op een locatie waar deze meer in het zicht valt. Dan moet aan de hand van de verschijningsvorm van het bouwwerk zelf en maatregelen in de directe omgeving van het bouwwerk er toch voor worden gezorgd dat het bouwwerk zo min mogelijk opvalt. Er is een onderscheid te maken tussen betreedbare en onbetreedbare huisjes. Onbetreedbare objecten kunnen in donkergroen, antraciet of met kunstuiting worden uitgevoerd. Betreedbare objecten kunnen worden uitgevoerd in groen, antraciet of worden voorzien van een bakstenen schil of een kunstuiting.
Onbetreedbare transformatorhuisjes zullen meestal in het groen uitgevoerd worden, omdat dit in het straatbeeld minder opvalt. Bovendien moeten ze zo veel als mogelijk ingepakt worden met een haag. Bij voorkeur aan beide zijkanten en de achterkant. Wanneer een huisje op meerdere parkeerplaatsen geplaatst wordt moet er rekening gehouden worden met een eventuele omkadering met een haag, hier moet ruimte voor gereserveerd worden. Zo wordt het object bij langsrijden een stuk minder zichtbaar. De haag moet zo dicht als mogelijk op het transformatorhuisje komen te staan.
Figuur 10 Transformatorhuisje met haag of ecologische waarde. Bron: Handreiking elektriciteitsstations Fryslân
Figuur 11 Transformatorhuisje met haag, bij voorbijrijden is deze minder zichtbaar
Bron: Richtlijnen voor de plaatsing van transformatorstations, Nijmegen
In bepaalde gevallen kan ervoor gekozen worden om het object te laten opvallen door middel van een kunstuiting. Hierdoor dient het huisje als verfraaiing van de buurt.
Figuur 12 Transformatorhuisje met kunstuiting. Bron: Handreiking elektriciteitsstations Fryslân
Betreedbare transformatorhuisjes kunnen een baksteen schil of een beschilderd oppervlakte krijgen. Het streven van de gemeente is om een zo groot mogelijk aantal van deze objecten van een dergelijke schil te voorzien.
Wanneer een transformatorhuisje in een woonwijk komt te liggen en deze niet goed uit het zicht te plaatsen is, kan het interessanter zijn om het huisje in een grotere en betreedbare variant uit te voeren, zodat deze door middel van een bakstenen uiterlijk beter in het straatbeeld past. Er zijn meerdere bakstenen transformatorhuisjes uitgeroepen tot gemeentelijk of zelfs rijksmonument. Dit laat zien dat een goed ingepast en ontworpen object zelfs een verrijking voor zijn omgeving kan worden.
Figuur 13 Transformatorhuisje met bakstenen schil. Bron: Handreiking elektriciteitsstations Fryslân
Figuur 14 Transformatorhuisje met bakstenen schil, kansen voor verfraaiing van het straatbeeld
Bron: Inpassingskader nutsvoorzieningen, Gemeente Delft & Een huisje in Steenderen, Edy Kwak
Ook bij bakstenen varianten kan het interessant zijn om het huisje zoveel als mogelijk met groen te omhullen. Door regelgeving is dat op dit moment nog lastig. Stedin onderzoekt de mogelijkheid van vergroenen van stations en komt daar naar verwachting in de tweede helft van 2026 mee. Dit gaat ook over de mogelijkheid van het plaatsen van nestkasten en dergelijke op de huisjes, zodat de huisjes bijdragen aan een ecologisch waardevolle omgeving.
Figuur 15 Voorbeelden van begroeide transformatorhuisjes en huisjes met ecologische meerwaarde
Bron: Inpassingskader nutsvoorzieningen, Gemeente Delft & Natuurinclusief bouwen, Naturalis
Het is in dit geval ook mogelijk om het object te voorzien van een kunstzinnige uiting, opdat het bouwwerk juist in positieve zin opvalt in zijn omgeving. Dit type huisjes kan midden op een plein komen te staan, bij winkelcentra of plekken met een cultureel programma.
Figuur 16 Voorbeelden van transformatorhuisjes met kunstuiting als verfraaiing van de omgeving
Bron: bewerkte foto van trafo met graffitikunst van Bicicleta Sem Freio & Loes van Duijvendijk, De Volkskrant, 24-06-2024
In Leidschendam-Voorburg is een grote verscheidenheid aan buurten, wijken en gebieden. In sommige gebieden is het niveau van de uitstraling van de openbare ruimte aan strengere regels gebonden. Deze strengere eisen gelden ook voor de plaatsing en uitstraling van de bouwwerken. In dit hoofdstuk wordt de gebiedsindeling toegelicht. Vervolgens wordt er per gebied een inpassingsladder beschreven. De gebiedsindeling is afgeleid van de regieniveaus zoals benoemd in de Nota Omgevingskwaliteit van de gemeente en is verdeeld in 3 gebieden:
Figuur 17 Regieniveaus gemeente Leidschendam-Voorburg
De basisregie geldt voor de meeste woon- en werkgebieden binnen de gemeente. Het beleid is gericht op het behoud van de basiskwaliteit en dat de hoofdkarakteristiek bewaard blijft. De plaatsing van de nutsvoorziening moet ‘passen’ in de omgeving om verrommeling te voorkomen.
Onder maatwerkregie vallen de beschermde stads- en dorpsgezichten, de wederopbouwmonumenten van nationaal belang, de belangrijkste groenstructuren en het buitengebied. Hier is extra aandacht nodig voor de inpassing van nutsruimtes. Dit houdt in dat de mogelijkheid om geplande nutsvoorzieningen te verplaatsen naar locaties uit het zicht of buiten de beschermde gebieden nadrukkelijker wordt onderzocht. Er kunnen ook extra eisen aan de verschijningsvorm worden gesteld. Ten slotte zal ook meer aandacht besteed worden aan de mogelijke verschijningsvorm van de nutsvoorziening. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt voor deze gebieden om advies gevraagd.
Ontwikkellocaties zoals Schakenbosch, Overgoo, Klein Plaspoelpolder, Appelgaarde, etc. vallen onder ontwikkelregie. De bouwopgave is nog in ontwikkeling en de nutsvoorzieningen kunnen hier gemakkelijker aan de voorkant van het proces meegenomen worden. Dit moet ertoe leiden dat er meer nutsvoorzieningen inpandig worden geplaatst of op een andere manier uit het zicht komen te liggen. Het ontwikkelregie niveau wordt in hoofdstuk 6 behandeld.
6. Procesbeschrijving BAR-proces
Voor deze procesbeschrijving gaan we uit van 2 typen aanvragen voor nutsvoorzieningen:
Bij beide aanvragen is het proces hetzelfde met als grootste verschil het aantal objecten dat tegelijk behandeld wordt.
Het proces van initiatief tot realisatie kent de volgende stappen:
De initiatiefnemer (veelal netbeheerder) dient een aanvraag in bij de gemeente. Een aanvraag gaat over vervanging, verplaatsing of plaatsing van een nieuwe nutsvoorziening. Bij de aanvraag dient de initiatiefnemer de volgende informatie in:
Wanneer de informatie is gedeeld met de gemeente, heeft de gemeente ten minste 2 weken de tijd om de informatie te toetsen.
De aanvraag wordt intern beoordeeld door de gemeente. De gemeente geeft aan de hand van de geleverde informatie en het inpassingskader van de gemeente een integraal advies. Bij deze beoordeling zijn de volgende vakgroepen betrokken:
Daarnaast vindt een opname op locatie plaats door de regisseur Buurtaanpak, coördinator kabels & leidingen (stadsbeheer) en stedenbouwkundige. De regisseur is de gemeentelijke contactpersoon die de afstemming intern en met Stedin en de voortgang binnen het BAR-proces bewaakt. Gezamenlijk maken de beleidsmedewerkers een afweging voor de voorgestelde locatie en komen eventueel met alternatieve locaties om te bespreken tijdens de belangentafel. Dit advies wordt uiteindelijk aan de Belangentafel met de initiatiefnemer besproken.
Bij de belangentafel komen initiatiefnemer en medewerkers van de gemeente samen om de voorgestelde locaties te bespreken en tot een definitieve voorkeurslocatie te komen. Bij de belangentafel zijn vanuit de gemeente aanwezig:
De initiatiefnemer heeft zijn eigen bezetting waarmee uiteindelijk een op de belangentafel definitieve advies gemaakt kan worden over de plaatsing van de nutsvoorziening. Ook wordt hier besloten of er een verbijzondering om de nutsvoorziening wordt aangebracht, zoals een bakstenen gevel of een kunstuiting of groen. Als de Belangentafel niet tot overeenstemming komt, wordt verwezen naar Bijlage III Werkafspraken Samenwerkingsovereenkomst Netbeheer Stedin - Gemeente Leidschendam-Voorburg voor het verdere verloop van het proces.
Initiatiefnemer en gemeente stemmen van tevoren af wat de verantwoordelijkheden zijn van beide partijen bij het informeren van omwonenden en waar de omwonenden met hun vragen terecht kunnen. Bij plaatsing van de nutsvoorziening in de openbare ruimte worden omwonenden geïnformeerd door middel van een brief vanuit de gemeente met een onderbouwing over de locatiekeuze. De initiatiefnemer informeert over de werkzaamheden. Als er sprake is van een reconstructiegebied, zoals bij grootschalige herinrichting bij rioolwerkzaamheden, dan kan indien mogelijk participatie meegenomen worden in het proces van de reconstructie. Participatie over de verfraaiing van de stations zal overwogen worden door de gemeente.
Voor de realisatie wordt er een overeenkomst tussen de gemeente en de nutspartij getekend waarin de financiële afhandeling geregeld wordt. De initiatiefnemer zorgt ervoor dat alle vergunningen geregeld zijn en zal het werk uitvoeren op de afgesproken locatie. Stedin geeft aan dat maximaal 20% van de nieuwe transformatorhuisjes verfraaid kan worden. Wanneer de nutsvoorziening voorzien wordt van een bakstenen gevel of een kunstuiting dan wordt de voorziening kaal opgeleverd en zal de gemeente zorg dragen voor de afwerking van de nutsvoorziening. De netbeheerder krijgt recht van opstal op de locatie, dit is in een eerder stadium al contractueel geregeld.
Uiteindelijk is de netbeheerder verantwoordelijk voor het (net)technisch beheer en onderhoud. Daarnaast zijn ze verantwoordelijk voor het onderhoud van de werkruimte om het bouwwerk en de toegangsweg ernaartoe. Ook zijn zij verantwoordelijk voor een presentabel uiterlijk van het bouwwerk. Gemeente controleert op beeldkwaliteit en is verantwoordelijk voor onderhoud aan speciaal aangebrachte gevelbekleding of kunstuitingen op de nutsvoorzieningen.
Wanneer een transformatorhuisje op privaat terrein of inpandig is geplaatst, legt de netbeheerder juridische afspraken over toegang, gebruik en onderhoud schriftelijk vast met de eigenaar van het terrein of gebouw.
7. Inpassing binnen ontwikkelgebieden
Nu en in de toekomst zijn er type ontwikkelingen binnen de gemeente waarbij van tevoren eisen kunnen worden gesteld aan de plaatsing van transformatorhuisjes en andere nutsvoorzieningen. Voor elk type project wordt er een ander proces gevolgd dan in het vorige hoofdstuk. We onderscheiden 3 specifieke ontwikkelingen.
Per ontwikkeling gelden andere ambities voor inpassing, participatievormen en moment van toetsing.
7.1 Plaatsing binnen een gebiedsontwikkeling
Een gebiedsontwikkeling in dit kader is een ontwikkeling waarbij meerdere gebouwen in één integrale planontwikkeling worden gerealiseerd met daarin een wezenlijke rol voor de gemeente. In dit proces zit een duidelijke planning en stevige projectsturing vanuit de gemeente. Bij de planvorming kan direct rekening gehouden worden met de ambities die we als gemeente hebben, zo ook die op het gebied van de energietransitie.
Uitgangspunt is dat nutsruimtes in de ontwikkelingen worden mee-ontworpen. De meeste nutsruimtes zullen inpandig of achter de rooilijn moeten worden gerealiseerd. In uitzonderlijke gevallen kan de nutsvoorziening in de openbare ruimte komen. Nutsruimtes zullen met enige overmaat gerealiseerd moeten worden, opdat er voldoende ruimte overblijft om het net in de toekomst te verzwaren indien nodig.
7.2 Plaatsing binnen een programmatische wijkaanpak
Wijkaanpakken zijn grootschalige herinrichtingsopgaven binnen de wijk, bijvoorbeeld wanneer een wijk aardgasvrij gemaakt moet worden of een algehele herinrichting van de openbare ruimte gaat plaatsvinden. Bij een dergelijke wijkaanpak worden de verschillende ruimtelijke componenten (verkeer, riolering, groen, duurzaamheid/energie, etc.) integraal aangepakt.
Het is van belang direct aan het begin van het proces aan te sluiten met het programma voor de nutsvoorzieningen, zodat deze in de herinrichting een eigen plek krijgen en niet achteraf nog bijgeplaatst dienen te worden.
7.3 Plaatsing binnen losstaande nieuwbouwontwikkeling of herontwikkeling
Naast grootschalige gebiedsontwikkeling vinden er binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg veel losstaande nieuwbouwprojecten plaats. Dit zijn veelal kleinschaligere ontwikkelingen, waarbij een ontwikkelaar één plot ontwikkelt.
Wanneer de nieuwe ontwikkeling zoveel elektriciteit vraagt dat een extra nutsvoorziening nodig, dan moet de nieuwe nutsvoorziening inpandig ingepast worden in de nieuwe ontwikkeling.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-56262.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.