Gemeenteblad van Apeldoorn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Apeldoorn | Gemeenteblad 2026, 400322 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Apeldoorn | Gemeenteblad 2026, 400322 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels vergunningverlening en selectieprocedure standplaatsen Apeldoorn
1. Vergunningverlening en selectieprocedure
Op grond van artikel 12 van de Europese Dienstenrichtlijn is sprake van schaarse vergunningen wanneer het aantal beschikbare vergunningen beperkt is door natuurlijke omstandigheden of technische mogelijkheden. In dergelijke gevallen is de overheid verplicht een transparante, onpartijdige en openbare selectieprocedure toe te passen. Daarbij worden vergunningen verleend voor een passende en beperkte duur, zonder automatische verlenging. Dit betekent dat ook de huidige vaste en seizoensgebonden vergunningen die voor onbepaalde tijd zijn verleend, moeten worden aangepast. Hiervoor wordt een overgangstermijn gehanteerd, zoals beschreven in hoofdstuk 8.
Onder het vorige beleid werden vergunningen nog voor onbepaalde tijd afgegeven en werd gestuurd op branchering. Beide is niet langer toegestaan op grond van de Europese Dienstenrichtlijn. Ook ontbrak het aan transparantie in de verdeling van vergunningen.
Omdat het aantal standplaatsen wordt gemaximeerd, is er sprake van schaarse vergunningen. Dit betekent dat het college verplicht is tot een objectieve en transparante selectieprocedure. Iedere geïnteresseerde ondernemer moet gelijke kansen krijgen om in aanmerking te komen voor een standplaatsvergunning.
In deze nadere regels wordt de procedure voor het verdelen van standplaatsvergunningen vastgelegd. Deze verdeling van schaarse vergunningen geldt nadrukkelijk niet voor de standplaatsvergunningen op particuliere grond. Deze plekken worden niet openbaar aangeboden.
Alle mogelijke locaties, waar een standplaats in principe mogelijk is, zijn weergegeven in bijlage 2. Dat betreft dus niet alleen bestaande (in gebruik genomen) standplaatsen, maar ook 'nieuwe' standplaatsen. In een enkel geval is een bestaande standplaats naar een andere positie verplaatst of komt na de overgangstermijn te vervallen.
1.3 Proces vaste en seizoensstandplaatsen
Twee keer per jaar (in februari en september) organiseert het college een inschrijvingsronde waarbij geïnteresseerde ondernemers zich kunnen inschrijven voor de verdelingsprocedure van vaste en seizoensstandplaatsen. Alle dan beschikbare standplaatsen worden volgens onderstaande procedure aangeboden.
De verdelingsprocedure voor vergunningen voor vaste standplaatsen kent de volgende vier fasen:
De oproep tot mededinging wordt ten minste vier weken vóór de start van de indieningstermijn gepubliceerd in de Stedendriehoek, op de gemeentelijke website (www.apeldoorn.nl) en via een bekendmaking op de website www.officielebekendmakingen.nl.
In de oproep wordt in ieder geval vermeld:
2. Toetsing ontvankelijkheid van de aanvraag
De aanvrager dient een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier in te dienen, dat door het college is vastgesteld, inclusief alle vereiste bijlagen.
Na sluiting van de indieningstermijn worden de ontvangen aanvragen allereerst beoordeeld op ontvankelijkheid.
Een aanvraag voor een vergunning dient tijdig en volledig te worden ingediend. Een aanvraag wordt als tijdig beschouwd wanneer deze vóór het verstrijken van de termijn, zoals vermeld in de oproep tot mededinging, door het college, is ontvangen.
Daarnaast moet de aanvraag alle vereiste gegevens en stukken bevatten die op grond van de APV en deze nadere regels zijn voorgeschreven.
De termijn voor het indienen van een aanvraag bedraagt vier weken na de aanvangsdatum die in de oproep tot mededinging is vermeld. Door het college wordt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk bevestigd.
Indien een aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende gegevens of bescheiden binnen een termijn van twee weken aan te vullen. Van een onvolledige aanvraag is sprake wanneer:
Wanneer een aanvraag onvolledig blijft of na afloop van de indieningstermijn wordt ingediend, zal de aanvraag buiten behandeling worden gesteld op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Beoordeling op weigeringsgronden
Wanneer een aanvraag ontvankelijk is verklaard, wordt beoordeeld of zich één of meer weigeringsgronden voordoen als bedoeld in de artikelen 1:8 en 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening Apeldoorn 2014 (APV).
Indien blijkt dat sprake is van één of meer van deze weigeringsgronden, wordt de vergunning geweigerd.
Op grond van artikel 1:8 van de APV:
Op grond van artikel 5:18 van de APV wordt de vergunning geweigerd indien er:
Zie artikel 2.2 van de Beleidsregels voor een nadere toelichting op artikel 5:18 van de APV.
Op grond van artikel 2 van de Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Apeldoorn 2025, wordt door de gemeente een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren bij de aanvraag van een standplaatsvergunning. Bij een negatieve uitkomst wordt de vergunning geweigerd.
Indien na toetsing van de ontvankelijkheid en de weigeringsgronden één of meerdere aanvragen resteert, dan vindt een inhoudelijke en vergelijkende beoordeling plaats, waarbij de aanvragen worden getoetst aan de beoordelingscriteria zoals hieronder opgenomen.
4. Weging op beoordelings- en selectiecriteria
Indien voor een standplaats een of meerdere ontvankelijke aanvragen worden ingediend, worden deze aanvragen onderling vergeleken aan de hand van onderstaande beoordelingscriteria. De criteria zijn erop gericht om standplaatsen te laten bijdragen aan een evenwichtig voorzieningenaanbod, een verzorgde openbare ruimte en een goede inpassing in de omgeving.
Bij de beoordeling van het assortiment wordt gekeken naar de mate waarin het aanbod bijdraagt aan een evenwichtige en gevarieerde invulling van de standplaatslocatie en de directe omgeving.
1. Aanvullend karakter van het aanbod (max. 50 punten)
Beoordeeld wordt in hoeverre het aangeboden assortiment, gelet op het bestaande aanbod in de directe omgeving, kan worden aangemerkt als aanvullend en bijdraagt aan variatie.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar:
2. Duidelijke afbakening van het assortiment (max. 10 punten)
Beoordeeld wordt of het assortiment in de aanvraag:
Dit criterium ziet uitsluitend op de mate van afbakening en handhaafbaarheid en is niet bedoeld om inhoudelijke voorkeuren te honoreren.
3. Vormgeving en materiaalgebruik (max. 40 punten)
Beoordeeld wordt de ruimtelijke uitstraling van de kraam of verkoopwagen op basis van de bij de aanvraag ingediende stukken (tekeningen, foto’s, impressies en materiaalopgave).
Beoordeeld wordt of de standplaats:
De beoordeling vindt plaats op basis van objectief toetsbare kenmerken van ontwerp en materiaalgebruik. Het criterium is niet bedoeld om onderscheid te maken op luxe, merk of investeringsniveau.
Een gemeentelijke beoordelingscommissie, waarin in ieder geval vertegenwoordigers van economie, vergunningverlening, stedenbouw en mobiliteit zitten, beoordeelt de aanvragen aan de hand van de bovenstaande criteria. In sommige gevallen kan er aanvullend advies worden gevraagd aan andere gemeentelijke vakgroepen of de Omgevingsdienst Veluwe (ODV). In het geval van vormgeving en materiaal gebruik kan er advies worden gevraagd aan de onafhankelijke commissie Omgevingskwaliteit.
1.4 Geen aanvraag of verstrekte vergunning voor beschikbare standplaats
Als er geen aanvraag wordt ingediend of na het volgen van de vermelde selectie zoals beschreven in artikel 6.2 geen standplaatsvergunning wordt verleend, dan wordt deze standplaats in de eerstvolgende inschrijvingsronde weer als beschikbare standplaats aangeboden.
2. Vergunningsduur en overgangsregeling
De bestaande vaste en seizoensstandplaatsvergunningen in Apeldoorn zijn verleend voor onbepaalde tijd. In het licht van de Europese Dienstenrichtlijn en het uitgangspunt dat schaarse vergunningen voor een beperkte duur moeten worden verleend, is het noodzakelijk deze vergunningen om te zetten naar vergunningen voor bepaalde tijd. Daarbij is een zorgvuldige overgang van groot belang, omdat standplaatshouders hun bedrijfsvoering hebben ingericht op basis van het bestaande vergunningenregime.
2.1 Overgangstermijn bestaande vergunningen
Voor het bepalen van een passende overgangstermijn is aangesloten bij het rapport ‘Terugverdientijd in de standplaatsen, een update van het SEO-rapport uit 2021’, dat in 2025 door SEO Economisch Onderzoek is herzien in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken. Dit rapport bevat een landelijke analyse van de terugverdientijd van investeringen in standplaatsen, gebaseerd op actuele cijfers over 2024. Daaruit volgt dat de gemiddelde terugverdientijd ligt tussen 8 en 11 jaar.
Het college acht dit rapport geschikt en toepasbaar als onderbouwing voor de Apeldoornse situatie. Het onderzoek is gebaseerd op landelijke, representatieve gegevens over verschillende typen standplaatsen (zowel food als non-food), uiteenlopende locaties (wijk-, centrum- en perifere locaties) en verschillende investeringsniveaus. De economische structuur van de Apeldoornse standplaatsenmarkt wijkt niet wezenlijk af van het landelijke beeld waarop het onderzoek is gebaseerd. Ook in Apeldoorn gaat het hoofdzakelijk om kleinschalige ondernemingen met investeringen in verkoopwagens, inrichting, opslag en voorraad, vergelijkbaar met de in het rapport onderzochte categorieën. Er zijn geen aanwijzingen dat de gemiddelde investeringsomvang of exploitatieopzet in Apeldoorn structureel hoger of lager ligt dan in het landelijke onderzoek is verdisconteerd. Daarmee kan Apeldoorn in redelijkheid worden geacht binnen de door SEO vastgestelde bandbreedte te vallen. Bij de bepaling van de overgangstermijn is in het SEO rapport rekening gehouden met verschillende typen standplaatsen, waaronder vaste en seizoensgebonden standplaatsen. Het SEO-onderzoek waarop deze termijnen zijn gebaseerd, omvat zowel jaarrond geëxploiteerde standplaatsen als standplaatsen met een seizoensgebonden karakter
Het SEO-rapport is bovendien opgesteld in opdracht van het Rijk met het oog op de juridische houdbaarheid van vergunningstelsels voor schaarse rechten. Het biedt daarmee een objectieve en extern gevalideerde economische onderbouwing voor de duur van overgangs- en vergunningsperioden. Door bij deze landelijke, onafhankelijke analyse aan te sluiten, wordt aangesloten bij een zorgvuldig tot stand gekomen en actueel referentiekader.
Aanvullend is er gekeken naar een recent onderzoek dat in Amsterdam uitgevoerd naar de overgangstermijn van vergunningen voor onbepaalde naar vergunningen naar bepaalde tijd specifiek voor oliebollenkramen. Daaruit is naar voren gekomen dat de overgangs- en vergunningduur van 10 jaar uitlegbaar is. We kijken specifiek naar oliebollenkramen, omdat het in deze branche gaat om forse investeringen die in een relatief beperkte tijd terugverdiend moeten worden.
Op basis hiervan heeft het college gekozen voor een overgangstermijn van 10 jaar. Deze termijn ligt binnen de door SEO vastgestelde bandbreedte van 8 tot 11 jaar en sluit aan bij de gemiddelde terugverdientijd van investeringen. Daarmee wordt standplaatshouders voldoende tijd geboden om bestaande investeringen terug te verdienen en hun bedrijfsvoering aan te passen aan het nieuwe vergunningenstelsel. Tegelijkertijd wordt de overgangsperiode niet langer vastgesteld dan economisch onderbouwd noodzakelijk is, zodat het nieuwe beleid daadwerkelijk effect krijgt en standplaatslocaties niet langer dan gerechtvaardigd aan de mededinging worden onttrokken.
Een kortere overgangstermijn zou voor een deel van de standplaatshouders het risico meebrengen dat investeringen nog niet volledig zijn terugverdiend. Een langere overgangstermijn zou daarentegen geen aanvullende economische onderbouwing kennen, nu de gemiddelde terugverdientijd volgens een onafhankelijk en actueel landelijk onderzoek binnen 8 tot 11 jaar ligt. Met een termijn van 10 jaar wordt daarom een proportionele en zorgvuldig gemotiveerde balans gevonden tussen het belang van bestaande vergunninghouders en het algemene belang van een eerlijk, transparant en juridisch houdbaar vergunningenstelsel.
De huidige standplaatshouders worden van deze overgangstermijn op de hoogte gebracht en ontvangen eenmalig een nieuwe vergunning voor bepaalde tijd met een looptijd van 10 jaar. In sommige gevallen vervalt de standplaatslocatie na afloop van deze overgangsperiode, bijvoorbeeld vanwege gewijzigde ruimtelijke of beleidsmatige inzichten. Het overgangsrecht zoals beschreven is in paragraaf 6.4 van de Beleidsregels is hierbij van toepassing.
2.2 Looptijd nieuwe vergunningen
Voor nieuwe standplaatsvergunningen geldt eveneens een looptijd van 10 jaar. Bij de bepaling van deze termijn is aangesloten bij dezelfde economische onderbouwing als bij de overgangstermijn. Uit het eerder genoemde SEO-onderzoek blijkt dat de gemiddelde terugverdientijd van investeringen in standplaatsen tussen de 8 en 11 jaar ligt. Die bandbreedte is niet alleen relevant voor bestaande vergunninghouders, maar geeft ook richting aan wat economisch gezien een reële exploitatieduur is voor nieuwe toetreders.
De Apeldoornse situatie wijkt, zoals hiervoor gemotiveerd, niet wezenlijk af van het landelijke beeld waarop het onderzoek is gebaseerd. Ook nieuwe standplaatshouders zullen in de regel investeren in verkoopwagens, installaties, inrichting en het opbouwen van een vaste klantenkring op een specifieke locatie. Een vergunningduur moet daarom voldoende lang zijn om deze investeringen op een bedrijfseconomisch verantwoorde wijze terug te verdienen. Ook hier wijzen we op het feit dat in het SEO rapport bij de bepaling van de vergunningsduur rekening is gehouden met verschillende typen standplaatsen, waaronder vaste en seizoensgebonden standplaatsen. Het SEO-onderzoek waarop deze termijnen zijn gebaseerd, omvat zowel jaarrond geëxploiteerde standplaatsen als standplaatsen met een seizoensgebonden karakter.
Ook hier hebben we gekeken naar de rapportage uit Amsterdam naar de vergunningduur voor oliebollenkramen.
Tegen deze achtergrond is gekozen voor een looptijd van 10 jaar. Deze termijn ligt binnen de objectief vastgestelde bandbreedte van 8 tot 11 jaar en sluit aan bij de gemiddelde terugverdientijd. Daarmee wordt ondernemers voldoende investeringszekerheid geboden om kwaliteit te leveren en duurzaam te ondernemen. Tegelijkertijd blijft de vergunning in tijd begrensd, zodat standplaatslocaties periodiek opnieuw kunnen worden verdeeld en het uitgangspunt van eerlijke mededinging bij schaarse vergunningen wordt gewaarborgd.
Een kortere looptijd, bijvoorbeeld 8 jaar, zou zich aan de onderkant van de vastgestelde bandbreedte bevinden en kan de investeringsbereidheid negatief beïnvloeden, met name bij hogere aanvangsinvesteringen. Een langere looptijd, zoals 12 jaar of meer, overstijgt de economisch onderbouwde terugverdientijd en zou ertoe leiden dat gemeentelijke standplaatslocaties langer dan noodzakelijk aan de mededinging worden onttrokken.
Aldus vastgesteld op 14 juli 2026,
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
de burgemeester,
Bijlage 1 – Overzicht gemeentelijke standplaatslocaties
Bij dit beleid behoort een limitatief overzicht van de gemeentelijke standplaatslocaties waarvoor een standplaatsvergunning kan worden verleend. Hiermee wordt vooraf inzichtelijk gemaakt welke locaties door de gemeente beschikbaar worden gesteld, hetgeen bijdraagt aan een transparante en objectieve toepassing van het beleid en aansluit bij de uitgangspunten uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over standplaatsen en schaarse vergunningen. Standplaatsen op particuliere grond maken geen onderdeel uit van deze limitatieve lijst. Voor deze locaties geldt geen openbare verdelingsprocedure, omdat de grondeigenaar bepaalt of een locatie beschikbaar wordt gesteld. Nieuwe standplaatslocaties op particuliere grond kunnen daarom worden beoordeeld indien de eigenaar daarmee instemt en wordt voldaan aan de overige voorwaarden en weigeringsgronden uit dit beleid en de geldende regelgeving.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-400322.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.