Gemeenteblad van Middelburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2026, 376674 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2026, 376674 | beleidsregel |
Nota ruimtelijke kwaliteit gemeente Middelburg 2026
de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente Middelburg 2026 vast te stellen en het beeldkwaliteitsplan Arnestein gewijzigd vast te stellen door in het hoofdstuk “Hoe gebruik ik dit document” van het Beeldkwaliteitsplan Arnestein door te tekst onder het kopje Welstand te vervangen door:
Voor Arnestein geldt een zogeheten licht welstandsregime. Er geldt een repressief in plaats van een preventief welstandsbeleid. Dat wil zeggen dat bouwwerken moeten voldoen aan de richtlijnen uit dit beeldkwaliteitsplan en dat er bij ongewenste situaties (excessen), kan worden gehandhaafd.
Met de invoering van de omgevingswet op 1 januari 2024 heeft het begrip omgevingskwaliteit een centrale en prominente rol gekregen.
De Omgevingswet bundelt de doelstellingen rondom een veilige en gezonde leefomgeving met de goede omgevingskwaliteit. In de wet wordt het begrip breed geïnterpreteerd en het omvat:
De wet stelt dat het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit een van de hoofddoelen is. Dit betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen de kwaliteit van de omgeving op een integrale manier moet worden meegewogen. De wet geeft gemeenten en provincies de bevoegdheid om via omgevingsvisies en -plannen beleid te formuleren om de omgevingskwaliteit te borgen en te verbeteren
Het begrip Ruimtelijke Kwaliteit is onderdeel van de omgevingskwaliteit omdat het een cruciale bouwsteen is voor het bereiken van een hogere omgevingskwaliteit. Een goede omgevingskwaliteit is niet te bereiken zonder aandacht te besteden aan ruimtelijke kwaliteit.
Ruimtelijke kwaliteit richt zich specifiek op de inrichting en vormgeving van de fysieke ruimte. Het gaat over de balans tussen drie hoofdwaarden:
Een goede ruimtelijke kwaliteit betekent dus dat een gebied niet alleen functioneel is, maar ook mooi, identiteitsbepalend en toekomstbestendig.
Een belangrijke waarde die onder de belevingswaarde valt is de zogenoemde herkomstwaarde.
De herkomstwaarde draait om de geschiedenis en culturele identiteit van een plek. Het omvat de verhalen, tradities en de manier waarop het landschap of de stad is ontstaan en door de eeuwen heen is gevormd. Deze historische gelaagdheid en de sporen van menselijke activiteit bepalen voor een groot deel het unieke karakter van een gebied.
Wijzigingen ten opzichte van de vorige nota (2016)
Onder de Woningwet/Wabo beoordeelde het bevoegd gezag of:
een vergunningaanvraag voor een bouwvergunning (artikel 2.1, lid 1, onder a, Wabo) wat betreft het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk voldeed aan de redelijke eisen van welstand (preventief welstandstoezicht, artikel 2.10, eerste lid, onder d, Wabo, in samenhang met artikel 12a, lid 1, onder a, Woningwet)
Bij de welstandstoetsing onder het oude recht moest het bevoegd gezag rekening houden met de bouwmogelijkheden uit het bestemmingsplan. Onder de Omgevingswet regelt de gemeente welstand in het omgevingsplan.
Binnen het nieuwe kader van de omgevingswet is het niet mogelijk om flitsvergunningen in hun huidige vorm te behouden. Voorheen werd een legesvrije reguliere vergunning (bekend als een flitsvergunning) afgegeven op basis van een ‘flitstoets’. Conform de omgevingswet zal voor een vergunning plichtige activiteit via het omgevingsloket een aanvraag ingediend moeten worden. Indien voldaan is aan de criteria kan de aanvraag met een sneltoets worden beoordeeld. De activiteiten waarbinnen de sneltoetscriteria worden getoetst zijn:
Voor de beoordeling van bepaalde kleine bouwplannen waar een omgevingsvergunning voor nodig is, vindt het gemeentebestuur het niet noodzakelijk advies in te winnen bij het ARK. Hiervoor volstaat een sneltoets door het Sneltoetsteam (ST, een ambtelijke werkgroep). Voordeel van de sneltoets is dat deze niet hoeft te wachten op de driewekelijkse vergadering van het ARK. Een ander voordeel is dat de aanvrager vooraf duidelijkheid heeft over wat wel en niet kan op het gebied van Ruimtelijke Kwaliteit en de toets in principe vooraf zelf al kan uitvoeren. Hiervoor zijn in de nota sneltoetscriteria opgenomen. Zie hoofdstuk 8).
Bij een vergunning aanvraag met rijksmonumentenactiviteit is het advies vanuit het ARK wel altijd een wettelijke verplichting en kan dus met enkel een advies vanuit het ST niet worden volstaan.
Ruimtelijke kwaliteit wordt subjectief ervaren - wat de één mooi, passend of prettig vindt, kan door een ander als storend of ongeschikt worden gezien. Bij het opstellen van beleidsregels moeten we daar dan ook zorgvuldig mee omgaan, zodat het beleid duidelijk en toetsbaar is, maar toch ruimte biedt voor interpretatie en dialoog, en recht doet aan de context van de plek.
In het omgevingsplan van de gemeente Middelburg is opgenomen dat het uiterlijk van bouwwerken niet in strijd mag zijn met redelijke eisen van welstand. Dit is een zogeheten open norm. Hieruit volgt de wettelijke verplichting om het toepassen van deze norm uit te leggen met beleidsregels die zoveel mogelijk toegesneden zijn op de te onderscheiden bouwwerken. Dit staat in artikel 4.19 van de Omgevingswet
Inhoudelijk omvatten redelijke eisen van welstand onder meer de relatie van het bouwwerk met de omgeving, architectonische kwaliteit, begrijpelijkheid van de vorm, verhoudingen en schaal, verantwoord materiaalgebruik, en de sociaal-culturele context. Deze eisen zijn bedoeld om te waarborgen dat bouwwerken op zorgvuldige wijze worden vormgegeven en bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van hun omgeving.
Om deze eisen juridisch toepasbaar te maken bij vergunningverlening en handhaving, is het essentieel dat de welstandsnota concrete en toetsbare criteria bevat. Alleen dan kunnen besluiten worden gemotiveerd op basis van artikel 4:82 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en is er voldoende rechtszekerheid voor initiatiefnemers en belanghebbenden.
De adviescommissie ruimtelijke kwaliteit (ARK) baseert haar advies, voor zover van toepassing, op de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de omgevingswet.
Bij een advies over een rijksmonumentenactiviteit neemt de commissie de uitgangspunten, bedoeld in artikel 5.22, van de omgevingswet in acht. De beoordelingsregels voor de rijks monumentenactiviteit staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving.
De gemeenteraad kan in het in het omgevingsplan bepalen bij welke categorieën bouwwerken of in welke gebieden het vragen van advies aan de commissie verplicht is, m.u.v. het advies voor rijksmonumentenactiviteiten. Het college van burgemeester en wethouders kan ook op eigen initiatief advies vragen over activiteiten of over beleid voor de kwaliteit van de fysieke leef omgeving.
Deze Nota Ruimtelijke Kwaliteit bevat daarom beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken waarmee de term ‘redelijke eisen van welstand’ wordt uitgelegd. We maken hierbij gebruik van:t
De vaste criteria beschrijven de algemene uitgangspunten van het architectuurvak en die van iedere ontwerper verwacht mogen worden bij het maken van bouwplannen. Deze vaste criteria gelden altijd en liggen ten grondslag aan iedere planbeoordeling. Daarnaast zijn er gebiedscriteria opgenomen voor bouwen in/op/aan/bij bestaande bouw. Hier dient aanvullend op de vaste criteria rekening mee gehouden te worden.
Beschrijving ruimtelijke kwaliteit per gebiedstype
Per gebiedstype (zoals beschermde stadsgezichten en oude dorpskernen, uitbreidingswijken, buitengebied) wordt de ruimtelijke kwaliteit beschreven om aan te sluiten bij de lokale identiteit en verwachtingen
In de volgende paragraaf zijn de verschillende gedefinieerde gebiedstypen in beeld gebracht en beknopt beschreven. Per gebied zijn de beoordelingscriteria opgenomen.
Gebruik van beeldkwaliteitsplannen
Beeldkwaliteitsplannen of gebiedsbiografieën helpen om de gewenste uitstraling visueel en verhalend te onderbouwen. Dit maakt abstracte begrippen concreter en helpt bij het gesprek met initiatiefnemers
Voor nieuwbouw bij grotere bouwplannen wordt een Beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld. Als het een eigen ontwikkeling is dan stelt de gemeente het BKP op maar als ontwikkeling van een ontwikkelaar is, dan kan hij/zij opdracht geven aan een deskundige om een BKP op te stellen in overleg met gemeente.
Het BKP laat zien aan welke richtlijnen plannen worden getoetst (eventueel onderbouwd met de nodige analyses). Omwonenden worden geïnformeerd over het beeldkwaliteitsplan en in de gelegenheid gesteld daar aanvullingen op te geven ter bevordering van het vertrouwen in de nieuwe ontwikkeling.
In geval van een deeluitwerking of complex gebouw kan de architect een analyse maken in overleg met de gemeente en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit om te komen tot een concept bouwplan.
Een beeldkwaliteitsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad waarbij tegelijkertijd wordt vastgesteld dat de inhoud van het beeldkwaliteitsplan de beleidsregels vormen voor het welstandstoezicht voor nieuwe en toekomstige omgevingsplanactiviteiten.
De reeds vastgestelde beeldkwaliteitsplannen vormen een onderdeel van deze nota en bevatten dus niet alleen de toetsingscriteria tijdens de ontwikkeling maar ook voor tweede en latere generaties bewoners.
Afwijken van het advies van het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit
Het college van burgemeester en wethouders volgt in principe het advies van het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). Het college kan om verschillende redenen afwijken van het advies. Het college kan het Adviesteam om een heroverweging vragen. Indien het bestuursorgaan een besluit neemt dat afwijkt van een met het oog daarop krachtens wettelijk voorschrift uitgebracht advies, wordt zulks met de redenen voor de afwijking in de motivering vermeld, bedoeld in Artikel 3:50 (AwB). Dit kunnen bijvoorbeeld economische of maatschappelijke belangen zijn. Het college zal echter terughoudend zijn met het gebruik van deze mogelijkheid.
Afwijken van de criteria uit deze nota
De criteria in deze nota zijn in eerste instantie bedoeld om bouwplannen die de kwaliteit van de omgeving ernstig aantasten uit Middelburg te voorkomen. Daarnaast zijn de criteria bedoeld als toetsingscriteria, als middel om na te denken over de ruimtelijke kwaliteit van het bouwwerk en zijn omgeving. Het kan voorkomen dat de gebieds- en sneltoetscriteria ontoereikend zijn. In bijzondere situaties kan het nodig zijn om terug te vallen op de vaste criteria uit hoofdstuk 4.
Het strikt opvolgen van de criteria leidt doorgaans tot plannen van voldoende kwaliteit, maar kan leiden tot een versobering van plannen. Die versobering kan zelfs zo erg zijn dat het plan een negatieve uitwerking heeft op zijn omgeving. Het is niet de bedoeling om met de criteria de creativiteit bij het ontwerpen van plannen te beperken. De ruimtelijke kwaliteit van Middelburg is op veel plaatsen al hoog, maar het optimaliseren van de bebouwde omgeving is positief voor een aantrekkelijke woon- en werkomgeving.
Creativiteit wordt daarom juist op prijs gesteld. Een bouwplan kan bijvoorbeeld niet voldoen aan de gebieds-, en/of sneltoetscriteria, maar door de hoge kwaliteit wel een positieve bijdrage leveren aan zijn omgeving. Een dergelijk plan zal dan op basis van de vaste criteria getoetst worden door het ARK.
Handhaving en excessenregeling
Als voor een vergunningsplichtig bouwwerk geen omgevingsvergunning is aangevraagd, of als het bouwwerk na realisering afwijkt van de vergunning, krijgt de eigenaar de gelegenheid om alsnog of opnieuw een vergunning aan te vragen. Als deze omgevingsvergunning wordt geweigerd vanwege een negatief advies van het ARK, dan zal de eigenaar de situatie moeten veranderen.
Sinds enkele jaren zijn de mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen uitgebreid. Maar ook zaken die zonder vergunning mogen worden gebouwd of zijn gebouwd, moeten aan een aantal eisen voldoen. Alle bouwwerken moeten aan minimale kwaliteitseisen voldoen: bouwwerken waarvoor een vergunning wordt aangevraagd en bestaande bouwwerken, al dan niet vergunningsvrij opgericht. Als ze niet aan de minimale kwaliteitseisen voldoen, kan sprake zijn van een ‘exces’. In de systematiek van de Omgevingswet maakt het bevoegd gezag op grond van artikel 22.4 van de bruidsschat met een maatwerkvoorschrift aan de eigenaar duidelijk op welke punten aanpassing nodig is om het welstandsexces op te heffen.
Er kan sprake zijn van een exces als er sprake is van één of meerdere van onderstaande punten:
Bij de toepassing van deze punten is eerder sprake van een exces naarmate:
Hoe weet u zeker dat uw vergunningsvrije bouwwerk geen exces wordt?
Vergunningsvrije bouwwerken die voldoen aan de criteria uit deze nota zijn in elk geval niet in strijd met minimale ruimtelijke kwaliteitseisen.
Nota als beheersinstrument om ruimtelijke kwaliteit te waarborgen
De nota Ruimtelijke Kwaliteit is met name gericht op het behouden en versterken van de bestaande gebouwde omgeving. De nota Ruimtelijke Kwaliteit is echter niet het meest geëigende beleidsdocument om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (op basis van een stedenbouwkundig plan) te toetsen, omdat die nieuwe ontwikkelingen ten tijde van het opstellen van de nota nog niet te voorzien waren. Een beeldkwaliteitsplan als nadere uitwerking van een nieuw omgevingsplan is dan een beter instrument.
Een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld voordat de bouwplannen worden uitgewerkt. Het legt de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteitsuitgangspunten vast voor een nieuwe ontwikkeling en gaat vaak ook in op de randvoorwaarden voor de inrichting van de openbare ruimte. De nieuwe ontwikkelingen voor een gebied waarvoor een beeldkwaliteitsplan geldt, worden getoetst aan dit beeldkwaliteitsplan, en niet meer aan de nota Ruimtelijke Kwaliteit.
Met andere woorden: De nota Ruimtelijke Kwaliteit is bij uitstek een beheersinstrument, dat ingezet kan worden om de ruimtelijke kwaliteit van de bestaande bebouwing te waarborgen. Terwijl een beeldkwaliteitsplan bij uitstek geschikt is om de verschijningsvorm van nieuw te ontwikkelen gebieden te sturen.
Als de bouwplannen eenmaal gerealiseerd zijn, word de regels uit het beeldkwaliteitsplan opgenomen in het omgevingsplan.
Het doel van de richtlijnen bij nieuwbouw is dat het bouwplan als geheel een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de bestaande (openbare stedelijke of landschappelijke) ruimte in het bijzonder. Dit geldt zowel voor een enkele woning als voor alle andere nieuwbouw.
Nieuwbouw van een enkele woning, een twee-onder-een-kapwoning of in omvang vergelijkbaar bouwwerk
Voor een bouwplan voor één enkele woning, een twee-onder-een-kapwoning of in omvang vergelijkbaar bouwwerk (b.v. kantoorgebouw ter grootte van een doorsnee woning) wordt een locatieverkenning opgesteld. Een locatieverkenning legt de basis voor een kwalitatief goed plan.
Een locatieverkenning is een globaal onderzoek naar de bestaande beeldkwaliteit van de omgeving en geeft een indruk van de gewenste nieuwbouw op de beoogde locatie. Het is bedoeld om de aanvrager bewust te maken van de omgeving waarin hij wil gaan bouwen. Een gebouw staat namelijk niet op zichzelf. Een dergelijk onderzoek komt de kwaliteit en de inpassing van een plan ten goede. Bovendien voorkomt het onnodige kosten voor de aanvrager. Voorheen kwam het voor dat aanvragers al een compleet uitgewerkt plan indienden, wat vervolgens niet bleek te voldoen aan de gewenste kwaliteit.
De aanvrager kan dit onderzoek in principe zelf uitvoeren. Met de locatieverkenning zit de aanvrager al in een vroeg stadium met de gemeente aan tafel, waarbij samen gezocht kan worden naar een goed plan.
Nieuwbouw van grotere bouwplannen
Voor een bouwplan anders dan een enkele woning of in omvang vergelijkbaar bouwwerk wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld (hier worden niet de kleinere bouwwerken onder verstaan, zie hiervoor hoofdstukken 7 en 8).
Wat is een beeldkwaliteitsplan?
Een beeldkwaliteitsplan beschrijft de gewenste ruimtelijke kwaliteit van een gebied in woord en beeld. Het is het verbindend element tussen stedenbouw, landschap, architectuur en cultuurhistorie bij de realisatie van ruimtelijke plannen.
Het beeldkwaliteitsplan dient aan de volgende criteria te voldoen:
Prioritering verschillende voorschriften en criteria
De voorschriften uit het omgevingsplan zijn leidend voor waar en wat er gebouwd kan worden en gaat vóór de nota Ruimtelijke Kwaliteit. De nota Ruimtelijke Kwaliteit is aanvullend aan deze voorschriften.
Locatieverkenning of beeldkwaliteitsplan
Voor nieuwbouw dient naast de vaste criteria rekening gehouden te worden met uitkomsten van de locatieverkenning of het beeldkwaliteitsplan (zie hoofdstuk 3).
De vaste criteria beschrijven de algemene uitgangspunten van het architectuurvak en die van iedere ontwerper verwacht mogen worden bij het maken van bouwplannen. Deze vaste criteria gelden altijd en liggen ten grondslag aan iedere planbeoordeling. Daarnaast zijn er in hoofdstuk 5 gebiedscriteria opgenomen voor bouwen in/op/aan/bij bestaande bouw. Hier dient aanvullend op de vaste criteria rekening mee gehouden te worden.
In bijzondere situaties kan worden gekozen om alleen aan de vaste criteria te toetsen. Het kan namelijk voorkomen dat de gebieds- en sneltoetscriteria ontoereikend zijn. Ook kunnen de vaste criteria gebruikt worden als sprake is van een architectonisch ontwerp dat niet past binnen de specifieke in deze nota geformuleerde criteria, maar wel op overtuigende wijze een positieve bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied waar het plan wordt gerealiseerd moet door toevoeging van het plan dus verbeteren.
Het beeld van het bouwwerk is enerzijds gestructureerd en helder, maar ook complex en aantrekkelijk. Een heldere structuur (symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en materialen) zorgt ervoor dat het gebouw herkenbaar en te bevatten is. Tegelijkertijd mag het prikkelen en intrigeren: het gaat om het evenwicht.
Ruimtes, volumes en vlakverdelingen moeten met elkaar samenhangen en een heldere hiërarchie vertonen. De afmetingen van de verschillende onderdelen van het bouwwerk moeten in een juiste verhouding staan met de rest van het gebouw. Een goede harmonie in schaal en maatverhouding maakt het ontwerp sterker en draagt bij aan de beleving van het gebouw zelf en de omgeving waarin het staat.
Het bouwplan moet zo zijn ontworpen dat sprake is van detailleringen die consequent zijn toegepast en die passen bij de gekozen bouwstijl.
Aanwezige karakteristieke en ambachtelijke onderdelen en kenmerkende ornamentiek als overstekken, dak- en gevellijsten, kozijnen, ramen, deuren, pilasters en luiken behouden bij renovatie en verbouw.
In 2050 is het niet meer mogelijk om woningen te verwarmen met aardgas, of te koken op aardgas. De energiebehoefte voor het verwarmen van de woning en voor het gebruik van huishoudelijke apparaten zal dan afkomstig moeten zijn van zogenaamde hernieuwbare energie, elektriciteit opgewekt met windmolens of zonnepanelen, warmtepompen en warm water via zonnecollectoren. Voor een toekomstbestendige woning is het belangrijkste echter om in eerste instantie de woning zeer goed te isoleren waardoor de energievraag van de woning beperkt blijft.
Voor nieuwbouw bij grotere bouwplannen wordt een Beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld. Uitgangspunt is dat naast een goede inpassing in de omgeving zoveel mogelijk wordt uitgegaan van en rekening wordt gehouden met:
Voor verduurzamingsinitiatieven binnen de gedefinieerde gebiedstypen van de bestaande bebouwing, waaronder ook een bouwplan voor een enkele nieuw te bouwen woning wordt verstaan, is afwijking van de beoordelingscriteria mogelijk mits:
Criteria voor toepassing van duurzame materialen zijn door het hoge tempo waarin deze ontwikkeld worden al snel achterhaald. Plannen worden voor advies voorgelegd aan de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
In deze nota Ruimtelijke Kwaliteit worden acht gebieden onderscheiden met elk hun eigen karakteristiek. Deze opdeling vloeit onder andere voort uit de bouwhistorische waardenkaarten. Met het opstellen van de bouwhistorische waardenkaarten is in de afgelopen jaren inzicht verkregen in de kwaliteiten van de bestaande bebouwing van onze gemeente. Op de waardenkaarten is zichtbaar waar bepaalde clusters van gebouwde kwaliteiten zich bevinden. Hieruit is een opdeling in acht gebieden ontstaan. In de volgende paragrafen worden de beoordelingscriteria voor deze gebieden omschreven. De gebieden zijn ingetekend op de aan deze nota toegevoegde overzichtskaart (bijlage 2).
Wanneer het plan tot gevolg heeft dat de omgeving een hogere ruimtelijke kwaliteit krijgt, is afwijken van de gebiedscriteria mogelijk. Het ARK zal dit toetsen op basis van de vaste criteria (hoofdstuk 4).
5.1 Middelburgs profiel (beschermde stadsgezichten en oude dorpskernen)
Middelburg is een van de grootste monumentengemeenten van Nederland. De historisch gegroeide binnenstad met de oude toegangswegen, de oude dorpskernen en de nog overgebleven buitenplaatsen in het buitengebied vormen de identiteit van Middelburg. Het geheel ademt nog de sfeer van een, door de eeuwen heen, natuurlijk gegroeid geheel. Het van oudsher verticale bouwen en het gebruik van historisch verantwoorde bouwmaterialen en kleuren zijn van groot belang voor het voortzetten van deze bouwtraditie.
“Doel van de aanwijzing is, de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende, structuur en ruimtelijke kwaliteit van het gebied te onderkennen als een zwaarwegend belang bij de verdere ontwikkelingen binnen het gebied. De aanwijzing beoogt op die wijze een basis te geven voor een ruimtelijke ontwikkeling, die inspeelt op de aanwezige kwaliteiten, daarvan gebruik maakt en daarop voortbouwt.”
Ter effectuering van de bescherming zijn regels in het bestemmingsplan ‘Binnenstad’ opgenomen. Het bestemmingsplan is bij invoering van de omgevingswet per 1-1-2024 opgenomen in het (tijdelijke) omgevingsplan.
Aanduiding beschermd stadsgezicht ‘Middelburg’ en ‘Noordweg’
Vanaf het eind van de 19e eeuw vinden kleine uitbreidingen aansluitend aan de bestaande dorpsbebouwing plaats. Doorgaans langs reeds bestaande verbindingswegen van en naar de oude dorpskernen en in andere gevallen op basis van een planmatige opzet. Elk dorp kent zijn eigen uitbreidingen en de daarmee samenhangende beeldkwaliteit. De oude dorpskern gaat op in deze nieuwe dorpsbebouwing.
Doelstelling is het behoud van deze beeldkwaliteit voor een prettige en aantrekkelijke woonomgeving.
Het bouwen buiten de stad heeft zich de afgelopen decennia in verschillende fasen voltrokken. Het eind 19e eeuwse bouwen buiten stad, langs de bolwerken en de uitvalswegen. De volkshuisvestingsprojecten, mede in het kader van de wederopbouw, aan de westelijke zijde van de stad. Daarna de sprong over het Kanaal door Walcheren in de 60er en 70er jaren van de vorige eeuw met planmatige stadsuitbreidingen aan de zuidelijke kant en nieuwe woonwijken aan de noordelijke en de westelijke kant van de stad. De meest recente planmatige uitbreidingswijken zijn “Veersepoort” en “Mortiere”. De dorpsuitbreidingen hebben zich in de loop van de tijd, weliswaar kleinschaliger, maar op een min of meer vergelijkbare manier ontwikkeld. Elke uitbreidingsfase heeft, planmatig gesproken, een eigen identiteit meegekregen.
Doelstelling is het behoud van deze beeldkwaliteit voor een prettige en aantrekkelijke woon-, werk- en winkelomgeving.
Middelburg heeft zich, dankzij de gunstige geografische ligging in het Scheldegebied en de goede verbinding met zee, sterk ontwikkeld en geprofileerd als handelsstad en bestuurscentrum. Vanwege de ligging aan de toen zo belangrijke vaarwegen en de gunstige situering t.o.v. het Vlaamse achterland vestigden zich tal van handelscompagnieën en particuliere reders in Middelburg. Aanvankelijk in gehuurde panden, later in eigen kantoren, pakhuizen en werven in en langs het oude centrum. Het regionale en lokale gezag was van oudsher gehuisvest in het stadshart, de abdijgebouwen, het stadhuis en het gerechtshof. De Gouden en de Zilveren eeuw (17e-18e eeuw) waren voor Middelburg op handelsgebied een ongekend hoogtepunt. De daarop volgende Franse Tijd (19e eeuw) bracht echter een economisch keerpunt met zich mee. Door centralisatie van het gezag elders en veranderingen in de politieke machtsverhoudingen verloor Middelburg haar positie als handelshaven. Andere vormen van handel en nieuwe bestuurlijke ontwikkelingen werden in de eerste helft van de 20e eeuw belangrijk voor Middelburg.
De invoering en huisvesting van de gemeentelijke- en provinciale organisatie in de binnenstad. De opkomst en huisvesting van het moderne bank- en verzekeringswezen en de vestiging van commerciële bedrijven in de statige panden langs de kaden. Nieuwe, recente technologische ontwikkelingen, modernisering van bestaande bedrijven, nieuwe vormen van verkeer, vervoer en dienstverlening hebben de aanzet gegeven tot de herpositionering van handelsondernemingen en bestuurlijke locaties, nu aan de rand van de stad.
Voorbeelden zijn het “Bedrijvenpark Mortiere”, de kantoorlocaties in “Park Veldzicht” en de kantoorlocaties langs de Kanaalweg en de Poelendaelesingel.
Doelstelling is het behoud van deze beeldkwaliteit voor een prettige en aantrekkelijke omgeving.
Het agrarisch buitengebied heeft ten gevolge van de inundatie in 1944 en de daarop volgende herverkaveling en de stadsuitbreidingen een totale metamorfose ondergaan. Ondanks deze ingrepen zijn er in het nieuwe agrarische gebied nog tal van historische landschappelijke kenmerken, klein en groot, terug te vinden die verwijzen naar de oorspronkelijke inrichting van het landschap en de daaruit voortvloeiende beeldkwaliteit. Na de inundatie zijn ook nieuwe kwaliteiten, zoals bijvoorbeeld het open landschap en de vergezichten, ontstaan.
Doelstelling is enerzijds het behoud van deze kwaliteiten en historische kenmerken en anderzijds de mogelijkheid te bieden om te bouwen volgens de hedendaagse maatstaven.
De uitvoering van het Deltaplan (1957) met als doel het verkorten en versterken van de kustlijn in het deltagebied is de aanzet tot de ontwikkeling van recreatie langs het Veerse Meer geweest. Het toenmalige, met open zee in verbinding staande Veerse Gat en de Zandkreek werden achtereenvolgens afgesloten door de Zandkreekdam met sluis (1960) en de Veerse Gatdam, later Veerse Dam (1961). Op die wijze ontstond het Veerse Meer. In de daarop volgende jaren werden in hoog tempo jachthavens met aanlegplaatsen en zomerhuizen- en dagrecreatieterreinen en natuurgebieden aangelegd. Voorbeelden zijn jachthaven en zomerhuizenterrein “Oranjeplaat”, Camping “De Witte Raaf”, recreatieterrein “Het Zilveren Schor” en dagrecreatiegebied “De Piet”. Het Veerse Meer werd en is nog steeds een toeristische trekpleister van formaat. Het meer is een aantrekkelijke watersportplaats voor zeilers, sportvissers en sportduikers en een geliefd verblijfsgebied voor dag- en zomerrecreanten. Elk recreatiegebied heeft, planmatig gesproken, een eigen identiteit meegekregen.
Doelstelling is het behoud van deze beeldkwaliteit voor een prettige en aantrekkelijke recreatieomgeving.
De bedrijvigheid in Middelburg speelde zich tot het begin van de 20e eeuw voornamelijk af in het oude stadscentrum. De ene helft van de beroepsbevolking was werkzaam in lokale kleinschalige, agrarisch gerelateerde bedrijvigheid en de scheepswerven. De andere helft was werkzaam in het ambtelijk bestuur. Bedrijfsmodernisatie en –mechanisatie die vanaf de 2e helft van de 19e eeuw plaatsvond had tot gevolg dat bedrijven zich naar de rand van de stad gingen verplaatsten. Hier vonden ook nieuwe bedrijfsvestigingen plaats. De typische oude bedrijfsbebouwing werd doorgaans gesloopt en de terreinen werden gesaneerd. Van deze voor Middelburg kenmerkende bedrijfsbebouwing zijn enkele voorbeelden behouden gebleven (de pakhuizen langs de kaden, het Prins Hendrikdok, de Azijnfabriek a/d Pijpstraat en de Industriemolen aan de Seisstraat). De aanleg van het Kanaal door Walcheren en het NS-spoor gaf de aanzet tot de ontwikkeling van bedrijfsterreinen langs deze nieuwe transportwegen. Begin zeventiger jaren van de vorige eeuw ontstaat het industrieterrein Arnestein.
De oude bedrijfsgebouwen hadden nog de combinatie van functionaliteit en architectuur, waarbij gebruik gemaakt werd met de voor die tijd gangbare bouwmaterialen, zoals baksteen, keramische dakpannen en hout. Nu is het zo dat de nadruk meer ligt op economisch bouwen waarbij de architectuur en materiaalgebruik een ondergeschikte rol speelt. Dit brengt een sluipend proces van teruggang met zich mee, dat nu al op een aantal bedrijfsterreinen zichtbaar is. Terwijl deze bedrijfsterreinen deel uitmaken van de entree van de stad.
Doelstelling is het in stand houden van de aanwezige beeldkwaliteit en waar mogelijk verbeteren, onder andere door het tegengaan van verrommeling door opslag of verbouwactiviteiten en de bouw van aan-, uit- en bijgebouwen.
6 Richtlijnen voor- beschermde monumenten
Van de ongeveer 30.800 adressen in de gemeente Middelburg is minder dan 4% beschermd als rijks- of gemeentelijke monument. Met 1156 objecten opgenomen in het rijksmonumentenregister is de gemeente Middelburg de 8e grootste monumentengemeente van Nederland. De waarde van de monumenten voor de gemeente is in 2024 in zowel de ‘Omgevingsvisie Middelburg 2050’ als het ‘Beleidsplan Toerisme Middelburg 2030’ vastgelegd en zal ook een belangrijke basis vormen voor het op te stellen Erfgoedbeleid.
Voor de omgang met beschermde monumenten vormt het document ‘Uitgangspunten voor de adviespraktijk | toepassing beoordelingsregels bij advisering bij advisering over gebouwde en aangelegde rijkmonumenten’ van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de basis.
Een belangrijk uitgangspunt (8 van 12) in dit document betreft de Ontwerpkwaliteit van ingrepen en luidt:
‘Bij aanpassing, herbestemming of uitbreiding van monumenten is vrijwel altijd sprake van een ontwerpopgave. Ingrepen kunnen sterk verschillen in aard en omvang; van het aanbrengen van een enkele deur tot het toevoegen van complete bouwvolumes ter uitbreiding van een bestaande structuur. Ten aanzien van de vormgeving van alle opgaven geldt geen principiële voorkeur voor ‘aangepast aan’ of ‘contrasterend met’ het bestaande. Uitgangspunt is dat de ingrepen zich op passende wijze moeten verhouden tot de typologie en karakteristiek van het monument, waarbij een goede functionaliteit gewaarborgd is. Het streven hierbij is om een optimale balans te realiseren tussen monumentale waarde en gewenste aanpassingen. Dit betekent dat deze aanpassingen de waarde van het monument voldoende ondersteunen en tegelijkertijd door hun ontwerpkwaliteit hieraan een nieuwe betekenisvolle tijdlaag toevoegen. Op die manier kan de noodzakelijke transformatie leiden tot een architectonische verrijking en op termijn een verhoging van de monumentale waarde van het monument.”
Het uitgangspunt is het behoud van het (archeologisch) monument en zijn monumentwaarden. Het monument is immers van een zodanig algemeen belang dat ervoor gekozen is het als rijks (of gemeentelijk) monument aan te wijzen. Dit aanwijzen gebeurt niet voor de korte termijn, maar om het voor de huidige en toekomstige generaties te bewaren.
Werkzaamheden aan monumenten worden getoetst aan de uitvoeringsrichtlijnen van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg. Deze uitvoeringsrichtlijnen zijn vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen Restauratiekwaliteit en garanderen een professionele, consistente en transparante beoordeling van plannen en beschermden beschermen tegelijkertijd de erfgoedwaarden op een verantwoorde manier.
Een ERM-uitvoeringsrichtlijn bevat de technische afspraken, de juridische en de procedurele aspecten van het werk aan monumenten. De uitvoeringsrichtlijn beschrijft hoe een bepaald deel van het werk aan een monument het beste uitgevoerd kan worden; met de uitvoeringstechnieken en methoden die historisch verantwoord zijn en tegelijk aansluiten op moderne techniek. Zij houden rekening met de wettelijke eisen en de wensen op het gebied van comfort en duurzaamheid. De uitvoeringsrichtlijnen bevatten ook de technische specificaties van materialen, gebruik van producten, verbindingen etc.
Voor verduurzamingsmaatregelen bij monumenten hanteren we het Afwegingskader Verduurzaming van Monumenten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als toetsingskader
Het document ‘Verduurzaming van monumenten - afwegingskader voor vergunningverlening’ van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed benoemt dat getrokken glas in beginsel kan worden vervangen. Het benoemt echter ook: “Getrokken glas wordt toegepast vanaf het begin van de twintigste eeuw. Getrokken glas is te herkennen aan het oppervlak dat niet geheel vlak is, waardoor het glas een lichte vertekening heeft. Dit glas met vertekening heeft historische waarde. Bij vervanging van het glas gaat deze waarde verloren.” Door de enorme schade na de stadsbrand in mei 1940 vormt de wederopbouwperiode een voor Middelburg zeer belangrijke tijdslaag. Bij de wederopbouw is ook getrokken glas toegepast. Behoud van dit glastype is dan ook het uitgangspunt. Dit geldt in ieder geval voor panden die een individuele bescherming als rijks- of gemeentelijk monument hebben. Voor niet-beschermde panden binnen het gemarkeerde wederopbouwgebied is behoud het uitgangspunt, maar zijn andere glastoepassingen bespreekbaar mits het bebouwingsbeeld intact blijft
Naast de uitvoeringsrichtlijnen van de St. Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg en het Afwegingskader Verduurzamen van Monumenten sluiten we voor de toetsing van verduurzamingsmaatregelen bij monumenten aan bij:
7 Criteria voor de sneltoets bij kleine bouwplannen
Veel kleine bouwplannen kunnen tegenwoordig vergunningsvrij gebouwd worden, maar niet allemaal. Met name in de beschermde stadsgezichten is voor veel kleine bouwplannen nog een omgevingsvergunning vereist. Voor de beoordeling van bepaalde kleine bouwplannen waar een omgevingsvergunning voor nodig is, vindt het gemeentebestuur het niet noodzakelijk advies in te winnen bij het ARK. Hiervoor volstaat een sneltoets door het Sneltoetsteam (ST, een ambtelijke werkgroep). Voordeel van de sneltoets is dat deze niet hoeft te wachten op de driewekelijkse vergadering van het ARK. Een ander voordeel is dat de aanvrager vooraf duidelijkheid heeft over wat wel en niet kan op het gebied van Ruimtelijke Kwaliteit en de toets in principe vooraf zelf al kan uitvoeren. Doorgaans krijgt men binnen tien werkdagen reactie op een sneltoets vergunningsaanvraag. De sneltoets is bedoeld voor de gehele gemeente, dus ook in de beschermde stadsgezichten en op monumenten.
De sneltoets geldt o.a. voor vergunningsplichtige bijgebouwen, aan- en uitbouwen, dakkapellen, erfafscheidingen en kozijn- en gevelwijzigingen, zoals in de volgende paragrafen staat omschreven.
De omgevingsplanvoorschriften zijn leidend voor waar en wat er gebouwd kan worden. Daarom is het belangrijk dat de aanvrager altijd vooraf kennis neemt van het omgevingsplan. Wanneer het bouwplan past kunnen de hierna genoemde sneltoetscriteria worden toegepast.
De sneltoets kan ook gelden voor monumenten en panden in de beschermde stadsgezichten. Voor monumenten en cultuurhistorisch waardevolle panden is het belangrijk om rekening te houden met de monumentencriteria (zie hoofdstuk 6).
Geen sneltoets voor topmonumenten en bijzondere / afwijkende bouwwerken
Wanneer niet aan de sneltoetscriteria wordt voldaan, of het ST twijfelt over de invloed van het plan op de ruimtelijke kwaliteit van het bouwwerk en zijn omgeving, wordt het bouwplan om advies voorgelegd aan het ARK en zijn de vaste- en gebiedscriteria van deze nota van toepassing.
In bijlage 4 is een lijst opgenomen van gebouwen en complexen met een bijzondere/afwijkende architectuur. Deze zijn dermate bijzonder dat (ver)bouwplannen altijd behandeld dienen te worden in het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
(Vlaggen)masten, (gsm)antennes, reclamezuilen, technische installaties op daken, windturbines
Masten, antennes, zuilen e.d. hebben een vaak zeer eigen technische vormgeving, die verstorend kan zijn voor het gebouw waar ze op aangebracht worden, het straatbeeld of als vrijstaand object in de omgeving. Een zorgvuldige plaatsbepaling kan een goed middel zijn om deze voorzieningen in te passen in de omgeving. Voor zover niet vergunningsvrij worden deze zaken om advies voorgelegd aan het ARK.
In deze paragraaf staan de criteria waaraan een vergunningsplichtig bouwwerk moet voldoen om voor een sneltoets in aanmerking te komen. Voordeel is de snelheid van afhandelen omdat het ST wekelijks samenkomt en de vergunning doorgaans binnen 10 werkdagen kan worden afgehandeld. Wanneer u twijfelt of uw plan past binnen de sneltoetscriteria, kunt u contact opnemen met de vakbalie Vergunningen van de gemeente. Wanneer het plan niet voldoet aan de sneltoetscriteria, of het ST twijfelt over de impact van het plan (b.v. beeldkwaliteit of monumentale waarden), kan het plan worden voorgelegd aan het ARK.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 28 mei 2026.
de raadsgriffier
Alex Rijpert
de voorzitter
Yvonne van Mastrigt
BIJLAGE 3 Samenstelling Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit
Zie: Verordening adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) gemeente Middelburg 2022 | Lokale wet- en regelgeving
BIJLAGE 4 Topmonumenten van Middelburg
Vestingen en verdedigingswerken
BIJLAGE 5 Hoe maak ik mijn monument duurzaam?
Zie hoofdstuk 4 Duurzaamheid en hoofdstuk 6 Richtlijnen voor- beschermde monumenten.
BIJLAGE 6 Richtlijnen toetsing zonnepanelen op monumenten en in beschermde stadsgezichten
In artikel 2.29 lid d van het Besluit bouwwerken leefomgeving is opgenomen dat tet plaatsen van een zonnecollector voor warmteopwekking of een zonnepaneel voor elektriciteitsopwekking op een dak vergunning vrij voor is het ruimtelijk deel van het bouwen als wordt voldaan aan de volgende eisen:
Binnen een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht geldt ook een vrijstelling voor het plaatsen van een zonnepaneel/ zonnecollector (artikel 2.29, d Besluit bouwwerken leefomgeving). Deze vrijstelling geldt echter alleen bij plaatsing op een achterdakvlak dat niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd.
Het plaatsen van zonnepanelen op een dak op een locatie waaraan in het omgevingsplan de functieaanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven (artikel 2.30, lid 3), is vergunningplichtig als:
Toetsingscriteria aanvragen omgevingsvergunning zonnepanelen binnen beschermd stadsgezicht ‘Middelburg’
Locaties waar, naast rooilijn en bebouwingsschaal, het historisch bebouwingsbeeld een te beschermen belang heeft. (op de Historisch Ruimtelijke Waarderingskaart zijn deze locaties lichtblauw gemarkeerd)
Gebiedsdelen die nog tijdens of kort na de Tweede Wereldoorlog zijn herbouwd. (op de Historisch Ruimtelijke Waarderingskaart donkergrijs gearceerd), criteria;
Locaties die vooral van stedenbouwkundig belang zijn, criteria;
Zonnepanelen binnen beschermd stadsgezicht ‘Noordweg’
Toetsingscriteria aanvragen omgevingsvergunning
Zonnepanelen op rijks- of gemeentelijke monumenten
Toetsingscriteria aanvragen omgevingsvergunning
Aanvragen voor zonnepanelen op rijks- en gemeentelijke monumenten worden getoetst aan het beleid van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Dit betekent dat bij monumenten positief geadviseerd wordt over pv-panelen die uit het zicht liggen en geen aantasting vormen van waardevolle onderdelen van het monument en zorgvuldig op het dak worden aangebracht.
Voorwaarde voor een positief advies voor zonnepanelen in het zicht is onder meer een zorgvuldig afgewogen ontwerp. Onevenredige visuele verstoringen zijn daarbij nog steeds niet acceptabel. Voor monumenten gelegen binnen het beschermd stadsgezicht Middelburg gelden tevens de daarvoor geldende criteria.
Naast zichtbaarheid en ontsiering geldt bij monumenten aanvullend;
Zonnepanelen aan gevels, op de grond of op losse stellages
Panelen op gevels kunnen worden toegestaan als;
Panelen op de grond kunnen worden toegestaan als;
Panelen op losse stellages kunnen worden toegestaan als;
In alle situaties wordt het ontwerp/plan voor advies voorgelegd aan de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Indien op een plat dak: de afstand van het paneel tot de dakrand (L) moet groter of gelijk zijn aan de hoogte (H).
Toetsingscriteria aanvragen omgevingsvergunning
Met reclamebeleid willen we Middelburg aantrekkelijk maken en houden voor ondernemers, bewoners en bezoekers. Ondernemers moeten hun zaak kenbaar kunnen maken en hun producten aanprijzen. Consumenten moeten weten waar ze bepaalde producten kunnen kopen en bewoners, bezoekers en toeristen moeten kunnen blijven genieten van een fraaie gemeente met historische en architectonische kwaliteiten en een aantrekkelijk winkel-, cultuur, recreatie- en bedrijvenaanbod.
Een hoogwaardige beeldkwaliteit van de historische binnenstad zorgt voor aantrekkingskracht op bezoekers van buiten en geeft een impuls aan de ondernemers. Het zorgvuldig omgaan met de ruimtelijke en historische kwaliteiten zijn van grote invloed op de economische kracht van de gemeente. Een overdaad aan reclame-uitingen moet voorkomen worden. Houdt er rekening mee dat er in de binnenstad belasting betaald moet worden voor het hebben van reclames.
De gemeente kent verschillende gebieden waar verschillende sneltoetscriteria gelden voor reclames (zie bijlage 2: overzichtskaart).
Plannen die niet voldoen aan de sneltoetscriteria uit deze bijlage, zullen worden voorgelegd aan het ARK.
Gebied 1: Het Middelburgs profiel
Maximaal 3 reclames per bedrijf (-s verzamelgebouw). Als er al een reclame aanwezig is telt die mee in het maximale aantal reclames van 3 per bedrijf (-s verzamelgebouw);
Reclames evenwijdig aan de gevel
Reclames haaks op de gevel (uitsteekbakjes, uitsteekborden, of banieren)
Winkelcentra in alle gebieden behalve gebied 1
Dezelfde criteria als voor “gebied 1: Het Middelburgs profiel” en hieronder de afwijkende criteria:
Reclames evenwijdig aan de gevel
Dezelfde criteria als voor “gebied 1: Het Middelburgs profiel” en hieronder de afwijkende criteria:
Reclames evenwijdig aan de gevel
Dezelfde criteria als voor “gebied 1: Het Middelburgs profiel” én de afwijkende regels van “gebied 4: Handel en kantoren” én de afwijkende criteria zoals hieronder opgesomd:
Reclames haaks op de gevel (uitsteekbakjes, uitsteekborden, of banieren)
Reclames evenwijdig aan de gevel
Terrassenbeleid Middelburg 2025
In 2025 is los van deze nota een nieuw terrassenbeleid vastgesteld, het beleidsdocument met de vigerende regels is terug te vinden op de website van de Gemeente Middelburg;
Binnen het nieuwe kader van de omgevingswet is het niet mogelijk om flitsvergunningen in hun huidige vorm te behouden. Voorheen werd een legesvrije reguliere vergunning (bekend als een flitsvergunning) afgegeven op basis van een ‘flitstoets’. Deze toetsing zal in de nieuwe nota worden gehandhaafd, wel zal de activiteit met vergunningplicht via het omgevingsloket moeten worden aangevraagd. De activiteiten waarbinnen de sneltoetscriteria worden getoetst zijn:
Voor de beoordeling van bepaalde kleine bouwplannen waar een omgevingsvergunning voor nodig is, vindt het gemeentebestuur het niet noodzakelijk advies in te winnen bij het ARK. Hiervoor volstaat een sneltoets door het Sneltoetsteam (ST, een ambtelijke werkgroep). Voordeel van de sneltoets is dat deze niet hoeft te wachten op de driewekelijkse vergadering van het ARK. Een ander voordeel is dat de aanvrager vooraf duidelijkheid heeft over wat wel en niet kan op het gebied van Ruimtelijke Kwaliteit en de toets in principe vooraf zelf al kan uitvoeren. Hiervoor zijn in de nota sneltoetscriteria opgenomen
BIJLAGE 9.2 Sneltoetscriteria Zonwering
Voor het aanbrengen van zonweringen op woningen en andere gebouwen in de beschermde stadsgezichten is in de meeste gevallen een vergunning nodig. Zeker als het om beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten gaat. Met de sneltoetscriteria Zonwering kan op woningen en andere gebouwen in de beschermde stadsgezichten zonwering worden aangebracht.
Zonweringen die voldoen aan de voorwaarden uit deze regeling kunnen - zonder leges - na vergunningverlening door een medewerker van de afdeling Vergunningverlening en Handhaving worden aangebracht.
Steeds zal per geval worden beoordeeld of de zonwering past binnen deze criteria, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden. Dat kan het geval zijn indien een gebouw zodanige kwaliteiten bezit (bijvoorbeeld historische geveldecoraties en bijzondere architectuur) dat het aanbrengen van zonwering volgens de maximale grenzen van deze regeling deze specifieke kwaliteiten verstoort. Verder zal per plan gekeken worden of de zonwering geen probleem voor het gebruik van de openbare weg oplevert. Plannen die niet voldoen aan de criteria, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Omschrijving en uitgangspunten
Zonweringen zijn bedoeld voor het geven van beschutting en bescherming tegen de zon. Een veelheid van vormen, kleuren en afwisselende plaatsing, kan een storend beeld in de omgeving veroorzaken.
De bak van een screen of een uitval- of knikarmscherm mag maximaal 5 cm buiten de gevel steken. Een uitzondering is mogelijk voor bedrijven en horeca, waarbij de zonwering van de begane grond over de gehele gevel gemonteerd mag worden. De bak kan dan op de muur gemonteerd worden en steekt dus mogelijk verder uit;
Uitval- of knikarmschermen op de begane grond steken maximaal 2 meter uit de gevel. Een uitzondering is mogelijk voor horecapanden gelegen aan pleinen (zoals de Markt, Plein ’40 en Tympaanplein), dan mogen ze maximaal 3,5 meter uit de gevel steken. Let op! Dit zijn maximale afmetingen: de zonneschermen mogen niet dieper zijn dan dat ze breed zijn;
BIJLAGE 9.3 Sneltoetscriteria glasvervanging
Het vervangen van beschadigd glas door identiek glas in de bestaande glassponning valt onder het uitvoeren van normaal onderhoud. Voor het plaatsen van ander glas, bijvoorbeeld isolerend glas in een beschermd rijks- of gemeentelijk monument is een vergunning vereist. Datzelfde geldt voor gevels van overige gebouwen die gekeerd zijn naar het openbaar toegankelijk gebied in de beschermde stadsgezichten.
Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze regeling, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene. Dit kan het geval zijn indien een gebouw zodanige historische kwaliteiten (bijvoorbeeld bijzondere kozijnen en/of ramen, materiaaltoepassingen, detailleringen en bijzondere beglazingen zoals bijvoorbeeld glas-in-lood, gekleurd en versierd glas) bezit, dat het vervangen van het glas volgens de maximale grenzen van deze regeling deze historische kwaliteiten teniet doet of verstoort. Plannen die niet voldoen aan deze regeling, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Deze regeling geldt niet voor:
Achterzetramen (binnenvoorzetramen)
Ramen met een niet-monumentale waarde
BIJLAGE 9.4 Sneltoetscriteria (dak)raam-, kozijn- en kelderluikvervanging
Het vervangen van (dak)ramen, luiken en kozijnen van rijks- en gemeentelijke monumenten en van gebouwen in de beschermde stadsgezichten is in de meeste gevallen vergunningplichtig. Voor het vervangen van (dak)ramen, luiken en kozijnen kan voor deze panden gebruik worden gemaakt van de sneltoetscriteria.
Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze regeling, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden waardoor niet met de sneltoetscriteria kan worden volstaan. Dat kan het geval zijn indien een gebouw zodanige historische en of architectonische kwaliteiten (bijvoorbeeld bijzondere kozijn- en/of raamvormen, materiaaltoepassingen of detailleringen) bezit, dat het vervangen van ramen, luiken en kozijnen volgens de maximale grenzen van deze regeling deze specifieke kwaliteiten teniet doet of verstoort. Plannen die niet voldoen aan deze criteria, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
BIJLAGE 9.5 Sneltoetscriteria schilderwerk
Voor het schilderen van (onderdelen van) een beschermd rijks- of gemeentelijk monument en binnen de beschermde stadsgezichten is een vergunning vereist. Schildervoorstellen die voldoen aan de regels uit deze criteria kunnen sneller worden vergund.
Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze criteria, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden waardoor niet met de sneltoetscriteria kan worden volstaan. Plannen die niet voldoen aan deze criteria, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Op basis van kleurhistorisch onderzoek kan een afwijkend kleurenschema worden toegestaan. Daarbij is het van belang dat de aangetroffen historische verflagen binnen de juiste context en passend bij de huidige verschijningsvorm van de betreffende gevel tot een historisch verantwoord kleurenschema leiden.
Deze regeling geldt niet voor:
Kroonlijst, fries en deuromlijsting
Ramen en roedes dienen in dezelfde kleur te worden uitgevoerd, dat wil ook zeggen dat zogenaamde stopverfbiesjes niet toegestaan zijn. In de kleurtabel vindt u een overzicht van de toegestane kleuren. Dit zijn wit, lichte zandsteenkleur, lichtgrijs (bij deze drie kleuren moet er minimaal een klein kleurverschil gehanteerd worden tussen de kozijnen en de ramen/roedes), okergeel (zeer donker geel), donkergroen, donkerblauw, donkerrood, donkerbruin en donkergrijs.
Deuren en luiken dienen in dezelfde kleur geschilderd te worden, tenzij bestaande luiken voorzien zijn van een luikdecoratie, zoals bijvoorbeeld het Middelburgse zandlopermotief. Zulke decoraties dienen behouden te blijven. Op bestaande luiken zonder decoratie is het niet toegestaan om zonder advies van het ARK decoraties aan te brengen.
De huisnaam mag niet aanstootgevend zijn of bedoeld zijn voor reclamedoeleinden. Ed de Graaf heeft een boek geschreven over huisnamen, ‘d’ Guld Waerrelt - De wondere huisnaamwereld van Middelburg’. Voor een passende huisnaam kunnen eigenaren zich voor advies wenden tot de schrijver op het e-mailadres huisnamen.mburg@zeelandnet.nl.
Her en der in de Middelburgse binnenstad komen historische zonweringkasten voor. Deze mogen alleen in de kleur van het kozijn geschilderd worden.
De afgebeelde kleuren komen mogelijk niet exact overeen met de bedoelde toegestane kleuren. Hou daarom de genoemde kleurnummers aan. Deze zijn bekend bij elke verfhandel en doe-het-zelfzaak.
Kleine afwijkingen van deze kleuren zijn overigens toegestaan. Het gaat dan om één tint lichter of donkerder dan de genoemde kleuren.
Op basis van kleur historisch onderzoek kan een afwijkend kleurenschema worden toegestaan. Daarbij is het van belang dat de aangetroffen historische verflagen binnen de juiste context en passend bij de huidige verschijningsvorm van de betreffende gevel tot een historisch verantwoord kleurenschema leiden.
BIJLAGE 9.6 Sneltoetscriteria veiligheidsvoorzieningen
De overheid verplicht maatregelen te nemen om veilig te kunnen werken op grotere hoogte, zoals bijvoorbeeld op dakvlakken ten behoeve van inspecties en onderhoud. Er zijn voorzieningen nodig om aan vast te kunnen haken of aan te kunnen lijnen om naar beneden vallen te voorkomen.
Hiervoor worden ladderhaken en veiligheidsogen op het dak en aan dakkapellen aangebracht.
Het aanbrengen van veiligheidsvoorzieningen in het dakvlak, zoals ladderhaken en veiligheidsogen is voor beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten omgevingsvergunningplichtig.
Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze regeling, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden. Dat kan het geval zijn indien een gebouw zodanige historische kwaliteiten bezit, dat het aanbrengen van dergelijke voorzieningen volgens de maximale grenzen van deze regeling deze specifieke kwaliteiten teniet doet of verstoort. Plannen die niet voldoen aan deze regeling, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Om lekkage en ontsiering van het gebouw tot een minimum te beperken moeten veiligheidsvoorzieningen in het dak zo spaarzaam als mogelijk worden aangebracht.
BIJLAGE 9.7 Sneltoetscriteria kleine gevelvoorzieningen
Het aanbrengen van kleine voorwerpen, zoals o.a. sleutelkluizen, postkastjes, bordjes, monumentenschildjes, buitenverlichting, vlaggenhouders, gedenkplaten en intercominstallaties, op gevels van beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten en op gebouwen in de beschermde gezichten is meestal vergunning plichtig.
Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze criteria, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden. Dat kan het geval zijn indien een gebouw zodanige historische en/of architectonische kwaliteiten bezit, dat het aanbrengen van dergelijke voorwerpen volgens de maximale grenzen van deze regeling deze specifieke kwaliteiten teniet doet of verstoort. Plannen die niet voldoen aan deze regeling, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Maximaal 1 kleine gevelvoorziening mogelijk met deze sneltoetscriteria ervan uitgaande dat er geen verdere voorzieningen aanwezig zijn.
Maximale afmetingen van de kleine gevelvoorzieningen: lengte x hoogte x diepte = 400 x 400 x 200 mm.
BIJLAGE 9.8 Sneltoetscriteria Interieur
Bouwkundige veranderingen aan de binnenzijde van beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten zijn in principe vergunningplichtig. Zeker wanneer daar hak- en breekwerk aan te pas komt.
De sneltoetscriteria Interieur zijn van toepassing op veranderingen in het interieur van een beschermd monument waarbij beperkte hak- en breekwerkzaamheden plaatsvinden.
Voorstellen die voldoen aan de voorwaarden uit deze regeling kunnen sneller zonder adviesaanvraag bij de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit door een Erfgoeddeskundige van de gemeente worden beoordeeld.
Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze regeling, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden waardoor niet met de sneltoetscriteria kan worden volstaan. Dat kan het geval zijn bij topmonumenten (zie bijlage 4) of indien een gebouw zodanige historische kwaliteiten (bijvoorbeeld bijzondere interieuronderdelen, zoals betimmeringen, plafonds, vloeren, schouwen en binnenmuren) bezit, dat het wijzigen van het interieur volgens de maximale grenzen van deze regeling deze specifieke kwaliteiten teniet doet of verstoort. Plannen die niet voldoen aan deze regeling, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
Uitgangspunt is behoud van alle onderdelen van het gebouw die al aanwezig waren op het moment waarop het gebouw als beschermd monument is aangewezen. De sneltoetscriteria hebben dus alleen betrekking op interieuronderdelen die daarna zijn aangebracht, bijvoorbeeld een later ingebouwde keuken of badkamer, systeemplafonds, binnenwanden, betimmeringen en schilderwerk. Van deze regeling kan alleen gebruik worden gemaakt als er geen monumentale onderdelen worden beschadigd.
Onderdelen die binnen deze regeling vallen:
Voorbeelden van interieurwijzigingen met beperkte hak- en breekwerkzaamheden
BIJLAGE 9.9 Sneltoetscriteria herstelwerk
Herstelwerk aan beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten is in de meeste gevallen vergunningplichtig, omdat er vaak hak- en/of breekwerk nodig is.
Steeds zal per geval worden beoordeeld of de voorgenomen uitvoering past binnen deze regeling, of dat er sprake is van een specifieke situatie of van onvoorziene omstandigheden waardoor niet met de sneltoetscriteria kan worden volstaan. Dat kan het geval zijn indien een gebouw bijzondere historische en of architectonische kwaliteiten heeft. Bijvoorbeeld bijzonder metselwerk, kozijn- en/of raamvormen, materiaaltoepassingen of detailleringen. Plannen die niet voldoen aan deze regeling, zullen worden voorgelegd aan het Sneltoetsteam of het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit.
plaatselijk herstel of het vervangen van delen tot maximaal 50% van de bouwmassa met hetzelfde materiaal, en met dezelfde houtzwaarten en houtprofileringen als bestaand wordt uitgevoerd. Een uitzondering op deze regeling zijn de houten kruiskozijnen en restanten daarvan. Deze kozijnvorm is nagenoeg uit Middelburg verdwenen. De omvang en de uitvoering van de herstelwerkzaamheden aan dit kozijntype moet vooraf ter plaatse worden vastgesteld.
vervanging van grotere oppervlakten van de bestaande dakbedekking wordt uitgevoerd met hergebruik van het afkomende materiaal, aangevuld met hetzelfde pantype in dezelfde kleur (het vervangen van tengels en panlatten en het aanbrengen van een waterdichte, en ventilerende folie is hierbij inbegrepen);
en dit aanlassen plaatsvindt m.b.v. identieke materialen in de vorm als bestaand en dit aangieten plaatsvindt tot dezelfde houtzwaarte als bestaand.
en vervanging van deze onderdelen plaatsvindt met dezelfde materialen en in dezelfde vorm als bestaand. Historische eiken daksporen vormen een uitzondering op deze regeling. Zij zijn een zeldzaam verschijnsel in de historische kappen in Middelburg. Omvang en uitvoeringswijze van de herstelwerkzaamheden aan deze dakspoorsoort moet vooraf worden vastgesteld.
de herstelwerkzaamheden aan de uitwendige ankerwerken zich beperken tot:
vooraf afspraken gemaakt worden over het herstel van gebreken aan:
Voorbeelden van herstelwerkzaamheden volgens de sneltoetscriteria
BIJLAGE 10 Servicemoment voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten
Inpandige veranderingen aan een beschermd rijks- of gemeentelijk monument vergunningsvrij?
Inpandige veranderingen aan beschermde monumenten, zoals de inbouw van een nieuwe keuken, nieuw sanitair, het vervangen van recente plafonds, aanpassingen aan de CV-installatie en dergelijke, zijn in veel gevallen omgevingsvergunningvrij. Het gaat dan om recente toevoegingen (dat zijn bijvoorbeeld onderdelen die ten tijde van de aanwijzing als beschermd monument nog niet bestonden). Voor al deze vergunningsvrije activiteiten geldt dat ze zonder hak- en breekwerk worden uitgevoerd. Anders is toch een omgevingsvergunning; bouwactiviteit (omgevingsplan) nodig. Eventueel aangevuld met een omgevingsvergunning; rijksmonumenten-activiteit (met betrekking tot een gebouwd of aangelegd rijksmonument).
Gemeente Middelburg heeft voor deze vergunningsvrije zaken een servicemoment gemaakt. De ervaring leert namelijk dat er vaak toch hak- en breekwerk nodig is waardoor het monument beschadigd kan raken. Daardoor worden de werkzaamheden ineens wel vergunningsplichtig. Met het servicemoment wil de gemeente monumenteneigenaren in de gelegenheid stellen hun plannen vooraf met de gemeente door te spreken. De gemeente heeft medewerkers met monumentenkennis in dienst die plannen naar een hoger niveau kunnen tillen. Soms door eenvoudige aanpassingen aan het plan, kunnen plannen toch zonder vergunning of met een sneltoets- omgevingsvergunning gerealiseerd worden en wordt het monument niet beschadigd. Het servicemoment is een regeling waarbij gratis advies kan worden gekregen voor veranderingen in het interieur van een monument die vergunningsvrij kunnen worden uitgevoerd.
Een medewerker zal ter plaatse komen kijken. Gestreefd wordt om het advies ter plaatse te geven. Steeds zal per geval worden gekeken of de voorgenomen uitvoering past binnen de regeling vergunningsvrij bouwen, of dat er sprake is van een bijzondere situatie. Dat kan het geval zijn wanneer het wijzigen van het interieur verder gaat dan waar de regeling vergunningsvrij bouwen voor is bedoeld.
Hoe kunt u gebruik maken van het servicemoment?
U kunt contact opnemen met de afdeling Erfgoed op het telefoonnummer: 0118-67 50 00, of per e-mail: erfgoed@middelburg.nl
Voorbeelden van mogelijkheden voor een servicemoment
Plaatsen van nieuwe interieuronderdelen, zoals keukenblokken, binnendeuren, inbouwkasten en sanitair.
Beeldkwaliteitsplan + Arnestein
Document vastgesteld door de gemeenteraad Middelburg
Dit beeldkwaliteitsplan schept kwalitatieve uitgangspunten waaraan ruimtelijke ontwikkelingen op Arnestein dienen te voldoen. Tot voor kort was Arnestein welstandsvrij conform de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016 (Gebied 8: Arnestein Welstandsvrij). Dit beeldkwaliteitsplan stuurt niet louter op architectonische en ruimtelijke kwaliteiten.
De focus ligt op een breder perspectief waar maatschappelijk relevante thema’s zoals circulaire economie en groen geïntegreerd zijn. Nieuwe ruimtelijke ingrepen en doorontwikkelingen van het bestaande, dragen actief bij aan de versnelling naar een duurzame samenleving. Waardevermeerdering is het motto.
Dit beeldkwaliteitsplan is opgedeeld in een ‘A’ en ‘B’ deel. Deel A omvat de toetsbare beeldkwaliteit in de vorm van kwalitatieve uitgangspunten voor gebouw en erfafscheiding.
Maatschappelijke relevante thema’s – o.a. in lijn met de omgevingswet - zijn als advies opgenomen in deel B. Zo zijn energie, circulariteit en klimaatbestendig bouwen onderdelen die initiatiefnemers bij een bouwplan in overweging dienen te nemen. Beschouw deze duurzame ambities als dringend advies.
H et programma, de locatie en het vigerende beleid dienen op elkaar te worden afgestemd. Om dit zorgvuldig te doen, adviseren we samen te werken met een architect. Deze is op de hoogte van de regelgeving en kan u adviseren in de gewenste beeldkwaliteit. Op www.bna.nl vindt u meer informatie over wat een architect voor u kan betekenen.
Voor Arnestein geldt een zogeheten licht welstandsregime. Er geldt een repressief in plaats van een preventief welstandsbeleid. Dat wil zeggen dat bouwwerken moeten voldoen aan de richtlijnen uit dit beeldkwaliteitsplan en dat er bij ongewenste situaties (excessen), kan worden gehandhaafd.
Het beeldkwaliteitsplan is niet het enige beleidsdocument waaraan ruimtelijke ontwikkelingen dienen te voldoen. Het Omgevingsplan, een lokale verordening of kavelpaspoort bevat andere eisen en/of uitgangspunten waar planvorming aan wordt getoetst.
Arnestein herbergt diverse soorten gebieden zoals ‘langs verkeersroutes’, ‘aan het water’ of ‘ingesloten tussen andere bebouwing’. In de basis gelden op elke locatie standaard eisen voor de beeldkwaliteit. Voor locaties die op een prominente plek gelegen zijn, gelden extra voorwaarden. Op de kaart is aangegeven welke eisen van toepassing zijn.
Standaard eisen van toepassing
Zichtlocatie, standaard en aanvullende eisen van toepassing
We hechten waarde aan materialen, bouwwerken en objecten die een karaktervolle bijdrage leveren aan de identiteit van het gebied. Niet enkel ruimtelijk, maar ook vanuit historisch perspectief zijn ze van belang voor de sfeer. Een ontwikkeling die betrekking heeft op een dergelijk historisch pand - of om dient te gaan met - dient rekening te houden met deze bestaande waardes. Denk hierbij aan transformatie, verduurzaming of integratie van dergelijke onderdelen. Elke ontwikkeling kan deze kwaliteiten als aanleiding of inspiratie gebruiken - niet op historiserende wijze - maar op een eigentijdse manier.
Plaatselijk zijn terreinverhardingen zijn van industriële oorsprong. Ze zijn veelal pragmatisch aangebracht. Ritme, robuustheid en grove afmetingen zijn terugkerende kenmerken. Kleuren zijn veelal grijs, aards en vloeien meestal voort uit het materiaal.
Historische bouwwerken zijn voornamelijk te vinden op de ‘punt’. Onder andere metselwerk(verbanden), stalen vakwerken, gevelritmiek en hooggeplaatse raampartijen zijn karakteristieken die terugkomen in de gebouwen.
Objecten die ten dienste staan aan industriefuncties dragen bij aan de identeit van het gebied. Denk aan silo’s, kraanbanen, staalconstructies, steigers, damwanden en smalsporen.
Op Arnestein is er sprake van een grote diversiteit in beeldwaarde. Bedrijven die zich vestigen - of reeds gevestigd zijn - bezitten een grote mate van vrijheid in uitstraling.
Dit beeldkwaliteitsplan stuurt niet op architectonische details, maar ambieert beeld- of vormcomponenten die bij elke ruimtelijke ontwikkeling overwogen dienen te worden. De locatie is daarbij van belang. Zichtlocaties worden als prominent aangeduid en dienen extra zorgvuldig te worden ontworpen.
Bedrijventerreinen zijn vooral functioneel en er is vaak sprake van verstening. Waar ruimte schaars is, zijn hekwerken als erfafscheiding veelvoorkomende inrichtingselementen. Dit geldt ook op Arnestein. Hekwerken nemen beperkt ruimte in en zijn eenvoudig en met beperkte middelen inzetbaar als verticale uitbreiding van groen. Groen dat niet alleen de uitstraling van bedrijven- en industrieterreinen positief beïnvloedt, maar ook door zijn omvang een grote bijdrage levert aan de biodiversiteit.
De gemeente Middelburg zet zich actief in voor een groenere leefomgeving. De bestaande groenvoorziening op Arnestein wordt grotendeels gekenmerkt door bomenrijen en groenstroken langs verkeersroutes. Een groene leefomgeving draagt bij aan de soortenrijkdom, uitstraling en levert ecosysteemdiensten als bestuiving, verkoeling en waterregulering. De ambitie voor vergroening heeft betrekking op zowel de bedrijventerreinen als de openbare ruimte.
Nederland zit in de transitie naar een circulaire economie. We sluiten kringlopen en gaan slim om met materiaal en energie. Maar hoe maken we dit concreet? Arnestein is een gebied bij uitstek waar wordt geproduceerd, geconsumeerd en getransporteerd; kringlopen alom. Het beeldkwaliteitsplan ambieert circulaire ontwikkeling op Arnestein. Het toepassen van ‘ongebruikelijke’, hergebruikte materialen kan frictie geven met de beoogde kwaliteit. Circulair bouwen betekend daarom ook ‘experiment’. Het begrip gaat verder dan de bebouwde omgeving en heeft betrekking op álle reststromen.
Op Arnestein zetten bedrijven eigen terrein divers en functioneel in. Bijvoorbeeld voor de opslag van bulkgoederen, voertuigen en bouwmaterialen of het inrichten van entree- en parkeervoorzieningen voor personeel en bezoekers. Het functionele karakter van het eigen terrein schept vaak de voorwaarden voor de inrichting en draagt bij aan de algehele sfeer. Het beeldkwaliteitsplan stimuleert een transitie naar een duurzame terreininrichting waar positief wordt bijgedragen aan de waterrobuustheid, de reductie van hitte-stress en circulariteit.
Aanvullende eisen zichtlocaties
De gemeente Middelburg stimuleert de transitie van fossiele naar duurzame energie.De energievraag neemt idealiter af terwijl de duurzame productie van energie omhoog moet. Zowel voor bestaande als nieuwe ontwikkelingen is het van belang dat innovatie mogelijk moet zijn. Denk bijvoorbeeld aan het opwekken, opslaan en uitwisselen van energie. De energietransitie gaat gepaard met experiment. Ruimtelijke ingrepen die het energievraagstuk positief versnellen, moeten mogelijk zijn.
Aanvullende eisen zichtlocaties
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-376674.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.