Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2026, 374237 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2026, 374237 | ander besluit van algemene strekking |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam over de instelling, taken en werkwijze van de Commissie Integriteit Gemeente Amsterdam (Instellingsbesluit Commissie Integriteit Gemeente Amsterdam)
In dit besluit wordt verstaan onder:
integriteitsbeleid: het raamwerk van regels, normen en procedures die binnen de gemeente gelden om het gedrag van bestuurders en medewerkers te sturen richting integer, ethisch en betrouwbaar handelen en hen te begeleiden bij het maken van morele en professionele keuzes, met als doel het bevorderen van het vertrouwen, het voorkomen van misstanden (zoals fraude, corruptie, belangenverstrengeling en discriminatie) en het borgen van de organisatieprincipes en het publieke belang.
Artikel 2 Instelling Commissie Integriteit Gemeente Amsterdam
Er is een CIGA, die ingesteld is op grond van artikel 84, eerste lid, van de Gemeentewet.
CIGA kan onverminderd het eerste lid, op eigen initiatief en met als doel beter inzicht te krijgen in de toepassing en uitwerking van het integriteitsbeleid van de gemeente, bij wijze van uitzondering zich laten informeren over individuele casuïstiek, mits in die casuïstiek het eventuele onderzoek reeds is afgerond. CIGA is nadrukkelijk geen beroepsmogelijkheid voor de individuele ambtenaar.
Het college verstrekt aan de CIGA desgevraagd de door haar gewenste inlichtingen, waarmee CIGA onafhankelijk haar taken kan uitvoeren. Medewerkers van de gemeente werken hieraan zoveel als mogelijk mee. Het college kan inzage krijgen in zakelijke gegevens en bescheiden van het CIGA, voor zover dat voor de uitvoering van wettelijke taken nodig is.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 27 januari 2026.
De burgemeester
Femke Halsema
De gemeentesecretaris (wnd.)
Thea de Vries
Op 10 februari 2021 hebben de raadsleden M. Taimounti (DENK), S. Mbarki (PvdA), J. Veldhuyzen (BIJ1), D. Ceder (CU) en W. van Soest (PvdO) een initiatiefvoorstel ingediend getiteld: “Met beleid werken aan integriteit”. Hiermee heeft het college op 23 maart 2021 ingestemd. In dit voorstel werd het college onder andere gevraagd om een commissie in het leven te roepen die periodiek de kaders van de integriteitsonderzoeken toetst aan het integriteitsbeleid en hierover in zijn algemeenheid rapporteert aan de raad en/of het presidium. Het zou de voorkeur genieten dat in deze commissie personen plaatsnemen die een expert zijn op het gebied van integriteit, maar zelf niet direct onderdeel zijn van de gemeentelijke organisatie zodat daarmee de onafhankelijkheid en onpartijdigheid wordt gewaarborgd. Het college heeft hiermee ingestemd omdat ambtenaar, bestuurder en politicus zich samen in moeten te zetten om een betrouwbare overheid te zijn en ondersteunde daarmee de wens van de raad om meer betrokken te zijn bij de uitvoering van integriteitsbeleid.
In het verleden kende de gemeente een (interne) Commissie Integriteit die bestond uit een aantal bestuurders en directeuren. Het college stelde voor om deze (interne) commissie nieuw leven in te blazen waarbij deze commissie periodiek de kaders van de integriteitsonderzoeken toetst aan het integriteitsbeleid, de uitvoering van het integriteitsbeleid doorlicht en hierover in zijn algemeenheid rapporteert aan de raad en/of het presidium. Het college stelde voor de commissie ten minste als volgt samen te stellen; de burgemeester, de gemeentesecretaris, een hoogleraar en een vertegenwoordiger van een onafhankelijk instituut bijvoorbeeld het College voor de Rechten van de Mens en het hoofd BI als secretaris.
Bij de voorbereiding van de instelling van de Commissie Integriteit Gemeente Amsterdam (CIGA) is gebleken dat het instellen van deze gemengde commissie op juridische bezwaren stuit, met name vanwege de rol van de burgemeester in deze commissie bij de totstandkoming van de adviezen en de verantwoording daarvan richting raad. Dit hernieuwde inzicht heeft het college doen besluiten om een volledig externe commissie in te richten met een meer onafhankelijke rol. Dit is in lijn met het raadsinitiatief.
De CIGA heeft tot doel het bevorderen en borgen van integriteitsbeleid voor de gemeente Amsterdam in de breedste zin. Het kan daarbij gaan om beleidsstukken, kaders en gedragscodes van zowel ambtenaren als politieke ambtsdragers, onderzoeksprotocollen of werkprocessen. De adviezen kunnen gevraagd en ongevraagd worden gegeven en zijn in beginsel openbaar.
De CIGA bestaat uit drie tot vijf leden en wordt ambtelijk ondersteund. De leden nemen zitting in de commissie op persoonlijke titel en worden gevraagd vanwege hun specifieke expertise of ervaring. De leden van de CIGA hebben op grond van de verordening externe commissieleden recht op een vergoeding.
De geldende gedragscode voor medewerkers van de gemeente Amsterdam in 2026 is hier te vinden.
Onder het integriteitsbeleid van de gemeente valt in elk geval de gedragscode voor medewerkers van de gemeente en de gedragscodes voor bestuurders (zowel voor de centrale stad als de stadsdelen) of andere politieke ambtsdragers, meldregelingen, onderzoeksprotocollen en andere beleidsstukken en werkprocessen.
De CIGA kan zowel op verzoek als op eigen initiatief advies uitbrengen aan het college. Denk bij advies op eigen initiatief bijvoorbeeld aan het signaleren van maatschappelijke ontwikkelingen die relevant zijn voor het integriteitsbeleid van de gemeente.
De CIGA adviseert over het algemene beleid, niet over individuele casuïstiek. De reden daarvoor is dat de commissie geen beroepsinstantie is voor individuele medewerkers of burgers die het niet eens zijn met de afdoening van hun melding. Daarvoor zijn andere instanties. De CIGA is vooral bedoeld om expertise toe te voegen aan het integriteitsbeleid van de gemeente in brede zin. De CIGA kan om beter inzicht te krijgen in de toepassing en uitwerking van het integriteitsbeleid van de gemeente, zich laten informeren over individuele casuïstiek, bijvoorbeeld door een reconstructie of inzage in bepaalde meldingen om een beeld te vormen van de uitwerking van beleid en/of om over dat beleid of werkproces te kunnen adviseren. Het kan daarbij alleen gaan om afgeronde onderzoeken of afgesloten meldingen. CIGA is nadrukkelijk geen beroepsmogelijkheid voor de individuele ambtenaar.
Het college is niet verplicht om adviezen van de CIGA op te volgen. Wanneer het college een advies niet opvolgt, verplicht het college zich wel om dit uit te leggen. Deze motivering kan bijvoorbeeld in de toelichting van beleid, in de voordracht of in een raadsinformatiebrief worden opgenomen. Het college legt daarvoor dus de facto verantwoording af aan de raad.
Artikel 4 Openbaarheid adviezen
Hoofdregel is dat de adviezen openbaar worden gemaakt. Er is voor gekozen om de openbaarmaking van de adviezen van de CIGA aan het college te laten, maar daar wel een termijn van vier weken aan te stellen. Dit heeft als reden dat op deze manier de openbaarmaking afgestemd kan worden op de besluitvorming van het college over het integriteitsbeleid en de adviezen tegelijkertijd openbaargemaakt kunnen worden met de reactie van het college daarop.
Artikel 5 Leden en samenstelling
In dit artikel zijn een aantal functies opgenomen die niet verenigbaar zijn met het lidmaatschap van de CIGA. Dit is om de onafhankelijkheid van de leden te waarborgen.
Artikel 6 Benoeming en ontslag
De leden worden benoemd als deskundigen op persoonlijke titel. Hun lidmaatschap is niet afhankelijk van het bekleden van een bepaalde functie. Wel is een specifieke deskundigheid vereist.
Er is gekozen voor een benoemingstermijn van drie jaar met een mogelijkheid tot herbenoeming voor een extra periode. Met deze termijn kan enerzijds de deskundigheid van deze leden goed tot zijn recht komen en anderzijds gegarandeerd worden dat de commissie tijdig wordt aangevuld met leden met een frisse blik.
Artikel 7 Ambtelijk secretaris
De commissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. De ambtelijk secretaris wordt in beginsel beschikbaar gesteld vanuit Bureau Integriteit. De secretaris kan op verzoek van de CIGA bijvoorbeeld de agenda van vergaderingen voorbereiden, de vergaderlocatie regelen, verslagen uitwerken en/of conceptadviezen schrijven. De secretaris is geen lid van de CIGA en heeft dus ook geen stemrecht in de vergadering. De commissie beslist altijd zelf over de definitieve inhoud van de adviezen.
In dit artikel is opgenomen dat de CIGA zich kan laten bijstaan door andere personen. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als externe deskundigheid nodig is die naar het oordeel van de CIGA binnen de commissie en binnen de gemeente niet beschikbaar is. De CIGA heeft hiervoor wel voorafgaande schriftelijke toestemming nodig van het college, dit mede in verband met de financiële consequenties van externe inzet en de gemeentelijke regels rondom externe inhuur.
Het college wil zo veel mogelijk transparantie betrachten en de commissie faciliteren in de uitvoering van haar taken. Daarom verstrekt het college op verzoek en zo mogelijk alle inlichtingen die de commissie nodig heeft om haar taken uit te kunnen voeren. Onder het verstrekken van inlichtingen wordt niet alleen schriftelijke informatie verstaan maar ook het horen van medewerkers en bestuurders.
Op grond van het tweede lid kan het college op verzoek inzage krijgen in zakelijke gegevens en bescheiden van de CIGA, voor zover dat voor de uitvoering van wettelijke taken nodig is.
Het gaat hier onder andere om wettelijke taken die verband houden met de Wet open overheid (Woo).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-374237.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.