Gemeenteblad van Someren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Someren | Gemeenteblad 2026, 364586 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Someren | Gemeenteblad 2026, 364586 | beleidsregel |
Handelingskader toepassen spuitvrije zone 2026
Bij ruimtelijke ontwikkelingen aan de randen van kernen en in het buitengebied komen verschillende belangen samen. Enerzijds bestaat er een maatschappelijke behoefte aan nieuwe woningen, voorzieningen en andere gevoelige functies. Anderzijds wordt het buitengebied intensief gebruikt voor landbouw, waarbij de kans groot is dat agrariërs chemische gewasbeschermingsmiddelen (GBM) inzetten om hun teelten te beschermen. Deze middelen beschermen de planten tegen ongedierte, maar uit diverse onderzoeken blijkt dat blootstelling aan chemische GBM ook gezondheidsproblemen voor omwonenden kunnen veroorzaken.
Om deze reden geldt vanuit de rechtspraak de regel dat er een afstand moet zijn tussen agrarisch grondgebruik en gevoelige functies (zoals woningen), de zogenaamde spuitvrije zone. Deze spuitvrije zones zorgen in de praktijk voor veel uitdagingen bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Wanneer nieuwe gevoelige functies in de nabijheid van agrarische percelen worden ontwikkeld, raken deze belangen elkaar en is een zorgvuldige afweging noodzakelijk.
Omwonenden, initiatiefnemers en agrariërs hebben allemaal belang bij een veilige en gezonde leefomgeving. De gemeente Someren wil daarom een helder en toepasbaar handelingskader vaststellen voor situaties waarin nieuwe gevoelige functies worden voorgesteld nabij landbouwgronden. Dit kader heeft als doel om gezondheidsrisico’s te voorkomen, duidelijkheid te bieden over ruimtelijke ontwikkelingen en een transparant proces te creëren voor alle betrokken partijen. In de bijlage wordt een stappenplan opgenomen ter verduidelijking van het handelingskader.
Spuitvrije zones als belangrijk afwegingskader
Een essentieel onderdeel van deze afweging zijn de spuitvrije zones: afstanden rondom agrarische percelen waar mensen mogelijk kunnen worden blootgesteld aan chemische GBM. Vooral locaties waar mensen langdurig verblijven of extra kwetsbaar zijn — zoals woningen met tuinen, scholen, zorginstellingen en recreatieterreinen — vragen om extra bescherming. Binnen deze zones is daarom extra aandacht nodig voor de gezondheid en leefkwaliteit van toekomstige gebruikers.
Doel en werking van het handelingskader
Dit handelingskader beschrijft hoe de gemeente Someren nieuwe ruimtelijke initiatieven toetst op de aanwezigheid, het gebruik van chemische GBM, en de maximaal planologische mogelijkheden op nabijgelegen landbouwgronden. Door vooraf vast te leggen welke stappen worden doorlopen, welke informatie nodig is en welke vormen van maatwerk mogelijk of niet mogelijk zijn, ontstaat een voorspelbaar en navolgbaar proces.
Zo draagt het handelingskader bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) waarin ruimte blijft voor nieuwe ontwikkelingen én voor een toekomstbestendige landbouw. Tegelijkertijd wordt de gezondheid en leefkwaliteit van huidige en toekomstige gebruikers van gevoelige functies beschermd.
2. Juridisch kader voor 50 meter spuitvrije zone
Voor het telen van gewassen in de openlucht gelden de algemene rijksregels van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De milieubelastende activiteit telen van gewassen in de openlucht staat in paragraaf 3.6.3 van het Bal. Deze activiteit kan schadelijk zijn voor het milieu, maar ook voor de gezondheid. Een bedrijf moet bij het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen emissies zoveel mogelijk voorkomen door gebruik te maken van de Best Beschikbare Technieken (BBT). Dit is onderdeel van de specifieke zorgplicht (artikel 2.11 Bal).
Bij gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van gewassen in de openlucht moet een drift reducerende spuittechniek worden toegepast. De spuittechniek moet de drift met ten minste 75% reduceren ten opzichte van een vastgestelde referentietechniek zoals opgenomen in onderstaande tabel. De verplichting voor het toepassen van een drift reducerende spuittechniek geldt voor het gehele perceel (artikel 4.723c Bal).
2.2 Jurisprudentie Raad van State: spuitvrije zone 50 meter
Ondanks bovenstaande regelgeving, heeft de Raad van State (RvS) in diverse uitspraken geoordeeld dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische gronden waarop chemische GBM (kunnen) worden gebruikt niet onredelijk wordt geacht.1
Een kortere afstand is voorstelbaar, mits dit deugdelijk wordt gemotiveerd. Deze motivering moet gebaseerd zijn op een locatie specifiek onderzoek. Aan dit onderzoek worden hoge eisen gesteld, omdat de chemische GBM ernstige negatieve gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van mensen.2 Zie hierover meer in paragraaf 3.2.
3. Uitgangspunten voor het opleggen van spuitvrije zones
3.1 In welke gevallen moet er een spuitvrije zone worden opgelegd?
Wanneer er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling waarbij een gevoelige functie wordt toegevoegd of gewijzigd, moet er een beoordeling worden gemaakt of sprake is van ETFAL en moet en dus een spuitvrije zone worden opgelegd. Onder gevoelige functies verstaan wij onder andere:
Bij ontwikkelingen die plaatsvinden binnen de rechtstreeks werkende regels van het omgevingsplan, hoeft er geen spuitvrije zone te worden opgelegd. Dit zijn in ieder geval:
3.2 Inwaarts zoneren vs. uitwaarts zoneren
50 meter spuitvrije zone binnen het plangebied (inwaarts zoneren)
Allereerst moet worden beoordeeld of binnen het plangebied door middel van aanpassing van de planopzet aan de gestelde afstandsnorm kan worden voldaan, het zogenaamde inwaarts zoneren. Functies die niet gevoelig zijn voor blootstelling aan chemische GBM, bijvoorbeeld parkeren, kunnen binnen de gestelde afstand worden gerealiseerd. Op voldoende afstand kunnen de gevoelige functies worden gepland en gerealiseerd.
50 meter spuitvrije zone buiten het plangebied (uitwaarts zoneren)
Als het niet mogelijk is om inwaarts te zoneren dan moet de initiatiefnemer proberen om met de eigenaar(s) van de omliggende agrarische percelen minnelijk een spuitvrije zone overeen te komen. Overeengekomen moet worden dat op de agrarische percelen binnen een straal van 50 meter van de gevoelige functie geen gebruik mag worden gemaakt van chemische GBM en dat de spuitvrije zone wordt opgenomen in het omgevingsplan. De spuitvrije zone wordt vervolgens publiekrechtelijk opgelegd door het vast te leggen in het omgevingsplan en het gebruik van chemische GBM uit te sluiten van het overgangsrecht.
Het is niet altijd mogelijk om in goed overleg met de eigenaren van de omliggende agrarische percelen minnelijk te komen tot het opleggen van een spuitvrije zone van 50 meter. Indien kan worden aangetoond dat het minnelijk overeenkomen van een spuitvrije zone van 50 meter niet mogelijk is, kan worden onderzocht of maatwerk een oplossing kan bieden.
4.1 Verkleinen van de vuistregelafstand van 50 meter
Een kortere afstand dan 50 meter is voorstelbaar, mits dit deugdelijk wordt gemotiveerd. Deze motivering moet gebaseerd zijn op een locatie specifiek onderzoek. Aan dit onderzoek worden hoge eisen gesteld, omdat de chemische GBM ernstige negatieve gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid. Hierbij gelden in ieder geval de volgende uitgangspunten:
Algemene onderzoeken waarbij de specifieke omstandigheden van het geval niet zijn betrokken volstaan niet;3
Algemene verwijzingen naar wetenschappelijke literatuur over driftreductie volstaan niet;4
Er moet worden gekeken naar de maximaal planologische mogelijkheden. Het feitelijke / historische gebruik is niet doorslaggevend;5
Het feit dat er geen concrete plannen kenbaar zijn gemaakt voor wijziging van gebruik van het perceel, is onvoldoende om te stellen dat er geen rekening hoeft te worden gehouden met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de toekomst;6
Dat er sprake is van biologische teelt, is onvoldoende om af te zien van een spuitvrije zone;7
Tuinen worden aangemerkt als een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functie;8
Hagen in het buitengebied moeten inheems zijn, mogen maximaal twee meter hoog zijn en moeten worden ingepast volgens beleid;9
Zonder een locatie specifiek onderzoek kan niet worden vastgesteld in welke mate een haag de tuin zal gaan beschermen tegen drift;10
Bebouwing kan niet worden opgenomen als een mitigerende maatregel.11
4.2 Opleggen spuitvrije zone zonder toestemming eigenaar agrarisch perceel
Het opleggen van een spuitvrije zone zonder toestemming van de eigenaren van de agrarische percelen kan ingrijpende gevolgen hebben. Dit vraagt om een zorgvuldig proces en zal slechts in uitzonderlijke gevallen worden toegepast. Bij onderstaande ontwikkelingen weegt het belang dat de ontwikkeling doorgang kan vinden in ieder geval zwaarder dan het kunnen blijven gebruiken van chemische GBM op de omliggende agrarische percelen. In deze gevallen bestaat de mogelijkheid om zonder toestemming van de eigenaar een spuitvrijezone op te nemen in het omgevingsplan. Voor eigenaren betekent dit dat zij in deze gevallen een beroep kunnen doen op nadeelcompensatie.
In het kader van de proportionaliteit en evenredigheid wordt er altijd een overgangstermijn geboden om het gebruik van chemische GBM te beëindigen. Deze termijn is afhankelijk van het soort gewas dat wordt geteeld op de omliggende gronden en zal per specifiek geval worden bepaald in overleg met de eigenaar.
In een (anterieure) overeenkomst wordt afgesproken dat initiatiefnemer instaat voor de eventuele nadeelcompensatie.
In het geval dat er bezwaar of beroep wordt aangetekend tegen een besluit van het college dan wel de gemeenteraad, dat inhoudelijk op het aspect spuitvrije zones ziet, behoudt de gemeente het recht om locatie specifiek het besluit niet vast te stellen. Dit is onderdeel van het risico dat een initiatiefnemer loopt en accepteert door een procedure aan te gaan, gebaseerd op maatwerk en in afwijking van de vuistregel van 50 meter.
Indien er na vaststelling van dit handelingskader wijzigingen in de rechtspraak voordoen die zien op dit handelingskader, worden deze gezien als onderdeel van dit kader en zal de gemeente daaraan toetsen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-364586.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.