Gemeenteblad van Gorinchem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Gorinchem | Gemeenteblad 2026, 354113 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Gorinchem | Gemeenteblad 2026, 354113 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Het 'Programma Stadsnatuur Gorinchem' is vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders op 27 januari 2026.
Het 'Programma Stadsnatuur Gorinchem' is opgenomen in 'bijlage A'.
‘Groen is het fundament van onze stad’
“Met het Programma Stadsnatuur Gorinchem kiezen we als stad bewust voor een toekomst waarin natuur, biodiversiteit en leefbaarheid centraal staan.
We beginnen de waarde van groen steeds meer in te zien. Het heeft inmiddels een vast plekje in onze visies, plannen, programma’s en projecten. Groen is niet langer een extraatje. Het staat op gelijke hoogte met andere belangrijke belangen. We willen niet alleen het groen dat we hebben behouden, maar ook actief ontwikkelen.
Radicaal vergroenen
Namens het College heb ik vanaf dag 1 gezegd dat we onze stad radicaler moeten vergroenen. Radicaal betekent niet alleen meer groen, maar ook een omslag in hoe we met onze natuurlijke omgeving omgaan. Tot nu toe werd groen vaak als ‘mooi meegenomen’ gezien in ruimtelijke projecten. Als de tijd of het budget krap werd, vielen de groene plannen vaak als eerste af. Dat moest anders.
Groene oplossingen bieden voor tal van maatschappelijke vraagstukken oplossingen, van klimaatverandering tot gezondheid, van de natuur tot de leefbaarheid van de stad. Het was voor mij dan ook een van mijn eerste prioriteiten: hoe kunnen we de waarde van groen waarborgen in ons besluitvormingsproces? Dat vraagt om beleid, maar vooral ook om concrete stappen.
Een stad die groeit met de natuur
In 2050 moet Gorinchem een radicaal groene, natuurinclusieve en klimaatadaptieve stad zijn. In onze stad is natuur geen bijzaak, maar een integraal onderdeel van al onze plannen. Van de visies tot de uitvoering van nieuwe ontwikkelingen: natuur krijgt vanaf het begin een prominente plek. Het resultaat? Een stad die niet alleen gezond is voor haar bewoners, maar ook aantrekkelijk en fijn om in te wonen, te werken en te bezoeken.
Biodiversiteit als basis voor een gezonde stad
In de basis van dit programma ligt de 3‑30‑300 regel, ontwikkeld door de internationaal erkende expert Cecil Konijnendijk. Deze wetenschappelijk onderbouwde richtlijn helpt ons om onze stad groener en gezonder te maken. Iedereen moet binnen 300 meter wandelafstand toegang hebben tot openbaar groen, en in elke buurt moet minstens 30% van het oppervlak bedekt zijn met boomkronen. Dat zorgt voor verkoeling, schonere lucht en een gezonde leefomgeving.
Natuurinclusief bouwen en toekomstbestendig groen
Nieuwe bouwprojecten zijn de ideale gelegenheid om natuurinclusief te bouwen. Dit betekent dat we bewust ruimte creëren voor flora, fauna en micro-organismen die essentieel zijn voor de gezondheid van onze stad. Bouwen met en voor de natuur betekent meer dan alleen bomen en planten: het versterkt de biodiversiteit en maakt Gorinchem klimaatbestendiger.
Bescherming van natuur als gezamenlijke verantwoordelijkheid
Ook het beschermen van kwetsbare soorten en gebieden krijgt prioriteit. Door samen te werken met lokale, regionale en landelijke partners bouwen we een robuust groen netwerk dat onze natuur versterkt en beschermt voor de toekomst.
Groen is wie we zijn
Met de woorden van Matthijs Schouten in mijn hoofd: "Wij zijn de natuur." Dit inzicht is essentieel. We hebben vaak geleerd dat we als mensen boven de natuur staan, maar in werkelijkheid zijn we onlosmakelijk onderdeel van dit kwetsbare ecosysteem. Het uitputten van de natuur leidt uiteindelijk tot de ondergang van ons ecosysteem. De urgentie is duidelijk: we moeten zorg dragen voor de natuur, niet alleen voor haar waarde, maar ook voor onszelf en onze leefomgeving.
Samen bouwen aan een groene toekomst
Het succes van dit programma hangt af van de inzet van iedereen in onze stad: van ons als gemeente, onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Alleen door samen te werken kunnen we Gorinchem groener, gezonder én veerkrachtiger maken. Ik nodig iedereen uit om mee te doen, ideeën te delen en actief bij te dragen aan een stad waar natuur en mens in balans zijn. Laten we de handen ineenslaan en samen bouwen aan een toekomst waarin natuur centraal staat, voor ons en voor de generaties die na ons komen.
Een stad die toekomstbestendig wil zijn, bouwt niet tegen de natuur, maar samen mét haar. Natuur is geen decor of bijzaak, maar de onmisbare basis voor een gezonde, leefbare en veerkrachtige stad. Daarom kiezen we bewust voor een nieuwe manier van denken en doen: natuur en biodiversiteit krijgen vanaf het allereerste begin een vanzelfsprekende plek in de ontwikkeling, inrichting en het beheer van Gorinchem.
Met dit programma is biodiversiteit (alle verschillende soorten planten en dieren in Gorinchem) geen extra ambitie achteraf, maar een vast onderdeel van hoe we plannen maken, projecten uitvoeren en de openbare ruimte vormgeven. Van straat tot dak, van park tot plein, van het buitengebied tot de rivieren: planten en dieren krijgen ruimte om te groeien, zich te verbinden en de stad te verrijken.
Onze inwoners genieten zichtbaar en plukken de vruchten van een veranderende stad. Zo werken we toe naar een stad die beter bestand is tegen klimaatverandering, waar verkoeling, wateropvang en gezonde lucht hand in hand gaan met een rijke natuur. Een stad waarin bewoners dagelijks profiteren van meer groen, meer leven en meer welzijn. Met Programma Stadsnatuur zetten we een duidelijke stap richting een biodivers, klimaatadaptief en gezond Gorinchem – een stad die leeft, groeit en bloeit, samen met de natuur.
Hoe onze stad er in 2050 precies uitziet, weten we nog niet. Wel weten we welke richting we op willen. In de omgevingsvisie schetsen we met toekomstbeelden hoe Gorinchem zich kan ontwikkelen tot een groene en natuurlijke stad. Een stad waarin de grenzen tussen stad en natuur steeds meer vervagen en waarin natuur een vanzelfsprekend onderdeel is van het dagelijks leven. Inwoners genieten dichtbij huis van groen en ervaren dagelijks de positieve effecten (zie figuur één).
Ons Gorinchem is in 2050 sterk verbonden met de groene stadsranden, de rivieren en het omliggende polderlandschap. Ze worden net zo gekoesterd als onze stadswallen nu. Deze verbindingen zorgen ervoor dat inwoners uit alle wijken op korte afstand van hun woning kunnen wandelen, fietsen en recreëren in verschillende soorten groen. In dit groen zien we vlinders, bijen en andere insecten, en in de avondschemering vleermuizen die hun weg vinden door de stad.
Naast deze groene verbindingen zijn er in de wijken veel parken, groene stroken, bomen, bijenlandschappen en geveltuinen bijgekomen. Het groene evenwicht is hersteld: niet alleen aan de randen van de stad, maar ook in het centrum, op bedrijventerreinen en in woonwijken is volop groen aanwezig. Het niveau van groen is vergelijkbaar met de groene hotspots die we in 2025 al kennen, zoals in de wijk Wijdschild.
Vanuit hun woning kijken Gorcumers uit op groene gevels en daken, met bijen, vogels en andere dieren, in plaats van op zwarte, verhitte dakoppervlakken. Het vele groen heeft veel bloemen en is aantrekkelijk, waardoor de stad robuust aanvoelt. Door jarenlang te denken en te handelen vanuit de natuur is zo een aantrekkelijke, gezonde en leefbare stad ontstaan voor inwoners én bezoekers.
Waar op straatniveau weinig ruimte is voor groen, benutten we de hoogte. Groene gevels en groenblauwe daken zijn in 2050 heel normaal. Ze zorgen voor verkoeling tijdens warme zomers, verhogen de waarde en uitstraling van gebouwen en maken de stad prettiger om in te verblijven.
Dankzij gezonde bodems groeien bomen en struiken beter, worden ze ouder en sterker, en is minder vervanging nodig. Groene daken vergroten bovendien het waterbergend vermogen van de stad.
De doelsoorten die we hebben gekozen – soorten die symbool staan voor een goede basiskwaliteit van de natuur – doen het goed in deze groene, stedelijke omgeving. Hun populaties zijn gezond en door natuurinclusief bouwen hebben zij een vaste plek in onze stad gekregen. Hun aanwezigheid maakt de weg vrij voor andere planten- en diersoorten, die zich eveneens duurzaam hebben gevestigd. De doelsoorten geven ons daarmee een duidelijke indicatie van de kwaliteit van de natuur in de stad. Daarom stellen we deze bijzondere soorten graag voor (zie figuur twee).


Biodiversiteit betekent: verschillende soorten planten, dieren en micro-organismen. In Gorinchem leven allerlei planten en dieren. Ze komen niet alleen voor in de natuur, maar juist ook in de stad. Er zijn verschillende natuurlijke gebieden waar ze leven, zoals de stadswallen, langs de rivier (zoals de Woelse waard), parken (zoals het Landschapspark) en het buitengebied.
Zo komt in Gorinchem een grote kolonie van de grote zijdebij voor. Ze wonen tussen de stenen van de oude stadspoort (Dalempoort; zie figuur drie). Een bijzondere vis die in Gorinchem leeft is de kolblei (zie figuur twee). Een ander woord voor deze vis is bliek. Deze vis lijkt op een karper en leeft in het water, zoals in de Linge en de Boven-Merwede. Vroeger leefden veel mensen in Gorinchem van deze vis. Daarom is de bliek nu het symbool van de natuur in Gorinchem en van het Programma ‘Stadsnatuur’.

In de stad leven bijzondere dieren zoals de egel, vlinders, bijen en vleermuizen. Ze zijn belangrijke indicatoren voor de kwaliteit van de stedelijke natuur. Als zij er zijn, betekent dit dat er genoeg groen, voedsel en plekken om jongen te krijgen zijn. We profiteren er zelf van omdat de natuur ons voordelen geeft (ecosysteemdiensten). Bijen en vlinders zorgen bijvoorbeeld voor bestuiving van planten. Vleermuizen eten juist veel insecten, zoals steekmuggen. Egels eten veel bodemdieren en bewaren het natuurlijke evenwicht in de bodem.
Biodiversiteit is dus een essentiële pijler voor een leefbare, gezonde en toekomstbestendige stad. De variatie aan planten, dieren en micro-organismen vormt de basis van goed functionerende ecosystemen die ons ondersteunen bij grote maatschappelijke opgaven. Ook in de stad vervult biodiversiteit een cruciale rol: zij draagt bij aan klimaatadaptatie, gezondheid, waterkwaliteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Natuur in de stad draagt bij aan een goede gezondheid van mensen, helpt om stikstof vast te houden en water schoner te maken.
Het gaat niet goed met de wilde planten en dieren in Gorinchem. Helaas zijn er geen precieze cijfers, maar het is wel duidelijk dat de natuur minder ruimte heeft dan vroeger. Dit komt onder andere omdat de stad groter is geworden en er minder groene plekken zijn dan toen.
Ondanks het belang staat de biodiversiteit in stedelijk gebied dus onder druk. Met name insecten, waaronder vlinders en bijen, zijn sterk achteruitgegaan. Ook soorten als de huismus, egel en gewone dwergvleermuis hebben het moeilijk.
Dat komt doordat er veel verharding is en te weinig groen. Groene plekken zijn vaak klein en niet met elkaar verbonden. Te veel verharding, een eenzijdig groenbeheer en het verdwijnen van groen zorgen ook voor een verarmde natuur.
Daarnaast spelen klimaatverandering, te veel stikstof in de lucht en de slechte waterkwaliteit een negatieve rol. Invasieve exoten, soorten die hier normaal niet thuishoren, verdringen inheemse soorten en verstoren het natuurlijke evenwicht. Als de natuur verstoord is, wordt ze ook gevoeliger voor ziektes en overlast van plaagdieren.

Er kunnen andere problemen ontstaan. Wanneer biodiversiteit onvoldoende wordt meegenomen in beleid en uitvoering, ontstaan knelpunten binnen de kaders van soortbescherming, Natura 2000, de Kaderrichtlijn Water of de Omgevingswet. Dit kan leiden tot vertraging of stilstand van ruimtelijke ontwikkelingen in Gorinchem.
In de Omgevingsvisie van Gorinchem “Stad in Balans” (2023) staat hoe belangrijk voldoende groen en natuur is voor de stad. Ook in relatie met de opgaves waar Gorinchem staat als gevolg van een veranderend klimaat. Dit heeft niet alleen impact op de inwoners, maar ook op de natuur. Door gebruik te maken van de krachten die de natuur ons biedt, is het mogelijk om ons goed aan de veranderingen van het klimaat aan te passen.

Daarvoor is het ook nodig om het verlies van de biodiversiteit te stoppen en te stimuleren. Dit gaat hand in hand met de wens voor een gezondere en groenere stad voor de inwoners. Daarom staat in de omgevingsvisie de ambitie om in 2050 een radicaal groene, natuurinclusieve stad te worden die klimaatadaptief is. In de omgevingsvisie staat niet hoe dit bereikt wordt.
Een programma is een instrument uit de Omgevingswet dat moet zorgen voor een duidelijke uitwerking van ambities uit de omgevingsvisie. Het verbindt beleid met de praktijk. Programma Stadsnatuur geeft antwoord op de vraag hoe we in Gorinchem een radicaal groene en natuurinclusieve stad worden in 2050.
Programma Stadsnatuur staat voor de biodiversiteit die zich in Gorinchem, dat erg is versteend, heeft aangepast aan het leven in een stedelijke omgeving. De natuur in het buitengebied hoort hier ook zeker bij, maar hier is in Gorinchem niet meer veel van aanwezig. Ondanks de naam is zowel de stad als het buitengebied (buiten de bebouwde kom) onderdeel van dit programma.
In de omgevingsvisie staat ook dat de gemeente de biodiversiteit wil stimuleren. Daarom is het belangrijk om in het programma ook andere onderwerpen op te pakken die invloed hebben op de verschillende planten en dieren. Het groenbeheer, het huidige beleid (zoals de Omgevingswet, stikstof en soortenbescherming), plaagdieren, klimaatsverandering en ecologische knelpunten zijn daarom onderdeel van het programma. Een radicaal groene en natuurinclusieve stad worden lukt alleen met onze inwoners en ondernemers in Gorinchem. Daarom is in het programma ook opgenomen hoe we hen willen betrekken in deze transitie.
In de navolgende hoofdstukken volgt een uitwerking van de onderwerpen radicaal groene en natuurinclusieve stad. Het actieplan voor inwoners en ondernemers volgt daarna. Alle overige genoemde onderwerpen komen in de hoofdstukken erna aan bod. Elk onderwerp heeft eenzelfde indeling:
Het Programma Stadsnatuur is tot stand gekomen met onze gesprekspartners in Gorinchem, zoals groene organisaties, het Natuurcentrum Gorinchem en betrokken inwoners. Wij willen ze bedanken voor de tijd die ze namen om hun mening te geven en ideeën te delen met de gemeente.
Groen is van onschatbare waarde voor Gorinchem. Het draagt bij aan de gezondheid van inwoners, verhoogt de leefbaarheid en maakt de stad aantrekkelijker. Bomen en planten zorgen voor verkoeling op warme dagen, vangen regenwater op en zuiveren de lucht. Groen nodigt uit tot bewegen, vermindert stress en bevordert sociale samenhang. Daarnaast ondersteunt voldoende groen de biodiversiteit: vlinders, bijen, vogels en egels vinden er voedsel en schuilplaatsen. Groenrijke straten en uitzicht op parken of water verhogen zelfs de waarde van woningen.
Toch staat het groen onder druk door verstedelijking, uitbreiding van infrastructuur en de verharding van tuinen. Daardoor is er minder groen beschikbaar voor mensen en dieren. Ook profiteren onze inwoners steeds minder van de baten die het groen ons oplevert, zoals schaduw, ontspanning en een aantrekkelijke omgeving. Dit hoofdstuk beschrijft hoe Gorinchem toch een evenwichtig groene stad blijft, met voldoende bomen, planten en natuur. Een uitgebreide toelichting op dit onderwerp staat in het kader radicaal groen in Gorinchem (2025).
De EU-Natuurherstelverordening verplicht steden om tot 2030 geen nettoverlies aan stedelijk groen en boomkroonbedekking te hebben, en streeft naar een toename van minimaal 5% stedelijk groen en 10% boomkroonbedekking in 2050. Nationaal beleid, zoals het Programma Groen in en om de stad (GIOS), stimuleert gemeenten om vergroening integraal mee te nemen in ruimtelijke plannen. Provinciaal beleid (Zuid-Holland) richt zich op het versterken van het groenblauwe netwerk en het uitbreiden van bossen en bomen. De Bossenstrategie beoogt een groei van 10% bosoppervlak in Nederland, met extra aandacht voor Zuid-Holland waar het aandeel bos relatief laag is.
Gorinchem kent diverse lokale beleidsstukken met aandacht voor het groen in Gorinchem, zoals het gebiedspaspoort voor Woonwijken West (2025) en de Lokale Adaptatiestrategie (2023). Ze zetten in op behoud en uitbreiding van bomen en kwalitatief hoogwaardig groen.
De stad heeft gemiddeld 43% groen (boven het landelijk gemiddelde van 38%), maar het aandeel bomen (17%) ligt onder het landelijk gemiddelde. Er zijn grote verschillen tussen buurten: Laag-Dalem Zuid is het groenst (67%), terwijl het centrum en bedrijventerreinen het minst groen zijn. In de groenste buurten is het aandeel bomen vaak hoger. De Bovenstad kent het hoogste percentage bomen, terwijl bedrijventerrein Avelingen-Oost het laagste aandeel heeft.
Het huidige groen in de stad draagt wel bij aan klimaatadaptatie, gezondheid en biodiversiteit, maar er zijn knelpunten. In veel buurten is het aandeel bomen laag, wat leidt tot meer hittestress. De biodiversiteit staat onder druk, zoals door intensief maaien en weinig variatie in beplanting. Er is behoefte aan meer gevarieerd en kwalitatief groen, dat beter inspeelt de wensen van inwoners. Goed ontworpen groen helpt wateroverlast en droogte te beperken, biedt schaduw en verkoeling, en ondersteunt een gezonde leefomgeving voor mens en dier.
De ambitie om Gorinchem radicaal te vergroenen is vastgelegd in de omgevingsvisie, maar wat “radicaal vergroenen” precies betekent voor de stad, was eerst niet duidelijk. Om dit te verduidelijken, zijn er bijeenkomsten georganiseerd met gemeenteraadsleden, inwoners en medewerkers. Ook is via online polls en straatinterviews input opgehaald bij inwoners.
De participatie was breed: van raadsleden tot inwoners van specifieke straten, en via sociale media werden honderden reacties verzameld.
Radicale vergroening betekent méér én beter groen in de stad, zodat Gorinchem beter bestand is tegen klimaatverandering en een gezondere omgeving wordt voor mens en dier. Het gaat niet alleen om kwantiteit, maar ook om kwaliteit: meer variatie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en aantrekkelijk groen.
Deelnemers aan de bijeenkomsten onderschreven deze uitleg, al werd het woord “radicaal” soms als te sterk ervaren. In de praktijk betekent radicale vergroening dat er op meerdere plekken in de versteende (binnen)stad meer groen wordt toegevoegd, met aandacht voor een toegevoegde waarde voor biodiversiteit, gezondheid en klimaatbestendigheid.
Kwalitatief goed groen betekent dat het bijdraagt aan klimaatadaptatie (zoals schaduw en wateropvang), biodiversiteit (variatie en verbinding van groengebieden) en gezondheid (ruimte voor bewegen, ontmoeten en ontspanning). Uit de participatie blijkt dat inwoners vooral waarde hechten aan robuust, bloemrijk en afwisselend groen, mits het veilig en verzorgd blijft. Dit vraagt om een andere manier van onderhoud, met meer aandacht voor ecologisch beheer.

Er zijn drie scenario’s uitgewerkt voor de toekomst van het groen in Gorinchem:
De voorkeur van deelnemers lag bij een scenario tussen gepaste en radicale vergroening in, met een ambitie van 47,5% groen in 2050. Dit vraagt om een combinatie van meer groen en een hogere kwaliteit, waarbij multifunctioneel ruimtegebruik wordt gestimuleerd en de balans met andere stedelijke functies behouden blijft.
Tijdens de participatie zijn acht radicale stellingen besproken, zoals het reserveren van extra budget voor groen bij bouwprojecten, het verplicht stellen van groenblauwe zones, het verminderen van parkeerplaatsen ten gunste van bomen, en het streven naar minimaal 40% groen of water bij nieuwe projecten. De meeste deelnemers steunden stevige maatregelen, vooral als het gaat om het verplicht stellen van groenblauwe zones, meer bomen in het centrum en het investeren in groen.
Over sommige stellingen, zoals het verplicht onverhard maken van tuinen of het verminderen van parkeerplaatsen, waren de meningen verdeeld. De uitkomsten laten zien dat radicale vergroening niet vanzelf gaat en dat duidelijke kaders nodig zijn om de ambities waar te maken. Maar ook wat de grenzen zijn van radicale vergroening.
Radicale vergroening is vooral nodig in versteende delen van de stad, maar ook buiten de stad en op privéterreinen. Bij nieuwe (bouw)projecten kan de gemeente regulerend optreden. Voor bestaande bouw is minder fysieke speelruimte; hier zijn samenwerking en ondersteuning van bewoners, corporaties en bedrijven cruciaal.
De gemeente neemt een regulerende en realiserende rol: ze stelt regels voor meer groen in de stad, voert zelf vergroening uit in de openbare ruimte en stimuleert anderen om te vergroenen. De gemeente neemt het goede voorbeeld en vergroent elk jaar in minimaal vijf projecten radicaal.
De gemeente maakt elk jaar in minstens vijf nieuwe projecten de omgeving veel groener. Voor elk van deze projecten zal een projectplan moeten worden aangeleverd bij het college, waarin wordt beschreven wat de kosten zijn en op welke manier deze kosten worden gedekt. Het projectplan moet akkoord worden bevonden door het college alvorens het project kan worden gestart.
Het nieuwe beleid introduceert de 3+30+300-regel als leidraad: in 2050 vanuit elk gebouw zicht op minimaal drie bomen, minimaal 30% boomkroonbedekking per buurt, en binnen 300 meter toegang tot een groot groengebied.
Bij nieuwe (bouw)projecten wordt minimaal 30% van de ruimte ingericht als groen of water. Elk project krijgt een groenparagraafwaar vergroening en kwaliteit worden uitgewerkt, met aandacht voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid. Dit moet worden geborgd in het omgevingsplan. Bij nieuwe (bouw)projecten wordt gestreefd naar groen dat zoveel mogelijk aan die doelen bijdraagt. Verschillende soorten groen zijn toe te passen in een nieuw (bouw)project (zie ook figuur zeven). Denk aan bomen, maar ook groene daken en water dragen bij aan de doelen.
In de omgevingsvisie staat dat we belangrijke groene en blauwe (waterrijke) gebieden in de stad willen versterken en met elkaar willen verbinden. Het beter beschermen van deze gebieden is ook noodzakelijk in het omgevingsplan. Hoe staat in hoofdstuk zes.
Gerichte monitoring is essentieel om zicht te krijgen op de ontwikkeling van stedelijk groen en boomkroonbedekking. Daarom is het uitvoering van een nulmeting noodzakelijk. Daarna moet een monitoringssysteem worden opgezet. Het is verstandig om elk jaar te analyseren hoe de ontwikkeling in stedelijk groen en boomkronen verloopt.
Met de resultaten van de monitoring is het goed mogelijk om te evalueren of het beleidsdoel (toename van 43% naar 47,5% groen) gehaald wordt. Daarbij komt dat tussen 2025 en 2030 de hoeveelheid stedelijk groen en bedekking van boomkronen niet mag afnemen (een eis uit de Natuurherstelverordening). Het beste is om elk jaar een tussenevaluatie uit te voeren en tegen 2030 een gehele evaluatie om te kijken of de gewenste uitbreiding van het groen zoals gewenst verloopt.
Gorinchem koestert haar rijke stads- en riviernatuur. Onze biodiversiteit is concreet zichtbaar in Gorinchem, met bijzondere natuurlijke gebieden als stadswallen, uiterwaarden (zoals de Woelse Waard) en parken. In figuur 2 staan een aantal goede voorbeelden van unieke soorten voor onze stad. De kolblei (bliek) fungeert als symbool van de lokale stadsnatuur en onderstreept het belang van watergebonden leefgebieden in de gemeente.
Tegelijk staat onze biodiversiteit aantoonbaar onder druk. Stedelijke groei, verlies aan groen en de verandering van het klimaat tasten populaties aan. Dit raakt ook onze inwoners; minder bomen betekent meer hittestress, afname van bestuivers beïnvloedt onze voedselvoorziening en minder vleermuizen om ons heen leidt tot meer overlast van steekmuggen.
Daarom formuleert Gorinchem in de omgevingsvisie richting 2050 het toekomstbeeld van een “radicaal groene en natuurinclusieve stad”. Natuurinclusief bouwen is de centrale route om dit te bereiken. Dit hoofdstuk beschrijft hoe Gorinchem een natuurinclusieve stad wordt, met voldoende ruimte voor onze natuur. Een uitgebreide toelichting op dit onderwerp staat in het kader natuurinclusief bouwen in Gorinchem (2025).
De Europese Natuurherstelverordening stelt strikte doelen voor het herstel van ecosystemen, wat directe gevolgen kan hebben voor natuurinclusief bouwen in Nederland, omdat dit ook een manier is om natuur te herstellen. Nationaal beleid, zoals de Nationale Natuurvisie, stimuleert gemeenten om de natuur te beschermen, herstellen en ontwikkelen. De focus ligt steeds meer op integratie in de samenleving en het vergroten van de biodiversiteit.
Provincie Zuid-Holland stimuleert en faciliteert natuurinclusief bouwen sterk via haar 'Groeiagenda Natuurinclusief Zuid-Holland (2024)' en 'Handreiking Natuurinclusieve (woning)bouw (2024)'. De provincie heeft vastgelegd dat ontwikkelaars bij stedelijke projecten expliciet aandacht besteden aan het benutten van bouw- en planprocessen om natuur te verbeteren. Dit staat in artikel 7.45ca in de Omgevingsverordening Zuid-Holland (2025).
Het verkennen van kansen voor het verbeteren van de natuur heeft gemeente Gorinchem ook in haar beleid opgenomen. De Omgevingsvisie Gorinchem (2023) benoemt de dubbele opgave van klimaatadaptatie en biodiversiteitsherstel en zet de koers naar een natuurvriendelijke stad, met aandacht voor natuurinclusief bouwen en stedelijke vergroening. De uitwerking vraagt verdere concretisering.
Het Gebiedspaspoort Woonwijken West (2025) borgt biodiversiteit in de wijken Molenvliet, Gildenwijk, Stalkaarsen en Haarwijk en benoemt natuurinclusief bouwen als sleutelmaatregel. Het definieert dat gebouwen moeten bijdragen aan meer natuur en aan leefbaarheid voor soorten, als onderdeel van wijkontwikkeling. Het Ideeënboek Natuurinclusief Ontwerpen (Bureau Waardenburg, 2020) biedt praktische voorbeelden en wijkgerichte tips voor Gorinchem, als inspirerende maar niet bindende leidraad.
In Gorinchem komen veel verschillende planten en dieren voor. Het is niet precies bekend hoeveel soorten het zijn. Volgens de website waarneming.nl zijn door vrijwilligers in totaal 3618 soorten gevonden in Gorinchem (tot 2026). De Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) houdt ook bij welke soorten er zijn. In de laatste vijf jaar zijn daar 2872 soorten in Gorinchem gemeld.
Het is niet mogelijk om precies op een kaart te laten zien waar alle planten en dieren in Gorinchem leven. Wel is ongeveer bekend welke soorten belangrijk zijn voor Gorinchem en waar ze ongeveer voorkomen. In figuur acht staat van een aantal stadsdelen welke planten en dieren er voorkomen. Uit de figuur is op te maken dat in alle delen van Gorinchem (unieke) wilde planten en dieren leven.
De stad is belangrijk voor planten en dieren. Maar gewone soorten die je vaak ziet, komen steeds minder voor. Basiskwaliteit Natuur (BKN) betekent dat we de basis moeten verbeteren, zodat deze gewone planten en dieren kunnen blijven leven. De Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel heeft in 2025 een rapport gemaakt met tips voor Basiskwaliteit Natuur (BKN) in de stad. Dat rapport gaat over hoe gemeenten hun gebieden kunnen inrichten en verzorgen. Gorinchem vindt BKN belangrijk en pas het toe in het Programma Stadsnatuur.
De omgevingsvisie definieert het begrip natuurinclusief bouwen niet volledig. Op basis van de bedoeling uit die visie betekent natuurinclusief bouwen: alle nieuwe (bouw)projecten, inclusief wegen, pleinen en gebouwen, moeten ruimte bieden voor wilde planten en dieren om er te leven en zich voort te planten.
Gemeente Gorinchem kiest, waar sommige gemeenten met puntensystemen werken, voor een biotoopbenadering. Dat betekent dat elk nieuw (bouw)project bij natuurinclusief bouwen uitgaat van wat planten en dieren nodig hebben om ergens te leven en zich voort te planten. Maatregelen worden daarop afgestemd.
De “zes V’s”—namelijk voldoende mogelijkheden voor voortplanting, voedsel, vocht, veiligheid, variatie en verbindingen—is een goede manier om te analyseren of de levensbehoeftes van planten en dieren aanwezig zijn (zie ook figuur negen voor een voorbeeld). Als één of meer V’s ontbreken is duurzame vestiging vaak niet haalbaar.
De uitwerking van plannen gebeurt via doelsoorten: representatieve, lokaal voorkomende planten- en diersoorten die profiteren van gerichte ingrepen. Andere soorten die dezelfde biotoop delen liften mee. De doelsoorten die de gemeente kiest staan in figuur 2. Zo lukt het om doelsoorten in nieuwe (bouw)projecten lokaal te helpen, maar ook andere soorten die leven in dezelfde biotopen.
Natuurinclusief bouwen wordt meestal in kleine projecten ingezet en is daarom meestal niet geschikt om op grote schaal toe te passen. Om een goede basiskwaliteit natuur (BKN) te krijgen, zijn gebiedsbrede (zoals op de schaal van een stad of een buurt) maatregelen nodig. Hier zijn andere manieren in Programma Stadsnatuur geschikt voor, zoals radicaal vergroenen (zie hoofdstuk drie), meer ecologische variatie (zie hoofdstuk zeven).
Nieuwe (bouw)projecten bieden de meeste kansen om natuurinclusief te bouwen. De gemeente kan dit reguleren via het omgevingsplan en tegelijk zelf het goede voorbeeld geven in eigen projecten en herinrichtingen van straten en parken. Deze dubbele rol—regulerend én realiserend—maakt natuurinclusief bouwen tot normaal onderdeel van elke ruimtelijke ingreep. Voor bestaande bouw is minder fysieke speelruimte; hier zijn samenwerking en ondersteuning van bewoners, corporaties en bedrijven cruciaal.
De borging vereist verankering van natuurinclusief bouwen in het omgevingsplan en toetsing via de omgevingsvergunning, met vakinhoudelijke review (bijv. door de stadsecoloog). Dit sluit aan op de Omgevingswet.
Een open norm geeft flexibiliteit: het beleidsvoorstel luidt dat biotopen voor minimaal drie doelsoorten aantoonbaar worden verbeterd in een (nieuw)bouwproject en dat dit overal in de gemeente geldt—openbare én private ruimte, binnen stad en buitengebied. Kleine, vergunningsvrije ingrepen vallen buiten de norm vanwege de beperkte impact en disproportionele meerkosten.
De beleidskeuzes voor doelsoorten bestrijken vogels, zoogdieren, vleermuizen, amfibieën, bijen en vlinders, libellen, planten en vissen (zie figuur twee). De selectie per project sluit aan op landschap (stad, polder, rivier, bedrijventerrein) en natuurtype (bebouwd, grasland, water, bosschages).
Bij het realiseren van biotopen kiest elk project minimaal drie doelsoorten en bepaalt vervolgens welke functies (v’s) ontbreken. Een onderhoudsplan is onmisbaar: biotopen vergen beheer, reparatie en adaptief bijsturen als soorten voorzieningen niet gebruiken. Ook moet natuurinclusief bouwen samengaan met een netto vergroening—projecten leveren aantoonbaar meer en beter groen op dan voorheen.
Monitoring volgt na oplevering van een bouwproject per soort een passende methode: gebruik van nestkasten bij huismus, observatie op bloeiende planten voor hommels, enzovoort. Locaties en kenmerken van nieuwe biotopen worden geregistreerd via een online platform en gecoördineerd door de stadsecoloog voor gemeentelijke projecten, terwijl initiatiefnemers binnen hun project monitoren.
De monitoringsinformatie vormt de basis voor bijsturing en borgt transparantie. De evaluatie van beleid is tweeledig: een procesevaluatie na het eerste jaar beoordeelt registratie en uitvoering; na vier jaar volgt een evaluatie op biodiversiteit en doelbereik.

Gorinchem is een stad met een rijke groene traditie, waar bomen, planten en grasvelden het straatbeeld bepalen en bijdragen aan het welzijn van mens en dier. Door de groei van de stad, de bouw van nieuwe woningen, wegen en parkeerplaatsen is de hoeveelheid groen in de afgelopen decennia afgenomen. Dit heeft gevolgen: inwoners en ondernemers merken steeds vaker de impact van klimaatverandering, zoals hittestress en wateroverlast.
De gemeente Gorinchem heeft een duidelijke ambitie: in 2050 willen we een stad zijn die niet alleen groen is, maar ook natuurinclusief. Dit streven vraagt om samenwerking. Alleen samen met inwoners, ondernemers en andere partners kunnen we deze ambitie waarmaken.
De gemeente wil inwoners en ondernemers actief betrekken, inspireren en ondersteunen bij het vergroenen van hun omgeving. Zo bouwen we samen aan een stad waar het groen, prettig wonen, werken en recreëren is. Een uitgebreide toelichting op dit onderwerp staat in het actieplan voor inwoners en ondernemers in Gorinchem (2025).
De geschiedenis van Gorinchem laat zien hoe de stad zich heeft ontwikkeld van een groene polderstad naar een stedelijke omgeving met minder natuur. Waar vroeger uitgestrekte polders, bossen en graslanden het beeld bepaalden, is nu veel ruimte ingenomen door bebouwing en verharding. Toch is er nog steeds veel waardevol groen, zoals de beroemde stadswallen, parken en groene zones langs de rivieren. Meer dan 40% van het stadsoppervlak bestaat uit groen, wat een stevige basis biedt voor verdere vergroening.
Groen is van onschatbare waarde voor de stad. Het zorgt voor verkoeling, vangt regenwater op en biedt leefruimte aan talloze planten- en diersoorten. Mensen voelen zich gelukkiger, gezonder en meer verbonden in een groene omgeving. Parken en boomrijke straten nodigen uit tot bewegen, ontmoeten en ontspannen. Groen draagt bij aan sociale cohesie, omdat het plekken biedt waar mensen elkaar ontmoeten en samen activiteiten ondernemen. Kinderen spelen veiliger en creatiever op groene schoolpleinen en speeltuinen.
De waardering voor groen in de stad groeit. Inwoners en ondernemers beseffen steeds meer dat een groene stad niet vanzelfsprekend is en dat gezamenlijke inzet nodig is om het groen te behouden en uit te breiden. Initiatieven als adoptiegroen, waarbij inwoners een stukje openbaar groen onderhouden, en Bliek in Actie, dat buurtprojecten ondersteunt, laten zien dat veel mensen bereid zijn om bij te dragen aan een groenere stad. Wijkcoördinatoren en accountmanagers ondersteunen, waar mogelijk, inwoners en bedrijven bij het opzetten van groene projecten.
Het gemeentelijk beleid heeft vergroening hoger op de agenda gezet in het beleid, met aandacht voor biodiversiteit, duurzaamheid en natuureducatie. De gemeente ondersteunt groene initiatieven van inwoners en ondernemers en werkt samen met het Natuurcentrum op vlak van natuureducatie.
De overgang naar een groene en natuurinclusieve stad vraagt om bewustwording, acceptatie en actieve betrokkenheid van iedereen. Uit bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, raadsleden en groene organisaties blijkt dat er veel enthousiasme is om samen te werken aan vergroening.
Tijdens informatieavonden en brainstormsessies zijn talloze ideeën verzameld, variërend van het aanleggen van geveltuinen en buurtmoestuinen tot het organiseren van workshops en het delen van inspirerende verhalen.

In de afgelopen jaren hebben gemeente Gorinchem, inwoners en organisaties zich zichtbaar ingezet voor vergroening en verduurzaming, zoals de actie “Tegel eruit, plant erin”. Op individueel en collectief niveau worden al stappen gezet, en deze inspanningen laten zien dat het belang van een groenere leefomgeving breed wordt gedragen.
Tegelijkertijd blijkt het lastig om vergroening structureel te verankeren als een nieuwe gewoonte in Gorinchem. Bestaande routines, beperkte tijd en middelen, en uiteenlopende prioriteiten maken het moeilijk om duurzame keuzes consequent vol te houden. Hierdoor blijft vergroening afhankelijk van losse initiatieven in plaats van een vanzelfsprekend onderdeel van beleid en dagelijks handelen.
Een belangrijk inzicht is dat inwoners vooral gemotiveerd raken door persoonlijke benadering en concrete voorbeelden. Wanneer ze zien dat hun buren hun tuin vergroenen of dat een buurtinitiatief succesvol is, zijn ze sneller geneigd om zelf ook in actie te komen. Ook collectieve acties, zoals “Tegel eruit, plant erin”, waarbij bewoners worden aangemoedigd om tegels te vervangen door planten, werken goed om mensen te betrekken.
Uit een online enquête blijkt dat veel inwoners groene tuinen en bloemrijke bermen aantrekkelijk vinden. De meeste deelnemers geven de voorkeur aan een berm vol bloemen en een tuin met extra beplanting. Dit biedt aanknopingspunten om inwoners verder te betrekken bij vergroening.
Uit onderzoek blijkt dat veel mensen een groene tuin aantrekkelijk vinden en plannen hebben om te vergroenen. Toch zijn er drempels, zoals gebrek aan kennis, tijd of middelen. Door advies, begeleiding en financiële ondersteuning te bieden, kunnen deze drempels worden verlaagd.
Ook ondernemers zien steeds meer het belang van meer groen voor hun bedrijf en medewerkers. Groene bedrijventerreinen zijn gezonder, aantrekkelijker en dragen bij aan een positief imago. Ze tonen in toenemende mate bereidheid om te verduurzamen en hun bedrijfsvoering te vergroenen. Tegelijkertijd ervaren zij ook drempels. Zonder ondersteuning is het voor hen lastig om duurzame maatregelen structureel door te voeren.
Het beleid van de gemeente Gorinchem richt zich op drie pijlers: educatie, openbare ruimte en tuinen. Om de ambitie van een groene en natuurinclusieve stad waar te maken, worden concrete acties uitgevoerd en gemonitord. Een werkgroep, waaraan iedereen kan deelnemen, stelt jaarlijks een actieplan op, waarin initiatieven, doelen en doelgroepen worden benoemd. Met als doel het vergroten van bewustwording, acceptatie en actieve betrokkenheid voor vergroening.
Denk aan acties, zoals het opzetten van pilots voor tuinvergroening, het uitvoeren van groene initiatieven en het organiseren van workshops.
Een coördinator vergroening kan helpen om de bewustwording, de acceptatie en de actieve betrokkenheid onder inwoners en ondernemers voor vergroening te versnellen. Dit kan door overzicht te houden in de verschillende initiatieven, door als aanspreekpunt te fungeren en samenwerking te stimuleren tussen alle betrokken partijen. Deze rol kan van grote waarde zijn voor het verbinden van groene initiatieven en het afstemmen van initiatieven en communicatie.
Kennis is de sleutel tot verandering. Door inwoners en ondernemers te informeren over de waarde van groen en de mogelijkheden om bij te dragen, groeit het draagvlak voor vergroening. De gemeente kan inzetten op voorlichting via folders, sociale media en een digitale groengids.
Inspirerende voorbeelden van inwoners die hun tuin vergroenen of van succesvolle buurtprojecten kunnen worden gedeeld om anderen te motiveren. Ook kunnen er workshops en publieksactiviteiten georganiseerd, zoals natuurwandelingen en open dagen bij het Natuurcentrum.
Natuureducatie op scholen is een belangrijk speerpunt. Het Natuurcentrum Gorinchem biedt betaald lespakketten, excursies en buitenactiviteiten aan, zodat kinderen van jongs af aan leren over natuur, duurzaamheid en biodiversiteit. Door samen te werken met scholen en het Natuurcentrum wordt ervoor gezorgd dat alle leerlingen toegang hebben tot natuureducatie, ongeacht hun achtergrond.
De gemeente kan samen met scholen en het Natuurcentrum een behoefteonderzoek uitvoeren over natuureducatie. Hieruit kan komen welke kennis over biodiversiteit en klimaat leerlingen nodig hebben en hoe het aanbod kan worden verbeterd. Ook wordt gekeken of activiteiten van het Natuurcentrum gratis kunnen worden aangeboden, zodat iedere leerling kan deelnemen.
De openbare ruimte biedt talloze kansen voor vergroening. Bij herinrichting van straten, pleinen of het vervangen van riolering wordt vergroening standaard meegenomen in de plannen. Inwoners kunnen via een pilotactief betrokken worden bij het ontwerp en onderhoud van groen in hun buurt.
Door samen te werken met inwoners en ondernemers kunnen alternatieve vormen van groen worden ontwikkeld, zoals moestuinen of bloemrijke plantvakken. De gemeente onderzoekt hoe zij beter kan laten zien wat er gebeurt in het openbaar groen, bijvoorbeeld door uitleg te geven over ecologisch beheer en het organiseren van excursies. Om het onderhoud van groen aantrekkelijker te maken, wordt gekeken naar persoonlijk contact met geïnteresseerde inwoners, het aanbieden van materialen en gereedschap, en extra ondersteuning bij het onderhoud van adoptiegroen.

Ook wordt onderzocht hoe de gemeente beter kan laten zien wat er gebeurt in het openbaar groen, bijvoorbeeld door het organiseren van excursies en het geven van uitleg over ecologisch beheer. De gemeente stimuleert het ontstaan van nieuwe buurtinitiatieven, zoals moestuinen, bloemrijke plantvakken en andere kleinschalige groene projecten.
Particuliere tuinen spelen een grote rol in de vergroening van de stad. De gemeente verkent de mogelijkheden voor subsidies, advies en begeleiding om inwoners te helpen hun tuin groener te maken. Denk aan een vergoeding voor het verwijderen van tegels, het aanbieden van planten of het organiseren van cursussen over tuinvergroening. Ook wordt ingezet op het stimuleren van inheemse bloemen, struiken en bomen, die bijdragen aan biodiversiteit en goed passen bij de lokale natuur.
Het succes van subsidies en andere stimuleringsacties hangt sterk af van de manier waarop ze worden gepromoot. Informatieve campagnes via social media, lokale kranten en huis-aan-huis brieven maken inwoners bewust van de subsidiemogelijkheden en de voordelen van vergroening. Inspirerende verhalen van buurtbewoners die hun tuin hebben vergroend, kunnen anderen aanmoedigen om hetzelfde te doen.
Voor ondernemers is er het ondernemersfonds, waarmee vergroening van bedrijventerreinen wordt ondersteund. De gemeente faciliteert en ondersteunt gezamenlijke projecten, bijvoorbeeld bij herinrichting van bedrijventerreinen of het aanleggen van groene zones. De gemeente kan ook samen met ondernemers de mogelijkheden van collectieve vergroening op de bedrijventerreinen verkennen.
Monitoring is essentieel om te zien of de inspanningen voor meer bewustwording, acceptatie en actieve betrokkenheid onder inwoners en ondernemers meer effect hebben. Deelname aan groene initiatieven, gebruik van subsidies en het ontstaan van nieuwe buurtprojecten worden gevolgd. Ook wordt gekeken naar het gebruik van parken en andere groene plekken.
Door zowel cijfers als ervaringen te verzamelen, ontstaat een compleet beeld van de voortgang. Evaluatie na bijvoorbeeld een jaar laat zien of de bewustwording en betrokkenheid toenemen en of inwoners en ondernemers meer bereid zijn om bij te dragen aan een groenere stad. Op basis van grote evaluatie na bijvoorbeeld vijf jaar, kunnen de uitkomsten worden bijgesteld en nieuwe acties worden ontwikkeld.
Gorinchem beschikt over een rijke groene structuur, zowel binnen als buiten de stad. Het behoud en de versterking van bomen, parken en ander groen zijn essentieel, zeker nu de stad groeit en de druk op het groen toeneemt. De balans tussen stedelijke ontwikkeling en het behoud van voldoende groen is een gezamenlijke opgave, zodat Gorinchem een aantrekkelijke, gezonde en duurzame woonomgeving blijft.
Het groen in Gorinchem staat onder druk door, zoals door verstedelijking, verstening van tuinen en klimaatverandering. Dit leidt tot wateroverlast, hittestress en verminderde leefbaarheid voor mens en dier.
De Omgevingsvisie Gorinchem 2050 zet in op een radicaal groene stad met meer groen (zie ook hoofdstuk drie). Maar hoe beschermen we het groen om ons heen wat er nog is en welke maatregelen zijn ervoor nodig? In dit hoofdstuk volgt de uitwerking. Een uitgebreide toelichting op dit onderwerp staat in het kader bomen, bossen en groenblauwe structuren (2025).
Het provinciale beleid in Zuid-Holland erkent het belang van bomen en bossen voor natuur, klimaat en leefomgeving. In 2020 is een landelijk plan opgesteld om 37.000 hectare nieuw bos aan te planten, wat neerkomt op een toename van 10% bos in Nederland. Voor Zuid-Holland is dit extra relevant, omdat slechts 3% van het landschap uit bos bestaat.
Het provinciaal beleid richt zich op bescherming van bestaande bossen, herplant bij kap, en extra bescherming voor bijzonder groen. Houtopstanden buiten de bebouwde kom vallen onder de Omgevingswet en kennen een meldings- en herplantplicht. De provincie is verantwoordelijk voor het toezicht op houtopstanden buiten dorpen en steden, met duidelijke regels voor het kappen en herplanten van bomen.
De omgevingsvisie van Gorinchem (2023) streeft naar een stad die groener wordt. Groene en blauwe gebieden worden versterkt en met elkaar verbonden, zodat inwoners kunnen wandelen, sporten en elkaar ontmoeten. In het gebiedspaspoort voor Woonwijken West (2025) wordt het belang van schaduw, extra bomen en betere verbindingen tussen groen en blauw benadrukt. Bewoners waarderen het bestaande groen, maar geven aan dat meer schaduw en groen gewenst zijn. De Lokale Adaptatiestrategie (2023) zet in op jaarlijks 1% meer bomen, met herplant bij kap. In 2023 en 2024 zijn er met dit beleid meer bomen geplant dan verwijderd.
De gemeentelijke Verordening Fysieke Leefomgeving (2021) regelt de kap van bomen, waarbij monumentale en beeldbepalende bomen op een bomenlijst staan en extra bescherming genieten. Een vergunning om deze bomen te kappen is noodzakelijk. De herplant van nieuwe bomen kan verplicht zijn. Staat een boom niet op de lijst, dan is geen vergunning nodig voor kap. De regels in de verordening gaan alleen over bomen; voor ander groen zijn er geen specifieke regels.
Het Omgevingsplan bepaalt de functies van grond en regels voor gebruik en bouwen, ook voor groenbestemmingen. De gemeente volgt het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen, waarin eisen voor boomzorg en groeiruimte zijn vastgelegd. Dit handboek biedt richtlijnen voor het beheer van bomen in de openbare ruimte en draagt bij aan een gezonde groei en behoud van bomen.
Gorinchem telt meer dan 17.000 solitaire bomen, verspreid over wegen, lanen, parken en grasvelden. De meest voorkomende soorten zijn de es (Fraxinus excelsior), esdoorn (Acer spec.), wilg (Salix spec.), linde (Tilia spec.) en iep (Ulmus spec.). Veel van deze bomen zijn inheems, wat betekent dat ze van nature in het gebied voorkomen. De groeiplaats is bepalend voor de vitaliteit. Bomen in parken hebben vaak meer ruimte en zijn gezonder dan bomen op krappe plekken, waar wortelopdruk (wortels die zorgen voor het omhoog drukken van tegels) en groeiproblemen kunnen ontstaan.
Groenblauwe structuren beslaan bijna 175 hectare in Gorinchem. Deze structuren zijn een combinatie van groene (planten, bomen, gras) en blauwe (water) elementen en zijn van groot belang voor natuur, milieu, klimaatadaptatie, recreatie en de uitstraling van de stad. De belangrijkste typen zijn bermgras (69 ha, 39%), gazons (47 ha, 27%), vaste beplanting (28 ha, 16%) en bosplantsoen/griend (23 ha, 13%). Water speelt een integrale rol in deze structuren, bijvoorbeeld in parken en langs oevers.

De regio Alblasserwaard–Vijfheerenlanden, waar Gorinchem deel van uitmaakt, streeft naar minimaal 10% groenblauwe dooradering in 2050. Dit houdt in dat groene en blauwe gebieden worden aangelegd, versterkt en goed beheerd, met speciale aandacht voor het buitengebied en de overgang tussen stad en land. Gemeente Gorinchem werkt samen met andere partners, zoals andere gemeenten, provincies en het waterschap aan deze doelen.
Uit de interne evaluatie blijkt dat het huidige beleid en uitvoering in Gorinchem goed functioneert. Er is een duidelijk systeem voor vergunningen, waarbij monumentale en beeldbepalende bomen op een bomenkaart staan en extra bescherming genieten. Inwoners en bedrijven weten deze kaart te vinden en te gebruiken. Het systeem maakt het mogelijk om het aantal waardevolle bomen in de stad goed te monitoren en te behouden.
Tijdens de evaluatie is gekeken of het beleid voldoende is om de ambitie van een radicaal groene en natuurinclusieve stad te realiseren. De conclusie is dat het beleid op onderdelen moet worden aangepast, omdat de vergroening achterblijft bij de doelstellingen.
Sinds 2012 is alleen nog voor monumentale en beeldbepalende bomen een vergunning nodig. Overige bomen, zowel in de openbare ruimte als op privégrond zijn essentieel voor het totaalbeeld en de klimaatadaptatie, maar vallen buiten het vergunningenstelsel. Hierdoor zijn veel van die bomen verdwenen. Dit staat haaks op het doel van vergroening en maakt het behalen van de jaarlijkse groeidoelstelling van 1% extra bomen onzeker.
Er zijn onduidelijkheden in de gemeentelijke regels, met name over de definitie van een boom, hakhout en houtwal. Dit leidt tot interpretatieverschillen en onduidelijkheid over waar vergunningen voor nodig zijn. Ook de criteria voor het weigeren van kapvergunningen zijn onvoldoende uitgewerkt, waardoor objectieve beoordeling lastig is.
Er zijn veel groene plekken, de groenblauwe structuren die, ondanks hun bijdrage aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid onvoldoende bescherming genieten in het huidig beleid en ook niet bij nieuwe plannen. Dat betekent dat veel groen kan verdwijnen voor andere functies, terwijl we dit groen juist nodig hebben, bijvoorbeeld voor onze gezondheid.
Het beheer van bomen en groen is over het algemeen goed geregeld, met duidelijke richtlijnen en een effectief vergunningensysteem. Toch zijn er knelpunten: op veel plekken staan bomen waar ze niet goed kunnen groeien, wat leidt tot gezondheidsproblemen en extra kosten door wortelopdruk.
In projecten en plannen ontbreekt soms de capaciteit, de kennis en het toezicht om bomen en groenblauwe structuren goed te beschermen, waardoor schade ontstaat aan het groen. Dit vraagt om meer personele inzet, deskundigheid en toezicht bij de uitvoering van plannen en projecten. Voor het buitengebied ontbreekt een duidelijke landschappelijke visie, waardoor het lastig is om te bepalen welk groen moet worden aangelegd of onderhouden.
Het is noodzakelijk om in het omgevingsplan duidelijke definities op te nemen voor bomen, hakhout, houtwallen en groenblauwe structuren. Ook is er een duidelijke toelichting op de criteria nodig voor de beoordeling van een kapvergunningsaanvraag.
Voor bomen zonder vergunningplicht wordt een meld- en herplantplicht ingevoerd in het omgevingsplan. Dit betekent dat het kappen van deze bomen vooraf gemeld moet worden bij de gemeente, met informatie over soort, aantal, locatie en herplant. Zo kan de gemeente beter sturen op behoud en uitbreiding van het bomenbestand.
Een afwegingskader voor het rooien van bomen wordt geïntroduceerd, met acht stappen van inventarisatie tot eindverslag. Dit zorgt voor zorgvuldigere besluitvorming en bescherming van bomen in plannen en projecten. Capaciteitsuitbreiding van de organisatie is nodig, zoals met een beleidsadviseur groen en een toezichthouder groen. Deze functies zijn essentieel voor het ontwikkelen, uitvoeren en handhaven van het groenbeleid en -uitvoering.
Groenblauwe structuren krijgen extra bescherming via het omgevingsplan, met een regel dat ontwikkelingen alleen zijn toegestaan als de kwaliteit van de groenblauwe structuur verbetert. In het omgevingsplan komt ook een duidelijke kaart van die structuren.
De gemeente volgt de principes van groenblauwe dooradering, met ecologisch beheer en toevoeging van nieuwe landschapselementen. Deze principes sluiten aan bij de ambities van de gemeente, zo wordt het duidelijk welk groen gewenst is en het is toepasbaar in stad-landzones en het buitengebied. Dit is vastgelegd in een handboek en een convenant.
Jaarlijks wordt gecontroleerd of het aantal bomen met 1% toeneemt, met kaplijsten en herplant als instrumenten. Voor bomen in de categorie ‘overig’ komt een meldplicht, zodat beter inzicht ontstaat in kap en herplant, ook op privéterrein.
Voor groenblauwe structuren wordt een structuurkaart bijgehouden en geëvalueerd, zodat duidelijk blijft of de doelen worden gehaald en de structuren versterkt en behouden blijven.
Gorinchem is trots op haar groene karakter, met natuur zowel binnen als rondom de stad. Deze natuur is bijzonder, vanwege de ligging aan de rivier en de overgang naar het veenweidegebied. Tegelijkertijd staat deze natuur onder druk door verstedelijking, klimaatverandering en intensief ruimtegebruik. Daarbij is het groen weinig gevarieerd, omdat het onderhoud van nu zich vooral op de netheid van de omgeving richt.
Noodzaak voor variatie en ecologisch onderhoud
In hoofdstuk vier staat dat Gorinchem een natuurinclusieve stad wil zijn in 2050. Daarvoor is meer nodig dan alleen natuurinclusief bouwen. De gemeente erkent dat een gezonde en duurzame leefomgeving voor mens, plant en dier alleen kan als natuur structureel wordt meegenomen in het beheer van de openbare ruimte. In dit hoofdstuk volgt hier mee uitleg over hoe dit gerealiseerd kan worden. Een uitgebreide toelichting op dit onderwerp staat in het kader variatie en ecologisch beheer (2025).
In de omgevingsvisie van Gorinchem (2023) staat dat natuurinclusief bouwen (bouwen met aandacht voor de natuur) en meer groen in de stad belangrijke manieren om wilde planten en dieren te helpen. Dit kan door ecologische verbindingen en meer ruimte voor groen (wat ook onderhouden wordt) toe te voegen, met name voor dieren. In de visie staat niet concreet hoe dit precies wordt uitgewerkt. In het Gebiedspaspoort Woonwijken West (2025) staan ook plannen om de natuur te beschermen. Er staat in dat de biodiversiteit in deze wijken behouden moet blijven. In het Gebiedspaspoort staan geen ambities of maatregelen voor ecologisch beheer.
Het onderhoudsplan groen in Gorinchem beschrijft het groenbeheer van de stad tussen 2016 en 2020. Het bevat uitgangspunten voor ecologisch onderhoud, namelijk het niet gebruiken van chemische middelen gebruiken om onkruid te bestrijden, het uitvoeren van natuurvriendelijk beheer en het zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk verbeteren van biodiversiteit. Na 2020 is dit plan niet meer geactualiseerd. Er wordt wel gewerkt aan een nieuw onderhoudsplan voor groen.
Gorinchem beschikt over ongeveer 173 hectare openbaar groen, waarvan ongeveer de helft ecologisch wordt beheerd. Het grootste deel van het groen bestaat uit grasgebieden, waaronder gazons, bermgras, bloemrijk gras en ruigte. Gazons worden intensief gemaaid, terwijl bermgras en bloemrijk gras minder vaak worden gemaaid Ruigtes worden slechts eens per drie jaar gemaaid. Het afgemaaide gras wordt afgevoerd om de bodem te verschralen.
Naast grasgebieden zijn er bosplantsoenen en grienden. Die bestaat uit inheemse houtige soorten en wordt aangeplant vanwege het natuurlijke karakter en de afschermende functie. Het beheer bestaat uit het maaien van de randen van paden en het snoeien van bomen en struiken, waarbij dood hout vaak blijft liggen. Grienden zijn bosvlakken met laag geknotte boompjes op moerassige bodem en worden eens per drie jaar gesnoeid.
Bodembedekkende beplanting, bestaand uit sierstruiken en die niet van nature in Nederland voorkomen, worden, net als hagen, tweemaal per jaar gesnoeid. Solitaire bomen vormen ook belangrijke groentypen. Die worden periodiek gesnoeid. De waterkanten in Gorinchem worden op enkele plekken natuurvriendelijk beheerd. Hier groeien riet, lisdodde en andere oeverplanten. Het merendeel van de oevers heeft een beschoeiing, een overgang tussen nat en droog ontbreekt hier. Wel grenzen de oevers aan gras waar een strook kruiden blijft staan (die worden niet gemaaid).

De gemeente plaatst en onderhoudt ook faunavoorzieningen zoals nestkasten, vleermuiskasten en insectenhotels, die bijdragen aan de leefomstandigheden van vogels, vleermuizen en insecten (zie ook figuur tien).
Uit een interne evaluatie blijkt dat Gorinchem op ongeveer de helft van het gemeentelijk groen ecologisch beheer toepast. Dit uit zich onder andere in minder frequent maaien, het laten staan van stroken gras en bloemen en het behoud van dood hout.
Medewerkers zijn enthousiast over natuurvriendelijk beheer, maar er zijn knelpunten. Zo ontbreekt een heldere definitie van ecologisch onderhoud, is het beleid niet geactualiseerd en is er ruimte voor meer variatie in het groen. Natuurlijke overgangen tussen gras en bos, en tussen natte en droge gebieden, zijn belangrijk voor de biodiversiteit, maar komen nog onvoldoende voor. Ook is er behoefte aan meer kennis en ervaring bij het uitvoerend personeel. En aan betere communicatie richting inwoners over het belang van ecologisch onderhoud.
De gemeente heeft via een online poll inwoners gevraagd naar hun mening over het groen. Hieruit blijkt dat er een brede waardering is voor variatie en bloemen in het openbaar groen. Inwoners geven de voorkeur aan gevarieerde bermen, parken en waterkanten met veel bloemen boven strak gemaaide grasvelden. Maar ze hechten ook waarde aan een verzorgde en veilige openbare ruimte. De resultaten van deze peiling benadrukken het belang van biodiversiteit en ondersteunen het streven naar meer variatie in het groenbeheer.
De ambitie is er om minimaal 50% van het gemeentelijk groen ecologisch te beheren. Het ecologisch onderhoud wordt gedefinieerd als een manier van groenbeheer waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de natuur, door verstoring te minimaliseren en de leefomgeving te optimaliseren. Variatie in het groen is daarbij essentieel; afwisseling in planten, structuren en leefgebieden zorgt voor een gezondere en veerkrachtigere natuur.
Het beleid richt zich op doelsoorten, dit zijn aangewezen planten en dieren die profiteren van betere leefomstandigheden door meer variatie en ecologisch onderhoud. Voorbeelden zijn de huismus, egel en Icarusblauwtje. Zie ook figuur twee. Door het beheer op deze soorten te richten, profiteren andere soorten die in vergelijkbare omstandigheden leven.
Om de ambitie te realiseren, worden bestaande groentypen waar dat kan omgevormd om meer variatie te maken. Zo ontstaat ruimte voor natuurlijke overgangen, bloemrijk gras, vaste inheemse planten, vogelbosjes en natuurvriendelijke oevers. Zo wordt een deel van de bodembedekkende beplanting omgevormd naar bloemrijk gras en vogelbosjes. Gazons worden deels omgevormd naar bloemrijk gras, natuurlijke overgangen tussen gras en bos en vogelbosjes.

Vanuit de omvorming ontstaan twee nieuwe groentypen. De eerste zijn vogelbosjes (dichte struiken, zoals mei- of sleedoorn, die als groep dicht op elkaar staan en vogels beschutting bieden om er veilig te broeden). Het beheer en onderhoud is het één of twee keer per jaar snoeien (in het winterseizoen). De tweede zijn faunaranden (kruiden en houtige gewassen die tussen het bos en het gras instaan). Ze worden hoger dan het gras, maar blijven lager dan de bomen en struiken. Het beheer bestaat uit het jaarlijks 50% verwijderen van het groen in het najaar.
In het buitengebied sluit Gorinchem zich aan bij het regionale project voor groenblauwe dooradering, met als doel minimaal 10% van het buitengebied en stad-landzones te voorzien van ecologisch beheerde groenblauwe structuren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het regionale handboek, waarin de inrichting en het beheer van deze structuren zijn uitgewerkt.
De uitvoering van het ecologisch onderhoud gebeurt door eigen medewerkers en aannemers, die gecertificeerd zijn en werken volgens een goedgekeurde gedragscode soortenbescherming. Deze gedragscode is vastgesteld door de landelijke overheid en geldt als leidraad voor zorgvuldig beheer, waarbij planten en dieren worden beschermd tijdens werkzaamheden.
Het beleid schrijft voor dat onderhoudsniveaus worden onderscheiden tussen ecologisch en niet-ecologisch groen, zodat duidelijk is waar de prioriteit ligt. Voor ecologisch groen is het streven naar natuurkwaliteit leidend, terwijl voor niet-ecologisch groen het beeld en de netheid centraal staan.
Communicatie met inwoners is een expliciet aandachtspunt binnen de beleidskeuzes. Omdat het groenbeheer verandert van een strak onderhouden buitenruimte naar een meer robuuste en natuurlijke inrichting, is het belangrijk om inwoners goed te informeren over de redenen en voordelen van deze veranderingen. Dit voorkomt onbegrip en vergroot het draagvlak voor het beleid.
Monitoring vindt jaarlijks plaats, vooral op mobiele soorten zoals bijen, vlinders en planten, om te beoordelen of de soortenrijkdom toeneemt nadat het groen is omgevormd naar meer biodivers groen. Evaluatie van het beleid gebeurt na het eerste jaar en vervolgens na vier jaar, om te bepalen of het beleid effectief is en of bijsturing nodig is.
Gorinchem kent een rijke en gevarieerde natuur, zowel binnen de stad als in het buitengebied. Biodiversiteit is een kernbegrip: Gorinchem herbergt veel verschillende soorten planten en dieren, mede dankzij diverse natuurgebieden zoals stadswallen, uiterwaarden en parken. De kolblei, een vissoort die vroeger door inwoners werd gegeten, is tegenwoordig het symbool voor de natuur in Gorinchem en het Programma Stadsnatuur.
Noodzaak voor natuurbescherming
De natuur staat onder druk, niet alleen lokaal maar ook regionaal, nationaal en wereldwijd. Daarom heeft de Europese Unie regels vastgesteld om de natuur in Europa te beschermen, ook in Nederland en in Gorinchem. Daarom beschermt de gemeente bepaalde soorten en gebieden extra. In dit hoofdstuk volgt hoe Gorinchem omgaat met beschermde soorten en gebieden, en hoe deze bescherming verder kan worden verbeterd. Een uitgebreide toelichting op dit onderwerp staat in het kader natuurbescherming (2025).
Europees, nationaal en provinciaal beleid
Het nationale beleid is sinds 2024 vastgelegd in de Omgevingswet, waarin alle regels omtrent natuur zijn samengebracht. Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van beschermde gebieden, waarvoor bij ingrijpende projecten een omgevingsvergunning vereist is. De bescherming van soortenbescherming is ook in de Omgevingswet geregeld, waarbij drie groepen worden onderscheiden: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor deze groepen gelden strikte regels, en bij projecten die deze regels mogelijk overtreden, is een vergunning noodzakelijk.
Op provinciaal niveau zorgt Zuid-Holland voor naleving van de Omgevingswet en de provinciale omgevingsverordening. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en speciale weidevogelgebieden krijgen extra bescherming. Plannen die deze gebieden kunnen schaden worden getoetst en indien nodig gecompenseerd. De provincie heeft ook recreatiegebieden aangewezen die bij schade gecompenseerd moeten worden.
De gemeente Gorinchem heeft een toetsende en uitvoerende rol. Zij controleert of plannen en projecten voldoen aan de regels voor natuurbescherming. Bij eigen projecten en beheer van openbare ruimte wordt vooraf onderzocht of alles volgens de regels gebeurt, en zo nodig worden vergunningen aangevraagd.
Beschermde gebieden en soorten in Gorinchem
Beschermde gebieden in Gorinchem zijn onder andere het natuurgebied Avelingen, de Woelse Waard en het Natura 2000-gebied Lingegebied en Diefdijk-Zuid. Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat zijn de belangrijkste beheerders. Daarnaast zijn er door de provincie aangewezen weidevogel- en recreatiegebieden, die van groot belang zijn voor soorten als de grutto, kievit en scholekster.
Beschermde soorten in Gorinchem zijn onder meer vleermuizen, bevers, marters, amfibieën, vissen, vlinders, libellen, planten en een breed scala aan vogels. De bescherming is gebaseerd op Europese en nationale richtlijnen. De aanwezigheid van deze soorten wordt regelmatig geïnventariseerd in Gorinchem, zoals bij de voorbereiding van plannen en projecten.

Natura 2000-gebieden (stikstof)
De gemeente Gorinchem voert geen projecten uit in of nabij Natura 2000-gebieden, waardoor directe schade aan deze gebieden wordt voorkomen. Toch kunnen projecten elders indirect invloed hebben, bijvoorbeeld door stikstofuitstoot. Te veel stikstof is schadelijk voor zeldzame planten en kan leiden tot verstoring van het ecosysteem. Ook geluidsoverlast door bouwprojecten kan dieren storen. De regels omtrent stikstof zijn streng en vereisen slimme keuzes om projecten mogelijk te maken.
Natuurnetwerk nederland en weidevogelgebieden
Voor het Natuurnetwerk Nederland en de weidevogelgebieden geldt dat de gemeente Gorinchem geen grond bezit, maar wel beheer uitvoert. Projecten binnen het NNN vallen onder extra bescherming, maar tot nu toe zijn er geen projecten binnen deze gebieden uitgevoerd. In het noorden van Gorinchem zijn wel projecten in weidevogelgebieden, waarbij compensatie voor leefgebied verplicht is als schade ontstaat aan deze gebieden.
Beschermde soorten komen overal in Gorinchem voor. Bij nieuwe plannen en onderhoud wordt altijd onderzocht of er beschermde soorten aanwezig zijn en of vergunningen nodig zijn. Dit proces kan vertraging opleveren, vooral als onverwacht beschermde soorten worden aangetroffen. Er zijn manieren om zulke vertragingen te voorkomen. Er zijn gedragscodes beschikbaar om dieren en planten te beschermen tijdens onderhoud. In de Gildenwijk loopt een pilot om plannen en projecten uit te voeren met een soortenmanagementsplan (SMP). Dit plan moet dieren en hun leefgebied beschermen en maakt bouwprojecten tegelijk efficiënter.
Problemen zoals verstoring door verlichting, recreatie en afval worden zoveel mogelijk aangepakt, maar kunnen niet altijd voorkomen worden. Te veel licht is een probleem voor nachtactieve dieren, zoals egels, vleermuizen en uilen, omdat ze dan worden verstoord.
Voor projecten in de omgeving van Natura 2000-gebieden is een stikstofberekening noodzakelijk. De gevoeligheid van Natura 2000-gebieden voor stikstof varieert, en voor Gorinchem geldt dat de relevante gebieden minder gevoelig zijn. Dit betekent dat, anders dan andere gemeenten, zoals rondom de Veluwe, Gorinchem niet per definitie op “slot zit”.
Het uitgangspunt is dat een project zonder grote gevolgen voor de natuur geen vergunning vereist, mits dit goed wordt onderbouwd. Maatregelen kunnen bestaan uit bron- of procesmaatregelen en samenwerking met andere partijen. Een stappenplan stikstof helpt bij het vroegtijdig toetsen van stikstofuitstoot en het nemen van passende maatregelen (zie figuur 17).
De gemeente streeft naar een groene stad in 2050 en wil werken met een SMP voor de hele stad. Een pilot met zo’n plan in de Gildenwijk is succesvol verlopen en er worden nieuwe SMP’s ontwikkeld voor Haarwijk en Stalkaarsen. Iedereen die bouwt kan gebruik maken van een SMP, zolang de voorwaarden die erin staan in acht worden genomen. Dit levert vooral voor bouwers veel voordelen op, omdat die dan niet elke keer een vergunning hoeven aan te vragen.
Het SMP wordt de standaard voor nieuwe (bouw)projecten en moet worden opgenomen in het omgevingsplan. Een meldplicht SMP wordt voorgesteld, zodat bij elk nieuw (bouw)project wordt aangegeven hoe rekening wordt gehouden met beschermde soorten en het SMP. De gemeente kan op haar beurt de aanvrager zo beter helpen om zorgvuldig met beschermde soorten om te gaan.
De gemeente Gorinchem werkt voor onderhoud met een speciale gedragscode van Stadswerk en VNG. Deze gedragscode is in 2025 goedgekeurd door de landelijke overheid. De gedragscode geldt van juni 2025 tot en met maart 2030. Het gemeentebestuur heeft deze gedragscode vastgesteld op 7 oktober 2025.
Voor verlichting wordt voorgesteld om in groenblauwe structuren nieuwe verlichting toe te staan zolang nachtactieve dieren niet extra worden verstoord. Dit kan in het omgevingsplan worden uitgewerkt. In de Woelse Waard is bewustwording onder bezoekers nodig om honden aan de lijn te houden, zodat broedende vogels niet worden gestoord.

Acties, monitoring en evaluatie
De gemeente zet in op een blijvende bescherming van de natuur, met als doel een goede balans tussen natuurbehoud en stedelijke ontwikkeling in 2050. Belangrijke acties zijn het toepassen van het stappenplan voor stikstof, het uitvoeren en uitbreiden van SMP’s, het opnemen van SMP’s in het omgevingsplan, het gebruik van gedragscodes bij beheer en onderhoud, het reguleren van verlichting en het informeren van inwoners over het belang van natuurbescherming.
Monitoring is essentieel: jaarlijks worden in gebieden waar een SMP is vastgesteld, vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen geteld, en nestplekken gecontroleerd. Evaluatie van het SMP en de gedragscodes is verplicht en vindt om de vier jaar plaats. Dit is nodig zodat het beleid kan worden aangepast en verbeterd waar nodig.
Veranderend klimaat in Gorinchem
Gorinchem ligt aan het water en wordt steeds meer geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hevige regenbuien. Deze veranderingen hebben invloed op het watersysteem en de waterkwaliteit, wat gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en biodiversiteit. Door ons aan te passen, blijft Gorinchem een veilige, gezonde en fijne stad voor mens en dier.
Water is van grote waarde, zowel voor beleving als voor gebruik. Voldoende water is essentieel voor drinkwater, landbouw en groen in de stad. Tekorten kunnen leiden tot slechtere waterkwaliteit, wat negatieve gevolgen heeft voor gezondheid en leefomgeving. Goede waterkwaliteit is belangrijk voor ontspanning, natuur en biodiversiteit. Slechte waterkwaliteit kan leiden tot vissterfte, minder waterplanten en hogere kosten voor zuivering.
Het watersysteem staat onder druk door klimaatverandering. De gemiddelde temperatuur in Nederland is gestegen, wat zorgt voor warmere wateren en meer neerslag. Dit leidt tot wateroverlast, vooral in versteende steden als Gorinchem. Ook langere droge periodes komen vaker voor, waardoor waterstanden dalen en de waterkwaliteit verslechtert. In dit hoofdstuk staat welke aandachtspunten er zijn om ons, in relatie met biodiversiteit, aan te passen met een veranderend klimaat. Een uitgebreide toelichting op dit onderwerp staat in het kader veranderend klimaat (2025).
In de omgevingsvisie van Gorinchem is water een belangrijk thema. Voor 2050 zijn doelen gesteld: de stad moet beter voorbereid zijn op klimaatverandering, oevers worden aantrekkelijker en toegankelijker, en groene en blauwe lanen worden versterkt en verbonden. De visie beschrijft wat we willen bereiken, maar nog niet hoe we dat precies gaan doen.
Het Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt eisen aan waterkwaliteit, met als doel gezond water en een goed leefgebied voor planten en dieren. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) richt zich op een klimaatbestendig en waterrobuust Nederland in 2050. Regionaal is er de Adaptatiestrategie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (A5H), waarin samenwerking en integrale oplossingen centraal staan. Lokaal is er de Klimaatadaptatiestrategie voor Gorinchem, gericht op het beperken van schade en risico’s door klimaatverandering.
Waterkwaliteit en zwemlocaties
Samen met provincie en waterschap wordt de waterkwaliteit van het Wiel in Dalem onderzocht als mogelijke zwemlocatie. Risico’s zoals botulisme, blauwalg en vogelpoep worden gemonitord en aangepakt. Maatregelen zoals het verwijderen van kadavers, vlak maken van stranden en weghalen van drijvende planten helpen om de waterkwaliteit te verbeteren.
Gorinchem heeft bijna 175 hectare aan groene gebieden. Het verbinden van groene en blauwe gebieden helpt tegen klimaatproblemen en is goed voor biodiversiteit en waterkwaliteit. In de omgevingsvisie staat dat deze structuren versterkt en toegankelijker moeten worden gemaakt.
In de Lokale adaptatiestrategie van Gorinchem (2023) staat dat biodiversiteit één van de speerpunten is van de aanpak, net als hitte, wateroverlast, droogte, bodemdaling en overstromingen. In nieuwe (bouw)projecten blijkt dat het goed werkt om biodiversiteit en klimaatadaptatie (vooral met hitte, wateroverlast en droogte) samen integraal op te pakken. Maatregelen, zoals nieuwe bomen, verlaagd groen en droogtebestendige beplanting zijn goede voorbeelden om zowel planten en dieren te helpen als uitdagingen met klimaatsverandering op te lossen.
Klimaatverandering heeft grote invloed op de waterkwaliteit. De waterkwaliteit van KRW-waterlichamen voldoet niet aan de richtlijnen; vooral de chemische en biologische toestand moeten beter. Van het overige water zijn nog te weinig meetgegevens, maar er is een vermoeden van verslechtering. Er is minder flab, kroos en kroosvaren dan vroeger. Mogelijk stroomt het water ook beter door dan vroeger. Toch zijn veel watergangen troebel (onhelder) en lijken er minder waterplanten te groeien. Een mogelijke oorzaak is de aanwezigheid van uitheemse rivierkreeften en klimaatverandering. Er zijn kansen om groen en water beter te verbinden.
Het waterschap is verantwoordelijk voor het beheren en verbeteren van de waterkwaliteit, en werkt hiervoor samen met de gemeente Gorinchem. Het waterschap heeft meer inzicht in water gerelateerde problemen dan de gemeente, maar slechte waterkwaliteit heeft grote gevolgen voor de stad. Water en groen zijn essentieel voor gezondheid, beleving en het voorkomen van overlast. Daarom is intensievere samenwerking nodig.
De veranderingen door het klimaat bieden kansen om bredere vraagstukken, zoals waterkwaliteit en biodiversiteit, te koppelen aan de doelen van het waterschap en de gemeente. De gemeente en het waterschap werken goed samen bij nieuwe initiatieven en begrijpen de verantwoordelijkheden in het watersysteem. Bij het afkoppelen van hemelwater in Gorinchem, wordt een vergunning aangevraagd bij het waterschap, dat beoordeelt of de afvoer de kwaliteit of kwantiteit van het oppervlaktewater negatief beïnvloedt.
Samenwerking tussen riolering en klimaatadaptatie is belangrijk. De voorkeursvolgorde is: opvangen, bergen, afvoeren. Een stresstest waterkwaliteit kan kwetsbare wateren identificeren en gerichte maatregelen mogelijk maken. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet minimaal 30% van de ruimte bestaan uit groen en water.
Samenwerken tussen biodiversiteit en klimaatadaptatie blijft ook belangrijk. Er worden in de toekomst gezocht naar multifunctionele oplossingen, terwijl ook problemen gezamenlijk worden opgepakt.
Ook de samenwerking met het waterschap is belangrijk om gezamenlijk te komen tot goede oplossingen, zoals het verbeteren van de waterkwaliteit en het bestrijden van invasieve exoten.
Monitoring is nodig om te weten of maatregelen werken. Dit geldt voor zowel KRW-waterlichamen als het overige water. In overige watergangen kan uitbreiding van monitoring van waterkwaliteit zinvol zijn. Evaluatie vindt elke vier jaar plaats, met tussenevaluaties om te zien of doelen worden gehaald. Voor groenblauwe structuren wordt een structuurkaart gemaakt en bijgehouden.
Gorinchem kent een rijke natuur, zowel binnen als buiten de stad. Het gemeentelijk beleid richt zich op het beschermen van deze natuur, maar ook op het beperken van overlast door invasieve exoten, plaagdieren en ziekten. Invasieve exoten zijn planten en dieren die van nature niet in Gorinchem thuishoren en zich hinderlijk verspreiden. Voorbeelden zijn de reuzenberenklauw, exotische rivierkreeften en de Aziatische duizendknoop. Deze soorten veroorzaken schade aan natuur, mensen en gebouwen, mede doordat ze vaak geen natuurlijke vijanden hebben.

Plaagdieren zijn dieren die hier thuishoren, maar bij overmatige aanwezigheid voor overlast zorgen, zoals de bruine rat, wespen en ganzen. Plagen ontstaan bij overvloed aan voedsel, schuilplekken of een gebrek aan natuurlijke vijanden. Ziekten, vaak veroorzaakt door schimmels of bacteriën, tasten bomen aan of maken het water ongezond. Voorbeelden zijn kastanjebloedingsziekte, meeldauw en blauwalg. Verspreiding wordt bevorderd door klimaatverandering en menselijke activiteiten.

Het is belangrijk dat er goed gelet wordt op nieuwe planten, dieren en ziekten die problemen kunnen geven. Zo is het mogelijk er iets doen als er te veel komen. Het moet voorkomen worden dat er overlast ontstaat, of de overlast mag niet erger worden. Daarom staat in dit hoofdstuk een plan om overlast door deze soorten te voorkomen of te verminderen. Een uitgebreide toelichting op dit onderwerp staat in het kader invasieve exoten, ziekten en plagen (2025).
De Europese Unie heeft regels opgesteld voor het herkennen en bestrijden van invasieve exoten. In Nederland zijn deze regels vertaald naar nationale wetgeving. De gemeente Gorinchem is verplicht om actief op te sporen, te beheren en te bestrijden, vooral bij soorten op de Unielijst zoals de Aziatische duizendknoop en Amerikaanse rivierkreeft. Het KAD (Kennis- en Adviescentrum Dierplagen) helpt de gemeente hierbij.
De meeste exoten zijn aangetroffen in natuurgebieden, langs infrastructuur en in de buurt van de rivieren. De Nijlgans, muskusrat en Aziatische duizendknopen zijn het meest gesignaleerd.
Via het meldpunt Fixi worden meldingen van plaagdieren geregistreerd. De meeste klachten gaan over ratten, gevolgd door bijen, wespen en ganzen. De gemeente is wettelijk verplicht tot beheersing en bestrijding, en werkt volgens het principe van Integrated Pest Management (IPM): preventie staat centraal, actieve bestrijding volgt pas bij overschrijding van grenswaarden. Het KAD helpt de gemeente hier bij. De gemeente coördineert de aanpak, maar eigenaren van particuliere terreinen zijn zelf verantwoordelijk.
Bekende boomziekten in Gorinchem zijn onder andere essentaksterfte, iepenziekte en kastanjebloedingsziekte. De gemeente inspecteert bomen regelmatig en neemt maatregelen zoals behandeling, snoei of kap. In het water komen soms bacteriën als botulisme en blauwalg voor. Samen met het waterschap worden maatregelen genomen zoals het plaatsen van waarschuwingsborden, het verwijderen van dode dieren en het verbeteren van de waterkwaliteit.
Uit een interne evaluatie op dit onderwerp is geconcludeerd is dat de gemeente wel ingrijpt en ook
maatregelen neemt om plagen en ziekten te voorkomen of om overlast te beperken. Toch zijn er wel verbeterpunten: er is nog geen specifiek beleid voor invasieve exoten, sommige maatregelen zijn onvoldoende effectief en nieuwe soorten veroorzaken nieuwe vormen van overlast. De verwachting is dat invasieve exoten zich de komende 25 jaar blijven vestigen, wat blijvend beleid en mogelijk extra budget vereist.
De risico’s van de meest problematische invasieve exoten zijn in kaart gebracht. De Nijlgans veroorzaakt ecologische schade en overlast, de Aziatische duizendknoop tast funderingen aan, de reuzenberenklauw veroorzaakt huidirritatie, de Aziatische hoornaar bedreigt bijen en de exotische rivierkreeft schaadt het waterleven. Voor elk van deze soorten zijn de risico’s en verantwoordelijke partijen benoemd.
Binnen de gemeente veroorzaken met name ratten structurele overlast. Deze inheemse plaagdieren brengen risico’s met zich mee voor de volksgezondheid, openbare ruimte, verkeersveiligheid en de leefbaarheid van wijken. De gemeente werkt samen met diverse partners, zoals woningcorporaties, aan een integrale en duurzame aanpak. Ondanks deze samenwerking blijft de effectiviteit van het beleid momenteel beperkt door een aantal hardnekkige factoren:
Zwerfafval en voedselbronnen: Zwerfafval, bijplaatsingen en slecht afgesloten afvalcontainers zorgen voor een constante beschikbaarheid van voedsel. Dit trekt met name ratten aan en stimuleert populatiegroei, waardoor bestrijdingsmaatregelen slechts tijdelijk effect hebben.
Bouwkundige gebreken en openbare ruimte: Verouderde bebouwing, open kruipruimtes, kapotte riolering en slecht onderhouden groen bieden schuil- en nestgelegenheid voor plaagdieren. Bij ganzen leidt een inrichting van de openbare ruimte met veel open water en grasvelden tot concentraties die moeilijk beheersbaar zijn.
Beperkte capaciteit en middelen: De beschikbare capaciteit voor toezicht, preventie en handhaving is beperkt. Hierdoor ligt de focus vaak op incidenten en klachtenafhandeling, in plaats van op structurele preventie en monitoring.
Versnipperde verantwoordelijkheden: De verantwoordelijkheid voor preventie en bestrijding ligt deels bij bewoners, bedrijven, woningcorporaties en andere grondeigenaren.
Boomziekten worden al onder controle gehouden door monitoring, behandeling en herplant. Indien bomen ziek worden dan worden ze door de gemeente goed in de gaten gehouden. Indien nodig wordt de boom dan of behandeld, gesnoeid of gekapt. Voor bacteriën in het water werkt de gemeente samen met het waterschap aan preventie en snelle interventie.
Het beleid richt zich op het vroegtijdig signaleren, bestrijden en beheersen van invasieve exoten, plaagdieren en ziekten. De gemeente kiest per situatie voor monitoren, bestrijden of beheersen, afhankelijk van de ernst en verspreiding. Niet alle soorten veroorzaken direct een plaag; ingrijpen gebeurt alleen bij daadwerkelijke overlast of risico’s voor gezondheid, veiligheid of natuur. De werkwijze is samengevat:
Signaleren en monitoren: Nieuwe soorten worden vroegtijdig herkend en gevolgd.
Bestrijden: Actief verwijderen van soorten bij overlast, mits haalbaar.
Beheersen: Verspreiding beperken als uitroeien niet mogelijk is, bijvoorbeeld door lokale ingrepen en voorlichting aan inwoners.
De beslisboom helpt bepalen of en wanneer ingrijpen noodzakelijk is, met aandacht voor volksgezondheid, veiligheid en omgeving (zie figuur 20). Daarbij is de term invasieve exoot een plant, dier of ander organisme dat normaal niet in Nederland voorkomt én overlast geeft voor mensen of dieren.
Specifieke soortgerichte maatregelen
Samengevat zijn volgende soortgerichte maatregelen nodig om overlast te voorkomen of te beperken:
Nijlgans: Monitoring, waarschuwingsborden, publieksvoorlichting en indien nodig regulering van het aantal door eieren te schudden (alleen door experts en met vergunning).
Aziatische duizendknoop: Monitoring, beheer en bestrijding op nieuwe groeiplaatsen, voorlichting aan inwoners, extra aandacht bij gemeentelijke werkzaamheden.
Reuzenberenklauw: Monitoring, verwijderen van bloemhoofden, publieksvoorlichting.
Aziatische hoornaar: Registratie van meldingen, verwijderen van gevaarlijke nesten, publiekscampagne, samenwerking met stakeholders.
Mediterraan draaigatje: Bestrijding met heet water, nematoden, vriesspray en herhaalde controles.
Ratten: Meerjarige, gebiedsgerichte aanpak, regiehouder voor coördinatie, samenwerking met partners, publiekscampagne, diervriendelijke bestrijding.
Samengevat zijn volgende procesmaatregelen nodig om overlast te voorkomen of te beperken:
Het aanstellen van een regiehouder. Deze persoon gaat zorgen voor coördinatie in het beheersen van plagen. Hij of zij blijft in contact met andere partijen, zoals het KAD en mensen binnen de gemeente. De regiehouder zorgt ervoor dat acties worden uitgevoerd, is het aanspreekpunt voor onderzoek en advies, en regelt de communicatie over het voeren van dieren.
De gemeente blijft samenwerken met het KAD, bijvoorbeeld voor het melden van plagen, het stellen van vragen over plagen, het registreren van meldingen en het doorgeven van signalen van het KAD naar de gemeente.
De gemeente werkt volgens het principe van Integrated Pest Management (IPM). Dit betekent dat de gemeente de juiste (proces)maatregelen neemt om te voorkomen dat plagen ontstaan, of om plagen onder controle te houden.
De gemeente werkt samen met partners aan een meerjarenplan voor bewustwording onder inwoners. Dit is bedoeld om inwoners te informeren over de gevaren van het weggooien van afval en voedsel op straat, en wat zij zelf kunnen doen om plagen rond hun huis te voorkomen.
De gemeente zet de aanpak om boomziektes en de kans op blauwalg en boomziektes onder controle te houden door. De huidige aanpak werkt goed.
Een meerjarige, gebiedsgerichte aanpak is nodig om de kans op plagen in de toekomst te verkleinen.
Het is belangrijk om goed te letten op de grootste veroorzakers van schade en overlast. Zo kan de gemeente op tijd zien waar problemen ontstaan en snel maatregelen nemen (monitoren). De evaluatie gebeurt elk jaar. De gemeente en het KAD bespreken samen hoe het beheer van plagen gaat. Verbeteringen die uit dit overleg komen, voeren we het jaar erna door. Het is ook aan te raden om elke twee jaar samen met andere betrokken partijen te evalueren.
Gorinchem kent een rijke natuur, zowel binnen als rondom de stad. Biodiversiteit is een kernwaarde: de stad herbergt vele soorten planten en dieren, mede dankzij diverse natuurgebieden. Door de vele wegen die door de stad lopen die dieren echter risico’s.
Bij nieuwe bouwprojecten moet de natuur een volwaardige plek krijgen, zodat Gorinchem veiliger wordt voor dieren. De gemeente streeft naar een groene, natuurinclusieve stad in 2050, waar mens en dier samen in een gezonde omgeving leven. Dit vraagt om het creëren van veilige plekken en het oplossen van ecologische knelpunten. In dit hoofdstuk staat hoe dit kan. Een meer uitgebreide toelichting op dit onderwerp staat in het kader ecologische knelpunten (2025).
Sinds 2024 geldt de Omgevingswet, die regels voor ruimte, milieu, natuur en water bundelt. De wet verplicht iedereen schade aan natuur te voorkomen of te beperken, ook bij infrastructuurprojecten. Bepaalde soorten en hun leefgebieden zijn extra beschermd; voor ingrepen is soms een vergunning nodig.
De omgevingsvisie Gorinchem (2023) benadrukt het belang van natuurinclusief bouwen en vergroening, maar biedt nog weinig concrete uitwerking. Het Gebiedspaspoort Woonwijken West (2025) en het Beleidsplan Duurzaamheid 2017-2021 benadrukken het behoud van biodiversiteit en het betrekken van bewoners, maar geven weinig richting voor diervriendelijke infrastructuur. Het Ideeënboek natuurinclusief ontwerpen (Waardenburg, 2020) biedt inspiratie, maar is geen officieel beleid.
In Gorinchem zijn duizenden soorten flora en fauna vastgesteld. Jaarlijks vallen veel dieren slachtoffer in het verkeer, vooral egels, amfibieën, vogels en vleermuizen. Risicogebieden zijn onder andere dijken, waterpartijen en wegen. Het kleiner worden van leefgebieden doordat nieuwe wegen door leefgebieden van wilde dieren worden aangelegd is een groot probleem.
Faunapassages zijn voorzieningen die dieren helpen veilig infrastructuur te passeren. In Gorinchem zijn slechts enkele faunapassages, zoals langs de Lingsesdijk. Daarnaast zijn faunatrappen langs waterkanten en voorzieningen in straatkolken aangebracht om dieren uit het water of putten te helpen.

Veldonderzoek in 2025 bracht risicovolle locaties in kaart, vooral waar groen en infrastructuur elkaar kruisen. In Gorinchem-West zijn bijvoorbeeld de Mollenburgsestraat en Gildenweg knelpunten; in Gorinchem-Oost de oevers langs de Linge en het Merwedekanaal. Problemen zijn onder andere het ontbreken van veilige droge, natte of hoge verbindingen, en het ontbreken van uitklimvoorzieningen uit water of putten.
Technische oplossingen zijn onder meer faunatunnels (droge doorgangen onder wegen), faunarichels (droge loopranden langs watergangen), fauna-uittreedplaatsen (schuine oevers of trappen), amfibieladders (uitwegen uit putten) en hop-overs (hoge bomenrijen voor vleermuizen). Deze voorzieningen verbinden leefgebieden en verminderen verkeersslachtoffers.
Een registratiesysteem voor dode dieren en ecologische knelpunten is essentieel om problemen inzichtelijk te maken en gericht op te lossen. Kaartlagen in GIS kunnen technische oplossingen en locaties weergeven. Vervolgens kunnen bij gemeentelijke projecten, zoals vervanging van wegen, specifieke faunavoorzieningen aangebracht worden om dieren een veilige oversteek te bieden.
Monitoring en evaluatie zijn nodig om de effectiviteit van maatregelen te bepalen, bijvoorbeeld via cameraonderzoek bij faunapassages.
Met het Programma Stadsnatuur Gorinchem kiest onze stad bewust voor een toekomst waarin natuur, biodiversiteit en leefbaarheid centraal staan. Dit programma is het resultaat van een brede samenwerking tussen gemeente, inwoners en maatschappelijke partners. Samen hebben we een koers uitgezet die Gorinchem voorbereidt op de uitdagingen van morgen, met oog voor het welzijn van mens én natuur.
De ambitie is helder: Gorinchem wil in 2050 een radicaal groene, natuurinclusieve en klimaatadaptieve stad zijn. Dit betekent dat natuur niet langer een bijzaak is, maar een vanzelfsprekend onderdeel van onze manier van denken en doen. We bouwen niet tegen de natuur, maar samen mét haar. Natuur en biodiversiteit krijgen vanaf het begin een plek in de ontwikkeling, inrichting en het beheer van onze stad. Zo ontstaat een gezonde, leefbare en veerkrachtige omgeving voor huidige en toekomstige generaties.
Het programma benadrukt het belang van biodiversiteit als fundament voor een goed functionerend ecosysteem. Planten, dieren en micro-organismen leveren onmisbare diensten, zoals bestuiving, waterzuivering en verkoeling. Door te investeren in meer en beter groen, versterken we niet alleen de natuur, maar ook de gezondheid, het welzijn en de sociale samenhang in onze stad. De 3+30+300-regel en het streven naar minimaal 47,5% groen in 2050 zijn concrete doelen die richting geven aan deze ambitie.
Nieuwe (bouw)projecten bieden kansen om natuurinclusief te bouwen. Door uit te gaan van de behoeften van planten en dieren, creëren we ruimte voor doelsoorten en versterken we de basiskwaliteit van de natuur. Radicale vergroening betekent méér én beter groen, met aandacht voor variatie, klimaatadaptatie en multifunctioneel ruimtegebruik. Monitoring en jaarlijkse evaluatie zorgen ervoor dat we de voortgang bewaken en waar nodig bijsturen.
Beschermde soorten en gebieden krijgen extra aandacht, met inzet van soortenmanagementplannen en gedragscodes. Het beheer van bomen, bossen en groenblauwe structuren wordt versterkt, met duidelijke regels en monitoring. Door samen te werken met regionale en landelijke partners, zorgen we voor een robuust en toekomstbestendig groen netwerk.
De uitdagingen zijn groot: klimaatverandering, verstedelijking en verlies aan biodiversiteit vragen om een nieuwe manier van denken en handelen. Dit programma biedt een stevig fundament, maar het succes hangt af van de gezamenlijke inzet van gemeente, inwoners, ondernemers en partners. Alleen samen kunnen we Gorinchem groener, gezonder en veerkrachtiger maken.
Wij nodigen iedereen uit om mee te doen, ideeën te delen en samen te werken aan een stad waar natuur en mens in balans zijn. Door te blijven leren, te monitoren en te evalueren, zorgen we ervoor dat Gorinchem een aantrekkelijke en toekomstbestendige stad blijft voor iedereen.
Samen maken we het verschil. Samen laten we Gorinchem groeien en bloeien.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-354113.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.