Gemeenteblad van Rijssen-Holten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Rijssen-Holten | Gemeenteblad 2026, 334019 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Rijssen-Holten | Gemeenteblad 2026, 334019 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Rijssen-Holten is voornemens om het omgevingsplan van de gemeente Rijssen - Holten te wijzigen voor de locatie Enterstraat 133 in Rijssen. Met de voorgenomen wijziging wordt de bestaande bedrijfsfunctie gewijzigd naar een woonfunctie. De bestaande bebouwing wijzigt voor nu niet. Aan de locatie is het voornemen de standaard regels voor wonen gekoppeld.
gelezen de tekstinhoud van ”Omgevingsplan gemeente Rijssen-Holten” d.d. 9 juli 2026
Overwegende dat:
- er een positief principebesluit is genomen op 23 september 2025 op de voorgenomen ontwikkeling
Besluit;
Het ontwerp omgevingsplan, ten behoeve van de wijziging omgevingsplan gemeente Rijssen - Holten - Enterstraat 133 in Rijssen, ter inzage te leggen.
"Omgevingsplan gemeente Rijssen-Holten" opgenomen in Bijlage A voor ontwerp ter inzage wordt gelegd.
Van de terinzagelegging, de termijn voor terinzagelegging en de mogelijkheid om te reageren wordt kennis gegeven in het gemeenteblad (rijssen-holten.nl/bekendmakingen) en lokale huis-aan-huisbladen.
Aldus voor ontwerp ter inzage gelegd door Gemeente Rijssen-Holten, 9 juli 2026
Burgemeester en wethouders van de gemeente Rijssen-Holten,
Namens deze:
J.C.R. van Houdt, burgemeester
H.G. Tukker, gemeentesecretaris
A
Het opschrift van paragraaf 4.1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
B
Het opschrift van artikel 4.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
C
Paragraaf 4.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bouwwerken die voldoen aan de beoordelingsregels in paragraaf 4.2.2 zijn toestemmingsvrij.
Bouwwerken die niet voldoen aan de regels in het eerste lid en waarvoor in subparagraaf 4.2.3.2 specifieke beoordelingsregels zijn opgenomen zijn vergunningplichtig.
Bouwwerken die niet voldoen aan de regels in het eerste lid en waarvoor in het tijdelijk deel omgevingsplan beoordelingsregels zijn opgenomen zijn vergunningplichtig.
Bouwwerken die niet voldoen aan de regels in het eerste lid en waarvoor in hoofdstuk 19 beoordelingsregels zijn opgenomen zijn vergunningplichtig.
Bouwwerken die niet voldoen aan het eerste, derde of vierde en niet al specifiek verboden zijn op basis van paragraaf 4.2.4, zijn verboden.
D
Artikel 4.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De regels in deze paragraaf gaan over het bouwen van toestemmingsvrije bouwwerken.
Paragraaf 4.2.2 is niet van toepassing op activiteiten in, aan, of op monumenten of archeologische monumenten, voorbeschermde monumenten of voorbeschermde archeologische monumenten tenzij het gaat om:
normaal onderhoud voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of
een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is.
Artikelen 4.144.12, 4.154.13, 4.184.16 en 4.174.15 zijn niet van toepassing op activiteiten bij monumenten, voorbeschermde monumenten of archeologische monumenten tenzij het gaat om:
normaal onderhoud voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of;
een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is.
Paragraaf 4.2.2 is vanwege externe veiligheid niet van toepassing op locaties als bedoeld in artikel 17.11.
Paragraaf 4.2.2 is niet van toepassing bij een bouwwerk dat zonder omgevingsvergunning is gebouwd, in stand wordt gelaten of wordt gebruikt.
Bij toepassing van het toestemmingsvrij bouwen, het in stand houden of gebruiken van een bouwwerk op basis van paragraaf 4.2.2, blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.
Bij toepassing van paragraaf 4.2.2 wordt binnen de molenbiotoop ten behoeve van de goede windvang van een molen de bouwhoogte beperkt tot:
bij een afstand tot 100 meter van de molen: 5 meter;
bij een afstand tussen 100 en 200 meter van de molen: 7 meter;
bij een afstand tussen 200 en 300 meter van de molen: 9 meter;
bij een afstand tussen 300 en 400 meter van de molen: 11 meter; of
een bestaande afwijkende bouwhoogte bij vervangende nieuwbouw waarbij de hoogte niet toeneemt.
E
Het opschrift van artikel 4.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
F
Het opschrift van artikel 4.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
G
Het opschrift van artikel 4.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
H
Het opschrift van artikel 4.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
I
Het opschrift van artikel 4.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
J
Het opschrift van artikel 4.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
K
Het opschrift van artikel 4.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
L
Het opschrift van artikel 4.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
M
Het opschrift van artikel 4.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
N
Het opschrift van artikel 4.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
O
Artikel 4.10 wordt verplaatst van paragraaf 4.2.1 naar subparagraaf 4.2.3.1. Het opschrift van artikel 4.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
P
Artikel 4.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Vervallen]
Q
Artikel 4.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor zover voor een activiteit in het tijdelijk deel omgevingsplan, is bepaald dat bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van daarbij aangegeven regels, geldt deze bepaling als verbod om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten.
Als de in het eerste lid bedoelde vergunningplicht een verplichting bevat, wordt deze verplichting gelezen als een bevoegdheid.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 4.234.9 die in strijd is met de in het tijdelijk deel omgevingsplan, gestelde regels over afwijking, kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in dat tijdelijke deel.
Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing:
artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en
artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 4.244.22 worden de volgende gegevens verstrekt:
het beoogde en het huidige gebruik van de locaties en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft;
een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:
de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;
de situering van bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;
de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;
de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en
het beoogd gebruik van de locatie behorende bij het voorgenomen bouwwerk.
Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.
R
Het opschrift van artikel 4.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
S
Het opschrift van artikel 4.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
T
Artikel 4.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op artikel 4.264.24 wordt een omgevingsvergunning voor een (voorbeschermd) gemeentelijk monument alleen verleend als:
Als de omgevingsvergunning ziet op een (voorbeschermd) kerkelijk monument neemt het bevoegd gezag niet eerder een beslissing:
Het college kan in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een (voorbeschermd) gemeentelijk monument.
U
Artikel 4.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 4.264.24, aanhef en onder a, kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijk deel omgevingsplan.
Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing:
artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en
artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
V
Artikel 4.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 4.264.24, onder c, is de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving.
Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.
Het zinsdeel «in meer dan 25 m3 bodemvolume» in het tweede lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest.
W
Artikel 4.9 wordt verplaatst van paragraaf 4.2.1 naar subparagraaf 4.2.3.1. Artikel 4.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 4.264.24 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is:
een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden;
een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of
een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd;
In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan.
X
Het opschrift van artikel 4.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Y
Artikel 4.11 wordt verplaatst van paragraaf 4.2.1 naar subparagraaf 4.2.3.1. Het opschrift van artikel 4.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Z
Artikel 4.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 4.264.24, aanhef en onder c, onder 2, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in artikel 4.264.24.
AA
Artikel 4.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen van een schutting of andere afscheiding in woonwijken en centra bij hoeksituaties gericht op de openbare weg of openbaar groen wordt omgevingsvergunning verleend als deze:
Voor het bouwen van een schutting of andere afscheiding in het buitengebied, anders dan een schutting of andere afscheiding als bedoeld in artikel 4.184.16, eerste lid, wordt omgevingsvergunning verleend als deze:
Voor het bouwen van een schutting of andere afscheiding in woonwijken en centra wordt een omgevingsvergunning verleend als deze:
Voor het bouwen van een hekwerk ter plaatse van de functie brandgang wordt omgevingsvergunning verleend als deze:
niet hoger is dan 2,5 meter;
er geen aantasting plaatsvindt van de bereikbaarheid van het (achterliggende) gebied of de aangrenzende percelen voor hulpdiensten of ontvluchting;
er schriftelijk advies is gevraagd bij de Veiligheidsregio Twente;
het hekwerk geopend kan worden met een universele sleutel; en
de ruimtelijke kwaliteit niet wordt aangetast.
Een schutting of andere afscheiding in bijzondere gebieden als wordt voldaan aan de regels voor erf- en perceel afscheidingen zoals opgenomen in het tijdelijk deel omgevingsplan.
BB
Het opschrift van artikel 4.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CC
Het opschrift van afdeling 4.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DD
Het opschrift van paragraaf 4.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EE
Voor artikel 4.52 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
In aanvulling op het specifiek verboden gebruik zoals opgenomen in paragraaf 4.3.3 is het verboden bouwwerken of locaties anders te gebruiken of te laten gebruiken:
dan toestemmingsvrij is toegelaten op basis van regels in paragraaf 4.3.2;
dan is toegelaten op basis van regels uit het tijdelijk deel omgevingsplan; of
dan is toegelaten op basis van regels van hoofdstuk 19.
Het eerste lid geldt ook voor het in stand houden van het gebruik van bouwwerken of locaties.
FF
Het opschrift van artikel 4.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GG
Artikel 4.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden bouwwerken of gronden in afwijking van een in het omgevingsplan of het tijdelijk deel omgevingsplan gegeven functie of gebruiksdoel:
[Vervallen]
HH
Artikel 4.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het in stand houden of gebruiken van een bijbehorend bouwwerk in overeenstemming met het omgevingsplan als wordt voldaan aan de eisen van artikel 4.144.12.
II
Artikel 8.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van het eerste lid kan het college in een spoedeisend geval een gemeentelijk monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk of archeologisch monument. In afwijking van het zesde lid wordt in dat geval aan de adviescommissie omgevingskwaliteit advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument.
In afwijking van artikel 8.8, zesde lid wordt in dat geval aan de adviescommissie omgevingskwaliteit advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument.
Op een voorlopig aangewezen monument zijn artikel 4.124.10, 4.66, 4.68 en hoofdstuk 13 van toepassing.
JJ
Artikel 13.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor de toepassing van hoofdstuk 13 en artikel 4.124.10, tweede en derde lid wordt onder een gemeentelijk monument of een archeologisch monument ook een voorlopig aangewezen gemeentelijk monument of archeologisch monument verstaan.
KK
Artikel 17.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikelen 4.144.12 en 4.64 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht:
op een locatie in een in het tijdelijk deel omgevingsplan, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen;
op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijk deel omgevingsplan niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of
op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:
artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;
artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; of
artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van laatstbedoeld artikel van toepassing is.
LL
Het opschrift van hoofdstuk 19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MM
Het opschrift van paragraaf 19.1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NN
Artikel 19.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De regels uit hoofdstuk 19 vormen:
Afdeling 19.2 is gereserveerd voor tijdelijke alternatieve maatregelen - informatiemodel ruimtelijke ordening (TAM-IMRO, hierna: TAM- omgevingsplan(nen) die nog niet in de standaard voor omgevingsplannen (STOP/TPOD) beschikbaar zijn. Deze plannen maken in juridische zin wel onderdeel uit van het omgevingsplan. Deze plannen hebben een hoofdstuknummer meegekregen (22 gevolgd door een letter). Dat hoofdstuknummer moet door de wijziging van het omgevingsplan vanaf inwerkingtreding gelezen worden als hoofdstuk 19 van dit omgevingsplan. Vanwege de diverse statussen van de plannen zijn niet alle TAM-omgevingsplannen altijd zichtbaar in het DSO. Deze afdeling bevat een weergave van alle ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp omgevingsplan (eerste wijziging) bestaande TAM-omgevingsplannen. De TAM-omgevingsplannen die ten tijde van vaststelling van het omgevingsplan onherroepelijk zijn, zijn verwerkt in het omgevingsplan (geconsolideerd).
Om te voorkomen dat TAM-plannen die niet onherroepelijk zijn en nog niet verwerkt zijn in het omgevingsplan, overal zichtbaar zijn, zijn deze plannen gekoppeld aan de Placeholder TAM-IMRO op de locatie van het gemeentehuis in Rijssen. De globale locatie van de ontwikkeling staan in de titel van het artikel.
Voor locaties waarvoor regels zijn opgenomen in hoofdstuk 19 kunnen ook regels over dezelfde activiteiten of gebruik van bouwwerken of locaties uit hoofdstuk 1 tot en met 18 gelden. De regels moeten in samenhang toegepast worden. Voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) zijn de de regels voor toestemmingsvrije bouwwerken opgenomen in artikel 4.9, eerste lid en paragaaf 4.2.2.
Afdeling 19.1 bevat algemene regels die van toepassing kunnen zijn in andere afdelingen in dit hoofdstuk.
Afdelingen 19.1 en 19.2 moeten voor locaties waarvoor een TAM-IMRO omgevingsplan is gemaakt in ieder geval in samenhang toegepast worden.
Afdelingen 19.1 en 19.4 moeten voor locatiespecifieke STOP-TPOD ontwikkelingen in ieder geval in samenhang toegepast worden.
OO
Paragraaf 19.1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Red: Artikel 19.2 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subparagraaf 19.1.2.1. ]
Bestaande afwijkingen in aantallen, maten en afmetingen ten opzichte van de normen in artikel 19.3 tot en met artikel 19.14 en artikel 19.1619.8 en 19.1719.23, zoals die bestaan op 5 november 2025 mogen worden gehandhaafd.
Voor het oppervlak van bijbehorende bouwwerken zoals bedoelt in artikel 19.1519.22, geldt dat als de legaal aanwezige m2 op 5 november 2025 meer bedragen dan 150 m2, vervangende nieuwbouw is toegestaan tot deze bestaande oppervlakte met een maximum van 300 m2, onder voorwaarde van landschappelijke inpassing.
Van het bepaalde in paragraaf 19.1.2 kan ondergeschikt worden afgeweken ten behoeve van duurzaamheidsdoeleinden.
[Red: Artikel 19.3 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subparagraaf 19.1.2.1. ]
Tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald in dit hoofstuk wordt een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) verleend als een gebouw binnen het bouwvlak gebouwen wordt gebouwd.
Tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald in dit hoofstuk wordt een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) verleend als een gebouw of overkapping binnen het bouwvlak gebouwen en overkappingen wordt gebouwd.
[Red: Artikel 19.6 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subparagraaf 19.1.2.1. ]
Het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangegeven percentage.
[Red: Artikel 19.7 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subparagraaf 19.1.2.2. ]
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) voor hoofdgebouwen wordt verleend als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte - bedrijf' aangegeven bouwhoogte.
De bouwhoogte van een hoofdgebouw is niet hoger dan de ter plaatste van 'maximum bouwhoogte - bedrijf' bepaalde waarde.
[Red: Artikel 19.12 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subparagraaf 19.1.2.2. ]
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) voor hoofdgebouwen wordt verleend als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte - bedrijf' aangegeven bouwhoogte.
De goothoogte van een hoofdgebouw is niet hoger dan de ter plaatste van 'maximum goothoogte - bedrijf' bepaalde waarde.
De maximum oppervlakte van bedrijfsbebouwing is niet hoger dan de ter plaatste van 'maximum oppervlakte - bedrijfsbebouwing' bepaalde waarde.
[Red: Artikel 19.16 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subparagraaf 19.1.2.2. ]
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) wordt verleend als het de goothoogte van gebouwen niet minder bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte - bedrijf' aangegeven goothoogte.
De goothoogte van gebouwen is niet minder dan de de ter plaatste van 'minimum bouwhoogte - bedrijf' bepaalde waarde.
De dakhelling voor bedrijfsbebouwing is niet minder dan de ter plaatste van 'minimum dakhelling - bedrijf' bepaalde waarde.
[Red: Artikel 19.9 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subparagraaf 19.1.2.3. ]
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) voor hoofdgebouwen wordt verleend als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte - centrum' aangegeven bouwhoogte.
De bouwhoogte van hoofdgebouwen is niet hoger dan de ter plaatste van'maximum bouwhoogte - centrum' bepaalde waarde.
Het maximum bruto vloeroppervlak van een supermarkt is niet meer de ter plaatste van 'maximum oppervlakte - supermarkt' bepaalde waarde.
[Red: Artikel 19.10 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subparagraaf 19.1.2.4. ]
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) voor hoofdgebouwen wordt verleend als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte - gemengd' aangegeven bouwhoogte.
De bouwhoogte van hoofdgebouwen is niet hoger dan de ter plaatste van 'maximum bouwhoogte - gemengd' bepaalde waarde.
[Red: Artikel 19.11 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subparagraaf 19.1.2.5. ]
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) voor hoofdgebouwen wordt verleend als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte - sport' aangegeven bouwhoogte.
De bouwhoogte van een hoofdgebouw is niet hoger dan de ter plaatste van 'maximum bouwhoogte - sport' bepaalde waarde.
[Red: Artikel 19.14 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subparagraaf 19.1.2.5. ]
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) voor hoofdgebouwen wordt verleend als de goothoogte niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte - sport' aangegeven goothoogte.
De goothoogte van een hoofdgebouw is niet hoger dan de ter plaatste van 'maximum goothoogte - sport' bepaalde.
De dakhelling van bedrijfsbebouwing is niet minder dan de ter plaatste van 'minimum dakhelling - sport' bepaalde.
[Red: Artikel 19.4 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subsubparagraaf 19.1.2.6.1. ]
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) wordt verleend als het maximum aantal wooneenheden niet meer bedraagt dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal wooneenheden.
Het maximum aantal wooneenheden is niet meer dan het ter plaatste van 'maximum aantal wooneenheden' bepaalde waarde.
Het totale maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij (bedrijfs)woningen is niet meer dan de ter plaatste van 'maximum totaal oppervlakte - bijbehorende bouwwerken (bedrijfs)woning' bepaalde waarde.
De goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken is niet hoger dan de ter plaatste van 'maximum goothoogte - vrijstaand bijbehorend bouwwerk (bedrijfs)woning' bepaalde waarde.
[Red: Artikel 19.5 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subsubparagraaf 19.1.2.6.2. ]
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) wordt verleend als het
Het maximum aantal vrijstaande bijbehorende bouwwerken per (bedrijfs)woning niet meer bedraagt dan hetde ter plaatseplaatste van de aanduiding 'maximum aantal - vrijstaande bijbehorende bouwwerken (bedrijfs)woningen' aangegeven aantal vrijstaande bijbehorende bouwwerkenbepaalde waarde.
[Red: Artikel 19.8 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subsubparagraaf 19.1.2.6.2. ]
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) voor hoofdgebouwen wordt verleend als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte - (bedrijfs)woning' aangegeven bouwhoogte.
De bouwhoogte van een (bedrijfs)woning is niet hoger dan de ter plaatste van 'maximum bouwhoogte - (bedrijfs)woning' bepaalde waarde.
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken wordt alleen verleend als de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk tenminste 1 meter lager is dan de vergunde bouwhoogte van het hoofdgebouw;
Een aangebouwd bijbehorende bouwwerk is tenminste 1 meter lager is dan de vergunde bouwhoogte van het (bedrijfs)woning zoals omschreven in het eerste lid.
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) wordt verleend als het de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte - vrijstaand bijbehorend bouwwerk (bedrijfs)woning' aangegeven bouwhoogte.
De bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken is niet hoger dan de ter plaatste van 'maximum bouwhoogte - vrijstaand bijbehorend bouwwerk (bedrijfs)woning' bepaalde waarde.
[Red: Artikel 19.13 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subsubparagraaf 19.1.2.6.2. ]
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) voor hoofdgebouwen wordt verleend als de goothoogte niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte - (bedrijfs)woning' aangegeven bouwhoogte.
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) wordt verleend als het de goothoogte van hoofdgebouwen niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte - vrijstaand bijbehorend bouwwerk (bedrijfs)woning' aangegeven bouwhoogte.
De goothoogte van een (bedrijfs)woning is niet hoger dan de de ter plaatste van 'maximum goothoogte - (bedrijfs)woning' bepaalde waarde.
[Red: Artikel 19.15 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subsubparagraaf 19.1.2.6.2. ]
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) wordt verleend als het maximum oppervlakte van een supermarkt niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte - supermarkt' aangegeven oppervlak.
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) wordt verleend als het maximum oppervlakte van (bedrijfs)woningen niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte - (bedrijfs)woning' aangegeven oppervlak.
Het maximum oppervlakte van een (bedrijfs)woningen is niet meer dan de ter plaatste van 'maximum oppervlakte - (bedrijfs)woning' bepaalde waarde.
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) wordt verleend als het maximum oppervlakte van bedrijfsbebouwing niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte - bedrijfsbebouwing' aangegeven oppervlak.
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) wordt verleend als het maximum oppervlakte van (vrijstaande) bijbehorende bouwwerken bij (bedrijfs)woningen niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte - (vrijstaande) bijbehorende bouwwerken (bedrijfs)woning' aangegeven oppervlak.
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) wordt verleend als het maximum oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bij (bedrijfs)woningen niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte - aangebouwd bijbehorend bouwwerk (bedrijfs)woning' aangegeven oppervlak.
Van de totale maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken zoals bepaald in artikel 19.17, is het maximum oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bij (bedrijfs)woningen niet meer dan de ter plaatste van 'maximum oppervlakte - aangebouwd bijbehorend bouwwerk (bedrijfs)woning' waarde.
[Red: Artikel 19.17 verplaatst van paragraaf 19.1.2 naar subsubparagraaf 19.1.2.6.2. ]
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) voor bedrijfsbebouwing wordt verleend als de dakhelling niet minder bedraagt dan het ter plaatse van de aanduiding 'minimum dakhelling - bedrijf' aangegeven aantal graden.
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) voor (bedrijfs)woningen wordt verleend als de dakhelling niet minder bedraagt dan het ter plaatse van de aanduiding 'minimum dakhelling - (bedrijfs)woning' aangegeven aantal graden.
De dakhelling voor een (bedrijfs)woning is niet minder dan de ter plaatste van 'minimum dakhelling - (bedrijfs)woning' bepaalde waarde.
De dakhelling voor een bijbehorend bouwwerk (bedrijfs)woning is niet minder dan de ter plaatste van niet minder bedraagt dan het ter plaatse van de aanduiding 'minimum dakhelling - (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk (bedrijfs)woning' bepaalde waarde.
In afwijking van het bepaalde in tweede lid kan voor een bijbehorend bouwwerk bij (bedrijfs)woningen geldt voor het bouwen van een andere dakhelling de volgende beoordelingsregel:
In afwijking van het bepaalde in tweede lid kan voor een bijbehorend bouwwerken bij (bedrijfswoningen) een omgevingsvergunning verleend worden voor een plat dak alsplatafgedekte ondergeschikte bouwdelen:
Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit (omgevingsplan) voor bedrijfsbebouwing wordt verleend als de dakhelling niet minder bedraagt dan het ter plaatse van de aanduiding 'minimum dakhelling - sport' aangegeven aantal graden.
PP
Het opschrift van paragraaf 19.1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het opschrift van artikel 19.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RR
Het opschrift van artikel 19.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SS
Artikel 19.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een nieuwe ontwikkeling binnen het in artikel 19.3119.37 aangewezen gebied uit te voeren.
Er is geen omgevingsvergunning nodig voor:
bouwwerken of werken waarbij de bodem niet op een grotere diepte dan 0,5 meter wordt verstoord;
bouwwerken of werken waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend en waarbij een rapport is overlegd waarin de effecten op de hydrologie zijn vastgesteld. Dit rapport mag niet ouder dan 5 jaar zijn; of
het vervangen van bouwwerken op de bestaande fundering.
TT
Het opschrift van artikel 19.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UU
Het opschrift van artikel 19.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VV
Het opschrift van artikel 19.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WW
Het opschrift van artikel 19.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XX
Artikel 19.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Aan de omgevingsvergunning bedoelt in artikel 19.2319.29 kunnen de volgende voorwaarden worden verbonden:
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
de verplichting tot het doen van opgravingen of;
de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de bij de vergunning vast te stellen kwalificaties.
YY
Het opschrift van artikel 19.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZ
Het opschrift van artikel 19.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAA
Het opschrift van artikel 19.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBB
Het opschrift van artikel 19.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCC
Het opschrift van artikel 19.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDD
Het opschrift van artikel 19.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEE
Het opschrift van artikel 19.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFF
Het opschrift van artikel 19.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGG
Artikel 19.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Er zijn locaties aangewezen voor natuurlandschap.
Binnen de basisfunctie natuurlandschap is het volgende gebruik of zijn de volgende functies toegestaan:
bos of dichte beplantingsstroken;
het behoud, herstel en de ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden;
bestaande functies;
het aanleggen of laten aanleggen van kabels en leidingen ten behoeve van nutsvoorzieningen, met uitzondering van:
aardgastransportleidingen met een diameter van meer dan 4" of een druk van meer dan 40 bar;
transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2-, en K3-categorie met een diameter van meer dan 4";
hoogspanningsleidingen;
buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 m of meer en een lengte van 10 km of meer;
bestaande groenstructuren;
transformatorstations ten dienste van nutsvoorzieningen;
bestaande tuin, erf, erfontsluiting en parkeervoorzieningen;
ondergeschikte gebouwen ten behoeve van opslag van materiaal en gereedschap voor onderhoud van nabijgelegen bosgebieden;
voorzieningen ten behoeve van extensieve recreatie, zoals wandel-, fiets- en ruiterpaden;
oppervlaktewater, zoals meren, plassen, waterbergingen en watergangen of;
oeverstroken, zoals natuurvriendelijke oeverzones, met daarbij bijbehorende bouwwerken, geen gebouw zijnde en voorzieningen, zoals bruggen, dammen, duikers, stuwen en beschoeiingen.
Onder gebruik in strijd met deze functie wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden voor gronden en gebouwen voor:
dagrecreatie of het plaatsen van kampeermiddelen;
detailhandel, tenzij dit gebruik expliciet is toegelaten in een locatiespecifiek artikel,
het uitbreiden van de verblijfsrecreatieve functie;
het uitbreiden van een horecabedrijf;
een paardrijbak of
vrijstaande lichtmasten.
In afwijking van artikel 15.4 geldt dat:
In afwijking van artikel 15.4 geldt dat het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het omgevingsplan bestaan gebruik.
Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat omgevingsplan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het gestelde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan Buitengebied Rijssen-Holten 2012, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
HHH
Het opschrift van artikel 19.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
III
Het opschrift van artikel 19.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJ
Het opschrift van artikel 19.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKK
Het opschrift van artikel 19.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLL
Het opschrift van artikel 19.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMM
Na artikel 19.39 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Er is een gebied aangewezen als Landschap Opbroek.
NNN
Het opschrift van artikel 19.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOO
Voor paragraaf 19.2.1 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:
Afdeling 19.2 bevat aanvullend voor elk TAM-IMRO plan dat is overgezet de resterende locatiespecifieke regels.
Afdeling 19.2 is gereserveerd voor tijdelijke alternatieve maatregelen - informatiemodel ruimtelijke ordening (TAM-IMRO, hierna: TAM- omgevingsplan(nen) die nog niet in de standaard voor omgevingsplannen (STOP/TPOD) beschikbaar zijn. Deze plannen maken in juridische zin wel onderdeel uit van het omgevingsplan. Deze plannen hebben een hoofdstuknummer meegekregen (22 gevolgd door een letter). Dat hoofdstuknummer moet door de wijziging van het omgevingsplan vanaf inwerkingtreding gelezen worden als hoofdstuk 19 van dit omgevingsplan. Vanwege de diverse statussen van de plannen zijn niet alle TAM-omgevingsplannen altijd zichtbaar in het DSO. Deze afdeling bevat een weergave van alle ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp omgevingsplan (eerste wijziging) bestaande TAM-omgevingsplannen. De TAM-omgevingsplannen die ten tijde van vaststelling van het omgevingsplan onherroepelijk zijn, zijn verwerkt in het omgevingsplan (geconsolideerd).
Om te voorkomen dat TAM-plannen die niet onherroepelijk zijn en nog niet verwerkt zijn in het omgevingsplan, overal zichtbaar zijn, zijn deze plannen gekoppeld aan de Placeholder TAM-IMRO op de locatie van het gemeentehuis in Rijssen. De globale locatie van de ontwikkeling staan in de titel van het artikel.
Deze regels moeten in samenhang gelezen worden met in ieder geval de algemene regels in afdeling 19.1.
Naast de regels uit hoofdstuk 19 kunnen ook regels hoofstuk 1 tot en met 18 van toepassing zijn.
PPP
Het opschrift van paragraaf 19.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQ
Het opschrift van artikel 19.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRR
Het opschrift van paragraaf 19.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSS
Het opschrift van subparagraaf 19.2.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTT
Het opschrift van artikel 19.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUU
Het opschrift van subparagraaf 19.2.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVV
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.2.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWW
Artikel 19.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van centrum - 2 Dorpsstraat in Holten wordt een omgevingsvergunning verleend als:
minimaal 40% van het maximum aantal wooneenheden zoals bedoelt in artikel 19.419.16 dient te voldoen aan de regels uit afdeling 7.1;
een supermarkt zoals bedoelt in artikel 19.4219.50, eerste lid niet groter is dan het bruto vloeroppervlak van artikel 19.1519.11, eerste lid;
de voorgevels van hoofdgebouwen dienen in de bouwgrens aan de wegzijde te worden opgericht;
hoofdgebouwen dienen te worden georiënteerd op en de etalages of hoofdingang te worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding gevellijn Dorpsstraat 17 in Holten;
gebouwen ten behoeve van ondergrondse parkeervoorzieningen worden gerealiseerd in ten hoogste 1 bouwlaag en mogen in afwijking van het bepaalde in artikel 19.3, eerste lid zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; en
hoofdgebouwen voldoen aan de beeldkwaliteitseisen, zoals vermeld in het bij deze regels behorende beeldkwaliteitsplan Dorpsstraat 17 in Holten.
XXX
Het opschrift van artikel 19.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYY
Artikel 19.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op artikel 19.4319.51 onder d, mag een etalage of ingang 0,5 meter over de bouwgrens worden gebouwd mits:
ZZZ
Artikel 19.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op artikel 19.4319.51 mag een luifel aan het hoofdgebouw geplaatst worden onder voorwaarden dat:
de luifel wordt bevestigd aan de voorgevel of de zijgevel van het hoofdgebouw;
de luifel maximaal 1,50 meter uit de gevel van het hoofdgebouw mag steken;
de breedte van de luifel niet meer dan de totale breedte van de gevel waaraan de luifel wordt bevestigd mag bedragen met aan weerszijden een overstek van maximaal 0,75 meter;
de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; en
de bevoorrading van de winkel(s) op eigen terrein blijft plaatsvinden.
AAAA
Het opschrift van artikel 19.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBB
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.2.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCC
Artikel 19.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 4.264.24, eerste lid onder a, artikel 4.534.52 en artikel 19.4219.50, eerste lid wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden verleend voor:
vestiging van of het gebruik voor een bedrijf of instelling zoals vermeld in de categorieën 1 en 2 van de staat van bedrijfsactiviteiten;
vestiging van of het gebruik voor een bedrijf of instelling dat niet in de categorieën 1 en 2 van de staat van bedrijfsactiviteiten is vermeld, mits het desbetreffende bedrijf of de instelling wat aard en omvang betreft vergelijkbaar is met de genoemde bedrijven of instellingen in de categorie 1 en het bedrijf of instelling geen blijvende onevenredige afbreuk doet aan het heersende woon- en leefmilieu;
vestiging van dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen, mits:
nieuwe woningen voor zover de woningbouw past in de gemeentelijke woningbouwprogrammering;
gebruik van de gronden en bouwwerken als horecabedrijven, overeenkomstig categorie 2 en 3 zoals vermeld in de bij deze regels behorende horeca categorie omgevingsplan gemeente Rijssen - Holten.
DDDD
Het opschrift van paragraaf 19.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEE
Het opschrift van subparagraaf 19.2.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFF
Het opschrift van artikel 19.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGG
Het opschrift van artikel 19.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHH
Het opschrift van artikel 19.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIII
Het opschrift van subparagraaf 19.2.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJ
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.3.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKK
Artikel 19.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
in afwijking van 19.1719.9, eerste lid kan het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning een dakhelling van minimaal 0° toestaan.
LLLL
Het opschrift van artikel 19.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMM
Artikel 19.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 19.1119.13 wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van ondergeschikte sportgebouwen alleen verleend als de bouwhoogte niet meer dan 4 meter bedraagt.
NNNN
Het opschrift van artikel 19.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOO
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.3.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPP
Het opschrift van artikel 19.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQ
Het opschrift van paragraaf 19.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRR
Het opschrift van artikel 19.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSS
Het opschrift van paragraaf 19.2.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTT
Het opschrift van artikel 19.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUU
Het opschrift van paragraaf 19.2.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVV
Het opschrift van subparagraaf 19.2.6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWW
Artikel 19.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Op de locatie bedrijf - Schuppertsweg 2-4 Holten is voor het bedrijf het volgende gebruik of zijn de volgende functies toegestaan:
één bedrijf tot en met milieucategorie 2, met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten enkel zijn toegestaan ter plaatse van ‘bedrijf tot en met categorie 2’, met daarbij behorende:
voorzieningen zoals:
akkerbouw en opslag bestaande uit caravans/campers en opslagplaatsen voor (zee)containers (zonder aanwezigheid van gevaarlijke stoffen) ter plaatse van 'bedrijf tot en met categorie 2';
bestaande compostering met milieucategorie 4.2 ter plaatse van 'specifieke vorm van bedrijf - compostering tot en met milieucategorie 4.2’;
ondergeschikte detailhandel ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering of de handel in streekeigen producten;
de mogelijkheid tot het opwekken van duurzame energie:
met gebruik van een zelfstandige opstelling van zonnepanelen met de daarbij behorende voorzieningen of;
het omzetten van wind in elektriciteit op het dak van de bedrijfsbebouwing voor eigen gebruik met de daarbij behorende voorzieningen;
buitenopslag ten dienste van de bedrijfsvoering op onbebouwde grond na omgevingsvergunning niet zijnde caravans, containers (zonder de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen) of daarmee gelijk te stellen opslag, zoals opgenomen in Binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor buitenopslag bij niet-agrarische bedrijven in artikel 19.6719.75;
met dien verstande dat de gronden niet mogen worden beschouwd als erf.
Op de locatie bedrijf - Schuppertsweg 2-4 Holten zijn voor de bedrijfswoningen het volgende gebruik of zijn de volgende functies toegestaan:
het wonen in de twee bestaande bedrijfswoningen, met daarbij behorende:
voorzieningen zoals:
bed and breakfast in de bedrijfswoning, mits:
de mogelijkheid tot het opwekken van duurzame energie:
met gebruik van een zelfstandige opstelling van zonnepanelen met de daarbij behorende voorzieningen of;
het omzetten van wind in elektriciteit op het dak van de woning met de daarbij behorende voorzieningen;
een paardrijbak na omgevingsvergunning, zoals opgenomen in artikel 19.6919.77;
een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit na een melding, zoals opgenomen in artikel 19.1819.24;
inwoning na melding, zoals opgenomen in artikel 19.1919.25;
mantelzorg na omgevingsvergunning, zoals opgenomen in artikel 4.34;
met dien verstande dat de gronden niet mogen worden beschouwd als erf.
Onder strijdig gebruik met deze functie wordt voor het bedrijf in ieder geval begrepen het gebruik dat afwijkt van de functieomschrijving, waaronder in elk geval begrepen:
een kwekerij, tenzij expliciet toegelaten in het plan;
dagrecreatie of het plaatsen van kampeermiddelen, tenzij dit expliciet is toegelaten in het locatiespecifieke artikel of plaatsvindt op de daarvoor bewegwijzerde routes of aangewezen locaties;
detailhandel, tenzij dit gebruik expliciet is toegelaten in het locatiespecifieke artikel;
bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning tenzij dit gebruik expliciet is toegelaten in het locatiespecifieke artikel;
het splitsen van woningen of het samenvoegen van woningen, tenzij dit gebruik expliciet is toegelaten in het locatiespecifieke artikel;
recreatief verblijf in vrijstaande bijbehorende bouwwerken, tenzij vergund met een omgevingsvergunning;
bewoning van bedrijfswoningen anders dan ten dienste van de bedrijfsvoering, tenzij deze bewoning is aangevangen voor 1 november 2012;
bewoning van een woning door meer dan één huishouden, tenzij dit op basis van een melding of omgevingsvergunning is toegestaan;
een paardrijbak, tenzij vergund met een omgevingsvergunning of op 1 januari 2024 legaal aanwezig was;
vrijstaande lichtmasten, tenzij deze op 1 januari 2024 reeds legaal aanwezig waren of gebouwd konden worden met een vergunning; of
vrijstaande overkappingen, tenzij deze op 1 januari 2024 reeds legaal aanwezig waren of gebouwd konden worden met een vergunning.
Onder strijdig gebruik met deze functie wordt voor de bedrijfswoningen in ieder geval begrepen het gebruik dat afwijkt van de functieomschrijving, waaronder in elk geval begrepen:
het gebruik van gronden of bouwwerken ten behoeve van detailhandel, tenzij dit gebruik expliciet is toegelaten in het locatiespecifieke artikel;
bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning tenzij dit gebruik expliciet is toegelaten in het locatiespecifieke artikel;
het splitsen van woningen of het samenvoegen van woningen, tenzij dit gebruik expliciet is toegelaten in het locatiespecifieke artikel;
recreatief verblijf in vrijstaande bijbehorende bouwwerken, tenzij vergund met een omgevingsvergunning;
bewoning van bedrijfswoningen anders dan ten dienste van de bedrijfsvoering, tenzij deze bewoning is aangevangen voor 1 november 2012;
bewoning van een woning door meer dan één huishouden, tenzij dit op basis van een melding of omgevingsvergunning is toegestaan;
een paardrijbak, tenzij vergund met een omgevingsvergunning of op 1 januari 2024 legaal aanwezig was; of
vrijstaande lichtmasten, tenzij deze op 1 januari 2024 reeds legaal aanwezig waren of gebouwd konden worden met een vergunning.
XXXX
Het opschrift van artikel 19.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYY
Artikel 19.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op het algemeen strijdig gebruik van artikel 19.5919.67 geldt, dat tot een gebruik in strijd met het omgevingsplan in ieder geval gerekend wordt het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken zonder de uitvoering en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage III opgenomen erfinrichtingsplan Schuppertsweg 2-4 in Holten.
ZZZZ
Het opschrift van subparagraaf 19.2.6.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAA
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.6.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBB
Artikel 19.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen van gebouwen voor het bedrijf - Schuppertsweg 2-4 Holten wordt omgevingsvergunning verleend als:
Situering en inpassing van bouwwerken op het (bestaande) erf vindt plaats aan de hand van de kenmerken en uitgangspunten van het bestaande erftype uit de bijlage Erven buitengebied Rijssen-Holten.
Van subparagraaf 4.2.2 is alleen artikel 4.184.16, eerste lid en artikel 4.214.19 van toepassing;
Nieuwe of te verbouwen bouwwerken worden op voldoende afstand van de weg opgericht vanwege het wegbeheer en de verkeersveiligheid. Voldoende afstand ten opzichte van de as van de weg is in ieder geval:
Rijksweg: 100 meter
provinciale weg: 50 meter
lokale weg - verhard: 20 meter
lokale weg - onverhard: 10 meter
Een kortere afstand kan alleen wanneer dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is en de wegbeheerder vanuit wegbeheer en verkeersveiligheid geen bezwaar heeft;
Nieuwe vrijstaande bouwwerken worden in ieder geval 5 meter van andere bouwwerken opgericht, maar nooit verder dan 25 meter tenzij aan(een)gebouwde bouwwerken specifiek zijn toegelaten;
Nieuwe bouwwerken of te verbouwen bouwwerken voldoen aan redelijke eisen van beeld- en erfkwaliteit, zoals opgenomen in de welstandsnota;
Nieuwe bouwwerken op een onbebouwde of volledig gesaneerde locatie worden binnen een logische structuur ten opzichte van elkaar gesitueerd. De structuur wordt afgestemd met de opzet binnen het geldende landschapstype en de redelijke eisen van beeld- en erfkwaliteit zoals opgenomen in de welstandsnota.
Reclame-uitingen, als er sprake is van een rechtstreeks en functioneel verband met het pand waar de reclame op, aan of bij geplaatst is, zoals opgenomen in de reclamenota.
CCCCC
Artikel 19.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen van gebouwen voor het bedrijf - Schuppertsweg 2-4 Holten wordt omgevingsvergunning verleend als:
Situering en inpassing van bouwwerken op het (bestaande) erf vindt plaats aan de hand van de kenmerken en uitgangspunten van het bestaande erftype uit de bijlage Erven buitengebied Rijssen-Holten.
Van subparagraaf 4.2.2 is alleen artikel 4.184.16, eerste lid en artikel 4.214.19 van toepassing;
Nieuwe of te verbouwen bouwwerken worden op voldoende afstand van de weg opgericht vanwege het wegbeheer en de verkeersveiligheid. Voldoende afstand ten opzichte van de as van de weg is in ieder geval:
Rijksweg: 100 meter
provinciale weg: 50 meter
lokale weg - verhard: 20 meter
lokale weg - onverhard: 10 meter
Een kortere afstand kan alleen wanneer dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is en de wegbeheerder vanuit wegbeheer en verkeersveiligheid geen bezwaar heeft;
Nieuwe vrijstaande bouwwerken worden in ieder geval 5 meter van andere bouwwerken opgericht, maar nooit verder dan 25 meter tenzij aan(een)gebouwde bouwwerken specifiek zijn toegelaten;
Nieuwe bouwwerken of te verbouwen bouwwerken voldoen aan redelijke eisen van beeld- en erfkwaliteit, zoals opgenomen in de welstandsnota;
Nieuwe bouwwerken op een onbebouwde of volledig gesaneerde locatie worden binnen een logische structuur ten opzichte van elkaar gesitueerd. De structuur wordt afgestemd met de opzet binnen het geldende landschapstype en de redelijke eisen van beeld- en erfkwaliteit zoals opgenomen in de welstandsnota.
DDDDD
Artikel 19.64 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een omgevingsvergunning voor een bouwwerk op grond van subsubparagraaf 19.2.6.2.119.2.7.2.1 wordt verleend als wordt voldaan aan de volgende normen:
donkerte: Er geen sprake is van onevenredige aantasting van de aanwezige donkerte conform de ambitie op basis van het gemeentelijke lichtdonkerbeleid .
geur: Indien bij een activiteit emissie naar de lucht plaatsvinden, wordt daarbij geurhinder bij geurgevoelige objecten voorkomen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is, wordt de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt.
EEEEE
Het opschrift van artikel 19.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFF
Het opschrift van artikel 19.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGG
Artikel 19.67 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een omgevingsvergunning voor het realiseren van een buitenopslag wordt in afwijking van het algemeen strijdig gebruik in artikel 19.5919.67 verleend als:
de buitenopslag is aantoonbaar noodzakelijk voor de bedrijfsvoering;
er wordt voldaan aan de geldende geluidsnormen, zoals opgenomen in hoofdstuk 6;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing wat blijkt uit een meegeleverd landschapsplan;
er bij buitenopslag geen verlichting wordt gebruikt die leidt tot een aantasting van het geldende gemeentelijke lichtdonkerbeleid;
buitenopslag leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen;
er mogen alleen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd als wordt voldaan aan de volgende bouwregels:
HHHHH
Artikel 19.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 4.264.24, eerste lid onder a, artikel 4.534.52 en in afwijking van eventuele maatvoering paragraaf 19.1.2 gelden voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het inpandig vergroten van een voormalige boerderij onderstaande bouwregels:
de uitwendige hoofdvorm van de woning gehandhaafd blijft;
de totale inhoud ervan niet wordt vergroot, dan wel met niet meer dan 10% van de inhoud wordt vergoot of verkleind;
geen andere afwijkingen van het omgevingsplan ontstaan;
bij vergroting, het bouwwerk niet hoger wordt dan de hoogte op 1 januari 2024;
de woning niet zodanig van karakter verandert, dat het niet of minder in de omgeving past; en
vooraf vaststaat dat daardoor het aantal woningen niet toeneemt.
IIIII
Artikel 19.69 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een omgevingsvergunning voor het realiseren van een paardrijbak wordt in afwijking van het algemene strijdige gebruik in artikel 19.5919.67 verleend als:
de paardrijbak in het achtererfgebied is gelegen;
er maximaal 1 paardrijbak per (bedrijfs)woning wordt gerealiseerd;
de paardrijbak aansluitend aan het bestaande erf gerealiseerd wordt, volgens het beginsel van bebouwingsconcentratie;
de oppervlakte van een paardrijbak bedraagt maximaal 1.300 m2;
de afstand tot de perceelgrens bedraagt minimaal 5 meter;
de omheiningen hebben een maximale hoogte van 1,8 meter;
lichtmasten zijn niet toegestaan.
JJJJJ
Subsubparagraaf 19.2.6.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
het aanleggen of verharden van wegen, paden, of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
het egaliseren, diepploegen, diepwoelen op een diepte van meer dan 0,5 meter onder maaiveld;
het ophogen van gronden met meer dan 0,2 meter ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld;
het aanleggen of veranderen van waterlopen, sloten en greppels en het vergraven, verruimen en dempen van waterlopen en kolken en het draineren van gronden; of
het aanbrengen van ondergrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur of;
het beplanten van gronden met diepwortelende bomen en struiken.
In afwijking van het eerste lid is geen omgevingsvergunning vereist voor:
oppervlakteverhardingen met een totale oppervlakte van 100 m2;
die het normale onderhoud betreffen;
die het aanleggen of laten aanleggen van kabels en leidingen ten behoeve van nutsvoorzieningen betreffen binnen de basisfunctielaag Infrastructuur en agrarisch landschap - gemengde functies met toestemming van de net- of leidingbeheerder, met uitzondering van:
aardgastransportleidingen met een diameter van meer dan 4" of een druk van meer dan 40 bar;
transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2-, en K3-categorie met een diameter van meer dan 4";
hoogspanningsleidingen;
buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 m of meer en een lengte van 10 km of meer;
reeds in uitvoering zijn dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;
waarvoor een omgevingsvergunningsplicht op grond van artikel 19.2319.29 vereist is;
het aanleggen of verharden van wegen of paden ter directe ontsluiting van agrarische (bouw)percelen;
het aanleggen van koe- of kavelpaden; of
die uitgevoerd worden in het kader van een door het bevoegd gezag vastgesteld ruimtelijk kwaliteitsplan.
Een omgevingsvergunning op grond van artikel 19.7019.78 kan worden verleend:
KKKKK
Het opschrift van paragraaf 19.2.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLL
Het opschrift van subparagraaf 19.2.7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMM
Het opschrift van artikel 19.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNN
Artikel 19.73 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op het strijdig gebruik in artikel 19.7219.80 wordt ook gerekend:
het in gebruik nemen van de gronden en bouwwerken binnen de functie recreatie - verblijfsrecreatie Helhuizerweg 14 in Holten ten behoeve van de in het eerste lid opgenomen gebruiksactiviteiten, zonder de aanleg en instandhouding van de in erfinrichtingsplan Helhuizerweg 14 in Holten 14 in Holten opgenomen landschapsmaatregelen, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
In afwijking van het bepaalde onder f mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de functie recreatie - verblijfsrecreatie Helhuizerweg 14 in Holten onder de voorwaarde dat binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van deze wijziging van het omgevingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de aanleg en de instandhouding van de landschappelijke inpassing conform het in erfinrichtingsplan Helhuizerweg 14 in Holtenopgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan.
OOOOO
Het opschrift van subparagraaf 19.2.7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPP
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.7.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQ
Artikel 19.74 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van recreatie - verblijfsrecreatie Helhuizerweg 14 in Holten wordt verleend als:
Situering en inpassing van bouwwerken op het (bestaande) erf plaatsvindt aan de hand van de kenmerken en uitgangspunten van het bestaande erftype uit de bijlage Erven buitengebied Rijssen-Holten.
Van subparagraaf 4.2.2 is alleen artikel 4.184.16, eerste lid en artikel 4.214.19 van toepassing;
Nieuwe of te verbouwen bouwwerken worden op voldoende afstand van de weg opgericht vanwege het wegbeheer en de verkeersveiligheid. Voldoende afstand ten opzichte van de as van de weg is in ieder geval:
Rijksweg: 100 meter
provinciale weg: 50 meter
lokale weg - verhard: 20 meter
lokale weg - onverhard: 10 meter
Een kortere afstand kan alleen wanneer dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is en de wegbeheerder vanuit wegbeheer en verkeersveiligheid geen bezwaar heeft;
Nieuwe vrijstaande bouwwerken worden in ieder geval 5 meter van andere bouwwerken opgericht, maar nooit verder dan 25 meter tenzij aan(een)gebouwde bouwwerken specifiek zijn toegelaten;
Nieuwe bouwwerken of te verbouwen bouwwerken voldoen aan redelijke eisen van beeld- en erfkwaliteit, zoals opgenomen in de welstandsnota;
Nieuwe bouwwerken op een onbebouwde of volledig gesaneerde locatie worden binnen een logische structuur ten opzichte van elkaar gesitueerd. De structuur wordt afgestemd met de opzet binnen het geldende landschapstype en de redelijke eisen van beeld- en erfkwaliteit zoals opgenomen in de welstandsnota.
Reclame-uitingen, als er sprake is van een rechtstreeks en functioneel verband met het pand waar de reclame op, aan of bij geplaatst is, zoals opgenomen in de reclamenota.
RRRRR
Artikel 19.75 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op artikel 4.264.24 kan een omgevingsvergunning voor een bouwwerk op grond van subsubparagraaf 19.2.7.2.119.2.8.2.1 alleen worden verleend als wordt voldaan aan de volgende normen:
donkerte: Er geen sprake is van onevenredige aantasting van de aanwezige donkerte conform de ambitie op basis van het gemeentelijke lichtdonkerbeleid .
geur: Indien bij een activiteit emissie naar de lucht plaatsvinden, wordt daarbij geurhinder bij geurgevoelige objecten voorkomen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is, wordt de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt.
fijnstof (PM10):
SSSSS
Het opschrift van artikel 19.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTT
Het opschrift van artikel 19.77 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUU
Het opschrift van artikel 19.78 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVV
Artikel 19.79 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 4.264.24, eerste lid onder a, artikel 4.534.52 en in afwijking van eventuele maatvoering paragraaf 19.1.2 gelden voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het inpandig vergroten van een voormalige boerderij onderstaande bouwregels:
de uitwendige hoofdvorm van de woning gehandhaafd blijft;
de totale inhoud ervan niet wordt vergroot, dan wel met niet meer dan 10% van de inhoud wordt vergoot of verkleind;
geen andere afwijkingen van het omgevingsplan ontstaan;
bij vergroting, het bouwwerk niet hoger wordt dan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan;
de woning niet zodanig van karakter verandert, dat het niet of minder in de omgeving past; en
vooraf vaststaat dat daardoor het aantal woningen niet toeneemt.
WWWWW
Het opschrift van artikel 19.80 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXX
Het opschrift van artikel 19.81 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYY
Het opschrift van artikel 19.82 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZ
Subsubparagraaf 19.2.7.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
het aanleggen of verharden van wegen, paden, of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
het egaliseren, diepploegen, diepwoelen op een diepte van meer dan 0,5 meter onder maaiveld;
het ophogen van gronden met meer dan 0,2 meter ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld;
het aanleggen of veranderen van waterlopen, sloten en greppels en het vergraven, verruimen en dempen van waterlopen en kolken en het draineren van gronden; of
het aanbrengen van ondergrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur of;
het beplanten van gronden met diepwortelende bomen en struiken.
In afwijking van het eerste lid is geen omgevingsvergunning vereist voor:
oppervlakteverhardingen met een totale oppervlakte van 100 m2;
die het normale onderhoud betreffen;
reeds in uitvoering zijn dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;
waarvoor een omgevingsvergunningsplicht op grond van artikel 19.2319.29 vereist is;
het aanleggen of verharden van wegen of paden ter directe ontsluiting van agrarische (bouw)percelen;
het aanleggen van koe- of kavelpaden; of
die uitgevoerd worden in het kader van een door het bevoegd gezag vastgesteld ruimtelijk kwaliteitsplan.
Een omgevingsvergunning op grond van artikel 19.8319.91 kan worden verleend:
AAAAAA
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.7.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBB
Het opschrift van artikel 19.85 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCC
Artikel 19.86 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning als bedoelt in artikel 19.8519.93 kan worden verleend, indien nader onderzoek heeft plaatsgevonden naar vleermuizen zoals beschreven in het natuurwaardenonderzoek Helhuizerweg 14 in Holten en eventueel mitigerende maatregelen zijn genomen.
DDDDDD
Het opschrift van paragraaf 19.2.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEE
Het opschrift van subparagraaf 19.2.8.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFF
Artikel 19.87 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het uitvoeren van de activiteiten en functies zoals toegelaten in paragraaf 19.2.819.2.9 zijn uitsluitend toegelaten indien:
er nader bodemonderzoek conform de resultaten van het bodemonderzoek Grotestraat 26 in Rijssen is verricht, om de ernst en omvang van de zinkverontreiniging te bepalen; en
de sanering van de bodem die noodzakelijk is op basis van de resultaten van het onder a bedoelde nader bodemonderzoek, waarbij geldt dat bij het verrichten van de bodemsanering wordt voldaan aan de regels over het saneren van de bodem, zoals bedoeld in paragraaf 4.121 Besluit activiteiten leefomgeving.
GGGGGG
Het opschrift van artikel 19.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHH
Het opschrift van artikel 19.89 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIII
Het opschrift van subparagraaf 19.2.8.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJ
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.8.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKK
Artikel 19.90 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van centrum - 2 Grotestraat 26 in Rijssen wordt verleend als:
het maximum aantal wooneenheden per bouwperceel zoals bedoelt in artikel 19.419.16 niet overschreden wordt waarbij zowel woningen als appartementen zijn toegelaten;
minimaal 30% van het aantal woningen of appartementen dient te voldoen aan afdeling 7.1;
gebouwen ten behoeve van ondergrondse parkeervoorzieningen worden gerealiseerd in ten hoogste 1 bouwlaag en mogen in afwijking van het bepaalde in artikel 19.3 zowel binnen als buiten de locatie 'bouwvlak gebouwen' worden gebouwd;
LLLLLL
Het opschrift van artikel 19.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMM
Het opschrift van artikel 19.92 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNN
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.8.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOO
Het opschrift van artikel 19.93 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPP
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.8.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQ
Het opschrift van artikel 19.94 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRR
Het opschrift van paragraaf 19.2.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSS
Het opschrift van subparagraaf 19.2.9.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTT
Het opschrift van artikel 19.95 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUU
Het opschrift van subparagraaf 19.2.9.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVV
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.9.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWW
Het opschrift van artikel 19.96 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXX
Artikel 19.97 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met een omgevingsvergunning kan een de functie 'wonen' worden toegekend in plaats van de functies genoemd in artikel 19.9519.103, eerste lid als aangetoond wordt dat:
er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
het gebruik stedenbouwkundig toelaatbaar is;
er een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd;
er geen onevenredige nadelige effecten ontstaan voor de gebruiksmogelijkheden van de aangelegen gronden en bouwwerken, en;
de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
YYYYYY
Het opschrift van artikel 19.98 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZ
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.9.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAA
Het opschrift van artikel 19.99 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBB
Het opschrift van artikel 19.100 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCC
Het opschrift van paragraaf 19.2.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDD
Het opschrift van subparagraaf 19.2.10.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEE
Het opschrift van artikel 19.101 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFF
Het opschrift van subparagraaf 19.2.10.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGG
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.10.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHH
Artikel 19.102 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van bedrijventerrein - Fahrenheitstraat 2 in Rijssen wordt alleen verleend als zij niet gelegen zijn in het belemmeringengebied buisleiding - gas.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van andere bouwwerken dan in het eerste lid genoemd wordt verleend als:
In afwijking van artikel 4.264.24, eerste lid onder a, artikel 4.534.52 en van het eerste lid onder sub a en in aanvulling op het eerste lid onder sub b en het tweede lid wordt voor het bouwen van bergingen, fietsenstallingen en andere ondergeschikte dienstgebouwen omgevingsvergunning verleend als:
zij noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering;
buiten het bouwvlak Fahrenheitstraat 2 in Rijssen mogen worden gebouwd;
het bouwen uitsluitend plaatsvindt op gronden achter de voorgevelrooilijn; en
de gezamenlijke oppervlakte van de genoemde bouwwerken per bedrijf niet meer dan 100 m² bedraagt.
IIIIIII
Het opschrift van artikel 19.103 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJ
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.10.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKK
Artikel 19.104 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 4.534.52 zijn met omgevingsvergunning andere functies of is ander gebruik toegelaten dan in artikel 19.10119.109, eerste lid omschreven mits het bedrijven betreft die gezien de gevolgen daarvan voor de omgeving redelijkerwijs kunnen worden gelijkgesteld met bedrijven die ter plaatse zijn toegestaan.
In afwijking van artikel 4.534.52 zijn met omgevingsvergunning de volgende andere functies of ander gebruik toegelaten dan in artikel 19.10119.109, eerste lid omschreven ten behoeve van het vestigen van detailhandelsbedrijven in brand- en explosiegevaarlijke goederen, volumineuze detailhandelsbedrijven en aflevercentra, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de verkoopoppervlakte van detailhandelsbedrijven in brand- en explosiegevaarlijke goederen en volumineuze detailhandelsbedrijven mag per vestiging niet meer dan 1500 m² bedragen;
de brutovloeroppervlakte van aflevercentra mag per vestiging niet meer dan 1500 m² bedragen.
indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat ten behoeve van de betreffende bedrijfs- of andere vestiging waar het volumineuze detailhandelsbedrijf wordt gebouwd, op eigen terrein of elders, in parkeergelegenheid wordt of zal worden voorzien overeenkomstig de normering als vermeld in de parkeernormen Rijssen-Holten.
LLLLLLL
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.10.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMM
Het opschrift van artikel 19.105 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNN
Het opschrift van paragraaf 19.2.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOO
Het opschrift van subparagraaf 19.2.11.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPP
Artikel 19.106 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het gebruik van grond en bouwwerken op grond van subsubparagraaf 19.2.11.119.2.12.1 dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in artikel in het eerste lid, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan , daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
QQQQQQQ
Het opschrift van artikel 19.107 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRR
Het opschrift van subparagraaf 19.2.11.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSS
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.11.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTT
Artikel 19.108 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor zover de regels in subsubparagraaf 19.2.11.2.119.2.12.2.1 ruimte bieden voor verschillende mogelijkheden voor het realiseren van gebouwen als het gaat om:
UUUUUUU
Artikel 19.109 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVV
Het opschrift van artikel 19.110 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWW
Het opschrift van artikel 19.111 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXX
Het opschrift van artikel 19.112 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYY
Het opschrift van artikel 19.113 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 19.114 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAA
Artikel 19.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op artikel 19.11219.120 gelden voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen een uitbouw, zoals een erker, toegangspartij, luifel of balkon de volgende regels:
buiten het bouwvlak gebouwen en overkappingen worden gebouwd tot maximaal 1,5 meter daarbuiten, met dien verstande dat:
de afstand van enig deel van de uitbouw ten minste 2,5 meter uit de perceelgrens bedraagt; en
de hoogte niet meer mag zijn dan 25 centimeter boven de eerste verdiepingsvloer.
BBBBBBBB
Het opschrift van artikel 19.116 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCC
Het opschrift van artikel 19.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDD
Het opschrift van artikel 19.118 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEE
Het opschrift van artikel 19.119 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFF
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.11.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGG
Het opschrift van artikel 19.120 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHH
Artikel 19.121 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden, indien daardoor de waarden, zoals bedoeld in artikel 19.2719.33, onevenredig worden aangetast, om zonder een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het ophogen en egaliseren van gronden, het verlagen van de bodem en afgraven van gronden;
het aanleggen of verharden van wegen, voet-, fiets- of ruiterpaden of parkeergelegenheden alsmede het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m², met uitzondering van:
het aanleggen van koe- of kavelpaden;
het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik;
het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;
het verwijderen van bos, houtwallen en struwelen;
het aanbrengen van boven- en ondergrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur.
Het in eerste lid vervatte verbod om zonder omgevingsvergunning werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
het normale onderhoud of de normale exploitatie betreffen;
reeds in uitvoering zijn dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;
krachtens een subsidiestelsel ten behoeve van natuurontwikkeling worden uitgevoerd.
De werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden die betrekking hebben op cultuurhistorische waarden, zijn slechts toelaatbaar, als uit een advies van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed danwel de gemeentelijke monumentencommissie blijkt dat de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast.
IIIIIIII
Het opschrift van artikel 19.122 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJ
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.11.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKK
Het opschrift van artikel 19.123 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLL
Het opschrift van artikel 19.124 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMM
Het opschrift van paragraaf 19.2.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNN
Het opschrift van artikel 19.125 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOO
Het opschrift van paragraaf 19.2.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPP
Het opschrift van subparagraaf 19.2.13.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQ
Het opschrift van artikel 19.126 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRR
Artikel 19.127 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op het strijdig gebruik in artikel 19.12619.134 wordt ook gerekend:
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken zonder de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in het erfinrichtingsplan Helhuizerweg 28 - 30 in Holten;
in afwijking van het bepaalde onder l mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de locatie wonen Helhuizerweg 28 - 30 in Holten onder de voorwaarde dat binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de aanleg en de instandhouding van de landschappelijke inpassing conform het in het erfinrichtingsplan Helhuizerweg 28 - 30 in Holten.
SSSSSSSS
Het opschrift van subparagraaf 19.2.13.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTT
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.13.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUU
Het opschrift van artikel 19.128 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVV
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.13.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWW
Het opschrift van artikel 19.129 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXX
Het opschrift van artikel 19.130 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYY
Het opschrift van artikel 19.131 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 19.132 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAA
Artikel 19.133 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een omgevingsvergunning voor het realiseren van een paardrijbak wordt in afwijking van het algemene strijdige gebruik in artikel 19.2619.32 verleend als:
de paardrijbak in het achtererfgebied is gelegen;
er maximaal 1 paardrijbak per (bedrijfs)woning wordt gerealiseerd;
de paardrijbak aansluitend aan het bestaande erf gerealiseerd wordt, volgens het beginsel van bebouwingsconcentratie;
de oppervlakte van een paardrijbak bedraagt maximaal 1.300 m2;
de afstand tot de perceelgrens bedraagt minimaal 5 meter;
de omheiningen hebben een maximale hoogte van 1,8 meter;
lichtmasten zijn niet toegestaan.
BBBBBBBBB
Het opschrift van subsubparagraaf 19.2.13.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCC
Het opschrift van artikel 19.134 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDD
Artikel 19.135 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een omgevingsvergunning op grond van artikel 19.13419.142 kan worden verleend:
EEEEEEEEE
Het opschrift van paragraaf 19.2.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFF
Het opschrift van artikel 19.136 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGG
Het opschrift van paragraaf 19.2.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHH
Het opschrift van artikel 19.137 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIII
Het opschrift van paragraaf 19.2.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 19.138 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKK
Het opschrift van paragraaf 19.2.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLL
Het opschrift van artikel 19.139 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMM
Het opschrift van paragraaf 19.2.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 19.140 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOO
Het opschrift van paragraaf 19.2.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPP
Het opschrift van artikel 19.141 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQ
Het opschrift van paragraaf 19.2.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRR
Het opschrift van artikel 19.142 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSS
Het opschrift van paragraaf 19.2.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTT
Het opschrift van artikel 19.143 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUU
Het opschrift van paragraaf 19.2.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVV
Het opschrift van artikel 19.144 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWW
Het opschrift van paragraaf 19.2.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXX
Het opschrift van artikel 19.145 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYY
Het opschrift van paragraaf 19.2.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 19.146 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAA
Het opschrift van paragraaf 19.2.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 19.147 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCC
Het opschrift van paragraaf 19.2.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 19.148 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEE
Het opschrift van paragraaf 19.2.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFF
Het opschrift van artikel 19.149 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGG
Het opschrift van paragraaf 19.2.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHH
Het opschrift van artikel 19.150 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIII
Het opschrift van paragraaf 19.2.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 19.151 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKK
Het opschrift van paragraaf 19.2.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLL
Het opschrift van artikel 19.152 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMM
Het opschrift van paragraaf 19.2.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 19.153 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOO
Het opschrift van paragraaf 19.2.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPP
Het opschrift van artikel 19.154 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQ
Het opschrift van paragraaf 19.2.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRR
Het opschrift van artikel 19.155 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSS
Voor paragraaf 19.3.1 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:
Afdeling 19.3 bevat locaties waarvoor het tijdelijk deel omgevingsplan is gerepareerd of gewijzigd. De artikelen bevatten alleen de reparaties of aanpassing.
De (overige) inhoudelijke regels uit het tijdelijk deel omgevingsplan blijven onverminderd van toepassing op deze locatie.
TTTTTTTTTT
Het opschrift van paragraaf 19.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUU
Het opschrift van paragraaf 19.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVV
Het opschrift van artikel 19.156 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWW
Het opschrift van artikel 19.157 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXX
Het opschrift van artikel 19.158 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYY
Het opschrift van artikel 19.159 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 19.160 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAA
Artikel 19.161 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel is van toepassing op de locatie Middeldijk ong.ongenummerd Rijssen.
Artikel 518 'opslag agrarische doeleinden met bestaande bebouwing' uit het Chw Veegplan Buitengebied Rijssen-Holten (NL.IMRO.1742.BPB2023000-0401) van het tijdelijk deel omgevingsplan is van toepassing.
BBBBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 19.162 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCC
Het opschrift van artikel 19.163 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 19.164 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEE
Het opschrift van artikel 19.165 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFF
Het opschrift van artikel 19.166 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGG
Het opschrift van artikel 19.167 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHH
Het opschrift van paragraaf 19.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIII
Het opschrift van artikel 19.168 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 19.169 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKK
Het opschrift van artikel 19.170 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLL
Na afdeling 19.3 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:
Afdeling 19.4 bevat voor elke STOP-TPOD locatiespecifieke ontwikkeling een eigen paragraaf.
De regels uit afdeling moeten in samenhang gelezen worden met in ieder geval de algemene regels in afdeling 19.1.
Naast de regels uit hoofdstuk 19 kunnen ook regels hoofstuk 1 tot en met 18 van toepassing zijn.
De in deze paragraaf opgenomen regels zijn van toepassing op de gronden behorend bij wonen - Enterstraat 133 in Rijssen.
De voor 'wonen - Enterstraat 133 in Rijssen' aangewezen gronden mogen worden gebruikt voor
het wonen in bestaande woningen met daarbij behorende:
in- en uitritten, parkeerplaatsen, paden en wegen;
groen, landschappelijke inpassing zoals tuinen of erfbeplanting;
bed & breakfast in de woning mits;
speelvoorzieningen;
water;
met dien verstande dat de gronden niet mogen worden beschouwd als erf.
Onder een strijdig gebruik van de gronden en gebouwen met de in het eerste lid gegeven functieomschrijving wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de functieomschrijving, waaronder in elk geval de volgende gebruiken worden verstaan:
dagrecreatie of het plaatsen van kampeermiddelen, tenzij dit expliciet is toegelaten in het locatiespecifieke artikel of plaatsvindt op de daarvoor bewegwijzerde routes of aangewezen locaties;
detailhandel, tenzij dit gebruik expliciet is toegelaten in het locatiespecifieke artikel, met dien verstande dat supermarkten in het gehele plangebied niet zijn toegelaten;
bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning, tenzij dit gebruik expliciet is toegelaten in het locatiespecifieke artikel;
het splitsen van woningen, het toevoegen van woningen of het samenvoegen van woningen, tenzij dit gebruik expliciet is toegelaten in het locatiespecifieke artikel;
recreatief verblijf in vrijstaande bijbehorende bouwwerken, tenzij vergund met een omgevingsvergunning;
bewoning van een woning door meer dan één huishouden, tenzij dit op basis van een melding of omgevingsvergunning is toegestaan;
vrijstaande lichtmasten, tenzij deze ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp omgevingsplan reeds met een vergunning aanwezig waren.
andere functies of activiteiten die afwijken van de regels voor het toegelaten gebruik of regels voor bouw, milieu of ruimtelijke ordening zoals opgenomen in dit omgevingsplan.
Ter plaatse van de Voorgevelrooilijn - Enterstraat 133 in Rijssen van woning bedraagt de gezamenlijke geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai maximaal 64 dB.
De voorgevel van de woning als bedoeld in eerste lid moet in stand gehouden.
Het gebruik van de woning op de locatie wonen - Enterstraat 133 in Rijssen is uitsluitend toegestaan indien een minimale gevelwering van 31 dB is gerealiseerd.
De te behalen gevelwering, als bedoeld in eerste lid, is aangetoond door middel van Akoestisch onderzoek gevelwering Enterstraat 133, Rijssen
De in het akoestisch onderzoek (tweede lid) vastgestelde maatregelen Akoestisch onderzoek gevelwering Enterstraat 133, Rijssen ter plaatse van de gevels moeten volledig zijn uitgevoerd binnen één jaar na vaststelling van het omgevingsplan en moeten nadien in stand worden gehouden.
In aanvulling op het strijdig gebruik in artikel 19.182 wordt ook gerekend:
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken zonder de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in het erfinrichtingsplan Enterstraat 133, Rijssen;
in afwijking van het bepaalde onder l mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de locatie wonen - Enterstraat 133 in Rijssen onder de voorwaarde dat binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van het omgevingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de aanleg en de instandhouding van de landschappelijke inpassing conform het in het erfinrichtingsplan Enterstraat 133, Rijssen.
Gronden met de milieuzonering bedrijven niet agrarisch - Enterstraat 133 in Rijssen vallen binnen de invloedsfeer van niet-agrarische bedrijven. Er kunnen restricties gelden voor nieuwe ontwikkelingen.
Artikel 19.187 Algemene beoordelingsregels - milieuregels voor alle bouwwerken
In aanvulling op artikel 4.24 kan een omgevingsvergunning voor een bouwwerk op grond van subparagraaf 19.4.2.2.1 op de locatie wonen - Enterstraat 133 in Rijssen alleen worden verleend als wordt voldaan aan de volgende normen:
Er kan afgeweken worden van de in het eerste lid gestelde milieuregels mits er aangetoond kan worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Artikel 19.188 Algemene beoordelingsregels - wonen
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van wonen - Enterstraat 133 in Rijssen wordt verleend als:
Situering en inpassing van bouwwerken op het (bestaande) erf vindt plaats aan de hand van het erfinrichtingsplan Enterstraat 133, Rijssen;
Van subparagraaf 4.2.2 is alleen artikel 4.16, eerste lid en artikel 4.19 van toepassing;
Nieuwe of te verbouwen bouwwerken worden op voldoende afstand van de weg opgericht vanwege het wegbeheer en de verkeersveiligheid. Voldoende afstand ten opzichte van de as van de weg is in ieder geval:
Een kortere afstand kan alleen wanneer dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is en de wegbeheerder vanuit wegbeheer en verkeersveiligheid geen bezwaar heeft;
Nieuwe vrijstaande bouwwerken worden in ieder geval 5 meter van andere bouwwerken opgericht, maar nooit verder dan 25 meter tenzij aan(een)gebouwde bouwwerken specifiek zijn toegelaten;
Nieuwe bouwwerken of te verbouwen bouwwerken voldoen aan redelijke eisen van beeld- en erfkwaliteit, zoals opgenomen in de welstandsnota;
Nieuwe bouwwerken op een onbebouwde of volledig gesaneerde locatie worden binnen een logische structuur ten opzichte van elkaar gesitueerd. De structuur wordt afgestemd met de opzet binnen het geldende landschapstype en de redelijke eisen van beeld- en erfkwaliteit zoals opgenomen in de welstandsnota
Artikel 19.189 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op de locatie wonen - Enterstraat 133 in Rijssen gelden de volgende regels
Artikel 19.190 Omgevingsvergunning werken of werkzaamheden
Er geldt een omgevingsvergunningsplicht voor het uitvoeren van de volgende werken of werkzaamheden op de locatie wonen - Enterstraat 133 in Rijssen voor:
het aanleggen of verharden van wegen, paden, of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
het egaliseren, diepploegen, diepwoelen op een diepte van meer dan 0,5 m onder maaiveld;
het ophogen van gronden met meer dan 0,2 m ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld;
het aanleggen of veranderen van waterlopen, sloten en greppels en het vergraven, verruimen en dempen van waterlopen en kolken en het draineren van gronden;
het aanbrengen van ondergrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur of;
het beplanten van gronden met diepwortelende bomen en struiken.
Een omgevingsvergunning zoals vermeld in het eerste lid kan worden verleend, mits er geen aantasting plaatsvindt van:
In afwijking van de omgevingsvergunningsplicht zoals vermeld in het eerste lid is geen vergunning vereist voor werken of werkzaamheden:
voor oppervlakteverhardingen met een totale oppervlakte van 100 m²;
die het normale onderhoud betreffen;
reeds in uitvoering zijn dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;
waarvoor een omgevingsvergunningsplicht en voorwaarden in verband met archeologie vereist is;
het aanleggen of verharden van wegen of paden ter directe ontsluiting van agrarische (bouw)percelen;
het aanleggen van koe- of kavelpaden of;
die uitgevoerd worden in het kader van een door het bevoegd gezag vastgesteld ruimtelijk kwaliteitsplan
MMMMMMMMMMM
Afdeling 19.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Vervallen]
NNNNNNNNNNN
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik of het bebouwen van deze gronden
afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt
een beroeps- of bedrijfsactiviteit, uitgevoerd door (een van) de hoofdbewoner(s) van de woning, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet verkeersaantrekkend of milieuhinderlijk zijn en geen betrekking hebbend op detailhandel of horecagerelateerde activiteiten, die op kleine schaal in een woning of daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie en de woonomgeving ter plaatse
een bouwwerk, geen gebouw zijnde
de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis die vanwege hun zeldzaamheid of vanwege hun betekenis voor archeologisch onderzoek in aanmerking komen voor behoud, bescherming en - zo mogelijk - herstel of bijzonder beheer
AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07‑02‑2014, met wijzigingsblad van 10‑02‑2018
één of meer gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw
een in de regels aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van een bouwperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd
een woning in of bij een gebouw op een terrein, die behoort bij en functioneel gebonden is aan een bedrijf, bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting gelet op de functie van het gebouw of gronden noodzakelijk is
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsfuncties of een aangewezen gebied voor bedrijven met uitzondering van een industrieterrein of locatie met een geluidproductieplafond
het binnen de (bedrijfs)woning bieden van, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, een mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt. Hieronder wordt in ieder geval niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden, studie of arbeid of permanente kamerverhuur
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren of herstellen van goederen, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen
een gebouw, dat gebruikt wordt voor de uitoefening van een bedrijf
een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, die hoort bij en functioneel gebonden is aan een bedrijf, instelling of voorziening in dat gebouw of op dat terrein
beheerder van het openbaar riool is het college van burgemeester en wethouders
de bouwlaag van een gebouw ter hoogte van het peil
het uitgangspunt dat bebouwing in logische samenhang en of samenhangende afstand wordt gebouwd
het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan aanwezig is binnen het betreffende bouwperceel of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning;
het onder 1 bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende omgevingsplan, de voorheen geldende Beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het omgevingsplan of de Beheersverordening, of een andere planologische toestemming;
het college van burgemeester en wethouders, tenzij in dit plan of bij wettelijk voorschrift anders is bepaald
een vrijstaand gebouwd, betreffende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw
het wijzigen, toevoegen of afwijken van een functie onder voorwaarden zoals genoemd in dit omgevingsplan
een deel van een bedrijf, welke dient voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in zelfstandige eenheden. Het gaat om een vorm van verblijfsrecreatie die mede tot doel heeft de agrarische c.q. plattelandsomgeving te ervaren
een vrijstaande boom, bomen in rijen of als bos, een houtwal en één of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats
de grens van een bouwvlak
een verdieping van zodanige afmeting en vorm dat de daardoor ontstane ruimte zonder ingrijpende voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor de betreffende functie.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten
de grens van een bouwperceel
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten
BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12‑12‑2013
BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19‑06‑2014, met wijzigingsblad van 12‑02‑2015
een bouwwerk in de vorm van een overkapping, kennelijk bedoeld voor het stallen van motorvoertuigen, bestaande uit maximaal drie wanden waarvan maximaal twee tot de constructie zelf behoren
winkel waar softdrugs, producten waarin softdrugs verwerkt zijn of paddenstoelen of attributen voor het gebruiken of telen van softdrugs en paddenstoelen te koop zijn
college van burgemeester en wethouders
gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied
terrein gebruikt voor een wedstrijd of training met motorfietsen of een daarmee gelijk te stellen voertuig. Op het terrein is een parcours uitgezet met natuurlijke hindernissen
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik van de mens door de jaren heen.
de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid van de Woningwet
ondergeschikt medegebruik van gronden voor niet-gemotoriseerde recreatieve of niet in wedstrijdverband georganiseerde sportieve activiteiten, zoals wandelen, hardlopen, nordic-walken, fietsen, mountainbiken, racefietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie of een naar de aard daarmee gelijk te stellen (mede)gebruik. De activiteiten dienen plaats te vinden tussen zonsopgang en zonsondergang, tenzij de grondeigenaar anders kenbaar maakt
iedere bovenbeëindiging van een gebouw
distriebutiecentrum of magazijn dat alleen dagelijkse boodschappen en producten op (online) bestelling levert
het bedrijfsmatig voor verhuur, lease of te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen of leveren aan degenen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit
het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan derden, waarbij afnemers rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen
collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater
een huishouden dat al over een koopwoning beschikt, maar door economische groei of demografische verandering wil overstappen naar een duurdere categorie woning
het kappen van houtopstanden als onderhoudsmaatregel die erop gericht is de resterende houtopstanden een (betere) overlevingskans te bieden
bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt. Deze definitie is van invloed op de mogelijkheden om een bouwwerk zonder omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening te kunnen bouwen (het zogenoemde vergunningsvrij bouwen)
plan dat aangeeft op welke wijze de inpassing van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in het desbetreffende gebied plaatsvindt; tot deze inpassing behoren de situering van opstallen en de inrichting van het perceel, waaronder de erfbeplanting ten opzichte van het landschap; het gaat om bestaande en gewenste karakteristieken en kwaliteiten van het landschap
elke voor publiek toegankelijke verrichting, georganiseerde gebeurtenis, openluchtmanifestatie, (thema-)dag of week en/of herdenking die al dan niet met een zekere regelmaat (bijvoorbeeld maandelijks, jaarlijks of jaaroverstijgend) plaatsvindt;
waardoor het normaal maatschappelijk gebruik van de gronden niet mogelijk is gedurende:
met een omvang van meer dan 250 bezoekers/deelnemers/toeschouwers/gasten gelijktijdig aanwezig: en
met een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (Lar,lt) van meer dan 40 dB(A) op de gevel van de dichtst bij gelegen woningen om en nabij het (evenementen)terrein.
Evenementen in de categorie 1 hebben een:
Evenementen in de categorie hebben een:
Evenementen in de categorie 3 hebben een:
een (gedeelte van een) bijgebouw bij een hoofdgebouw binnen de functie wonen dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon een eerste graad familieband heeft met één of meer bewoners van het hoofdgebouw.
het gebruiksdoel of de status (in de betekenis van bijzondere eigenschap) die een onderdeel van de fysieke leefomgeving op een bepaalde locatie heeft. Veelal wordt een functie begrensd door een werkingsgebied met daarbinnen geldende regels over gebruik of bouwwerken
elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt
huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c lid 1 onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving met keuken-, toilet- en badkamerinrichting
gebouw, zoals bedoeld in artikel 3.21 Besluit kwaliteit leefomgeving, dat:
is toegelaten op basis van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor beide voor een periode van meer dan 10 jaar; of
is toegelaten op basis van het tijdelijke deel omgevingsplan voor een periode van maximaal 10 jaar.
een verticale barrière tussen de bron en de ontvanger van het geluid in de vorm van een geluidscherm, muur of soortgelijke voorziening met een massa van tenminste 10 kg/m2 en wat kierdicht is
voorzieningen ten behoeve van de wering of reducering van geluid(soverlast)
een geluidwerende voorziening van aarde
door het college bijgehouden register dat gegevens bevat over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed
gebouw, gedeelte van een gebouw of een nog niet gerealiseerd gebouw of gedeelte daarvan dat:
deel van de tuinbouwsector waarbij de planten in kglazen) kassen groeien
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsfuncties, een aangewezen gebied voor industrie of een losse locatie, waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkste is
een bedrijf waar hoofdzakelijk dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt of waarin logies wordt verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie
samenlevingsvorm van één gezin of met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband
inkomen als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet
huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. Mantelzorg is onbetaalde, structurele zorg die de normale zorgbehoefte voor anderen overstijgt
het exploiteren van een rekencentrum of datacentrum, als bedoeld in artikel 3.235 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om een bebouwd vloeroppervlakte van meer dan 10 ha en een elektrisch aansluitvermogen van 70 MW of meer.
Een hyperscale datacentrum omvat ook andere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die het hyperscale datacentrum functioneel ondersteunen.
een in eenzelfde woning huisvesten van één ander huishouden met eigen voorzieningen
ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997
een tent, vouwwagen, caravan, of kampeerwagen, niet zijnde een niet-plaatsgebonden recreatieverblijf. Een bijzettentje wordt niet als zelfstandig kampeermiddel gezien
een in of op het terrein aangegeven, zichtbaar gemarkeerde plek, door middel van nummering, stroomvoorziening, erfafscheiding of anderszins, voor het plaatsen of geplaatst houden van een kampeermiddel
een terrein of plaats geheel of gedeeltelijk aangewezen en ingericht, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, met dien verstande dat stacaravans niet zijn toegestaan
een gebouw dat dient voor de uitoefening van administratieve, boekhoudkundige c.q. financiële, organisatorische en/of zakelijke dienstverlening - niet zijnde detailhandel - al dan niet met een (publiekgerichte) baliefunctie
het rooien, verplanten of verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand ten gevolge (kunnen) hebben
van lokale cultuurhistorische waarde die op grond van de typologie, architectuur, landschappelijke of stedenbouwkundige situering, gaafheid of zeldzaamheid bijdragen aan de identiteit van de omgeving
graven van maximaal 25 m3 vaste grond
bedrijf waar siergewassen, bloemen, bloembollen, (fruit)bomen, struiken en vaste planten, onder meer bestemd voor tuinen en parken, één en ander in de vorm van vollegrondsteelt dan wel pot- of containerteelt worden voortgebracht of daarmee vergelijkbaar van aard
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren
een plan waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoe een nieuwe ontwikkeling zich verhoudt tot de bestaande bebouwing en bestaande omgeving. In het plan moet in elk geval de erfinrichting en (erf)beplanting worden opgenomen en hoe deze zich verhouden tot de omgeving
de aan een gebied toegekende landschappelijke waarde, in verband met de voor het gebied kenmerkende waarneembare verschijningsvorm
een bouwwerk waarvoor omgevingsvergunning is verleend of dat op basis van regels van het Rijk of dit omgevingsplan zonder omgevingsvergunning gebouwd kon worden
een vrijstaande constructie waaraan één of meerdere lampen zijn opgehangen
plaats, plek of ligging
een weg, bestaande uit zand, die niet als rijksweg of provinciale weg is aangemerkt maar wel op de wegenlegger staat. Ook een half verharde weg, bestaande uit menggranulaat of grind, wordt aangemerkt als een onverharde weg
een weg, bestaande uit klinkers/tegels (open) of asfalt (gesloten), die niet als een rijksweg of provinciale weg is aangemerkt maar wel op de wegenlegger staat
de gemiddelde bestaande hoogte van het (aangrenzende) terrein
educatieve, (sociaal-)medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, kinderopvang, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie alsook ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen, met uitzondering van voorzieningen ten behoeve van gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, maar ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een (eigen) verklaring kan worden aangetoond
een schriftelijke voorafgaande mededeling aan burgemeester en wethouders om een activiteit, zoals aangewezen in dit plan, te mogen verrichten. Voor een melding gelden de in dit plan opgenomen indieningsvereisten
de aan een gebied toegekende waarde die samenhangt met de geologische, bodemkundige en biologische elementen
een recreatieverblijf bestaande uit een lichte constructie van één bouwlaag, dat geen vaste verankering in de grond heeft en zonder ingrijpende maatregelen demontabel of verplaatsbaar is, zoals een stacaravan, chalet, tenthuisje, trekkershut, blokhut, cabin of 'tiny house'. Het dient voor recreatief (nacht)verblijf voor recreaten die hun hoofdverblijf elders hebben
plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, schoorstenen, antennes, dakinstallaties zoals een gaskoeler, warmtepomp of luchtbehandelingskast, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen
een gebouw of een onderdeel van een gebouw ten dienste van de functie zoals een dug-out en/of materiaalhok en daarmee gelijk te stellen gebouwen die in stedenbouwkundig opzicht qua omvang en situering als ondergeschikt aan het hoofdgebouw vallen aan te merken
opslagvoorziening voor gas met een inhoud van ten minste 150 liter. Met een opslagtank wordt het geheel van een tank, leidingwerk en appendages bedoeld (Besluit activiteiten leefomgeving)
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden
een bouwwerk in de vorm van een overkapping bestaande uit maximaal drie wanden waarvan maximaal twee tot de constructie zelf behoren
een baan bedoeld voor een balsport, waarbij met een racket de bal over het net wordt gespeeld en er ook gebruik wordt gemaakt van de wanden en hekken die de baan omgeven
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is
buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, voorzien van een zandbed en al dan niet voorzien van een omheining
een locatiegebonden vreugdevuur, dat bij wijze van traditie ter gelegenheid van Pasen op 1e of 2e Paasdag wordt ontstoken
Peil wordt bepaald:
indien de datum van de start inschrijfprocedure voor een sociale koopwoning in de eerste helft van een kalenderjaar ligt: het kalenderjaar dat twee jaar vooraf gaat aan deze startdatum; indien de inschrijfprocedure start in de tweede helft van een kalenderjaar: het kalenderjaar voorafgaande aan deze datum
een perceel is een onroerend goed (al dan niet met bebouwing) met dezelfde eigenaar en hetzelfde eigendomsrecht, dat is ingeschreven bij het Kadaster
de scheiding tussen percelen, die niet aan éénzelfde eigenaar behoren dan wel niet door één gebruiker worden benut
er is sprake van permanente bewoning als een recreatiewoning, een stacaravan of ander kampeermiddel het hoofdverblijf voor de gebruiker is of voor bewoning anders dan in het kader van recreatief verblijf wordt gebruikt
een persoonsgebonden overgangsrecht is een overgangsrecht zoals bedoeld in artikel 4 lid 11 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht of artikel 3.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betekent dat het strijdige gebruik mag worden voortgezet door die perso(o)n(en) die op de datum van vaststelling van het omgevingsplan een persoongebonden overgangsrecht hebben
een (gedeelte van een) bijgebouw bij een hoofdgebouw binnen de functie wonen dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon de wettelijke AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereik óf van wie ten minste één persoon een ontwikkelend ziektebeeld, handicap of chronische ziekte heeft waarbij op (relatief) korte termijn een mantelzorgsituatie ontstaat.
een weg, bestaande uit asfalt of vergelijkbare materialen, die als provinciale weg is aangemerkt en op de wegenlegger staat
een verblijfsobject bestemd voor het recreatieve verblijf van recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben en waar permanente bewoning en zelfstandige kortdurende recreatieve activiteiten zijn uitgesloten
een verblijfsobject in de vorm van een stacaravan, chalet, tiny house, boomhut, trekkershut, (hooiberg)recreatiewoning of een ander kampeermiddel bestemd voor het recreatieve verblijf van recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben en waar permanente bewoning is uitgesloten
verblijf dat plaatsvindt in het kader van verblijfsrecreatie en dat enkel gericht is op ontspanning of vrijetijdsbesteding, niet zijnde zelfstandige kortdurende recreatieve activiteiten;
een weg, bestaande uit asfalt of vergelijkbare materialen, die als rijksweg is aangemerkt en op de wegenlegger staat
een activiteit waaraan een veiligheidsafstand is verbonden ten opzichte van beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten
een voor publiek toegankelijke, maar besloten ruimte waar bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze seksuele handelingen worden verricht of voorstellingen van erotisch-pornografische aard worden gegeven
afval afkomstig na onderhoudswerkzaamheden in tuinen, parken, plantsoenen en bosgebieden dat alleen bestaat uit takken, blad of stammen
een van het omgevingsplan deel uitmakende staat van bedrijfsactiviteiten van bedrijven en instellingen
Straatpeil wordt bepaald:
het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel
een huishouden, ongeacht de leeftijd van de daartoe horende personen dat woont in een huurwoning of dat niet beschikt over zelfstandige woonruimte
producten die zijn voortgebracht in dezelfde streek waar ook de grondstoffen vandaan komen en in de streek worden aangeboden
huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c lid 1 onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving met keuken-, toilet- en badkamerinrichting
koopwoning als bedoeld in artikel 5.161c lid 1 onder b van het Besluit kwaliteit leefomgeving met keuken-, toilet- en badkamerinrichting
voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven:
verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade;
verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen of
het bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringing onkruidbestrijding, effectief omgaan met water);
het voorkomen van schade door vorst;
die op dezelfde locatie gebruikte kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een maximum van zes maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten;
met dien verstande dat dit niet geldt voor vollegrondsteelt zoals bij wijnbouw, aspergeteelt of maïsteelt
het tijdelijk deel van het omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1 onder a en b van de Omgevingswet
nog niet gerealiseerd gebouw, zoals bedoeld in artikel 3.21 Besluit kwaliteit leefomgeving, dat:
niet gedeeltelijk of geheel gelegen is op een industrieterrein of locatie met een geluidproductieplafond; en
is toegelaten op basis van het tijdelijk deel omgevingsplan; of
een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor 1 januari 2024.
activiteiten waarvoor op basis van de algemene regels in het omgevingsplan geen voorafgaande toestemming van het college nodig is mits aan de genoemde regels wordt voldaan
gebouw, zoals bedoeld in artikel 5.80 Besluit kwaliteit leefomgeving, dat:
balkons, luifels en overstekende daken
een vrijstaand eenvoudig gebouw zonder verdieping die wordt gebruikt als schuilplaats voor vee, opslag van agrarische hulpmaterialen zoals machines of opslag van gewassen zoals stro, hooi en zaagsel
de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw ten behoeve van detailhandel, onder welke ruimten niet zijn begrepen opslag-, personeels-, sanitaire en andere
dienstruimten, garderobes en keukens
verplaatsbaar mijnbouw als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving
detailhandelsbedrijf in:
auto's, motoren, boten en landbouwwerktuigen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen of materialen, mits de
verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van deze samenhangende artikelen niet meer bedraagt dan 20% van de brutovloeroppervlakte van het desbetreffende bedrijf;
caravans, tenten, zwembaden en de daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals specifieke onderhoudsmiddelen, onderdelen of materialen, recreatie- en campingbenodigdheden,
mits de verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van deze samenhangende artikelen niet meer bedraagt dan 20% van de brutovloeroppervlakte van het desbetreffende bedrijf, met een maximum van 100 m²;
grove bouwmaterialen en bouwstoffen voor de ruwbouw van gebouwen en dergelijke, zoals stenen, zand, beton, bestrating materiaal, hout;
keukens, badkamers en sanitair en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, inbouwapparatuur en tegels, mits de verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van deze
samenhangende artikelen niet meer bedraagt dan 20% van de brutovloeroppervlakte van het desbetreffende bedrijf;
artikelen en goederen die naar aard en omvang en effecten voor de omgeving gelijk kunnen worden gesteld met de hiervoor onder a t/m e bedoelde artikelen en goederen, in ieder geval met
uitzondering van voedings- en genotmiddelen;
fmeubelen en woninginrichtingsartikelen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen als vloerbedekking, parket, verlichting, kachels en zonwering;
de vorm van bouwmarkten, zijnde detailhandel met een al dan niet geheel overdekte verkoopvloeroppervlakte, waarop het volledige assortiment van bouw- en doe-het-zelfproducten uit
voorraad op basis van zelfbediening wordt aangeboden; of
de vorm van tuincentra, zijnde detailhandel met een al dan niet geheel overdekte verkoopvloeroppervlakte, waarop artikelen voor de inrichting en het onderhoud van tuinen en de
daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen worden aangeboden met per detailhandelsbedrijf:1een totale verkoopvloeroppervlakte van ten minste 400 m², voor zover betreft de onder a t/m e bedoelde;2een totale verkoopvloeroppervlakte van ten minste 700 m², voor zover betreft de onder f t/m h bedoelde; of3een verkoopvloeroppervlakte voor goederen die duidelijk als branchevreemd kunnen worden aangemerkt,
achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied
een locatiegebonden vuur dat ter ere van een feestdag wordt ontstoken
het op of in de grond zetten van een constructie met zonnepanelen
een woning waarvan het hoofdgebouw niet direct is verbonden met het hoofdgebouw van een andere woning
besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen
De voor winkelend publiek toegankelijke verkoopruimte van een detailhandelsbedrijf. Onder winkelvloeroppervlak wordt in ieder geval niet begrepen etalages, (verkeer)ruimtes achter de toonbank(en) en de kassa's, loopbanden (tapis roulants), trappen en/of liften, winkelwagenvoorzieningen, de entreezone van en naar het detailhandelsbedrijf en aan het detailhandelsbedrijf ondersteunende ruimtes, zoals magazijnruimtes, koel- of diepvriescel(len), kantoorruimtes en kantines. Kolommen en leidingschachten groter dan 0,5 m² zijn in het winkelvloeroppervlak niet inbegrepen
een gebouw dat dient voor huisvesting van één huishouden en bij de oplevering na nieuwbouw/verbouw geschikt is voor directe bewoning (met keuken- , toilet- en badkamerinrichting)
een bouwperceel dat gebruikt wordt voor woonactiviteitendoeleinden
installatie voor de opwekking van zonne-energie die niet gecombineerd wordt met bebouwing, maar zelfstandig is opgesteld in het vrije veld
een zelfstandige woonruimte is een woning met eigen toegang en eigen voorzieningen, zoals: keuken, toilet, wasgelegenheid (douche/bad), meterkast en overige aansluitingen
Erf aan de zijkant van een hoofdgebouw dat geen voorerf of achterf is. Het zijerf wordt gemeten 1 meter achter de voorgevel van een hoofdgebouw
OOOOOOOOOOO
Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm1742/2026/8fabe8abb1db427ab13f63b86b491ea0/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/8fabe8abb1db427ab13f63b86b491ea0/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2025/463e290a28d04058b9eefd81d7157e56/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/c3dd5ee972eb4cd692c399d32c247992/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/aeefaaff62a54ebf83662d761a9cb6e0/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/fc8f64a0c8594ba99bfc9fd75ad3919d/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/959b09fead7b4041a4a5ac884ee7ffb3/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/e8e44d6a05ee4a98b29fdfa8f3f1c354/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/ac58a6e3614d4af8b7cb9991fbd2af78/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/8b8bb4e45cdc434192968ee1e5386154/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/3ae464a4c29644289044fa92de64c6e0/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/c08720858f884655898fb5115978c0e5/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/624a8d484455486ca0266a9df3fb9983/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/c414bd4d844045f8bbfcc6c2eb9e11af/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/695a5ff42983469c9183d456da97dd51/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/3102a2eb902a4419a3609a5774c500b1/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/513ec9f827cd4cc3add4998ae891ffa5/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/d661d340a3364dafa9e9650c30aacea6/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/94ee9c56cb5243bdb97b77e222f56a8c/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2025/df25b0977f1f4658b2e69d90c1906ef4/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/65dafaca3f68412aa2e0d295178a9ca8/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/99959e96c7d744d0abd8055c254bd57f/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/f42ffc5e43a3478e946e7fd64357b7b4/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/89d1a67d624c4fef8f621450d9f6d3a0/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/9a71fb99df5b47539557eb3a507c45db/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/771f0759ebf143e291b77345c8171f9d/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/7f5a8ff399c74d8b9859341b67e5a6f7/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2025/e6d0c73adef4478c9578cbf5b9e9a9fb/nld@2025‑05‑06;13262194
/join/id/regdata/gm1742/2025/e6d0c73adef4478c9578cbf5b9e9a9fb/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2025/096fed3aedad4487b01cab968f064514/nld@2025‑05‑06;13262194
/join/id/regdata/gm1742/2025/096fed3aedad4487b01cab968f064514/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/45cc73f1d8194d13aac96af4e9a156f7/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/7a4d2271d1d24ca4abe25c4ff300178f/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/1104c789381543e3a408f0dea2a4a02c/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/3a4918156f684154a3377a49aaa52622/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/8d69be78b1944091a3d1e5f14ab63fbe/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/d5ea676ab0044f9a826eff99a94ab2e0/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/1ba49ef4760e4471a6a2373c877d746e/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2025/6ce78a05262c4d3390e4a1999f1807c1/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/4c3930cc13164ec8a16930ef7cb3bbee/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/2b5d503677464f1c99ba3f2e116687c6/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/bd214b6a629c4180aa0fdf94ed7b63de/nld@2025‑05‑06;13262194
/join/id/regdata/gm1742/2025/b23c7352349c42d8867be8bf2d3ff369/nld@2025‑05‑06;13262194
/join/id/regdata/gm1742/2025/ca4cba5aeb9944fa966786da21ce4ad4/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/fb23b4dbaaed4176924575f5b003b27e/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/92c0b1f7f3284361b997eb26d62030cd/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/56dc753baccc44c28261dac13725e80e/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2025/9f402e52ba0248be96edcd3cb9029e26/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/060eec1dc54a48839ad78518baafbc10/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/3db2809cf51540c98d17b7381d1199e5/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/563c2ded83584a79a88abea980a1f839/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/cfbb4d98ff6744e7847b5d419750af48/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/d7e9494c400246809762b704f38fd200/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2025/5f1180c8e528477082223014d86a1e03/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/6605d997fb9646459a775d67d637e8d0/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/5c8965e80e1c45bfb8cd6ccfbb461e8a/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/9c3f31683c1a430b8647716f0f371625/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/ac44481d3bb64d44964004edcb3413ad/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/e91d9a6a327f40c19a1c2531ad1efde4/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2025/e0109659522b4c699eced19d379183ec/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/476c9719f6ca40b9a3e9f40e2ae85ab4/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/14e1a61102a24154beeef6b9161f0535/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/fb4ff72b4e1b4b06a64a0313dde07099/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/b90a64b6c5004f86ad4876e78a48cbaa/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/64a63ff7863640c7bf733f36dd41df23/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/1019402b61594ae6a8581a61da1d02e0/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/dfd2d3003fc44332aa18ebd1ff5bed43/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/0e660efffcf04e919617d38c03f57e8b/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/bd5d032dba684c208b24616853d9efa1/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/0b260726efcb4336b3d6e72fa00a9a35/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/bc2622d99fb0409db6eb599bc653d614/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/9e1465a0664849dea1cf42b5f76bb4c8/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/8d594d84562549898dc18e3ea5c8d702/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/f509d48a2ffb49c89d8f15a2cc0a525c/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/70e983a4c5ce4f91bd08942279a1d805/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2026/e28baab1c95b409e96f564e049826c10/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/ca6384f1735b4cacb7756bc48b4df79a/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/355b223291674816a56da5de03bd7c0a/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/989eeb2541514e559150644978f8506e/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2025/02516d5aec2f4be48be2e2b16d314822/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/7729bfe271d04a91bb328364211ad16e/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/d8479874c3f84d4c9af94e0042e9361b/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/51aef5b4f6984ed6969e3d4660c01ba8/nld@2025‑05‑06;13262194
/join/id/regdata/gm1742/2026/a4d828fcb6794e8f9615519a47596c38/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/13285bea4d0e4db78636b31a96851ef3/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/13285bea4d0e4db78636b31a96851ef3/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2025/829c81e8ac80433b94c913e80b08c3ce/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/829c81e8ac80433b94c913e80b08c3ce/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2025/1cd51f5a4a4b4928b898f00694ed64f1/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/fc6353da4f5248c39f08f4c966c5e96a/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/fc6353da4f5248c39f08f4c966c5e96a/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/c5a15baf02ab41f4b702ab18f79f4e2f/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/2aa622563494473081adf97311a85cca/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/66f164df3a4b45a386eeccfce89ae0ed/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/64cc0ce12c6140c3a41022e075629544/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/35fe8774599b4e0da09b63015e8aa661/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/35fe8774599b4e0da09b63015e8aa661/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/4ada8af412f04afd9566f0f99bc2f201/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/4ada8af412f04afd9566f0f99bc2f201/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/3cd298cfcd994523934b0395188d7851/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/42dae27853404db38786ad267b4e5bad/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/6ad593ed3d6446f798f8f81f2f807bc0/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/42dae27853404db38786ad267b4e5bad/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/502537885e244fd28df75bc33e68f2b4/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/205591d9b6cc4afb9870c418664bb85a/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/205591d9b6cc4afb9870c418664bb85a/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/f4554eb4b0e84fbda816d1cf273819af/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/f4554eb4b0e84fbda816d1cf273819af/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/bd8dc00c131c47318647b47f12a6fbf0/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/49ce14e871364032a4af08e8c79af71e/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2026/49ce14e871364032a4af08e8c79af71e/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2026/502537885e244fd28df75bc33e68f2b4/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2025/570d6b84137b4116af39a8c647165dc1/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2025/570d6b84137b4116af39a8c647165dc1/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/e1881a6c56ec4d5ba13d9816d1d2cfdc/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2025/66ffb6854f3c413880aeb04ab005c98e/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/5c522645d5694e13815001054a3aa193/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/a4e33fc0333948e98152304d2831452b/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/3e3d6b3fe0af45d1b441c7cfc252b63d/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/3e3d6b3fe0af45d1b441c7cfc252b63d/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/b6e9dcdf83ef43f2be9ff86c5da4a8f9/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/fc5824bf1543481fa1848fef5dfa642e/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/a4e33fc0333948e98152304d2831452b/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/673c0929b4c0445da19553a18cedf73c/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/6aeb51fe1fa044e1a1b2590712c40d64/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/86d3344b3bca47f2a1fc7fd06cbaeb97/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/75c72689975c4493808659b75093e0d6/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/e62588074ecf4297b74a6c69a53c27ea/nld@2025‑05‑06;13262194
/join/id/regdata/gm1742/2026/8bbc219ca91b41f4bc78e2a10c106f4d/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/92c210f7a12c492682802b0303ede156/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2026/bd795abba98d4d38bafa3151ea6ace5c/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/e62588074ecf4297b74a6c69a53c27ea/nld@2025‑05‑06;13262194
/join/id/regdata/gm1742/2025/d86b6ae33fda4669baf8d3725a9f6faf/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2025/18ba999474504994b1646794c5aff722/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2026/249acd22f0d34a17909a8f852f47cc12/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/00323dfc483c4713aa44e61c6b5cfb48/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/29f8204034164296b172a2fd59928187/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/dc20d46c5a6948e9a3c445af6b21c753/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2026/9ce915999ac549cd98995c10acbf5986/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/a56e3af8b403457d8a4ff898c3e0b685/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/95e2b0a46fb144fea750b56429ed867b/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/49f45e92e2e14e67805ba5db0664aed3/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/e0e4c6534a8040dd86d68d9b37b3f622/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/91f2f43549724055bf5fb01fba33a372/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/6aec502d1db747deb195c1951bc82121/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/f22e91a148684ac584dfb85904650595/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/d54badc913d4426886ea5954fc3a9748/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/3da610454a6146e488d3a10e04c8fec0/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/92896b1a22554936945f4013b86c8b0c/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/0b107f357a5d4a51ae4bd0f5c52ee85d/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2026/248e27f6865c4786a384cb284da4041f/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/3da4ad1ed8ca4856b0caf8711554aed9/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/d4845a0c6daf4bda9c0b7bfe114a4a3d/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/0b107f357a5d4a51ae4bd0f5c52ee85d/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2026/41379d7b455a421792ecb4668be2d7f3/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/703032dcfb7b427f955ae69683b0488a/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/7f706959098049cea725d0cfd4afd037/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/f8a7031271254521a541f8efe411f5d6/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/847e67efa2cd43159a40ea38fdb2f390/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/608dd8cd4de6404fbbe3c95c0ea142eb/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/682e9729490640b180d93180b2384851/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/2b3c1a52a51c41ea81824584fa1f4266/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/28f8a1593df74bfa93a3274205b58f7d/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/344bca479cfa4b67aa6843f2eff841ad/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/7f757520ad3443c9a3441263cdc72412/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/be9f20aca5ea417186ea227a433d2993/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/0232578a02194df3b2f5c08a0a54d220/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/0fe656fc08f64e8498037984a888c293/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/760a89aeec6945a08091f419a843d560/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/380acdb612924fbab6871f6897089d6a/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/7642e0b7a64f4d1ab9a0d90181abb414/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/e42646fa3f2549e3a2a396c473ac141a/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/7db1104396074252802073ad82f20d08/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/ffe78dabf5684e42803f826ffd3f7c07/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/9ac53a6deda54750b21a70dd2024b956/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/c26de842c43e461c97b86126fb03c80d/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/b05436f9813940e6bdce50cf2084ce4e/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2025/ac77fa8fe18d4dcd8fec3af092ac783e/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/b68d70fdc9504ac9bb0ef9d8ec7a1418/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/b68d70fdc9504ac9bb0ef9d8ec7a1418/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/2fd7e64abbfb4afea32c47fe72abf8e0/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2026/c16fb5416b9543d08bb8a781acdd110e/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/a15fb4e4032e4f2d8143bfbb5c95a132/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/439988ecf28b47e99f5a4cd9767aa0e1/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/ab07ebddb83f49e3a3824df9284eb730/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2026/f05cf86c12b94e25bbfd2e9bfede3e15/nld@2026‑04‑17;12080873
/join/id/regdata/gm1742/2025/9f2b335f268b4990b58f0dd3be8aa9cf/nld@2026‑04‑17;12080873
PPPPPPPPPPP
Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm1742/2025/2a0de3a3f87f4e289dff3968412d32ef/nld@2025‑05‑06;13262194
/join/id/regdata/gm1742/2025/137407777557461ab4074113c07e23ac/nld@2025‑05‑06;13262194
/join/id/regdata/gm1742/2025/8cf289e108c8430eb1d0ab448b5c2ef8/nld@2025‑05‑06;13262194
/join/id/regdata/gm1742/2025/690a3e152be446b4bd76146683c553bf/nld@2025‑05‑06;13262194
/join/id/regdata/gm1742/2025/cce86fc55c6a4fb7ac81e751f5e188c7/nld@2025‑05‑06;13262194
/join/id/regdata/gm1742/2025/549b7e7dd44d41daa4221e0e4efe10b7/nld@2025‑05‑06;13262194
/join/id/regdata/gm1742/2026/5e2063ec0b234b6cb127d00c34ed2471/nld@2026‑07‑09;09362904
/join/id/regdata/gm1742/2025/48f67b061d1e46efb3bddc8b14a747ad/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2025/df6c502472e14c3891f1565268a08537/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2025/49a8725d96554b5d9135ee11a26e3c33/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2025/2e4dbe319dea4d7f8b7b37112d3b9fa7/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2025/f32f712bbdd6454ead2250be94517148/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2025/a3974e9c1b7f4bddb52ccbe02ef62587/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2026/e421c694d7224f33a52c7047ed64e6f2/nld@2026‑03‑11;13464941
/join/id/regdata/gm1742/2026/f5bac73e53464f1494c57b84987d560b/nld@2026‑07‑09;09362904
QQQQQQQQQQQ
Algemene toelichting wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor de wijziging omgevingsplan ten behoeve van de Enterstraat 133 in Rijssen is een ruimtelijke motivering, met bijbehorende onderzoeken beschikbaar gesteld op: https://rijssen-holten.od-bijlagen.nl/download/Omgevingsplan%20gemeente%20Rijssen-Holten/
Voor u ligt de tweede ontwerp wijziging van het omgevingsplan gemeente Rijssen-Holten.
PM uitgebreider toelichting volgt bij vaststelling
Wat omvat de tweede wijziging?
verbeteringen van diverse annotaties;
diverse nieuwe TAM-plannen in afdeling 19.2;
een nieuwe afdeling 19.3 met reparaties van het tijdelijk deel omgevingsplan;
verbetering van de structuur van erfgoed in het omgevingsplan in hoofdstukken 4, 8 en 13;
diverse kleine verbeteringen in de hoofdstukken om te verduidelijken.
Ten aanzien van milieuregels die kaderstellend zijn voor activiteiten waarvoor een milieueffectrapport (mer) dan wel milieueffectbeoordeling is benodigd, is op grond van artikel 16.36 van de Omgevingswet een milieueffectrapport vereist. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn de activiteiten aangewezen waarbij voor de ‘milieuvergunning’ een milieueffectrapport moet worden gemaakt dan wel waarvoor moet worden beoordeeld of die activiteiten aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben (‘mer(beoordelings)plichtige activiteiten’).
Een deel van de regels in dit omgevingsplan zouden potentieel als kaderstellend voor de milieuvergunning kunnen worden gezien. Zulke kaderstellende milieuregels zouden in dat geval gezien worden als een plan waarvoor een milieueffectrapport is vereist op grond van artikel 16.36 van de Omgevingswet. Wijziging van deze regels kan pas nadat een milieueffectrapport is opgesteld. Daar staat tegenover dat deze wijziging van het omgevingsplan Rijssen-Holten een inhoudelijk ongewijzigde regelgeving betreft. De regels golden voor inwerkingtreding van de Omgevingswet als regels van het Rijk. Er ontstaan door de verplaatsing van de bruidsschat naar gemeenten dus geen andere rechtsgevolgen. Er is ook niet meer of minder milieueffect dan voor inwerkingtreding. Verder is het belangrijk om te constateren dat het bestaan van een vergunningplicht voor een milieubelastende activiteit niet betekent dat een activiteit plaats mag vinden. Het bouwwerk of de gronden moeten ook 'gebruikt' mogen worden. Het omgevingsplan 'tijdelijk deel' kent aan gronden functies (voormalige bestemmingen) toe. Een functie moet toegelaten zijn wil men een milieubelastende activiteit kunnen uitvoeren. Concreet; het bestaan van een vergunningplicht voor een bepaalde lozing door een bedrijf betekent niet dat elke locatie gebruikt mag worden voor een bedrijf dat de lozing verricht. In zoverre is het verplaatsen van de bruidsschat uit het tijdelijk deel naar het nieuwe deel geen kaderstelling.
Het Rijk heeft inmiddels aangekondigd om een milieueffectrapport op te stellen ten aanzien van de regels die in afdeling 22.3 zijn opgenomen. Bestuurlijk is afgesproken dat het Rijk uit voorzorg een plan-mer uitvoert voor de milieuregels in de bruidsschat via het programma Milieuregels Bruidsschat Omgevingswet. Het programma Bruidsschat geeft de beleidsachtergrond en een inhoudelijke analyse van de te onderzoeken milieuregels in de bruidsschat. Het plan-mer beschrijft de milieueffecten en benoemt alternatieven voor het omzetten van deze regels naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. De uitkomsten van de landelijke plan-mer zijn momenteel nog niet bekend en ook het programma Milieuregels Bruidsschat Omgevingswet is nog niet als ontwerp ter inzage gelegd.
RRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSS
Sectie ' Toepassingsbereik paragraaf' wordt geplaatst na sectie ' Oogmerken'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTT
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ' Toepassingsbereik paragraaf'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Lid 1 is voormalig bruidsschat artikelen 22.28 lid 1 en 22.38 onder a. Artikel 22.38 sub b is vervallen omdat Rijssen-Holten geen Rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht kent. Het lid is aangevuld met artikel 2.10 lid 2 van de Erfgoedverordening gemeente Rijssen-Holten 2018. Dat lid regelt dat normaal onderhoud en inpandige wijzigingen, beide onder voorwaarden, toestemmingsvrij zijn. Dat lid is overgenomen om daarmee geen onnodige lastenverzwaring te creëren.
Toelichting
Dit lid bevat uitzonderingen en aanvullende randvoorwaarden voor de in paragraaf 4.2.2 aangewezen gevallen. Gevolg is dat de vergunningplicht uit artikel 4.234.9 toch blijft gelden voor die gevallen. Deze systematiek is overgenomen uit de artikelen 4a en 5, vierde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. De toestemmingsvrije mogelijkheden zijn in het kader van de bescherming van cultureel erfgoed beperkt in geval van (voor)beschermde monumenten en archeologische monumenten en Rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. De beide leden zijn een voortzetting van artikel 5, vierde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht,
De uitzondering op het toestemmingsvrij bouwen van artikel 22.28 lid 4 van de bruidsschat is niet één-op-één overgenomen. Er is voor gekozen de beperkingen vanwege bodemkwaliteit en mogelijk aanwezige archeologische waarden rechtstreeks ter verwerken in artikel 4.144.12 en 4.174.15. Dat heeft tot gevolg dat de mogelijkheden voor het toestemmingsvrij bouwen zijn beperkt tot bouwwerken van 50m2. Daarover is meer te lezen in de betreffende artikelen en hun toelichting.
Verder bevat het omgevingsplan specifieke regels over archeologische onderzoek. Deze zijn opgenomen in afdeling 3.2. Ook kan er omgevingsvergunningplicht gelden voor de activiteit 'werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren'. Deze regels hebben in beginsel geen rechtstreekse invloed op de bouwactiviteit. Het zijn twee zelfstandige kaders. In de voormalige planologische regelingen die onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is dit uiteraard nog niet tot uitdrukking gebracht. Dat gebeurd met de eerste wijziging van het omgevingsplan.
In aanvulling op de toelichting op artikel 2.30 van het Bbl (bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet oorspronkelijk genummerd als artikel 2.15g) wordt hieronder ingegaan op de instructieregels en instructies die in ieder geval in acht genomen moeten worden bij het in het omgevingsplan aanpassen van de artikel 4.234.9 van dit omgevingsplan en de in dit artikel opgenomen uitzonderingen daarop voor cultureel erfgoed. In de toelichting bij artikelen 4.144.12 en 4.174.15 is daarover meer specifiek nog te lezen.
Bij aanpassing van het omgevingsplan moet de gemeente de instructieregels en instructies van de provincie en het Rijk in acht nemen. Bij dit onderwerp gaat het dan in ieder geval om de instructieregels uit het Bkl over het behoud van cultureel erfgoed (artikel 5.130) en werelderfgoed (artikel 5.131), de provinciale instructieregels over werelderfgoed (op grond van artikel 7.4, derde lid, van het Bkl) en de instructies ter bescherming van rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten, bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet (in samenhang met artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet).
Voor omgevingsplanactiviteiten in, aan of op via het omgevingsplan (voor)beschermde monumenten of archeologische monumenten zal het daarbij vooral draaien om de vraag of de activiteit van invloed kan zijn op de monumentale waarden. De omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk valt hier immers één op één samen met de omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een (gemeentelijk of provinciaal) beschermd monument of archeologisch monument. Als een gemeente niet tot een toestemmingsvrij regime per locatie wil overgaan, ligt een vergelijkbaar regime als opgenomen in artikel 13.11 van het Bal, waarin de toestemmingsvrije gevallen voor de rijksmonumentenactiviteit zijn aangewezen, voor de hand. In de omgeving van – bij – (voor)beschermde monumenten is in ieder geval relevant de instructieregel in artikel 5.130, tweede lid, onder d, onder 1°, van het Bkl, dat de aantasting van de omgeving van deze monumenten moet worden voorkomen voor zover deze daardoor zouden worden ontsierd of beschadigd. De mogelijkheden om binnen een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht meer omgevingsplanactiviteiten toestemmingsvrij te maken, worden enerzijds specifiek begrensd door het niveau van bescherming dat ten tijde van de aanwijzing als beschermd gezicht op grond van de Monumentenwet 1988 of de instructie op grond van artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet voldoende beschermend werd geacht. Anderzijds vormt de generieke instructieregel in artikel 5.130, tweede lid, onder d, onder 2°, van het Bkl in algemene zin een ondergrens. Deze instructieregel bepaalt dat aantasting van het karakter van beschermde stads- en dorpsgezichten (ongeacht op welk overheidsniveau deze zijn beschermd) moet worden voorkomen. Hoewel in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.130 van het Bkl is opgemerkt dat het tweede lid, onder d, onder 2°, zich in eerste instantie richt op stads- en dorpsgezichten (en cultuurlandschappen) die op initiatief van de gemeente zelf worden beschermd, is de bepaling uitdrukkelijk ook van toepassing op rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. Dit is ook nodig, omdat veel aanwijzingen als rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht inmiddels zo’n vijftig jaar oud zijn en de meeste nog op het oude stelsel zijn geënt, waarin van rechtswege een bouwvergunningplicht gold. Daardoor zijn die als instructie aangemerkte oude aanwijzingen in de praktijk niet altijd leesbaar als een actuele en gedetailleerde instructie als bedoeld in artikel 2.34 van de Omgevingswet. De instructieregel in artikel 5.130, eerste lid, van het Bkl verplicht de gemeente in zo’n geval de karakteristieken van het beschermde gezicht aanvullend te analyseren en te betrekken bij de vraag of er ruimte is voor aanvullende toestemmingsvrij omgevingsplanactiviteiten. Het ligt niet voor de hand dat er op gemeentelijk niveau generiek veel meer toestemmingsvrij zal kunnen worden verklaard. Voornoemde instructieregel voor beschermde stads- en dorpsgezichten geldt overigens ook voor eventuele via het omgevingsplan beschermde cultuurlandschappen, iets wat met name in het buitengebied aan de orde zou kunnen zijn.
In het licht van het voorgaande wordt ook nog gewezen op het – ook rechtstreeks de gemeenten bindende – verdrag van Granada. Op basis van artikel 4 van dat verdrag moet het beschermingsregime zo ingericht worden dat het bevoegd gezag ter voorkoming van ontsiering, vernieling of afbraak van beschermd cultureel erfgoed in een passende controle en goedkeuringsprocedure in kennis wordt gesteld van alle plannen tot het slopen of wijzigen («afbraak of verandering») van een (voor)beschermd monument of aantasting van de omgeving van zo’n monument, of waardoor een beschermd gezicht of cultuurlandschap geheel dan wel gedeeltelijk wordt aangetast als gevolg van de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen, of belangrijke veranderingen waardoor het karakter van het gezicht of cultuurlandschap zou worden aangetast. Artikel 14, eerste lid, van dit verdrag vraagt verder in de verschillende stadia van besluitvorming te zorgen voor passende structuren voor informatie, overleg en samenwerking tussen de centrale overheid, de regionale en lokale overheden, culturele instellingen en verenigingen en het publiek (participatie).
In de meeste gevallen zal een preventieve toets aan het omgevingsplan in de vorm van een vergunningplicht met het oog op bovenstaande overwegingen wenselijk blijven. De hoeveelheid activiteiten in, aan, op en bij beschermde monumenten en archeologische monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten die in een gebied toestemmingsvrij zullen kunnen worden na aanpassing van het omgevingsplan zal naar verwachting dus ook niet veel afwijken van de mogelijkheden die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet landelijk in het voormalige Besluit omgevingsrecht waren opgenomen.
UUUUUUUUUUU
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Lid 2 is voormalig bruidsschat artikelen 22.28 lid 2 en 22.38 onder a. Artikel 22.38 sub b is vervallen omdat Rijssen-Holten geen Rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht kent. Het lid is aangevuld met artikel 2.10 lid 2 van de Erfgoedverordening gemeente Rijssen-Holten 2018. Dat lid regelt dat normaal onderhoud en inpandige wijzigingen, beide onder voorwaarden, toestemmingsvrij zijn. Dat lid is overgenomen om daarmee geen onnodige lastenverzwaring te creëren. Verder is het lid afgestemd op de Herijking ruimtelijk erfgoedbeleid gemeente Rijssen-Holten. Dit beleid gaat er onder meer vanuit dat bestaand erfgoed in stand wordt gehouden. Activiteiten die (mogelijk) daar op voorhand niet aan bijdragen zijn vergunningplichtig. Daarmee zij de activiteiten niet op voorhand verboden, ze moet vooraf getoetst worden. Ook hier geldt de uitzondering van normaal onderhoud onder de genoemde voorwaarden en de inpandige wijziging van onderdelen zonder betekenis.
Toelichting
Dit lid bevat uitzonderingen en aanvullende randvoorwaarden voor de in paragraaf 4.2.2 aangewezen gevallen. Gevolg is dat de vergunningplicht uit artikel 4.234.9 toch blijft gelden voor die gevallen. Deze systematiek is overgenomen uit de artikelen 4a en 5, vierde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. De toestemmingsvrije mogelijkheden zijn in het kader van de bescherming van cultureel erfgoed beperkt in geval van (voor)beschermde monumenten en archeologische monumenten en Rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. De beide leden zijn een voortzetting van artikel 5, vierde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht,
De uitzondering op het toestemmingsvrij bouwen van artikel 22.28 lid 4 van de bruidsschat is niet één-op-één overgenomen. Er is voor gekozen de beperkingen vanwege bodemkwaliteit en mogelijk aanwezige archeologische waarden rechtstreeks ter verwerken in artikel 4.144.12 en 4.174.15. Dat heeft tot gevolg dat de mogelijkheden voor het toestemmingsvrij bouwen zijn beperkt tot bouwwerken van 50m2. Daarover is meer te lezen in de betreffende artikelen en hun toelichting.
Verder bevat het omgevingsplan specifieke regels over archeologische onderzoek. Deze zijn opgenomen in afdeling 3.2. Ook kan er omgevingsvergunningplicht gelden voor de activiteit 'werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren'. Deze regels hebben in beginsel geen rechtstreekse invloed op de bouwactiviteit. Het zijn twee zelfstandige kaders. In de voormalige planologische regelingen die onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is dit uiteraard nog niet tot uitdrukking gebracht. Dat gebeurd met de eerste wijziging van het omgevingsplan.
In aanvulling op de toelichting op artikel 2.30 van het Bbl (bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet oorspronkelijk genummerd als artikel 2.15g) wordt hieronder ingegaan op de instructieregels en instructies die in ieder geval in acht genomen moeten worden bij het in het omgevingsplan aanpassen van de artikel 4.234.9 van dit omgevingsplan en de in dit artikel opgenomen uitzonderingen daarop voor cultureel erfgoed. In de toelichting bij artikelen 4.144.12 en 4.174.15 is daarover meer specifiek nog te lezen.
Bij aanpassing van het omgevingsplan moet de gemeente de instructieregels en instructies van de provincie en het Rijk in acht nemen. Bij dit onderwerp gaat het dan in ieder geval om de instructieregels uit het Bkl over het behoud van cultureel erfgoed (artikel 5.130) en werelderfgoed (artikel 5.131), de provinciale instructieregels over werelderfgoed (op grond van artikel 7.4, derde lid, van het Bkl) en de instructies ter bescherming van rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten, bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet (in samenhang met artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet).
Voor omgevingsplanactiviteiten in, aan of op via het omgevingsplan (voor)beschermde monumenten of archeologische monumenten zal het daarbij vooral draaien om de vraag of de activiteit van invloed kan zijn op de monumentale waarden. De omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk valt hier immers één op één samen met de omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een (gemeentelijk of provinciaal) beschermd monument of archeologisch monument. Als een gemeente niet tot een toestemmingsvrij regime per locatie wil overgaan, ligt een vergelijkbaar regime als opgenomen in artikel 13.11 van het Bal, waarin de toestemmingsvrije gevallen voor de rijksmonumentenactiviteit zijn aangewezen, voor de hand. In de omgeving van – bij – (voor)beschermde monumenten is in ieder geval relevant de instructieregel in artikel 5.130, tweede lid, onder d, onder 1°, van het Bkl, dat de aantasting van de omgeving van deze monumenten moet worden voorkomen voor zover deze daardoor zouden worden ontsierd of beschadigd. De mogelijkheden om binnen een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht meer omgevingsplanactiviteiten toestemmingsvrij te maken, worden enerzijds specifiek begrensd door het niveau van bescherming dat ten tijde van de aanwijzing als beschermd gezicht op grond van de Monumentenwet 1988 of de instructie op grond van artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet voldoende beschermend werd geacht. Anderzijds vormt de generieke instructieregel in artikel 5.130, tweede lid, onder d, onder 2°, van het Bkl in algemene zin een ondergrens. Deze instructieregel bepaalt dat aantasting van het karakter van beschermde stads- en dorpsgezichten (ongeacht op welk overheidsniveau deze zijn beschermd) moet worden voorkomen. Hoewel in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.130 van het Bkl is opgemerkt dat het tweede lid, onder d, onder 2°, zich in eerste instantie richt op stads- en dorpsgezichten (en cultuurlandschappen) die op initiatief van de gemeente zelf worden beschermd, is de bepaling uitdrukkelijk ook van toepassing op rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. Dit is ook nodig, omdat veel aanwijzingen als rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht inmiddels zo’n vijftig jaar oud zijn en de meeste nog op het oude stelsel zijn geënt, waarin van rechtswege een bouwvergunningplicht gold. Daardoor zijn die als instructie aangemerkte oude aanwijzingen in de praktijk niet altijd leesbaar als een actuele en gedetailleerde instructie als bedoeld in artikel 2.34 van de Omgevingswet. De instructieregel in artikel 5.130, eerste lid, van het Bkl verplicht de gemeente in zo’n geval de karakteristieken van het beschermde gezicht aanvullend te analyseren en te betrekken bij de vraag of er ruimte is voor aanvullende toestemmingsvrij omgevingsplanactiviteiten. Het ligt niet voor de hand dat er op gemeentelijk niveau generiek veel meer toestemmingsvrij zal kunnen worden verklaard. Voornoemde instructieregel voor beschermde stads- en dorpsgezichten geldt overigens ook voor eventuele via het omgevingsplan beschermde cultuurlandschappen, iets wat met name in het buitengebied aan de orde zou kunnen zijn.
In het licht van het voorgaande wordt ook nog gewezen op het – ook rechtstreeks de gemeenten bindende – verdrag van Granada. Op basis van artikel 4 van dat verdrag moet het beschermingsregime zo ingericht worden dat het bevoegd gezag ter voorkoming van ontsiering, vernieling of afbraak van beschermd cultureel erfgoed in een passende controle en goedkeuringsprocedure in kennis wordt gesteld van alle plannen tot het slopen of wijzigen («afbraak of verandering») van een (voor)beschermd monument of aantasting van de omgeving van zo’n monument, of waardoor een beschermd gezicht of cultuurlandschap geheel dan wel gedeeltelijk wordt aangetast als gevolg van de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen, of belangrijke veranderingen waardoor het karakter van het gezicht of cultuurlandschap zou worden aangetast. Artikel 14, eerste lid, van dit verdrag vraagt verder in de verschillende stadia van besluitvorming te zorgen voor passende structuren voor informatie, overleg en samenwerking tussen de centrale overheid, de regionale en lokale overheden, culturele instellingen en verenigingen en het publiek (participatie).
In de meeste gevallen zal een preventieve toets aan het omgevingsplan in de vorm van een vergunningplicht met het oog op bovenstaande overwegingen wenselijk blijven. De hoeveelheid activiteiten in, aan, op en bij beschermde monumenten en archeologische monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten die in een gebied toestemmingsvrij zullen kunnen worden na aanpassing van het omgevingsplan zal naar verwachting dus ook niet veel afwijken van de mogelijkheden die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet landelijk in het voormalige Besluit omgevingsrecht waren opgenomen.
VVVVVVVVVVV
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is voormalig bruidsschat artikel 22.39.
Toelichting
Dit lid bevat uitzonderingen op de mogelijkheden om toestemmingsvrije activiteiten als bedoeld in paragraaf 4.2.2 te verrichten vanwege het belang van de externe veiligheid. Deze uitzonderingen waren opgenomen in artikel 5, derde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. Hieraan ligt ten grondslag de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van ten hoogste een op de miljoen per jaar voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties die op grond van artikel 5.7 van het Bkl in een omgevingsplan in acht moet worden genomen. Voor zover paragraaf 4.2.2 betrekking heeft op die gebouwen – de onderdelen a en c – is het niet wenselijk dat op locaties waar door de in die onderdelen bedoelde activiteiten overschrijding van de norm voor het plaatsgebonden risico aan de orde zou kunnen zijn, toestemmingsvrij de in die onderdelen bedoelde activiteiten zouden kunnen worden verricht.
De locaties waar deze activiteiten niet mogelijk zijn, zijn in de eerste plaats de locaties waarvoor het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, zelf al vanwege de overschrijding van het plaatsgebonden risico bouwmogelijkheden die kunnen leiden tot kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen niet toelaat. Het gaat hier om artikel 4.144.12 en 4.64 die een omzetting zijn van artikel 5, derde lid, onder a en b, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. De verwijzing naar dit omgevingsplan is hier uitdrukkelijk beperkt tot het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, dat kort samengevat bestaat uit de onder het voormalige recht geldende planologische regelingen. Dit omdat die regelingen uitgaan van de in de desbetreffende onderdelen van artikel 5, derde lid, gehanteerde begrippen en systematiek, die onder de Omgevingswet anders zijn. Het is aan gemeenten om daar bij het vaststellen van het omgevingsplan toepassing aan te geven. Hierop kan niet in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder c, van de Omgevingswet worden vooruitgelopen.
Artikel 17.11 zondert daarnaast ook toestemmingsvrije activiteiten als bedoeld in paragraaf 4.2.2 uit, als de beoogde locatie voor die activiteiten is gelegen binnen afstanden die degene die een toestemmingsvrije milieubelastende activiteit verricht op grond van het Bal in verband met het plaatsgebonden risico in acht moet nemen. Het gaat dan om de afstanden tussen bepaalde installaties of opslagvoorzieningen waar met stoffen wordt gewerkt die een veiligheidsrisico voor de omgeving met zich kunnen brengen en te beschermen gebouwen en locaties. Op grond van het Bal geldt als hoofdregel dat veiligheidsafstanden zoals hier bedoeld gelden tot de begrenzing van de locatie waarop de milieubelastende activiteit wordt verricht. Hierdoor zijn er ook geen beperkingen aan de gebruiksruimte buiten die begrenzing. Maar het Bal staat in een aantal situaties afwijking van deze regel toe. Onderdeel c is alleen voor die gevallen van praktisch belang. De zinsnede «voor zover ... van toepassing is» in de verschillende subonderdelen van artikel 17.11, brengt dat tot uitdrukking. Degene die een milieubelastende activiteit als hier bedoeld verricht, moet op grond van het Bal op het moment dat de veiligheidsafstanden van toepassing worden buiten de locatie waar hij zijn activiteit verricht, het bevoegd gezag daarover informeren. Het bevoegd gezag moet ervoor zorgen dat deze gegevens terecht komen in het landelijk register externe veiligheidsrisico’s en aldus voor eenieder kenbaar zijn.
Bij de opsomming van activiteiten in artikel 17.11, is aangesloten bij de opsomming van activiteiten in bijlage VII, onder A, bij het Bkl. Dat onderdeel van die bijlage geeft voor de daarin genoemde toestemmingsvrije milieubelastende activiteiten uit het Bal vastgestelde afstanden waarbij wordt voldaan aan de norm voor het plaatsgebonden risico. De opgesomde activiteiten, zoals die in artikel 17.11, onder verwijzing naar de desbetreffende artikelen uit het Bal zijn overgenomen, omvatten zes activiteiten die niet worden genoemd in artikel 5, derde lid, onder c, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. Het gaat hier om de subonderdelen 2, 5, 6, 7, 12 en 13. Voor de activiteit, bedoeld in subonderdeel 2 (het tanken van voertuigen of werktuigen met LPG), heeft dat als achtergrond dat deze activiteit onder het recht voor de Omgevingswet nog vergunningplichtig was. Door de verschuiving van vergunningplichtig naar toestemmingsvrij moet de activiteit nu aan de opsomming in artikel 17.11, worden toegevoegd. Voor de overige toegevoegde activiteiten is gelet op het belang van de externe veiligheid evenmin aanleiding om deze voor de toepassing van artikel 17.11, buiten beschouwing te laten.
WWWWWWWWWWW
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is voormalig bruidsschat artikel 22.23 lid 1.
Toelichting
De in dit artikel opgenomen afbakeningseisen zijn ongewijzigd overgenomen uit artikel 5, eerste en tweede lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. In het lid is opgenomen dat toestemmingsvrij bouwen niet is toegestaan als het oorspronkelijke bouwwerk waarin, waaraan, waarop of waarbij gebouwd wordt, zonder de daarvoor vereiste vergunning is gebouwd of wordt gebruikt. Dit kan zowel gaan om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet als een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van die wet. In het geval het bouwwerk (geheel of gedeeltelijk) illegaal is gebouwd of wordt gebruikt, is het onwenselijk dat eventuele latere aanpassingen van of uitbreidingen aan of bij dit gebouw vergunningvrij en daarmee legaal zouden kunnen zijn. De mogelijkheid tot toestemmingsvrij bouwen is daarom zowel hier, als in het Besluit bouwwerk leefomgeving uitgesloten.
Met dit lid wordt niet beoogd het toestemmingsvrij veranderen van bouwwerken zoals beschreven in artikel 4.154.13 uit te sluiten als het gaat om een bouwwerk dat op basis eerdere regelgeving vergunningvrij gebouwd kon worden. Dit lid sluit alleen de mogelijkheden bij vergunningplichtige bouwwerken zonder vergunning uit.
XXXXXXXXXXX
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYY
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZ
Sectie ' Toepasbare regels artikel 2.29 Besluit bouwwerken leefomgeving' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAA
Sectie ' Bijbehorend bouwwerk' wordt geplaatst na sectie ' Toepasbare regels artikel 2.29 Besluit bouwwerken leefomgeving'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Lid omvat voormalig bruidsschat artikel 22.25, 22.27 onder a, artikel 22.36 onder a.. Lid 1 sub c is toegevoegd op basis van artikel 5.89g en h Besluit kwaliteit leefomgeving en vormt een cumulatieve eis met lid 1 sub d.
Lid 3 is voormalig bruidsschat artikel 22.37 lid 1.
Het oorspronkelijke artikel 22.37 lid 2 is vervallen omdat in het tijdelijk deel omgevingsplan (Chw veegplan buitengebied Rijssen-Holten) eigen regels over tijdelijke huisvesting in verband met mantelzorg in een unit zijn opgenomen.
Toelichting
Artikel 22.27 onder a en 22.36 onder a gaan over bijbehorende bouwwerken en liggen in elkaars verlengde. Om de tot één helder nieuwe regeling te komen zijn beide artikelen op elkaar afgestemd. De nieuwe juridische regels zorgen voor een goede balans tussen benutten (het zonder te veel regeldruk kunnen realiseren) en beschermen (het vooraf toetsen van eventueel met elkaar in strijd zijnde belangen). Met de nieuwe regels kunnen veel voorkomende bijbehorende bouwwerken zoals platte uitbouwen bij woningen gerealiseerd worden. Het mogelijk maken van hoge bijbehorende bouwwerken of meerdere bouwlagen met verblijfsruimten zonder voorafgaande beoordeling is niet wenselijk. Op voorhand is niet voor elke locatie voldoende zicht op de betrokken belangen. Daarom leent dit soort bijbehorende bouwwerken zich niet voor toestemmingsvrij bouwen. Voor het buitengebied gelden er specifieke regels op basis van het tijdelijk deel omgevingsplan waardoor er voor bijbehorende bouwwerken in dit gebied geen toestemmingsvrije mogelijkheden gelden.
Lid 1 onderdeel c (vervangt voormalig artikel 22.36 sub a onder 3 bruidsschat)
Instructieregels uit het besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) hebben ertoe geleid om in dit artikel met toestemmingsvrije bouwregels een maximaal oppervlak van 50m2 ineens op te nemen. Het betreft dus een toe te voegen maximum per bouwactiviteit. De instructieregels uit het Bkl zien op ‘bodemgevoelige gebouwen’ en ‘bodemgevoelige locaties’ (zie art. 5.89g en 5.89h Bkl). Van belang is dat bijbehorende bouwwerken van meer dan 50 m2 ook als bodemgevoelig gebouw worden aangemerkt. Het omgevingsplan bevat waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit, zie artikel 4.294.27 (art. 5.89i Bkl). Bij een overschrijding van deze waarden bepaalt het omgevingsplan dat een bodemgevoelig gebouw alleen is toegestaan als in het omgevingsplan omschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89k Bkl).
Dit leidt ertoe dat wanneer grotere oppervlakten aan bijbehorende bouwwerken toestemmingsvrij zouden toestaan voor de bouwactiviteit, deze bouwwerken alsnog aan deze regels voor bodem onderworpen zijn. Met de keuze om een maximaal oppervlak van 50m2 toestemmingsvrij per bouwactiviteit toe te staan, worden de toestemmingsvrije mogelijkheden gelijk gemaakt met de ‘bodemregelvrije’ mogelijkheden.
De eis van het maximum m2 per bouwactiviteit moet in samenhang gelezen worden met de maximale m2 bijbehorende bouwwerk in het bebouwingsgebied. Per bebouwingsgebied geldt er dus een maximum van alle in dat gebied aanwezige bijbehorende bouwwerken én een maximum van per bouwactiviteit toe te voegen bijbehorende bouwwerken.
BBBBBBBBBBBB
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ' Bijbehorend bouwwerk'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Lid 1 is een samenvoeging van voormalig bruidsschat artikel 22.27 onder a en artikel 22.36 onder a uit de bruidsschat samengevoegd.
Toelichting
Bepalen bouwhoogte
Dit lid is voortzetting van de bestaande mogelijkheden op basis van voormalig artikel 2, onderdeel 3 en artikel 3, onderdeel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Naast een bijbehorend bouwwerk kan ook een uitbreiding van een bijbehorend bouwwerk op basis van dit lid toestemmingsvrij worden gebouwd. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het uitbreiden van een bestaand bijgebouw.
Voor zover een bijbehorend bouwwerk zich bevindt binnen de genoemde afstand van niet meer dan 4 meter van het hoofdgebouw, mag het gebruik daarvan overeenkomstig zijn aan het gebruik in het hoofdgebouw zelf. Bij een woning betekent dat bijvoorbeeld dat binnen die afstand een aan- of uitbouw gebruikt mag worden voor het vergroten van een woonkamer, (bij)keuken of serre. Buiten de genoemde afstand geldt als eis dat het gebruik functioneel ondergeschikt dient te zijn. Bij een woning kan het dan bijvoorbeeld slechts gaan om een garage, berging of plantenkas. Een vanuit de woning toegankelijke bijkeuken wordt in dit verband niet als functioneel ondergeschikt aangemerkt, maar dient functioneel als onderdeel van de woning te worden aangemerkt.
Een bijgebouw met een schuin dak wordt onder meer uit architectonisch oogpunt soms aantrekkelijker gevonden dan een plat dak. Veelal laat de architectuur van een bijbehorend bouwwerk zich met een kap ook beter aansluiten bij de architectuur van het hoofdgebouw. Aan de maatvoeringen van zo’n schuin dak zijn, mede in verband met architectuur en belangen van omwonenden, randvoorwaarden gesteld. De regeling is zo opgezet dat bij hogere daken dan 3 meter, in de regel alleen standaard zadeldaken of schilddaken mogelijk zijn. Voor een dak dat hoger is dan 3 meter geldt dat de dakvoet niet hoger mag zijn dan 3 meter en dat de daknok bestaat uit twee of meer schuine dakvlakken. De hellingshoek van de schuine dakvlakken mag niet meer bedragen dan 55°. Daardoor wordt bereikt dat een lessenaarsdak of mansarde kap niet kan worden gerealiseerd. De daknok mag in ieder geval niet hoger zijn dan 5 meter en wordt verder in hoogte begrensd door een formule. In deze formule is de afstand van de nok tot de perceelsgrens bepalend voor de toegestane hoogte. Hoe dichter bij de perceelsgrens hoe minder hoog een dak mag zijn. De formule voor de daknokhoogte is gebaseerd op de zogenoemde «lichte» TNO-norm. Deze norm gaat uit van minimaal twee mogelijke bezonningsuren per etmaal, in de periode van 19 februari tot 21 oktober. De «lichte» TNO-norm wordt in de praktijk veelvuldig toegepast om aan de hand van bezonningsstudies te onderbouwen dat de kwaliteit van het woon- en leefklimaat, in het bijzonder de bezonningssituatie op gevels van bebouwing op aangrenzende percelen, ten gevolge van een bouwplan in voldoende mate gewaarborgd blijft. Door deze norm als uitgangspunt te nemen voor het bepalen van de randvoorwaarden voor een toestemmingsvrij bijbehorend bouwwerk met een kap, blijft de bezonningssituatie op belendende bebouwing en naburige erven in voldoende mate gewaarborgd. De daknokhoogte dient te worden bepaald met de volgende formule:
maximale daknokhoogte [meter] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [meter] x 0,47) + 3
Ten behoeve van de bezonningssituaties op naburige percelen leidt de formule ertoe dat de daklijn ten opzichte van de perceelsgrenzen slechts geleidelijk in hoogte kan oplopen tot een maximaal toegestane daknokhoogte van 5 meter. De formule is gebaseerd op een zonnestand met een hellingshoek van 25° vanaf een hoogte van 3 meter (de tangens van een hoek van 25° bedraagt naar boven afgerond 0,47). Hieronder zijn voorbeelduitwerkingen gegeven waarin de daknok van een bijbehorend bouwwerk evenwijdig loopt met de perceelsgrens.
AFBEELDING NOG TOEVOEGEN
In onderstaande voorbeelduitwerking is een bijbehorend bouwwerk te zien waarin de daknok haaks op de perceelsgrens is geprojecteerd. In dat geval kan door toepassing van een schilddak worden bereikt dat de daklijn ten opzichte van de perceelsgrens geleidelijk in hoogte oploopt.
AFBEELDING NOG TOEVOEGEN
Bepalen oppervlakte
Op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de gemeente verplicht regels te stellen in het omgevingsplan over de kwaliteit van de bodem in relatie tot bodemgevoelige gebouwen op bodemgevoelige locaties (artikel 5.89g en verder Bkl). Op basis van het Bkl worden bouwwerken van maximaal 50 m2 niet aangemerkt als bodemgevoelig gebouw. De regels van het Bkl stellen gemeenten daarmee voor een keuze.
Of er worden aanvullende voorwaarden aan het toestemmingsvrij bouwen verbonden of het maximale oppervlak toestemmingsvrije bouwwerken wordt beperkt. Het onder complexe voorwaarden mogelijk maken van een bouwwerk is niet in lijn met het idee van eenvoudige en vooraf voorspelbare dienstverlening. Ook schuift het moment van beoordelen naar de toezichtfase, waarbij bouwwerken wellicht al in gebruik genomen zijn. Beiden zijn niet gewenst. Daarom is gekozen het maximale oppervlak toestemmingsvrije bouwwerken te beperken tot 50 m2. Voor het meerdere is omgevingsvergunning nodig (artikel 4.234.9) waarbij de voorwaarden op dit moment in het tijdelijk deel omgevingsplan zijn opgenomen.
Door toevoeging van het begrip «bebouwingsgebied» wordt duidelijk dat de omvang van het achtererfgebied wordt bepaald aan de hand van de actuele omvang van het hoofdgebouw. Denkbaar is dat een achtererfgebied in omvang wijzigt door dat het oorspronkelijk hoofdgebouw aan de zij- of voorgevel wordt uitgebouwd. Vandaar dat het achtererfgebied wordt bepaald aan de hand van het hoofdgebouw, met inbegrip van naderhand aan het oorspronkelijk hoofdgebouw toegevoegde uitbreidingen (aan- of uitbouwen). Een aanbouw die bestaat uit een garage, berging of andere functioneel ondergeschikt gebruikte ruimte, maakt overigens geen deel uit van het hoofdgebouw en blijft dus buiten beschouwing bij het bepalen van het achtererfgebied. Verder wordt voor het bepalen van het achtererfgebied uitgegaan van de actuele begrenzing van het perceel, nadat het eventueel in de loop der tijd is gewijzigd door aan- of verkoop. Vanuit de actuele omvang van het achtererfgebied wordt de zogenoemde nulsituatie bepaald door het bebouwingsgebied. Het bebouwingsgebied bestaat uit het achtererfgebied en de delen van het hoofdgebouw (aan- of uitbouwen of andere uitbreidingen) die naderhand aan het oorspronkelijke hoofdgebouw zijn toegevoegd (delen van het hoofdgebouw die niet tot het oorspronkelijke hoofdgebouw behoren). Met de oppervlakte van het bebouwingsgebied wordt aan de hand van een bebouwingspercentage bepaald welke oppervlakte aan toestemmingsvrije bijbehorende bouwwerken aanwezig mag zijn. Om een precieze benadering te bereiken van de bebouwingshoeveelheid die in het algemeen planologisch aanvaardbaar wordt geacht bij hoofdgebouwen, wordt gewerkt met een bebouwingspercentage dat verhoudingsgewijs afneemt naarmate een bebouwingsgebied groter is in omvang. Het rekenmodel dat hiertoe wordt toegepast is vergelijkbaar met de belastingsschijven voor de inkomstenbelasting. In onderstaande tabel is het maximaal toelaatbare bebouwingspercentage van bijbehorende bouwwerken gerelateerd aan de omvang van het bebouwingsgebied.
Uitzondering 'erf'
De regeling in het tijdelijk deel omgevingsplan is gelet op de omschrijving van het begrip «erf» uit het voormalige artikel 1 van bijlage I Besluit omgevingsrecht relevant voor de vraag in hoeverre gronden bij een hoofdgebouw als erf kunnen worden aangemerkt en dus in hoeverre binnen het tot het erf behorende achtererfgebied zonder vergunning bijbehorende bouwwerken kunnen worden opgericht. Het is mogelijk om percelen bij een hoofdgebouw geheel of gedeeltelijk een andere bestemming te geven dan de bestemming van het hoofdgebouw. Op het desbetreffende perceelsgedeelte kan in zo’n geval een bestemming rusten die een gebruik als buitenruimte ten dienste van het hoofdgebouw niet of slechts in beperkte mate toestaat. Denk bijvoorbeeld aan flats en appartementengebouwen, waarbij aan de omliggende gronden een bestemming «openbaar groen» of «stedelijk groen» is gegeven. Ook bij perceelsgedeelten die liggen in bijvoorbeeld een agrarisch- of weidegebied, bos, duinen, hei, natuur, stadspark, openbaar plantsoen of openbare weg, zal duidelijk zijn dat met het geven van een andere bestemming geen sprake is van erf.
CCCCCCCCCCCC
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDD
Sectie ' Bouwwerk veranderen ' wordt geplaatst na sectie ''. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is voormalig bruidsschat artikel 22.27 sub j.
Toelichting
Ten opzichte van de regeling uit het Besluit omgevingsrecht zijn enkele voorwaarden geschrapt (geen verandering van de draagconstructie of (sub)brandcompartimentering), aangezien die om bouwtechnische redenen gesteld werden en geen invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit van het bouwen zoals die door een omgevingsplan wordt gereguleerd.
Dit artikel is ook van toepassing op veranderingen aan in het verleden toestemmingsvrij gerealiseerde bouwwerken die door wijzingen van (Rijks)regels inmiddels niet meer toestemmingsvrij zijn. Dat wordt duidelijk gemaakt door de uitzondering op de inperkingen toestemmingsvrije bouwwerken (artikel 4.124.10). Het veranderen van een illegaal gebouwd bouwwerk is niet mogelijk.
EEEEEEEEEEEE
Sectie ' Buisleiding ' wordt geplaatst na sectie ' Bouwwerk veranderen '. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is voormalig bruidsschat artikel 22.27 sub i.
Toelichting
Dit lid maakt een uitzondering op artikel 4.234.9 anders dan buisleidingen waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Bbl (bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet oorspronkelijk genummerd als artikel 2.15f, onder p, aanhef en onder 4°) van toepassing is. Hierdoor ontstaat een vergelijkbare samenhang tussen dit artikelonderdeel van het omgevingsplan en het genoemde artikelonderdeel uit het Bbl als de samenhang tussen de onderdelen in de artikelen 2 en 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht.
FFFFFFFFFFFF
Sectie ' Recreatief nachtverblijf ' wordt geplaatst na sectie ' Buisleiding '. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is voormalig bruidsschat artikel 22.27 onder b.
Toelichting
Dit artikel is alleen van toepassing op de locaties die in het werkingsgebied van dit artikel vallen. Een recreatief nachtverblijf mag alleen toestemmingsvrij gebouwd, in stand gehouden of gebruikt worden als het voldoet aan de voorwaarden gesteld in dit artikel. Als de maatvoering groter is dan aangegeven in dit artikel, geldt er een vergunningplicht en gelden de beoordelingsregels uit het tijdelijk deel omgevingsplan.
Over de vraag wat onder een bouwwerk moet worden verstaan, heeft zich een uitgebreide jurisprudentie ontwikkeld. Daarbij gaat het samengevat om alle met de grond verbonden constructies van enige omvang met een plaatsgebonden karakter. Dit laatste criterium is relevant voor de plaatsing van caravans en andere mobiele of eenvoudig verwijderbare objecten (zoals tenten, tentauto’s, kampeerauto’s). Veelal speelt bij deze objecten de vraag of sprake is van een plaatsgebonden karakter. Alleen bij een langduriger plaatsing zal er pas sprake kunnen zijn van een plaatsgebonden karakter en dient de constructie gezien te worden als een «bouwwerk». Over het antwoord op de vraag hoe lang een object moet staan om als bouwwerk aangemerkt te worden bestaat evenzeer de nodige jurisprudentie. Deze is evenwel in hoge mate casuïstisch en kan niet leiden tot een eenduidig en precies antwoord op die vraag. Naast de termijn van plaatsing van het object is de vraag of sprake is van een bouwwerk mede afhankelijk gesteld van de mate waarin sprake is van (blijvende) planologische gevolgen (zie ABRvS 7 juli 2001, Gst. 7154.7, ABRvS 2 februari 1995, BR 1995, 409). Gezien deze jurisprudentie kan het gedurende 31 dagen geplaatst houden van een tent, niet als bouwen worden aangemerkt. De tenten die voor een periode van drie maanden werden geplaatst voor het lammeren van schapen werden wel als bouwwerk aangemerkt (ABRvS 6 december 2006, 200602330/1, LJN: AZ3744). Een relevant aspect in de betrokken jurisprudentie wordt dus gevormd door de planologische inbreuk die met het geplaatste object wordt gemaakt. Het tijdens de vakantie enkele weken plaatsen van een toercaravan op een camping, in overeenstemming met de geldende planologische regelgeving, zal niet als bouwen aangemerkt hoeven worden. Indien de caravan midden in het bos wordt geplaatst en in strijd met de bestemming gebruikt wordt voor (wild) kamperen ligt dat evenwel anders en kan er al eerder sprake zijn van een bouwwerk. Vastgesteld kan in ieder geval worden dat bij een plaatsing gedurende meer dan drie maanden (plaatsing gedurende een aanmerkelijk deel van een seizoen) sprake is van een bouwwerk. Dankzij de nieuwe regeling is echter in dat geval geen omgevingsvergunning vereist, mits voldaan wordt aan de planologische regelgeving.
Maximum oppervlakte
Instructieregels uit het besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) hebben ertoe geleid om in dit artikel met toestemmingsvrije bouwregels een maximaal oppervlak van 50m2 op te nemen. De instructieregels uit het Bkl zien op ‘bodemgevoelige gebouwen’ en ‘bodemgevoelige locaties’ (zie art. 5.89g en 5.89h Bkl). Van belang is dat recreatieve nachtverblijven van meer dan 50 m2 groot ook als bodemgevoelig gebouw worden aangemerkt. Het omgevingsplan bevat waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit, zie artikel 4.294.27 (art. 5.89i Bkl). Bij een overschrijding van deze waarden bepaalt het omgevingsplan dat een bodemgevoelig gebouw alleen is toegestaan als in het omgevingsplan omschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89k Bkl).
Dit leidt ertoe dat wanneer we grotere oppervlakten aan recreatieve nachtverblijven toestemmingsvrij zouden toestaan voor de bouwactiviteit, deze bouwwerken alsnog aan deze regels voor bodem onderworpen zijn. Met de keuze om een maximaal oppervlak van 50m2 toestemmingsvrij toe te staan, worden de toestemmingsvrije mogelijkheden gelijk gemaakt met de ‘bodemregelvrije’ mogelijkheden.
GGGGGGGGGGGG
Sectie ' Schutting, hekwerk of andere erf- en perceelafscheiding ' wordt geplaatst na sectie ' Recreatief nachtverblijf '. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHH
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ' Schutting, hekwerk of andere erf- en perceelafscheiding '. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIII
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJ
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKK
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLL
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMM
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNN
Sectie ' Silo of ander bouwwerk ten behoeve of ter ondersteuning van agrarische bedrijfsvoering ' wordt geplaatst na sectie ''. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is voormalig bruidsschat artikel 22.27 onder g.
Toelichting
In dit artikel gaat het om voeder- en kunstmestsilo’s. Deze specifieke bouwwerken worden in de nieuwe e regeling aan een maximale hoogte gebonden op basis van het Chw veegplan buitengebied Rijssen-Holten. De regels gelden dus niet voor mestsilo's of silo's die hoger zijn dan 15 meter. Daarvoor geldt de vergunningplicht uit artikel 4.234.9 en het tijdelijk deel omgevingsplan.
Bij overige bouwwerken, waar een maximale hoogtemaat van 2 meter is gegeven, kan gedacht worden aan kuilvoer- en mestplaten, brandstof-, melk- en spoelwatertanks, sleufsilo’s en dergelijke. Dit artikel is niet bedoelt voor het realiseren van erf- of perceelafscheidingen. Daarvoor zijn in artikel 4.40 eigen regels opgenomen.
Onder de Omgevingswet is het meer van belang voor activiteiten explicieter uit te schrijven welke variaties er zijn. Onder de wetgeving van voor 1 januari 2024 gold er altijd een vergunningplicht tenzij een activiteit toestemmingsvrij was. Omdat die 'standaard' vergunningplicht niet meer geldt is het wenselijk explicieter te maken onder welke voorwaarden activiteiten toestemmingsvrij, vergunningplichtig of verboden zijn.
Dit artikel maakt samen met artikel 4.47 duidelijk welke juridische regels er voor het bouwen van een silo of ander agrarisch bouwwerk geen gebouw zijnde gelden.
OOOOOOOOOOOO
Sectie ' Sport- en speeltoestel voor openbaar gebruik' wordt geplaatst na sectie ' Silo of ander bouwwerk ten behoeve of ter ondersteuning van agrarische bedrijfsvoering '. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPP
Sectie ' Zwembad, bubbelbad of vijver' wordt geplaatst na sectie ' Sport- en speeltoestel voor openbaar gebruik'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQ
Sectie ' Omgevingsvergunning voor afwijken ' wordt geplaatst na sectie ' Zwembad, bubbelbad of vijver'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRR
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ' Omgevingsvergunning voor afwijken '. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Toelichting
Artikel 4.244.22 heeft betrekking op regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan waarin is bepaald dat bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van daarbij aangegeven regels. Dergelijke afwijkingsmogelijkheden konden op grond van artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening worden gesteld in bestemmingsplannen, beheersverordeningen en andere ruimtelijke regelingen. Voor de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht hadden deze bepalingen de vorm van een bevoegdheid om een (binnenplanse) ontheffing te verlenen. Onder de (oude) Wet op de Ruimtelijke Ordening werd nog gesproken van een (binnenplanse) vrijstelling. In de redactie van de ruimtelijke regelingen die onder de voormalige Wet ruimtelijke ordening en de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn vastgesteld, hebben de bepalingen, zoals al vermeld, een vorm waarin wordt bepaald dat bij omgevingsvergunning van een gestelde regel kan worden afgeweken. Uit de letterlijke redactie van dergelijke bepalingen vloeit niet een zelfstandig verbod voort om een activiteit te verrichten zonder omgevingsvergunning. Onder de werking van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht werden al deze bepalingen dan ook in juridische vorm «gevangen» onder de werking van het verbod behoudens omgevingsvergunning uit artikel 2.1, eerste lid, onder c. Deze wet is echter bij de inwerkintreding van de Omgevingswet ingetrokken, zodat de explicitering van de vergunningplicht voor deze afwijkingsmogelijkheden niet langer is geregeld. In plaats daarvan wordt deze explicitering van de vergunningplicht nu in artikel 4.244.22 van dit omgevingsplan geregeld. Met artikel 4.244.22 wordt daarmee buiten twijfel gesteld dat de bepalingen uit het tijdelijke deel waarin de mogelijkheid wordt geboden om bij omgevingsvergunning van regels af te wijken, gelden als binnenplans verbod om de betrokken activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten. Ook de nog voorkomende redacties in oude ruimtelijke regelingen die deel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, met termen als ontheffing en vrijstelling, worden door dit binnenplanse verbod om de betrokken activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten aangestuurd.
SSSSSSSSSSSS
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is voormalig bruidsschat artikel 22.26.
Toelichting
Verhouding vangnet en overige vergunningplichten
In paragraaf 4.2.3 zijn diverse vergunningplichten en (specifieke) beoordelingsregels opgenomen. Deze vergunningplichten en (specifieke) beoordelingsregels vloeien uit de omzetting van de bouwactiviteit (omgevingsplan) uit de bruidsschat voort. Deze paragraaf zal groeien naarmate delen van het tijdelijk deel omgevingsplan overgezet worden. Voor deze transitieperiode is het in elk geval gewenst duidelijk te maken dat voor bouwactiviteiten een omgevingsvergunning nodig is. Ook als de activiteit nog niet specifiek in het omgevingsplan is uitgewerkt. Dit artikel is aan vangnet voor activiteiten die (nog) niet in het omgevingsplan zijn uitgewerkt.
Het omgevingsplan bevat een soortgelijke bepaling voor gebruik (artikel 4.53). Daarom is het bestaande artikel 22.26 aangepast en is gebruik niet meer via de bouwactiviteit gereguleerd.
Inhoudelijk
Op grond van dit artikel is het verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken. Als onderdeel van de omgevingsplanregels van rijkswege wordt hiermee de vergunningplicht voortgezet, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover die betrekking heeft op artikel 2.10, eerste lid, onder c en d, van die wet. In afdeling 3.2 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet, is uitvoerig ingegaan op het expliciet maken dat deze vergunningplicht voor een bouwactiviteit ook betrekking heeft op het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.
Het verbod behoudens vergunning geldt overigens niet als het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Omgevingswet aangewezen geval. Die vergunningvrije gevallen zijn aangewezen in artikel 2.15f van het Bbl. Bij die aanwijzing gaat het om een landelijk uniforme categorie gevallen waarin geen omgevingsvergunning is vereist voor het verrichten van een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk (zoals bouwen, verbouwen, vervangen of uitbreiden). In zo’n geval is geen omgevingsvergunning vereist, ook niet als de bouw in strijd zou zijn met een in het omgevingsplan gestelde regel. Voldoet een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk niet aan de in het besluit gestelde voorwaarden, dan mag die activiteit niet zonder omgevingsvergunning worden verricht. In aanvulling op de landelijke categorie vergunningvrije gevallen kunnen in het omgevingsplan meer categorieën bouwactiviteiten worden aangewezen waarvoor geen omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is vereist. In paragraaf 4.2.2 is van die bevoegdheid gebruik gemaakt om bouwactiviteiten die voorheen waren opgenomen in artikel 3 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, onder gelijkwaardige voorwaarden, als vergunningvrije omgevingsplanactiviteit mogelijk te maken. In paragraaf paragraaf 4.2.2 is geregeld dat de onderdelen van artikel 2, bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, die niet langer landelijk uniform vergunningvrij zijn op grond van het Bbl, op grond van het omgevingsplan onder dezelfde voorwaarden vergunningvrij zijn. Het betreft hier de bijbehorende bouwwerken, erf- en perceelafscheidingen hoger dan een meter en gebruik van bestaande bouwwerken voor mantelzorg.
Artikel 4.12, tweede en derde lid bevatten uitzonderingen op dat vergunningvrije bouwen als dat bouwen betrekking heeft op monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en archeologisch erfgoed.
[Vervallen]
TTTTTTTTTTTT
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ' Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken (vangnet)'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Toelichting
Het tweede lid moet worden gelezen in samenhang met artikel 4.244.22, eerste lid en heeft ook betrekking op de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan opgenomen mogelijkheden om bij omgevingsvergunning van gestelde regels te kunnen afwijken. Zoals al toegelicht bij artikel 4.244.22, eerste lid vielen dergelijke afwijkingsmogelijkheden onder de juridische werking van de vergunningplicht van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1°, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, konden deze omgevingsvergunningen worden verleend. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft er in haar advies over het ontwerp Invoeringsbesluit Omgevingswet terecht op gewezen dat uit de werking van de beoordelingsregel in artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl een imperatieve werking voortvloeit, die ertoe leidt dat een omgevingsvergunning voor activiteiten als hier bedoeld moet worden verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Hierdoor zou de mogelijkheid uit artikel 2.12 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht om de vergunning, ook als werd voldaan aan de in de betrokken planologische regeling gestelde regels over afwijking, toch te kunnen weigeren, komen te vervallen. Voor zover de regels voor het kunnen verlenen van een omgevingsvergunning voor deze afwijkingsmogelijkheden geen zelfstandige beslissingsruimte bieden (maar een imperatieve redactie kennen die kan dwingen tot vergunningverlening), zou dit onder de werking van het nieuwe stelsel tot het probleem kunnen leiden dat het bevoegd gezag wordt gedwongen een vergunning te verlenen terwijl onder oud recht artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nog de afwegingsruimte bood de vergunning in die omstandigheid toch te kunnen weigeren. Om een neutrale overgang naar het nieuwe stelsel te borgen, wordt met het tweede lid beslissingsruimte toegevoegd aan de imperatief geformuleerde regels voor het verlenen van deze vergunningen. Daarmee blijft het net als onder de werking van het oude stelsel mogelijk een afweging te maken en de vergunning voor een geboden afwijkingsmogelijkheid in voorkomende omstandigheden toch te weigeren, in het geval de regels voor het verlenen van de afwijking zouden dwingen om de vergunning te verlenen. Het zal overigens in de praktijk geregeld voorkomen dat een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een dergelijke afwijking van een regel gezamenlijk wordt verleend met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.
UUUUUUUUUUUU
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Toelichting
Het derde lid biedt voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.244.22 een aanvullende mogelijkheid de omgevingsvergunning te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan gestelde regels over afwijking, waardoor vergunningverlening op grond van die regels niet mogelijk is, maar niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht in dat tijdelijke deel. Hiermee wordt een vergelijkbare mogelijkheid geboden zoals artikel 4.284.26 van dit omgevingsplan biedt voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteiten bestaande uit bouwactiviteiten en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk. Omdat de werking identiek is wordt voor de toepassing van deze bepaling verder verwezen naar de toelichting bij artikel 4.284.26.
VVVVVVVVVVVV
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Toelichting
Artikel 4.244.22, vierde lid biedt voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid een aanvullende mogelijkheid de omgevingsvergunning te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan gestelde regels over afwijking, waardoor vergunningverlening op grond van die regels niet mogelijk is, maar niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht in dat tijdelijke deel. Hiermee wordt een vergelijkbare mogelijkheid geboden zoals artike4.284.26van dit omgevingsplan biedt voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteiten bestaande uit bouwactiviteiten en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk. Omdat de werking identiek is wordt voor de toepassing van deze bepaling verder verwezen naar de toelichting bij artikel 4.284.26.
WWWWWWWWWWWW
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXX
Sectie ' Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken' wordt geplaatst na sectie ''. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is voormalig bruidsschat artikel 22.35.
Toelichting
Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk. De aanvraagvereisten zijn grotendeels ontleend aan de artikelen uit de voormalige Regeling omgevingsrecht met aanvraagvereisten vanwege planologische voorschriften en stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening en vanwege redelijke eisen van welstand, voor zover deze eisen onder de Omgevingswet nog relevant zijn voor in het omgevingsplan geregelde bouwactiviteiten. Anders dan in de Regeling omgevingsrecht zijn deze aanvraagvereisten in artikel 4.254.23 geregeld in één artikel, omdat alle genoemde aspecten, inclusief de redelijke eisen van welstand, onder de Omgevingswet worden geregeld in het omgevingsplan. Voor de redelijke eisen van welstand wordt in dit verband verwezen naar de beoordelingsregel in artikel 4.264.24, aanhef en onder b, van dit omgevingsplan. Aan de aanvraagvereisten is verder toegevoegd de eis dat een opgave van de bouwkosten wordt gedaan. De bouwkosten vormen doorgaans de grondslag voor de legesberekening voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. In de voormalige Regeling omgevingsrecht was in de algemene aanvraagvereisten geregeld dat van de kosten van de werkzaamheden van de te verrichten activiteiten opgave wordt gedaan. In de Omgevingsregeling komt dit als algemeen aanvraagvereiste niet meer voor. Daarom moet dit bij een activiteit waarvoor dit van belang is, zoals de in dit artikel bedoelde omgevingsplanactiviteit, bij de specifieke aanvraagvereisten voor die activiteit worden geregeld.
Onderdeel j
Bij een aanvraag om een vergunning voor het bouwen wordt een bodemonderzoek overgelegd. Dit bodemonderzoek is noodzakelijk om te bepalen of de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem is overschreden. In dat geval zijn sanerende of andere beschermende maatregelen een voorwaarde voor het bouwen (artikel 4.264.24 en 4.294.27).
Dit is een voortzetting van artikel 8 van de Woningwet in samenhang met de lokale bouwverordening.
YYYYYYYYYYYY
Sectie ' Algemene beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken' wordt geplaatst na sectie ' Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Lid 1 sub a tot en met c is voormalig bruidsschat artikel 22.29. Het oorspronkelijke lid 2 is vervallen omdat de gemeente Rijssen-Holten geen welstandsvrije gebieden kent.
Lid 1 sub d, e en f volgen uit artikel 4.2 van het Parapluplan parkeernormen van de gemeente Rijssen-Holten
Lid 2 vloeit voort uit artikel 1.10 van de Vangnetregeling Omgevingswet en voormalige artikelen 2.4.1 en 2.4.2 van de Bouwverordening gemeente Rijssen - Holten (inclusief 15e serie wijzigingen).
Toelichting
Lid 1
Op basis van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet maken onder andere alle voormalige bestemmingsplannen onderdeel uit van dit omgevingsplan. De inhoud van die plannen geldt, in combinatie met onder meer dit artikel, onverkort. Voor de beoordeling van een aanvraag voor een bouwactiviteit moet dus ook aan het tijdelijk deel omgevingsplan getoetst worden, met inachtneming van artikel 1.5.
Onderdeel a en b
Dit artikel regelt wanneer een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk wordt verleend. Het artikel is een voortzetting van artikel 2.10, eerste lid, onder c en d, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Op grond van artikel 4.264.24 wordt de vergunning alleen verleend als het bouwplan niet in strijd is met de regels die in dit omgevingsplan zijn gesteld over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken (onderdeel a) en dat het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota (onderdeel b). In onderdeel a zijn artikelen 17.20, 17.22 en 17.30 expliciet uitgezonderd omdat het hier om voormalige rijksregels gaat waar op grond van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ook niet aan getoetst werd bij de vergunningverlening. Daarnaast zijn er in dit omgevingsplan (als onderdeel van de omgevingsplanregels van rijkswege) tal van regels opgenomen die niet over bouwwerken gaan, maar bijvoorbeeld over open erven en terreinen. Deze regels vallen alle buiten het beoordelingskader voor de omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op bouwwerken. Het tweede lid bevat een aantal uitzonderingen op de eis dat het bouwwerk niet in strijd mag zijn met redelijke eisen van welstand. Ook deze uitzonderingen zijn een voortzetting van het recht zoals dat gold onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet.
De redactie van het eerste lid sluit aan bij artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl. Het imperatieve karakter («wordt verleend») houdt in dat de vergunning moet worden verleend als het bouwplan niet in strijd is met de daarvoor gestelde regels in het omgevingsplan. Er kunnen buiten het omgevingsplan om dus geen aanvullende redenen worden gehanteerd om een vergunning toch te weigeren. Het limitatieve karakter komt tot uiting doordat «alleen» op grondslag van de in het omgevingsplan gestelde regels het «binnenplans» verlenen van een vergunning mogelijk is. Als het bevoegd gezag op basis van de regels in het omgevingsplan tot het oordeel komt dat vergunningverlening niet mogelijk of (bij beslissingsruimte) niet wenselijk is, moet de activiteit als strijdig met het omgevingsplan worden aangemerkt. In dat geval is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt dat op grond van artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl, de vergunning alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor een verdere toelichting hierover wordt verwezen naar de nota van toelichting bij artikel 8.0a van het Bkl.
Onderdeel c
Op grond van artikel 4.234.9 is het verboden om zonder vergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.
Dit onderdeel bevat de aanvullende beoordelingsregels waaraan een aanvraag om een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt getoetst.
Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. De vraag is louter of het technisch mogelijk is om het geschikt te maken. Het antwoord op die vraag is niet afhankelijk van de goede wil van de initiatiefnemer maar alleen of het objectief, technisch, milieuhygiënisch mogelijk is.
Saneringsmaatregelen worden uitgevoerd in overeenstemming met de milieubelastende activiteit saneren van de bodem, zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Hierin staan twee standaardaanpakken beschreven. Indien deze aanpakken niet voldoen, kan degene die saneert een maatwerkvoorschrift aanvragen bij het bevoegd gezag. In het omgevingsplan van de gemeenten die vallen in het zinkassengebied De Kempen staan maatwerkregels ten opzichte van de voorschriften in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
ZZZZZZZZZZZZ
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ' Algemene beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAA
Sectie ' Algemene beoordelingsregels bij omgevingsvergunning voor een voormalige wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht' wordt geplaatst na sectie ''. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is voormalig bruidsschat artikel 22.32.
Toelichting
In het eerste lid van dit artikel wordt, in aanvulling op de beoordelingsregels uit artikel 4.264.24, de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning toch te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, maar niet in strijd is met de regels die zijn gesteld voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Dit betreft regels die in (van het tijdelijke deel van het omgevingsplan deel uitmakende) bestemmingsplannen of inpassingsplannen kunnen zijn opgenomen op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder a en b, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Voor het voortzetten van de figuren van wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen is niet in overgangsrecht voorzien. Het college van burgemeester en wethouders kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook geen toepassing meer geven aan deze bepalingen. In plaats van deze specifieke wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten, kan toepassing worden gegeven aan de generieke delegatiemogelijkheid op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet. Als vergunningverlening op grond van artikel 4.264.24, aanhef en onder a, niet mogelijk is, maar een bouwplan niet in strijd is met de regels die zijn gegeven voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, kan de vergunning echter toch binnenplans worden verleend. Hierbij bestaat overigens beslissingsruimte. Onder de werking van de voormalige Wet ruimtelijke ordening moest bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht (voor zover de bij een uitwerkingsplicht in acht te nemen regels daarvoor de ruimte laten) ook nog zelfstandig beoordeeld worden of het wijzigings- of uitwerkingsplan, los van de daarbij in acht te nemen regels, in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening. Om die reden is geen imperatief karakter gegeven aan deze aanvullende mogelijkheid om een vergunning voor een bouwplan, dat niet in strijd is met die voor een wijziging- of uitwerking gegeven regels, toch te kunnen verlenen. Het gevolg hiervan is dat, ook al is een bouwplan met de regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht niet in strijd, ook nog een zelfstandige beoordeling moet plaatsvinden of het bouwplan uit een oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar kan worden geacht.
In het tweede lid van dit artikel worden alle instructieregels en instructies waaraan moet worden getoetst bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van overeenkomstige toepassing verklaard op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend. Ook dit vindt zijn oorsprong in de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht moesten, los van de daarbij in acht te nemen regels uit het moederplan, ook de regels uit het voormalige Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de provinciale ruimtelijke verordening in acht worden genomen. Met het tweede lid wordt verzekerd dat ook bij de in het eerste lid geïntroduceerde mogelijkheid om binnenplans een vergunning te verlenen met toepassing van de regels die zijn gesteld voor een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, geen situatie ontstaat die niet is toegelaten op grond van een onder nieuw recht gestelde instructieregel of gegeven instructie.
BBBBBBBBBBBBB
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ' Algemene beoordelingsregels bij omgevingsvergunning voor een voormalige wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Toelichting
In het eerste lid van dit artikel wordt, in aanvulling op de beoordelingsregels uit artikel 4.264.24, de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning toch te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, maar niet in strijd is met de regels die zijn gesteld voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Dit betreft regels die in (van het tijdelijke deel van het omgevingsplan deel uitmakende) bestemmingsplannen of inpassingsplannen kunnen zijn opgenomen op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder a en b, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Voor het voortzetten van de figuren van wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen is niet in overgangsrecht voorzien. Het college van burgemeester en wethouders kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook geen toepassing meer geven aan deze bepalingen. In plaats van deze specifieke wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten, kan toepassing worden gegeven aan de generieke delegatiemogelijkheid op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet. Als vergunningverlening op grond van artikel 4.264.24 aanhef en onder a, niet mogelijk is, maar een bouwplan niet in strijd is met de regels die zijn gegeven voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, kan de vergunning echter toch binnenplans worden verleend. Hierbij bestaat overigens beslissingsruimte. Onder de werking van de voormalige Wet ruimtelijke ordening moest bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht (voor zover de bij een uitwerkingsplicht in acht te nemen regels daarvoor de ruimte laten) ook nog zelfstandig beoordeeld worden of het wijzigings- of uitwerkingsplan, los van de daarbij in acht te nemen regels, in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening. Om die reden is geen imperatief karakter gegeven aan deze aanvullende mogelijkheid om een vergunning voor een bouwplan, dat niet in strijd is met die voor een wijziging- of uitwerking gegeven regels, toch te kunnen verlenen. Het gevolg hiervan is dat, ook al is een bouwplan met de regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht niet in strijd, ook nog een zelfstandige beoordeling moet plaatsvinden of het bouwplan uit een oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar kan worden geacht.
CCCCCCCCCCCCC
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDD
Sectie ' Nadere invulling algemene beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEE
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ' Nadere invulling algemene beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Toelichting
In het omgevingsplan wordt als lokale waarde de interventiewaarde bodemkwaliteit vastgelegd in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. Voorheen was dit ook de waarde waaraan de bodemkwaliteit getoetst werd.
Een verbod om te bouwen op verontreinigde bodem (boven de lokale waarde) zonder omgevingsvergunning als er geen maatregelen worden getroffen, volgt uit het samenstel van de vergunningplicht voor bouwen die al elders in de bruidsschat is geregeld met de beoordelingsregel in artikel 4.264.24 (het toegevoegde onderdeel c), dat die vergunning alleen wordt verleend in de situatie die is gedefinieerd in de specifieke beoordelingsregel.
FFFFFFFFFFFFF
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGG
Sectie '' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHH
Sectie ' Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij nog in procedure zijnde bestemmingsplannen ' wordt geplaatst na sectie ''. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIII
Sectie ' Overgangsrecht bestaande bouwwerken' wordt geplaatst na sectie ' Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij nog in procedure zijnde bestemmingsplannen '. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJ
Sectie ' Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil' wordt geplaatst na sectie ' Overgangsrecht bestaande bouwwerken'. Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKK
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op artikel 4.184.16, waar toestemmingsvrije hekwerken, schuttingen, erf- of perceelafscheidingen staan beschreven, zijn er ook erf- of perceelafscheidingen die vergunningplichtig zijn. Dit lid komt ook voor in het TAM-omgevingsplann Hoofdstuk 22h Buitengebied Holten, uitbreiding recreatieterrein Helhuizerweg 14 (artikel 4.3.2 sub d).
In de leden zijn specifieke beoordelingsregels opgenomen. Daarnaast gelden natuurlijk ook de algemene beoordelingsregels uit artikel 4.264.24.
Toelichting
Eerste lid
Is in lijn met de al bestaande vergunningplicht in tijdelijk deel omgevingsplan.
Tweede lid
Is een nieuwe juridische regel waarbij het mogelijk wordt om met een binnenplanse vergunning een hekwerk tussen 1 meter en 1,30 meter onder voorwaarden te kunnen vergunnen.
Derde lid
Is in lijn met de al bestaande regels in het tijdelijk deel omgevingsplan. Deze regels zijn overgenomen.
LLLLLLLLLLLLL
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Onder de Omgevingswet is het meer van belang voor activiteiten explicieter uit te schrijven welke variaties er zijn. Onder de wetgeving van voor 1 januari 2024 gold er altijd een vergunningplicht tenzij een activiteit toestemmingsvrij was. Omdat die 'standaard' vergunningplicht niet meer geldt is het wenselijk explicieter te maken onder welke voorwaarden activiteiten toestemmingsvrij, vergunningplichtig of verboden zijn.
Dit artikel maakt samen met artikel 4.194.17 duidelijk welke juridische regels er voor het bouwen van een silo of ander agrarisch bouwwerk geen gebouw zijnde gelden.
MMMMMMMMMMMMM
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Toelichting
Dit lid maakt verhouding met artikel 4.194.17 duidelijk.
NNNNNNNNNNNNN
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel maakt de verhouding met artikel 4.204.18 duidelijk.
OOOOOOOOOOOOO
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is voormalig artikel 22.7 lid 1 van de bruidsschat. Artikel 22.7 lid 2 is niet overgenomen omdat er in de gemeente Rijssen-Holten geen welstandsvrije gebieden zijn.
Toelichting
Dit artikel heeft betrekking op het repressief welstandstoezicht en was voorheen opgenomen in artikel 12 van de Woningwet. Het uiterlijk van bestaande bouwwerken of te bouwen bouwwerken waar op grond van dit plan geen omgevingsvergunning voor nodig is, mogen niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold. Op grond van artikel 4.114 van de Invoeringswet Omgevingswet geldt die welstandsnota als een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. In het voormalige artikel 13a van de Woningwet was opgenomen dat bij een overtreding van artikel 12, eerste lid, het bevoegd gezag de eigenaar kon verplichten zodanige door het bevoegd gezag aan te geven voorzieningen te treffen, dat daarmee werd voldaan aan artikel 12 van die wet. In de systematiek van de Omgevingswet is dit een maatwerkvoorschrift. Op grond van artikel 11.3 kan het bevoegd gezag zo’n maatwerkvoorschrift ook stellen voor het onderwerp welstand. Omdat de vraag of artikel 4.51 overtreden is, beantwoord moet worden door de criteria van de welstandsnota te beoordelen, ligt het voor de hand dat het bevoegd gezag door middel van een maatwerkvoorschrift aan de eigenaar van een gebouw duidelijk maakt op welke punten aanpassing nodig is om de ernstige strijd met redelijke eisen van welstand op te heffen.
Als de gemeente geen welstandsnota heeft vastgesteld, gelden er voor de gehele gemeente geen welstandsregels waaraan het uiterlijk van bestaande bouwwerken moet voldoen. Optreden tegen welstandsexcessen is dan niet mogelijk. Op grond van het tweede lid is welstandstoezicht evenmin aan de orde voor door de gemeenteraad aangewezen bouwwerken in daarbij aangewezen (zogenoemde welstandsvrije) gebieden. Op grond artikel 12, tweede lid, van de Woningwet, kon de gemeenteraad die welstandsvrije bouwwerken en gebieden aanwijzen. Deze besluiten zijn in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, toegevoegd aan het tijdelijke deel van het omgevingsplan waar zowel voor het repressieve welstandstoezicht (in artikel 4.51 ) als voor de beoordeling van een nieuw te bouwen vergunningplichtig bouwwerk aan redelijke eisen van welstand (in artikel 4.264.24, onderdeel a.), een uitzondering is gemaakt. Het repressieve welstandsvereiste is niet van toepassing op tijdelijke bouwwerken, met uitzondering van seizoensgebonden bouwwerken zoals strandtenten.
De vraag of het uiterlijk van nieuw te bouwen bouwwerken waarvoor wel een omgevingsvergunning op grond van het omgevingsplan nodig is aan daarop van toepassing zijnde welstandseisen voldoet, wordt tijdens het proces van vergunningverlening getoetst. Zie hiervoor artikel 4.264.24.
PPPPPPPPPPPPP
Na sectie ' Repressief welstand' wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Dit artikel geeft aan waar de regels in hoofdstuk 3 over gaan.
QQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRR
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Toelichting
Dit artikel is een vangnet in de gedachte van artikel 2.1 lid 1 onder c Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (oud) en bevat elementen van voormalig bruidsschat artikel 22.26. Op basis van dit artikel is het niet toegelaten gronden of bouwwerken te gebruiken voor andere activiteiten dan het omgevingsplan toe laat. Dat betekent in elk geval de gronden en bouwwerken niet gebruikt mogen worden voor andere activiteiten dan het omgevingsplan aan bouwwerken op een perceel toe laat. Dit artikel komt ook voor in bijvoorbeeld artikel 8.1 sub van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Wonen Rijssen, tennispark Opbroek.
Een voorbeeld ter verduidelijking: een bedrijfswoning mag niet voor burgerwoning gebruikt worden. Om de beoordeling van gebruik te kunnen maken is een vergunningplicht in het plan opgenomen.
[Vervallen]
SSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTT
Na sectie ' Toepassingsbereik' worden twee secties ingevoegd, luidende:
Toelichting
Activiteiten kunnen toestemmingsvrij of verboden zijn of met een voorafgaande informatie-, meld-, of vergunningplicht toegelaten. Voor deze beoordeling moeten de beoordelingsregels uit het omgevingsplan in samenhang worden toegepast. In de hoofdstukken 1 tot en met 18 zijn regels opgenomen die voor diverse locaties gelden. De regels in hoofdstuk 19 vormen daar voor diverse locaties een aanvulling op. Dat betekent dat voor sommige locaties hoofdstuk 1 tot en met 19 van toepassing zijn.
De opzet van het omgevingsplan is meer gericht op algemene regels dan een bestemmingsplan. Voor sommige locaties gelden naast de algemene regels ook specifieke regels. En waar in een bestemmingsplan regels altijd voor een vergunningplicht golden is dat met een regel in het omgevingsplan niet altijd het geval. Zo kan een regel over bouwen binnen het bouwvlak zowel voor rechtstreeks toegelaten activiteiten als vergunningplichtige activiteiten gelden. De optelsom van alle regels in het omgevingsplan bepaalt of een initiatief toestemmingsvrij, verboden, informatie-, meld-, of vergunningplichtig is.
Een concreet voorbeeld om dit nog verder te verduidelijken. Een bouwwerk voldoet op een locatie aan de algemene regel voor het bouwen binnen het bouwvlak, aan de algemene regels over bouw- en goothoogte, maar is een aangewezen monument. Daarmee is is de gehele activiteit vergunningplichtig. Hetzelfde bouwwerk op een locatie die geen monument is, wordt aan dezelfde regels getoetst en is rechtstreeks toegelaten.
Toelichting
Het werken aan één omgevingsplan brengt diverse uitdagingen met zich mee. Waar regels in het verleden los van elkaar voor locaties werden gekoppeld is het omgevingsplan één integraal document.
De hoofdstructuur van het omgevingsplan van de gemeente Rijssen - Holten bestaat uit hoofdstukken 1 tot en met 18. Nieuwe initiatieven worden in hoofdstuk 19 geplaatst. Dat geldt alleen voor regels die nog niet in de andere hoofdstukken aanwezig zijn. Bij de beoordeling van een initiatief wordt het toetsingskader daarmee gevormd door de optelsom van regels uit hoofdstukken 1 tot en met 19.
Dat geldt in elk geval voor de volgende activiteiten:
de bouwactiviteit (omgevingsplan);
eventuele gebruiksactiviteiten (omgevingsplan);
de sloopactiviteit (omgevingsplan);
grond- en graafwerkzaamheden (als onderdeel van de activiteit werk, niet zijnde bouwwerk of werkzaamheid uitvoeren); en
het kappen van bomen of verwijderen van beplanting.
UUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIII
Na sectie ' Landschap de Holterberg' wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Landschap Opbroek is ontstaan door de ontwatering en ontginning van oorsporng zeer natte gebieden en behoort tot het jong ontginningslandschap. Het landschap is relatief open en vlak met een onregelmatig rechthoekige verkavelingspatroon, dijkwegen en is geaccentueerd door verspreide weg- en erfbeplantingen.
Het landschap is ontgonnen ten behoeve van agrarisch gebruik. De erven met erfbeplantingen liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen met sloten zijn lange rechtstanden al dan niet met bomenrijen of singels van populieren, wilgen en essen.
Opgaven voor het landschap:
De locatie wordt gerekend tot de kern Rijssen, waarvoor in het LOP geen visie is opgesteld. Dit vanwege de toekomstige stedelijke uitbreiding 'Het Opbroek'. In het 'Globale inrichtingsplan Het Opbroek' is aangegeven dat het bestaande netwerk van (land)wegen wordt gerespecteerd en zo nodig worden voorzien van aanvullende laanbeplantingen. Vanwege deze beperkte informatie is 'het recht doen aan het omliggende landschap' richttinggevend.
JJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKK
Na sectie ' Landschap westflank Holterberg' wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Toelichting
Dit artikel regelt het toepassingsbereik van afdeling 19.2 en de verhouding met de overige afdelingen in hoofdstuk 19. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat ook de regels uit hoofdstuk 1 tot en met 18 van toepassing zijn. Alle voor de locatie relevante regels worden bij 'Regels op de kaart' getoond.
In de transitiefase kan niet direct elke ontwikkeling in de nieuwe standaard voor omgevingsplannen gemaakt worden. De eerste periode kunnen gemeenten gebruik maken van tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM). Voor omgevingsplannen is dat de TAM-IMRO. Kort samengevat kunnen omgevingsplannen die in ontwerp gaan binnen een afgebakende periode in de oude technische standaard voor bestemmingsplannen worden aangeboden. Deze plannen krijgen bij aanvang van de procedure een nummer en maken van rechtswege onderdeel uit van het omgevingsplan. Daar wordt hoofdstuk 22 voor gebruikt. Dat hoofdstuk is verdwenen in de 1e wijziging van het omgevingsplan. Dat hoofdstuknummer moet gelezen worden als hoofdstuk 19. Een plan met identificatie hoofdstuk 22A moet dus gelezen worden als 19A.
LLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIII
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is voormalig artikel 4.2.2.4 van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Buitengebied Holten, functiewijziging Schuppertsweg 2-4. Sub a en b over perceel- en erfafscheidingen zijn niet overgenomen, want deze zijn al gesteld artikelen 4.184.16 en 4.40.
JJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFF
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is voormalig artikel 4.1 en 4.5 van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22l Wonen Rijssen, Oosterhofweg 244. Uit artikel 4.5 is alleen het gebruiksdeel overgenomen. De voorwaarden voor een omgevingsvergunning zijn in artikel 19.11719.125 opgenomen.
GGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is voormalig artikel 4.5 van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22l Wonen Rijssen, Oosterhofweg 244. Het gebruik (de functie kantoor) is geregeld in artikel 19.10719.115.
RRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is een deel van voormalig artikel 4.2.4 van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Buitengebied Holten, Helhuizerweg 28-30. Sub a en b over perceel- en erfafscheidingen zijn niet overgenomen, want deze zijn al gesteld artikelen 4.184.16 en 4.40.
IIIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLL
Na sectie ' Beoordelingsregels in verband met overige grondwerkzaamheden' wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Toelichting
Dit artikel regelt het toepassingsbereik van afdeling 19.3 en de verhouding met de overige afdelingen in hoofdstuk 19. Het artikel geeft duidelijkheid over de verhouding van deze afdeling ten opzichte van het tijdelijk deel omgevingsplan. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat ook de regels uit hoofdstuk 1 tot en met 18 van toepassing zijn. Alle voor de locatie relevante regels worden bij 'Regels op de kaart' getoond.
MMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Na sectie ' Toegelaten horeca-categorie' wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Toelichting
Dit artikel regelt het toepassingsbereik van afdeling 19.4 en de verhouding met de overige afdelingen in hoofdstuk 19. Regels uit het tijdelijk deel omgevingsplan komen volledig te vervallen. Dat wordt technisch vormgegeven via PONS. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat ook de regels uit hoofdstuk 1 tot en met 18 van toepassing zijn. Alle voor de locatie relevante regels worden bij 'Regels op de kaart' getoond.
/join/id/pubdata/gm1742/2026/cc9c64534bfc4a0c96591d3a50572af5/nld@2026‑07‑09;09362904
In de bijlage bij dit ontwerp besluit vindt u de Ruimtelijke motivering wijziging omgevingsplan Enterstraat 133 in Rijssen behorende bij dit ontwerpbesluit.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-334019.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.