Gemeenteblad van Twenterand
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Twenterand | Gemeenteblad 2026, 329178 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Twenterand | Gemeenteblad 2026, 329178 | beleidsregel |
Addendum op het Uitvoeringsprogramma fysieke leefomgeving
Het college van Twenterand maakt bekend dat zij op 30 juni 2026 het ‘Addendum op het Uitvoeringsprogramma fysieke leefomgeving 2026, inclusief jaarverslag 2025‘ heeft vastgesteld.
Jaarlijkse verplichting om een uitvoeringsprogramma voor VTH-taken vast te stellen en het voorgaande jaar middels een jaarverslag te evalueren. Middels deze vaststelling worden het definitieve jaarverslag van de Brandweer en de Omgevingsdienst Twente over 2025 hieraan toegevoegd
Het Uitvoeringsprogramma fysieke leefomgeving 2026 is in werking getreden op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 oktober 2025. Het ‘Addendum op het Uitvoeringsprogramma fysieke leefomgeving 2026, inclusief jaarverslag 2025‘ is hier een toevoeging op en is in te zien via het digitale gemeenteblad dat te vinden is op www.overheid.nl en op de website van de gemeente Twenterand.
Tegen dit ‘Addendum op het Uitvoeringsprogramma fysieke leefomgeving 2026, inclusief jaarverslag 2025’ staan geen bezwaar- en beroepsmogelijkheden open op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 3 Jaarverslag 2025 & Programma 2026
Het toetsen aan de normen brandveiligheid bij bouw en de organisatie van evenementen is voor zover van toepassing een taakonderdeel van het teams VOI en THV. Daarbij wordt, waar het specifiek gaat om woningen, getoetst door de vakspecialist Bouw en waar het gaat om bouwwerken binnen de categorie ‘Publiek’ (scholen, zorg etc.) en bedrijven de toets overgedragen aan de specialisten van de Brandweer Twente. Bij evenementen is in veel gevallen een combinatie gebruikelijk.
Brandweer Twente (hierna: de Brandweer) is tevens belast met de taakuitvoering op het gebied van advisering en toezicht brandveiligheid. De gemeente Twenterand is als bevoegd gezag (eind)verantwoordelijk voor deze taak en de daaruit voortvloeiende bestuursrechtelijke handhaving (juridische procedure). De maatschappelijke doelstelling hierbij is het realiseren van een hoogwaardige uitvoering van taken en gezamenlijke projecten op het gebied van toezicht en het leveren van een relevante bijdrage aan meer veiligheid en betere naleving in Twente.
In het ‘Meerjarenbeleidsplan 2026-2029 van de sector Brandveiligheid’ is vastgesteld aan welke doelen de sector Brandveiligheid van Brandweer Twente de komende jaren werkt. Deze doelen sluiten aan bij het Beleidsplan Veiligheidsregio Twente (2026-2029) en het risicoprofiel van Twente 2026-2029. Er wordt onderscheid gemaakt tussen doelen op reguliere werkzaamheden (waar werken we aan met onze wettelijke taken) en focuspunten (waar gaan we een stapje extra doen).
In het Beleidsplan “Regionaal kader evenementenveiligheid VRT” (actualisatie 2025) en het “Risico Afwegingsmodel Toezicht Brandveiligheid” (afgekort: RAT) is door middel van een risicoprofiel de prioriteit voor de werkzaamheden bepaald. De doelen reflecteren deze prioriteit.
Evaluatie Brandveiligheid 2025
De Brandweer Twente doet verslag van haar taken in een separaat jaarverslag. De Brandweer Twente heeft het definitieve jaarverslag in februari 2026 aan de gemeente Twenterand gestuurd, dit jaarverslag is opgenomen in bijlage 1 van dit addendum op het Integraal Uitvoeringsprogramma 2026 en jaarverslag 2025 Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VOI en THV).
Voor 2025 stonden er 28 controles in het kader van brandveilig gebruik op het programma. Er zijn in 2025 27 controles hierop uitgevoerd. Daarnaast hebben er o.a. 5 controles bij evenementen op het gebied van (brand)veiligheid plaatsgevonden en gezamenlijk 26 controles bij een bouwactiviteit en 3 incidentele controles. Ook zijn er 57 adviezen brandveiligheid afgegeven bij een aanvraag omgevingsvergunning “Bouwen”, 16 adviezen bij omgevingsvergunning/melding “Brandveilig gebruik” en 2 adviezen bij een installatie PVE/UPD.
Bijdrage aan beleidsdoelen en streefwaarden “Programma Ruimte” in 2025
Het aantal bestuurlijke (her)controles brandveiligheid in handhavingssfeer is 2 (<3 van het totaal aantal controles). Het betreffen hier hercontroles als gevolg van een opgelegde last onder dwangsom n.a.v. een calamiteit en illegale situatie. Er was dus in 0 van de in totaal 56 controles sprake van een onveilige situatie. Door hier zicht op te houden, dragen we bij aan het doel zoals neergelegd in het VTH-beleid, zijnde: ‘het verminderen van risico’s op het gebied van brand-, constructieve- en omgevingsveiligheid in de realisatie-, gebruiks- en sloopfase van een bouwwerk’. Het naleefgedrag bij de controles Brandveilig Gebruik zijn verbeterd van 52,7% in 2024 naar 64,6% in 2025. Dit is het percentage van de controles waarbij geen overtredingen zijn geconstateerd.
In 2025 zijn de taken op het gebied van advisering en toezicht brandveiligheid adequaat uitgevoerd.
Voor 2026 staan er in totaal 54 te controleren objecten volgens de meegezonden objectenlijst op het programma. De Brandweer Twente maakt haar planning voor het volgende jaar inzichtelijk in een separaat Uitvoeringsprogramma. Dit is te vinden in bijlage 2 van dit UP. Wij volgen de tekst en uitleg die de Brandweer daarbij geeft en zien geen noodzaak extra aanvullingen hierop te doen.
Verwachte bijdrage aan beleidsdoelen en streefwaarden “Programma Ruimte” in 2026
In de geplande werkvoorraad is rekening gehouden met de indicatoren en streefwaarden uit het programma Ruimte (<2 bestuurlijke (her)controles brandveiligheid in handhavingssfeer). Door het aantal bestuurlijke (her)controles in kaart te brengen geven we gelijktijdig inzicht in het aantal geconstateerde onveilige situaties, zoals als indicator opgenomen in het VTH-beleid van Twenterand.
Er is geen reden om aan te nemen dat de taakuitvoering niet adequaat en op beheers niveau uitgevoerd kan worden.
3.4 VTH - Milieu (ODT) en Asbestbodem
Alle uitvoerende, aan milieubelastende activiteiten gebonden, milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en een aantal met name genoemde specialistische adviestaken (geluid, bodem en asbest) worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Twente (hierna ODT). Uitzondering hierop is beleid en uitvoering ten aanzien van asbestbodem. Dat is uitbesteed aan Projectbureau BAS.
Doelen, indicatoren en streefwaarden
Het beoogd maatschappelijk effect is ‘een duurzame en leefbare omgeving’. Ten aanzien van het onderdeel Duurzaamheid, Milieu en VTH 2023 zijn de volgende, uit de doelenboom afgeleide doelen, indicatoren en streefwaarden van belang voor het waarborgen van het beoogd maatschappelijk effect:
Bijdrage aan beleidsdoelen en streefwaarden “Programma Ruimte” in 2025
Daarnaast is ook het VTH beleid Twente in 2022 geactualiseerd. Deze is in 2023 door het college van B&W van de gemeente Twenterand vastgesteld. In het VTH beleid Twente staan doelen en indicatoren voor het uitvoeren van de milieu gerelateerde VTH taken zoals de gemeente Twenterand die bij de ODT belegd heeft. Het is in 2024 en 2025 niet gelukt om de indicatoren aan te passen en deze beter te laten aansluiten op de beleidsdoelen uit het geldende Twentebrede VTH-milieubeleid. In 2026 is vanuit de kerngroep VTH Beleid & Omgevingsrecht een sub werkgroep gestart in samenwerking met de ODT voor de evaluatie van het Twentebrede VTH-milieubeleid. Naar aanleiding van de uitkomsten van deze evaluatie zal begin 2027 een werkgroep worden ingericht om te komen tot nieuw VTHA-milieubeleid voor de gehele regio Twente. Hierin zal ook het verbeterdoel van IBT worden meegenomen zodat de samenhang tussen de beleidsdoelen en de indicatoren zal worden versterkt, zodat deze beter op elkaar aansluiten.
De huidige doelen en indicatoren zijn opgenomen in bijlage 8 van dit UP.
Voor de toezichttaak binnen de specialisatie milieu wordt voor 2026 een risicoanalyse gebruikt. De risicoanalyse is opgenomen in bijlage 8 van dit UP. De top 3 risicosoorten met de hoogste risico’s binnen milieu betreffen de risicosoorten:
Het proces rondom deze risicosoorten kan milieuvervuilend zijn en erg veel overlast op de omgeving geven. Deze invloeden zijn in de meeste gevallen nadelig voor de leefbaarheid, veiligheid en gezondheid. De kans dat die negatieve invloeden zich voordoen bij bijvoorbeeld zendmasten en recreatieve visvijvers is minder hoog, waardoor die risicosoorten een lager risico hebben.
Resultaten en verwachtingen ODT
De Omgevingsdienst Twente doet verslag van haar taken in een separaat jaarverslag. De Omgevingsdienst Twente heeft het definitieve jaarverslag in februari 2026 aan de Twentse gemeenten gestuurd, dit jaarverslag is opgenomen in bijlage 3 van dit addendum op het Integraal Uitvoeringsprogramma 2026 en jaarverslag 2025 Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VOI en THV).
Hieronder volgt een beschouwing van de resultaten in relatie tot prognoses/uitvoering en de beleidsdoelstellingen vanuit het programma Ruimte vanuit Twenterand.
Deze ontwikkelingen blijven aanleiding geven tot zorg. De combinatie van structurele capaciteitsdruk en stijgende kentallen vergroot het risico dat de uitvoering onder druk komt te staan en dat de inzet van uren niet in balans is met de geleverde prestaties.
Om hier tijdig op te kunnen sturen, is de gemeente Twenterand in 2025 gestart met een intensievere monitoring op de inzet en voortgang, waarbij maandelijks wordt beoordeeld of de uitvoering binnen de beschikbare uren blijft en aansluit bij de gemaakte afspraken.
Evaluatie Milieu taken belegd bij de ODT Vergunningverlening 2025
Het maken van een betrouwbare inschatting van het aantal aanvragen en meldingen dat jaarlijks binnenkomt, is complex, aangezien dit sterk afhankelijk is van de marktvraag. Hieronder is de werkvoorraad met betrekking tot de vergunningverlening van de ODT in 2025 weergegeven.
Het verwachte aantal producten voor 2025 betrof 405. Er zijn 500 producten, inclusief informatieplichten gerealiseerd. Zie het overzicht hieronder:
De totale realisatie in 2025 (500) ligt aanzienlijk hoger dan de begrote productie (405). Deze toename wordt met name veroorzaakt door een hogere instroom en afhandeling van meldingen en informatieplichten. Vooral bij bodem en asbest zien wij hier een grotere instroom door de OW dan we hadden geraamd. Tegelijkertijd blijft de realisatie bij diverse vergunning producten en Meldingen milieubelastende activiteit achter op de planning in 2025.
Er is sprake van een werkvoorraad van 65 producten, die zich met name concentreert bij complexere dossiers, zoals (uitgebreide) omgevingsvergunningen en intrekkingsprocedures die nog steeds lopen vanuit de Wabo.
De ODT geeft aan dat de stikstofuitspraken een grote impact hebben gehad, met name op de agrarische vergunningverlening. Een aanzienlijk deel van zowel de bestaande als de nieuwe werkvoorraad kwam hierdoor stil te liggen. Ook binnen industriële vergunningprocedures werd stikstof een steeds bepalendere factor, wat heeft geleid tot langere doorlooptijden. Daarnaast heeft gedurende het jaar een wisseling plaatsgevonden binnen het teammanagement.
Verder geeft de ODT aan dat in 2025 is gestart met een verbeterplan om vergunningen sneller en efficiënter af te handelen. Hiervoor is tijdelijk een projectmedewerker aangesteld, die samen met de nieuwe teammanager de uitvoering van het plan heeft opgepakt. Binnen dit traject is extra aandacht besteed aan het werken volgens de PDC, zodat het uitgevoerde werk beter inzichtelijk en meetbaar wordt. Tevens is via inhuur ingezet op het wegwerken van achterstanden bij meldingen MBA (A1.17) en informatieplichten MBA (A1.36).
Het beeld laat zien dat de beschikbare capaciteit in belangrijke mate wordt ingezet op lichtere, meer gestandaardiseerde werkzaamheden, terwijl zwaardere en complexere producten achterblijven en bijdragen aan de opbouw van de werkvoorraad omdat hier o.a. door de stikstofproblematiek niet aan verder kan worden gewerkt. Tegelijkertijd is aanvullende capaciteit ingezet via inhuur voor het wegwerken van achterstanden bij meldingen en informatieplichten.
De ODT heeft ten opzichte van de raming voor 2025 voor het programma vergunningen kwantitatief een goede prestatie geleverd, waarbij tegelijkertijd duidelijk zichtbaar is dat onder de Omgevingswet sprake is van een verschuiving van vergunningverlening naar een toename van meldingen en informatieplichten, met name bij bodem en asbestsaneringen.
In 2025 zijn de taken op het gebied van vergunningverlening en het afhandelen van diverse meldingen voor o.a. milieu belastende activiteiten, bodem en asbest adequaat uitgevoerd.
Evaluatie Milieu taken belegd bij de ODT Toezicht 2025
Het maken van een inschatting van de benodigde toezicht capaciteit is in de basis beter planbaar dan bij vergunningverlening. Toezicht is grotendeels gebaseerd op vooraf vastgestelde controleprogramma’s, risicogerichte prioritering en periodieke inspecties. Hierdoor kan gedurende het jaar gerichter worden gestuurd op inzet en planning. Wel kunnen onvoorziene omstandigheden, zoals incidenten of handhavingsverzoeken, invloed hebben op de uitvoering van het toezicht, maar in algemene zin is de instroom en daarmee de capaciteitsbehoefte beter voorspelbaar dan bij vergunningaanvragen en meldingen.
Het verwachte aantal producten voor 2025 betrof 483. Er zijn 455 producten gerealiseerd. Zie het overzicht hieronder:
De totale toezichtproductie in 2025 (455) blijft licht achter ten opzichte van de begrote productie (483), terwijl sprake is van een relatief hoge werkvoorraad (148).
Op productniveau zijn duidelijke afwijkingen zichtbaar. De uitvoering van periodieke controles blijft aanzienlijk achter (94 gerealiseerd ten opzichte van 179 gepland), wat een belangrijk aandeel heeft in de opgebouwde werkvoorraad (68). Daarentegen is er een hogere inzet op opleveringscontroles (23 t.o.v. 4), aspectcontroles (46 t.o.v. 20) en met name bodemtoezicht (141 t.o.v. 75).
De extra inzet op opleveringscontroles, voortkomend uit achterstanden uit voorgaande jaren, en de uitvoering van aspectcontroles die niet waren opgenomen in het uitvoeringsprogramma ODT 2025, wijken af van de vooraf gemaakte afspraken. Deze inzet is bovendien pas achteraf inzichtelijk gemaakt. Met de ODT is afgesproken dat in dergelijke gevallen voortaan vooraf afstemming plaatsvindt over de inzet en prioritering, zodat hierover gezamenlijk besluitvorming kan plaatsvinden.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat de cijfers voor aspectcontroles mogelijk een vertekend beeld geven. De ODT heeft aangegeven dat binnen deze categorie sprake is van foutief aangemaakte en geregistreerde zaken, die als afgerond product zijn meegeteld terwijl hier niet of nauwelijks uren op zijn geschreven.
Het verdient de voorkeur dat deze onjuiste registraties door de ODT worden gefilterd, zodat de gepresenteerde aantallen in het jaarverslag een zo accuraat mogelijk beeld geven. Op dit moment is dit nog niet het geval.
Daarnaast blijven ook hercontroles (38 t.o.v. 60) en klachten/meldingen (28 t.o.v. 58) achter op de planning. Tegelijkertijd laat de realisatie bij toezicht bouwwerken leefomgeving (61 t.o.v. 60) en handhavingscontroles (17 t.o.v. 11) een stabiel tot hoger niveau zien.
Het overall beeld geeft aan dat de beschikbare capaciteit voornamelijk is ingezet op urgente, risicogerichte en deels vraag gestuurde werkzaamheden, terwijl planmatige toezichtactiviteiten, zoals periodieke controles, onder druk staan, wat gevolgen kan hebben voor het naleefgedrag.
Dit leidt tot een toenemende werkvoorraad en vraagt om aandacht voor de balans tussen planmatig en ad hoc toezicht.
Hierbij speelt mee, geeft de ODT aan, dat er in 2025 minder capaciteit beschikbaar was en dat door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt de formatie niet volledig kon worden aangevuld.
In 2025 zijn de taken op het gebied van toezicht, ook al heeft de ODT niet conform ons UVP 2025 al het gevraagde werk opgepakt, adequaat uitgevoerd.
Evaluatie Milieu taken belegd bij de ODT Handhaving 2025
Het maken van een inschatting van de benodigde capaciteit voor handhavingswerkzaamheden is in de basis beter planbaar dan bij vergunningverlening, maar minder voorspelbaar dan bij regulier toezicht. Handhaving is deels gebaseerd op signalen uit toezicht, risicogerichte prioritering en vastgestelde handhavingsstrategieën. Hierdoor kan in zekere mate gestuurd worden op inzet en planning. Tegelijkertijd is een belangrijk deel van de werkzaamheden afhankelijk van externe factoren, zoals overtredingen, klachten, incidenten en juridische procedures.
Deze onvoorspelbare instroom maakt dat de capaciteitsbehoefte voor handhaving gedurende het jaar kan fluctueren. Desondanks kan op basis van ervaringscijfers en risicoprofielen een globale inschatting worden gemaakt van de benodigde inzet, waarbij flexibiliteit in de uitvoering noodzakelijk blijft om in te spelen op actuele situaties.
Het verwachte aantal producten voor 2025 betrof 29. Er zijn 25 producten gerealiseerd. Zie het overzicht hieronder:
In 2025 zijn binnen het handhavingsdomein in totaal 25 producten gerealiseerd ten opzichte van een geplande omvang (UVP) van 29. Hiermee blijft de realisatie licht achter bij de planning.
Het aantal ontvangen en afgehandelde handhavingsverzoeken (A3.01) ligt met 4 iets boven de vooraf ingeschatte 3. Daartegenover staat dat het aantal uitgevoerde handhavingstrajecten (A3.02) en strafrechtelijke onderzoeken (A3.03) lager uitkomt dan gepland. Dit duidt op een iets lagere doorzetting van zaken naar vervolg- en onderzoeksfasen.
Daarnaast is in één geval een last onder dwangsom toegepast (A3.05), terwijl dit vooraf niet was begroot. De overige zwaardere instrumenten, zoals bestuursdwang of het intrekken van een handhavingsbesluit, zijn in 2025 niet ingezet.
Per saldo resteert een werkvoorraad van 15 zaken. Deze bevindt zich grotendeels binnen de lopende handhavingstrajecten en strafrechtelijke onderzoeken. Dit geeft aan dat een deel van de werkzaamheden doorloopt naar een volgend jaar.
Samenvattend laat 2025 een iets lagere realisatie dan gepland zien, met een stabiele instroom van zaken en een voortgezette afhandeling binnen reguliere en lopende trajecten.
In 2025 zijn de taken op het gebied van handhaving adequaat uitgevoerd.
Evaluatie Milieu taken belegd bij de ODT Advies 2025
De benodigde inzet voor adviestaken binnen het programma Advies is in zekere mate planbaar, maar blijft afhankelijk van ontwikkelingen in andere werkvelden, zoals vergunningverlening, bouwactiviteiten en ruimtelijke ordening. Veel adviesvragen ontstaan namelijk naar aanleiding van concrete initiatieven, aanvragen en projecten binnen deze domeinen.
Op basis van ervaringscijfers en werkprocessen kan een globale inschatting worden gemaakt van de te verwachten adviesvraag. Tegelijkertijd is de omvang en complexiteit van de werkzaamheden afhankelijk van factoren zoals het aantal ingediende vergunningaanvragen, de aard van bouwprojecten en ruimtelijke ontwikkelingen. Deze factoren kunnen gedurende het jaar fluctueren, wat direct invloed heeft op de adviesbehoefte.
Dit betekent dat binnen het programma Advies rekening moet worden gehouden met een zekere mate van variabiliteit in de werkdruk. Een flexibele inzet van capaciteit is daarom noodzakelijk om tijdig en adequaat te kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen en ondersteuningsvragen vanuit de organisatie en de leefomgeving.
Het verwachte aantal producten voor 2025 betrof 172. Er zijn 323 producten gerealiseerd. Zie het overzicht hieronder:
De ODT geeft aan dat in 2025 het aantal adviesvragen toenam en zijn werkprocessen verder gestructureerd. Door een administratieve opschoonactie zijn afgeronde dossiers formeel gesloten, zonder effect op urenbesteding. De vraag overstijgt op onderdelen de beschikbare capaciteit, wat leidt tot druk op de dienstverlening en langere doorlooptijden.
Samenwerking en vraagontwikkeling
De adviesvraag vanuit deelnemers is de afgelopen jaren toegenomen, mede door de Omgevingswet. In 2025 dienden sommige deelnemers meer verzoeken in dan geraamd, met name op het gebied van luchtkwaliteit en geluid. Dit heeft invloed op de verdeling van capaciteit en de dienstverlening.
Het cluster kende een hoge werkdruk door een toename van klachten en adviesvragen. Werkzaamheden omvatten onder meer metingen, beleidsontwikkeling en bijdragen aan projecten. Daarnaast zijn nieuwe taken rond zonebeheer opgepakt en werkprocessen verder gestandaardiseerd. De productie ligt boven de vraag, met een resterende werkvoorraad.
Cluster Luchtkwaliteit en Geur
Er is sprake van een sterke toename van werkzaamheden, onder andere door advisering bij vergunningen, ZZS-trajecten en geurbeleid. Tegelijk is gewerkt aan standaardisering van werkprocessen. Zowel productie als werkvoorraad liggen aanzienlijk boven de oorspronkelijke raming.
Het aantal adviesvragen is toegenomen, onder andere door ontwikkelingen rond energieopslag en windparken. Het cluster ondersteunt ook beleidsontwikkeling bij deelnemers en investeert in kennisdeling. De gerealiseerde productie ligt boven de vraag.
Integraal advies is vaker ingezet dan vooraf geraamd. De groei hangt samen met de toename van complexe adviesvragen en het volledig operationeel worden van het cluster.
Het aantal bodemadviezen is toegenomen, mede door een groei in bouwactiviteiten en een grotere bekendheid van de OD Twente bij deelnemers.
De vraag naar adviezen blijft stijgen, vooral bij ruimtelijke ontwikkelingen en bouwprojecten. Deze ontwikkeling wordt versterkt door actieve communicatie richting deelnemers en zal naar verwachting doorzetten.
Dataverwerking is in 2025 als product toegevoegd en breed toegepast. De werkzaamheden hebben geleid tot een actueler en completer bodeminformatiesysteem, ondersteund door een hoge uitvoeringsomvang.
In 2025 is binnen het adviesterrein een duidelijke stijging zichtbaar ten opzichte van de raming. In totaal zijn 323 adviezen gerealiseerd tegenover een geplande omvang van 172. Dit duidt op een aanzienlijk hogere vraag naar advisering dan vooraf ingeschat.
De toename is vooral zichtbaar bij integraal advies (60 vs. 3), advies bodem (73 vs. 47), externe veiligheid (15 vs. 7) en luchtkwaliteit (27 vs. 20). Ook de inzet van dataverwerking (60) en dronevluchten (10 vs. 2) ligt hoger dan geraamd. Daartegenover staan enkele producten met een lagere realisatie, zoals advies bij juridische procedures en advies algemeen.
Opvallend is dat een aantal producten vooraf niet was begroot maar wel is uitgevoerd, wat wijst op aanvullende of verschuivende adviesbehoeften gedurende het jaar.
Voor alle aanvullende advies vragen die niet binnen de totale begrote uren vielen heeft Twenterand intern eerst geld geregeld en daarna het werk aanvullend uitgezet bij de ODT via een zogenaamd opdrachtformulier. Na goedkeuring van het MT werd dan het werk alsnog uitgevoerd.
De totale werkvoorraad bedraagt 58 dossiers en bevindt zich met name binnen bodem, geluid, luchtkwaliteit en integraal advies. Dit geeft aan dat een deel van de werkzaamheden doorloopt naar het volgende jaar.
Lopende het jaar is het hoofdproduct integraal advies uitgebreid met het product integraal omgevingsadvies (QuickScan vanuit bouw aanvragen) en QuickScan milieu-RO. Dit zijn korte screenings op milieu relevante adviezen vanuit een bouwaanvraag of RO-traject. Hieruit blijkt of er wel of geen diverse milieu adviesrapporten bij de aanvrager moeten worden opgevraagd door de gemeente. Van dit nieuwe product is veelvuldig gebruikt gemaakt door de gemeente Twenterand. Ook al was dat voor 2025 niet geraamd. Dit is voor ons een aanzienlijk deel van de stijging bij advies qua aantallen. Tevens heeft de ODT vanaf medio 2024 een omgevingsadviseur aan ons toegekend ook dit draagt bij aan de totale toename van uren binnen het programma advies.
Daarbij dient te worden opgemerkt dat binnen de gehanteerde telling sprake kan zijn van overlap. Binnen het product integraal omgevingsadvies en QuickScan milieu-RO worden regelmatig deeladviezen geleverd die administratief ook onder andere producten zijn geregistreerd. Deze deeladviezen kunnen in de aantallen als afzonderlijke producten voorkomen, terwijl zij inhoudelijk onderdeel zijn van één integraal advies. Hierdoor kunnen de gepresenteerde aantallen een vertekend beeld geven van het aantal op zichzelf staande adviesproducten.
Samenvattend kenmerkt 2025 zich door een substantieel hogere vraag naar advisering dan gepland, met een brede inzet over verschillende expertisevelden en een bijbehorende opbouw van werkvoorraad.
In 2025 zijn de taken op het gebied van milieuadvisering adequaat uitgevoerd.
Evaluatie Milieutaken Bijdrage aan beleidsdoelen en streefwaarden “Programma Ruimte” in 2025
Het beoogd maatschappelijk effect is ‘een duurzame en leefbare omgeving’. Ten aanzien van het onderdeel Duurzaamheid, Milieu en VTH 2023 zijn de volgende, uit de doelenboom afgeleide doelen, indicatoren en streefwaarden van belang voor het waarborgen van het beoogd maatschappelijk effect:
Realisatie uitvoeringsprogramma 2025:
Totaal = 119,65% van het totale uitgevraagde uitvoeringsprogramma gerealiseerd
Het aantal bestuurlijke (her)controles milieu in de handhavingssfeer dat is uitgevoerd komt op 17 (<25 van het totaal aantal geraamde handhavingscontroles). Het betreffen hier hercontroles als gevolg van o.a. Voornemens last onder dwangsom n.a.v. milieucontroles of handhavingsverzoeken. Door hier zicht op te houden, dragen we bij aan het doel zoals neergelegd in het VTH-beleid, zijnde: ‘Een schoner, gezonder en veiliger leefomgeving’.
Het naleefgedrag bij de wel uitgevoerde periodieke milieucontroles is licht verbeterd. Het percentage controles waarbij overtredingen zijn geconstateerd is gedaald van 40,5% in 2024(47/116) naar 40,4% in 2025(38/94).
De Omgevingsdienst Twente (ODT) heeft in totaal 35 energiecontroles uitgevoerd bij individuele bedrijven (25 energiecontroles, 1 aspectcontrole en 9 administratieve controles), waarmee de streefwaarde van 80 niet is behaald. Aanvullend zijn 26 hercontroles energie uitgevoerd, evenals 1 handhavingscontrole, 2 handhavingstrajecten en 4 adviestrajecten op het gebied van energie en duurzaamheid. De ODT heeft daarmee de gestelde streefwaarde voor 2025 niet gerealiseerd. Dit heeft vooralsnog geen directe consequenties gehad.
Prognose milieuwerkzaamheden Omgevingsdienst Twente 2026
Programma’s: vergunningen/toezicht/handhaving/Advies/projecten
Uitgangspunt voor het uitvoeringsprogramma 2026 is dat de gemeente Twenterand de ureninzet hanteert zoals vastgesteld in de programmabegroting 2026 van de Omgevingsdienst Twente, per programma.
De kentallen voor 2026, die als basis dienen voor het UVP 2026, zijn niet tijdig afgestemd en niet vooraf vastgesteld ten behoeve van de programmabegroting 2026 van de Omgevingsdienst Twente.
Deze zijn pas achteraf gedeeld. Aangezien de kentallen aanzienlijk hoger lagen dan in 2025, is een forse bruto discrepantie ontstaan ten opzichte van de reeds vastgestelde programmabegroting 2026.
Door middel van monitoring en het nauwgezet volgen van de voortgang kan, indien nodig, tijdig worden bijgestuurd. De raming voor 2026 is door de gemeente Twenterand zo realistisch mogelijk opgesteld.
Werkzaamheden die niet zijn opgenomen in dit uitvoeringsprogramma dienen gedurende het jaar via een opdrachtformulier te worden uitgezet bij de Omgevingsdienst Twente. Voor deze aanvullende werkzaamheden dienen vooraf intern financiële middelen te worden vrijgemaakt.
Voor het programma Vergunningen is de prognose dat er 503 zaken worden afgehandeld en daarvoor brengen wij 2041 uren conform de programmabegroting 2026 in.
Voor het programma Toezicht en Handhaving is de prognose dat er 476 zaken worden afgehandeld en daarvoor brengen wij 4352 en 558 uren conform de programmabegroting 2026 in.
Voor het programma Advies is de prognose dat er 272 zaken worden afgehandeld en daarvoor brengen wij 1814 uren conform de programmabegroting 2026 in.
Voor het programma Projecten brengen wij 1168 uren conform de programmabegroting 2026 in.
Aanvullend zullen er qua databeheer nog 52 muteren bodeminformatiesysteem en 97 muteren van de asbestdakenkaart verzorgt worden door de ODT voor de gemeente Twenterand.
Voor de gehele prognose van 2026 en relevante ontwikkelingen die mogelijk invloed hebben op de prognose wordt verwezen naar bijlage 4.
Voor 2026 bestaan er opnieuw zorgen over de uitvoerbaarheid van de taken en het te behalen beheers niveau in verhouding tot onze ingebrachte uren. Het is aannemelijk dat de uitvoering onder druk blijft staan als gevolg van mogelijke onderbezetting bij de ODT. Dit speelt op meerdere kritische disciplines, waaronder vergunningverlening, toezicht, diverse adviesfuncties en de inzet van Boa’s (domein II milieu).
Ontwikkelingen bij de ODT t.o.v. vastgestelde uitvoeringsprogramma en jaarverslag eind 2025:
Begin 2026 zijn er stappen gezet om deze problematiek te ondervangen door de ODT. Zo zijn o.a. vacatures opengezet voor vergunningverleners en toezichthouders en zijn, binnen de kaders van het geldende Twente brede milieubeleid, beperkte beheersmaatregelen afgesproken met alle gemeenten voor 2026.
Daarnaast zijn er extra Boa’s aangetrokken in 2025. Deze zijn echter allemaal nog niet direct inzetbaar begin 2026, aangezien zij eerst de opleiding tot Boa in domein II (milieu) moeten afronden. Dit betekent dat het effect van deze maatregel pas op een later moment in de uitvoering zichtbaar wordt in 2026.
Voor de adviescapaciteit geldt dat de ODT, indien de werkvoorraad daartoe aanleiding geeft, externe inhuur inzet om tijdig de gevraagde adviezen te kunnen leveren. Dit biedt gedeeltelijke flexibiliteit, maar is afhankelijk van beschikbaarheid en leidt niet direct tot structurele versterking van de organisatie.
De voortgang wordt structureel besproken met de accounthouder van de ODT. Deze lijn wordt in 2026 voortgezet. Daarnaast worden de maandelijkse voortgangsgesprekken gecontinueerd en worden de tussentijdse rapportages kritisch gevolgd.
Ter versterking van de sturing monitort de gemeente zelf maandelijks de prestaties (o.a. via Power BI en de aangeleverde overzichten met verbruikte uren door de ODT), zodat eerder kan worden bijgestuurd en de ODT tijdig kan worden aangesproken op afwijkingen in de uitvoering. Hiermee wordt beoogd om niet alleen reactief te volgen, maar ook proactief te sturen op voortgang, prioritering en inzet.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-329178.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.