Beleidsregel Beeldkwaliteit Harculo, gemeente Zwolle

De gemeenteraad van de gemeente Zwolle,

 

Gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4.19 van de Omgevingswet;

 

Overwegende dat de gemeenteraad op grond van artikel 4.19 van de Omgevingswet bevoegd is tot het vaststellen van regels over het uiterlijk van bouwwerken en de toepassing daarvan;

 

Besluiten de volgende beleidsregel vast te stellen:

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

Deze beleidsregel verstaat onder:

  • a.

    Beeldkwaliteitsplan: Het beeldkwaliteitsplan dat door de gemeenteraad van Zwolle is vastgesteld onder de naam ‘Beleidsregel Beeldkwaliteit Harculo’. Deze is als externe bijlage toegevoegd bij deze beleidsregel.

  • b.

    Plangebied: Het plangebied dat in het ‘TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo’ is vastgesteld.

  • c.

    Welstandsnota: Welstandsnota 2023 of de nota die ter vervanging van die nota is vastgesteld.

Artikel 2 Doel

Deze beleidsregel heeft als doel om voor de gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo specifiek welstandsbeleid vast te stellen en uit te voeren.

Artikel 3 Welstandstoets in het plangebied

  • 3.1

    Aanvullende regel voor het plangebied

    • a.

      In het plangebied gelden de eisen van deze Beleidsregel Beeldkwaliteit Harculo in plaats van de welstandsnota.

    • b.

      De welstandsnota blijft buiten beschouwing bij aspecten waarover het beeldkwaliteitsplan eisen stelt.

Hoofdstuk 2 Beeldkwaliteit

Voor het volledige beeldkwaliteitsplan wordt verwezen naar de bijlage behorende bij deze beleidsregel.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 26 mei 2026.

P. Snijders, voorzitter

E. Meurs, griffier

Bijlage Beleidsregel Beeldkwaliteit Harculo

 

Een plek waar wonen en natuur hand in hand gaan

 

NIEUW HARCULO

 

BEELDKWALITEIT BOUWWERKEN

 

1. Inleiding

 

1.1 Zwolle aan de IJssel

De voormalige IJsselcentrale stond op een uitzonderlijke plek. Middels twee forse insteekhavens maakte de centrale functioneel gebruik van haar positie aan de rivier. Kolen en olie werden zo efficiënt per schip aangeleverd en voor de koeling van de centrale werd het water uit de rivier door het ingenieuze watersysteem van de centrale gepompt.

De stedelijke ontwikkeling van Zwolle heeft een historische relatie met de rivier het Zwarte Water. Deze sterke relatie is ruimtelijk en functioneel terug te vinden in de stad en het landschap. De focus op het Zwarte Water verklaart deels de beperkte oriëntatie van de stad op de IJssel en de afstand tussen stad en rivier. De ontwikkelingen aan de IJssel waren veelal infrastructureel (Katerveer, diverse bruggen) of industrieel (Zwolle-IJsselkanaal, IJsselcentrale) van aard. De rode spoor-en fietsbrug en twee verkeersbruggen markeren de oversteek van de IJssel en de IJsselcentrale was door zijn zichtbaarheid en omvang en schaal een icoon aan de rivier. Het vrijkomen van de locatie rondom Harculo biedt Zwolle de kans op een nieuw gezicht aan de IJssel. Een gezicht dat betekenis geeft aan de wederkerige relatie tussen stad en landschap en mens en natuur. Het geeft de mogelijkheid om een nieuwe visie te creëren over die rol van een stad aan de IJssel. Daarbij is het niet de introductie van de rivier aan de stad maar van de stad aan de rivier. De stad dringt het mooie IJssel landschap binnen. De waarde en kwaliteit van het weidse landschap dient dan ook als basiskenmerk voor de natuur en beleving. Geen grootse gebaren maar een bescheiden inpassing met het behoud van openheid, groen en uitzicht.

 

Figuur 1.1.1 | Luchtfoto huidige situatie plangebied vanuit het zuiden

 

Harculo is gelegen in de zuidelijke stadsrand van Zwolle, samen met de verschillende buitenplaatsen die Zwolle rijk is in het buitengebied. Deze buitenplaatsen hebben een autonome positie in de stad en hebben een sterke relatie met het landschap. De gebiedsontwikkeling biedt de kans om het terrein, dat nu nog met hekken is afgesloten, toegankelijk te maken en daarmee de belangrijke verbindingen te herstellen tussen de stad, de IJssel en het buitengebied. Niet alleen als landschappelijke verbinding, maar ook als onderdeel van een recreatief netwerk; ‘het rondje Zwolle’.

 

De positie aan de stadsrand geeft ook kaders voor de mobiliteitsopgave. Gezien de afstand tot de binnenstad en het station blijft de nieuwe woonbuurt tot op zekere hoogte afhankelijk van de auto. Dit neemt niet weg dat er kansen in het gebied zijn om directe en fijnmazige (recreatieve) verbindingen tussen stad en landschap te realiseren voor langzamer verkeer, om zo de toekomstige bewoners te stimuleren het autogebruik te beperken.

 

Figuur 1.1.2 | Positie van Nieuw Harculo in het landschappelijk raamwerk en het aansluitende stedelijk weefsel

 

1.2 Het DNA van de locatie

 

 

De IJsselcentrale (Centrale Harculo), een baken in het landschap voor Zwolle

 

Silhouet IJsselcentrale als collectieve herinnering

 

 

De tijd van de fossiele energie nadert zijn einde...

 

Nederland schakelt geleidelijk over op schone, hernieuwbare energie

 

 

Het landschap van de IJsseldelta, met de meanderende rivier en dijken, smalle en brede uiterwaarden

 

Sporen van het verleden leesbaar in het landschap

 

 

1.3 Stedenbouwkundig plan

 

Figuur 1.3.1 | Plankaart Nieuw Harculo met landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing

 

1.4 Vijf ruimtelijke principes voor Nieuw Harculo

 

 

Landschappelijk raamwerk defineert opzet voor samenhangende woonbuurt

 

De stedenbouwkundige opzet is gericht op verwantschap in beeld door herkenbare woonvelden met geometrische hoofdvormen en gelaagdheid in massaopbouw.

De woonvelden verkleuren in korrelgrootte en ruimtewerking naar gelang de positie ten opzichte van de landschappelijke hoofdstructuren en de natuurwaarden uit het NOP.

Deze verkleuring krijgt karakter aan de oostzijde door een herinnering aan de voormalige IJsselcentrale en aan de westzijde door deze meer onderdeel te maken van het natuurlijke en landschappelijke karakter.

De stoere entreelaan markeert de Uitspanning, het Klimaatpark verbindt natuur en cultuur en de dijk omsluit en beschut Nieuw Harculo.

 

 

Ruimtelijke accenten maken cultuurhistorie en landschap beleefbaar

 

De hiërarchie in maat en schaal van de openbare ruimte, straatprofielen en gebouwen benadrukt de landschappelijke hoofdstructuur en maakt de cultuurhistorie zichtbaar.

Vanuit het noorden wordt de fietsroute naar het Klimaatpark en de Uitspanning gemarkeerd door de stoere bebouwing van In de Centrale (A), terwijl de zichtlijnen langs de IJsseldijk en In de Centrale de indrukwekkende schaal van het voormalige werklandschap weerspiegelen (B). De hoofdentree vanaf de IJsselcentraleweg is gericht op het ruimtelijke ensemble rondom de UItspanning, waarmee op verschillende schaalniveaus de cultuurhistorie betekenis krijgt in Nieuw Harculo (C). Vanaf deze centrale ontmoetingsplek tonen verschillende zichtlijnen de relatie tussen de cultuurhistorie, het landschap en Nieuw Harculo.

De twee ruimtelijke accenten (D) in het Klimaatpark positioneren het Klimaatpark in het hart van de wijk, koppelen deze met de Uitspanning en verbinden de langzaam verkeersroutes tussen de twee steigers met elkaar. Vanaf het Klimaatpark bieden de doorgaande routes een landschappelijk vizier op de IJsseldijk (E).

 

 

Groene leefstraten verbinden de woon-buurten met het landschappelijk raamwerk

 

Tussen de woonbuurten bevinden zich intieme en geborgen groene leefstraten met kleinschalige speel- en verblijfsplekken. Deze autovrije leef-straten verweven het Klimaatpark met de Energietuin en de IJsseldijk.

Hierdoor ontstaat een fijnmazig netwerk van wandelroutes gecombineerd met de ecologische zonering uit het NOP.

 

 

Landschappelijke routing met geclusterd parkeren rondom de woonvelden

 

De verkeersstructuur is eenvoudig van opzet en ondergeschikt aan het landschappelijk raamwerk en de verblijfswaarden van de openbare ruimte. De routing is herkenbaar door een breed landschappelijk profiel met langs de route zicht op herkenbare ruimtelijke elementen, zoals de IJsseldijk en de Uitspanning. Tussen de woonvelden krijgt de routing het karakter van een autoluwe woonstraat met toegang tot de verschillende geclusterde parkeeroplossingen per woonbuurt. Parkeeroplossingen rondom een collectief woonerf zijn gecombineerd met kleinschalige groene speel- en ontmoetingsplekken.

 

 

Verbindende scharrelroutes en ontmoetingsplekken

 

Dwars door de woonvelden en tussen de woningen door, verbinden informele routes de collectieve ontmoetingsplekken met elkaar en met de openbare ruimte. Afhankelijk van de positie en de omliggende woonvormen verkleuren deze ontmoetingsplekken van karakter. Van intiem, kleinschalig en collectief rondom de woningen naar openbaar, levendig en uitdagend rondom de Uitspanning.

De kleinschalige ontmoetingsplekken in de woonhoven zijn informeel van karakter en bieden ruimte voor spontane ontmoeting en initiatieven vanuit de bewoners.

De scharrelroutes nodigen uit tot ontdekking en ontmoeting voor kind en volwassenen. Ontdekking en verwondering, die als kind start rondom de woning en tuin, en via de woonhoven, het Klimaatpark en de IJsseldijk iedereen verbindt met de cultuur rondom de Uitspanning en de natuurwaarden van het omliggende landschap.

 

2. Beeldambitie

 

2.1 Identiteit Nieuw Harculo

Nieuw Harculo positioneert zich als een onderscheidende woonwijk in de stad Zwolle en aan de oevers van de IJssel. Een hedendaagse woonwijk gebaseerd op de landschappelijke waarden en cultuurhistorische invloeden vanuit het industriële verleden.

 

Nieuw Harculo bevindt zich op een unieke plek aan de IJssel op enige afstand van Zwolle Zuid, omgeven door de IJsseldijk en het omliggende stedelijk landschap. Een locatie die lange tijd enkel met de IJsselcentrale werd geassocieerd. Deze herkenbare landschappelijke positionering definieert een eveneens onderscheidend architectonisch karakter voor Nieuw Harculo. Dat karakter heeft een hedendaagse uitstraling als uitgangspunt. Zoals de IJsselcentrale een industrieel monument was van de vooruitgang en energie voor de toekomst, geeft ook Nieuw Harculo uitdrukking aan huidige ambities, welke zijn beschreven in het NOP en het ROP.

 

Hedendaagse architectuur en detaillering geven uiting aan de actuele opgaven. De architectuur geeft uitdrukking aan de relatie tussen de woning en het omliggende landschap dat de stedenbouwkundige structuur vormgeeft en verbindt. De architectuur vervlecht hier met het natuurlijke. Daarnaast verhoudt Nieuw Harculo zich tot het oude Harculo door te lenen uit vormen, materialen en elementen die het kenmerkende beeld van de IJsselcentrale bepaalden.

 

De stedenbouwkundige structuur, zoals in eerdere hoofdstukken beschreven, vertaalt zich door naar het architectonische beeld dat bij Nieuw Harculo en de desbetreffende deelgebieden hoort. Allereerst wordt hier de verbindende identiteit van Nieuw Harculo gekarakteriseerd als onderscheidend, hedendaags, natuurlijk en verbonden met cultuurhistorie. Vervolgens wordt per deelgebied de leidende structuur geïntroduceerd die verder wordt beschreven aan de hand van de ontwerpopgaves voor de specifieke plekken in het plan. Deze ontwerpopgaves worden geïllustreerd aan de hand van referentiebeelden en -materialen om een indruk te geven van het onderscheid en de samenhang tussen deze deelgebieden.

 

Als aanvulling op de architectonische kwaliteit die in dit hoofdstuk worden beschreven geldt bovendien de integratie van natuurdoeltypen zoals beschreven in het NOP.

 

 

 

Onderscheidend Nieuw Harculo

Nieuw Harculo positioneert zich als eenheid in het IJssellandschap met een onderscheidend en hedendaags woonmilieu, geïnspireerd op de natuurwaarden en de cultuurhistorie.

 

 

Natuurlijk Nieuw Harculo

Het landschappelijk raamwerk is de drager voor de woonvelden; deze krijgen identiteit door de openbare ruimte in samenhang met de architectuur. De verbinding tussen landschap en architectuur is overal in Nieuw Harculo aanwezig.

 

Disclaimer

De afbeeldingen geven het beeld van de hedendaagsheid en geometrische massa's maar vormen niet de uitwerking van de principes voor de gevelgeleding.

 

 

Hedendaags Nieuw Harculo

Architectuur met een hedendaagse uitstraling bestaande uit kloeke geometrische hoofdmassa’s en zorgvuldige op- en aanbouwen bepaalt de samenhang in vormentaal van Nieuw Harculo.

 

Disclaimer

De afbeeldingen geven het beeld van de hedendaagsheid en geometrische massa's maar vormen niet de uitwerking van de principes voor de gevelgeleding.

 

 

Disclaimer

De afbeeldingen geven het beeld van de hedendaagsheid en geometrische massa's maar vormen niet de uitwerking van de principes voor de gevelgeleding.

 

Nieuw Harculo verbonden met cultuurhistorie

De Uitspanning vormt een eigen bestemming met nieuwe functies en een cultuurhistorisch ankerpunt voor de ruimtelijke relaties binnen Nieuw Harculo. Cultuurhistorie geeft betekenis aan de openbare ruimte en is een inspiratie voor de architectuur en detaillering van Nieuw Harculo.

 

Onderscheidende woonsferen

De stedenbouwkundige opzet onderscheidt binnen Nieuw Harculo in wisselwerking met het natuurontwikkelplan en de cultuurhistorie een viertal deelgebieden en woonsferen:

 

  • Als eerste wordt er gewoond In de Centrale, waar de ruimtelijke opbouw en de architectuur refereren aan de voormalige IJsselcentrale;

  • In het tweede deelgebied woont men Tussen de Dijken met het weidse, en soms ook woeste, IJssellandschap als belangrijkste inspiratiebron;

  • Rondom de Uitspanning geeft een gemengd programma de cultuurhistorie nieuwe betekenis;

  • Tenslotte de Energietuin, een hedendaags landgoed, dat is samengesteld uit een lappendeken van verschillende functies en landschappen.

Figuur 2.1.1 | Nieuw Harculo opgebouwd uit vier woonsferen

 

Figuur 2.1.2 | Oorspronkelijke inspiratiebeelden deelgebieden

 

Inspiratie cultuurhistorie

 

De IJsselcentrale was een beeldbepalend bouwwerk dat bij vele Zwollenaren nog altijd in het collectieve geheugen zit. Een herinnering die een sterke identiteit geeft aan de locatie Nieuw Harculo, ondanks dat slechts enkele bouwdelen en onderdelen van het werklandschap behouden zijn gebleven. Het landschapsplan van Hein Otto vormt samen met resterende onderdelen van het voormalig gebruik van het terrein (sporen, steigers) de inspiratie voor de uitwerking van de openbare ruimte, in samenhang met de natuurontwikkeling. Ook in de architectuur wordt op een hedendaagse manier verwezen naar het erfgoed. Het is daarom van waarde om het werklandschap en de IJsselcentrale nader te beschouwen.

 

Tot de start van de sloop in 2016 torende de IJsselcentrale hoog boven het IJssellandschap uit en was het zichtbaar vanuit de weide omgeving. Het uniforme karakter van de massa en de gevels droeg bij aan de herkenbaarheid van het gebouw. Hetzelfde bouwsysteem werd doorgezet in alle opeenvolgende bouwdelen die over een langere periode werden toegevoegd, bestaande uit hetzelfde bouwsysteem, dezelfde baksteen en dezelfde betonnen elementen.

 

De positie in het werklandschap bepaalde de functie en de samenstelling van het gebouw, dat zich als enorm volume verschillend presenteerde naar de verschillende richtingen. Vanaf de IJssel domineerde de verticale oriëntatie door de (drie) hoge machinehallen met een verticale geleding in open en gesloten geveldelen, versterkt door de nog hogere schoorstenen. Vanuit de stad gezien werd het gebouw juist gekenmerkt door de horizontaliteit van het lagere, vooruitgeschoven bouwdeel.

 

De centrale was onmiskenbaar modern industrieel, maar tegelijk kun je een klassieke opbouw onderscheiden in een plint (rode baksteen), een middendeel (de cassetten), en de top (met name vanaf de stadszijde gezien).

 

Figuur 2.1.3 | Gebouwde kenmerken van de IJsselcentrale

 

Figuur 2.1.4 | Vogelvlucht IJsselcentrale

 

Figuur 2.1.5 | Aanzicht vanaf maaiveld aan de stadszijde

 

Figuur 2.1.6 | Schematische weergave van de relatie in maat & schaal tussen de voormalige IJsselcentrale, het resterende erfgoed op de Uitspanning, en de nieuwe bebouwing van Nieuw Harculo.

 

De gevels van de centrale waren zeer rationeel opgebouwd uit betonnen gevelelementen in een beperkt aantal varianten: een gesloten betonnen element, een transparant element met negen glazen vensters en een element met in het midden een klein venster of decoratie. Het koel ogende beton, dat van afstand het beeld bepaalde, werd gecomplementeerd door de toepassing van (rode) baksteen bij de lagere bouwdelen. Deze materialen werden aangevuld met industriële stalen structuren zoals kranen, hekwerken en buizen. In het interieur waren keramische tegels en attentiekleuren aanwezig. Gezamenlijk vormen ze een palet aan materialen, kleuren en texturen die kenmerkend zijn voor dit moderne en functionele naoorlogse erfgoed.

 

Figuur 2.1.7 | Aanzicht IJsselcentrale vanaf de IJsselzijde

 

Figuur 2.1.8 | Aanzicht IJsselcentrale vanaf de stadszijde

 

2.2 In de Centrale

 

De ruimtelijke opzet van het deelgebied In de Centrale is een hedendaagse interpretatie van de voormalige IJsselcentrale. De massa en het gebruik van het exterieur en het interieur van de centrale worden doorvertaald naar het ‘exterieur’ en het ‘interieur’ van de nieuwe bouwvelden.

 

De lengte van de IJsselcentrale was kenmerkend voor de beleving vanaf het maaiveld. De eenduidige en repetitieve vormgeving benadrukte de schaal, ook zonder van dichtbij de hoogte van de achterliggende volumes te ervaren. Daarnaast is ook de verzameling van elementen, materialen en structuren uniek. Specifiek zijn dat: de rode strengpers baksteen, de geprefabriceerde betonnen cassetten in een beperkt aantal uitvoeringen, de stalen industriële structuren en de verrassende toevoegingen van kunst.

 

De beleving van een herkenbare, doorlopende wand vormt het leidende principe voor de buitenranden van dit deelgebied. De architectonische principes ondersteunen het idee dat deze schil een visueel geheel vormt. Het exterieur is geïnspireerd op de ritmiek en de gevelcompositie van de voormalige centrale.

 

Het interieur van de centrale werd gekenmerkt door de technische ruimtes en grote installaties. De machines waren grote vrijstaande objecten van metalige materialen. Ruimtes en machines werden verbonden door een netwerk van loopbruggen, trappen en buizen met uitgesproken kleuren. Daarnaast waren er ruimtes met meer interieure kwaliteit, voorzien van tegels en soms kleurrijk gematerialiseerde machinepanelen.

 

De expressie van deze machines en technische ruimtes is de basis voor het karakter van de blokken die zich bevinden binnenin de drie aaneengesloten bouwvelden. De verschillende bouwvolumes refereren in elementen, materialen en structuren aan de voormalige machinehallen.

 

Figuur 2.2.1 | Foto’s van de gevel en elementen van de IJsselcentrale

 

I. Het Exterieur

De buitenrand van de velden In de Centrale vormen een eenduidig visueel geheel, wat relateert aan de beleving van de voormalige centrale. Elementen, materialen en structuren uit die gevel vormen de inspiratie voor een hedendaagse interpretatie.

 

Figuur 2.2.2 | Foto’s van de machines en elementen van het interieur van de IJsselcentrale

 

II. Het Interieur

De binnenzijde van de woonvelden In de Centrale refereren in elementen, materialen en structuren aan de voormalige machinehallen.

 

 

Figuur 2.2.3 | Het exterieur en het interieur van de woonvelden In de Centrale met een onderscheidend karakter

 

De architectonische uitwerking van het onderscheid tussen de buitenrand als visueel geheel en de verrassende materialen en structuren in het interieur versterkt de stedenbouwkundige opzet.

 

In de Centrale bestaat uit drie bouwvelden met een gemengd programma van grondgebonden woningen en de gestapelde woonvormen. Aan de buitenrand wordt zoveel mogelijk massa gemaakt, variërend van drie tot vijf bouwlagen. Om de doorlopende massa te benadrukken worden (aan de oostzijde) gesloten hoeken toegepast, beëindigt een doorlopende dakrand de massa, en zijn de openingen tussen de bouwdelen smal of worden deze visueel aan elkaar verbonden. Hier wordt gezocht naar een balans tussen eenheid en onderscheid. Aan de westzijde worden deze zelfde ingrediënten beïnvloed door de connectie met het Klimaatpark wat resulteert in meer verspringingen in massa en variatie in hoeken. De typologische samenstelling is aanleiding om de balans tussen eenheid en onderscheid tot expressie te laten komen in de gevel. Binnenin de bouwvelden bestaan de woonvolumes uit twee tot drie bouwlagen.

 

Disclaimer

Tekst is leidend, referentiebeelden zijn ter illustratie

 

Ontwerpthema’s ‘Exterieur’

Kenmerken uit de IJsselcentrale worden vertaald naar een hedendaagse versie, passend bij een woonmilieu. De structuur van de gevels vertaalt zich in een nieuwe interpretatie van het kader en het grid, een herkenbare plint, een sterke samenhang in het gevelvlak, en een onderscheidende geleding. Het materialenpalet neemt de rode baksteen en het beton van de centrale als uitgangspunt, maar vult deze aan met warme en kleurrijke elementen. Kenmerkend voor dit deelgebied zijn ook de gebouwde overgangen tussen woning en openbaar gebied, die hier een robuuste uitstraling hebben.

 

Geleding

Het kenmerkende onderscheid tussen de hoofdopzet van de IJsselcentrale gevels komt terug in een drietal losstaande volumes welke een overwegend verticale geleding kent aan het Klimaatpark en een horizontaal volume (plint) met daarop drie losstaande volumes met een overwegend horizontale oriëntatie aan de Energietuin.

 

Het kader & het grid

Een hedendaagse interpretatie van het bouwsysteem van de centrale in wisselende toepassingen: als omlijsting, als kader, als (sub-)structuur of als gevelsysteem. Deze expressie van het kader geeft plasticiteit en brengt diepte aan in de gevel.

 

Samenhang in gevelvlak

De bouwvelden vormen een visueel geheel door het benadrukken van het gevelvlak. Dit kan door het volgen van dezelfde rooilijn, een doorlopende dakrand op de 4e bouwlaag, overeenkomsten in materialenpalet en gesloten hoeken.

 

Stoere & warme materialen

Een basis in rode (bijvoorbeeld strengpers-) baksteen, beton (mogelijk in verschillende bewerkingen en kleuren), eventueel aangevuld met houten delen en gekleurde kozijnen.

 

Herkenbare plint

De plint is architectonisch onderscheidend en toegankelijk vormgegeven.

 

Robuuste overgangen

De overgang tussen de woningen en openbare ruimte worden zorgvuldig vormgegeven. De vormgeving is passend bij het gebruik (privacy), het ruimtelijk beeld en in aansluiting op het NOP. Waar nodig kunnen deze overgangen worden uitgevoerd als gebouwde elementen, zoals muurtjes, stalen pergola en / of betonnen (zit)elementen.

 

Disclaimer

Tekst is leidend, referentiebeelden zijn ter illustratie

 

Ontwerpthema’s ‘Interieur’

De expressie van de machine en de inferieure kwaliteit van de machinekamers zijn het vertrekpunt voor de woningen binnenin de bouwvelden. Deze inspiratie vertaalt zich in herkenbare stoere volumes, de toepassing van industriële materialen en de toevoeging van industriële structuren die de overgang tussen woning en openbaar gebied betekenis geven.

 

De expressie van de machine

De volumes zijn bonkig en eenduidig vormgegeven. De eenvoudige vorm en gevel wordt aangevuld met een bijzondere materialisering die is gebaseerd op de materialen en verschijning van objecten en machines in de IJsselcentrale

 

Industriële structuren

Fijnmazige structuren van staal en beton geven vorm aan de overgang tussen de openbare ruimte en de woning en refereren aan de industriële structuren uit de IJsselcentrale.

 

Geleding & plint

De gevel is uitgevoerd in overwegend één materiaal. Verspringing in de massa en de verbijzondering van de plint kunnen aanleiding zijn om hiervan af te wijken.

Hier is aandacht voor een afwijkend materiaal en dieptewerking naar binnen of naar buiten d.m.v. een gebouwde structuur.

 

Industriële materialen als gevelaccenten

Geprofileerd aluminium en staal, geglazuurde baksteen en (keramische) tegels. Aangevuld met kleurrijke gevelelementen en betonnen elementen.

 

Margezones

Deze overgangen tussen woningen en openbare ruimte zijn bepalend voor het beeld en karakter van een woonbuurt. De Harculose stoep vormt de overgang met een bestrate zone waarin ruimte is voor persoonlijke expressie en gebruik. In deze zone wordt architectonisch vormgegeven met de toepassing van bijvoorbeeld een zitelement, een pergola of plantenbak. De bestrating wordt waar mogelijk integraal uitgevoerd om de eenheid van de verschillende ‘machinekamers’ te benadrukken. Aan de parkzijde markeert een gebouwd muurtje de overgang tussen terras en park. Dit lage muurtje volgt een formele lijn en begrenst de voormalige centrale vanuit het park. De overgangen in het hof zijn informeler en zoeken de uitwisseling tussen privétuinen en collectief gebied.

 

Figuur 2.2.4 | Kaartbeeld met margezones In de Centrale

 

Harculose stoep

De Zwolse variant van de delftse stoep; een stenige zone voor de woning als verlengstuk van de woning.

 

Overgang achtertuin-hof

Open karakter rondom de collectieve binnenhoven van de woonvelden met integratie van parkeren, bergingen en natuurinclusieve erfafscheidingen.

 

Architectonische overgang parkterras

Gebouwde lage muur ter afscheiding van de buitenruimte richting het Klimaatpark als integraal onderdeel van de architectuur.

 

Disclaimer

Tekst is leidend, referentiebeelden zijn ter illustratie

 

Disclaimer

De afbeeldingen geven het beeld van de hedendaagsheid en geometrische massa's maar vormen niet de uitwerking van de principes voor de gevelgeleding.

 

Figuur 2.2.5-6-7 | Schetsimpressies van het aanzicht vanaf de stadszijde, vanuit het Klimaatpark en vanuit de autovrije binnenstraat

 

De cultuurhistorie herleeft in een hedendaags woonmilieu met verwijzingen in de materialen, elementen en structuren.

 

2.3 Tussen de Dijken

 

Deelgebied Tussen de Dijken wordt letterlijk ingekaderd tussen de dijken. Hier ervaar je vanaf de dijk de weidse blik over het rivierenlandschap met vergezichten over de afbuigende IJssel, de uiterwaarden en de plaatsen aan de overkant. Achter de dijk beleef je juist de beschutting van de dijk tegen water, weer en wind. Hier zijn de materialen van dit rivierenlandschap dichtbij: het spiegelende water met het wuivende riet en het zand, de klei en de keien aan de oevers. Deze natuurlijke elementen worden aangevuld met de industriële objecten zoals meerpalen en de steigers van de insteekhavens. De woonbuurt Tussen de Dijken laat zich inspireren door deze kenmerken van het IJssellandschap: de materialen en het samenspel tussen weids landschap en geborgen plekken.

 

Figuur 2.3.1 | Palet van materialen uit het IJssellandschap

 

Tussen de Dijken loopt het IJssellandschap door in een robuuste groenstructuur. De woningen zijn gericht op de omringende dijk, het centrale Klimaatpark en de groene hoven. De stedenbouwkundige opzet Tussen de Dijken volgt de organische lijnen van het landschap, met een kleinere korrel en verspringende rooilijnen en zichtlijnen. De verschillende woningtypes onderscheiden zich van elkaar door hun wisselende relatie tussen woning en landschap.

 

Binnen de structuur Tussen de Dijken zijn twee typen woningen te onderscheiden aan de hand van hun relatie met het IJssellandschap. De woningen langs de dijk positioneren zich aan het weidse rivierenlandschap. Dit vertaalt zich in typologiën met woonfuncties op de verdieping en een architectuur die hier expressie aan geeft.

 

De woningen in het geborgen landschap oriënteren zich op het Klimaatpark, de groene hoven of de woonstraten. Deze woningen reageren typologisch en architectonisch op de relatie met deze openbare ruimtes. Hier is sprake van een gelaagde overgang tussen woning en landschap op maaiveld. De architectonische expressie bepaalt de relatie tussen woning en het nabije en geborgen landschap.

 

 

Figuur 2.3.2 | Woningen Tussen de Dijken worden gedefinieerd door hun relatie met het geborgen of het weidse landschap

 

De natuurlijke materialen uit het IJssellandschap zijn inspiratie voor de architectuur en materialisatie van de woningen Tussen de Dijken. Het vormt een palet van warme aardse kleuren baksteen, aangevuld met natuurlijke houten elementen. De warme tint van de IJsselsteen heeft een directe connectie met de locatie door de vroegere aanwezigheid van verschillende steenfabrieken.

 

De stedenbouwkundige korrel verkleurt van individuele verspringende woningen aan het Klimaatpark, naar samengestelde rijwoningen langs de groene hoven en de autonome volumes langs de dijk. Aan het weidse landschap vormen de gebouwen een stevige rand met onderlinge samenhang in aansluiting op de twee appartementgebouwen die als sculpturale accenten aan de kop van het Klimaatpark staan.

 

Ontwerpthema’s ‘Weids’

De relatie tussen woning en het weidse landschap komt tot uiting in verschillende ontwerpthema’s. Ten eerste stolt de zichtrelatie op het landschap in een architectonische kijker in de gevel, die richting en uitdrukking geeft aan de typologie. De terrassen op hoogte zijn onderdeel van de architectuur. De nadruk op de woonverdieping betekent ook de opgave om de plint een vriendelijke uitstraling te geven. Dit vraagt om een passende uitwerking van de aansluiting op de openbare ruimte met een herkenbare entree in combinatie met een inpandige berging en parkeren. Het materialenpalet gaat uit van aardse tinten baksteen met hout als contrasterende materiaal per woning. In aanvulling op de grondgebonden woningen heeft het ontwerpthema weids ook betrekking op de appartementen. Het appartementengebouw heeft een sculpturaal karakter en positioneert daarmee in het weidse landschap.

 

De Kijker & de woonverdieping

In de gevel wordt uiting gegeven aan de zichtrelatie tussen woningtypologie en het IJssellandschap in de vorm van een architectonische kijker op de eerste verdieping.

 

Vriendelijke plint

Het programmatische en architectonische zwaartepunt ligt op de 1e verdieping. De plint wordt aantrekkelijk vormgegeven met warme materialen en een herkenbare entree.

 

Terrassen

Buitenruimtes op verschillende hoogtes, aansluitend op de typologie. De terrassen op hoogte zijn onderdeel van de massa en de architectuur.

 

Natuurlijke materialen

Palet van aardse kleuren en materialen. Een basismateriaal van geel tot bruine gemêleerde baksteen en houten geveldelen van verschillende bewerkingen.

 

Appartementen: Sculpturaal accent

Heldere hoofdvorm met een integraal samenspel van massa en buitenruimtes. Gezamenlijk vormen ze een sculpturaal en alzijdig geheel.

 

Appartementen: natuurlijke overgang naar park

Buitenruimtes aan het park zijn zorgvuldig vormgegeven en onderdeel van de archtitectuur. Vanuit de gebouwde vorm wordt beschutting gecreëerd.

 

Disclaimer

Tekst is leidend, referentiebeelden zijn ter illustratie

 

Ontwerpthema’s ‘Geborgen’

De woningen aan het geborgen landschap hebben een uitgesproken en gelaagde archi-tectonische uitwerking van de plint die de verbinding tussen woning en landschap vorm-geeft. Dit komt niet alleen tot uiting in de architectuur, maar ook in de natuurinclusieve erfafscheidingen. De massa van deze woningen loopt trapsgewijs af richting de openbare ruimte. Het materialenpalet bestaat eveneens uit warme aardse materialen.

 

De Plint & het maaiveld

De overgang tussen woning en maaiveld wordt gebouwd vorm gegeven als verlengstuk van de woning richting de openbare ruimte. Dit kan in de vorm van bijvoorbeeld een uitbouw, veranda of pergola, afhankelijk van oriëntatie aan de openbare ruimte en typologie.

 

Verspringingen in massa en/of gevel

De drielaagse woningen hebben, afhankelijk van de oriëntatie, een verspringing in de massa richting het openbaar gebied of collectieve hof.

 

Natuurinclusieve overgangen

De overgangen tussen tuinen en openbaar gebied in de hoven worden natuurlijk vormgegeven met beplanting en/of natuurinclusieve erfafscheidingen.

 

Natuurlijke materialen

Palet van aardse kleuren en materialen. Een basismateriaal van geel tot bruine gemêleerde baksteen en houten geveldelen van verschillende bewerkingen. Binnen de volumes worden verschillende materialen gecombineerd.

 

Disclaimer

Tekst is leidend, referentiebeelden zijn ter illustratie

 

Margezones

Tussen de Dijken zijn de overgangen natuurlijk vormgegeven. Langs het Klimaatpark betekent dat een lage afscheiding van natuurlijke materialen en organische vormen met natuurinclusieve waarde. Aan de groene hoven bestaat die overgang uit een architectonisch element zoals een terras, een pergola of veranda gemaakt van hout. De Harculose stoep vormt de overgang tussen de woningen en het openbaar gebied langs de straten. Aan de dijkzijde hebben de woningen een dijktuin op maaiveld, omzoomd met een haag.

 

Figuur 2.3.3 | Kaartbeeld van de margezones Tussen de Dijken

 

Harculose stoep

De lokale variant van de delftse stoep; een stenige zone voor de woning als verlengstuk van de woning.

 

Natuurinclusieve overgang

Erfafscheiding met natuurinclusieve waarde en uitstraling, en opgebouwd uit natuurlijke materialen.

 

Parkterras

Een gebouwde overgang als integraal onderdeel van de architectuur van de woning, bijvoorbeeld een pergola of veranda.

 

Dijkterras

Kleine (secundair) terras onderaan de dijk, geïntegreerd met het dijklandschap.

 

Parkeren in eigen tuin

Zorgvuldige inpassing en integratie van woning, tuin, parkeren en berging.

 

Disclaimer

Tekst is bindend, referentiebeelden zijn ter illustratie

 

Disclaimer

De afbeeldingen geven het beeld van de hedendaagsheid en geometrische massa's maar vormen niet de uitwerking van de principes voor de gevelgeleding.

 

Figuur 2.3.4 | Schetsimpressie met de woningen aan het geborgen groen van de uitlopers van het Klimaatpark richting de dijk

 

Figuur 2.3.5 | Schetsimpressie van de woningen langs de dijk met uitzicht op het weidse IJssellandschap

 

De woningen ontlenen hun architectonische expressie aan hun relatie met het weidse of het geborgen landschap.

 

2.4 De Uitspanning

 

Het gebouwde ensemble van de Hijshal, het Dienstengebouw, het Magazijn en het Koel-waterhal vormt de Uitspanning en is het fysiek overgebleven deel van de voormalige IJssel-centrale. De waarde van de architectuur en ensemblewerking is belangrijk en uniek voor de plek zoals ook beschreven in de Cultuurhis-torische Waardestelling door Het Oversticht (2023). De cultuurhistorische en architectonische waarde is beschreven in de Cultuurhistorische waardestelling. Dit erfgoed wordt bestemd met nieuwe functies rondom cultuur, horeca, werken en bijzonder wonen. De unieke uitstraling van het erfgoed in combinatie met de reuring als gevolg van de toegevoegde functies en culturele relevantie maakt deze plek levendig en uniek en het hart van de wijk.

 

Op de Uitspanning komen landschap, erfgoed en kunst samen. Het landschap zet zich vanuit de Energietuin voort langs de dijk, de entree-route en watergang, en het ontmoetingsplein te midden van de het erfgoed ensemble. Het ensemble vormt de herkenbare herinnering aan de voormalige IJsselcentrale als casco voor nieuwe functies. De toevoeging van kunst in de openbare ruimte verankert het programma van RAW in de openbare ruimte. Het openbaar gebied krijgt hiermee extra betekenis voor de gehele woonwijk. De zuidelijke steiger wordt onderdeel van het cultureel programma rondom de Uitspanning. Op de zuidelijke steiger kan een kleinschalig volume (A) worden gerealiseerd als artist-in-residence. Het sculpturale volume en de architectonische uitwerking zijn een hedendaagse toevoeging aan de bestaande cultuurhistorische waarden.

 

 

De Hijshal, het Dienstengebouw en het Magazijn (boven) en de Koelwaterhal (beneden)

 

Figuur 2.4.1 | Betekenis van de Uitspanning in relatie tot het landschap, de centrale en kunst

 

De ruimtelijke relaties binnen de Uitspanning zijn een vertaling van de stedenbouwkundige betekenis die het gebied heeft binnen Nieuw Harculo en de onderlinge samenhang tussen openbare ruimtes en gebouwen. In de openbare ruimte bevinden zich verschillende focuspunten. Centraal, omsloten door het erfgoed, bevindt zich het levendige plein waar de entrees van BOEi, de Hijshal en de tentoonstellingsruimte in het Koelwatergebouw (RAW) aangrenzen. Het doorzicht door de Hijshal is een belangrijke ruimtelijke relatie tussen het plein en het park en wordt behouden. Dat geldt ook voor de opengewerkte hoek van de Hijshal waar de centrale ooit aan hechtte. Deze hoek is beeldbepalend gezien vanuit de woonbuurt.

 

Kunst van RAW

 

Cultuur

 

Figuur 2.4.2 | Kaartbeeld van de ruimtelijke relaties op de Uitspanning

 

2.4.1 Ontwerpuitgangspunten voor het Atelier

 

Historische context

Gebouw onderdelen verwijzen naar de voormalige spoorbaan. Werkplein elementen zijn onderdeel van de monumentale uitstraling van het atelier gebouw en tevens een verwijzing naar de industriële kwaliteit van de plek.

 

Natuurinclusieve architectuur

Vergroening en ecologie zijn een integraal onderdeel van de architectuur van het gebouw.

 

Eenvoudig materiaalgebruik

Materiaaleigen kleurgebruik draagt bij aan de monumentale eenvoud en uitstraling van het ateliergebouw als onderdeel van het gebouwensemble.

 

Functioneel gebouw

Gevelopeningen zijn functioneel geplaatst en logisch onderdeel van van de gevelindeling en het dak.

 

Disclaimer

Tekst is bindend, referentiebeelden zijn ter illustratie

 

Ensemble

Schaal en maat van het atelier gebouw vormt onderdeel van het gebouw ensemble van de centrale.

 

 

2.4.2 Ontwerpuitgangspunten voor de artist-in-residence

 

  • 1.

    Op de zuidelijke steiger kan een kleinschalig volume (A) worden gerealiseerd als artist-in-residence. Het sculpturale volume en de architectonische uitwerking zijn een hedendaagse toevoeging aan de bestaande cultuurhistorische waarden.

  • 2.

    Kleur en materiaalgebruik dienen passend in de omgeving te zijn, niet reflecterend en van natuurlijke aard. Denk daarbij aan hout, steenachtig materiaal of andere natuurlijke matte materialen.

  • 3.

    Het gebouw dient op te gaan in haar omgeving en passend in het natuurgebied en de wijk te worden gerealiseerd.

  • 4.

    Natuurinclusieve maatregelen zoals bijvoorbeeld een grinddak/groen dak en nestkasten worden daarbij verplicht gesteld.

  • 5.

    Door de positionering van het gebouw wordt de openbare toegang tot de steiger onmogelijk gemaakt.

Figuur 2.4.3 | Zoeklocatie artist-in-residence (A)

 

Figuur 2.4.4 | Vogelvluchtbeeld van de zuidelijke steiger

 

2.5 De Energietuin

 

De Energietuin vormt een hedendaags landgoed dat is samengesteld uit een lappendeken van landschappelijke en industriële elementen. Belangrijke landschappelijke elementen zijn de kolk, het robuuste groen en de watergang, van elkaar gescheiden door een rationeel netwerk van dijkjes. Deze dijkjes versterken het idee van een lappendeken van verschillende elementen. De zendmast en de schakelstation hebben een uitgesproken industrieel karakter gekenmerkt door de open stalen structuren.

 

Binnen het lappendeken van de Energie-tuin kan gewoond worden in volumes die zich alzijdig oriënteren op het landschap en zich onderscheiden als objecten in dat landschap. De gebouwen staan vrij in het landschap en de gevels hebben een alzijdige kwaliteit. Het alzijdige karakter wordt versterkt door buitenruimtes rondom. Hierin zijn elementen geïnspireerd op natuurlijk materialen of industriële fijnmazige structuren.

 

Figuur 2.5.1 | Palet van elementen en landschapselementen in de Energietuin

 

 

Vrijstaande objecten in het landschap

De volumes worden omgeven door het landschap en verhouden zich daartoe door een alzijde oriëntatie.

 

Figuur 2.5.2 | Vogelvluchtbeeld van de Energetuin

 

Alzijdige oriëntatie

Herkenbare volumes met rondom relaties richting het landschap.

 

Architectonische overgangen

Integrale vormgeving van buitenruimtes die de woning verbinden met het landschap. Open structuren vergroten de diffuse overgang.

 

Figuur 2.5.3 | Bebouwing als vrijstaande objecten in het landschap in de Energietuin

 

2.6 Stalenkaart Nieuw Harculo

 

 

2.7 Essentiekaart ontwikkelvelden Nieuw Harculo

 

Figuur 2.7.1 | Essentiekaart ontwikkelvelden Nieuw Harculo

 

2.8 Voorkantgebied bouwwerken

 

Figuur 2.8.1 | Voorkantgebied bouwwerken Nieuw Harculo

Naar boven