Gemeenteblad van Kampen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kampen | Gemeenteblad 2026, 30859 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kampen | Gemeenteblad 2026, 30859 | beleidsregel |
Nota reserves en voorzieningen gemeente Kampen
De raad van de gemeente Kampen;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 december 2025, kenmerk 83800-2025,
gelet op het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de Financiële verordening gemeente Kampen,
besluit vast te stellen de navolgende
1.2 Inhoud en strekking van deze nota
2. Begripsbepaling en beleidskaders
3.3 Verschillen tussen reserves en voorzieningen
4. Reserves en voorzieningen in de P&C cyclus
5. Heroverweging reserves en voorzieningen
5.1 Huidige reserves en voorzieningen
Bijlage I: Relevante wet- en regelgeving
Bijlage II: Overzicht reserves
Deze nota is opgesteld op grond van artikel 212 van de Gemeentewet en artikel 15 van de Financiële verordening van de gemeente Kampen. De nota biedt beleidskaders voor het instellen, voeden, aanwenden en opheffen van reserves en voorzieningen. Zij dient als kaderstellend document voor de gemeenteraad en als richtlijn voor het college van burgemeester en wethouders. De nota wordt vierjaarlijks geactualiseerd.
Belangrijkste uitgangspunten (samenvattend)
De nota Reserves en Voorzieningen is bedoeld voor de kaderstellende rol van de raad en vormt het raamwerk waarbinnen het college van Burgemeester en Wethouders met reserves en voorzieningen dient om te gaan.
Reserves en voorzieningen zijn van belang voor de financiële stabiliteit van de gemeente. Het is daarom belangrijk dat er sprake is van een goed inzicht in de ontwikkeling hiervan. Het inzicht wordt verschaft via de planning en control cyclus (o.a. in de begroting en de jaarrekening). Een goede kaderstelling wordt verkregen door het vastleggen van spelregels. We streven naar een structureel gezonde financiële uitgangspositie.
De Financiële verordening gemeente Kampen - op basis van artikel 212 van de Gemeentewet - vormt de basis voor de gemeentelijke kaders omtrent Reserves en Voorzieningen. In artikel 15 van de Financiële verordening staat onder ander dat het college van Burgemeester en wethouders ten minste eens in de vier jaar de raad een geactualiseerde nota reserves en voorzieningen aanbiedt.
1.2 Inhoud en strekking van deze nota
De nota Reserves en voorzieningen behandelt de kaders voor:
Alle hogere wet -en regelgeving, zoals de gemeentewet (GW), het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de stellige uitspraken van de commissie BBV die bindend zijn, zijn van toepassing op het beleid van de gemeente. Deze wettelijke regels zijn niet allemaal aangehaald, aangezien deze prevalerend zijn. Bij een aantal onderdelen zijn de BBV-voorschriften ter verduidelijking vermeld.
In bijlage 1 is relevante wet- en regelgeving opgenomen die betrekking heeft op reserves en voorzieningen.
2. Begripsbepaling en beleidskaders
In deze nota wordt verstaan onder:
De algemene reserve is in principe vrij inzetbaar. Naast het wettelijk verplicht verrekenen van het jaarresultaat met de algemene reserve vormt deze reserve een buffer voor financiële tegenvallers en onvoorziene risico’s. Voor zover de algemene reserve groter is dan nodig voor de normale functie van opvang van fluctuaties en risico’s c.q. tegenvallers, kan deze worden ingezet voor de dekking van investeringen of incidentele lasten. Risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd worden gedekt door de algemene reserve. Er bestaat een directe relatie tussen de risico’s die de gemeente loopt en het minimaal noodzakelijk aan te houden buffervermogen (zie paragraaf risicomanagement en weerstandsvermogen). De algemene reserve kan ingezet worden om incidentele begrotingstekorten op te vangen, waarbij het duurzaam begrotingsevenwicht moet worden gewaarborgd.
Daarnaast is het mogelijk het surplus van de algemene reserve - dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit)- als structureel dekkingsmiddel in te zetten. Van dit vrij besteedbare deel (surplus) kan met ingang van 1 januari 2024 jaarlijks maximaal 10% worden ingezet voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. De inzet van het surplus algemene reserve (= vrije reserve) wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld en is daarmee ook een uitzondering dat reservemutaties incidenteel zijn. Het weerstandsvermogen moet naar het oordeel van de toezichthouder voldoende zijn. Dit betekent dat het moet zijn gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie.
Voor de algemene reserve geldt dat er geen wettelijke vereisten zijn aan het minimumniveau.
Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Deze reserves mogen alleen besteed worden aan de doelen die daaraan door de gemeenteraad zijn toegekend. De reserve is in de regel van een bepaalde omvang en kan tijdelijk van aard zijn. Wanneer realisatie niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt kan deze worden opgeheven. De gemeenteraad kan de bestemming van een reserve nadien ook weer aanpassen.
Een gezonde financiële positie betekent onder meer dat inkomsten en uitgaven met elkaar in evenwicht zijn en budgetten reëel (volledig, realistisch en haalbaar) worden begroten. Dit is structureel en reëel begrotingsevenwicht.
Voor het verkrijgen van een structureel gezonde financiële positie hanteren we een tweetal uitgangspunten:
Het is wettelijk vastgelegd dat gemeenten, provincies en waterschappen jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moeten opstellen. Voor gemeenten en provincies is de regelgeving hieromtrent vastgelegd in het Besluit begroting en verantwoording (BBV). In het BBV is opgenomen dat er een commissie is met als taak zorg te dragen voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV.
Het eigen vermogen is het verschil tussen de activa en het vreemd vermogen van de gemeente. Het eigen vermogen van de gemeente op de balans bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en uit het gerealiseerde resultaat van het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het gerealiseerde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen in de balans als onderdeel van het eigen vermogen.
Reserves hebben een vijftal functies:
Reserves kunnen worden ingesteld voor de betaling van investeringen;
Reserves kunnen worden ingesteld om te reserveren voor toekomstige (incidentele) uitgaven voor een bepaald doel;
Reserves kunnen worden ingesteld om onvoorziene tegenvallers en exploitatietekorten op te kunnen vangen;
Reserves kunnen worden ingesteld om structurele lasten te dekken in de programmabegroting (bijv. reserve ter dekking kapitaallasten).
Reserve kan worden ingezet om tarieven over een reeks van jaren gelijkmatig te laten stijgen in plaats van schoksgewijs.
De reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij te besteden zijn.
In artikel 43, lid 1 van het BBV worden de reserves onderscheiden naar:
Bij de bestemmingsreserves dient onderscheid te worden gemaakt in:
Beide reserves maken geen onderdeel uit van de het weerstandsvermogen.
Daarnaast zijn er nog de zogenaamde stille reserves. Deze stille reserves zijn niet zichtbaar op de balans. Stille reserves vertegenwoordigen het verschil in de waarde van bezittingen in het economisch verkeer en de waarde waarvoor deze bezittingen op de balans moeten worden opgenomen. De verslaggevingsvoorschriften schrijven namelijk voor dat alleen waardering tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs of (duurzaam) lagere marktwaarde is toegestaan. Het is niet toegestaan activa te herwaarderen naar waarde in het economisch verkeer.
Stille reserves kunnen daardoor pas ingezet worden indien de betreffende bezitting wordt verkocht. In het BBV is bepaald dat activa waarvan de bestemming verandert, de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans wordt opgenomen. Op dat moment wordt de stille reserve zichtbaar.
Op dit taakveld worden alle toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves geboekt. Op dit taakveld mag alleen worden geboekt op de economische categorie ‘mutatie reserves’. Dit taakveld verduidelijkt het inzicht in de mutatie van de reserves die via de resultaatsbestemming naar de betreffende reserves (is een balansboeking) worden geboekt.
Het vreemd vermogen bestaat uit het totaal aan derden verschuldigde bedragen (o.a. leningen) en de voorzieningen, te betalen bedragen aan crediteuren etc.
Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (verplichtingen) van de gemeente. Dit betekent dat in tegenstelling tot reserves de vorming, voeding en aanwending van voorzieningen niet vrij is. Tegenover voorzieningen staan namelijk verplichtingen. In het BBV is specifiek aangegeven in welke gevallen een voorziening moet worden gevormd. De gemeenteraad heeft dan ook veel minder beleidsmatige bewegingsvrijheid bij voorzieningen dan bij reserves.
Bij een voorstel voor instelling van een bestemmingsreserve wordt ten minste aangegeven:
Voeding van een (bestemmings)reserves vindt plaats via de resultaatbestemming. Toevoegingen en onttrekkingen kunnen plaatsvinden op grond van de door de raad vastgestelde begroting.
Bestemmingsreserves mogen niet negatief staan.
Bij het opheffen van een reserve wordt een resterend saldo toegevoegd aan de algemene reserve. De looptijd wordt in principe weergegeven in bijlage 2. Het opheffen van een reserve is een bevoegdheid van de raad.
Aan de algemene reserve en bestemmingsreserves wordt geen rentevergoeding toegevoegd, uitgezonderd de reserve ter dekking van kapitaallasten Reevedelta en andere nog in te stellen reserve ter dekking van kapitaallasten en de reserve sluizen Kornwerderzand.
Voorzieningen worden gevormd (wettelijke bepaling) wegens:
Als er sprake is van een van de situaties uit artikel 44 BBV, is de raad verplicht om een voorziening in te stellen.
De voorzieningen gevormd voor de van derden verkregen middelen, die specifiek besteed moeten worden aan dat doel, geschieden op basis van het door de gemeenteraad genomen besluit tot het instellen van een voorziening.
De mogelijkheid kan zich voordoen dat er ook risico’s bestaan, waarvan geen inschatting gemaakt kan worden van de mogelijk omvang. Denk bijvoorbeeld aan ondernemersrisico’s en open-einde regelingen. Hiervoor kunnen dan geen voorzieningen worden gevormd. In deze gevallen schrijft het BBV voor dat we dit soort risico’s moeten kwantificeren en opnemen in de verplicht voorgeschreven paragraaf Weerstandsvermogen. De algemene reserve kan dan in dit geval als dekking/buffer dienen.
In Kampen wordt binnen de voorzieningen het volgende onderscheid gemaakt:
Toevoegingen aan voorzieningen komen als last in de begroting en de jaarrekening. De aanwending van de voorziening wordt rechtstreeks ten laste van de voorziening geboekt.
Onder bijlage 3 is aangegeven hoe de hoogte van de specifieke voorziening wordt bepaald. De omvang van die voorzieningen is gelijk aan de achterliggende verplichtingen of risico’s. Mutaties in voorzieningen wegens toevoegingen of door vrijval, vloeien dus uitsluitend voort uit het aanpassen aan een nieuw noodzakelijk niveau. De overige mutaties bestaan alleen uit verminderingen wegens aanwending voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld.
Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan (artikel 45 BBV), tenzij de voorziening berekend is op contante waarde.
Onttrekkingen aan de voorzieningen zijn een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. De onttrekkingen (facturen) zijn gebaseerd op een (onderhouds-)plan.
Indien een van de voorwaarden onder 1 is komen te vervallen. Het opheffen is een bevoegdheid van de raad.
Verschillen tussen reserves en voorzieningen
In onderstaande tabel zijn de belangrijkste verschillen tussen reserves en voorzieningen in beeld gebracht.
3.3 Verschillen tussen reserves en voorzieningen
*) Wanneer voor de egalisatie van de lasten geen onderbouwing aanwezig is in de vorm van een meerjaren(onderhouds)planning, dan mag er geen voorziening gevormd worden. In een dergelijke situatie wordt veelal besloten om de middelen door middel van een reserve op te bouwen.
In hoofdstuk 1.1 is verwoord dat er vierjaarlijks een nota reserves en voorzieningen & weerstandscapaciteit opgesteld moet worden. In de Financiële verordening (artikel 212 GW) is door de raad mede bepaald dat er een nota risicomanagement & weerstandsvermogen opgesteld moet worden waarin tenminste het beleid behandeld wordt ten aanzien van:
Op grond van het BBV moet zowel in de beleidsbegroting als in het jaarverslag een paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing worden opgenomen. Deze paragraaf bevat in elk geval de volgende onderdelen:
Onderstaand figuur maakt de verbinding zichtbaar tussen de nota reserves en voorzieningen & weerstandscapaciteit en de nota risicomanagement & weerstandsvermogen.
Door middel van een goed systeem van risicomanagement kan worden bereikt dat de kans op het zich voordoen van onvoorziene tegenvallers afneemt. Maar als het nemen van risico’s onvermijdelijk of de beste keus is, dan moeten er maatregelen getroffen worden ter beantwoording van de vraag “hoe met deze risico’s omgegaan moet worden”.
Daarbij kan de aanwezige financiële weerstandscapaciteit als laatste achtervang dienen. Deze weerstandscapaciteit wordt gevormd door alle vrije middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken. Deze kunnen aangewend worden ter dekking van de niet begrote kosten. Verliezen die op een andere manier, bijvoorbeeld via verzekering of voorziening/reservering, financieel zijn ondervangen vallen daar niet onder.
Voor de bepaling van de weerstandscapaciteit wordt onder meer gekeken naar de aanwezige algemene reserves. Het gaat hierbij om de vrij aanwendbare middelen. Daarnaast wordt de post “Onvoorzien” in de berekening meegenomen.
Tot de weerstandscapaciteit kunnen, gezien de bovengenoemde kaderstelling, de volgende reserves worden gerekend:
Bij de bepaling van de omvang van de weerstandscapaciteit kunnen naast deze reserves ook andere elementen worden meegenomen (o.a. onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien).
Door middel van risicomanagement worden risico’s systematisch geïdentificeerd, geanalyseerd en geëvalueerd ter voorkoming van de oorzaken en/of het beperken van ongewenste gebeurtenissen.
Het management maakt de afweging tussen het accepteren dat sommige risico’s er zijn en zich voor kunnen doen of het willen voorkomen/beperken van risico’s door bijvoorbeeld procesinhoudelijke maatregelen te nemen of door het aanleggen van een financiële buffer.
In de afzonderlijke nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen is het risicomanagement binnen de gemeente Kampen nader uitgewerkt. Daarnaast wordt de relatie (verhouding) tussen de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit, zijnde het weerstandsvermogen, in beeld gebracht.
4. Reserves en voorzieningen in de P&C cyclus
Bij het opstellen van de begroting en meerjarenraming worden de reserves en voorzieningen integraal beoordeeld en worden de meerjarige onttrekkingen en toevoegingen geactualiseerd. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de noodzaak voor het aanhouden van de reserves en voorzieningen, de omvang en de (meerjarige)ontwikkeling hiervan. Daarnaast wordt beoordeeld of het noodzakelijk is om nieuwe reserves of voorzieningen in te voeren. Een meerjarig overzicht van de reserves en voorzieningen wordt in de programmabegroting op totaalniveau opgenomen in de geprognosticeerde balans, alsmede in een ‘Overzicht reserves en voorzieningen’
Mutaties op reserves vereisen de instemming van de gemeenteraad. De gemeenteraad keurt met het vaststellen van de begroting de voorgenomen onttrekkingen en stortingen in de reserves goed. De vaststelling van de begroting kan een begrotingswijziging tot gevolg hebben die in de financiële administratie wordt doorgevoerd.
Tussentijdse wijzigingen op reserves en voorzieningen worden gerapporteerd in de bestuursrapportage, slotwijziging of individuele raadsvoorstellen voor de bijstelling van de begroting. Na goedkeuring door de gemeenteraad wordt de begroting hierop aangepast.
In de jaarrekening wordt in de toelichting op de balans per reserve en per voorziening het verloop gedurende het jaar weergegeven. Daarnaast wordt een korte toelichting gegeven op de mutaties die in enig jaar zijn opgenomen. Door de vaststelling van de jaarrekening door de gemeenteraad vindt vaststelling plaats van de gerealiseerde onttrekkingen en stortingen in reserves en voorzieningen.
De algemene reserve en de reserve grondbedrijf vormen een onderdeel van de berekening van het weerstandsvermogen. De overige reserves worden niet meegenomen in de bepaling van het weerstandsvermogen omdat hier een bestemming aan ten grondslag ligt.
5. Heroverweging reserves en voorzieningen
5.1 Huidige reserves en voorzieningen
Allereerst geven we aan welke reserves en voorzieningen we hebben per 1 januari 2026 (bron: Programmabegroting 2026).
Stand van de reserves per 1 januari 2026
|
Bestemmingsreserve maatschappelijke opvang huisvestingsopgaven |
|
Per reserve is in de bijlage de nadere onderbouwing per reserve opgenomen. De bovenstaande reserves geeft de stand aan die is opgenomen in de begroting 2026. Hierin is nog niet verwerkt het raadsbesluit van oktober 2025 bij de Bestuursrapportage 2025 waarin de dividendontvangst van Kampereiland van € 181 miljoen is toegevoegd aan de algemene reserve.
Onderstaand zijn de voorzieningen opgenomen, ook die zijn in de bijlagen nader onderbouwd per voorziening.
In de onderstaande tabel hebben we de heroverwegingen opgenomen. De criteria om een reserve te heroverwegen zijn:
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van de openbare raadsvergadering van 22 januari 2026.
De raad van de gemeente Kampen,
M.E. Veldhoen,
griffier
S. de Rouwe,
voorzitter
Bijlage I: Relevante wet- en regelgeving
Besluit Begroting en Verantwoording
Het overzicht van baten en lasten in de begroting bevat:
De toelichting op het overzicht van baten en lasten bevat ten minste:
De toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat ten minste:
Bijlage II: Overzicht reserves
|
Aanwenden ter dekking van de uitvoering van de Woonvisie 2016-2021 |
|
|
Ter dekking van de uitgaven voor projecten in het kader van de Woonvisie 2016-2021. |
|
|
Aanwenden ter dekking van een drietal projecten: Slenke Es, Straatbeeld plus en Meerwerk Parkeergarage Buitenhaven. |
|
|
Hiervan € 1,9 miljoen overboeken naar Algemene Reserve ter versterking van de weerstandscapaciteit. Voor het overige wordt een plan opgesteld. |
|
|
Door koerswijziging naar permanente sociale woningbouw kan deze reserve worden opgeheven en € 900.000 naar de algemene reserve worden overgeboekt. |
|
Bijlage III: Overzicht voorzieningen
|
Saldo wordt jaarlijks op basis van risico inschatting (afgezet tegen het totaal aan openstaande vorderingen) bepaald. |
|
|
Dotatie vindt plaats als de voorziening onder het benodigde saldo uitkomt. |
|
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-30859.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.