Gemeenteblad van Lelystad
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lelystad | Gemeenteblad 2026, 302979 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lelystad | Gemeenteblad 2026, 302979 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Laat-het-doen-isolatie
Hoofdstuk 1: Definitiebepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
GVvE: gemengde vereniging van eigenaars, zijnde een vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, ten behoeve van één of meerdere gebouwen waarin zich naast één of meer verhurende eigenaars ten minste één woning van een eigenaar-bewoner bevindt.
Maatwerkadvies: een advies op maat van een vakbekwaam energieprestatieadviseur met betrekking tot één of meer slecht geïsoleerde woningen, over de mogelijke energiebesparende isolatiemaatregelen, waar nodig in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, en de daarmee te behalen mate van energiebesparing.
een woning van een eigenaar-bewoner met een energielabelklasse D, E, F, G of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn gelet op de criteria van de bijlage:
Soortenmanagementplan: een gebiedsgericht ecologisch plan van de gemeente Lelystad waarin maatregelen zijn opgenomen ter bescherming van wettelijk beschermde diersoorten, op basis waarvan – indien vastgesteld en in werking getreden - (gemengde) verenigingen van eigenaars en particuliere woningeigenaren werkzaamheden aan bestaande woningen – waaronder het na‑isoleren en verduurzamen – rechtmatig kunnen laten uitvoeren zonder afzonderlijke soortenonderzoeken, ontheffingen of vergunningen.
Thermische schil: de verzameling bouwdelen van een woning of een gebouw waarvoor een GVvE of een VvE bestaat, die het geconditioneerde binnenklimaat scheiden van de buitenomgeving of onverwarmde zones, zoals buitenmuren, daken, vloeren, ramen en deuren, met als doel warmte- en energie-uitwisseling te beperken.
het door een bouwinstallatiebedrijf uitvoeren van een maatregel als bedoeld in artikel 7, onderdeel a of onderdeel b, (i) overeenkomstig een offerte zoals bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel d of artikel 24, tweede lid, onderdeel c wanneer de aanvraag vooraf is ingediend, dan wel (ii) blijkens een factuur ingeval de aanvraag achteraf is ingediend zoals bedoeld in de artikel 32 of 33; of
Voorgenomen maatregelen: de maatregelen die bij de indiening van de subsidieaanvraag nog uitgevoerd dienen te worden, te weten de energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 7, onderdeel a, waar nodig in samenhang met de energiezuinige ventilatiemaatregelen als bedoeld in artikel 7, onderdeel b.
Woning: woongelegenheid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet, waaronder tevens wordt begrepen een appartement, en als zodanig bewoond is geweest alvorens een renovatie plaatsvindt en in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen met een woonfunctie is geregistreerd
De begripsomschrijvingen in artikel 1 van de ASVL zijn onverkort van toepassing op de begrippen die in deze subsidieregeling worden gebruikt.
Hoofdstuk 2: Doel en toepassingsbereik
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de subsidieverstrekking door het college, in overeenstemming met de ASVL, waarbij de subsidie moet worden beschouwd als een incidentele financiële bijdrage voor de doelgroep ter verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma.
Artikel 3 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidie is om woningen die slecht geïsoleerd zijn, en op peildatum 1 januari 2024 een WOZ-waarde hebben die lager is dan 477.000 Euro, te verduurzamen door het laten uitvoeren van energiebesparende isolatiemaatregelen, waar nodig in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, en desgewenst gebaseerd op maatwerkadvies.
Hoofdstuk 4: Algemene subsidiebepalingen
Artikel 7 Maatregelen die voor subsidie in aanmerking komen
Een subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor na de ingangsdatum van deze regeling uitgevoerde maatregelen, te weten:
Artikel 8 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen de in redelijkheid gemaakte kosten in aanmerking die direct zijn verbonden met de uitvoering van een maatregel als bedoeld in artikel 7.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling geldt een subsidieplafond van 3.500.000 Euro (3,5 miljoen Euro).
Hoofdstuk 5: Subsidieverstrekking ten behoeve van een GVvE of een VvE
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de subsidieverstrekking ten behoeve van een GVvE of een VvE.
Na de subsidieverlening als bedoeld in artikel 15 wordt de subsidie in één keer overgemaakt aan de aanvrager, tenzij het college bij de verleningsbeschikking anders heeft bepaald.
Artikel 18 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger die subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling is, onverminderd het bepaalde in artikel 14 ASVL, verplicht om:
Hoofdstuk 6: Subsidieverstrekking ten behoeve van een eigenaar-bewoner
Na de subsidievaststelling als bedoeld in artikel 24 wordt de gehele subsidie in één keer uitbetaald.
In de vaststellingsbeschikking als bedoeld in artikel 24 kan de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die bij beschikking aan de subsidie zijn verbonden.
Het college kan de bepalingen uit deze subsidieregeling (deels) buiten toepassing laten of daarvan afwijken, als naar het oordeel van het college in bijzondere individuele gevallen de toepassing van de desbetreffende bepaling(en) leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 30 Intrekking Subsidieregeling Lokale aanpak isolatie 2025-2026
De Subsidieregeling Lokale aanpak isolatie 2025-2026 zoals op 30 april 2025 gepubliceerd in het Gemeenteblad onder nummer 179355, wordt met terugwerkende kracht ingetrokken per 16 oktober 2025, met dien verstande dat die regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum op basis van die regeling zijn aangevraagd.
Deze subsidieregeling treedt na bekendmaking met terugwerkende kracht in werking op 16 oktober 2025.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 16 juni 2026;
de gemeentesecretaris,
C.J.M. Swart
de burgemeester.
A.E.H. Baltus
Niet of slecht geïsoleerd bouwdeel als bedoeld in de definitie van “slecht geïsoleerde woning”
Rc-waarde: warmteweerstand van de totale constructie, uitgedrukt in W/m2K.
Ug waarde: warmteweerstand van raam-of deurglas zonder kozijnen, uitgedrukt in W/m2K (dit geeft aan hoeveel warmte er per vierkante meter en per graad temperatuurverschil tussen binnen- en buitenzijde wordt doorgelaten).
Deze tabel is ook van toepassing op (collectieve bouwdelen van) gebouwen van een GVvE of een VvE.
Deze regeling strekt ertoe om lokale subsidies mogelijk te maken om slecht geïsoleerde koopwoningen te verduurzamen in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma. Het betreft daarbij woningen van eigenaar-bewoners en woningen in (gemengde) verenigingen van eigenaars. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie sluiten aan bij de voorwaarden uit de “Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten verduurzaming slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties” (hierna: SPUK-regeling), op grond waarvan de gemeente een specifieke uitkering heeft ontvangen. Dit houdt verband met de single information, single audit (SiSa) verantwoordingsplicht van de gemeente voor de op grond van die SPUK-regeling ontvangen specifieke uitkering.
Bij deze regeling zijn de staatssteunregels in acht genomen. Dit is van belang nu deze regeling voorziet in de mogelijkheid van subsidieverstrekking aan een gemengde vereniging van eigenaars (hierna: GVvE). Hier maken naast eigenaar-bewoners, ook verhuurders deel van uit. Die verhuurders zijn ondernemingen in Europeesrechtelijke zin (als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)). Dit betekent dat de Europese staatsteunregels van toepassing zijn. De regeling past daarmee binnen de voorwaarden van het Europees steunkader van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831).
In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die (onderdelen) van bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven.
Hoofdstuk 1: Definitiebepalingen
Wil er sprake zijn van een bouwinstallatiebedrijf als bedoeld in deze regeling dan zal het bedrijf als zodanig moeten zijn ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder de categorie Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw, Bouwinstallatie, Afwerking van gebouwen, Dakbouw en overige gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw of onder een vergelijkbare categorie.
Inschrijving in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie in het handelsregister van een andere lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is ook mogelijk.
Iemand die eigenaar is van een woning of appartementsrecht en daar ook zelf zijn hoofdverblijf heeft, of na de renovatie zijn hoofdverblijf zal hebben, wordt aangemerkt als eigenaar-bewoner. Dit geldt ook voor een lid van een wooncoöperatie of een woonvereniging, die op grond van zijn lidmaatschap het recht heeft om in een bepaalde woning te wonen en daar ook zelf zijn hoofdverblijf heeft, of na de renovatie zijn hoofdverblijf zal hebben (artikel 1, eerste lid, van de SPUK-regeling). Dit betekent dat iemand geen eigenaar-bewoner kan zijn van een tweede woning, omdat het slechts mogelijk is om op één plek hoofdverblijf te hebben (artikel 10, eerste lid, en artikel 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). Voor een tweede woning wordt dan ook geen subsidie verleend.
Uitgangspunt is dat de aanvraag wordt ingediend voordat het bouwinstallatiebedrijf de maatregelen daadwerkelijk uitvoert (artikel 14, vierde lid en artikel 22, vijfde lid). Bij de subsidieaanvraag dient daarom een offerte gevoegd te worden voor het uitvoeren van desbetreffende “voorgenomen maatregelen” door het bouwinstallatiebedrijf. Nadrukkelijk zjj vermeld dat geen offerte is vereist van het eventueel betrokken maatwerkadviesbureau. Maatwerkadviezen vinden namelijk altijd plaats voorafgaand aan de subsidieaanvraag (artikel 14, derde lid en artikel 23, vierde lid). De hoofdregel dat een aanvraag vooraf wordt ingediend, lijdt ook uitzondering bij de maatregelen die tijdens de overgangsperiode zijn uitgevoerd (artikelen 31 en 32).
De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing is een landelijke subsidie voor het verduurzamen van woningen. Eigenaar-bewoners kunnen de subsidie aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO). Meer informatie is te vinden op de website van de RVO (https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde/woningeigenaren).
De Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars is een landelijke subsidie voor het verduurzamen van woningen. Een GVvE, vereniging van eigenaars (hierna: VvE), woonvereniging of wooncoöperatie kan de subsidie aanvragen bij de RVO. Meer informatie is te vinden op de website van de RVO (https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/svve).
Hoofdstuk 2: Doel en toepassingsbereik
Artikel 4 Doelgroep van de subsidie
De doelgroep van de subsidieregeling valt uiteen in twee subgroepen met slecht geïsoleerde woningen met een maximale WOZ-waarde van 477.000 Euro: enerzijds de eigenaar-bewoner (a), en anderzijds de GVvE en de VvE (b).
Omdat een aantal woningen van een GVvE of VvE een WOZ-waarde kan hebben dat boven de maximale WOZ-waarde kan uitkomen, is een ondergrens bepaald voor het aandeel woningen dat minder waard is dan de maximale WOZ-waarde: 80%.
Via een GVvE wordt mede subsidie verleend aan verhuurders van woningen binnen de GVvE. Deze selectieve overdracht van staatsmiddelen aan verhuurders voldoet aan de criteria die gelden voor staatssteun, als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dit is toegestaan omdat deze subsidieregeling toepassing geeft aan het staatssteunkader van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831).
Elders in deze regeling wordt hier invulling aan gegeven, door bij de aanvraag een de- minimisverklaring te verplichten (artikel 14, tweede lid, onderdeel e) en het niet voldoen aan de uit de de-minimisverordening voortvloeiende eisen als grond voor weigering (artikel 16, onderdeel d), dan wel lagere of nihil vaststelling op te nemen (art 21, tweede lid, onderdeel b).
Hoofdstuk 4: Algemene subsidiebepalingen
Artikel 7 Maatregelen die voor subsidie in aanmerking komen
De subsidieregeling is bedoeld als stimulans voor het realiseren van energiebesparende isolatiemaatregelen en energiezuinige ventilatiemaatregelen. Voor maatregelen die al eerder zijn uitgevoerd is die stimulans niet nodig. Deze komen dan ook niet achteraf voor subsidie in aanmerking. Dit is alleen anders wanneer het gaat om maatregelen die zijn uitgevoerd tijdens overgangsperiode als bedoeld in artikel 32.
Om te kunnen spreken van een daadwerkelijke effectieve bijdrage aan de verduurzaming is in overeenstemming met de SPUK- regeling een aantal minimale eisen geformuleerd waaraan de maatregelen moeten voldoen. Zie in dit verband de definities van de begrippen “energiebesparende isolatiemaatregel” (onderdeel a) en “energiezuinige ventilatiemaatregel” (onderdeel b).
Deze eisen zorgen er ook voor dat de gemeente de besteding van de specifieke uitkering op een juiste wijze kan verantwoorden.
Doordat deze eisen overeenstemmen met de eisen uit titel 4.5 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies en de SVVE, kunnen aanvragers ook een beroep doen op deze subsidieregelingen. Om te bepalen of voldaan zal worden aan de gestelde eisen is het aan te bevelen om vooraf het isolatiemateriaal voor het betreffende bouwdeel of de glaskwaliteit te toetsen aan de hand van de meldcode lijsten van de ISDE (www.rvo.nl/isde).
Een aantal specifieke isolatiemaatregelen kan in conflict komen met de faunabescherming. Denk hierbij aan de gevolgen van het isoleren van de spouwmuur of het dak voor huismussen, gierzwaluwen of vleermuizen. Indien dit van toepassing is, dient rekening te worden gehouden met de hiervoor geldende regels. Als er sprake is van het isoleren van spouwmuur of dak (van buitenaf) dan is het verplicht om dit door een NVI-gecertificeerd isolatiebedrijf uit te laten voeren, zie https://www.natuurvriendelijkisoleren.nl/..
Artikel 8 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Alleen de kosten die direct verbonden zijn aan de uitvoering van de maatregel kunnen voor subsidie in aanmerking komen. Dan gaat het om materiaalkosten en het uurloon dat door het bouwinstallatiebedrijf of de vakbekwaam energieprestatieadviseur in rekening is gebracht.
Het moet bovendien gaan om redelijke kosten. Dat betekent dat de kosten marktconform moeten zijn. Kosten die niet direct verband houden met het uitvoeren van de maatregelen, zoals kosten voor tijdelijke vervangende woonruimte, komen dus niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel 10 Hoogte van de subsidie
De subsidieregeling is bedoeld als stimulans. Daarom worden de kosten van de subsidiabele maatregelen niet volledig gesubsidieerd, maar tot hooguit 80%. Het subsidiebedrag is gemaximeerd op 2250 Euro. Bij een GVvE of VvE is dit bedrag per appartementsrecht.
Ingeval een GVvE of VvE een subsidie aanvraagt voor een collectief bouwdeel, wordt het aantal appartementen dat grenst aan dit collectieve bouwdeel in aanmerking genomen voor de berekening van de subsidie.
Een subsidie op grond van deze regeling mag worden gestapeld subsidies op grond van de ISDE en SVVE.
In dit artikel is een subsidieplafond vastgelegd. Het subsidieplafond sluit aan bij de door de gemeente op grond van de SPUK-regeling verkregen uitkering en de daaraan verbonden verantwoordingseisen.
Artikel 12 Wijze van verdeling
Deze regeling beoogt op een effectieve en efficiënte manier bij te dragen aan het Nationaal Isolatieprogramma. Daarbij is het van belang dat projecten die aan de gestelde criteria voldoen snel gesubsidieerd worden. Deze subsidieregeling kent een verdelingssystematiek van wie het eerst komt wie het eerst maalt.
In verband met het gehanteerde subsidieplafond geldt het moment dat de aanvraag daadwerkelijk compleet is ontvangen als het moment van ontvangst.
Als er op een dag meer complete aanvragen zijn ontvangen dan waarvoor binnen het subsidieplafond subsidie beschikbaar is, dan wordt door loting een rangorde bepaald. De aanvraag met de hoogste rangorde wordt eerst gehonoreerd, net zo lang tot het moment dat de beschikbare subsidiegelden op zijn. De overige aanvragen worden (gedeeltelijk) afgewezen op grond van het bereiken van het subsidieplafond.
Hoofdstuk 5: Subsidieverstrekking ten behoeve van een GVvE of een VvE
Artikelen 13 tot en met 21 regelen het proces van de subsidieverstrekking voor een GVvE of een VvE. Dit proces vindt plaats door middel van twee achtereenvolgende beschikkingen: de subsidieverlening en de subsidievaststelling. Deze opbouw komt overeen met de hoofdsystematiek van de Algemene wet bestuursrecht, en volgt ook uit artikel 12, derde lid, van de ASVL. Daarin is namelijk bepaald dat subsidies van meer dan 5.000 Euro worden verleend en achteraf vastgesteld. Nu een GVvE en een VvE een subsidie kan aanvragen voor meerdere woningen tegelijkertijd, kan de totale subsidie meer dan 5.000 Euro bedragen.
Omdat bij een GVvE ook verhuurders deel kunnen uitmaken van de vereniging gelden hier aanvullende voorwaarden. Deze voorwaarden moeten voorkomen dat de subsidieverstrekking aan deze verhuurders kan worden aangemerkt als het verlenen van ongeoorloofde staatssteun.
Zie voor een nadere uitleg van het begrip staatssteun: Staatssteun - Europa decentraal
Hoofdstuk 6: Subsidieverstrekking ten behoeve van een eigenaar-bewoner
Artikelen 22 tot en met 28 regelen het proces van subsidieverstrekking voor een eigenaar-bewoner. Anders dan bij Hoofdstuk 5 (GVvE of VvE) wordt een subsidie voor een eigenaar-bewoners direct vastgesteld, waarna de subsidie wordt uitbetaald conform de bepalingen van de ASVL. Het college kan bij subsidievaststellingbeschikking verantwoordingsverplichtingen opleggen (artikel 27). Dit is anders dan in Hoofdstuk 5 waar verantwoording altijd verplicht is (artikel 19).
Hierbij kan gedacht worden aan het volgende:
Sinds 16 oktober 2025 is het niet meer mogelijk om subsidie aan te vragen op grond van de Subsidieregeling Lokale aanpak isolatie 2025-2026. Nieuwe subsidiemogelijkheden hebben daarna even op zich laten wachten. Onder meer om tijd te nemen voor de evaluatie van deze subsidieregeling en haar uitvoering. Om de GVvE, de VvE, en de eigenaar-bewoner tegemoet te komen die in die overgangsperiode maatregelen hebben laten uitvoeren door een bouwinstallatiebedrijf, biedt onderhavige subsidieregeling de mogelijkheid om hiervoor achteraf subsidie aan te vragen (artikelen 31 en 32). In verband hiermee treedt deze regeling met terugwerkende kracht in werking op 16 oktober 2026 (artikel 33) Omwille van de duidelijkheid wordt de Subsidieregeling Lokale aanpak isolatie 2025-2026 op dezelfde datum ingetrokken (artikel 30).
Ten overvloede wordt hierbij opgemerkt dat de Subsidieregeling Lokale aanpak isolatie 2025-2026 verplicht stelt dat subsidieaanvragen worden ingediend voordat de desbetreffende maatregelen werden uitgevoerd (aanvragen vooraf), voor ‘oude gevallen’ (aanvragen achteraf) bood zij dan ook geen soelaas.
Ten slotte zij opgemerkt dat uit evaluatie naar voren is gekomen dat de Subsidieregeling Lokale aanpak isolatie 2025-2026 op onderdelen zou moeten worden gewijzigd – bijvoorbeeld om maatwerkadvies subsidiabel te maken. Voortduring van die subsidieregeling als zodanig (met verhoging van het subsidieplafond) wordt ook om die reden niet als adequaat gezien.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-302979.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.