Gemeenteblad van Maasdriel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maasdriel | Gemeenteblad 2026, 267220 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maasdriel | Gemeenteblad 2026, 267220 | beleidsregel |
Beleidsplan Wegen Maasdriel 2026-2030
De basis voor gefundeerd beheer en onderhoud van verhardingen.
F2 , snelfietspad in Hedel aangelegd in 2024
De gemeente Maasdriel is mooi gelegen in het open landschap van de Bommelerwaard, centraal aan de A2 en dicht bij ’s-Hertogenbosch. Dit is een mooi uitgangspunt om een aantrekkelijke gemeente te zijn om te wonen, werken en te recreëren. De openbare ruimte is een belangrijke factor voor fijn en veilig wonen en leven. Een prettige woon- en leefomgeving is mooi, schoon, veilig en groen. Een groot gedeelte van de openbare ruimte bestaat uit verhardingen. Deze verhardingen dragen onder andere bij aan de bereikbaarheid, veiligheid, toegankelijkheid en leefbaarheid van onze gemeente.
Vanuit de Wegenverkeerswet heeft de gemeente een zorgplicht voor het goed onderhouden van het wegenareaal dat zij beheert, dit betreft zowel verhardingen en bermen. Onder de verhardingen vallen de rijbanen, fietspaden, voetpaden, pleinen, parkeervoorzieningen en alle overige (half) verhardingen.
In voorliggend Beleidsplan Wegen Maasdriel 2026-2030 legt de gemeente de basis hoe zij de komende 5 jaar om wil gaan met haar wegenareaal. Inwoners krijgen, waar mogelijk, zelf de ruimte om in actie te komen om de leefbaarheid en voorzieningen in hun dorp in stand te houden of te verbeteren. De gemeente helpt hierbij door inwoners te inspireren. Samen met onze inwoners, verenigingen en bedrijven zorgen we voor een fijne leef- en werkomgeving.
Voor u ligt het Beleidsplan Wegen 2026-2030 van de gemeente Maasdriel. Dit beleidsplan draagt de titel ‘De basis voor gefundeerd beheer en onderhoud van verhardingen’. Hiermee geeft de gemeente Maasdriel invulling aan de zorgplicht zoals deze is vastgelegd in artikel 16 van de wegenwet.
Vanuit de wegenverkeerswet heeft de gemeente een zorgplicht voor het goed onderhouden van het wegenareaal wat zij beheren, dit betreft zowel verhardingen als bermen. Door het vaststellen van een beleidsplan en het beschikbaar stellen van bijbehorende middelen geven we invulling hieraan. Onder de verhardingen vallen de rijbanen, fietspaden, voetpaden, pleinen, parkeervoorzieningen en alle overige (half) verhardingen.
Het areaal van verhardingen vertegenwoordigt een enorme financiële waarde. De waarde van de verhardingen is circa € 631 miljoen. Onvoldoende aandacht en beschikbare middelen kunnen leiden tot kapitaalvernietiging.
Het doel van dit beleidsplan is het vastleggen van de visie, ambities en kaders voor het doelmatige beheer en het onderhoud van het wegenareaal voor de periode 2026-2030. Het beleidsplan dient ertoe dat het onderhoud van de verhardingen efficiënt wordt uitgevoerd aan de hand van een vooraf afgesproken kwaliteitsniveau. Met het beleidsplan wordt een bestuurlijke, beheersmatige en financiële basis gelegd voor het beheer van de verhardingen in de komende jaren. Deze gemeentelijke taken worden bekostigd uit de algemene dienst.
De gemeente Maasdriel is uitstekend en mooi gelegen in het open landschap van de Bommelerwaard, centraal aan de A2 en dicht bij ’s-Hertogenbosch, met haar voorzieningen. Dit is een mooi uitgangspunt om een aantrekkelijke gemeente te zijn om te wonen, werken en te recreëren.
De openbare ruimte is een belangrijke factor voor fijn en veilig wonen en leven. Een prettig woon- en leefomgeving is mooi, schoon, veilig en groen. Een groot gedeelte van de openbare ruimte bestaat uit verhardingen, deze verhardingen dragen onder andere bij aan de bereikbaarheid, toegankelijkheid, veiligheid en leefbaarheid van onze gemeente.
Dit beleidsplan richt zich op het beheer, onderhoud, verbetering en ontwikkeling van de openbare wegen, in eigendom van de gemeente, binnen het grondgebied van de gemeente Maasdriel.
In hoofdstuk 2 zijn de kaders en uitdagingen achter dit beleidsplan beknopt toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het areaal inzichtelijk gemaakt. In hoofdstuk 4 is een korte terugblik opgenomen van de afgelopen periode. De visie en ambitie zijn opgenomen in hoofdstuk 5 en deze worden in hoofdstuk 6 geconcretiseerd. In hoofdstuk 7 is de financiële verantwoording opgenomen. In bijlage 1 is een begrippenlijst opgenomen.
In dit hoofdstuk worden de kaders beschreven die ten grondslag liggen aan het gemeentelijke wegenbeleid. Achtereenvolgens worden de taken en bevoegdheden van de verschillende actoren in het wegenbeheer weergegeven en worden de raakvlakken met andere gemeentelijke taakvelden inzichtelijk gemaakt. Het hoofdstuk sluiten we af met de belangrijkste uitdagingen die er zijn bij het beheer en onderhoud van de verhardingen.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het veilig en toegankelijk houden van openbare wegen binnen hun beheergebied. De gemeente Maasdriel beschikt in haar rol als wegbeheerder niet over een volledige vrijheid in het vaststellen van het beleid. Ten behoeve van het beheer en onderhoud van wegen en verhardingen zijn veel duidelijke wettelijke regels en kaders opgesteld. Dit betreft zowel landelijke wetgeving, regionale beleidsdocumenten en lokale verplichtingen. Daarnaast zijn er relevante wetten en regelingen op verschillende andere beleidsterreinen.
Deze wetten en kaders hebben tot doel de verantwoordelijkheid van de wegbeheerder te borgen en richting te geven aan het beheer- en onderhoudsproces van de verhardingen. Onderstaand worden de belangrijkste wetten en kaders benoemd. De overige wetten en kaders zijn met een toelichting opgenomen in bijlage 2.
De wettelijke zorgplicht van de wegbeheerder is geregeld in de Wegenwet. De Wegenwet is een Nederlandse wet waarin alle verantwoordelijkheden van de openbare wegen in Nederland zijn geregeld. Deze wet regelt de toegankelijkheid, openbaarheid, het onderhoud en het toezicht op openbare wegen. In artikel 16 van de wegenwet is vastgelegd dat de gemeente verantwoordelijk is voor het in goede staat houden van het wegenareaal wat zij beheert. De gemeente Maasdriel heeft daardoor de zorg voor het doelmatig beheer en onderhoud. Door het vaststellen van dit beleidsplan en het beschikbaar stellen van bijbehorende middelen geeft de gemeente invulling aan de zorgplicht.
Artikel 21 van de Grondwet stelt dat de overheid zorgdraagt voor de bewoonbaarheid van het land en de bescherming van het leefmilieu. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte, waaronder wegen, is hier direct aan verbonden.
Volgens het Burgerlijk Wetboek kan de wegbeheerder aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van gebreken aan de openbare weg. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
Een gedocumenteerd inspectie- en onderhoudsbeleid is noodzakelijk om aansprakelijkheidsrisico’s te beperken.
BBV, Besluit Begroting en Verantwoording
Het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies) is een algemene maatregel van bestuur (AMvB) waarin de regels staan voor de financiële administratie, begroting, jaarrekening en verantwoording van gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Het BBV schrijft voor dat de paragraaf ‘kapitaalgoederen’ een verplicht onderdeel is van de beleidsbegroting met uitgangspunten voor de instandhouding van kapitaalgoederen. In geval van achterstallig onderhoud, waarbij sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties, wordt er op basis van artikel 44 lid 1a BBV een voorziening gevormd. Wanneer een gemeente over onvoldoende middelen beschikt om een voorziening te vormen, wordt het achterstallig onderhoud, daadwerkelijk en financieel, binnen een termijn van maximaal vier jaar ingelopen.
Het wegenbeleid beslaat meer dan alleen het onderhoud van wegen. Naast wegen beslaat het werkgebied ook duikers, inritten, kabels en leidingen, bermen en markeringen. Veel (dagelijks) onderhoud heeft ook raakvlakken met andere beleidsterreinen zoals groen, riolering, openbare verlichting en verkeer. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van dit beleid.
De zorg en verantwoordelijkheid voor de verhardingen in Maasdriel is in handen van diverse overheden, bedrijven, stichtingen en particulieren. Iedere eigenaar is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van verhardingen. Hun taken omvatten het dagelijks en periodiek onderhoud van deze infrastructuur, zoals het herstellen van schade, bestrijden van gladheid en het schoonhouden van de verhardingen.
De diverse overheden; gemeente, Rijkswaterstaat, provincie en waterschap moeten diverse taken uitvoeren daarbij hebben zij bevoegdheden gekregen om hun rol als wegbeheerder doelmatig uit te voeren.
Taken om de toegankelijkheid en verkeersveiligheid te borgen:
Om de taken goed uit te kunnen voeren hebben overheden de navolgende bevoegdheden.
Voor de komende periode staat de gemeente Maasdriel voor een groot aantal uitdagingen. Deze uitdagingen zijn hieronder uitgewerkt:
Verouderde infrastructuur en toenemende belasting
Een groot deel van de verhardingen is aangelegd in de tweede helft van de twintigste eeuw en heeft inmiddels het einde van de technische levensduur bereikt. Deze infrastructuur is niet ontworpen voor het intensieve en zwaardere gebruik van vandaag de dag. Dit leidt tot versneld verval en een groeiende onderhoudsbehoefte. Zonder tijdige vervanging of renovatie neemt het risico op schade, veiligheidsproblemen en hoge kosten aanzienlijk toe. Een toekomstbestendige aanpak vereist planmatig onderhoud, afgestemd op veranderende mobiliteit en ruimtegebruik.
Parallel aan het onderhoud van verhardingen speelt de grote vervangingsopgave voor de riolering. Veel rioolstelsels stammen uit de jaren ’60 en ’70 en zijn aan het einde van hun levensduur. Dit biedt kansen om onder- en bovengrondse werkzaamheden slim te combineren. Door deze integrale aanpak kunnen kosten worden bespaard, overlast worden beperkt en ontstaat er ruimte voor een klimaatbestendige en toekomstgerichte herinrichting van de openbare ruimte.
Klimaatadaptatie en duurzaamheid
Het klimaat verandert merkbaar en dat heeft directe gevolgen voor verhardingen. Extreme neerslag, hittegolven en droogte veroorzaken schade zoals verzakkingen en versnelde slijtage van asfalt. Verhardingen moeten in toenemende mate bestand zijn tegen wateroverlast, hittestress en uitdroging van funderingen. Daarnaast neemt de maatschappelijke druk toe om duurzaam te werken, met inzet van circulaire materialen en CO₂-reductie in aanleg en onderhoud. Hergebruik van materialen is hierin noodzakelijk, maar vraagt aanpassing van werkwijzen en technische systemen.
De energietransitie heeft steeds meer invloed op het gebruik van de openbare ruimte. Voor de aanleg van laadpunten, warmtenetten en ondergrondse energie-infrastructuur is ingrijpen in de openbare ruimte noodzakelijk. Dit vraagt om integrale afstemming met geplande onderhoudswerkzaamheden aan verhardingen om onnodig openbreken te voorkomen. Nieuwe functionaliteiten zoals laadinfrastructuur stellen bovendien aanvullende eisen aan de draagkracht, toegankelijkheid en inrichting van de verharding.
Mobiliteit is een domein waarin veranderingen en innovaties een vlucht hebben genomen. De elektrische auto wordt steeds vertrouwder in ons straatbeeld. Diverse vormen van (deel)mobiliteit doen eveneens hun intrede. De elektrische fiets en elektrische scooters domineren steeds vaker het straatbeeld. Deze ontwikkelingen hebben invloed op de openbare ruimte en specifiek op de wegen en fietspaden. De snelheden op met name fietspaden worden meer divers en hoger. De onderhoudsstaat van de verhardingen wordt hierdoor nog belangrijker om een veilig gebruik te kunnen blijven garanderen.
Financiële druk en personele capaciteit
Gemeenten staan onder toenemende financiële druk. Budgetten zijn beperkt, terwijl kosten voor materiaal, personeel en milieueisen oplopen. Daardoor wordt er vaker gekozen voor reactief onderhoud in plaats van preventief onderhoud, met risico op hogere uitgaven op lange termijn. Tegelijkertijd is er sprake van een tekort aan technisch personeel, wat de uitvoeringscapaciteit en kwaliteit van doelmatig beheer onder druk zet.
De maatschappelijke verwachtingen rondom de openbare ruimte zijn hoog. Inwoners rekenen op veilige, comfortabele en goed onderhouden wegen en paden, zonder overmatige hinder door werkzaamheden. Tegelijkertijd bestaat er weerstand tegen langdurige wegafsluitingen of herinrichtingen. Dit spanningsveld vraagt om een zorgvuldige balans tussen kwaliteit van de leefomgeving, bereikbaarheid en uitvoeringssnelheid, ondersteund door transparante communicatie en participatie.
Boring van mantelbuizen ten behoeve van aanleg 20 KV netwerk Liander, Baronieweg in Hedel
De gemeente Maasdriel bestaat uit de kernen Alem, Ammerzoden, Hedel, Heerewaarden, Hoenzadriel, Hurwenen, Kerkdriel, Rossum, Velddriel, Well en Wellseind. De gemeente Maasdriel beslaat een oppervlakte van ongeveer 7.546 hectare. In figuur 2 is een satellietfoto van de hele gemeente opgenomen.
Het grondgebied van de gemeente is op basis van het gebruik van de ruimte onderverdeeld in diverse structuurgebieden. In figuur 3 zijn de verschillende structuurgebieden globaal beschreven.
Figuur 3 Omschrijving van de structuurgebieden
In figuur 4 zijn de diverse gebieden aangeven. In bijlage 4 is deze kaart in groter formaat opgenomen.
Door structuurgebieden aan te brengen wordt er voorgesorteerd op de omgevingswet. Binnen de Omgevingswet gaat het aanbrengen van structuurgebieden over het ordenen van ruimte voor specifieke functies, zoals wonen, werken of natuur. Structuurgebieden helpen het beleid te stroomlijnen door duidelijk te maken welke functies waar mogelijk zijn. Daarnaast bieden structuurgebieden de mogelijkheid om het areaal per deelgebied op verschillende beeldkwaliteiten te onderhouden.
De gemeente heeft in totaal circa 1.934.000 m2 aan verhardingen in beheer. In figuur 5 is een overzicht opgenomen van de wegen in Maasdriel, de blauwe wegen zijn in beheer en eigendom van de gemeente. De overige verhardingen zijn in eigendom van Rijkswaterstaat, provincie, waterschap, ondernemers en particulieren.
Figuur 5 Overzicht areaal verhardingen
In figuur 6 is inzichtelijk gemaakt wat de verdeling is op basis van functie van het areaal. In figuur 7 is inzichtelijk gemaakt wat de verdeling is op basis van materiaalgebruik van het areaal
In bijlage 5 is een totaaloverzicht opgenomen van alle verhardingen per functie per materiaal.
Figuur 8 geeft globaal inzicht in het jaar van aanleg van de verhardingen die in beheer zijn bij de gemeente. Op deze wijze wordt inzicht verkregen in de leeftijdsopbouw van het gehele beheerareaal. Het overgrote deel van het beheerareaal is op dit moment 40 jaar of ouder. De technische levensduur die de gemeente hanteert voor open verharding is 50 jaar, voor asfaltverharding is dit 50 en voor bermen 20 jaar.
Van circa 15 % van het asfalt is de technische levensduur verstreken. Van de open verharding is circa 8 % verstreken.
In de afgelopen jaren heeft er een aanzienlijke areaaluitbreiding plaatsgevonden als gevolg van diverse ruimtelijke ontwikkelingen. Met name de realisatie van nieuwe woonwijken, zoals Velddriel-Zuid, de Kersenbuurt in Kerkdriel en de ontwikkeling aan de Maaijenstraat in Well, hebben geleid tot uitbreiding van het gemeentelijk weg- en voorzieningenareaal.
Na afronding van de onderhoudsperiode worden deze nieuw aangelegde gebieden formeel aan de gemeente overgedragen. Vanaf dat moment vallen onder andere de verhardingen onder het gemeentelijk beheer en onderhoud.
De wijze en het tijdstip van onderhoud is afhankelijk van de kwaliteit van de verharding. Dit is van groot belang om de toegankelijkheid en de veiligheid te kunnen waarborgen. Voor het bepalen van de kwaliteit van het areaal wordt gebruik gemaakt van de CROW-systematiek. Deze systematiek bevat verschillende kwaliteitsniveaus. De kwaliteit wordt bepaald aan de hand van verschillende technische en visuele aspecten die samen een goed beeld geven van de staat van de verharding.
De beeldkwaliteit van verhardingen in de openbare ruimte wordt binnen de CROW-systematiek beschreven aan de hand van visueel waarneembare kwaliteitsniveaus. Hierbij wordt gekeken naar aspecten zoals vlakheid, slijtage, onkruidgroei, vervuiling en schade aan elementen. Het doel is om de feitelijke staat van het wegdek of de bestrating objectief te beoordelen, zodat onderhoud en rehabilitatie tijdig kunnen worden ingepland.
De CROW-methode hanteert hiervoor vastgestelde kwaliteitsniveaus (A+, A, B, C en D), waarbij A+ staat voor een zeer hoge, representatieve kwaliteit en D voor een niveau dat functioneel en esthetisch onder de minimale norm ligt. In figuur 10 is een overzicht opgenomen van de verschillende beeldkwaliteit niveaus met een beschrijving en de risico’s.
Om een duidelijker beeld te krijgen van de verschillende onderhoudsniveaus zijn hier filmpjes van gemaakt. Het filmpje van het verhardingstype asfalt is te bekijken via https://youtu.be/bfDBtcm4430. De video van de elementenverhardingen is te bekijken via https://youtu.be/lLQvKHxpzew.
Gemeenten en beheerders kunnen op basis van deze niveaus streefbeelden vastleggen die passen bij de functie van de ruimte en het gewenste gebruikscomfort.
Om de kwaliteit te kunnen bepalen van het areaal wordt deze geïnspecteerd conform de CROW-publicatie 146b ‘Handboek globale visuele inspectie’. Alle verhardingen in Maasdriel worden jaarlijks geïnspecteerd. In bijlage 6 is een globale beschrijving van het proces voor het bepalen van de kwaliteit van de verharding opgenomen.
Relatie technische kwaliteit en beeldkwaliteit
Op basis van de inspectiecijfers en basisplanning wordt de kwaliteit van het areaal bepaald. Hiervoor wordt de vertaling naar de CROW-publicatie 323 ‘De kwaliteitscatalogus openbare ruimte’ uit 2013 gebruikt. In bijlage 7 is hiervan een overzicht van opgenomen.
Figuur 10 Overzicht verschillende beeldkwaliteit niveaus
Achterstallig onderhoud en kapitaalvernietiging
Kwaliteitsniveau D wordt landelijk aangemerkt als achterstallig onderhoud. Bij achterstallig onderhoud komt niet alleen de veiligheid van de weggebruikers in het geding maar zal ook kapitaalvernietiging optreden. Kapitaalvernietiging ontstaat wanneer onderhoud aan verhardingen niet tijdig wordt uitgevoerd. Lichte maatregelen zijn dan niet langer afdoende waardoor ingrijpende en veel duurdere maatregelen nodig zijn. Daarnaast gaat ook een deel van de resterende levensduur verloren.
Door structureel onderhoud op niveau B, basis, te handhaven, wordt kapitaalvernietiging voorkomen.
Volgens de systematiek van CROW is een onderhoudsachterstand nog acceptabel, als niet meer dan 5 procent van een gemeentelijk gebied kwaliteitsniveau D heeft. In de BBV is geregeld dat bij achterstallig onderhoud er een voorziening gevormd moet worden. In bijlage 8 is een notitie opgenomen over kapitaalvernietiging.
3.4.1 STREEFBEELD VERHARDINGEN
Voor de planperiode 2017-2021 heeft de gemeenteraad gekozen om het areaal te onderhouden op niveau C (laag). Vanaf die periode tot heden is dit onderhoudsniveau voortgezet. In figuur 11 is een beknopt overzicht opgenomen over de kenmerken van Niveau C.
De kwaliteit van het areaal is op basis van de inspecties van het 2024 in beeld gebracht. Het algemene beeld van de kwaliteit van het areaal is laag. Een overzicht per kwaliteitsniveau is in figuur 12 weergegeven. Circa 13.1 % van het wegenareaal dient binnen nu en twee jaar onderhouden te worden.
Figuur 12 Kwatsniveaus van verhardingen op basis van inspecties 2024
In figuur 13 en 14 zijn overzichten opgenomen waarin de kwaliteit per type verharding, per functie en per structuurgebied is weergegeven.
Figuur 14 Kwaliteitsniveaus van verhardingen per functie op basis van inspecties 2024
Het algemene beeld van de kwaliteit van de verhardingen is C, laag, en voldoet hiermee aan de huidige streefkwaliteit C. De betonverhardingen hebben een gemiddelde kwaliteit hoog. De asfalt -en elementen verhardingen hebben een gemiddelde kwaliteit laag en voldoen daarmee aan het streefbeeld. Bijna 10% van de verhardingen heeft kwaliteit D en is er dus sprake van achterstallig onderhoud met als gevolg kapitaalvernietiging. In de BBV is geregeld dat bij achterstallig onderhoud er een voorziening gevormd moet worden.
In figuur 16 is inzichtelijk gemaakt welke structuurgebieden een kwaliteit hebben van C of lager.
Circa 13,1 % van het wegenareaal dient binnen nu en twee jaar onderhouden te worden. De structuur- gebieden waar de kwaliteit D is, dienen zo snel mogelijk aangepakt te worden. De asfaltverhardingen hebben de hoogste prioriteit, wanneer het onderhoud niet tijdig wordt uitgevoerd, wordt de uiteindelijke onderhoudsmaatregel zwaarder en daardoor duurder.
Het beheer en onderhoud van verhardingen wordt de laatste jaren gestuurd door zowel technische onderhoudseisen als de beschikbare budgetten. Op basis van inspecties, metingen en berekeningen is de onderhoudsbehoefte vastgesteld. Binnen de beschikbare financiële ruimte worden vervolgens de meest dringende onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd.
Voor de planperiode 2017–2021 heeft de gemeenteraad gekozen voor onderhoud op niveau C (laag). Sinds 2017 is dit onderhoudsniveau ongewijzigd voortgezet.
De kwaliteit van de verhardingen wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van visuele inspecties volgens de CROW-methodiek. In figuur 17 is de kwaliteit van de afgelopen periode opgenomen.
Figuur 17 Overzicht kwaliteitsniveaus van verhardingen per jaar
De gemiddelde kwaliteit van het wegenareaal is C en voldoet daarmee aan de huidige streefkwaliteit. In 2022 is een deel van het achterstallig onderhoud weggewerkt dankzij een incidenteel budget, wat heeft geleid tot een tijdelijke verbetering van de kwaliteitsniveaus. In de jaren daarna is het onderhoud weer uitgevoerd binnen de reguliere budgetten, wat heeft geresulteerd in een lichte achteruitgang van de gemiddelde kwaliteit.
Binnen de beschikbare budgetten zijn jaarlijks onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd op basis van de kwaliteit van de verhardingen. Waar mogelijk zijn deze werkzaamheden gecombineerd met andere opgaven, zoals verkeerskundige verbeteringen of rioolprojecten, om efficiëntie te bevorderen en hinder te beperken. Daarnaast zijn meldingen en klachten van inwoners adequaat opgepakt en is bij calamiteiten of acute schades kleinschalig onderhoud uitgevoerd.
In figuur 18 zijn de jaarlijkse werkelijke uitgaven weergegeven.
Figuur 18 Werkelijke uitgaven in duizenden euro’s.
Het huidige onderhoudsniveau voldoet aan de afgesproken streefkwaliteit, maar laat beperkte ruimte voor kwaliteitsverbetering of structureel herstel van achterstallig onderhoud. De afgelopen jaren is het beheer en onderhoud van de verhardingen in Maasdriel met name bepaald door de technische eisen en de budgettaire mogelijkheden. Op basis van inspecties, metingen en berekeningen werd de technische onderhoudsbehoefte vastgesteld en zoveel mogelijk onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd binnen de beschikbare budgetten. Jaarlijks werd besloten welke wegen aangepakt moesten worden. Dit werd bepaald door de afweging tussen beleid, bestuurlijke wensen, technische noodzaak en budget. Waarin met name het budget leidend is geweest.
Onderhoudswerkzaamheden aan de Rooijensestraat in Hoenzadriel
De gemeente Maasdriel is verantwoordelijk voor het doelmatig beheer en onderhoud van alle verhardingen binnen haar beheer, met als primair doel de veiligheid en toegankelijkheid in de openbare ruimte te waarborgen. We streven conform de eisen naar een optimaal gebruik van de verhardingen voor alle weggebruikers, met speciale aandacht voor fietsers, voetgangers en mensen met een beperking.
Het onderhoud wordt uitgevoerd met een focus op duurzaamheid, kostenefficiëntie en het tijdig signaleren van benodigde maatregelen. Wij zetten in op een integrale benadering, waarbij zowel de technische kwaliteit van de verhardingen als de gebruiksvriendelijkheid en toegankelijkheid voor diverse groepen centraal staan. Dit draagt bij aan een veilige, toegankelijke en inclusieve openbare ruimte die aansluit bij de behoeften van onze inwoners en bezoekers.
Om uitvoering te geven aan de visie maken we gebruik van onderstaande strategieën. Per strategie zijn waar nodig beleidsregels uitgewerkt.
Borgen van de bereikbaarheid en veiligheid
De openbare ruimte dient te allen tijde veilig en toegankelijk te zijn. Bij uitvoeren van beheer- en onderhoudswerkzaamheden beperken we de overlast tijdens de uitvoering. Dit betekent dat werkzaamheden zo worden gepland en uitgevoerd dat risico’s voor gebruikers minimaal zijn, de doorstroming gewaarborgd blijft en hulpdiensten altijd toegang hebben.
Hierbij is de regel dat alle percelen kunnen uitwegen op de openbare ruimte.
Alle percelen binnen het gemeentelijk grondgebied krijgen een uitweg naar de openbare ruimte, met uitzondering van situaties waarin een gezamenlijke uitweg doelmatiger is. In dergelijke gevallen streven wij naar juridische borging van de gemaakte afspraken.
Prestatiegericht onderhoud, we blijven sturen op beeldkwaliteit
De planning en uitvoering worden afgestemd op vooraf vastgestelde kwaliteitsniveaus, veelal op basis van de CROW-beeldkwaliteitssystematiek. Onderhoudsbeslissingen worden genomen met het oog op de lange termijn, waarbij naast technische prestaties ook duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulariteit worden meegenomen. Deze benadering verlengt de levensduur van assets en ondersteunt bredere beleidsdoelen, maar vergt meer kennis, data en coördinatie.
Hiermee kan een optimale balans worden gevonden tussen kosten, prestaties en beleving. Dit vraagt echter om structurele monitoring en duidelijke contractafspraken.
Het onderhoud van verhardingen vindt plaats op basis van kwaliteit in plaats van uitsluitend op levensduur. De staat van de verhardingen wordt periodiek gemonitord, zodat we tijdig kunnen ingrijpen om functieverlies en kapitaalvernietiging te voorkomen.
De gemeente wil het areaal van de openbare ruimte doelmatig onderhouden. Hier hoort het kwaliteitsniveau B, basis bij. Dit sluit aan bij het onderhoudsniveau van de vakgebieden groen en riolering. Door het areaal te onderhouden op niveau B wordt kapitaalvernietiging voorkomen. In verband met de beperkte beschikbare middelen wordt het bestaande onderhoudsniveau C ook voor de komende planperiode gecontinueerd.
De komende planperiode gaan we het areaal onderhouden op beeldkwaliteitsniveau C. Voor de kwaliteit van de verhardingen wordt gebruik gemaakt van de CROW-methodiek.
Data op orde en monitoren van bestaande kwaliteit
Alle data worden verwerkt in een wegbeheerinformatiesysteem. Dit betreft zowel de basisgegevens, actuele gegevens en specialistische metingen. We maken een verbeterslag door de wegvakken aan te passen conform de eisen van CROW. We blijven de verhardingen jaarlijks inspecteren zodat we de technische kwaliteit inzichtelijk houden.
Integrale beheer openbare ruimte
IBOR (Integraal beheer van de openbare ruimte) is een samenhangende, planmatige aanpak voor het beheren en onderhouden van alle onderdelen van de openbare ruimte, waaronder wegen, groenvoorzieningen, riolering, openbare verlichting, speelvoorzieningen en straatmeubilair. Het doel is om deze assets als één geheel te beheren, waarbij onderhouds- en vervangingsmomenten op elkaar worden afgestemd. Waar nodig combineren we de beheeropgaven met nieuwe ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit, energietransitie, klimaatadaptatie. Hierdoor wordt efficiënt gebruikgemaakt van middelen, wordt overlast voor bewoners en gebruikers beperkt en blijft de kwaliteit en functionaliteit van de openbare ruimte op het gewenste niveau.
Bij het vaststellen van de opgaven in de openbare ruimte hanteren wij een integrale benadering, waarbij alle functies en disciplines binnen de openbare ruimte in samenhang worden beschouwd.
Bij levensduur verlengend onderhoud en rehabilitaties combineren wij werkzaamheden waar mogelijk, zodat efficiënt gebruik wordt gemaakt van middelen en overlast voor de omgeving wordt beperkt.
Bij levensduur verlengend onderhoud en rehabilitaties sluiten wij verhard oppervlak niet langer aan op de gemengde riolering. Hemelwater wordt, waar mogelijk, vertraagd afgevoerd via een hemelwatervoorziening. Indien dit niet doelmatig is, wordt gezocht naar een passende alternatieve oplossing.
We zoeken naar een optimale balans tussen kosten en prestaties. We proberen hiermee calamiteiten met bijbehorende kosten, schade of aansprakelijkheid te voorkomen. Waar mogelijk wordt ingezet op levensduur verlengend onderhoud om de totale kosten op lange termijn te minimaliseren.
Over het algemeen is het gebruik van de openbare ruimte gratis. Er is een uitzondering voor het gebruik van de openbare ruimte voor de aanleg van kabels en leidingen ten behoeve van nutsvoorzieningen, hiervoor ontvangt de gemeente een degeneratievergoeding. Af en toe wordt de openbare ruimte in gebruik genomen voor commerciële particuliere activiteiten, hiervoor ontvangt de gemeente een precariovergoeding.
Ten aanzien van kostendekking zijn er 3 keuzes mogelijk.
Keuze 1: is het voortzetten van de huidige werkwijze, alle uitgaven worden gedekt uit de algemene dienst.
Keuze 2: is het actief inzetten van de degeneratievergoeding, als bijdrage voor klein onderhoud. Overige uitgaven worden gedekt uit de algemene dienst.
Keuze 3, is het actief inzetten van de degeneratievergoeding, als bijdrage voor het klein onderhoud en het (gedeeltelijk) inzetten van de precario inkomsten t.b.v. een hoger ambitieniveau op bepaalde structuurgebieden. De overige uitgaven worden gedekt uit de algemene dienst.
Voortzetten van de huidige werkwijze ten aanzien van kostendekking. Alle uitgaven worden gedekt uit de algemene dienst. De degeneratievergoeding en precariovergoeding worden toegevoegd aan de algemene dienst.
Investeringskosten worden pas afgeschreven in het boekjaar volgend op de volledige afronding van de werkzaamheden.
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we in de komende periode uitvoering geven aan de strategie en het beleid uit hoofdstuk 5. Het beheer en onderhoud van verhardingen en wegen staat voor een reeks complexe opgaven. We onderbouwen de beleidsregels met opgaven zodat we richting geven aan een toekomstbestendig en efficiënt beheer.
Vanuit de wegenverkeerswet heeft de gemeente een zorgplicht voor het goed onderhouden van het wegenareaal. De veiligheid en de bereikbaarheid dienen te allen tijde voor alle verkeersdeelnemers gewaarborgd te zijn.
Meldingen over de kwaliteit van de verharding komen binnen via diverse kanalen en vormen de basis voor klein onderhoud. Daarnaast inspecteren we het wegennet minimaal één keer per jaar. Gevaarlijke situaties pakken we direct aan om risico’s voor weggebruikers te voorkomen.
In de wintermaanden is de gemeente verantwoordelijk voor gladheidsbestrijding. Bij sneeuw en aanhoudende vorst strooien we preventief volgens vooraf vastgestelde strooiroutes. Prioriteit ligt bij hoofdroutes en fietspaden met een belangrijke verkeersfunctie. Bij langdurige gladheid breiden we het strooien uit naar straten met (openbare) voorzieningen.
Om de veiligheid voor voetgangers, fietsers en voertuigen te waarborgen, houden we de vlakheid en stroefheid van verhardingen op peil. Zo beperken we het risico op uitglijden en struikelen en zorgen we voor een comfortabele doorgang voor alle gebruikers.
Uitvoeren van onderhoudsmaatregelen
De juiste onderhoudsmaatregelen voeren we op het juiste moment in de levenscyclus van de verharding uit. Hiervoor maken we gebruik van de CROW-methodiek. Dit stelt ons in staat om effectief, doelgericht en kostenefficiënt te werken aan een veilige en toekomstbestendige infrastructuur.
6.2 OPGAVE B, DOELMATIG BEHEER
Het beheer en onderhoud is noodzakelijk voor het doelmatig beheer en onderhoud van de verhardingen. Om dit gestructureerd te doen hanteren we de CROW wegbeheersystemetiek. Deze landelijke systematiek biedt een kader voor het plannen, uitvoeren en evalueren van onderhoudsactiviteiten op basis van objectieve gegevens en beleidsdoelstellingen. Door het combineren van actuele beheergegevens, periodieke inspecties, slimme data-analyse en beleidsmatige afstemming, kan de gemeente de infrastructuur veilig, duurzaam en kostenefficiënt in stand houden.
In figuur 19 is een schematisch overzicht weergegeven van deze beheercyclus.
De gemeente maakt gebruik van beheersoftware om gegevens over het areaal, de onderhoudstoestand en maatregelen te registreren, te analyseren en te plannen. In de toekomst wil de gemeente gebruik gaan maken van een integraal beheersysteem.
Het overgrote deel van het beheerareaal is momenteel 40 jaar of ouder. Dit biedt kansen om wegen toekomstbestendig in te richten. Bij het opstellen van een integrale uitvoeringsplanning worden de te nemen onderhoudsmaatregelen zorgvuldig afgewogen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de leeftijd en de fase van de levenscyclus van de verhardingen.
Een wegenlegger is een document waarin vermeld staat wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van een openbare weg. De Wegenwet bepaalt dat elke Nederlandse gemeente verplicht is om een wegenlegger op te stellen. De wegenlegger geeft juridische duidelijkheid over de openbaarheid van de weg en de onderhoudsplichtige. De gemeente beschikt over een wegenlegger maar deze is niet meer actueel. Het verdient de aanbeveling om de wegenlegger aan te passen aan de actuele situatie en digitaal te maken zodat deze ook in beheersystemen te raadplegen is.
Jaarlijks wordt een uitvoeringsplanning opgesteld op basis van de opgaven voor de assets in de openbare ruimte, actuele mobiliteits- en leefbaarheidsvraagstukken en ruimtelijke plannen. De werkzaamheden worden daarbij afgestemd met projecten van derden, zoals werkzaamheden voor de energietransitie, woningbouwontwikkelingen van projectontwikkelaars, transformaties en overige ruimtelijke initiatieven. Door deze integrale benadering wordt overlast voor bewoners en weggebruikers zoveel mogelijk beperkt en kunnen de beschikbare middelen efficiënter worden ingezet.
De komende planperiode zal het areaal onderhouden worden op beeldkwaliteitsniveau C. Bij de kwaliteit van de verhardingen wordt gebruik gemaakt van de CROW-methodiek.
Op basis van de huidige kwaliteit en de gewenste kwaliteit is er een onderhoudsopgave. Voor het bepalen van de opgave en de onderhoudsmaatregelen wordt gebruik gemaakt van de CROW-methodiek. Binnen de opgave wordt er onderscheid gemaakt naar klein onderhoud, groot onderhoud, levensduur verlengend onderhoud en rehabilitatie.
Het onderhoud van de verhardingen wordt verdeeld in 3 categorieën:
Dit omvat alle onderhoudsmaatregelen aan schades die ernstig zijn maar waarvan de omvang gering is en die een incidenteel karakter hebben, bijvoorbeeld verzakkingen. Deze schades zijn geconstateerd bij de globale visuele inspecties of zijn gemeld door inwoners. Dit onderhoud wordt uitgevoerd om de verharding in goede staat te houden.
2. Groot onderhoud en levensduur verlengend onderhoud:
Groot onderhoud wordt uitgevoerd om de verharding weer in goede staat te brengen. Deze onderhoudsmaatregelen hebben een planmatig karakter. De onderhoudsmaatregelen komen voort uit de planning die gebaseerd is op de actuele onderhoudstoestand vanuit de globale visuele inspectie.
Deze maatregelen dragen bij aan een structurele kwaliteitsverbetering van de wegen en worden jaarlijks uitgevoerd. Bij groot onderhoud wordt in principe gebruik gemaakt van bestaand materiaal; er verandert niks aan de inrichting van de weg. Een voorbeeld van groot onderhoud is het herstraten van een parkeerstrook.
Bij levensduur verlengend onderhoud wordt gebruik gemaakt van nieuwe materialen. Een voorbeeld hiervan is het overlagen van een asfaltverharding.
Dit omvat grootschalige onderhoudsmaatregelen met de omvang van een gehele straat, deze wordt dan vaak van kavelgrens tot kavelgrens gereconstrueerd. Hierbij worden meestal nieuwe materialen gebruikt en wordt de fundering geoptimaliseerd. Deze projecten worden zoveel mogelijk gecombineerd met werkzaamheden van andere disciplines zoals rioolvervanging en/of grootschalig bovengronds afkoppelen. Deze maatregel zorgt voor een structurele kwaliteitsverbetering.
Om het onderhoud te bepalen, wordt gebruik gemaakt van het theoretisch model van de levenscyclus van verhardingen (figuur 20). Tussen het moment van aanleg en rehabilitatie/ als de verharding aan het eind van de levensduur is, dient er regelmatig klein en groot onderhoud uitgevoerd te worden. Hiermee zorgen we ervoor dat de veiligheid voor de gebruikers gewaarborgd is. Rehabilitatie vindt plaats als onderhoudsmaatregelen niet meer efficiënt zijn. De technische levensduur die de gemeente hanteert voor open verharding is 50 jaar, voor asfaltverharding is dit ook 50 jaar.
Figuur 20 Theoretische levenscyclus verhardingen
Toenemende verkeersbelasting en intensiteit
De wegen in het buitengebied zijn momenteel veelal smal uitgevoerd, met een breedte tot circa 3,5 meter. Deze wegen zijn niet berekend op zwaar of intensief landbouwverkeer, waardoor slijtage sneller optreedt. Bij het passeren op landbouwwegen wordt regelmatig gebruik gemaakt van de berm, wat in natte periodes ten koste gaat van de stabiliteit ervan. Dit leidt tot schade aan de bermen en kan de verkeersveiligheid in gevaar brengen. Om de verkeersveiligheid te waarborgen, is het noodzakelijk om passende maatregelen te treffen.
Kapitaalvernietiging ontstaat wanneer onderhoud aan verhardingen niet tijdig wordt uitgevoerd. Lichte maatregelen zijn dan niet langer afdoende waardoor ingrijpende en veel duurdere maatregelen nodig zijn. Daarnaast gaat ook een deel van de resterende levensduur verloren. In de BBV is geregeld dat bij achterstallig onderhoud er een voorziening gevormd moet worden. In bijlage 8 is een notitie opgenomen over kapitaalvernietiging.
6.4 OPGAVE D, DUURZAAMHEID EN KLIMAATADAPTATIE
Duurzaamheid speelt een belangrijke rol voor het beheer en onderhoud. De gemeente streeft ernaar om bij alle werkzaamheden de CO₂-uitstoot te verminderen, het hergebruik van grondstoffen te maximaliseren en negatieve milieueffecten te beperken. Dit wordt bereikt door het toepassen van duurzame materialen en innovatieve technieken die bijdragen aan een langere levensduur van de verhardingen en minder onderhoudsbehoefte op de lange termijn.
Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van circulair asfalt, waarbij oud asfalt (freesasfalt) wordt hergebruikt in nieuwe lagen, Daarnaast worden duurzame alternatieven waar mogelijk toegepast, zoals laag-temperatuur asfalt (LTA) dat bij lagere productietemperaturen wordt vervaardigd, of biobased bindmiddelen ter vervanging van fossiel bitumen.
De maatschappelijke druk om circulair en duurzaam te werken neemt toe, waardoor het hergebruik van materialen en CO₂-reductie in aanleg en onderhoud een integraal onderdeel worden van de gemeentelijke aanpak.
De gemeente erkent dat klimaatverandering directe gevolgen heeft voor de staat en prestaties van verhardingen. Extreme neerslag, hittegolven en droogte veroorzaken verzakkingen, scheurvorming en versnelde slijtage. Daarom worden verhardingen steeds vaker ontworpen en uitgevoerd om bestand te zijn tegen wateroverlast, hittestress en uitdroging van funderingen. Het gebruik van lichtgekleurde materialen helpt hittestress in de openbare ruimte te beperken.
Toenemende neerslag, droogte en hitte stellen nieuwe eisen aan de eigenschappen van verhardingen. Waterdoorlatendheid, weerstand tegen droogteschade en hittebestendigheid vragen om innovatieve oplossingen en een integrale aanpak in combinatie met wateropgaven. Hierbij wordt ingezet op het aanleggen van wadi’s en andere waterbergingen om de afvoer van regenwater te vertragen en wateroverlast te beperken.
6.5 OPGAVE E, VERKEERSDOORSTROMING EN GEBRUIK
Verkeersdoorstroming is een voorwaarde voor een efficiënt en veilig wegennet. In het programma Mobiliteit wordt hier nadrukkelijk aandacht aan besteed. Binnen dit beleidskader speelt wegcategorisering een belangrijke rol: door wegen eenduidig te classificeren naar functie (stroomwegen, gebiedsontsluitings-wegen, erftoegangswegen) kan de gewenste verkeersfunctie worden afgestemd op inrichting, snelheid en prioritering. Dit voorkomt functiemenging, bevordert voorspelbaarheid en ondersteunt een vlotte doorstroming op de juiste plek in het netwerk. Het programma mobiliteit vertaalt deze categorisering vervolgens in concrete maatregelen.
Daarnaast is er een directe relatie met ruimtelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen genereren veranderende verkeerstromen die kunnen leiden tot nieuwe knelpunten in de doorstroming. Een beleidsmatige aanpak vraagt daarom om een vroegtijdige afstemming tussen mobiliteitsbeleid en ruimtelijke ordening. Het programma Mobiliteit vertaalt deze nieuwe mobiliteitsvraag in concrete maatregelen.
Verkeersomleidingen spelen een belangrijke rol voor de doorstroming en bereikbaarheid. Tijdens wegwerkzaamheden, evenementen of calamiteiten is het van belang dat omleidingsroutes aansluiten op de wegcategorisering en voldoende capaciteit en veiligheid bieden. Een goed afgestemde omleidingsstructuur voorkomt overbelasting van lagere orde wegen, vermindert hinder voor bewoners en houdt de bereikbaarheid in stand. Dit vereist een proactieve en gebiedsgerichte benadering, waarbij omleidingen worden opgenomen in scenario’s binnen het programma mobiliteit en afgestemd worden met hulpdiensten, openbaar vervoer en regionale partners.
In het participatiebeleid fysieke leefomgeving Maasdriel 0.1 is de definitie van participatie als navolgt vastgesteld.
Participatie is een proces, waarbij individuen, groepen en organisaties deelnemen aan vraagstukken, beslissingen of diensten die hen aangaan.
Het proces van participatie kan worden weergegeven met de participatieladder, die laat zien hoe de mate van betrokkenheid van inwoners kan variëren zie figuur 21.
Interactie met de samenleving is een dynamisch proces, waarbij de invulling van een participatieproces altijd afhankelijk is van het thema, het doel en de betrokken belanghebbenden. Bij activiteiten zoals klein onderhoud, groot onderhoud en levensduur verlengend onderhoud wordt de omgeving voornamelijk geïnformeerd over de plannen en werkzaamheden. Bij ingrijpendere projecten, zoals reconstructies en rehabilitaties, wordt de omgeving actief geraadpleegd, zodat inwoners hun mening kunnen geven en mee kunnen denken over de uitvoering van het project.
Innovatie bij wegverhardingen biedt kansen om het beheer en onderhoud van infrastructuur duurzamer, kostenefficiënter en toekomstbestendiger te maken. Door in te zetten op duurzame materialen, zoals laagtemperatuur asfalt, circulair asfalt en biobased bindmiddelen, kan de CO₂-uitstoot aanzienlijk worden verlaagd en wordt het gebruik van primaire grondstoffen verminderd. Ook op het gebied van verkeersveiligheid zijn er vernieuwende oplossingen beschikbaar, zoals geluidsreducerend asfalt en verbeterde reflecterende markeringen. We volgen de marktontwikkelingen nauwlettend en maken gebruik van nieuwe technieken zodra deze zich aandienen, zodat deze op een passende manier kunnen worden toegepast.
In deze paragraaf is weergegeven welke activiteiten en/of maatregelen nodig zijn om invulling te geven aan de opgaven uit hoofdstuk 6 en de strategieën uit paragraaf 5.2. Om overzicht te houden zijn de maatregelen gegroepeerd per type: planvorming, onderzoek, beheer en onderhoud, uitvoeringsmaatregelen en facilitair. Voor Maasdriel is circa 11,4 miljoen nodig voor de komende vijf jaar om te voldoen aan de wettelijke zorgplichten op basis van onderhoudsniveau C. In bijlage 11 is het uitvoeringsprogramma opgenomen, hierin is een overzicht opgenomen van de benodigde activiteiten inclusief de financiële planning.
Beleid, - en beheerplannen zijn onmisbaar voor het doelmatig beheren van de verhardingen. Zij geven richting aan de activiteiten en maatregelen die nodig zijn om de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid te kunnen borgen. Jaarlijks wordt een uitvoeringsplan opgesteld op basis van inspectieresultaten. Voor overige plannen is een jaarlijks budget voor adviezen derden opgenomen. Hiermee kunnen we specialistische kennis inkopen. In figuur 22 is een overzicht opgenomen van de acties.
Om inzicht te houden en te verkrijgen in de toestand van de verhardingen is onderzoek noodzakelijk. De komende planperiode is een budget gereserveerd voor inspecties, schouw en overige onderzoeken zoals deflectiemetingen. In figuur 23 is een overzicht opgenomen van de acties.
Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het in stand houden van de verhardingen, waarbij risico’s worden vermeden (assetmanagement) en het gewenste niveau C in stand wordt gehouden. De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (reactieve) werkzaamheden. In figuur 24 is een overzicht opgenomen van de acties.
Figuur 24 Kosten beheer en onderhoud
Uitvoeringsmaatregelen gekapitaliseerd
De uitvoeringsmaatregelen hebben betrekking op levensduur verlengend onderhoud en rehabilitaties. Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen deze kosten te worden geactiveerd. De maatregelen worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma dat jaarlijks geactualiseerd wordt. De uitgaven worden als krediet opgenomen in de begroting. Voor de investeringen die gepland staan voor de periode 2027–2030 wordt een stelpost opgenomen. In figuur 25 is een overzicht opgenomen van de acties, de kosten zijn gekapitaliseerd.
Figuur 25 Kosten uitvoeringsmaatregelen gekapitaliseerd
Om de verhardingen goed te beheren en onderhouden, worden ondersteunende activiteiten verricht. Deze worden gegroepeerd onder ‘Facilitair’. In figuur 26 is een overzicht opgenomen van de acties.
Om te kunnen voldoen aan de zorgplicht moet de gemeente de verhardingen doelmatig beheren en onderhouden conform de kaders en het beleid zoals opgenomen in BWM. De kosten hiervoor zijn te splitsen in 2 soorten; exploitatiekosten en investeringen. De exploitatiekosten worden met name ingezet om de verkeersveiligheid te kunnen waarborgen, deze kosten worden rechtstreeks afgeschreven. De investeringen zijn de uitgaven voor het vervangen en verbeteren van de bestaande infrastructuur.
Deze kosten zijn gegroepeerd en weergegeven per type maatregel: planvorming, onderzoek, beheer en onderhoud, uitvoeringsmaatregelen, facilitair. De gemiddelde kosten per jaar voor de planperiode staan in figuur 27 aangegeven.
Figuur 27 Gemiddelde exploitatiekosten per jaar voor planperiode.
De gemiddelde investeringen per jaar voor de planperiode staan in figuur 16 aangegeven. Dit betreft de aanleg van bermverhardingen levensduur verlengend onderhoud en rehabilitatie. De belangrijkste uitgangspunten hiervoor zijn dat nieuwe aan te leggen voorzieningen een levensduur hebben van 20 of 50 jaar en dat de een jaar na realisatie de kapitaalslasten gaan lopen.
Figuur 28 Gemiddelde investeringen per jaar voor planperiode
Om de komende vijf jaar te voldoen aan de wettelijke zorgplichten, op basis van onderhoudsniveau C, is circa € 11,4 miljoen nodig. In figuur 29 is een overzicht opgenomen van de gemiddelde kosten per jaar voor de planperiode. In bijlage 10 is het uitvoeringsprogramma opgenomen, hierin is een overzicht opgenomen van de benodigde activiteiten inclusief de financiële planning.
De bekostiging van deze gemeentelijke taken gebeurt uit de algemene dienst. In de BBV is aangegeven welke spelregels gelden voor het financieel verwerken van kosten ten aanzien van het onderhoud van verhardingen.
In de programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 tot en met 2029, zijn diverse exploitatiebudgetten en kapitaalslasten van investeringen opgenomen. Beide komen ten laste van de algemene dienst. Op dit moment is er geen egalisatievoorziening voor de kosten van het onderhoud aan de verhardingen. Voor de komende jaren zijn in de meerjarenbegroting de, in figuur 30 aangegeven, middelen opgenomen.
In de vorige beheerplannen is al budget opgenomen voor grootschalig onderhoud aan verhardingen.
Doordat er nog ontwikkelingen zijn hebben een aantal projecten vertraging opgelopen. In figuur 31 is een overzicht opgenomen van de nog openstaande kredieten inclusief het verwachte jaar van uitvoering.
8.3.3 KOSTENDEKKING PLANPERIODE 2026-2030
Het beheer en onderhoud van de verhardingen op onderhoudsniveau C heeft financiële consequenties. In de begroting zijn financiële middelen opgenomen ter dekking van de exploitatielasten en kapitaallasten.
De exploitatielasten passen binnen de opgenomen budgetten in de begroting. In totaal is er jaarlijks € 1.794.000 nodig en is er € 1.905.000 beschikbaar.
Investeringen en kapitaalslasten
Voor 2026 is een totaalbedrag van € 3.239.000 aan investeringen nodig. In 2026 staan hier nog geen kapitaallasten tegenover. De jaren erna is dat € 24.000 per jaar. Voor de jaren 2027 en verder is een stelpost opgenomen voor een investeringsvolume van € 3.844.000 per jaar. Vanaf 2028 betekent dit een aanvullende last van ongeveer € 133.000 oplopend per jaar in de begroting. De benodigde investeringskredieten leggen we jaarlijks, vanaf de begroting 2027, in de programmabegroting vast, de kapitaallasten worden uit de stelposten gedekt. In figuur 32 is het kostendekkingsplan opgenomen.
Het beheer en onderhoud van wegen en verhardingen is een belangrijke taak van de gemeente en vormt een fundament voor veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. Tegelijkertijd is het een taak die onder druk staat vanwege toenemende technische, financiële, organisatorische en maatschappelijke uitdagingen. Gemeenten worden geconfronteerd met uiteenlopende risico’s die direct invloed hebben op de kwaliteit en continuïteit van het wegbeheer. In dit hoofdstuk worden deze risico’s in samenhang beschreven, voorzien van beleidsmatige duiding en aanbevelingen voor beheersing.
Technische en functionele risico’s
Organisatorische en operationele risico’s
Maatschappelijke en politieke risico’s
Weerstand tegen belastingmaatregelen of herprioritering: Noodzakelijke financieringsmaatregelen kunnen politiek gevoelig liggen.
Risico’s door technologische ontwikkelingen
Maatregelen om risico’s te beheren
Om de risico’s die gepaard gaan met het beheer en onderhoud van wegen effectief te beheersen, zijn een aantal gerichte maatregelen nodig. Onderstaande beheersmaatregelen kunnen helpen om de risico’s die eerder zijn beschreven te beperken.
BIJLAGE 6 KWALITEITSBEPALING VAN VERHARDINGEN
Het bepalen van de kwaliteit van verhardingen is een noodzakelijk onderdeel binnen het wegbeheer. Het vormt de basis voor het programmeren van onderhoudsmaatregelen, het opstellen van meer jaren onderhoudsplannen (MJOP) en het verantwoorden van het onderhoudsniveau. Binnen de CROW-systematiek gebeurt dit op basis van meerdere typen gegevens:
De eerste stap is het verzamelen van objectgegevens, ook wel de basisgegevens genoemd. Hierbij gaat het om vastliggende kenmerken zoals ligging, oppervlakte type verharding (asfalt, elementen, beton), functie, oppervlakte, aanlegjaar en eerder uitgevoerde onderhoudsmaatregelen. Deze informatie vormt de referentie voor het beoordelen van technische prestaties in de tijd.
Actuele gegevens – (CROW-publicatie 146b)
Voor het vaststellen van de actuele staat van de verhardingen wordt gebruikgemaakt van visuele weginspecties zoals beschreven in CROW-publicatie 146b. Deze gegevens geven een objectieve weergave van de technische toestand van de wegvakken.
Aanvullende gegevens – specialistische metingen
Naast de reguliere visuele kunnen aanvullende metingen worden ingezet. Een veel gebruikte methode is een deflectiemeting, waarmee de draagkracht en restlevensduur van de verhardingsconstructie bepaald wordt. Andere aanvullende technieken zijn valgewichtmetingen, langs- en dwarsprofielen, stroefheidsmetingen en akoestische radar.
Op basis van de verzamelde gegevens wordt de technische kwaliteit vastgesteld. Dit betreft een beoordeling van constructieve eigenschappen (draagkracht, laagopbouw, slijtage) en oppervlaktekenmerken (egalisatie, schadebeelden). Deze beoordeling vormt de basis voor het bepalen of onderhoud op korte, middellange of lange termijn nodig is.
Van technische kwaliteit naar beeldkwaliteit – CROW-publicatie 380
De technische beoordeling wordt vervolgens vertaald naar een beeldkwaliteit zoals die door de gebruiker wordt ervaren. Deze vertaalslag is noodzakelijk in de communicatie met bestuurders en burgers. In CROW-publicatie 380 (Kwaliteitscatalogus openbare ruimte) zijn kwaliteitsniveaus beschreven in termen van beeldkwaliteit: bijvoorbeeld visuele schade, comfort en netheid. Zo ontstaat een integrale kijk op onderhoud: technisch onderbouwd, maar afgestemd op maatschappelijke wensen.
BIJLAGE 8 KAPITAALVERNIETIGING BIJ VERHARDINGEN
Op 3 september 2024 heeft een informatiebijeenkomst plaatsgevonden over het Beleidsplan Wegen Maasdriel 2026-2030. Naar aanleiding hiervan heeft de fractie van D66 verzocht om een nadere toelichting op het begrip kapitaalvernietiging bij het onderhoud van verhardingen.
Kapitaalvernietiging ontstaat wanneer onderhoud aan wegen, fietspaden en voetpaden niet tijdig wordt uitgevoerd. Lichte maatregelen zijn dan niet langer afdoende waardoor ingrijpende en veel duurdere reconstructies noodzakelijk zijn. Daarnaast gaat ook een deel van de resterende levensduur verloren. Door structureel onderhoud op niveau B, basis, te handhaven, wordt kapitaalvernietiging voorkomen. Hierdoor zijn de lasten van het onderhoud beheersbaar en wordt er voldaan aan de wettelijke zorgplicht uit de Wegenwet en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
De openbare ruimte is een belangrijke factor voor fijn en veilig wonen en leven. Een prettige woon- en leefomgeving is mooi, schoon, veilig en groen. Een groot gedeelte van de openbare ruimte bestaat uit verhardingen. Deze verhardingen dragen onder andere bij aan de bereikbaarheid, toegankelijkheid, veiligheid en leefbaarheid van onze gemeente.
Zorgplicht beheer en onderhoud verhardingen.
Op grond van artikel 16 van de Wegenwet is de gemeente verantwoordelijk voor het in goede staat houden van het gehele wegenareaal, inclusief alle verhardingen en bermen. Daarmee heeft de gemeente de plicht om doelmatig beheer en onderhoud te waarborgen. De bekostiging van deze wettelijke taak vindt plaats uit de algemene middelen.
Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn gemeenten verplicht hun kapitaalgoederen doelmatig en rechtmatig te beheren. In de BBV is geregeld dat bij achterstallig onderhoud er een voorziening gevormd moet worden.
Het huidige onderhoudsniveau van de verhardingen in Maasdriel is niveau C, laag. Dit betekent dat de verkeersveiligheid nog net geborgd is, maar dat er een risico bestaat op afglijden naar niveau D, achterstallig onderhoud. Wanneer dit gebeurt, zijn lichte maatregelen niet langer afdoende en worden ingrijpende en veel duurdere reconstructies noodzakelijk.
In het gemeentelijk beleid wordt vastgelegd welke kwaliteit van de openbare ruimte wordt nagestreefd. Het beheer en onderhoud worden vervolgens afgestemd op deze kwaliteitsdoelstellingen. De gemeenteraad stelt zowel het beleid als de bijbehorende kwaliteitsnormen vast.
Onderstaand schema geeft de cyclus van doelmatig beheer en onderhoud weer.
Figuur 1. Schematisch overzicht beheercyclus conform CROW
Bij het bepalen van het onderhoud wordt uitgegaan van het theoretische model van de levenscyclus van verhardingen (zie figuur 2). Dit model beschrijft hoe de kwaliteit van een wegverharding na aanleg geleidelijk afneemt door gebruik en veroudering. Door tijdig klein of groot onderhoud uit te voeren, kan de kwaliteit telkens worden hersteld en de levensduur worden verlengd. Rehabilitatie vindt pas plaats wanneer regulier onderhoud niet langer doelmatig of effectief is.
Figuur 2 Theoretische levenscyclus verhardingen
De gemeente hanteert voor open verhardingen een technische levensduur van circa 60 jaar en voor asfaltverhardingen van circa 40 jaar.
Kapitaalvernietiging is het verschil tussen de kosten van tijdig onderhoud en de (veel hogere) kosten van uitgesteld onderhoud bij verhardingen.
Voor het bepalen van de technische staat van het areaal maken we gebruik van de CROW kwaliteits-normen. Hierbij worden vijf niveaus onderscheiden, variërend van zeer goed tot slecht: A+, A, B, C en D.
In figuur 3 zijn de diverse kwaliteitsnormen toegelicht.
Landelijk wordt kwaliteitsniveau D aangemerkt als achterstallig onderhoud. Volgens de systematiek van CROW is een onderhoudsachterstand nog acceptabel zolang niet meer dan 5% van het gemeentelijke areaal dit kwaliteitsniveau bereikt.
Figuur 3 Theoretische levenscyclus verhardingen
Het onderscheid tussen onderhoudsniveau B en C is dat bij B sprake is proactief en preventief onderhoud, bij niveau C is dat reactief onderhoud.
Gevolgen van te laat onderhoud
Wanneer onderhoud te laat wordt uitgevoerd, vervalt de mogelijkheid om met lichte, goedkope maatregelen de kwaliteit te herstellen en zijn ingrijpende en veel duurdere reconstructies noodzakelijk. Daarnaast heeft het lagere kwaliteitsniveau ook negatieve effecten op de verkeerveiligheid, economie en milieu.
Tijdig ingrijpen met de juiste maatregel op het juiste moment is daarmee cruciaal om onder andere kapitaalvernietiging te voorkomen.
Voorbeelden van maatregel per kwaliteitsniveau
VOORKOMEN KAPITAALVERNIETIGING
Het voorkomen van kapitaalvernietiging bij het onderhoud van verhardingen vraagt om een strategische en proactieve aanpak. Hierbij staan de volgende uitgangspunten centraal:
Het handhaven van onderhoudsniveau B is noodzakelijk om kapitaalvernietiging te voorkomen. Uitstel naar niveau C heeft de navolgende gevolgen:
Het huidige uitgangspunt van niveau C leidt op korte termijn tot kapitaalvernietiging door hogere investeringskosten en verminderen van de restlevensduur.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-267220.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.