Gemeenteblad van Someren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Someren | Gemeenteblad 2026, 244968 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Someren | Gemeenteblad 2026, 244968 | beleidsregel |
Nota Parkeernormen Someren 2026
1.1. De Nota Parkeernormen Someren 2026
In de gemeente Someren vinden diverse soorten ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Deze ontwikkelingen zorgen voor een verandering van de parkeersituatie. De Nota Parkeernormen Someren 2026 (hierna Nota Parkeernormen) geeft aan hoeveel parkeerruimte beschikbaar moet worden gesteld bij ruimtelijke ontwikkelingen en welke soorten parkeeroplossingen ingezet kunnen worden. De Nota Parkeernormen vervangt de Nota Parkeernormen uit 2018.
De oude parkeernormennota uit 2018 was verouderd en op een aantal onderdelen onduidelijk. De oude parkeernormennota was vooral gericht op de aanleg van parkeerplaatsen en bood geen mogelijkheid om gebruik te maken van bestaande openbare parkeercapaciteit en hield geen rekening met de opkomst van alternatieve mobiliteitsvormen zoals bijvoorbeeld deelmobiliteit.
Het doel van de Nota Parkeernormen is het voorkomen van parkeeroverlast door nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en hiermee bij te dragen aan de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid in de gemeente Someren.
1.2. Relatie met Mobiliteitsplan gemeente Someren
In 2022 heeft de gemeenteraad het Mobiliteitsplan vastgesteld. Het hoofddoel van het Mobiliteitsplan is te komen tot een veilig en gebalanceerd verkeer- en vervoerssysteem. Een systeem waar bereikbaarheid voor alle vervoerswijzen, leefbaarheid, duurzaamheid en veiligheid in balans met elkaar zijn.
In het Mobiliteitsplan wordt geconstateerd dat de autoafhankelijkheid in de gemeente hoog is door het ontbreken van voldoende aanbod en kwaliteit van alternatieven voor de auto zoals bijvoorbeeld openbaar vervoer. Bij het bepalen van de hoogte van de parkeernormen in de Nota Parkeernormen is hiermee rekening gehouden.
In het Mobiliteitsplan staat dat de gemeente bereid is om aan de slag te gaan met deelmobiliteit als hiervoor behoefte ontstaat. In de Nota Parkeernormen is deelmobiliteit als mogelijkheid voor het invullen van (een deel van) de parkeerbehoefte van ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen.
2.1. Omgevingswet en Omgevingsvergunning
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Centraal binnen de Omgevingswet staat het bundelen en vereenvoudigen van regels voor de fysieke leefomgeving. Onder de Omgevingswet zijn er twee mogelijkheden om de parkeernormen juridisch te borgen. Via een dynamische verwijzing naar de beleidsregels in de planregels van het omgevingsplan, of door de parkeernormen direct op te nemen in de planregels van het omgevingsplan. Het niet of onvoldoende oplossen van de parkeerbehoefte bij een ruimtelijke ontwikkeling kan een weigeringsgrond vormen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
De Nota Parkeernormen Someren 2026 is van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en/of wijziging van het omgevingsplan of op basis van het vigerende bestemmingsplan (waarin een dynamische verwijzing naar de Nota Parkeernormen stond) nodig is. De Nota Parkeernormen is niet van toepassing op omgevingsplannen en -vergunningen die voor de datum van bekendmaking van de Nota Parkeernormen reeds als ontwerp zijn ingediend.
Hoofdstuk 3 – Uitgangspunten parkeernormen
De oude parkeernormennota was gebaseerd op CROW publicatie 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie uit 2012. Op 19 juni 2024 is CROW publicatie 744 Parkeerkencijfers verschenen. De CROW parkeerkencijfers uit publicatie 744 zijn in dit hoofdstuk vertaald naar parkeernormen voor de gemeente Someren.
De stedelijkheidsgraad van een gebied is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en daarmee ook van invloed op de hoogte van de parkeernorm. Als een gebied een lagere stedelijkheidsgraad heeft, neemt het aanbod en de kwaliteit van alternatieven voor de auto (fietsen, lopen, openbaar vervoer) af, en neemt het gebruik van de auto en de behoefte aan parkeerplaatsen toe. De stedelijkheid van gebieden wordt uitgedrukt in de omgevingsadressendichtheid.
Tabel 1. Omgevingsadressendichtheid naar stedelijke klasse (bron: CB5)
De omgevingsadressendichtheid van de gemeente Someren (2025) bedraagt 746 adressen per vierkante kilometer (bron: CBS). De gemeente wordt daarmee gecategoriseerd als weinig stedelijk gebied (500-1000 adressen per km2). Voor de parkeernormen in Someren zijn daarom de CROW parkeerkencijfers voor weinig stedelijk gebied aangehouden.
De hoogte van een autoparkeernorm is afhankelijk van de geografische ligging van een gebied. Naar mate een gebied verder van een centrum af ligt, nemen het aanbod en de kwaliteit van alternatieven voor de auto (fietsen, lopen, openbaar vervoer) en de mogelijkheden van dubbelgebruik van de parkeervoorzieningen af, en neemt de behoefte aan parkeerplaatsen toe.
In de Nota Parkeernormen is onderscheid gemaakt naar drie verschillende geografische gebieden:
In de Nota Parkeernormen is alleen voor Someren een centrumgebied gedefinieerd. In de andere kernen onvoldoende sprake is van omvang en dichtheid van centrumfuncties. De begrenzing van het centrumgebied Someren volgt op hoofdlijnen de begrenzing van de blauwe zone. In bijlage 1 is een overzichtskaart van het centrumgebied van Someren opgenomen.
Het CROW maakt ook onderscheid naar zogenaamd centrum schilgebied. Een centrum schilgebied is een gebied waar sprake is van een hogere kwaliteit en aanbod van alternatieve vervoersmiddelen, en dan met name openbaar vervoer, in vergelijking tot de rest van de bebouwde kom. In Someren is hiervan geen sprake. In de Nota Parkeernormen is daarom geen centrum schilgebied opgenomen.
De rest bebouwde kom gebieden bevinden zich binnen de bebouwde kom op basis van de Wegenverkeerswet 1994 maar behoren niet tot het centrumgebied Someren.
Het buitengebied bestaat uit het gebied dat niet tot het centrumgebied en rest bebouwde komgebied behoort. De grens tussen rest bebouwde kom en het buitengebied kan in de tijd wijzigen. Daarom is de feitelijke situatie bepalend bij de beoordeling of een ontwikkeling binnen of buiten de bebouwde kom ligt. Uiteraard mag voor ruimtelijke ontwikkelingen die vóór de realisatie buiten de bebouwde kom liggen en ná realisatie binnen de bebouwde kom worden opgenomen, uitgegaan worden van de parkeernormen voor rest bebouwde kom.
3.4. Hoogte auto parkeernormen
De CROW parkeerkencijfers hebben bandbreedtes om parkeernormen afgestemd op de lokale situatie vast te kunnen stellen. Het autobezit in Someren is vergelijkbaar met gemeentes met een gelijke stedelijkheidgraad. Bij het bepalen van de hoogte van de parkeernormen voor de gemeente Someren is daarom uitgegaan van het gemiddelde van de CROW kencijfers.
Aandeel parkeerplaatsen voor bezoekers van bewoners
Bij woningen geldt een parkeernorm voor bewoners én een parkeernorm voor bezoekers van de woningen. Het aantal bezoekersparkeerplaatsen is afhankelijk van de geografische ligging van de ontwikkeling.
Tabel 2. Aantal bezoekersparkeerplaatsen bij woningen naar gebiedsindeling
3.6. Wat als een parkeernorm niet voorkomt in de Nota Parkeernormen?
In bijlage 2 staan de parkeernormen van de gemeente Someren. In de praktijk kan het voorkomen dat voor een specifieke functie geen parkeernorm is opgenomen. Er kunnen zich twee situaties voordoen:
In de tabellen met de parkeernormen staat bij de betreffende functie “nvt”
De parkeernormen uit de Nota Parkeernormen zijn gebaseerd op de CROW kengetallen uit publicatie 744. Het CROW geeft bij sommige functies geen parkeerkencijfers op een bepaalde locatie, omdat die functie in de praktijk niet of nauwelijks op een dergelijke locatie gerealiseerd wordt. Er staat dan ‘nvt’ bij de parkeernorm (bijvoorbeeld een café/bar/cafetaria buiten de bebouwde kom). Dit betekent niet dat dan geen parkeernorm toegepast hoeft te worden. In die situatie bepaalt de gemeente de hoogte van de parkeernorm.
De betreffende functie komt niet voor in de Nota Parkeernormen
Wanneer voor een specifieke functie in de Nota Parkeernormen helemaal geen parkeernormen staan, dan moeten onderstaande drie stappen gevolgd worden:
Als de voorgaande drie stappen geen resultaat hebben opgeleverd moet voor de parkeernorm een parkeeronderbouwing opgesteld worden op basis van ervaringscijfers, benchmark, mobiliteitskenmerken van de ontwikkeling etc. De parkeeronderbouwing moet door een verkeerskundig adviesbureau opgesteld worden.
Bij het toepassen van de Nota Parkeernormen worden verschillende berekeningen uitgevoerd. De berekeningen worden tussentijds afgerond op 1 decimaal. Bij het vaststellen van de uiteindelijke parkeeropgave wordt afgerond op hele getallen. Daarbij wordt kleiner dan 0,5 naar beneden afgerond en groter of gelijk aan 0,5 naar boven afgerond.
Hoofdstuk 4 – Toepassingskader Nota Parkeernormen
De parkeernormen uit de Nota Parkeernormen Someren 2026 moeten volgens een vast stappenplan met minimaal 7 en maximaal 10 stappen worden toegepast. Hiermee wordt voorkomen dat onjuiste parkeerberekeningen gemaakt worden. In paragraaf 4.2 tot en met 4.5 wordt het stappenplan toegelicht. In bijlage 4 zijn drie voorbeeldberekeningen op basis van het stappenplan opgenomen.
Hieronder is het stappenplan schematisch weergeven.
4.2.1. Stap 1a: Normatieve parkeerbehoefte
De normatieve parkeerbehoefte is het aantal parkeerplaatsen dat voor een functie nodig is. Voor het bepalen van de normatieve parkeerbehoefte wordt gebruikt gemaakt van parkeernormen uit bijlage 2. De normatieve parkeerbehoefte wordt berekend door de formule: functie x parkeernorm. Bij meerdere functies moet per functie de normatieve parkeerbehoefte bepaald worden.
Normatieve parkeerbehoefte woningen
Voor het bepalen van de normatieve parkeerbehoefte bij woningen gelden onderstaande aandachtspunten:
Berekeningsaantallen voor parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen
Parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen worden niet altijd optimaal benut. Er worden daarom berekeningsaantallen voor parkeerplaatsen op eigen terrein toegepast. Aan de maatvoering van parkeerplaatsen op eigen terrein worden voorwaarden gesteld. Hiermee wordt rekening gehouden met de bruikbaarheid van de parkeerplaatsen en de toegankelijkheid van deuren en looproutes op het perceel. Parkeerplaatsen op eigen terrein die niet voldoen aan de minimale maatvoering mogen niet meegerekend worden. In de parkeerberekening kan het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein nooit hoger zijn dan de parkeerbehoefte van een woning.
* Wanneer de parkeerplaats(en) zich voor een toegangsdeur bevinden (bijvoorbeeld naar de tuin, berging etc.) moet bij de diepte van de parkeerplaats(en) (minimaal) 1,0 meter opgeteld worden.
Tabel 3. Berekeningsaantallen en maatvoering parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen
De berekeningsaantallen voor parkeerplaatsen op eigen terrein zijn niet van toepassing op:
Woningen in het centrum van Someren
In het centrum van Someren (zie bijlage 1) is sprake van parkeerregulering (blauwe zone). Bewoners die beschikken over parkeerplaatsen op eigen terrein komen niet in aanmerking voor een parkeerontheffing. In het centrum van Someren zijn de berekeningsaantallen voor parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen daarom niet van toepassing.
4.2.2. Stap 1b: Maatgevende parkeerbehoefte
Deze stap is alleen van toepassing als binnen een ontwikkeling meerdere functies worden gerealiseerd en/of sprake is van woningbouw.
Als een ontwikkeling bestaat uit meerdere functies hebben (waarschijnlijk) niet alle functies op hetzelfde moment van de dag en week gelijktijdig hun parkeerbehoefte. Hierdoor kan mogelijk dubbelgebruik van parkeerplaatsen plaatsvinden. Voor het bepalen in welke mate dubbelgebruik van parkeerplaatsen kan plaatsvinden moet de maatgevende parkeerbehoefte bepaald worden. De maatgevende parkeerbehoefte wordt berekend door de normatieve parkeerbehoefte van iedere afzonderlijke functie te vermenigvuldigen met aanwezigheidspercentages uit bijlage 3. Het dagdeel waarop de parkeerbehoefte van alle functies het hoogst is, wordt aangehouden als de maatgevende parkeerbehoefte.
Bij woningbouwontwikkelingen is dubbelgebruik van parkeerplaatsen door bewoners en hun bezoek mogelijk. Dubbelgebruik is alleen mogelijk op openbare parkeerplaatsen.
4.2.3. Stap 2: salderen bestaande situatie
Bij functiewijziging en/of -uitbreiding en/of sloop-nieuwbouw leidde het oude gebruik ook tot een bepaalde parkeerbehoefte. De parkeerbehoefte van de bestaande functie(s) mag in mindering gebracht worden op de toekomstige parkeerbehoefte. Dit principe wordt salderen genoemd. Uitgangspunt bij salderen is dat de parkeerdruk in de openbare ruimte door een ruimtelijke ontwikkeling niet toeneemt. Een eventueel bestaand parkeertekort mag daarbij buiten beschouwing blijven. Als bestaande parkeerplaatsen gesaldeerd worden dan moeten deze parkeerplaatsen nu en in de toekomst in aantal aanwezig zijn en blijven.
Voor salderen gelden twee belangrijke voorwaarden:
Bij salderen moet rekening gehouden worden met een mogelijke verschuiving van de parkeerbehoefte
Afhankelijk van de bestaande- en toekomstige functie(s) kan de maatgevende parkeerbehoefte op andere momenten optreden. Bij het salderen moet daarom gebruik gemaakt worden van aanwezigheidspercentages per functie uit bijlage 3.
4.2.4. Stap 3: mobiliteitscorrectie deelmobiliteit
De Nota Parkeernormen biedt bij woningbouw de mogelijkheid om deelmobiliteit in te zetten als middel om een deel van de parkeerbehoefte in te vullen. Iedere deelauto levert een mobiliteitscorrectie van 4 parkeerplaatsen op (5 parkeerplaatsen minder per deelauto en 1 parkeerplaats voor de deelauto). Aan de inzet van deelmobiliteit worden onderstaande voorwaarden gekoppeld:
4.2.5. Stap 4: vaststellen parkeeropgave
Bij deze stap wordt de parkeeropgave van de ruimtelijke ontwikkeling vastgesteld. De parkeeropgave is het aantal parkeerplaatsen dat daadwerkelijk gerealiseerd moet worden. De parkeeropgave wordt bepaald door de mobiliteitscorrectie in mindering te brengen op de normatieve/maatgevende parkeerbehoefte.
In de volgende stappen wordt aangegeven hoe de parkeeropgave kan worden ingevuld en welke voorwaarden daarbij gelden. Algemeen uitgangspunt is dat de parkeeropgave van een ruimtelijke ontwikkeling op eigen terrein wordt ingevuld.
4.3.1. Stap 5: parkeerplaatsen op eigen terrein/binnen het plangebied
Met parkeerplaatsen op eigen terrein/binnen het plangebied worden parkeerplaatsen bedoeld die voor iedereen openbaar toegankelijk zijn. Bij woningen moeten de bezoekersparkeerplaatsen altijd openbaar toegankelijk zijn. Parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen mogen in deze stap niet meegerekend worden. Deze parkeerplaatsen worden bij de eerste stap in mindering gebracht op de normatieve parkeerbehoefte.
Bij grote bedrijven is de parkeeropgave soms aanzienlijk hoger dan de werkelijke parkeerbehoefte. Dit betekent niet dat de parkeeropgave dan naar beneden kan worden bijgesteld. Er wordt namelijk niet specifiek naar de invulling van een bedrijf gekeken, maar naar de planologische mogelijkheden die een plan/vergunning biedt. De bedrijfsinvulling kan immers in de loop der jaren wijzigen. Wanneer een bedrijf kan aantonen dat de parkeeropgave niet in verhouding staat tot de werkelijke parkeerbehoefte dan mag een deel van de parkeeropgave omgezet worden in een ruimtereservering op eigen terrein. Een ruimtereservering is een strook grond die (tijdelijk) als groenstrook, waterpartij etc. wordt ingericht en op een later moment indien nodig alsnog in parkeerplaatsen kan worden omgezet. Als gebruik wordt gemaakt van een ruimtereservering dan gelden de volgende voorwaarden:
Na het vaststellen van de parkeeropgave (stap 4) en het parkeeraanbod (stap 6) moet een parkeerbalans worden opgesteld. Met een parkeerbalans kan beoordeeld worden of een ruimtelijke ontwikkeling voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Bij het opstellen van de parkeerbalans wordt het parkeeraanbod (paragraaf 4.3.2) in mindering gebracht op de parkeeropgave (paragraaf 4.2.5). De parkeerbalans moet sluitend zijn. Er is sprake van een sluitende parkeerbalans wanneer minimaal het aantal parkeerplaatsen dat volgt uit de parkeeropgave wordt gerealiseerd.
Als de parkeeropgave van een ruimtelijke ontwikkeling niet (volledig) kan worden ingevuld is er sprake van een negatieve parkeerbalans. In die situatie moet eerst gekeken worden of aanpassing van het bouwvolume en/of een andere planinvulling mogelijk is. Wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is, moet in overleg met de gemeente beoordeeld worden of de parkeeropgave door middel van maatwerk kan worden ingevuld. Hierbij wordt benadrukt dat het geen vanzelfsprekendheid is dat in alle situaties met maatwerk de parkeeropgave kan worden ingevuld. Wanneer maatwerk niet mogelijk is moet geconcludeerd worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet past en zal door initiatiefnemer naar aanpassing van het bouwvolume en/of een andere planinvulling gekeken moeten worden.
Er zijn drie mogelijkheden voor maatwerk:
4.5.1. Stap 8: vervangende private parkeerruimte
De parkeeropgave van een ruimtelijke ontwikkeling mag ook ingevuld worden op particulier terrein dat buiten het plangebied ligt. Hieraan worden de volgende voorwaarden gesteld:
4.5.2. Stap 9: benutten openbare parkeercapaciteit
Voor het invullen van (een deel van) de parkeeropgave mogen maximaal 5 bestaande openbare parkeerplaatsen benut worden. Hiermee wordt voorkomen dat een ruimtelijke ontwikkeling een onevenredig beslag op de openbare capaciteit legt. Wanneer openbare parkeerplaatsen benut worden moet de initiatiefnemer aantonen dat in de openbare ruimte voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Hiervoor moet een parkeeronderzoek uitgevoerd worden. Aan het benutten van openbare parkeercapaciteit en het parkeeronderzoek worden de volgende voorwaarden gesteld:
4.5.3. Stap 10: aanleg parkeercapaciteit in openbare ruimte
Wanneer de parkeeropgave niet (volledig) op eigen terrein en/of in de openbare ruimte kan worden ingevuld kan in overleg met de gemeente gekeken worden naar de mogelijkheid voor de aanleg van extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Hieraan worden de volgende voorwaarden gesteld:
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren,
de secretaris,
J. Weekers
de burgemeester,
D. Blok
Bijlage 1. Overzichtskaart Centrum Someren
Afbeelding 2: Het binnen de rode contouren aangegeven gebied behoort tot Centrum Someren
Bijlage 2. Parkeernormen Someren
In deze bijlage zijn voor onderstaande functiegroepen parkeernormen opgenomen:
Indien sprake is van arbeidsmigranten huisvesting in een bestaande woning (maximaal 4 huisvestingsplaatsen) moet de parkeernorm van het betreffende woningtype aangehouden worden. Indien sprake is van huisvesting in een bestaande woning (>4 huisvestingsplaatsen) en/of nieuwbouw dan zijn de vermelde parkeernormen van toepassing.
Voor een asielzoekerscentrum (AZC) zijn indicatieve parkeernormen vermeld. Afhankelijk van de situatie is maatwerk nodig. De parkeerbehoefte van een AZC bestaat in theorie uit de parkeerbehoefte van bewoners en werknemers/vrijwilligers. Bewoners van een AZC hebben over het algemeen geen auto. De parkeerbehoefte van werknemers/vrijwilligers wordt daarom alleen berekend op basis van de oppervlakte van de gebouwen niet zijnde woongebouwen. Voor deze oppervlakte geldt de parkeernorm voor een kantoor zonder baliefunctie.
Voor een showroom staan in CROW publicaties 381 en 744 geen parkeernormen. De vermelde parkeernormen zijn afkomstig uit CROW publicatie 181 Parkeerkencijfers – basis voor parkeernormering uit 2004. Omdat deze publicatie inmiddels ruim 20 jaar en het autobezit sindsdien is toegenomen zijn de parkeernormen uit 2004 met 20% opgehoogd.
Een distributiecentrum bevindt zich op (de grotere) bedrijventerreinen aan de rand van de bebouwde kom of het buitengebied. De werkprocessen in distributiecentra zijn grotendeels geautomatiseerd/gerobotiseerd. De parkeernormen voor een distributiecentrum hebben alleen betrekking op de parkeerbehoefte van de magazijn medewerkers. De parkeerbehoefte van de kantoormedewerkers van een distributiecentrum moet afzonderlijk bepaald worden. Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van de magazijnmedewerkers moet rekening gehouden worden tussen overlap van ploegen.
Parkeernormen boodschappen en winkelen
Voor detailhandel is een parkeernorm opgenomen die voor het centrum van Someren is samengesteld op basis van de gemiddelde CROW parkeerkencijfers voor een hoofdwinkelgebied van 20.000 – 30.000 inwoners, voor detailhandel in de rest bebouwde kom zijn de gemiddelde CROW parkeerkencijfers voor een buurt- en dorps(winkel)centrum aangehouden.
Dit zijn grootschalige detailhandelszaken die een breed assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. De parkeernorm geldt ook voor meer gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, etc.
Parkeernormen sport, cultuur en ontspanning 1/2
Bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele centra (> 1.500 m2 bvo), die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie.
Parkeernormen sport, cultuur en ontspanning 2/2
Parkeernormen horeca en verblijfsrecreatie
Bij horeca met een terras moet onderscheid gemaakt worden naar winter- en zomerterrassen. Bij een winterterras moet de oppervlakte van het terras meegerekend worden bij het bepalen van de totale oppervlakte van de horecafunctie. Bij zomerterrassen hoeft de oppervlakte bij het bepalen van de totale oppervlakte van de horecafunctie niet meegerekend te worden.
Parkeernormen gezondheid en (sociale) voorzieningen
Een gezondheidscentrum is een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak gevestigd zijn. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen, een apotheek en/of een consultatiebureau. De diverse gezondheidsinstellingen hebben vaak verschillende openingstijden, ook avondopeningstijden komen voor. Bij het parkeerkencijfer is geen rekening gehouden met de aanwezigheid van een apotheek.
Halen en brengen bij basisscholen, crèches en kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, voor- en buitenschoolse kinderopvang
Voor het bepalen van de parkeerbehoefte voor halen en brengen bij basisscholen, crèches en kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, voor- en buitenschoolse kinderopvang dient gebruik gemaakt te worden van de Parkeervraagcalculator (of diens opvolger) van het CROW.
Bijlage 3. Aanwezigheidspercentages
Onderstaande aanwezigheidspercentages zijn afkomstig uit CROW publicatie 744. Voor bepaalde functies (bijv. café/bar/cafetaria) zijn geen aanwezigheidspercentages beschikbaar. Bij het bepalen van de aanwezigheidspercentages voor deze functies moet door de initiatiefnemer een onderbouwde aanname bijvoorbeeld op basis van bijvoorbeeld de bedrijfsvoering gedaan worden.
In deze bijlage zijn 3 fictieve rekenvoorbeelden opgenomen. Ieder rekenvoorbeeld is stapsgewijs uitgewerkt en toegelicht.
Rekenvoorbeeld 1: nieuwbouw woningen
In Lierop worden op een braakliggend terrein 6 woningen gebouwd:
In het plangebied wordt 4 openbare parkeerplaatsen aangelegd.
Stap 1a: normatieve parkeerbehoefte
De normatieve parkeerbehoefte is vastgesteld op basis van het ruimtelijke programma en parkeernormen uit bijlage 2. De parkeerplaatsen op eigen terrein bij de woningen worden op basis van de berekeningsaantallen uit tabel 3 als volgt meegerekend:
1 In deze situatie is bij de vrijstaande woningen het berekeningsaantal parkeerplaatsen op eigen terrein hoger dan de normatieve parkeerbehoefte. In de berekening kan het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein nooit hoger kan zijn dan de normatieve parkeerbehoefte. Om die reden is de parkeerbehoefte van de bewoners van de vrijstaande woningen op 0 vastgesteld.
Uitkomst stap 1a: De normatieve parkeerbehoefte bedraagt 2,8 parkeerplaatsen.
Stap 1b: maatgevende parkeerbehoefte
Omdat sprake is van woningbouw, en gedeeld gebruik van de openbare parkeerplaatsen kan plaatsvinden, moet de normatieve parkeerbehoefte vertaald worden naar de maatgevende parkeerbehoefte. Hiervoor is de normatieve parkeerbehoefte met aanwezigheidspercentages uit bijlage 3 vermenigvuldigd.
Uitkomst stap 1b: De maatgevende parkeerbehoefte treedt op zaterdagavond op en bedraagt dan 2,5 parkeerplaatsen.
In deze situatie is sprake van nieuwbouw en is er geen bestaande situatie waarmee gesaldeerd kan worden.
De ontwikkeling bestaat uit te weinig woningen om deelmobiliteit in te kunnen zetten. Er kan daarom geen mobiliteitscorrectie toegepast worden.
Stap 4: vaststellen parkeeropgave
De parkeeropgave wordt afgerond op hele getallen en bedraagt 3 parkeerplaatsen.
Uitkomst stap 4: De parkeeropgave bedraagt 2,5 = afgerond 3 parkeerplaatsen.
Stap 5: parkeerplaatsen op eigen terrein
Er worden op de planlocatie 4 openbare parkeerplaatsen aangelegd.
Stap 6: vaststellen parkeeraanbod
Het totaalaanbod aan parkeerplaatsen bedraagt 4 parkeerplaatsen.
De parkeeropgave (stap 4) van het plan bedraagt 3 parkeerplaatsen. Er worden 4 parkeerplaatsen (stap 6) aangelegd. Hieruit wordt geconcludeerd dat het plan voorziet in de aanleg van voldoende parkeerplaatsen. Er wordt per saldo 1 parkeerplaats te veel aangelegd.
Rekenvoorbeeld 2: nieuwbouw detailhandel, horeca en woningen
In het centrum van Someren worden op een braakliggend terrein 40 nieuwe appartementen gebouwd:
In de plint van het gebouw komt 400 m2 bvo detailhandel en een restaurant van 150 m2 bvo. Achter het appartementsgebouw wordt een parkeerterrein met 40 parkeerplaatsen aangelegd. Voor de bewoners van de 20 sociale huur appartementen wordt één deelauto ingezet.
Stap 1a: normatieve parkeerbehoefte
De normatieve parkeerbehoefte is vastgesteld op basis van het ruimtelijke programma en parkeernormen uit bijlage 2.
Uitkomst stap 1a: De normatieve parkeerbehoefte bedraagt 56,5 parkeerplaatsen.
In deze situatie worden de 40 openbare parkeerplaatsen op eigen terrein niet van de normatieve parkeerbehoefte afgetrokken. De openbare parkeerplaatsen worden bij stap 5 meegerekend.
Stap 1b: maatgevende parkeerbehoefte
Omdat sprake is van meerdere functies en woningbouw moet de normatieve parkeerbehoefte vertaald worden naar de maatgevende parkeerbehoefte. Hiervoor is de normatieve parkeerbehoefte met aanwezigheidspercentages uit bijlage 3 vermenigvuldigd.
Uitkomst stap 1b: De maatgevende parkeerbehoefte treedt op zaterdagmiddag op en bedraagt dan 49,1 parkeerplaatsen.
In deze situatie is sprake van nieuwbouw op een braakliggend terrein en kan niet met de bestaande situatie gesaldeerd worden.
De ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden voor deelmobiliteit:
Er wordt één deelauto toegepast. Hiervoor mag een mobiliteitscorrectie van 4 parkeerplaatsen worden toegepast.
Uitkomst stap 3: De mobiliteitscorrectie bedraagt -4 parkeerplaatsen
Stap 4: vaststellen parkeeropgave
De parkeeropgave wordt bepaald door op de maatgevende parkeerbehoefte de mobiliteitscorrectie in mindering te brengen. De parkeeropgave wordt afgerond op hele getallen.
Uitkomst stap 4: De bedraagt na aftrek van de mobiliteitscorrectie 45,1 = afgerond 45 parkeerplaatsen.
Stap 5: parkeerplaatsen op eigen terrein
Er worden op de planlocatie 40 openbare parkeerplaatsen aangelegd.
Stap 6: vaststellen parkeeraanbod
Het totaalaanbod aan parkeerplaatsen bedraagt 40 parkeerplaatsen.
De parkeeropgave (stap 4) van het plan bedraagt 45 parkeerplaatsen. Er worden 40 parkeerplaatsen (stap 7) aangelegd. Hieruit wordt geconcludeerd dat het plan voorziet in de aanleg van onvoldoende parkeerplaatsen. Er worden per saldo 5 parkeerplaatsen te weinig aangelegd.
Rekenvoorbeeld 3: functiewijziging kantoor naar appartementen
Een bestaand kantoorgebouw van 800 m2 bvo in Someren-Eind wordt getransformeerd naar 10 koopappartementen van ieder 80 m2 bvo. Het kantoor beschikt over een parkeerterrein met 12 parkeerplaatsen. Dit parkeerterrein blijft behouden.
Stap 1a: normatieve parkeerbehoefte
De normatieve parkeerbehoefte is vastgesteld op basis van het ruimtelijke programma en parkeernormen uit bijlage 2.
Uitkomst stap 1a: De normatieve parkeerbehoefte bedraagt 16,0 parkeerplaatsen.
Stap 1b: maatgevende parkeerbehoefte
Omdat sprake is van woningbouw moet de normatieve parkeerbehoefte omgerekend worden naar de maatgevende parkeerbehoefte. Hiervoor is de normatieve parkeerbehoefte met aanwezigheidspercentages uit bijlage 3 vermenigvuldigd.
Uitkomst stap 1b: De maatgevende parkeerbehoefte treedt op de werkdagavond op en bedraagt dan 14,1 parkeerplaatsen.
In deze situatie is sprake van een functiewijziging waardoor de parkeerbehoefte van de bestaande situatie gesaldeerd moet worden. Voor het bepalen van de bestaande parkeerbehoefte worden stap 1a en 1b herhaald.
Stap 1a: normatieve parkeerbehoefte (bestaand)
De normatieve parkeerbehoefte is berekend op basis 800 m2 kantoor en parkeernormen uit bijlage 2.
Uitkomst stap 1a: de normatieve parkeerbehoefte van de bestaande situatie bedraagt 20,4 parkeerplaatsen.
Stap 1b: maatgevende parkeerbehoefte (bestaand)
Omdat sprake is van een functiewijziging van kantoor naar wonen en een verschuiving van de parkeerbehoefte optreedt, moet ook de maatgevende parkeerbehoefte van de bestaande situatie bepaald worden. Hiervoor is de normatieve parkeerbehoefte vermenigvuldigd met aanwezigheidspercentages uit bijlage 3.
Door het bestaande aantal parkeerplaatsen in mindering te brengen op de maatgevende parkeerbehoefte is berekend of in de bestaande situatie sprake is van een parkeertekort of -overschot.
Uitkomst stap 1b: De maatgevende parkeerbehoefte in de bestaande situaties treedt op de werkdagochtend en -middag op en bedraagt dan 20,4 parkeerplaatsen. In de bestaande situatie zijn maar 12 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. Op deze momenten is daarom sprake van een parkeertekort van 8,4 parkeerplaatsen. Op alle andere momenten (m.u.v. vrijdagmiddag) is sprake van een parkeeroverschot.
Stap 2: Salderen bestaande en nieuwe parkeerbehoefte
Uitkomst stap 2: De maatgevende parkeerbehoefte na salderen treedt op de werkdagavond op en bedraagt dan 14,1 parkeerplaatsen. In dit voorbeeld blijkt dat een verschuiving van de parkeerbehoefte van overdag (kantoor) naar avond, weekend en nacht (woningen) optreedt.
Er wordt geen deelmobiliteit ingezet. Er kan daarom geen mobiliteitscorrectie toegepast worden.
Stap 4: vaststellen parkeeropgave
De parkeeropgave wordt bepaald door op de maatgevende parkeerbehoefte na salderen de mobiliteitscorrectie in mindering te brengen. De parkeeropgave wordt afgerond op hele getallen.
Uitkomst stap 4: De parkeeropgave na salderen bedraagt 14 parkeerplaatsen.
Stap 5: parkeerplaatsen op eigen terrein
Op de planlocatie wordt een bestaand parkeerterrein met 12 parkeerplaatsen in stand gelaten.
Stap 6: vaststellen parkeeraanbod
Het totaalaanbod aan parkeerplaatsen bedraagt 12 parkeerplaatsen.
De parkeeropgave (stap 4) van het plan bedraagt 14 parkeerplaatsen. Er zijn 12 parkeerplaatsen aanwezig (stap 6). Hieruit wordt geconcludeerd dat het plan voorziet in de aanleg van onvoldoende parkeerplaatsen. Er worden per saldo 2 parkeerplaatsen te weinig aangelegd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-244968.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.