Gemeenteblad van Zandvoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zandvoort | Gemeenteblad 2026, 223256 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zandvoort | Gemeenteblad 2026, 223256 | beleidsregel |
Afwegingskader Verduurzaming Monumenten Zandvoort
Het verduurzamen van monumenten is maatwerk. De juiste keuzes maken, kan daarom lastig zijn. Welke mogelijkheden zijn er? Hoe kies je de beste maatregel? En welke richtlijnen en regels hanteert de gemeente Zandvoort? Dit afwegingskader geeft hier inzicht in.
In het beginsel gebruiken we in de gemeente Zandvoort het afwegingskader van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE): Verduurzaming van monumenten, Afwegingskader voor vergunningverlening, versie september 2023 (zie bijlage). Omdat de gemeente, waar dat kan, ruimte wil geven aan verduurzaming, en omdat maatregelen wel in samenhang genomen moeten worden, hebben we het afwegingskader van de RCE hier en daar aangepast en aangevuld. Zo hebben we thema’s toegevoegd – ventilatie, zonne-energie en installaties (warmtepompen) – en per thema aangegeven wat er nodig is om een vergunning aan te vragen (de indieningsvereisten).
In dit document laten we voor een aantal relatief eenvoudige en veelvoorkomende duurzaamheidsmaatregelen zien wat de mogelijkheden zijn. Per thema staat aangegeven voor welke maatregelen een vergunning nodig is en voor welke niet. Voor een aantal eenvoudige vergunningsplichtige duurzaamheidsmaatregelen zijn sneltoetscriteria opgenomen. Hiermee wordt vooraf zo duidelijk mogelijk aangegeven waaraan getoetst wordt. De informatie in dit document kan ook gebruikt worden als richtlijn voor de verduurzaming van niet-monumentale historische panden.
Het afwegingskader is geen strakke set regels en ook geen lijst met standaardoplossingen. Het is bedoeld om duidelijkheid te geven bij het maken van keuzes rond verduurzaming van monumenten. Zodat het voor iedereen helder is hoe een besluit tot stand komt. Het geeft richting, maar is geen strak keurslijf. Als de situatie daarom vraagt, is er altijd ruimte om onderbouwd een afwijkende oplossing te kiezen.
Voor vragen over dit afwegingskader kunt u terecht bij het Monumentenloket: monumentenloket@zandvoort.nl
Er zijn verschillende manieren om ramen te isoleren. Denk aan het plaatsen van een binnen-voorzetraam of het toepassen van vacuümglas. Welke oplossing het meest geschikt is, blijft maatwerk en is afhankelijk van wat het raam aan kan. Meestal is er wel een vorm van verduurzaming mogelijk.
2.1. Uitzonderingen en aanvullingen
Het uitgangspunt is te verduurzamen op een manier waarbij de monumentale waarden zo min mogelijk worden aangetast. Welke verduurzamingsmethodes dan mogelijk zijn, heeft de RCE in een afwegingskader vastgelegd (zie bijlage). De gemeente Zandvoort volgt de RCE- afwegingskader (zie hoofdstuk vensterisolatie voor de basis), op een paar uitzonderingen en aanvullingen na.
Bij het plaatsen van isolerende beglazing is het uitgangspunt om de profilering (zoals bijvoorbeeld de vorm en details van kozijnen, ramen en latten) te bewaren. Met de volgende afmetingen wordt er ruimte geboden voor isolerende beglazing, terwijl de profilering zichtbaar blijft. Zo kan men dikker isolatieglas in de bestaande ramen zetten. Nieuwe stopverfrand (S) ≥ 10 mm; resterende afmeting raamhout (R) ≥ 8 mm; en plat deel (P) ≥ 3 mm. Overige maatvoering komt overeen met wat er in het afwegingskader van de RCE is opgenomen.
Ramen die relatief recent zijn toegevoegd of vervangen in een ouder monument, en die in detaillering niet aansluiten op de architectuur van het monument, kunnen meestal vervangen worden door een nieuw raam. Het uitgangspunt daarbij is om het architectonisch gevelbeeld en de detaillering weer te laten aansluiten bij de erfgoedwaarde van het monument.
Zie voor meer informatie de gids cultuurhistorie 21: Historische vensters isoleren van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: De gids cultuurhistorie 21: Historische venters.
Het detailboek voor het verduurzamen van oude huizen: Een warme jas | Gemeente Rhenen, Ede en Arnhem en Provincie Gelderland.
En de uitvoeringsrichtlijnen voor het isoleren van vensters van Stichting ERM: Isoleren van vensters| ERM Verduurzamingsrichtlijnen monumenten.
2.3. Duurzaamheidsmaatregelen met een sneltoets voor vergunning
Een aantal eenvoudige, veelvoorkomende verduurzamingsingrepen kunnen prima uitgevoerd worden als de situatie en uitvoering aan enkele voorwaarden voldoet. Hieronder staan de uitvoeringsvereisten opgesomd voor de drie maatregelen waar deze “sneltoets” geldt:
Ingrepen waarbij het monumentale raam of glas verandert, zijn maatwerk en daarvoor moet op de gebruikelijke manier een vergunning worden aangevraagd. Een vergunning kan worden aangevraagd via de landelijke website www.omgevingsloket.nl.
2.5. Indieningsvereisten:[AC1.1]
Bij een vergunningaanvraag zijn ten minste de volgende documenten nodig:
Detailtekeningen van de vensters en deuren in de bestaande en gewenste situatie met uitvoerige maatvoering van onder andere de profilering en de stopverfrand. Als er verschillende soorten vensters en deuren worden aangepast zijn van elk type detailtekeningen nodig. En per type vensters en deuren moeten de kritische details getekend worden, zodat zichtbaar wordt hoe het glas wordt geplaatst. Zo zijn detailtekeningen van bijvoorbeeld de wisseldorpels van schuiframen, het stopstel van draaiende ramen, en van roeden nodig.
Bij monumentale interieurs geldt tevens:
Bovenstaande indieningsvereisten zijn bedoeld om de initiatiefnemer te helpen. De vereisten in wet- en regelgeving blijven onverminderd van kracht. In bijzondere gevallen kan het nodig zijn om op basis van deze wet- en regelgeving aanvullende informatie te vragen.
Schuine daken kan men op twee manieren isoleren. Van binnenuit, tussen of over de spanten, of van buitenaf, bijvoorbeeld bij vervanging van de dakbedekking. Beide manieren kunnen veel invloed hebben op de monumentale waarden, waardoor er goed gekeken moet worden naar het effect en de aansluitingen op andere onderdelen. Als de zolderverdieping niet wordt verwarmd, kan gekozen worden voor zoldervloer-isolatie, wat meestal minder invloed heeft op de monumentale waarden.
3.1. Uitzonderingen en aanvullingen
Het uitgangspunt is om te verduurzamen op een manier waarbij de monumentale waarden zo min mogelijk worden aangetast. Welke verduurzamingsmethodes mogelijk zijn, heeft de RCE in een afwegingskader vastgelegd (zie bijlage). De gemeente Zandvoort volgt het RCE- afwegingskader (zie hoofdstuk dakisolatie voor de basis), op een paar uitzonderingen en aanvullingen na:
Zie voor meer informatie de pagina Isolatie van historische daken van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Isolatie van historische daken | Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Het detailboek voor het verduurzamen van oude huizen: Een warme jas | Gemeente Rhenen, Ede en Arnhem en Provincie Gelderland.
En de uitvoeringsrichtlijnen voor het isoleren van historische daken van Stichting ERM: Isoleren van daken | ERM Verduurzamingsrichtlijnen monumenten.
3.2. Duurzaamheidsmaatregelen met een sneltoets voor de vergunning
Een aantal eenvoudige, veelvoorkomende verduurzamingsingrepen bij monumenten kunnen prima uitgevoerd kunnen worden als de situatie en uitvoering aan enkele voorwaarden voldoet. Deze voorwaarden zijn per maatregel opgenomen in de uitvoeringsvereisten. Hieronder staan de uitvoeringsvereisten opgesomd per maatregel:
3.2.1. Zoldervloerisolatie tussen de balken of over de vloer, zolang er geen monumentale onderdelen worden gewijzigd.
3.3. Maatregelen met een reguliere vergunning
Voor maatwerk zoals het na-isoleren van zowel een plat dak als een schuin dak, van binnenuit of van buiten, is een reguliere vergunning nodig. Die vergunning kan worden aangevraagd op de landelijke website www.omgevingsloket.nl.
Bij een vergunningaanvraag zijn ten minste de volgende documenten nodig (het kan zijn dat er daarnaast nog andere documenten worden gevraagd):
Een werkomschrijving waarin staat welke ingrepen worden uitgevoerd en met welke materialen en technieken (waaronder informatie over het type isolatie, aansluitingen op andere onderdelen, type afwerking en eventuele dampremmende lagen). Dit kan een uitgebreide offerte zijn, aangevuld met een brochure.
Bovenstaande indieningsvereisten zijn bedoeld om de initiatiefnemer te helpen. De vereisten in wet- en regelgeving blijven onverminderd van kracht. In bijzondere gevallen kan het nodig zijn om op basis van deze wet- en regelgeving aanvullende informatie te vragen.
Bij monumenten zijn zowel de buitenkant als de binnenkant beschermd. Het is daarom altijd maatwerk om de gevels te isoleren. De meest gebruikte manier om gevels ‘na’ te isoleren is het plaatsen van voorzetwanden aan de binnenzijde. Maar soms kan dat niet, omdat er een monumentale afwerking in het interieur aanwezig is. Dan zal er geïsoleerd moeten worden via de buitenzijde van de gevel, via de spouw of alleen in bepaalde ruimtes. Meestal lukt het wel om gevels (deels) te isoleren, maar het blijft maatwerk.
4.1. Uitzonderingen en aanvullingen
Het uitgangspunt is om te verduurzamen op een manier waarbij de monumentale waarden zo min mogelijk worden aangetast. Welke verduurzamingsmethodes dan mogelijk zijn, heeft de RCE in een afwegingskader vastgelegd (zie bijlage). De gemeente Zandvoort volgt het RCE- afwegingskader (zie hoofdstuk gevelisolatie voor de basis), op een paar uitzonderingen en aanvullingen na:
De isolatiemaatregel moet worden afgestemd op de andere isolatievoorzieningen, om schade te voorkomen door verstoringen van de thermische of bouwfysische balans. Bij ingewikkelde situaties – denk aan een hoog monumentale afwerking (zoals lambrisering), een combinatie van verschillende isolatiemaatregelen of kritieke punten als balkopleggingen – zal een bouwfysische onderbouwing nodig zijn.
Zie voor meer informatie de pagina Isolatie van historische gevels van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Isolatie van historische gevels | Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed .
Het detailboek voor het verduurzamen van oude huizen: Een warme jas | Gemeente Rhenen, Ede en Arnhem en Provincie Gelderland
Voor meer informatie over natuurvriendelijk isoleren heeft Milieu Centraal een aparte pagina: natuurbescherming in de omgevingswet: natuurvriendelijk isoleren | Milieu Centraal
4.2. Maatregelen met een reguliere vergunning
Het na-isoleren van de gevels, zowel van binnenuit, via de spouw of van buiten, is een wijziging aan het monument en dus is een vergunning nodig. Een vergunning kan worden aangevraagd via www.omgevingsloket.nl.
Bij een vergunningaanvraag zijn ten minste de volgende documenten nodig (het kan zijn dat er daarnaast nog andere documenten worden gevraagd):
Een werkomschrijving waarin staat welke ingrepen worden uitgevoerd en met welke materialen en technieken (waaronder informatie over het type isolatie, al dan niet verlijmd, overig materialen gebruik, aansluitingen op andere onderdelen, en de afwerking). Dit kan een uitgebreide offerte zijn, aangevuld met een brochure.
Nadrukkelijk voor spouwmuurisolatie:
Een onderzoek naar de spouw bij de verschillende gevels of geveldelen (historische spouwen zijn vaak niet even breed, zijn er vervuilingen in de spouw, zitten er verbindingen tussen het binnenblad en het buitenblad met bijvoorbeeld metselwerk of balkkoppen). Dit onderzoek moet nader gespecifieerd zijn naar de kritieke punten waar houtconstructies en ankers door de spouw, en dus door het isolatiepakket, heengaan. Voorbeelden van deze kritieke punten zijn: gootklossen, gevelankers bij de erker, ankers van de luifel boven de voordeur en kozijnankers. Foto’s van de inspectie in de spouw ter plaatse van deze kritieke punten zijn onderdeel van dit onderzoek. Aan de hand van deze foto’s kan worden aangetoond of er wel of geen kritieke punten optreden.
Bovenstaande indieningsvereisten zijn bedoeld om de initiatiefnemer te helpen. De vereisten in wet- en regelgeving blijven onverminderd van kracht. In bijzondere gevallen kan het nodig zijn om op basis van deze wet- en regelgeving aanvullende informatie te vragen.
Een vloer kan op verschillende manieren geïsoleerd worden. Via de kruipruimte met vloer- of bodemisolatie of, als er geen kruipruimte is of als die te laag is, mogelijk van bovenaf. Belangrijk is dat monumentale elementen niet worden aangetast of weggestopt. Een constructieve vloer die in slechte staat is, kan wellicht vervangen worden door een geïsoleerde renovatievloer. Voor alle oplossingen geldt dat de situatie het moet toelaten en dat de ingreep op de juiste manier wordt uitgevoerd.
5.1. Uitzonderingen en aanvullingen
Het uitgangspunt is om te verduurzamen op een manier waarbij de monumentale waarden zo min mogelijk worden aangetast. Welke verduurzamingsmethodes dan mogelijk zijn, heeft de RCE in een afwegingskader vastgelegd (zie bijlage). De gemeente Zandvoort volgt het RCE- afwegingskader (zie hoofdstuk vloerisolatie voor de basis), op een paar uitzonderingen en aanvullingen na:
Zie voor meer informatie de pagina Historisch isolatiemateriaal van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Isolatiemateriaal | Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Het detailboek voor het verduurzamen van oude huizen: Een warme jas | Gemeente Rhenen, Ede en Arnhem en Provincie Gelderland.
5.2. Duurzaamheidsmaatregelen met een sneltoets voor de vergunning
Een aantal eenvoudige, veelvoorkomende verduurzamingsingrepen bij monumenten kunnen prima uitgevoerd worden als de situatie en uitvoering aan enkele voorwaarden voldoet. Deze voorwaarden zijn per maatregel opgenomen in de uitvoeringsvereisten:
5.3. Maatregelen met een reguliere vergunning
Het aanbrengen van vloer- of bodemisolatie anders dan onder de vloer is maatwerk en daarvoor is een reguliere vergunning nodig. Een vergunning kan worden aangevraagd via www.omgevingsloket.nl.
Bij een vergunningaanvraag zijn ten minste de volgende documenten nodig (het kan zijn dat er daarnaast nog andere documenten worden gevraagd):
Bovenstaande indieningsvereisten zijn bedoeld om de initiatiefnemer te helpen. De vereisten in wet- en regelgeving blijven onverminderd van kracht. In bijzondere gevallen kan het nodig zijn om op basis van deze wet- en regelgeving aanvullende informatie te vragen.
Voor zowel pand als gebruiker is ventilatie belangrijk. Vooral monumentale panden moeten kunnen “ademen”, zodat houten en stenen constructies vocht kwijt kunnen raken. In de oorspronkelijke staat wordt een monument op natuurlijke wijze geventileerd. Als een woonhuismonument wordt na-geïsoleerd of gerestaureerd, moet grote zorg besteed worden aan de ventilatie. Zonder goede ventilatie kan vocht grote schade toebrengen aan het na-geïsoleerde monument. Voor het plaatsen van ventilatievoorzieningen en ventilatiesystemen is altijd een vergunning nodig. Dit geldt ook voor bouwkundige ingrepen om installaties aan het zicht te onttrekken.
Het detailboek voor het verduurzamen van oude huizen: Een warme jas | Gemeente Rhenen, Ede en Arnhem en Provincie Gelderland.
6.2. Maatregelen met reguliere vergunning
Het plaatsen van ventilatievoorzieningen is een vergunningplichtige activiteit. Een vergunning kan worden aangevraagd via de landelijke website www.omgevingsloket.nl.
Bij een vergunningaanvraag zijn ten minste de volgende documenten nodig (het kan zijn dat er daarnaast nog andere documenten worden gevraagd):
Bovenstaande indieningsvereisten zijn bedoeld om de initiatiefnemer te helpen. De vereisten in wet- en regelgeving blijven onverminderd van kracht. In bijzondere gevallen kan het nodig zijn om op basis van deze wet- en regelgeving aanvullende informatie te vragen.
Ook op of bij monumenten kunnen vaak zonnepanelen worden geplaatst, zolang deze niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar gebied en/of niet ten koste gaan van erfgoedwaarden. De richtlijnen voor zonnepanelen op monumenten zijn eerder beschreven in de welstandsnota uit 2017:
Bij een vergunningaanvraag zijn ten minste de volgende documenten nodig (het kan zijn dat er daarnaast nog andere documenten worden gevraagd):
Dakplattegrond of luchtfoto met daarop aangegeven de te plaatsen panelen. Uit de visualisatie moet blijken hoeveel panelen er geplaatst worden, wat de legrichting is (horizontaal of verticaal) en wat de helling is van de zonnepanelen ten opzichte van het dakvlak. Daarnaast moet kenbaar worden gemaakt waar de panelen komen ten opzichte van de dakranden, de nok en andere dakonderdelen zoals dakkapellen, schoorstenen e.d. (incl. maatvoering).
Bovenstaande indieningsvereisten zijn bedoeld om de initiatiefnemer te helpen. De vereisten in wet- en regelgeving blijven onverminderd van kracht. In bijzondere gevallen kan het nodig zijn om op basis van deze wet- en regelgeving aanvullende informatie te vragen.
Veel monumenten hebben nog een gasgestookte cv-ketel. Met de energietransitie komt de wens om ook bij woonhuismonumenten aardgasvrij te verwarmen. Het plaatsen van een warmtepomp ter vervanging of ter ondersteuning (hybride opstelling) van een cv-ketel is dan een veelvoorkomende keuze. Het plaatsen van een warmtepomp bij een monument is altijd vergunningplichtig.
De buitenunit van een warmtepomp mag het gebouw niet ontsieren en kan alleen geplaatste worden op een plek die niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. De buitenunit moet een omkasting met passende uitstraling hebben of de buitenunit moet uitgevoerd zijn in een passende kleur, bij het gebouw als het daklandschap. De buitenunit inclusief omkasting dient zo klein mogelijk en maximaal 1,00 meter hoog te zijn.
De volgende plekken voor een warmtepomp zijn in principe mogelijk. De lijst loopt op van meest wenselijk (achtertuin) naar minst wenselijk (dakgoot). Eerst moeten de meest wenselijke opties worden onderzocht. Als deze niet mogelijk zijn, dan kunnen de andere locaties worden onderzocht.
Afbeelding 1 en 2: bovenstaande mogelijkheden in beeld (afbeeldingen van gemeente Leiden).
Het is niet toegestaan om warmtepompen te plaatsen op de volgende plekken:
Afbeelding 3 en 4: een aantal van bovenstaande gevallen (afbeeldingen van gemeente Leiden).
Het detailboek voor het verduurzamen van oude huizen: Een warme jas | Gemeente Rhenen, Ede en Arnhem en Provincie Gelderland.
Op de website van de Rijksoverheid staat informatie over de geluidseisen van warmtepompen: Geluidseisen warmtepompen en airco | Rijksoverheid en er een rekentool beschikbaar voor de installaties: Rekentool geluid van buiten opgestelde installaties voor warmte- en koudeopwekking | Rijksoverheid
Bij een vergunningaanvraag zijn ten minste de volgende documenten nodig (het kan zijn dat er daarnaast nog andere documenten worden gevraagd):
Bovenstaande indieningsvereisten zijn bedoeld om de initiatiefnemer te helpen. De vereisten in wet- en regelgeving blijven onverminderd van kracht. In bijzondere gevallen kan het nodig zijn om op basis daarvan van deze wet- en regelgeving aanvullende informatie te vragen.
Veel historische panden bieden niet het comfort dat we tegenwoordig gewend zijn. Wie het wooncomfort wil verbeteren of aardgasvrij wil wonen, zal vaak de verwarmingsinstallatie moeten aanpassen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de monumentale waarde van het pand. De kunst is om per gebouw te zoeken naar een oplossing die past bij het karakter en de mogelijkheden van dat monument.
Bij het aanbrengen van installaties mag in beginsel geen schade worden toegebracht aan historische, waardevolle interieurs of constructieve elementen en mag het monumentale beeld niet worden aangetast. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met sparingen, kabelgoten en leidingverloop en dergelijke.
Het detailboek voor het verduurzamen van oude huizen: Een warme jas | Gemeente Rhenen, Ede en Arnhem en Provincie Gelderland.
Houd met het stoken van hout rekening met de weeromstandigheden en luchtkwaliteit. Controleer op de stookwijzer wat het stookadvies is: https://www.atlasleefomgeving.nl/stookwijzer.
Bij een aanvraag zijn ten minste de volgende documenten nodig (het kan zijn dat er daarnaast nog andere documenten worden gevraagd):
Bovenstaande indieningsvereisten zijn bedoeld om de initiatiefnemer te helpen. De vereisten in wet- en regelgeving blijven onverminderd van kracht. In bijzondere gevallen kan het nodig zijn om op basis van deze wet- en regelgeving aanvullende informatie te vragen.
10. Woningen die onderdeel zijn van een architectonisch ensemble
Zandvoort kent een aantal complexmatig ontworpen woningen[AC2.1]. Het gaat om woningen die naar eenzelfde architectonisch ontwerp in een keer gerealiseerd zijn. Omdat die woningen op elkaar lijken (wat betreft detaillering, materiaalgebruik en bouwfysische karakteristiek) zijn vaak dezelfde duurzaamheidsmaatregelen mogelijk.
Voorbeelden van (vergunde) duurzaamheidsmaatregelen bij de ene woning in een ensemble, kunnen vaak één op één gebruikt worden bij andere woningen in hetzelfde complex. Inmiddels zijn er tal van voorbeelden beschikbaar. Woont u in een als monument aangewezen complex? Vraag hier dan naar bij het Monumentenloket.
Voor meer informatie over het verduurzamen van monumenten kunt u terecht bij:
De RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed):
Isoleren van historische gevels:
https://kennis.cultureelerfgoed.nl/index.php/Isolatie_van_historische_gevels
Isoleren van historische daken:
https://kennis.cultureelerfgoed.nl/index.php/Isolatie_van_historische_daken
Bijlage 1: Verduurzaming van monumenten: Afwegingskader voor vergunningverlening van de RCE (Versie september 2023)
https://www.cultureelerfgoed.nl/binaries/cultureelerfgoed/documenten/publicaties/2023/01/01/afwegingskader-verduurzamen-monumenten/0084_LC_RCE_Afwegingskader_OPMAAK_31_08_2023.pdf
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-223256.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.