Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2026, 215946 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2026, 215946 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling isolatie voor bedrijfspanden Den Haag 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de eigenaar van een bedrijfspand, mits het pand in gebruik is bij een MKB onderneming, of aan een MKB onderneming die een bedrijfspand huurt.
Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt per aanvraag niet meer dan de daadwerkelijk gemaakte kosten met een maximum van:
Hoofdstuk 5 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf
Artikel 5:1 Indieningstermijn aanvraag tot vaststelling
Op grond van artikel 17, derde lid, van de ASV dient de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling in uiterlijk 12 weken nadat de activiteiten zijn verricht.
Den Haag, 14 april 2026
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Ilma Merx
de burgemeester,
Jan van Zanen
In dit instructieblad leest u over de verschillende varianten die u kunt toepassen bij glasisolatie. Het subsidiebedrag neemt toe naarmate de isolatie-waarde van de variant hoger ligt omdat u daarmee meer energie bespaart. Wat de exacte bedragen zijn per variant leest u in de subsidieregeling. Ook vindt u uitleg over een WTW-balansventilatie.
U kunt subsidie aanvragen voor isolerend glas, verbeterde isolerende panelen in kozijn-puien, isolerende buitendeuren en voor balansventilatie.
Innovatie beglazing: Van discomfort naar hoogwaardig comfort bij HR++.
U komt in aanmerking voor subsidie wanneer u dubbel glas met een hoger Ug-waarde dan 1,2 vervangt met het in de lijst aangegeven isolatieglas. Hoe lager de Ug-waarde hoe hoger de isolatiewaarde. Kijk in bovenstaande lijst aan welke voorwaarde het glas nog meer moet voldoen.
Uitgebreide informatie over isolerend glas kunt u op internet vinden bij de drie landelijk opererende glasfabrikanten: Saint Gobain, AGC Nederland en Pilkington Nederland.
Elke glasverkoper in Den Haag koopt zijn glas bij een van deze drie glasfabrikanten in.
TIP: Bent u al bekend met spacers? Dit zijn afstandhouders tussen twee glasplaten in. De meeste spacers zijn gemaakt van aluminium. Spacers kunnen ook van extra isolerend materiaal gemaakt worden. Deze spacers zorgen voor een hogere isolatiewaarde, geen condens aan de randen van het glas en voor meer comfort van het dubbel- of tripleglas.
Stap 1 Kies de beste glassoort
Bij historische panden met slank raamhout kan het plaatsen van het dikke HR++ glas een probleem geven. In dat geval kan een andere glassoort de beste oplossing zijn bijvoorbeeld 8mm vacuümglas. Soms kan zelfs de glaskeuze voor de voorgevel een andere zijn dan die voor de achtergevel. De keuze hangt samen met de historische waarde van uw pand.
Bedrijfspanden in een Rijks- of Gemeentelijk beschermd stadsgezicht
Als uw bedrijfspand in beschermd stadsgezicht ligt heeft u een omgevingsvergunning nodig voor het isoleren van de voorkant van uw pand. Hier kunt u nakijken of uw bedrijfspand in een beschermd stadsgezicht ligt: https://www.monumentenzorgdenhaag.nl/beschermde-stadsgezichten. Ingrepen in de achtergevel zijn vergunningsvrij voor zover ze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Dit geeft meer keuzevrijheid voor de materialen. Als kozijn- en raamhout verrot zijn, dan is het beter om ze te vervangen. Vervang alleen dat wat nodig is, want materiaal behouden is altijd duurzamer dan het vervangen ervan. Kiest u voor hout, vraag dan om het FSC- keurmerk.
Stap 2 Controleer of de buitenwanden extra isolatie nodig hebben
Lucht bevat vocht. Hoe warmer de lucht, des te meer vocht het kan bevatten. Komt warme lucht langs koud glas, dan koelt de lucht af, wat condens op het glas tot gevolg heeft. Is het glas vervangen door bijvoorbeeld HR++glas, dan hebben de ramen een veel hogere oppervlaktetemperatuur. Er kan dan condensatie optreden op een ander koud vlak, bijvoorbeeld een ongeïsoleerde buitengevel. Zorg dat houten kozijnen aan de binnen en buitenkant goed geverfd zijn. Dan kan er minder condensvorming optreden. Vocht in de gevel is slecht voor de constructie en kan schimmelvorming tot gevolg hebben. In zo’n geval is het verstandig om een isolatielaag aan te laten brengen door een deskundige aannemer met een: VENIN certificaat, VLOK garantie en/of BouwGarant keurmerk.
De subsidie vraagt u aan vóór aanvang van de werkzaamheden.
Een WTW-balansventilatie is een ventilatiesysteem dat voor ventilatie in het gebouw zorgt. WTW staat voor warmteterugwinning. Ventilatie is belangrijk voor een gezond binnenklimaat en zeker wanneer het gebouw goed wordt geïsoleerd. Door (na)isolatie verandert namelijk het vochttransport. Na het isoleren blijft de warmte binnen maar ook de vocht. Te veel vocht is niet gezond. Wanneer onvoldoende geventileerd wordt zal de vochtige lucht neerslaan als condens tegen de koelste oppervlakken. Bij ongeïsoleerde gebouwen is dat vaak op het glas, dan is het zichtbaar en weet men dat het tijd wordt te ventileren. Maar als het glas vervangen wordt door isolatieglas dan zal condens op een ander kouder oppervlak ontstaan, zoals de muren en dan is de condens niet meer zichtbaar.
Een WTW-balansventilatie is een energiezuinige manier van ventileren. Het ventilatiesysteem kent een warmtewisselaar die zorgt dat de verse koude instromende buitenlucht in de winter wordt opgewarmd door de afgevoerde warme binnenlucht.
Binnen- en buitenlucht vermengen niet. Vervolgens wordt de verse voorverwarmde lucht gelijkmatig over de ruimte verdeeld. De warmte wordt hergebruikt waardoor er minder energie nodig is om de koele verse lucht op te warmen. In de zomer zorgt de WTW-unit juist voor verkoeling in het gebouw, dit werkt precies andersom. Een WTW-systeem vraagt om een goede kierdichting en kan ruimte nodig hebben voor het leidingwerk.
Wilt u een ander efficiënt ventilatiesysteem toepassen, neem dan contact op met bouwecologie@denhaag.nl.
Bij veranderingen aan het uiterlijk van uw pand heeft u meestal een omgevingsvergunning nodig. Check op www.omgevingsloket.nl of dit het geval is. Hier kunt u ook doorklikken naar de bouwinspectie van de gemeente Den Haag.
Op www.monumentenzorgdenhaag.nl/beschermde-stadsgezichten kunt u zien of uw pand een beschermd stadsgezicht is.
Op www.monumentenzorgdenhaag.nl/monumenten kunt u nakijken of uw pand een beschermd monument is.
De GGD van de Gemeente Den Haag heeft praktische brochures over vocht en ventilatie: www.ggdhaaglanden.nl/onderwerp/vocht-en-schimmel
https://www.ggdhaaglanden.nl/onderwerp/vocht-en-schimmel/ www.ggdhaaglanden.nl/onderwerp/ventileren .
Op www.energiesubsidiewijzer.nl vindt u actuele informatie over subsidieregelingen van het Rijk en in uw gemeente.
In dit instructieblad leest u over de verschillende varianten die u kunt toepassen bij plat dakisolatie. Het subsidiebedrag neemt toe indien u er voor kiest om gebruikte maken van circulaire materialen. Wat de bedragen zijn per variant leest u in de subsidieregeling.
STANDAARD: vorm van isolatie met materialen die bestaan uit eindige grondstoffen.
CIRCULAIR: vorm van isolatie met materialen die bestaan uit onuitputbare en recycleerbare grondstoffen.
Platte daken met een gesloten dakbedekkingsysteem (meestal bitumen) worden aan de buitenkant van de dakconstructie en onder nieuwe dakbedekking geïsoleerd met een minimale warmteweerstand Rd van 5,5 m²K/W, afhankelijk van het gekozen materiaal. Kijk hiervoor in bovenstaande tabel.
Omdat het gaat om bestaande bouw en de opbouw van een plat dak niet altijd duidelijk is, stelt de gemeente Den Haag een eis aan de kwaliteit die wordt toegevoegd.
Het isolatiemateriaal wat extra aangebracht wordt, moet een warmteweerstand Rd hebben van tenminste 5,5 m²K/W.
Dit geldt zowel voor de standaard- als voor de circulaire variant. Alleen voor materialen met de juiste isolatiewaarde (zie tabel) geeft de gemeente subsidie. Doordat de isolatiewaarden van de standaard en circulaire isolatiematerialen voor daken hoger ligt dan de gevel, voorkomt men condensatie in de constructie.
De subsidieregeling is onderdeel van het duurzaamheidsbeleid. Bij de beoordeling van isolatiemaatregelen spelen de energie-kwaliteit, de milieueffecten van de materiaalkeuze en de gevolgen voor de gezondheid een rol. De methodes en materialen waarvoor subsidie gegeven wordt, zijn gekozen op basis van de NIBE-milieuclassificatie. Hoe dikker het isolatiemateriaal, hoe meer energie er wordt bespaard.
Let op: zinken daken mogen niet op de deze manier worden geïsoleerd, dit betreft altijd maatwerk! Alleen voor bovenstaande materialen met Rd-waardes, (zie bovenstaande lijst) geeft de gemeente subsidie.
Drukvaste isolatiematerialen hebben het voordeel dat het mogelijk is om installaties zoals (Photo-Voltaïsche) PV-zonne-panelen of zonnecollectoren op het platte dak te zetten, mits de dakconstructie het extra gewicht aan kan.
Witte dakbedekking levert hoger rendement van zonnepanelen en een groen dak met vetplanten reduceert het energiegebruik van airconditioning. Groene daken verdienen zichzelf op termijn terug. Ze voorkomen zoninstraling op EPDM of bitumen daken, waardoor deze materialen langer meegaan, tot wel 2,5x de levensduur.
Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de isolatie op het dak onder nieuwe dakbedekking worden aangebracht, dit heet een warm dak. Een warm dak bouwen is specialistisch werk en kan het best door een dakdekkersbedrijf worden uitgevoerd. Op de afbeelding ziet u hoe een warm dak eruit ziet: dakbedekking (grijze laag), isolatie (geel), dampremmende laag (twee grijze lagen).
Twee voorbeelden isolatie-uitvoering:
Isolatie op het dak zonder dakbedekking heet een omgekeerd dak. Een omgekeerd dak komt niet in aanmerking voor subsidie. Isolatie van binnenuit aanbrengen, plafondisolatie, heet een koud dak. Ook deze uitvoering komt niet in aanmerking voor subsidie, omdat er risico is op interne condensatie bij langere perioden met koud weer. Als u een koud dak combineert met een warm dak kunt u hiervoor wel subsidie aanvragen (zie afbeelding OPTIE Dubbel isoleren). Als u dit toepast, neem dan eerst contact op met bouwecologie@denhaag.nl.
Ter plaatse gespoten isolatieschuim wordt niet gesubsidieerd. Ook de watergedragen varianten worden niet gesubsidieerd. Het grote bezwaar van gespoten isolatieschuimen is dat ze hechten aan de materialen waar ze op worden gespoten en dat is een nadeel in de sloopfase. Hierdoor is hergebruik niet waarschijnlijk; gespoten isolatieschuim is geen circulair product.
Voor het verhogen van de dakrand is soms een omgevings-vergunning nodig, voor informatie zie: www.denhaag.nl/nl/vergunningen-en-ontheffingen.htm. Dakisolatie staat op de lijst van duurzame maatregelen waarvoor u korting op de bouwleges kunt krijgen zolang deze bouwleges regeling geldt.
Is uw pand een Rijksmonument, dan moet u altijd een vergunning aanvragen voor wijzigingen aan het dak, zie: www.monumentenzorgdenhaag.nl/monumenten.
Wanneer uw pand valt onder beschermd stadsgezicht, en wanneer de veranderingen aan het dak zichtbaar zijn vanaf de straat, dan zou het kunnen zijn dat u een vergunning voor de maatregelen nodig heeft. Wilt u weten of uw pand valt onder beschermd stadsgezicht, kijk dan op www.monumentenzorgdenhaag.nl/beschermde-stadsgezichten.
Voor het plaatsen van een steiger of andere hulpmiddelen in de openbare of collectieve ruimte, moeten afspraken worden gemaakt of een vergunning worden aangevraagd. Voor vergunningen en informatie, zie: www.omgevingsloket.nl.
Gootoplossing bij extra dikke isolatie op plat dak.
In dit instructieblad leest u over de verschillende varianten die u kunt toepassen bij schuin dak isolatie. Het subsidiebedrag neemt toe indien u er voor kiest om gebruik te maken van circulaire materialen. Wat de bedragen zijn per variant leest u in de subsidieregeling.
STANDAARD: vorm van isolatie met materialen die bestaan uit eindige grondstoffen.
CIRCULAIR: vorm van isolatie met materialen die bestaan uit onuitputbare en recycleerbare grondstoffen.
Omdat het gaat om bestaande bouw en de opbouw van een schuin dak niet altijd duidelijk is, stelt de gemeente Den Haag een eis aan de kwaliteit die wordt toegevoegd. Het isolatie-materiaal wat extra aangebracht wordt moet een warmte-weerstand Rd hebben van tenminste 5,5 m²K/W. Dit geldt voor zowel de Standaard, als de Circulaire variant. Alleen voor de materialen met de juiste isolatiewaare (zie tabel) geeft de gemeente subsidie. Voor de circulaire variant kunt u een hogere subsidie krijgen dan de standaard variant.
De subsidieregeling is onderdeel van het duurzaamheidsbeleid. Bij de beoordeling van isolatiemaatregelen spelen de energie-kwaliteit, de milieueffecten van de materiaalkeuze en de gevolgen voor de gezondheid een rol.
De methodes en materialen waarvoor subsidie gegeven wordt, zijn gekozen op basis van de NIBE-milieuclassificatie uit 2019. Hoe dikker het isolatiemateriaal, hoe meer energie er wordt bespaard. In de bovenstaande tabel staan isolatiematerialen met de bijbehorende warmteweerstand Rd (m2 K/W) om te voldoen aan de subsidie-eis.
Volg onderstaande stappen voor het isoleren van uw schuine dak:
In bijzondere situaties kan een schuin pannendak aan de buitenzijde van de dakconstructie worden geïsoleerd. Wanneer er aan de buitenkant veranderingen zijn door het aanbrengen van isolatie, zoals de verhoging van het dak (ook ten opzichte van de buren), uitbouw van goten en boeiboorden, dan is dit een gevelwijziging en moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd, ook als het niet om beschermd stadsgezicht gaat. Van buitenaf een dak isoleren is specialistisch werk en kan het best door een dakdekkersbedrijf of aannemer worden uitgevoerd.
Werkwijze glas- of steenwol, EPS, isolatie van gerecyclede kleding, houtvezel, vlas, cellulose, en PIR-plaat aan de binnenzijde van het dak
Controleer door inspectie van het dakbeschot of er geen lekkages zijn, anders moeten die eerst worden verholpen (een natte isolatiedeken isoleert minder goed dan een droge isolatiedeken).
Plaats dunne latjes op het dakbeschot om de isolatie op afstand te houden, zodat er een lichte ventilatie van het dakbeschot plaatsvindt achter de isolatie. Dit voorkomt houtrot. Plaats in verticale richting houten latten tussen de gordingen om later de afwerking op te bevestigen. Vul de ruimten tussen en achter de verticale latten met isolatiemateriaal door het klemmen van de isolatieplaten of het nieten van de isolatiedekens.
Over de isolatieplaten moet aan de warme zijde (binnenzijde) een dampremmende laag (folie of bouwpapier) worden aangebracht. De banen van het dampremmende materiaal moeten goed op elkaar aansluiten door een overlap én door de banen aan elkaar vast te tapen. Glas- en steenwoldekens zijn vaak al voorzien van een dampremmende folie, u hoeft dan geen aparte dampremmer aan te brengen maar zorg wel dat deze folie getaped wordt. Elektraleidingen en –dozen moet u aan de binnenzijde van de dampremmer houden. Hierna wordt de afwerklaag aangebracht, bijvoorbeeld een betimmering of gips(vezel)platen voor een brandveilige uitvoering.
Isolatie tussen de gordingen van het schuine dak.
Het isoleren van een schuin dak geeft geen beperking voor het plaatsen van zonnepanelen en/of zonnecollectoren, mits het gewicht van de constructie dit toelaat. Schakel bij twijfel een specialist in.
Ter plaatse gespoten isolatieschuim wordt niet gesubsidieerd. Ook de watergedragen varianten worden niet gesubsidieerd. Het grote bezwaar van gespoten isolatieschuimen is dat ze hechten aan de materialen waar ze op worden gespoten en dat is een nadeel in de sloopfase. Hierdoor is hergebruik niet waarschijnlijk; gespoten isolatieschuim is geen circulair product.
Bij twijfel of vragen over materialen en technieken kunt u mailen naar bouwecologie@denhaag.nl.
Voor het verhogen van de dakrand is een omgevings-vergunning nodig, voor informatie daarover, zie: www.denhaag.nl/nl/vergunningen-en-ontheffingen/bouwvergunningen/omgevingsvergunning-aanvragen.htm.
Wanneer uw pand valt onder beschermd stadsgezicht, en wanneer de veranderingen aan het dak zichtbaar zijn vanaf de straat, dan zou het kunnen zijn dat u een vergunning voor de maatregelen nodig heeft. Wilt u weten of uw pand valt onder beschermd stadsgezicht, kijk dan op www.monumentenzorgdenhaag.nl/beschermde-stadsgezichten.
Voor het plaatsen van een steiger of andere hulpmiddelen in de openbare of collectieve ruimte, moeten afspraken worden gemaakt of een vergunning worden aangevraagd. Voor vergunningen en informatie, zie: www.omgevingsloket.nl.
In dit instructieblad leest u over de verschillende varianten die u kunt toepassen bij begane grondvloerisolatie. Het subsidiebedrag wordt hoger indien u voor de circulaire varaint kiest. Wat de exacte bedragen zijn per variant leest u in de subsidieregeling.
Standaard: vorm van isolatie met materialen die bestaan uit eindige grondstoffen.
Circulair: vorm van isolatie met materialen die bestaan uit onuitputbare en recycleerbare grondstoffen.
Het isoleren van de onderzijde van een begane grondvloer met een Rd van minstens 3,5m²K/W zorgt niet alleen voor een besparing op de energiekosten. Het zorgt ook voor meer warmte en comfort en voor minder vocht.
Omdat het gaat om bestaande bouw en de opbouw van de vloer niet altijd duidelijk is, stelt de gemeente Den Haag een eis aan de kwaliteit die wordt toegevoegd: het isolatiemateriaal wat extra aangebracht wordt moet een warmteweerstand Rd hebben van tenminste 3,5 m²K/W.
De subsidieregeling is onderdeel van het duurzaamheidsbeleid. Bij de beoordeling van isolatiemaatregelen spelen de ener-giekwaliteit, de milieueffecten van de materiaalkeuze en de gevolgen voor de gezondheid een rol. De methodes en materia-len waarvoor subsidie gegeven wordt zijn gekozen op basis van de NIBE-milieuclassificatie uit 2019. Hoe dikker het isolatiema-teriaal, hoe meer energie er wordt bespaard.
Onder een houten vloer op de begane grond bevindt zich altijd een kruipruimte. Onder de meeste betonvloeren ook. Om aan de onderzijde isolatie aan te kunnen brengen moet de kruip-ruimte een minimale hoogte hebben van 40 à 50 cm en een goede entree. Zo nodig zorgt u eerst voor een kruipruimteluik en voor het uitgraven van de kruipruimte.
Controleer daarnaast de houten vloer en vloerbalken op houtrot en/of schimmels. Los de oorzaak van deze houtrot en schimmel op. Als de oorzaak opgelost is, vervang dan de slechte delen van de vloer. Breng daarna de isolatie aan.
Snijd het isolatiemateriaal net iets groter dan de ruimte tussen de balken, zodat je het ertussen kunt klemmen. Plaats de isolatieplaten direct tegen de onderkant van de vloer. Let op: onvolledige isolatie kan vocht-en schimmelplekken geven.
Ook het kruipluik moet geïsoleerd worden.
De isolatie verbetert als de vloer aan de onderkant van de vloerdelen, tussen de balken, luchtdicht wordt afgewerkt met een 3 mm triplex of bouwpapier, zodat de vochtige lucht uit de kruipruimte niet naar de begane grond kan. Kit de triplex-naden en de aansluiting met de muren af voor een goede kierdichting of tape de naden van het bouwpapier.
Kunststoffolie in de kruipruimte
De kruipruimte is vaak vochtig omdat er vocht uit de grond omhoogkomt. Daarom moet er een kunststoffolie over de bodem van de kruipruimte worden gelegd, ook al bent u zelf van mening dat de kruipruimte droog is. De folie moet omhoog worden gezet en tegen de muren geklemd. Zonder deze folie is geen vloersubsidie mogelijk. Dit geldt ook voor het dampopen materiaal onder de vloerbalken. Leg de kruipruimtefolie over de bodem en bevestig de folie met rozetten 20 cm hoog tegen funderingswanden. Zorg dat de ventilatievoorzieningen van de kruipruimte open zijn en blijven om vocht af te voeren.
Als de isolatieplaten niet stevig genoeg zijn moeten ze worden bevestigd door geplastificeerd draad of gegalvaniseerd gaas onder de balken te spannen. Bij stevige isolatieplaten kunnen daarna latjes onder de isolatie op de balk worden aangebracht. Of er kunnen RVS draadnagels in de balken worden geslagen om de platen op hun plek te houden. Bij gebruik van EPS-platen of PIR-platen kunnen de platen ook rechtstreeks tegen het vloerhout worden bevestigd met speciale lijm of kit voor EPS of PIR. Zorg dat de platen goed op elkaar aansluiten of breng de isolatie aan in twee lagen waarbij de naden van de bovenste en de onderste laag verspringen.
Bevestiging bij betonvloeren met PIR, EPS, XPS of houtvezelplaten
Lijm bij betonvloeren de bevestigingspennen met montagekit tegen de onderzijde van de vloer, 4 tot 6 pennen per plaat.
Als de montagekit hard is kunnen de isolatieplaten over de pennen worden aangebracht. De isolatieplaten worden vastgezet met volgplaatjes (rozetten) die bij de pennen zitten.
Als de houten vloer aan vervanging toe is, mag het onderhoud gecombineerd worden met de isolatie. Dan kan worden gekozen voor een vloer met stalen liggers en EPS isolatie-elementen en daarop underlayment (droog systeem).
Alleen het isolatiedeel met bodemfolie komt in aanmerking voor subsidie.
De thermoskussens zijn verkrijgbaar in verschillende breedtes en lengtes, daarom passen ze altijd. Houdt u er rekening mee dat ze wat smaller worden als de kussens met lucht worden gevuld en dat er wat van de platte breedte af gaat omdat de folie op de plaats van bevestiging wordt dubbelgevouwen.
De luchtkussens moeten om leidingen en afvoeren worden geplooid. Let op: onvolledige isolatie kan vocht- of schimmelplekken geven bij de plinten en muurdelen. Ook randbalken (strijkbalken) die op korte afstand (5 tot 10 cm ) langs de fundering lopen zullen met wol isolatie moeten worden opgevuld. Er zijn twee bevestigingsmethoden: de mechanische methode en de plakmethode. Bij de mechanische methode worden de kussens vastgezet met foliepluggen. Op de plek waar de kussens worden doorboord door een plug worden ze versterkt met een scheurvast pleister. Bij de plakmethode wordt een speciale bevestigingsband onder de balken en aan de bovenzijde van de funderingsmuren geplakt. Op dit band zitten twee plakstroken waaraan de kussens worden vastgeplakt.
Luchtkussens onder een systeemvloer.
Als de kussens zijn aangebracht moet er lucht in worden gelaten. De uiteinden van de open luchtkamers worden dichtgeplakt om de kussens af te sluiten. Meer informatie vindt u op de websites van www.tonzon.nl, www.trifoil.nl.
Gespoten isolatieschuim of schuimbeton
Ter plaatse gespoten isolatieschuim wordt niet gesubsidieerd. Ook de watergedragen varianten worden niet gesubsidieerd. Het grote bezwaar van gespoten isolatie schuimen is dat ze hechten aan de materialen waar ze op worden gespoten en dat is een nadeel in de sloopfase. Hierdoor is hergebruik niet waarschijnlijk; gespoten isolatieschuim is geen circulair product. Schuimbeton wordt niet gesubsidieerd, het materiaal is 235 keer zwaarder als reguliere isolatiematerialen.
Bij twijfel of vragen over materialen en technieken kunt u mailen naar bouwecologie@denhaag.nl.
In dit instructieblad leest u over de verschillende varianten die u kunt toepassen bij kruipruimteisolatie. Het subsidiebedrag wordt hoger indien u voor de circulaire variant kiest. Wat de exacte bedragen zijn per variant leest u in de subsidieregeling.
STANDAARD: vorm van isolatie met materialen die bestaan uit eindige grondstoffen.
CIRCULAIR: vorm van isolatie met materialen die bestaan uit onuitputbare en recycleerbare grondstoffen.
Extra subsidie-eisen: De kruipruimte moet volledig gevuld worden met een isolatiepakket van polystyreenchips of –korrels (STANDAARD), of schelpen (CIRCULAIR) tot aan de onderkant van de vloerbalken. De kruipruimte moet minimaal 35 cm zijn onder de vloerbalken. Zo niet zal dit uitgegraven moeten worden. Voor voldoende warmte-isolatie moet de isolatielaag chips, korrels of schelpen in alle situaties de onderkant van de vloerbalken raken.
Het isolatiemateriaal wat extra aangebracht wordt moet een warmteweerstand Rd van tenminste 3,5 m²K/W hebben.
De subsidieregeling is onderdeel van het duurzaam-heidsbeleid. Bij de beoordeling van isolatiemaatregelen spelen de energiekwaliteit, de milieueffecten van de materiaalkeuze en de gevolgen voor de gezondheid een rol. De methodes en materialen waarvoor subsidie gegeven wordt zijn gekozen op basis van de NIBE-milieuclassificatie uit 2019.
LET OP: Deze isolatie methode is alleen geschikt voor lage kruip-ruimten (<50cm).
Onder een houten vloer op de begane grond bevindt zich altijd een kruipruimte, onder de meeste betonnen vloeren ook.
Als uw kruipruimte tussen onderkant houten balklaag van de vloerconstructie en kruipruimte bodem hoger is dan 50 cm, kunt u beter vloerisolatie aanbrengen.
Heeft u een natte kruipruimte? Het is belangrijk om eerst na te gaan of dit het gevolg is van lekkage of een probleem in de constructie of de directe buitenruimte. U lost eerst de oorzaak van het vochtprobleem op.
Denkt u er ook aan eerst het puin te (laten) verwijderen? Daarnaast is het belangrijk om bij de leverancier van het isolatiemateriaal te informeren of er één of meerdere luiken in de vloer nodig zijn om de schelpen of polystyreenchips of -korrels in te blazen. Als er nog geen kruipluiken zijn, moeten deze worden gemaakt. Bij het subsidieaanvraagformulier is een foto van de beginsituatie en een foto van het eindresultaat verplicht.
Ventilatieopeningen moeten worden dichtgezet om geen luchtbeweging te veroorzaken. Indien er een gasleiding door uw kruipruimte loopt, kunt u beter voor een andere isolatiemethode kiezen en de kruipruimteventilatie handhaven.
Kruipruimte-isolatie kan een belangrijke bijdrage leveren aan een gezond en prettig binnenklimaat in woningen, zeker in situaties waar sprake is van vochtoverlast onder de vloer, bij lage kruipruimtes. Natuurlijke schelpen bestaan voor 98% uit kalk en nemen makkelijk vocht op uit de omgeving en geven makkelijk vocht af als het kan. De polystyreenchips of –korrels laten de vochtige lucht door, waarna het op de koude bodem condenseert. De lucht in de kruipruimte boven de isolatie wordt zo droger. Een bodemfolie is in deze situatie daarom niet nodig. Kruipruimte-isolatie voorkomt de vorming van zwam en schimmel en is minder aantrekkelijk voor ongedierte.
De schelpen worden in speciale vrachtauto’s aangevoerd, de vrachtauto moet dus in de buurt van uw woning kunnen komen. Ze worden via grote flexibele buizen van de auto door de luiken in de vloer in de kruipruimte geblazen, tot aan de onderkant van de balken. De schelpen worden gewonnen uit de zee rondom Nederland. Ze worden gespoeld en gesorteerd in een was- en zeefinstallatie Als ze worden aangebracht, zijn de schelpen nog vochtig. De isolerende werking begint na droging; de schelpenleverancier zal u aangeven op hoeveel tijd u moet rekenen. Wilt u meer weten over schelpen, wie de leveranciers zijn en hoe ze worden aangebracht, kijk dan op www.hydraschelp.nl of www.isoschelp.nl of www.goldshell.nl.
Houten balklagen liggen in de schelpen of polystyreenchips of -korrels.
Ter plaatse gespoten isolatieschuim wordt niet gesubsidieerd. Ook de watergedragen varianten worden niet gesubsidieerd. Het grote bezwaar van gespoten isolatieschuimen is dat ze hechten aan de materialen waar ze op worden gespoten en dat is een nadeel in de sloopfase. Hierdoor is hergebruik niet waarschijnlijk; gespoten isolatieschuim is geen circulair product.
Werkwijze EPS-chips of -korrels
Polystyreenchips en -korrels worden gemaakt van (gerecycled) polystyreen. Deze chips of korrels worden ingeblazen vanuit een vrachtauto of worden geleverd in balen/zakken. Deze balen/zakken kunnen ook door de doe-het-zelver in de kruipruimte worden gestort en verdeeld. Er zijn verschillende leveranciers van dit type isolatie.
Bij twijfel of vragen over materialen en technieken kunt u contact opnemen met team bouwfysica & bouwecologie, mailadres bouwecologie@denhaag.nl.
In dit instructieblad leest u over de verschillende varianten die u kunt toepassen bij gevelisolatie. Het subsidiebedrag wordt hoger als u gebruikt maakt van een variant met circulair materiaal. Wat de exacte bedragen zijn per variant leest u in de subsidieregeling.
STANDAARD: vorm van isolatie met materialen die bestaan uit eindige grondstoffen.
CIRCULAIR: vorm van isolatie met materialen die bestaan uit onuitputbare en recycleerbare grondstoffen.
Isoleren van de gevel kan op verschillende manieren. Aan de buitenkant, de binnenkant en in de spouw. Bij buitengevelisolatie en binnengevelisolatie/voorzetwanden dienen de gevels te worden geïsoleerd met een warmteweerstand Rd van tenminste 4,5 m²K/W.
Kijk hiervoor in de bovenstaande tabel. Bij spouwisolatie wordt de spouw volledig gevuld door een gespecialiseerd bedrijf. Gevelisolatie aanbrengen in bestaande bouw heeft allerlei lastige aansluitdetails en risico op vochtproblemen. Als u twijfelt hoe gevelisolatie in uw pand moet worden aangebracht, is het raadzaam om eerst bouwkundig advies aan te vragen.
Omdat het gaat om bestaande bouw en de opbouw van de gevel niet altijd duidelijk is, stelt de gemeente Den Haag een eis aan de kwaliteit die wordt toegevoegd. Het isolatiemateriaal wat extra aangebracht wordt moet bij zowel de Standaard als de Circulaire variant een warmteweerstand Rd hebben van tenminste 4,5 m²K/W. Alleen voor de materialen met de juiste isolatiewaarde (zie tabel) geeft de gemeente subsidie. Voor de circulaire variant krijgt u meer subsidie.
De subsidieregeling is onderdeel van het duurzaamheidsbeleid. Bij de beoordeling van isolatiemaatregelen spelen de energie-kwaliteit, de milieueffecten van de materiaalkeuze en de gevolgen voor de gezondheid een rol. De methodes en materialen waarvoor subsidie gegeven wordt, zijn gekozen op basis van de NIBE-milieuclassificatie uit 2019.
Binnen gevelisolatie/voorzetwand
Bij een voorzetwand wordt isolatie aan de binnenzijde van de gevel geplaatst zonder spouw of luchtlaag. Dit heeft gevolgen voor het interieur van uw pand. Bij houten vloeren moeten de voorzetwanden over de volledige verdiepingshoogte worden aangebracht, dus ook onder de vloer en boven het plafond.
De voorzetwanden moeten een stukje om de hoek worden doorgezet de kamer in ( zie afbeelding 2). Deze isolatie mag dunner zijn (Rd=1,2 m2 K/W). Er ontstaan anders koudebruggen (bouwdelen die koud blijven, waardoor er condens op neerslaat met vocht- en schimmelplekken als mogelijk gevolg).
Bij betonvloeren kan de voorzetwand niet worden doorgezet ter hoogte van de vloer. Ook dan ontstaat een koudebrug, maar betonvloeren zijn minder schimmelgevoelig, dus deze koudebrug zorgt niet voor verrotting van de vloer. Belangrijk voor het voorkomen van vochtproblemen is dat de dampremmende laag aan de woning/bedrijfsruimte-kant van de isolatie wordt afgetapet, zodat die helemaal luchtdicht is.
Bij het isoleren van de gevel met erkers of balkons met stalen uitbrengers zal een bouwkundig specialist een advies moeten geven hoe de isolatie aanpak zal zijn, ontkoppeling indien mogelijk zou de beste oplossing kunnen zijn. Andere mogelijkheden zijn inpakken, weghalen, doorzagen en de balkons een losse constructie geven of een pui ervoor plaatsen.
Indien zowel het glas als de buitenmuur goed geïsoleerd is, wordt het raamhout waarschijnlijk de koudste plek in de gevel bijeen lage buitentemperatuur. Er kan dan condensatie optreden op het raamhout, in de vorm van druppels (zicht-baar) of in de vorm van plaatselijk heel vochtige lucht (niet zichtbaar). Een goede verflaag op de binnenkant van het raamhout is dan essentieel om het vocht niet in het hout te laten dringen.
Afbeelding 1 Dampremmende laag ononderbroken afscheiding tussen constructie met isolatie en binnenafwerking.
Afbeelding 2 Isolatie wordt om de hoek doorgezet.
Voor de warmte- en vochthuishouding van de gevel kunt u de isolatie het best aan de buitenkant plaatsen. Bij massieve gevelisolatie worden de isolatieplaten direct op de gevel gelijmd of mechanisch bevestigd met direct daarop een gevelafwerking. Een belucht gevelsysteem heeft een houten of metalen regelwerk, waartussen de isolatieplaten worden geplaatst en een spouw tussen de isolatie en de gevelafwerking.
Het aanbrengen van buitengevelisolatie aan de voorgevel en de van de openbare straat zichtbare zijgevel verandert het uiterlijk van het pand en is daarom vergunningplichtig en niet altijd toegestaan. Buitengevelisolatie aan de achtergevel en de niet van de openbare straat zichtbare zijgevel is meestal niet vergunningplichtig. Het is raadzaam om aan te geven wat de plannen zijn met de gevel bij “Vergunningen en Toezicht” van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling.
Spouwisolatie wordt door gespecialiseerde bedrijven aan-gebracht. Gecertificeerde bedrijven verenigd in branche-vereniging VENIN geven 10 jaar garantie op isolatiemateriaal en uitvoering, zie venin.nl/CMS/venin.
Van tevoren moet u na (laten) gaan of:
De spouw wordt meestal geïsoleerd met glas- of steenwol-vlokken of polystyreenkorrels. Vanaf de buitenkant worden gaten in de gevel geboord, waar de isolatie wordt ingeblazen. Binnen is niets van de werkzaamheden te zien. Na de isolatie worden de gaten weer dichtgezet. Panden die voor 1920 gebouwd zijn hebben geen spouwmuur. Panden die na 1920 gebouwd zijn kunnen een spouw hebben tussen de 2 en 6 cm. De isolatiewaarde hangt af van de breedte van de spouw.
Een na-geïsoleerde spouw van 5 cm geeft een warmte-weerstandwaarde van 1,0 m2 K/W. Het voordeel van spouwisolatie is dat zowel buiten als binnen niets verandert aan het pand. Het nadeel van spouwisolatie is dat het isolerende effect beperkt is.
In oude panden komen kieren en naden voor. Door deze openingen zorgen luchtstomen ervoor dat er enige luchtverversing van de binnenlucht is. Bij het isoleren van woningen worden deze luchtstromen dichtgezet, daarom is het belangrijk om naast de isolatie voor goede ventilatievoorzieningen te zorgen. In het stookseizoen betekent dit dat er wat warmte uit het pand verdwijnt met de afvoer van ventilatielucht.
Ventileren kost dus energie, maar ventileren is noodzakelijk voor een gezond binnenmilieu.
Ter plaatse gespoten isolatieschuim wordt niet gesubsidieerd. Ook de watergedragen varianten worden niet gesubsidieerd. Het grote bezwaar van gespoten isolatieschuimen is dat ze hechten aan de materialen waar ze op worden gespoten en dat is een nadeel in de sloopfase. Hierdoor is hergebruik niet waarschijnlijk; gespoten isolatieschuim is geen circulair product.
Voor het wijzigen van de gevel is een omgevingsvergunning nodig, voor informatie zie: www.denhaag.nl/nl/ vergunningen-en-ontheffingen.htm.
Is uw pand een Rijksmonument of gemeentelijk monument, dan moet u altijd een vergunning aanvragen voor wijzigingen, zie: www.monumentenzorgdenhaag.nl/ monumenten.
Wanneer uw pand valt onder beschermd stadsgezicht, en wanneer de veranderingen zichtbaar zijn vanaf de straat, dan zou het kunnen zijn dat u een vergunning voor de maatregelen nodig heeft. Wilt u weten of uw pand valt onder beschermd stadsgezicht, kijk dan op www.monumentenzorgdenhaag.nl/beschermde-stadsgezichten.
Voor het plaatsen van een steiger of andere hulpmiddelen in de openbare of collectieve ruimte, moeten afspraken worden gemaakt of een vergunning worden aangevraagd. Voor vergunningen en informatie, zie: www.omgevingsloket.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-215946.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.