Gemeenteblad van Tholen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tholen | Gemeenteblad 2026, 212568 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tholen | Gemeenteblad 2026, 212568 | beleidsregel |
Jaarplan Uitvoering en Handhaving (U&H) 2026 gemeente Tholen
2.1. Wettelijke verplichtingen/plaats in de big 8
2.2. Zeeuwse afspraken VTH-beleid
2.4. Thoolse prioriteiten (lokale prioriteiten)
2.6. Organisatie van VTH-taken
3.1. Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest)
3.2. Bouwwerken, brandveilig gebruik
3.3. Strijdig gebruik ruimtelijke ordening
3.5. Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenswerkers
3.6. Erfgoed (Rijks- en gemeentelijk erfgoed)
3.7. Verpaupering van woningen en gebouwen in de kernen
3.8. Prioriteiten Wet Kwaliteitsborging
3.9. Klachten/meldingen en verzoeken tot handhaving bouwtoezicht ingeschaald in A3 t/m A4, B3 t/m B4, C1 t/m C4 en D1 t/m D4
3.10. Borgen van middelen en kwaliteit thema Bouwwerken en Bouwen
4.2. Toepassen van grond, bagger en bouwstoffen in werken
4.3. Borgen van middelen en kwaliteit thema Infrastructuur
5.1. Zwaardere bedrijven (SEVESO) en MBA’s genoemd in hoofdstuk 3 Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL)
5.5. Bodem (saneringen, opslag van grond/bagger)
5.6. Milieuklachten/meldingen en verzoeken tot handhaving ingeschaald in A3 t/m A4, B3 t/m B4, C1 t/m C4 en D1 t/m D4
5.7. Borgen van middelen en kwaliteit thema Milieu
6. Water/watersystemen (lozingsactiviteiten waterbeheerders en mba’s)
6.4. Verwijdering van grondwater en water van grondwatersaneringen
6.5. Borgen van middelen en kwaliteit thema Water
7.1. Hinderlijk verblijf in natuurgebieden en zeeweringen
7.3. Gebiedsbescherming en behoud natuurwaarden
7.5. Kappen van bomen en houtopstanden
7.6. Borgen van middelen en kwaliteit thema Natuur
8.3. Gescheiden afvalinzameling particulieren
8.4. Geluidhinder openbare ruimte
8.5. Huisvesting arbeidsmigranten (welzijn en overlast)
8.6. Naleving Alcoholwet bij horeca, paracommercie, detailhandel en evenementen
8.7. Uitvoering Damoclesbeleid (hennepkwekerijen en Opiumwet)
8.8. Preventief toezicht buitenruimte
8.11. Borgen van middelen en kwaliteit thema Leefbaarheid.
9.5. Inhoudelijke samenwerkingsprojecten
9.6. Borgen van middelen en kwaliteit thema Samenwerking.
10. Ontwikkelingen en risico’s
11. Concluderend overzicht inzet op alle thema’s
B. Interventiematrix Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
C. Overzicht overleggen toezicht en handhaving
D. Indeling bouwprojecten en protocol bouwtoezicht gemeente Tholen
E. Indeling objecten gebruiksbesluit brandveiligheid
F. Indeling milieubedrijven en overige mba’s
H. Overzicht prioriteitstelling Wkb
I. Jaarplan Integrale Veiligheid gemeente Tholen
Gemeenten en provincie zijn vanuit de Omgevingswet (Ow) verplicht om jaarlijks een Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving vast te stellen. Zij stellen ook vast of de autonome taken (zoals APV) opgenomen zijn in het programma.
Dit is het Jaarplan VTH 2026 van de gemeente Tholen. Alle bevoegde gezagen in Zeeland hanteren dezelfde opbouw van dit uitvoeringsprogramma (en het bijbehorende jaarverslag). Dit vloeit voort uit het gezamenlijke VTH-beleid dat gericht is op een eenduidige en voor burgers en bedrijven herkenbare uitvoering van VTH-taken. Deze eenduidigheid maakt onderlinge afstemming en samenwerking makkelijker en draagt bij aan een integrale aanpak.
Het VTH-uitvoeringsprogramma is wat de gemeente Tholen allemaal gaat doen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving om bij te dragen aan doelen in de fysieke leefomgeving. Het programma volgt na de evaluatie en de bepaling van de prioriteiten. In de toekomst zullen ook de relevante taken van vergunningverlening worden opgenomen in het Jaarplan VTH. Hiervoor volgen we de ontwikkelingen binnen het gezamenlijke VTH beleid Zeeland. Omdat 2026 (net zoals 2025) nog een pilotjaar is, is waar mogelijk bij een aantal genoemde prioriteiten wel ingegaan op het onderdeel vergunningverlening.
De prioriteiten worden gekoppeld aan een strategie, zoals bedoeld in de VTH strategie. In het jaarprogramma komen de WAT en HOE (zie VTH strategie) vraag bij elkaar en worden operationeel gemaakt. Dit uitvoeringsprogramma vormt de onderlegger voor de begroting. Het programma is ook te zien als een gedetailleerde uitwerking van de begroting op het gebied van VTH.
|
Omgevingsbesluit Artikel 13.10 (borgen van middelen) De bestuursorganen, bedoeld in artikel 13.5, dragen er zorg voor dat:
|
Op basis van dit Jaarplan VTH 2026 worden ook afspraken met de RUD Zeeland, de GGD (In de Ow speelt het thema gezondheid een belangrijkere rol dan in voorgaande programma’s onder de Wabo) en de Veiligheidsregio Zeeland gemaakt, op basis waarvan deze een eigen werkplan maken.
In artikel 1.2 Omgevingswet worden de “thema’s” van de fysieke leefomgeving (van een gemeente, provincie, waterschap etc.) genoemd. De “thema’s” die de wet noemt zijn:
Het uitvoeringsprogramma is in het verlengde van deze bestanddelen opgebouwd. En leefbaarheid is daaraan toegevoegd (APV o.a.). In hoofdstuk 2 worden alle kaders op een rij gezet. Het gaat om wettelijke kaders, Zeeuwse afspraken en lokale keuzes. Vervolgens worden de verschillende inhoudelijke thema’s behandeld.
Voor elk thema geven we aan wat het beoogde effect, ofwel doel is, voor het thema als geheel en wat de regionale en lokale prioriteiten binnen het betreffende thema zijn. Vervolgens geven we aan welke acties op het gebied van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving ingezet worden, en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn. Voor elk thema nemen we de wettelijk verplichte reflectie (en conclusie) op ten aanzien van de vraag of de ter beschikbaar gestelde middelen voldoende zijn om de vereiste activiteiten uit te voeren. In hoofdstuk 9 is onze inzet voor de verschillende samenwerkingsthema’s opgenomen. Hoofdstuk 10 beschrijft relevante ontwikkelingen en risico’s die wij zien voor een succesvolle uitvoering van dit uitvoeringsprogramma en in hoofdstuk 11 presenteren wij een samenvattend overzicht van de inzet van uren en middelen voor alle thema’s.
2.1. Wettelijke verplichtingen/plaats in de big 8
Bevoegde gezagen zijn wettelijk verplicht jaarlijks het uitvoerings- en handhavingsbeleid uit te werken in een uitvoeringsprogramma, zie art. 13.8 Omgevingsbesluit. Het voorliggende document voorziet in deze wettelijke verplichting. Hierbij vindt afstemming plaats met partners die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving en zorgen de bestuursorganen richting de uitvoeringsdiensten (RUD Zeeland, VRZ en GGD) voor een uniform uitvoeringsprogramma. Het bestuursorgaan moet de voor het bereiken van doelen benodigde financiële en personele middelen in de begroting waarborgen, zie artikel 13.10 alsmede het bereiken van de doelen en de uitvoering van het uitvoeringsprogramma monitoren (artikel 13.11). Jaarlijks wordt de uitvoering en het doelbereik geëvalueerd.
Deze evaluatie leggen wij vast in het jaarverslag VTH, dat net als dit Jaarplan VTH door het college van Burgemeester en Wethouders wordt vastgesteld.
Het VTH-uitvoeringsprogramma vult in de big 8 (zie figuur 1) de stap in van ‘(strategische) plannen op het gebied van VTH. Erna volgt de opdrachtverlening ten behoeve van de feitelijke uitvoering.
2.2. Zeeuwse afspraken VTH-beleid
In het gezamenlijke VTH-beleid (Nota VTH Beleid Zeeland 2024 Omgevingswet, vastgesteld op 19 december 2023 door College van B&W van de gemeente Tholen) hebben de Zeeuwse VTH-partners afspraken gemaakt over de wijze waarop VTH-taken worden uitgevoerd. Het college heeft op 16 december 2025 het Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Zeeland 2025-2028 (U&H) vastgesteld. Dit beleid volgt eerdere versies VTH-beleid Zeeland (2012-2024) op. De gezamenlijke bestuurlijke uitgangspunten zijn:
We werken als 1- loket (met behulp van casemanagement) en zorgen voor een integrale beoordeling van vergunningaanvragen en meldingen. Dit doen we door werken volgens de volgende doelstellingen:
We richten ons op de grootste risico’s (op basis van een periodieke probleem- en risicoanalyse) en zorgen dat deze bedrijven en burgers de regels naleven. Bij onze prioriteitstelling wegen we de mate van het risico en het naleefgedrag mee. Met tijdige en goede voorlichting en communicatie proberen we overtredingen te voorkomen en risico’s beheersbaar te houden.
We willen niet dat burgers of bedrijven een vergunning of toestemming gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat verdiend is via misdrijven. Ook willen we niet dat burgers of bedrijven een vergunning (mede) gebruiken voor het plegen van misdrijven. We toetsen daarom de integriteit van aanvragers. Als hier onaanvaardbare risico’s uit komen maken we gebruik van bevoegdheden die we hebben in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). We kunnen gerichte aanvullende voorschriften in de vergunning zetten. Ook kunnen we een vergunning weigeren of intrekken. Natuurlijk doen we dat pas na een zorgvuldige en soms gezamenlijke afweging.
We zetten de instrumenten van preventie, toezicht en sanctie actief in om ondermijnende activiteiten te voorkomen of stoppen. Activiteiten die vallen onder ondermijnen gedogen we niet.
We gaan ondermijning tegen door goed samen te werken bij de uitvoering van de VTH taken. Zoals met het Openbaar Ministerie, andere overheden en ketenpartners. We sturen op samenwerking en gezamenlijke prioriteiten en wisselen onderling informatie uit. We vinden het wenselijk een eenduidig Zeeuws Bibob beleid te hanteren.
4. Betrouwbaar: doen wat we moeten doen
We zijn betrouwbaar voor onze burgers, partners en het bedrijfsleven. Dat doen we bijvoorbeeld door het standaardiseren van werk , toepassen van standaard vergunningsvoorschriften en dezelfde strategie. Dit zorgt voor rechtsgelijkheid.
We voeren de VTH-taken transparant uit. Dit is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, maar staat ook in sommige wetten. Denk aan het publiceren van vergunningen (EU verplichting) en meldingen en aan het openbaar maken van namen van risicovollere bedrijven die herhaaldelijk de regels overtreden. We zorgen dat procedures reproduceerbaar zijn, dat betekent dat het procesverloop en de beslissingen in het dossier staan.
6. Professioneel: kwaliteit, kennis en kunde
De uitvoering van taken voldoet minimaal aan de (landelijk) gestelde proces- en kwaliteitscriteria (zie: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/vergunningverlening-toezicht-handhaving/kwaliteitscriteria-vergunningverlening-toezicht/).
Bij elk thema reflecteren we op de mate waarin we voldoen aan de kwaliteitscriteria en we lichten we toe hoe we ons daarin verder ontwikkelen. We werken conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO, zie bijlage B), zoals vastgelegd in de Zeeuwse Sanctiestrategie. De LHSO is van toepassing na 1 januari 2024 door de gemeente Tholen vastgesteld op 19 december 2023.
7. Verantwoordelijkheid waar deze hoort
We nemen onze verantwoordelijkheid en werken binnen de kaders van geldende wet- en regelgeving. We gaan uit van de beginselplicht tot handhaving. Dit geldt ook voor de eigen vergunde werkzaamheden en die van medeoverheden.
We benaderen bedrijven, instellingen, particulieren en overheden vanuit het principe dat iedere partij eigen verantwoordelijkheid heeft. Daarom verwachten we ook dat bedrijven, instellingen, particulieren en overheden hun eigen verantwoordelijkheid voor de naleving van regels oppakken, onder andere door:
De uitwerking van deze uitgangspunten in onze vergunningen-, toezicht, sanctie- en gedoogstrategie is te vinden in deel B van het gezamenlijke U&H beleid Zeeland 2025-2028.
Op basis van een gezamenlijke probleem- en risicoanalyse zijn de Zeeuwse VTH-prioriteiten bepaald.
De probleem- en risicoanalyse is gebaseerd op de volgende criteria:
Uit de eerste probleem- en risicoanalyse zijn de volgende prioriteiten naar voren gekomen:
Figuur 2: Schematische weergave Zeeuwse VTH-prioriteiten
In dit uitvoeringsprogramma presenteren wij onze VTH-inzet voor deze Zeeuwse prioriteiten, waarbij het kan voorkomen dat een specifieke Zeeuwse prioriteit lokaal minder relevant is dan elders. De komende jaren zal de gezamenlijke probleem- en risicoanalyse doorontwikkeld worden.
Het college heeft op 16 december 2025 het Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Zeeland 2025-2028 vastgesteld. Dit beleid volgt eerdere versies VTH-beleid Zeeland (2012-2024) op. We noemen het nu U&H omdat dit een term is die in de Omgevingswet wordt gehanteerd. Het beleid schetst de kaders voor uitvoering en handhaving in de fysieke leefomgeving voor de Zeeuwse overheden: milieu, water, bodem, natuur, ruimtelijke ordening, erfgoed en bouwen.
Nieuw is een integrale probleem- en risicoanalyse voor Zeeland, de invoering van het instrument bestuurlijke boete en een uitwerking van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen voor Zeeuwse gemeenten. In het U&H-beleid is in deel C een probleemanalyse opgenomen voor de beleidsperiode 2025-2028 op basis van analyses van alle individuele partners. Hier is een top 6 uit gedestilleerd van onderwerpen voor samenwerking binnen Zeeland voor de komende vier jaar. In het BOOR is besloten de top 6 als volgt te prioriteren:
Deze prioriteiten worden in werkgroepen onder het Regieteam verder uitgewerkt de komende jaren. Na uitwerking en vaststelling hiervan in het BOOR en het AOOR zullen deze ook worden verwerkt in het jaarplan U&H en het daarmee samenhangende jaarverslag U&H.
De strategie is tot stand gekomen door samenwerking tussen verschillende Zeeuwse overheden, waaronder gemeenten, Provincie Zeeland, Waterschap Scheldestromen, en andere relevante organisaties zoals de omgevingsdiensten, GGD en Veiligheidsregio Zeeland. Het beleid is eind 2025 vastgesteld door al deze partijen.
2.4. Thoolse prioriteiten (Lokale prioriteiten)
In aanvulling op de regionale prioriteiten hebben we op basis van lokale doelen en omstandigheden aanvullende prioriteiten gesteld. Deze Thoolse prioriteiten zijn hieronder weergegeven:
De frequentie en diepgang waarmee we onze vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken uitvoeren, bepalen we aan de hand van een risicoanalyse. Wij richten ons op de grootste risico’s (wij kunnen immers niet alles toetsen en controleren). Met tijdige en goede voorlichting en communicatie proberen wij overtredingen en risico’s te voorkomen.
2.6. Organisatie van VTH-taken
In 2021 is het nieuwe VTH-beleid (vanaf 2025 U&H-beleid) in werking getreden, dit beleid is in samenwerking met de Zeeuwse bevoegde gezagen en partners ontwikkeld. Concreet betekent dit voor de handhavers een gewijzigde aanpak door bijvoorbeeld toepassing van de sanctiematrix uit de Landelijke Handhaving Strategie (LHS). Gemeenten en provincies zijn samen verantwoordelijk voor de kwaliteit van de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)-taken. De vastgelegde VTH-kwaliteitscriteria 3.0 vormen de basis voor de minimale kwaliteit van de uitvoering. In bijlage C is een overzicht gegeven van alle interne en externe overlegstructuren.
Scheiding vergunningverlening en handhaving
Een scheiding tussen vergunningverlening en toezicht & handhaving is wettelijk verplicht voor milieu (en dit is dan ook zo georganiseerd). Voor andere thema’s is deze verplichting er niet, maar is dit wel zo georganiseerd omdat het bijdraagt aan objectiviteit en kwaliteit.
Bereikbaarheid buiten kantooruren
Binnen en buiten kantooruren moet de gemeente bereikbaar zijn voor meldingen en behandeling van incidenten en acute klachten voor APV-, bouw- en milieuzaken. Dit gaat via een piketdienst. RUD Zeeland heeft een eigen milieupiketdienst voor bedrijven die onder RUD Zeeland vallen. Gemeente Tholen heeft een piketdienst voor de openbare ruimte, deze piket dienst wordt ingevuld door medewerkers van het team Gemeentebedrijf. Milieuklachten komen buiten kantooruren via het provinciale Milieumeldpunt van de RUD Zeeland naar de gemeente. In geval van spoed, komt de melding telefonisch van het milieumeldpunt naar de piketdienst van het team Gemeentebedrijf. In alle andere gevallen wordt de melding digitaal doorgestuurd naar het cluster Vergunningen en Handhaving van het team Ruimte en de eerst volgende werkdag opgepakt.
Roulatiesysteem milieutoezichthouders
De periodieke milieucontroles worden uitgevoerd door een milieutoezichthouder. De functie van milieutoezichthouder is vacant en er wordt ingehuurd op deze functie. Hierdoor is er regelmatig een wisseling van toezichtshouders en komt het niet voor dat een toezichthouder een band opbouwt met een bedrijf. Controle bevindingen worden in Rx.Mission, het registratiesysteem voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, geregistreerd. Rx.Mission geeft op adres niveau de actuele stand van zaken, geeft inzicht en maakt gericht handelen mogelijk.
Vormen van toezicht (zie ook VTH strategie)
Bij preventieve en repressieve controles zetten we verschillende toezichtinstrumenten of combinaties van instrumenten in. We onderscheiden de volgende vormen van toezicht:
In dit uitvoeringsprogramma geven we bij afzonderlijke thema’s aan welke toezichtsvorm(-en) ingezet worden. Als in dit uitvoeringsprogramma bij indicatoren gesproken wordt van ‘inspecties’ dan betreft het alle mogelijke vormen van toezicht.
De provinciale VTH-taken op het gebied van Bouwen zijn basistaak van de RUD 1 Zeeland maar worden in de praktijk in opdracht van de RUD Zeeland door de gemeenten uitgevoerd.
Met de inwerkingtreding van de Wkb op 1 januari 2024 zijn de rol en de taken van het bevoegd gezag veranderd. Voor nieuwe bouwwerken die onder gevolgklasse 1 (o.a. woningen, lage bedrijfsgebouwen en eenvoudige infrastructurele werken) vallen, is de preventieve toetsing aan de bouwtechnische voorschriften door het bevoegd gezag vervallen. Deze rol beperkt zich nu tot het toetsen van de bouwmelding en de gereedmelding. De volledigheidstoets van de bouwmelding wordt aan de hand van de indieningsvereisten uitgevoerd. Daarnaast gaat het bevoegd gezag na of de risico’s voldoende zijn geborgd. Bij de gereedmelding kijkt het bevoegd gezag of voldaan is aan de regels die aan de gereedmelding en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden zijn gesteld. De markt is primair verantwoordelijk voor de (technische)bouwkwaliteit, het uitgangspunt is dat afwijkingen door marktpartijen worden opgelost. Het bevoegd gezag heeft slechts een vangnetfunctie om excessen af te vangen. De focus verschuift hierdoor van het bouwtoezicht naar handhaving. Het toezicht op bouwveiligheid wordt wel door de gemeente uitgevoerd. Voor bouwwerken die vallen onder verbouw, gevolgklasse 2 (o.a. onderwijsgebouwen en woongebouwen tot 70 meter hoogte) of gevolgklasse 3 (o.a. ziekenhuizen en gebouwen hoger dan 70 meter) blijven de taken vooralsnog ongewijzigd. Ongeacht de inwerkingtreding van de Wkb blijft het college wel het bevoegd gezag voor toezicht en handhaving.
De prioriteiten zoals hieronder geschetst zijn gesteld conform de primaire aandachtspunten bij toe
zicht op verbouw en de gevolgklassen 2 en 3.
Het hoofddoel cq. beoogde effect op het gebied van bouwen is een schone, veilige, gezonde en mooie leefomgeving voor iedereen. Daarom willen we dat de bouw-, sloop- en bestemmingsplanregels worden nageleefd. We willen geen incidenten of ongelukken en we willen hinder voorkomen en beperken.
In de volgende paragrafen is voor zowel de regionale prioriteiten (3.1 t/m 3.6) als de lokale prioriteiten (3.7 t/m 3.9) uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH ingezet wordt om dat effect te realiseren.
Een overzicht van de beschikbare en benodigde uren en middelen per prioriteit is opgenomen in paragraaf 3.10.
3.1. Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest)
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren.
Met de uitvoering van bouwtoezicht streven we ernaar dat er volgens de geldende wet- en regelgeving wordt gebouwd. De praktijk leert dat het grootste deel van de bouwbedrijven en particulieren zich houden aan de bouw-, sloop- en omgevingsplanregels. Om te zorgen dat dit minimaal zo blijft, voeren we bouwcontroles uit en pakken we excessen aan.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Door de vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland (VBWTN) is een toezichtmatrix opgesteld, waarin per categorie bouwwerk 28 controlemomenten zijn opgesomd (zie bijlage D). De categorieën zijn op basis van 4 (basis) gebruiksfuncties ingedeeld en op basis van bouwsom onderverdeeld. De gebruiksfuncties zijn ingedeeld in: Wonen, Publiek, Bedrijf en Overige en de onderverdeling is de (ambtelijk) vastgestelde bouwsom van: kleiner dan € 100.000, €100.000 tot € 1.000.000 en groter dan € 1.000.000. Aan elk van de genoemde taken kan een diepgang van controle worden gekoppeld. Het spreekt voor zich dat hoe diepgaander de controle des te meer tijd benodigd is. Deze methodiek is op de te verwachten werkvoorraad over 2026 (gemiddeld 300 omgevingsvergunningen / jaar) toegepast en resulteert voor de gemeente Tholen in 3100 benodigde uren voor bouw- en woningtoezicht.
Het is daarom net als in voorgaande jaren niet realistisch om de controles uit te voeren volgens het door VBWTN voorgestelde basisniveau (toezichtmatrix). Voor het bouwtoezicht wordt gemotiveerd afgeweken van het landelijk toezichtprotocol. In bijlage D zijn de landelijke indeling bouwprojecten en het door de gemeente Tholen gehanteerde Protocol bouwtoezicht en de bijbehorende toezichtmatrix opgenomen.
De bouwcontroles worden onderverdeeld in 3 momenten:
De aanloopwerkzaamheden zijn opgedeeld in enkele controlemomenten: Bij seriebouw en grote projecten, met een hoge bouwsom, vindt vooraf een heibespreking plaats in aanwezigheid van een Bouwtoezichthouder. Tevens worden de bouwplaatsinrichting en aanverwante zaken vooraf besproken om met name hinder voor omwonenden en gebruikers van omliggende bebouwing zoveel mogelijk te beperken. Bij kleinere bouwprojecten wordt een advies voor de peilhoogte vooraf aan de betrokken aannemer toegezonden. Tijdens de bouw worden het funderingstype (paal of op staal) en de wapening funderingsbalk (constructieve sterkte) door de bouwtoezichthouder gecontroleerd.
Uit oogpunt van de constructieve veiligheid bezien is het controleren van de wapening in de vloeren, wanden en kolommen en dakconstructies belangrijk. Bij elke melding van gereedliggen van de wapening wordt deze door een bouwtoezichthouder ter plaatse gecontroleerd. Tevens kan in deze fase ook het uiterlijk van het bouwwerk, maar ook al de zaken uit oogpunt van bruikbaarheid/gebruiksveiligheid zoals ventilatie, brandwerende constructies worden gecontroleerd. Het moment waarop de controle wordt uitgevoerd is sterk afhankelijk van het type bouwwerk, de uitvoerende aannemer en de beschikbare tijd. De nadruk ligt vooral op veiligheid.
Volgens het Besluit Bouwwerken Leefomgeving dient ieder bouwwerk waarvoor bouwvergunning is verleend gereed gemeld te worden. Tijdens de eindcontrole worden de zaken als brandveiligheid, vluchtmogelijkheden, brandveiligheidsinstallaties, ventilatie- en EP-gerelateerde onderdelen als ook nutsvoorzieningen en vloerafscheidingen gecontroleerd. Bij de eindcontrole van grote bouwprojecten wordt in veel gevallen samengewerkt met de brandweer en de RUD-Zeeland.
Inzet op illegale bouw volgt op meldingen/klachten (piepsysteem) en op zogenaamde bijvangst bij het uitvoeren van reguliere toezichts-en handhavingscontroles. Bij de constatering van illegale bouw
wordt deze getoetst aan de interventiematrix van de LHSO. Naar aanleiding van de uitkomst hiervan wordt er een bestuurlijk en/of strafrechtelijk handhavingstraject opgestart.
Het handhaven van de kwaliteit van de bestaande bouw behoort bij de taken van bouw- en woningtoezicht. Handhaving vindt plaats wanneer zich een exces dreigt voor te doen waarbij de veiligheid van bewoner(s) of omstanders in het geding is. Dit komt sporadisch voor om dat het vaak niet direct zichtbaar is en we zijn aangewezen op meldingen/klachten uit de omgeving.
Voorlichting wordt steeds belangrijker. Burgers en bedrijven worden voorgelicht over actuele onderwerpen zoals de omgevingswet, beschikbare subsidies bv. voor woningverbetering en stoken van houtkachels.
3.2. Bouwwerken, brandveilig gebruik
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
|
Gebouwen worden (brand)veilig ontworpen, gebouwd en gebruikt |
In 75% van de uitgevoerde eerste controles wordt voldaan wordt aan brandveiligheidsvoorschriften |
In samenwerking met de VRZ zorgen wij ervoor dat gebouwen (brand)veilig worden ontworpen, gebouwd en gebruikt. Er wordt voor de vergunningverlening advies opgevraagd bij de VRZ. De VRZ voert risico gestuurd controles uit conform de meerjarenplanning gemeente Tholen.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Risico gestuurd worden er door de VRZ brandveiligheidscontroles uitgevoerd. Indien er bij deze controles overtredingen/tekortkomingen worden geconstateerd, wordt er door de toezichthouder van de VRZ een rapportage opgesteld en wordt de overtreding geclassificeerd volgens de interventiematrix VTH en volgt een ambtelijke waarschuwing. Bij voortdurende overtredingen/tekortkomingen wordt de handhavingszaak juridisch overgedragen aan de gemeente.
3.3. Strijdig gebruik ruimtelijke ordening
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Gronden en gebouwen worden in overeenstemming met de planologische regels gebruikt. Bij constatering van strijdig gebruik wordt opgetreden.
Het in februari 2014 gestarte Project ‘Handhavend optreden tegen permanente bewoning van recreatieverblijven’ is in 2023 afgerond. Voortzetting van de controles na de projectperiode blijft gelet op het in de evaluatie gestelde essentieel om de resultaten van het project te consolideren. De projectmatige handhaving is ten einde gekomen, de handhaving an sich niet. Daarbij wordt opgemerkt dat een bestuurlijk vastgestelde specifieke handhavingsaanpak, bijvoorbeeld het uitvoeringsprogramma Handhavend optreden tegen permanente bewoning van recreatieverblijven voorgaat op het vastgestelde VTH - Beleid Zeeland 2021 (vanaf 2025 U&H-beleid Zeeland 2025-2028).
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Inzet op strijdig gebruik volgt op meldingen/klachten (piepsysteem) en op zogenaamde bijvangst bij het uitvoeren van reguliere toezichts-en handhavingscontroles. Bij een constatering van strijdig gebruik wordt overeenkomstig de LHSO opgetreden.
In 2026 zal de aanpak van het illegaal (permanent) bewonen van de recreatieverblijven worden voortgezet. Er worden controles uitgevoerd om vast te stellen of de bewoning is gestopt. Indien de overtredingen voortduren worden deze getoetst aan de interventiematrix van de LHSO. Naar aanleiding van de uitkomst hiervan wordt er een bestuurlijk en/of strafrechtelijk handhavingstraject opgestart. Hiervoor wordt technische - en juridische capaciteit ingekocht.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Toezicht op de uitvoering van bedrijfsmatige asbestsaneringen wordt door de RUD uitgevoerd.
De particuliere meldingen worden door het cluster vergunningverlening opgepakt, de inwoners worden door de toezichthouders indien nodig geholpen bij het doen van een asbest melding (particulier). Indien het nodig wordt geacht wordt de locatie waar er asbest wordt verwijdert bezocht.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
In het jaarplan 2026 van de RUD zijn voor de gemeente Tholen uren begroot voor het beoordelen en adviseren over asbestinventarisatierapporten en het uitvoeren van fysieke en administratieve controles op asbest. Daarnaast is voor eventuele asbest monstername een materieel budget begroot.
Bij particuliere meldingen verwijderen asbest, indien nodig bezoeken en controleren van de locatie door een toezichthouder of het verwijderen ook daadwerkelijk veilig gebeurt.
3.5. Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenswerkers
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Bij klachten of meldingen vinden er controles plaats op het (illegaal) huisvesten van de arbeidsmigranten. Tevens wordt er gecontroleerd op strijdig gebruik en gebruik zonder een omgevingsvergunning voor kamergewijze verhuur van maximaal 4 personen.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
In de kernen is vergunningvrij huisvesten van arbeidsmigranten alleen nog mogelijk als er sprake is van een huishouden. Tot en met 4 personen is kamergewijze verhuur aan arbeidsmigranten in de kernen mogelijk met een omgevingsvergunning. Deze wordt verleend als voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden. De bestaande situaties/vergunningen blijven bestaan, als er sprake is van overgangsrecht. Naast de reguliere controles zullen er bij klachten of meldingen controles uitgevoerd worden bij (illegale) huisvestingen van arbeidsmigranten. Indien er tijdens de controles overtredingen worden geconstateerd worden deze getoetst aan de interventiematrix van de LHSO. Naar aanleiding van de uitkomst hiervan wordt er een bestuurlijk en/of strafrechtelijk handhavingstraject opgestart.
3.6. Erfgoed (Rijks- en gemeentelijk erfgoed)
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Bij klachten/meldingen en of verzoeken tot handhaving op het gebied van erfgoed vindt er adequaat toezicht en handhaving plaats. Geconstateerde overtredingen op het gebied van erfgoed hebben een hoge prioriteit in verband met de eventuele onomkeerbaarheid.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Het project voor het aanwijzen van gemeentelijke monumenten loopt door in 2026. Alle monumenteigenaren krijgen een abonnement aangeboden op de Monumentenwacht. Één keer per 3 jaar komen zij langs het object en inspecteren dit. Het rapport daarvan wordt naar de eigenaar en de gemeente gestuurd. Op deze wijze houden we zicht op de staat van onderhoud van de gemeentelijke monumenten.
Ook wordt er in 2026 voor een specifiek archeologisch Rijksmonument bekeken welke toezichtstrategie mogelijk en passend is. Dit in verband met het behoud van het archeologisch Rijksmonument.
Indien er tijdens de controles naar aanleiding van klachten/meldingen of verzoeken tot handhaving een overtreding wordt geconstateerd zal conform de LHSO worden opgetreden.
3.7. Verpaupering van woningen en gebouwen in kernen
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
In de afgelopen jaren is er bij verschillende verpauperde panden handhavend opgetreden en zijn resultaten geboekt met een verbetering voor de leefomgeving. Bij klachten en meldingen met betrekking tot verpaupering wordt toezicht uitgeoefend en waar nodig handhavend opgetreden.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Bij ingediende klachten/meldingen of eigen constateringen de eigenaren aanmanen tot het opknappen van het pand gebruikmakend van de regels die zijn opgenomen in de Welstandsnota en de adviezen hierover van de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit. Pandeigenaren worden door ons gewezen op subsidie mogelijkheden om een verpauperd pand op te knappen. Indien een pandeigenaar niet overgaat tot herstel en er tijdens de controles overtredingen worden geconstateerd worden deze getoetst aan de interventiematrix van de LHSO. Naar aanleiding van de uitkomst hiervan wordt er een bestuurlijk en/of strafrechtelijk handhavingstraject opgestart.
3.8. Prioriteiten Wet Kwaliteitsborging
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
|
Activiteiten tijdens het bouwproces vinden op een veilige en gezonde manier plaats. |
Er vinden geen risicovolle situaties plaats voor de gezondheid en veiligheid. |
Met de inwerkingtreding van de Wkb wordt geregeld dat de gemeente niet meer vooraf de bouwtechnische kwaliteit toetst van een bouwwerk. Dit is de rol van de private kwaliteitsborger. Ook is de kwaliteitsborger verantwoordelijk voor het toezicht tijdens de bouw.
Tijdens de bouwfase wordt er alleen in bepaalde situaties toezicht door de gemeente ingezet. Immers de kwaliteitsborger is verantwoordelijk voor het toezicht op de bouw. De kwaliteitsborger is zelf niet bevoegd om handhavend op te treden, de gemeente blijft het bevoegd gezag om gebruik te maken van haar handhavende instrumenten. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving op verbouwwerkzaamheden, bouw- en sloopveiligheid en bouwwerken met gevolgklasse 2 en 3.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
In geval van strijdigheden tijdens de bouw, onvolledige dossiers bevoegd gezag zoals het ontbreken van de verklaring van de kwaliteitsborger of gegevens en bescheiden, maakt het college een afweging om op basis van de prioriteitenlijst (zoals opgenomen in bijlage H) handhavend op te treden zoals het opleggen van een bouwstop tijdens de bouw of om het gebruik van het bouwwerk wel of niet toe te staan. De WKB-prioriteitstelling, zoals weergegeven in bijlage H betreft een lokale afweging.
3.9. Klachten/meldingen en verzoeken tot handhaving bouwtoezicht ingeschaald in A3 t/m A4, B3 t/m B4, C1 t/m C4 en D1 t/m D4
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
We reageren op klachten en/of meldingen die worden gedaan via de diverse hiervoor ten dienste staande kanalen (Zaaksysteem, telefoon, social media, e-mail). Naar de klager/melder vindt terugkoppeling plaats van hetgeen met de melding is gedaan. Bij meldingen waarbij eerst onderzoek nodig is kan de behandeltijd langer zijn. Alle formele verzoeken tot handhaving worden opgepakt en in behandeling genomen.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Via het Klantcontactcentrum (KCC), Zaaksysteem, social media en e-mail ontvangen we klachten en meldingen. Er wordt gekeken naar de aard van de klacht/melding of verzoek tot handhaving en of deze gegrond is. Afhankelijk van deze bevindingen wordt de betreffende zaak ingeschaald in de LHSO. Indien sprake is van een klacht/melding of verzoek tot handhaving welke binnen de kwadranten, A3 t/m A4, B3 t/m B4, C1 t/m C4 en D1 t/m D4 in de LHSO ingeschaald wordt, zal deze door handhaving verder opgepakt worden. Indien er tijdens de controles overtredingen worden geconstateerd worden deze getoetst aan de interventiematrix van de LHSO. Naar aanleiding van de uitkomst hiervan wordt er een bestuurlijk en/of strafrechtelijk handhavingstraject opgestart.
Indien er sprake is van een klacht/melding of verzoek tot handhaving welke niet binnen deze kwadranten ingeschaald kan worden, wordt deze niet direct opgepakt. Er wordt per geval een individuele belangenafweging gemaakt en er wordt bezien of er ondanks de prioritering in dat concrete geval toch handhavend moet worden opgetreden, zoals bijvoorbeeld het voortduren van overtreding(en) waarvoor eerder een interventie is toegepast. Bij de besluitvorming wordt extra aandacht besteed aan de wijze van communicatie.
3.10. Borgen van middelen en kwaliteit thema Bouwwerken en Bouwen
Personele en financiële middelen
(Toelichting bij deze tabel: in art 13.10 lid 1 van het Omgevingsbesluit staat dat de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt)
In onderstaande tabel is de verdeling van de technische uren over de verschillende subdoelen weergegeven. De subdoelen 1, 4,6, 7 en 8 vallen onder de noemer bouw- en woningtoezicht. De uren voor de subdoelen 3 en 5 vallen onder handhaving. De uren die zijn opgegeven bij subdoel 9 betreffen de uren voor de behandeling van klachten/meldingen en verzoeken om handhaving. De uren brandveilig gebruik (subdoel 2) worden ingevuld door de VRZ.
Naast de technische uren zijn in de tabel apart de voor dit vakgebied beschikbare juridische uren weergegeven.
Van de voor dit vakgebied beschikbare technische capaciteit is 1 fte in eigen dienst. De overige benodigde uren worden ingehuurd.
Van de beschikbare juridische capaciteit is 0,84 fte in eigen dienst en de overige capaciteit wordt ingehuurd. Tevens is in 2025 € 85.000,- beschikbaar voor de inhuur van specialistische juridische capaciteit.
De beschikbare technische en juridische inzet is door inhuur in balans met de benodigde capaciteit. De op 1 januari 2024 in werking getreden Wkb zorgt vooralsnog niet voor een wijziging van de benodigde capaciteit.
De Zeeuwse gemeenten voldoen gezamenlijk aan de eisen van de VTH kwaliteitscriteria 3.0 – Deel B, dan wel kunnen via onderbouwde ‘explain’ aantonen dat de kwaliteit van uitvoering geborgd is. De naleving is het sterkst zichtbaar bij taken die in eigen beheer wordt uitgevoerd. Voor specialistische taken wordt kwaliteit vooral geborgd via uitbesteding aan onder meer RUD Zeeland en Erfgoed Zeeland.
Het hoofddoel cq. beoogde effect op het gebied van Milieu is een schone, veilige, gezonde en mooie leefomgeving voor iedereen. Daarom willen we dat milieuregels worden nageleefd. We willen dat er geen incidenten of ongelukken zijn en dat er weinig tot geen hinder wordt beleefd.
Toezicht en handhaving op de milieubelastende activiteiten die onder het basistakenpakket vallen wordt uitgevoerd door de RUD Zeeland. De gemeente voert zelf nog toezicht en handhaving uit bij een aantal milieubelastende activiteiten (gemeentelijk takenpakket) waarbij programmatisch wordt gecontroleerd conform de in bijlage F opgenomen controlefreqeuntie. Deze is opgesteld naar aanleiding van een eerder uitgevoerde risicoanalyse.
In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH ingezet wordt om dat effect te realiseren.
5.1. Zwaardere bedrijven (SEVESO) en MBA’s genoemd in hoofdstuk 3 Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL))
Afval bedrijfsmatig (Zwaardere bedrijven en MBA's benoemd in hoofdstuk 3 BAL
Controle op afval afkomstig van zwaardere bedrijven en MBA's benoemd in hoofdstuk 3 BAL ligt primair bij de RUD Zeeland. Zie hiervoor het jaarplan 2026 RUD Zeeland.
Afval bedrijfsmatig lokale uitvoering Gemeente Tholen
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
De lokale uitvoering van de VTH taken voor deze regionale prioriteit ligt voor een deel bij de gemeente Tholen. Het inzien en beoordelen van afvalstromen is een vast onderdeel van de milieucontroles. Op het moment van vaststellen van het jaarverslag VTH 2025 is er in geen van de gevallen voldaan aan de voorschriften voor de inzameling en afvoer van bedrijfsmatige afvalstoffen. Een aantal gevallen en ingezette toezichttrajecten loopt door in 2026. Om die reden is het niet noodzakelijk om deze prioriteit bij te stellen. Wel zal er extra aandacht worden besteed aan de monitoring van deze prioriteit, zodat het naleefgedrag goed kan worden bezien en waar nodig kan worden bijgesteld qua capaciteit of activiteiten.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Indien er tijdens de milieucontroles of naar aanleiding van klachten/meldingen of verzoeken tot handhaving een overtreding wordt geconstateerd wordt deze getoetst aan de interventiematrix van de LHSO. Naar aanleiding van de uitkomst hiervan wordt er een bestuurlijk en/of strafrechtelijk handhavingstraject opgestart.
5.5. Mba bodem (saneringen, opslag van grond, bagger)
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Het bodemtoezicht vindt voor het overgrote deel vraag gestuurd plaats naar aanleiding van meldingen, klachten of eigen constateringen. De RUD Zeeland voert het basistakenpakket uit op het gebied van bodem. De bodemtaken met betrekking tot Vergunningverlening (bodemtoets) en Advisering liggen bij taakveld bodem van het team Ruimte van de gemeente.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Indien er tijdens de controles of naar aanleiding van klachten/meldingen of verzoeken tot handhaving een overtreding wordt geconstateerd wordt deze getoetst aan de interventiematrix van de LHSO. Naar aanleiding van de uitkomst hiervan wordt er een bestuurlijk en/of strafrechtelijk handhavingstraject opgestart.
5.6. Milieuklachten/meldingen en verzoeken tot handhaving ingeschaald in A3 t/m A4, B3 t/m B4, C1 t/m C4 en D1 t/m D4
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
We reageren op klachten en/of meldingen die worden gedaan via de diverse hiervoor ten dienste staande kanalen (Zaaksysteem, telefoon, social media, e-mail). Naar de klager/melder vindt terugkoppeling plaats van hetgeen met de melding is gedaan. Bij meldingen waarbij eerst onderzoek nodig is kan de behandeltijd langer zijn. Alle formele verzoeken tot handhaving worden opgepakt en in behandeling genomen.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Via het Klantcontactcentrum (KCC), Zaaksysteem, social media en e-mail ontvangen we klachten en meldingen. Er wordt gekeken naar de aard van de klacht/melding of verzoek tot handhaving en of deze gegrond is. Afhankelijk van deze bevindingen wordt de betreffende zaak ingeschaald in de LHSO. Indien sprake is van een klacht/melding of verzoek tot handhaving welke binnen de kwadranten, A3 t/m A4, B3 t/m B4, C1 t/m C4 en D1 t/m D4 in de LHSO ingeschaald wordt, zal deze door handhaving verder opgepakt worden. Indien er tijdens de controles overtredingen worden geconstateerd worden deze getoetst aan de interventiematrix van de LHSO. Naar aanleiding van de uitkomst hiervan wordt er een bestuurlijk en/of strafrechtelijk handhavingstraject opgestart.
Indien er sprake is van een klacht/melding of verzoek tot handhaving welke niet binnen deze kwadranten ingeschaald kan worden, wordt deze niet direct opgepakt. Er wordt per geval een individuele belangenafweging gemaakt en er wordt bezien of er ondanks de prioritering in dat concrete geval toch handhavend moet worden opgetreden, zoals bijvoorbeeld het voortduren van overtreding(en) waarvoor eerder een interventie is toegepast. Bij de besluitvorming wordt extra aandacht besteed aan de wijze van communicatie.
5.7. Borgen van middelen en kwaliteit thema Milieu
|
||||
|
Uren maken onderdeel uit van de programmatische bedrijfscontroles |
|||
|
||||
|
||||
|
Nihil, komt sporadisch voor. Overige uitvoering is basistaak en ligt bij de RUD |
|||
|
||||
De op de prioriteiten benodigde technische en juridische capaciteit is beschikbaar.
De opgegeven technische capaciteit is exclusief de beschikbare en benodigde capaciteit voor de uitvoering van de programmatische controles van milieubelastende activiteiten bij bedrijven die vallen onder het gemeentelijke takenpakket. Na de laatste wijziging van het basistakenpakket moet nog de daadwerkelijke overdracht plaatsvinden van dossiers naar de RUD zeeland. Dit heeft direct invloed op de benodigde en beschikbare capaciteit. De verwachting is dat het effect van deze wijziging van het basistakenpakket in de loop van 2025 inzichtelijk wordt.
De Zeeuwse gemeenten voldoen gezamenlijk aan de eisen van de VTH kwaliteitscriteria 3.0 – Deel B, dan wel kunnen via onderbouwde ‘explain’ aantonen dat de kwaliteit van uitvoering geborgd is. De naleving is het sterkst zichtbaar bij taken die in eigen beheer wordt uitgevoerd. Voor specialistische taken wordt kwaliteit vooral geborgd via uitbesteding aan onder meer RUD Zeeland en Erfgoed Zeeland.
6. Water/Watersystemen (lozingsactiviteiten waterbeheerders en mba’s)
De uitvoering van de VTH taken voor het onderdeel Water ligt primair bij het Waterschap Scheldestromen. Zoals in de inleiding is vermeld maakt het Waterschap Scheldestromen een eigen jaarplan. Om die reden is per prioriteit aangegeven dat hiervoor het jaarplan van het Waterschap Scheldestromen zal moeten worden geraadpleegd.
De uitvoering van de VTH taken voor het onderdeel Groen ligt primair bij RUD Zeeland, Staatsbosbeheer, Zeeuwslandschap, etc.. Zoals in de inleiding is vermeld maakt elke organisatie een eigen Jaarplan. Om die reden is per prioriteit aangegeven dat hiervoor het jaarplan van het betreffende bevoegd gezag zal moeten worden geraadpleegd.
Het hoofddoel cq. beoogde effect op het gebied van leefbaarheid volgt uit het Jaarplan Integrale Veiligheid 2024/2025 (bijlage I). Het Jaarplan Integrale Veiligheid 2026 wordt op een later moment in 2026 vastgesteld. Voor nu wordt daarom nog verwezen naar het Jaarplan Integrale Veligheid 2024. Hierin is opgenomen dat we als Tholen investeren in de veiligheid van onze inwoners, zodat inwoners zich veilig voelen in de eigen leefomgeving. Soms nemen we hierin de leiding en soms ondersteunen we. In onze aanpak staat preventie voorop, waarbij we doorpakken daar waar het nodig is. Samen met de inwoners en andere partners streven we naar een veilige en prettige samenleving waarin inwoners weerbaar zijn, zich beschermd weten en zich veilig voelen, waarin overlast en criminaliteit zo veel als mogelijk voorkomen worden, waarin aanwezige overlast en criminaliteit stevig aangepakt worden.
De gemeente Tholen maakt onderdeel uit van district de Markiezaten waar we nauw mee samenwerken. In het Integraal Veiligheidsplan is de strategie bepaald voor de periode 2023 tot 2026. Daarin is niet alleen aandacht voor de gezamenlijke strategische agenda maar ook voor lokale accenten. Voor de gemeente Tholen zijn deze als volgt:
In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH ingezet wordt om dat effect te realiseren.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Binnen de gemeente Tholen wordt voor evenementen de onderstaande indeling gehanteerd.
Voor het afhandelen van evenementenaanvragen vindt er vooraf afstemming plaats met de verschillende hulpdiensten, zodat er bij mogelijke incidenten capaciteit van hen beschikbaar is. Tevens geven zij vanuit hun expertise adviezen welke als voorwaarden verbonden worden aan de evenementenvergunningen. Er worden ook adviezen ingewonnen binnen de eigen organisatie. Dit alles om risico’s tijdens het evenement zoveel als mogelijk te beperken. Om deze werkwijze te realiseren wordt er een indieningstermijn voor het aanvragen van een evenement van minimaal 10 weken gehanteerd. Met deze werkwijze kunnen evenementenvergunningen juridisch correct worden afgegeven en heeft met de verschillende hulpdiensten afstemming plaatsgevonden over de voorwaarden waaronder de vergunningen kunnen worden verleend.
De evenementen worden door de toezichthouders APV al dan niet samen met een BOA gecontroleerd op de voorwaarden die aan de evenementen vergunningen zijn gesteld. Ook een schouw en een nul-meting (gemeentebedrijf) voorafgaand aan het evenement is een standaard controle bij grotere vergunde evenementen. Wanneer geluidsoverlast wordt voorzien doordat er bv. bij eerdere edities van een evenement klachten zijn geweest, worden indien mogelijk tijdens het evenement geluidsmetingen uitgevoerd. De geluidsmetingen worden uitgevoerd door milieu toezichthouders al dan niet in het bijzijn van een BOA/toezichthouder APV.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
De evenementenvergunningen worden verleend door de medewerker APV en bijzondere wetten. Indien er tijdens de controles of naar aanleiding van klachten/meldingen of verzoeken tot handhaving een overtreding wordt geconstateerd wordt deze getoetst aan de interventiematrix van de LHSO. Naar aanleiding van de uitkomst hiervan wordt er een bestuurlijk en/of strafrechtelijk handhavingstraject opgestart. Verder worden grotere evenementen met de organisatoren geëvalueerd. Dit om lering te trekken uit en/of nadere afspraken te maken voor een mogelijk in de toekomst te houden vervolgevenement. Deze evaluatie levert ook input voor de bestuurlijke beoordeling van een aanvraag voor een vervolgevenement.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
|
Geen illegale overnachtingen (in natuurgebieden, op parkeerplaatsen etc.) |
Aantal geconstateerde illegale overnachtingen is kleiner dan 5. |
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Daar waar het risico bestaat op illegale overnachtingen zoals op een rustige parkeerplaats of in een natuurgebied worden door de BOA’s/toezichthouders APV controles uitgevoerd op het illegaal overnachten. Indien nodig zal samenwerking worden gezocht met de ketenpartners.
8.3. Gescheiden afvalinzameling particulieren
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
In 2024 is voor huis aan huis inzameling van het restafval met rolcontainer (240L) een andere betaalwijze ingevoerd (DIFTAR). Inwoners betalen per keer voor de aanbieding van hun restafvalcontainer naast het vast bedrag voor de afvalstoffenheffing. In 2025 is voor de huis aan huis inzameling met een ondergrondse restafvalcontainer en toegangspas deze zelfde betaalwijze ingevoerd (DIFTAR) en een maximale toegang per maand ingegaan. Men kan (behalve de medische uitzonderingen) maximaal 5 keer per maand naar de ondergrondse container.
Wat gaan we doel om het doel te bereiken?
Door burgers op een pro-actieve wijze te informeren over het zuiver aanbieden van grondstofstromen wordt geprobeerd om de hoeveelheid restafval te verminderen.
We zetten in op zeeuwse communicatiecampagne rondom het GFT. Er zit nog veel GFT in de restcontainer en soms wordt het GFT niet zuiver aangeboden. De afvalcoach gaat daar dit jaar met regelmaat voorlopen bij de GFT route en mogelijk ook bij de papier inzameling.
8.4. Geluidhinder openbare ruimte
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Deze meldingen geluidsoverlast worden door de toezichthouder milieu gecontroleerd op verzoek of naar aanleiding van klachten/meldingen. Mogelijke geluidsmeldingen die niet afkomstig zijn van milieubelastende activiteiten worden door BOA’s en/ of politie gecheckt.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Hier zal de toezichthouder milieu of BOA’s/politie controles uitvoeren. Indien er tijdens de controles of naar aanleiding van klachten/meldingen of verzoeken tot handhaving een overtreding wordt geconstateerd wordt deze getoetst aan de interventiematrix van de LHSO. Naar aanleiding van de uitkomst hiervan wordt er een bestuurlijk en/of strafrechtelijk handhavingstraject opgestart. Voor geluidsoverlast als gevolg van evenementen zie onder paragraaf 8.1.
8.5. Huisvesting arbeidsmigranten (welzijn en overlast)
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Bij klachten of meldingen vinden er controles plaats op het (illegaal) huisvesten van de arbeidsmigranten. Tevens wordt er gecontroleerd op strijdig gebruik en gebruik zonder een omgevingsvergunning voor kamergewijze verhuur van maximaal 4 personen. Zie ook verder onder paragraaf 3.5.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Naast de controles genoemd in paragraaf 3.5, wordt er ook gekeken naar de staat van de woning, kook-, woon- en slaapruimten. Daarnaast is er specifiek ook aandacht voor een juiste wijze van afvalinzameling. Ook worden de meldingen die via de mail, whatsapp, zaaksysteemmeldingen binnenkomen meegenomen in de controles van de toezichthouders en de BOA's.
Indien er tijdens de controles of naar aanleiding van klachten/meldingen of verzoeken tot handhaving een overtreding wordt geconstateerd wordt deze getoetst aan de interventiematrix van de LHSO. Naar aanleiding van de uitkomst hiervan wordt er een bestuurlijk en/of strafrechtelijk handhavingstraject opgestart.
8.6. Naleving Alcoholwet bij horecabedrijven, paracommercie, detailhandel en evenementen
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Indien er overtredingen in het kader van de Alcoholwet worden geconstateerd wordt er gesanctioneerd middels het Alcohol- en horecasanctiebeleid van de gemeente Tholen. Dit beleid beschrijft de aanpak van overtredingen bij alcoholverstrekkers en is gebaseerd op het districtelijke alcohol- en horecasanctiebeleid van de Markiezaten (districtelijk beleid) dat is overgenomen van de Brabantse werkgroep Drank- en Horecawet. Een onderdeel van dit beleidsstuk is een risicoanalyse en de sanctietabel op basis waarvan handhavingsmiddelen worden ingezet. De controles op de alcoholwet worden op verzoek uitgevoerd door een externe partij.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
De controles op de naleving van de Alcoholwet worden uitgevoerd door BOA’s en toezichthouders van een externe partij. Deze controles worden steekproefsgewijs en naar aanleiding van klachten/meldingen uitgevoerd bij de horecabedrijven, paracommercie, detailhandel, en evenementen.
In 2026 zal er voor commerciële en para commerciële horecaondernemers een informatieavond worden georganiseerd over drank- en drugspreventie en andere onderwerpen die er voor deze branche toe doen in het kader van toezicht, handhaving en vergunningverlening. Ook zullen er in 2026 in het kader van preventie en het informeren over geldende wetgeving brieven met informatiemateriaal worden verstuurd naar verstrekkers van alcohol.
In 2026 zal er ook een nieuw en geactualiseerd Zeeuws Preventie- en Handhavingsplan voor de jaren 2027 – 2031 worden opgesteld.
8.7. Uitvoering Damoclesbeleid (hennepkwekerijen en Opiumwet)
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
De burgemeester is bevoegd om bij het aantreffen van een handelsvoorraad drugs (“Wet Damocles”) lokalen en woningen, mits onderbouwd met een goed dossier, te sluiten. In april 2015 is het “Damoclesbeleid” vastgesteld en sluit de burgemeester lokalen en woningen bij het aantreffen van een handelsvoorraad drugs. In januari 2020 is er nieuw Damoclesbeleid vastgesteld. Daarin zijn nu ook sancties opgenomen in het geval van de constatering van voorbereidende handelingen. Uit de recente jurisprudentie volgt dat in het kader van het evenredigheidsbeginsel een gedegen motivering van Damoclesbesluiten steeds belangrijker wordt.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
In het kader van uitvoering van het Convenant hennepteelt Zeeland - West-Brabant zijn de Politie Zeeland, het Openbaar Ministerie, de Zeeuwse gemeentes, woningcorporaties, netwerkbeheerders, drinkwaterbedrijven en het UWV overeengekomen de illegale handel, productie en gebruik van drugsproducten via de integrale aanpak te voorkomen, te bestrijden en gevaarlijke situaties onmiddellijk te beëindigingen. Aangetroffen hennepkwekerijen worden ontmanteld. Controles op hennepkwekerijen vinden signaalgericht plaats. De politie draagt hier zorg voor. De gemeentelijke toezichthouder is op de hoogte en indien noodzakelijk ook feitelijk bij de ontruiming aanwezig. Het aantal hiervoor bij de Politie vooraf geplande ruimdagen is afgelopen jaren wel aanzienlijk afgenomen. Daarnaast vinden er ad hoc ontmantelingen plaats van hennepkwekerijen en drugslabs etc. Daar is nooit een gemeentelijke toezichthouder bij aanwezig. In principe besluit de burgemeester altijd, om naast het strafrechtelijk traject door de politie, bestuursrechtelijk op te treden op grond van het vastgestelde Damoclesbeleid.
8.8. Preventief toezicht buitenruimte
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Het toezicht en de handhaving in de openbare ruimte wordt vanaf 2019 uitgevoerd door BOA’s die hiervoor zijn ingehuurd vanuit de voormalige BOA-pool Brabantse Wal en Tholen en later direct van de gemeente Bergen op Zoom. Vanaf 1 juni 2024 is er 1,89 fte BOA capaciteit in eigen dienst beschikbaar. Vanaf 1 november 2024 is deze capaciteit uitgebreid tot 2 fte.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Vanaf 2025 is er 2 fte BOA capaciteit in eigen dienst beschikbaar voor het toezicht en de handhaving in de openbare ruimte. Daarnaast is er 1 fte beschikbaar voor de functie van adviseur openbare orde en veiligheid waaronder ook de coördinatie van de BOA’s valt.
Vanaf juni 2024 is er eigen BOA-capaciteit. Overlastmeldingen zullen worden gecontroleerd waarbij het uitgangspunt is om de overlastgever eerst aan te spreken. Belangrijk hierbij is het vergroten van de zichtbaarheid en toegankelijkheid op het gehele grondgebied en het inzetten van preventie en voorlichtingsactiviteiten.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Er worden BOA’s/toezichthouders van parkeerbeheer Bergen op Zoom voor de handhaving van het parkeerbeleid ingehuurd.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Bij klachten en meldingen met betrekking tot parkeren in de blauwe zone/grote voertuigen binnen bebouwde kom wordt toezicht uitgeoefend en waar nodig strafrechtelijk handhavend opgetreden door middel van het opleggen van boetes. Daarnaast zullen de BOA's naar aanleiding van eigen constateringen in overlastsituaties of meldingen en klachten acties ondernemen, waarbij het uitgangspunt is om de overtreder eerst aan te spreken.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Er worden op dit moment preventieve acties uitgevoerd door berichten te verspreiden op Social Media ter voorkoming van hinder en overlast door hondenpoep. Daarnaast zijn er de laatste jaren extra prullenbakken in de gemeente geplaatst waarin hondenpoep gedeponeerd kan worden. De bezitters van honden hebben in 2024 een flyer en hondenpoepzakjes toegestuurd gekregen. Bij klachten worden in groenstroken gedurende een korte periode bordjes geplaatst om de eigenaren erop te attenderen om de hondenpoep op te ruimen.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
8.11. Borgen van middelen en kwaliteit thema Leefbaarheid
Voor de subdoelen van het thema leefbaarheid is naast de opgegeven technische capaciteit ook 1050 uur juridische capaciteit beschikbaar. Deze juridische capaciteit wordt hoofdzakelijk ingezet op de uitvoering van het Damoclesbeleid en de uitvoering van het alcohol - en horecasanctiebeleid. Deze uren zijn niet apart gelabeld en worden niet apart geregistreerd.
In de probleem- en risicoanalyse zijn enkele thema’s van samenwerking opgenomen. In de volgende paragrafen geven we aan hoe de gemeente Tholen bijdraagt aan deze samenwerkingsthema’s.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
|
Percentage gevallen waarin Bibob-toets of -onderzoek is gedaan waar dat volgens het Bibob-beleid zou moeten (100%) |
De Bibob-toets wordt gedaan door het team juridische zaken. Bij signalen van ondermijning worden ketenpartners geïnformeerd en er worden in gezamenlijkheid integrale controles uitgevoerd.
Wat gaan we doel om het doel te bereiken?
De Bibob-toetsing toepassen op basis van het Bibob-beleid gemeente Tholen. Ook wordt er op basis van de gemeentelijke, gezamenlijke accenten genoemd in het Integraal Veiligheidsplan 2023 – 2026 samengewerkt tussen ketenpartners.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
|
Zeeuwse VTH-partners zorgen voor een eenduidige uitvoering van VTH-taken |
Percentage VTH-partners dat de afspraken uit het VTH-beleid volledig toepast (tenminste 80%) |
Door de werkgroep VTH worden de Zeeuwse VTH-partners doormiddel van thema dagen en nieuwsbrieven voorgelicht over het uitvoeren van de VTH-taak.
Wat gaan we doel om het doel te bereiken?
Meer samenwerken met ketenpartners met een éénduidige aanpak om zo tot een Zeeuws brede aanpak VTH te komen. Deze samenwerking kan worden bevordert door een Zeeuws breed casusoverleg waarin alle ketenpartners deelnemen, hierdoor kunnen ketenpartners de aanpak van het VTH beleid eenduidig maken. Ook zullen er door de provincie weer VTH themadagen worden georganiseerd.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
De milieucontroles die door de gemeentelijke toezichthouders worden uitgevoerd, zijn controles van het gemeentelijke takenpakket.
De RUD Zeeland geeft uitvoering aan het landelijk vastgestelde basistakenpakket, waaronder ook inrichtinggebonden en niet-inrichtinggebonden toezicht op milieutaken.
Ketentoezicht is het op elkaar afgestemd toezicht van 1 of meer toezichthouders, dat zich uitstrekt tot alle partijen die achtereenvolgens betrokken zijn bij een activiteit. Voor toezicht en handhaving binnen de keten, vallen deze bevoegdheden niet onder het basistakenpakket. Het gaat hier dus om de activiteiten die betrekking hebben op het projectmatig organiseren/faciliteren van het toezicht op bovengenoemde stromen.
De VRZ voert de controles op de brandveiligheid uit.
Wat gaan we doel om het doel te bereiken?
De samenwerking met de ketenpartners intensiveren en kijken waar we samen controles kunnen uitvoeren. Ketentoezicht is een basistaak. Deze wordt nog niet uitgevoerd door RUD Zeeland.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
|
Expertise wordt uitgewisseld zodat niet iedereen het wiel hoeft uit te vinden. |
Percentage gemeenten dat deelneemt in tenminste een VTH-samenwerkingsactiviteit (100%). |
Door casussen te bespreken binnen het cluster handhaving. Ook worden casussen zowel m.b.t. de bestuursrechtelijke toepassing van de LHSO als de strafrechtelijke casussen met VTH partners besproken om zo expertise en informatie uit te wisselen.
Wat gaan we doel om het doel te bereiken?
Casussen zullen intensiever worden besproken om zo de eenduidigheid te vergroten van toepassing van de LHSO.
Bij strafrechtelijke handhaving conform de LHSO worden er Boa’s vanuit VTH partner gemeenten ingezet voor het afnemen van verhoor en het opmaken van processen-verbaal. Dit vanwege de Boa domein 2 bevoegdheid/expertise. Deze bevoegdheid geldt op basis van de ‘Samenwerkingsovereenkomst, voor de inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) domein I en domein II’ voor het grondgebied van alle 13 Zeeuwse gemeenten. Deze samenwerkingsovereenkomst vormt de basis voor de uitwisseling van expertise op dit vakgebied binnen de Provincie Zeeland.
10. Ontwikkelingen en risico’s
In de transitiefase van de Omgevingswet tot aan 2032 vervolgen we het implementatietraject om te komen tot een gebiedsdekkend omgevingsplan. Ons streven is om het omgevingsplan stapsgewijs en gefaseerd op te bouwen. De komende jaren gaan we ervaring opdoen met de nieuwe wet en de nieuwe instrumenten en optimaliseren we de werkprocessen.
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is op 1 januari 2024 deels in werking getreden voor nieuwe bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 (zoals woningen en lage bedrijfsgebouwen). In deze wet is geregeld dat de gemeente niet meer vooraf de bouwtechnische kwaliteit toetst van een bouwwerk, maar dat dit door een private kwaliteitsborger gebeurt. Ook is de kwaliteitsborger verantwoordelijk voor het toezicht tijdens de bouw. De gemeente toetst de aanvraag nog wel aan het Omgevingsplan en aan de welstandseisen.
De verschuiving van de toezichthoudende rol betekent niet dat er geen gemeentelijk toezicht meer is. Dit is er alleen niet meer tijdens de bouwfase. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en bouw- en sloopveiligheid. Daarnaast blijft de gemeente het bevoegd gezag voor de handhaving daar de kwaliteitsborger zelf geen handhavingsbevoegdheid heeft.
Vanaf 2024 zitten we in een overgangsperiode waarbij er bouw- en woningtoezicht zowel volgens de oude- als de nieuwe werkwijze wordt uitgevoerd. Vanaf 1 januari 2024 worden alle aanvragen voor nieuwbouw in gevolgklasse 1 volgens de nieuwe werkwijze onder de Wkb afgedaan. Ook het toezicht tijdens de bouw wijzigt en wordt vanaf dat moment door een private kwaliteitsborger uitgevoerd. Komende jaren worden de effecten van deze wetswijziging inzichtelijk. Indien nodige passen we onze werkwijze aan en heroverwegen we de personele capaciteit.
11. Concluderend overzicht inzet op alle thema’s
In onderstaande tabel zijn de benodigde en beschikbare hoeveelheid uren en middelen voor alle thema’s op een rij gezet.
Doordat op het thema bouwwerken/bouwen zowel technische als juridische capaciteit wordt ingehuurd zijn de beschikbare uren in balans met de benodigde uren. Naast de beschikbare juridische capaciteit in uren is een budget van € 90.000,- beschikbaar voor inhuur van specialistische juridische capaciteit.
De uren voor boa capaciteit incl. de coördinatie, welke onderdeel uit maken van het thema leefbaarheid zijn in 2024 voor het eerst in deze hoeveelheid beschikbaar. Op basis van de ervaringscijfers over 2024 en 2025 beoordelen we of deze capaciteit daadwerkelijk in balans is met de benodigde capaciteit.
Verwacht wordt dat de beschikbare uren en middelen voor de overige thema’s in balans zijn met de benodigde uren en middelen
Bijlage D: Indeling bouwprojecten en protocol bouwtoezicht gemeente Tholen
Landelijke indeling bouwprojecten
De indeling van de bouwprojecten vindt plaats naar het hoofdgebruik van het bouwproject en bouwsom zonder BTW.
Kenmerk van deze categorie bouwprojecten is dat er in de gebouwen gewoond en overnacht wordt.
Voorbeelden: woningen logiesverblijven.
Bepalende gebruiksfuncties: woonfunctie, logiesfunctie.
wonen cat.I <€100.000 eenvoudig
wonen cat.II €100.000-1.000.000
Kenmerken van deze categorie bouwprojecten is dat de gebouwen publiektoegankelijk zijn en dat er zich (grote) hoeveelheden mensen in kunnen bevinden.
Voorbeelden: publieksgebouwen, scholen, sportfaciliteiten, winkels, uitgaansgelegenheden etc.
Bepalende gebruiksfuncties: bijeenkomstfunctie, gezondheidszorgfunctie, onderwijsfunctie, sportfunctie, winkelfunctie.
publiek cat.II €100.000-1.000.000
Kenmerkend aan deze categorie bouwprojecten is dat er in deze gebouwen alleen gewerkt wordt (geen overnachting).
Voorbeelden: kantoren, bedrijfscomplexen.
Bepalende gebruiksfuncties: kantoorfunctie, industriefunctie.
bedrijf cat.II €100.000-1.000.000
Voorbeelden: kassenbouw, infrastructuur, civiele kunstwerken.
Bepalende gebruiksfuncties: overige gebruiksfuncties, bouwwerk geen gebouw zijnde.
Controle omgevingsvergunning bouwen overig cat.I+II+III.
Protocol bouwtoezicht gemeente Tholen
In dit protocol bouwtoezicht is vastgelegd hoe het toezicht voor de bouwfase door de gemeente Tholen wordt uitgevoerd. In de onderstaande toezichtmatrix staat per categorie van bouwwerken waar toezicht op worden gehouden, wanneer dit toezicht wordt uitgevoerd en op welk niveau dit wordt uitgevoerd.
Per onderwerp wordt aangegeven wanneer het toezicht wordt uitgevoerd. De controlemomenten zijn als volgt onderverdeeld:
Per onderwerp wordt aangegeven op welk niveau het toezicht wordt uitgevoerd. Per categorie verschilt de diepgang van de controle. Er zijn vier controleniveaus:
1 - Visuele controle (quick scan);
2 - Beoordeling van hoofdlijnen;
3 - Beoordeling van de hoofdlijnen en kenmerkende details;
4 - Algehele controle van alle onderdelen.
Deze activiteit geldt voornamelijk voor dakkapellen, dakopbouwen, uitbouwen, kleine bijgebouwen en uitbreidingen van hoofdgebouwen met slechts één verdieping (grotere bouwwerken overschrijden al snel €100.000,- aan bouwkosten). Veel van de genoemde bouwwerken uit de categorie ‘activiteit bouwen <€100.000,-‘ zijn qua type bouwwerk redelijk gelijk aan die van vergunningsvrije bouwwerken. Het is dan ook te verantwoorden dat deze vergunningen op een zo minimaal mogelijk niveau gecontroleerd worden. Met gemiddeld één controle per vergunning (eindcontrole) kunnen de meeste van toepassing zijnde toetsmomenten (vluchtig) op hoofdlijnen gecontroleerd worden. Denk hierbij aan locatie, afmetingen, uiterlijk en aspecten qua veiligheid en gezondheid.
Activiteit bouwen >€100.000,- <€1.000.000,-
Dit zijn de grote bouwwerken (vooral nieuwbouw) zoals woningen, bedrijfsgebouwen en complexe bijgebouwen /uitbreidingen. Hier dient intensiever gecontroleerd te worden. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid spelen een belangrijke rol. Het is acceptabel als er gemiddeld vijf bezoeken plaats vinden. De momenten dat er een controle plaats vindt zijn bijvoorbeeld bij het uitzetten/heien, controle wapening fundering, controle verdieping, tussentijdse controle (overige constructie en bouwkundige zaken) en een eindcontrole. Bij deze controles kunnen de meeste toetsmomenten gecontroleerd worden. Dit zal een gemiddelde zijn, het ene bouwwerk vergt wat meer toezicht en het andere weer iets minder.
Activiteit bouwen >€1.000.000,-
Deze categorie kunnen we hetzelfde behandelen als die van ”activiteit bouwen >€100.000,- <€1.000.000,-“. Ze zullen alleen wat groter en complexer zijn met een langere bouwtijd. Er zullen een aantal extra controlemomenten plaats vinden met iets meer diepgang (er is geen extra uren geraamd voor de diepgang).
Bijlage F: Indeling milieubedrijven en overige mba’s
Voor het gemeentelijke takenpakket vindt programmatisch toezicht plaats volgens de in onderstaande tabel opgenomen controlefrequentie.
Voor taken van de RUD geldt de hieronder weergegeven indeling. In SquitXO zijn de circa 8700 inrichtingen opgenomen die tot het werkgebied van RUD Zeeland behoren. Deze inrichtingen worden ingedeeld in 4 risicocategorieën:
Dit gebeurt op basis van een risicoanalyse op brancheniveau en per milieuthema. Per branche zijn scores gegeven per milieudoel (geluid, lucht, veiligheid, etc). De risicocategorie bepaalt de controlefrequentie en mede het soort controle-instrument (zoals bijvoorbeeld zelfcontrole of integrale controle) wat kan worden ingezet.
Er wordt gewerkt met een 38- tal branches. Bijvoorbeeld de branche Akkerbouw, Op- en overslag gevaarlijke stoffen, Bouwnijverheid, Houden van dieren, Raffinaderijen etc. Branches zijn samengestelde groepen van bedrijven op basis van SBI-codes, bijvoorbeeld de branche motorvoertuigenhandel- en herstelinrichtingen omvat garages, showrooms, autospuiterijen, etc. De basis wordt gevormd door de hoofdactiviteit.
Er wordt gewerkt met branches, omdat het voor een meerjarenaanpak ondoenlijk is om voor 8700 bedrijven individueel te scoren. Er is altijd discussie mogelijk over de wijze van indelen en er is ook geen absolute waarheid hierin. Het is op basis van gezond verstand en gaat erom om tot een zo logisch mogelijke indeling te komen. Vooralsnog is gekozen om de indeling die DCMR aanhoudt te volgen.
Voordelen van de DCMR-systematiek zijn:
In onderstaande tabel is de risico-indeling per branche weergegeven:
Bijlage H: Overzicht prioriteitstelling Wkb
Handelingskader handhaving in relatie tot prioriteiten Wkb
De Wkb biedt de gemeente ruimte om in het beleid specifieke keuzes te maken. Hieronder 3 keuzes die een gemeente heeft en kan maken.
Risicobeoordeling en het borgingsplan
De risicobeoordeling en het borgingsplan zijn bedoeld om de gemeente inzicht te geven in de risico’s in een bouwwerk en de borging daarvan door de kwaliteitsborger en de bouw zelf. Wordt dit onvoldoende geborgd, dan kan de gemeente tijdens de uitvoering van een bepaald onderdeel van de bouw zelf toezien als zij dat nodig acht. Artikel 2.20 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) biedt de mogelijkheid om dan vooraf extra informatie over dat betreffende onderdeel op te vragen. Een gemeente kan dus nog steeds toezicht houden op bouwwerken onder de Wkb, maar dient hiervoor wel vooraf keuzes te maken in beleid: wanneer wel of niet, bij welk type bouwwerk of onderwerp wil de gemeente betrokken worden.
Risicogestuurd toezicht door de gemeente is mogelijk aan de orde indien sprake is van locatie specifieke aspecten die van invloed kunnen zijn op het voldoen aan de voorschriften, bijvoorbeeld indien er naast een monument wordt gebouwd. De bijzondere lokale omstandigheden waarmee rekening moet worden gehouden, zijn te vinden op de website van de gemeente Tholen. Deze lijst wordt indien nodig regelmatig geüpdatet.
Mocht een dergelijke situatie zich voordoen dan wordt de volgende werkwijze gehanteerd:
Strijdigheid die ingebruikname in de weg of tussentijdse strijdigheid
Is sprake van een strijdigheid die aan de verklaring in de weg staat (3.86 lid 1, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)), dan is de kwaliteitsborger verplicht de gemeente hierover te informeren. Een gemeente moet zelf bepalen hoe zij vanuit haar handhavende rol met de verstrekte informatie omgaat. Dat kan bijvoorbeeld administratief (schrijven aan indiener melding ‘verbod op gebruik totdat er info wordt overlegd waaruit blijkt dat het probleem is opgelost’) of inhoudelijk (de bouwplaats op). Ook hiervoor moet een gemeente vooraf keuzes maken en criteria vastleggen in beleid. Voor de volledigheid is op de volgende pagina een schema opgenomen waarin de processtappen zijn weergegeven bij geconstateerde strijdigheden van het BKL.
Hieronder wordt, per prioriteit van hoog van laag, een niet-limitatieve opsomming weergegeven van mogelijke constateringen bij controles tijdens het bouwproces.
Prioriteit 1 - hoge prioriteit i.v.m. risico gezondheid/veiligheid (acuut gevaar), onder andere:
De kwaliteitsborger meldt een afwijking die het afgeven van zijn verklaring in de weg staat en het bevoegd gezag onderschrijft deze bevinding of constateert zelf een zodanige afwijking, waarbij in beide gevallen het duidelijk moet zijn dat het achteraf ongedaan maken van de afwijking technisch, financieel of anderszins onwaarschijnlijk moet worden geacht.
Prioriteit 2 - prioriteit i.v.m. mogelijk risico gezondheid/veiligheid, onder andere:
Prioriteit 3 - gemiddelde prioriteit, bijvoorbeeld:
Prioriteit 4 - lage prioriteit i.v.m. geen risico veiligheid/gezondheid, bijvoorbeeld:
Bij de gereedmelding wordt een zogenoemd dossier bevoegd gezag verstrekt. Doel van het dossier is dat de gemeente – bijvoorbeeld in geval van een calamiteit of toekomstige verbouwingen – over informatie beschikt die nodig is voor het toezicht op het gerealiseerde bouwwerk. De gemeente heeft als taak om te toetsen of dat dossier volledig is en dus of alle stukken aanwezig zijn. Een gemeente kan vervolgens - net als bij de bouwmelding - kiezen om het dossier inhoudelijk te beoordelen met als doel eventueel nog zelf een controle uit te voeren. Het is ook mogelijk om deze stukken – zonder verdere inhoudelijke beoordeling – te archiveren voor toekomstig gebruik.
Er wordt in beginsel alleen op volledigheid getoetst. Echter in die gevallen waarbij door de kwaliteitsborger een tekortkoming is geconstateerd, toets de gemeente of deze tekortkoming reden is dat het bouwwerk niet in gebruik kan worden genomen. Het dossier bevoegd gezag wordt in het handhavingssysteem Rx.Mission gearchiveerd conform de daarvoor geldende eisen en wetgeving.
Een ander punt van aandacht betreft het gefaseerd opleveren en ingebruikname dat met name bij
de grotere bouwprojecten van woningen zal plaats vinden. Vergunningen kunnen worden aangevraagd voor meerdere bouwwerken in één vergunning. Een bouwwerk mag pas gebruikt worden na gereedmelding en het aanleveren van het dossier aan het bevoegd gezag. En dat wordt - ook bij meerdere woningen in een project - pas gedaan nadat alle woningen klaar zijn. Vanuit praktische overwegingen is het gewenst gefaseerde opleveringen mogelijk te maken gedurende de beginperiode na invoering van de Wkb totdat de Wkb op dit punt is aangepast.
Op grond van artikel 2.21 (ingebruikname bouwwerk) van het Bbl mag een bouwwerk pas in gebruik genomen worden twee weken na gereedmelding. Bij een project met bijvoorbeeld meerdere woningen zou ingebruikname volgens de letter van de wet dus pas zijn toegestaan nadat ook de laatste woning/ deel van het project gereed is. Eerdere ingebruikname is formeel gesproken een overtreding van de voorschriften. Gereedmelding per woning of deeloplevering bestaat niet onder de Wkb.
Bijlage I: Jaarplan Integrale Veiligheid gemeente Tholen
Jaarplan integrale veiligheid 2024
(Het jaarplan Integrale Veiligheid 2026 is ten tijde van het opstellen van onderhavig plan nog in voorbereiding)
Het jaarplan is de uitwerking van het Integraal Veiligheidsplan De Markiezaten 2022-2026 (verder IVP), dat iedere vier jaar in het district opgesteld wordt. In dit jaarlijks plan wordt uitvoering gegeven aan de zaken die in het IVP beschreven staan.
Visie uit het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 De Markiezaten
Als Tholen investeren we in de veiligheid van onze inwoners, zodat inwoners zich veilig voelen in de eigen leefomgeving. Soms nemen we hierin de leiding en soms ondersteunen we. In onze aanpak staat preventie voorop, waarbij we doorpakken daar waar het nodig is. Samen met de inwoners en andere partners streven we naar een veilige en prettige samenleving waarin inwoners weerbaar zijn, zich beschermd weten en zich veilig voelen, waarin overlast en criminaliteit zo veel als mogelijk voorkomen worden, waarin aanwezige overlast en criminaliteit stevig aangepakt worden.
De gemeente Tholen maakt onderdeel uit van district de Markiezaten waar we nauw mee samenwerken. In het Integraal Veiligheidsplan is de strategie bepaald voor de periode 2023 tot 2026. Daarin is niet alleen aandacht voor de gezamenlijke strategische agenda maar ook voor lokale accenten. Voor de gemeente Tholen zijn deze als volgt:
Deze lokale accenten zijn terug te vinden in de kopregel van de thema’s.
Beschikbare middelen Openbare orde en Veiligheid
Voor de jaren 2024 en 2025 is €313.000 per jaar beschikbaar. De opbouw is als volgt:
Structureel is € 63.000 beschikbaar: € 30.000 BOA-pool en € 33.000 extra middelen van het Rijk.
De extra incidentele middelen die beschikbaar zijn gesteld door de raad via een motie: € 250.000.
Een deel van het budget wordt gebruikt voor het aannemen van een extra medewerker OOV. Deze medewerker OOV zal zich onder meer bezighouden met de aansturing van de boa’s en zorgcasussen met een sterke veiligheidscomponent. Dit is een belangrijke stap in het verbeteren van de openbare orde en veiligheid in onze gemeenschap. Tevens wordt dit extra budget ingezet voor de aanstelling van 2 boa’s, die een cruciale rol vervullen in de leefbaarheid van de wijk. Daarnaast vervullen ze een rol in het surveilleren in het uitgestrekte buitengebied. Vooral binnen openbare orde en veiligheid is meer capaciteit gewenst om dit soort zaken verder op te pakken.
De periode van 2 jaar gaat in op vanaf 1 juni 2024 -toen zijn de BOA’s en de OOV-er in dienst gekomen- en loopt door tot 1 juni 2026.
In dit jaarplan vindt u de projectmatige zaken die wij op zullen pakken in 2024 naast onze reguliere werkzaamheden.
|
Doelstelling bestuurlijke ondersteuning: Positioneren en adviseren van het bestuur op het gebied van veiligheid en de maatschappelijke impact hiervan. |
|
|
|
We werken samen met verschillende verbanden. We proberen slim aan te sluiten bij verschillende samenwerkingsverbanden. Het jaarplan integrale veiligheid 2024 is afgestemd met de onderstaande plannen.
Bijlage J Jaarplan / uitvoeringsprogramma 2026 RUD Zeeland Gemeente Tholen
1. Van RUD Zeeland naar Omgevingsdienst Zeeland.
Met de vaststelling van de begroting 2026 kan het groeimodel naar Omgevingsdienst Zeeland worden uitgevoerd. Vanaf 1 januari 2026 hanteren we dan ook de naam Omgevingsdienst Zeeland. Per 1 januari wijzigt ook onze huisvesting: we verhuizen naar de gemeente Middelburg. En daarnaast zullen onze ondersteunende taken (PIOFACH) door de Provincie Zeeland voor ons worden uitgevoerd.
2026 wordt daarmee een overgangsjaar, een jaar waar oud en nieuw elkaar moeten vinden. Een jaar waarin hard gewerkt moet worden voor onze deelnemers, maar ook een jaar waarin nog veel tijd nodig is om de interne ontwikkelingen op gang te houden. En een jaar waarin voorstellen moeten worden gedaan aan ons DB en AB om toekomstbestendig te blijven.
Een belangrijk voorbeeld is de financieringssystematiek. De huidige P*Q systematiek werkt verlammend, we zoeken naar een goede bijstelling daarvan.
De organisatieverandering waar de RUD vanuit bovenstaande context voor staat is onder te verdelen in 3 blokken die op onderdelen afhankelijkheden kennen:
We gaan werken aan een plan 2026-2028 waarin bovenstaande thema’s een plaats krijgen. Het plan gaat zich primair richten op de inhoud van het werk van Omgevingsdienst Zeeland in de nabije toekomst.
Dit jaarplan ziet op het kalenderjaar 2026. Een jaar waarin de laatste stappen van de verhuizing en de migratie van de ondersteuning worden afgerond, waarmee de randvoorwaarden er zijn om op een adequate manier een organisatie in ontwikkeling te krijgen. Nu komt het erop aan om te laten zien dat we de omgevingsdienst gaan zijn waar Zeeland op kan rekenen.
Een omgevingsdienst die steunt op de kernwaarden deskundig, betrouwbaar en samen. Waarin gewerkt wordt vanuit een branchegerichte benadering. Met teams die weten wat er speelt, kunnen anticiperen op ontwikkelingen en vraagbaak zijn voor deelnemers, ondernemers en inwoners.
Een omgevingsdienst die innoveert door middel van informatiegestuurd werken. Zo kunnen we onze capaciteit risicogedreven inzetten daar waar het nodig is en ruimte laten waar dat kan.
Een omgevingsdienst die een betrouwbare partner is. Van de deelnemers, overheidsorganisaties en bedrijven.
2026 wordt een kanteljaar. Een jaar waarin veel van onze medewerkers wordt gevraagd, maar ook van onze deelnemers. Het is wederkerig. Niet alleen RUD Zeeland ontwikkelt naar een omgevingsdienst, de deelnemers ontwikkelen mee.
In 2026 starten we met een nieuwe indeling waarbij de bestaande afdelingen Vergunningverlening en Toezicht en Handhaving worden samengevoegd in de afdeling Uitvoering en Handhaving.
Deze afdeling is onderverdeeld in de volgende teams:
Dit team houdt zicht bezig met alle activiteiten van vergunningen, meldingen en informatieplichten. Zij werken voor alle bedrijven die vergunningaanvragen, meldingen en informatieplichten indienen. De vergunningverleners hebben een accentgebied dat aansluit bij de brancheteams waarin inspecteurs zitten.
Het team Stedelijk gebied houdt toezicht op milieurelevante activiteiten binnen het stedelijk gebied. De werkzaamheden richten zich op branches zoals horeca, detailhandel, zorginstellingen, onderwijs, tankstations en zweminrichtingen. De inzet is gericht op het bevorderen van naleving, het voorkomen van milieuschade en het ondersteunen van een veilige en gezonde leefomgeving.
Binnen het buitengebied richt dit team zich op toezicht en handhaving in agrarische sectoren zoals akkerbouw, glastuinbouw en veehouderij. Ook is er toezicht en handhaving op het gebied van windmolens, gemalen en energie-infrastructuur. De focus ligt op het beschermen van bodem, water en luchtkwaliteit, en het stimuleren van duurzame bedrijfsvoering in het landelijk gebied.
Het team Industrie is actief binnen industriële sectoren met een verhoogd risicoprofiel, waaronder chemie, metaal, voedingsmiddelen, afvalverwerking en energieproductie. De werkzaamheden zijn gericht op risicogestuurde inspecties, naleving van complexe milieuwetgeving en het voorkomen van incidenten met impact op mens en milieu.
De afdeling Uitvoering en Handhaving, wordt ondersteund door de afdeling: Regie, Ontwikkeling en Support. Deze afdeling bestaat uit de volgende teams:
Dit team vormt de ontwikkelkant van de organisatie. Eén van de speerpunten is doelgericht projectmanagement, zodat er planmatig uitvoering gegeven wordt aan verbeteringen en innovatie. In het samenspel met de uitvoerende (branche)teams wordt gewerkt aan bestaand en nieuw beleid alsook uitvoeringsstrategieën die impact hebben op onze leefomgeving. We willen ontwikkelen op het gebied van informatie- en probleemgestuurd werken. We zetten daarom in 2026 verdere stappen richting effectieve en efficiënte informatievoorziening. We gebruiken data en informatie uit interne en externe bronnen, zoals signalen van burgers en deelnemers, om onderbouwde en doordachte keuzes te maken voor de aan te pakken risico's en de daarbij passende interventies.
3. Thema’s en ontwikkelingen binnen VTH 2026
Er worden bij Omgevingsdienst Zeeland heel veel verschillende taken op verschillende vakgebieden uitgevoerd. Vakgebieden die in beweging zijn. Dit vraagt dat we voortdurend alert zijn op nieuwe ontwikkelingen en wijzigingen in bijvoorbeeld wetgeving. Daarnaast betekent het ook dat we onze werkprocessen en procedures aan blijven passen.
We verlenen of actualiseren vergunningen en we houden toezicht op meer dan 9000 bedrijven in Zeeland. Van kleine horecaondernemingen tot grote industriële chemische bedrijven. Alle ontwikkelingen binnen alle teams beschrijven in ons jaarplan 2026, zou een zeer omvangrijk jaarplan opleveren. Om die reden hebben we ervoor gekozen de belangrijkste thema’s voor 2026 hieronder te beschrijven.
Het streven is om Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) volledig uit de leefomgeving te weren. Een gedegen kennisbasis en samenwerking tussen stelselpartners is daarvoor essentieel. Bedrijven hebben de plicht om de emissies te minimaliseren.
Zeer Zorgwekkende Stoffen staan bekend als de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu. In de afgelopen jaren is de aandacht voor deze stoffen sterk toegenomen.
Het doel is duidelijk: ZZS zoveel mogelijk uit onze leefomgeving weren. Dankzij landelijke en provinciale initiatieven zetten we de komende jaren in op branchegerichte en thematische samenwerking. Daarbij ligt de focus op het vergroten van bewustwording, het delen van kennis en het versterken van de samenwerking tussen betrokken partijen.
Het bestaande projectplan loopt door in 2026:
De transformatie naar een meer circulaire economie (CE) is noodzakelijk om de schaarste aan grondstoffen tegen te gaan en om milieuvervuiling en klimaatverandering te beteugelen. Nederland heeft zich als doel gesteld om in 2050 volledig circulair te zijn, met een tussendoel om in 2030 het primaire grondstoffengebruik met 50% te verminderen.
Om die reden is er in Zeeland nog één in bedrijf zijnde stortplaats waarvan de vergunning is verleend tot 2050. Dit is gebaseerd op het provinciaal beleid. Na deze datum zijn er geen stortmogelijkheden in Zeeland.
Op basis van de van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (hierna BSSA) kunnen ontheffingen van het stortverbod worden ingediend. Deze ontheffingen worden getoetst aan de Regeling verklaring stortverboden afvalstoffen 2013. Deze ontheffingen hebben een geldigheid van één jaar om periodiek te beoordelen of het storten nog past binnen de wettelijke beleidskaders.
2026 zal in het teken staan van ontwikkeling van kennis en de ontwikkelingen van toepassingen in ons werkveld door:
Van oudsher ligt de focus op de chemische bodemkwaliteit. De focus verbreedt zich ook naar de fysieke kwaliteit van bodem en ondergrond. Het accent ligt op het delen en ontwikkelen van kennis, samenwerken, verbinden en realiseren van synergievoordelen met landelijke en regionale netwerken.
We gaan in 2026 werken aan de:
Waterkwaliteit is een essentieel thema voor zowel de gezondheid van mens en natuur als voor de toekomst van het milieu. Het thema strekt zich uit tot grondwater, oppervlaktewater, drinkwater, en zwemwater. De kwaliteit van het water verdient de aandacht omdat de impact groot is. Denk aan natuur, ecologie, drinkwaterproductie, voedselproductie, industrie, gezondheid en recreatie.
Landelijk is aandacht voor de Kader Richtlijn Water (KRW) waaraan ook bedrijven moeten voldoen die lozen op het gemeentelijk rioolstelsel. In de KRW gaat het om ruim dertig stoffen met minimalisatieplicht. De minimalisatieplicht betekent dat gestreefd moet worden naar een zo laag mogelijke concentratie van de betreffende stof in het afvalwater. Het gaat met name om agrarische activiteiten, infrastructuur, chemische en metaalindustrie, op- en overslag, bouwwerken (bouw/sloop). Wij nemen deel in de werkgroep Emissiekwaliteit Zeeland om onze expertise in te zetten voor indirecte lozingen, om een programmatische aanpak mogelijk te maken. Dit doen wij in samenspraak met team Programma’s en Projecten.
Het (her)gebruik van afvalwater staat nog in de kinderschoenen. Op 25 mei 2020 is Verordening (EU) nr. 2020/741 van het Europees Parlement en de Raad inzake minimumeisen voor hergebruik van water vastgesteld (PbEU 2020, L 177) (hierna: de verordening). Deze verordening regelt het hergebruik van effluent afkomstig van rioolwaterzuiveringsinstallaties voor de irrigatie van landbouwgewassen. Vanaf 26 juni 2023 is de verordening van toepassing. Ter uitvoering van de verordening zijn zowel regels gesteld in het Uitvoeringsbesluit verordening hergebruik stedelijk afvalwater als in de Uitvoeringsregeling verordening hergebruik stedelijk afvalwater. In 2025 is een project gestart waarbij gereinigd afvalwater vanuit een waterzuiveringsinstallatie wordt toegepast in de landbouw.
3.13. Energietransitie en energiebesparing
Nederland streeft ernaar om in 2050 alleen nog energie uit duurzame bronnen te gebruiken. Als tussendoel geldt dat in 2030 27% van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen moet komen. Dat is de uitwerking van de klimaatverdragen en het klimaatbeleid.
Ook de geopolitieke verhoudingen staan onder druk. Dat heeft direct effect op de prijzen voor energie en de politieke keuze onafhankelijk te willen zijn in de energievoorziening. Deelnemers hebben de vraag gesteld of energiecontroles vaker kunnen worden uitgevoerd dan eens in de 10 jaar. Gevraagd is te rekenen met eens in de 4 jaar. Dit betekent een stijging van onze inzet van 4,3 fte naar 7,7 fte. Dit valt niet voor elke deelnemer hetzelfde uit, maar voor veel gemeenten verdubbelen de kosten.
3.14. Data en informatievoorziening
Om ons werk goed te kunnen verrichten en de juiste keuzes daarin te maken, is het gebruik maken van de bij ons bekende data en informatie noodzakelijk. Daarin moeten we als omgevingsdienst echt nog een ontwikkeling inzetten. De informatiemanager die in 2025 reeds is gestart bij de omgevingsdienst, heeft hierin een grote rol. Door gebruik te maken van data kunnen we onze risicogerichte benadering verder verbeteren.
In de Omgevingswet is gezondheid een te toetsen element geworden en is ook een weigeringsgrond bij vergunningaanvragen. In principe volgen wij de uitgewerkte kaders voor stank, geluidhinder en gevaarlijke om effecten voor de gezondheid te minimaliseren. Wij stemmen echter bepaalde ontwikkelingen af met de GGD. Hierbij kan worden gedacht aan milieu-aspecten waar de kaders in de Omgevingswet nog niet zijn uitgekristalliseerd zoals de gezondheidseffecten bij geitenhouderijen.
Ook in 2026 betekent de komst van de Omgevingswet nog extra werk. Het actualiseren van het vergunningenbestand en in beeld brengen van MBA’s is onderdeel van ons reguliere werk. Met het in werking treden van de Omgevingswet zijn bepaalde bedrijfsactiviteiten vergunningplichtig geworden. Voor de opslag van polyester (meer dan 250 liter) en de opslag van een geurstof bij een gasreduceerstation (meer dan 250 liter tetrahydrofureen) geldt vanaf 1 januari 2026 een vergunningplicht. Eind 2025 hebben wij diverse bedrijven geïnformeerd en op dit moment vindt de afhandeling van de vergunningprocedures plaats.
RUD Zeeland werkt nauw samen met haar ketenpartners aan het realiseren van de gezamenlijke milieudoelstellingen in de provincie Zeeland. Deze samenwerking is gebaseerd op de uitgangspunten van het Zeeuwse VTH-beleid, waarin integraliteit, informatiegestuurd werken en gezamenlijke verantwoordelijkheid centraal staan.
Als uitvoeringsorganisatie voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) neemt RUD Zeeland een centrale positie in binnen de VTH-keten. De samenwerking omvat een breed netwerk van ketenpartners, waaronder de 13 Zeeuwse gemeenten, Provincie Zeeland, Veiligheidsregio Zeeland, Waterschap Scheldestromen, GGD Zeeland, Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, Rijkswaterstaat, de Nederlandse Arbeidsinspectie, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), DCMR Milieudienst Rijnmond en andere omgevingsdiensten.
Door structurele afstemming, gezamenlijke risicoanalyses en het actief delen van informatie ontstaat een gedeeld beeld van de milieuthema’s en risico’s binnen de regio. Dit vormt de basis voor gecoördineerde interventies en preventieve maatregelen. RUD Zeeland levert hiermee een wezenlijke bijdrage aan een robuuste, effectieve en toekomstbestendige ketensamenwerking binnen en buiten Zeeland.
Samenwerking voor een adequate procedurele afhandeling
De volledigheid, juistheid en tijdigheid is een uitdaging in al onze uitvoeringsprocessen. Om de processen zo soepel mogelijk te laten verlopen passen we casemanagement toe en nemen wij graag deel aan vooroverleggen, omgevingstafels en stimuleren wij participatie.
De in dit Jaarplan genoemde producten en dienstverlening betreffen ramingen op basis van het aantal locatiedossiers en inschattingen door de opdrachtgever en -nemer.
Dit hoofdstuk bevat afspraken opgenomen over de overlegstructuur en de invulling informatieplicht vanuit het Mandaatbesluit.
RUD Zeeland is verantwoordelijk voor het coördineren en initiëren van overleg tussen opdrachtgever en RUD Zeeland. Daarvoor is voorzien in twee overlegstructuren die in overleg met de deelnemer(s) zijn uitgewerkt.
Invulling informatieplicht uit Mandaatbesluit RUD Zeeland 2024
Opdrachtnemer informeert de opdrachtgever over:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-212568.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.