Gemeenteblad van Someren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Someren | Gemeenteblad 2026, 134597 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Someren | Gemeenteblad 2026, 134597 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren maken bekend dat het ontwerp wijzigingsbesluit van het Omgevingsplan gemeente Someren "Technische wijziging Buitengebied Someren - deelgebied 5" ter inzage wordt gelegd. De kennisgeving van de terinzagelegging volgt op korte termijn.
Dit ontwerp betreft de wijziging van het Omgevingsplan gemeente Someren zoals weergegeven in 'bijlage A'.
Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren
d.d. 17 maart 2026
A
Het opschrift van hoofdstuk 1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
B
Artikel 1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 2 t/m 22 van dit omgevingsplan.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit omgevingsplan, tenzij bijlage I bij dit omgevingsplan een afwijkende begripsomschrijving bevat.
C
Artikel 4.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Binnen het archeologisch waardevol gebied - 1 gelden de volgende doelen:
de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische archeologische waarden.
D
Artikel 4.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Binnen het archeologisch waardevol gebied - 2 gelden de volgende doelen:
de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische archeologische waarden.
E
Artikel 4.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Binnen het archeologisch waardevol gebied - 3 gelden de volgende doelen:
de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische archeologische waarden.
F
Artikel 4.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Binnen het archeologisch waardevol gebied - 4 gelden de volgende doelen:
de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische archeologische waarden.
G
Artikel 4.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Binnen het archeologisch waardevol gebied - 5 gelden de volgende doelen:
de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische archeologische waarden.
H
Artikel 4.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij activiteiten binnen het gebied vaarweg dient te worden voldaan aan:
I
Artikel 4.81 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij activiteiten binnen de gebiedsaanwijzing voormalige functionele binding dient te worden voldaan aan:
subparagraaf 6.5.11.1 wonen, specifiek artikel 6.337 6.333, derde lid; en
zijn artikel 5.62 (geluid bij voormalige functionele binding), 5.85 (trillingen bij voormalige functionele binding), artikel 5.89e (slagschaduw bij voormalige functionele binding) en artikel 5.96 (geur bij voormalige functionele binding) uit het Besluit kwaliteit leefomgeving van toepassing.
J
Artikel 5.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen op een locatie met de functie agrarisch bedrijf dient voldaan te worden aan:
paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten;
paragraaf 6.4.2 agrarische bedrijfsgebouwen bouwen;
paragraaf 6.4.5 teeltondersteunende kassen bouwen;
paragraaf 6.4.16 6.4.17 bedrijfswoning bouwen;
paragraaf 6.4.18 6.4.19 bijgebouwen bij een woning bouwen;
paragraaf 6.4.196.4.18 herbouwen woningnoodwoning bouwen;
paragraaf 6.4.17 noodwoningen vernieuwen, veranderen of uitbreiden;
paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen;
paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen;
paragraaf 6.4.23 agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen;
paragraaf 6.4.24 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen oprichten;
paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen;
paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
K
Artikel 5.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen op een locatie met de functie bedrijf dient voldaan te worden aan:
paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten;
paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen;
paragraaf 6.4.16 6.4.17 bedrijfswoning bouwen;
paragraaf 6.4.18 6.4.19 bijgebouwen bij een woning bouwen;
paragraaf 6.4.196.4.18 herbouwen woningnoodwoning bouwen;
paragraaf 6.4.17 noodwoningen vernieuwen, veranderen of uitbreiden;
paragraaf 6.4.21 overkapping bouwen;
paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen;
paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen;
paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen;
paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
L
Artikel 5.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen op een locatie met de functie horeca dient voldaan te worden aan:
paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten;
paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen;
paragraaf 6.4.16 6.4.17 bedrijfswoning bouwen;
paragraaf 6.4.18 6.4.19 bijgebouwen bij een woning bouwen;
paragraaf 6.4.196.4.21 herbouwen woningoverkapping bouwen;
paragraaf 6.4.21 6.4.22 overkappingen terreinafscheidingen bouwen;
paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen;
paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen;
paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
M
Artikel 5.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen op een locatie met de functie maatschappelijk dient voldaan te worden aan:
paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten;
paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen;
paragraaf 6.4.16 6.4.17 bedrijfswoning bouwen;
paragraaf 6.4.19 herbouwen woning;
paragraaf 6.4.18 6.4.19 bijgebouwen bij een woning bouwen;
paragraaf 6.4.21 overkappingen overkapping bouwen;
paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen;
paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen;
paragraaf 6.4.30 bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
N
Artikel 5.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen op een locatie met de functie natuur dient voldaan te worden aan:
paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten;
paragraaf 6.4.13 6.4.14 clubhuis hondensportvereniging bouwen;
paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
O
Artikel 5.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen op een locatie met de functie nutsvoorziening dient voldaan te worden aan:
paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten;
paragraaf 6.4.9 nutsvoorzieningen bouwen;
paragraaf 6.4.21 overkappingen overkapping bouwen;
paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen;
paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen.
paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
P
Artikel 5.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen op een locatie met de functie recreatie dient voldaan te worden aan:
paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten;
paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen, uitbreiden of wijzigen;
paragraaf 6.4.8 (overdekte) recreatieve voorzieningen bouwen;
paragraaf 6.4.10 gebouwen voor verblijfsrecreatie bouwen;
paragraaf 6.4.11
sanitaire voorzieningen ten behoeve van een kampeerterrein
gebouwen voor opslag kampeermiddelen bouwen;
paragraaf 6.4.16 6.4.12 bedrijfswoningsanitaire voorzieningen bij een kampeerterrein bouwen;
paragraaf 6.4.18 6.4.17 bijgebouwen bij een woningbedrijfswoning bouwen;
paragraaf 6.4.19 herbouwenbijgebouwen bij een woning bouwen;
paragraaf 6.4.21 overkappingenoverkapping bouwen;
paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen
paragraaf 6.4.27 bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij een kampeerbedrijf bouwen;
paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen;
paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
Q
Artikel 5.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen op een locatie met de functie veehouderij dient voldaan te worden aan:
paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten;
paragraaf 6.4.2 agrarisch bedrijfsgebouwen bouwen;
paragraaf 6.4.3 dierenverblijven bouwen;
paragraaf 6.4.4 gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij veehouderijen uitbreiden;
paragraaf 6.4.5 teeltondersteunende kassen bouwen;
paragraaf 6.4.16 6.4.17 bedrijfswoning bouwen;
paragraaf 6.4.18 6.4.19 bijgebouwen bij een woning bouwen
paragraaf 6.4.196.4.21 herbouwen woningoverkapping bouwen;
paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen;
paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen;
paragraaf 6.4.23 agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen;
paragraaf 6.4.24 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen bouwen oprichten;
paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen
paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
R
Artikel 5.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen op een locatie met de functie water dient voldaan te worden aan:
S
Artikel 5.77 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bouwen op een locatie met de functie wonen dient voldaan te worden aan:
paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten;
paragraaf 6.4.15 6.4.16 burgerwoning bouwen - buitengebied;
paragraaf 6.4.18 6.4.19 bijgebouwen bij een woning bouwen;
paragraaf 6.4.196.4.21 herbouwen woningoverkapping bouwen;
paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen;
paragraaf 6.4.22 terreinscheidingen bouwen;
paragraaf 6.4.25 paardenbak oprichten;
paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen;
paragraaf 6.4.30 bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
T
Artikel 6.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare kwetsbare en kwetsbare locaties binnen het:
U
Artikel 6.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
V
Na artikel 6.20 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit wordt alleen verleend als:
het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden in zijn algemeenheid en specifiek zoals omschreven in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022 dat op 3 november 2022 door de raad is vastgesteld, of hierop volgende herzieningen.
W
Het opschrift van artikel 6.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
X
Subparagraaf 6.3.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen, in stand houden of verwijderen van gebiedseigen (erf)beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de omliggende functies, bouwwerken, gebouwen en/of verhardingen binnen de locatie landschappelijke inpassing.
Binnen de locatie landschappelijke inpassing moet de gebiedseigen (erf)beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de omliggende functies, bouwwerken, gebouwen en/of verhardingen, overeenkomstig de landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de onderstaande tabel, worden aangelegd binnen de aangegeven termijn en als dusdanig in stand gehouden.
|
Locatieomschrijving |
Bijlage bij de regeling |
Uiterlijke uitvoeringsdatum |
|
Berkeindje 5, 5A, 7, 7B, 9A en Vaarsehoefweg 31 |
Bijlage 1 |
7 augustus 2026 |
|
Berkeindje 9 |
Bijlage 2 |
7 augustus 2026 |
|
Boomen 13 |
Bijlage 3 |
7 augustus 2026 |
|
Bulterweg 7 |
Bijlage 4 |
7 augustus 2026 |
|
De Wertstraat 1 |
Bijlage 5 |
7 augustus 2026 |
|
De Wertstraat 15 |
Bijlage 6 |
7 augustus 2026 |
|
De Wertstraat 20 |
Bijlage 7 |
7 augustus 2026 |
|
Hanekampweg 15 en 17 |
Bijlage 8 |
7 augustus 2026 |
|
Heesterdijk 2 |
Bijlage 9 |
7 augustus 2026 |
|
Heesterdijk 8 |
Bijlage 10 |
7 augustus 2026 |
|
Heesterdijk 11 |
Bijlage 11 |
7 augustus 2026 |
|
Heesterdijk 13 |
Bijlage 12 |
7 augustus 2026 |
|
Heesvenstraat 21-21A |
Bijlage 13 |
7 augustus 2026 |
|
Heieind 10 en 10A |
Bijlage 14 |
7 augustus 2026 |
|
Heieind 12 |
Bijlage 15 |
7 augustus 2026 |
|
Heiveldsestraat 14 |
Bijlage 16 |
7 augustus 2026 |
|
Heiveldsestraat 21 |
Bijlage 17 |
7 augustus 2026 |
|
Hogeweg 54 |
Bijlage 18 |
7 augustus 2026 |
|
Hoijserstraat 17 |
Bijlage 19 |
7 augustus 2026 |
|
Hoijserstraat 19 |
Bijlage 20 |
7 augustus 2026 |
|
Hoolstraat 6 |
Bijlage 21 |
7 augustus 2026 |
|
Houtbroekdijk 6 |
Bijlage 22 |
7 augustus 2026 |
|
Houtbroekdijk 18-18A-20 |
Bijlage 23 |
7 augustus 2026 |
|
Houtbroekdijk 25 |
Bijlage 24 |
7 augustus 2026 |
|
Houtbroekdijk 27 |
Bijlage 25 |
7 augustus 2026 |
|
Houtbroekdijk 28 |
Bijlage 26 |
7 augustus 2026 |
|
Houtbroekdijk 29 |
Bijlage 27 |
7 augustus 2026 |
|
Houtbroekdijk 30 |
Bijlage 28 |
7 augustus 2026 |
|
Houtbroekdijk 32 |
Bijlage 29 |
7 augustus 2026 |
|
Houtbroekstraat 6-8 |
Bijlage 30 |
7 augustus 2026 |
|
Houtbroekstraat 9 |
Bijlage 31 |
7 augustus 2026 |
|
Kouterstraat 7 |
Bijlage 32 |
7 augustus 2026 |
|
Kouterstraat 11 |
Bijlage 33 |
7 augustus 2026 |
|
Laan ten Boomen 29 |
Bijlage 34 |
7 augustus 2026 |
|
Laan ten Boomen 30 |
Bijlage 35 |
7 augustus 2026 |
|
Lieropsedijk 66 |
Bijlage 36 |
7 augustus 2026 |
|
Lieropsedijk 68 |
Bijlage 37 |
7 augustus 2026 |
|
Lierposedijk 70 |
Bijlage 38 |
7 augustus 2026 |
|
Meervensedijk 8 |
Bijlage 39 |
7 augustus 2026 |
|
Meervensedijk 9 |
Bijlage 40 |
7 augustus 2026 |
|
Meervensedijk 15 |
Bijlage 41 |
7 augustus 2026 |
|
Moorsel 1 |
Bijlage 42 |
7 augustus 2026 |
|
Moorsel 3-3A |
Bijlage 43 |
7 augustus 2026 |
|
Moorsel 7 |
Bijlage 44 |
7 augustus 2026 |
|
Otterdijk 8 |
Bijlage 45 |
7 augustus 2026 |
|
Otterdijkseweg 1 |
Bijlage 46 |
7 augustus 2026 |
|
Slievenstraat 36 |
Bijlage 47 |
7 augustus 2026 |
|
Slievenstraat 44 |
Bijlage 48 |
7 augustus 2026 |
|
Slievenstraat 46 |
Bijlage 49 |
7 augustus 2026 |
|
Slievenstraat 52 |
Bijlage 50 |
7 augustus 2026 |
|
Slievenstraat 64 |
Bijlage 51 |
7 augustus 2026 |
|
Slievenstraat 68 |
Bijlage 52 |
7 augustus 2026 |
|
Slievenstraat 70 |
Bijlage 53 |
7 augustus 2026 |
|
Slievenstraat 72 |
Bijlage 54 |
7 augustus 2026 |
|
Somerenseweg 40 |
Bijlage 55 |
7 augustus 2026 |
|
Vaarsehoef 3-5 |
Bijlage 56 |
7 augustus 2026 |
|
Vaarsehoefweg 31 |
Bijlage 57 |
7 augustus 2026 |
|
Vaarsehoefweg 33-33Z |
Bijlage 58 |
7 augustus 2026 |
|
Varendonkweg 2 |
Bijlage 59 |
7 augustus 2026 |
|
Varendonkweg 7 |
Bijlage 60 |
21 november 2026 |
|
Varendonkweg 14 |
Bijlage 61 |
7 augustus 2026 |
Het is verboden zonder omgevingsvergunning:
erfbeplanting, landschappelijke inpassing en voorzieningen ten behoeve van hydrologisch neutraal bouwen en/of gebruiken te verwijderen, overeenkomstig de landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de tabel in artikel 6.23 6.24:
(half)verhardingen aan te leggen.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.24 6.25, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
De omgevingsvergunning voor het verwijderen van voorzieningen en maatregelen die onderdeel uitmaken van de landschappelijk inpassing, danwel het aanleggen van (half)verharding wordt alleen verleend als:
het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden in zijn algemeenheid en specifiek zoals omschreven in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022 dat op 3 november 2022 door de raad is vastgesteld, of hierop volgende herzieningen;
de werken en/of werkzaamheden zijn opgenomen in een aangepast landschappelijk inpassingsplan dat kwalitatief en kwantitatief gelijk gesteld kan worden met het oorspronkelijke landschappelijk inpassingsplan, en als dusdanig is goedgekeurd door het bevoegd gezag; en
het aangepaste landschappelijk inpassingsplan als voorwaardelijke bepaling en instandhoudingsverplichting wordt opgenomen in de omgevingsvergunning.
Y
Het opschrift van artikel 6.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Z
Het opschrift van artikel 6.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AA
Het opschrift van artikel 6.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BB
Artikel 6.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.29 6.30, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
CC
Het opschrift van artikel 6.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DD
Artikel 6.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze subparagraaf is van toepassing op het verwijderen van landschapselementen binnen:
de gebiedsaanwijzing groenblauwe waarden.
EE
Het opschrift van artikel 6.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FF
Artikel 6.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.33 6.34, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
GG
Het opschrift van artikel 6.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HH
Het opschrift van artikel 6.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
II
Het opschrift van artikel 6.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJ
Artikel 6.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.37 6.38, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
KK
Het opschrift van artikel 6.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LL
Het opschrift van artikel 6.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MM
Het opschrift van artikel 6.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NN
Artikel 6.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.41 6.42, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.41 6.42 geldt niet voor activiteiten die:
binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.
De uitzondering als bedoeld in het tweede lid geldt niet als de activiteit tevens wordt uitgevoerd binnen:
OO
Het opschrift van artikel 6.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PP
Het opschrift van artikel 6.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het opschrift van artikel 6.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RR
Het opschrift van artikel 6.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SS
Artikel 6.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.46 6.47, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.46 6.47 geldt niet voor activiteiten die:
binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.
De uitzondering als bedoeld in het tweede lid geldt niet als de activiteit tevens wordt uitgevoerd binnen:
TT
Het opschrift van artikel 6.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UU
Het opschrift van artikel 6.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VV
Artikel 6.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WW
Het opschrift van artikel 6.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XX
Het opschrift van artikel 6.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YY
Artikel 6.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.52 6.53, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
ZZ
Het opschrift van artikel 6.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAA
Het opschrift van artikel 6.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBB
Het opschrift van artikel 6.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCC
Het opschrift van artikel 6.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDD
Het opschrift van artikel 6.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEE
Artikel 6.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.58 6.59, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.58 6.59 geldt niet voor activiteiten die:
binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.
De uitzondering als bedoeld in het tweede lid geldt niet als de activiteit tevens wordt uitgevoerd binnen:
FFF
Het opschrift van artikel 6.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGG
Het opschrift van artikel 6.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHH
Het opschrift van artikel 6.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
III
Het opschrift van artikel 6.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJ
Artikel 6.64 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.63 6.64, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
KKK
Het opschrift van artikel 6.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLL
Het opschrift van artikel 6.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMM
Artikel 6.67 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze subparagaaf is van toepassing op het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem, daaronder tevens begrepen het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging, binnen:
archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5;
locaties met de functie natuur.
NNN
Het opschrift van artikel 6.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOO
Artikel 6.69 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.68 6.69 geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.68 6.69 geldt niet voor activiteiten die:
binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.
De uitzondering als bedoeld in het tweede lid geldt niet als de activiteit tevens wordt uitgevoerd binnen:
locaties met de functie natuur.
PPP
Het opschrift van artikel 6.70 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQ
Het opschrift van artikel 6.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRR
Artikel 6.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze subparagraaf is van toepassing op het diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, daaronder begrepen de aanleg van (buis)leidingen, binnen:
archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5;
locaties met de functie natuur.
SSS
Het opschrift van artikel 6.73 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTT
Artikel 6.74 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.73 6.74 geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.68 6.69 geldt niet voor activiteiten die:
binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2;
binnen ecologische waardevol gebied minder dan 50 cm diep reiken.
De uitzondering als bedoeld in het tweede lid geldt niet als de activiteit tevens wordt uitgevoerd binnen:
locaties met de functie natuur.
UUU
Het opschrift van artikel 6.75 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVV
Het opschrift van artikel 6.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWW
Artikel 6.77 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze subparagraaf is van toepassing op het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels binnen:
archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5;
locaties met de functie natuur; of
locaties met de functie water.
XXX
Het opschrift van artikel 6.78 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYY
Artikel 6.79 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.78 6.79, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.78 6.79 geldt niet voor activiteiten die:
binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.
De uitzondering als bedoeld in het tweede lid geldt niet als de activiteit tevens wordt uitgevoerd binnen:
ZZZ
Het opschrift van artikel 6.80 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAA
Het opschrift van artikel 6.81 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBB
Artikel 6.82 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze subparagraaf is van toepassing op het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage binnen:
archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5;
locaties met de functie openbaar gebied.
CCCC
Artikel 6.83 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Op locaties met de functie openbaar gebied mogen (ondergrondse) kabels en leidingen en rioleringen ten behoeve van voorziening van openbaar nut worden aangelegd, tenzij de activiteit wordt uitgevoerd binnen:
DDDD
Artikel 6.84 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning rioleringen, kabels, leidingen en drainage aan te brengen binnen:
EEEE
Artikel 6.85 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.84 6.85, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.84 6.85 geldt niet voor activiteiten die:
binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.
FFFF
Het opschrift van artikel 6.86 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGG
Het opschrift van artikel 6.87 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHH
Het opschrift van artikel 6.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIII
Het opschrift van artikel 6.89 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJ
Artikel 6.90 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.89 6.90 geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
KKKK
Het opschrift van artikel 6.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLL
Het opschrift van artikel 6.92 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMM
Het opschrift van artikel 6.93 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNN
Het opschrift van artikel 6.94 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOO
Artikel 6.95 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.94 6.95 geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.84 6.85 geldt niet voor activiteiten die:
binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.
De uitzondering als bedoeld in het tweede lid geldt niet als de activiteit tevens wordt uitgevoerd binnen:
PPPP
Het opschrift van artikel 6.96 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQ
Het opschrift van artikel 6.97 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRR
Het opschrift van artikel 6.98 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSS
Het opschrift van artikel 6.99 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTT
Het opschrift van artikel 6.100 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUU
Artikel 6.101 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.100 6.101 geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
VVVV
Het opschrift van artikel 6.102 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWW
Het opschrift van artikel 6.103 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXX
Het opschrift van artikel 6.104 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYY
Het opschrift van artikel 6.105 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZ
Het opschrift van artikel 6.106 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAA
Artikel 6.107 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Indien voor bestaande, legaal opgerichte bouwwerken geen omgevingsnorm is opgenomen en de maatvoering van het bouwwerk afwijkt van het bepaalde in deze afdeling, dan mogen de bestaande maten en hoeveelheden als maximaal danwel minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
Indien afstandsmaten tot de grens van het gebouwerf en/of de (as van de) openbare weg tot bestaande bouwwerken en/of de bouw- en/of goothoogten van bestaande, legaal opgerichte bouwwerken, die niet voldoen en meer respectievelijk minder bedragen dan in ingevolge deze afdeling bepaald is, dan mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal danwel minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
In het geval van volledige sloop en (her-)bouw van bouwwerken, zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is het bepaalde in artikel 6.107 6.108, tweede lid alleen van toepassing indien de (her-)bouw geschiedt op exact dezelfde plaats en met inachtneming van geldende bouw- en goothoogten, danwel een minder afwijkende bouw- en goothoogte.
BBBBB
Het opschrift van artikel 6.108 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCC
Artikel 6.109 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt alleen verleend als:
het aangevraagde bouwwerk een bijdrage levert aan het verbeteren van de stedenbouwkundige structuur;
landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig wordt worden aangetast;
de maatvoering van het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders aansluit op de maatvoering van omliggende bebouwing;
het aangevraagde bouwwerk hydrologisch neutraal wordt uitgevoerd;
de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties niet onevenredig worden aangetast; en
het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit.;
door het uitvoeren van de bouwactiviteit geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten zoals omschreven in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022 dat op 3 november 2022 door de raad is vastgesteld, of hierop volgende herzieningen.
DDDDD
Het opschrift van artikel 6.110 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEE
Artikel 6.111 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving te verrichten, die niet voldoen aan de eisen in dat artikel.
Binnen de locatie bebouwingsvrije zone is het verboden gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen. Daaronder tevens begrepen het vergunningvrij bouwen als bepaald in artikel 22.27 en artikel 22.36.
Binnen het geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter is het verboden bebouwing op te richten.
Binnen het aandachtsgebied radarzone is het verboden om enig bouwwerk te bouwen hoger dan 45 meter boven NAP.
Op locaties met de functie water is het is het verboden gebouwen te bouwen. Het verbod geldt niet binnen de locatie vaarweg.
Binnen het beperkingengebied waterkering is het verboden gebouwen te bouwen.
Binnen het Natuur Netwerk Brabant is het verboden nieuwe bouwactiviteiten toe te staan verrichten, anders dan het oprichten van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurfunctie of het recreatieve medegebruik als bedoeld in artikel 6.112 6.113, eerste lid.
FFFFF
Artikel 6.112 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Op locaties met de functie water is het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde alleen mogelijk als:
gebouwd wordt ten dienste van de waterhuishoudkundige doeleinden, het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede natuurvriendelijke oevers, en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; en
de bouwhoogte niet hoger is dan 8 meter.
Binnen het aandachtsgebied behoud en herstel watersystemen is het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten enig gebouwerf alleen mogelijk als deze bouwwerken de verwezenlijk verwezenlijking, het behoud en het beheer van de watersystemen niet minder geschikt maakt.
Binnen het cultuurhistorisch waardevol gebied is het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten enig gebouwerf alleen mogelijk als deze bouwwerken het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden niet minder geschikt maken.
Binnen het Natuur Netwerk Brabant is het oprichten van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurfunctie of het recreatieve medegebruik alleen mogelijk als:
het oprichten van kleinschalige bebouwing en bouwwerken geen aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant; en
eventuele (tijdelijke) verstoring van verstoring van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant wordt gecompenseerd.
Binnen het ecologische waardevol gebied is het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde alleen mogelijk als:
de bouwwerken noodzakelijk zijn voor de instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden;
gebouwd wordt ten dienste van de in paragraaf 4.3.12.6 omschreven doelen;
de bouwhoogte van terreinafscheidingen niet hoger is dan 2 meter;
de bouwhoogte van bouwwerken, niet zijnde terreinafscheidingen, niet hoger is dan 3 meter; en
de oppervlakte van bouwwerken, niet zijnde terreinafscheidingen, maximaal 10 m2 bedraagt.
GGGGG
Artikel 6.113 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Binnen het beperkingengebied buisleiding - gas is het verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen.
Binnen het beperkingengebied buisleiding - riool is het verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen.
Binnen het beperkingengebied waterkering is het verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen en/of bouwwerken te bouwen.
Binnen beperkingengebied watergang is het verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken te bouwen.
Binnen beperkingengebied vaarweg is het verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken te bouwen, met uitzondering van de met vaarweg verband houdende bouwwerken.
Binnen het aandachtsgebied monument is het verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde te (ver)bouwen.
Binnen archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 en archeologisch waardevol gebied - 5 is het verboden zonder omgevingsvergunning te bouwen.
Binnen het geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter is het verboden zonder omgevingsvergunning te bouwen.
Binnen het beschermd dorpsgezicht is het verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken te bouwen.
Binnen het aandachtsgebied reservering waterberging is het verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen te bouwen.
HHHHH
Artikel 6.114 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.113 6.114, eerste lid geldt niet voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.113 6.114, tweede lid geldt niet voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.113 6.114, derde lid geldt niet voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.113 6.114, vijfde lid geldt niet voor het bouwen van de met de vaarweg verband houdende bouwwerken.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.113 6.114, zevende lid geldt niet voor bouwactiviteiten die:
binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.
IIIII
Artikel 6.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113 6.114, eerste lid, wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113 6.114, tweede lid, wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113 6.114, derde lid, wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113 6.114, vierde lid wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113 6.114, vijfde lid wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113 6.114, zesde lid, wordt alleen verleend als:
het (ver)bouwen niet leidt tot een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden.
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113 6.114, zevende lid, wordt alleen verleend als:
met een archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteit niet onevenredig (kunnen) worden verstoord;
een onderzoek als bedoeld onder a is niet noodzakelijk als de archeologische waarden van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Hieronder worden onder meer verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens verstaan, waaruit kan worden afgeleid dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die door de voorgenomen activiteiten kunnen worden verstoord.
De omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.113 6.114, achtste lid wordt alleen verleend als:
De omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.113 6.114, negende lid, wordt alleen verleend als:
geen onevenredige aantasting ontstaan ontstaat van de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden en/of de ruimtelijke structuur.
De omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.113 6.114, tiende lid, wordt alleen verleend als:
JJJJJ
Artikel 6.116 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bevoegd gezag vraagt advies bij de leidingbeheerder en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113 6.114, eerste lid.
Bevoegd gezag vraagt advies bij de leidingbeheerder en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113 6.114, tweede lid.
Bevoegd gezag vraagt advies bij de beheerder van de waterkering en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113 6.114, derde lid.
Bevoegd gezag vraagt advies bij het waterschap en/of de beheerder van de watergang en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113 6.114, vierde lid.
Bevoegd gezag vraagt advies bij de beheerder van de vaarweg en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113 6.114, vijfde lid.
Bevoegd gezag vraagt advies bij een terzake deskundige instantie, zoals Stichting Monumentenhuis Brabant, en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113 6.114, zesde lid.
Bevoegd gezag vraagt advies bij een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113 6.114, zevende lid.
Bevoegd gezag vraagt advies bij de wegbeheerder en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113 6.114, achtste lid.
Bevoegd gezag vraagt advies bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de gemeentelijke monumentencommissie en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113 6.114, negende lid.
Bevoegd gezag vraagt advies bij het waterschap en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113 6.114, tiende lid.
KKKKK
Artikel 6.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het bevoegd gezag kan met het oog op het beschermen van de archeologische waarden in de bodem, een maatwerkvoorschrift verbinden aan de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.113 6.114, zevende lid, als zij van oordeel is dat de aanwezige archeologische waarden door de bouwactiviteiten aangetast (kunnen) worden. Aan de omgevingsvergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden:
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
de verplichting tot het doen van archeologische opgravingen; of
de verplichting om de bouwactiviteiten die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
Het bevoegd gezag kan ten behoeve van de opbouw, het behoud en herstel en waar mogelijk versterking van de algemene landschappelijke en cultuurhistorische waarden, een maatwerkvoorschrift verbinden aan de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.113 6.114, zesde lid, in de vorm van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan.
LLLLL
Het opschrift van artikel 6.113 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMM
Het opschrift van artikel 6.118 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNN
Het opschrift van artikel 6.119 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOO
Het opschrift van artikel 6.120 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPP
Artikel 6.121 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Vervallen]
QQQQQ
Artikel 6.122 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen wordt alleen verleend als:
de goothoogte maximaal 4,5 meter bedraagt, tenzij anders aangegeven met de omgevingsnorm maximum goothoogte agrarische bedrijfsbebouwing;
de bouwhoogte maximaal 10 meter bedraagt, tenzij anders aangegeven met de omgevingsnorm maximum bouwhoogte agrarische bedrijfsbebouwing;
de dakhelling tussen de 20 en 60 graden bedraagt;
gebouwd wordt op een afstand van:
minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf;
minimaal 20 meter uit de as van de weg; en
de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.122 6.123, eerste lid onder a en b wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen met een grotere goot- en bouwhoogte alleen verleend als:
de goothoogte maximaal 10 meter bedraagt;
de bouwhoogte maximaal 12,5 meter bedraagt;
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling. Dit moet worden aangetoond door middel van een advies van de AAB;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast; en
de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.122 6.123, eerste lid onder c wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen met een plat dak alleen verleend als:
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering;
de stedenbouwkundige kenmerken van de omgeving niet onevenredig worden aangetast; en
de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.122 6.123, eerste lid onder d wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen op een kortere afstand tot de grens van een gebouwerf alleen verleend als:
de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (niet-)agrarische bedrijven niet worden belemmerd;
aantoonbaar sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit bedrijfseconomisch, landschappelijk of stedenbouwkundig belang dan wel een algemeen maatschappelijk belang;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving niet onevenredig worden aangetast;
sprake is van een ruimtelijk kwaliteitsverbetering; en
de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.122 6.123, eerste lid onder d wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen op een kortere afstand tot de (as van de) weg alleen verleend als:
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of perceelsinrichting;
geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden;
de overschrijding niet leidt tot een vermindering van de gebruiksmogelijkheden van de gronden voor piekberging en infiltratie;
de wegbeheerder is gehoord; en
de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd, niet minder is dan minimaal de afstand van bestaande reeds dichterbij de weg gelegen bebouwing in hetzelfde gebouwerf. Als het gebouwerf aan twee of meer zijden direct grenst aan een weg is het mogelijk om slechts tot één weg die bestaande, kleinere afstand aan te houden. Tot de andere weg dient een afstand van niet minder dan 10 meter te worden aangehouden.
RRRRR
Het opschrift van artikel 6.123 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSS
Het opschrift van artikel 6.124 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTT
Artikel 6.125 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de bestaande oppervlakte aan dierenverblijven wordt alleen verleend als:
sprake is van een zorgvuldige veehouderij die voldoet aan de Brabantse Zorgvuldigheidscore Veehouderij en de nadere regels zoals die door Gedeputeerde Staten zijn vastgesteld in de Omgevingsverordening, waarbij de maatregelen die worden getroffen vervolgens in stand worden gehouden;
een zorgvuldig dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van het belang van omwonenden en de omgeving bij de planontwikkeling;
de ontwikkeling vanuit een goede leefomgeving en gelet op de aspecten als benoemd in de Omgevingsverordening, inpasbaar in de omgeving is;
aangetoond is dat de kans om cumulatieve geurhinder, (achtergrondbelasting) in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan de voornoemde percentages - maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert;
binnen de dierenverblijven de dieren - al dan niet in hokken - alleen op de grond worden gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn met uitzondering van volière en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden;
de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt;
geen sprake is van een geitenhouderij;
het dierenverblijf niet is gelegen binnen de locatie beperkingen veehouderij, tenzij het dierenverblijf wordt gebouwd ten behoeve van een grondgebonden veehouderij;
het dierenverblijf qua maatvoering voldoet aan de beoordelingsregels voor reguliere agrarische bedrijfsbebouwing als bedoeld in artikel 6.122 6.123, eerste lid; en
de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.125 6.126, eerste lid wordt binnen de locatie stalderingsgebied een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de bestaande oppervlakte aan dierenverblijven alleen verleend als:
bewijs is overlegd dat binnen het stalderingsgebied, een dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of functiewijziging waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd;
het bewijs dat aan de voorwaarden van staldering is voldaan, wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.
UUUUU
Het opschrift van artikel 6.126 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVV
Het opschrift van artikel 6.127 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWW
Artikel 6.128 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.127 6.128, geldt niet voor een grondgebonden veehouderij die voldoet aan één van de volgende criteria:
de veebezetting bedraagt niet meer dan 2.75 GVE/ha, berekend over de grond die volgens de gecombineerde opgave voor de veehouderij in gebruik is, voor zover gelegen binnen 15 km van de bedrijfslocatie;
ten minste 75% van de op het bedrijf geproduceerde mest, uitgedrukt in fosfaat, wordt aangewend op grond die volgens de gecombineerde opgave voor de veehouderij in gebruik is voor gewassen die overwegend voor de eigen bedrijfsvoering worden geteeld, voor zover gelegen binnen 15 km van de bedrijfslocatie;
via een jaarlijkse rapportage uit BEX is aangetoond dat de veehouderij:
ten minste 95% van het ruwvoer, zoals gras en mais, uitgedrukt in fosfaat, wordt ingewonnen op grond die volgens de gecombineerde opgave voor de veehouderij in gebruik is voor gewassen die overwegend voor de eigen bedrijfsvoering worden geteeld, voor zover gelegen binnen 15 km van de bedrijfslocatie; en
ten minste 50% van het fosfaat in het rantsoen afkomstig is uit ruwvoer, zoals gras en mais; of
de dieren worden uitsluitend of in hoofdzaak gehouden ten behoeve van natuurbeheer.
XXXXX
Het opschrift van artikel 6.129 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYY
Het opschrift van artikel 6.130 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZ
Het opschrift van artikel 6.131 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAA
Artikel 6.132 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.131, geldt niet voor het uitbreiden van bestaande teeltondersteunende kassen als de uitbreiding voldoet aan de beoordelingsregels in artikel 6.133.
[Vervallen]
BBBBBB
Het opschrift van artikel 6.133 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCC
Het opschrift van artikel 6.134 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDD
Het opschrift van artikel 6.135 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEE
Het opschrift van artikel 6.136 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFF
Het opschrift van artikel 6.137 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGG
Het opschrift van artikel 6.138 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHH
Artikel 6.139 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Vervallen]
IIIIII
Artikel 6.140 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van bedrijfsgebouwen wordt alleen verleend als:
de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen niet meer bedraagt dan aangegeven met de omgevingsnorm maximum oppervlakte bedrijfsbebouwing;
de goothoogte maximaal 4,5 meter bedraagt, tenzij anders aangegeven met de omgevingsnorm maximum goothoogte bedrijfsbebouwing;
de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt, tenzij anders aangegeven met de omgevingsnorm maximum bouwhoogte bedrijfsbebouwing;
de dakhelling tussen de 20 en 60 graden bedraagt;
gebouwd wordt op een afstand van:
minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf;
minimaal 20 meter uit de as van de weg; en
de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.1406.139, eerste lid onder b en c wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een grotere goot- en bouwhoogte alleen verleend als:
de goothoogte maximaal 6 meter bedraagt;
de bouwhoogte maximaal 10 meter bedraagt;
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving niet onevenredig worden aangetast; en
de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.
Binnen de locatie recreatie - gebruik wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 6.1406.139, eerste lid onder b en c kan een omgevingsvergunning voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een grotere goot- en bouwhoogte alleen verleend als:
de goothoogte maximaal 6,5 meter bedraagt;
de bouwhoogte maximaal 12 meter bedraagt;
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving niet onevenredig worden aangetast; en
de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.1406.139, eerste lid onder e wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van bedrijfsgebouwen op een kortere afstand tot de grens van een gebouwerf alleen verleend als:
de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (niet-)agrarische bedrijven niet worden belemmerd;
aantoonbaar sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit bedrijfseconomisch, landschappelijk of stedenbouwkundig belang dan wel een algemeen maatschappelijk belang;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving niet onevenredig worden aangetast;
sprake is van een ruimtelijk kwaliteitsverbetering; en
de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.1406.139, eerste lid onder e wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van bedrijfsgebouwen op een kortere afstand tot de (as van de) weg alleen verleend als:
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of perceelsinrichting;
geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden;
de overschrijding niet leidt tot een vermindering van de gebruiksmogelijkheden van de gronden voor piekberging en infiltratie;
de wegbeheerder is gehoord; en
de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd, niet minder is dan minimaal de afstand van bestaande reeds dichterbij de weg gelegen bebouwing in hetzelfde gebouwerf. Als het gebouwerf aan twee of meer zijden direct grenst aan een weg is het mogelijk om slechts tot één weg die bestaande, kleinere afstand aan te houden. Tot de andere weg dient een afstand van niet minder dan 10 meter te worden aangehouden.
JJJJJJ
Het opschrift van artikel 6.141 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKK
Het opschrift van artikel 6.142 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLL
Het opschrift van artikel 6.143 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMM
Het opschrift van artikel 6.144 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNN
Het opschrift van artikel 6.145 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOO
Artikel 6.146 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van nutsvoorzieningen wordt alleen verleend als:
het gezamenlijke oppervlakte maximaal 30 m2 bedraagt;
de goothoogte maximaal 3 meter bedraagt;
de bouwhoogte maximaal 5,5 meter bedraagt;
de dakhelling tussen de 20 en 60 graden bedraagt; en
de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.1466.145, eerste lid onder b en c wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van nutsvoorzieningen met een grotere goot- en bouwhoogte alleen verleend als:
de goothoogte maximaal 6 meter bedraagt;
de bouwhoogte maximaal 10 meter bedraagt;
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving niet onevenredig worden aangetast; en
de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.
PPPPPP
Artikel 6.147 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen of uitbreiden van gebouwen voor verblijfsrecreatie binnen de locatie gebouwen voor verblijfsrecreatie.
QQQQQQ
Het opschrift van artikel 6.148 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRR
Artikel 6.149 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.148, geldt niet voor het uitbreiden van gebouwen voor verblijfsrecreatie als de uitbreiding voldoet aan de beoordelingsregels in artikel 6.150.
Het verbod, als bedoeld in artikel 6.1486.147, geldt niet voor de bouw van twee trekkershutten, mits de bouwhoogte maximaal 2 3 meter bedraagt en de oppervlakte maximaal 12,5 m2.
SSSSSS
Artikel 6.150 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen voor verblijfsrecreatie wordt alleen verleend als:
de totale oppervlakte aan gebouwen binnen de locatie kampeerbedrijf niet meer dan 1,5 hectare bedraagt, daaronder begrepen de (overdekte) recreatieve voorzieningen als bedoeld in paragraaf 6.4.8 en de gebouwen voor opslag van kampeermiddelen als bedoeld in paragraaf 6.4.11;
de goothoogte maximaal 3 meter bedraagt;
de bouwhoogte maximaal 4,5 meter bedraagt; en
per gebouw voor verblijfsrecreatie sprake is van één bergruimte met een maximale oppervlakte van 10 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 meter.
TTTTTT
Na paragraaf 6.4.10 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:
Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van gebouwen voor de opslag van kampeermiddelen binnen de locatie opslag kampeermiddelen.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen voor de opslag van kampeermiddelen te bouwen.
UUUUUU
Het opschrift van paragraaf 6.4.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVV
Het opschrift van artikel 6.151 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWW
Het opschrift van artikel 6.152 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXX
Het opschrift van paragraaf 6.4.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYY
Het opschrift van artikel 6.153 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZ
Het opschrift van artikel 6.154 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAA
Het opschrift van artikel 6.155 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBB
Het opschrift van paragraaf 6.4.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCC
Het opschrift van artikel 6.156 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDD
Het opschrift van artikel 6.157 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEE
Artikel 6.158 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFF
Het opschrift van paragraaf 6.4.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGG
Het opschrift van artikel 6.159 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHH
Het opschrift van artikel 6.160 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIII
Het opschrift van paragraaf 6.4.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJ
Artikel 6.161 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een burgerwoning binnen de locatie burgerwoning (landelijk gebied).
KKKKKKK
Het opschrift van artikel 6.162 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLL
Artikel 6.163 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.162, geldt niet voor het uitbreiden van een bestaande burgerwoning als:
de uitbreiding niet plaatsvindt binnen de locatie overtollige bebouwing; en
de uitbreiding voldoet aan de beoordelingsregels in artikel 6.164.
[Vervallen]
MMMMMMM
Artikel 6.164 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning wordt alleen verleend als:
het aantal woningen per gebouwerf maximaal één woning bedraagt, tenzij anders aangegeven met de omgevingsnorm maximum aantal wooneenheden;
binnen de locatie twee-aaneen burgerwoning de woningen aaneen worden gebouwd;
de inhoud maximaal 750 m3 bedraagt, tenzij anders aangegeven met de omgevingsnorm maximum inhoud woning;
de goothoogte maximaal 6 meter bedraagt;
de bouwhoogte maximaal 10 meter bedraagt;
de dakhelling tussen de 20 en 60 graden bedraagt;
gebouwd wordt op een afstand van:
minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf;
minimaal 15 meter uit de as van de weg; en
niet gebouwd wordt binnen de locatie overtollige bebouwing;
de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.165, eerste lid wordt een omgevingsvergunning voor het herbouwen van een bestaande legale woning alleen verleend als:
de woning gesitueerd wordt ter plaatse van de bestaande fundering en, indien sprake is van uitbreiding van de bebouwde oppervlak van de woning aansluitend op de bestaande fundering;
indien de inhoud van de bestaande woning op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of mag bedragen dan bepaald in artikel 6.165 lid 1 onder c, dan geldt deze inhoud als maximaal toegestaan;
indien sprake is van een cultuurhistorisch waardevolle woning is herbouw alleen mogelijk indien dit is gericht op het behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden. Voor een cultuurhistorisch waardevolle woning geldt de totale inhoud van het oorspronkelijk opgerichte pand waar cultuurhistorische en/of monumentale waarden aan toegekend zijn op grond van een deskundigenrapport als de maximaal toegestane inhoud.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.164 6.165, eerste lid onder c wordt een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een burgerwoning met een grotere inhoudsmaat dan 750 m3 alleen verleend als:
de uitbreiding niet plaatsvindt binnen de locatie overtollige bebouwing;
de inhoud maximaal 900 m3 bedraagt;
binnen de locatie twee-aaneen burgerwoning de woningen aaneen worden gebouwd;
per m3 uitbreiding, minimaal het aantal m2 zoals opgenomen in onderstaande tabel wordt gesloopt;
de te slopen bebouwing als bedoeld onder b legaal opgericht is of krachtens overgangsrecht is toegelaten;
aangetoond is dat de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning niet worden belemmerd;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en de directe omgeving niet onevenredige worden aangetast;
de sloop van overtollig bebouwing duurzaam verzekerd is;
de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt; en
de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen, maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.164 6.165, eerste lid onder g wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning op een kortere afstand tot de grens van een gebouwerf alleen verleend als:
de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (niet-)agrarische bedrijven niet worden belemmerd;
aantoonbaar sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit bedrijfseconomisch, landschappelijk of stedenbouwkundig belang dan wel een algemeen maatschappelijk belang;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving niet onevenredig worden aangetast;
sprake is van een ruimtelijk kwaliteitsverbetering; en
de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.164 6.165, eerste lid onder g wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning op een kortere afstand tot de (as van de) weg alleen verleend als:
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of perceelsinrichting;
geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden;
de overschrijding niet leidt tot een vermindering van de gebruiksmogelijkheden van de gronden voor piekberging en infiltratie;
de wegbeheerder is gehoord;
de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd, niet minder is dan minimaal de afstand van bestaande reeds dichterbij de weg gelegen bebouwing in hetzelfde gebouwerf. Als het gebouwerf aan twee of meer zijden direct grenst aan een weg is het mogelijk om slechts tot één weg die bestaande, kleinere afstand aan te houden. Tot de andere weg dient een afstand van niet minder dan 10 meter te worden aangehouden.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.165, tweede lid, wordt een omgevingsvergunning voor het herbouwen van een bestaande legale woning op een andere locatie dan ter plaatse van de bestaande fundering alleen verleend als:
gebouwd wordt op een afstand van:
minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf;
minimaal 15 meter uit de as van de weg.
in het geval van herbouw van een woning binnen de locatie voormalige functionele binding, dient herbouw plaats te vinden binnen deze locatie;
de woning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande woning binnen hetzelfde gebouwerf;
de ontwikkelingsmogelijkheden van (agrarische) bedrijven in de nabijheid van de woning niet worden belemmerd;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en zijn omgeving niet onevenredig worden aangetast;
met de nieuwe situering sprake is van een milieukundige, stedenbouwkundige en ruimtelijke verbetering ten opzichte van de oorspronkelijke situering;
de sloop van de oorspronkelijke woning duurzaam is verzekerd;
bij herbouw van een woning met voormalige functionele binding is aangetoond dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; en
de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd.
NNNNNNN
Het opschrift van paragraaf 6.4.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOO
Het opschrift van artikel 6.165 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPP
Het opschrift van artikel 6.166 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQ
Artikel 6.167 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.166, geldt niet voor het uitbreiden van een bestaande bedrijfswoning als de uitbreiding voldoet aan de beoordelingsregels in artikel 6.168.
[Vervallen]
RRRRRRR
Artikel wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning wordt alleen verleend als:
het aantal bedrijfswoningen per gebouwerf maximaal één woning bedraagt, tenzij anders aangegeven met de omgevingsnorm aantal bedrijfswoningen;
binnen de locatie twee-aaneen bedrijfswoning woningen aaneen worden gebouwd;
de inhoud maximaal 750 m3 bedraagt;
de goothoogte maximaal 6 meter bedraagt;
de bouwhoogte maximaal 10 meter bedraagt;
de dakhelling tussen de 20 en 60 graden bedraagt;
gebouwd wordt op een afstand van:
minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf;
minimaal 15 meter uit de as van de weg.
niet gebouwd wordt binnen de locatie overtollige bebouwing;
de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt; en
aangetoond is dat de bedrijfswoning noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt, waarbij de noodzaak van deze bedrijfswoning niet het gevolg mag zijn van een eerder aanwezige maar inmiddels afgestoten andere bedrijfswoning. In geval van een agrarische bedrijfswoning dient hiertoe advies ingewonnen te worden bij de AAB.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.168, eerste lid wordt een omgevingsvergunning voor het herbouwen van een legale bestaande bedrijfswoning alleen verleend als:
de bedrijfswoning gesitueerd wordt ter plaatse van de bestaande fundering en, indien sprake is van uitbreiding van de bebouwde oppervlak van de bedrijfswoning aansluitend op de bestaande fundering;
indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of mag bedragen dan bepaald in artikel 6.168 lid 1 onder c, dan geldt deze inhoud als maximaal toegestaan;
indien sprake is van een cultuurhistorisch waardevolle woning is herbouw alleen mogelijk indien dit is gericht op het behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden. Voor een cultuurhistorisch waardevolle woning geldt de totale inhoud van het oorspronkelijk opgerichte pand waar cultuurhistorische en/of monumentale waarden aan toegekend zijn op grond van een deskundigenrapport als de maximaal toegestane inhoud.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.168, eerste lid onder g wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning op een kortere afstand tot de grens van een gebouwerf alleen verleend als:
de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (niet-)agrarische bedrijven niet worden belemmerd;
aantoonbaar sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit bedrijfseconomisch, landschappelijk of stedenbouwkundig belang dan wel een algemeen maatschappelijk belang;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving niet onevenredig worden aangetast;
sprake is van een ruimtelijk kwaliteitsverbetering; en
de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.168, eerste lid onder g wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning op een kortere afstand tot de (as van de) weg alleen verleend als:
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of perceelsinrichting;
geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden;
de overschrijding niet leidt tot een vermindering van de gebruiksmogelijkheden van de gronden voor piekberging en infiltratie;
de wegbeheerder is gehoord; en
de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd, niet minder is dan minimaal de afstand van bestaande reeds dichterbij de weg gelegen bebouwing in hetzelfde gebouwerf. Als het gebouwerf aan twee of meer zijden direct grenst aan een weg is het mogelijk om slechts tot één weg die bestaande, kleinere afstand aan te houden. Tot de andere weg dient een afstand van niet minder dan 10 meter te worden aangehouden.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.168, tweede lid, wordt een omgevingsvergunning voor het herbouwen van een bestaande legale bedrijfswoning op een andere locatie dan ter plaatse van de bestaande fundering alleen verleend als:
gebouwd wordt op een afstand van:
minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf;
minimaal 15 meter uit de as van de weg.
in het geval van herbouw van een bedrijfswoning binnen de locatie voormalige functionele binding, dient herbouw plaats te vinden binnen deze locatie;
de bedrijfswoning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande woning binnen hetzelfde gebouwerf;
de ontwikkelingsmogelijkheden van (agrarische) bedrijven in de nabijheid van de bedrijfswoning niet worden belemmerd;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfswoning en zijn omgeving niet onevenredig worden aangetast;
met de nieuwe situering sprake is van een milieukundige, stedenbouwkundige en ruimtelijke verbetering ten opzichte van de oorspronkelijke situering;
de sloop van de oorspronkelijke woning duurzaam is verzekerd;
bij herbouw van een woning met voormalige functionele binding is aangetoond dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; en
de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd.
SSSSSSS
Het opschrift van paragraaf 6.4.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTT
Het opschrift van artikel 6.169 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUU
Het opschrift van artikel 6.170 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVV
Het opschrift van artikel 6.171 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWW
Het opschrift van paragraaf 6.4.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXX
Het opschrift van artikel 6.172 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYY
Het opschrift van artikel 6.173 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 6.174 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAA
Artikel wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning bijgebouwen te bouwen met een grotere oppervlakte dan bepaald in artikel 6.174 eerste lid onder a onder a binnen de locatie burgerwoning (landelijk gebied).
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een vrijstaand bijgebouw te bouwen op een grotere afstand van de woning dan bepaald in artikel 6.174 eerste lid onder f onder f.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning bijgebouwen te bouwen met een grotere goot- en bouwhoogte dan bepaald in artikel 6.174 eerste lid onder b en c onder b en c.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning bijgebouwen te bouwen op een kortere afstand tot de grens van het gebouwerf dan bepaald in artikel 6.174 eerste lid onder e onder e.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning bijgebouwen te bouwen op een kortere afstand tot de (as van de) weg dan bepaald in artikel 6.174 eerste lid onder e onder e.
BBBBBBBB
Het opschrift van artikel 6.176 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCC
Het opschrift van artikel 6.177 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDD
Paragraaf 6.4.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf is van toepassing op het herbouwen van een woning binnen de locatie burgerwoning (landelijk gebied), bedrijfswoning of voormalige functionele binding.
Het herbouwen van een woning is vergunningvrij als de woning gesitueerd wordt ter plaatse van de bestaande fundering, en indien sprake is van uitbreiding van de bebouwde oppervlak van de woning aansluitend op de bestaande fundering. Indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of mag bedragen, dan geldt deze inhoud, als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd;
Herbouw van een cultuurhistorisch waardevolle woning is alleen mogelijk indien dit is gericht op behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden. Voor een cultuurhistorische woning geldt de totale inhoud van het oorspronkelijk opgerichte pand waar cultuurhistorische en/of monumentale waarden aan toegekend zijn op grond van een deskundigenrapport als de maximaal toegestane inhoud.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woning te herbouwen op een andere locatie dan bedoeld in artikel 6.179, eerste lid.
De omgevingsvergunning voor het herbouwen van een woning op een andere locatie als bedoeld in artikel 6.180 wordt alleen verleend als:
gebouwd wordt op een afstand van:
minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf;
minimaal 15 meter uit de as van de weg.
in het geval van herbouw van een woning binnen de locatie voormalige functionele binding, dient herbouw plaats te vinden binnen deze locatie;
de woning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande (bedrijfs)woning binnen hetzelfde gebouwerf;
de ontwikkelingsmogelijkheden van (agrarische) bedrijven in de nabijheid van de woning niet worden belemmerd;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en zijn omgeving niet onevenredig worden aangetast;
met de nieuwe situering sprake is van een milieukundige, stedenbouwkundige en ruimtelijke verbetering ten opzichte van de oorspronkelijke situering;
de sloop van de oorspronkelijke woning duurzaam is verzekerd;
bij herbouw van een woning met voormalige functionele binding is aangetoond dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; en
de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd.
[Vervallen]
EEEEEEEE
Het opschrift van paragraaf 6.4.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFF
Het opschrift van artikel 6.182 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGG
Het opschrift van artikel 6.183 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHH
Het opschrift van artikel 6.184 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIII
Het opschrift van paragraaf 6.4.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 6.185 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKK
Het opschrift van artikel 6.186 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLL
Artikel 6.187 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een overkapping te bouwen op een kortere afstand tot de grens van het gebouwerf dan bepaald in artikel 6.186 6.182 onder d.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een overkapping te bouwen op een kortere afstand tot de (as van de) weg dan bepaald in artikel 6.186 6.182 onder d.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een overkapping te bouwen op een grotere afstand van de woning dan bepaald in artikel 6.186 6.182 onder e.
MMMMMMMM
Artikel 6.188 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een overkapping op een kortere afstand tot de grens van het gebouwerf als bedoeld in artikel 6.187 6.183, eerste lid wordt alleen verleend als:
de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (niet-)agrarische bedrijven niet worden belemmerd;
aantoonbaar sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit bedrijfseconomisch, landschappelijk of stedenbouwkundig belang dan wel een algemeen maatschappelijk belang;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de gebouwen in zijn omgeving niet onevenredig worden aangetast;
sprake is van een ruimtelijk kwaliteitsverbetering; en
de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een overkapping op een kortere afstand tot de (as van de) weg als bedoeld in artikel 6.187 6.183, tweede lid wordt verleend als:
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of perceelsinrichting;
geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden;
de overschrijding niet leidt tot een vermindering van de gebruiksmogelijkheden van de gronden voor piekberging en infiltratie;
de wegbeheerder is gehoord; en
de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd, niet minder is dan minimaal de afstand van bestaande reeds dichterbij de weg gelegen bebouwing in hetzelfde gebouwerf. Als het gebouwerf aan twee of meer zijden direct grenst aan een weg is het mogelijk om slechts tot één weg die bestaande, kleinere afstand aan te houden. Tot de andere weg dient een afstand van niet minder dan 10 meter te worden aangehouden.
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een overkapping op een grotere afstand als bedoeld in artikel 6.187 6.183, derde lid wordt alleen verleend als:
er geen sprake is van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen;
de landschappelijke, stedenbouwkundige of algemeen maatschappelijke noodzaak is aangetoond;
de landschappelijke, stedenbouwkundige en/of cultuurhistorische kenmerken van (bouwwerken in) de directe omgeving niet onevenredig aangetast wordt;
er sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering; en
de ruimtelijke kwaliteit is gewaarborgd.
NNNNNNNN
Het opschrift van paragraaf 6.4.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOO
Het opschrift van artikel 6.189 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPP
Artikel 6.190 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het bouwen van terreinafscheidingen op een erf waarop al een (hoofd)gebouw hoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat, is vergunningvrij als:
de bouwhoogte van terreinafscheidingen voor de voorgevel van dat (hoofd)gebouw hoofdgebouw maximaal 1 meter bedraagt; of
de bouwhoogte van terreinafscheidingen achter de voorgevel van dat (hoofd)gebouw hoofdgebouw maximaal 2 meter bedraagt.
In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid is het bouwen van terreinafscheidingen op een erf waarop nog geen hoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat, vergunningvrij als:
niet gebouwd wordt op locaties met de functie natuur;
gebouwd wordt binnen de functies nutsvoorziening of sport en de terreinafscheiding noodzakelijk is ten dienste van deze functies;
de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt;
Het bouwen van terreinafscheidingen op een erf waarop géén (hoofd)gebouw staat, is vergunningvrij als:
de bouwhoogte van terreinafscheidingen maximaal 2 meter bedraagt; en
niet gebouwd wordt op locaties met de functie natuur.
QQQQQQQQ
Artikel 6.191 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning terreinafscheidingen te bouwen met een hogere bouwhoogte dan bepaald in artikel 6.190 6.186.
RRRRRRRR
Het opschrift van artikel 6.192 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSS
Paragraaf wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van agrarischagrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen de locatie agrarisch bedrijf - gebruik of veehouderij - gebruik.
Het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor agrarische doeleinden is vergunningvrij als:
gebouwd wordt binnen het gebouwerf van locaties met de functie agrarisch bedrijf of veehouderij;
de bouwhoogte van torensilo's maximaal 15 meter bedraagt;
de bouwhoogte van luchtwassers en combi-wassers maximaal 10 meter bedraagt;
de goothoogte van bouwwerken ten behoeve van mestbewerking en -verwerking maximaal 6 meter bedraagt;
de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van mestbewering mestbewerking en -verwerking maximaal 10 meter bedraagt;
de bouwhoogte van mestsilo's maximaal 6 meter bedraagt;
de bouwhoogte van sleufsilo's maximaal 2,5 meter bedraagt;
de bouwhoogte van antenne- en lichtmasten maximaal 8 meter bedraagt;
de bouwhoogte van andere agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 2,5 meter bedraagt;
gebouwd wordt op een afstand van minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf;
bij mestsilo's, sleufsilo's en antenne- en lichtmasten gebouwd wordt op minimaal 20 meter uit de as van de weg; en
de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.
Het oprichten van vloerplaten, sleufsilo's en/of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer is vergunningvrij als:
gebouwd wordt binnen de locatie opslag ruwvoer;
de bouwhoogte van torensilo's maximaal 15 meter bedraagt;
de bouwhoogte van sleufsilo's maximaal 2,5 meter bedraagt;
de bouwhoogte van andere agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 2,5 meter bedraagt;
gebouwd wordt op een afstand van minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf;
gebouwd wordt op minimaal 20 meter uit de as van de weg; en
de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een torensilo hoger dan 15 meter te bouwen.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen op een kortere afstand tot de grens van het gebouwerf dan bepaald in artikel 6.190 eerste lid onder j.
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een torensilo hoger dan 15 meter wordt verleend als:
gebouwd wordt binnen het gebouwerf van de locatie agrarisch bedrijf - gebruik of veehouderij - gebruik;
de bouwhoogte maximaal 25 meter bedraagt;
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling;
de landschappelijke of andere waarden van de omliggende gronden niet onevenredig wordt aangetast;
de silo worden geïntegreerd in de bedrijfsbebouwing;
de silo aan de achterkant van de bedrijfsbebouwing wordt gerealiseerd. Indien de doelmatigheid van de bedrijfsvoering dit niet toestaat, dient de silo zover mogelijk van de as van de weg te worden geplaatst, op minimaal 30 meter uit de as van de weg;
de landschappelijke inpassing duurzaam wordt geborgd; en
de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd.
De omgevingsvergunning voor het bouwen van agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde op een kortere afstand tot de grens van het gebouwerf als bedoeld in artikel 6.191 lid 2 wordt alleen verleend als:
de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (niet-)agrarische bedrijven niet worden belemmerd;
aantoonbaar sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit bedrijfseconomisch, landschappelijk of stedenbouwkundig belang dan wel een algemeen maatschappelijk belang;
de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bouwwerken in zijn omgeving niet onevenredig worden aangetast;
sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering; en
de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.
TTTTTTTT
Het opschrift van paragraaf 6.4.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUU
Artikel 6.197 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf is van toepassing op het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen binnen de locaties tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, seizoensgebonden teeltondersteunende voorzieningen en agrarisch waardevol gebied.
VVVVVVVV
Het opschrift van artikel 6.198 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWW
Het opschrift van artikel 6.199 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXX
Het opschrift van artikel 6.200 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYY
Het opschrift van paragraaf 6.4.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 6.201 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAA
Het opschrift van artikel 6.202 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 6.203 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCC
Artikel 6.204 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.203 6.199, geldt niet binnen de locatie paardenbak.
DDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 6.205 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEE
Het opschrift van paragraaf 6.4.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFF
Het opschrift van artikel 6.206 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGG
Het opschrift van artikel 6.207 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHH
Artikel 6.208 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.203, geldt niet voor bestaande schuilgelegenheden binnen de locatie schuilgelegenheid voor dieren als de schuilgelegenheid voldoet aan de volgende regels:
de oppervlakte niet meer bedraagt dan aangegeven met de omgevingsnorm maximum oppervlakte schuilgelegenheid;
de goothoogte niet meer bedraagt dan aangegeven met de omgevingsnorm maximum goothoogte schuilgelegenheid; en
de bouwhoogte niet meer bedraagt dan aangegeven met de omgevingsnorm maximum bouwhoogte schuilgelegenheid.
IIIIIIIII
Het opschrift van artikel 6.209 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJ
Het opschrift van paragraaf 6.4.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKK
Het opschrift van artikel 6.210 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLL
Het opschrift van artikel 6.211 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMM
Het opschrift van paragraaf 6.4.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 6.212 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOO
Het opschrift van artikel 6.213 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPP
Het opschrift van paragraaf 6.4.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQ
Het opschrift van artikel 6.214 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRR
Het opschrift van artikel 6.215 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSS
Paragraaf wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen buitengebied DG5.
Deze paragraaf is niet van toepassing op het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als bedoeld in paragraaf 6.4.226.4.21, paragraaf 6.4.22, paragraaf 6.4.23, paragraaf 6.4.24, paragraaf 6.4.25, paragraaf 6.4.26, paragraaf 6.4.27, paragraaf 6.4.28 en paragraaf 6.4.29
Het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde is vergunningvrij als:
gebouwd wordt op binnen de locatie agrarisch bedrijf - gebruik, bedrijf - gebruik, horeca - gebruik, maatschappelijk - gebruik, nutsvoorziening - gebouw, recreatie - gebruik, sport - gebruik, veehouderij - gebruik of wonen - gebruik;
de bouwhoogte maximaal 2,5 meter bedraagt;
gebouwd wordt op een afstand van minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf;
op locaties met de functie nutsvoorziening, het gezamenlijke oppervlak van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 20 m2 bedraagt;
de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.
Het bouwen van speeltoestellen is vergunningvrij als:
gebouwd wordt binnen de locatie recreatie - gebruik of equitherapie:
de bouwhoogte maximaal 4,5 meter bedraagt;
gebouwd wordt op een afstand van minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf;
de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.
Het bouwen van antenne-, licht- en vlaggenmasten is vergunningvrij als:
gebouwd wordt binnen de locatie agrarisch bedrijf - gebruik, recreatie - gebruik, of hondensportschool;
de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt;
gebouwd wordt op een afstand van minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf;
de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning overige bouwwerken geen gebouwen zijnde te bouwen.
Op locaties met de functie natuur is het verboden zonder omgevingsvergunning kleine bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals wildrasters en terreinafscheidingen te bouwen.
De omgevingsvergunning voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt verleend als:
gebouwd wordt binnen de locatie agrarisch bedrijf - gebruik, bedrijf - gebruik, horeca - gebruik, maatschappelijk - gebruik, nutsvoorziening - gebouw, recreatie - gebruik, sport - gebruik, veehouderij - gebruik of wonen - gebruik;
de bouwhoogte maximaal 2,5 meter bedraagt;
gebouwd wordt op een afstand van minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf;
op locaties met de functie nutsvoorziening, het gezamenlijke oppervlak van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 20 m2 bedraagt;
de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.
De omgevingsvergunning voor het bouwen van kleine bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals wildrasters en terreinafscheidingen op locaties met de functie natuur wordt alleen verleend als:
TTTTTTTTT
Het opschrift van artikel 6.220 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUU
Artikel 6.221 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaak of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren, waarbij onder overlast en hinder in elk geval wordt verstaan:
het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal;
het veroorzaken van overlast door geluid, trillingen, dieren of verontreinigen; en/of
het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijk zindelijke staat bevindt.
De zorgplicht is geldt niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
De zorgplicht is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
VVVVVVVVV
Artikel 6.222 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor gebruiksactiviteiten worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
het beoogde en het huidige gebruik van de gronden en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft;
een situatietekening van de bestaande toestaand en een situatietekening van de nieuwe toestaand met daarop:
de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;
de situering van bouwwerken ten opzichte van het gebouwerf en de wegzijde;
de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;
de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en
het beoogde gebruik van de locatie behorende bij het bouwwerk.
zo nodig wordt een bodemonderzoek versterkt verstrekt waarin aangetoond is dat de bodemkwaliteit ter plaatse voldoende is voor het beoogde gebruik.
WWWWWWWWW
Het opschrift van artikel 6.223 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXX
Het opschrift van artikel 6.224 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYY
Artikel 6.225 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.224 6.220, wordt alleen verleend als:
het evenement maximaal één keer per jaar wordt georganiseerd;
er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omliggende (agrarische) bedrijven en woningen en rekening wordt gehouden met aanwezige milieuhygiënische aspecten, waaronder begrepen ten minste de aspecten geur, geluid en veiligheid;
er geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; en
onder andere zijn toegestaan tenten, paviljoens en kramen.
ZZZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 6.226 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAA
Het opschrift van artikel 6.227 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 6.228 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCC
Het opschrift van artikel 6.229 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 6.230 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEE
Het opschrift van artikel 6.231 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFF
Het opschrift van artikel 6.232 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGG
Het opschrift van artikel 6.233 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHH
Het opschrift van artikel 6.234 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIII
Het opschrift van artikel 6.235 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 6.236 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKK
Het opschrift van artikel 6.237 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLL
Het opschrift van artikel 6.238 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMM
Het opschrift van artikel 6.239 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 6.240 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOO
Het opschrift van artikel 6.241 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPP
Het opschrift van artikel 6.242 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQ
Het opschrift van artikel 6.243 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRR
Het opschrift van artikel 6.244 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSS
Het opschrift van artikel 6.245 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTT
Artikel 6.246 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze subparagraaf is van toepassing op het bieden van schuilgelegenheid aan dieren tegen weersinvloeden, waarbij de dieren vrij in en uit kunnen lopen op binnen de locatie schuilgelegenheid voor dieren.
UUUUUUUUUU
Het opschrift van artikel 6.247 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVV
Het opschrift van artikel 6.248 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWW
Het opschrift van artikel 6.249 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXX
Het opschrift van artikel 6.250 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYY
Het opschrift van artikel 6.251 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZ
Artikel 6.252 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
het exploiteren van één bedrijf;
het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1 en 2, zoals genoemd in Bijlage 61 de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
productiegebonden detailhandel, uitsluitend als ondergeschikte functie tot een maximum van 50 m2 bruto vloeroppervlakte.
Binnen de locatie handelsonderneming mogen de gronden en bouwwerken tevens worden gebruikt ten behoeve van een handelsonderneming in milieucategorie 3.1, zoals genoemd in Bijlage 61 de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Binnen de locatie bouwmaterialenhandel mogen gronden en bouwwerken tevens worden gebruikt ten behoeve van een bouwmaterialenhandel in milieucategorie 3.1, zoals genoemd in Bijlage 61 de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Binnen de locatie agrarisch verwant mogen gronden en bouwwerken uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van een agrarisch verwant bedrijf.
Binnen de locatie bouwbedrijf en kraanverhuur mogen de gronden en bouwwerken tevens worden gebruikt ten behoeve van een bouwbedrijf en kraanverhuurbedrijf in milieucategorie 3.1, zoals genoemd in Bijlage 61 de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Binnen de locatie tectyleerbedrijf mogen gronden en bouwwerken tevens gebruik gebruikt worden ten behoeve van een tectyleerbedrijf in milieucategorie 3.1, zoals genoemd in Bijlage 61 de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Binnen de locatie statische opslag - 500 mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor statische opslag.
Binnen de locatie agrarisch verwant bedrijf/hovenier mogen gronden en bouwwerken uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van een agrarisch verwant bedrijf/hoveniersbedrijf.
Binnen de locatie buitenopslag - 500 mogen de gronden worden gebruikt voor:
buitenopslag van bouwmaterialen, zoals metselstenen, dakpannen, betonblokken etc.; en
de stalling van maximaal 15 containers voor afvalopslag.
Binnen de locatie buitenopslag - 501 mogen de gronden worden gebruikt voor buitenopslag van het agrarisch verwant bedrijf op Slievenstraat 35-37 als bedoeld in artikel 6.252 6.248, vierde lid.
AAAAAAAAAAA
Het opschrift van artikel 6.253 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 6.254 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCC
Het opschrift van artikel 6.255 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 6.256 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEE
Het opschrift van artikel 6.257 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFF
Het opschrift van artikel 6.258 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGG
Het opschrift van artikel 6.259 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHH
Het opschrift van artikel 6.260 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIII
Het opschrift van artikel 6.261 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 6.262 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKK
Het opschrift van artikel 6.263 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLL
Het opschrift van artikel 6.264 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMM
Het opschrift van artikel 6.265 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 6.266 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOO
Het opschrift van artikel 6.267 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPP
Het opschrift van artikel 6.268 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQ
Het opschrift van artikel 6.269 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRR
Het opschrift van artikel 6.270 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSS
Het opschrift van artikel 6.271 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTT
Het opschrift van artikel 6.272 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUU
Het opschrift van artikel 6.273 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVV
Het opschrift van artikel 6.274 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWW
Het opschrift van artikel 6.275 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXX
Het opschrift van artikel 6.276 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYY
Het opschrift van artikel 6.277 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 6.278 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAA
Het opschrift van artikel 6.279 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 6.280 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCC
Het opschrift van artikel 6.281 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 6.282 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEE
Het opschrift van artikel 6.283 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFF
Het opschrift van artikel 6.284 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGG
Het opschrift van artikel 6.285 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHH
Het opschrift van artikel 6.286 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIII
Het opschrift van artikel 6.287 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 6.288 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKK
Het opschrift van artikel 6.289 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLL
Het opschrift van artikel 6.290 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMM
Het opschrift van artikel 6.291 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 6.292 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOO
Het opschrift van artikel 6.293 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPP
Het opschrift van artikel 6.294 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQ
Het opschrift van artikel 6.295 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRR
Het opschrift van artikel 6.296 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSS
Het opschrift van artikel 6.297 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTT
Het opschrift van artikel 6.298 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUU
Artikel 6.299 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
het exploiteren van een kampeerbedrijf met verblijfsrecreatie en verblijfsrecreatieve voorzieningen;
(overdekte) recreatieve voorzieningen ten behoeve van sport en/of spel, een (overdekt) zwembad met glijbaantoren, routegebonden horeca en horeca ten behoeve van verblijfsrecreatie uitsluitend binnen de locatie centrumvoorzieningen;
opslag ten behoeve van vaste campinggasten uitsluitend binnen de locatie opslag kampeermiddelen.
binnen de locatie opslag kampeermiddelen uitsluitend opslag ten behoeve van vaste campinggasten
VVVVVVVVVVVV
Het opschrift van artikel 6.300 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWW
Het opschrift van artikel 6.301 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXX
Het opschrift van artikel 6.302 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYY
Het opschrift van artikel 6.303 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 6.304 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAA
Het opschrift van artikel 6.305 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 6.306 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCC
Artikel 6.307 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor het exploiteren van een bed and breakfast binnen de locatie bed & breakfast.
DDDDDDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 6.308 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEE
Het opschrift van artikel 6.309 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFF
Het opschrift van artikel 6.310 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGG
Het opschrift van artikel 6.311 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHH
Het opschrift van artikel 6.312 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIII
Het opschrift van artikel 6.313 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 6.314 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKK
Het opschrift van artikel 6.315 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLL
Het opschrift van artikel 6.316 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMM
Het opschrift van artikel 6.317 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 6.318 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOO
Het opschrift van artikel 6.319 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPP
Het opschrift van artikel 6.320 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQ
Het opschrift van artikel 6.321 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRR
Artikel 6.322 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden en bouwwerken voor het exploiteren van een bed and breakfast als nevenactiviteit wordt alleen verleend als:
de activiteit wordt uitgevoerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie, danwel het ter plaatse gevestigde bedrijf;
gebruik gemaakt wordt van bestaande bebouwing, niet zijnde bebouwing binnen de locatie overtollige bebouwing;
de overnachtingscapaciteit maximaal 10 personen bedraagt;
parkeren plaatsvindt binnen het gebouwerf;
aangetoond is dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; en
de ruimtelijk ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd.
SSSSSSSSSSSSS
Het opschrift van artikel 6.323 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTT
Het opschrift van artikel 6.324 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUU
Het opschrift van artikel 6.325 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVV
Het opschrift van artikel 6.326 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWW
Het opschrift van artikel 6.327 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXX
Het opschrift van artikel 6.328 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYY
Het opschrift van artikel 6.329 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 6.330 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAA
Het opschrift van artikel 6.331 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 6.332 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCC
Het opschrift van artikel 6.333 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 6.334 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEE
Het opschrift van artikel 6.335 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFF
Het opschrift van artikel 6.336 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGG
Het opschrift van artikel 6.337 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHH
Het opschrift van artikel 6.338 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIII
Het opschrift van artikel 6.339 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 6.340 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKK
Het opschrift van artikel 6.341 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLL
Het opschrift van artikel 6.342 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMM
Het opschrift van artikel 6.343 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 6.344 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOO
Het opschrift van artikel 6.345 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPP
Het opschrift van artikel 6.346 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQ
Het opschrift van artikel 6.347 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRR
Het opschrift van artikel 6.348 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSS
Het opschrift van artikel 6.349 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTT
Het opschrift van artikel 6.350 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUU
Het opschrift van artikel 6.351 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVV
Het opschrift van artikel 6.352 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWW
Het opschrift van artikel 6.353 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXX
Het opschrift van artikel 6.354 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYY
Het opschrift van artikel 6.355 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZ
Het opschrift van artikel 6.356 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAA
Het opschrift van artikel 6.357 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 6.358 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCC
Het opschrift van artikel 6.359 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDD
Artikel 6.360 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 6.359 6.355, geldt niet voor activiteiten die:
binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;
binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.
EEEEEEEEEEEEEEE
Het opschrift van artikel 6.361 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFF
Artikel 6.362 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgevingsvergunning voor het slopen van gebouwen en het verwijderen van fundering, waarbij grondroering plaatsvindt, wordt alleen verleend als:
met een archeologische onderzoek, als bedoeld in artikel 6.361 6.357, is aangetoond dat de archeologische waarden door de sloopactiviteit niet onevenredig (kunnen) worden verstoord.
GGGGGGGGGGGGGGG
Het opschrift van artikel 6.363 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHH
Het opschrift van artikel 6.364 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIII
Het opschrift van artikel 6.365 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJ
Het opschrift van artikel 6.366 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKK
Het opschrift van artikel 6.367 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLL
Het opschrift van artikel 6.368 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMM
Het opschrift van artikel 6.369 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNN
Het opschrift van artikel 6.370 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOO
Het opschrift van artikel 6.371 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPP
Het opschrift van artikel 6.372 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQ
Het opschrift van artikel 6.373 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRR
Het opschrift van artikel 6.374 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSS
Het opschrift van artikel 6.375 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTT
Na afdeling 12.1 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:
Deze paragraaf bevat een algemene voorrangsbepaling ten opzichte van bestemmingsplannen en wijzigingsplannen die onderdeel zijn van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet.
Binnen de locatie Buitengebied DG5 gaan de regels in de hoofdstukken 1 tot en met 21 voor op de volgende bestemmingsplannen en wijzigingsplannen die onderdeel zijn van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet:
'Someren Buitengebied', datum vaststelling 29‑6‑2011;
'Buitengebied Someren (2011), eerste partiële herziening', datum vaststelling 25‑9‑2014
'Houtbroekdijk 30', datum vaststelling 30‑5‑2012;
'Moorsel 1, Lierop', datum vaststelling 24‑4‑2013;
'Houtbroekstraat 9', datum vaststelling 28‑5‑2014;
'Somerense Vennen - centrumvoorziening', datum vaststelling 26‑6‑2014;
'Houtbroekstraat 8', datum vaststelling 91‑1‑2015;
'Hoijserstraat 13', datum vaststelling 23‑4‑2015;
'Moorsel 7, Lierop', datum vaststelling 23‑4‑2015;
'Berkeindje/Vaarsehoefweg', datum vaststelling 28‑1‑2016;
'Vogelasiel Someren', datum vaststelling 20‑12‑2017;
'Veegplan III, gemeente Someren 2017', datum vaststelling 22‑2‑2018;
'Wijzigingsplan Heieind 10, Someren', datum vaststelling 8‑5‑2018;
'Ploegstraat 59, Hoijserstraat 19 en Vaarsehoefweg 22', datum vaststelling 30‑8‑2018;
'Reststroken Someren 2017', datum vaststelling 29‑11‑2018;
'Slievenstraat 68', datum vaststelling 9‑5‑2019;
'Veegplan IX, gemeente Someren', datum vaststelling 7‑5‑2020;
'Laan ten Boomen 30, Lierop', datum vaststelling 17‑9‑2020;
'Laan ten Boomen 29, Lierop', datum vaststelling 13‑7‑2021;
'Moorsel 3, Lierop', datum vaststelling 24‑3‑2022;
'Veegplan XIII, gemeente Someren', datum vaststelling 20‑4‑2023;
'Hanekampweg 15 en 17', datum vaststelling 25‑5‑2023;
'De Wertstraat 20, Lierop', datum vaststelling 6‑7‑2023;
'Varendonkweg 7, Someren', datum vaststelling 1‑10‑2024;
'Heesterdijk 13', datum vaststelling 12‑12‑2024.
UUUUUUUUUUUUUUU
Het opschrift van hoofdstuk 14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVV
Het opschrift van hoofdstuk 15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWW
Het opschrift van hoofdstuk 16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXX
Het opschrift van hoofdstuk 17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYY
Het opschrift van hoofdstuk 18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZ
Het opschrift van hoofdstuk 19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAA
Het opschrift van hoofdstuk 20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBB
Het opschrift van hoofdstuk 21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCC
Het opschrift van hoofdstuk 22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDD
Het opschrift van afdeling 22.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEE
Het opschrift van afdeling 22.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFF
Het opschrift van paragraaf 22.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGG
Het opschrift van paragraaf 22.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHH
Het opschrift van paragraaf 22.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIII
Het opschrift van paragraaf 22.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJ
Het opschrift van paragraaf 22.2.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKK
Het opschrift van paragraaf 22.2.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLL
Het opschrift van paragraaf 22.2.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMM
Het opschrift van subparagraaf 22.2.7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNN
Het opschrift van subparagraaf 22.2.7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOO
Het opschrift van subparagraaf 22.2.7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPP
Het opschrift van paragraaf 22.2.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQ
Het opschrift van afdeling 22.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRR
Het opschrift van paragraaf 22.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSS
Het opschrift van paragraaf 22.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTT
Het opschrift van paragraaf 22.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUU
Het opschrift van paragraaf 22.3.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVV
Het opschrift van subparagraaf 22.3.4.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWW
Het opschrift van subparagraaf 22.3.4.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXX
Het opschrift van subparagraaf 22.3.4.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYY
Het opschrift van subparagraaf 22.3.4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het opschrift van paragraaf 22.3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAA
Het opschrift van paragraaf 22.3.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBB
Het opschrift van subparagraaf 22.3.6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCC
Het opschrift van subparagraaf 22.3.6.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDD
Het opschrift van subparagraaf 22.3.6.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEEE
Het opschrift van subparagraaf 22.3.6.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFF
Het opschrift van subparagraaf 22.3.6.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGGG
Het opschrift van paragraaf 22.3.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHH
Het opschrift van subparagraaf 22.3.7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIII
Het opschrift van subparagraaf 22.3.7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het opschrift van subparagraaf 22.3.7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKK
Het opschrift van subparagraaf 22.3.7.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLL
Het opschrift van paragraaf 22.3.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMM
Het opschrift van subparagraaf 22.3.8.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNN
Het opschrift van subparagraaf 22.3.8.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOO
Het opschrift van subparagraaf 22.3.8.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPP
Het opschrift van subparagraaf 22.3.8.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het opschrift van subparagraaf 22.3.8.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRR
Het opschrift van subparagraaf 22.3.8.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSS
Het opschrift van subparagraaf 22.3.8.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTT
Het opschrift van subparagraaf 22.3.8.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUU
Het opschrift van subparagraaf 22.3.8.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVV
Het opschrift van paragraaf 22.3.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWW
Het opschrift van paragraaf 22.3.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXX
Het opschrift van paragraaf 22.3.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYY
Het opschrift van paragraaf 22.3.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het opschrift van paragraaf 22.3.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het opschrift van paragraaf 22.3.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het opschrift van paragraaf 22.3.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het opschrift van paragraaf 22.3.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDD
Het opschrift van paragraaf 22.3.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEEEE
Het opschrift van paragraaf 22.3.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFFF
Het opschrift van paragraaf 22.3.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het opschrift van paragraaf 22.3.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHH
Het opschrift van paragraaf 22.3.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIIII
Het opschrift van paragraaf 22.3.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het opschrift van paragraaf 22.3.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het opschrift van paragraaf 22.3.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLL
Het opschrift van paragraaf 22.3.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het opschrift van paragraaf 22.3.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNN
Het opschrift van afdeling 22.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het opschrift van afdeling 22.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPP
Het opschrift van paragraaf 22.5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het opschrift van paragraaf 22.5.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRR
Het opschrift van subparagraaf 22.5.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSSS
Het opschrift van subparagraaf 22.5.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTTT
Het opschrift van subparagraaf 22.5.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUUU
Het opschrift van subparagraaf 22.5.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVVV
Het opschrift van subparagraaf 22.5.2.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWWW
Het opschrift van paragraaf 22.5.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXXX
Het opschrift van hoofdstuk 23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYYY
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor de toepassing van dit omgevingsplan wordt verstaan onder:
het door een van de bewoners als ondergeschikte functie uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verrichten van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, met uitzondering van detailhandel of erotische dienstverlening, dat door zijn beperkte omvang en beperkte ruimtelijke uitstraling met behoud van de woonfunctie in een (bedrijfs-)woning met de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend.
afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;
waarden die samenhangen met de geologische, geomorfologische en/of bodemkundige kenmerken en ontstaanswijze van een gebied, zoals bodemopbouw en -samenstelling, hoogteverschillen en de daarmee samenhangende waterhuishouding.
geheel van waarden in verband van het abiotische milieu (niet levende natuur) in de vorm van specifieke aardkundige en/of hydrologische kenmerken en eventueel op basis daarvan aanwezige mogelijkheden voor ontwikkeling van specifieke natuurwaarden.
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;
commissie van deskundigen die gemeenten adviseert over aanvragen in de agrarische sector in het algemeen met name wat betreft aspecten als continuïteit, noodzaak en volwaardigheid.
inrichting die
bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of het houden van dieren (niet zijnde huisdieren).
het al dan niet bedrijfsmatig gebruik van gronden of gebouwen voor het telen van gewassen of het houden van landbouwdieren.
bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik wordt gemaakt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking.
een bedrijf dat uitsluitend of overwegend gericht is op het verlenen van diensten aan agrarisch bedrijven met behulp van landbouwwerktuigen en landbouwapparatuur of op het verrichten van werkzaamheden op het gebied van grondverzet en cultuurtechniek, met uitzondering van mestbewerking.
een persoon die vanwege economische motieven naar de gemeente Someren komt en hier tijdelijk verblijft om arbeid te verrichten en inkomen te verwerven.
onderzoek verricht door of namens de gemeente of door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingvergunning en werkend volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
de aan een gebied toegekende waarden in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden).
de waarden die aan een gebouw zijn toegekend vanwege de karakteristieke bouwkunst, bouwstijl of bouwvorm.
AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07‑02‑2014, met wijzigingsblad van 10‑02‑2018;
een werkplaats ten behoeve van een beeldend kunstenaar.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster.
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;
het bij wijze van nevenfunctie verstrekken van logies en ontbijt, door het beschikbaar stellen van slaap-, ontbijt- en sanitaire ruimten, aan een steeds wisselend publiek dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse verblijft. Onder bed and breakfast worden niet verstaan overnachtingen, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.
elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht.
een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. Bedrijfswoningen met bijgebouwen worden niet als bedrijfsgebouw aangemerkt.
een woning in of bij een gebouw of op een gebouwerf, die uitsluitend is bedoeld voor de huisvesting van het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar, gelet op het gebruik ter plaatse noodzakelijk is.
het samenstel van de beoordeling van:
de plaats van de bebouwing in het verleden en nu;
de maten en verhoudingen van de gebouwen in het verleden en nu;
het ritme of patroon van de bebouwing langs de weg in het verleden en nu;
de beplanting langs de openbare weg en op particuliere gronden;
het materiaalgebruik voor de bebouwing en de straat;
kenmerkende objecten zoals een molen, kerk, bos, houtwal, kunst e.d.;
staat van verzorging, detaillering en onderhoud van gebouwen, weg- en bermonderhoud, verlichting e.d.,
abiotische omgeving, patronen en structuren.
het verblijven in of het gebruiken van een ruimte als woonruimte inclusief nachtverblijf.
een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat bouwkundig of architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen.
sluizen, bruggen, afmeerpalen, borden en dergelijke.
instrument dat is ontwikkeld om een zorgvuldige veehouderij te kunnen sturen en stimuleren, waarbij uitbreidingsruimte verdiend kan worden door middel van het behalen van een vastgestelde minimale score op verschillende maatlatten.
BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12‑12‑2013;
BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19‑06‑2014, met wijzigingsblad van 12‑02‑2015;
de opslag op de onbebouwde gronden van afval, gerede en ongerede goederen of onderdelen hiervan, zoals; puin, grind, vaten, kisten, containers, bouwmaterialen, werktuigen, machines en dergelijke.
een kampeerterrein met recreatie als hoofdactiviteit waarop alle kampeermiddelen in principe zijn toegestaan, inclusief kampeermiddelen met een permanent karakter zoals stacaravans en chalets.
een houten verplaatsbare, niet aan de grond verankerde woning welke qua verschijningsvorm is afgeleid van een stacaravan.
gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;
(een installatie ten behoeve van) de vergisting van mest, andere organische (rest)producten en/of energiegewassen om daarmee energie (in de vorm van warmte en/of elektriciteit) en/of CO2 (voor gebruik in de glastuinbouw) op te wekken.
bebouwing die van cultuurhistorische waarde wordt geacht op typering, architectuur, landschappelijke en/of stedenbouwkundige situering, bijzondere vormgeving, bijdrage aan herkenbaarheid van de omgeving en/of gaafheid en karakteristieke elementen en bepalend voor de identiteit van een plek of gebied en aanknopingspunten biedend voor toekomstige ontwikkelingen.
waarden die samenhangen met de nalatenschap van de mens, door zijn aanwezigheid en activiteiten in het verleden, en die hij heeft achtergelaten in het huidige landschap. Hierbij gaat het om archeologisch, historisch-landschappelijk, historisch-geografisch en/of historisch-bouwkundig waardevolle zaken, zoals archeologische elementen, beplanting, reliëf (bij voorbeeld bolle akkers) verkaveling, slotenpatroon en bebouwing.
geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object.
voorziening waar aan ouderen, mensen met een handicap, mensen met psychiatrische problemen of in het kader van een re-integratietraject een zinvolle invulling van de dag wordt geboden, zonder dat daar een overnachting ter plaatse mee gepaard gaat.
het bieden van een product en/of dienst op het gebied van recreatie, educatie en/of cultuur, dat door de consument binnen één dag kan worden afgenomen en zonder dat daar een overnachting ter plaatse mee gepaard gaat.
het bedrijfsmatig te koop/huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop/verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen/huren voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen.
collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;
een scheidingsconstructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 35 dB(A). Bij uitzondering mag een dove gevel te openen delen bevatten, mits die niet direct grenzen aan geluidgevoelige ruimten.
groene schakels die natuurgebieden in het Natuurnetwerk Brabant (NNB) verbinden.
aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde.
activiteiten, zoals bijeenkomsten, voorlichtingen en excursies, gericht op het leren buiten een schoolse omgeving.
visueel afschermende, maskerende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend opgaande (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het gebouwerf van een bedrijf, een woning of een terrein met een andere functie.
het medegebruik van gronden voor routegebonden recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport en kanovaren, alsmede route-ondersteunende voorzieningen zoals picknick-, uitzicht-, rust- en informatieplaatsen, voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten.
bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekt, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
wachthuisjes, installatieruimten, onderhoudsgebouwen en dergelijke.
bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt.
een paardenhouderij waar het accent ligt op het bedrijfsmatig houden en stallen van paarden en pony’s met als nevenfunctie eventueel het fokken en africhten ervan. Voorbeelden zijn: stalhouderijen en paardenpensions.
gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt, waarbij onder "gebouw, bestemd voor menselijk wonen of menselijk verblijf" wordt verstaan: gebouw dat op grond van het omgevingsplan, of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, daarbij inbegrepen gebouwen die op basis van het omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gebouwd mogen worden
industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
een agrarisch bedrijf waarbij de productie, in de vorm van het telen van gewassen, in hoofdzaak in kassen plaatsvindt, en dat als niet- grondgebonden wordt aangemerkt.
een gebouw dat geheel of gedeeltelijk is ingericht voor het bedrijfsmatig verschaffen van recreatief nachtverblijf in groepsverband in permanent daarvoor ingerichte ruimten met gemeenschappelijke voorzieningen, keuken en verblijfruimten.
agrarische bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt.
veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie, waarbij door die veehouderij wordt voldaan aan één van de volgende criteria:
de veebezetting bedraagt niet meer dan 2.75 GVE/hectare, berekend over de grond die blijkens de gecombineerde opgave bij het bedrijf in gebruik is, voor zover gelegen binnen 15 km1van de bedrijfslocatie; en/of
tenminste 75% van de op het bedrijf geproduceerde mest, uitgedrukt in fosfaat, wordt aangewend op grond die blijkens de gecombineerde opgave bij het bedrijf in gebruik is voor gewassen die overwegend voor de eigen bedrijfsvoering worden geteeld, voor zover gelegen binnen 15 km1van de bedrijfslocatie. Een veehouder toont via de jaarlijkse gecombineerde opgave aan dat de veehouderij aan dit criterium voldoet; en/of
tenminste 95% van het ruwvoer (gras en mais), uitgedrukt in fosfaat, wordt gewonnen op grond die blijkens de gecombineerde opgave bij het bedrijf in gebruik is voor gewassen die overwegend voor de eigen bedrijfsvoering worden geteeld, voor zover gelegen binnen 15 km1van de bedrijfslocatie. Daarbij is tenminste 50% van het fosfaat in het rantsoen afkomstig uit ruwvoer (gras en mais). Een veehouder toont via een jaarlijkse rapportage uit BEX aan dat de veehouderij aan dit criterium voldoet; en/of
indien in de veehouderij dieren worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor natuurbeheer.
eenheid waarmee de fosfaatproductie van landbouwhuisdieren wordt uitgedrukt en waarbij 1 GVE overeenkomt met de fosfaatproductie van één melkkoe.
een halfverharding bestaat uit onsamenhangend materiaal dat meer draagkracht levert dan de originele grond. Voorbeelden van verhardingsmaterialen zijn grind, gebroken puin (menggranulaat),gebroken natuursteen of grastegels.
het houden van landbouwhuisdieren, niet zijnde een veehouderij of anderszins in een bedrijfsmatige omvang. Voor de bepaling of er sprake is van een bedrijfsmatige omvang zijn factoren zoals continuïteit, winstoogmerk, hinder, omvang van de dierstapel, huisvesting, commerciële doeleinden, gebruik van de dieren, perceelsgrootte en omgeving bepalend.
veehouderij met uitzondering van nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij.
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is.
het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse met uitzondering van discotheken.
één persoon of meerdere personen die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid en gericht op een duurzaam samen zijn en daarbij een economisch-consumptieve eenheid vormen.
het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een (agrarisch) bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten, voor zover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering.
hydrologisch neutraal bouwen maakt onderdeel uit van waterschapsverordening. Hierin staat dat de aanvrager/initiatiefnemer bij de realisatie van nieuw verhard oppervlak voldoende compenserende maatregelen dient te nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem voldoende robuust blijft.
waarden in verband met een specifieke waterhuishoudkundige situatie in relatie tot een of meer van de volgende omstandigheden:
eveneens aanwezige aardkundige waarden;
eveneens aanwezige waterafhankelijke natuurwaarden;
eveneens aanwezige mogelijkheden voor ontwikkeling van waterafhankelijke natuurwaarden;
daarbij behoren tevens kwantitatieve aspecten (zoals hoge waterstand, stabiel waterpeil, kwelsituatie) en/of kwalitatieve aspecten (voedselarm, onvervuild).
perceel of deel van een perceel dat bedoeld is voor het gebruik industrie;
een open voorziening, zonder bodemverhardingen en gelegen boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand, waarmee tijdelijk opgevangen (schoon) regenwater kan indringen c.q. passief kan infiltreren in de bodem.
ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;
een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander (gewezen) voertuig of gedeelte daarvan, dat geen bouwwerk is waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is, een en ander voor zo ver deze onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
een terrein of een plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen voor recreatief nachtverblijf.
een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dak of dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden.
het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint, waarbij minimaal 6 kinderen worden opgevangen.
een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving.
Alle gebouwen met een woonfunctie (niet verspreid liggende bebouwing) en locaties bestemd voor grote evenementen of voor recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen. Gebouwen zijn ook kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn. Het gaat bijvoorbeeld om: woonfuncties, bijeenkomstfuncties, kantoorfuncties, sportfuncties, scholen voor volwassenen en gezondheidszorg zonder bedgebied.
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
een visueel inrichtingsplan van een perceel voor het op verantwoorde wijze inpassen van gebouwen en andere voorzieningen bestaande uit een ontwerptekening van dat perceel met daarin opgenomen de ligging, soorten en hoeveelheden landschappelijke elementen waarbij wordt aangesloten op het beeldkwaliteitsplan buitengebied.
gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten.
een streekeigen natuur- of landschapsobject dat een waardevolle landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarde heeft, zoals een houtwal of een bomenlaan.
het geheel van waarden in verband met bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, cultuurhistorische, archeologische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang.
de bovenkant van het ter plaatse aanwezige terrein.
de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest.
het op een dusdanige wijze omgaan met de bestaande en gewenste waarden van de bodem, lucht (waaronder fijnstof), water, geur, ecologie en natuur, zodat een verslechtering van deze waarden wordt voorkomen.
Een kleinschalig kampeerterrein als nevenfunctie bij een agrarisch bedrijf, agrarisch verwant bedrijf, recreatiebedrijf of bij een burgerwoning.
perceel of deel van een perceel dat bedoeld is om gewassen te telen voor eigen consumptie;
een samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden.
Een kampeerterrein met een oppervlakte van maximaal 1 hectare dat gelegen is in een aaneengesloten bos- of natuurgebied met een beperkt aantal standplaatsen voor kampeermiddelen.
de waarden die aan een gebied zijn toegekend in verband met het voorkomen van biotische en/of abiotische elementen die bijdragen aan de diversiteit en natuurlijkheid van een gebied.
NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;
NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;
NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;
NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;
NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;
NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;
NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;
NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;
NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;
NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;
NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015;
NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;
NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;
NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;
NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;
NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;
ondergeschikte activiteit, die gezien de relationele aard en geringe omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit.
een bedrijf, niet zijnde een agrarisch bedrijf of agrarisch verwant bedrijf of agrarisch-technisch hulpbedrijf, dat gericht is op de productie, het bewerken en/of het verwerken van goederen en/of het leveren van niet-agrarische diensten.
voorziening ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie.
een functie van een zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft. De ondergeschiktheid van de functie kenmerkt zich door een omvang van maximaal 30% van de hoofdfunctie.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een bouwwerk onder het ter plaatse vastgestelde peil.
voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken.
ondersteunende daghoreca: in aanvulling op het hetgeen gesteld wordt onder sub a, geldt voor daghoreca het volgende: horeca die gericht is op het verstrekken van eenvoudige maaltijden en dranken gedurende de dagperiode van 09:00 uur tot uiterlijk 17:00 uur en daarmee een bijdrage levert aan de exploitatie van de voorziening waarvan zij onderdeel uitmaakt.
detailhandel die ten dienste staat van de hoofdfunctie en die in ruimtelijk opzicht hieraan ondergeschikt is. Het ondersteunend karakter dient van beperkte functionele en ruimtelijke omvang te zijn zodat de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft.
functie die ten dienste staat van de hoofdfunctie en die in ruimtelijk opzicht hieraan ondergeschikt is. Het ondersteunende karakter dient van beperkte functionele en ruimtelijke omvang te zijn zodat de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft.
horeca die ten dienste staat van de hoofdfunctie en die in ruimtelijk opzicht hieraan ondergeschikt is. Het ondersteunend karakter dient van beperkte functionele en ruimtelijke omvang te zijn zodat de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft. Daar waar ondersteunende horeca is toegestaan, zijn feesten, partijen en vergaderingen niet toegestaan.
een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
een overdekte open ruimte, waarvan de begrenzingen worden gevormd door bestaande gebouwen of door vrijstaande ondersteuningen, en die niet wordt aangemerkt als een gebouw.
niet-overdekte piste, doorgaans voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem waar naast training en africhting van het paard eveneens toetsing van prestaties van de combinatie paard en ruiter in diverse disciplines kan plaatsvinden.
detailhandel van goederen vanuit het bedrijf dat die goederen vervaardigt, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandel een nevenfunctie is van dat bedrijf.
een vorm van een agrarisch bedrijf waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten, trainen en verhandelen van paarden. Voorbeelden zijn fokkerijen, stoeterijen en paardenmelkerijen.
voor het projectgebied de Kempen geldende onderzoeksprotocol, versie juni 2019;
activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie en het bedrijfsmatig verstrekken van dag- en/of verblijfsrecreatie.
een bedrijf dat overwegend gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van verblijfsrecreatie in de vorm van een groepsaccommodatie, vakantiehuisjes, een kampeerterrein en/of kleinschalig kamperen, daaronder begrepen ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel.
een gebouw dat bestemd is voor recreatief woonverblijf, niet zijnde permanente bewoning en dat gedurende het hele jaar wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden door wisselende personen.
de feitelijke en planologische legale situatie ten tijde van de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan getiteld "Buitengebied Someren - Deelgebied 5".
een kleinschalige horecavoorziening, niet zijnde een café of restaurant, waar vanuit de bestaande bebouwing dranken en etenswaren worden verstrekt aan passanten, zoals een theehuis.
kwaliteit van een gebied die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde.
een bouwwerk dat aan dieren de gelegenheid biedt te schuilen tegen weersinvloeden, waarbij de dieren vrij in en uit kunnen lopen. Binnen de schuilgelegenheid en de direct aangrenzende gronden is geen bedrijfsmatige inrichting aanwezig en/of toegestaan.
perceel of deel van een perceel waar geen gewassen worden of zullen worden geteeld voor eigen consumptie en waar geen beweiding van landbouwhuisdieren plaatsvindt;
Stichting Normering Flexwonen.
een wagen (niet uitklapbaar) gebouwd, ingericht en bestemd om te kamperen, welke volgens de bepalingen van de wegenverkeerswetgeving niet over de openbare weg achter een auto mag worden voortbewogen en die bedoeld is voor gebruik op een vaste standplaats.
gebied waarbinnen het oprichten van een dierenverblijf voor een hokdierhouderij is gekoppeld aan de sanering van een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij met als doel de regionale concentratie van vee te regulieren en verdere leegstand te voorkomen.
opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke.
ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf of -bedrijfstak, boom- of vaste plantenteeltbedrijf of - bedrijfstak en die gebruikt worden om de teeltomstandigheden c.q. bedrijfsvoering te optimaliseren.
een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van de horeca waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of verstrekt.
afscheiding, inclusief doorgangen en poorten, van een erf en/of gedeelte van een erf (terrein), onder meer bedoeld voor het binnen het terrein houden van dieren, het afscheiden van verschillende functies of het markeren van een erf.
een klein gebouw zonder eigen sanitaire voorzieningen bestemd voor verblijfsrecreatie.
een beplante, veelal afgesloten ruimte, grenzend aan een hoofdgebouw dat in verschillende vormen voorkomt, zoals siertuinen met gazon, moestuinen met groente- en fruitplanten, bloemenperken en hagen. Verhardingen zijn niet toegestaan.
bebouwing van halfvrijstaande hoofdgebouwen.
agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren.
een gebouw dat wordt gebruikt voor de opslag van agrarische grondstoffen, agrarische producten en/of agrarische werktuigen voor het gebruik, beheer en onderhoud van de direct aangrenzende agrarische gronden, dat planologisch, feitelijk en functioneel niet aan een naastgelegen bouwperceel verbonden is. Binnen de veldschuur en de direct aangrenzende gronden is geen bedrijfsmatige inrichting aanwezig en/of toegestaan.
een activiteit die overwegend gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van recreatie met een overnachting ter plaatse.
bebouwing ten behoeve van verschillende voorzieningen ten dienste van verblijfsrecreatie, zoals een receptie, restaurant, winkel, zwembad, sanitairgebouwen, service- en onderhoudsgebouwen, sportvoorzieningen en speelvoorzieningen.
Een kampeerterrein ten behoeve van de eigen doeleinden van een vereniging of organisatie met sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke doeleinden.
de oppervlakte van het geheel van bouwwerken, verhardingen en hoge of lage permanente teeltondersteunende voorzieningen op een gebouwerf.
voorziening ten behoeve van de opvang, verzorging en revalidatie van vogels en in ondergeschikte mate van zoogdieren met uitzondering van huisdieren.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestemd voor het hobbymatig houden van kleine dieren, zoals siervogels, hamsterachtigen, cavia’s, knaagdieren en duiven.
een agrarisch bedrijf dat de arbeidsomvang heeft van één volledige arbeidskracht, met een daarbij passende arbeidsomvang en een daaruit te verwachten redelijk inkomen, waarvan de continuïteit ook op langere termijn in voldoende mate is verzekerd zowel in bedrijfseconomisch opzicht als op milieuhygiënisch verantwoorde wijze.
de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die:
besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.
Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc.
het verblijven van een huishouden in een (bedrijfs)woning of woning met voormalige functionele binding.
het door een van de bewoners aan huis uitoefenen van een bedrijfsmatige activiteit met maximaal milieucategorie 2 zoals bepaald op basis van de Brochure bedrijven en milieuzonering, niet zijnde detailhandel of erotische dienstverlening, die door zijn beperkte omvang en beperkte ruimtelijke uitstraling met behoud van de woonfunctie in een woning met de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend. Hieronder wordt ook verstaan het uitoefenen van een bedrijf waarbij de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten in hoofdzaak elders op locatie plaatsvinden en waarbij thuis meer dan de regulier toegestane oppervlakte bijgebouwen van 100 m² tot 150 m² wordt gebruikt voor stalling en opslag ten behoeve van de bedrijfsvoeringen.
één complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
een te verplaatsen/verwijderen bouwwerk bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van woon-, dag- of nachtverblijf van één of meer personen.
Gebouwen voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Het gaat om de volgende gebouwen: woonfuncties voor 24-uurszorg, basisscholen, scholen voor minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperkingen, dagverblijf voor personen met een lichamelijke of geestelijke beperkingen, gezondheidszorg met bedgebied (ziekenhuizen en verpleeghuizen), kinderopvang en gevangenissen.
bewoning met een eigen toegang waarbij de noodzakelijke voorzieningen (keuken, douche en toilet) niet gedeeld hoeven te worden met andere bewoners.
restproduct van de thermische zinkertsverwerkende bedrijven of voormalige thermische zinkertsverwerkende bedrijven in de Nederlandse en Belgische Kempen.
een appartement gelieerd aan de zorginstelling, uitsluitend bestemd voor bewoners van deze zorginstelling die daar wonen.
een veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Gereserveerd
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_1cd70bf426c34220b6d0a41a2795e016/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_ce6ad98bc88241ec91a8350ca84f3944/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_a5bb58c9cfbe48d9b6225669b25e5e5e/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_a5bb58c9cfbe48d9b6225669b25e5e5e/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_d3c24ae5b5404fcc977112eaeb536b2d/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_60936b72b707447b83ec19b51584f1aa/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_60936b72b707447b83ec19b51584f1aa/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_605c62d0de9f4daa888c9d076b53c033/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_cfd7dbb037ca4c8da2391cc135d21c5e/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_cfd7dbb037ca4c8da2391cc135d21c5e/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_3c889a991edd4aa69d0de956a1d02d05/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_3c889a991edd4aa69d0de956a1d02d05/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_8f54d0033eb04a63ab3911a1e5ff86e5/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_c990aaeb056d41bc9370ac4462b4787f/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_9bfe7b0ecd424a339aeab5c2316a1317/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_f02fd69621bf460e915644fbc61196d6/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_d281cf98c799416b906af6cf52ecf5a6/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_d281cf98c799416b906af6cf52ecf5a6/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_e1e0b221179c4149a2c6c3110419f231/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_ec177da84b9e430ca392d8978369bc28/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_ef8d8020db6d4987a8fd4df19b2d2c13/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_d8b24c2258ac483a9a654dab615fd1eb/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_9132c45453ec4c4a9218e055ced65373/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_6bef3252a53b4d2e96dec97eaf11da13/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_dd0fa753cb45416fafd47d9974cec966/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_a061c336d4854ff188ac12b5ca10daae/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_e4a66d3a13624cb692603bf6a03bdabf/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_fcb5506e864c41d28468b15c6bc26566/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_43133624ebae4492988a68bf613bb2a9/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_43133624ebae4492988a68bf613bb2a9/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_3f527e73f27d4090b4f451db06897da4/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_4c0a2c1508544fe69dcb57810f344c43/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_4c0a2c1508544fe69dcb57810f344c43/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_18bf0fc532e448a396932b070155f18f/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_115b2eb98e2745e69c859ba1b7bf3c3b/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_df189df76057442c83202a7a7ac02713/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_d72321c91435485da62ddc8645204f0d/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_1e5c031955464d80b2cc382531bf25b1/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_1e5c031955464d80b2cc382531bf25b1/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_6447f492f17b4602b53961c552eca9cd/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_a27c4783a05743c4b4ab708822e0e508/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_a27c4783a05743c4b4ab708822e0e508/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_a84606bf4fee488a88b4710cab884761/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_c2dc71ba28b74e6eb87e5a23172e1448/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_77f7d1927c79492698c359cfec3846ee/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_2b3427f9a0294c32b6cb30da21ed761e/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_e59648317d544fff850c8f77fdbf69a9/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_32cb08f7851940a3a91f4893325ddace/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_f7676d11775e4dffa26bf576b83223ed/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_9ead2fc4aab84543bd5a8f6857beada7/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_5a5d41bce1d54e41a6643198a79264db/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_281fe9f8b4d843bc99dbc957e974adb9/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2024/Bijlage_60_Sloopverplichting_Houtbroekstraat_9/nld@2025‑09‑25;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/Bijlage_2_Landschappelijk_inpassingsplan_Berkeindje_9/nld@2026‑03‑20;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/Bijlage_3_Landschappelijk_inpassingsplan_Boomen_13/nld@2026‑03‑20;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/Bijlage_4_Landschappelijk_inpassingsplan_Bulterweg_7/nld@2026‑03‑20;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/Bijlage_9_Landschappelijk_inpassingsplan_Heesterdijk_2/nld@2026‑03‑20;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/Bijlage_15_Landschappelijk_inpassingsplan_Heieind_12/nld@2026‑03‑20;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/Bijlage_18_Landschappelijk_inpassingsplan_Hogeweg_54/nld@2026‑03‑20;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/Bijlage_21_Landschappelijk_inpassingsplan_Hoolstraat_6/nld@2026‑03‑20;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/Bijlage_42_Landschappelijk_inpassingsplan_Moorsel_1/nld@2026‑03‑20;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/Bijlage_43_Landschappelijk_inpassingsplan_Moorsel_3_3A/nld@2026‑03‑20;1
/join/id/regdata/gm0847/2026/Bijlage_44_Landschappelijk_inpassingsplan_Moorsel_7/nld@2026‑03‑20;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/Bijlage_45_Landschappelijk_inpassingsplan_Otterdijk_8/nld@2026‑03‑20;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/Bijlage_61_Landschappelijk_Varendonkweg_14/nld@2026‑03‑20;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_6595217745914a4cb69ae4b437052831/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_3ed13d3ad81a4fb5b93eead577341ea1/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_fb365403167f4aebb8c6ece8b2809e50/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_c60fd00a2ac24b4da55590747ecdd7ce/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_c60fd00a2ac24b4da55590747ecdd7ce/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_0244e7956a9046dca34b830f93c59080/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_d9ad82b8010847989cb36bcb054b11e2/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_3102957601634bdfbbfd160e8a6ec340/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_ad6d0a41220c418993460492ad3d7244/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_6fc723415cea47c8a630f5344a075c17/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_66ff6c7727354ed3b9cc972fc03a36c4/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_66ff6c7727354ed3b9cc972fc03a36c4/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_0dcd37d14a244fb09ca3bef0b5076a2a/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_bbe8385d7e4a4af8953ed0f06b64f9b6/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_bbe8385d7e4a4af8953ed0f06b64f9b6/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_dc5aa45b6c7a4cb2963ff1ca02f9a3fa/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_9e2f0985fe474c9d96dc8e4741d46489/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_0453df7e7afc46e39b4eb90227cb820c/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_d125f61e57514a1a9ce003e014de5934/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_79ab090e02954d6d8f2e27a2bb76b4f4/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_79ab090e02954d6d8f2e27a2bb76b4f4/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_1b730c88e0ba4d51b05f4497994c407e/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_08f2ed0d94414a4694bdecdb40d47bc7/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_ab18e33540bb4d869595736b553d2ef8/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_ab18e33540bb4d869595736b553d2ef8/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_ce3fb7f909f148c2870fe70cd9aeeea0/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_4bde86944d4d428caf75bfc61a2bd772/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_81374eb122194813aa0ef6d8015a2c74/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_52e61cfd33864b9fb3e99385f24b3418/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_aa8be983df1f423db99b91085f2e8caa/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_dd64ab2f1cd94f7885d65247fba60284/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_d570e8e4bf38400e9543477037fa4e1d/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_f4c630b7c0614fb0914adca7f3bc4b3b/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_8ac7e31326184c2a86f4e2e6a40ff0a1/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_6a0f16a6f1ec40abba0beec4481b37e7/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_9ba78b756d7241838eca2f18dfa72a74/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_3273b82c484745c683dd58741f8bdeb3/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_158d1b5c0e6e4395a8a19fc8163f318d/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_0978a0bac9d643b4a53a8844434ec4d2/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_0978a0bac9d643b4a53a8844434ec4d2/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_269032f90615449fb0bb1696361dc91a/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_2a566b74f2c44deca3771f1c05e2c551/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_2a566b74f2c44deca3771f1c05e2c551/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_4122ad6850ad47b7b2348003952c6b1b/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_a018cab97ede46e6b36edcc42db11af7/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_a2f8df380db545429f9fa99a230701eb/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_b919bd9d81d342828150ed83a9907215/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_2e1d5736d3334bbca469eeadf5ea2c90/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_40958fdfc20c41d18aca1cc5543de97f/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_40958fdfc20c41d18aca1cc5543de97f/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2026/norm_34d0081366c9487eb4539e60bafc0296/nld@2026‑03‑19;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_2c244f95c1834b019d561f3c16b30cb6/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_2c244f95c1834b019d561f3c16b30cb6/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_64a8e21a512b4c179eb5c9462abcf58a/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_e803388587444c3c9b18a898c16b7ddf/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_37f78f7e2dc94fc1bdeedeedb01e6e7b/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2026/norm_a30bf035d3e74c68b963db9971179b1f/nld@2026‑03‑19;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_b772c3c221af473e8d198f698022310c/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_b772c3c221af473e8d198f698022310c/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_fdf7299c1bd54b299c3c9a9b03dadf2a/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_d072bbd4458848709623fc00348e7842/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_ff6044b626204c9e9d689cabbcd9496f/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_3c5a84b04618416ba4d6d77bc58021a5/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_6c37ff7e3975416bbf2a718c6f042044/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_f5958cb2fbd141c8960b1a075f837eb0/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/norm_24ba21d42e724b0a9c290a067e16dd1c/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_de641550cc2a4789b2d71763d9b0141a/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_f9827ac228a44c7086acfb86ad360301/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_61567f44508449eb80ecbdcf5453cad1/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_9155773dc22c49f08b39d25c5f4a5cc3/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_590198a59c2544feab30bf8aa10a1103/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_6ad26a42c37f410fb878da941b154a43/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_9618a7eef5624d6f8ab2f1f5f75c64d8/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_d25cf795abaa4765abe6b16b045d205e/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_e078b035ccd540c49d2065de7baeb7ea/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_025c4d89977549f4856e70c1d0aff3dd/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_5f07937194484ec79827825c97af984b/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_c0bddfeb4bc748988b9b799c0436e015/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_01312cf65dbe480db47adb388e346fa5/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_4a5782af969e4f49af31c278ab5bf1dc/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_051404967861436fb85cbb1eb08820f6/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_98d3318dff9f49af95b4146383953087/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_554a04dd898c43b4b6ef33db927f9c05/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_b0eb024463ff41e4b12531539f73a171/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_0c9ede4029b046e6b4d410ac1da90f79/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_85be6060fc824c7b869de7f73b01783a/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_8fe05b6e5b594a55bc46b50a74d93878/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_f2150377a90749f586dbca3a8bfa1a39/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_3009486678a94932bc0a22975350919b/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_f1f20030931b42cfb65a8b7f8d97d1b7/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_db23d130571545d385ffdb4a38e64981/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_ae5316278b48494a97e8170f177c27a0/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_ae5316278b48494a97e8170f177c27a0/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_847a6a613f494e56a0268715c84a7e6f/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_26fb0e595404418383bca115874e3728/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_a2185dd54a1b4353856aa8398ee75839/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_ba7a49c9cccd4ab58fa5eb333e97e172/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_d48dd684f61f4646a370d304bc685c9f/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_114a88b4b4c147d794fa2df1b2d4bb4a/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_20e23bf106fe4b3192d577b3e9d51f3d/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_8bb8aee5361b47809070663257d5e958/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_c19a3865dd1e4dc0a81bf43d5108d820/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_0894306a022a4b98a418595a094b91bb/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_c73893cde08446d683ca53c908b014bc/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_ccb2c9510dfb458e8d466d50232f8a9a/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_44d758cd1df34d89aaa9513ae6204146/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_6db5d80424f3447098b5b32935a90a1f/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_6db5d80424f3447098b5b32935a90a1f/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_4d9172b94c084057afaef82410625410/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_a936291184104e089e134a5b29ff4a45/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_5676f68cce9d4bc8a5922c3a7e860074/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_82b3fc64705b4b3481b7b28d97cadb15/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_2c5f3ee0ab5d43709fea4ca5ab5fd018/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_a225df90f9a44c0ca191a26d50ad7113/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_9d8fa1d7c0e0404aa03a1b768e72ef7d/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_3c8384a13d01436186152a10875cde41/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_a982a18d86724b448101317efd4d497a/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_1fe3a41ec98344ce9ca88d0c14188e7f/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_b57e3b1de3364ef9a258e379e75cb4e6/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_d465410fa18246a1b91791986de2048a/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_7ea6aee52fec4c27a57c47a26069e599/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_0df45f5a09d44267957c53758352f535/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_ddbdec49577449e1b767b0b86dce1841/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_1832b7e53ca64c59868f5dc811621da7/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_1a1d72eed3844222ae72032765788845/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_1a1d72eed3844222ae72032765788845/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_4ac1b7dc87fb48a7b1716c392360100d/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_4ac1b7dc87fb48a7b1716c392360100d/nld@2026‑03‑20;2
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_3eb62d80c81147e4b953801e840c8aa5/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_25601bddeab84f43938a606129937337/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_9ddf78e8802c4775abfb1493c00a82e8/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_be59ea91fb9c4262a87e8fc47a0ed138/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_95a68948c1944e79a0bc224f0a2a7724/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/gebiedsaanwijzing_6efa77b41ca0491c9dd8f3bef0f617dd/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_8447738fb39e400c8fd224df463a9872/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_2047d14d46f54529a852a466f0ba0a04/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_f85d46cef98c4688bf7070a15ae72c5c/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_0f9ea0b1d38646cea0135db07c86aab8/nld@2025‑09‑12;1
/join/id/regdata/gm0847/2025/locatiegroep_f9862a001b4b47f7825027cd6cd65449/nld@2025‑09‑12;1
AAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Algemene Toelichting wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 heeft de gemeente Someren één omgevingsplan van rechtswege. Dit omgevingsplan bestaat onder andere uit de oude bestemmingsplannen, verschillende lokale verordeningen en de bruidsschat. Dit “tijdelijke deel” van het omgevingsplan moet omgezet worden naar regels in het nieuwe deel. In 2032 moet het nieuwe omgevingsplan volledig opgebouwd zijn. De periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2031 is de transitieperiode waarin stukje bij beetje het uiteindelijke allesomvattende omgevingsplan vorm gaat krijgen en het tijdelijke deel verdwijnt.
De bruidsschat is een bijzonder deel van het omgevingsplan. Een aantal regels op rijksniveau zijn vervallen na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze regels zijn onder de bevoegdheid van de gemeente komen te vallen. Om de gemeente de tijd te geven voor deze onderwerpen zelf regels op te stellen, heeft elke gemeente in Nederland vanuit het Rijk een set regels gekregen die de bruidsschat worden genoemd. In deze bruidsschat zaten nog een aantal onduidelijkheden en gaten. Hiervoor is de Vangnetregeling vastgesteld, ook deze regels zijn daarmee direct geldend.
Ook gelden er enkele voorbeschermingsregels. Dit zijn de voorbeschermingsregels hyperscale datacentra vanuit het Rijk en de voorbeschermingsregels vanuit de provincie Noord-Brabant. De voorbeschermingsregels vanuit het Rijk verbieden het oprichten van een hyperscale datacentra. De voorbeschermingsregels vanuit de provincie hebben betrekking op grondwaterverontreiniging, veehouderijen en grootschalige logistiek. Deze voorrangsbepalingen gaan vooralsnog voor op de regels uit het omgevingsplan wanneer deze tegenstrijdig zijn.
Een van de eerste keuzes bij het opstellen van het omgevingsplan is de structuur van het omgevingsplan. De structuur van het omgevingsplan voor de gemeente Someren sluit in basis aan bij het casco van de VNG. Op onderdelen wijkt het plan af van het casco voor een betere leesbaarheid of zodat deze beter aansluit bij de Somerense regels. Dit omgevingsplan vormt de basis voor het uiteindelijke omgevingsplan. De structuur, hoofdstukken, activiteiten, normen, aanwijzingen et cetera worden op zo’n manier gevuld dat deze stap voor stap verder aangevuld kunnen worden zonder aan de basis te hoeven sleutelen. Sommige onderdelen zijn al wel in de structuur opgenomen, maar worden pas op een later moment gevuld. Als dat het geval is, staat bij dit onderdeel “gereserveerd”. Zo is dit onderdeel al op een logische wijze in de structuur ingepast, zonder dat we hiermee al inhoudelijk aan de slag gaan. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn, omdat een bepaald gebiedstype nog niet voorkomt in het deel van het omgevingsplan dat gewijzigd wordt.
Het omgevingsplan bevat uiteindelijk algemene regels geldend voor de gehele gemeente, maar blijft ook ruimte bieden voor lokaal maatwerk. Het omgevingsplan redeneert vanuit activiteiten die kunnen plaatsvinden in de fysieke leefomgeving. Er is gekozen om te werken met het insluiten van activiteiten. In artikel 6.3 is dit nadrukkelijk opgenomen, activiteiten die niet zijn benoemd in dit omgevingsplan zijn niet toegestaan. Dit houdt in dat activiteiten alleen zijn toegestaan als ze expliciet worden benoemd in dit omgevingsplan. Alle activiteiten die niet genoemd worden in de regeling zijn niet toegestaan. Wel kan het mogelijk zijn om deze activiteiten buitenplans te vergunnen als BOPA, Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit, dan wel door het omgevingsplan te wijzigen. Dit is vergelijkbaar met hoe het voorheen in het bestemmingsplan geregeld was. Een andere optie is uitsluiten, waarbij alles wordt toegestaan wat niet uitgesloten is. Vanwege het risico van het vergeten uit te sluiten van een activiteit, is niet voor deze werkwijze gekozen. Met insluiten houdt de gemeente de regie over welke activiteiten wel en niet gewenst zijn en kan daarmee gericht sturen op de ruimtelijke invulling en kwaliteit. Ongewenste ontwikkelingen, ook ontwikkelingen waar we nu nog niet bij stil staan, worden voorkomen.
Voor sommige specifieke zaken is wel een algemeen verbod opgenomen, in deze gevallen wordt extra benadrukt dat het uitvoeren van een bepaalde activiteit op die locatie niet de bedoeling is. Het gaat dan bijvoorbeeld om kwetsbare gebieden die we nadrukkelijk willen beschermen. Ook zit in de regeling voor vergunningplichten die zijn opgenomen in het omgevingsplan een verbod. Dit heeft te maken met de opbouw van de regeling. Daarmee wordt een activiteit eerst verboden en vervolgens aangegeven onder welke voorwaarden wel een vergunning voor de desbetreffende activiteit kan worden verleend.
De activiteiten in het omgevingsplan zijn gekoppeld aan een bepaald gebied, daarmee wordt geregeld dat sommige activiteiten op de ene locatie wel zijn toegestaan en op een andere locatie niet. Dit gebied kan heel uitgebreid zijn en bijvoorbeeld de hele gemeente betreffen, maar het gebied kan ook beperkt zijn tot één woning. Afhankelijk van de toepassing van de regel wordt beoordeeld bij welk gebied dit passend is. De activiteiten die zijn toegestaan worden dan ook alleen getoond op het moment dat die regeling aan de locatie is gekoppeld die aangegeven wordt.
In principe gelden alle regelingen voor activiteiten in het omgevingsplan naast elkaar, zonder onderlinge verbondenheid. De uitzondering hierop vormen de voorrangsbepalingen in het omgevingsplan. Een daarvan is de voorrangsbepaling bouwen. In dit omgevingsplan is de bruidsschat nog niet verwerkt in de regeling, deze staat nog apart in hoofdstuk 22. Het onderdeel vergunningvrij bouwen dat geland is in de bruidsschat gaat voor op de overige bouwregels in de eigenlijke regeling van het omgevingsplan. Met deze regeling houden we de mogelijkheid voor vergunningvrij bouwen in stand. Tevens is met een voorrangsbepaling bepaald dat de begripsomschrijvingen in het omgevingsplan leidend zijn.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In hoofdstuk 1 zijn de algemene bepalingen opgenomen. Hier wordt verwezen naar de van toepassing zijnde begripsbepalingen. Ook wordt aangegeven welke begrippen in welke situaties voorrang hebben nu er nog sprake is van een tijdelijk en nieuw deel van het omgevingsplan.
Hoofdstuk 2 Doelen en omgevingswaarden
In dit hoofdstuk zijn de doelen van de gemeente voor het gemeentelijke grondgebied opgenomen. Deze komen enerzijds uit de omgevingswet zelf, anderzijds uit de Omgevingsvisie gemeente Someren. Omgevingswaarden worden op een later moment ingevuld.
Hoofdstuk 3 Programma's - gereserveerd
Dit hoofdstuk is gereserveerd. Zodra er besloten is over een programma binnen de gemeente Someren wordt dit hoofdstuk gevuld.
Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving
In hoofdstuk 4 worden er verschillende gebieden aangewezen. Het gaat dan om drie soorten gebieden:
Afdeling 4.1 Gebiedstypen:
Hierin staan de gebiedstypen die voorkomen in de gemeente. Voor nu zijn dat Natuurgebied, Landelijke kern (gereserveerd) en Landelijk gebied. Deze worden later aangevuld. De gebiedstypen overstijgen de functies die in het gebied voorkomen en geven aan over wat voor soort gebied het gaat. Hier zijn nu nog geen regels aan gekoppeld;
Deze zijn in de artikelsgewijze toelichting verder toegelicht voor zover het gebied nu voorkomt in het nieuwe deel van het omgevingsplan.
Afdeling 4.2 Beperkingengebieden:
Afdeling 4.3 Thematische gebiedsaanwijzingen:
In de regels wordt tevens aangegeven welke functies, oogmerken, doelen en/of algemene regels in de betreffende gebieden van toepassing zijn. Het gaat dan nog niet om regels voor activiteiten die al dan niet een gebied zijn toegestaan, maar om aan te geven welke doelen er specifiek in die gebieden nog meer gelden, welke algemene of specifieke regels er sowieso van toepassing zijn en welke regels er eventueel voor activiteiten gelden.
Hoofdstuk 5 Functies
In hoofdstuk 5 zijn de verschillende functies opgenomen die in het omgevingsplan op zijn genomen. Een functie in het omgevingsplan geeft aan waar een locatie of gebied primair voor bedoeld is. Het gaat om het beoogde gebruik van gronden, bouwwerken en andere fysieke elementen in de leefomgeving. De functie bepaalt welke activiteiten zijn toegestaan op een bepaalde locatie. De Omgevingswet biedt de flexibiliteit om meerdere functies op een locatie toe te staan, vooralsnog is dat niet toegepast.
Voor elke functie worden de volgende zaken beschreven:
Hoofdstuk 6 Activiteiten
In dit hoofdstuk staan alle activiteiten die zijn toegestaan in het omgevingsplan. De activiteiten zijn ingedeeld in verschillende hoofdcategorieën:
Afdeling 6.1 Algemene bepalingen
Afdeling 6.2 Waarden bij activiteiten
Afdeling 6.3 Aanlegactiviteiten
Afdeling 6.4 Bouwactiviteiten
Afdeling 6.5 Gebruiksactiviteiten
Afdeling 6.6 Milieubelastende activiteiten
Afdeling 6.7 Sloopactiviteiten
Afdeling 6.8 Overige activiteiten
Per activiteit zijn uitgewerkt welke regels daarop van toepassing zijn en of er bijvoorbeeld een vergunningplicht geldt of dat iets toestemmingsvrij is (onder voorwaarden). De volgende opbouw is daarbij gebruikt, waarbij het niet altijd noodzakelijk is dat alle onderdelen terugkomen:
Toepassing van de regels uit deze paragraaf;
Algemene regels die gelden voor de activiteit;
Aanwijzing vergunningplicht / meldingsplicht / informatieplicht;
Uitzondering vergunningplicht / meldingsplicht / informatieplicht;
Beoordelingsregels van een aanvraag omgevingsvergunning;
Advisering over de aanvraag aan het bevoegd gezag;
Maatwerkvoorschriften die het bevoegd gezag kan opnemen in de omgevingsvergunning.
Hoofdstuk 7 tot en met Hoofdstuk 11
Deze hoofdstukken staan nog op gereserveerd. Deze zullen in de toekomst verder gevuld worden.
Achtereenvolgens zijn de volgende hoofdstukken opgenomen:
Hoofdstuk 7. Beheer en onderhoud
Hoofdstuk 8. Financiële bepalingen
Hoofdstuk 9. Procesregels
Hoofdstuk 10. Handhaving
Hoofdstuk 11. Monitoring
Hoofdstuk 12
In dit hoofdstuk staat het algemene overgangsrecht geregeld. De Omgevingswet geeft de gemeente meer vrijheid in het bepalen van overgangsrecht. Zo is het niet verplicht dit op te nemen en kan er ook specifiek overgangsrecht voor een bepaalde situatie worden opgenomen. Vooralsnog is aangesloten bij het overgangsrecht zoals voorheen ook in de bestemmingsplannen gold.
Hoofdstuk 13 tot en met Hoofdstuk 21
Deze hoofdstukken zijn nog niet gevuld, maar zullen mogelijk op een later moment regels gaan bevatten.
Hoofdstuk 22 Activiteiten uit de bruidsschat
In hoofdstuk 22 is de bruidsschat opgenomen. Dit zijn de regels die de gemeente van het Rijk gekregen heeft bij de invoering van de Omgevingswet. Deze regels zijn eerder technisch in beheer genomen.
De bruidsschat is opgebouwd uit enkele afdelingen die soms overlappen met de regeling in eerdere hoofdstukken:
Afdeling 22.1 Algemene regels voor activiteiten
Afdeling 22.2 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen
Afdeling 22.3 Milieubelastende activiteiten
Afdeling 22.4 Aanleggen of wijzigen van (spoor)wegen zonder geluidsproductieplafonds
Afdeling 22.5 Overige activiteiten
De bruidsschat geldt voor het gehele gemeentelijke grondgebied.
De eerste inhoudelijke wijziging van het Omgevingsplan gemeente Someren heeft betrekking op Deelgebied 5. Dit is een gedeelte van het buitengebied van de gemeente Someren tussen de A67 en de Provincialeweg. De regels die worden opgenomen in dit eerste omgevingsplan zijn inhoudelijk gebaseerd op de regels zoals opgenomen in eerder geconsolideerde plannen voor het buitengebied, bijvoorbeeld bestemmingsplan “Buitengebied Someren – Deelgebied 4”. Het streven voor nu is om een beleidsneutraal omgevingsplan op te stellen. Dit betekent dat de geldende regels bij de eerste wijzigingen zoveel mogelijk in stand worden gehouden. Ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan voor veel locaties, “Buitengebied 2011”, betekent dat wel wat wijzigingen zoals ook bij de voorgaande plannen in het buitengebied het geval is geweest.
Om tot één allesomvattend omgevingsplan te komen, zijn er nog een hoop wijzigingen nodig. We onderscheiden daarin verschillende onderdelen die hieronder verder worden toegelicht. Door het omgevingsplan per gebied en/of thema te wijzigen wordt de regeling steeds verder uitgebreid, totdat deze betrekking heeft op het volledige ambtsgebied van de gemeente Someren en alle regels bevat die gaan over de fysieke leefomgeving. De focus zal in eerste instantie liggen op het creëren van een goede basisregeling voor alle verschillende soorten gebieden, functies en activiteiten die in de gemeente voorkomen. We evalueren tussentijds waar de volgende prioriteit ligt om te bepalen welke wijziging volgt of welke wijzigingen eventueel parallel kunnen lopen. Dit betekent dat het voorliggende omgevingsplan nog niet compleet is. Bepaalde thema’s, ambities van de gemeente, verordeningen, regels vanuit andere overheden, beleidsstukken et cetera worden gaandeweg verwerkt in het omgevingsplan. We onderscheiden hierin verschillende sporen aan de hand waarvan de regels worden aangevuld. Deze sporen zijn in de uitvoering niet per se gescheiden, wijzigingen van het omgevingsplan kunnen over verschillende sporen gaan.
Spoor 1: basisregels
Dit betreft de omzetting van het tijdelijk omgevingsplan naar het definitieve omgevingsplan. Het gaat hierbij om het verwerken van de bestaande bestemmingsplannen tot een nieuwe regelset voor de gehele gemeente. Op de langere termijn zal er daarnaast waarschijnlijk jurisprudentie komen die vraagt om wijzigingen in de opzet van de regels in het omgevingsplan.
Spoor 2: thema’s
Dit zijn alle thematische wijzigingen. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving. Dit zijn een stuk meer regels dan voorheen in het bestemmingsplan zaten. Zo moeten bijvoorbeeld regels voor geur en bodem, maar ook voor gezondheid in het omgevingsplan een plekje krijgen. Ook het omzetten van de bruidsschat, het verwerken van nieuw beleid en verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving vallen onder dit traject.
Spoor 3: nieuwe ontwikkelingen
Het volgende deel zijn de nieuwe ontwikkelingen. In de tijd dat er wordt gewerkt aan het opstellen van het omgevingsplan, staat de wereld natuurlijk niet stil. Er zijn meerdere trajecten die uiteindelijk allemaal moeten landen in het omgevingsplan. Initiatiefnemers kunnen een BOPA (Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit)aanvragen, waarna er 5 jaar de tijd is om deze BOPA’s te verwerken in het omgevingsplan (na 2032). Daarnaast zullen niet alle initiatieven met een BOPA geregeld kunnen worden en zal het omgevingsplan tussentijds gewijzigd moeten worden voor individuele ontwikkelingen. Ten slotte zijn er natuurlijk de grotere ontwikkelingen vanuit de gemeente zoals een nieuwe woonwijk, bedrijventerrein én het centrumplan die een plekje moeten krijgen in het omgevingsplan.
Spoor 4: Een “echt” omgevingsplan
De focus ligt in eerste instantie op het in orde krijgen van de basis. Uiteindelijk is het natuurlijk van belang dat het omgevingsplan aansluit bij de doelen van de Omgevingswet:
Een inzichtelijker, voorspelbaarder en gebruiksgemakkelijker omgevingsrecht;
Een samenhangende benadering;
Het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte; en
Een versnelde en verbeterde besluitvorming.
Denk hierbij aan het onder de loep nemen van de bestaande regelingen. Kunnen die versimpeld worden? Kan iets vergunningvrij worden gemaakt of met een melding af worden gedaan? Ook kan het gaan om het afstemmen van de gemeentelijke regels op regels van bijvoorbeeld het waterschap op de provincie, zodat alle regelgeving logisch op elkaar aansluit en overzichtelijk is voor de burger.
Deze sporen moeten zoals gezegd niet afzonderlijk van elkaar gezien worden. Het omgevingsplan moet één integraal geheel worden en het verwerken van verschillende thema’s en regelingen zal vaak samenhangen met andere onderdelen van het omgevingsplan. Onderdeel hiervan is ook het verder invullen van de toepasbare regels. Dit houdt in dat de juridische regels uit het omgevingsplan vertaald worden naar begrijpelijke vragen in het omgevingsloket voor initiatiefnemers. Deze vragenbomen maken het voor de initiatiefnemer gemakkelijker om te achterhalen of voor een activiteit een vergunning nodig is of bijvoorbeeld een meldingsplicht geldt. Voor de zogenoemde topactiviteiten, de tien meest voorkomende activiteiten zijn toepasbare regels opgesteld. De rest volgt in een later stadium. Hierbij hoort ook het annoteren, dit is het digitaal leesbaar maken van de regels. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat initiatiefnemers makkelijker de informatie kunnen vinden die zij nodig hebben. Het annoteren en opstellen van de toepasbare regels is onderdeel van de opgave in dit proces naar één allesomvattend en goed functionerend omgevingsplan.
BBBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCCC
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hydrologische waarden zijn waarden in verband met een specifieke waterhuishoudkundige situatie voor daaraan gebonden organismen (planten en dieren), leefgemeenschappen en potenties voor de ontwikkeling daarvan, met daarbij behorende kwantitatieve aspecten (zoals hoge waterstand, stabiel waterpeil) en/of kwalitatieve aspecten (voedselarm, onvervuild), zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. Bij activiteiten moet altijd rekening worden gehouden met de aanwezige waarden en kwaliteiten. Ten behoeve van het behoud van de aanwezige hydrologische waarden is daarom het 'hydrologisch waardevolle gebied' aangewezen.
In paragraaf 4.3.9.3 wordt de aanwijzing van de locatie geregeld, zijn de doelen voor deze locaties opgenomen en zijn specifieke regels opgenomen die voor activiteiten binnen deze locaties gelden, die moeten voorkomen dat de aanwezige waarden worden aangetast.
Het aardkundig hydrologisch waardevol gebied was in het bestemmingsplan reeds beschermd door de specifieke aanduiding 'hydrologisch waardevol gebied'. De regeling in het omgevingsplan komt overeen met de regeling zoals deze was opgenomen in het bestemmingsplan.
DDDDDDDDDDDDDDDDDDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.3.2.5 worden regels gesteld met betrekking tot het aanbrengen van diepwortelende beplanting binnen diverse specifieke gebieden.
Binnen deze gebieden is sprake van de aanwezigheid van buisleidingen en archeologische waarden.
De bijbehorende regels zijn gericht op het behouden van de waarden en het voorkomen van de aantasting of vernietiging van de aanwezige waarden. Door de wortels van deze planten kan schade ontstaan aan de aanwezige leidingen of deze kunnen een belemmering vormen voor de werking daarvan. Ook kan er sprake zijn van een blijvende onevenredige afbreuk van de aanwezige waarden die het plan beoogd te beschermen.
Voor het aanbrengen van diepwortelende beplanting is een omgevingsvergunning nodig. De beoordelingsregels zijn opgenomen in artikel 6.43 6.44.
Indien de activiteiten onder een bepaalde diepte en/of oppervlakte blijven, is geen vergunning nodig. Dit is bepaald in artikel 6.42 6.43. Voor het aanbrengen van diepwortelende beplanting in de nabijheid van een leiding, is altijd een vergunning nodig.
Het bevoegd gezag vraagt, indien een vergunning benodigd is, om schriftelijk advies bij de beheerder of een deskundige partij.
EEEEEEEEEEEEEEEEEEE
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.3.2.6 worden regels gesteld met betrekking tot het vellen of rooien van bomen en andere opgaande beplanting binnen diverse specifieke gebieden.
Binnen deze gebieden is sprake van de aanwezigheid van een waterkering of archeologische en cultuurhistorische waarden.
De bijbehorende regels zijn gericht op het behouden van de waarden en het voorkomen van de aantasting of vernietiging van deze aanwezige waarden. Door het vellen of rooien kan schade ontstaan aan de aanwezige waterkering. Ook kan er sprake zijn van een blijvende onevenredige afbreuk van de aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden die het plan beoogd te beschermen.
Voor het vellen of rooien is een omgevingsvergunning nodig. De beoordelingsregels zijn opgenomen in artikel 6.48 6.49.
Indien de activiteiten binnen archeologisch waardevol gebied onder een bepaalde diepte en/of oppervlakte blijven, is geen vergunning nodig. Dit is bepaald in artikel 6.47 6.48. Voor het vellen of rooien in de nabijheid van een waterkering of vinnen cultuurhistorisch waardevol gebied, is altijd een vergunning nodig.
Het bevoegd gezag vraagt, indien een vergunning benodigd is, om schriftelijk advies bij de beheerder of een deskundige partij.
FFFFFFFFFFFFFFFFFFF
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.3.3.1 worden regels gesteld aan het aanleggen van oppervlakteverhardingen.
Een toename van oppervlakteverhardingen is alleen toegestaan indien het gebruik van de gronden niet in strijd is met de aangewezen functies, er sprake is van hydrologisch neutraal ontwikkelen en het regenwater op eigen terrein wordt opgevangen en verwerkt. Deze voorwaarden vinden hun basis in het Gemeentelijk Rioleringsplan en de Waterschapsverordening.
Voor het aanleggen van oppervlakteverhardingen binnen diverse specifieke gebieden zijn daarnaast aanvullende regels opgenomen.
Een vergunningsplicht geldt voor het aanleggen van oppervlakteverhardingen binnen diverse thematische gebiedsaanwijzingen. Deze is opgenomen in artikel 6.58 6.59, eerste lid. Binnen deze gebieden is sprake van de aanwezigheid van leidingen, dan wel specifieke waarden en kwaliteiten. Het doel van de regeling is het beschermen van de leidingen en de werking daarvan danwel de aanwezige waarden.
Voor gronden met de functie 'agrarisch grondgebruik' is een specifieke regeling met een vergunningsplicht opgenomen conform het vigerende provinciale en gemeentelijke beleid.
GGGGGGGGGGGGGGGGGGG
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
subparagraaf 6.3.4.1 bevat regels voor het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem binnen diverse specifieke gebieden.
Binnen deze gebieden is sprake van de aanwezigheid van buisleidingen, bepaalde natuurwaarden, cultuurhistorische waarden, archeologische waarden of eisen met betrekking tot waterberging.
De bijbehorende regels zijn gericht op het behouden van de waarden en het voorkomen van de aantasting of vernietiging van de aanwezige waarden.
Het graven in de bodem kan bijvoorbeeld schade veroorzaken aan de aanwezige leidingen of een belemmering vormen voor de werking daarvan. Door het graven in de bodem kan er ook sprake zijn van een blijvende onevenredige afbreuk van de aanwezige waarden die het plan beoogd te beschermen. Het ophogen van grond kan zettingen tot gevolg hebben die schade kunnen veroorzaken aan de betreffende leiding of leiden tot een aantasting van bijvoorbeeld de aanwezige archeologische waarden.
Indien sprake is van het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem is een omgevingsvergunning nodig. De beoordelingsregels zijn opgenomen in artikel 6.70 6.71.
Indien de activiteiten onder een bepaalde diepte en/of oppervlakte blijven, is geen vergunning nodig.
Het bevoegd gezag vraagt, indien een vergunning benodigd is, om schriftelijk advies bij het waterschap, de beheerder of een deskundige partij.
HHHHHHHHHHHHHHHHHHH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
subparagraaf 6.3.4.2 bevat regels voor het diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem binnen diverse specifieke gebieden.
Binnen deze gebieden is sprake van de aanwezigheid van buisleidingen, bepaalde natuurwaarden, cultuurhistorische waarden, archeologische waarden of eisen met betrekking tot de vaarweg.
De bijbehorende regels zijn gericht op het behouden van de waarden en het voorkomen van de aantasting of vernietiging van de aanwezige waarden. Het graven in de bodem kan bijvoorbeeld schade veroorzaken aan de aanwezige leidingen of een belemmering vormen voor de werking daarvan. Door het graven in de bodem kan er ook sprake zijn van een blijvende onevenredige afbreuk van de aanwezige waarden die het plan beoogd te beschermen.
Indien sprake is van het uitvoeren van de genoemde ingrepen in de bodem is een omgevingsvergunning nodig. De beoordelingsregels zijn opgenomen in artikel 6.75 6.76.
Indien de activiteiten onder een bepaalde diepte en/of oppervlakte blijven, is geen vergunning nodig. Dit is bepaald in artikel 6.74 6.75.
Het bevoegd gezag vraagt, indien een vergunning benodigd is, om schriftelijk advies bij het waterschap, de beheerder of een deskundige partij.
IIIIIIIIIIIIIIIIIII
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
subparagraaf 6.3.4.3 bevat regels voor het graven, dempen, verdiepen, vergroten, herprofileren van waterlopen, sloten en greppels binnen diverse specifieke gebieden.
Binnen deze gebieden is sprake van de aanwezigheid van buisleidingen, bepaalde natuurwaarden, cultuurhistorische waarden, archeologische waarden of eisen met betrekking tot de vaarweg.
De bijbehorende regels zijn gericht op het behouden van de waarden en het voorkomen van de aantasting of vernietiging van de aanwezige waarden. Het graven in de bodem kan bijvoorbeeld schade veroorzaken aan de aanwezige leidingen of een belemmering vormen voor de werking daarvan. Door het graven in de bodem kan er ook sprake zijn van een blijvende onevenredige afbreuk van de aanwezige waarden die het plan beoogd te beschermen.
Indien sprake is van het uitvoeren van de genoemde ingrepen in de bodem is een omgevingsvergunning nodig. De beoordelingsregels zijn opgenomen in artikel 6.80 6.81.
Indien de activiteiten onder een bepaalde diepte en/of oppervlakte blijven, is geen vergunning nodig. Dit is bepaald in artikel 6.79 6.80.
Het bevoegd gezag vraagt, indien een vergunning benodigd is, om schriftelijk advies bij het waterschap, de beheerder of een deskundige partij.
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
subparagraaf 6.3.4.4 bevat regels voor het aanbrengen van riolering, kabels. leidingen en drainage binnen diverse specifieke gebieden.
Binnen deze gebieden is sprake van de aanwezigheid van buisleidingen, bepaalde natuurwaarden, cultuurhistorische waarden, archeologische waarden of eisen met betrekking tot de vaarweg.
De bijbehorende regels zijn gericht op het behouden van de waarden en het voorkomen van de aantasting of vernietiging van de aanwezige waarden. De grondroeractiviteiten die plaatsvinden bij het aanbrengen van riolering, kabels, leidingen en drainage kunnen bijvoorbeeld schade veroorzaken aan de aanwezige leidingen of een belemmering vormen voor de werking daarvan. Door de grondroeractiviteiten kan er ook sprake zijn van een blijvende onevenredige afbreuk van de aanwezige waarden die het plan beoogd te beschermen.
Indien sprake is van het uitvoeren van de genoemde ingrepen in de bodem is een omgevingsvergunning nodig. De beoordelingsregels zijn opgenomen in artikel 6.86 6.87.
Indien de activiteiten onder een bepaalde diepte en/of oppervlakte blijven, is geen vergunning nodig. Dit is bepaald in artikel 6.85 6.86.
Het bevoegd gezag vraagt, indien een vergunning benodigd is, om schriftelijk advies bij de beheerder of een deskundige partij.
KKKKKKKKKKKKKKKKKKK
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
subparagraaf 6.3.4.5 bevat regels voor het verlagen van de grondwaterstand binnen het aandachtsgebied waterhuishouding.
In artikel 4.101 zijn de doelen van het aandachtsgebied waterhuishouding opgenomen. Dit betreft de bescherming van de waterhuishouding en het voorkomen van negatieve effecten op de hydrologische instandhoudingsdoelstellingen van het Natuur Netwerk Brabant.
Het verlagen van de grondwaterstand kan invloed hebben op deze doelen. De regels in deze subparagraaf zijn gericht op het voorkomen van negatieve effecten.
Indien sprake is van het uitvoeren van het verlagen van de grondwaterstand is een omgevingsvergunning nodig. De beoordelingsregels zijn opgenomen in artikel 6.91 6.92.
Het bevoegd gezag vraagt, indien een vergunning benodigd is, om schriftelijk advies bij het waterschap of een deskundige partij.
LLLLLLLLLLLLLLLLLLL
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
subparagraaf 6.3.4.6 bevat regels voor het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem in de bodem binnen diverse specifieke gebieden.
Binnen deze gebieden is sprake van de aanwezigheid van buisleidingen en archeologische waarden.
De bijbehorende regels zijn gericht op het voorkomen van schade aan de aanwezige leidingen en de goede werking daarvan. Daarnaast zijn de bijbehorende regels gericht op het behouden van de waarden en het voorkomen van de aantasting of vernietiging van de aanwezige waarden.
Indien sprake is van het uitvoeren van de genoemde werkzaamheden in de bodem is een omgevingsvergunning nodig. De beoordelingsregels zijn opgenomen in artikel 6.96 6.97.
Indien de activiteiten onder een bepaalde diepte en/of oppervlakte blijven, is geen vergunning nodig. Dit is bepaald in artikel 6.95 6.96.
Het bevoegd gezag vraagt, indien een vergunning benodigd is, om schriftelijk advies bij de beheerder of een deskundige partij.
MMMMMMMMMMMMMMMMMMM
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
subparagraaf 6.3.4.7 bevat regels voor het plaatsen van onroerende objecten binnen de functie 'openbaar gebied' en het beperkingengebied 'buisleiding - gas'.
In artikel 6.99 6.100 is bepaald dat het plaatsen van onroerende objecten op gronden met de functie openbaar gebied zonder vergunning is toegestaan. Onroerende objecten zijn bijvoorbeeld lichtmasten of wegwijzers.
Als de gronden ook binnen het beperkingengebied 'buisleiding - gas' zijn gelegen, moet er wel een vergunning voor worden aangevraagd. De bijbehorende beoordelingsregels zijn gericht op het voorkomen van schade aan de aanwezige leiding en de goede werking daarvan. Het bevoegd gezag vraagt, indien een vergunning benodigd is, om schriftelijk advies bij de leidingbeheerder.
NNNNNNNNNNNNNNNNNNN
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
paragraaf 6.4.1 bevat de algemene bepalingen die gelden voor de bouwactiviteiten in paragrafen 6.4.2 t/m 6.4.30 en de daaraan ondergeschikte subparagrafen. Voor de bouwactiviteiten in deze afdeling is aansluiting gezocht bij de bouwactiviteiten die ook in de voormalige bestemmingsplannen waren opgenomen. Inhoudelijk zijn hier geen wijzigingen in aangebracht. In bijlage I bij de Omgevingswet is aangegeven dat onder bouwen wordt verstaan 'plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, veranderen of vergroten' van een bouwwerk. Dat betekent dat niet alleen het realiseren van een nieuwbouwwerk onder het bouwen van een bouwwerk valt, maar ook het veranderen van een bouwwerk. Het vervangen van bijvoorbeeld een bestaand kozijn door een nieuw kozijn valt dus onder het bouwen van een bouwwerk.
Samenloop met andere activiteiten
Het kan voorkomen dat een bouwactiviteit geheel of gedeeltelijk samenvalt met de uitoefening van een andere activiteit waarover in dit omgevingsplan of in een andere regeling regels zijn gesteld. Bijvoorbeeld het bouwen van ee bouwwerk waarvoor ook een vergunning voor een aanlegactiviteit noodzakelijk is. Over beide activiteiten bevat dit omgevingsplan afzonderlijke regels. De regels over die verschillende activiteiten zijn gesteld met een uiteenlopend oogmerk. Per activiteit vindt met het oog daarop een belangenafweging plaats. Eén feitelijke handeling kan dus bestaan uit meerdere juridische activiteiten, zoals bedoeld in dit omgevingsplan of in enige andere regeling. Die activiteiten hebben een onlosmakelijke samenhang (want één feitelijke handeling), maar worden elk afzonderlijk gereguleerd. Dat kan inhouden dat voor die ene feitelijke handeling meerdere omgevingsvergunningen nodig zijn. Een aanvraag om een omgevingsvergunning kan naar keuze van de aanvrager op een of meer activiteiten betrekking hebben (artikel 5.7, eerste lid, van de Omgevingswet).
Dit artikel bepaalt dat deze afdeling gaat over het bouwen van gebouwen, voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
OOOOOOOOOOOOOOOOOOO
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Vervallen]
PPPPPPPPPPPPPPPPPPP
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRRR
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel is opgenomen dat indien de maatvoering van een legaal opgericht bouwwerk afwijkt van de bepalingen in deze afdeling, dan geldt deze bestaande maatvoering als maximum. In het geval dat een bouwwerk (geheel of gedeeltelijk) illegaal is gebouwd, is het onwenselijk dat deze als bestaande maatvoering worden aangehouden.
Dit artikel bepaald dat een bouwwerk uitsluitend mag worden gebouwd indien deze in overeenstemming is met de in afdeling 6.5 opgenomen gebruiksactiviteiten.
SSSSSSSSSSSSSSSSSSS
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel bevat de algemene aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. De aanvraagvereisten zijn grotendeels overeenkomstig de artikelen uit de voormalige Regeling omgevingsrecht. De aanvraagvereisten zijn aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in de Omgevingsregeling.
Aan de aanvraagvereisten is toegevoegd de eis dat een opgave van de bouwkosten wordt gedaan. De bouwkosten vormen doorgaans de grondslag voor de legesberekening voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. In de voormalige Regeling omgevingsrecht was in de algemene aanvraagvereisten geregeld dat van de kosten van de werkzaamheden van de te verrichten activiteiten opgave wordt gedaan. In de Omgevingsregeling komt dit als algemeen aanvraagvereiste niet meer voor. Daarom moet dit bij een activiteit waarvoor dit van belang is, zoals de in dit artikel bedoelde omgevingsplanactiviteit, bij de specifieke aanvraagvereisten voor die activiteit worden geregeld.
De in dit artikel opgenomen aanvraagvereisten zijn van toepassing op alle aanvragen. Aanvraagvereisten die verbandhouden met specifieke beoordelingsregels zijn bij deze specifieke beoordelingsregels opgenomen.
Dit artikel is opgenomen dat indien de maatvoering van een legaal opgericht bouwwerk afwijkt van de bepalingen in deze afdeling, dan geldt deze bestaande maatvoering als maximum. In het geval dat een bouwwerk (geheel of gedeeltelijk) illegaal is gebouwd, is het onwenselijk dat deze als bestaande maatvoering worden aangehouden.
TTTTTTTTTTTTTTTTTTT
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel bevat de algemene aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. De aanvraagvereisten zijn grotendeels overeenkomstig de artikelen uit de voormalige Regeling omgevingsrecht. De aanvraagvereisten zijn aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in de Omgevingsregeling.
Aan de aanvraagvereisten is toegevoegd de eis dat een opgave van de bouwkosten wordt gedaan. De bouwkosten vormen doorgaans de grondslag voor de legesberekening voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. In de voormalige Regeling omgevingsrecht was in de algemene aanvraagvereisten geregeld dat van de kosten van de werkzaamheden van de te verrichten activiteiten opgave wordt gedaan. In de Omgevingsregeling komt dit als algemeen aanvraagvereiste niet meer voor. Daarom moet dit bij een activiteit waarvoor dit van belang is, zoals de in dit artikel bedoelde omgevingsplanactiviteit, bij de specifieke aanvraagvereisten voor die activiteit worden geregeld.
Dit artikel bevat de beoordelingsregels die op een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. Geven de betreffende beoordelingsregels geen aanleiding de vergunning te weigeren, dan moet de vergunning worden verleend. De in dit artikel opgenomen aanvraagvereisten zijn van toepassing op alle aanvragen. Aanvraagvereisten die verbandhouden met specifieke beoordelingsregels zijn bij deze specifieke beoordelingsregels opgenomen.
UUUUUUUUUUUUUUUUUUU
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel zijn onderdelen terug te vinden die voorheen waren opgenomen in artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet, en de artikelen 7.21 en 7.22 van het Bouwbesluit 2012. Deze zorgplicht (‘kapstokartikel’) heeft betrekking op gebruik van bouwwerken waarin niet is voorzien door de andere voorschriften van dit omgevingsplan en het Besluit bouwwerken leefomgeving. Hiermee heeft het bevoegd gezag een ‘kapstok’ om in een specifiek geval in te grijpen wanneer het gebruik van een bouwwerk leidt tot hinder, overlast, gezondheidsrisico’s en veiligheidsrisico’s anders dan de brandveiligheidsrisico’s die al in het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn geregeld.
De specifieke zorgplicht zorgt ervoor dat degene die een bouwactiviteit verricht, alles moet doen en laten om negatieve gevolgen voor de veiligheid, het milieu en de gezondheid te voorkomen. Soms lukt voorkomen niet. Dan moet hij ervoor zorgen dat er zo min mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid zijn. Deze specifieke zorgplichtbepaling komt grotendeels overeen met de specifieke zorgplichtbepaling in het Besluit activiteiten leefomgeving.
De specifieke zorgplichten die in dit artikel zijn opgenomen, blijven gelden naast de algemene regels van deze afdeling in dit omgevingsplan, eventuele maatwerkvoorschriften en de vergunningplichten die in deze afdeling zijn opgenomen.
Tegen een overtreding van de specifieke zorgplicht kan handhavend worden opgetreden. Handhavend optreden ligt voor de hand bij duidelijke overtredingen van de specifieke zorgplicht. Daarvan is sprake in situaties waarin het handelen of nalaten van degene die de bouwactiviteit verricht, onmiskenbaar in strijd is met de specifieke zorgplicht. Er kunnen ook situaties aan de orde zijn waarin niet direct duidelijk is of van onmiskenbare strijd sprake is. Het bevoegd gezag zal dan een keuze moeten maken tussen een handhavingstraject of het eerst verduidelijken wat de specifieke zorgplicht inhoudt. Die verduidelijking kan in de vorm van het stellen van een maatwerkvoorschrift maar dat hoeft niet. Ook wanneer het bevoegd gezag degene die de activiteit verricht mondeling of schriftelijk informeert over wat er in een concreet geval onder de specifieke zorgplicht moet worden verstaan, is het voor diegene na ontvangst van die informatie duidelijk wat er verwacht wordt. Als daar geen gevolg aan wordt gegeven, is er sprake van onmiskenbare strijd met de specifieke zorgplicht.
Hierbij kan rekening gehouden worden met onder meer de volgende aspecten:
de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geurbeleid;
de geurbelasting ter plaatse van het geurgevoelige gebouw;
de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de activiteit;
de historie van degene die de activiteit verricht en het klachtenpatroon over geurhinder;
de bestaande en verwachte geurhinder van de activiteit; en
de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.
Deze specifieke zorgplicht vervangt onder meer artikel 2.7a van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer dat ging over geurhinder. Dit houdt in dat als bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, daarbij de geurhinder bij het geurgevoelige gebouw tot een aanvaardbaar niveau moet worden beperkt. Wat aanvaardbaar is, hangt af van de situatie.
Deze specifieke zorgplicht geldt naast de verplichtingen die in de paragrafen en subparagrafen van deze afdeling zijn gesteld voor het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder.
Dit artikel bevat de beoordelingsregels die op een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. Geven de betreffende beoordelingsregels geen aanleiding de vergunning te weigeren, dan moet de vergunning worden verleend. De in dit artikel opgenomen aanvraagvereisten zijn van toepassing op alle aanvragen. Aanvraagvereisten die verbandhouden met specifieke beoordelingsregels zijn bij deze specifieke beoordelingsregels opgenomen.
VVVVVVVVVVVVVVVVVVV
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Lid 1
Het is verboden bouwactiviteiten te verrichten als bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, als niet voldaan wordt aan de eisen in dat artikel. Bij de aanwijzing in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving gaat het om een landelijk uniforme categorie gevallen waarin geen omgevingsvergunning is vereist voor het verrichten van een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk (zoals bouwen, verbouwen, vervangen of uitbreiden). In zo’n geval is geen omgevingsvergunning vereist, ook niet als de bouw in strijd zou zijn met een in het omgevingsplan gestelde regel. Voldoet een bouwactiviteit niet aan de in het besluit gestelde voorwaarden, dan is het verboden om die bouwactiviteit te verrichten.
Lid 2
Binnen de locatie ‘bebouwingsvrije zone’ is het verboden om te bouwen. Daaronder begrepen het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde (vergunningvrij bouwen) als bepaald in artikel 22.27 van de Bruidsschat. In artikel 22.27 van de Bruidsschat zijn de bouwwerken aangewezen waarvoor normaliter de vergunningsplicht voor bouwen niet van toepassing is. Dit betreffen de bouwwerken uit artikel 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, met enkele ondergeschikte aanpassingen en aanvullingen.
Deze regeling is bedoeld om de kwaliteitsverbetering te borgen. Deze gronden zijn uitsluitend bedoeld voor de landschappelijke inpassing van de aanwezige bebouwingen en verhardingen. Om de uitvoering, instandhouding en waarde van de kwaliteitsverbetering te waarborgen is het niet wenselijk dat de gronden bebouwd kunnen worden. Het oprichten van bebouwing of verharding ter plaatse is ruimtelijke onwenselijk en doet de gewenste uitstraling teniet.
Deze zone bevindt zich meestal aan de buitenranden van de percelen. Deze zone wordt niet aangemerkt als erf, zoals bedoeld in artikel 1, bijlage 2 van het voormalige Besluit Omgevingsrecht.
Lid 3 t/m 4
Binnen diverse locaties is het verboden bebouwing, enig bouwwerken of gebouwen te bouwen.
In dit artikel zijn onderdelen terug te vinden die voorheen waren opgenomen in artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet, en de artikelen 7.21 en 7.22 van het Bouwbesluit 2012. Deze zorgplicht (‘kapstokartikel’) heeft betrekking op gebruik van bouwwerken waarin niet is voorzien door de andere voorschriften van dit omgevingsplan en het Besluit bouwwerken leefomgeving. Hiermee heeft het bevoegd gezag een ‘kapstok’ om in een specifiek geval in te grijpen wanneer het gebruik van een bouwwerk leidt tot hinder, overlast, gezondheidsrisico’s en veiligheidsrisico’s anders dan de brandveiligheidsrisico’s die al in het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn geregeld.
De specifieke zorgplicht zorgt ervoor dat degene die een bouwactiviteit verricht, alles moet doen en laten om negatieve gevolgen voor de veiligheid, het milieu en de gezondheid te voorkomen. Soms lukt voorkomen niet. Dan moet hij ervoor zorgen dat er zo min mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid zijn. Deze specifieke zorgplichtbepaling komt grotendeels overeen met de specifieke zorgplichtbepaling in het Besluit activiteiten leefomgeving.
De specifieke zorgplichten die in dit artikel zijn opgenomen, blijven gelden naast de algemene regels van deze afdeling in dit omgevingsplan, eventuele maatwerkvoorschriften en de vergunningplichten die in deze afdeling zijn opgenomen.
Tegen een overtreding van de specifieke zorgplicht kan handhavend worden opgetreden. Handhavend optreden ligt voor de hand bij duidelijke overtredingen van de specifieke zorgplicht. Daarvan is sprake in situaties waarin het handelen of nalaten van degene die de bouwactiviteit verricht, onmiskenbaar in strijd is met de specifieke zorgplicht. Er kunnen ook situaties aan de orde zijn waarin niet direct duidelijk is of van onmiskenbare strijd sprake is. Het bevoegd gezag zal dan een keuze moeten maken tussen een handhavingstraject of het eerst verduidelijken wat de specifieke zorgplicht inhoudt. Die verduidelijking kan in de vorm van het stellen van een maatwerkvoorschrift maar dat hoeft niet. Ook wanneer het bevoegd gezag degene die de activiteit verricht mondeling of schriftelijk informeert over wat er in een concreet geval onder de specifieke zorgplicht moet worden verstaan, is het voor diegene na ontvangst van die informatie duidelijk wat er verwacht wordt. Als daar geen gevolg aan wordt gegeven, is er sprake van onmiskenbare strijd met de specifieke zorgplicht.
Hierbij kan rekening gehouden worden met onder meer de volgende aspecten:
de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geurbeleid;
de geurbelasting ter plaatse van het geurgevoelige gebouw;
de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de activiteit;
de historie van degene die de activiteit verricht en het klachtenpatroon over geurhinder;
de bestaande en verwachte geurhinder van de activiteit; en
de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.
Deze specifieke zorgplicht vervangt onder meer artikel 2.7a van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer dat ging over geurhinder. Dit houdt in dat als bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, daarbij de geurhinder bij het geurgevoelige gebouw tot een aanvaardbaar niveau moet worden beperkt. Wat aanvaardbaar is, hangt af van de situatie.
Deze specifieke zorgplicht geldt naast de verplichtingen die in de paragrafen en subparagrafen van deze afdeling zijn gesteld voor het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder.
WWWWWWWWWWWWWWWWWWW
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Lid 1
Het is verboden bouwactiviteiten te verrichten als bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, als niet voldaan wordt aan de eisen in dat artikel. Bij de aanwijzing in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving gaat het om een landelijk uniforme categorie gevallen waarin geen omgevingsvergunning is vereist voor het verrichten van een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk (zoals bouwen, verbouwen, vervangen of uitbreiden). In zo’n geval is geen omgevingsvergunning vereist, ook niet als de bouw in strijd zou zijn met een in het omgevingsplan gestelde regel. Voldoet een bouwactiviteit niet aan de in het besluit gestelde voorwaarden, dan is het verboden om die bouwactiviteit te verrichten.
Lid 2
Binnen de locatie ‘bebouwingsvrije zone’ is het verboden om te bouwen. Daaronder begrepen het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde (vergunningvrij bouwen) als bepaald in artikel 22.27 van de Bruidsschat. In artikel 22.27 van de Bruidsschat zijn de bouwwerken aangewezen waarvoor normaliter de vergunningsplicht voor bouwen niet van toepassing is. Dit betreffen de bouwwerken uit artikel 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, met enkele ondergeschikte aanpassingen en aanvullingen.
Deze regeling is bedoeld om de kwaliteitsverbetering te borgen. Deze gronden zijn uitsluitend bedoeld voor de landschappelijke inpassing van de aanwezige bebouwingen en verhardingen. Om de uitvoering, instandhouding en waarde van de kwaliteitsverbetering te waarborgen is het niet wenselijk dat de gronden bebouwd kunnen worden. Het oprichten van bebouwing of verharding ter plaatse is ruimtelijke onwenselijk en doet de gewenste uitstraling teniet.
Deze zone bevindt zich meestal aan de buitenranden van de percelen. Deze zone wordt niet aangemerkt als erf, zoals bedoeld in artikel 1, bijlage 2 van het voormalige Besluit Omgevingsrecht.
Lid 3 t/m 4
Binnen diverse locaties is het verboden bebouwing, enig bouwwerken of gebouwen te bouwen.
XXXXXXXXXXXXXXXXXXX
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Op grond van dit artikel is het verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken of bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen binnen:
Dit artikel bevat beperkingen voor het bouwen van bouwwerken binnen:
beperkingengebied buisleiding - gas
functie water;
beperkingengebied buisleiding - riool;
beperkingengebied waterkering;
beperkingengebied watergang;
beperkingengebied vaarweg;
aandachtsgebied monumentbehoud en herstel watersystemen;
archeologische
cultuurhistorisch waardevol gebied 1 t/m 5;
geluidsaandachtsgebied weg 50-100
Natuur Netwerk Brabant;
beschermd dorpsgezicht;
ecologisch waardevol gebied.
aandachtsgebied reservering waterberging.
YYYYYYYYYYYYYYYYYYY
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel zijn bouwactiviteiten aangewezen waarvoor de vergunningplicht, bedoeld in artikel 6.113, niet van toepassing is.
Op grond van dit artikel is het verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken of bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen binnen:
beperkingengebied buisleiding - gas;
beperkingengebied buisleiding - riool;
beperkingengebied waterkering;
beperkingengebied watergang;
beperkingengebied vaarweg;
aandachtsgebied monument;
archeologische waardevol gebied 1 t/m 5;
geluidsaandachtsgebied weg 50-100;
beschermd dorpsgezicht;
aandachtsgebied reservering waterberging.
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel regelt de beoordeling van de aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 6.113. Een vergunning wordt geweigerd als het bouwplan in strijd is met de beoordelingsregels die in dit artikel zijn gesteld.
In dit artikel zijn bouwactiviteiten aangewezen waarvoor de vergunningplicht, bedoeld in artikel 6.114, niet van toepassing is.
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel wordt bepaald dat pas kan worden besloten over een aanvraag omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, als bedoeld in artikel 6.113, als de beheerder danwel ter zake deskundige over de aanvraag heeft geadviseerd.
Dit artikel regelt de beoordeling van de aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 6.114. Een vergunning wordt geweigerd als het bouwplan in strijd is met de beoordelingsregels die in dit artikel zijn gesteld.
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel regelt dat er maatwerkvoorschriften kunnen worden verbonden aan de omgevingsvergunning als aanwezige archeologische waarden door bouwactiviteiten aangetast (kunnen) worden. Met dit artikel wordt beoogd eventuele archeologische waarden te beschermen. Daarom is in dit artikel bepaald dat in een vergunning het een en ander verplicht kan worden gesteld. Deze verplichtingen kunnen gericht zijn op het behoud van archeologische resten, maar kunnen ook gericht zijn op het doen van opgravingen. Ook kan de verplichting worden gesteld de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
In dit artikel wordt bepaald dat pas kan worden besloten over een aanvraag omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, als bedoeld in artikel 6.114, als de beheerder danwel ter zake deskundige over de aanvraag heeft geadviseerd.
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met deze regeling is beoogd de voormalige regeling voor het vergunningvrij bouwen uit het BOR (artikel 2, bijlage II) in stand te laten. De regels voor het vergunningvrij bouwen zoals opgenomen in artikel 22.36 inclusief de daarvoor geldende beperkingen zoals opgenomen in artikel 22.37 t/m artikel 22.39 gaan voor op de regels voor het bouwen zoals opgenomen in de paragraaf 6.4.1. De overige bepalingen in hoofdstuk 6 zoals verboden en vergunningplichten bij opgenomen beperkingengebied in het omgevingsplan blijven wel van toepassing.
De bepalingen zoals opgenomen in artikel 22.27 (voorheen BOR artikel 3, bijlage II) blijven in stand naast de bouwactiviteiten zoals opgenomen in hoofdstuk 6. Hierbij geldt dus geen voorrangsregeling, omdat net als voorheen de regels geldend in de rest van het omgevingsplan ook onverminderd van kracht zijn voor hetgeen bepaald in artikel 22.27.
Dit artikel regelt dat er maatwerkvoorschriften kunnen worden verbonden aan de omgevingsvergunning als aanwezige archeologische waarden door bouwactiviteiten aangetast (kunnen) worden. Met dit artikel wordt beoogd eventuele archeologische waarden te beschermen. Daarom is in dit artikel bepaald dat in een vergunning het een en ander verplicht kan worden gesteld. Deze verplichtingen kunnen gericht zijn op het behoud van archeologische resten, maar kunnen ook gericht zijn op het doen van opgravingen. Ook kan de verplichting worden gesteld de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel regelt het bouwen van ondergrondse bouwwerken. Deze regels zijn afkomstig uit de algemene bouwregels uit het voormalige bestemmingsplan. Door enkel onder de bovengrondse bebouwing te bouwen en niet dieper te bouwen dan 3,5 meter, wordt ervoor gezorgd dat ondergrondse bebouwing goed aansluit bij de bovengrondse structuur. De beperking van de verticale diepte tot maximaal 3,55 meter voorkomt dat de ondergrondse bebouwing te ingrijpend is, waardoor risico’s zoals verzakkingen of verstoring van ondergrondse infrastructuur worden geminimaliseerd.
[Vervallen]
EEEEEEEEEEEEEEEEEEEE
Na sectie 6.118 worden twee secties ingevoegd, luidende:
Dit artikel regelt het bouwen van ondergrondse bouwwerken. Deze regels zijn afkomstig uit de algemene bouwregels uit het voormalige bestemmingsplan. Door enkel onder de bovengrondse bebouwing te bouwen en niet dieper te bouwen dan 3,5 meter, wordt ervoor gezorgd dat ondergrondse bebouwing goed aansluit bij de bovengrondse structuur. De beperking van de verticale diepte tot maximaal 3,55 meter voorkomt dat de ondergrondse bebouwing te ingrijpend is, waardoor risico’s zoals verzakkingen of verstoring van ondergrondse infrastructuur worden geminimaliseerd.
Met deze regeling is beoogd de voormalige regeling voor het vergunningvrij bouwen uit het BOR (artikel 2, bijlage II) in stand te laten. De regels voor het vergunningvrij bouwen zoals opgenomen in artikel 22.36 inclusief de daarvoor geldende beperkingen zoals opgenomen in artikel 22.37 t/m artikel 22.39 gaan voor op de regels voor het bouwen zoals opgenomen in de paragraaf 6.4.1. De overige bepalingen in hoofdstuk 6 zoals verboden en vergunningplichten bij opgenomen beperkingengebied in het omgevingsplan blijven wel van toepassing. De bepalingen zoals opgenomen in artikel 22.27 (voorheen BOR artikel 3, bijlage II) blijven in stand naast de bouwactiviteiten zoals opgenomen in hoofdstuk 6. Hierbij geldt dus geen voorrangsregeling, omdat net als voorheen de regels geldend in de rest van het omgevingsplan ook onverminderd van kracht zijn voor hetgeen bepaald in artikel 22.27.
FFFFFFFFFFFFFFFFFFFF
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 6.4.2 stelt regels met betrekking tot het bouwen van bedrijfsgebouwen bij een agrarisch bedrijf. Deze paragraaf is niet van toepassing op het bouwen van dierenverblijven. Voor het bouwen van dierenverblijven zijn in paragraaf 6.4.3 specifieke regels opgenomen.
Het is niet toegestaan om zonder een omgevingsvergunning een agrarisch bedrijfsgebouw te bouwen. Een omgevingsvergunning is hiervoor nodig, zodat de gemeente onder andere kan toezien op de hoeveelheid bebouwing op het gebouwerf, de situering en de hoogte van het bedrijfsgebouw.
In artikel 6.122 6.123 zijn de beoordelingsregels opgenomen. De gemeente kan een vergunning verlenen als deze waarden niet worden overschreden en het bedrijfsgebouw in het omgevingsplan binnen de locatie 'agrarisch bedrijfsgebouw' ligt. De begrenzing van de locaties 'agrarisch bedrijfsgebouw' zijn te zien op het DSO.
In de regeling zijn een aantal mogelijkheden opgenomen om alsnog een vergunning te verlenen indien niet wordt voldaan aan de genoemde waarden. Deze mogelijkheden zijn specifiek benoemd in artikel 6.122 6.123, tweede lid en verder. Dit betreffen gevallen waarin enigszins wordt afgeweken van de hoogtebepalingen of de situering. Het gebouw moet wel altijd binnen de locatie 'agrarisch bedrijfsgebouw' zijn gelegen.
In artikel 6.121 is een uitzondering op de vergunningsplicht opgenomen. Indien er sprake is van een uitbreiding van een bestaand bedrijfsgebouw en deze binnen de waarden van artikel 6.122, eerste lid past, kan de uitbreiding zonder vergunning gerealiseerd worden.
De bouwmogelijkheden die in deze paragraaf worden geboden, komen overeen met de bouwmogelijkheden uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan (het voorgaande bestemmingsplan).
GGGGGGGGGGGGGGGGGGGG
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
paragraaf 6.4.3 stelt regels met betrekking tot het bouwen van dierenverblijven. Onder dierenverblijf wordt verstaan: gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen.
Dierenverblijven
Dierenverblijven zijn alleen toegestaan binnen de locatie 'dierenverblijf'. De begrenzing van de locaties 'dierenverblijf' zijn te zien op het DSO.
Onder dierenverblijf wordt verstaan: gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen.
De regeling met betrekking tot het bouwen van dierenverblijven is een uitwerking van het provinciale beleid. In de provinciale Omgevingsverordening zijn in afdeling 5.6 'Vitaal Platteland' instructieregels opgenomen over veehouderijen en de ontwikkelingsmogelijkheden. Deze regels waren reeds verwerkt in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (het voorgaande bestemmingsplan). De bouwmogelijkheden die in deze paragraaf worden geboden, komen overeen met de bouwmogelijkheden uit het voorgaande bestemmingsplan.
Nieuwbouw van dierenverblijven is niet toegestaan. Het uitbreiden van bestaande dierenverblijven is alleen toegestaan met een vergunning.
In artikel 6.125 6.126 zijn de beoordelingsregels opgenomen waar de gemeente aan toetst bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de bestaande oppervlakte aan dierenverblijven. De provinciale regels zijn hierin verwerkt.
Stalderingsgebied
Binnen het provinciale beleid worden stalderingsgebieden onderscheiden. Binnen deze stalderingsgebieden gelden aanvullende regels met betrekking tot het uitbreiden van de bestaande oppervlakte dierenverblijven. Het doel van deze regeling is het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee en het tegengaan van leegstand. Een toename van de oppervlakte van een dierenverblijf is alleen mogelijk als er elders dierenverblijven verdwijnen.
De toetsing of voldaan wordt aan de voorwaarden voor het uitbreiden van dierenverblijven binnen een stalderingsgebied ligt bij de Provincie. Het bewijs dat aan de voorwaarden van stalderen is voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten. Om te voorkomen dat ook de gemeente deze toetsing nogmaals moet uitvoeren bij een aanvraag om omgevingsvergunning, is als voorwaarde in het omgevingsplan opgenomen dat het bewijs dat is uitgegeven door de provincie wordt overlegd bij de aanvraag.
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor veehouderijen binnen de locatie 'beperkingen veehouderij' gelden afwijkende regels. In paragraaf 6.4.4 worden regels gesteld aan het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij een veehouderij binnen de locatie 'beperkingen veehouderij'. Voor de begrenzing van deze gebieden is aangesloten bij de provinciale Omgevingsverordening en is te zien op het DSO.
Deze regeling is ook inhoudelijk een uitwerking van het provinciale beleid. In de provinciale Omgevingsverordening zijn in afdeling 5.6 'Vitaal Platteland' instructieregels opgenomen over veehouderijen en de ontwikkelingsmogelijkheden, onder andere binnen 'beperkingen veehouderij'. Deze regels waren reeds verwerkt in de meest actuele bestemmingsplannen. De bouwmogelijkheden die in deze paragraaf worden geboden, komen daarmee overeen.
Op grond van artikel 6.127 6.128 is het binnen de locatie 'beperkingen veehouderij' het niet toegestaan de bestaande oppervlakte aan gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijn bij veehouderijen uit te breiden. De bestaande oppervlakte is de oppervlakte die op 21 september 2013 legaal aanwezig was of op basis van een voor die datum verleende vergunning gebouwd mag worden. De datum 21 september 2013 is als zodanig opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening. Dit is de datum van inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit zorgvuldige veehouderij.
Deze regeling geldt niet voor de bedrijfswoning.
Er is in een uitzondering gemaakt voor extensieve veehouderijen. In artikel 6.128 6.129 is een bepaald dat de regeling niet geldt voor een grondgebonden veehouderij, mits deze voldoet aan één van de gestelde voorwaarden.
IIIIIIIIIIIIIIIIIIII
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.5 worden regels gesteld aan het bouwen van teeltondersteunende kassen.
Teeltondersteunende kassen zijn alleen toegestaan binnen de locatie 'agrarisch bedrijfsgebouw'. Valt de locatie ook binnen de gebiedsaanwijzing 'groenblauwe waarden', dan zijn geen teeltondersteunende kassen toegestaan.
Voor het nieuw bouwen van teeltondersteunende kassen is een omgevingsvergunning nodig. De voorwaarden waar deze aan moeten voldoen, zijn in artikel 6.133 opgenomen.
Is er sprake van een bestaande teeltondersteunende kas die wordt uitgebreid, dan is dit toegestaan zonder vergunning mits voldaan wordt aan de voorwaarden in artikel 6.133.
Deze regeling sluit aan bij de regeling uit de voorgaande bestemmingsplannen.
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 6.4.7 stelt regels met betrekking tot het bouwen van bedrijfsgebouwen. Deze regeling betreft de niet-agrarische bedrijfsgebouwen. Dit betreffen verschillende bestaande bedrijven.
De bouwmogelijkheden die in deze paragraaf worden geboden, komen overeen met de bouwmogelijkheden uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan (de voorgaande bestemmingsplannen).
De locatie 'bedrijfsgebouw' is toegekend aan de bestaande bedrijven en bestaande recreatiebedrijven.
Vergunningsplicht
Het is niet toegestaan om zonder een omgevingsvergunning een bedrijfsgebouw te bouwen. Een omgevingsvergunning is hiervoor nodig, zodat de gemeente onder andere kan toezien op de hoeveelheid bebouwing op het gebouwerf, de situering en de hoogte van het bedrijfsgebouw.
Beoordelingsregels
In artikel 6.140 6.139 zijn de beoordelingsregels opgenomen. De gemeente kan een vergunning verlenen als deze waarden niet worden overschreden en het bedrijfsgebouw in het omgevingsplan binnen de locatie 'bedrijfsgebouw' ligt. De begrenzing van de locaties 'bedrijfsgebouw' zijn te zien op het DSO.
De beoordelingsregels komen overeen met de regeling zoals deze was opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (de voorgaande bestemmingsplannen).
Maximale oppervlakte, goot- en bouwhoogte/omgevingsnormen
In de voormalige bestemmingsplansystematiek werden bedrijven specifiek aangeduid en was in de regels per bedrijf de maximaal toegestane oppervlakte aangegeven. Deze regeling is overgenomen in het omgevingsplan en is inhoudelijk niet gewijzigd. De systematiek echter wel. In de nieuwe systematiek van het omgevingsplan wordt de maximaal toegestane oppervlakte van de bedrijfsgebouwen aangegeven met een omgevingsnorm. In de regels is verwezen naar de omgevingsnorm 'maximum oppervlakte bedrijfsbebouwing'. Op de kaart in het DSO is te zien hoeveel m2 aan bedrijfsbebouwing is toegestaan per locatie.
Ook voor de goot- en bouwhoogte kan een omgevingsnorm van toepassing zijn. De algemene regel is dat de goothoogte van bedrijfsgebouwen maximaal 4,5 meter mag bedragen en de bouwhoogte maximaal 8 meter. Deze regeling is overgenomen uit de voormalige bestemmingsplansystematiek. Maar bij een aantal bedrijfsgebouwen wijkt de bestaande goot-, of bouwhoogte af van deze algemene regel. Dit was bijvoorbeeld toegestaan in het van toepassing zijnde bestemmingsplan. Voor deze situaties is in het omgevingsplan een omgevingsnorm opgenomen.
Afwijken van de beoordelingsregels
In de regeling zijn een aantal mogelijkheden opgenomen om alsnog een vergunning te verlenen indien niet wordt voldaan aan de genoemde waarden. Deze mogelijkheden zijn specifiek benoemd in artikel 6.140 6.139, tweede lid en verder. Het gebouw moet wel altijd binnen de locatie 'bedrijfsgebouw' zijn gelegen.
Uitzondering vergunningsplicht
In artikel 6.139 is een uitzondering op de vergunningsplicht opgenomen. Indien er sprake is van een uitbreiding van een bestaand bedrijfsgebouw en deze binnen de waarden van artikel 6.140, eerste lid past, kan de uitbreiding zonder vergunning gerealiseerd worden.
KKKKKKKKKKKKKKKKKKKK
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 6.4.8 stelt regels met betrekking tot het bouwen van (overdekte) recreatieve voorzieningen. Recreatieve voorzieningen zijn toegestaan binnen de locatie 'centrumvoorzieningen'. Deze regeling is een vertaling van het bestemmingsplan 'Somerense Vennen - centrumvoorziening'. In dit bestemmingsplan is een aanduiding 'centrum' opgenomen met bijbehorende bouwregels voor het ter plaatse gevestigde kampeerbedrijf. Deze regeling is zonder inhoudelijke wijziging overgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan.
In artikel 6.142 6.141 is een vergunningsplicht opgenomen voor het bouwen van recreatieve voorzieningen binnen de locatie 'centrumvoorzieningen'. Er mag gebouwd worden ten behoeve van sport en/of spel, een (overdekt) zwembad met glijbaantoren, routegebonden horeca en horeca ten behoeve van de ter plaatse gevestigde verblijfsrecreatie. In de beoordelingsregels in artikel 6.143 6.142 zijn de voorwaarden opgenomen waar aan voldaan moet worden om vergunning te kunnen verlenen.
LLLLLLLLLLLLLLLLLLLL
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
paragraaf 6.4.9 stelt regels met betrekking tot het bouwen van nutsvoorzieningen.
Het is niet toegestaan om zonder omgevingsvergunning een nutsvoorziening te bouwen. In artikel 6.146 6.145 zijn de beoordelingsregels opgenomen waar de gemeente aan toetst bij een aanvraag om omgevingsvergunning.
Een omgevingsvergunning is nodig, zodat de gemeente kan toezien op onder andere de oppervlakte, goot- en bouwhoogte van de nutsvoorziening. De gemeente verleent enkel een vergunning als deze waarden niet worden overschreden en de nutsvoorziening binnen de locatie 'nutsvoorziening - gebouw' ligt.
In artikel 6.146 6.145, tweede lid is een mogelijkheid opgenomen om een vergunning te verlenen indien de maximale goot- of bouwhoogte wordt overschreden. Deze vergunning kan verleend worden indien voldaan wordt aan de genoemde waarden en er is aangetoond dat een grotere goot-, bouwhoogte noodzakelijk is.
Deze regels hebben tot doel de kwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen en ervoor te zorgen dat nutsvoorzieningen op de juiste plekken worden gebouwd zonder overlast te veroorzaken.
MMMMMMMMMMMMMMMMMMMM
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
paragraaf 6.4.10 stelt regels met betrekking tot het bouwen van gebouwen voor verblijfsrecreatie. Gebouwen voor verblijfsrecreatie zijn toegestaan binnen de locatie 'gebouwen voor verblijfsrecreatie'.
Deze regeling is een vertaling van het bestemmingsplan 'Somerense Vennen - centrumvoorziening'. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het ter plaatse gevestigde kampeerbedrijf. In dit bestemmingsplan is aan deze gronden een bestemming 'Recreatie' toegekend en zijn aanleg-, gebruiks- en bouwregels opgenomen. Deze regeling is zonder inhoudelijke wijziging overgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan. In de systematiek van het omgevingsplan zijn de voormalige bouwregels gesplitst per bouwactiviteit. In deze paragraaf is de bouwactiviteit 'bouwen van gebouwen voor verblijfsrecreatie' gereguleerd.
In artikel 6.148 6.147 is een vergunningsplicht opgenomen voor het bouwen van gebouwen voor verblijfsrecreatie. Onder verblijfsrecreatie wordt verstaan: een activiteit die overwegend gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van recreatie met een overnachting ter plaatse. Bij gebouwen voor verblijfsrecreatie kan gedacht worden aan recreatiewoningen, chalets, stacaravans of een kampeermiddel. Deze mogen niet gebruikt worden voor permanente bewoning. In artikel 6.150 6.149 zijn de beoordelingsregels opgenomen waaraan getoetst wordt bij een vergunningaanvraag.
In de beoordelingsregels is onder a bepaald dat de totale oppervlakte aan gebouwen niet meer dan 1,5 hectare mag bedragen. Dit geldt voor alle gebouwen binnen de locatie 'kampeerbedrijf', daaronder begrepen de gebouwen voor verblijfsrecreatie én de gebouwen voor de recreatieve voorzieningen in paragraaf 6.4.8. Deze voorwaarde is overgenomen uit het voormalige bestemmingsplan.
Er zijn 2 uitzonderingen op de vergunningsplicht:
Het uitbreiden van bestaande gebouwen voor verblijfsrecreatie is toegestaan, mits de gebouwen ook na uitbreiding, voldoen aan de beoordelingsregels van artikel 6.150;
Het is toegestaan 2 trekkershutten te bouwen, mits deze maximaal 2 meter hoog zijn en de oppervlakte maximaal 12,5 m2 bedraagt.
Het uitbreiden van bestaande gebouwen en het bouwen van twee trekkershutten is zonder vergunning toegestaan, als deze voldoen aan de gestelde voorwaarden.
Er is een uitzondering op de vergunningplicht. Het is toegestaan 2 trekkershutten te bouwen, mits deze maximaal 3 meter hoog zijn en de oppervlakte maximaal 12,5 m2 bedraagt.
NNNNNNNNNNNNNNNNNNNN
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.11 6.4.12 zijn regels met betrekking tot het bouwen van sanitaire voorzieningen gesteld bij een kampeerterrein. Deze voorzieningen zijn toegestaan binnen de locatie 'sanitaire voorzieningen'. De begrenzing van deze locatie is te zien op het DSO.
Deze regeling is een vertaling van het bestemmingsplan 'Moorsel 1 Lierop'. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het ter plaatse gevestigde recreatiebedrijf. In dit bestemmingsplan is aan een deel van het perceel de aanduiding 'kampeerterrein' toegekend waar sanitaire voorzieningen zijn toegestaan. Deze regeling is zonder inhoudelijke wijziging overgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan. In de systematiek van het omgevingsplan zijn de voormalige bouwregels gesplitst per bouwactiviteit. In deze paragraaf is de bouwactiviteit bouwen van sanitaire voorzieningen gereguleerd.
In artikel 6.1526.154 is bepaald dat het bouwen van sanitaire voorzieningen zonder vergunning is toegestaan, mits deze aan de gestelde voorwaarden voldoen.
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.12 6.4.13 worden regels gesteld aan het bouwen van een atelier.
Een atelier is alleen toegestaan ter plaatse van de locatie 'atelier'. De begrenzing van de locatie is te zien op het DSO.
Dit betreft een vergund recht voor een bestaand atelier ten behoeve van beeldhouwwerken. Dit atelier mag in stand worden gehouden. Het nieuw bouwen, herbouwen, vervangen en uitbreiden is niet toegestaan.
PPPPPPPPPPPPPPPPPPPP
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.13 6.4.14 worden regels gesteld aan het bouwen van een clubhuis voor een hondensportvereniging.
Deze is toegestaan binnen de locatie 'clubhuis hondensportvereniging'. Deze locatie is toegekend aan een bestaand clubhuis op basis van vergund recht.
Het bestaande clubhuis mag in stand worden gehouden. Voor de maximale maatvoering is aangesloten bij de bestaande maatvoering. Een clubhuis nieuw bouwen, herbouwen, verbouwen, vervangen en uitbreiden is niet toegestaan.
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.14 6.4.15 worden regels gesteld aan het bouwen van gebouwen ten behoeve van scheepvaart.
Deze zijn toegestaan binnen de locatie 'gebouwen ten behoeve van scheepvaart'. Deze locatie valt binnen de gebiedsaanwijzing 'vaarweg'. Bij gebouwen ten behoeve van scheepvaart kan gedacht worden aan wachthuisjes, installatieruimten, onderhoudsgebouwen en dergelijke.
Het bouwen van dergelijke gebouwen is zonder vergunning toegestaan indien voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 6.1606.162.
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.15 6.4.16 zijn regels opgenomen met betrekking tot het bouwen en herbouwen van een burgerwoning. Het is niet toegestaan om zonder een omgevingsvergunning een burgerwoning te bouwen. Een omgevingsvergunning is nodig, zodat de gemeente kan toezien op de gestelde bouwnormen bij het bouwen van een nieuwe woning, zoals het maximum aantal woningen, het woningtype, de afmetingen van het hoofdgebouw en de afstand tot de perceelsgrenzen.
In artikel 6.1646.165 zijn de beoordelingsregels opgenomen. De gemeente verleent enkel een vergunning als deze waarden niet worden overschreden. Niet alle waarden zijn direct in de regels opgenomen. Bij een aantal voorwaarden wordt verwezen naar omgevingsnormen. Dit betreft bestaande, legale bebouwing die enigszins afwijkt van de waarden in de beoordelingsregels. Deze zijn te zien op het DSO.
Bovendien moet de burgerwoning binnen de locatie 'burgerwoning (landelijk gebied)' liggen. De begrenzing van de locaties 'burgerwoning (landelijk gebied)' zijn is te zien op het DSO.
In de regeling zijn een aantal mogelijkheden opgenomen om alsnog een vergunning te verlenen indien niet wordt voldaan aan de genoemde waarden. Deze mogelijkheden zijn specifiek benoemd in artikel 6.1646.165, tweedederde lid en verder. Dit betreffen gevallen waarin enigszins wordt afgeweken van de maximale inhoudsmaat of de situering. De woning moet wel altijd binnen de locatie 'burgerwoning (landelijk gebied)' zijn gelegen. Bovendien zijn deze uitzonderingen begrensd, zodat er geen onwenselijke stedenbouwkundige situaties ontstaan en een bepaalde afstand tot buurpercelen geborgd blijft.
De bouwmogelijkheden die in deze paragraaf worden geboden, komen overeen met de bouwmogelijkheden uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan (het voorgaande bestemmingsplan).
SSSSSSSSSSSSSSSSSSSS
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.16 6.4.17 zijn regels opgenomen met betrekking tot het bouwen en herbouwen van een bedrijfswoning. Het is niet toegestaan om zonder een omgevingsvergunning een bedrijfswoning te bouwen. Een omgevingsvergunning is nodig, zodat de gemeente kan toezien op de gestelde bouwnormen bij het bouwen van een nieuwe bedrijfswoning, zoals het maximum aantal woningen, het woningtype, de afmetingen van het hoofdgebouw en de afstand tot de perceelsgrenzen.
In artikel 6.168 zijn de beoordelingsregels opgenomen. De gemeente verleent enkel een vergunning als deze waarden niet worden overschreden. De bedrijfswoning moet ook noodzakelijk zijn voor het bedrijf. De noodzakelijkheid moet worden aangetoond. De bedrijfswoning moet daarnaast ook binnen de locatie 'bedrijfswoning' liggen. De begrenzing van de locaties bedrijfswoning' zijn is te zien op het DSO.
In de regeling zijn een aantal mogelijkheden opgenomen om alsnog een vergunning te verlenen indien niet wordt voldaan aan de genoemde waarden. Deze mogelijkheden zijn specifiek benoemd in artikel 6.168, tweedederde lid en verder. Dit betreffen gevallen waarin enigszins wordt afgeweken van de situering. De woning moet wel altijd binnen de locatie 'bedrijfswoning' zijn gelegen. Bovendien zijn deze uitzonderingen begrensd, zodat er geen onwenselijke stedenbouwkundige situaties ontstaan.
De bouwmogelijkheden die in deze paragraaf worden geboden, komen overeen met de bouwmogelijkheden uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan (het voorgaande bestemmingsplan).
TTTTTTTTTTTTTTTTTTTT
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De regeling in paragraaf 6.4.17 6.4.18 stelt regels aan noodwoningen. Noodwoningen zijn woningen die in het voormalige bestemmingsplan 'Buitengebied 1998' specifiek waren aangeduid als 'woning vallende onder het overgangsrecht'. Dit betekent dat de bestaande woningen mogen worden gehandhaafd en gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd. Het nieuw bouwen van een noodwoning is niet toegestaan. Het uitbreiden van de woning of de bebouwing die bij de woning hoort, is ook niet toegestaan.
UUUUUUUUUUUUUUUUUUUU
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het bouwen van bijgebouwen bij een woning
In paragraaf 6.4.18 6.4.19 zijn de regels opgenomen voor het bouwen van bijgebouwen bij een woning.
Bijgebouwen bij een woning zijn alleen toegestaan binnen de locatie 'bijgebouwen'. Deze locaties en de begrenzing daarvan zijn te zien op het DSO.
Algemene regels
Het bouwen van bijgebouwen is vergunningvrij als voldaan wordt aan de waarden die in artikel 6.174 zijn gesteld. Hierbij zijn de criteria uit de voorheen geldende bestemmingsplannen overgenomen.
De gezamenlijk oppervlakte aan bijgebouwen mag per woning 100 m2 bedragen. Verder gelden er algemene criteria voor de goot- en bouwhoogte, dakhelling en situering.
In een aantal gevallen is er sprake van maatwerk door middel van een specifieke regeling:
Indien er reeds meer dan 100 m2 aan bijgebouwen aanwezig is op een perceel en er sprake is van legaal opgerichte bijgebouwen is er voor deze grotere oppervlakte een omgevingsnorm 'maximum oppervlakte bijgebouwen' opgenomen.
Op een aantal percelen is bestaande, legale bebouwing aanwezig op bijvoorbeeld de grens van het gebouwerf. Voor deze situaties is een nadere locatie met bijbehorende regeling opgenomen in de artikelen artikel 6.174, tweede lid en artikel 6.174, derde lid.
Vergunningplicht
Het is niet toegestaan om bijgebouwen te bouwen die niet voldoen aan de waarden die in artikel 6.174 zijn gesteld. Het kan in specifieke situaties echter wel voorstelbaar zijn dat een bijgebouw wordt gebouwd dat niet geheel voldoet aan de voorwaarden. Om toch enige flexibiliteit in de regeling te houden zijn er een aantal mogelijkheden opgenomen om af te wijken van de genoemde voorwaarden. Hiervoor is dan wel een vergunning benodigd. In artikel 6.175 is bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning te bouwen in afwijking van de waarden. De afwijkingsmogelijkheden zijn in artikel 6.177 verder gereguleerd. In dit artikel zijn de beoordelingsregels voor de vergunning opgenomen. Deze zijn opgenomen om te voorkomen dat er onwenselijke stedenbouwkundige situaties ontstaan. Deze afwijkingsmogelijkheden waren reeds in de voorheen geldende bestemmingsplannen opgenomen en zijn vertaald in het omgevingsplan.
Uitzondering vergunningplicht
In artikel 6.176 is een uitzondering op de vergunningsplicht van artikel artikel 6.175, eerste lid opgenomen voor bijgebouwen die voldoen aan artikel 22.36. Dit betreffen de bijgebouwen die voorheen vergunningsvrij waren op grond van artikel 2 van bijlage II van het voormalige Besluit omgevingsrecht.
VVVVVVVVVVVVVVVVVVVV
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De locatie 'langgevelboerderij' is toegekend aan één specifiek adres, namelijk Heesvenstraat 21-21A. Op dit perceel vindt een ontwikkeling plaats waarbij de bestaande cultuurhistorisch waardevolle woning wordt gesplitst in twee wooneenheden. De ontwikkeling die plaatsvindt is uitgebreid toegelicht in de motivering bij het omgevingsplan en de daarbij behorende bijlage (bijlage 1, ruimtelijke motivering Heesvenstraat 21-21A).
Binnen de locatie 'langgevelboerderij' is het toegestaan om de bestaande langgevelboerderij te splitsen in twee woningen. Hiervoor is wel een omgevingsvergunning nodig.
De splitsing kan alleen plaatsvinden als de cultuurhistorische waarden en kenmerken behouden blijven. Deze zijn geïnventariseerd en beschreven in de cultuurhistorische waardenbepaling die ook als bijlage is opgenomen in de motivering van het omgevingsplan.
In paragraaf 6.4.19 zijn regels gesteld met betrekking tot het herbouwen van een woning. Deze gelden voor burgerwoningen en (voormalige) bedrijfswoningen.
Voor de eventuele herbouw van een bestaande woning is een aparte regeling opgenomen. De herbouw van een bestaande woning is zonder vergunning toegestaan indien deze gesitueerd wordt ter plaatse van de bestaande fundering en de inhoud van de woning niet groter is dan de bestaande inhoud.
Indien de woning niet ter plaatse van de bestaande fundering wordt herbouwd, maar op een andere plaats binnen het gebouwerf, is een vergunning nodig. In de beoordelingsregels zijn voorwaarden opgenomen waardoor gewaarborgd is dat de nieuwe situering geen verslechtering betekent en geen beperkingen oplevert voor de omgeving en de eventuele omliggende bedrijven. Daarnaast is gewaarborgd dat de oorspronkelijke woning wordt gesloopt, zodat er geen sprake is van het vergunningsvrij bouwen van een nieuwe woning. Door middel van de vergunningsplicht kan de gemeente hierop toezien.
WWWWWWWWWWWWWWWWWWWW
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De locatie 'langgevelboerderij' is toegekend aan één specifiek adres, namelijk Heesvenstraat 21-21A. Op dit perceel vindt een ontwikkeling plaats waarbij de bestaande cultuurhistorisch waardevolle woning wordt gesplitst in twee wooneenheden. De ontwikkeling die plaatsvindt is uitgebreid toegelicht in de motivering bij het omgevingsplan en de daarbij behorende bijlage (bijlage 1, ruimtelijke motivering Heesvenstraat 21-21A).
Binnen de locatie 'langgevelboerderij' is het toegestaan om de bestaande langgevelboerderij te splitsen in twee woningen. Hiervoor is wel een omgevingsvergunning nodig.
De splitsing kan alleen plaatsvinden als de cultuurhistorische waarden en kenmerken behouden blijven. Deze zijn geïnventariseerd en beschreven in de cultuurhistorische waardenbepaling die ook als bijlage is opgenomen in de motivering van het omgevingsplan.
In paragraaf 6.4.21 zijn de regels opgenomen voor het bouwen van overkappingen. Onder overkapping wordt verstaan: een overdekte open ruimte, waarvan de begrenzingen worden gevormd door bestaande gebouwen of door vrijstaande ondersteuningen, en die niet wordt aangemerkt als een gebouw.
Overkappingen zijn alleen toegestaan binnen de locatie 'overkapping'. Deze locaties en de begrenzing daarvan zijn te zien op het DSO.
Algemene regels
Het bouwen van overkappingen is vergunningvrij als voldaan wordt aan de waarden die in artikel 6.182 zijn gesteld. Hierbij zijn de criteria uit de voorheen geldende bestemmingsplannen overgenomen.
Per woning mag sprake zijn van één overkapping. De maximale oppervlakte mag 20 m2 bedragen. Verder gelden er algemene criteria voor de goot- en bouwhoogte, dakhelling en situering.
Vergunningplicht
Het is niet toegestaan om overkappingen te bouwen die niet voldoen aan de waarden die in artikel 6.182 zijn gesteld. Het kan in specifieke situaties echter wel voorstelbaar zijn dat een overkapping wordt gebouwd dat niet geheel voldoet aan de voorwaarden. Om toch enige flexibiliteit in de regeling te houden zijn er een aantal mogelijkheden opgenomen om af te wijken van de genoemde voorwaarden. Hiervoor is dan wel een vergunning benodigd. In artikel 6.183 is bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning te bouwen in afwijking van de waarden. De afwijkingsmogelijkheden zijn in artikel 6.184 verder gereguleerd. In dit artikel zijn de beoordelingsregels voor de vergunning opgenomen. Deze zijn opgenomen om te voorkomen dat er onwenselijke stedenbouwkundige situaties ontstaan. Deze afwijkingsmogelijkheden waren reeds in de voorheen geldende bestemmingsplannen opgenomen en zijn vertaald in het omgevingsplan.
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.21 zijn de regels opgenomen voor het bouwen van overkappingen. Onder overkapping wordt verstaan: een overdekte open ruimte, waarvan de begrenzingen worden gevormd door bestaande gebouwen of door vrijstaande ondersteuningen, en die niet wordt aangemerkt als een gebouw.
Overkappingen zijn alleen toegestaan binnen de locatie 'overkapping'. Deze locaties en de begrenzing daarvan zijn te zien op het DSO.
Algemene regels
In paragraaf 6.4.22 zijn de regels opgenomen voor het bouwen van terreinafscheidingen.
Binnen de regeling zijn twee situaties onderscheiden:
Het bouwen van overkappingen erfafscheidingen is vergunningvrij als voldaan wordt aan de waarden voorwaarden die in artikel 6.186 zijn gesteld per situatie. Hierbij zijn de criteria uit de voorheen geldende bestemmingsplannen overgenomen.
Per woning mag sprake zijn van één overkapping. De maximale oppervlakte mag 20 m2 bedragen. Verder gelden er algemene criteria voor de goot- en bouwhoogte, dakhelling en situering.
Vergunningplicht
Het is niet toegestaan om overkappingen te bouwen die niet voldoen aan de waarden die in artikel 6.186 zijn gesteld. Het kan in specifieke situaties echter wel voorstelbaar zijn dat een overkapping wordt gebouwd dat niet geheel voldoet aan de voorwaarden. Om toch enige flexibiliteit in de regeling te houden zijn er een aantal mogelijkheden opgenomen om af te wijken van de genoemde voorwaarden. Hiervoor is dan wel een vergunning benodigd. In artikel 6.187 is bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning te bouwen in afwijking van de waarden. De afwijkingsmogelijkheden zijn in artikel 6.188 verder gereguleerd. In dit artikel zijn de beoordelingsregels voor de vergunning opgenomen. Deze zijn opgenomen om te voorkomen dat er onwenselijke stedenbouwkundige situaties ontstaan. Deze afwijkingsmogelijkheden waren reeds in de voorheen geldende bestemmingsplannen opgenomen en zijn vertaald in het omgevingsplan.
In artikel 6.187 is een mogelijkheid opgenomen om af te wijken van de maximale hoogte van een terreinafscheiding. Dit is alleen mogelijk middels een vergunning. In artikel artikel 6.188 zijn de beoordelingsregels voor de vergunning opgenomen. Deze zijn opgenomen om te voorkomen dat er onwenselijke stedenbouwkundige situaties ontstaan. Deze afwijkingsmogelijkheid was reeds in de voorheen geldende bestemmingsplannen opgenomen en is vertaald in het omgevingsplan.
YYYYYYYYYYYYYYYYYYYY
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.22 zijn de regels opgenomen voor het bouwen van terreinafscheidingen.
Binnen de regeling zijn twee situaties onderscheiden:
Het plaatsen van een erfafscheiding op een perceel waar al een (hoofd)gebouw staat.
Het plaatsen van een erfafscheiding op een perceel waar geen (hoofd)gebouw staat.
Het bouwen van erfafscheidingen is vergunningvrij als voldaan wordt aan de voorwaarden die in artikel 6.190 zijn gesteld per situatie. Hierbij zijn de criteria uit de voorheen geldende bestemmingsplannen overgenomen.
In artikel 6.191 is een mogelijkheid opgenomen om af te wijken van de maximale hoogte van een terreinafscheiding. Dit is alleen mogelijk middels een vergunning. In artikel artikel 6.192 zijn de beoordelingsregels voor de vergunning opgenomen. Deze zijn opgenomen om te voorkomen dat er onwenselijke stedenbouwkundige situaties ontstaan. Deze afwijkingsmogelijkheid was reeds in de voorheen geldende bestemmingsplannen opgenomen en is vertaald in het omgevingsplan.
In paragraaf 6.4.23 worden regels gesteld aan het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij agrarische bedrijven. Deze zijn toegestaan binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik' en 'veehouderij - gebruik'. De begrenzing van deze locaties is te zien op het DSO.
In de regeling worden specifieke bouwwerken, geen gebouwen zijnde genoemd. Deze mogen zonder vergunning worden geplaatst, mits ze voldoen aan de gestelde voorschriften voor wat betreft de maximale hoogte en de situering. Daarnaast is als voorwaarde gesteld dat de totale oppervlakte van bebouwing, verharding en voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf mag bedragen.
Er is één mogelijkheid opgenomen om af te wijken van de regeling. Dit betreft de bouw van een torensilo hoger dan 15 meter. Het bevoegd gezag kan hiervoor een vergunning verlenen. In de beoordelingsregels zijn de voorwaarden opgenomen waar in dat geval aan moet worden voldaan.
De regeling is zonder inhoudelijke wijziging overgenomen uit de voorgaande bestemmingsplansystematiek.
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.23 worden regels gesteld aan het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij agrarische bedrijven. Deze zijn toegestaan binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik' en 'veehouderij - gebruik'. De begrenzing van deze locaties is te zien op het DSO.
In de regeling worden specifieke bouwwerken, geen gebouwen zijnde genoemd. Deze mogen zonder vergunning worden geplaatst, mits ze voldoen aan de gestelde voorschriften voor wat betreft de maximale hoogte en de situering. Daarnaast is als voorwaarde gesteld dat de totale oppervlakte van bebouwing, verharding en voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf mag bedragen.
Er is één mogelijkheid opgenomen om af te wijken van de regeling. Dit betreft de bouw van een torensilo hoger dan 15 meter. Het bevoegd gezag kan hiervoor een vergunning verlenen. In de beoordelingsregels zijn de voorwaarden opgenomen waar in dat geval aan moet worden voldaan.
De regeling is zonder inhoudelijke wijziging overgenomen uit de voorgaande bestemmingsplansystematiek.
In paragraaf 6.4.24 worden regels gesteld aan het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Onder teeltondersteunende voorzieningen wordt verstaan: ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf of -bedrijfstak, boom- of vaste plantenteeltbedrijf of - bedrijfstak en die gebruikt worden om de teeltomstandigheden c.q. bedrijfsvoering te optimaliseren.
De regeling is gebaseerd op het beleid inzake teeltondersteunende voorzieningen dat in 2018 is opgesteld. Dit beleid was reeds verwerkt in de meest actuele bestemmingsplannen.
Voor deze locaties gelden specifieke voorschriften waaraan moet worden voldaan bij het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. De mogelijkheden om tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen op te richten en de daarbij behorende voorschriften hangen af van het karakter van de gebieden en de locaties waar deze gelegen zijn. De regeling is gebaseerd op de mogelijkheden uit het beleid, dan wel een vergund recht.
Er is een onderscheid gemaakt in de situering en locatie van de teeltondersteunende voorzieningen.
Er zijn een drietal locaties onderscheiden waarbinnen tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan:
'tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Binnen deze locatie is het oprichten zonder vergunning toegestaan, mits voldaan wordt aan de maximaal toegestane hoogte en de voorzieningen maximaal 6 maanden per jaar aanwezig zijn;
'seizoensgebonden teeltondersteunende voorzieningen'. Binnen deze locatie zijn voorzieningen toegestaan in de vorm van wandelkappen, mits voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden. Deze regeling is een vertaling van een vergund recht. De genoemde voorwaarden waren reeds gesteld aan de verleende vergunning.
'agrarisch waardevol gebied'. Binnen deze locatie is het alleen mogelijk om tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen op te richten met een vergunning. Binnen dit gebied gelden extra voorwaarden voor het toestaan van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen om de bestaande waarden te beschermen.
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.24 worden regels gesteld aan het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Onder teeltondersteunende voorzieningen wordt verstaan: ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf of -bedrijfstak, boom- of vaste plantenteeltbedrijf of - bedrijfstak en die gebruikt worden om de teeltomstandigheden c.q. bedrijfsvoering te optimaliseren.
De regeling is gebaseerd op het beleid inzake teeltondersteunende voorzieningen dat in 2018 is opgesteld. Dit beleid was reeds verwerkt in de meest actuele bestemmingsplannen.
Voor deze locaties gelden specifieke voorschriften waaraan moet worden voldaan bij het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. De mogelijkheden om tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen op te richten en de daarbij behorende voorschriften hangen af van het karakter van de gebieden en de locaties waar deze gelegen zijn. De regeling is gebaseerd op de mogelijkheden uit het beleid, dan wel een vergund recht.
Er is een onderscheid gemaakt in de situering en locatie van de teeltondersteunende voorzieningen.
Er zijn een drietal locaties onderscheiden waarbinnen tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan:
'tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Binnen deze locatie is het oprichten zonder vergunning toegestaan, mits voldaan wordt aan de maximaal toegestane hoogte en de voorzieningen maximaal 6 maanden per jaar aanwezig zijn;
'seizoensgebonden teeltondersteunende voorzieningen'. Binnen deze locatie zijn voorzieningen toegestaan in de vorm van wandelkappen, mits voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden. Deze regeling is een vertaling van een vergund recht. De genoemde voorwaarden waren reeds gesteld aan de verleende vergunning.
'agrarisch waardevol gebied'. Binnen deze locatie is het alleen mogelijk om tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen op te richten met een vergunning. Binnen dit gebied gelden extra voorwaarden voor het toestaan van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen om de bestaande waarden te beschermen.
In paragraaf 6.4.25 worden regels gesteld aan het oprichten van een paardenbak. Onder paardenbak wordt verstaan: niet-overdekte piste, doorgaans voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem waar naast training en africhting van het paard eveneens toetsing van prestaties van de combinatie paard en ruiter in diverse disciplines kan plaatsvinden.
Het oprichten van een paardenbak binnen de locatie 'paardenbak' is vergunningsvrij. Dit betreffen met name de bestaande paardenbakken die vergund zijn en passen binnen het beleid.
Binnen de locatie 'agrarisch - gebruik' is het oprichten van een paardenbak slechts toegestaan met een vergunning. In artikel 6.201 zijn de beoordelingsregels gesteld waaraan voldaan moet zijn.
Deze regeling is gebaseerd op het beleid zoals dat in de meest actuele bestemmingsplannen was verwerkt.
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.25 worden regels gesteld aan het oprichten van een paardenbak. Onder paardenbak wordt verstaan: niet-overdekte piste, doorgaans voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem waar naast training en africhting van het paard eveneens toetsing van prestaties van de combinatie paard en ruiter in diverse disciplines kan plaatsvinden.
Het oprichten van een paardenbak binnen de locatie 'paardenbak' is vergunningsvrij. Dit betreffen met name de bestaande paardenbakken die vergund zijn en passen binnen het beleid.
Binnen de locatie 'agrarisch - gebruik' is het oprichten van een paardenbak slechts toegestaan met een vergunning. In artikel 6.205 zijn de beoordelingsregels gesteld waaraan voldaan moet zijn.
Deze regeling is gebaseerd op het beleid zoals dat in de meest actuele bestemmingsplannen was verwerkt.
In paragraaf 6.4.26 worden regels gesteld aan het bouwen van schuilgelegenheden.
Voor de bouw van nieuwe schuilgelegenheden binnen de locatie 'agrarisch - gebruik' is een vergunningsplicht opgenomen. Een vergunning kan slechts worden verleend indien voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 6.205. Hierin is onder andere bepaald dat schuilgelegenheden binnen de locatie 'agrarisch - gebruik' en de gebiedsaanwijzing 'bebouwingsconcentratie' gelegen moeten zijn. Schuilgelegenheden zijn niet toegestaan binnen ecologisch waardevol gebied. Met deze voorwaarden wordt gewaarborgd dat schuilgelegenheden niet zonder meer in het gehele buitengebied gebouwd kunnen worden. Daarmee worden negatieve effecten voorkomen op de leefomgeving. De schuilgelegenheid moet tevens worden ingepast in het landschap. Deze regeling is een vertaling van het actuele gemeentelijke beleid en provinciale beleid voor bebouwing in het buitengebied.
Om te voorkomen dat nieuwe bedrijfsmatige dierenverblijven ontstaan, mag een schuilgelegenheid slechts hobbymatig worden gebruikt voor dieren. Opslag is niet toegestaan.
Voor bestaande schuilgelegenheden is een specifieke regeling opgenomen. Deze zijn aangeduid middels de locatie 'schuilgelegenheid' en hebben specifieke omgevingsnormen voor de maximaal toegestane oppervlakte en hoogte.
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.26 worden regels gesteld aan het bouwen van schuilgelegenheden.
Voor de bouw van nieuwe schuilgelegenheden binnen de locatie 'agrarisch - gebruik' is een vergunningsplicht opgenomen. Een vergunning kan slechts worden verleend indien voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 6.209. Hierin is onder andere bepaald dat schuilgelegenheden binnen de locatie 'agrarisch - gebruik' en de gebiedsaanwijzing 'bebouwingsconcentratie' gelegen moeten zijn. Schuilgelegenheden zijn niet toegestaan binnen ecologisch waardevol gebied. Met deze voorwaarden wordt gewaarborgd dat schuilgelegenheden niet zonder meer in het gehele buitengebied gebouwd kunnen worden. Daarmee worden negatieve effecten voorkomen op de leefomgeving. De schuilgelegenheid moet tevens worden ingepast in het landschap. Deze regeling is een vertaling van het actuele gemeentelijke beleid en provinciale beleid voor bebouwing in het buitengebied.
Om te voorkomen dat nieuwe bedrijfsmatige dierenverblijven ontstaan, mag een schuilgelegenheid slechts hobbymatig worden gebruikt voor dieren. Opslag is niet toegestaan.
Voor bestaande schuilgelegenheden is een specifieke regeling opgenomen. Deze zijn aangeduid middels de locatie 'schuilgelegenheid' en hebben specifieke omgevingsnormen voor de maximaal toegestane oppervlakte en hoogte.
paragraaf 6.4.27 stelt regels met betrekking tot het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij een kampeerbedrijf binnen de locatie 'kampeerbedrijf'.
Deze regeling is een vertaling van het bestemmingsplan 'Somerense Vennen - centrumvoorziening'. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het ter plaatse gevestigde kampeerbedrijf. In dit bestemmingsplan is aan deze gronden een bestemming 'Recreatie' toegekend en zijn aanleg-, gebruiks- en bouwregels opgenomen. Deze regeling is zonder inhoudelijke wijziging overgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan. In de systematiek van het omgevingsplan zijn de voormalige bouwregels gesplitst per bouwactiviteit. In deze paragraaf is de bouwactiviteit bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde behorende bij het kampeerbedrijf gereguleerd.
In artikel 6.207 is bepaald dat voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde die behoren bij het ter plaatse gevestigde kampeerbedrijf, geen vergunning nodig is. Deze bouwwerken moeten dan wel voldoen aan de gestelde voorwaarden voor wat betreft de maximale hoogte.
Binnen de locatie 'kampeerbedrijf' is aan een gedeelte van de gronden tevens de locatie 'centrumvoorzieningen' toegekend. Voor het bouwen van lichtmasten binnen de locatie 'centrumvoorzieningen' is een aparte regeling opgenomen. Voor het plaatsen van de lichtmasten is geen vergunning nodig, mits deze niet hoger zijn dan 10 meter en nabij de parkeergelegenheid geplaatst worden.
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
paragraaf 6.4.27 stelt regels met betrekking tot het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij een kampeerbedrijf binnen de locatie 'kampeerbedrijf'.
Deze regeling is een vertaling van het bestemmingsplan 'Somerense Vennen - centrumvoorziening'. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het ter plaatse gevestigde kampeerbedrijf. In dit bestemmingsplan is aan deze gronden een bestemming 'Recreatie' toegekend en zijn aanleg-, gebruiks- en bouwregels opgenomen. Deze regeling is zonder inhoudelijke wijziging overgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan. In de systematiek van het omgevingsplan zijn de voormalige bouwregels gesplitst per bouwactiviteit. In deze paragraaf is de bouwactiviteit bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde behorende bij het kampeerbedrijf gereguleerd.
In artikel 6.211 is bepaald dat voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde die behoren bij het ter plaatse gevestigde kampeerbedrijf, geen vergunning nodig is. Deze bouwwerken moeten dan wel voldoen aan de gestelde voorwaarden voor wat betreft de maximale hoogte.
Binnen de locatie 'kampeerbedrijf' is aan een gedeelte van de gronden tevens de locatie 'centrumvoorzieningen' toegekend. Voor het bouwen van lichtmasten binnen de locatie 'centrumvoorzieningen' is een aparte regeling opgenomen. Voor het plaatsen van de lichtmasten is geen vergunning nodig, mits deze niet hoger zijn dan 10 meter en nabij de parkeergelegenheid geplaatst worden.
In paragraaf 6.4.28 worden regels gesteld aan het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van scheepvaart.
Deze zijn toegestaan binnen de locatie 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van scheepvaart'. Deze locatie valt binnen de gebiedsaanwijzing 'vaarweg'. Bij bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van scheepvaart kan gedacht worden aan sluizen, bruggen, afmeerpalen, borden en dergelijke.
Het bouwen van dergelijke bouwwerken is zonder vergunning toegestaan indien de bouwhoogte maximaal 12 meter bedraagt.
EEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.28 worden regels gesteld aan het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van scheepvaart.
Deze zijn toegestaan binnen de locatie 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van scheepvaart'. Deze locatie valt binnen de gebiedsaanwijzing 'vaarweg'. Bij bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van scheepvaart kan gedacht worden aan sluizen, bruggen, afmeerpalen, borden en dergelijke.
Het bouwen van dergelijke bouwwerken is zonder vergunning toegestaan indien de bouwhoogte maximaal 12 meter bedraagt.
In paragraaf 6.4.29 worden regels gesteld aan het bouwen van constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen. Deze regeling is zonder inhoudelijke wijziging overgenomen uit de meest actuele bestemmingsplannen voor het buitengebied van de gemeente.
Deze constructies zijn vergunningsvrij indien ze gebouwd worden op een gebouwerf en voldoen aan de overige voorwaarde qua situering en hoogte.
FFFFFFFFFFFFFFFFFFFFF
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.29 worden regels gesteld aan het bouwen van constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen. Deze regeling is zonder inhoudelijke wijziging overgenomen uit de meest actuele bestemmingsplannen voor het buitengebied van de gemeente.
Deze constructies zijn vergunningsvrij indien ze gebouwd worden op een gebouwerf en voldoen aan de overige voorwaarde qua situering en hoogte.
In paragraaf 6.4.30worden regels gesteld aan het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Binnen de bestemmingsplansystematiek werden regels gesteld aan het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Hierbij werden voor een aantal specifieke bouwwerken voorschriften gesteld voor onder andere de situering en de hoogte. Daarnaast was er een regeling voor de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor deze categorie werden algemene eisen gesteld aan onder andere de maximaal toegestane hoogte en de afstand tot de bestemmingsgrens. Deze regeling is omgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan.
Paragraaf 6.4.30is van toepassing op het bouwen van speeltoestellen, antenne-, licht- en vlaggenmasten. Indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden is de bouw van deze bouwwerken vergunningvrij.
Daarnaast is deze paragraaf van toepassing op de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde die niet specifiek zijn geregeld in afdeling 6.4. Hiervoor geldt een vergunningplicht.
Uitzondering hierop is het bouwen binnen de functie Natuur. Dit is niet toegestaan.
Deze regels bevorderen efficiëntie en flexibiliteit voor bijvoorbeeld bedrijven en openbare voorzieningen, terwijl tegelijkertijd wordt gewaarborgd dat de bouwwerken geen negatieve impact hebben op de omgeving.
GGGGGGGGGGGGGGGGGGGGG
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.4.30 worden regels gesteld aan het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Binnen de bestemmingsplansystematiek werden regels gesteld voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Hierbij werden voor een aantal specifieke bouwwerken voorschriften gesteld voor onder andere de situering en de hoogte. Daarnaast was er een regeling voor de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor deze categorie werden algemene eisen gesteld aan onder andere de maximaal toegestane hoogte en de afstand tot de bestemmingsgrens. Deze regeling is omgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan.
paragraaf 6.4.30 is van toepassing op het bouwen van speeltoestellen, antenne-, licht- en vlaggenmasten. Daarnaast is deze paragraaf van toepassing op de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde die niet specifiek zijn geregeld in afdeling 6.4.
Indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden is de bouw van deze bouwwerken vergunningsvrij. Uitzondering hierop is het bouwen binnen de functie Natuur. Deze regels bevorderen efficiëntie en flexibiliteit voor bijvorbeeld bedrijven en openbare voorzieningen, terwijl tegelijkertijd gewaarborgd wordt dat de bouwwerken geen negatieve impact hebben op de omgeving.
[Vervallen]
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel bevat de algemene aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor een gebruiksactiviteit. De aanvraagvereisten zijn grotendeels overeenkomstig de artikelen uit de voormalige Regeling omgevingsrecht. De aanvraagvereisten zijn aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in de Omgevingsregeling.
De in dit artikel opgenomen aanvraagvereisten zijn van toepassing op alle aanvragen. Aanvraagvereisten die verbandhouden met specifieke beoordelingsregels zijn bij deze specifieke beoordelingsregels opgenomen.
[Vervallen]
IIIIIIIIIIIIIIIIIIIII
Voor sectie 6.220 worden twee secties ingevoegd, luidende:
Dit artikel bevat de algemene aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor een gebruiksactiviteit. De aanvraagvereisten zijn grotendeels overeenkomstig de artikelen uit de voormalige Regeling omgevingsrecht. De aanvraagvereisten zijn aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in de Omgevingsregeling. De in dit artikel opgenomen aanvraagvereisten zijn van toepassing op alle aanvragen.
Aanvraagvereisten die verbandhouden met specifieke beoordelingsregels zijn bij deze specifieke beoordelingsregels opgenomen
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKKKKK
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Vervallen]
LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLL
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.3.3 worden regels gesteld aan het exploiteren van veehouderijen. Het gebruik van de gronden en bouwwerken voor een veehouderij is toegestaan binnen de locatie 'veehouderij - gebruik'. De begrenzing komt overeen met de bestemmingsvlakken van de reeds bestaande veehouderijen.
De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor het bedrijfsmatig fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren.
Deze regeling is niet van toepassing indien het aantal dieren dat wordt gehouden niet meer bedraagt dan de aantallen genoemd in artikel 6.232 6.228, tweede lid.
In artikel 6.233 6.229 is een verbodsbepaling opgenomen. Hierin is bepaald dat het houden van geiten niet is toegestaan. Deze regeling is op basis van de provinciale Omgevingsverordening opgenomen in het omgevingsplan. Tevens is bepaald dat het houden van vee op een verdieping niet is toegestaan.
Naast het houden van vee zijn andere agrarische bedrijfsactiviteiten toegestaan, het telen van gewassen, mestbewerking en mestopslag ten behoeve van het eigen bedrijf en productiegebonden detailhandel. Dit is bepaald in artikel 6.234 6.230, eerste lid. Deze vormen van gebruik zijn toegestaan zonder vergunning. Deze regeling is gebaseerd op de voormalige bestemmingsplansystematiek.
Het is niet toegestaan zonder vergunning een gebouw als dierenverblijf in gebruik te nemen. De beoordelingsregels sluiten aan de bij provinciale Omgevingsverordening.
Binnen de regeling zijn twee specifieke locaties opgenomen. Dit betreft een vertaling van de bestaande regeling uit het bestemmingsplan.
MMMMMMMMMMMMMMMMMMMMM
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.3.5 worden regels gesteld met betrekking tot het exploiteren van een gebruiksgerichte paardenhouderij. Onder gebruiksgerichte paardenhouderij wordt verstaan: een paardenhouderij waar het accent ligt op het bedrijfsmatig houden en stallen van paarden en pony’s met als nevenfunctie eventueel het fokken en africhten ervan. Voorbeelden zijn: stalhouderijen en paardenpensions.
Het exploiteren van een gebruiksgerichte paardenhouderij is alleen toegestaan indien er sprake is van een nevenactiviteit, indien deze binnen de locaties 'veehouderij - gebruik' en 'productiegerichte paardenhouderij' is gelegen en er een vergunning is verleend.
Onder nevenactiviteit wordt verstaan: ondergeschikte activiteit, die gezien de relationele aard en geringe omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit.
Voordat het bevoegd gezag vergunning kan verlenen, moet voldaan zijn aan de beoordelingsregels in artikel 6.241 6.237. De beoordelingsregels zijn erop gericht om de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te beperken.
NNNNNNNNNNNNNNNNNNNNN
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.4.3 worden regels gesteld aan het gebruik van gronden en bouwwerken voor statische opslag.
Onder statische opslag wordt verstaan: opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals een (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke.
Statische opslag is alleen toegestaan indien hier een vergunning voor is verleend en de gronden en bouwwerken zijn gelegen binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik', 'veehouderij - gebruik' en 'bedrijf - gebruik'. Het bevoegd gezag kan een vergunning verlenen indien er sprake is van een nevenactiviteit en voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 6.258 6.254. De beoordelingsregels zijn erop gericht de gevolgen voor de fysieke leefmilieu zoveel mogelijk te beperken.
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.4.4 worden regels gesteld aan het gebruik van gronden en bouwwerken voor kleinschalige nevenactiviteiten binnen de locatie 'bedrijf - gebruik'.
Het uitoefenen van kleinschalige nevenactiviteiten bij een bedrijf is toegestaan mits een vergunning is verleend. Het bevoegd gezag kan een vergunning verlenen, mits wordt voldaan aan de beoordelingsregels in artikel 6.261 6.257. De beoordelingsregels zijn gericht op het beperken van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving.
In de meest actuele bestemmingsplannen was reeds een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het uitoefenen van kleinschalige nevenactiviteiten bij bedrijven. Deze regeling is overgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan.
PPPPPPPPPPPPPPPPPPPPP
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Sectie 6.262 wordt verplaatst van sectie 6.5.4.5 naar sectie 6.5.7.2. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
subparagraaf 6.5.7.2 stelt regels met betrekking tot het exploiteren van een pleisterplaats.
Het is toegestaan een pleisterplaats te exploiteren binnen de locatie 'pleisterplaats'. Binnen deze locatie is het toegestaan gronden en bouwwerken te gebruiken voor ondersteunende en routegebonden horeca. Er is een terras met een receptie toegestaan waarbij de gezamenlijke oppervlakte niet meer dan 200 m2 mag bedragen.
Deze locatie is toegekend aan een bestaande pleisterplaats. Deze regeling komt inhoudelijk overeen met de gebruiksregels zoals deze waren opgenomen in het voorgaande bestemmingsplan.
De begrenzing van de locatie 'pleisterplaats' is te zien op het DSO.
[Red: Sectie 6.262 verplaatst van sectie 6.5.4.5 naar sectie 6.5.7.2. ]
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.7.3 worden regels gesteld aan het aanbieden van ondersteunende horeca als nevenactiviteit.
In de voorheen geldende, meest actuele bestemmingsplannen waren afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor verschillende nevenactiviteiten waaronder het aanbieden van ondersteunende horeca. In het bestemmingsplan was bepaald dat deze nevenactiviteit alleen mocht worden uitgevoerd als er een vergunning voor was verleend. Een vergunning kon alleen worden verleend als voldaan werd aan de gestelde voorwaarden. Deze regeling is beleidsneutraal overgezet naar het omgevingsplan en de nieuwe systematiek daarvan.
Het aanbieden van ondersteunende horeca betreft een gebruiksactiviteit en is daarom in afdeling 6.5 opgenomen.
Onder ondersteunende horeca wordt verstaan: horeca die ten dienste staat van de hoofdfunctie en die in ruimtelijk opzicht hieraan ondergeschikt is. Het ondersteunend karakter dient van beperkte functionele en ruimtelijke omvang te zijn zodat de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft. Daar waar ondersteunende horeca is toegestaan, zijn feesten, partijen en vergaderingen niet toegestaan.
Dat feesten, partijen en vergaderingen niet zijn toegestaan is ook in artikel 6.269 6.265 opgenomen als verbod.
In artikel artikel 6.270 6.266 is opgenomen dat een vergunning benodigd is.
Een vergunning kan alleen verleend worden als is voldaan aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden zijn opgenomen in de beoordelingsregels in artikel 6.271 6.267 en blijken tevens uit de verschillende definities.
Een vergunning kan alleen verleend worden indien er sprake is van een nevenactiviteit. Dit is een ondergeschikte activiteit, die gezien de aard en omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit. Op het perceel moet een andere activiteit uitgevoerd worden die als hoofdactiviteit bestempeld kan worden. De ondersteunende horeca moet ook worden geëxploiteerd door de bewoners van de locatie.
De activiteit is alleen toegestaan binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik', 'veehouderij - gebruik' of 'recreatie - gebruik'.
Nieuwbouw ten behoeve van de ondersteunende horeca is niet toegestaan. De activiteit moet worden uitgevoerd binnen de reeds bestaande bebouwing.
De oppervlakte, inclusief terras, mag maximaal 100 m2 bedragen.
Om overlast voor de omgeving te voorkomen, moeten er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein zijn en moet aangetoond worden dat de verkeersaantrekkende werking niet te groot is en niet tot overlast leidt.
Er zijn voorwaarden gesteld aan de situering, zodat er voldoende afstand tot de weg en de omliggende woningen is.
SSSSSSSSSSSSSSSSSSSSS
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.7.4 worden regels gesteld aan het aanbieden van routegebonden horeca als nevenactiviteit.
In de voorheen geldende, meest actuele bestemmingsplannen waren afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor verschillende nevenactiviteiten waaronder het aanbieden van routegebonden horeca. In het bestemmingsplan was bepaald dat deze nevenactiviteit alleen mocht worden uitgevoerd als er een vergunning voor was verleend. Een vergunning kon alleen worden verleend als voldaan werd aan de gestelde voorwaarden. Deze regeling is beleidsneutraal overgezet naar het omgevingsplan en de nieuwe systematiek daarvan.
Het aanbieden van ondersteunende horeca betreft een gebruiksactiviteit en is daarom in afdeling 6.5 opgenomen.
Onder routegebonden horeca wordt verstaan: een kleinschalige horecavoorziening, niet zijnde een café of restaurant, waar vanuit de bestaande bebouwing dranken en etenswaren worden verstrekt aan passanten, zoals een theehuis.
In artikel 6.273 6.269 is opgenomen dat een vergunning benodigd is.
Een vergunning kan alleen verleend worden als is voldaan aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden zijn opgenomen in de beoordelingsregels in artikel 6.274 6.270 en blijken tevens uit de verschillende definities.
Een vergunning kan alleen verleend worden indien er sprake is van een nevenactiviteit. Dit is een ondergeschikte activiteit, die gezien de aard en omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit. Op het perceel moet een andere activiteit uitgevoerd worden die als hoofdactiviteit bestempeld kan worden. De ondersteunende horeca moet ook worden geëxploiteerd door de bewoners van de locatie.
De activiteit is alleen toegestaan binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik', 'veehouderij - gebruik' of 'wonen - gebruik'.
Nieuwbouw ten behoeve van de routegebonden horeca is niet toegestaan. De activiteit moet worden uitgevoerd binnen de reeds bestaande bebouwing.
De oppervlakte, inclusief terras, mag maximaal 200 m2 bedragen.
Om overlast voor de omgeving te voorkomen, moeten er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein zijn en moet aangetoond worden dat de verkeersaantrekkende werking niet te groot is en niet tot overlast leidt.
Er zijn voorwaarden gesteld aan de situering, zodat er voldoende afstand tot de weg en de omliggende woningen is.
TTTTTTTTTTTTTTTTTTTTT
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
subparagraaf 6.5.8.5 stelt regels met betrekking tot het exploiteren van een zorginstelling. Het gebruik van gronden en bouwwerken voor het exploiteren van een zorginstelling is toegestaan, zolang ze binnen de locatie 'zorginstelling-500' of 'zorginstelling-501' liggen.
Deze locaties zijn toegekend aan twee bestaande zorginstellingen.
'Zorginstelling - 500'
Op de locatie 'zorginstelling-500' was het bestemmingsplan 'Veegplan V gemeente Someren 2017' van toepassing. Het perceel had de bestemming 'Maatschappelijk - Buitengebied' waarbij een zorginstelling was toegestaan. De gebruiksregels uit dit bestemmingsplan zijn zonder inhoudelijke wijziging overgenomen en omgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan.
Op dit perceel is een zorginstelling voor nachtverblijf en dagbesteding toegestaan voor maximaal 10 personen met een zorgindicatie.
'Zorginstelling 501'
Op de locatie 'zorginstelling-501' was het bestemmingsplan 'Laan ten Boomen 30 Lierop' van toepassing. Het perceel had de bestemming 'Maatschappelijk - Buitengebied' waarbij een zorginstelling was toegestaan. Deze regeling is zonder inhoudelijke wijziging overgenomen en omgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan.
Op dit perceel is een zorginstelling voor nachtverblijf en dagbesteding voor maximaal 12 personen, 12 zorgappartementen en ondergeschikte detailhandel toegestaan. In artikel 6.284 6.280, tweede lid zijn de voorwaarden opgenomen waaraan voldaan dient te worden in algemene gebruiksregels. Indien voldaan wordt aan de voorwaarden is het gebruik toegestaan zonder dat er een vergunning nodig is.
UUUUUUUUUUUUUUUUUUUUU
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.8.7 worden regels gesteld aan het exploiteren van kinderopvang en/of dagbesteding als nevenactiviteit.
In de voorheen geldende , meest actuele, bestemmingsplannen waren afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor verschillende nevenactiviteiten, waaronder het exploiteren van kinderopvang en/of dagbesteding als nevenactiviteit. In het bestemmingsplan was bepaald dat deze nevenactiviteit alleen mocht worden uitgevoerd als er een vergunning voor was verleend. Een vergunning kon alleen worden verleend als voldaan werd aan de gestelde voorwaarden. Deze regeling is beleidsneutraal overgezet naar het omgevingsplan en de nieuwe systematiek daarvan.
Het exploiteren van kinderpopvang en/of dagbesteding betreft een gebruiksactiviteit en is daarom in afdeling 6.5 opgenomen.
In artikel 6.288 6.284 is bepaald dat het exploiteren van kinderopvang en/of dagbesteding niet is toegestaan zonder vergunning.
Onder kinderopvang wordt verstaan: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint, waarbij minimaal 6 kinderen worden opgevangen.
Onder dagbesteding wordt verstaan: voorziening waar aan ouderen, mensen met een handicap, mensen met psychiatrische problemen of in het kader van een re-integratietraject een zinvolle invulling van de dag wordt geboden, zonder dat daar een overnachting ter plaatse mee gepaard gaat.
Een vergunning kan alleen verleend worden als is voldaan aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden zijn opgenomen in de beoordelingsregels in artikel 6.289 6.285 en blijken tevens uit de verschillende definities.
Een vergunning kan alleen verleend worden indien er sprake is van een nevenactiviteit. Dit is een ondergeschikte activiteit, die gezien de aard en omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit. Op het perceel moet een andere activiteit uitgevoerd worden die als hoofdactiviteit bestempeld kan worden. De kinderopvang en/of dagbesteding moet ook worden geëxploiteerd door de bewoners van de locatie.
De activiteit is alleen toegestaan binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik', 'veehouderij - gebruik' of 'wonen - gebruik'.
Nieuwbouw ten behoeve van de kinderopvang en/of dagbesteding is niet toegestaan. De activiteit moet worden uitgevoerd binnen de reeds bestaande bebouwing.
Het vestigen mag niet leiden tot een belemmering of beperking voor de omgeving en omliggende functies.
Om overlast voor de omgeving te voorkomen, moeten er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein zijn en moet aangetoond worden dat de verkeersaantrekkende werking niet te groot is en niet tot overlast leidt.
VVVVVVVVVVVVVVVVVVVVV
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.8.8 worden regels gesteld aan het verlenen van zorg en/of dagbesteding als nevenactiviteit.
In de voorheen geldende , meest actuele, bestemmingsplannen waren afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor verschillende nevenactiviteiten, waaronder het exploiteren van kinderopvang en/of dagbesteding als nevenactiviteit. In het bestemmingsplan was bepaald dat deze nevenactiviteit alleen mocht worden uitgevoerd als er een vergunning voor was verleend. Een vergunning kon alleen worden verleend als voldaan werd aan de gestelde voorwaarden. Deze regeling is beleidsneutraal overgezet naar het omgevingsplan en de nieuwe systematiek daarvan.
Het verlenen van zorg en/of dagbesteding als nevenactiviteit betreft een gebruiksactiviteit en is daarom in afdeling 6.5 opgenomen.
In artikel 6.292 6.288 is bepaald dat het verlenen van zorg en/of dagbesteding als nevenactiviteit niet is toegestaan zonder vergunning.
Onder dagbesteding wordt verstaan: voorziening waar aan ouderen, mensen met een handicap, mensen met psychiatrische problemen of in het kader van een re-integratietraject een zinvolle invulling van de dag wordt geboden, zonder dat daar een overnachting ter plaatse mee gepaard gaat.
Een vergunning kan alleen verleend worden als is voldaan aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden zijn opgenomen in de beoordelingsregels in artikel 6.293 6.289..
Een vergunning kan alleen verleend worden indien er sprake is van een nevenactiviteit. Dit is een ondergeschikte activiteit, die gezien de aard en omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit. Op het perceel moet een andere activiteit uitgevoerd worden die als hoofdactiviteit bestempeld kan worden. De kinderopvang en/of dagbesteding moet ook worden geëxploiteerd door de bewoners van de locatie.
Er mogen maximaal 15 personen worden gehuisvest. Ze moeten beschikken over een zorgindicatie.
De activiteit is alleen toegestaan binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik', 'veehouderij - gebruik' of 'wonen - gebruik'.
Nieuwbouw ten behoeve van het verlenen van zorg en/of dagbesteding is niet toegestaan. De activiteit moet worden uitgevoerd binnen de reeds bestaande bebouwing.
Het vestigen mag niet leiden tot een belemmering of beperking voor de omgeving en omliggende functies.
Om overlast voor de omgeving te voorkomen, moeten er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein zijn en moet aangetoond worden dat de verkeersaantrekkende werking niet te groot is en niet tot overlast leidt.
WWWWWWWWWWWWWWWWWWWWW
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
subparagraaf 6.5.9.2 stelt regels met betrekking tot het exploiteren van een verenigingskampeerterrein. Het gebruik van gronden en bouwwerken voor het exploiteren van een verenigingskampeerterrein is toegestaan, zolang ze binnen de locatie 'verenigingskampeerterrein' liggen. Onder verenigingskampeerterrein wordt verstaan: een kampeerterrein ten behoeve van de eigen doeleinden van een vereniging of organisatie met sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke doeleinden.
In de regels is tevens als voorwaarde opgenomen dat enkel kampeermiddelen mogen worden gebruikt voor de verblijfsrecreatie. Hieronder vallen enkel de kampeermiddelen die geen bouwwerken zijn waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is. Voorbeelden hiervan zijn een tent, tentwagen of caravan.
Deze locatie is toegekend aan een bestaand kampeerterrein. In het voormalige bestemmingsplan Buitengebied 2011 had dit perceel de functie-aanduiding 'specifieke vorm van recreatie-4'. Ter plaatse van deze aanduiding waren verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een verenigingskampeerterrein toegestaan.
De regeling in subparagraaf 6.5.9.2 komt inhoudelijk overeen met de gebruiksregels zoals deze waren opgenomen in het voorgaande bestemmingsplan.
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
subparagraaf 6.5.9.2 stelt regels met betrekking tot het exploiteren van een kampeerbedrijf.
Deze regeling is een vertaling van het bestemmingsplan 'Somerense Vennen - centrumvoorziening'. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het ter plaatse gevestigde kampeerbedrijf. In dit bestemmingsplan is aan deze gronden een bestemming 'Recreatie' toegekend en zijn aanleg-, gebruiks- en bouwregels opgenomen. Binnen deze bestemming is een kampeerbedrijf toegestaan. Deze regeling is overgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan. In de systematiek van het omgevingsplan zijn de voormalige gebruiksregels gesplitst per gebruiksactiviteit. In deze paragraaf is de gebruiksactiviteit 'kampeerbedrijf exploiteren' gereguleerd.
Het gebruik van gronden en bouwwerken voor het exploiteren van een kampeerbedrijf met verblijfsrecreatie en voorzieningen is toegestaan, zolang ze binnen de locatie kampeerbedrijf' liggen.
Een deel van de gronden heeft naast de locatie 'kampeerbedrijf' ook de locatie 'centrumvoorzieningen' toegekend gekregen. Binnen deze locatie zijn de bij het kampeerbedrijf behorende algemene voorzieningen toegestaan. Dit betreffen de voorzieningen ten behoeve van sport en spel, het zwembad en de toegestane horeca.
Daarnaast heeft een deel van de gronden ook de locatie 'opslag kampeermiddelen' toegekend gekregen. Binnen deze locatie is de opslag van kampeermiddelen van vaste campinggasten toegestaan. Dit betreft bestaande bebouwing.
In artikel 6.300 6.296 is bepaald dat verblijfsrecreatie alleen is toegestaan de daarvoor bestemde bebouwing en kampeermiddelen, zoals de recreatiewoningen en stacaravans. Deze mogen daarnaast niet gebruikt worden voor bewoning met een permanent karakter.
Daarnaast is in artikel 6.300 6.296 bepaald dat de horecavoorzieningen ten behoeve van de camping zijn en niet ten behoeve van dagrecreatie. Dit artikel was voorheen opgenomen in de strijdig gebruik-regeling in het bestemmingsplan.
YYYYYYYYYYYYYYYYYYYYY
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.9.7 zijn regels gesteld aan het exploiteren van een bed and breakfast. Het gebruiken van gronden en bouwwerken voor een bed and breakfast is toegestaan binnen de locatie 'bed and breakfast'. Deze locatie is toegekend aan twee bestaande b&b's. De regeling uit het voormalige bestemmingsplan is overgenomen in het omgevingsplan en overgezet naar de nieuwe systematiek.
Op basis van artikel 6.308 6.304 mag het maximum aantal slaapplaatsen per bed and breakfast 10 bedragen.
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.9.12 worden regels gesteld aan het exploiteren van een minicamping als nevenactiviteit.
In de voorheen geldende bestemmingsplannen waren afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor verschillende nevenactiviteiten, waaronder het exploiteren van een minicamping. In het bestemmingsplan was bepaald dat deze nevenactiviteit alleen mocht worden uitgevoerd als er een vergunning voor was verleend. Een vergunning kon alleen worden verleend als voldaan werd aan de gestelde voorwaarden. Deze regeling is beleidsneutraal overgezet naar het omgevingsplan en de nieuwe systematiek daarvan.
Het exploiteren van minicamping betreft een gebruiksactiviteit en is daarom in afdeling 6.5 opgenomen.
In artikel 6.318 6.314 is bepaald dat het exploiteren van een minicamping niet is toegestaan zonder vergunning.
Een vergunning kan alleen verleend worden als is voldaan aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden zijn opgenomen in de beoordelingsregels in artikel 6.319 6.315 en blijken tevens uit de definitie van het begrip minicamping.
Er moet sprake zijn van een minicamping. Een minicamping is een kleinschalig kampeerterrein als nevenfunctie bij een agrarisch bedrijf, agrarisch verwant bedrijf, recreatiebedrijf of bij een burgerwoning. Om de kleinschaligheid te waarborgen geldt een maximum van 25 kampeermiddelen, waaronder maximaal 5 stacaravans. Ondersteunende voorzieningen, bijvoorbeeld sanitaire voorzieningen, moeten in de bestaande bebouwing gerealiseerd worden. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2.
Een vergunning kan tevens alleen verleend worden indien er sprake is van een nevenactiviteit. Dit is een ondergeschikte activiteit, die gezien de aard en omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit. Op het perceel moet een andere activiteit uitgevoerd worden die als hoofdactiviteit bestempeld kan worden, bijvoorbeeld een minicamping bij een agrarisch bedrijf. De minicamping moet ook worden geëxploiteerd door de bewoners van de locatie.
Een minicamping is alleen toegestaan binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik', 'veehouderij - gebruik', 'recreatie - gebruik' of 'wonen - gebruik'.
Het vestigen mag niet leiden tot een belemmering of beperking voor de omgeving en omliggende functies.
Om overlast voor de omgeving te voorkomen, moeten er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein zijn.
Er zijn voorwaarden aan de situering gesteld, zodat er voldoende afstand tot de omliggende percelen is.
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.9.13 worden regels gesteld aan het exploiteren van een bed and breakfast als nevenactiviteit.
In de voorheen geldende bestemmingsplannen waren afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor verschillende nevenactiviteiten, waaronder het exploiteren van een bed and breakfast. In het bestemmingsplan was bepaald dat deze nevenactiviteit alleen mocht worden uitgevoerd als er een vergunning voor was verleend. Een vergunning kon alleen worden verleend als voldaan werd aan de gestelde voorwaarden. Deze regeling is beleidsneutraal overgezet naar het omgevingsplan en de nieuwe systematiek daarvan.
Het exploiteren van een bed and breakfast betreft een gebruiksactiviteit en is daarom in afdeling 6.5 opgenomen.
In artikel 6.321 6.317 is bepaald dat het exploiteren van een bed and breakfast niet is toegestaan zonder vergunning.
Een vergunning kan alleen verleend worden als is voldaan aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden zijn opgenomen in de beoordelingsregels in artikel 6.322 6.318 en blijken tevens uit de definitie van het begrip bed and breakfast.
Onder bed and breakfast wordt verstaan: het bij wijze van nevenfunctie verstekken van logies en ontbijt, door het beschikbaar stellen van slaap-, ontbijt- en sanitaire ruimten, aan een steeds wisselend publiek dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse verblijft. Onder bed and breakfast worden niet verstaan overnachtingen, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.
Een vergunning kan tevens alleen verleend worden indien er sprake is van een nevenactiviteit. Dit is een ondergeschikte activiteit, die gezien de aard en omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit. Op het perceel moet een andere activiteit uitgevoerd worden die als hoofdactiviteit bestempeld kan worden, bijvoorbeeld een bed and breakfast bij een agrarisch bedrijf. De bed and breakfast moet ook worden geëxploiteerd door de bewoners van de locatie of het ter plaatse gevestigde bedrijf.
Een bed and breakfast is alleen toegestaan binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik', 'veehouderij - gebruik', 'recreatie - gebruik' of 'wonen - gebruik'.
Nieuwbouw ten behoeve van een bed and breakfast is niet toegestaan. Deze moet in de bestaande bebouwing worden gerealiseerd.
De gevolgen voor de omgevingskwaliteit moeten aanvaardbaar zijn. Het aantal overnachtingsplaatsen is daarom beperkt tot 10.
Het vestigen mag tevens niet leiden tot een belemmering of beperking voor de omgeving en omliggende functies.
Om overlast voor de omgeving te voorkomen, moeten er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein zijn.
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.9.14 worden regels gesteld aan het exploiteren van een groepsaccommodatie als nevenactiviteit.
Bestaande groepsaccommodaties die niet voldoen aan de voorwaarden vallen niet onder deze regeling, maar onder subparagraaf 6.5.9.4. Deze hebben een specifieke locatie toegekend gekregen.
In de voorheen geldende bestemmingsplannen waren afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor verschillende nevenactiviteiten, waaronder het exploiteren van een groepsaccommodatie. In het bestemmingsplan was bepaald dat deze nevenactiviteit alleen mocht worden uitgevoerd als er een vergunning voor was verleend. Een vergunning kon alleen worden verleend als voldaan werd aan de gestelde voorwaarden. Deze regeling is beleidsneutraal overgezet naar het omgevingsplan en de nieuwe systematiek daarvan.
Het exploiteren van een groepsaccommodatie betreft een gebruiksactiviteit en is daarom in afdeling 6.5 opgenomen.
In artikel 6.324 6.320 is bepaald dat het exploiteren van een groepsaccommodatie als nevenactiviteit niet is toegestaan zonder vergunning. Onder groepsaccommodatie wordt verstaan: een gebouw dat geheel of gedeeltelijk is ingericht voor het bedrijfsmatig verschaffen van recreatief nachtverblijf in groepsverband in permanent daarvoor ingerichte ruimten met gemeenschappelijke voorzieningen, keuken en verblijfsruimten.
Een vergunning kan alleen verleend worden als is voldaan aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden zijn opgenomen in de beoordelingsregels in artikel 6.325 6.321 en blijken tevens uit de definitie van het begrip nevenactiviteit.
Een vergunning kan alleen verleend worden indien er sprake is van een nevenactiviteit. Dit is een ondergeschikte activiteit, die gezien de aard en omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit. Op het perceel moet een andere activiteit uitgevoerd worden die als hoofdactiviteit bestempeld kan worden, bijvoorbeeld een groepsaccommodatie bij een agrarisch bedrijf. De groepsaccommodatie moet ook worden geëxploiteerd door de bewoners van de locatie.
Een groepsaccommodatie is alleen toegestaan binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik', 'veehouderij - gebruik' of 'wonen - gebruik'.
Nieuwbouw ten behoeve van een groepsaccommodatie is niet toegestaan. Deze moet in de bestaande bebouwing worden gerealiseerd.
De gevolgen voor de omgevingskwaliteit moeten aanvaardbaar zijn. Het aantal overnachtingsplaatsen is daarom beperkt tot 20. En er zijn voorwaarden gesteld aan de situering. Er moet sprake zijn van voldoende afstand tot omliggende percelen.
Om overlast voor de omgeving te voorkomen, moeten er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein zijn.
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.9.15 worden regels gesteld aan het aanbieden van ondergeschikte dagrecreatie als nevenactiviteit.
In de voorheen geldende , meest actuele, bestemmingsplannen waren afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor verschillende nevenactiviteiten, waaronder het aanbieden van ondergeschikte dagrecreatie. In het bestemmingsplan was bepaald dat deze nevenactiviteit alleen mocht worden uitgevoerd als er een vergunning voor was verleend. Een vergunning kon alleen worden verleend als voldaan werd aan de gestelde voorwaarden. Deze regeling is beleidsneutraal overgezet naar het omgevingsplan en de nieuwe systematiek daarvan.
Het aanbieden van ondergeschikte dagrecreatie betreft een gebruiksactiviteit en is daarom in afdeling 6.5 opgenomen.
Onder dagrecreatie wordt verstaan: het bieden van een product en/of dienst op het gebied van recreatie, educatie en/of cultuur, dat door de consument binnen één dag kan worden afgenomen en zonder dat daar een overnachting ter plaatse mee gepaard gaat.
In artikel 6.327 6.323 is bepaald dat het aanbieden van ondergeschikte dagrecreatie niet is toegestaan zonder vergunning.
Een vergunning kan alleen verleend worden als is voldaan aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden zijn opgenomen in de beoordelingsregels in artikel 6.328 6.324 en blijken tevens uit de definitie van het begrip.
Een vergunning kan alleen verleend worden indien er sprake is van een nevenactiviteit. Dit is een ondergeschikte activiteit, die gezien de aard en omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit. Op het perceel moet een andere activiteit uitgevoerd worden die als hoofdactiviteit bestempeld kan worden. De dagrecreatie moet worden aangeboden door de bewoners van de locatie.
Het aanbieden van ondergeschikte dagrecreatie is alleen toegestaan binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik', 'veehouderij - gebruik' of 'wonen - gebruik'.
Nieuwbouw ten behoeve van de dagrecreatie is niet toegestaan. Deze moet in de bestaande bebouwing worden gerealiseerd.
Om overlast voor de omgeving te voorkomen, moeten er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein zijn.
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.9.16 worden regels gesteld aan het verhuren van fietsen, rijtuigen en andere vervoersmiddelen voor recreatief gebruik als nevenactiviteit.
In de voorheen geldende , meest actuele, bestemmingsplannen waren afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor verschillende nevenactiviteiten, waaronder het verhuren van fietsen/rijtuigen voor recreatief gebruik als nevenactiviteit. In het bestemmingsplan was bepaald dat deze nevenactiviteit alleen mocht worden uitgevoerd als er een vergunning voor was verleend. Een vergunning kon alleen worden verleend als voldaan werd aan de gestelde voorwaarden. Deze regeling is beleidsneutraal overgezet naar het omgevingsplan en de nieuwe systematiek daarvan.
Het verhuren van fietsen/rijtuigen voor recreatief gebruik als nevenactiviteit betreft een gebruiksactiviteit en is daarom in afdeling 6.5 opgenomen.
In artikel 6.330 6.326 is bepaald dat het verhuren van fietsen/rijtuigen voor recreatief gebruik als nevenactiviteit niet is toegestaan zonder vergunning.
Een vergunning kan alleen verleend worden als is voldaan aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden zijn opgenomen in de beoordelingsregels in artikel 6.331 6.327 en blijken tevens uit de definitie van het begrip nevenactiviteit.
Een vergunning kan alleen verleend worden indien er sprake is van een nevenactiviteit. Dit is een ondergeschikte activiteit, die gezien de aard en omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit. Op het perceel moet een andere activiteit uitgevoerd worden die als hoofdactiviteit bestempeld kan worden. De verhuur van fietsen, rijtuigen en andere vervoersmiddelen moet worden aangeboden door de bewoners van de locatie.
Het moet gaan om het verhuren van fietsen, rijtuigen en andere vervoersmiddelen voor recreatief gebruik.
De nevenactiviteit is alleen toegestaan binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik', 'veehouderij - gebruik' of 'wonen - gebruik'.
Nieuwbouw ten behoeve van de verhuur is niet toegestaan. Deze moet in de bestaande bebouwing worden gerealiseerd.
Om overlast voor de omgeving te voorkomen, moeten er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein zijn.
EEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.5.11 worden regels gesteld met betrekking tot het wonen. Woningen zijn gelegen binnen de locatie wonen (landelijk gebied) - gebruik. Gronden en gebouwen die niet binnen deze locatie zijn gelegen, mogen niet worden gebruikt als woning.
In artikel 6.337 6.333 zijn algemene regels opgenomen. Dat wil zeggen dat gebouwen binnen de locatie wonen (landelijk gebied) - gebruik mogen worden gebruikt als woning zonder dat een vergunning benodigd is. Voorwaarde is dat er slechts één afzonderlijk huishouden woont in de woning. Onder huishouden wordt verstaan: één persoon of meerdere personen die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid en gericht op een duurzaam samen zijn en daarbij een economisch-consumptieve eenheid vormen.
Wonen moet plaatsvinden binnen de hoofdbebouwing. Dit is in artikel 6.337 6.333, eerste lid bepaald. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat vrijstaande bijgebouwen gebruikt worden als zelfstandige woning.
In artikel 6.337 6.333, tweede lid is een gebruiksregel opgenomen voor bedrijfswoningen. Woningen die gelegen zijn bij een bedrijf mogen alleen worden bewoond door een persoon die een binding heeft met het bijbehorende bedrijf.
Binnen de locatie agrarisch bedrijf - gebruik, bedrijf - gebruik, horeca - gebruik, maatschappelijk - gebruik, recreatie - gebruik of veehouderij -gebruik mag een (bedrijfs)woning uitsluitend worden bewoond door (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de hoofdfunctie, noodzakelijk is.
Daarnaast zijn in lid 3 en lid 4 een tweetal specifieke voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Deze zijn van toepassing binnen de genoemde locatie.
FFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFF
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.11.5 worden regels gesteld aan het huisvesten van arbeidsmigranten in woningen binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik', 'veehouderij - gebruik' en 'wonen gebruik'.
In 2020 heeft de gemeente nieuw beleid geformuleerd voor de huisvesting van arbeidsmigranten in het 'Beleid huisvesting arbeidsmigranten 2020'. Dit beleid geeft richtlijnen voor de huisvesting voor arbeidsmigranten. Het beleid biedt in het buitengebied mogelijkheden voor het huisvesten van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven en in (bedrijfs)woningen.
Deze subparagraaf betreft alleen het huisvesten van arbeidsmigranten in woningen. Het huisvesten in bedrijfsgebouwen en woonunits en dergelijke is in de volgende subparagrafen gereguleerd.
Het structureel of tijdelijk huisvesten van arbeidsmigranten is alleen toegestaan indien een vergunning is verleend.
Daarbij wordt onderscheid gemaakt in een drietal mogelijkheden:
het huisvesten van maximaal 4 arbeidsmigranten;
het huisvesten tussen de 4 en 20 arbeidsmigranten;
het huisvesten van meer dan 20 arbeidsmigranten.
Om vergunning te kunnen verlenen, dient voldaan te zijn aan de beoordelingsregels in artikel 6.346 6.342. Daarbij gelden voor onderdeel b en c aanvullende beoordelingsregels waaraan voldaan dient te worden. Deze zijn genoemd in artikel 6.346 6.342, tweede lid en artikel 6.346 6.342, derde lid.
Een belangrijke voorwaarde is de spreiding van de locaties waar arbeidsmigranten gehuisvest mogen worden. Maximaal 20% van de woningen in een straat mogen gebruikt worden voor de bewoning van arbeidsmigranten. Ook mogen de woningen niet direct nabij elkaar gesitueerd worden. Deze spreiding draagt bij aan de leefbaarheid van een straat en het draagvlak in de buurt.
Een andere voorwaarde betreft de SNF normering (Stichting Normering Flexwonen). huisvestingslocaties voor meer dan 4 arbeidsmigranten dienen te voldoen aan deze normering en de uitgangspunten van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Tevens dient een nachtregister bijgehouden te worden.
In de voormalige bestemmingsplannen zijn afwijkingsbevoegdheden opgenomen in de bestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' voor het huisvesten van arbeidsmigranten overeenkomstig het beleid. Deze zijn omgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan.
GGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGG
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.11.6 worden regels gesteld aan het huisvesten van arbeidsmigranten in (bedrijfs)woningen binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik' en 'veehouderij - gebruik'.
In 2020 heeft de gemeente nieuw beleid geformuleerd voor de huisvesting van arbeidsmigranten in het ‘Beleid huisvesting arbeidsmigranten 2020’. Dit beleid geeft richtlijnen voor de huisvesting voor arbeidsmigranten. Het beleid biedt in het buitengebied mogelijkheden voor het huisvesten van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven en in (bedrijfs)woningen.
Deze subparagraaf betreft alleen het huisvesten van arbeidsmigranten in bedrijfsgebouwen. Het huisvesten in woningen en woonunits en dergelijke is in de voorgaande en de hiernavolgende subparagraaf gereguleerd.
Het structureel of tijdelijk huisvesten van arbeidsmigranten is alleen toegestaan indien een vergunning is verleend.
Daarbij wordt onderscheid gemaakt in een tweetal mogelijkheden:
het huisvesten van maximaal 40 arbeidsmigranten,
het huisvesten van meer dan 40 arbeidsmigranten
Daarbij zijn voor onderdeel 2 aanvullende beoordelingsregels gesteld in artikel 6.350 6.346, tweede lid.
Huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven is alleen mogelijk als zij bij het agrarische bedrijf ter plaatse werkzaam zijn waarbij aangetoond is dat de huisvesting noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering.
Een andere voorwaarde betreft de SNF normering (Stichting Normering Flexwonen). Huisvestingslocaties voor meer dan 4 arbeidsmigranten dienen te voldoen aan deze normering en de uitgangspunten van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Het huisvesten van meer dan 40 personen is alleen toegestaan bij vollegrondstuinbouwbedrijven en glastuinbouwbedrijven in de piekmomenten.
Tevens dient een nachtregister bijgehouden te worden.
In de voormalige bestemmingsplannen zijn afwijkingsbevoegdheden opgenomen in de bestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' voor het huisvesten van arbeidsmigranten overeenkomstig het beleid. Deze zijn omgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan.
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 6.5.11.7 worden regels gesteld aan het tijdelijk huisvesten van arbeidsmigranten in woonunits, (sta)caravans of vergelijkbare onderkomens binnen de locaties 'agrarisch bedrijf - gebruik' en 'veehouderij - gebruik'.
In 2020 heeft de gemeente nieuw beleid geformuleerd voor de huisvesting van arbeidsmigranten in het ‘Beleid huisvesting arbeidsmigranten 2020’. Dit beleid geeft richtlijnen voor de huisvesting voor arbeidsmigranten. Het beleid biedt in het buitengebied mogelijkheden voor het huisvesten van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven en in (bedrijfs)woningen.
Deze subparagraaf betreft alleen het huisvesten van arbeidsmigranten in woonunits, (sta)caravans of vergelijkbare onderkomens. Het huisvesten in woningen en bedrijfsgebouwen is in de voorgaande subparagraaf gereguleerd.
Het structureel of tijdelijk huisvesten van arbeidsmigranten is alleen toegestaan indien een vergunning is verleend.
Daarbij wordt onderscheid gemaakt in een tweetal mogelijkheden:
het huisvesten van maximaal 40 arbeidsmigranten,
het huisvesten van meer dan 40 arbeidsmigranten
Daarbij zijn voor onderdeel 2 aanvullende beoordelingsregels gesteld in artikel 6.354 6.350, tweede lid.
Huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven is alleen mogelijk als zij bij het agrarische bedrijf ter plaatse werkzaam zijn waarbij aangetoond is dat de huisvesting noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering.
De woonunits mogen slechts tijdelijk, voor een maximale periode van 6 maanden, geplaatst worden waarbij de gemeente goedkeuring dient te geven over de kwaliteit en het uiterlijk van de unit.
Hierbij geldt dat er maximaal 4 personen per woonunit gehuisvest mogen worden.
Een andere voorwaarde betreft de SNF normering (Stichting Normering Flexwonen). Huisvestingslocaties voor meer dan 4 arbeidsmigranten dienen te voldoen aan deze normering en de uitgangspunten van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Het huisvesten van meer dan 40 personen is alleen toegestaan bij vollegrondstuinbouwbedrijven en glastuinbouwbedrijven in de piekmomenten.
Tevens dient een nachtregister bijgehouden te worden.
In de voormalige bestemmingsplannen zijn afwijkingsbevoegdheden opgenomen in de bestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' voor het huisvesten van arbeidsmigranten overeenkomstig het beleid. Deze zijn omgezet naar de nieuwe systematiek van het omgevingsplan.
IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.7.3 worden regels gesteld met betrekking tot het slopen van monumenten.
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), hoofdstuk 5 zijn instructieregels opgenomen voor het bevoegd gezag bij het opstellen van een omgevingsplan. Voor cultureel erfgoed zijn de instructieregels opgenomen in paragraaf 5.5.1. Op basis van deze instructieregels moet in het omgevingsplan rekening gehouden worden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Dit betreft onder andere het voorkomen van ontsiering, beschadiging en sloop.
In paragraaf 4.3.3.1 is het aandachtsgebied monument aangewezen op basis van, onder andere, de gemeentelijke monumentenlijst. In paragraaf 6.7.3 wordt de activiteit slopen van een monument binnen het aandachtsgebied monument gereguleerd.
Onder slopen wordt niet alleen het geheel slopen van het monument verstaan. Ook het gedeeltelijk slopen valt binnen deze regeling. Daarnaast kunnen de monumentale waarden worden aangetast door het doen van aanpassingen en het aantasten van waardevolle elementen. Om deze reden is de definitie van slopen ook van toepassing op deze handelingen.
Het slopen van een monument is alleen toegestaan als hier een vergunning voor is verleend. Een vergunning kan verleend worden als is voldaan aan de beoordelingsregels in artikel 6.367 6.363.
Voordat het bevoegd gezag kan beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning vraagt zij advies aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg dan wel de gemeentelijke monumentencommissie.
Deze werkwijze komt overeen met de regels uit de voorgaande bestemmingsplannen.
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In paragraaf 6.8.2 worden regels gesteld aan het toevoegen van een gebouw of activiteit met parkeerbehoefte.
Het bouwen van een gebouw of het uitvoeren van een gebruiksactiviteit leidt tot verkeersbewegingen en daarmee tot een parkeerbehoefte. Om overlast te voorkomen moet worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Uitgangspunt daarbij is dat er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig moeten zijn dan wel gerealiseerd moeten worden. Om te kunnen toetsen of aan dit uitgangspunt wordt voldaan, is er een vergunningsplicht opgenomen in artikel 6.373 6.369. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning moet een inrichtingsplan met daarop de parkeerplaatsen en een parkeerbalans worden verstrekt.
Indien niet voldaan kan worden aan de parkeernormen, kan het bevoegd gezag overwegen om een vergunning te verlenen indien op andere wijze wordt voorzien in de parkeerbehoefte.
Hoeveel parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn en aan welke vereisten deze moeten voldoen, is bepaald in de Nota parkeernormen van de gemeente. In artikel 6.375 6.371, eerste lid wordt gerefereerd aan deze nota.
KKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-134597.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.