Gemeenteblad van Rheden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rheden | Gemeenteblad 2026, 107149 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rheden | Gemeenteblad 2026, 107149 | beleidsregel |
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden;
gelet op de artikelen 18.19 Omgevingswet en 13.5 Omgevingsbesluit;
dat het nodig is om een uitvoering- en handhavingsstrategie (het VTH-beleidsplan 2026-2029) vast te stellen waarin wordt aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen worden verricht,
dat in het VTH-beleidsplan dwangsombedragen en begunstigingstermijnen worden vastgesteld;
Aldus vastgesteld in de openbare collegevergadering van 24 februari 2026.
De Steeg,
Het college voornoemd,
Burgemeester.
Secretaris.
Bijlage 1 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van VTH-beleidsplan 2026-2029
VTH-beleidsplan als schakel tussen beleid en praktijk
De gemeente Rheden staat voor ingrijpende ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. Dorpen groeien, de druk op natuur en landschap neemt toe en inwoners verwachten een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) spelen daarin een sleutelrol. Met het VTH-beleidsplan 2026–2029 wordt vastgelegd hoe deze taken worden uitgevoerd en hoe zij bijdragen aan de ambities uit de Omgevingsvisie Natuurlijk Rheden.
Het beleidsplan vormt de schakel tussen beleid en uitvoering. De Omgevingswet vraagt om een actueel en integraal VTH-beleid, met een jaarlijkse doorvertaling naar een uitvoeringsprogramma. Tegelijk vragen ontwikkelingen zoals woningbouw, ondermijning, recreatiedruk en overlast in wijken om een stevige en goed afgestemde uitvoering, in nauwe samenwerking met partners als ODRA, VGGM, politie en Circulus.
Focus: grootste risico’s en bijdragen aan de realisatie van de bredere opgaven
De inzet van VTH richt zich op risico’s met de grootste impact op veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en omgevingskwaliteit. Dat betreft onder meer brand- en constructieve veiligheid, illegale (ver)bouw, sloop en strijdige bewoning. Ook signalen uit wijken, zoals overlast door afval, parkeren, horeca of jeugd, en risico’s in het buitengebied, zoals natuurverstoring en illegale kap, worden nadrukkelijk betrokken bij de prioritering.
Daarnaast draagt VTH actief bij aan de bredere opgaven van de gemeente. De woningbouwopgave vraagt om een voorspelbare en efficiënte vergunningverlening, met behoud van ruimtelijke kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid. Erfgoed en dorpsgezichten vragen om zorgvuldige toetsing, zeker bij verduurzaming. In de natuur en het landschap helpt VTH de balans te bewaren tussen recreatie en bescherming. In de openbare ruimte draagt toezicht bij aan schone, veilige en leefbare wijken. De aanpak van ondermijning maakt hier nadrukkelijk onderdeel van uit, onder meer via de gerichte inzet van de Wet Bibob en intensieve samenwerking met ketenpartners.
Transparante en consequente uitvoering
Het VTH-beleid beschrijft niet alleen wat de gemeente doet, maar ook hoe zij dat doet. Preventie staat voorop, met duidelijke informatie, goede uitleg van regels en laagdrempelig vooroverleg. Vergunningverlening wordt integraal georganiseerd, met regie via casemanagement. Toezicht is informatiegestuurd en handhaving vindt consequent en zichtbaar plaats, met ruimte voor maatwerk maar altijd gericht op het beëindigen van overtredingen.
Een effectieve uitvoering vraagt om deskundigheid, voldoende capaciteit en goede samenwerking. Daarom wordt ingezet op versterking van de samenwerking tussen Omgevingsrecht, OOV en Beheer Openbare Ruimte en op betere kennis- en informatie-uitwisseling. Monitoring en evaluatie zorgen voor tijdige bijsturing en vormen input voor zowel de uitvoering als de beleidsvorming en besluitvorming van college en raad.
Voor een veilig, gezond en mooi Rheden
Het VTH-beleidsplan 2026–2029 biedt een helder en toekomstgericht kader voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. VTH is geen doel op zich, maar een instrument om dorpen leefbaar te houden, natuur en erfgoed te beschermen en inwoners een veilige leefomgeving te bieden. De aanpak is samenhangend, zorgvuldig en passend bij Rheden.
De gemeente Rheden zet zich in voor een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. VTH is daarbij een essentieel instrument. Met dit VTH-beleidsplan stelt het college van burgemeester en wethouders de kaders vast voor de uitvoering van deze taken in de periode 2026–2029.
Het VTH-beleid geeft richting aan de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan haar verantwoordelijkheid voor naleving van wet- en regelgeving binnen de fysieke leefomgeving. Het beschrijft welke doelen de gemeente met VTH nastreeft, welke uitgangspunten daarbij worden gehanteerd en op welke wijze prioriteiten worden gesteld. Daarmee biedt het beleidsplan duidelijkheid aan inwoners, ondernemers en ketenpartners over de rol en inzet van de gemeente.
Het beleidsplan heeft betrekking op alle VTH-taken van de gemeente binnen de fysieke leefomgeving, op het gebied van bouwen, erfgoed, ruimtelijke kwaliteit, gebruik, brandveiligheid, openbare ruimte en veiligheid. De VTH-taken die betrekking hebben op milieu, vallen buiten dit beleidsplan. Die taken zijn, met mandaat, belegd bij de Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM).
Plaats in de beleids- en uitvoeringscyclus
Het VTH-beleidsplan heeft een kaderstellend karakter. De uitwerking van dit beleid vindt plaats in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma VTH, waarin het college vastlegt welke activiteiten worden uitgevoerd en welke capaciteit daarvoor wordt ingezet. Via het jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering en de bereikte resultaten. Samen vormen het beleidsplan, het uitvoeringsprogramma en jaarverslag/evaluatie de gemeentelijke VTH-beleidscyclus.
Met dit beleidsplan geeft het college uitvoering aan de wettelijke verplichtingen uit de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit om doelen, uitgangspunten, prioriteiten en de naleefstrategie voor vergunningverlening, toezicht en handhaving vast te leggen. Tegelijkertijd biedt het plan ruimte om flexibel in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen, nieuwe risico’s en bestuurlijke accenten.
Ter voorbereiding op het nieuwe VTH-beleidsplan is teruggekeken op de afgelopen periode. Daarbij is gekeken naar belangrijke ontwikkelingen, wat goed loopt en waar verbetering nodig is richting de periode 2026–2029.
De invoering van de Omgevingswet is in Rheden over het algemeen goed verlopen. Er is een omgevingsvisie en omgevingsplan opgesteld, medewerkers zijn opgeleid en er is geïnvesteerd in digitalisering. Daar staat tegenover dat in de uitvoering blijkt dat digitaal ingediende aanvragen nog regelmatig onvolledig zijn. Dat leidt tot extra vragen en werk bij vergunningverlening. Ook vraagt het huidige tijdelijke omgevingsplan om veel maatwerk via afwijkingsprocedures en daarmee ook extra inzet. Tegelijk met de Omgevingswet is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. Die houdt in dat de gemeente bij minst risicovolle nieuwbouw-activiteiten, niet meer verantwoordelijk is voor de bouwtechnische toetsing van een aanvraag en het toezicht daarop. Daarvoor moet een initiatiefnemer een marktpartij inschakelen. Vooralsnog was het aantal bouwinitiatieven dat hier in 2024 en 2025 onder viel, zeer beperkt. Toch neemt de druk op toezicht toe door meer meldingen en thema’s zoals geluid, houtstook, bijzondere woonvormen en ondermijning die om extra aandacht vragen.
Beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen
Grote maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, duurzaamheid, stikstof, natuur en leefbaarheid hebben direct invloed op de inzet van VTH. De woningbouwopgave vraagt veel van vergunningverlening, omdat het gaat om complexe projecten binnen bestaand gebied. Ook onderwerpen als kamerverhuur, zorgwoningen, permanente bewoning van recreatiewoningen en klachten over geluid en houtstook vragen om een brede aanpak. Bij toezicht op basis van de APV en bijzondere wetten ligt de nadruk op jeugdoverlast, de druk op het buitengebied, zoals afvaldumpingen, verstoring van natuur, ondermijning en verkeersoverlast. Samenwerking met politie, natuurbeheerders en andere partners is hierbij onmisbaar.
De uitvoering van VTH staat onder druk door een groeiend takenpakket en beperkte capaciteit, vooral bij toezicht. Tegelijk zijn er positieve ontwikkelingen, zoals betere samenwerking tussen vergunningverlening en toezicht en meer inzet op advies en bemiddeling. Boa’s werken wijk- en dorpsgericht, met aandacht voor onder meer jeugd, ondermijning, alcoholwetgeving en het buitengebied. Er is een ontwikkeling zichtbaar naar meer thematisch en projectmatig werken. De samenwerking tussen omgevingsrecht en APV/bijzondere wetten is verbeterd, maar vraagt verdere versterking. De samenwerking met ODGM en VGGM verloopt goed, met aandacht voor verdere verbetering van risicogericht werken en informatie-uitwisseling.
Ontwikkelpunten voor het VTH-beleid 2026–2029
Belangrijke aandachtspunten voor de komende jaren zijn het versterken van de koppeling tussen beleid en uitvoering, meer risicogericht en programmatisch werken en het vergroten van preventie door duidelijke communicatie en voorlichting. Ook vraagt de organisatie om blijvende investering in kennis, digitalisering en ondersteuning van medewerkers. Daarnaast is een duidelijke prioritering bij toezicht noodzakelijk vanwege de toenemende druk. Tot slot is een integrale aanpak van maatschappelijke opgaven essentieel. Dat vraagt om nauwe samenwerking binnen de gemeente en met externe partners, én om flexibiliteit om tijdig bij te sturen bij nieuwe ontwikkelingen.
3.1 Focus op risico’s en bestuurlijke opgaven
De inzet van VTH in de gemeente Rheden is in de kern risico- en signaalgestuurd. De aandacht richt zich vooral op activiteiten die veel invloed hebben op de kwaliteit van de leefomgeving als regels niet worden nageleefd. Op basis van afzonderlijke en deels gezamenlijke risicoanalyses voor VTH-OOV en VTH-omgevingsrecht zijn de prioriteiten voor de komende jaren bepaald. Bij VTH-OOV ligt de focus op openbare orde en veiligheid, evenementen, wijkgerichte aanpak in de openbare ruimte, jeugdoverlast, parkeeroverlast, horeca en natuurverstoring. Voor VTH-omgevingsrecht gaat het vooral om brandveiligheid, constructieve veiligheid, strijdig gebruik, illegale sloop en (ver)bouw en welstand. Deze prioritering bepaalt hoe intensief aanvragen worden beoordeeld, wanneer een Bibob-toets wordt toegepast en waar toezicht en handhaving het zwaarst worden ingezet.
Daarnaast draagt VTH nadrukkelijk bij aan de realisatie van bredere gemeentelijke opgaven. De omgevingsvisie Natuurlijk Rheden is daarbij het inhoudelijke kader. De visie richt zich op een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving, waarin natuur, landschap en dorpen in balans zijn en ruimtelijke functies te gast zijn in de groene omgeving. Vanuit deze visie zijn voor dit beleidsplan vijf centrale opgaven benoemd: de woningbouwopgave (inclusief verduurzaming), het behoud en de verduurzaming van erfgoed, de balans tussen natuur en recreatie en toerisme, de kwaliteit van de openbare ruimte en leefbaarheid, en de aanpak van ondermijning. In hoofdstuk 5 worden deze opgaven nader uitgewerkt.
3.2 Transparante en consequente uitvoering
De gemeente Rheden hecht belang aan een klantgerichte en betrouwbare uitvoering van VTH, waarbij dienstverlening hand in hand gaat met het borgen van omgevingskwaliteit en veiligheid. Vertrouwen en consequent handelen zijn belangrijke uitgangspunten. Gelijke gevallen worden gelijk behandeld en initiatieven worden beoordeeld op mogelijkheden binnen de geldende kaders. Van inwoners en ondernemers wordt eigen verantwoordelijkheid verwacht en zij worden hierop aangesproken. Toezicht en handhaving gebeuren risico- en steeds vaker informatiegestuurd, met een toenemend een meer thematische en projectmatige aanpak. De naleving van wet- en regelgeving is het uitgangspunt; bij overtredingen volgt een passende en proportionele reactie. Waar mogelijk zet de gemeente in op preventie, door voorlichting, bemiddeling en ondersteuning, om handhaving te voorkomen.
3.3 Verbinding tussen beleid en uitvoering
Een goede aansluiting van VTH op de bestuurlijke opgaven vraagt om een stevige verbinding tussen beleid en uitvoering. De VTH-beleids- en uitvoeringscyclus is onderdeel van de beleidscyclus van de Omgevingswet. Deze start met een omgevings- en risicoanalyse, gevolgd door het vaststellen van meerjarige prioriteiten en doelen. Deze doelen worden jaarlijks geconcretiseerd in een uitvoeringsprogramma. Binnen de uitvoering is samenhang essentieel: prioriteiten bij vergunningverlening, toezicht en handhaving moeten op elkaar aansluiten. De uitvoering wordt gemonitord en waar nodig bijgestuurd. Over de resultaten wordt gerapporteerd aan het college en de gemeenteraad. De inzichten uit de uitvoering worden benut voor beleidsontwikkeling, zodat beleid, plannen en regels uitvoerbaar en handhaafbaar blijven. In de periode 2026–2029 investeert de gemeente in het versterken van deze samenhang en het samenspel tussen beleid en uitvoering. Het jaarverslag en de evaluatie wordt gebruikt om de omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan beter te laten aansluiten op de uitvoering en vice versa.
4 Risicogestuurde prioriteiten
In dit hoofdstuk staan de risicogestuurde prioriteiten voor de uitvoering van het VTH-beleid. De beschikbare capaciteit en middelen worden gericht ingezet op activiteiten en thema’s die de grootste invloed hebben op de kwaliteit en veiligheid van de fysieke leefomgeving. Deze prioriteiten zijn bepaald op basis van een risicoanalyse, waarin is beoordeeld welke gevolgen kunnen ontstaan bij het ontbreken of niet naleven van regels, bijvoorbeeld voor veiligheid, gezondheid, leefbaarheid, natuur en erfgoed. Daarmee sluit de prioritering aan bij de doelen van het omgevingsplan en de ambities uit de Omgevingsvisie “Natuurlijk Rheden”, waarin wordt gewerkt aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving waarin ruimtelijke functies te gast zijn in de groene omgeving.
Voor de komende jaren liggen de risicogestuurde uitvoeringsprioriteiten bij de volgende thema’s: brandveiligheid en constructieve veiligheid, overlast, en illegale sloop en (ver)bouw en strijdig gebruik. Deze prioriteiten bepalen de diepgang bij de toetsing van vergunningverzoeken, de intensiteit van het toezicht en de inzet van handhaving. Ze worden jaarlijks verder uitgewerkt en geconcretiseerd in het uitvoeringsprogramma VTH, waarin per thema wordt vastgelegd wat in dat jaar wordt bereikt en hoe resultaten worden gemonitord.
4.1 Brandveiligheid en constructieve veiligheid
Bouwwerken moeten veilig zijn qua constructie en qua brandveiligheid. De prioriteit ligt bij bouwwerken met een hoog risico in de gebruiksfase. Welke dit zijn is bepaald aan de hand van risicoanalyses van de brandweer en de gemeente Rheden. Bij bouwwerken met een hoog risico vindt altijd een uitgebreide bouwtechnische toets plaats, wordt integraal gecontroleerd en heeft herstel van afwijkingen met een directe invloed op de constructie en brandveiligheid de hoogste prioriteit. Dit geldt ook voor sloopactiviteiten met eventuele risico’s daarvan voor de omgeving. De detaillering van de toetsing bij een verzoek en bij toezicht sluit aan bij het toetsprotocol dat is ontwikkeld door de Vereniging van Bouw- en Woningtoezicht (VBwt).
|
De hoogste prioriteit bij het beoordelen van vergunningaanvragen en het toezicht legt de gemeente bij:
|
Overlast is een risicoprioriteit omdat deze direct raakt aan de leefbaarheid in wijken en kernen en omdat signalen over overlast vaak een aanwijzing zijn voor bredere problematiek, waaronder strijdig gebruik of situaties waarin veiligheid en gezondheid onder druk staan. Binnen VTH gaat het om overlast die samenhangt met activiteiten in de fysieke leefomgeving en die valt binnen de gemeentelijke bevoegdheden. De inzet is daarbij in belangrijke mate signaalgestuurd: meldingen, klachten en waarnemingen zijn belangrijke informatiebronnen voor toezicht en interventies. De gemeente weegt per situatie de ernst, duur en impact van overlast en sluit waar nodig aan bij een wijk- of gebiedsgerichte aanpak.
Een specifiek aandachtspunt is de overlast van houtstook. We werken aan nieuwe regels met betrekking tot houtstook. Deze zullen een hoge prioriteit krijgen.
4.3 Tegengaan van illegale (ver)bouw en strijdig gebruik
Het tegengaan van illegale (ver)bouw en strijdig gebruik zijn een prioriteit omdat de gevolgen groot kunnen zijn voor veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit en omdat deze overtredingen vaak leiden tot langdurige, moeilijk herstelbare situaties. Het gaat hierbij om situaties waarin zonder de benodigde toestemming wordt gesloopt of gebouwd, of waarin bouwwerken worden gebruikt op een wijze die niet past binnen de regels (bijvoorbeeld illegale bewoning of bedrijfsactiviteiten waar dit ruimtelijk niet is toegestaan). Ook hier geldt dat de prioritering doorwerkt in de intensiteit van toetsing, toezicht en handhaving. Waar risico’s voor constructie of brandveiligheid aanwezig zijn, wordt zwaarder ingezet en krijgt herstel prioriteit.
|
De gemeente legt bij het tegengaan van illegale (ver)bouw en strijdig gebruik de hoogste prioriteit bij:
|
5 Bijdrage aan de bredere opgaven
De gemeente Rheden staat voor een aantal samenhangende maatschappelijke opgaven die een directe invloed hebben op de fysieke leefomgeving. Deze opgaven zijn verankerd in de Omgevingsvisie Natuurlijk Rheden en in andere strategische beleidsdocumenten. De inzet van VTH is geen doel op zich, maar is een belangrijk instrument om deze opgaven mogelijk te maken en tegelijkertijd te zorgen voor bescherming van veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en omgevingskwaliteit.
De inzet van VTH is tweeledig. Enerzijds ondersteunt VTH gewenste ontwikkelingen door duidelijkheid en ruimte te bieden aan initiatiefnemers en door zorgvuldig te toetsen aan de geldende kaders. Anderzijds heeft VTH een corrigerende rol waar ontwikkelingen leiden tot risico's of aantasting van de kwaliteit van de leefomgeving. In dit hoofdstuk wordt per opgave beschreven hoe VTH bijdraagt aan de realisatie ervan.
5.1 Bijdrage aan de realisatie van de woon- en woningbouwopgave
De Omgevingsvisie en Woonvisie zetten in op voldoende, duurzame en toekomstbestendige woningen voor starters, ouderen en gezinnen, met behoud van leefbaarheid en identiteit van de dorpen. De gemeente Rheden staat op basis van de Woondeal voor een woningbouwopgave van 820 woningen tot 2030 en circa 3000 woningen tot 2040, met de nadruk op Velp, Rheden en Dieren. De uitgangspunten hiervoor zijn vastgelegd in de Woonvisie en richten zich vooral op middeldure huur- en koopwoningen en levensloopgeschikte woningen, om doorstroming en gemengde wijken te bevorderen. De woningbouw vindt plaats binnen de bestaande dorpsgrenzen en moet passen binnen de geldende stikstofregels.
Een beperkte bijdrage wordt geleverd door de bestaande woningvoorraad, onder meer via herbestemming, woningsplitsing en (pre)mantelzorgwoningen. Ter ondersteuning hiervan is in 2024 de campagne ‘woningsplitsen en delen’ gestart. Er wordt een toename van 15-20 extra woningen per jaar verwacht. Aanvragen krijgen prioriteit en er wordt maximaal maatwerk toegepast waardoor extra inzet op gebied van casemanagement nodig is. Omdat deze ontwikkelingen plaatsvinden in bestaande woonwijken, vraagt dit extra inzet op toezicht en handhaving, met name op het gebied van bouwveiligheid en overlast.
De invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen leidt tot een verschuiving van gemeentelijke taken: bij eenvoudige nieuwbouw ligt de technische toetsing bij gecertificeerde kwaliteitsborgers en verschuift de rol van de gemeente van toetsing vooraf naar toezicht en handhaving achteraf.
De gemeente ondersteunt initiatiefnemers bij woningbouw met duidelijke informatie over procedures en eisen om vertraging te voorkomen. Er komen toegankelijke informatieproducten en actief vooroverleg. Waar mogelijk worden regels en processen eenvoudiger gemaakt om woningbouw te versnellen, zonder concessies aan kwaliteit of veiligheid.
5.2 Bijdrage aan het behoud van erfgoed
De gemeente Rheden beschikt over een rijk en divers erfgoed, met veel rijks- en gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, buitenplaatsen en archeologische vindplaatsen. Erfgoed is een belangrijke kernwaarde in de Omgevingsvisie en wordt beschermd via het omgevingsplan, het Uitvoeringskader Erfgoed Rheden en regionale richtlijnen voor archeologisch onderzoek. Deze kaders bieden zowel eigenaren als de gemeente duidelijkheid over onderhoud, verbouw en herbestemming van erfgoed.
Het behoud en gebruik van erfgoed vraagt altijd om maatwerk. De gemeente ondersteunt eigenaren bij verduurzaming en weegt belangen zorgvuldig af, met advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en waar nodig de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Tegelijk is er beperkt zicht op de staat van onderhoud en op illegale inpandige verbouwingen, wat risico’s kan opleveren voor constructieve veiligheid en brandveiligheid. In situaties waarin sprake is van strijd met vergunningen of onherstelbare schade, is handhaving noodzakelijk.
De gemeente is zich ervan bewust dat toezicht op erfgoed spanning kan opleveren voor eigenaren die willen investeren. Daarom wordt gestuurd op een evenwichtige aanpak, waarin ruimte is voor initiatief en maatwerk. Waar dit verantwoord is, kan dit leiden tot een minder intensieve toezichtinzet en daarmee tot een doelmatiger inzet van capaciteit.
5.3 Bijdrage aan natuur, landschap en recreatie
De gemeente Rheden beschikt over waardevolle natuurgebieden, zoals Nationaal Park Veluwezoom en het IJssellandschap. Deze natuur is ecologisch van groot belang en vormt tegelijkertijd een belangrijke economische en sociale pijler door recreatie en toerisme. De aantrekkingskracht van het gebied leidt echter tot toenemende druk op kwetsbare natuur en tot parkeeroverlast, vooral door dagrecreatie rond de Posbank. Tegelijkertijd neemt de verblijfsrecreatie af, wat zorgt voor leegstand van hotels en het verdwijnen van voorzieningen in kleinere kernen. De groei van (deels illegale) bed & breakfasts is hier een gevolg van. Om dit beter te reguleren voert de gemeente per 1 januari 2026 een registratieplicht in, onder meer in het belang van brandveiligheid, leefbaarheid, eerlijke concurrentie en het innen van toeristenbelasting.
In het Toekomstbeeld recreatie en toerisme (2024) en de Omgevingsvisie kiest Rheden voor een gastvrije en duurzame toeristische ontwikkeling, waarbij recreatie in balans is met natuur, landschap en leefomgeving. De gemeente stuurt niet op groei, maar op spreiding van bezoekers in tijd en gebied, met speciale aandacht voor het ontlasten van kwetsbare gebieden zoals de Posbank. Nieuwe impulsen worden gezocht in kleinschalige verblijfsrecreatie, agrotoerisme en de beleving van erfgoed en landschap. Daarbij is handhaving van afspraken, zoals erfinrichtingsplannen en natuurregels, belangrijk om risico’s voor biodiversiteit te beperken. Het vinden van een goede balans tussen recreatiedruk en natuurbehoud blijft een grote opgave, mede binnen de kaders van de stikstofregels.
|
VTH levert een bijdrage aan het behoud van natuur en landschap en de ontwikkeling van recreatie door:
|
5.4 Bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte en leefbaarheid
De ambitie van de Omgevingsvisie is het realiseren van groene, gezonde en veilige dorpen met een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten, bewegen en verblijven. Uitgangspunt is dat de ruimtelijke functies te gast zijn in de groene omgeving en dat een aantrekkelijke, gezonde leefomgeving de basis is voor leefbaarheid in de dorpen. De kwaliteit van de openbare ruimte is essentieel: dit zijn de plekken waar inwoners elkaar ontmoeten, bewegen en zich verbonden voelen met hun omgeving. Groen, water, schone lucht en een goede inrichting dragen bij aan gezondheid, welzijn en sociale samenhang.
De openbare ruimte staat echter onder druk door intensief gebruik, seizoensgebonden drukte, parkeeroverlast en de effecten van klimaatverandering. De gemeente Rheden wil de leefbaarheid versterken door onder meer integrale wijkaanpakken, meer ruimte voor ontmoeting en beweging, vergroening en klimaatadaptatie. In de omgevingsvisie wordt de openbare ruimte gezien als drager van gezondheid, ontmoeting en sociale veiligheid. Leefbaarheid is daarbij niet alleen een fysieke, maar ook een sociale opgave, waarbij bewonersbetrokkenheid en veiligheid een belangrijke rol spelen.
Zowel VTH-omgevingsrecht als VTH-OOV leveren een bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Dit betreft onder meer toezicht en handhaving op illegale bouw en gebruik, afvalproblematiek, parkeeroverlast, horeca en terrassen, verschillende vormen van hinder en signalering van ondermijning. De zichtbaarheid van wijk-boa’s en wijkgericht werken zijn daarbij van groot belang voor het veiligheidsgevoel en de bereikbaarheid voor inwoners.
5.5 Bijdrage aan de aanpak van ondermijning
Ondermijnende activiteiten kunnen zich manifesteren in de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld via misbruik van vergunningen, illegale bouw, strijdig gebruik van panden of illegale bewoning. Deze activiteiten ondermijnen de veiligheid en leefbaarheid en vragen om een samenhangende aanpak.
Binnen VTH wordt bij signalen van ondermijning nauw samengewerkt met partners op het terrein van openbare orde en veiligheid. Vergunningverlening draagt bij door alert te zijn op risico's en waar nodig integriteitstoetsen toe te passen. Toezicht en handhaving spelen een rol bij het signaleren van verdachte situaties en het inzetten van bestuursrechtelijke instrumenten wanneer overtredingen worden geconstateerd. Door deze integrale inzet levert VTH een concrete bijdrage aan het tegengaan van ondermijnende activiteiten en aan het versterken van de weerbaarheid van de gemeente.
Inwoners van de gemeente Rheden voelen zich over het algemeen veilig, maar ook hier zijn risico’s van ondermijnende criminaliteit aanwezig. Ondermijning betekent dat criminelen gebruikmaken van legale structuren, zoals bedrijven, vastgoed of zorginstellingen, voor illegale activiteiten. In Rheden gaat het onder meer om signalen en concrete gevallen van drugsproductie en -handel, witwassen, vastgoed- en zorgfraude, mensenhandel en de dumping van drugafval. Vooral bepaalde branches, zoals horeca, kamerverhuur, automotive, zorgbureaus en huisvesting van arbeidsmigranten, zijn kwetsbaar voor ondermijning.
Het is belangrijk dat de gemeente hier goed zicht op heeft om te voorkomen dat zij onbedoeld criminele activiteiten faciliteert, bijvoorbeeld via vergunningverlening. Door de samenwerking tussen OOV, VTH, politie, RIEC en de omgevingsdienst is dit zicht de afgelopen jaren verbeterd, maar er blijven aandachtspunten, met name op minder zichtbare bedrijventerreinen. Daarom sluit de gemeente aan bij integrale controleprojecten, zoals het provinciale project Theseus, waarbij ook aandacht is voor brandveiligheid en milieurisico’s.
De ambitie van de Omgevingsvisie en het Integraal Veiligheidsplan is het versterken van veilige, integere en weerbare dorpen, waarin ondermijnende criminaliteit geen ruimte krijgt. De inzet richt zich op preventie, signalering en een stevige samenwerking binnen de veiligheidsketen.
De uitvoeringsstrategie beschrijft hoe de gemeente Rheden vergunningverlening, toezicht en handhaving inzet om de doelen en prioriteiten uit dit beleidsplan te realiseren. Deze strategie vormt de schakel tussen beleid en uitvoering en wordt jaarlijks nader geconcretiseerd in het uitvoeringsprogramma VTH. De uitvoeringsstrategie is gebaseerd op de risicogestuurde prioriteiten (hoofdstuk 4) en de bijdrage van VTH aan de bredere gemeentelijke opgaven (hoofdstuk 5).
De gemeente hanteert één integrale uitvoeringsstrategie voor zowel het omgevingsrecht als de taken op grond van de APV en bijzondere wetten (VTH-OOV). Daarbij worden preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving in onderlinge samenhang ingezet.
Preventie is de basis van de VTH-uitvoeringsstrategie van de gemeente Rheden. Het uitgangspunt is dat naleving begint vóórdat overtredingen ontstaan. Door inwoners, ondernemers en initiatiefnemers tijdig duidelijkheid te bieden over regels, verwachtingen en verantwoordelijkheden, worden risico’s voor veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en omgevingskwaliteit zoveel mogelijk voorkomen.
De gemeente zet in op begrijpelijke regelgeving, goede voorlichting en vroegtijdig contact. Regels en procedures worden helder toegelicht via de gemeentelijke website, digitale loketten en persoonlijk contact. Vergunningverleners, toezichthouders en boa’s benutten contactmomenten om uitleg te geven over onder meer veiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid. Vooroverleg en conceptverzoeken maken het mogelijk om plannen in een vroeg stadium te toetsen en bij te sturen, zodat onhaalbare of risicovolle initiatieven worden voorkomen.
Preventie is ook gebiedsgericht. Boa’s, toezichthouders, brandweer en de omgevingsdienst vervullen samen een belangrijke signalerende rol in wijken, dorpen, het buitengebied en op bedrijventerreinen. Door wijkrondes, schouwen en gezamenlijke controles worden risico’s en overtredingen vroegtijdig gesignaleerd. Waar mogelijk wordt eerst in overleg gezocht naar oplossingen, voordat formeel wordt opgetreden.
Zichtbaarheid en bereikbaarheid in de wijk zijn daarbij essentieel. Boa’s zijn herkenbaar aanwezig en vormen een laagdrempelig aanspreekpunt voor inwoners. Zij werken nauw samen met de politie en andere gemeentelijke afdelingen, waardoor signalen snel kunnen worden gedeeld en opgevolgd. Ervaringen uit toezicht, handhaving en meldingen worden benut om beleid en regels te verbeteren en de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het VTH-beleid te versterken.
Vergunningverlening is een belangrijk instrument om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid in de fysieke leefomgeving en de openbare ruimte te borgen. De gemeente Rheden streeft naar een zorgvuldige, tijdige en transparante besluitvorming, waarbij ruimte wordt geboden aan initiatieven die passen binnen de geldende beleidskaders en wettelijke regels. Vergunningverlening draagt bij aan het mogelijk maken van gewenste ontwikkelingen, met gelijktijdige bescherming van publieke belangen zoals veiligheid, gezondheid, natuur, erfgoed en openbare orde.
Vergunningverlening vervult nadrukkelijk ook een faciliterende rol bij woningbouw. Door duidelijke communicatie, vaste aanspreekpunten en vroegtijdige afstemming wordt gestuurd op complete aanvragen en voorspelbare doorlooptijden. Waar mogelijk worden procedures gestroomlijnd en wordt actief gestuurd op het voorkomen van herstelverzoeken. Deze inzet krijgt expliciet prioriteit in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma VTH.
Integrale beoordeling en toetsingskaders
Vergunningaanvragen worden integraal beoordeeld aan de hand van het omgevingsplan, de relevante rijksregels (zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Besluit activiteiten leefomgeving), de APV en bijzondere wetten, waaronder de Alcoholwet en de Opiumwet waar van toepassing. Daarbij wordt steeds een integrale afweging gemaakt tussen verschillende belangen, zoals ruimtelijke kwaliteit, veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en milieubelasting.
Besluiten worden helder gemotiveerd en voorzien van alleen die voorschriften die noodzakelijk, uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Hiermee wordt de rechtszekerheid vergroot en wordt een goede basis gelegd voor toezicht en handhaving.
Bij complexe of risicovolle initiatieven vindt afstemming plaats met interne en externe adviseurs, zoals brandweer, politie, Omgevingsdienst Regio Arnhem, archeologie en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Deze integrale afstemming draagt bij aan zorgvuldige besluitvorming en voorkomt tegenstrijdige of moeilijk uitvoerbare vergunningvoorschriften.
Waar nodig wordt gebruikgemaakt van de Wet Bibob om te voorkomen dat vergunningen worden misbruikt voor criminele activiteiten of ondermijning. Hiermee wordt de integriteit van het openbaar bestuur versterkt.
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
De invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) heeft de rol van de gemeente bij vergunningverlening veranderd. Voor eenvoudige bouwwerken ligt de technische toetsing bij gecertificeerde kwaliteitsborgers. De gemeente toetst in die gevallen met name aan het omgevingsplan en ziet toe op het borgingsproces en de volledigheid van het dossier.
In situaties met verhoogde risico’s, zoals bij monumenten, zorgfuncties of grote publieksgebouwen, blijft de gemeente zelf integraal toetsen. Daarbij staan bouwkundige veiligheid, brandveiligheid en het behoud van erfgoed centraal.
Dienstverlening en communicatie
Vergunningverlening is nadrukkelijk ook dienstverlening. Initiatiefnemers kunnen rekenen op duidelijke communicatie, tijdige besluitvorming en een vast aanspreekpunt. Door vroegtijdig contact, vooroverleg en duidelijke uitleg over procedures en voorwaarden worden risico’s verkleind en wordt de kwaliteit van plannen verbeterd.
De gemeente zet in op samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Door gezamenlijk te werken aan initiatieven die passen binnen de visie op de leefomgeving, draagt vergunningverlening bij aan een veilige, leefbare en toekomstbestendige gemeente Rheden.
Borging, monitoring en samenhang met de VTH-cyclus
Vergunningverlening maakt onderdeel uit van de VTH-beleidscyclus. De uitvoering wordt jaarlijks gemonitord en vastgelegd in het VTH-uitvoeringsprogramma en het VTH-jaarverslag. Ervaringen uit vergunningverlening worden benut om procedures, planregels en uitvoeringspraktijk te verbeteren en om de samenhang met toezicht en handhaving te versterken.
Toezicht en handhaving zijn essentiële onderdelen van de VTH-cyclus en zorgen ervoor dat vastgestelde regels voor de fysieke leefomgeving en de openbare ruimte worden nageleefd.
Risicogestuurde en programmatische uitvoering
De uitvoering van toezicht en handhaving is risicogestuurd, programmatisch en informatiegestuurd. Dit betekent dat de beschikbare capaciteit wordt ingezet op basis van een actuele risicoanalyse en vastgestelde prioriteiten. De focus ligt op situaties met de grootste maatschappelijke gevolgen, zoals brand- en constructieve veiligheid, illegale bouw en sloop, strijdig gebruik, aantasting van erfgoed en natuur, overlast in de openbare ruimte en signalen van ondermijnende criminaliteit.
Het toezicht vindt plaats in alle fasen van activiteiten: tijdens de bouw- en sloopfase, in de gebruiksfase en naar aanleiding van meldingen en klachten. Daarnaast wordt gewerkt met thematische en gebiedsgerichte toezichtprojecten. Toezicht wordt uitgevoerd volgens vastgestelde protocollen en landelijke richtlijnen. De uitvoering ligt bij de teams Omgevingsrecht en OOV, in nauwe samenwerking met de Omgevingsdienst Groene Metropool, de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en de politie. Door deze samenwerking wordt voldaan aan het vereiste van een integrale aanpak.
Preventieve en proportionele benadering
De gemeente hanteert bij toezicht en handhaving een zorgvuldige en proportionele werkwijze. Uitgangspunt is dat toezichthouders en boa’s eerst in gesprek gaan met betrokkenen, uitleg geven over de geldende regels en – waar mogelijk – ruimte bieden voor vrijwillig herstel. Deze aanpak draagt bij aan naleving en past binnen het uitgangspunt van preventie en proportionaliteit.
Handhavend optreden en sancties
Als vrijwillig herstel uitblijft, er herhaalde overtredingen zijn of als er onaanvaardbare risico’s zijn voor veiligheid, gezondheid of omgeving, treedt de gemeente handhavend op. Dat gebeurt volgens de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) en de beginselplicht tot handhaven.
Afhankelijk van aard en ernst van de overtreding kan handhaving bestaan uit het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. Dwangsommen worden zodanig vastgesteld dat zij effectief en evenredig zijn en gericht op herstel van de overtreding. Begunstigingstermijnen worden zorgvuldig bepaald en afgestemd op de aard van de overtreding en de benodigde herstelmaatregelen. In gevallen van acuut gevaar of dreigende onherstelbare schade wordt direct opgetreden en kan een begunstigingstermijn achterwege blijven.
Bij overtredingen wordt altijd beoordeeld of legalisatie mogelijk en wenselijk is. Indien legalisatie niet mogelijk is of strijdig is met beleidsdoelen en wettelijke kaders, wordt handhavend opgetreden. Bij ernstige of strafbare feiten kan worden opgeschaald naar strafrechtelijke handhaving, het intrekken van vergunningen of het toepassen van bestuurlijke maatregelen, zoals sluiting van panden.
Monitoring, evaluatie en verantwoording
De uitvoering van toezicht en handhaving maakt onderdeel uit van de VTH-beleidscyclus. Jaarlijks worden de uitvoering, resultaten en effecten gemonitord en vastgelegd in het VTH-uitvoeringsprogramma en het VTH-jaarverslag. De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd.
7 Organisatie en kwaliteitsborging
De uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving vraagt om een duidelijke organisatie en om borging van kwaliteit. Dit hoofdstuk beschrijft hoe de uitvoering van VTH binnen de gemeente Rheden is georganiseerd en hoe de kwaliteit van de uitvoering wordt bewaakt en verder ontwikkeld.
De uitvoering van de VTH-taken door de gemeente Rheden gebeurt door de teams Omgevingsrecht en Openbare Orde en Veiligheid (OOV). Het gezamenlijke VTH-beleidsplan is de komende jaren de basis voor het versterken van de samenwerking tussen deze teams. Vooral op thema’s waarbij er een samenloop is tussen het omgevingsrecht, APV en bijzondere wetten. Voorbeelden hiervan zijn horeca, evenementen, het toezicht in de openbare ruimte en het buitengebied. Voor specifieke onderdelen van de uitvoering werkt de gemeente samen met diverse ketenpartners, waaronder de politie, terreinbeheerder en waterschappen. De milieutaken die betrekking hebben op milieubelastende activiteiten worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM). Het toezicht op brandveiligheid vindt deels plaats door de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM). Met deze partners zijn afspraken gemaakt over taken, verantwoordelijkheden, kwaliteit en informatie-uitwisseling.
Borging van het uitvoeringsproces
Het uitvoeringsproces wordt geborgd via de VTH-beleidscyclus. Het VTH-beleidsplan 2026–2029 vormt hiervoor het kader. De vastgestelde prioriteiten en doelstellingen worden jaarlijks uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met een meerjarige doorkijk en een concrete uitwerking van wat in dat jaar wordt gerealiseerd. Daarbij wordt steeds beoordeeld of risico’s zijn veranderd of dat nieuwe ontwikkelingen aanleiding geven tot bijstelling. De prioriteiten in de uitvoering worden afgestemd op de beschikbare capaciteit en deskundigheid. De uitvoering van het programma wordt gemonitord aan de hand van onder meer bedrijfsvoeringsinformatie en klanttevredenheidsonderzoeken. Op basis hiervan wordt de uitvoering, samen met samenwerkingspartners, geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd. De uitkomsten worden jaarlijks teruggekoppeld aan beleid en bestuur. Daarbij wordt inzicht gegeven in de mate waarin doelstellingen zijn behaald en welke beleidsvragen of aandachtspunten uit de uitvoering naar voren komen, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, erfgoed of de uitvoerbaarheid van regelgeving. De VTH-beleidscyclus sluit hiermee aan op de beleidscyclus van de Omgevingswet. Het jaarverslag over de uitvoering, dat ter kennisneming aan de gemeenteraad wordt aangeboden, sluit qua opzet en inhoud aan bij het VTH-beleidsplan 2026–2029 en laat zien in welke mate de doelstellingen zijn gerealiseerd.
Naast de procesmatige borging is ook organisatorische borging van belang. Dit vraagt om voldoende capaciteit en deskundigheid, passende competenties en een duidelijke rolverdeling, met name tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving. Binnen het team Omgevingsrecht is kwaliteitsborging een vast onderdeel van de uitvoering. Er wordt gewerkt volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit.
Bijlage 1: VTH-doelstellingen 2029 en indicatoren
Deze bijlage beschrijft voor hoofdstuk 4 (Risicogestuurde prioriteiten) en 5 (bijdrage aan bredere opgaven) de doelstellingen met als horizon 2029 (wat moet dan zijn bereikt / wat is het beoogde uitvoeringsniveau?) en de bijbehorende indicatoren die gebruikt worden voor monitoring en evaluatie.
De doelstellingen bieden ruimte om in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s gefaseerd naar het beoogde niveau toe te groeien. De indicatoren ondersteunen de monitoring conform artikel 13.11 van het Omgevingsbesluit en de verantwoording in het kader van interbestuurlijk toezicht.
Bijlage 2: Uitvoeringskader preventie
Preventie is een belangrijk onderdeel van de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) binnen de gemeente Rheden. Door in te zetten op het voorkomen van overtredingen wordt bijgedragen aan naleving van regelgeving, het beperken van risico’s voor de fysieke leefomgeving en een doelmatige inzet van capaciteit. Preventie ondersteunt daarmee zowel de kwaliteit van de leefomgeving als een dienstverlenende en voorspelbare overheid.
De preventiestrategie is integraal van aard en ziet op alle VTH-taken van de gemeente, zowel binnen het omgevingsrecht als binnen OOV. Preventie staat niet los van vergunningverlening, toezicht en handhaving, maar vormt het startpunt van de VTH-keten.
Het doel van preventie is het bevorderen van spontane naleving van regels door duidelijke communicatie, tijdige informatievoorziening en ondersteuning van inwoners, ondernemers en initiatiefnemers. Door vooraf helderheid te bieden over regels, procedures en verwachtingen wordt voorkomen dat overtredingen ontstaan en wordt de noodzaak voor handhavend optreden verkleind.
Uitgangspunt is dat preventie waar mogelijk de voorkeur heeft boven handhaving. Tegelijk is preventie niet vrijblijvend. Wanneer naleving uitblijft of risico’s ontstaan voor veiligheid, gezondheid of leefbaarheid, volgt toezicht en handhaving.
De gemeente zet verschillende preventieve instrumenten in. Vroegtijdig overleg is daarbij belangrijk. Door in een vroeg stadium met initiatiefnemers, ondernemers en organisatoren in gesprek te gaan, kan worden meegedacht over plannen en kan tijdig worden gewezen op geldende regels en randvoorwaarden. Dit verbetert de kwaliteit van initiatieven en verkleint de kans op overtredingen tijdens uitvoering en gebruik.
Daarnaast wordt ingezet op duidelijke en toegankelijke informatievoorziening. Via de gemeentelijke website, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en andere communicatiekanalen worden regels, vergunningplichten en procedures zo helder mogelijk uitgelegd. Ook ondersteuning bij aanvragen en meldingen maakt onderdeel uit van de preventieve inzet, zodat activiteiten binnen de geldende kaders kunnen worden uitgevoerd.
Signalen uit toezicht, meldingen en klachten vormen een belangrijke basis voor preventie. Door deze informatie te analyseren kan de gemeente patronen herkennen en gerichte preventieve maatregelen inzetten, zoals extra communicatie of thematische voorlichting. Ook informatie van samenwerkingspartners, zoals de omgevingsdienst, brandweer en politie, wordt benut om risico’s vroegtijdig te signaleren en preventief te handelen.
Preventie is een integraal onderdeel van de VTH-keten en hangt nauw samen met toezicht en handhaving. Als preventieve inzet niet tot naleving leidt of als risico’s toenemen, wordt corrigerend opgetreden. Dit zorgt voor een consistente en uitlegbare werkwijze.
De preventieve inzet wordt jaarlijks uitgewerkt in het VTH-uitvoeringsprogramma. In het jaarverslag wordt gerapporteerd over de uitvoering en de effecten van preventieve maatregelen. Deze inzichten worden gebruikt om de preventiestrategie waar nodig bij te stellen en aan te laten sluiten op actuele risico’s en ontwikkelingen.
Bijlage 3: Uitvoeringskader vergunningverlening
Vergunningverlening is een belangrijk instrument voor het sturen op en borgen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving binnen de gemeente Rheden. Door middel van vergunningverlening worden initiatieven mogelijk gemaakt die passen binnen de geldende kaders, terwijl tegelijkertijd risico’s voor veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en omgevingskwaliteit worden beheerst. Deze bijlage beschrijft het uitvoeringskader voor vergunningverlening en vormt een nadere uitwerking van de uitvoeringsstrategie zoals opgenomen in hoofdstuk 6 van het VTH-beleidsplan.
Bij vergunningverlening worden verzoeken zorgvuldig en integraal beoordeeld. Daarbij worden de belangen van initiatiefnemers afgewogen tegen de mogelijke gevolgen van de activiteit voor de fysieke leefomgeving. Uitgangspunt is dat initiatiefnemers verantwoordelijk zijn voor het indienen van volledige en kwalitatief goede verzoeken die voldoen aan de geldende indieningsvereisten.
De gemeente handelt bij vergunningverlening volgens de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder zorgvuldigheid, rechtszekerheid, gelijkheid en transparantie. Vergunningen worden zodanig opgesteld dat zij uitvoerbaar, naleefbaar en handhaafbaar zijn. De gemeente streeft naar tijdige besluitvorming binnen de geldende wettelijke termijnen en naar een proces dat voorspelbaar en juridisch juist is.
Vergunningverlening maakt integraal onderdeel uit van de VTH-keten. Keuzes die bij vergunningverlening worden gemaakt, hebben directe gevolgen voor toezicht en handhaving in de uitvoerings- en gebruiksfase. Daarom wordt bij de beoordeling van verzoeken nadrukkelijk aandacht besteed aan handhaafbaarheid en aan de doorwerking naar toezicht.
Behandeling van conceptverzoeken
De gemeente stimuleert initiatiefnemers van meer complexere plannen om voorafgaand aan het indienen van een formeel verzoek een conceptverzoek in te dienen. In deze fase wordt beoordeeld of een initiatief in beginsel wenselijk is en past binnen het omgevingsplan, het welstandsbeleid en andere relevante beleidskaders.
Tevens wordt beoordeeld of sprake is van vergunningplicht, meldingsplicht of vergunningvrij bouwen en of een procedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) noodzakelijk is. In deze fase wordt globaal gekeken naar de technische en juridische haalbaarheid, onder meer aan de hand van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Indien blijkt dat een plan niet passend is binnen (afwijkingsregels) van het omgevingsplan wordt het plan beoordeeld aan de intaketafel, waarin verschillende disciplines zijn vertegenwoordigd.
Bij een positieve beoordeling wordt aangegeven onder welke voorwaarden een formeel verzoek kansrijk is.
Hoofdproces van vergunningverlening
Na ontvangst van een formeel verzoek wordt dit geregistreerd en beoordeeld op bevoegd gezag, procedure en ontvankelijkheid. Indien noodzakelijke gegevens ontbreken, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld deze binnen de daarvoor geldende termijn aan te leveren. De voortgang van het proces en de wettelijke termijnen worden bewaakt.
De casemanager is verantwoordelijk voor de coördinatie van de inhoudelijke beoordeling en fungeert als vast aanspreekpunt voor de aanvrager. De beoordeling vindt integraal plaats, waarbij interne disciplines en externe adviseurs worden betrokken, zoals de Omgevingsdienst Groene Metropool en de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden. Na afronding van de beoordeling wordt een besluit voorbereid en bekendgemaakt. Vergunningen en bijbehorende voorschriften worden vastgelegd en gedeeld ten behoeve van toezicht en handhaving.
Als zienswijzen, bezwaar of beroep worden ingediend, werken casemanagers, juristen en toezichthouders nauw samen om de juridische kwaliteit en consistentie van besluiten te borgen.
In gevallen waarin sprake kan zijn van risico’s op misbruik van vergunningen voor criminele activiteiten, kan een Bibob-toets worden uitgevoerd. De toepassing van Bibob is vastgelegd in gemeentelijke beleidsregels en maakt onderdeel uit van het integraal veiligheidsbeleid. Een negatieve Bibob-uitkomst kan aanleiding zijn om een vergunning te weigeren of in te trekken.
Ontvankelijkheid, meldingen en legalisatie
Bij alle verzoeken vindt een ontvankelijkheidstoets plaats. Indien gegevens ontbreken en niet tijdig worden aangeleverd, kan het verzoek buiten behandeling worden gesteld. Ook meldingen, zoals meldingen voor brandveilig gebruik, sloopactiviteiten en bouwactiviteiten onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), worden beoordeeld op volledigheid en naleefbaarheid.
In geval van illegale situaties wordt beoordeeld of legalisatie mogelijk is. Indien legalisatie kansrijk wordt geacht, krijgt de overtreder de gelegenheid een vergunning aan te vragen. Indien legalisatie niet mogelijk is of uitblijft, wordt de handhavingsstrategie toegepast.
Toetsingskaders bij vergunningverlening
Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend indien aannemelijk is dat het bouwplan voldoet aan de technische voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De verantwoordelijkheid voor naleving ligt primair bij de initiatiefnemer en uitvoerende partijen.
Bij de beoordeling wordt vastgesteld of sprake is van vergunningvrij bouwen of van bouwen onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) of vergunningplichtig is op grond van het Bbl. Voor bouwwerken die onder de Wkb vallen, vindt de bouwtechnische toetsing plaats door een gecertificeerde kwaliteitsborger. Voor overige bouwactiviteiten toetst de gemeente aan het omgevingsplan, het Bbl, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de APV, relevante gemeentelijke beleidsregels en provinciale en waterschapsverordeningen.
De intensiteit van de toetsing is afhankelijk van het risico van het bouwplan. De gemeente hanteert verschillende toetsniveaus, variërend van een integrale toets tot een beperkte of steekproefsgewijze toets. De keuze voor het toetsniveau is gebaseerd op de aard van het bouwwerk, de gebruiksfunctie en de risico’s in de gebruiksfase.
Voor de bouwtechnische beoordeling wordt het toetsprotocol van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland (VBWTN) gehanteerd.
Aanvragen en meldingen voor brandveilig gebruik worden getoetst aan het Bbl en aan het omgevingsplan. Daarbij wordt gekeken naar gebruiksfuncties, zelfredzaamheid, vluchtwegen en brandveiligheidsvoorzieningen. De veiligheidsregio adviseert hierbij.
Sloopactiviteiten worden beoordeeld aan de hand van het Bbl en de geldende regels voor asbestverwijdering. De Omgevingsdienst Groene Metropool ondersteunt en adviseert ons hierbij. Meldingen en vergunningen worden beoordeeld op veiligheid en bescherming van de omgeving.
Welstand, erfgoed en archeologie
Bouwwerken worden getoetst aan het geldende welstandsbeleid van de gemeente Rheden. Voor monumenten en activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden wordt getoetst aan de Erfgoedverordening gemeente Rheden, het omgevingsplan en relevant erfgoedbeleid. De beoordeling is gericht op het behoud van cultuurhistorische waarden.
Vergunningverlening en meldingen voor milieubelastende activiteiten worden getoetst aan de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De uitvoering van deze taken is belegd bij de Omgevingsdienst Groene Metropool, die werkt volgens een regionale, risicogerichte uitvoerings- en handhavingsstrategie.
Kap, aanleg en openbare ruimte
Voor kap- en aanlegactiviteiten wordt getoetst aan het omgevingsplan en aan relevante bepalingen uit de APV en gemeentelijke beleidsregels. Hierbij wordt gekeken naar effecten op groenstructuren, landschap en leefbaarheid.
Activiteiten in de openbare ruimte, zoals evenementen, reclame en terrassen, worden getoetst aan het omgevingsplan en de APV gemeente Rheden. Daarbij wordt beoordeeld of sprake is van aanvaardbare gevolgen voor veiligheid, bereikbaarheid, leefbaarheid en openbare orde.
Horeca, exploitatie en evenementen
Vergunningaanvragen voor horeca- en exploitatieactiviteiten worden getoetst aan de APV gemeente Rheden en aan bijzondere wetgeving, waaronder de Alcoholwet. Daarbij wordt gekeken naar openbare orde, veiligheid, leefbaarheid en het woon- en leefklimaat. Ook wordt beoordeeld of de exploitatie past binnen het omgevingsplan. Waar relevant kan een Bibob-toets worden uitgevoerd.
Vergunningen voor evenementen worden getoetst aan de APV, het omgevingsplan en relevante beleidskaders. Bij de beoordeling wordt aandacht besteed aan risico’s voor openbare orde en veiligheid, geluid, bereikbaarheid, brandveiligheid en inzet van hulpdiensten. Afstemming met politie en veiligheidsregio maakt onderdeel uit van de beoordeling.
Afwijkingen van het omgevingsplan
Indien een activiteit in strijd is met het omgevingsplan, wordt beoordeeld of een binnenplanse afwijking of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) mogelijk is. Hierbij worden de wettelijke procedures, beoordelingscriteria en termijnen toegepast, met inachtneming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In bepaalde gevallen maakt het adviesrecht van de gemeenteraad onderdeel uit van de afweging. Om ervoor te zorgen dat ook in dergelijke gevallen de procedure voortvarend kan worden doorlopen zijn separate afspraken met de raad gemaakt.
Monitoring en doorontwikkeling
De uitvoering van vergunningverlening wordt gemonitord via het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en het jaarverslag VTH. Inzicht in aantallen aanvragen, doorlooptijden, risico’s en knelpunten wordt benut om de werkwijze waar nodig aan te passen en verder te professionaliseren.
Bijlage 4: Uitvoeringskader toezicht
Uitgangspunten en doel van toezicht
Het toezicht van de gemeente Rheden is gericht op het bevorderen van naleving van wet- en regelgeving en op het voorkomen en beperken van risico’s voor veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en omgevingskwaliteit. Toezicht draagt bij aan rechtszekerheid en rechtsgelijkheid en is tegelijkertijd risicogestuurd, zodat met de beschikbare capaciteit een zo groot mogelijk maatschappelijk effect wordt bereikt.
Toezicht maakt onderdeel uit van de integrale VTH-keten. Waar preventie en vergunningverlening onvoldoende leiden tot naleving, vormt toezicht de schakel naar handhaving. Zodra een overtreding wordt vastgesteld en niet vrijwillig wordt beëindigd, wordt overgeschakeld naar de handhavingsstrategie.
Het toezicht wordt uitgevoerd vanuit verschillende disciplines en domeinen. Binnen het omgevingsrecht ligt de nadruk op bouwen, gebruik, milieu en brandveiligheid. Binnen OOV richt het toezicht zich onder meer op horeca, evenementen, overlast en naleving van de APV. Daarnaast wordt toezicht gehouden op groene wetgeving en het buitengebied, gericht op bescherming van natuur, landschap en recreatieve waarden.
Het toezicht wordt uitgevoerd door gemeentelijke toezichthouders en boa’s, in samenwerking met ketenpartners. Het team Omgevingsrecht voert toezicht uit op bouwen, gebruik en ruimtelijke aspecten. De ODGM is verantwoordelijk voor het toezicht op milieubelastende activiteiten en aanverwante taken. De VGGM voert toezicht uit op niet-bouwkundige aspecten van brandveiligheid.
Binnen VTH-OOV voeren boa’s toezicht uit op naleving van de APV, bijzondere wetten en vergunningvoorschriften, waaronder horeca- en evenementenvergunningen. Voor toezicht in het buitengebied en op groene wetgeving wordt samengewerkt tussen toezichthouders, groene boa’s en waar nodig externe partners.
Toezicht vindt plaats op basis van verschillende aanleidingen:
De prioriteiten voor toezicht worden jaarlijks vastgesteld en waar nodig bijgesteld op basis van ontwikkelingen, signalen en ervaringen uit de uitvoering.
De gemeente hanteert verschillende toezichtvormen, afhankelijk van risico, domein en aanleiding:
Met de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is het bouwtechnisch toezicht bij gevolgklasse 1 verschoven naar gecertificeerde kwaliteitsborgers. De gemeente houdt toezicht op de naleving van het stelsel en op de kwaliteit van de kwaliteitsborging.
Toezicht per domein en onderwerp
De gemeente voert het toezicht uit op basis van een gemeentelijk toezichtprotocol dat is afgeleid van het landelijke protocol van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland. De diepgang van het toezicht is afhankelijk van de risico’s voor constructieve veiligheid, brandveiligheid en gezondheid. Daarnaast wordt toezicht gehouden op het gebruik van bouwwerken, waaronder strijdig gebruik, functiewijzigingen en permanente bewoning. Voor nieuwbouwprojecten die onder de WKB vallen, houdt de gemeente geen toezicht op de technische bouwactiviteit. Wel houdt de gemeente toezicht op de ruimtelijke activiteit van dit project.
Brandveiligheid en constructieve veiligheid
Bouwwerken moeten veilig zijn qua constructie en qua brandveiligheid. De prioriteit ligt bij bouwwerken met een hoog risico in de gebruiksfase. Welke dit zijn is bepaald aan de hand van risicoanalyses van de brandweer en de gemeente Rheden. Bij bouwwerken met een hoog risico vindt altijd een uitgebreide bouwtechnische toets plaats, wordt integraal gecontroleerd en heeft herstel van afwijkingen met een directe invloed op de constructie en brandveiligheid de hoogste prioriteit. Dit geldt ook voor sloopactiviteiten met eventuele risico’s daarvan voor de omgeving. De detaillering van de toetsing bij een verzoek en bij toezicht sluit aan bij het toetsprotocol dat is ontwikkeld door de Vereniging van Bouw- en Woningtoezicht.
De veiligheidsregio (brandweer) houdt op basis van gebruiksmeldingen toezicht op gebruiksaspecten van brandveiligheid bij bestaande bouw. Publiek toegankelijke functies en functies voor minder zelfredzame personen hebben hierbij de prioriteit. De veiligheidsregio plant de bezoeken hiervoor zelf in op basis van controleschema’s die gebaseerd zijn op de risico’s. Ook houdt de veiligheidsregio toezicht bij Seveso-inrichtingen. De omgevingsdienst controleert periodiek bedrijven en koppelt terug naar de gemeente of de veiligheidsregio als tijdens de opname constateringen zijn gedaan met betrekking tot brandveiligheid.
Voor wat betreft toezicht op bestaande bouwwerken houdt de gemeente Rheden toezicht op de bouwkundige aspecten van brandveiligheid. Als de toezichthouder ter plaatse is, dan kijkt deze ook direct naar de gebruiksaspecten van brandveiligheid en bekijkt de brandveiligheid integraal. De volgende gebruiksfuncties worden periodiek gecontroleerd:
Het toezicht op erfgoed en archeologie is gericht op het beschermen van cultuurhistorische waarden en archeologische resten. Toezicht vindt plaats bij werkzaamheden aan rijks- en gemeentelijke monumenten en bij activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden. In de uitvoeringsfase wordt toezicht gehouden op naleving van vergunningvoorschriften die zijn gesteld ter bescherming van monumentale waarden. Voor archeologie richt het toezicht zich op naleving van archeologische voorwaarden, zoals onderzoeks- en meldplichten. In de gebruiksfase wordt toezicht gehouden op de instandhoudingsplicht van monumenten, projectmatig en risicogericht.
Het milieutoezicht bij bedrijven en het toezicht op bodem, asbest, grondstromen en milieubelastende activiteiten wordt uitgevoerd door de omgevingsdienst. Toezicht op groene wetgeving en natuurbescherming richt zich onder meer op het voorkomen van verstoring van natuur, illegale kap, strijdig gebruik van natuurgebieden en ongeoorloofde activiteiten in het buitengebied. De gemeente houdt aanvullend toezicht in het buitengebied via groene boa’s, met aandacht voor natuurwaarden, landschap en recreatie.
Horeca, exploitatie en evenementen
Binnen OOV wordt toezicht gehouden op naleving van horeca- en exploitatievergunningen, de APV en bijzondere wetten, waaronder de Alcoholwet. Toezicht richt zich op openbare orde, veiligheid, geluid, sluitingstijden en naleving van vergunningvoorschriften. Surveillance en controles vinden zowel gepland als naar aanleiding van meldingen plaats.
Bij evenementen zijn de vorm en intensiteit van toezicht afhankelijk van aard, omvang en risico. Bij grootschalige evenementen vindt voorafgaand en tijdens het evenement toezicht plaats op onder meer constructieve veiligheid, brandveiligheid, geluid en naleving van vergunningvoorschriften. Afstemming vindt plaats in het integrale evenementenoverleg.
Toezicht op de openbare ruimte richt zich op naleving van de APV, onder meer ten aanzien van afval, reclame, terrassen, kap- en aanlegactiviteiten en gebruik van de openbare ruimte. De inzet is veelal klacht- en signaalgestuurd, met prioriteit voor situaties die leiden tot overlast of aantasting van leefbaarheid.
Klachten, meldingen en calamiteiten
Klachten en meldingen worden geregistreerd en beoordeeld op ernst en impact. Waar mogelijk worden meldingen gebundeld en projectmatig aangepakt. Bij acute of gevaarlijke situaties wordt direct gehandeld. Voor calamiteiten en ongewone voorvallen is de omgevingsdienst 24 uur per dag bereikbaar.
Organisatie en uitvoering van toezicht
Het toezicht wordt – samen met de vaste ketenpartners - uitgevoerd door gemeentelijke toezichthouders en boa’s. Het team Omgevingsrecht is verantwoordelijk voor toezicht op bouwen, gebruik en ruimtelijke aspecten. De ODGM voert het toezicht uit op milieubelastende activiteiten en aanverwante taken. De VGGM is verantwoordelijk voor het toezicht op niet-bouwkundige aspecten van brandveiligheid.
Binnen VTH-OOV voeren boa’s toezicht uit op naleving van de APV, bijzondere wetten en vergunningvoorschriften, waaronder horeca- en evenementenvergunningen. Voor toezicht in het buitengebied en op groene wetgeving wordt samengewerkt tussen toezichthouders, groene boa’s en waar nodig externe partners.
De uitvoering van toezicht wordt gemonitord via het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en het jaarverslag VTH. De resultaten van toezicht worden benut om prioriteiten bij te stellen en de uitvoering waar nodig te verbeteren. De bevindingen uit het toezicht worden vastgelegd in rapportages en geregistreerd in het zaaksysteem. Deze informatie is mede basis voor handhaving, monitoring en evaluatie.
Bijlage 5: Uitvoeringskader handhaving
Doel en uitgangspunten van handhaving
Handhaving is gericht op het beëindigen van overtredingen en het herstellen van de gewenste situatie in de fysieke leefomgeving. De gemeente Rheden hanteert daarbij de beginselplicht tot handhaven: bij een geconstateerde overtreding wordt in beginsel handhavend opgetreden, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.
Handhaving maakt onderdeel uit van de integrale VTH-keten en volgt op toezicht wanneer naleving niet vrijwillig tot stand komt. De inzet van handhavingsinstrumenten is proportioneel, zorgvuldig en gericht op herstel. Waar nodig wordt ook strafrechtelijk opgetreden, met name bij overtredingen die raken aan openbare orde en veiligheid.
De gemeente beschikt over verschillende bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten.
Bestuursrechtelijke instrumenten
De keuze voor het instrument is afhankelijk van aard en ernst van de overtreding en van het gedrag van de overtreder.
Naast bestuursrechtelijk optreden kan de gemeente strafrechtelijk optreden via:
Strafrechtelijke handhaving wordt in de praktijk vooral ingezet bij overtredingen van de APV en bij situaties die samenhangen met openbare orde en veiligheid, waarbij naast gedragsbeïnvloeding ook het bestraffende karakter een rol speelt.
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
Bij de constatering van overtredingen volgt de gemeente Rheden de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De LHSO geeft invulling aan de beginselplicht tot handhaven en zorgt voor:
Afhankelijk van deze combinatie wordt gekozen voor een bestuurlijke of strafrechtelijke interventie, of een combinatie daarvan. Afstemming met partners zoals politie, omgevingsdienst en inspectiediensten vindt plaats waar dat aangewezen is.
Legalisatie en preventieve inzet
Wanneer sprake is van een overtreding wordt eerst beoordeeld of legalisatie mogelijk is, bijvoorbeeld door het verlenen van een vergunning of het stellen van maatwerkvoorschriften. Indien legalisatie kansrijk is, krijgt de overtreder de gelegenheid een aanvraag in te dienen.
In sommige situaties wordt ondersteuning geboden, bijvoorbeeld door voorlichting, wanneer blijkt dat bepaalde overtredingen structureel voorkomen. Deze inzet sluit aan bij de preventiestrategie.
De beschikbare handhavingscapaciteit is beperkt. Daarom worden prioriteiten gesteld op basis van risico’s, ernst van overtredingen en de mate waarin een overtreder bereid is mee te werken aan herstel. Ernstige overtredingen krijgen altijd prioriteit. Kleinere overtredingen met beperkte risico’s kunnen een lagere prioriteit krijgen. Calamiteiten en situaties met acuut gevaar hebben altijd de hoogste prioriteit, ongeacht de reguliere indeling.
Overtredingen met een hoog risico krijgen de meeste aandacht en kennen een hoge diepgang in toezicht en handhaving. Het gaat onder meer om:
Onderwerpen met een gemiddeld risico worden regulier opgepakt en getoetst aan de meest relevante voorschriften, zoals:
Onderwerpen met een laag risico worden op hoofdlijnen getoetst en gehandhaafd, zoals:
Na ontvangst van een klacht, melding of handhavingsverzoek voert de gemeente een controle uit om vast te stellen of sprake is van een overtreding. Als er geen overtreding wordt geconstateerd, wordt de melder geïnformeerd.
Bij kleine overtredingen wordt waar mogelijk ingezet op overleg en bemiddeling, zeker wanneer sprake is van burenconflicten. Indien nodig wordt handhavend opgetreden, waarbij de LHSO leidend is. Bij verzoeken om handhaving kan prioritering meewegen bij de belangenafweging.
Dwangsommen en begunstigingstermijnen
Bij het opleggen van een last onder dwangsom worden begunstigingstermijnen en dwangsombedragen zorgvuldig vastgesteld. De termijn moet voldoende zijn om herstel mogelijk te maken, maar niet zo lang dat feitelijk sprake is van gedogen. De hoogte van de dwangsom staat in redelijke verhouding tot de ernst van de overtreding en moet hoger zijn dan het economisch voordeel van niet-naleving.
In bijlage 5 zijn de standaardbegunstigingstermijnen, dwangsommen en prioriteiten per overtreding opgenomen.
Handhaving door en tegen overheden
Handhaving tegen de eigen organisatie of andere overheden verschilt niet van handhaving tegen inwoners of bedrijven. Vanuit de voorbeeldfunctie wordt in beginsel sneller geformaliseerd. Overtredingen door de eigen organisatie worden direct voorgelegd aan het management en/of het college, dat zorgdraagt voor passende maatregelen.
Afwijken en afzien van handhaving
De gemeente hanteert geen gedoogbeleid voor overtredingen met een hoge of gemiddelde prioriteit. Afzien van handhaving is slechts mogelijk in zeer uitzonderlijke situaties, conform het landelijke kader Grenzen aan gedogen. Op grond van artikel 4:84 Awb kan in bijzondere omstandigheden gemotiveerd van het beleid worden afgeweken. In dergelijke gevallen wordt de afwijking expliciet gemotiveerd en vastgelegd.
Bijlage 6: dwangsommen en begunstigingstermijnen
Bijlage 7: Ketenpartners bij de uitvoering van de VTH-taken
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM): De brandweer voert voor de gemeente het toezicht op brandveiligheid uit voor zover het niet om de bouwkundige aspecten gaat (installaties, vluchtwegen, toegang hulpdiensten etc.). Daarnaast wordt samen met de brandweer ingestoken op preventie, dat wil zeggen het geven van voorlichting;
Bijlage 8: lijst met afkortingen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-107149.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.