Gemeenteblad van Hattem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hattem | Gemeenteblad 2025, 575310 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hattem | Gemeenteblad 2025, 575310 | beleidsregel |
Veencirculator - Beleidsregel afwegingskader initiatieven ’t Veen
De raad van de gemeente Hattem maakt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en artikelen 3:12 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bekend, dat zij op 15 december 2025 de volgende stukken gewijzigd heeft vastgesteld:
Met het Chw bestemmingsplan ’t Veen beoogt de gemeente Hattem het bestaande, verouderde bedrijventerrein stap voor stap te transformeren naar een gemengd woongebied, met meer woningen en minder bedrijven. Het Chw bestemmingsplan geeft ontwikkelingsmogelijkheden die noodzakelijk zijn om de voorgenomen organische transformatie mogelijk te maken. Belangrijk aspect van dit Chw bestemmingsplan is dat gestuurd wordt op kwaliteiten per deelgebied.
Daarnaast bestemt het Chw bestemmingsplan ’t Veen het nieuwe ondergrondse tracé (verkabeling) van de hoogspanningsverbinding die nu boven het gebied loopt.
Voor het deel waar geen ontwikkelingen zijn voorzien is het plan conserverend van aard en wordt de bestaande situatie bestemd. Bestaande bedrijven kunnen tevens onder de bestemming ‘Bestaand’ blijven functioneren.
Het plangebied van het Chw bestemmingsplan ’t Veen beslaat het huidige bedrijventerrein ’t Veen in Hattem, het bestaande woongebied ’t Veen-Noord, de maatschappelijke zone langs de Apeldoornseweg met ’t Heem, enkele woningen nabij het bedrijventerrein, de agrarische percelen tussen de Eliselaan en de Koeweg, een deel van Het Algemene Veen en een klein gedeelte van het uiterwaardengebied langs de IJssel (ter plaatse van het oostelijke opstijgpunt). Het Chw bestemmingsplan vervangt hiermee de beheersverordening ‘Bedrijventerrein Het Veen’ uit 2017 en delen van andere bestemmingsplannen.
Het plangebied is in het kader van de Crisis- en herstelwet aangewezen als gebied waarvoor een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte mag worden opgesteld. Dit Chw bestemmingsplan heeft meer mogelijkheden dan een ‘gewoon’ bestemmingsplan. Het plan bevat regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, waaronder ook aspecten als welstand, landschap, milieu, duurzaamheid, veiligheid en gezondheid. Het Chw bestemmingsplan ’t Veen is in mei 2023 als ontwerp ter inzage gelegd. Op grond van hoofdstuk 4 Invoeringswet Omgevingswet (IOw) is het Chw bestemmingsplan ‘t Veen vastgesteld onder toepassing van de wet- en regelgeving die gold vóór 1 januari 2024.
Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn diverse wijzigingen aangebracht. Deze zijn vermeld in de Reactienota zienswijzen (bijlage 11 bij de toelichting van het Chw bestemmingsplan ’ t Veen).
De Veencirculator - Beleidsregel afwegingskader initiatieven ‘t Veen
In het Chw bestemmingsplan ‘t Veen is voor nieuwe ontwikkelingen een juridisch bindende koppeling opgenomen met ‘De Veencirculator - Beleidsregel afwegingskader initiatieven ’t Veen’ als toetsingskader. Deze beleidsregel bevat een beoordelingskader voor ontwikkelingen in de drie deelgebieden: Tuindorpmilieu, Bosmilieu en Dijkmilieu. Daarnaast voorziet het plan in een regeling voor welstand. Hiervan is de uitwerking opgenomen in de beleidsregel. Voor het plangebied van het Chw bestemmingsplan komt hoofdstuk 4 ‘Deelgebieden’ van de Welstandsnota gemeente Hattem 2005 te vervallen.
Er kan geen beroep worden ingesteld tegen de vastgestelde beleidsregel. De beleidsregel is binnenkort te raadplegen via https://lokaleregelgeving.overheid.nl/zoeken.
Ten opzichte van de ontwerpbeleidsregel zijn diverse wijzigingen aangebracht. Deze zijn vermeld in de Reactienota zienswijzen (bijlage 11 bij de toelichting van het Chw bestemmingsplan ‘t Veen).
Inzagetermijn Chw bestemmingsplan ‘t Veen
Het Chw bestemmingsplan ligt vanaf donderdag 25 december 2025 gedurende zes weken op afspraak ter inzage in het stadhuis (tot en met woensdag 4 februari 2026). Voor het bekijken van de stukken kunt u een afspraak maken via www.hattem.nl/afspraak of telefoonnummer (038) 443 16 16.
Wij adviseren u de stukken online te bekijken. Het vastgestelde Chw bestemmingsplan ’t Veen en de bijlagen daarvan, zijn digitaal te raadplegen op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/ via identificatienummer NL.IMRO.0244.bpChwVeen-0003 of zoek op ‘Chw bestemmingsplan ’t Veen’.
Tegen het Chw bestemmingsplan ‘t Veen kan een ieder die een zienswijze heeft ingediend, van donderdag 25 december 2025 tot en met woensdag 4 februari 2026 (zes weken) schriftelijk beroep instellen. Verder staat beroep open voor belanghebbenden, die geen zienswijze hebben ingediend. Er kan geen beroep worden ingesteld tegen de beleidsregel (de Veencirculator).
Het beroepschrift tegen het Chw bestemmingsplan ’t Veen moet worden ondertekend en dient in ieder geval de volgende informatie te bevatten:
Op het Chw bestemmingsplan is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Op grond van de artikelen 1.6 en 1.6a van deze wet dient een eventueel beroepschrift direct bij indiening de beroepsgronden te bevatten en kunnen na afloop van de termijn voor het instellen van beroep geen beroepsgronden meer worden aangevoerd. Op grond van artikel 11 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet moeten deze bepalingen bij het besluit en bij de bekendmaking van het besluit worden vermeld.
Het beroep moet worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Postbus 20019, 2500 AE, Den Haag). Voor de behandeling van een beroep zijn griffierechten verschuldigd.
Burgers kunnen ook digitaal beroep instellen via https://digitaalloket.raadvanstate.nl/. Hiervoor is een DigiD vereist.
Het instellen van beroep schorst het besluit niet. Betrokkenen die een beroepschrift hebben ingediend, kunnen ook een verzoek om een voorlopige voorziening (schorsing) indienen bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op bovengenoemd adres. Ook hiervoor zijn ook griffierechten verschuldigd.
Het besluit tot vaststelling van het Chw bestemmingsplan ’t Veen treedt in werking met ingang van donderdag 5 februari 2026, tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend tegen dit besluit. In dat geval treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist.
Beleidsregel afwegingskader initiatieven ’t Veen
’t Veen transformeert! Het gedeeltelijk in onbruik geraakte bedrijventerrein is aan het transformeren en zal verder verkleuren naar een gemengd gebied waar vooral wonen de boventoon voert. Het wonen is in harmonie met de blijvende bedrijvigheid én met het diverse karakter van ’t Veen en haar omgeving. ’t Veen is namelijk een gebied met verschillende gezichten. In het noordwesten bepaalt de ABC-wijk het karakter van ’t Veen, in het noordoosten is het juist de ligging aan de Wiessenbergsche Kolk en in het oosten het Algemene Veen. De transformatie van het huidige gebruik naar overwegend wonen, zal de diversiteit in het karakter van ’t Veen verder versterken.
Om deze transformatie, samen met andere ambities voor het plangebied mogelijk te maken, is het Crisis- en herstelwet (Chw) bestemmingsplan ’t Veen opgesteld. In dit plan zijn de voorwaarden opgenomen waaraan nieuwe initiatieven binnen het gebied moeten voldoen. Nieuwe initiatiefnemers worden daarbij uitgedaagd! Het Chw bestemmingsplan is zo opgebouwd dat de initiatiefnemer niet wordt bedolven onder regels die voorschrijven wat deze initiatiefnemer moet. Nee, het Chw bestemmingsplan daagt nieuwe initiatiefnemers uit met wat er kan! Het zegt:
‘Wees creatief, denk buiten de gebruikelijke kaders en help mee om van ’t Veen een mooie, toekomstbestendige en fijne wijk te maken (misschien nog wel mooier dan de historische binnenstad!).’
Hoe we u daarin uitdagen? Heel simpel: met drie eenvoudige stappen. Blader deze beleidsregel daar maar eens rustig voor door. En veel plezier met het samen met ons bouwen van de mooiste wijk van Hattem (en omstreken)!
2. HOE EEN INITIATIEF IN HET CHW BESTEMMINGSPLAN PAST
Het Chw bestemmingsplan ’t Veen maakt de transformatie van ’t Veen mogelijk. Deze transformatie zal door verschillende initiatiefnemers in de loop van de tijd worden gerealiseerd. De kaders waarbinnen deze transformatie moet plaatsvinden, zijn beschreven in onder andere de omgevingsvisie van de gemeente Hattem en het ontwikkelkader dat speciaal voor ’t Veen is opgesteld. De gemeente wil de initiatiefnemers binnen deze kaders zo veel mogelijk vrijheid geven om met hun ontwikkeling bij te dragen aan het verbeteren van de kwaliteit binnen ’t Veen. In de planregels van het Chw bestemmingsplan ’t Veen zijn daarom ruime kaders opgenomen. Als een initiatief binnen die kaders past, wordt voor de verdere uitwerking van dit initiatief verwezen naar deze beleidsregel. Om na te gaan óf een initiatief bij de ambities en koers voor ’t Veen past, is in het Chw bestemmingsplan per woonmilieu een ‘open norm’ opgenomen waaraan initiatieven worden getoetst. Om te kunnen beoordelen of een initiatief past binnen de open norm en of een omgevingsvergunning kan worden verleend, is een beoordelingssysteem in de vorm van een afwegingskader ontwikkeld: deze beleidsregel. In deze beleidsregel zijn de criteria beschreven waarbinnen de ontwikkelingen moeten passen. Past een initiatief - ook na overleg en eventuele aanpassingen - niet, dan volgt er een weigering.
Voorafgaand aan het indienen van een aanvraag passen de initiatiefnemers de beoordelingsmethode in deze beleidsregel toe op hun initiatief. Initiatiefnemers kunnen daarmee zelfstandig nagaan of dit initiatief past binnen de ambities en koers voor het betreffende deelgebied in het buitengebied. Deze eerste beoordeling kan in een vooroverleg door de gemeente worden begeleid. Dit vindt plaats in het voortraject, door het kwaliteitsteam en bij de omgevingstafel. Bij het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een initiatief wordt deze beoordeling door de gemeente getoetst. Daarmee is in het Chw bestemmingsplan en het daarbij behorende beleidsregel, een systeem van het begeleiden van een initiatief naar uitvoering opgenomen dat van grof naar fijn werkt.
Als het initiatief binnen de ruime kaders van de bestemmingsplanregels past, wordt het doorverwezen naar de beleidsregel en doorloopt het daarbinnen drie stappen. Met de eerste stap wordt geborgd dat het initiatief (milieu-)ruimte laat voor de bestaande gebruikers binnen het gebied en dat het initiatief aansluit bij de samenhangende ruimtelijke kwaliteit van de deelgebieden. De tweede stap begeleidt het initiatief langs de verschillende thema’s waarop ’t Veen zich zal onderscheiden. Deze stap noemen we ‘De Veencirculator’. De laatste stap begeleidt het initiatief naar de omgevingsvergunning voor het bouwen. In deze laatste stap wordt de initiatiefnemer ondersteund bij de bouwtechnische uitwerking van het initiatief. In het volgende schema zijn deze stappen weergegeven zodat duidelijk is wat de route van initiatief naar realisatie binnen ’t Veen is:
Als een initiatiefnemer een initiatief binnen ’t Veen gaat realiseren en dat initiatief past dus binnen de kaders van de planregels van het Chw bestemmingsplan ‘t Veen, dan wordt het tijd om de eerste stap binnen de beleidsregel te zetten: het samengaan met de bestaande activiteiten en specifieke karakters van de drie deelgebieden. Op naar stap 1!
Stap 1 bestaat uit twee deelstappen:
STAP 1A: SAMENGAAN MET BESTAANDE ACTIVITEITEN
Nieuwe ontwikkelingen binnen ’t Veen moeten samengaan met het bestaande gebruik. Om ervoor te zorgen dat nieuwe initiatieven niet binnen de gebruiksruimte van deze bestaande activiteiten plaatsvinden, wordt gebruik gemaakt van de onderstaande kaart. Op deze kaart zijn de gebruiksruimten van alle oorspronkelijke bedrijfsmatige activiteiten binnen het plangebied ingetekend.
Nieuwe initiatieven die buiten de ingetekende contouren worden geprojecteerd respecteren de gebruiksruimte van de bestaande bedrijfsmatige activiteiten.
Mocht een initiatief binnen één of meer gebruiksruimte(n) van (een) bestaande bedrijfsmatige activiteit(en) zijn geprojecteerd, dan moet duidelijk worden dat dit niet tot beperking van de bestaande bedrijvigheid leidt. De initiatiefnemer moet in dat geval eerst in gesprek gaan met dit bedrijf/deze bedrijven, om afspraken te maken over het beperken van deze gebruiksruimte. Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning van het initiatief dat binnen deze gebruiksruimte(n) is geprojecteerd, moet een verklaring van dit bedrijf/deze bedrijven worden gevoegd waarin is aangegeven dat overeenstemming is bereikt over het verkleinen van de gebruiksruimte.
Een andere mogelijkheid is dat de initiatiefnemer het initiatief zo aanpast, dat het alsnog buiten de gebruiksruimten zoals aangegeven op de kaart wordt geprojecteerd. Daarmee is voor dit initiatief gedeeltelijk de eerste stap gezet.
STAP 1B: SAMENHANGENDE RUIMTELIJKE KWALITEIT
’t Veen kent drie verschillende woon- en werkmilieus: het Tuindorpmilieu, het Dijkmilieu en het Bosmilieu. Met de initiatieven die binnen ’t Veen worden gerealiseerd, worden de karakters van deze drie deelgebieden versterkt. Dat is in het Chw bestemmingsplan ’t Veen bepaald. De begrenzing van deze drie gebieden is in de figuur op pagina 10 weergegeven.
Een gedetailleerde beschrijving van deze verschillende gebiedskarakters vindt u in het document ‘Hattem ’t Veen, ontwikkelkader - spelregels voor een duurzame transformatie’ (vastgesteld door de gemeenteraad Hattem in 2019), dat op de website van project ’t Veen is te raadplegen.
In hoeverre een initiatief aansluit bij de verschillende gebiedskarakters, wordt duidelijk gemaakt met een puntensysteem. De randvoorwaarden die daarbij worden gehanteerd zijn uitgewerkt in de ‘Stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteit’, die als bijlage bij deze beleidsregel is gevoegd.
De Stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteit schetsen de kaders voor:
Het ontwerp van een initiatief moet aansluiten op alle stedenbouwkundige randvoorwaarden die zijn opgenomen in de bijlage bij deze beleidsregel.
Als uw initiatief niet voldoet aan de genoemde randvoorwaarden, dan moet uw initiatief worden aangepast om voldoende bij te kunnen dragen aan de ruimtelijke kwaliteit die ’t Veen moet krijgen. Voldoet uw initiatief wel, dan sluit het aan bij aan de ruimtelijke kwaliteit die we voor ’t Veen voor ogen hebben. Als niet aan alle minimumeisen wordt voldaan dan moet uw initiatief worden aangepast.
Het resultaat van de eerste stap in deze beleidsregel is dan als volgt: als uw initiatief geen belemmering vormt voor de gebruiksruimten van de bestaande activiteiten én uw initiatief past binnen de randvoorwaarden van ruimtelijke inpassing, dan verwelkomen we uw initiatief in de Veencirculator!
Wat dat betekent, leggen we u graag in de volgende stap uit. Op naar Stap 2!
Naast het samengaan met de bestaande gebruikers en bijdragen aan onze ambitie voor de ruimtelijke kwaliteit, vragen we u om met uw initiatief aan een aantal aanvullende ambities bij te dragen. Voor de transformatie van ’t Veen zijn zes thema’s aangewezen waarin u wordt uitgedaagd. Daarbij zoeken we samen naar een balans tussen deze zes thema’s die passen bij uw initiatief. Hiervoor hebben we de Veencirculator ontworpen. Deze Veencirculator werkt met een scoresysteem waarmee u voor elk thema een aantal punten kunt scoren. Het totaal van de scores op de zes thema’s laat zien in hoeverre uw initiatief bijdraagt aan het geheel van de ambities. Daarbij vragen we u om zo veel als mogelijk bij te dragen aan het beeld van ’t Veen dat ons voor ogen staat.
De zes thema’s van de Veencirculator zijn:
Per thema kent de Veencirculator vijf partjes of scoretreden. Initiatieven moeten per thema ten minste twee scoretreden vullen. Over alle thema’s tezamen moet een initiatief daarnaast gemiddeld ten minste drie scoretreden vullen. Dit gemiddelde wordt vastgesteld door het totaal aan gevulde scoretreden te delen door 6. Het initiatief moet dus in totaal minstens 18 scoretreden vullen. Hierna wordt uitgelegd hoe u voor de verschillende thema’s scoretreden op de Veencirculator kunt scoren.
De energieprestatie van de gebouwen die binnen de initiatieven worden gerealiseerd, wordt vastgesteld aan de hand van de NTA 8800. Op grond van artikel 5.2 van het Bouwbesluit 2012 worden eisen gesteld aan de energiebehoefte van gebouwen, het primair fossiel energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie dat deze gebouwen verbruiken. Daarbij wordt op grond van het Bouwbesluit uitgegaan van het niveau dat sprake is van een ‘Bijna Energie Neutraal Gebouw’ ofwel BENG. Voor ’t Veen ligt de ambitie van de gemeente hoger dan dat op grond van het Bouwbesluit.
De energiebehoefte van de gebouwen binnen uw initiatief mag op het niveau van het Bouwbesluit liggen, maar er mag géén gebruik gemaakt worden van primair fossiele energie (BENG2). Het initiatief is bijzonder welkom als het aandeel hernieuwbare energie waarvan binnen de gebouwen gebruik gemaakt wordt op 100% ligt (BENG3).
De score volgens de Veencirculator verloopt als volgt:
Initiatieven die binnen ’t Veen worden ontwikkeld moeten klimaatadaptief zijn. Dit betekent dat binnen deze initiatieven hemelwater moet worden vastgehouden, zodat wateroverlast wordt voorkomen. De initiatieven moeten ook zo worden gerealiseerd dat in ’t Veen sprake zal zijn van een prettig en koel leefklimaat: ze moeten hittestress tegengaan. Tot slot moeten de initiatieven kunnen meebewegen met de grondwaterfluctuaties vanuit de IJssel en Veluwe. De toetsing van een plan aan deze ambitie gebeurt aan de hand van een aantal randvoorwaarden.
Als eisen voor nieuwe initiatieven gelden de volgende voorwaarden:
De puntenscore voor dit thema verloopt als volgt:
Drie scoretreden worden bereikt als naast de voldoende waterberging, aanvullende waterberging wordt voorzien om regenwater vast te houden voor droge perioden en het bestaande waternetwerk wordt uitgebreid en versterkt met natuurlijke oevers. Ook worden voldoende bomen toegevoegd om hittestress tegen te gaan.
De oorspronkelijke ecologische structuur binnen ’t Veen is beoordeeld en vastgelegd in onderstaande figuur. Bij ontwikkelingen in ’t Veen moeten de elementen van hoge (groen) en gemiddelde (gele) kwaliteit behouden blijven.
Of uw initiatief nu groot of klein is, er moet sprake moet zijn van natuurinclusief bouwen. Hiermee bedoelen we het zo goed mogelijk geschikt maken van een gebouw als onderdeel van het leefgebied voor gebiedseigen soorten van ‘t Veen. Om u daarbij op weg te helpen, hebben we verschillende maatregelen op een rij gezet, waarmee u de natuur kunt uitnodigen binnen uw initiatief. Daarbij geldt de aangegeven maatregel per bebouwingseenheid (woning/bedrijfsruimte).
In het hele plangebied is ruimte voor de traditionele dorpbewonende soorten als de gierzwaluw, huismus en gewone dwergvleermuis. Ook de algemenere soorten als de spreeuw en de merel kunnen in een groene omgeving een geschikt leefgebied vinden. Vogelkasten en vleermuiskasten in de bebouwing samen met een groene omgeving vormen een uitstekend leefgebied voor deze soorten.
De uitgangspunten voor het realiseren van uw initiatief zijn de volgende:
Ook in dit geval werkt de Veencirculator met een puntensysteem. U kunt punten verdienen als u in uw initiatief de volgende maatregelen verwerkt. Let op: u hoeft dus niet alle genoemde maatregelen door te voeren, u kunt de maatregelen kiezen die het beste bij uw initiatief passen.
Figuur Nulmeting ecologische structuur
We stellen wel voorwaarden aan het minimale aantal punten dat u met uw initiatief moet bereiken.
Als het initiatief 1 tot 4 punten heeft behaald, scoort het nul scoretreden op dit thema. Bij 5 of 6 punten scoort het slechts één scoretrede op het thema natuurinclusiviteit. We dagen u uit om nog eens kritisch naar uw initiatief te kijken en een aantal aanvullende maatregelen daarin op te nemen.
Scoort het initiatief 7 tot 12 punten, dan scoort het initiatief twee scoretreden op dit thema. Als het initiatief 13 tot 16 punten scoort dan resulteert dit in drie scoretreden. Bij 17 tot 20 punten scoort het initiatief vier scoretreden. En bij meer dan 20 punten worden vijf scoretreden gescoord.
Uw initiatief moet ook bijdragen aan de ontwikkeling van ’t Veen als een gezonde en vitale omgeving. Deze bijdrage wordt beoordeeld op zes kernwaarden voor een gezonde en vitale wijk:
Als het totaal van de maatregelen die u in uw initiatief heeft opgenomen 1 of 2 punten is, scoort het nul scoretreden. Bij 3 punten scoort het slechts één scoretrede. Wij dagen u dan uit om nog een aantal aanvullende maatregelen in uw initiatief uit te werken.
Haalt het initiatief ten hoogste 5 punten, dan scoort het twee scoretreden.
Heeft u 7 punten gescoord, dan heeft u het drie scoretreden op de Veencirculator bereikt; bij ten hoogste 9 punten scoort het vier scorepunten en bij 11 punten scoort het vijf scoretreden.
Om hieraan bij te dragen, kunt u de volgende maatregelen in uw initiatief uitwerken:
Duurzame mobiliteit voor ’t Veen betekent de prioriteit geven aan langzaam verkeer, het stimuleren van deelmobiliteit en de afstemming van werk- en woonverkeer. Duurzame mobiliteit kan worden vormgegeven langs een aantal pijlers:
Hoe uw initiatief scoort wat betreft het bijdragen aan deze pijlers en daarmee het thema duurzame mobiliteit wordt hieronder uitgelegd.
Aan het initiatief wordt voor dit thema onder de volgende voorwaarden punten toegekend:
Het initiatief scoort slechts één punt en zal stranden als:
Enkel de wegprofielen worden aangepast naar gebruik voor langzaam verkeer en ontsluiten van het initiatief en een gezonde loopafstand tussen woning en parkeervoorziening wordt gerealiseerd.
Het initiatief scoort twee scoretreden als daarmee wordt geborgd dat:
Het parkeren wordt opgelost: een deel (30 - 50%) van het parkeren kan worden gerealiseerd in de dragers van het ruimtelijk raamwerk in samenhang met het gewenste profielen. De rest wordt gerealiseerd binnen de velden. Geparkeerde auto’s staan binnen de woonvelden op eigen terrein en in collectieve parkeervoorzieningen.
Het initiatief scoort vier scoretreden als daarmee wordt geborgd dat:
Het parkeren opgelost: een deel (30 - 50%) van het parkeren kan worden gerealiseerd in de dragers van het ruimtelijk raamwerk in samenhang met het gewenste profielen. De rest kan worden gerealiseerd binnen de velden. Geparkeerde auto’s staan binnen de woonvelden op eigen terrein en in collectieve parkeervoorzieningen.
Voor het initiatief is een visie op mobiliteit ontwikkeld vanuit het STOMP-principe1 waarbij specifiek is nagedacht over ruimte voor ‘actieve’ mobiliteit.
Het initiatief scoort vijf scoretreden als daarmee wordt geborgd dat:
Binnen het initiatief worden smart charging oplossingen aangeboden waarmee het opladen van elektrische voertuigen wordt gecombineerd met het opvangen van pieken in het elektriciteitsnetwerk. En het voorzien in elektriciteit voor woningen op momenten dan duurzame energiebronnen (zonnepanelen bijvoorbeeld) geen stroom leveren.
De transformatie van ’t Veen moet ertoe leiden dat dit gebied een sociaal inclusief gebied zal worden. Dit betekent dat ’t Veen een evenwichtig palet aan woningtypen zal moeten krijgen. De randvoorwaarden hiervoor zijn neergelegd in het Projectplan Aanvraag regeling cofinanciering WBI Provincie Gelderland. Het woningaanbod in ’t Veen zal hoofdzakelijk bestaan uit middeldure, grondgebonden koopwoningen. Daarnaast bestaat het woningaanbod in alle drie de gebieden deels uit huurwoningen en deels uit koopwoningen.
Als het aandeel dure (huur)woningen binnen het initiatief hoger is dan het in de tabel genoemde aandeel, scoort het initiatief één scoretrede dan wordt u uitgedaagd om door aanpassing van uw initiatief een hogere score te bereiken. Initiatieven scoren twee scoretreden als wordt voldaan aan de hiervoor genoemde verdeling van het aandeel goedkope-, betaalbare-, midden- en dure (huur)woningen binnen het initiatief. Elke extra goedkope huur- of koopwoning of een betaalbare koopwoning levert één extra scoretrede op.
Aan het onderdeel Gemengd woonprogramma hoeft niet te worden getoetst als voor het initiatief een anterieure overeenkomst met de gemeente Hattem is gesloten.
Voor ‘t Veen gelden de volgende verdeelsleutels voor het totale woningaanbod binnen het deelgebied:
Aandeel Huur in ’t Veen: minimaal 16%
De (jaarlijkse) aanpassing van de VON- en huurprijsgrenzen zoals in voorgaande tabel genoemd, vindt plaats via de beleidsregel ‘Prijsgrenzen koop- en huurwoningen gemeente Hattem’. De bandbreedtes wijzigen niet, tenzij het college van B&W daartoe besluit via aanpassing van onderhavige beleidsregel.
STAP 3: STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN EN BEELDKWALITEIT (WELSTANDSKADER)
STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN & BEELDKWALITEIT
't Veen transformeert van een bedrijventerrein naar een gemengd woon- en werkgebied. De ontwikkeling is flexibel en organisch. Dit document is een uitwerking van het Ontwikkelkader vastgesteld door de gemeenteraad Hattem in 2019. De stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteiteisen in deze rapportage worden gebruikt voor de toetsing van plannen en maakt onderdeel van het Afwegingskader voor 't Veen. De randvoorwaarden geven initiatieven de ruimte om vernieuwende plannen te maken die passen bij het toekomstige karakter van 't Veen.
Van initiatiefnemers in 't Veen wordt verwacht dat ze hun plan in meerdere planfases laten beoordelen. Dit plan bestaat uit een stedenbouwkundig plan, een inrichtingsplan met een beplantingsplan en beeldkwaliteitplan in de verschillende planfases (SO, VO en DO). Het Kwaliteitsteam zal deze plannen toetsen en de ruimtelijke samenhang en integraliteit monitoren.
Als het plan voldoet aan de stedenbouwkundige randvoorwaarden en het vormt geen belemmering voor de gebruiksruimten van bestaande activiteiten dan kan het naar een volgende stap, de zogenoemde 'Veencirculator', uit het Afwegingskader. In deze stap wordt het plan getoetst op duurzaamheids ambities door de Omgevingstafel. Voldoet een plan ook aan deze ambities, dan kan het worden vergund en worden gerealiseerd. Het blijft mogelijk voor het college om de ambities uit het Afwegingskader aan te passen, bijvoorbeeld naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid.
Schema van de 'Veencirculator' het toetsinstrument voor de duurzame ambities van een initiatief
Dit document beschrijft de transformatie van bedrijventerrein naar gemengd woongebied en biedt enkele uitgangspunten en kaders op hoofdlijnen.
Benoemt de waarden, het ruimtelijk raamwerk en deelgebieden binnen de ontwikkeling van 't Veen. Het doel is een samenhangend stedelijk woon- en leefgebied te creëren en het omliggende landschap beleefbaar te maken.
De waarden zijn de unieke landschappelijke kwaliteiten; onderscheidende woonmilieus; duurzame ruimtelijke dragers; samenhangend intern netwerk en verbindend verkabelingstracé. Het omliggende landschap en de cultuurhistorie vormt de inspiratie voor 3 onderscheidende woon-werkmilieus: het Bosmilieu, het Tuindorpmilieu en het Dijkmilieu.
Ontwerp Chw bestemmingsplan (2023)
Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte stuurt vanuit kwaliteiten en biedt veel mogelijkheden tot organische ontwikkeling van 't Veen. Er is geen eindbeeld opgenomen met gedetailleerde bestemmingen, de gewenste kwaliteit wordt per deelgebied beschreven en getoetst door een Omgevingsteam. Het bestemmingsplan loopt hiermee vooruit op de Omgevingswet.
Kwaliteiten van het landschap in 't Veen
De ontwikkeling van 't Veen kent geen vast eindbeeld. De randvoorwaarden voor stedenbouw zijn gericht op het creëren van een samenhangend gebied dat naadloos aansluit op de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. Hoewel voor de ontwikkelvelden een duidelijke sfeer en ambitie worden nagestreefd, ontstaat de uitwerking door de samenwerking tussen de initiatiefnemers en de gemeente. De randvoorwaarden zijn op hoofdlijnen verbeeld in verschillende kaarten en worden aan het einde van het hoofdstuk samengevat.
ONTWIKKELKADER WOON- EN LEEFMILIEUS
Wensbeeld raamwerk: een fijnmazige structuur passend bij een gemengd woon-werk gebied
RUIMTELIJKE ACCENTEN MAXIMALE BOUWHOOGTES
RUIMTELIJKE ACCENTEN PRINCIPES
De maximale bouwhoogte van 't Veen is gerelateerd aan de nabijgelegen boomtoppen van 't Algemene Veen. De bomen groeien tot ongeveer maximaal 18 meter hoog, met enkele uitschieters tot 26 meter hoog. De maximale bouwhoogte ligt bij 18 meter, ofwel 6 bouwlagen.
Ruimtelijke accenten geven een afwisselende opbouw en silhouet aan 't Veen.
Door compact te bouwen worden de aangrenzende landschappen verweven met de woonomgeving en is er veel ruimte voor groene verblijfsplekken.
In 't Veen kunnen op enkele plekken ruimtelijke accenten worden ingepast. Deze volumes markeren de hoofdstructuur of de overgang naar het landschap. Op basis van de eerdergenoemde principes is verkend wat de impact is van de maximale bouwhoogtes is op de omgeving. De impressie toont een maximale invulling van 't Veen met een ruimtelijke accent van 6 bouwlagen aan de dijk. De andere gebouwen in deze verkenning zijn 2 tot 5 bouwlagen hoog.
Verkenning aanzicht maximale hoogte programma vanaf de Wiessenbergse Kolk
De proefverkaveling (2021) geeft een sfeerbeeld van de verschillende woonmilieus en biedt ook inzicht in het mogelijke programma. 't Veen Noord en Veenstaete waren in 2021 nog in een ontwerpstadium en zijn reeds gerealiseerd. De uitwerking van de plannen is dan ook anders in deze prent. De verkaveling is bedoeld als verkenning en inspiratie. Ook al zal het stedenbouwkundig eindbeeld er anders uitzien, het groene raamwerk en de ruimtelijke opzet geeft wel sturing aan de gewenste ontwikkeling van 't Veen.
SAMENVATTING RANDVOORWAARDEN STEDENBOUW
Verkeer, parkeren & ontsluiting
De parkeeroplossing en -routing is ingepast in de nieuwe woon- en leefomgeving. De toegang tot parkeervoorzieningen leidt niet tot overlast op de openbare weg. Het parkeren wordt voor een deel op eigen terrein opgelost achter de rooilijn of met zorgvuldig vormgegeven en beplante parkeervoorzieningen. In de hoofdontsluiting zijn mogelijkheden om haaksparkeren in combinatie met bomen te realiseren.
3 Randvoorwaarden Openbare ruimte
De hoofdstructuur van de openbare ruimte in 't Veen geeft richting aan de mogelijkheden van de plannen. Deze hoofdstructuur is uitgewerkt als schetsontwerp en de principes en profielen zijn relevant om in de plannen mee te nemen. Initiatiefnemers dienen niet alleen een visie te hebben op het programma, maar ook op de inrichting van de openbare ruimte binnen het ontwikkelveld. Dit wordt verwacht in de vorm van een inrichtingsplan met specifieke aandacht voor bomen en beplanting. De voorkeurssoorten van bomen en beplanting worden in dit hoofdstuk globaal benoemd.
De technische uitgangspunten en eisen voor de verharding worden beschreven in het Handboek Openbare Ruimte Gemeente Hattem. De ambitie is om hoogwaardige materialen toe te passen die aansluiten bij de sferen van de verschillende woonmilieus en passend zijn bij de klimaatadaptieve ambities.
Creëren van een gezonde en vitale leefomgeving in het groen. Het stimuleren van bewegen en ontmoeten.
Aansluiten op de diverse milieus
Aanvullen kader van bomen aansluitend op bestaande laanstructuren en het benadrukken van groene langzaamverkeersroutes
Overgangen naar het landschap:
De Burgemeester Moslaan, een nieuwe laan als ontsluitingslus en de bos- en dijkrand
Groenblauw raamwerk 't Veen, creëren van een open en doorlaatbare bodemstructuur als een zo groot mogelijke 'spons'
Ontlasten van de bestaande verkeersroutes door het maken van lussen voor het autoverkeer
PRINCIPEPROFIELEN BURGEMEESTER MOSLAAN
De Burgemeester Moslaan heeft een laanprofiel met een asymmetrisch beeld door de watergang aan de oostzijde. Verbetering van het profiel ligt in het verbreden van de watergang over de gehele lengte van de laan, ten behoeve van de waterkwaliteit en als bijdrage aan het bergen van water. Op termijn is het wenselijk de ganzenvoet aan het zuideinde van de laan te herstellen. Het is belangrijk om in de toekomst een extra ontsluiting te realiseren in het Bosmilieu en Dijkmilieu om de Burgemeester Moslaan te ontlasten.
PRINCIPEPROFIELEN ROZENBOOMSPOOR
Het profiel van het fietspad op de voormalige spoorlijn (Rozenboomspoor) is momenteel rommelig en is nauwelijks herkenbaar als voormalige spoordijk. Ook is het fietspad niet of slecht bereikbaar vanaf de aanliggende percelen. Deze voorgestelde transformatie geeft deze belangrijke structuur een ‘gezicht’ en wil het beter betrekken in de leefomgeving. Verblijfsgebieden worden zoveel mogelijk in samenhang ontworpen en ook aangesloten op de oude spoordijk. Waar mogelijk wordt het profiel van de oorspronkelijke spoordijk hersteld, wordt het fietspad voorzien van groene bermen, met mogelijk een waterberging en een (tenminste eenzijdig) doorgaande rij bomen.
Het verkabelingstracé biedt de mogelijkheid om een parkstrook te realiseren tussen het Bos- en Dijkmilieu. Dit draagt bij aan het natuurlijke kwaliteiten van 't Veen. Het gebied wordt met deze verbinding ontsloten in de oost-west richting voor de voetganger, fietser en auto. De oriëntatie van de bebouwing is gericht op deze zone. Een watergang en/of wadi wordt ingepast om bij te dragen aan de klimaatadaptieve opgave.
De Hoopjesweg is een woonstraat en tegelijk een bedrijfsstraat. Op termijn is de opgave bij de Hoopjesweg te onderzoeken of een watergang kan worden toegevoegd in het profiel. Het zichtbaar maken van de waterhuishoudkundige functie van de Hoopjesweg kan bijdragen aan de kwalitatieve waardering van de wateropgave op ’t Veen. Het doel is (vooral) meer eenheid te geven aan het lengteprofiel van de Hoopjesweg.
PRINCIPEPROFIELEN HEZENBERGERWEG
De Hezenbergerweg is een woonstraat en ontsluit tevens het Apeldoornskanaal. De straat heeft een duidelijk beeld maar (vooral) het lengteprofiel staat onder druk door de parkeerbehoefte van de aanliggende woningen. Een consequentere beplanting over de gehele lengte van de weg geeft een rustiger en intiemere woonsfeer.
Het terugdringen van een bescheiden aantal parkeerplaatsen is dan wel noodzakelijk. Aan de zuidoostzijde kan het profiel voorzien worden van een greppel.
PRINCIPEPROFIELEN POPULIERENLAAN
De Populierenlaan is een drukke woon- en bedrijfsstraat met veel inritten en parkeerplaatsen. Ter vergroting van de toegankelijkheid voor voetgangers is een extra trottoir voorzien aan de westzijde van de weg naast het plantsoen. Dit voetgangerspad kan pas bij transformatie worden aangelegd omdat ze niet op openbaar terrein ligt. Het aangezicht van de weg kan verder verbeterd worden door de hoeveelheid en breedte van inritten en parkeerpalaatsen te herzien en deze opnieuw in samenhang vorm te geven. Dit geldt zeker ook voor de situatie in het Rode dorp.
PRINCIPEPROFIELEN 3E INDUSTRIEWEG
De 3e Industrieweg vormt de ontsluitingsroute van het Bosmilieu. Het profiel krijgt een bosrijk karakter door de groene bermen met informeel geplaatste bomen en planten. Buitenruimtes en entrees van de bebouwing zijn georiënteerd naar de weg. Dit versterkt de relatie tussen de groene omgeving en de binnenruimtes. In dit profiel kan langs- of haaks worden geparkeerd.
PRINCIPEPROFIELEN INFORMELE ROUTES
Deze informele route ligt in de noord-zuid richting van het Bosmilieu. Deze draagt bij aan de woon- en leefkwaliteit en biedt aanleidingen voor sport en spel. De route is stevig beplant met verschillende boom- en plantsoorten om het bosrijke karakter te versterken. Hier kan worden gedacht aan soorten zoals de de lijsterbes, de wilg, de berk, de veldesdoorn, de meidoorn, de zwarte populier of de hazelaar. Een wadi kan water tijdelijk bergen bij zware regenval en draagt zo bij aan de klimaatadaptieve opgave.
PRINCIPEPROFIELEN BURGEMEESTER MOSLAAN
De Apeldoornseweg is een brede symmetrische laan en is voorzien van zware dubbele bomenrijen. De watergangen, wandel-, fiets-, (en ruiter)paden langs de Apeldoornseweg worden in een vernieuwd profiel beter herkenbaar en ‘aangescherpt’.
Beleefbaar en aantrekkelijk voor mens en dier
Het groen in de milieus moet beleefbaar, afwisselend en aantrekkelijk voor mens en dier zijn. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen de milieus en het landschap tastbaar, eetbaar en beleefbaar voor de nieuwe bewoners.
Door middel van een inrichtingsplan en beplantingsplan wordt inzichtelijk gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het groen in 't Veen. Dit plan wordt getoetst door een landschapsontwerper of landschapsarchitect.
Voor het gehele Veen zetten we in op voornamelijk inheemse beplanting met veel diversiteit. De inheemse beplanting draagt bij aan de natuurlijke uitstraling van het gebied en de gebiedseigen inrichting en is afgestemd op de fauna die daarbij hoort.
In de Parkstrook, de Burgemeester Moslaan en het Rozenboomspoor gaan we voor zoveel mogelijk inheemse soorten. Hier wordt de verhouding 80% inheems en 20% uitheems of cultivar aangehouden.
In de woonmilieus kan worden gekozen voor wat meer uitheemse soorten ten behoeve van de sierwaarde, standplaats of beheer van de bomen (bijvoorbeeld wortelopdruk/verharding of luizenplak).
Als hoofdstructuur heeft de Parkstrook enkele eigen soorten. Daarnaast verkleurt deze mee naar het aangrenzende woonmilieu ten behoeve van de samenhang. Zoals bijvoorbeeld een sierkers vanuit het Tuindorpmilieu.
Bij de soortenkeuze moet nader onderzoek worden gedaan naar de bodem en grondwaterstand. De soorten voor het Dijkmilieu moeten bijvoorbeeld op een nattere bodem kunnen staan, maar de bomen in het Bosmilieu moeten het doen met een droge zandige bodem. Per milieu is er dus maatwerk nodig.
In de hoofdstructuur zetten we in op bomen van de 1e of 2e orde. Binnen de milieus zijn bomen van 2e en 3e orde geschikt waar minder ruimte is.
1e orde: tussen de 15- 25 meter en hoger 2e orde: tussen de 10 - 15 meter
Plaats eerste orde bomen niet te dichtbij woningen, erfscheidingen en dergelijke, dit voorkomt uiteindelijk overlast. Teken deze altijd in met de eindmaat kroonbreedte van de gekozen boom om dit te checken.
Langs de ontsluitingsroute van de verschillende milieus worden zoveel mogelijk 1e orde bomen toegepast. Op plekken waar ruimte is tussen woningen in een grotere groenstrook, pas waar mogelijk een 1e orde boom toe. Deze hebben veel meer natuurwaarden. Op de smallere plekken tussen de woningen of eventueel achterstraten houd rekening met bomen van een 2e of 3e orde in verband met met beperkte ruimte.
In de hoofdstructuren gaan we uit van een ecologisch grasbeheer waar extensief gras staat. In de woonmilieus moet aandacht zijn voor de afwisseling tussen extensief gras, (speel)gazon en heestervakken. Niet alleen voor het beeld, maar ook om de natuur zo veel mogelijk ontwikkelruimte te geven.
Beplanting op het kabelbed mag enkel bestaan uit niet-diepwortelende soorten.
Zie daarvoor de actuele lijst met toegestane soorten van TenneT. Bomen en diepwortelende beplanting mogen nabij het kabelbed worden geplant mits er een wortelkerend scherm wordt geplaatst.
Voor 't Veen geldt dat alle erfafscheidingen die grenzen aan het openbaar gebied zorgvuldig worden vormgegeven.
De beeldkwaliteitseisen voor 't Veen zijn afgeleid uit het Ontwikkelkader (2019) en zijn op enkele punten aangevuld met nieuwe inzichten.
Deze eisen zijn breed geformuleerd, waardoor er ruimte is voor eigen interpretatie en creativiteit. Elk plan dient vergezeld te gaan van een eigen beeldkwaliteitsplan, waarin op een visuele en narratieve wijze wordt getoond hoe het bijdraagt aan de samenhang en atmosfeer van de verschillende woonmilieus in 't Veen. Naast de beeldkwaliteit per woonmilieus worden ook enkele principes voor de ruimtelijke accenten toegelicht. Deze beeldkwaliteitseisen vormen het welstandskader voor het transformatiegebied 't Veen en zijn daarmee het toetsingskader voor de ruimtelijke en architectonische kwaliteit.
In het Tuindorpmilieu is de individuele identiteit van de woning ondergeschikt aan het stedenbouwkundige ensemble van de buurt. Het volume, type en architectuur van de woningen dragen bij aan de ruimtelijke hiërarchie van straten, plekken en pleinen. De plattegrond van de woning heeft een directe relatie met de openbare ruimte
Variatie in de architectuur komt voort uit het benadrukken van markante hoeken en belangrijke plekken binnen de stedenbouwkundige ruimte. Er is sprake van een hiërarchie van architectonische accenten, bebouwingsaccenten en hoekaccenten die de samenhang en structuur versterken en zorgt voor variatie.
De openbare ruimte kent een sterke onderlinge samenhang in een reeks van opeenvolgende routes en plekken. De verkabelingszone maakt hier deel van uit. De openbare ruimte is goed vindbaar, toegankelijk, natuurvriendelijk en uitnodigend voor bewoners, gebruikers en passanten. Het biedt sport- en spelaanleidingen en draagt bij aan de positieve gezondheid.
De openbare ruimte kent een sterke samenhang door een reeks van vloeiend verlopende routes en open plekken, aansluitend op de landschappelijke opzet van het Algemene Veen. De openbare ruimte is goed vindbaar, toegankelijk, natuurvriendelijk en uitnodigend voor bewoners, gebruikers en passanten. Het biedt aanleidingen om te sporten, te tuinieren en te spelen en draagt bij aan de positieve gezondheid.
De openbare ruimte kent een sterke samenhang door vloeiend verlopende routes, open plekken en zichtlijnen. De buurtjes zijn via de landschappelijke randen verbonden met de IJsseldijk, de Burgemeester Moslaan, het Bosmilieu en het Algemene Veen. De openbare ruimte is goed vindbaar, toegankelijk, natuurvriendelijk en uitnodigend voor bewoners, gebruikers en passanten. Het biedt sport- en spelaanleidingen en draagt bij aan de positieve gezondheid.
Bij het toevoegen van nieuwe bouwlagen wordt de architectuur verbijzonderd, bijvoorbeeld door een setback, een afwijkende materiaaltoepassing of een ander architectonisch accent. Bij gebouwen aan de rand van ’t Veen, grenzend aan het landschap, kan daarnaast een verticaal accent gemaakt worden, een markante kop van het gebouw.
Integratie parkeren in landschap
Een groot deel van de parkeerplekken zijn uit het zicht en geïntegreerd in het landschappelijk beeld. Oplossingen zoals parkeren op het maaiveld met een verhoogd dek zijn mogelijk zolang het beeld groen en landschappelijk blijft.
In het Tuindorpmilieu zijn de volumes maximaal 4 bouwlagen hoog. Hoogteaccenten zijn in samenhang ontworpen met de laagbouw. Er is altijd sprake van een gelaagde opbouw. Hoeken, koppen en entrees worden met hoogte geaccentueerd.
Er zijn twee varianten van het Dijkaccent mogelijk: een samengesteld volume of een solitair volume. De bovenste 2 tot 4 lagen versmallen naar boven zodat het gebouw een rank en rijzig karakter krijgt. De massa van het volume heeft een sculpturale kwaliteit en er is sprake van een getrapte opbouw. Het doel is om een markant silhouet te creëren.
3. UITWERKING REGELS KOSTENVERHAAL
In het Chw bestemmingsplan ’t Veen zijn ook regels kostenverhaal opgenomen. Het betreft deels concrete regels, deels regels met open normen.
De invulling van de open normen is opgenomen in deze beleidsregel.
Dichtheid woningen per woonsfeer
Minimale en maximale huurprijs/VON-prijs per woningtype
De (jaarlijkse) aanpassing van de VON- en huurprijsgrenzen zoals in voorgaande tabel genoemd, vindt plaats via de beleidsregel ‘Prijsgrenzen koop- en huurwoningen gemeente Hattem’. De bandbreedtes wijzigen niet, tenzij het college van B&W daartoe besluit via aanpassing van onderhavige beleidsregel.
Minimaal en maximaal aantal te realiseren woningen per woningtype in de drie woonsferen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-575310.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.