Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld tot vaststelling van de Beleidsnota Ontplofbare Oorlogsresten gemeente Barneveld 2025

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;

gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

 

besluit;

 

vast te stellen de Beleidsnota Ontplofbare Oorlogsresten gemeente Barneveld 2025

 

1. Inleiding

Ook de gemeente Barneveld is tijdens de Tweede Wereldoorlog getroffen door oorlogsgeweld. Tijdens de oorlog hebben er oorlogshandelingen plaatsgevonden waarbij gebruik werd gemaakt van vliegtuigbommen, raketten en granaten. Statistisch is aangetoond dat ongeveer 10% van al het explosieve materiaal dat tijdens de oorlog ingezet, verschoten of afgeworpen is, niet tot de gewenste uitwerking is gekomen en als blindganger is achtergebleven. Deze resten worden sinds 2021 ook wel Ontplofbare Oorlogsresten (OO) genoemd. Voorheen werd ook gesproken over Niet Gesprongen Explosieven (NGE) of Conventionele Explosieven (CE). Wij maken onderscheid wanneer er grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd in een gebied dat verdacht wordt van OO (regulier proces) en wanneer er spontaan OO gevonden worden. Beide situaties worden in dit beleid beschreven en daarnaast uitgewerkt in protocollen.

 

Deze beleidsnotitie heeft als doel om inzicht te bieden in het omgaan met OO in de gemeente Barneveld. De nota biedt informatie over de mogelijke aanwezigheid van OO en het proces dat doorlopen dient te worden om de veiligheid te waarborgen en de daarbij behorende taken en verantwoordelijkheden. Er is aandacht voor de wet- en regelgeving die van toepassing is op het omgaan met OO. Tot slot wordt er duidelijkheid verschaft over de mogelijkheid om een bijdrage aan te vragen voor gemaakte kosten. Gestart wordt met een hoofdstuk waarom nieuw beleid inzake OO nodig is.

2. Wijzigingen beleid OO

De vorige beleidsregel OO dateert van september 2023. Er is nadien een aantal zaken gewijzigd, waardoor er aanpassing van het gemeentelijk beleid nodig is.

 

  • Zo is het percentage munitie dat tot blindgangers heeft geleid naar beneden bijgesteld van 10 á 15% naar ca 10%. Ook wordt OO, na verloop van 80 jaar, minder als een probleem gezien. Zolang OO uit de Tweede Wereldoorlog in de bodem (of het water) liggen, kan er eigenlijk niets gebeuren. In het kader van de openbare orde en veiligheid is er geen aanleiding om OO preventief te ruimen. Eventuele aanwezige OO vormen een aandachtspunt wanneer grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden.

  • In het protocol wat gevolgd wordt om onderzoek te doen naar OO is er sprake van gewijzigd inzicht. Waar voorheen in verdacht gebied gevraagd werd om een projectgebonden risicoanalyse (PRA) uit te laten voeren is het veel logischer om aanvullend historisch vooronderzoek te laten uitvoeren of een heranalyse te laten doen. Bij een PRA wordt gekeken naar welk soort OO wordt verwacht en welke gevolgen dit heeft voor de grondwerkzaamheden nodig voor de ontwikkeling van de grond. Ook wordt gekeken welke grondlagen naoorlogs zijn geroerd en dus niet meer verdacht zijn. Deze geroerde grondlagen heeft de gemeente beschreven als standaard niet meer verdachte grondlagen in deze nota. Dit maakt een PRA in veel gevallen overbodig.

  • Ten slotte zijn de regels inzake het aanvragen van suppletie gewijzigd. Waar voorheen ook kosten van derden (mits er een maatschappelijk doel was) konden worden meegenomen in de suppletieaanvraag, is dat met ingang van 2025 alleen nog mogelijk voor gemeentelijke projecten en vondsten van particulieren.

3. Actuele bodembelastingkaart

Ontplofbare oorlogsresten: (achtergelaten) ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie.

 

Er worden de volgende 16 hoofdsoorten van ontplofbare oorlogsresten onderscheiden: klein Kaliber Munitie (KKM), geschutmunitie, handgranaten, geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, raketten, afwerpmunitie, submunitie, onderwatermunitie, landmijnen, valstrikken, explosieve stoffen, vuurwerken, vernielingsmiddelen, ontstekingsinrichtingen en toebehoren van munitie.

 

In 2015 heeft de gemeente Barneveld een bodembelastingkaart OO laten opstellen door het bedrijf Expload. Een uitgebreid historisch vooronderzoek (HVO) is daaraan voorafgegaan, waarbij diverse archieven in binnen- en buitenland zijn geraadpleegd, van alle gevechtshandelingen die hebben plaatsgevonden in Barneveld. Ook zijn vele luchtfoto’s van tijdens de oorlog bestudeerd. Op de kaart zijn “verdachte” locaties ingetekend. De gemeentelijke OO bodembelastingkaart is een levend document.

 

Verdachte gebieden waar opsporing heeft plaatsgevonden worden op de kaart in groen aangegeven als niet meer verdacht.

 

Voor de meest actuele kaart kan een verzoek gedaan worden bij: ontplofbare.oorlogsresten@oddevallei.nl.

4. Doel

Deze nota heeft als doel:

 

  • Het voorkomen van het ongecontroleerd exploderen van OO;

  • Inzicht krijgen in de OO risicogebieden;

  • Inzicht krijgen in het proces dat dient doorlopen te worden voordat gestart wordt met werkzaamheden;

  • Duidelijkheid te verschaffen over de mogelijkheid tot het aanvragen van een bijdrage voor de gemaakte kosten.

5. Wettelijk kader

OO vallen onder verschillende wet- en regelgeving. Op verschillende deelaspecten zijn andere regelingen van toepassing. Bij het opstellen van dit beleid is uitgegaan van de op dat moment geldende wet- en regelgeving. Mochten daar wijzigingen in optreden, zal dit, indien nodig worden verwerkt in dit beleid.

 

6. Taken en verantwoordelijkheden

Binnen het speelveld van de OO is een aantal spelers actief. Het is goed dat ieder een duidelijk en eenduidig beeld heeft van de eigen rol en die van anderen voor wat betreft taken en bevoegdheden over OO.

 

  • Bevoegd gezag: de burgemeester is eindverantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid binnen de gemeente op grond van artikel 172 van de Gemeentewet. Op basis van de artikelen 175 en 176 van de Gemeentewet kan de burgemeester in uitzonderlijke gevallen voor het handhaven van de openbare orde of voor het beperken van eventueel gevaar bevelen of algemeen bindende voorschriften geven voor de locatie waar naar OO wordt gezocht, of waar een OO wordt geruimd. De burgemeester als bevoegd gezag kijkt of in het projectplan de relevante onderdelen voor de openbare orde en veiligheid zijn beschreven en tekent het projectplan zodat het opsporingsbedrijf mag communiceren met de EOD als een OO wordt aangetroffen.

  • Initiatiefnemer: de initiatiefnemer is de partij die het project gaat (laten) realiseren. Dit gaat meestal via een aannemer/projectontwikkelaar.

  • Werkgever (aannemer/projectontwikkelaar): krijgt te maken met risico’s voor de arbeidsveiligheid voortvloeiend uit de (mogelijke) aanwezigheid van OO. Iedere persoon of organisatie die van plan is om grondverzet te plegen, bouwprojecten of infrastructurele plannen te ontwikkelen, te baggeren etc. is verplicht om te informeren bij de gemeente naar de mogelijke aanwezigheid van OO op het betreffende perceel. Dit geldt zowel voor gemeentelijke als voor niet-gemeentelijke projecten.

  • Opsporingsbedrijven: opsporingsbedrijven en adviesbureaus zijn gespecialiseerd in het opsporen van OO. Deze bedrijven voeren vooronderzoeken, projectgebonden risicoanalyses en detectie- en benaderwerkzaamheden uit. Hiertoe beschikken zij over specialistische middelen, personele kwalificaties en de juiste certificaten. Opsporingsbedrijven zijn gecertificeerd volgens het CS-OOO.

  • Explosieven Opruimingsdienst (EOD): De EOD is de enige instantie in Nederland die bevoegd is voor het onschadelijk maken en opruimen van OO. De EOD zorgt voor het uiteindelijk verwijderen of vernietigen van aangetroffen OO.

  • Team Explosieven Veiligheid politie (TEV): dit team komt in actie bij de vondst van een explosief (toevalstreffer). Als opsporingsbedrijven bij gerichte zoekacties OO vinden, melden ze dit direct bij de EOD. Dit is anders bij meldingen van toevalstreffers. Die komen via de meldkamer van de politie terecht bij het TEV. Het TEV zet de melding uit, waarna een explosievenverkenner gaat kijken. Betreft het daadwerkelijk een explosief, dan wordt de EOD ingeschakeld.

  • Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA): de NLA houdt toezicht op de naleving van de Arbowetgeving, waaronder ook het veilig werken met OO valt.

7. Het onderzoek naar OO

In het kader van de Openbare Orde & Veiligheid en Arbowetgeving is het niet toegestaan om, zonder nader onderzoek, in verdacht gebied (volgens de gemeentelijke Bodembelastingkaart) grondroerende werkzaamheden uit te voeren. Dit onderzoek is ook beschreven in een protocol. Dit is te raadplegen in bijlage 1. De termen en definities staan in de volgende paragraaf.

 

Bij grondroerende werkzaamheden zal in de volgende situaties vooraf onderzoek moeten worden gedaan naar OO:

 

  • Als het gebied binnen 100 meter van een spoorlijn ligt;

  • Als uit andere informatie blijkt dat het gebied verdacht is van OO.

Om een veilige werkplek te krijgen, moeten de volgende stappen worden doorlopen, voordat met de grondroerende werkzaamheden gestart kan worden:

  • 1.

    Informeer altijd eerst bij de Omgevingsdienst naar de meest recente gegevens van OO over het gebied. Dit kan via het e-mailadres: ontplofbare.oorlogsresten@oddevallei.nl. Ook voor vragen kunt u hier terecht.

  • 2.

    Bij een verdacht gebied kan:

    2A: Aanvullend historisch vooronderzoek of een her-analyse van het bestaande historisch vooronderzoek worden gedaan. Het kan zijn dat door nieuwe bronnen of inzichten verdachte gebieden kunnen worden afgewaardeerd. Slechts is een bijzonder geval kan een Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (RA-OO) waardevol zijn. Mogelijk blijkt hieruit dat werkzaamheden geen risico’s meer opleveren.

    2B: Er kan ook gekozen worden om direct een detectieonderzoek (oppervlaktedetectie) uit te voeren.

  • 3.

    Als uit het detectieonderzoek blijkt dat er objecten in de grond aanwezig zijn die voldoen aan het zoekdoel, zal opsporing/benadering moeten plaatsvinden. Blijkt uit het onderzoek dat er geen objecten in de grond aanwezig zijn, kan worden gestart met de grondroerende werkzaamheden.

  • 4.

    Bij het daadwerkelijk aantreffen van OO zal de ruiming worden uitgevoerd door de EOD.

  • 5.

    Na de ruiming zal via een Proces-Verbaal van Oplevering de locatie worden vrijgegeven, waarna kan worden gestart met de grondroerende werkzaamheden.

Het onderzoek mag uitsluitend worden uitgevoerd door opsporingsbedrijven die in het bezit zijn van een geldig certificaat volgens het Certificaatschema voor het Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO). Opsporingsbedrijven kunt u vinden op: www.vomes.nl/certificatie/certificaatregister-cs-ooo-raadplegen/

 

Niet meer verdacht:

 

Algemeen kan worden aangenomen dat binnen verdacht gebied de volgende bodemlagen niet meer als verdacht worden gezien:

 

  • agrarisch geroerde grond (bouwvoor tot circa 40 cm diepte);

  • naoorlogs opgehoogde grond en geroerde grond (zoals bv. weg- of riool cunet en kabeltrajecten);

  • grond onder naoorlogse bebouwing tot onderkant fundering en naoorlogse woonwijken tot 50 cm diepte;

  • wegen en pleinen die aantoonbaar tijdens de oorlog al bestonden, daarvan wordt aangenomen dat eventuele blindgangers gelijk zullen zijn opgemerkt en verwijderd.

8. Toevalstreffer

Indien onverhoopt spontaan OO worden aangetroffen, dient de vondst via de procedure “Spontaan aantreffen OO” te worden afgehandeld, zie bijlage 2 voor een protocol.

 

  • 1.

    Spontaan aantreffen van mogelijke OO.

  • 2.

    Werknemers informeren en direct het werk stil leggen.

  • 3.

    Markeer de vindlocatie.

  • 4.

    De mogelijke OO niet bewegen of verplaatsen en een veilige afstand aanhouden.

  • 5.

    Houd ook toeschouwers en omwonenden op afstand.

  • 6.

    Informeer de politie via 0900-8844 of bij spoed 112 en vraag naar het Team Explosieven Veiligheid.

  • 7.

    Informeer de gemeente, afdeling Openbare Orde en Veiligheid (piketnummer: …).

  • 8.

    De politie komt ter plaatse met een explosievenverkenner. Is sprake van OO dan schakelt de explosievenverkenner met de EOD.

  • 9.

    De EOD komt ter plaatse en plant, indien nodig, een ruiming in.

  • 10.

    De burgemeester wordt geïnformeerd over de impact op de omgeving.

  • 11.

    De burgemeester neemt, indien nodig, beheersmaatregelen voor een veilige ruiming.

  • 12.

    De EOD vernietigt de OO.

  • 13.

    De gemeente geeft aan of verder onderzoek naar OO noodzakelijk is naar aanleiding van het aangetroffen object.

9. Financiële tegemoetkoming (bommenregeling)

Gemeenten kunnen via het gemeentefonds in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (de zogenoemde bommenregeling). De bommenregeling is geen Rijkssubsidie maar een regeling die wordt gefinancierd via een suppletieregeling binnen het gemeentefonds.

 

Het vergoedingspercentage voor bijdragen die worden verstrekt is 68%.

 

Kosten van derden

Alleen gemeenten kunnen een aanvraag indienen bij het ministerie van BZK. In de huidige praktijk komt het voor dat gemeenten ook kosten van derden in het raadsbesluit opnemen.

Het ministerie van BZK zegt hierover in de meicirculaire 2024:

'Helaas blijkt in de praktijk dat sommige gemeenten toch de kosten van derden in hun aanvraag opnemen. Vanaf 2024 zullen de fondsbeheerders er strenger op toezien dat alleen de gemeentelijke kosten en/of die van een particuliere vondst, in de aanvraag worden meegenomen. Dit zal fasegewijs worden gehandhaafd. Vanaf 2025 zullen ook de kosten van andere derden, met uitzondering van particuliere vondsten, niet langer voor vergoeding in aanmerking komen. Bovendien moet vanaf volgend jaar (2025) expliciet in het raadsbesluit worden verklaard dat de kosten alleen de kosten, exclusief btw, van gemeenten en/of particuliere vondsten betreffen. Er hoeft geen verdere onderbouwing te worden overlegd. Richtsnoer is dat de bommenregeling in het gemeentefonds niet is bedoeld voor het compenseren van private partijen voor kosten die anders door de markt zouden worden gedragen.

 

Bijdrage aanvragen

Om in aanmerking te komen voor een bijdrage dient de gemeente een raadsbesluit in bij het ministerie van BZK waarin de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten zijn opgenomen. Er hoeft geen verdere onderbouwing overlegd te worden. De bijdrage heeft betrekking op de gemaakte kosten exclusief btw. In het raadsbesluit dient daarom duidelijk te worden gemaakt wat de bedragen exclusief btw zijn.

 

Volgens de (strenger geworden) regeling komen dus alleen nog de kosten van de gemeente zelf en particuliere vondsten in aanmerking voor een bijdrage. Noodzakelijke opsporingswerkzaamheden waarbij de gemeente initiatiefnemer is, maar niet de opdrachtgever, vallen ook onder de bijdrageregeling. Te denken valt aan kosten die een aannemer maakt bij de aanleg of vernieuwen van riolering of herinrichting van wegen en dergelijke.

 

De deadline voor het aanvragen van de bijdrage is jaarlijks 1 november. Deze datum en het mailadres waar de aanvraag kan worden ingediend (veiligheid@barneveld.nl) worden actief gecommuniceerd via de gemeentepagina van de krant, alsmede bij de correspondentie rondom projectplannen en op de website. De initiatiefnemer (aannemer/projectontwikkelaar) betaalt in eerste instantie zelf de kosten. Nadat de aanvraag daadwerkelijk is overgemaakt vanuit het gemeentefonds kan de bijdrage worden overgemaakt aan de initiatiefnemer (aannemer/projectontwikkelaar).

10. Vaststelling en inwerkingtreding

Ondertekening

 

Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld op 9 december 2025,

Burgemeester en wethouders voornoemd,

W. Wieringa

Secretaris

J. van der Tak

Burgemeester

Bijlage 1: Protocol bij grondroerende werkzaamheden in verdacht gebied (OO)

 

Bijlage 2: Protocol toevalstreffer OO

 

Bijlage 3: Termen en definities

 

  • Gemeentelijke bodembelastingkaart: Naar aanleiding van historisch vooronderzoek naar oorlogshandelingen binnen de gemeente is een kaart opgesteld met daarop weergegeven welke gebieden verdacht worden van OO.

  • Verdacht gebied: een afgebakend gebied waar, na onderzoek van indicaties en contra-indicaties, sprake is van een aantoonbaar verhoogd risico op de aanwezigheid van OO.

  • Projectplan: In het projectplan beschrijft het gecertificeerde opsporingsbedrijf de werkwijze van het onderzoek om het project op adequate en veilige wijze uit te kunnen voeren. De doelstelling, projectorganisatie, communicatiewijze, planning, werktekeningen en in te zetten apparatuur worden in dit document vastgelegd. Het projectplan dient te voldoen aan de eisen die zijn beschreven in het CS-OOO.

  • CS-OOO (Certificatieschema voor het opsporen van OO): Certificatieschema voor het opsporen van OO, zoals gepubliceerd in de Staatscourant van 13 november 2020, nr. 58198. Opgestelde ARBO certificeringseisen ten behoeve van de opsporing van OO. Bedrijven die OO opsporen moeten gecertificeerd zijn volgens het Certificatieschema voor het opsporen van OO (CS-OOO). De wettelijke basis hiervoor is te vinden in het Arbeidsomstandighedenbesluit. Hierin zijn o.a. richtlijnen, proceseisen en deskundigheidseisen opgenomen op gebied van opsporing naar OO.

  • Detecteren: detecteren is het, door een gecertificeerd opsporingsbedrijf, vaststellen van de aanwezigheid van (mogelijke) OO door het met behulp van (gevalideerde) detectieapparatuur, uitvoeren van een meting en de interpretatie van de meetgegevens.

  • Benaderen: benaderen is de stap die volgt op detecteren en omvat het door het gecertificeerde opsporingsbedrijf cyclisch verrichten van de handelingen detecteren, lokaliseren en verwijderen van de vrijgegeven bodemlaag. Hierdoor kan de aanwezigheid van vermoedelijke OO veilig en doelmatig worden vastgesteld. Benaderde OO worden geïdentificeerd en tijdelijk veilig gesteld, om door de EOD te worden opgehaald en/of vernietigd.

  • Opsporing: het geheel van organisatie en uitvoering van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren en laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede OO, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EOD en het optellen van een proces-verbaal van oplevering.

  • Proces-vervaal van oplevering ( PVvO ): Nadat detectie en benadering heeft plaatsgevonden, wordt de opsporing afgerond. In het PVvO wordt door het gecertificeerde opsporingsbedrijf de opdracht, gebruikte opsporingsmethoden, onderzoeksresultaten en de verwijderde objecten toegelicht.

  • Vernietigingslocatie: Na het opsporen en verwijderen van de OO wordt in het algemeen de OO onschadelijk gemaakt door de EOD. Bij voorkeur op de vindplaats van de OO of direct in de buurt daarvan. Als dit niet mogelijk is vanuit veiligheidsoverwegingen kan worden uitgeweken naar een andere locatie. De locatie waar de OO wordt vernietigd door de EOD, wordt “de vernietigingslocatie” genoemd. Deze moet voldoen aan de voorwaarden die de EOD daaraan stelt.

Naar boven