Gemeenteblad van Amersfoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 561307 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 561307 | beleidsregel |
Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2026 & Jaarverslag VTH 2025
Vergunningverlening Omgevingswet, brandveiligheid, APV
Het aantal bouwmeldingen (Wkb) blijft achter bij de verwachtingen. Bouwers kiezen er nog voor om zoveel mogelijk via het vertrouwde stelsel vergunningen aan te vragen. Dit zorgt voor langere onzekerheid over het functioneren van het stelsel en het aanpassen van de interne werkprocessen. We hebben wel in een gering aantal zaken het hele proces doorlopen van bouwmelding tot gereedmelding, waardoor we nu enige ervaring gaan opdoen.
We willen meer zicht krijgen op de interne meldingen die worden gedaan bij VTH. Dit betreffen meldingen van collega’s bij VTH die opvallende zaken melden die mogelijk in strijd zijn met de regels. Deze meldingen gaan we eenduidiger registreren waarbij we ook aangeven hoe de melding is opgevolgd (geen actie, onderzoek, toezicht, handhaving etc.) en waarom.
Toezicht en handhaving Omgevingswet, APV en bijzondere wetten
Doelstellingen en aanpassingen 2026
De geprioriteerde thema’s uit 2024 blijven hoofdzakelijk gelden in 2026 alsmede de daaraan gekoppelde doestellingen (zie 3.2).
Openbare orde, leefbaarheid en APV
Aanpassing in de prioriteiten:
We hebben de prioriteit ‘Interne meldingen’ toegevoegd. We willen meer zicht krijgen op de interne meldingen die worden gedaan bij VTH. Dit betreffen meldingen van collega’s die bij VTH opvallende zaken melden die mogelijk in strijd zijn met de regels. Deze meldingen gaan we eenduidiger registreren waarbij we ook aangeven hoe de melding is opgevolgd (geen actie, onderzoek, toezicht, handhaving etc.) en waarom.
In het uitvoeringsprogramma van 2024 hebben we airco’s en warmtepompen geschrapt als prioriteit, met het oog op de wetswijziging in 2025. Deze wetswijziging gaat echter niet door, waardoor we de prioriteit hebben teruggeplaatst.
Aanvullend op de doelstellingen uit paragraaf 3.2 werken we in 2026 aan de volgende concrete doelen;
Kleine aanpassingen toezichtsprioriteiten
Uit een analyse van de risicomatrix en daarmee samenhangende prioriteiten blijkt dat er meer prioriteit nodig is voor reclame-uitingen bij monumenten, toezicht op gevolgklasse 1, bouwtoezicht bij evenementen en minder prioriteit bij toezicht op illegale bewoning van vakantieparken. Ten aanzien van mutatiedetectie zal in 2026 de werkwijze aangepast worden.
1.1 Waarom een jaarverslag en een Uitvoeringsprogramma?
Dit Uitvoeringsprogramma en jaarverslag is een uitwerking van de Uitvoering- en Handhavingstrategie 2023 – 2027 (vanaf nu U&H strategie). Daarin is de basis gelegd hoe de gemeente Amersfoort haar rol, en die van haar inwoners ziet als het gaat om taken op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH).
Het jaarverslag beschrijft wat de gemeente in het tweede half jaar van 2024 en het eerste half jaar van 2025 heeft uitgevoerd op het gebied van Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Het Uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de activiteiten die de gemeente op het gebied van VTH in 2026 wil gaan uitvoeren. Hierbij worden de activiteiten die worden uitgevoerd door de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) meegenomen.
De gemeente wil hiermee bereiken dat het voor iedereen helder en duidelijk is hoe de gemeente uitvoering geeft aan haar VTH-beleid. Duidelijkheid en transparantie over het beleid en de uitvoering draagt namelijk bij aan het vergroten van het begrip bij diegenen die hiermee te maken krijgen.
Het jaarlijks vaststellen van een Uitvoeringsprogramma is een plicht die voortvloeit uit hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit.
In het Omgevingsrecht zijn er regels waar overheden zich aan moeten houden bij het uitvoeren van VTH-taken. Deze regels zijn er om de veiligheid en gezondheid van mens en natuur binnen de fysieke leefomgeving te beschermen.
Eisen aan de inrichting van deze processen zijn wettelijk vastgelegd in het Omgevingsbesluit. Dit zijn de zogenaamde procescriteria. De procescriteria bevatten de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus: de zogenaamde en bekende ´BIG-8´-cyclus.
De provincie beoordeelt of gemeenten het uitvoeren van de wettelijke VTH-taken adequaat uitvoert. Het VTH-beleid en het Uitvoeringsprogramma vormen hiervoor de basis.
Met dit Uitvoeringsprogramma en jaarverslag wordt invulling gegeven aan deze wettelijke verplichtingen.
Dit jaarverslag en Uitvoeringsprogramma bestaat enerzijds uit een algemene beschrijving van wat de gemeente heeft gedaan en wat de gemeente wil gaan doen aan de uitvoering van haar VTH-taken.
Anderzijds bestaat het uit ‘Productbladen’ waarin per product of activiteit toelichting wordt gegeven op vragen als ‘Wat doen we? Waarom doen we het? Wat vinden we belangrijk?’ etc.
De productbladen zijn tot stand gekomen vanuit de provincie brede samenwerking op VTH-gebied. Er is een ‘menukaart’ ontwikkeld van alle VTH-taken. Per gemeente wordt bepaald welke productbladen in de gemeente van toepassing zijn. Deze productbladen worden jaarlijks ‘gekozen’. De opzet en opbouw van de productbladen is altijd hetzelfde en wordt als zodanig door alle gemeenten gebruikt. Hiermee is bereikt dat per product inzichtelijk is hoe voor de betreffende taak/activiteit invulling is/wordt gegeven aan de beleids- en uitvoeringscyclus. Ook wordt de inhoud van de productbladen zoveel mogelijk met elkaar afgestemd. Aan de andere kant staat het gemeenten vrij om een eigen invulling te geven aan de inhoud van de productbladen. Er blijft ruimte om maatwerk mogelijk te maken en lokale nuances aan te brengen.
2.1 Welke taken voeren we uit?
Dit Uitvoeringsprogramma gaat over (de uitvoering van) de VTH-taken waarvoor wij het bevoegd gezag zijn. Het gaat over wet- en regelgeving die betrekking heeft op de fysieke leefomgeving in een zo breed mogelijk zin. Concreet zijn dit de volgende landelijke en gemeentelijke kaders:
Welke VTH-taken de gemeente Amersfoort precies uitvoert en hoe hieraan concreet invulling wordt gegeven staat beschreven in de Productbladen (bijlage 2).
2.2 Wie voeren de VTH-taken uit?
De VTH-taken worden niet alleen door de gemeente zelf uitgevoerd, er wordt samengewerkt met meerdere VTH-partners.
De gemeente Amersfoort heeft de uitvoering van haar VTH-taken georganiseerd binnen de afdeling VTH. Daarbij zijn vrijwel alle VTH-taken op het gebied van milieu ondergebracht bij de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (hierna: RUD). Op het gebied van brandveiligheid wordt nauw samengewerkt met de Veiligheidsregio Utrecht (hierna: VRU).
Binnen de afdeling VTH zijn Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving functioneel en per medewerker gescheiden. Hiermee wordt voorkomen dat een bedrijf een vergunning én daarna een controle krijgt van dezelfde medewerker.
De beschikbare capaciteit bij de afdeling VTH voor de uitvoering van de VTH-taken over 2026 staat opgenomen in bijlage 3 Doelstellingen en formatie 2026. Aan de doelstellingen voor 2026 uit hoofdstuk 5 hebben we inzet en formatie gekoppeld.
De financiële borging voor de inzet van de beschikbare capaciteit en de nodige middelen ligt vast in de gemeentelijke jaarlijkse begroting. De benodigde middelen voor Vergunning, Toezicht en Handhaving worden deels gedekt door inkomsten uit de leges en deels door financiering vanuit de algemene middelen. Werkzaamheden die gerelateerd zijn aan het vergunningenproces worden gefinancierd uit de legesinkomsten. De overige kosten worden gedekt uit de algemene middelen. Dit bedrag is financieel gewaarborgd in de begroting.
Uit de leges worden de kosten voor vergunningverlening, administratieve zaken en de helft van beleid en kwaliteitszorg bekostigd. Dit betreft namelijk werkzaamheden die zowel omgevings- als evenementenvergunning betreffen. Beleid en kwaliteitszorg wordt slechts voor de helft betrokken omdat zij ook werkzaamheden buiten het vergunningenproces verrichten. Dat geldt ook voor juristen en bouwinspecteurs.
Het budget voor het management en voor de overige inzet op toezicht en handhaving, juridische zaken en beleid en kwaliteitszorg, komt uit de algemene middelen. Zodra de vraag om vergunningen toeneemt, en ook het daaraan verbonden toezicht, wordt er extra ingehuurd vanuit het budget dat ontstaat door de toegenomen leges.
Voor 2026 zijn deze legesinkomsten nog steeds onzeker door de wijziging van de legesverordening als gevolg van de inwerkingtreding van de Ow en Wkb. Het stelsel van kwaliteitsborging is in 2025 nog niet op gang gekomen. Het blijft dus zaak goed te monitoren hoe de legesinkomsten zich in de loop van 2026 ontwikkelen om hier ook de eventuele formatie op aan te passen. Voor 2025 waren de legesinkomsten en algemene middelen afdoende om de kosten voor VTH te dekken.
2.2.2.1 Regionale uitvoeringsdienst Utrecht
De RUD voert voor de gemeente Amersfoort milieutaken uit. De samenwerkingsafspraken tussen de RUD en Amersfoort liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst (hierna: DVO). De RUD rapporteert ieder half jaar en ook jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van haar taken voor de gemeente. Ook stelt de RUD jaarlijks een uitvoeringsplan op. Dat uitvoeringsplan maakt jaarlijks integraal onderdeel uit van het Uitvoeringsprogramma. Dit Uitvoeringsprogramma is op basis van de regionale U&H strategie zoals die ook door het college van Amersfoort is vastgesteld.
2.2.2.2 Veiligheidsregio Utrecht
De VRU adviseert de gemeente Amersfoort en de Provincie Utrecht in het kader van de vergunningverlening op het gebied van brandveilig gebruik. Ook voert de VRU op dit gebied het toezicht uit. De VRU controleert daarnaast risicogericht op bestaande bouwwerken en geeft voorlichting over brandveiligheid aan consumenten en ondernemers. De samenwerkingsafspraken tussen de VRU en de gemeente Amersfoort liggen vast in een DVO. De VRU rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente Amersfoort een jaarplan op.
De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren. In de provincie Utrecht is al jaren een breed samengesteld Provinciaal Samenwerkings Overleg (PSO) operationeel, dat is doorontwikkeld in een Bestuurlijk Overleg VTH. Hiermee wordt invulling gegeven aan de formele eisen uit de Omgevingswet. Naast de overheden (gemeenten, provincie, waterschappen, politie, Openbaar Ministerie), landelijke inspectiediensten (NVWA, RWS, Belastingdienst, SZW, ILT) en de Veiligheidsregio, nemen ook een aantal beherende instanties (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Utrechts Landschap) en belangenorganisaties, zoals Utrechts Particulier Grondbezit deel aan het overleg. Daarnaast nemen ook de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) als adviseurs deel aan het overleg.
In het kader van de invoering van de Omgevingswet is er intensief samengewerkt en zijn de afspraken bestuurlijk vastgelegd en verder uitgewerkt in praktische afspraken tussen alle samenwerkende partners.
Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT)
De Provincie Utrecht ziet toe of- en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten.
In de provinciale verordening systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het Omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats. Hierbij kon het oordeel uitkomen op “voldoet”, “Verbetering nodig”, "Structureel verbetering nodig”.
De beoordeling over 2024-2025 is uitgekomen op “Verbetering nodig”. Met enkele gerichte verbeteringen en een continue aandacht voor kwaliteit is de ambitie om bij de volgende beoordeling op “voldoet” uit te komen.
2.2.2.4 Waterschappen en gemeenten
De samenwerking tussen de waterschappen en gemeenten in de provincie Utrecht heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en -kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen.
Door de invoering van de Omgevingswet zijn de afspraken herzien en praktisch vertaald in werkafspraken. In incidentele gevallen wordt gezamenlijk opgetrokken. In dat kader vindt uitwisseling van gegevens plaats. In voorkomende gevallen vindt er signaaltoezicht plaats.
In het geval strafrechtelijk optreden is vereist, bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen, waarbij sprake is van economische delicten, vindt afstemming plaats met het functioneel parket. De vervolging van overtredingen openbare ruimte worden afgehandeld door het Openbaar Ministerie Midden-Nederland. Inzet van OM en politie is conform de landelijke handhavingsstrategie, die geborgd is in ons handhavingsbeleid.
Politie, OM, belastingdienst en gemeenten werken regionaal samen met het RIEC. Regionaal Informatie en Expertise Centrum. (Landelijk LIEC). Het RIEC Midden Nederland heeft een actieplan “wie praat, die gaat” opgesteld, hierin zijn de regionale prioriteiten voor de komende jaren vastgelegd, gericht op het tegengaan van ondermijning. Casuïstiek wordt opgepakt onder het werkproces van signaal tot interventie; hieronder val onder andere de lokale casuïstiek uit het ondermijningsoverleg, maar ook casuïstiek in het Districtelijk Team Ondermijning. Bij de lokale casuïstiek, indien relevant, betrekken wij ook onze partners zoals de RUD.
De Interbestuurlijk Toezichthouder heeft gevraagd om een verbeterde afstemming tussen gemeente OM, met name waar het gaat om de doelen die we willen bereiken en de inspanningen die we daartoe verrichten. Deze afstemming tussen een individuele gemeenten en het OM hebben weinig toegevoegde waarde. Amersfoort zal via het platform Provinciaal Samenwerkingsoverleg verzoeken om tot een regionale afstemming te komen voor de Uitvoeringsprogramma’s van de gemeenten, provincie en ODU voor 2026.
De politie treedt als partner vooral zichtbaar op bij de handhaving van de openbare orde. De politie werkt nauw samen met de BOA’s, bijvoorbeeld tijdens de horecacontroles in de weekenden. Ook tijdens de reguliere werkzaamheden van de BOA’s ondersteunt de politie wanneer dat gevraagd wordt. En vice versa.
Ook werkt de gemeente Amersfoort samen met regionale teams van de politie, zoals het verkeershandhavingsteam (VHT). Samen met het VHT controleert de gemeente op voertuigeisen ten behoeve van het tegengaan van excessief verkeerslawaai.
Binnen de politieorganisatie wordt er onderscheidt gemaakt tussen drie type milieudelicten:
Het basisteam Amersfoort geeft geen prioriteit aan eenvoudige milieudelicten. Het opsporen en bestrijden van (middel)zware milieucriminaliteit gebeurt door een Regionaal Milieuteam. Ook is er een landelijke recherche die zich bezighoudt met (inter)nationale milieumisdaden.
Samenwerkingsafspraken tussen de politie en de gemeente Amersfoort zijn vastgelegd in het handhavingsarrangement (zie bijlage bij de U en H strategie).
2.3 Ontwikkelingen in het vakgebied
2.3.1 Ontwikkelingen aan groene kant/omgevingswet
Per 15 juli 2025 geldt er bij de gemeente Amersfoort een vergunningplicht voor het maken of veranderen van een in-/uitrit. Wij toetsen of de in-/uitrit vanuit verkeersveiligheid en groen aanvaardbaar is. Het werkproces is gemaakt en de eerste besluiten zijn genomen. Deze ontwikkeling zie je terug in het indicatorenoverzicht in bijlage 1.
Label-C verplichting kantoorgebouwen
In 2023 is er gestart met het toezicht en handhaving op de energielabel-C verplichting van kantoorgebouwen. In 2023 schreven we alle pandeigenaren aan waarbij we aangeven dat ze moeten voldoen aan de labelverplichting. Tevens hebben we ze de mogelijkheid gegeven om in een plan van aanpak aan te geven hoe ze per 1 januari 2024 wel voldoen aan de labelplicht indien dit nog niet het geval was.
Vanaf 2024 zijn we gestart met juridische handhaving bij panden die niet voldoen. De inspanningen over 2023 hebben effect gesorteerd. Zo is het aantal adressen dat niet aan de verplichting voldeed tussen zomer 2023 en 1 januari 2024 teruggelopen van 104 naar 50. In 2024 is dit aantal verder gedaald naar 37 en in 2025 naar 19. De doelstelling blijft dat eind 2026 alle panden aan de gestelde labelplicht voldoen.
Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen
Private kwaliteitsborging is het technisch toetsen van bouwplannen en het houden van toezicht op de realisatie van de bouw door private partijen in plaats van door de overheid. De bouwsector is hierbij zelf verantwoordelijk voor de bouwkwaliteit. De invoering van de Wkb heeft effecten op legesinkomsten in combinatie met capaciteitsbehoefte, nieuwe werkprocessen etc.
Per 1 januari 2024 is de wet gedeeltelijk in werking getreden. Met name bij grondgebonden woningen verlenen we geen technische vergunningen meer en voeren we geen toezicht meer uit op de technische aspecten.
In 2024 en 2025 hebben we gepionierd met de WKB. In 2025 hebben we iets meer dan 20 bouwmeldingen ontvangen. In een gering aantal zaken hebben we het hele traject doorlopen van melding tot oplevering van het bouwwerk. Door de ervaringen hebben wij de vastgelegde WKB strategie uit de U&H strategie kunnen evalueren en updaten. We zijn nogsteeds lerende, vooral voor de gereedmelding. Ook blijven de inkomsten uit leges onder het stelsel van de Wkb nog onzeker. Mogelijk gaan in de loop van 2026 ook de verbouwingen en renovaties onder de Wkb vallen. Dit zal leiden tot een verschuiving in werkzaamheden en in het opdoen van meer ervaring met het werken onder de Wkb.
De gemeente Amersfoort beschikt over een soortenmanagementplan (smp) op basis waarvan we inwoners en bedrijven onder voorwaarden werkzaamheden kunnen laten uitvoeren waarvoor ze dan geen quickscan of nader onderzoek hoeven te doen of een ontheffing voor soortenbescherming bij de provincie Utrecht hoeven aan te vragen.
Het toepassen van smp’s krijgt meer aandacht binnen de provincie Utrecht en ook is de provincie Utrecht voornemens om meer te handhaven op natuurwetgeving. Amersfoort is begin 2025 gestart met het proces van het smp vereenvoudigen en ook toepasbaar maken voor vergunningsvrije activiteiten. Zo ontstaat er meer aandacht voor soortenbescherming zowel aan de voorkant van het proces bij de gemeente als aan de achterkant bij de provincie door middel van toezicht en handhaving. Het proces is voor 90% afgerond.
Bescherming van het rijkelijk aanwezige erfgoed binnen Amersfoort heeft al jaren de aandacht. Met name in de vergunningverlening waarin eisen worden gesteld aan de sloop en verbouw van erfgoed. Op de uitvoering conform vergunning wordt ook toezicht ingezet en gehandhaafd als niet aan de vergunningvoorschriften wordt voldaan. Niet vergunning gebonden toezicht vindt minder frequent plaats. In 2024 was de doelstelling om op ten minste 1 thema (bijvoorbeeld reclame-uitingen) projectmatig toezicht te organiseren. Dat is in 2024 en 2025 niet gerealiseerd en blijft de ambitie voor 2026. Concrete activiteiten zijn opgenomen in productblad 5.
Het stroomnet raakt ook in Amersfoort steeds voller. Steeds meer bedrijven en instellingen krijgen te maken met netcongestie waardoor zij geen nieuwe (bedrijfsmatige) stroomaansluiting meer krijgen van de netbeheerder.
Om met dit probleem om te gaan hebben we in 2025 een toetsingskader ontwikkeld waaruit blijkt op welke wijze de gemeente Amersfoort wil meewerken aan het mogelijk maken van alternatieve oplossingen voor een stroomaansluiting. Voor met name vergunningverleners vergt het veel tijd en flexibiliteit om initiatiefnemers te begeleiden naar de juiste oplossing bij congestieproblemen, het toetsingskader bij vergunningverlening helpt hierbij. In 2026 gaan we met het toetsingskader werken en schaven we bij waar nodig.
Het woningtekort is groot dus zoeken we in Amersfoort naar alternatieve oplossingen. In 2025 heeft het college de mogelijkheden vergroot om op het erf een tijdelijke woning te realiseren voor familieleden. Voor VTH zorgt dit beleid voor extra aanvragen om te toetsen en kan het leiden tot meer inzet van handhaving bij overtredingen. In 2026 komt het Rijk met regels die familiewonen (onder voorwaarden) vergunningvrij maken. De rol van de gemeente om medewerking te verlenen verdwijnt, waardoor VTH geen omgevingsvergunning meer hoeft te verlenen voor familiewonen. Wel verwachten we blijvend meer (principe)aanvragen om te toetsen omdat veel initiatieven op punten afwijken van de regels.
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn er ook een aantal informatieplichten in het leven geroepen ten aanzien van stikstofuitstoot tijdens de bouw en sloop- en bouwveiligheid. Voor de informatieplicht bouw- en sloopveiligheid hebben we in 2025 een werkwijze ontwikkelt en krijgen de medewerkers een cursus. Daarna verplichten we, daar waar het wettelijk kan, aanvragers een risicomatrix en eventueel een bouw-sloopveiligheidsplan in te dienen bij de aanvraag. We verwachten dat dit proces in Q1 2026 volledig is afgerond en de medewerkers zijn opgeleid.
Informatieplicht stikstof blijkt een lastiger proces, ons doel is om dat in 2026 af te ronden.
Amersfoort kent een kapvergunningenstelsel voor het kappen van bomen. Wij hebben besloten de vergunningplicht niet aan te passen. Het vergunningenproces hebben we wel herzien en is kwalitatief verbeterd, ook ten aanzien van herplantplicht. Toezicht en handhaving wordt nu ingericht en wordt in 2027 effectief uitgevoerd, omdat we dan de vruchten plukken van de nieuwe werkwijze. Voor de bovenstaande ontwikkelingen staan in hoofdstuk 5 doelstellingen opgenomen.
Om de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken te optimaliseren en borgen, is de Wet VTH in het leven geroepen. Het doel van deze wet is een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering en handhaving van het Omgevingsrecht.
De wet regelt de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van handhaving te komen. Zo is het basistakenpakket van de omgevingsdiensten wettelijk vastgelegd en is het aan gemeenten een verordening kwaliteit VTH te hebben.
In bijlage 5 “Kwaliteitscriteria Comply or Explain” is opgenomen waarin we beschrijven hoe we omgaan met de kwaliteitscriteria. Amersfoort wil voldoen aan de geldende kwaliteitscriteria 3.0. Voldoen aan de kwaliteitscriteria is niet eenvoudig en vergt continu investeren en onderhoud. In deze bijlage staat dan ook verantwoordt in welke mate we voldoen aan de kwaliteitscriteria en waar we niet voldoen leggen we dat uit.
Met de invoering van versie 3.0 bestaat de kwaliteitscriteria uit 4 delen:
De criteria voor kritieke massa zorgen voor voldoende vakmanschap in de vorm van voldoende opleiding, ervaring, kennis en het onderhouden en het borgen daarvan.
In bijlage 5 is gedetailleerd opgenomen in welke mate in Amersfoort wordt voldaan aan de criteria. In bijlage 4 staat het meest recente overzicht van de RUD Utrecht in hoeverre de RUD Utrecht aan de gestelde kwaliteitscriteria voldoet.
Zoals in bijlage 5 en 6 te lezen valt voldoet Amersfoort op vrijwel alle deskundigheidsgebieden aan de gestelde eisen. Die deskundigheidsgebieden waar niet wordt voldaan zijn vrijwel allemaal belegd bij de RUD. In bijlage 4 geeft de RUD aan hoe zij ook op deze deskundigheidsgebieden ook wil voldoen aan die eisen.
Ten aanzien van opleidingen is in 2024 vooral geleerd om te werken onder de OW en Wkb. In 2025 zijn trainingen gegeven voor het BBL. In 2026 krijgen medewerkers een training over de risicomatrix en bouw-sloopveiligheidsplan. In 2026 wordt er verder aandacht gegeven aan het ontwikkelen van een opleidingsplan.
De procescriteria zijn een gedetailleerde uitwerking van de inhoudelijke criteria. De procescriteria samen leiden tot een sluitende beleidscyclus en kwaliteitsborging. Deze beleidscyclus is in Amersfoort gesloten door middel van het VTH Uitvoeringsbeleid, Probleemanalyse, Uitvoeringsstrategieën, VTH-uitvoeringsprogramma, Begroting, Jaarrekening, de uitvoering, het monitoren van de doelstellingen en de beleidsevaluatie.
Processen gaan pas werken als mensen er vorm aan geven. Daarom zijn competentieprofielen opgesteld voor de nieuwe of meest veranderende rollen onder de Omgevingswet. Het gaat om de rollen van casemanager, vergunningverlener, toezichthouder/handhaver, juridisch adviseur en specialistisch adviseur. De kerncompetenties zijn:
2.3.2 Ontwikkelingen aan de blauwe kant/ Openbare Orde leefbaarheid & APV
De term “blauwe ontwikkeling” staat voor de ontwikkelingen in het werkveld van de handhavers. In Amersfoort zijn de Buitengewoon Opsporingsambtenaren (boa’s) domein 1 aangewezen als toezichthouder. Zij zijn allen in dienst van de afdeling VTH.
De Minister van Justitie en Veiligheid heeft in de Kamerbrief van 2 oktober 20251 de contouren geschetst van het vernieuwde boa-bestel, dat in 2028 volledig in werking zal treden. Met dit nieuwe bestel wordt beoogd de positie van de boa te versterken en het huidige stelsel te vereenvoudigen en toekomstbestendiger te maken.
Samenvattend houdt de herziening in dat de bestaande zes domeinen worden samengevoegd tot twee hoofddomeinen: handhaving in de publieke ruimte en handhaving van specialistische wetgeving (zoals milieu, infrastructuur en omgevingswetgeving). Deze vereenvoudiging draagt bij aan meer duidelijkheid over taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, en bevordert daarmee samenwerking tussen de boa, de politie en het Openbaar Ministerie.
Daarnaast worden de taken en bevoegdheden van boa’s uitgebreid en verduidelijkt. Zij krijgen een nadrukkelijkere rol bij het voorkomen, beëindigen en opsporen van strafbare feiten, binnen de kaders van hun eigenstandige taak in de publieke ruimte. Tegelijkertijd blijft de handhaving van de openbare orde de kerntaak van de politie, waarbij boa’s aanvullend optreden. Ook wordt de informatiepositie van boa’s versterkt, onder andere door toegang tot relevante gegevensregisters, zodat zij hun werkzaamheden efficiënter en veiliger kunnen uitvoeren.
Het nieuwe bestel legt verder meer nadruk op kwaliteit, opleiding en verantwoording. De gemeente Amersfoort krijgt een grotere verantwoordelijkheid voor de deskundigheid en integriteit van hun boa’s. Dit betekent dat er meer aandacht zal moeten komen voor opleiding, her- en bijscholing en een zorgvuldige omgang met bevoegdheden en persoonsgegevens (en bijbehorende analyses).
Voor de gemeente Amersfoort betekent dit dat wij de komende jaren onze beleidskaders, functiebeschrijvingen en opleidingsstructuur zullen moeten afstemmen op het vernieuwde landelijke stelsel. Ook vraagt dit om organisatorische en administratieve voorbereidingen, onder meer op het gebied van gegevensbeheer, toezicht en kwaliteitsborging. De herziening biedt daarnaast kansen om de lokale handhaving toekomstbestendig in te richten, met een duidelijkere rolverdeling tussen boa’s, politie en andere veiligheidspartners.
Samenwerkingsconvenanten gemeente Nijkerk en Leusden
Het afgelopen jaar heeft de afdeling Handhaving meerdere gesprekken gevoerd met de buurgemeenten om de mogelijkheden en behoeften voor samenwerking te verkennen. Uit deze gesprekken is gebleken dat de gemeenten Nijkerk en Leusden de meerwaarde zien van een gezamenlijke aanpak in de grensgebieden van beide gemeenten. Deze samenwerking richt zich op een effectievere en meer uniforme handhaving binnen deze gebieden. Ter ondersteuning hiervan is een samenwerkingsovereenkomst opgesteld, die naar verwachting in het komende jaar zal worden vastgesteld. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet richting een structurele en doelmatige samenwerking tussen de betrokken gemeenten.
Toegang tot het rijbewijzenregister in 2026
Begin 2026 zal de Minister van Justitie en Veiligheid uitvoering geven aan de toezegging dat buitengewoon opsporingsambtenaren zelfstandig toegang krijgen tot het rijbewijzenregister. Dit bekent een belangrijke verbetering in de uitvoering van de dagelijkse werkzaamheden. Door deze toegang kunnen boa’s, aan de hand van de in het register opgenomen foto, de identiteit van een staande gehouden persoon vaststellen, ook wanneer deze geen identiteitsbewijs kan tonen. Dit maakt het mogelijk om zelfstandiger te werken en identiteitscontroles sneller en efficiënter af te handelen.
De verwachte effecten zijn dat de identiteitsvaststelling minder tijd in beslag neemt, de inzet van politieondersteuning afneemt en de kans op escalatie of agressie bij de staande gehouden persoon of omstanders wordt verkleind. Tegelijkertijd brengt de openstelling van het rijbewijzenregister ook aanvullende administratieve en organisatorische verplichtingen met zich mee voor de gemeente als werkgever. De gemeente is als verwerkingsverantwoordelijke gehouden om de benodigde maatregelen te treffen op het gebied van privacy (denk hierbij aan het uitvoeren van een DPIA), gegevensbescherming en informatiebeveiliging, zodat de toegang tot en het gebruik van het register op een rechtmatige en zorgvuldige wijze plaatsvinden.
Aanvraag opsporingsbevoegdheid voor Buitengewoon Opsporingsambtenaar Domein 2
De gemeente Amersfoort hecht grote waarde aan de naleving van wet- en regelgeving op het gebied van milieu en natuur. In het afgelopen jaar heeft de boa met het taakaccent groen zich gericht op het in kaart brengen van de actuele problematiek en aandachtspunten binnen dit domein. Op basis van deze bevindingen zal de afdeling Handhaving zich in het komende jaar nadrukkelijker richten op de handhaving van milieuwet- en regelgeving en de bescherming van de openbare groene ruimte.
Om deze inzet verder te versterken, is het voornemen om in het derde kwartaal van 2025 een tweede boa met het taakaccent groen aan te stellen. Hiermee wordt beoogd de capaciteit binnen het domein milieu en natuur structureel te vergroten en de uitvoeringskracht van de handhaving verder te versterken. Daarnaast wordt ingezet op de beëdiging van beide groene boa’s in domein II, zodat zij beschikken over de specifieke opsporingsbevoegdheden die nodig zijn om hun taken effectief en zelfstandig uit te voeren.
De aanvraag tot beëdiging is reeds meerdere malen ingediend, maar heeft tot op heden nog geen goedkeuring ontvangen van de Direct Toezichthouder BOA. De gemeente blijft hierover actief in overleg met de betrokken instanties, met als doel om in het komende jaar alsnog tot beëdiging te komen. Daarbij wordt zorgvuldig toegewerkt naar een verantwoorde uitbreiding van bevoegdheden, binnen de geldende wettelijke en kwaliteitseisen.
Met deze stappen beoogt de gemeente Amersfoort de toezicht- en handhavingscapaciteit op milieu- en natuurgerelateerde onderwerpen duurzaam te versterken en zo bij te dragen aan een schonere, veiligere en beter beschermde leefomgeving.
Herijking DPIA Bodycams voor Handhavers
In het komende jaar zal de Data Protection Impact Assessment (DPIA) met betrekking tot het gebruik van bodycams door handhavers worden herijkt. Deze herijking volgt uit de evaluatie van het huidige gebruik van bodycams binnen de handhaving.2 Met deze herziening beoogt de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving bij te dragen aan een zorgvuldige en verantwoorde omgang met persoonsgegevens en beeldmateriaal. Hiermee benadrukt de gemeente Amersfoort haar verantwoordelijkheid voor de digitale veiligheid en privacy van zowel inwoners als bezoekers.
Evaluatie handhavingsarrangement Politie – Gemeente Amersfoort
De gemeente Amersfoort heeft samen met de politie afspraken gemaakt over de verdeling van verantwoordelijkheden op het gebied van leefbaarheid en de openbare ruimte. Deze afspraken zijn vastgelegd in het zogenoemde Handhavingsarrangement. Het huidige arrangement dateert uit 2022. Aangezien zowel maatschappelijke ontwikkelingen als vormen van overlast continu in beweging zijn, is het van belang dat deze afspraken periodiek worden geëvalueerd. Door het Handhavingsarrangement te herzien, kan beter worden aangesloten op de actuele situatie en kan de samenwerking tussen de gemeente en de politie verder worden geoptimaliseerd.
Beëdigde stagiaires handhaving
Vanuit de twee opleidingsinstellingen die de opleiding tot handhaver aanbieden, is de wens uitgesproken om stagiaires te beëdigen als buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). Door deze beëdiging kunnen stagiaires, altijd onder directe begeleiding en verantwoordelijkheid van een ervaren boa, in de praktijk sanctionerend optreden.
Het doel van deze aanpak is om stagiaires beter voor te bereiden op hun toekomstige rol binnen de handhaving. Door in de praktijk kennis te maken met de bevoegdheden en verantwoordelijkheden die het boa-schap met zich meebrengt, ontwikkelen zij niet alleen vakinhoudelijke kennis, maar ook professioneel handelingsvermogen in uiteenlopende situaties.
De beëdiging vindt uitsluitend plaats binnen een zorgvuldig afgebakend kader. De stagiaires mogen alleen optreden onder begeleiding van een beëdigde en ervaren boa, binnen de taken die passen bij hun leerdoelen en het gemeentelijke handhavingsbeleid. De gemeente blijft hierbij eindverantwoordelijk voor de uitvoering, de naleving van wet- en regelgeving, en de borging van integriteit en professionaliteit.
Op deze manier wordt de balans bewaard tussen een veilige leeromgeving voor de stagiaire en een zorgvuldige en rechtmatige uitvoering van handhavingstaken in de publieke ruimte. De beëdiging draagt daarmee bij aan een betere aansluiting tussen opleiding en praktijk, en aan een continue instroom van goed opgeleide en vakbekwame handhavers binnen de gemeente Amersfoort.
Vernieuwd parkeerbeleid gemeente Amersfoort
Komend jaar voert de gemeente Amersfoort belangrijke wijzigingen door in het parkeerbeleid. Betaald parkeren wordt op meer plekken ingevoerd om de beschikbare parkeerruimte beter te benutten en de doorstroming in de binnenstad en omliggende wijken te verbeteren.
De uitvoering van de parkeercontroles verandert eveneens. Waar gemeentelijke handhavers tot nu toe zelfstandig parkeerronden lopen om te controleren op naleving van de betaalplicht, nemen de handhavers van Parkeerservice Amersfoort deze taak voortaan over. Zij maken daarbij gebruik van een scanauto. Door deze nieuwe werkwijze kunnen de gemeentelijke handhavers hun inzet verschuiven naar andere prioritaire thema’s binnen de U&H Strategie. Zo versterken we de effectiviteit van onze handhaving en maken we beter gebruik van de beschikbare capaciteit.
Wijziging handhavingsuitvoeringsplan Handhaving
De komende jaren zal de afdeling Handhaving meer nadruk leggen op de handhavings- of ‘blauwe’ kant van het handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP). Hiermee wordt beoogd de uitvoering van toezicht en handhaving verder te professionaliseren en de inzet van boa’s en toezichthouders beter af te stemmen op hun specifieke taken en verantwoordelijkheden.
Door deze ontwikkeling ontstaat er een duidelijkere scheiding tussen de ‘groene’ (en ‘blauwe’ kant van de afdeling. Deze onderscheidende focus doet meer recht aan de verschillen in uitvoering, beoordeling en resultaatverantwoordelijkheid van de werkzaamheden binnen de afdeling VTH.
In onze U&H strategie is vastgelegd wat we belangrijk vinden als het gaat om de uitvoering van de VTH-taken. Op basis van de visie en de risicoanalyse is aangegeven aan welke thema’s en taken we prioriteit geven. Dit jaarverslag en Uitvoeringsprogramma is hier een uitwerking van. Daarbij is het goed om in het algemeen en ook specifiek (per productblad) nogmaals aan te geven wat we belangrijk vinden.
Onderstaande visie op het uitvoeren van de VTH-taken hebben we vastgelegd in het VTH-beleid en vertalen we zo goed mogelijk in doelstellingen en prioriteiten.
Hieronder de doelstellingen die in de U&H Strategie 2024 -2027 zijn opgenomen.
Deze doelstellingen zien op hoe we ons werk doen. Hier zijn dus geen specifieke activiteiten aan gekoppeld. Voor de prioriteitsdoelstellingen is dit wel het geval.
In onderstaande tabel is door middel van smileys aangegeven of de doelstelling is bereikt , deels is bereikt of (nog) niet is bereikt . Voor deze doelstellingen geldt een looptijd voor de duur van de U&H Strategie. Het is dus ook niet vreemd dat doelstellingen na 1 jaar nog niet bereikt zijn. `
Na gesprekken met de gemeenteraad heeft het college in de U&H strategie opnieuw de thema’s vastgesteld die zijn geprioriteerd voor 2024 en verder. Voor elk geprioriteerd thema is tenminste 1 doelstelling opgenomen en in de productbladen van activiteiten voorzien.
In onderstaande tabellen zijn de thema’s per domein op alfabetische volgorde opgenomen en voorzien van doelstellingen. Hierbij is tevens aangegeven of de doelstelling is bereikt en de activiteit is uitgevoerd. Prioriteiten en activiteiten die in 2026 vervallen zijn doorgehaald. Nieuwe prioriteiten en acties zijn in het grijs weergegeven.
Binnen het domein Openbare orde, leefbaarheid en APV zijn de doelstellingen en bijbehorende activiteiten het afgelopen jaar herzien. De formuleringen zijn aangescherpt, waardoor de doelen concreter en meetbaarder zijn geworden en de activiteiten duidelijker weergeven welke resultaten worden nagestreefd. Deze aanpassing draagt bij aan een meer gerichte en transparante uitvoering van de werkzaamheden binnen het domein.
In bijlage 3 ‘Doelstellingen en formatie 2025’ zijn de geprioriteerde thema’s gekoppeld aan de inzet van boa’s.
Openbare orde, leefbaarheid en APV 2025 - 2026
In bijlage 3 ‘Doelstellingen en formatie’ zijn bovenstaande doelstellingen gekoppeld aan concrete inzet.
In het VTH-beleid zijn voor vergunningverlening en toezicht en handhaving uitvoeringsstrategieën vastgesteld. In dit Uitvoeringsprogramma volstaan we met een verwijzing naar deze algemene werkwijzen en komen ze dus ook niet terug in de productbladen. In deze strategieën is namelijk al rekening gehouden met de prioriteit die we toekennen aan het uitvoeren van een bepaalde taak.
4 Wat hebben we gedaan? – Jaarverslag-
Jaarlijks wordt een Uitvoeringsprogramma en een jaarverslag opgesteld. In het afgelopen jaar hebben we gewerkt aan het uitvoeren van het Uitvoeringsprogramma zoals dat was vastgesteld. In dit hoofdstuk wordt zowel in algemene zin teruggeblikt op dit Uitvoeringsprogramma, als gedetailleerd verslag gelegd per taak/activiteit. Hiervoor wordt verwezen naar de productbladen in bijlage 2 en ‘bijlage 1 Indicatoren overzicht 2025’. Dit maakt dit hoofdstuk het Jaarverslag van 2025. Tenslotte wordt ingegaan op de lessen die hierbij zijn geleerd en of en in hoeverre we hierdoor moeten bijsturen in de toekomst.
In de bijlagen bij dit programma zijn in het indicatoren overzicht de belangrijkste gegevens terug te vinden over de behaalde resultaten van het afgelopen jaar. Deze gegevens zijn gebruikt om de doelbereiking te scoren (zie hoofdstuk 3), de prioriteitstelling aan te passen (hoofdstuk 5) en verder verwerkt in de productbladen (bijlage 2) voor het aanpassen van de doelstellingen.
Hieronder per thema de belangrijkste conclusies uit het indicatoren overzicht gecombineerd met de kwalitatieve analyse van de collega’s/ experts. Daaronder staan ook de resultaten per doelstelling weergegeven.
Vergunningverlening Omgevingswet, brandveiligheid, APV
Het aantal bouwmeldingen (Wkb) blijft achter bij de verwachtingen. Bouwers kiezen er nog voor om zoveel mogelijk via het vertrouwde stelsel vergunningen aan te vragen. Dit zorgt voor langere onzekerheid over het functioneren van het stelsel en het aanpassen van de interne werkprocessen. We hebben wel in een gering aantal zaken het hele proces doorlopen van bouwmelding tot gereedmelding, waardoor we nu enige ervaring gaan opdoen.
We willen meer zicht krijgen op de interne meldingen die worden gedaan bij VTH. Dit betreffen meldingen van collega’s bij VTH die opvallende zaken melden die mogelijk in strijd zijn met de regels. Deze meldingen gaan we eenduidiger registreren waarbij we ook aangeven hoe de melding is opgevolgd (geen actie, onderzoek, toezicht, handhaving etc.) en waarom.
Toezicht en handhaving Wabo, APV en bijzondere wetten
Van de stijging van 272 meldingen van algemeen geluidsoverlast, zijn 37 meldingen vuurwerk gerelateerd. De stijging is daardoor 6% hoger dan in werkelijkheid. Er is voor gekozen om dit niet verder uit te werken in het indicatorenoverzicht omdat de melders wel voor de algemene categorie hebben gekozen.
Wijktoezicht & Opvolgen meldingen
Het aantal meldingen is het afgelopen jaar gestegen met 38% (van 9896 naar 13700). Deze stijging is gedeeltelijk te verklaren door de politieke aandacht op de onderwerpen Excessief Verkeerslawaai (stijging van 536% van 212 naar 1349 meldingen) en houtrookoverlast (stijging van 85%, van 764 naar 1412).
Parkeren & verkeersovertredingen
Medio 2024 hebben de boa’s nieuwe bevoegdheden gekregen op het gebied van “kleine” verkeersovertredingen. Zij mogen optreden tegen het bedienen van een mobiel op de fiets, het ontbreken van of het hebben van onjuiste verlichting op de fiets en het lopen en fietsen door een rood verkeerslicht. Zij hebben het afgelopen jaar 180 sancties opgelegd voor deze overtredingen.
Sociale Veiligheid & Ondermijning
4.4 Welke lessen hebben we geleerd en wat gaan we bijsturen?
Ten aanzien van de lange termijn doelstellingen, welke lopen voor 4 jaar, is te zien dat er voortgang is geboekt. Voor veel doelstellingen geldt dat, ook al zijn voor nu behaald de doelstelling wel relevant blijft. Voor een aantal doelstellingen die nog niet volledig zijn bereikt geldt dat we in de komende jaren nog wat stappen moeten zetten om ze te halen. Deze lange termijn doelstellingen vergen dus geen aanpassing.
Voor de doelen en activiteiten gekoppeld aan de gestelde prioriteiten geldt hetzelfde. De prioriteiten zijn in medio 2024 vastgesteld en nog steeds actueel. Met name de trage opstart van de werking van de Wkb zorgt ervoor dat de accenten die zijn gelegd op werken onder die Wkb nog steeds relevant zijn.
Aanvullend onderkennen we een aantal ontwikkelingen die wel meer aandacht behoeven en waar we doelen en acties aan koppelen:
In de productbladen staat verder per product beschreven wat we in 2026 willen bereiken en verbeteren.
Geen aanpassing prioriteitstelling op basis van de risicoanalyse
Op basis van de risicoanalyse in de U&H Strategie zijn de prioriteiten bepaald voor zowel (preventief) toezicht als het handhaven als gevolg van meldingen en handhavingsverzoeken. In 2025 is de prioriteitstelling iets aangepast, zie de toelichting per punt hieronder. Voor 2026 sluiten we hierbij aan, omdat er niets in is gewijzigd.
In de risicoanalyse staat het toezicht op gevolgklasse 1 op prio ‘hoog’. In de praktijk is dit nogsteeds ‘zeer hoog’ als gevolg van het leren werken onder de Wkb. Vooralsnog zijn toezichthouders hier juist drukker mee dan gevolgklasse 2 en 3. Op termijn zal dit afnemen door ervaring met en vertrouwen in het systeem van private kwaliteitsborging.
In de risicomatrix staat ‘illegale handelsreclame’ in het toezicht op gemiddeld en bij de afhandeling van meldingen en handhavingsverzoeken zelfs op laag. Daarentegen is erfgoed zelfs als thema geprioriteerd. We maken voor 2026 dan ook een onderscheid tussen reclame op panden met een beschermde status en niet beschermde status. Voor reclame-uitingen op panden met een monumentale status starten we een project op om dit te voorkomen of te handhaven.
Mutatiedetectie is een geprioriteerd thema en staat ook in de risicomatrix voor toezicht op zeer hoog. Dat komt omdat er ook veel inzet op wordt gepleegd. In de praktijk is het lastig om alle waarnemingen te onderzoeken en eventueel met handhaving op te volgen. Ook zijn de geconstateerde overtredingen zeer divers en niet allemaal de moeite waard om op te volgen. In 2026 ontwikkelen we een werkwijze die meer aansluit bij wat we echt belangrijk vinden. Dus niet elke waarneming opvolgen, maar gericht kiezen per wijk of per thema.
Het aantal evenementen waarbij bouwwerken neer worden gezet die bouwtoezicht op de constructie behoeven neemt toe. In de risicomatrix staat deze bij toezicht op gemiddeld. De ervaring is dat dit veel impact heeft op het werkpakket van de bouwinspecteurs. Voor 2026 prioriteren we deze vorm van toezicht dan ook als hoog.
Het stookverbod (onder omstandigheden) is in 2024 ingevoerd. Conform de verwachting hebben we in 2025 meer gehandhaafd op het stookverbod. In 2026 verwachten we wederom te gaan handhaven. De prio gemiddeld die nu volgt uit de risicomatrix doet geen recht aan de handhavingspraktijk die is ontstaan, daarom prioriteren we het stookverbod dan ook als hoog.
Illegaal gebruik van vakantiewoningen
Het illegaal gebruiken van vakantiewoningen staat in de risicomatrix voor toezicht op ‘hoog’. In de praktijk houden we hier geen intensief toezicht. Ook heeft de minister eind 2024 gemeenten opgeroepen om in afwachting van aanpassing van wetgeving ook wat terughoudend om te gaan om met handhaving op illegale bewoning. Bij een verzoek om handhaving zal het college een afweging maken. Toezicht zal terughoudend zijn.
De samenwerking met ketenpartners blijkt een belangrijke succesfactor in de handhaving binnen de horecasector. In de komende periode zetten we in op meer gezamenlijke controles met politie en jongerenwerk, zodat overlast sneller wordt gesignaleerd en aangepakt. Daarnaast is extra aandacht voor naleving van de Alcoholwet nodig, vooral met betrekking tot alcoholgebruik door minderjarigen. Door bewustwordingscampagnes te vergroten willen we jongeren, ouders en ondernemers actiever betrekken bij verantwoord alcoholgebruik.
De ervaringen van het afgelopen jaar laten zien dat duidelijke communicatie met organisatoren cruciaal is, met name over geluidsnormen en de verplichting tot een toets aan de Wet natuurbescherming. Ook is er behoefte aan een uniformer format voor evaluaties, zodat leerpunten structureel worden vastgelegd en gedeeld. Bij grote evenementen blijft daarnaast extra aandacht nodig voor het voorkomen van geluidsoverlast en afvalproblematiek, om de balans tussen levendigheid en leefbaarheid te behouden.
De inzet van het dedicated team heeft effect gehad, maar er zijn nog verbeterkansen. De herkenbaarheid en zichtbare aanwezigheid van boa’s bij afvalcontainers kan verder worden vergroot om een preventieve werking te stimuleren. Daarnaast wordt gekeken naar nieuwe opsporingsmiddelen om overtreders beter te identificeren. Ten slotte willen we bewustwordingscampagnes versterken, zodat inwoners zich meer verantwoordelijk voelen voor een schone leefomgeving.
Parkeren & verkeersovertredingen
Het groeiende aantal meldingen vraagt om een gerichte aanpak. Er komt extra aandacht voor structurele probleemlocaties met hoge parkeerdruk, met name in de binnenstad en woongebieden met beperkte ruimte. We gaan bovendien de inzet van flitscamera’s evalueren om langdurige stilstand in handhaving te voorkomen en onderzoeken de effectiviteit van fietsenruimingsacties om deze beter af te stemmen op de behoefte in de stad.
De aanwezigheid van boa’s in de buitengebieden blijft van groot belang. We blijven inzetten op zichtbare aanwezigheid in parken en natuurgebieden, vooral op locaties met herhaalde meldingen. De frequentie van projectmatige controles wordt geëvalueerd om te beoordelen of deze voldoende aansluit bij de overlastpatronen. Daarnaast willen we de bewustwording bij hondenbezitters vergroten over de aanlijnplicht en het opruimen van hondenpoep door middel van gerichte communicatie.
Wijktoezicht & opvolgen meldingen
De groei van het aantal meldingen benadrukt het belang van een efficiënte inzet van capaciteit. Ook hier geldt dat we beter willen prioriteren tussen lichte hinder en structurele overtredingen om het werk beter te verdelen. Verder willen we de preventieve aanpak versterken door gerichte communicatie, waarmee inwoners beter worden geïnformeerd over wat zij zelf kunnen doen om overlast te voorkomen.
Een belangrijke les is dat continuïteit in capaciteit essentieel is. We zetten in op het herstellen van de volledige bezetting binnen het jeugdboa-team, zodat structurele aanwezigheid in de wijken gewaarborgd blijft. Daarnaast komt er gerichte inzet op hotspots zoals Vathorst, met extra toezichtmomenten tijdens piekuren. We versterken de samenwerking met scholen, jongerenwerk en wijkteams om vroegtijdig signalen op te vangen en houden de aanpak actueel via periodieke evaluaties binnen PGA-Jeugd.
Sociale veiligheid & ondermijning
De aanpak van ondermijning vraagt om intensieve samenwerking en informatie-uitwisseling. We willen de informatie-uitwisseling tussen toezicht, vergunningverlening en veiligheid vergroten om signalen sneller te koppelen. Daarnaast wordt de rol van wijkboa’s bij signalering uitgebreid, zodat zij ook in de wijk kunnen bijdragen aan het herkennen van ondermijnende signalen. Tot slot komt er meer aandacht voor communicatie en bewustwording onder inwoners en ondernemers over het melden van verdachte situaties.
De invoering van het vuurwerkverbod heeft effect, maar vraagt blijvende aandacht voor bewustwording. We versterken de communicatiecampagne over het vuurwerkverbod, met nadruk op alternatieven voor traditioneel vuurwerk. Ook wordt gewerkt aan betere categorisering van meldingen om onderscheid te maken tussen vuurwerk- en geluidsoverlast. Verder wordt ingezet op meer zichtbare aanwezigheid van boa’s rond de jaarwisseling en op bekende hotspots.
De komst van het meldpunt heeft geleid tot veel nieuwe inzichten. De volgende stap is om data uit het meldpunt structureel te gebruiken voor het analyseren van hotspots en het gericht plannen van controles. Omdat de problematiek ook buiten de stadsgrenzen speelt, wordt gekeken naar landelijke afstemming om kennis en handhavingsmethoden beter te delen.
De lessen die we hebben geleerd in het voorgaande jaar nemen we mee in het komende jaar. Dit hoofdstuk beschrijft zowel in algemene zin, als in gedetailleerde zin per taak/activiteit wat het komende jaar in het Uitvoeringsprogramma komt. In paragraaf 5.2 de geprioriteerde thema’s waar we in 2026 gerichte acties op plannen. De doelstellingen die hier bij horen staan al opgesomd in paragraaf 3.2 en komen terug in de productbladen. We sluiten dit hoofdstuk en het Uitvoeringsprogramma als geheel af, met de productbladen van alle activiteiten die we binnen VTH het komende jaar uit zullen voeren.
De geprioriteerde thema’s uit 2024 blijven hoofdzakelijk gelden in 2026 alsmede de daaraan gekoppelde doestellingen (zie 3.2). Interne meldingen is toegevoegd.
Openbare orde, leefbaarheid en APV
Aanpassing in de prioriteiten:
We hebben de prioriteit ‘Interne meldingen’ toegevoegd. We willen meer zicht krijgen op de interne meldingen die worden gedaan bij VTH. Dit betreffen meldingen van collega’s die bij VTH opvallende zaken melden die mogelijk in strijd zijn met de regels. Deze meldingen gaan we eenduidiger registreren waarbij we ook aangeven hoe de melding is opgevolgd (geen actie, onderzoek, toezicht, handhaving etc.) en waarom.
In het uitvoeringsprogramma van 2024 hebben we airco’s en warmtepompen geschrapt als prioriteit, met het oog op de wetswijziging in 2025. Deze wetswijziging gaat echter niet door, waardoor we de prioriteit hebben teruggeplaatst.
Aanvullend op de doelstellingen uit paragraaf 3.2 werken we in 2026 aan de volgende concrete doelen;
Kleine aanpassingen toezichtsprioriteiten
Uit een analyse van de risicomatrix en daarmee samenhangende prioriteiten blijkt dat er meer prioriteit nodig is voor reclame-uitingen bij monumenten, toezicht op gevolgklasse 1, bouwtoezicht bij evenementen en minder prioriteit bij toezicht op illegale bewoning van vakantieparken. Ten aanzien van mutatiedetectie zal in 2026 de werkwijze aangepast worden.
Per productblad van uit te voeren VTH-taak staan de volgende onderdelen zo concreet mogelijk beschreven:
De lijst met producten is samen met de regiogemeenten ontwikkeld. Wij leveren niet alle producten die in de lijst opgenomen staan, omdat niet elke gemeente dezelfde afbakening hanteert voor dit Uitvoeringsprogramma.
5.4 Overzicht productbladen VTH-samenwerking
Onderstaand de productbladen zoals die voor Amersfoort gelden. De productbladen die regionaal wel ontwikkeld zijn, maar die we in Amersfoort niet gebruiken (bijvoorbeeld omdat ze niet binnen de scope van dit plan passen, of omdat de taken in een ander productblad op zijn genomen) zijn uitgegrijsd. De productbladen zijn te vinden in bijlage 2.
Bijlage 1 Indicatoren overzicht 2024
In dit indicatorenoverzicht staan de belangrijkste gegevens die nodig zijn om de werkzaamheden van VTH over de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2025 te kunnen duiden en te beoordelen in welke mate de doelstellingen in die periode zijn gerealiseerd.
We hebben voor deze periode gekozen omdat ten tijde van rapporteren 2025 nog niet voorbij is. Om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de aantallen kijken we deels naar 2024 en 2025.
Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet (OW) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. In 2024 hebben we gerapporteerd over de aantallen aanvragen, waardoor we nu een vergelijking kunnen maken met (een deel van) 2025.
Deze aantallen komen in de breedte overeen met de cijfers uit voorgaande jaren. Wat opvalt is dat het aantal bouwmeldingen is gestegen, maar niet zo significant als de verwachting was. We hebben door deze aantallen wel ervaring kunnen opdoen met de WKB.
De inritvergunningplicht is per juni 2025 opgenomen in de FLOA. Volgend jaar gaan we rapporteren over de aantallen.
3 APV, Verordening Fysieke leefomgeving Amersfoort (floA) en Alcoholwet
Voor de APV, floA en Alcoholwet kunnen we goed vergelijken met de aantallen in 2023 en 2024 omdat de aanvragen niet wezenlijk veranderen. Deze aantallen komen goed overeen met de voorgaande jaren.
3.1 Samenwerking met ketenpartners
3.1.1 Veiligheidsregio Utrecht
Het jaarverslag inclusief alle indicatoren is opgenomen in bijlage 2.
Omdat de prioriteitsdoelstellingen voor 2026 breder zijn uitgewerkt zijn de indicatoren ook verbreedt. Hierdoor ontstaat er op dit moment een 0-meting zodat volgend jaar direct de voortgang zichtbaar is.
De doelstellingen omtrent jeugdoverlast worden gemeten door het aantal meldingen en aanwezige uren op overlastlocaties.
De doelstellingen omtrent evenementen worden gemeten door het aantal evaluaties en klachten bij risico-evenementen
De doelstellingen omtrent horeca wordt gemeten in het aantal opgelegde sancties, HALT-verwijzingen en horecavergunningencontroles.
|
Aantal opgelegde sancties op het gebied van dronkenschap, wildplassen en baldadigheid (D505, D530, F121a en b, F185) |
|||
|
Aantal opgelegde sancties op het gebied van alcoholgebruik onder minderjarigen |
|||
De doelstellingen omtrent geluidsoverlast worden gemeten in aantal controles en meldingen van excessief verkeerslawaai.
De doelstellingen omtrent houtrookoverlast worden gemeten door het optreden bij meldingen en waarnemingen.
4.1.6 Huishoudelijk afval & milieu
De doelstellingen omtrent huishoudelijk afval & milieu worden gemeten in aantal uren inzet, aantal meldingen en aantal sancties.
4.1.7 Wijktoezicht & opvolgen meldingen
De doelstellingen omtrent de opvolging van meldingen wordt gemeten in het percentage van de meldingen die binnen 14 dagen wordt afgehandeld. De doelstellingen omtrent wijktoezicht worden gemeten in aantal personen dat is toegewezen aan een wijk als zijnde “wijkboa”.
4.1.8 Parkeren & Verkeersovertredingen
De doelstellingen omtrent parkeren & verkeersovertredingen worden gemeten door middel van het aantal sancties en het aantal uren voor fietshandhaving.
4.1.9 Sociale Veiligheid & Ondermijning
De doelstellingen omtrent Sociale veiligheid & ondermijning worden gemeten in het aantal ondermijningsacties per jaar.
De doelstelling omtrent vuurwerk wordt gemeten in het aantal meldingen van vuurwerkoverlast.
De doelstelling omtrent natuurhandhaving heeft betrekking op het aantal boa’s die zich specifiek inzetten voor toezicht en handhaving in natuurgebieden en parken en het aantal sancties voor loslopende honden.
4.3.1 Totaal meldingen per categorie
4.3.2 Indicatoren behorende bij de doelstellingen uit de geprioriteerde thema’s
Brandveiligheid en constructieve veiligheid bestaande bouw en Brandveilig gebruik + landelijke bouwincidenten
Bijlage 2 Productbladen Amersfoort
Bijlage 3 Doelstellingen en formatie 2025
Bovenstaand formatieoverzicht geeft de formatieve ruimte weer. Bij met name vergunningverlening wordt daarnaast gebruik gemaakt van een flexibele schil als het aanbod aan werk toeneemt.
Berekening benodigde personele en financiële middelen
Bovenstaande formatie is verwerkt in de meerjarenbegroting van de gemeente Amersfoort.
Voor de VTH-taken hebben we kentallen ontwikkeld. In onderstaande tabellen wordt op basis van verwachte aantallen vergunningen uitgerekend welke formatie benodigd is voor het toetsen van vergunningen en het houden van toezicht.
Bovenstaande taken worden uitgevoerd door (senior) casemanagers omgevingsrecht. Hier hebben we circa 10.5 fte voor nodig. Formatief is er 10.34 fte. De afgelopen jaren hebben we hier echter ook ten minste 3 fte aan casemanagers aan toegevoegd via de flexibele schil. Hier ontstaat dus ruimte voor het realiseren van doelstellingen die buiten de reguliere werkzaamheden om worden gesteld.
De verwachtte verschuiving van werkzaamheden in 2025 als gevolge van de inwerkingtreding van de OW en de Wkb heeft nog zeer beperkt plaatsgevonden. Veel aanvragers kiezen nog voor een vergunning waarbij de gemeente nog bevoegd gezag voor de technische vergunning. Naar verwachting zal eind 2026 meer inzicht aanwezig zijn over de verschuiving in werkzaamheden.
Bovenstaande taken worden uitgevoerd door bouwinspecteurs en adviseurs constructieve veiligheid. Hier hebben we ruim 9 fte voor nodig. Formatief beschikken we over 9.22 fte aan bouwinspecteurs en adviseurs constructieve veiligheid. Voldoende om de te verwachten taken uit te voeren. Wel krap om ook alle meldingen die worden gedaan met de gewenste prioriteit op te pakken.
In 2025 hebben we geconstateerd dat het werken onder de Wkb nog meer vorm moet krijgen. Met name omdat er nog steeds weinig bouwwerken zijn die vanaf aanvraag tot oplevering onder de Wkb het hele proces doorlopen hebben. Ook voor 2026 zal leren werken onder de Wkb voor bouwinspecteurs dus nog een aanzienlijke taak worden.
Bovenstaande taken worden uitgevoerd door (senior) casemanagers APV. Hier hebben we circa 2.51 fte voor nodig. We beschikken echter over meer dan het dubbele aantal. Dit wordt met name veroorzaakt doordat deze casemanagers vaak meer doen dan enkel het toetsen van vergunningaanvragen. Het begeleiden van een evenementenproces of het komen tot een geschikte locatie voor een coffeeshop is een tijdrovend proces.
Voor het toezicht in de openbare ruimte beschikken we niet over kentallen. We beschikking over 34 fte aan formatieve boa-capaciteit. Zij werken op basis van onderstaande prioriteiten en doelstellingen. Daarnaast handelen zij meldingen af. In 2024 - 2025 zijn er 13700 meldingen binnengekomen. Naar elke melding wordt gekeken en teruggekoppeld. Niet elk melding wordt ook opgevolgd. De toename van het aantal boa’s is benodigd om het toegenomen aantal meldingen ook op te kunnen volgen.
Koppeling doelstellingen aan formatie Omgevingsrecht
Voor het bereiken van de algemene doelstellingen en de prioriteitsdoelstellingen binnen het Omgevingsrecht (zie hieronder) geldt dat deze worden bereikt door een accentverschuiving of nadere aandacht binnen de reguliere taakuitvoering van met name de vergunningverleners en toezichthouders. Ze zijn door de prioritring al meegenomen in de dagelijkse taakuitvoering.
Die doelstellingen die aanvullen worden opgepakt door de beleids- en kwaliteitsmedewerkers (2.78 fte) die niet werkzaam zijn binnen het primaire VTH-proces. Denk hierbij aan het ontwikkelen van een infographic, het opvolgen van landelijke incidenten en het bestuur informeren. Voor de taken op het gebied van groen en ecologie is 1 groene boa aangesteld om de doelstellingen te realiseren.
Bijlage 5 Kwaliteitscriteria Comply or Explain
Landelijk is een set aan criteria ontwikkeld om de kwaliteit van de uitvoering van de VTH taken te meten, de Kwaliteitscriteria 3.0. Het is geen wettelijke verplichting om je aan deze criteria te houden, maar ze staan wel centraal in de discussie. Ook is in de wet opgenomen dat elke gemeente een verordening vast moet stellen waarin zij aangeeft hoe zij de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken wil waarborgen. In Amersfoort is deze verordening ook vastgesteld. In deze verordening is opgenomen dat de kwaliteitscriteria gelden voor de taken die door de RUD uit worden gevoerd. Voor de taken die niet door de RUD worden uitgevoerd, en dus in overwegende mate binnen onze eigen organisatie, gelden de criteria voor zover nader door het college bepaald. Door middel van het vaststellen van deze strategie gelden deze criteria ook voor de taken die we in eigen huis uitvoeren. In het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma zal verslag worden gedaan van de mate waarin aan de kwaliteitscriteria wordt voldaan.
Algemene criteria (A) en Procescriteria (C)
We voldoen aan de twee eisen uit de algemene criteria. Er is een verordening uitvoering en handhaving vastgesteld en in 2025 stellen we het wederom vast. Er wordt jaarlijks aan de Raad hierover gecommuniceerd.
De procescriteria betreffen eisen aan het proces dat doorlopen wordt. De eis is dat de “Big-8” wordt doorlopen. In Amersfoort doorlopen we deze “Big-8” ook elke beleidsperiode. De procescriteria betreffen een lange lijst aan eisen waar aan voldoen moet worden. We voldoen aan de overgrote merendeel van deze criteria. Ruimte voor verbetering is er altijd. Met de in 2024 vastgestelde strategie, en het tussentijds vernieuwen van de strategie, zetten we hierin ook weer een grote stap voorwaarts. Onder meer door het uitbreiden van de ‘Richtlijn dwangsommen en begunstigingstermijnen’ en het updaten van de uitvoerings- en handhavingsstrategie.
In bijlage 7 is per deskundigheidsgebied op persoonsniveau een analyse gedaan van de mate waarin we als gemeente aan de kwaliteitscriteria voldoen.
In totaal zetten we in Amersfoort ruim 40 fte in op de taken zoals beschreven in de kwaliteitscriteria. Exclusief de inzet van de VRU en de RUD. Overall is de bezetting dus meer dan robuust. Wel zijn er verschillen per deskundigheidsgebied. Hieronder per cluster deskundigheidsgebieden de conclusies.
Generieke deskundigheidsgebieden
Voor deze deskundigheidsgebieden geldt dat zowel opleiding, aantal, frequentie als ervaring ruimschoots voldoen. Qua kennis is in 2023 en 2024 geïnvesteerd in Omgevingswet en Wkb. Zowel juridisch als bouwtechnisch. In 2025 is geïnvesteerd in verbetering toetsprotocol BBL en een training BBL. In 2026 ligt de focus op de informatieplichten bouw-sloopveiligheid en stikstof. De WKB begint vorm te krijgen in de praktijk, waardoor we in 2026 meer processen en beleidskeuzes kunnen vastleggen over de bouwmelding, gereedmelding en strijdigheid BBL.
Juridische deskundigheidsgebieden
Voor de juridische deskundigheidsgebieden geldt dat we ruimschoots voldoende bezetting hebben. Ook aan de eisen ten aanzien van opleiding, kennis, frequentie en ervaring wordt ruimschoots voldaan. Doordat de juridische deskundigheidsgebieden in Amersfoort anders zijn georganiseerd is het lastig ze af te zetten tegenover de kwaliteitscriteria. Zo wordt een deel van elk juridisch deskundigheidsgebied uitgevoerd door een aparte juridische afdeling. Om kwaliteitsredenen worden bezwaren en beroepen afgehandeld door juridisch specialisten die niet betrokken zijn geweest bij de vergunningverlening en handhaving.
Specialistische deskundigheidsgebieden accent bouwen
Ook hier voldoende aantal, frequentie, opleiding en ervaring. Voor bouwfysica hebben we in 2025 geïnvesteerd in trainingen BBL en het verbeteren van het toetsprotocol.
Complexe brandveiligheidstaken zijn uitbesteed aan de Veiligheidsregio. Dat geldt voor sloop en asbest bij de Omgevingsdienst. De frequentie-eis bij het afhandelen van de eenvoudige sloopmeldingen wordt niet altijd gehaald omdat dat belegd is bij meerdere junior casemanagers die wijkgericht werken.
Met 2 goed opgeleide en ervaren adviseurs constructieve veiligheid wordt hier voldaan aan de eisen.
Specialistische deskundigheidsgebieden accent milieu
Volledig uitbesteed aan de Omgevingsdienst.
Specialistische deskundigheidsgebieden accent ruimtelijke ordening en duurzaamheid
In grote lijnen voldoet Amersfoort ook op deze deskundigheidsgebieden. Monumentenzorg, archeologie en energie is zeer robuust georganiseerd in Amersfoort met zeer veel (over)gekwalificeerde collega’s. Hier geldt wel dat niet iedereen de frequentie-eis haalt. Echter deze gespecialiseerde collega’s in dienst van Amersfoort leveren juist de kwaliteit die benodigd is voor de bescherming van de cultuurhistorische waarden en de volgende stap in de verduurzaming.
Processen gaan pas werken als mensen er vorm aan geven. Daarom zijn competentieprofielen opgesteld voor de nieuwe of meest veranderende rollen onder de Omgevingswet. Het gaat om de rollen van casemanager, vergunningverlener, toezichthouder/handhaver, juridisch adviseur en specialistisch adviseur. De kerncompetenties zijn:
Voor de casemanagers, vergunningverleners, toezichthouders geldt dat er tweewekelijks een overleg is waarbij ze samenkomen om casussen of thema's te bespreken met elkaar. Daarnaast is er ook een intervisie in kleinere groepen waar casussen of samenwerkingen detailistischer met elkaar worden besproken. Waar loop je tegenaan en hoe kun je dit oplossen. Tot slot is er een seniorenoverleg waarbij de senior casemanagers procesvraagstukken en complexe vraagstukken met elkaar bespreken. Bij alle drie de overleggen kunnen casemanagers zelf casussen of issues inbrengen. Op deze manier brengen casemanagers en bouwinspecteurs elkaar op de hoogte van wat er speelt (omgevingsbewust, samenwerken), maken we de medewerker verantwoordelijk voor de eigen inbreng (verantwoordelijkheid) en zorgen we ervoor dat iedereen een oordeel vormt / mag vormen over een casus. Wanneer dat nodig is wordt er een juridisch of specialistisch adviseur betrokken bij het overleg.
In 2026 wordt er verder aandacht gegeven aan het ontwikkelen van een opleidingsplan, waarbij de competentieprofielen worden meegenomen.
Bijlage 6 Kwaliteitscriteria Kritieke massa gemeente Amersfoort
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-561307.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.